CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte (2021-47617)

gemeenteraad 29 november 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Transitievisie Warmte (2021-48553)17.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.1

Wanneer is een buurt kansrijk om te starten?

In 2050 is de gemeente Voorst volledig aardgasvrij. Dat is een flinke opgave. Om de doelstelling in zicht te houden, moeten er circa 310 woningequivalenten per jaar aardgasvrij worden gemaakt. De opgave betekent ook dat ieder gebouw in de gemeente Voorst richting 2050 aan de beurt komt. We kunnen echter niet overal tegelijk starten. Daarom stellen we een zogenaamde buurtvolgorde op van alle buurten in de gemeente Voorst. Dit is een overzicht van wanneer welke buurt aan de beurt komt richting 2050.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

38

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

IN 2050 IS DE GEMEENTE VOORST VOLLEDIG AARDGASVRIJ. OM DE DOELSTELLING IN ZICHT TE HOUDEN, MOETEN ER CIRCA 310 WONING­ EQUIVALENTEN PER JAAR AARDGASVRIJ WORDEN GEMAAKT.

39

Om te komen tot een buurtvolgorde van alle buurten maken we gebruik van criteria met een bijbehorende score per buurt. De criteria zijn afkomstig van het Programma Aardgasvrije Wijken. Hieronder volgt een korte beschrijving van de tien criteria die zijn toegepast.

Technisch-economische criteria

■ Lage nationale kosten: Waar zijn de totale kosten van de overstap naar een aardgasvrij alternatief het laagst? Het gaat hier om alle gemaakte kosten die de samenleving als geheel toekomen. ■ Eindgebruikerskosten: Waar zijn de kosten voor de bewoner het laagst? ■ Robuustheid van de resultaten: Waar heeft een optie (dat wil zeggen: een hernieuwbare warmtechniek) in verschillende scenario’s en/of modellen de voorkeur? Waar heeft een optie duidelijk lagere kosten dan andere alternatieven?

Werk met werk maken (meekoppelkansen)

■ Investeringsagenda infrastructuur: Waar zijn de komende jaren werkzaamheden gepland in de ondergrond, zoals vervanging van riolering, water- of gasleidingen of andere wegopbrekingen? ■ Investeringsagenda vastgoedeigenaren: De natuurlijke herinvesteringsmomenten van lokale vastgoedeigenaren (m.n. woningcorporaties) met betrekking tot het renoveren van vastgoed en/of sloop- en -nieuwbouwplannen; ■ Buurtontwikkeling: Waar zijn grootschalige nieuwbouw- of transformatieprojecten?

Sociale kracht

■ Lokaal buurtinitiatief: Wanneer inwoners en/of bedrijven zelf al een initiatief hebben, dan kan dit een goede reden zijn om hier te starten met de warmtetransitie; ■ Sociale karakteristieken van de buurt: – Draagvlak voor de transitie: Er kan gestart worden in die buurten waar de warmtetransitie bij inwoners

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

het meest leeft en waar inwoners het meest gemotiveerd zijn. – Draagkracht: Er kan gestart worden met gebouwen van bewoners (specifiek particuliere huiseigenaren) die de draagkracht hebben om te investeren. Of (aansluitend bij sociaal-economisch beleid) juist in de zwakkere buurten starten met het aardgasvrij maken.

Overige criteria

■ Contracteerbaarheid: In buurten waar een relatief beperkt aantal partijen (bijvoorbeeld een woningcorporatie) een groot deel van het vastgoed bezit, wordt het contracteren van de warmtevraag eenvoudiger omdat er maar met een beperkt aantal partijen afspraken hoeven te worden gemaakt; ■ Waarde van het gasnet: Liander investeert in het gasnet. Als het gasnet recent is aangelegd, heeft deze nog een hoge waarde in de boeken. Het is voor Liander daarom wenselijk om te beginnen in buurten waar de waarde van het gasnet het laagst is. In de Startnotitie Transitievisie Warmte hebben we deze criteria reeds opgesteld met de betrokken ­stakeholders. De Startnotitie is vervolgens vastgesteld door de gemeente­raad. Alle criteria zijn per buurt ingevuld en daaruit komt een reeks buurten naar voren waar de meeste kansen liggen om te starten. Het afwegingskader en de buurtvolgorde is tot stand gekomen in samenwerking met de betrokken stakeholders uit de gemeente Voorst. Een beschrijving van dit proces is te vinden in bijlage 3 – In acht stappen naar een Transitievisie Warmte.

40

4.2

Afwijkende buurtindeling

Bij het maken van de buurtvolgorde is in eerste instantie uitgegaan van de indeling van buurten van het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS). Uit de werksessies met stakeholders bleek echter, dat het in sommige gevallen logisch is van deze indeling af te wijken. Naast de standaard CBS-buurtindeling hebben wij een viertal buurten (of clusters) geïdentificeerd die een eigen aanpak nodig hebben. Deze clusters zijn op de kaart hieronder weergegeven. Ook staan we kort stil bij de beweegredenen om van de standaardindeling af te wijken per buurt en lichten we de voorkeursoplossing toe: 1. Cluster Twello Zuidoost, individuele oplossing (‘all-electric’-variant). Hier bevindt zich relatief recente bouw met gunstige energielabels, waarvan een klein deel reeds aardgasvrij is. De inspanning voor extra isolatie is hier ook relatief beperkt. Daarom lijkt een individuele oplossing voor de gebouwen hier logisch. 2. Clusters van bedrijven, individuele oplossing (kleinschalig WKO-net). Betreft drie bedrijventerreinen rond Twello, één bij Terwolde en één bij vliegveld Teuge. Het ligt voor de hand om de bedrijventerreinen in de gemeente Voorst als aparte buurten te beschouwen. Dat heeft te maken met de andersoortige warmtevraag op deze locaties. Zo hebben bedrijventerreinen een lagere temperatuur warmte nodig, er hoeft doorgaans niet te worden gekookt of gedoucht.

Dan blijft hoofdzakelijk ruimteverwarming en koeling over. Dat maakt bedrijventerreinen bij uitstek geschikt voor een kleinschalig WKO-net. Kanttekening hierbij is dat deze bedrijven geen hoogtemperatuur warmte nodig hebben voor hun bedrijfsprocessen. Dit zal in de Wijkuitvoeringsplannen nader worden onderzocht. 3. Vakantiepark De Scherpenhof, individuele oplossing (‘all-electric’-variant). Bij een vakantiepark is er één aardgasaansluiting. Bovendien worden de vakantiewoningen het meeste gebruikt in de zomer, waardoor er een beperkte vraag is naar aardgas. Deze woningen lijken qua bouw sterk op elkaar, ze hebben één

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

eigenaar en één aansluiting bij Liander. Er wordt echter niet met de cluster vakantieparken begonnen, omdat de warmte­vraag relatief laag is. Dit komt onder andere doordat de piekbezetting van de vakantieparken in de zomer is. Ook wordt er op provinciaal en nationaal niveau onderzocht of vakantieparken een aparte aanpak nodig hebben bij het aardgasvrij maken. De gemeente Voorst houdt daarom deze ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. 4. Schilderswijk, van Oude Veldjes tot Stationsstraat (Twello-Midden) en Planetenbuurt, individuele oplossing (geothermie of ‘all-electric’-variant). Deze buurten hebben een relatief recent bouwjaar en gunstige energielabels. De Planetenbuurt heeft bijkomend een hoog aandeel corporatiebezit.

