CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

VERVALLEN Jaarstukken 2023

gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Jaarstukken 2023 gemeente Voorst samen met de accountantsverklaring42.706 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Het Programma Water is eind 2019 voor de planperiode 2020 - 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies en grootonderhoud. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek wordt onderzocht hoe de rioleringszorg integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kan worden uitgevoerd. Binnen het Programma Water is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen milieumaatregelen. Verantwoording 2023 In 2023 is het gebruik van de afkoppelbijdrageregeling iets afgenomen, die is met name te wijten aan het feit dat iedereen die een regenton wilde deze inmiddels in bezit heeft. Wel worden er nog steeds aanvragen gedaan voor het afkoppelen van schuren en daken. Voor de drukriolering zijn wij overgegaan naar conventionele besturing, deze zijn eenvoudig te repareren en waardoor er geen complete printplaten meer weggegooid hoeven te worden. Dit bespaart met name op de schaarse grondstoffen. Bij de diverse wegreconstructies is gelijktijdig het hemelwater van de gemengde riolering gehaald. Groen Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Groen.

Het Programma Groen is eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld voor de planperiode 2020 t/m 2025. Het Programma Groen is een nieuw, algeheel vastgesteld beleidsplan voor de gehele gemeente. Naast dat dit programma gericht is op de openbare ruimte komt ook de landschappelijke/ecologische component intensief aan de orde. Met dit programma lopen we vooruit op de nieuwe Omgevingswet. Het beheer van de openbare ruimte en ons landschap gaat stevig veranderen de komende decennia. De ecologische kringloop wordt veel meer gerespecteerd | 85

en als uitgangspunt gaan we telkens uit van de drie kernbegrippen: leefbaarheid, duurzaamheid en biodiversiteit. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het uitvoeringsprogramma van het Programma Groen is verwerkt in de begroting vanaf 2022. Verantwoording 2023 Regulier beheer In 2023 is het reguliere onderhoud van het gemeentelijk groen volgens plan uitgevoerd. Bestrijding van ongewenste kruiden vindt plaats op een 100% milieuvriendelijke wijze. Laanherstel Incidenteel zijn bomen vervangen en aangevuld. Door een wederom hete zomer zijn veel bomen verminderd in conditie. Dat kan op de korte en middellange termijn een intensiever her- plantprogramma opleveren. Nieuwe laanbeplantingen in welke vorm dan ook zijn meer resistent tegen hitte en leveren altijd een meerwaarde op voor biodiversiteit. Groenrenovatie Op diverse locaties binnen de dorpen zijn groenrenovaties uitgevoerd. Daarnaast is tijdens wegreconstructies ook veelal versleten groen aangepast. We werken steeds meer met beplantingen die een toegevoegde waarde geven aan biodiversiteit. Boomonderhoud/veiligheid Eenmaal per vier jaar krijgen alle bomen binnen het Voorster buitengebied een snoeibeurt en vindt er boominspectie plaats. Openbare verlichting Beleidskader In oktober 2010 heeft de gemeenteraad het kwaliteitsniveau vastgesteld. De hieraan gekoppelde beleidsregels zijn voortgezet.

De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ het verlichtingsniveau is gebaseerd op de Praktijkrichtlijn welke is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt voorzien van een dimunit; ▪ de nieuw te plaatsen verlichting bestaat uit LED-verlichting ; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het jaarlijks onderhoud- en vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Kwaliteit en risico’s Het laatste deel van de verbetering van het verlichtingsniveau is uitgevoerd. Het verlichtingsniveau is op het afgesproken niveau gebracht. Vanaf nu zullen er voornamelijk vervangingen plaats vinden. Bij vervanging van armaturen zal steeds gezocht worden naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting zijn voldoende voor de uitvoering van dit beleid. Verantwoording 2023 Voor 2023 is een regulier onderhouds- en vervangingsplan opgesteld. Het vervangingsprogramma omvatte de vervanging van ca. 300 stuks armaturen door moderne LED-armaturen. Dit draagt bij aan de verduurzaming van ons openbare verlichtingsareaal.

Ledverlichting verbruikt minder stroom, heeft een langere levensduur en heeft minder onderhoud nodig. Bijna 70% van ons areaal bestaat nu uit 86 |

LED verlichting. Het verder 'verLED-en' van ons areaal zetten wij de komende jaren door. Gemeentelijke gebouwen Beleidskader, verduurzaming gebouwen en installaties De gemeente is eigenaar van (aantal) gebouwen met bijbehorende installaties. In 2019 is besloten om het beheer en onderhoud van alle gemeentelijke gebouwen weer helemaal in eigen regie te nemen. Het technisch beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is in 2021 binnen de bestaande beleidskaders, met behulp van het duurzaam meerjarenonderhoudsprogramma (DMJOP) uitgevoerd. Aan het DMJOP ligt de NEN 2767 systematiek ten grondslag. Onderdeel van het planmatig technisch beheer en onderhoud is het versneld verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, op basis van het Addendum op de Nota Duurzaamheid 2016. Het onderhoud in combinatie met innovatie en verduurzaming wordt waar mogelijk uitgevoerd in samenwerking met lokale partijen. Ook in 2023 had het technisch beheer te maken met eenoverspannen bouw- en installatiemarkt. Door hoge inflatiecijfers en tekort aan materiaal en personeel kregen we te maken met sterke prijsstijgingen. De verwachting is dat deze situatie structureel zal blijken. Verantwoording 2023 Gymzalen De renovatie en verduurzaming van gymzaal Teuge is in 2023 afgerond. In deze gymzaal is ook het all-electric principe toegepast.

