CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitievisie Warmte (2021-47617)

gemeenteraad 29 november 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Transitievisie Warmte (2021-48553)17.618 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transitievisie Warmte

2022 tot en met 2026

1

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD VAN DE WETHOUDER SAMENVATTING LEESWIJZER

5 7 11

1 INLEIDING 1.1 Waarom gaan we naar een aardgasvrij Voorst? 1.2 Wat is de Transitievisie Warmte, en wat is het niet? 1.3 Hoe is deze Transitievisie Warmte tot stand gekomen? 1.4 Voor wie is de Transitievisie Warmte?

13 13

BELANGRIJKSTE UITGANGSPUNTEN VOOR DE WARMTETRANSITIE IN DE GEMEENTE VOORST 2.1 Gemeentelijke kaders voor de warmtetransitie 2.2 Uitgangspunten stakeholders betrokken bij de Transitievisie Warmte in Voorst 2.3 Strategische keuzes 2.3.1 Rolopvatting gemeente en tijdspad 2.3.2 Opgave, startbuurten en (gemeentebreed) isoleren

14 16 16

2

3

DE WARMTETRANSITIE IN DE GEMEENTE VOORST 3.1 Kenmerken van de gemeente 3.2 De opgave 3.3 Welke hernieuwbare warmtebronnen zijn in de gemeente Voorst beschikbaar? 3.3.1 Collectieve oplossingen 3.3.2 Individuele oplossingen 3.4 Match van warmtevraag en aanbod 3.5 Voorkeursstrategieën en actiepunten voor de warmtetransitie in de gemeente Voorst

BIJLAGEN TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

2

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

19 20 20 22 22 23

27 28 28

4 SELECTIE VAN STARTBUURTEN 4.1 Wanneer is een buurt kansrijk om te starten? 4.2 Afwijkende buurtindeling 4.3 Beschrijving van de startbuurten 2022-2026 4.4 Beschrijving van buurten waar we aan de slag gaan in de periode 2026-2030

39 39 41 42

5 AAN DE SLAG 5.1 Wat is er nodig om te komen tot Wijkuitvoeringsplannen? 5.1.1 Gemeentelijke inzet 5.1.2 Aanbevelingen voor de uitvoeringsorganisatie 5.2 Wat kunnen inwoners nu al doen? 5.2.1 Hoe gaat de gemeente ondersteunen? 5.2.2 ‘No-regret’-maatregelen

49

BIJLAGEN

Bijlage 1 – Begrippenlijst Bijlage 2 – De organisatiestructuur Bijlage 3 – In acht stappen naar een Transitievisie Warmte Bijlage 4 – Beschrijving van hernieuwbare warmtetechnieken Bijlage 5 - De buurtvolgorde Bijlage 6 - Overzicht restwarmtebronnen gemeente Voorst

44

49 50 52 52 52 53

56 58 59 62 65 66

30 30 33 34 35

3

VOORWOORD VAN DE WETHOUDER De gemeente Voorst werkt aan een toekomst­ bestendige gemeente waarbij geen fossiele brandstoffen meer gebruikt worden voor het koken en voor het verwarmen van gebouwen. In plaats daarvan, kiezen we voor duurzame bronnen. Hoe we dit gaan realiseren staat in de Transitievisie Warmte. We gaan niet alleen aan de slag met het aardgasvrij maken van de gebouwen, we maken ook de hele wijk toekomstbestendig. Samen met de eigenaren en de bewoners maken we de gebouwen klaar voor de toekomst, waarbij er een tochtvrij, comfortabel, energiezuinig en aardgasloos gebouw ontstaat. We gaan de gebouwen verwarmen door middel van aardwarmte, warmte vanuit oppervlaktewater, warmte vanuit waterzuivering, omgevingswarmte, groen gas of duurzame elektriciteit. En we koken niet meer met aardgas, maar met duurzame elektriciteit. Het aardgasvrij maken van alle gebouwen is een flinke opgave. Toch hebben we er vertrouwen in dat we dit samen met u, als inwoner, bedrijf of maatschappelijke organisatie, kunnen realiseren.

Waterschap Vallei en Veluwe en energiecoöperatie EnergieRijk Voorst. Op basis van een technische analyse en de eigenschappen per buurt is een eerste richting bepaald. Maar we zijn er nog niet, en we hebben uw hulp nodig voor de realisatie. De precieze invulling van de warmtetransitie zien we pas in de Wijkuitvoeringsplannen die per buurt worden gemaakt. En hierin heeft u, als inwoner, bedrijf of maatschappelijke organisatie, een belangrijke rol. Samen met u bepalen we het stappenplan voor uw buurt. De ontwikkelingen in de techniek gaan snel en er zijn ook nog veel onzekerheden. De Transitievisie Warmte zal dan ook aan verandering onderhevig zijn en over vijf jaar opnieuw worden vastgesteld. We gaan starten met de warmtetransitie, samen maken we toekomstbestendige wijken! Wim Vrijhoef Wethouder Transitievisie Warmte en Regionale Energie Strategie

In de Transitievisie Warmte schetsen wij een beeld hoe we deze warmtetransitie gaan realiseren. Dit geeft een houvast om de komende vijf jaar mee aan de slag te gaan. De in de Transitievisie Warmte beschreven keuzes hebben we niet alleen gemaakt, maar samen met woning­ corporatie IJsseldal Wonen, netbeheerder Liander,

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

4

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

5

SAMENVATTING Er zijn nationaal en internationaal afspraken gemaakt om de CO₂-uitstoot te verminderen. Door de CO₂ uitstoot te verminderen, zorgen we ervoor dat de aarde niet verder opwarmt

DOOR DE CO₂ UITSTOOT TE VERMINDEREN, ZOR-

en voorkomen we dat het klimaat verandert.

GEN WE ERVOOR DAT DE AARDE NIET VERDER

CO₂ komt vrij door de verbranding van fossiele brandstoffen. Aardgas, dat landelijk op grote schaal wordt ingezet om bijvoorbeeld onze huizen

OPWARMT EN VOORKOMEN WE DAT HET KLIMAAT VERANDERT.

te verwarmen en om op te koken, is een van deze fossiele brandstoffen. Daarom is afgesproken om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken in de gebouwde omgeving. In deze Transitievisie Warmte beschrijft de Gemeente Voorst hoe de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving er volgens de huidige inzichten uit komt te zien.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

6

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

7

In de Transitievisie Warmte geven gemeenten aan wanneer welke buurt van het aardgas afgaat en met welke alternatieve warmtechniek de buurt (bij voorkeur) wordt verwarmd. De Transitievisie warmte beschrijft daarmee de route tot een aardgasvrije gemeente en markeert de start voor de vervolgstap in de warmtetransitie: het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen voor de buurten waarin we starten. De Transitievisie Warmte is geen definitief besluit voor warmtetechnieken of jaartallen waarop het aardgas wordt afgesloten. De keuze voor de voorlopige aardgasvrije variant is immers niet bindend. De definitieve variant, en de definitieve uitfasering van het aardgas, wordt vastgelegd in de Wijkuitvoeringsplannen voor alle buurten. De Transitievisie Warmte wordt uiteindelijk onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie en de daarmee samenhangende uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen. De Transitievisie Warmte wordt iedere vijf jaar geactualiseerd aan de hand van de laatste inzichten en ontwikkelingen.

Uitgangspunten voor de warmtetransitie Deze Transitievisie Warmte is het resultaat van een uitgebreid proces, welke samen met netbeheerder Liander, woningcorporatie IJsseldal Wonen, Waterschap Vallei en Veluwe en energiecoöperatie EnergieRijk Voorst doorlopen is. Uitgangspunt van alle hierboven genoemde stakeholders is dat een realistische warmtetransitie beoogd is. Dat betekent dat we alleen plannen opstellen die bij de gemeente Voorst passen en uitvoerbaar zijn. Daarbij geldt dat de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar is én dat alle inwoners de gelegenheid krijgen om mee te denken en te doen in hun wijk. Bij het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen is daarom een grote rol weggelegd voor inwonerparticipatie. In de Startnotitie Transitievisie Warmte (vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2021) heeft de gemeente Voorst keuzes gemaakt ten aanzien van haar rol in de warmtetransitie en het beoogde tijdspad waarin buurten aardgasvrij worden gemaakt. Dit laatste doet de gemeente volgens het zogenaamde ‘S-curve’-tijdspad, waarin er

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

in de eerste jaren (na vaststelling van deze Transitievisie Warmte) een voorzichtige start wordt gemaakt met aardgasvrij maken van gebouwen, om later op te kunnen schalen, wanneer de geleerde lessen uit de opstartfase in praktijk kunnen worden gebracht. Zo kan de gemeente een zorgvuldig proces inrichten voor de eerste buurten, waarin participatie met stakeholders en inwoners centraal staat.