1 Cluster Twello Zuidoost 2 Clusters van bedrijven 3 Vakantiepark 4 Schilderswijk, van Oude Veldjes tot Stationsstraat (TwelloMidden) en Planetenbuurt

41

4.3

Beschrijving van de startbuurten 2022-2026

Hieronder beschrijven we drie startbuurten. Deze zijn naar voren gekomen uit de buurtvolgorde van de criteria en de werksessies met stakeholders. Aan deze buurten is een jaartal verbonden. Dat betekent dat we in deze buurten in dat jaar willen beginnen met het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Dit betekent niet dat in het aangegeven jaar de eerste huizen van het aardgas afgaan. In hoofdstuk 5 is meer te lezen over hoe het proces na de vaststelling van deze Transitievisie Warmte eruit ziet. Uit de analyse is gebleken dat de meeste kansen liggen bij het verduurzamen van de verschillende dorpen in de gemeente, en in de buurten van Twello. Het buitengebied is zeer divers en daardoor niet logisch om mee te beginnen. Uit voorgaande hoofdstuk is gebleken dat er niet veel kansen liggen qua warmtebronnen in de gemeente en daardoor zijn de warmtevraag en vooral de buurtkenmerken doorslaggevend bij het komen tot de buurtvolgorde. Er zijn drie startbuurten naar voren gekomen. Dit zijn het dorp Wilp, bedrijventerrein Engelenburg en de Planetenbuurt in Twello. In de startbuurten starten we met Wijkuitvoeringsplannen in de komende vijf jaar. Daarbij starten we in buurten waar een verschillende oplossing voorzien is. Dit sluit aan bij het principe van leren en opschalen van het ‘S-curve’-tijdspad.

cohesie in Wilp lijkt groter dan in Voorst. Wilp is bovendien een kleiner dorp, wat het iets eenvoudiger maakt om te beginnen. Een uitdaging is het gasnet, dat als een kruis door het dorp loopt. Dit zijn onder andere hoofdleidingen die niet alleen het dorp Wilp voeden, maar ook omliggende bebouwing en dorpen in de omgeving. Voor Liander is het daarom interessant om hier te starten. Deze informatie is zeer relevant als we in andere dorpen met een vergelijkbare situatie aan de slag gaan, zoals Posterenk. Wilp Kenmerken* *Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

410 woningequivalenten Gemiddelde warmtevraag Gemiddeld bouwjaar woningen

Voorkeursoplossing

Eindoplossing: individueel ‘all-electric’ Tussenoplossing: hybride warmtepomp

Koppelkansen

Afschrijving gasnet hoog. Sterke sociale cohesie

Wanneer starten?

In 2022 starten (startbuurt)

Bedrijventerrein Engelenburg – starten in 2024 Bedrijventerrein Engelenburg Kenmerken* *Relatief ten opzichte van het

1000 woningequivalenten Relatief recente bouw

totaal in de gemeente Voorst

Voorkeursoplossing

Eindoplossing: WKOnet (verder onderzoek benodigd)

Koppelkansen

Afschrijving gasnet bovengemiddeld

Wanneer starten?

In 2024 starten (startbuurt)

Bedrijventerrein Engelenburg is als buurt afkomstig uit de afwijkende buurtindeling (zie paragraaf 4.2). Als bedrijventerrein is Engelenburg interessant om mee te starten. Dit is een relatief jong bedrijventerrein waardoor de bedrijven op een eenvoudige manier verder geïsoleerd kunnen worden. Bovendien is het kansrijk om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een kleinschalig WKO-net. Een bedrijventerrein is bij uitstek geschikt voor een kleinschalig WKO-net, vanwege de relatief stabiele warmte- of koudevraag gedurende het jaar. Door Nederland heen zijn voorbeelden te vinden van bedrijventerreinen die op deze manier zorgen voor hun ruimteverwarming en koeling. Niettemin zal aanvullend onderzoek moeten worden gedaan naar kansrijkheid en (financiële-) haalbaarheid. Door ook met een bedrijventerrein te beginnen, kunnen we ervaring opdoen zodat we daarna ook aan de slag kunnen met de andere bedrijventerreinen.

Wilp – starten in 2022

Bij de vergelijking van de criteria kwamen 2 dorpen sterk naar voren. Dit zijn Wilp en Voorst. Beide dorpen hebben een duidelijke voorkeursbron, namelijk individueel ‘all-electric’ met als tussenoplossing een hybride warmtepomp. De nationale kosten zijn relatief laag, er is veel corporatiebezit en het gasnet is grotendeels afgeschreven. Vervolgens is er gekeken naar de kwalitatieve criteria om een keuze te maken tussen beide dorpen. De sociale

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

42

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

43

Planetenbuurt – starten in 2026 Planetenbuurt Kenmerken* *Relatief ten opzichte van het

178 woningequivalenten. Relatief recente bouw

totaal in de gemeente Voorst

Voorkeursoplossing

Eindoplossing: WKOnet (verder onderzoek benodigd)

Koppelkansen

Afschrijving gasnet bovengemiddeld

Wanneer Starten?

In 2026 starten (startbuurt)

4.4

Beschrijving van buurten waar we aan de slag gaan in de periode 2026-2030

Hierna zijn de buurten weergegeven waar we aan de slag gaan in de periode 2026-2030. Hiervoor is een zestal buurten geselecteerd, waarmee het tempo ten opzichte van de startbuurten hoger ligt. Zo houden we de opgave in zicht en volgen we het ‘S-Curve’-tijdspad. Conform de hoofdstrategie uit hoofdstuk 3 starten we voor geheel Twello (inclusief omliggende tuinderijen) een onderzoek naar de mogelijkheden voor geothermie. Dat is terug te zien bij de voorkeursoplossing in de onderstaande buurten Twello-midden en Cluster Twello Zuidoost, maar dit geldt dus voor alle buurten in Twello. Deze Transitievisie wordt iedere vijf jaar herijkt. Dat geeft de mogelijkheid om, naar aanleiding van voortschrijdend inzicht, de visie aan te scherpen. Dat kan op het gebied zijn van technologische ontwikkelingen, maar ook voortschrijdend inzicht ten aanzien van de beschikbaarheid van warmtebronnen. Op basis van de huidige inzichten zien wij echter de volgende buurten voor ons waarin we in de periode 2026-2030 willen starten.

Twello-midden

Terwolde

Twello-Midden

Terwolde

Kenmerken*

*Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

Voorkeurs­ oplossing

Koppelkansen

Wanneer starten?

2626 woningequivalenten. Hoge totale warmtevraag Bouwjaar iets recenter dan gemiddeld Grootste aandeel corporatiebezit in de gemeente

*Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

467 woningequivalenten Gemiddelde warmtevraag Bouwjaar woningen ouder dan gemiddeld

Voorkeursoplossing

Collectieve eindoplossing: Geothermie i.c.m. tuinderijen (onderzoek nodig) TEO uit de IJssel (bron ver weg, vraagt verdere uitwerking) in combinatie met kleinschalige restwarmtebronnen. Tussenoplossing: Hybride warmtepomp of individueel ‘all-electric’

Eindoplossing: Collectief TEO i.c.m. TEA (vraagt verdere uitwerking) Individueel ‘all-electric’ Tussenoplossing: hybride warmtepomp

Koppelkansen

Renovatie IJsseldal Wonen i.c.m. hoog aandeel corporatiebezit Beoogde hittestress is groot Beoogde wateroverlast is groot

Renovatie van zo’n 30 woningen (<D-label) door IJsseldal Wonen (voor2025) Werkzaamheden regenwaterriool diverse straten (2024) Afschrijving gasnet hoog

Wanneer starten?

2026-2030

2026-2030

De Planetenbuurt is onderdeel van Twello Zuid. Dit is een buurt uit de afwijkende buurtindeling(zie paragraaf 4.2). De Planetenbuurt kent nieuwere huizen, waarvan een deel reeds aardgasvrij is gemaakt. Het gemiddelde bouwjaar is recent (1996) en het energielabel is gunstig. De eindoplossing is individueel ‘all-electric’. Het is dus een logische plek om te starten met het aardgasvrij maken van Twello.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Kenmerken*

n

44

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

45

Cluster Twello Zuidoost

Steenenkamer

Posterenk

Nijbroek

Dit betreft een cluster van de buurten v.h. (vrije huizen) Twello-Zuid, Twello Midden en Twello Zuid uit de afwijkende buurtindeling.