Door het plaatsen van circa 80 PV panelen op het dak is ook deze gymzaal energetisch zelfvoorzienend. In de opvolgende jaren zullen ook de laatste gymzalen aan de beurt komen voor renovatie en verduurzaming. Vervangende nieuwbouw voor Brandweerkazerne en Gymzaal in Twello Door de woningbouwontwikkeling aan de Jupiter/Hietweideweg zullen de huidige brandweerkazerne en gymzaal gesloopt worden. In 2022 is er door de Total Engineer gestart met het ontwerp van de te realiseren brandweerkazerne aan de Zuiderlaan te Twello, is de aanbestedingsprocedure doorlopen en is de opdracht gegund. De aannemer is september 2023 gestart met de bouwwerkzaamheden. De ontwikkeling van een sportgebouw aan de Veilingstraat in Twello is in een stroomversnelling gekomen. In mei 2023 is er een bijeenkomst met belanghebbenden geweest om de locatie te bepalen en de eerste wensen en behoeften op te halen. In november zijn er bijeenkomsten georganiseerd om input te genereren voor het programma van eisen. Hierbij zijn sportverenigingen en onderwijs betrokken.

Energieinkoop icm verduurzaming De oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft duidelijk gemaakt dat er nog meer snelheid is vereist op het gebied van verduurzaming en energiebesparing in de gemeentelijke gebouwen.Ook in 2023 hadden we nog te maken met een nerveuze energiemarkt die ons noodzaakte om voor de jaren 2024 / 2025 energie in te kopen voor forse prijzen. Omdat we in de toekomst meer regie willen houden op onze onze energieinkoop (lees minder afhankelijk te worden van de grote energieleveranciers) zijn we gestart met een pilot : inkoop van energie via het zogenaamde zelfleveringsmodel. De bedoeling van deze pilot is uitendelijk te komen tot het samenbrengen van vraag en aanbod van lokaal opgewekte groene energie zonder de tussenkomst van grote energieleveranciers. Noodzakelijke energiebesparing maken dat duurzame maatregelen binnen de gemeentelijke gebouwen versneld uitgevoerd moeten worden. Deze worden uitgevoerd binnen de duurzame meerjarenonderhoudsplannen. Omdat we nieuwe duurzame technieken sneller uitvoeren moeten we oude techieken sneller afschrijven. In de toch | 87

al overspannen markt van bouw -en installatiebedrijven betekend dit zondermeer dat de komende jaren meer geld vrijgemaakt moet worden om dit te kunnen realiseren. Huisvesting “Nieuwkomers” De opvang en huisvesting van “nieuwkomers" (Oekraieners, statushouders en asielzoekers) zal een blijvende vraag naar geschikte huisvesting ook binnen de gemeente Voorst creëren. De verwachting is dat met ingang van de spreidingswet deze vraag alleen maar zal toenemen. In 2023 zijn enkele (bedrijfs)panden aangekocht en geschikt gemaakt voor huisvesting van nieuwkomers. Met de aankoop en transformatie van bedrijfspanden zal maar een beperkt aantal nieuwkomers kunnen worden gehuisvest. Omdat we geen extra druk willen uitoefenen op de toch al beperkte reguliere woningvoorraad zullen we daarom ook andere vormen van huisvesting in moeten zetten of moeten creeeren. Hierbij is flexibiliteit, creativiteit en out of the box denken noodzakelijk met de wetenschap dat opvang in welke vorm dan ook reuring zal veroorzaken in de Voorster samenleving. Een onderzoek of met de inzet van flexwoningen (een deel) van de huisvestingsprobleem voor meerdere doelgroepen kan worden opgelost is opgestart.