Oplossingsrichtingen voor de buurten De gemeente Voorst heeft zo’n 14.000 woningen en andere gebouwen verspreid over een reeks buurten. Een eerste stap in het aardgasvrij maken van deze buurten is het nemen van zogenaamde ‘no-regret’ maatregelen door gebouweigenaren. Dat betekent dat we alle inwoners van de gemeente Voorst aanmoedigen om hun woning, bedrijf of andersoortig gebouw te isoleren, en op een natuurlijk moment over te schakelen naar een hybride warmtepomp. Dat geldt ook voor de buurten die pas na 2030 aardgasvrij gemaakt worden. Deze maatregelen helpen bij het terugdringen van de warmtevraag (en dus CO₂-uitstoot) en maken het gebouw klaar voor de overstap naar een volledig aardgasvrije warmtevoorziening. Voor het grootste deel van de buurten in de gemeente Voorst is de individuele, ‘all-electric’-variant de aardgasvrije eindoplossing richting 2050. Dat komt enerzijds door de afwezigheid van collectieve warmtebronnen voor een groot deel van de buurten. Anderzijds zijn kenmerken van de meeste buurten ongeschikt voor collectieve oplossingen, bijvoorbeeld door een te lage woningdichtheid. Collectieve oplossingen (warmte wordt bij de afnemers gebracht via een warmtenet) genieten doorgaans de voorkeur vanwege lagere maatschappelijke kosten. Inzetten op grootschalige collectieve oplossingen lijkt echter alleen mogelijk in Twello, Steenenkamer en Terwolde.

Er is meer onderzoek nodig naar de potentie en de kansrijkheid van collectieve oplossingen in deze buurten in de Wijkuitvoeringsplannen.

8

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

9

Ondersteunend aan de buurtoplossingen is het van belang dat de gemeente Voorst inzet op de productie van biogas als duurzaam alternatief voor oude, monumentale gebouwen. Ook loont het om verder (boven-) lokaal onderzoek te doen naar geothermie als warmtebron voor de buurten en tuinders in en nabij Twello.

Waar gaan we starten met aardgasvrij maken van de gemeente Voorst? Samen met de stakeholders heeft de gemeente Voorst startbuurten aangewezen. In deze buurten wordt begonnen met het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen in de periode 2022-2026. We starten in 2022 in Wilp. De kosten zijn hier relatief laag, er is relatief veel corporatiebezit en de oplossing is duidelijk. Wilp is ook een kleinere kern met grote sociale cohesie, omstandigheden die zich goed lenen om er te starten. In 2024 gaat het aardgasvrij maken van bedrijventerrein Engelenburg van start. Het bedrijventerrein bestaat uit relatief recente bouw en heeft een geheel eigen warmte- en koudevraag. Door ook met een bedrijventerrein te beginnen, doen we ervaring op. Met deze ervaring kunnen we daarna ook aan de slag met de andere bedrijventerreinen. In 2026 gaan we van start in De Planetenbuurt, een onderdeel van Twello Zuid. De Planetenbuurt kent nieuwere huizen, waarvan een deel reeds aardgasvrij is gemaakt. Het gemiddelde bouwjaar is ook recent. Het is dus een natuurlijke plek om te starten met het aardgasvrij maken van Twello.

LEESWIJZER

Aan de slag! Vanaf 2022 gaan we dus aan de slag in een drietal buurten. De eerste stap hierin is het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Per startbuurt wordt er één Wijkuitvoeringsplan opgesteld. Er is twee jaar de tijd om een Wijkuitvoeringsplan op te stellen. Dit is een lange periode, maar deze tijd is hard nodig. We willen deze plannen namelijk opstellen met alle inwoners, bedrijven en instellingen. Samen bepalen we wat we gaan doen, hoe we het gaan doen en wanneer we het gaan doen. Daarna is er acht jaar de tijd voor de uitvoering. Dat betekent dat in uiterlijk 2030 de eerste wijken aardgasvrij zijn gemaakt in de gemeente. Met deze Transitievisie Warmte wordt het officieuze startschot gegeven voor de warmtetransitie in Voorst. De gemeente biedt al ondersteuning voor huiseigenaren, bedrijven en instellingen die vandaag nog aan de slag willen. Zo zijn er energiecoaches beschikbaar, organiseert de gemeente collectieve inkoopacties samen met de energiecoöperatie EnergieRijk Voorst en kan advies worden ingewonnen bij het Regionale Energieloket.

Warmte van de gemeente Voorst Dit document zal door inwoners, belanghebbenden en volksvertegenwoordigers worden gelezen. Om tegemoet te komen aan deze

10

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

hoofdstuk aan de orde komt.

In hoofdstuk 2 beschrijven we de belangrijkste uitgangspunten en randvoorwaarden voor de gemeente Voorst en haar stake­holders in de warmtetransitie. Ook beschrijven we de zogenaamde strategische keuzes die we maken ten aanzien van de warmtetransitie en het tijdspad, bijvoorbeeld of we zo snel mogelijk alle huizen van het aardgas willen afhalen of dat CO₂ besparing prioriteit geniet.

In hoofdstuk 4 is beschreven wanneer we in welke buurt starten en op basis van welke criteria daartoe besloten is. We hebben een onderverdeling gemaakt van buurten waar we in 2022-2026 starten en buurten die in het tijdvak 2026-2030 aan de beurt komen. Buurten die niet genoemd zijn in deze twee categorieën komen in een volgende Transitievisie Warmte aan de beurt.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 5

verschillende doelgroepen is deze leeswijzer opgesteld. De leeswijzer geeft kort weer wat in welk

In het inleidende hoofdstuk leggen we uit waarom we van het aardgas afgaan, wat een Transitievisie Warmte is, hoe deze tot stand is gekomen en aan wie deze is gericht.

In de periode 2026-2030 gaat het tempo omhoog. We gaan in deze periode starten met het aardgasvrij maken van zes buurten, te weten: Twello-Midden, Terwolde, Cluster Twello-Zuidoost, Steenenkamer, Posterenk en Nijbroek. Alle overige buurten in de gemeente komen dus na 2030 aan de beurt. Bij de herijking van deze Transitievisie Warmte (in 2026) wordt een doorkijk gegeven voor alle buurten die in de periode na 2030 aan de beurt komen.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Voor u ligt de Transitievisie

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Hoofdstuk 3 bevat de technische (warmte-) analyse. In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de vraag

welke warmtebronnen er beschikbaar zijn en hoe we het warmtebeeld

van de gemeente sluitend kunnen maken (de zogenaamde ‘warmtematch’). Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een conclusie in de vorm van een hoofdstrategie en actiepunten.

In hoofdstuk 5 beschrijven we wat er gebeurt na de vaststelling van deze Transitievisie Warmte in de gemeenteraad: het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen en wat inwoners zelf al kunnen doen die aan de slag willen met hun eigen huis of andersoortig gebouw.

11

INLEIDING

Hoofdstuk 1

In deze Transitievisie Warmte beschrijft de Gemeente Voorst hoe de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving er volgens de huidige inzichten uit komt te zien. In dit hoofdstuk beschrijven we waarom we naar een aardgasvrij Voorst gaan (1.1). Vervolgens beschrijven we wat een Transitievisie Warmte is en waarom we deze opstellen (1.2). Tot slot lichten we toe met wie en hoe deze visie tot stand is gekomen (1.3) en voor welke doelgroepen deze geschreven is (1.4).

1.1

Waarom gaan we naar een aardgasvrij Voorst?

