Toelichting en Regels
Tekst van het document
NATUURGEBIED LAMPENBROEK Gemeente Voorst bestemmingsplan 23 september 2024
1/1
Natuurgebied Lampenbroek - Voorst Plantype Betreft Status Datum
2/128
bestemmingsplan Natuurgebied Lampenbroek vastgesteld laatste wijziging 19 juni 2024
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit TOELICHTING Hoofdstuk 1
INLEIDING
11
1.1
Aanleiding
11
1.2
Ligging en begrenzing
11
1.3
Geldend bestemmingsplan
15
1.4
Werkwijze en opzet van de toelichting
15
HUIDIGE SITUATIE
17
2.1
Inleiding
17
2.2
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
17
2.3
Natuur
18
2.4
Water
19
2.5
Landbouw
20
2.6
Wonen
20
Hoofdstuk 3
TOEKOMSTIGE SITUATIE
21
Hoofdstuk 4
BELEIDSKADER
23
4.1
Nationale Omgevingsvisie
23
4.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
24
4.3
Omgevingsverordening Gelderland
26
4.4
Ruimtelijke toekomstvisie Voorst
31
4.5
Programma's Voorst
32
4.6
Verkeer en parkeren
37
PLANOLOGISCHE ASPECTEN
39
5.1
Milieuaspecten (ontwikkelingsplan)
39
5.2
Natuurwaarden
56
5.3
Duurzame verstedelijking
60
5.4
Archeologie
61
5.5
Cultuurhistorie
64
5.6
Financieel-economische uitvoerbaarheid
66
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 5
3/128
Hoofdstuk 6
JURIDISCHE PLANOPZET
67
6.1
Inleiding
67
6.2
Karakter bestemmingsplan
67
6.3
Bestemmingen
67
6.4
Algemene regels en overgangs- en slotregels
68
INSPRAAK EN OVERLEG
69
7.1
Participatie
69
7.2
Inspraak
69
7.3
Overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening
69
7.4
Ontwerp
70
Inleidende regels
74
Artikel 1
Begrippen
74
Artikel 2
Wijze van meten
77
Bestemmingsregels
78
Artikel 3
Natuur
78
Artikel 4
Water
80
Artikel 5
Waarde - Ecologie - Gelders Natuurnetwerk
81
Artikel 6
Waarde - Ecologie - GO
82
Artikel 7
Waarde - Landschap
83
Hoofdstuk 3
Algemene regels
86
Artikel 8
Antidubbeltelregel
86
Artikel 9
Algemene bouwregels
87
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
88
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
89
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
90
Artikel 13
Overige regels
91
Overgangs- en slotregels
92
Artikel 14
Overgangsrecht
92
Artikel 15
Slotregel
93
Hoofdstuk 7
REGELS Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
4/129
BIJLAGEN BIJ DE REGELS Bijlage 1
Inrichtingsplan Lampenbroek
Bijlage 2
(Water)bodemonderzoek verdrogingsaanpak Lampenbroek (d.d. 17 mei2023)
Bijlage 3
Nader (water)bodemonderzoek verdrogingsaanpak Lampenbroek (d.d. 25 augustus 2023)
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1
Inrichtingsplan Lampenbroek
Bijlage 2
(Water)bodemonderzoek
Bijlage 3
Aanvullend (water)bodemonderzoek
Bijlage 4
Rapport niet-gesprongen explosieven
Bijlage 5
Plan van oplevering veldonderzoek niet gesprongen explosieven
Bijlage 6
M.e.r. beoordeling
Bijlage 7
Toelichting stikstofberekening
Bijlage 8
Stikstofberekening
Bijlage 9
Quickscan flora & fauna
Bijlage 10
Aanvullend ecologisch onderzoek beschermde soorten
Bijlage 11
Archeologisch onderzoek
Bijlage 12
Selectiebesluit archeologie
Bijlage 13
Procedureschema
5/128
6/128
Vaststellingsbesluit
TOELICHTING behorende bij het bestemmingsplan Natuurgebied Lampenbroek - Voorst
Hoofdstuk 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Lampenbroek is een natuurgebied gelegen op de grens van de gemeenten Apeldoorn en Voorst met natte, bloemrijke hooilanden, houtwallen en vochtige bossen. Het gebied wordt gevoed vanuit het Veluwemassief en krijgt meer te maken met verdroging. Om in te spelen op de gevolgen van klimaatverandering en de leefomgeving van mensen, dieren en planten te verbeteren wordt het Gelders Natuurnetwerk op deze locatie vergroot. Uitvoerders van de uitbreiding van het natuurgebied Lampenbroek zijn: het Waterschap Vallei en Veluwe als zijnde initiatiefnemer en de provincie Gelderland en Natuurmonumenten als partners van dit project. In mei 2019 hebben waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland en Natuurmonumenten het projectplan "Klimaatverandering en herstel verdroogde natuur Lampenbroek" ondertekend. Daarmee zijn deze partijen gezamenlijk overeengekomen om effectgerichte inrichtingsmaatregelen uit te voeren om meer natte natuur te realiseren en te herstellen en klimaatadaptatie in het gebied te realiseren. Hiervoor zijn bestaande agrarische gronden aangekocht en worden deze gewijzigd naar natuurgebied. De benodigde herstelmaatregelen zijn inmiddels geheel uitgewerkt. Deze maatregelen worden o.a. uitgevoerd op wat nu nog agrarische gronden zijn.