Naamgeving gebouw Gemeentehuis Gemeentewerf / Brandweerkazerne Kerkstraat 27 Molenallee 75 Domineestraat 14-16 Brandweergarage plus dienstwoning Vermeersweg 61 Maarten Tromplaan 2 (oudbouw De Kleine Wereld) Het Baken Kortenaerstraat 16 5 Kerktorens H.W. Iordensweg 11 Schaapskooi Veeschuurtje te Voorst Molenstomp De Vecht (molen Koekkoek) Parkeerhuis 2 Sporthallen (inclusief turnhal + multizaal) Zwembad (binnenbad + buitenbad) Kulturhus SCC Pand Oude Rijksstraatweg 38 7 Gemeentelijke gymlokalen 2 Aula's en lijkenhuisjes Schuur 'Het Kleine Zand' te Teuge Muziektent Voorst en Terwolde

Huisvesting / huurder organisatie Bestuurlijke en ambtelijke organisatie Buitendienst en korps Twello Schoolwoning Korpsen Voorst Twello en Terwolde Stichting de Koepel Stichting de Koepel Onderdeel van een kerk Particulier en Imkervereniging Hartgers Parkeerders Stichting De Koepel De Schaeck Stichting De Koepel IJsseldal Wonen (opvang statushouders) Stichting De Koepel Bezoekers -

BVO (m2) 5.400 2.505 182 235 493 897 759 1.200 523 302 250 49 33 50 3.150 8.813 2.850 1.800 450 3.378 178 180 30

Vervangingsplan materieel Beleidskader Voor het materieel t.b.v. de begraafplaatsen, landmeters en logomobiel, bestel- en dienstauto's is een vervangingsschema opgesteld op basis van de theoretische levensduur van het materieel. De werkelijke vervangingen vinden plaats op basis van de technische levensduur. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Verantwoording 2023 In 2023 zijn diverse bestel- en dienstauto’s vervangen. Totaal zijn er 5 elektrische bestelauto’s en 3 elektrische personenauto’s aangeschaft. De oude brandstofauto’s zijn hierop ingeruild. Om de elektrische auto’s op te laden zijn er vier extra laadpalen met 8 laadpunten aangelegd bij het gemeentehuis. Tevens zijn er twee dienstfietsen vervangen door twee elektrische dienstfietsen 88 |

4.4 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt het treasurybeleid beschreven. Treasury, het beheren van geld- en kapitaalstromen, neemt bij gemeenten een belangrijke plaats in. De wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico's op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid In het Financieringsstatuut 2018 zijn kaders vastgelegd om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Om die risico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en is er sprake van een renterisiconorm. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld over een periode van drie maanden mag hebben. Alsde kasgeldlimiet twee achtereenvolgende kwartalen overschreden wordt dan moetin het daaropvolgende kwartaal maatregelen genomen worden om een structurele overschrijding te voorkomen. De kasgeldlimiet voor 2023 bedraagt maximaal 8,5% van de omvang van de totale begroting, groot € 69,8 mln. De kasgeldlimiet is in 2023 afgerond€ 5,9 miljoen. Binnen de voorschriften, zoals gesteld in de wet FIDO, is in 2023 de kasgeldlimiet niet ongeoorloofd overschreden.

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen/ te spreiden. De renterisiconorm beoogt de risico’s van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de gemeentelijke rentelasten binnen beheersbare kaders te houden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2023 is de renterisiconorm op begrotingsbasis €13,9 miljoen.

1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7

8 9

10 7 11

Renterisico's Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Nieuwe aangetrokken vaste schuld o/g Nieuwe verstrekte leningen u/g Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 4 en 5) Renterisico’s op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1 januari Stand van begrotingstotaal per 1 januari Bij ministeriële regeling vastgesteld % Renterisiconorm (8*9) Toets renterisiconorm Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-), (10-7)

Rekening Begroting Rekening Begroting 2022 2022 2023 2023 4.800 4.800 4.800 4.800 1.257 1.257 1.325 1.325 1.257 1.257 1.325 1.325 1.257 1.257 1.325 1.325 44.241 62.876 20%

44.241 62.876 20%

47.784 69.784 20%

47.784 69.784 20%

12.575 1.257 11.318

12.575 1.257 11.318

13.957 1.325 12.632

13.957 1.325 12.632

| 89

Gemeentefinanciering Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP wordt doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Het betreffen de kosten voor met name de riolering (op basis van het Gemeentelijk RioleringsPlan), wegen (uitwerking Integraal WegenPlan) en de voorfinanciering vanuit de grondexploitatie. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep op financieringsmiddelen is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat uitgaven worden gedaan. Het aantrekken van aanvullende financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Verstrekte geldleningen Binnen de volgende categorieën zijn geldleningen verstrekt: Bedragen x € 1.000 Risicogroep Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal

Restant schuld per 31-12-23 48 5.682 5.730

Percentage 0,8% 99,2% 100,00%

Aan IJsseldal Wonen zijn geldleningen verstrekt voor diverse woningbouwprojecten. De risico’s van de leningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.). De gemeente zit met de garantstelling in een achtervangpositie. Hierdoor wordt het risico zeer gering geacht. De gemeente Voorst neemt sinds het jaar 2000 deel aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De gemeente heeft hiervoor gelden in het zogenaamde revolving fund gestort. Hieruit worden laagrentende stimuleringsleningen verstrekt, waarvan de aflossingen weer terugvloeien naar het fonds. Deze aflossingen zijn vervolgens beschikbaar voor nieuw te verstrekken leningen. De stimuleringsfondsenbetreffen leningen voor starters, duurzaamheid woningen, asbestsanering (particulier en zakelijk) en toekomstig bestendig wonen. Leningenportefeuille In 2023 zijn geen nieuwe langlopende geldleningen afgesloten.De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 31 december 2023 € 46,9miljoen. Het opnemen van aanvullende financieringsmiddelen is afhankelijk van de liquiditeitenplanning. Er is namelijk, gelet op de rentestand, gekozen om binnen de vastgestelde kaders zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen in de vorm van kasgeldleningen in de financieringsbehoefte te voorzien.