Sinds het ondertekenen van het Parijsakkoord in 2015 heeft Nederland niet stil gezeten op het gebied van de energietransitie. Zo groeit het aantal elektrische auto’s, wordt steeds meer schone energie opgewekt en wordt steeds bewuster geconsumeerd. Om aan de eisen van het akkoord te voldoen, moeten we echter ook aan de slag in de gebouwde omgeving. De vraag naar warmte in de gebouwde omgeving zorgt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) namelijk voor 13% van onze gemeenschappelijke CO₂-uitstoot.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

12

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

DE VRAAG NAAR WARMTE IN DE GEBOUWDE OMGEVING ZORGT VOLGENS HET CBS NAMELIJK VOOR 13% VAN ONZE GEMEENSCHAPPELIJKE CO₂-­UITSTOOT.

13

In het klimaatakkoord (2019) staat dat er van gemeenten wordt verwacht dat zij plannen maken om in 2030 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd te hebben. Vervolgens is het de bedoeling dat in 2050 de gehele gebouwde omgeving van het aardgas af is. Deze grote verbouwing noemen wij de warmtetransitie. Klimaatverandering is een belangrijke reden voor deze warmtetransitie. Het gaat tegelijkertijd ook om de opgave om versneld de aardgaswinning in Groningen te stoppen vanwege de aardbevingsproblematiek. Ook moeten er maatregelen genomen worden om onze stikstof- en fijnstofuitstoot te beperken. Tegelijkertijd draagt de aardgastransitie bij aan een schonere leefomgeving en extra wooncomfort, bijvoorbeeld in warme zomers. Deze Transitievisie Warmte (TVW) beschrijft het tijdspad voor een stapsgewijze aanpak richting aardgasvrij voor de gemeente Voorst. Ondanks de vele duurzaamheidsambities van zowel overheidsorganisaties als bedrijven, is er een levendige maatschappelijke discussie over de energie- en warmte­ transitie. Het gaat hier onder andere over in hoeverre er draagvlak is voor de transitie onder bewoners, de betaalbaarheid ervan, solidariteit en energiearmoede (worden de kosten en baten wel evenredig verdeeld over groepen). Voor de gemeente Voorst is het van belang dat warmtetransitie haalbaar en betaalbaar is voor iedereen.

In hoofdstuk 2 gaan we nader in op de voorwaarden en ontwikkelingen waarmee de warmtetransitie in de gemeente Voorst mogelijk gemaakt kan worden.

1.2

Wat is de Transitievisie Warmte, en wat is het niet?

De Transitievisie Warmte gaat over de aanpak van de gemeente om in 2050 al haar woningen en gebouwen te voorzien van aardgasvrije verwarming. De Transitievisie Warmte gaat over alle gebouwen in de gemeente, met uitzondering van grote agrarische bedrijven, energiebedrijven en industriële bedrijven. Het opstellen van een Transitievisie Warmte is verplicht gesteld voor alle gemeenten in Nederland door het Rijk. De Transitievisies Warmte moeten uiterlijk eind 2021 gereed zijn. Uiteindelijk wordt de Transitievisie Warmte onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie en daarmee samenhangende uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen. De Transitievisie Warmte wordt iedere vijf jaar geactualiseerd aan de hand van de laatste inzichten en ontwikkelingen. De Transitievisie warmte beschrijft daarmee de route tot een aardgasvrije gemeente en markeert de start voor de eerste buurten waarin gewerkt wordt aan Wijkuitvoeringsplannen. Het is geen definitief besluit voor warmtetechnieken of jaartallen waarop het aardgas wordt afgesloten. De keuze voor de voorlopige aardgasvrije variant is immers niet bindend. De definitieve variant, en de definitieve uitfasering van het aardgas, wordt vastgelegd in de Wijkuitvoeringsplannen voor alle buurten.

Voor alle buurten geldt dat allereerst werk wordt gemaakt van doelgerichte energiebesparing, waaronder isolatie: enerzijds omdat in de gemeente een schaarste aan warmtebronnen is en deze schaarse warmte zo goed mogelijk moet worden verdeeld, anderzijds omdat het inwoners helpt om geld te besparen op hun energieverbruik. Voor de netbeheerder en aanbieders van warmte is het zeer waardevol dat alle gemeenten een plan opstellen voor de warmtetransitie. Dit biedt een indicatie van de mogelijke alternatieve warmtestrategieën, de energie-­ infrastructuur die daarvoor nodig is en de termijn

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

14

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

15

waarbinnen ze deze mogelijk moeten realiseren. Hierop kunnen zij hun werkzaamheden aanpassen. Input voor de Transitievisie Warmte is de Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit is een onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES). De gemeente Voorst doet mee in de RES van de Cleantech Regio. Op RES-niveau vindt afstemming plaats over de warmtebronnen die voor meerdere gemeenten interessant zijn en over de benodigde regionale energie-infrastructuur. De Transitievisies Warmte en de RSW worden daarom goed op elkaar afgestemd in een stapsgewijs proces.

1.3

Hoe is deze Transitievisie Warmte tot stand gekomen?

Deze Transitievisie Warmte is het resultaat van een uitgebreid proces, welke samen met de betrokken stakeholders in de gemeente Voorst doorlopen is. De betrokken stakeholders zijn als volgt: ■ Woningcorporatie IJsseldal Wonen ■ Netbeheerder Liander ■ Waterschap Vallei en Veluwe ■ Energiecoöperatie EnergieRijk Voorst Een uitgebreide beschrijving van wie heeft geholpen met het opstellen van de Transitievisie Warmte is te lezen in bijlage 2 – De organisatiestructuur. Een belangrijk uitgangspunt is dat de totstandkoming van de Transitievisie Warmte een proces is dat zoveel mogelijk in gezamenlijkheid met de belangrijke stakeholders uit de stuurgroep wordt doorlopen. Voor alle stakeholders en de inwoners van Voorst is het belangrijk dat het vooral een duidelijk en transparant proces is. Voor iedereen moet duidelijk zijn hoe we tot de keuzes zijn gekomen en dit moet zo helder mogelijk worden uitgelegd.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Voorafgaand aan de Transitievisie Warmte is een Startnotitie opgesteld. Hierin staat uitgebreid beschreven welk proces wordt doorlopen en welke uitgangspunten er gebruikt worden voor het opstellen van de Transitievisie Warmte. Deze Startnotitie is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 maart 2021. Een uitgebreide beschrijving van het proces staat beschreven in bijlage 3 – In acht stappen naar een Transitievisie Warmte.

1.4

Voor wie is de Transitievisie Warmte?

Regionale Energiestrategie (RES)

REGIO Warmtevraag, aanbod (bronnen) en afweging

Elektriciteitsvraag voor verwarmen, ruimtelijke impact opwek en infra

Regionale Structuur Warmte (RSW) Warmtevraag en lokale afwegingen

De Transitievisie Warmte is een visiedocument van de gemeente Voorst, gericht aan een viertal doelgroepen: ■ Voor de gemeenteraad om een besluit te nemen over in welke buurten wanneer wordt begonnen met welke warmtetechniek als alternatief voor aardgas. ■ Voor bewoners zodat zij een beeld krijgen bij wat de gemeente Voorst van plan is in de gemeente en met hun buurt in het kader van de warmtetransitie. Ook weten bewoners na het lezen van de visie op hoofdlijnen wat zij zelf kunnen doen en wie ze daarbij kan helpen. ■ Voor bedrijven om te weten te komen wat de gemeente van plan is in de gemeente en voor specifieke buurten of terreinen waar zij mee te maken hebben. Ook bedrijven weten wat ze zelf kunnen doen en waar ze terecht kunnen met vragen. ■ Voor betrokken stakeholders zoals de woningcorporatie in de gemeente om informatie te krijgen over wat de gemeente van plan is in het kader van het aardgasvrij maken van buurten.

GEMEENTE Tijdspad en wijken en voorkeuroplossing per wijk

Aanbod en toedeling regionale warmtebronnen

Transitievisie Warmte (TVW) Lessen planvorming en uitvoering

WIJK (gebied) Uitvoering(splan) en besluit wijkinfrastructuur

Keuze eerste aardgasvrije wijk(en)

Wijkuitvoeringsplan aardgasvrij

Relatie tussen de RES, de TVW en de wijkuitvoeringsplannen. Bron: Expertise Centrum Warmte (ECW)

16

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

17

Hoofdstuk 2

BELANGRIJKSTE UITGANGSPUNTEN VOOR DE WARMTETRANSITIE IN DE GEMEENTE VOORST Dit hoofdstuk geeft antwoord op de vraag wat

WAT ZIJN DE VOORWAARDEN EN ONTWIKKELINGEN

WAARMEE

DE

WARMTETRANSITIE

GEREALISEERD KAN WORDEN?

voor de gemeente Voorst en haar stakeholders belangrijk is in de warmtetransitie. Oftewel, wat zijn de voorwaarden en ontwikkelingen waarmee de warmtetransitie gerealiseerd kan worden? Eerst worden de relevante gemeentelijke kaders behandeld (2.1). Daarna is het woord aan de belangrijkste stakeholders in de warmtetransitie (2.2). Dit zijn de stakeholders die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze visie en een sleutelrol vervullen in de warmtetransitie. Vervolgens wordt er stilgestaan bij enkele strategische keuzes ten aanzien van de warmtetransitie (2.3).