Steenenkamer

Posterenk

Nijbroek

Cluster Twello Zuidoost Kenmerken* *Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

Voorkeursoplossing

753 woningequivalenten Gemiddelde warmtevraag Relatief recente bouw

Kenmerken*

*Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

Voorkeursoplossing

Eindoplossing: individueel ‘all-electric’ Tussenoplossing: hybride warmtepomp

Koppelkansen

N.v.t.

Wanneer starten?

2026-2030

117 woningequivalenten Bovengemiddelde warmtevraag Bouwjaar woningen ouder dan gemiddeld

Kenmerken*

Eindoplossing: Collectief TEO uit de IJssel (bron onzeker) in combinatie met Deventer (De Worp) Individueel ‘all-electric’ Tussenoplossing: hybride warmtepomp

Voorkeursoplossing

Koppelkansen

Nabijheid van Deventer (De Worp) leent zich tot verkennen van gezamenlijke oplossing

Wanneer starten?

2026-2030

*Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

100 woningequivalenten Bovengemiddelde warmtevraag Bouwjaar woningen ouder dan gemiddeld Eindoplossing: individueel ‘all-electric’ Tussenoplossing: hybride warmtepomp

Koppelkansen

Afschrijving gasnet zeer hoog

Wanneer starten?

2026-2030

Kenmerken* *Relatief ten opzichte van het totaal in de gemeente Voorst

63 woningequivalenten Gemiddelde warmtevraag Bouwjaar woningen ouder dan gemiddeld

Voorkeursoplossing

Eindoplossing: individueel ‘all-electric’ Tussenoplossing: hybride warmtepomp

Koppelkansen

Afschrijving gasnet zeer hoog Energiecoöperatie Nijbroek

Wanneer starten?

2026-2030

er

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

46

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

47

Hoofdstuk 5

AAN DE SLAG

In hoofdstuk 5 staan de stappen centraal na het vaststellen van deze Transitievisie Warmte door de gemeenteraad van Voorst. Daarbij kijken we naar wat er nodig is om te komen tot Wijkuitvoeringsplannen (5.1) en wat inwoners nu al kunnen doen om hun huis te verduurzamen (5.2).

VOOR ELK TYPE GEBOUW MOET EEN STAPPENPLAN KOMEN EN VOOR ELKE DOELGROEP EEN JUISTE BEGELEIDING EN DE MOGELIJKHEID VOOR FINANCIERING.

5.1

Wat is er nodig om te komen tot Wijkuitvoeringsplannen?

In hoofdstuk 4 zijn drie startbuurten aangewezen. Hier gaan we dus beginnen met het aardgasvrij maken van gebouwen. De eerste stap hierin is het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Per startbuurt wordt er één Wijkuitvoeringsplan opgesteld. Het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen is een intensief proces waarbij nauwkeurig wordt gekeken welke gebouwen en welke doelgroepen er zijn. Voor elk type gebouw moet een stappenplan komen en voor elke doelgroep een juiste begeleiding en de mogelijkheid voor financiering. Voor het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen zorgt de gemeente voor de projectleiding. Het is belangrijk dat de Wijkuitvoeringsplannen opgesteld worden met iedereen die hier een belang in heeft. Ook de dorpsbelangen­organisaties worden daarom meege­ nomen in het proces.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

48

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

49

Er is twee jaar de tijd om een Wijkuitvoeringsplan op te stellen. Dit is een lange periode, maar deze tijd is hard nodig. We willen deze plannen namelijk opstellen met alle inwoners, bedrijven en instellingen. Samen bepalen we wat we gaan doen, hoe we het gaan doen en wanneer we het gaan doen. De eerste stap is het opstellen van het participatietraject. Daarin staat hoe we inwoners en belanghebbenden gaan betrekken. Na twee jaar ligt er een Wijkuitvoeringsplan met tenminste de volgende elementen: ■ De planning wanneer de buurt (stapsgewijs) aardgasvrij wordt; ■ Wanneer de toelevering van aardgas wordt beëindigd; ■ Welk alternatief voor aardgas wordt gekozen; ■ Welke concrete fysieke maatregelen daarvoor nodig zijn in de openbare ruimte en in de gebouwen; ■ Welke investeringen er gedaan moeten worden en door wie; ■ Welke keuzeruimte er is voor individuele bewoners (bijvoorbeeld om niet mee te gaan in collectieve maatregelen); ■ Hoe het participatietraject is vormgegeven en welke partijen betrokken zijn bij deze planning en keuze voor het aardgasvrije alternatief; ■ Op welke wijze de keuze is gemaakt om voor deze strategie te gaan (met o.a. motivatie als er niet voor de variant met de laagste maatschappelijke kosten is gekozen). Het Wijkuitvoerinsplan gaat niet alleen over het aardgasvrij maken van de wijk, maar ook over het toekomstbestendig maken van de wijk.

Daarom kunnen er ook meteen andere zaken meegenomen worden. Leven er bepaalde sociale problemen? Is er behoefte aan een extra speelveld? Wat is de woningbouwbehoefte? Door de vraag breed aan te vliegen, zorgen we ervoor dat de wijk toekomstbestendig wordt.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

5.1.1

Gemeentelijke inzet

Op basis van een uitvraag onder gemeenten heeft bureau Andersson Elffers Felix de inschatting gemaakt dat het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan voor een kleine gemeente (waaronder Voorst) ongeveer 0,8 – 1,1 fte per Wijkuitvoeringsplan per jaar kost. Dit omvat de inzet voor de communicatie en participatie, projectcoördinatie, contact met woningcorporatie en warmteleveranciers en beleidswerk om meekoppelkansen met andere ontwikkelingen te bewaken. De eerste ervaringen die nu in gemeenten worden opgedaan, wijzen erop dat de benodigde inzet voor de eerste Wijkuitvoeringsplannen laag is ingeschat. Daarentegen zal de inzet in de loop der jaren per Wijkuitvoeringsplan lager worden vanwege leereffecten. Daarom zijn de buurten waar we in de periode 20262030 starten niet meegenomen in de raming. Voor de uitvoering van de Wijkuitvoeringsplannen en het begeleiden van bewoners wordt de benodigde inzet beraamd op 1,7 – 2,1 fte per Wijkuitvoeringsplan per jaar voor kleine gemeenten. Deze inzet zal na vaststelling van de Wijkuitvoeringsplannen aan de orde komen. Het duurt twee jaar voordat een Wijkuitvoeringsplan is opgesteld. De gemeente Voorst kent drie startbuurten die gefaseerd worden opgestart richting 2026. Dat betekent dat in 2022 gestart wordt in Wilp, 2024 op bedrijventerrein Engelenburg en in 2026 in de Planetenbuurt.

De verwachting is dat het proces om tot een Wijkuitvoeringsplan te komen 2 jaar duurt. Daarna is er acht jaar de tijd voor de uitvoe­ring. De termijn van acht jaar is afkomstig uit het Klimaatakkoord. De gemeente Voorst hanteert deze termijn daarom als richtlijn bij het uitvoeren van de Wijkuitvoeringsplannen. Dat betekent dat het streven is dat uiterlijk 2030 de eerste wijken aardgasvrij zijn gemaakt in de gemeente.

start gaan met twee kleinere buurten, namelijk bedrijventerrein Engelenburg en de Planetenbuurt, is het mogelijk dat deze raming positiever uitvalt. Jaar

Opstellen van eerste WUP (inzet in fte)

Uitvoeren van eerste WUP (inzet in fte)

Opstellen van tweede WUP (inzet in fte)

Uitvoeren van tweede WUP (inzet in fte)

2022

0,8 – 1,1

-

-

-

0,8 – 1,1

2023

0,8 – 1,1

-

-

-

0,8 – 1,1

2024

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

-

2,5 – 3,2

2025

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

-

2,5 – 3,2

2026

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

4,2 - 5,3

2027

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

0,8 – 1,1

4,2 - 5,3

2028

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

5,1 - 6,3

2029

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

5,1 - 6,3

2030

-

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

5,1 - 6,3

2031

1,7 – 2,1

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

5,1 - 6,3

2032

-

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

3,4 - 4,2

2033

-

-

1,7 – 2,1

1,7 – 2,1

3,4 - 4,2

2034

-

-

1,7 – 2,1

1,7 - 2,1

2035

-

-

1,7 – 2,1

1,7 - 2,1

Opstellen van derde WUP (inzet in fte)