Kasgeldlening In 2023zijn gedurende het jaar een viertal kasgeldleningen aangetrokken om tijdelijk te kunnen voorzien in de financieringsbehoefte. Interne rente Bij de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De commissie BBV adviseert een renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Volgens de vastgestelde programmabegroting 2023-2026 werd uitgegaan van een interne rente van 0,1 %. De rentelasten zijn toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. Het renteresultaat over 2023 bedraagt afgerond € 21.000 negatief. 90 |

De toegerekende rentelast aan bouwgronden in exploitatie, op begrotingsbasis sluit aan op de fiscale systematiek (vennootschapsbelasting) zoals uiteengezet in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. De toegerekende rentelast aan de grondexploitatie bedraagt 0,9%. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Renteschema a. b.

c.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering Overige kosten De externe rentebaten (in mindering) Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

Bedrag (x € 1.000) 491 54 -81 464 -67 -304

Saldo door te rekenen externe rente

-371 93

d.

De werkelijk aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

114

e.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

-21

Wet- en regelgeving Financieringsstatuut 2018 Binnen de wettelijke kaders: de Gemeentewet, Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van financiering (treasury) vast te stellen. De kaders zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Financiële verordening 2023 ex art.212 van de gemeentewet en de uitvoeringsregels in het door het college vastgestelde Financieringsstatuut 2018. Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenten (provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeente in een kwartaal worden afgezet. Ieder jaar sturen we erop dat we de drempelwaarde niet overschrijden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. In 2023 zijn tegoeden in rekening-courant boven het drempelbedrag dan ook automatisch afgeroomd naar de schatkist en indien nodig weer teruggehaald om de debetstand in rekeningcourant tegen te gaan. Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, | 91

gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen. Conclusie De uitvoering van de financieringsfunctie heeft in 2023 plaatsgevonden binnen de vastgestelde kaders. De in de wet Fido genoemde renterisiconorm is in 2023 niet overschreden. De financiering met kortlopend geld is gelet op de liquiditeitspositie in 2023beperkt nodig geweest.

92 |

4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting en aansturing van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad heeft in de programmabegroting een aantal indicatoren bepaald aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid en getrouwheid van de jaarrekening en zijn constateringen in het accountantsverslag, ontwikkeling van de organisatiestructuur en van de omvang van de ambtelijke formatie, ontwikkeling van het ziekteverzuim en het personeelsverloop en de samenwerking met de inspraakorganen. (Onder andere) over deze aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering handelt deze paragraaf. Rechtmatige en doelmatige bedrijfsvoering: planning en control Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering en aan de uitvoering van de programma's met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde kaders zoals de programmabegroting en de verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. De verklaring en het accountantsverslag bij de gemeentelijke jaarrekening vormen een belangrijke graadmeter voor de beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd.

Verwezen wordt naar de in dit boekwerk opgenomen controleverklaring en naar het accountantsverslag. Daarnaast is het college gehouden een verklaring over informatiebeveiliging in de jaarrekening op te nemen of bij de jaarrekening te voegen en aan de raad te rapporteren over het gevoerde informatiebeveiligingsbeleid. Verwezen wordt naar de verklaring en rapportage opgenomen in deze jaarrekening. Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording van rechtmatigheid afgeeftin plaats van de accountant. Het college heeft over 2023 de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in de jaarrekening op pagina 176. In de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Voorst 2023 is opgenomen dat het college in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting geeft op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen genomen worden om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Waar gaat de rechtmatigheidsverantwoording over De rechtmatigheidsverantwoording gaat enkel in op de fouten en onduidelijkheden die tot stand komen op de zuivere rechtmatigheidscriteria.

Deze criteria houden in dat het college opereert binnen de gestelde budgetten door de raad (begrotingscriterium), dat gelden worden besteed en ontvangen conform de geldende wet- en regelgeving (voorwaardencriterium) en dat het college voldoende maatregelen treft om te voorkomen dat inwoners of bedrijven geen misbruik maken van de voorzieningen die de gemeente verstrekt (misbruik & oneigenlijk gebruik criterium). Op het moment dat een fout hierin tevens leidt tot een fout in de gepresenteerde cijfers in de jaarrekening zal de accountant hierover blijven rapporteren en wordt deze bevinding niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Ook rechtmatigheidsfouten die niet in euro’s uit te drukken zijn, als ook fouten die regelmatig voorkomen zal over gerapporteerd worden.