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

18

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

19

2.1

Gemeentelijke kaders voor de warmtetransitie

Voor de gemeente Voorst zijn participatie en betaalbaar­ heid belangrijke voorwaarden in de warmtetransitie. Daarnaast gaat het niet alleen om het aardgasvrij maken van de gebouwen, maar om de hele wijk toekomstbestendig te maken. En op een moment wat voor de eigenaar een logisch moment is.

De belangrijkste voorwaarde van de gemeente is uitvoerige participatie. De warmtetransitie is gebaseerd

op een wijkgerichte aanpak. Dat betekent dat warmtenetten, of andere hernieuwbare warmtetechnieken, op wijkniveau zijn georganiseerd. Dat betekent dat een warmtenet in de praktijk één of meerdere wijken of zelfs buurten kan beslaan. Voorbeelden uit de praktijk tonen aan dat de transitie succesvoller verloopt naarmate buren daarbij meer met elkaar en met de (lokale) overheid optrekken. Dat betekent gezamenlijk keuzes maken en misschien zelfs gezamenlijk de hernieuwbare warmtebron bezitten. De warmtetransitie slaagt echter pas als iedereen (inwoners, bedrijven en instellingen) wordt betrokken in het proces. Voor de gemeente Voorst is het organiseren van uitvoerige participatie dan ook een belangrijke voorwaarde in de warmtetransitie. Bij de totstandkoming van deze Transitievisie Warmte zijn de belangrijkste stakeholders (bedrijven en instellingen) dan ook uitvoerig betrokken. In paragraaf 1.3 is beschreven op welke wijze zij betrokken zijn in dit proces. In de periode die volgt na de vaststelling van deze Transitievisie Warmte, is een grote rol weg gelegd voor de inwoners. Het startschot hiervoor zijn de Wijkuitvoeringsplannen. Deze Wijkuitvoeringsplannen worden opgesteld met alle inwoners en andere gebouw­ eigenaren. Samen wordt besloten welke stappen er genomen worden en wat hiervoor nodig is. Betaalbaarheid is een ander belangrijk uitgangspunt voor de gemeente Voorst.

Dat betekent dat iedereen in de gemeente mee moet kunnen doen met de warmtetransitie.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Dit is mogelijk te maken door aanbod- en vraagbundeling en met (nieuwe) financieringsvormen. In het Klimaatakkoord is woonlastenneutraliteit één van de uitgangspunten in de warmtetransitie. De instrumenten om dit te bewerkstelligen zijn echter nog in ontwikkeling. De gemeente Voorst houdt de landelijke ontwikkelingen op het gebied van betaalbaarheid en de energie- en warmtetransitie dan ook nauwlettend in de gaten. Uiteindelijk gaat het niet alleen om het dichtdraaien van de gaskraan, maar om de woningen en gebouwen toekomstbestendig te maken. Het aanpakken van de woning levert namelijk niet alleen energiebesparing op, maar levert ook veel comfort en zorgt er voor dat de woning weer een tijd mee kan. De verduurzaming van de woning kan hierbij meegaan in het gewone onderhoud van de woning. De ketel heeft na 20 jaar zijn beste tijd wel gehad en is toe aan vervanging. We doen dat nu niet meer met een cv-ketel of HR-ketel, maar bijvoorbeeld met een warmtepomp. Zo maken we niet alleen een stap richting verwarmen zonder aardgas, maar maken we de woning ook toekomstbestendig en comfortabel.

2.2

Uitgangspunten stakeholders betrokken bij de Transitievisie Warmte in Voorst

Een aantal stakeholders in de gemeente Voorst heeft bijgedragen aan deze Transitievisie Warmte. Welke stake­ holders er betrokken zijn en hoe zij aan de hand van een reeks werksessies hebben bijgedragen is te lezen in bijlage 2 – De organisatiestructuur en bijlage 3 – In acht stappen naar een Transitievisie Warmte. In deze paragraaf wordt toegelicht wat voor de betrokken stakeholders belangrijke voorwaarden zijn voor de warmtetransitie in Voorst.

20

IJsseldal Wonen IJsseldal Wonen bezit circa 2300 woningen in de gemeente Voorst en is hiermee een belangrijke partij bij de warmtetransitie. IJsseldal Wonen heeft in 2020 een duurzaamheidsvisie vastgesteld waarbij de komende jaren vooral ingezet wordt op het isoleren van woningen die nog niet voldoen aan het verwachtte kwaliteitsniveau. Ook schaalt IJsseldal Wonen het plaatsen van zonnepanelen verder op. Het doel is om het woningbezit klaar te hebben voor de volgende stap richting CO₂-reductie. Het is voor IJsseldal Wonen van groot belang om gezamenlijk op te trekken om een bijdrage te leveren aan een beter klimaat. Naast het belang dat de warmtetransitie voor IJsseldal Wonen en voor haar huurders betaalbaar moet zijn, is een goede afstemming nodig met partijen om de verduurzamingsopgave te realiseren. Afstemming is gewenst om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken en koppelkansen in kaart te brengen, maar ook om kennis te delen en van elkaar te leren. Alleen door gezamenlijk op te trekken kunnen we immers de warmtetransitie in Voorst laten slagen.

Liander Liander is als netbeheerder verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van de elektriciteits- en gasnetten. Aanpassingen van deze netten moeten aansluiten bij de keuzes die gemeenten maken voor aardgasalternatieven. Daarbij moet rekening worden gehouden met de doorlooptijd en ruimtelijke impact van de netaanpassingen. Dit maakt Liander als netbeheerder één van de belangrijkste partijen in de warmtetransitie. Daarnaast beschikt Liander over data en kennis van het energiesysteem, wat kan helpen bij de te maken keuzes. Samenwerking met de netbeheerder is essentieel om te borgen dat de energienetten in de toekomst een aardgasvrije warmtevoorziening mogelijk maken. Door vroegtijdig samen te werken, zorgen we ervoor dat de energie-­ infrastructuur op tijd wordt uitgebreid, tegen zo laag mogelijke (maatschappelijke) kosten. Samen met andere stakeholders wordt afgestemd over afwegingen bij de

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

invulling van de Transitievisie Warmte. Ook beoogt Liander verschillende opgaven zo goed mogelijk te combineren. In de gemeente Voorst vervangt Liander voor 2031 gasleidingen bestaande uit Grijs Gietijzer of Asbest Cement (zogenaamde brosse leidingen). In de Transitievisie Warmte is hiermee zo goed mogelijk rekening gehouden. Zo voorkomen we onnodige overlast èn maatschappelijke kosten. Op deze manier werkt Liander samen aan een toekomstbestendige en betaalbare warmtevoorziening. In de warmtetransitie is het van belang dat ingrepen in de warmtevoorziening op wijk, gemeentelijk en op (boven) gemeentelijk niveau slim gepland worden (‘lokaal programmeren’) zodat per wijk/buurt op het juiste moment de best passende nieuwe warmteoplossing wordt gerealiseerd. Voor Liander is het dan ook van belang om nauw betrokken te blijven bij verdere planvorming, zoals bij het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen. Zo leiden we de warmtetransitie gezamenlijk in goede banen.