Uitvoeren van derde WUP (inzet in fte)

Totaal (inzet in fte)

De geschatte inzet voor deze drie Wijkuitvoeringsplannen (WUP’s) ziet er dan als volgt uit. Let wel dat er in de onderstaande raming is uitgegaan van een gemiddeld Wijkuitvoeringsplan. Omdat we in de gemeente Voorst van

50

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

51

5.1.2

Aanbevelingen voor de uitvoeringsorganisatie

Omdat de Wijkuitvoeringsplannen impact ­hebben op vele stakeholders, is het van belang dat het Wijkuitvoeringsplan tot stand komt in samenwerking met de relevante stake­ holders in de buurt. Naast de aan­wezige bewoners en bedrijven, zijn dat bijvoorbeeld ook de netbeheerder (Liander), het (potentiële) warmtebedrijf, de woning­ coöperatie en andere verhuurders, de bouwsector en vertegenwoordigers van de utiliteitsbouw. Daarom staan we in deze paragraaf stil bij de inrichting van de uitvoerings­organisatie. Vertrekpunt bij het inrichten van de uitvoeringsorganisatie is de rolbepaling uit paragraaf 2.3.1. Deze is vastgesteld als onderdeel van de Startnotitie. Bij het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen wil de gemeente optreden als procesregisseur. Daarbij horen de volgende aanbevelingen voor de organisatie-inrichting. Interne samenwerking: ■ Projectgroep van losse medewerkers verdeeld over de lijn. Zij werken dus niet uitsluitend in deze projectorganisatie, maar doen dit in combinatie met hun andere werkzaamheden voor de gemeente; ■ De projectgroep bestaat uit medewerkers van verschillende disciplines en vakgebieden.

5.2

Wat kunnen inwoners nu al doen?

Collectieve inkoop

Uiteindelijk zijn het de inwoners die aan zet zijn om aan de slag te gaan met hun woning of andersoortig gebouw. Maar dat doen zij niet alleen. De gemeente Voorst wil hier zoveel mogelijk bij ondersteunen en ontzorgen. Op het moment van schrijven zijn er al meerdere initiatieven en regelingen waarvan gebruik gemaakt kan worden. Deze zijn hieronder beschreven.

5.2.1

Hoe gaat de gemeente ondersteunen?

Leningen en subsidies

Energiecoach

Er zijn vijf vrijwillige energiecoaches. Zij komen op afspraak bij mensen thuis om hen te informeren over energiebesparing, het opwekken van duurzame energie en de financiële mogelijkheden hiervoor. Met een warmtecamera sporen ze warmtelekken in het gebouw op. De energiecoaches helpen zowel woningeigenaren, huurders als bedrijven.

Energieloket

Externe samenwerking: ■ Stuurgroep met mandaat waarin grote belanghebbende organisaties vertegenwoordigd zijn.

www.regionaalenergieloket.nl is het digitale energieloket voor de gemeente Voorst. Hier is alle informatie te vinden over het verduurzamen van woningen, een overzicht van lokale projecten, leningen en subsidies. Ook is het mogelijk direct offertes op te vragen bij lokale bedrijven en u kunt een huisscan doen om direct te zien welke stappen u kunt nemen. Het Regionale Energieloket is altijd digitaal bereikbaar en telefonisch tijdens kantoortijden.

Aandachtspunten bij samenwerking: ■ Omgevingsbewustzijn; ■ Oog voor participatie en realiteit; ■ Verbindende vaardigheden, staat dicht bij de samenleving; ■ Flexibel en innovatief

Inwoners kunnen ook een afspraak maken met een energieadviseur van het fysieke energieloket. De energieadviseur kijkt graag mee naar de mogelijkheden voor de woning. Van kleine vragen zoals het vergelijken van offertes, tot een uitgebreider advies om geen aardgas meer te gebruiken.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Ieder jaar is er een collectieve inkoop voor isolatie en zonnepanelen. De gemeente Voorst organiseert dit samen met energiecoöperatie EnergieRijk Voorst. Het voordeel hiervan is dat de prijs scherp is doordat het voor de bedrijven makkelijker is als er meerdere opdrachten binnen eenzelfde gebied uitgevoerd kunnen worden. Een ander voordeel is dat de inwoner niet meer zelf op zoek hoeft naar een betrouwbare partij. De komende jaren kan deze collectieve inkoop uitgebreid worden met warmtepompen, zonnecollectoren, vloerverwarming of infraroodpanelen.

52

Landelijk zijn er leningen en subsidies beschikbaar. Bij de aanschaf van zonnepanelen geldt een BTW-voordeel. De komende jaren lijkt dit zo te blijven. Daarnaast biedt de gemeente nog een aantrekkelijke lening voor het verduurzamen van gebouwen. Zowel voor woningen als voor maatschappelijke organisaties.

Bedrijven

Voor bedrijven is er een gratis energiecoach die graag meekijkt naar de mogelijkheden voor energiebesparing. Ook krijgen alle bedrijven gratis advies over zonnepanelen en kunnen ontzorgt worden bij het opvragen van offertes en het aanvragen van de SDE-subsidie. De gemeente heeft samen met de Werkgeverskring Voorst een project voor advisering rondom energiebesparing.

het verduurzamen is een onderdeel van het Voorster Sportakkoord. Schooldakrevolutie helpt scholen met het plaatsen van zonnepanelen. En alle maatschappelijke organisaties kunnen gebruik maken van een lening om de maatregelen uit te voeren.

Gemeentelijk vastgoed

De gemeente is naast beleidsmaker ook zelf eigenaar van panden, dus ook de gemeente moet aan de slag met het aardgasvrij maken van gebouwen. Een mooi voorbeeld is het nieuwe gemeentehuis dat verwarmd wordt door middel van een ijskelder. In Voorst is de eerste gymzaal aardgasvrij gemaakt, en de komende jaren worden ook de andere gymzalen aardgasvrij gemaakt. Ook de andere gemeentelijke gebouwen, zoals het zwembad, moeten uiteindelijk aardgasvrij worden. Het ligt in de lijn der verwachting dat er vanuit het Rijk en andere overheden extra initiatieven worden ontplooid om de warmtetransitie een impuls te geven. De gemeente Voorst houdt haar inwoners via verschillende communicatiekanalen op de hoogte van dit soort ontwikkelingen.

Het Regionaal Energieloket onderzoekt op dit moment of het energieloket ook informatie kan geven aan bedrijven. De komende jaren wordt verder gekeken hoe de bedrijven zoveel mogelijk gestimuleerd en geïnformeerd kunnen worden.

Maatschappelijke organisaties, sportverenigingen en scholen Er zijn verschillende projecten om sportverenigingen en maatschappelijke organisaties te begeleiden bij het verduurzamen. Het helpen van sportverenigingen bij

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

53

5.2.2

‘No-regret’-maatregelen

Tot slot beschrijven we de maatregelen die inwoners van de gemeente Voorst zelf nu al kunnen nemen in de warmtetransitie.

Het is in ieder geval verstandig om bij het vervangen van uw keuken over te schakelen op elektrisch koken. Met het uitfaseren van aardgas richting 2050 verdwijnt ook de mogelijkheid om op aardgas te koken. De beschikbare duurzame gassen (groengas en mogelijk richting de verdere toekomst waterstofgas) zijn te spaarzaam om in te zetten voor koken.