| 93

Fouten boven de goedkeurings- en rapporteringstolerantie Op 3 juli 2023 heeft de gemeenteraad zowel de goedkeurings- als de rapporteringstolerantie voor rechtmatigheid vastgesteld op 3% van het begrotingstotaal. Deze grens bedraagt € 2.365.000. Over het boekjaar 2023 zijn geen fouten geconstateerd die groter zijn dan deze grens. Omvang ambtelijke formatie De ambtelijke organisatie (inclusief griffie) omvatte eind 2023 201 formatieplaatsen. Het aantal formatieplaatsen binnen de Wsw (Wet Sociale Werkvoorziening) bedroeg eind 2023 52. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de WSW. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de Wsw en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude WSW. Het bestand met mensen in de Wsw gaat in de loop van de jaren daarom teruglopen, maar met een lange doorlooptijd.De Participatiewet is in de plaats gekomen van de Wsw, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong. De ontwikkeling van de ambtelijke formatie (exclusief griffie en exclusief Wsw) in de afgelopen jaren is als volgt: Aantal FTE 2020

Aantal FTE 2021 188

Aantal FTE 2022 187

Aantal FTE 2023 191

201

Loonsom In onderstaand overzicht zijn de werkelijk gerealiseerde loonsomuitgaven opgenomen en afgezet tegen de geraamde loonsom volgens de begroting 2023. Aant. pers.

Aant. FTE's

Totaal Totaal jaarwedde toelagen

Afdracht sociale lasten

Realisatie Geraamde netto netto Saldo lasten lasten

Bestuur Raad College Voormalig bestuurders Subtotaal

19 4 17 40

Ambtelijke organisatie Griffie Ambtelijke organisatie WSW-ers Subtotaal

3 2,72 111.431 24.434 33.792 169.657 243.935 74.278 227 201,22 10.417.185 1.994.022 3.368.513 15.779.720 17.849.519 2.069.799 59 52,22 1.577.609 17.329 385.693 1.980.631 1.902.151 -78.480 289 256,16 12.106.225 2.035.785 3.787.998 17.930.008 19.995.605 2.065.597

Totaal salarissen

329 296,16 12.781.113 2.322.253 3.820.327 18.923.695 21.009.841 2.086.146

19,00 4,00 17,00 40,00

453.026 221.862 674.888

282.554 3.914 286.468

27.037 5.292 32.329

282.554 307.267 483.978 525.095 227.155 181.874 993.687 1.014.236

24.713 41.117 -45.281 20.549

Ambtelijke loonsom In de begroting voor 2023 was aan ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie), een bedrag van afgerond € 16.494.100 opgenomen. In het Voortgangsbericht 2023 en de Bestuursrapportage 2023 zijn de effecten van de CAO verwerkt en diverse formatieuitbreidingen aangevraagd (€ 1.355.389). Voor ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie) was hierdoor een budget van € 17.849.519 beschikbaar. De werkelijke uitgaven bedroegen € 15.779.720. De ambtelijke salarisuitgaven zijn daarmee ruim (met € 2.069.799) binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven. Daar staat tegenover dat er personele inhuur heeft plaats gevonden. Voor de medewerkers Wsw (Wet Sociale Werkvoorziening) was in 2023 een budget van € 1.902.151 voor loonkosten geraamd. De werkelijke uitgaven bedroegen € 1.980.631. Hiermee hebben we niet binnen de raming voor 2023kunnen blijven. De oorzaak hiervan is een wijziging in de CAO SW geweest. 94 |

Tijdelijke inhuur voor continuïteit van de bedrijfsvoering Volgens vast beleid is de ruimte in de loonsom die ontstaat als gevolg van vacatures en dergelijke voor het college beschikbaar om met tijdelijk personeel te voorzien in continuïteit van de bedrijfsvoering. We hebben € 212.662 aan inkomsten ontvangen, zoals ontvangsten van ziektewetuitkeringen, (loonkosten)subsidies en detacheringsvergoedingen. De totale ruimte voor inhuur bedroeg hiermee € 2.282.461. Rekening houdend met specifieke dekking door middel van subsidiegelden of detacheringsvergoedingen heeft per saldo voor een bedrag van € 1.919.232 aan personele inhuur plaatsgevonden. Ter vergelijking: in 2022 was dit € 934.600 (2021: € 948.500; 2020: € 569.364; 2019: € 379.600; 2018: € 468.300). Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is in verband met vele bouwactiviteiten in de gemeente extra capaciteit ingehuurd. Hier is bewust gekozen voor tijdelijke personele maatregelen in plaats van indienstneming van vast personeel, in verband met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. Tot slot: Net als de afgelopen jaren blijkt het noodzakelijk én onvermijdelijk te zijn om te kunnen beschikken over een flexibele schil in de ambtelijke capaciteit om adequaat te kunnen reageren op de complexiteit van en dynamiek in maatschappelijke vraagstukken.