Waterschap Vallei en Veluwe Het Waterschap Vallei en Veluwe is verantwoordelijk voor de waterhuishouding in de gemeente Voorst en de regio. Vanuit haar taak met betrekking tot de waterhuishouding speelt zij ook een rol in de energie- en warmtetransitie, in het bijzonder bij hernieuwbare energietechnieken die gebruik maken van water en ondergrond. Het Waterschap stelt dat Thermische Energie uit Afval­ water (TEA) en Thermische Energie uit Oppervlakte­water (TEO) kansrijke warmtebronnen vormen, die een belangrijke plaats kunnen innemen en een voorkeur hebben boven warmtebronnen in de ondergrond. Waterschap Vallei en Veluwe (en Vitens) hebben zorgen over de sterke toename van Warmte-Koude-Opslag-systemen (WKO). Doorboringen van waterscheidende lagen in de ondergrond leiden tot een grotere kwetsbaarheid van het (grond)watersysteem voor verontreinigingen en wateroverlast.

21

Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens stellen graag hun kennis van het (grond)watersysteem beschikbaar en worden bij voorkeur betrokken om een brede afweging van warmtebronnen mogelijk te maken in de gemeentelijke warmtevisies en andere duurzame energie gerelateerde plannen.

2.3

Strategische keuzes

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland 95% minder CO₂ uitstoot in 2050 ten opzichte van peiljaar 1990 èn aardgasvrij is gemaakt. Hoewel de doelen vast liggen, zijn er nog keuzes te maken voor gemeenten hoe deze te bereiken. In deze paragraaf beschrijven we de keuzes die de gemeente Voorst en de betrokken stakeholders hebben gemaakt ten aanzien van de warmtetransitie.

2.3.1

Rolopvatting gemeente en tijdspad

Het Klimaatakkoord schrijft voor dat gemeenten de regie krijgen bij de ‘wijkgerichte aanpak’ om te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving. De regierol van gemeenten bij de energietransitie en de totstandkoming van de Transitievisie Warmte is nieuw. Gemeenten geven op verschillende manieren invulling aan deze rol. Als basis voor latere keuzes is het belangrijk dat de gemeente vroeg in het proces haar rol kiest.

Afwachtende regisseur: ■ De Afwachter stelt zichzelf uitsluitend doelen die volgens het Klimaatakkoord verplicht zijn ■ De Afwachter zet pas in op aardgasvrij als hiervoor draagvlak is bij inwoners, stakeholders en college

Integrale regisseur: ■ De Integralist spreekt met partners om ruimtelijke en sociaal-economische opgaven te combineren ■ De Integralist organiseert dat afdelingen van de gemeente samen integraal beleid opstellen

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Welke regierollen kan een gemeente kiezen en welke kenmerken hebben deze?

Procesregisseur: ■ De Procesregisseur organiseert veel overleg tussen inwoners, stakeholders en de gemeente ■ De Procesregisseur bereidt een zorgvuldige afweging per wijk voor, waarin draagvlak in de wijk voorop staat ■ De Procesregisseur sluit in de transitie­visie aan op bestaande initiatieven in wijken ■ De Procesregisseur richt het proces zo in dat gemeente, stakeholders en inwoners tempo kunnen maken na 2030

Sturende regisseur: ■ De Stuurder kiest voor een beperkte groep stakeholders die meebeslist, om voortgang en tempo te bewaken ■ De Stuurder probeert inwoners en stakeholders zo veel mogelijk duidelijkheid te geven over de wijkaanpak ■ De Stuurder geeft inwoners en stake­ holders een doorkijk naar hoe de warmtetransitie er na 2030 uitziet

22

De Argumentenfabriek heeft in opdracht van het Kennisen Leerprogramma Aardgasvrije Wijken een handig overzicht opgesteld om gemeenten te helpen bij het kiezen van deze strategische rol. De gemeente Voorst heeft in de Startnotitie Transitievisie Warmte haar rol reeds bepaald. Er is gekozen voor een mix uit verschillende rollen. Bij het opstellen van de Transitievisie Warmte heeft de gemeente vooral de rol van sturende regisseur. De Transitievisie Warmte is opgesteld samen met de woningcorporatie IJsseldal Wonen, netbeheerder Liander, Waterschap Vallei en Veluwe en energiecoöperatie EnergieRijk Voorst. De inwoners worden geïnformeerd, maar zitten nog niet aan tafel bij de gesprekken, omdat er eerst wordt verkend wat de technische mogelijkheden zijn. Richting het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen, in de periode na de vaststelling van de Transitievisie Warmte, kiest de gemeente voor een rol als procesregisseur. Zo kan de gemeente een zorgvuldig proces inrichten voor de eerste Wijkuitvoeringsplannen, waarin participatie met

S-CURVE Aardgasvrije woningen

Ook voor geothermie geldt dat er risico’s bestaan voor het grondwater met grote impact op het (grond)watersysteem en de drinkwatervoorziening. Op basis van deze risico’s (onvoldoende putintegriteit, beperkte mogelijkheden voor beheersmaatregelen) wordt voor het hele beheersgebied van het waterschap opgeroepen om terughoudend te zijn bij het toepassen van geothermie.

stakeholders en inwoners centraal staat. In de loop van de decennia wil de gemeente steeds meer toegroeien naar een sturende regisseur. In deze rol kan er, na de eerste voorzichtige en zorgvuldige fase, tempo worden gemaakt met het aardgasvrij maken van wijken. Deze rol sluit goed aan bij de manier waarop de gemeente de opgave (het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving) aan wil pakken, via het zogenaamde ‘S-curve’tijdspad. Dit tijdspad is eveneens vastgesteld in de Startnotitie. In het ‘S-curve’-tijdspad worden er in de eerste jaren nog weinig gebouwen aardgasvrij gemaakt, maar wel ieder jaar meer dan het jaar ervoor. Dit leidt er toe dat op de helft van de tijd ook de helft van het aantal gebouwen aardgasvrij is gemaakt. Precies op de helft worden de meeste gebouwen aangepakt. Daarna worden er ieder jaar minder woningen aardgasvrij gemaakt dan het jaar ervoor. Dit biedt de ruimte voor een voorzichtige start én ruimte om later op te schalen wanneer de geleerde lessen uit de opstartfase in praktijk kunnen worden gebracht. In paragraaf 3.1. zal uitgebreid worden stilgestaan bij hoe de warmtetransitie (de opgave) in de gemeente Voorst eruit ziet. Strategische vraag: Stellen we in de gemeente Voorst in de opgave (en het hierboven genoemde tijdspad) CO₂-­besparing centraal of het aantal woning­equivalenten aardgasvrij?

2.3.2

Tijd

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Opgave, startbuurten en (gemeentebreed) isoleren

Naast de gemeentelijke rolbepaling en het tijdspad zijn er nog een drietal strategische keuzes gemaakt met betrekking tot de opgave, startbuurten en isoleren. Deze keuzes zijn samen met de betrokken stakeholders gemaakt in de werksessies (een uitgebreide beschrijving van deze werksessies is beschreven in bijlage 3 – In acht stappen naar een Transitievisie Warmte).

23

In Voorst kiezen we ervoor om CO₂-besparing centraal te stellen. Dit doen we om goed zicht te kunnen houden op inspanning, voortgang en resultaat. Een voorbeeld: we zetten in de gemeente Voorst in op het na-isoleren van gebouwen en moedigen de overstap naar een hybride warmtepomp aan. Hoewel hiervoor een flinke inspanning moet worden gepleegd, zijn deze gebouwen nog niet aardgasvrij. Ze gebruiken immers nog aardgas, zij het weliswaar een aanzienlijk mindere hoeveelheid. Met deze aanpak wordt geen voortgang geboekt ten opzichte van de opgave, als we ervoor kiezen het aantal woningequivalenten aardgasvrij centraal te stellen hierin. Wel wordt er met deze aanpak een aanzienlijke hoeveelheid CO₂ bespaard. En juist het verminderen van de CO₂-uitstoot is de hoofdopgave uit het Klimaatakkoord. Dat pleit ervoor om CO₂-besparing centraal te stellen in de opgave. Natuurlijk blijven we de voortgang, richting het volledig aardgasvrij maken van de gemeente, wel monitoren in de uitvoering.

Strategische vraag: In de Transitievisie Warmte kiezen we een aantal startbuurten. Valt de keuze hier bij voorkeur op een reeks startbuurten met verschillende hernieuwbare warmteoplossingen (bijvoorbeeld een ‘all-electric’ buurt en een buurt met een collectieve oplossing) of op startbuurten met allemaal dezelfde warmteoplossing?

Strategische vraag: Willen we in de gemeente Voorst focusgebieden aanwijzen voor het na-isoleren van gebouwen?