Het loont altijd om uw woning of bedrijfspand te isoleren. Dat heeft enerzijds te maken met het terugdringen van de warmtevraag, anderzijds maakt u uw pand hiermee klaar voor aansluiting op een alternatieve warmtetechniek. Als u meer wilt weten over (na-) isoleren kunt u contact opnemen met het Regionaal Energieloket via www.regionaalenergieloket.nl

Als uw buurt niet tot de startbuurten 2022-2026 behoort (zie hoofdstuk 4.3) en uw CV-ketel aan vervanging toe is, kunt u overschakelen op een hybride ketel. Daarmee helpt u de warmtevraag van uw pand terug te dringen. Hybride ketels zijn mogelijk ook geschikt voor oudere panden. Neem voor meer informatie contact op met het Regionaal Energieloket via www.regionaal­energieloket.nl

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

54

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

55

Bijlage 1

BEGRIPPENLIJST In dit document worden verschillende begrippen gebruikt. Deze bijlage bestaat uit een lijst van begrippen en een korte uitleg daarbij. Voor een beschrijving van hernieuwbare warmtetechnieken, zoals aquathermie, ‘all-electric’ en geothermie: zie bijlage 4 – Beschrijving van hernieuwbare warmtetechnieken. ■ Buurten: In dit document spreken we steevast van ‘buurten’ als aanduiding van een geografisch afgebakend gebied dat als onderwerp dient voor de warmte­ transitie in dit gebied. Voor sommige gebieden dekt dit begrip misschien niet de lading en kan er beter ‘wijk’ of ‘dorp’ gelezen worden. Voor de eenduidigheid is besloten om consequent wel de term ‘buurt’ te gebruiken. ■ Joule: eenheid waarin energie (en in het ­bijzonder warmte) doorgaans wordt uitgedrukt. In deze Transitievisie Warmte wordt doorgaans terajoule met als afkorting TJ gebruikt. 1 terajoule staat gelijk aan 1.000.000.000.000 joule. ■ Programma Aardgasvrije Wijken (PAW): nationaal programma welke gemeenten ondersteunt bij het aardgasvrij maken van hun gebouwde omgeving. Het PAW heeft een stappenplan opgesteld dat bestaat uit zeven fasen die gemeenten kunnen doorlopen om tot een Transitievisie Warmte te komen. Dit stappenplan wordt gebruikt als handvat voor de aanpak in de gemeente Voorst.

3

■ Regionale Energiestrategie (RES): Nederland kent dertig energieregio’s. In de regio’s zoeken overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partners naar mogelijkheden om meer duurzame energie op te wekken. ■ De Startanalyse: Deze analyse is door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gemaakt met het model Vesta MAIS. De Startanalyse is gemaakt op basis van landelijke data en biedt op buurtniveau voor vijf warmtestrategieën een eerste beeld van de technisch­-economische gevolgen (zoals nationale kosten, energievraag, CO₂-reductie). Deze Startanalyse wordt met enige regelmaat geüpdatet op basis van de meest recente inzichten. ■ Transitievisie Warmte: In het Klimaatakkoord3 staat dat gemeenten de regisseur zijn in het komen tot een wijkgerichte aanpak om de hele gemeente uiteindelijk in 2050 aardgasvrij te krijgen. Hoe een gemeente dit gaat oppakken en in welke buurt ze wanneer aan de slag gaat, beschrijft de gemeente in de Transitievisie Warmte. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat iedere gemeente voor het eind van 2021 een Transitievisie Warmte heeft vastgesteld. Vervolgens moeten gemeenten iedere vijf jaar de Transitievisie Warmte herijken op basis van nieuwere inzichten. ■ Wijkuitvoeringsplan: In een Wijkuitvoeringsplan wordt vastgelegd op welke manier een buurt aardgasvrij gemaakt gaat worden. De Wijkuitvoeringsplannen worden vastgesteld na de Transitievisie Warmte.

De verwachting is dat het proces om tot een Wijk­ uitvoerings­plan te komen voor iedere buurt 2 jaar duurt. Daarna is er 8 jaar de tijd om alles voor te

bereiden op aardgasvrij. In het Wijkuitvoeringsplan moet in ieder geval in komen te staan: De planning wanneer de buurt (stapsgewijs) aardgasvrij wordt; - Wanneer de toelevering van aardgas wordt beëindigd; - Welk alternatief voor aardgas wordt gekozen; - Welke concrete fysieke maatregelen daarvoor nodig zijn in de openbare ruimte en in de gebouwen; - Welke investeringen er gedaan moeten worden en door wie; - Welke keuzeruimte er is voor individuele bewoners (bijvoorbeeld om niet mee te gaan in collectieve maatregelen); - Hoe het participatietraject is vormgegeven, welke partijen betrokken zijn bij deze planning en de keuze voor het aardgasvrije alternatief; - Op welke wijze de keuze is gemaakt om voor deze strategie te gaan (met o.a. motivatie als er niet voor de variant met de laagste maatschappelijke kosten is gekozen). ■ Woningequivalenten: met deze term wordt de warmte­vraag van een gemiddelde woning in Nederland uitgedrukt. Deze staat gelijk aan 27 gigajoule oftewel 0,027 terajoule per jaar.

Het Klimaatakkoord – en daarmee het opstellen van de Transitievisie Warmte is verbonden met twee wettelijke kaders. Ten eerste de instemming door het Parlement (2017) met het internationale Klimaatakkoord, waardoor de opgave voor 2050 wettelijk is vastgelegd. Ten tweede de Klimaatwet (2019). In deze wet zijn de klimaatdoelen vastgelegd. Het proces van zowel de RES als de Transitievisie Warmte dragen bij om deze wettelijke doelen te halen.”

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

56

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

57

Bijlage 2

DE ORGANISATIE­STRUCTUUR De organisatiestructuur bij de totstandkoming van de Transitievisie Warmte in de gemeente Voorst kent meerdere gremia met elk hun eigen samenstelling van personen en rol. De gremia zijn als volgt: ■ De gemeenteraad; ■ Het college van burgemeester en wethouders; ■ De stuurgroep; ■ De projectgroep;

De gemeenteraad stelt de Transitievisie Warmte vast. Zij wordt op verschillende momenten betrokken. In het voorjaar middels de Startnotitie, rond de zomer voor de concept Transitievisie Warmte en na de zomer met de definitieve Transitievisie Warmte. In de komende jaren heeft de gemeenteraad ook een rol in het vaststellen van Wijkuitvoeringsplannen (door een wijziging van het desbetreffende Omgevingsplan). Het college van B&W bespreekt de Startnotitie, de concept Transitievisie Warmte en de definitieve Transitievisie Warmte en legt deze voor aan de gemeenteraad.

Bijlage 3

IN ACHT STAPPEN NAAR EEN TRANSITIEVISIE WARMTE

De projectgroep bestaat uit: ■ Gemeente Voorst (afdeling duurzaamheid); ■ Gemeente Voorst (afdeling wonen); ■ IJsseldal Wonen; ■ Liander; ■ Waterschap Vallei & Veluwe; ■ Energiecoöperatie EnergieRijk Voorst.

In deze bijlage staat beschreven hoe deze Transitievisie Warmte tot stand is gekomen. Daarin onderscheiden we acht stappen of fases.

De projectgroep bestaat uit een (ambtelijke) vertegenwoordiging van bovengenoemde organisaties. De projectgroep heeft in een viertal stakeholderbijeenkomsten in gezamenlijkheid gewerkt naar een buurtvolgorde en een voorkeurstechniek per buurt. Er heeft gedurende het gehele traject een wekelijks voortgangsoverleg plaatsgevonden tussen de leden van de projectgroep van de gemeente Voorst en APPM & Buro Loo. De ambtenaren die hieraan deelnamen, hebben gezorgd voor borging van het proces richting andere portefeuilles binnen de gemeente. Dit zijn vastgoed, ruimtelijke ordening, economie, water en infrastructuur.

De stuurgroep bestaat uit bestuurlijke vertegenwoordiging van: ■ Gemeente Voorst: de wethouder, portefeuillehouder energietransitie; ■ Woningcorporatie IJsseldal Wonen; ■ Netbeheerder Liander; ■ Waterschap Vallei en Veluwe (indien noodzakelijk); ■ Energiecoöperatie EnergieRijk Voorst.