Wel blijkt dat de ruimte in de loonsom veel meer onder druk staat, waardoor de ruimte voor inhuur ook minder wordt. Hierop anticiperen we bij de begroting 2025-2028. De ruimte loopt terug omdat de krappe arbeidsmarkt leidt tot een stijging van startsalaris voor nieuwe medewerkers. De flexibele schil in ambtelijke capaciteit is noodzakelijk om slagvaardig en adequaat te reageren op vraagstukken vanuit de samenleving. Personeel en organisatie Het jaar 2023 was een uitdagend jaar waarin wij te maken hebben met grote vraagstukken, maar ook een steeds uitdagender jaar wat betreft de arbeidsmarkt. Vanaf het jaar 2021 zagen we de krapte en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en deze trend heeft zich ook in 2023 voortgezet. Het is van groot belang om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven, in het bijzonder voor jongere generaties. Een positieve werksfeer met ruimte voor eigen inbreng, creativiteit en eigen verantwoordelijkheid. Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden zoals individueel keuzebudget, flexibele werktijden met mogelijkheden tot thuiswerken, beschikbaar stellen van eigentijdse werken communicatiemiddelen, maar vooral een actief en ruimhartig opleidings- en mobiliteitsbeleid dragen hieraan bij. Doorgroeimogelijkheden en persoonlijke groei zijn een belangrijk item, maar in 2023 is er ook veel aandacht geweest voor het welzijn van onze medewerkers.

We zagen een toenemende druk op de arbeidsmarkt met moeilijk invulbare vacatures. Zoals in 2021 al verwacht, blijft deze trend zich negatief voortzetten en is de werving van personeel moeilijker, arbeidsintensiever en duurder geworden in 2023. De werkdruk op onze medewerkers is als gevolg van moeilijk invulbare vacatures én steeds groter wordende vraagstukken toegenomen. Er wordt steeds meer gevraagd en de signalen uit de organisatie geven een beeld dat hetgeen wat er gebeuren moet niet behapbaar is met onze huidige formatieplaatsen. De inhuurkosten blijven ook in 2023 hoog, deze zijn grotendeels te verklaren door vervanging bij ziekte, openstaande vacatures, te verwachten wetswijzigingen en tijdelijke extra ondersteuning. Deze inhuur is geen structurele oplossing, maar biedt op korte termijn continuïteit en doorgang in de werkzaamheden. De verwachting is dat ook in 2024 deze trend zich voortzet en wij voorlopig voor een uitdaging blijven staan, waarbij het welzijn van onze medewerkers de hoogste prioriteit heeft. In deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt proberen wij ons als gemeente Voorst steeds meer te positioneren. Zo hebben wij een film gemaakt over gemeente Voorst als werkgever. Wij richten ons als werkgever op een divers en inclusief personeelsbestand. In 2023 zijn 40 medewerkers in dienst getreden.

Daarnaast hebben 27 medewerkers in 2023 de organisatie verlaten, waarvan 16 medewerkers op eigen verzoek, waarbij | 95

het grootste gedeelte vanwege het aanvaarden van een baan elders, 5 wegens (keuze) pensioen, 3 om overige redenen en 3 vanwege het aflopen van het contract. 8 medewerkers zijn intern doorgestroomd in de organisatie naar andere functies. In totaal zijn in 2020 72 Wsw medewerkers in dienst gekomen. Inmiddels zijn tot en met 2023 16 medewerkers uitgestroomd. In 2023 hebben we het beschikbare opleidingsbudget overschreden met, afgerond € 99.000. De oorzaak hiervan is dat wij medewerkers willen binden aan onze organisatie. Daarnaast vinden wij interne doorstroom ook belangrijk. Hierdoor stimuleren wij de medewerkers om opleiding en/of coaching te volgen. Ook zijn wij als gemeente vanuit de Arbo verplicht om medewerkers op te leiden, zo heeft 70% van onze medewerkers de training omgaan met agressie gevolgd. Maar ook het up-to-date houden van alle kennis op de verschillende vakgebieden zorgt ervoor dat medewerkers webinars en kennissessies volgen. Het ziekteverzuim had in 2023 een omvang van 6,79% (2022: 5,11%, 2021: 3,63%, 2020:3,8%, 2019:4,1%, 2018: 4,7%, 2017: 5,1%). Het landelijke referentiecijfer is 5,25%. Hier zitten wij boven. Het verzuim is ten opzichte van 2022 gestegen. Wij zagen dit al terug in het laatste kwartaal van 2022 en dit werkt door naar het eerste kwartaal van 2023. Hier zijn meerdere oorzaken van.