Parallel aan het starten van de Wijkuitvoeringsplannen, willen we als gemeente inwoners gemeentebreed (dus onafhankelijk van de buurt of wijk waarin ze wonen) aanmoedigen te gaan isoleren. Dit is gezien de vaak gekozen ‘all-electric’-oplossing en beoogde besparing altijd een verstandige oplossing (een zogenaamde ‘no-­ regret’-oplossing. In paragraaf 5.2 is meer te lezen over wat de gemeente Voorst aanbiedt aan inwoners die al van start willen met de verduurzaming van hun woning of bedrijfspand.

De transitie naar een aardgasvrije warmtevoorziening is nieuw. Daarom beschouwt de gemeente Voorst de warmtetransitie als een leerproces, wat aansluit bij het hierboven genoemde ‘S-curve’-tijdspad. Om over de volle breedte van de warmtetransitie te leren, wil de gemeente met de Wijkuitvoeringsplannen starten in buurten die qua kenmerken van elkaar verschillen. Dit verschil kan zitten in de warmte-oplossing, maar bijvoorbeeld ook in sociale of demografische kenmerken. Deze keuze sluit aan bij de startbuurten uit paragraaf 4.3.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

24

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

25

Hoofdstuk 3

DE WARMTETRANSITIE IN DE GEMEENTE VOORST

Dit hoofdstuk beschrijft de warmtetransitie in de gemeente Voorst. We schetsen om te beginnen een beeld van de gemeente op hoofdlijnen (3.1). In de volgende paragraaf beschrijven we de opgave waar de gemeente Voorst voor staat richting 2050

WELKE HERNIEUWBARE WARMTEBRONNEN ZIJN ER IN DE GEMEENTE VOORST BESCHIKBAAR?

(3.2). We beschrijven deze opgave in termen van aantallen woningen, warmtevraag en CO₂-uitstoot. Vervolgens beschrijven we welke hernieuwbare warmtebronnen er in de gemeente Voorst beschikbaar zijn (3.3). Daaruit volgt een logische koppeling tussen warmtevraag en het aanbod van hernieuwbare warmtebronnen, oftewel de warmtematch (3.4). We sluiten het hoofdstuk af met oplossingsrichtingen bij het aardgasvrij maken van de gemeente Voorst (3.5). Dat doen we in de vorm van een hoofdstrategie en bijbehorende actiepunten.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

26

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

27

3.1

Kenmerken van de gemeente

3.2

De opgave

De gemeente Voorst heeft circa 25.000 inwoners verspreid over de gemeente. De grootste kern is Twello waar circa de helft van de inwoners woonachtig is. Het resterende deel van de inwoners woont verspreid in het relatief grote buitengebied. Hier bevindt zich een aantal kernen zoals o.a. Wilp, Nijbroek, Teuge, Posterenk, Bussloo, Terwolde en Voorst. Door het grote buitengebied kent de gemeente Voorst veel verspreide bouw en dus een lage bebouwingsdichtheid. Ook is de woningvoorraad in de gemeente Voorst relatief oud ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde. Het aandeel woningen gebouwd voor 1965 is 37%. Er staan bijvoorbeeld oude boerderijen in het buitengebied, maar ook de dorpskernen bestaan voor een groot deel uit oudere woningen. De nieuwe woningen centreren zich in de grotere kernen (met name Twello, maar ook Voorst en Wilp).

In het Klimaatakkoord zijn voor de gebouwde omgeving drie belangrijke afspraken gemaakt: het aardgasvrij maken van Nederland, het terugdringen van de warmtevraag en (daarmee) de CO₂-uitstoot beperken. Deze drie afspraken maken samen de opgave. In deze paragraaf gaan we in op hoe deze afspraken zich vertalen naar de situatie in de gemeente Voorst.

Bovenstaande kenmerken hebben gevolgen voor de warmte­vraag en geschikte hernieuwbare warmtetechnieken zoals verderop in dit hoofdstuk aan de orde komen.

Doelstelling 2030: 20% aardgasvrij

Doelstelling 2050: 100% aardgasvrij

Ca. 210

Ca. 560

Vanuit het Klimaatakkoord is afgesproken dat Nederland in 2050 volledig aardgasvrij is. In 2030 moeten de ­eerste contouren van een aardgasvrij Nederland zichtbaar ­worden. Voor dat jaar is afgesproken dat circa 20% van de gebouwen in Nederland al aardgasvrij is. De gemeente Voorst kent circa 14.000 woningequivalenten. Dat betekent dat de gemeente Voorst in 2030 al circa 2800 woningequivalenten aardgasvrij moet hebben gemaakt.

Woningequivalenten per jaar aardgasvrij maken Woningen in de gemeente Voorst naar ouderdom

13%

Voor 1930

18%

14%

1930-1945 7% 12%

23%

1946-1964 1965-1974 1975-1991 1992-2005

13%

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

2006-2019

weergegeven. Daarin is te zien dat richting 2050 de warmtevraag gestaag zal afnemen. Dit heeft te maken met maatregelen die in het Klimaatakkoord zijn voorzien, zoals het na-isoleren van woningen. Uit deze maatregelen volgt dat de warmtevraag in 2030 met circa 25% is afgenomen. Uit de grafiek blijkt dat de gemeente Voorst in 2018 een historische warmtevraag had van zo’n 964 TJ. In 2030 is dit, na besparing, afgenomen tot een verwachtte warmtevraag van 723 TJ op jaarbasis. In 2050 is dit nog 473 TJ. Tot slot draagt de warmtetransitie ook bij aan het terugdringen van de CO₂-uitstoot. De CO₂-uitstoot in de gemeente Voorst in 2019 was een krappe 180 duizend ton CO₂. Het leeuwendeel van die uitstoot werd veroorzaakt door de sector verkeer en vervoer (53 procent). Dit gaat dus met name om de uitlaatgassen van auto’s en vrachtwagens. Een kwart van de totale CO₂-emissies komt voor rekening van woningen (aardgas, elektra). Nog eens 14 procent van de commerciële en publieke dienstverlening. In totaal is de gebouwde omgeving dan ook verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle CO₂-emissies binnen de gemeente (38 procent).

Historische warmtevraag en toekomste vraag (TJ/jaar)

Warmtevraag (TJ/jaar) 1000

800

600

400

200

0 2010

2020

2030

28

2050

CO2-uitstoot per sector (in 2019, in tonnen CO2) 4%

Bovenstaande getallen maken duidelijk dat na 2030 meer tempo gemaakt moet worden om de doelstelling te ­behalen. Dit is conform het ‘S-curve’ tijdspad (zie paragraaf 2.3.1) waarin in de periode tot 2030 is geleerd van de eerste buurten die van het aardgas afgaan. In de periode hierna zal aan de hand van de geleerde lessen worden opgeschaald. Hoewel de opgave het aardgasvrij maken van gebouwen behelst, is het ook van belang dat er genoeg hernieuwbare warmte wordt opgewerkt om aardgas te vervangen. Dit begint bij het inzichtelijk maken van de vraag naar hernieuwbare warmte in Voorst. In de onderstaande grafiek is de historische- en verwachte vraagontwikkeling naar warmte in de gemeente Voorst

2040

5%

38%

53%

■ Gebouwde omgeving ■ Verkeer en vervoer

■ Industrie, energie, afval en water ■ Landbouw, bosbouw en visserij

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

29

3.3

Welke hernieuwbare warmtebronnen zijn in de gemeente Voorst beschikbaar?

Als we spreken over het aardgasvrij maken van de gemeente Voorst, dan betekent dat dat er ook overgeschakeld moet worden op hernieuwbare warmtebronnen. In deze paragraaf ­lichten we toe welke hernieuwbare bronnen in de gemeente op termijn voorhanden zijn om de gebouwen te verwarmen. In bijlage 4 – Beschrijving van hernieuwbare warmtetechnieken, is een algemeen beschrijving van bronnen en technieken opgenomen. Bij het zoeken naar hernieuwbare warmtebronnen maken we onderscheid tussen twee categorieën. Het onderscheid tussen deze categorieën schuilt in de manier van aansluiting (de oplossing), namelijk individueel of collectief.