In de eerste fase hebben we de opgave verkend. Een gedragen Transitievisie Warmte vraagt om duidelijkheid over de opgave en een transparant proces met betrokkenheid van het college, de gemeenteraad, belangenorganisaties en inwoners van de gemeente. Aan het eind van de eerste fase is de rol en het belang van iedere partij in kaart gebracht en zijn we letterlijk van start. Resultaten Fase 1 ■ Een vooranalyse ter voorbereiding van het plan van aanpak ■ Een stakeholderanalyse van betrokken partijen en organisaties voor de Transitievisie Warmte ■ Verrijking van de Startanalyse met lokale kennis;

Fase 2 – Plan van Aanpak In deze tweede fase is een projectstructuur ingericht die ons in staat stelt tot gedragen resultaten te komen èn is commitment opgehaald bij de belangrijkste stakeholders. Deze projectstructuur is beschreven in bijlage 2 – De organisatiestructuur. De gemeente Voorst is, net als alle andere gemeenten, aangewezen als ‘regisseur’ van de gemeentelijke warmtetransitie. Ook hebben we in deze fase de Startnotitie Transitievisie Warmte Voorst voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze is op 29 maart 2021 vastgesteld in de gemeenteraad. In de Startnotitie zijn de uitkomsten van de eerste werksessie (zie onderstaande figuur) als input gebruikt. In deze sessie zijn in gezamenlijkheid met stakeholders keuzes gemaakt over

De stuurgroep is aan het eind van fase 2, 5 en 6 bijeengekomen. De stuurgroep is gevraagd in te stemmen met het voorliggende concept Transitievisie Warmte. Daarmee vraagt de stuurgroep aan het college van burgemeester en wethouders om de Transitievisie Warmte te laten vaststellen door de gemeenteraad.

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Fase 1 – Verkennen

58

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

rolbepaling, tijdspad en de kwantitatieve en kwalitatieve criteria voor het afwegingskader. Resultaten Fase 2 Het resultaat van deze fase is de Startnotitie Transitievisie Warmte Voorst met daarin voorstellen ten aanzien van de ambitie, tijdspad, rolbepaling, criteria voor het prioriteren van buurten en werkwijze voor het toewijzen van warmteoplossingen.

Fase 3-5 – Analyse, Afwegen en Afstemmen Met de projectgroep is in fase 3 tot en met 5 in gezamen­ lijkheid gewerkt naar een buurtvolgorde in een reeks werksessies. De buurtvolgorde is een overzicht van alle buurten in de gemeente Voorst, gerangschikt naar ­wanneer deze buurten aardgasvrij worden gemaakt. Deze is te vinden in bijlage – 5 De buurtvolgorde. Om tot een buurtvolgorde te komen is in een viertal werksessies toegewerkt naar een buurtvolgorde. Hierin zijn de volgende stappen voorzien:

Werksessie 1

a De data-analyse (ook wel Startanalyse) van het Planbureau voor de Leefomgeving verrijken met lokale kennis, aangereikt door stakeholders in de gemeente tijdens de eerste werksessie b De buurtentrechter toepassen. Dit is een eerste schifting van alle buurten in de gemeente Voorst aan de hand van de data-analyse. Elke buurt wordt ingedeeld in één van de zeven categorieën op basis van buurtkenmerken. Bij elke categorie hoort een specifieke hernieuwbare warmtetechniek (bijvoorbeeld een hoogtemperatuur warmtenet of ‘all-electric’) en startjaar. c Het opstellen van een afwegingskader met kwantitatieve en kwalitatieve criteria. Een beschrijving van de criteria is opgenomen in paragraaf 4.1.

59

Resultaten

Procesbeschrijving van de werksessies met stakeholders

Werksessie 1

Werksessie 2

Werksessie 3

Werksessie 4

Criteria selecteren voor afwegingskader, input ophalen data-analyse

Weging van de kwantitatieve criteria uit het afwegingskader bepalen

Kwalitatieve criteria uit het afwegingskader toepassen op de buurten in de gemeente Voorst

Definitieve buurtvolgorde vaststellen en strategische keuzes bepalen

Afwegingskader met kwantitatieve en kwalitatieve criteria. Verwerking in Startnotitie

Fase 2

Gewogen kwantitatieve criteria in het afwegingskader

Een kwalitatieve (werksessie) en kwantitatieve (afwegingskader toepassen) weging van buurten in de gemeente Voorst

Fase 3 - 5

Werksessie 2

d Het wegen van de kwantitatieve criteria. Hierbij is de vraag of alle kwantitatieve criteria even zwaar wegen of dat er reden is een criterium meer gewicht toe te kennen ten opzichte van de anderen. e De kwantitatieve criteria uit het afwegingskader toepassen op de data-analyse, hieruit volgt een eerste indicatie van een buurtvolgorde.

Werksessie 3 f

De kwalitatieve criteria uit het afwegingskader toepassen. Hierbij worden samen met stakeholders, op basis van lokale kennis, de kwalitatieve criteria toegepast op de buurten in de gemeente Voorst. g Het opstellen van een concept-buurtvolgorde. Hierbij worden de resultaten van de kwantitatieve- en kwalitatieve weging verwerkt.

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Resultaten Fase 3-5 ■ Gezamenlijk opgesteld afwegingskader voor prioritering; ■ Onderzoeksverslag van de technische analyse van de buurten; ■ Overzicht van geprioriteerde buurten.

Fase 6 - Opstellen In fase 3-5 is de input voor de Transitievisie Warmte verzameld. In fase 6 is deze input verwerkt tot de Transitievisie, zodat deze tijdig gereed is voor besluitvorming.

Definitieve buurtvolgorde en strategische keuzes voor in de Transitievisie Warmte

Fase 8 – Naar uitvoering! Na vaststelling van de Transitievisie Warmte gaat de gemeente Voorst aan de slag. Dat begint bij het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen voor de startbuurten. In deze Transitievisie Warmte worden de volgende handvaten geboden richting deze fase: ■ Inventarisatie van ‘no-regret’-activiteiten en maatregelen; ■ Starten van de communicatie richting inwoners van de startbuurten; ■ Een doorkijk naar de Wijkuitvoeringsplannen die volgen op de Transitievisie Warmte.

Resultaten Fase 6 Een ontwerp Transitievisie Warmte Voorst.

Fase 7 – Vaststellen

Fase 6

Werksessie 4

h Strategische keuzes maken met stakeholders. Voorbeelden van een dergelijke keuze is de vraag of de gemeente wil starten met meerdere warmtechnieken in verschillende buurten (en zo brede ervaring opdoet), of liever met één techniek wil starten. Ook kan hier worden besloten om van de bestaande CBS-buurtindeling af te wijken als dit de oplossing ten goede komt. i De buurtvolgorde wordt met de stakeholders (en vervolgens met de stuurgroep) vastgesteld. Na vaststelling volgt een communicatiemoment richting buurtbelangenverenigingen.

60

De Transitievisie Warmte wordt uiterlijk in het vierde kwartaal van 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. In september wordt de concept Transitievisie Warmte ter inzage gelegd. Voorafgaand aan de ter inzagelegging vindt een communicatiemoment plaats. Na deze termijn wordt de Transitievisie Warmte ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Resultaten Fase 7 Transitievisie Warmte is door de gemeenteraad van Voorst vastgesteld.

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

61

Bijlage 4

BESCHRIJVING VAN HERNIEUWBARE WARMTETECHNIEKEN In de Transitievisie Warmte geeft een gemeente een eerste beeld van hoe zij de toekomstige warmtevoorziening van hun gemeente voor zich zien. In deze bijlage gaan wij in op de alternatieve technieken voor aardgas. Allereerst wordt ingegaan op wat het betekent wanneer de gemeente een keuze maakt voor een voorlopige warmtetechniek in de Transitievisie Warmte.