Eén van deze factoren is een hoge werkdruk, ook hebben wij als organisatie te maken met een aantal mensen met long-covid. Het ziekteverzuim voor onze Wsw medewerkers had in 2023 een omvang van 18,5% (2022 17,9% 2021: 11,3%). Het landelijk referentiecijfer voor deze doelgroep is 16,6%. Samen met de bedrijfsarts doen we er alles aan om voor alle medewerkers passende werkplekken te vinden. De Wsw medewerkers behoren allen tot een kwetsbare groep qua gezondheid. Met de inspraakorganen, de Ondernemingsraad (OR) en het lokaal overleg (voorheen de commissie voor Georganiseerd Overleg), is ook in 2023 constructief samengewerkt. In 2023 is er een nieuwe OR gekozen bestaande uit zeven leden. De belangrijkste overlegonderwerpen zijn het welzijn en de arbeidsomstandigheden van de medewerkers. Andere onderwerpen van gesprek zijn vitaliteit, doorontwikkeling organisatie, financiën/ begroting, nieuwe vertrouwenspersonen, aanbesteding inhuur, functiewaardering Wsw. Informatiebeleid en automatisering De informatie- en communicatietechnologie (ICT) vormt een bepalende succesfactor voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de samenleving. Dit vergt voortdurende investeringen in de ICT-infrastructuur en informatiesystemen.

Landelijke en Europese wetgeving bepaalt steeds meer de richting zoals de Wet digitale overheid, de Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer, de Wet open overheid, het Besluit digitale toegankelijkheid overheid en de Wet hergebruik van overheidsinformatie. Ook wordt er steeds meer ingezet op de Common Ground gedachte. Een nieuwe, moderne, overheidsbrede informatievoorziening voor het uitwisselen van gegevens, waarbij eenmalig opslaan en meervoudig ontsluiten de basisgedachte is. Wij geven hier vorm aan door een effectieve invulling van het beheer en het gebruik van de Basisregistraties en de inzet van meerdere moderne applicaties ter ondersteuning van het zaakgerichte werken. Een efficiënte (digitale) basis is naast wetgeving een vereiste voor een goede dienstverlening. Zaakgericht werken vormt daarmee de basis voor een hoge kwaliteit van de informatievoorziening en gestroomlijnde processen. In 2022 en 2023 zijn er meerdere nieuwe applicaties geïmplementeerd. Een zaaksysteem, een klantgeleidings- en afsprakensysteem, een Suite voor sociale regie 96 |

en een applicatie voor vergunningverlening ter voorbereiding op de omgevingswet. In 2023 is er geïnvesteerd in capaciteit om deze systemen en de gegevensuitwisseling te borgen in de organisatie. Het beheren en doorontwikkelen vraagt structurele aandacht. Al deze veranderingen hebben veel van de organisatie en de medewerkers gevraagd en zullen dat ook het komend jaar blijven doen, omdat er nog hard wordt gewerkt aan de verdere uitbouw van deze applicaties en het bijbehorende databeheer. De reguliere ICT-uitgaven waren in 2023 als volgt:

Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Telefoon Overige inkomsten Totaal baten Saldo

Raming Rekening 2023 2023 Saldo 2023 10.543 5.803 4.740 1.024.124 1.048.894 -24.770 117.385 102.892 14.493 159.240 194.310 -35.070 411.311 328.178 83.133 1.722.603 1.680.077 42.526 27 -27 29.819 29.819 -27 29.819 29.792 1.722.630 1.650.258 72.318

De ontwikkeling van ICT-uitgaven door de jaren heen geven het volgende beeld:

Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo

Rekening Rekening Rekening Rekening 2020 2021 2022 2023 13.191 11.098 13.414 5.803 686.735 754.561 847.803 1.048.894 182.908 133.037 147.826 102.892 95.962 98.313 135.656 194.310 352.768 303.747 287.708 328.178 1.331.564 1.300.756 1.432.407 1.680.077 23.969 29.819 23.969 29.819 1.307.595 1.300.756 1.432.407 1.650.258

Verantwoording informatieveiligheid over het jaar 2023 Wereldwijd is ICT-beveiliging een issue. Ook binnen de gemeente Voorst hebben we afgelopen jaar te maken gehad met verschillende (wereldwijde) beveiligingslekken. Deze zijn tijdig ontdekt en dichtgezet, maar beveiliging vraagt continu aandacht. We zien een trend dat beveiliging van systemen voortdurend en steeds meer vraagt van de beschikbare capaciteit. Dit wordt bevestigd in het door de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) uitgebrachte “Dreigingsbeeld informatiebeveiliging Nederlandse gemeenten”. Hierin worden drie soorten dreigingen aangeduid: meer ransomware met destructievere gevolgen, steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in de software en weinig zicht op de gevaren in de keten. Wij werken aan het weerbaarder maken van de organisatie om de kans op een incident of crisis aanzienlijk te verkleinen. Afgelopen jaar is een nieuwe aanbesteding Monitoring & Response gestart in samenwerking met de VNG/IBD en Bizob (inkooporganisatie voor gemeenten in OostBrabant), met als doel een raamovereenkomst te sluiten met 6 leveranciers waaruit de gemeenten een keuze kunnen maken. De gunning heeft inmiddels plaatsgevonden en wij zitten in de voorbereiding van een minicompetitie om de voor ons meest geschikte partij te selecteren.