3.3.1

Collectieve oplossingen

Met een zogenaamde collectieve oplossing kunnen meerdere gebouwen tegelijk verwarmd worden met dezelfde warmtebron, met behulp van een warmtenet. Hoeveel gebouwen dit betreft is onder andere afhankelijk van de potentie van de bron en de bebouwingsdichtheid in het potentiële levergebied. Een grootschalig warmtenet (op buurt- of wijkniveau) wordt echter pas kansrijk bij een warmtevraag die hoger ligt dan 1000 GJ per hectare. Dit betreft hoofdzakelijk wijken en buurten met een hoge bebouwingsdichtheid of tuinders. In de gemeente Voorst ligt de warmtevraag enkel zo hoog in de kern van Twello en rond de kwekerijen in Twello en Teuge. Voordat er nagedacht kan worden over de geschiktheid van een warmtenet bij een buurt, moeten we eerst onderzoeken of de gemeente Voorst geschikte collectieve warmtebronnen voorhanden heeft en zo ja, waar deze zich bevinden. In de gemeente Voorst onderscheiden we de volgende beschikbare collectieve warmtebronnen: ■ Restwarmte; ■ Thermische energie uit afvalwater (TEA); ■ Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO); ■ Geothermie.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

Restwarmte en thermische energie uit afvalwater

Bij industriële processen en bedrijvigheid ontstaat er soms warmte dat een bedrijf zelf niet meer nuttig kan gebruiken. Deze restwarmte kan een warmtenet van warmte voorzien en vervolgens worden gebruikt om gebouwen te verwarmen. Zoals te zien is op onderstaande kaart is het aantal restwarmtebronnen (condenswarmte en industriële warmtebronnen) beperkt. De grootste restwarmtebron, Attero (14 TJ per jaar) ligt bovendien op te grote afstand van kernen met de vereiste minimale warmtevraag. De vuistregel hierbij is dat de bron op maximaal 1 kilo­ meter mag liggen van de afnemende partijen. Hetzelfde geldt voor thermische energie uit afvalwater (TEA). De Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) nabij Terwolde heeft een potentie van 46 TJ per jaar. De RWZI waaruit de thermische energie gewonnen wordt, ligt echter op te grote afstand van de kernen in de gemeente Voorst. Zo ligt Twello op 2 kilometer en Terwolde op bijna 3 kilometer afstand. De gemeente Voorst kent verder nog een vijftal RWZI’s waarvan de potentie nog onbekend is. De gemalen zijn echter niet van een dusdanige omvang om de startbuurten en bijbehorende voorkeursoplossingen uit hoofdstuk 4 te beïnvloeden. Daarom wordt bij het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen nader onderzocht of deze gemalen een rol kunnen spelen als restwarmtevoorziening in de gemeente.

Deze gemalen zijn opgenomen onder Bijlage 6 - Overzicht restwarmtebronnen gemeente Voorst. In deze bijlage is een overzicht opgenomen van alle restwarmtebronnen in de gemeente en hun potentie zo ver bekend. De overige kleinere restwarmtebronnen zijn alleen geschikt om eventueel op kleinschalige open warmtenetten aan te bieden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een bedrijventerrein. Deze bronnen hebben onvoldoende potentie om een gehele buurt of wijk te verwarmen.

30

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

31

Thermische energie uit oppervlaktewater

Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) kan worden gewonnen uit de verschillende oppervlaktewateren in de gemeente Voorst. TEO heeft als bijkomend voordeel dat het kan worden ingezet bij kleinere kernen, met een lagere bebouwingsdichtheid. Ook hier moet echter rekening gehouden geworden met nabijheid van de afnemers. De grootste kansen voor TEO in de gemeente Voorst zijn: ■ IJssel ter hoogte van Terwolde (max. 26 TJ per jaar) en Steenenkamer (max. 9 TJ per jaar); ■ Voorsterbeek bij Voorst (max. 26 TJ per jaar). ■ Kleine kernen rond Weteringen (max. 25 TJ per jaar). ■ De Wierd bij Klarenbeek (max. 27 TJ per jaar). De Lazaruskolken bij Twello en plas Bussloo vallen af vanwege de afstand tot de dichtstbijzijnde kernen. De overige kolken zijn te klein voor TEO.

Geothermie

In diepe aardlagen (dieper dan 500 meter) wordt de aarde niet langer verwarmd door de zon, maar door de kern van de aarde. Geothermie is een techniek om warmte afkomstig uit aarde te winnen. Deze gewonnen warmte kan via een warmtenet worden ingezet voor de verwarming en koeling van gebouwen. Warmte met geothermie als bron heeft een hogere temperatuur en een grote potentie, maar de winning brengt ook hoge kosten met zich mee. Deze techniek is hierdoor alleen geschikt voor gebieden met een relatief hoge warmtevraag per hectare. In de gemeente Voorst en omstreken is vooralsnog alleen verkennend onderzoek uitgevoerd naar geothermie. Daaruit blijkt dat de gemeente Voorst een gemiddelde potentie kent voor geothermie. Dat betekent dat er in het onderzoeksgebied een gemiddelde kans is (30-50%) op een bron met een bovengemiddelde bron.1 Of een dergelijke bron voorhanden is, is onder andere afhankelijk van

1

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

32

de bodemlagen. Vanuit de vraagkant bekeken lijken alleen Twello in combinatie met enkele tuinders in aanmerking te komen voor geothermie. Alleen hier is de warmtevraag per hectare voldoende hoog. Bovendien is de toepassing van geothermie bij tuinders in Nederland al een beproefd concept. Om potentie en kansrijkheid van geothermie verder te onderzoeken is regionaal en lokaal specialistisch onderzoek benodigd. Regionaal loopt er vanuit het programma Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (SCAN) een onderzoek naar geothermie.

3.3.2

Individuele oplossingen

Met individuele oplossingen kan één gebouw, of enkele gebouwen tegelijk, van hernieuwbare warmte worden voorzien. Deze gaan dan ook niet gepaard met een warmtenet. Individuele oplossingen zijn bij uitstek geschikt voor verspreide bouw met een lage warmtevraag, bijvoorbeeld in het buitengebied. De individuele oplossingen zijn: 1. Omgevingswarmte; 2. Biomassa; 3. Waterstof.

Omgevingswarmte

Met omgevingswarmte bedoelen we warmte gewonnen uit de lucht en (ondiepe) ondergrond. Dit is bijna overal mogelijk en de potentie is vrijwel onbeperkt. Hieronder vallen luchtwarmtepompen en kleinschalige WKOsystemen. Het nadeel van deze oplossingen is dat ze relatief kostbaar zijn, o.a. doordat ze een beroep doen op het elektriciteitsnetwerk en er een hoge isolatiegraad is vereist. Varianten op deze oplossing staan ook wel bekend als ‘all-electric’-oplossingen.

Biomassa en groengas

Biomassa is plantaardig (bijvoorbeeld hout) en dierlijk (bijvoorbeeld mest) materiaal dat zowel ingezet kan worden als individuele of collectieve oplossing. Biomassa kent

Met een bovengemiddelde bron bedoelen we een bron met een vermogen groter dan 5 MWth.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

33

verschillende verschijningsvormen, zoals vaste biomassa (dat kan worden verstookt in o.a. houtkachels of pelletkachels) of gas (bijvoorbeeld groengas dat kan worden ingevoed op het gasnet).2 Voorst is een landelijke gemeente en beschikt daardoor over reststromen. De totale potentie voor biomassa in de gemeente Voorst komt neer op circa 110 TJ per jaar. Dit is zowel vaste als gasvormige biomassa. Hierin maken we geen onderscheid, omdat richting de toekomst circa 80% van het totaal kan worden ingezet als gas door de ontwikkeling van nieuwe vergistingstechnieken. Daarmee wordt het inzetten op verbranding van vaste biomassa als hernieuwbare warmtebron onwenselijk. In het Klimaatakkoord is voor biomassa een rol als transitiebrandstof voorzien. Dat betekent dat de inzet van biomassa een tussenoplossing kan zijn in de warmtetransitie. Het maatschappelijke debat over de rol en duurzaamheid van biomassa loopt echter sterk uiteen. Ook is het onduidelijk hoe de aanwezige reststromen (boven-) lokaal zullen worden verdeeld. Om deze redenen is de gemeente Voorst terughoudend met de inzet van biomassa van buiten de gemeentegrenzen. In de gemeente Voorst benaderen we biomassa enkel als individuele oplossing. Dat doen we omdat collectieve, oftewel grootschalige, verbranding van vaste biomassa onwenselijk is door bovengenoemd maatschappelijk debat.