Wat betekent een keuze voor een warmtetechniek? In de Transitievisie Warmte wordt voor buurten in de gemeente aangegeven welke verwarmingstechniek de gemeente voorlopig ziet als meest waarschijnlijke aardgasvrije oplossing. Dit beeld wordt gegeven op basis van de nu bekende inzichten. Deze oplossing is in sommige buurten zekerder dan anderen. Het kan daarmee ook zijn dat voor sommige buurten er nog geen keuze kan worden gemaakt. Hiernaast gaat het om een dominante voorkeurstechniek per buurt. In iedere buurt zullen uitzonderingen aanwezig zijn. Wanneer een gebouw sterk afwijkt van de bebouwing in de rest van de buurt bijvoorbeeld. Ook kunnen voor kantoren en andere bedrijfsgebouwen andere technieken interessanter zijn dan voor woningen. De Transitievisie Warmte wordt minimaal eens per vijf jaar herijkt om nieuwe inzichten, over warmtetechnieken, kosten en mogelijkheden, mee te kunnen nemen. De Transitievisie Warmte geeft een eerste ­voorlopig beeld van de verwarmingstechnieken. Pas in de Wijkuitvoeringsplannen wordt, in afstemming met de inwoners van een buurt, een definitieve techniek gekozen.

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Warmtetechnieken Individueel Woningeigenaren die op een individuele oplossing overgaan, kiezen voor een alternatief voor aardgas dat in of rondom de woning wordt gerealiseerd. Ze zijn hiermee niet afhankelijk van wat hun buren doen en kunnen op een voor hen wenselijk moment overstappen van aardgas op een duurzamere techniek. Individuele oplossingen zijn: elektrische warmtepomp, hybride warmtepomp, houtpelletketels en innovatieve oplossingen. (Elektrische) warmtepomp – een (elektrische) warmtepomp maakt gebruik van omgevingswarmte (lucht-, bodem- of water) die ze middels elektriciteit naar een temperatuur van ongeveer 35 graden brengen. De warmtepomp is hiermee een veel gekozen individuele oplossing voor goed geïsoleerde woningen. Wanneer er door een warmtepomp warmte uit de bodem wordt gehaald, gebeurt dit middels bodemlussen of open systemen van warmte-koude opslag (WKO) die warmte uit de bodem onttrekken. Voor warmtepompen waarvoor warmte uit de lucht wordt gehaald, wordt middels een buitenunit - een soort grote omgekeerde ventilator - warmte aan de lucht onttrokken. Omdat elektrische warmtepompen gebruik maken van omgevingswarmte (wat overal voorkomt), zijn warmtepompen in elke gemeente te gebruiken. Een aandachtspunt is echter dat ze alleen geschikt zijn voor goed geïsoleerde woningen. De techniek is daarom niet geschikt voor alle woningen in de gemeente.

Hybride warmtepomp – een alternatief voor de volledig elektrische warmtepomp is een hybride warmtepomp. Dit is een warmtepomp die naast een traditionele gas-CVketel wordt gehangen. Hierbij verwarmt de warmtepomp de woning het grootste deel van het jaar, maar wordt de woning tijdens de koudste dagen verwarmd door de gas-CV-ketel. Daarnaast zorgt deze gas-CV-ketel voor de verwarming van het water. Deze techniek is in principe geschikt voor elke woning waar voldoende ruimte naast

62

de CV-ketel aanwezig is, mits er voor 2050 voldoende duurzaam gas aanwezig is om in de gasvraag te voorzien. Houtpelletketels – in houtpelletketels worden speciale houtpellets verbrand. Dit is een vorm van vaste biomassa. De ketels staan der discussie omdat de duurzaamheid ervan beperkt is als het hout niet uit de regio komt, het lang duurt voordat de CO₂ die vrijkomt bij verbranding weer is opgenomen door de natuur en ze de luchtkwaliteit beïnvloeden. Houtpelletketels kunnen daarom alleen in bepaalde woningen in het buitengebied van de gemeente worden ingezet. Innovatieve oplossingen – naast de genoemde oplossingen wordt er nu nog gewerkt aan andere oplossingen, zoals een volledig elektrische HT-warmtepomp die geschikt is voor slechter geïsoleerde huizen, het inzetten van infraroodpanelen die woningen lokaal kunnen verwarmen of het inzetten van PVT-systemen. Deze en andere technieken worden de komende jaren in de gaten gehouden en indien relevant in een volgende versie van de Transitievisie Warmte meegenomen.

Warmtenetten Warmtenetten zijn collectieve netwerken van warm water waarmee woningen en andere gebouwen verwarmd worden. Warmtenetten komen voor in verschillende temperaturen, namelijk hoge temperatuur (> 70 C), midden temperatuur (tussen 40 C en 70 C) en lage temperatuur (< 40 C). Of een warmtenet geschikt is als alternatief voor aardgas hangt af van de bebouwingsdichtheid in een gebied, of er voldoende warmte-afnemers zijn én van de isolatiegraad van de woningen. Het afzetgebied van een warmtenet wordt bepaald door de hoeveelheid warmte die een bron kan leveren, de temperatuur van de bron en de kosten van het verkrijgen van warmte uit de bron. Mogelijke bronnen voor warmtenetten zijn: restwarmte, geothermie en aquathermie.

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Restwarmte – soms ontstaat er bij industriële processen warmte, en kan het bedrijf deze warmte zelf niet meer nuttig gebruiken. Deze restwarmte kan een warmtenet van warmte voorzien. Voorwaarde hierbij is dat er altijd een alternatieve bron beschikbaar moet zijn mocht het bedrijf weggaan. De temperatuur van een warmtenet op restwarmte is afhankelijk van de temperatuur van de bron. Geothermie – warmte afkomstig uit de bodem en aarde kan middels verschillende technieken een woning van warmte voorzien. Met geothermie in de warmtetransitie bedoelt men meestal het gebruik van warmte uit diepe aardlagen dat gebruikt kan worden voor de verwarming van water in een warmtenet. In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde niet langer verwarmd door de zon, maar door de kern van de aarde. Warmte met geothermie als bron heeft een hogere temperatuur en een grote potentie, maar de winning brengt ook hoge kosten met zich mee. Deze techniek is hierdoor alleen geschikt voor gebieden met een hoge bebouwingsdichtheid en voldoende warmte-afnemers. Bodemenergie – Ondiepere vormen van bodemwarmte zoals een warmte-koude opslag (WKO) zijn in principe wel voor heel de gemeente mogelijk mits de bodemgesteldheid dit toelaat. Hierbij wordt de bodem gebruikt als opslag van warmte in de zomer en als opslag van kou in de winter.

Deze warmte en kou kan vervolgens via een warmtenet naar goed geïsoleerde woningen en bedrijven gevoerd worden. Omdat deze warmtetechniek gebruik maakt van lage temperaturen is deze techniek niet voor alle woningen geschikt. Aquathermie – is een overkoepelende term voor warmte uit oppervlakte- (TEO), afval- (TEA) en drinkwater (TED). Warmte uit drinkwater ontstaat bij het afkoelen van drinkwater, voordat het in het net gaat. Warmte uit oppervlaktewater en afvalwater kan direct uit de bron (oppervlaktewater, rioolwaterzuivering) worden gewonnen.

63

De warmte van deze drie bronnen zorgt voor de verwarming van een lage temperatuur warmtenet. Dat betekent dat deze techniek ook voor kleinere kernen geschikt kan zijn. Een warmtenet op aquathermie is daarom op meerdere plekken binnen de gemeente mogelijk een geschikte optie, mits de woningen afdoende geïsoleerd zijn voor aansluiting op een lage temperatuur warmtenet.