In dat kader hebben wij onze personele capaciteit uitgebreid met een security specialist die zich gaat bezighouden met monitoring van onze ICTomgeving, opvolging van beveiligingsincidenten, diepgaand technisch onderzoek en het voorkomen van cybersecurityincidenten. Kortom, bijdragen aan een digitale veilige gemeente. | 97

De verantwoording over informatiebeveiliging vindt plaats aan de hand van een collegeverklaring en verantwoordingsrapportage over de Basisregistraties. Deze rapportages worden u met een raadsmededeling aangeboden, gelijktijdig met de jaarstukken 2023.

98 |

4.6 Paragraaf Openbaarheid Wet Open Overheid In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet Open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Deze begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De Woo is er zodat mensen een verzoek kunnen doen om bepaalde informatie die bij bestuursorganen ligt openbaar te maken. Daarnaast is de Woo erop gericht dat bestuursorganen informatie actief openbaar gaan maken in het kader van transparantie. De Woo is de vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In 2023 waren er 16 ingediende Woo-verzoeken. Dit is een stijging van 6 Wooverzoeken vergeleken met 2022. Overzicht Woo-verzoeken en daaruit voortkomende procedures (*):

Jaar 2023 2022 2021 2020 2019

Aantal ingediend 16 10 14 13 12

Aantal afgehandeld 6 8 13 13 7

Aantal afgewezen Aantal of afgedaan toegewezen en als verzoek om documenten informatie verstrekt 10 7 2 6 5 7 2 11 2 9

Aantal bezwaar / beroep 0/0 1/0 2/0 0/0 2/1

(*) Bezwaar- beroepschriften voorkomende uit Woo-verzoeken worden toegerekend aan de categorie bezwaar- of beroepschriften waar het Woo-verzoek geheel of hoofdzakelijk op ziet.

| 99

4.7 Paragraaf Verbonden partijen Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente zowel een financiële als bestuurlijke relatie heeft. Beide relaties komen voort uit de verplichtingen op grond van een gemeenschappelijke regeling (GR), in samenhang met het bepaalde in artikel 193 van de Gemeentewet. De financiële verplichting houdt in dat de gemeente bijdraagt in de kosten van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Bij een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn de opties dat de gemeente kapitaal verstrekt in de vorm van risicodragend kapitaal, een lening of garantstelling, c.q. een subsidie of een combinatie van deze mogelijkheden. Bij de bestuurlijke relatie staat zeggenschap bij de rechtspersoon centraal, o.a. via de mogelijkheid om bestuursleden of commissarissen te benoemen of via het stemrecht als aandeelhouder. Huidige beleidskaders Aanwezigheid publiek belang Bij zowel een financiële als een bestuurlijke relatie dient sprake te zijn van een publiek belang. De behartiging van een publiek belang staat centraal bij de rechtspersoon aan wie de gemeente zich verbonden heeft. Het publiek belang zal gedefinieerd zijn in het gemeentelijk besluit tot deelneming. De invulling van het publieke belang leidt tot bepaalde taken en werkprocessen. Als er geen sprake (meer) is van een publiek belang, dan is deelneming niet (meer) aan de orde.

Volledige betrokkenheid bij behartiging publiek belang Bezien moet worden of volledige, dan wel gedeeltelijk gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publieke belang/de publieke taak noodzakelijk is. De vraag is op welke elementen van de werkprocessen de gemeente invloed wil hebben. Gaat het alleen om de output en de resultaten, of ook om de beheersing van het proces zelf? Als volledige betrokkenheid noodzakelijk is, maar de gemeente het publieke belang niet zelfstandig kan behartigen, dan is deelname aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, c.q. samenwerkingsverband, geïndiceerd. Gedeeltelijke betrokkenheid bij behartiging publiek belang Als sprake is van een publiek belang maar volledige gemeentelijke betrokkenheid niet noodzakelijk is, komt deelname aan een privaatrechtelijk rechtspersoon in beeld. De weg daar naar toe begint bij de vraag of de gemeente het publieke belang via bestuurlijke zeggenschap in combinatie met een financiële deelname voldoende kan behartigen. Deze vraag is van belang voor de rol waarin de gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever in beeld is. Biedt bestuurlijke deelname onvoldoende mogelijkheden om de verantwoordelijkheden voor het desbetreffende publieke belang waar te maken, dan is deelneming niet langer zinvol of is een nieuwe participatie niet aan de orde.

Risicoanalyse bij betrokkenheid behartiging publiek belang Indien gemeentelijke participatie geïndiceerd is, is het zaak risico's in kaart te brengen en is de monitoring van de risico’s noodzakelijk. Deze situatie kan spelen als een verplichte afdekking van tekorten, geldleningen en garanties speelt. Ook kan deze situatie ontstaan als de noodzaak tot monitoring van de omvang van het gemeentelijke aandelenkapitaal noodzakelijk is. Monitoringsinstrumenten zijn het beoordelen of goedkeuren van de begroting en de jaarrekening, dan wel specifiek omschreven besluiten en de beoordeling van het nakomen van de gewenste prestaties met inbegrip van het gewenste voorzieningenniveau. Vastlegging hiervan en verslaglegging hierover is noodzakelijk.

100 |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14161537/2