Inzet van groengas is bij uitstek een individuele oplossing omdat er niet genoeg groengas voorhanden lijkt om gehele wijken hiermee te verwarmen.

Waterstof

Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Dit betekent dat het niet kan worden gewonnen, zoals aardgas, maar uit water wordt gemaakt met behulp van grote hoeveelheden elektriciteit. Waterstof is pas echt 2

duurzaam wanneer deze met duurzaam opgewekte groene elektriciteit wordt gecreëerd. Momenteel worden er initiatieven ontplooid om waterstof duurzaam op te wekken. Er wordt echter vanuit verschillende sectoren, waaronder de industrie en (zwaar) transport, aanspraak gemaakt op waterstof. Of, en in welke mate, waterstofgas beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dan ook nog niet bekend. Als het beschikbaar komt voor de gebouwde omgeving is dit naar verwachting pas na 2030 en slechts alleen voor gebouwen die niet op een andere manier duurzaam verwarmd kunnen worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan monumentale panden. Waterstof zal op de korte- en middellange termijn dus nog niet op grote schaal kunnen worden toegepast in de gebouwde omgeving. Om bovenstaande redenen is waterstof dan ook niet meegenomen in het warmtebeeld van Voorst.

3.4

Match van warmtevraag en aanbod

Match van warmte vraag en aanbod (473 TJ in 2050) 500

Door de schaarste van collectieve warmtebronnen in de gemeente Voorst is het wenselijk de lijn uit het Klimaatakkoord in te zetten. Dat betekent dat we zo snel mogelijk moeten inzetten op het na-isoleren van gebouwen, zodat de warmtevraag afneemt naar de verwachtte 473 TJ in 2050. Op dit moment kent de gemeente Voorst al circa 82 TJ aan hernieuwbare warmteopwek, dit is hoofdzakelijk afkomstig van houtkachels. Vervolgens is er gekeken welke bronnen uit 2.2. nog aan het resterende deel van de vraag van 391 TJ kunnen worden gekoppeld. Dit zijn in ieder geval de volgende oplossingen: ■ Benutting van restwarmte, met name op bedrijven­ terrein Engelenburg voor circa 10 TJ per jaar.

450

34

54

400 350

179

300 250 200 150

110

100

Ontbrekend (Omgevingswarmte?)

Het resterende deel van de warmtevraag, circa 54 TJ per jaar, zal worden ingevuld met technieken die gebruik maken van omgevingswarmte. Hierbij moet als kant­ tekening worden geplaatst, dat het hier gaat om een ­theoretische ‘match’ van de warmtevraag aan de beschikbare warmtebronnen. Mocht het zo zijn dat de warmtelevering van bronnen in de praktijk tegenvalt, bijvoorbeeld als geothermie in de praktijk niet haalbaar blijkt of het aandeel van groengas en biomassa niet volledig kan worden benut, dan zal het ontstane gat waarschijnlijk moeten worden gedicht met een groter aandeel omgevingswarmte (ook wel ‘all-electric’ genoemd).

3.5

Voorkeursstrategieën en actiepunten voor de warmtetransitie in de gemeente Voorst

In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de buurtkenmerken, warmtevraag en beschikbaarheid van bronnen inzichtelijk gemaakt. Hieruit volgen een hoofdstrategie en bijbehorende actiepunten bij het aardgasvrij maken van de gemeente Voorst (zie volgende pagina).

Geothermie

Aquathermie

28 9

50

Groengas heeft als voordeel dat het in principe kan worden ingevoed in het gasnet. Het groene gas wordt dus niet 1-op1 toegekend aan een woning of wijk, maar wordt ingevoed op een invoegpunt. Daarnaast moet het aanbod (continue stroom) en vraag (pieken in de winter) op elkaar worden afgestemd om de gastoevoer in het voedingsgebied op orde te houden.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

■ Benutting van circa 25% van de genoemde potentie van de vier meest kansrijke TEO-bronnen. Dit levert circa 28 TJ per jaar op. ■ Benutting van een deel van de potentiële restwarmte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie nabij Terwolde voor 9 TJ per jaar. ■ Het opzetten van één geothermiedoublet in de omgeving van Twello, in combinatie met afname door tuinders. Hier is rekening gehouden met een gemiddelde warmteopwek van 179 TJ per jaar. Er is echter verder onderzoek nodig naar de potentie en kansrijkheid van geothermie in de gemeente Voorst. ■ Benutting van de beschikbare biomassa binnen de gemeentegrenzen van 110 TJ per jaar.

Riothermie Terwolde Groengas en biomassa Restwarmte Bestaand hernieuwbaar

10 82

0

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

35

1 2 3 4 5 6

ACTIEPUNTEN

HOOFDSTRATEGIE

Handelingsperspectief bieden voor alle inwoners door al tijdig te communiceren over de ‘no-regret’-maatregelen. Dat voorkomt verkeerde investeringen en geeft enthousiastelingen de kans om voorop te lopen.

■ Inzetten op ‘no-regret’-maatregelen voor alle buurten in de gemeente Voorst. Dit betreft het (na-) isoleren van gebouwen en overschakelen op hybride-warmtepompen (als tussenstap) om zo de warmtevraag terug te dringen en CO₂ te besparen.

Inwoners stimuleren om op natuurlijke momenten te isoleren en de overstap te maken naar een hybride-­ warmtepomp (als tussenstap) en zo mogelijk gelijk naar volledig ‘all-electric’-oplossingen. Zo houden we de warmtetransitie betaalbaar voor iedereen. Inzetten op de productie van groengas in de gemeente. Groengas kan worden gebruikt voor gebouwen waar verwarming met andere technieken (lees: ‘all-electric’) zeer hoge kosten met zich mee brengt of onmogelijk is, bijvoorbeeld door een monumentale status. Het is echter vooralsnog onduidelijk hoe groengas (lokaal) zal worden ­verdeeld. Verder (boven-) lokaal onderzoek doen naar geothermie als warmtebron voor de buurten en tuinders in en nabij Twello. Het ‘S-curve’-tijdspad (zoals beschreven in paragraaf 2.3.1) aanhouden. Om zicht te houden op de doelstelling 2050 aardgasvrij moeten grote delen van Twello voor 2035 worden aangepakt. Technologische ontwikkelingen in de gaten houden bij het actualiseren van deze Transitievisie Warmte iedere vijf jaar.

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

■ Voor het grootste deel van de buurten in de gemeente Voorst is de individuele ‘all-electric’oplossing het eindbeeld in 2050. Dit komt enerzijds door de afwezigheid van collectieve warmtebronnen voor een groot deel van de buurten. Anderzijds zijn kenmerken van de meeste buurten ongeschikt voor collectieve oplossingen, bijvoorbeeld door een te lage woningdichtheid. ■ Collectieve oplossingen genieten doorgaans de voorkeur vanwege de lagere maatschappelijke kosten. Inzetten op grootschalige collectieve oplossingen is echter alleen mogelijk in Twello, Steenenkamer en Terwolde. In Twello is geothermie de enige serieuze overgebleven kandidaat. In Steenenkamer is thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) kansrijk, mogelijk in samenwerking met de gemeente Deventer. In Terwolde lijkt een combinatie van TEO/TEA een mogelijke collectieve warmteoplossing voor de buurt. Voor alle bovengenoemde collectieve oplossingen is meer onderzoek benodigd naar potentie en kansrijkheid. Mochten de collectieve oplossingen toch niet haalbaar lijken, dan is individueel ‘all-electric’ het eindbeeld in 2050 voor deze buurten.

36

TRANSITIEVISIE WARMTE – 2022 T/M 2026

37

Hoofdstuk 4

SELECTIE VAN STARTBUURTEN

In dit hoofdstuk lichten we toe in welke buurten van de gemeente Voorst we starten met het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Dat doen we door eerst de criteria te beschrijven op basis waarvan we een buurt kansrijk achten (4.1). Vervolgens staan we stil bij de afwijkende buurtindeling die in deze Transitievisie Warmte gehanteerd wordt, ten opzichte van de standaard CBS-buurtindeling (4.2). Tot slot lichten we de startbuurten (4.3) en buurten waarin we in de periode 2025-2030 starten (4.4) verder toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10692531/1