Duurzaam gas Via bestaande of nieuwe gasnetten kunnen duurzame en hernieuwbare gassen worden vervoerd. De toekomstige beschikbaarheid van deze hernieuwbare gassen is nog grotendeels onbekend. Zo zijn duurzame gassen op dit moment schaars. Er zijn drie vormen van duurzaam gas: biogas, groengas en waterstofgas. Biogas – biogas en groengas worden beide van biomassa zoals mest, groente, fruit- en tuinafval en slib gemaakt. Door deze biomassastromen te vergisten ontstaat biogas: een gas van een goede, maar andere kwaliteit dan aardgas. Dit gas kan daardoor niet worden gemengd met aardgas, en kan daarom ook niet aan onze bestaande gasnetwerken toegevoegd worden. Biogas wordt dus niet snel ingezet om woningen te verwarmen. Alleen daar waar een gasleiding makkelijk afgesloten kan worden van het hoofdnetwerk, en zo een eigen netwerk kan vormen is biogas een geschikte oplossing.

aan biomassa afnemen. Daarnaast speelt de vraag of groengas regionaal wordt toebedeeld of dat dit, net als aardgas, over heel Nederland wordt verdeeld. Het is echter een techniek die naar alle waarschijnlijkheid voor een aantal oudere en minder goed te isoleren woningen in de gemeente Voorst in de toekomst zeker in beeld komt. Waterstofgas – waterstofgas is een product dat ontstaat door water te splitsen in een waterstofdeeltje en een zuurstofdeeltje. Voor het splitsen van water is veel energie nodig. Veel waterstof dat nu wordt geproduceerd is daarom nog niet duurzaam. We spreken daarbij van grijze waterstof. Dit is waterstof die met behulp van aardgas wordt geproduceerd en waarbij CO₂ in de atmosfeer terechtkomt. Als deze CO₂ wordt opgevangen en onder de grond wordt opgeslagen spreken we van blauwe waterstof. Waterstof is echter pas echt een duurzaam gas wanneer deze niet met aardgas maar met duurzaam opgewekte groene elektriciteit wordt gecreëerd. Op dit moment wordt hier hard aan gewerkt, maar is groene waterstof nog niet op grote schaal beschikbaar. Of en in welke mate waterstofgas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dan ook nog niet bekend. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dit naar verwachting slechts alleen voor die woningen die niet op een andere manier verwarmd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan monumentale panden zonder spouwmuur.

Bijlage 5

DE BUURTVOLGORDE De buurtvolgorde geeft weer wanneer welke buurt aan de beurt is om van het aardgas af te gaan. In deze bijlage lichten we de top-10 buurten uit deze buurtvolgorde toe. De top-10, met bijbehorende scores is zichtbaar in de onderstaande afbeelding. De buurten zijn gescoord op zogenaamde kwantitatieve criteria (vier stuks) en kwalitatieve criteria (resterende criteria). Dit zijn de criteria die in hoofdstuk 4 worden besproken. In de Startnotitie zijn de kwantitatieve en kwalitatieve criteria reeds vastgesteld. Bij de buurtvolgorde geldt, hoe lager de score, hoe eerder de buurt aan de beurt is om van het aardgas af te gaan. De scoring is als volgt te lezen: ■ De scores van de vier kwantitatieve criteria worden bij elkaar opgeteld. Dit leidt tot de kolom ‘Totaalscore kwantitatief’. ■ Daar wordt de totaalscore op de kwalitatieve criteria vanaf getrokken. ■ Dit leidt tot de totaalscore. Deze bepaalt de volgordelijkheid van de buurten in de gemeente Voorst.

■ De afkorting ‘V.h.’ staat voor ‘Vrije huizen’, dit zijn clusters van relatief ver uit elkaar staande gebouwen in deze buurten. Tot slot nog een aantal opmerkingen bij de buurtvolgorde: ■ De buurtvolgorde gaat uit van de standaard CBSbuurten. De afwijkende buurten uit hoofdstuk 4.2 zijn hierin niet meegenomen. ■ De voorkeursoplossing volgt uit de analyse van warmtevraag, aanbod en buurtkenmerken (hoofdstuk 3). ■ De buurtkenmerken zijn relatief ten opzichte van het gemiddelde in de gemeente Voorst. ■ In de buurtvolgorde scoort Wilp samen met Voorst het laagst op de kwantitatieve criteria. Echter, Wilp scoort nog iets lager (dus hoger in de volgorde) op de kwalitatieve criteria, met name op het gebied van sociale cohesie. Daarom staat Wilp bovenaan in de volgorde. ■ Twello scoort wat hoger (met name vanwege een nieuwer gasnet), maar daar is wel veel mogelijk op het gebied van koppelkansen. Daarom gaan we in een aantal buurten van Twello voor 2030 van start.

Groengas – als biogas opgewaardeerd wordt tot aardgaskwaliteit, wordt het groengas genoemd. Dit is een gas dat wel met aardgas gemengd kan worden en dus in ons bestaande gasnet ingevoerd kan worden. Om groengas op grote schaal te produceren is er veel biomassa nodig en moeten er op grote(re) schaal vergistingsinstallaties geplaatst worden. Er moet rekening gehouden worden met mogelijke toekomstige veranderingen in de landbouwsector, wanneer er besloten wordt om op grote schaal in te zetten op groengas. Door de mogelijke toekomstige veranderingen in de landbouwsector, kan het aanbod

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

64

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

65

Bijlage 6

OVERZICHT RESTWARMTEBRONNEN GEMEENTE VOORST

Potentiele restwarmtebron

Buurt

Inschatting benutbare restwarmte (inzetbare warmte) (TJ/jaar)

Jo Roelofs Groothandel in Vlees B.V.

Twello Midden (bedrijventerrein Nijverheid)

1

Klunder SD (drukkerij)

Twello Noord (bedrijventerrein ‘t Belt)

?

Twello Noord (bedrijventerrein ‘t Belt)

In deze bijlage zijn alle bekende restwarmtebronnen opgenomen in de gemeente Voorst. Restwarmtebronnen waarvan de potentie nog niet bekend is, hebben een vraagteken in de kolom ‘inschatting benutbare restwarmte’.

Profish Food

?

Van der Zee Vlees B.V.

Twello Zuid (bedrijventerrein Engelenburg)

2

Diviande

Twello Zuid (bedrijventerrein Engelenburg)

6

RWZI Terwolde (Waterschap Veluwe)

V.h. Terwolde

46

Potentiele restwarmtebron

Buurt

Inschatting benutbare restwarmte (inzetbare warmte) (TJ/jaar)

Holland Calf B.V.

V.h. Wilp Achterhoek

?

Rioolgemaal Gietelo

Gietelo

1

Attero

V.h. Wilp Achterhoek

14

Rioolgemaal Klarenbeek Broekstraat

Klarenbeek

1

Rioolgemaal Voorst

Voorst

1

Plus Supermarkt

Klarenbeek

1

Coop Voorst

Voorst

1

Rioolgemaal Posterenk

Posterenk

2

RioolgemaalWilp

Wilp

2

Rioolgemaal Terwolde

Terwolde

2

Rioolgemaal Twello Kruisakkerweg

Twello

?

Intermontage

Terwolde

?

Rioolgemaal Twello Hietweideweg

Twello

?

VOF De Lelie (Supermarkt)

Terwolde

2

RioolgemaalTwello Koppelstraat

Twello

?

Rioolgemaal Teuge

Teuge

1

Rioolgemaal Twello Omloop

Twello

?

Rioolgemaal Twello Rijksstraatweg

Twello

0

Rioolgemaal Twello Bremstraat

Twello

?

Albert Heijn BV

Twello Midden

1

Bakkerij “”In de Soete Suikerbol””

Twello Midden

1

Deka Supermarkten BV

Twello Midden

1

Supermarkt Binnendijk Twello BV

Twello Midden

1

Euro Patisserie Producties

Twello Midden

7

Onbekend slachthuis

Twello Midden

?

Vee en Vleeshandel Mulder BV

Twello Midden (bedrijventerrein Nijverheid)

2

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

66

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

67

Colofon Dit is een uitgave van: Gemeente Voorst Postbus 9000 7390 HA Twello www.voorst.nl Juli 2021 De inhoud van de Transitievisie Warmte is tot stand gekomen in samenwerking met APPM, Buro Loo, IJsseldal Wonen, Waterschap Vallei en Veluwe, Liander en EnergieRijk Voorst. Fotoverantwoording: Cover: gemeente Voorst P4, P9 linksonder en rechtsonder, P15 linksboven, P18: Jelleke Bosma P12, P15 rechtsboven en linksonder, P26, P48: Nanda Gilden en Daan de Haas van Dorsser P32: Ingrid de Croon P38: www.sjon.nl De Beeldbank van de Leefomgeving Alle overige foto’s: gemeente Voorst

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10692531/1