Om uiteindelijk de vergunningen voor deze maatregelen te krijgen, is het noodzakelijk om de voorkomende bestemmingen in het gebied te wijzigen naar de bestemming 'Natuur'. Het gaat in totaal om ruim 110 hectare grond, waarvan 90 hectare grond waarvan de bestemming gewijzigd wordt in een natuur- of waterbestemming. Ook worden enkele hoofdwatergangen verlegd zodat het water beter kan worden vastgehouden in het gebied. Ook hiervoor moeten de onderliggende bestemmingsplannen gewijzigd worden. Voor beide gemeenten wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld om de natuurontwikkeling mogelijk te kunnen maken.
1.2
Ligging en begrenzing
Het natuurgebied Lampenbroek ligt in de zuidelijke IJsselvallei op de overgang van de Veluwe naar het IJsseldal bij het dorp Klarenbeek binnen de gemeenten Apeldoorn en Voorst. Dit bestemmingsplan ziet toe op het deelgebied behorend bij de gemeente Voorst. In onderstaand figuur is weergegeven zijn de te wijzigen agrarische percelen weergegeven. Naast de te wijzigen agrarische percelen wordt ook de bestaande bestemming 'Natuur' meegenomen.
11/128
Figuur 1.1 - globale ligging plangebied met in groen de te wijzigen percelen* *Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de volgende kadastrale percelen verwijderd uit het vast te stellen bestemmingsplan: Voorst H 230, 213, 220, 222, 136. Figuur 1.1 is hierop aangepast. De voorgenomen wijziging naar de bestemming Natuur en/of Water en bijbehorende maatregelen vinden geen doorgang op deze percelen. Het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting is hierop aangepast. *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied is niet meegenomen in bovenstaande figuur.
12/128
Figuur 1.2 - globale begrenzing plangebied met in het midden de gemeentegrens* *Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de volgende kadastrale percelen verwijderd uit het vast te stellen bestemmingsplan: Voorst H 230, 213, 220, 222, 136. Figuur 1.2 is hierop aangepast. De voorgenomen wijziging naar de bestemming Natuur en/of Water en bijbehorende maatregelen vinden geen doorgang op deze percelen. Het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting is hierop aangepast.
13/128
Figuur 1.3 geeft de huidige a-watergangen in het gebied aan. Deze watergangen worden gedempt, verlegd of nieuw aangelegd.
Figuur 1.3 - Watergangen in en om het plangebied (Bron: Verdrogingsaanpak Lampenbroek, Aveco de Bondt)* *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied en gewijzigde maatregelen zijn niet meegenomen in bovenstaande figuur. Zie het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting voor de gewijzigde maatregelen.
14/128
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het plangebied in de gemeente Voorst maakt deel uit van het bestemmingsplan 'Buitengebied' (deels onherroepelijk in werking, vastgesteld d.d. 28 januari 2013). In 2014 en 2019 is het bestemmingsplan 'Buitengebied' herzien. Deze herzieningen zijn beiden onherroepelijk vastgesteld. Tevens loopt een klein deel van een nieuwe a-watergang door de woonbestemming van het bestemmingsplan Polveensweg 23-25, Klarenbeek (onherroepelijk, vastgesteld 20 maart 2023). Binnen het bestemmingsplan komen de bestemmingen Natuur, Bos, Water en Agrarisch voor. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Daarvoor wordt de bestemming Agrarisch gewijzigd naar een Natuur bestemming.
1.4
Werkwijze en opzet van de toelichting
De toelichting is bedoeld om het in het bestemmingsplan vastgelegde planologisch kader vanuit de ruimtelijke en milieusituatie te motiveren en deze in de planregels en de plankaart vast te leggen. Daarbij is onder andere gekeken naar het beleid van de gemeente (en andere overheden), heeft een analyse van het plangebied plaatsgevonden en is aangesloten op vergelijkbare, recente bestemmingsplannen van de gemeente Voorst.
15/128
16/128
Hoofdstuk 2
HUIDIGE SITUATIE
Dit hoofdstuk geeft de ruimtelijke opzet van het plangebied.
2.1
Inleiding
Het natuurgebied Lampenbroek ligt in de zuidelijke IJsselvallei op de overgang van de Veluwe naar het IJsseldal bij het dorp Klarenbeek. Lampenbroek is een natuurgebied met natte bloemrijke hooilanden, houtwallen en vochtige bossen. Het is onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk. Het gebied wordt gevoed door grondwater vanuit het Veluwemassief. In het natuurgebied komen agrarische gronden, watergangen, enkele woningen en natuurelementen voor.
2.2
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Landschap Het natuurgebied ligt in een omvangrijke laagte. Dat is waar de beeksystemen van de Verloren Beek en de Loenense Beek samenstromen tot de Voorsterbeek en waar schoon grondwater, ofwel kwelwater, afkomstig van de Veluwe, aan de oppervlakte komt. Door diepe ontwatering van de laagte (vooral met diepe sloten en later ook met buisdrainagesystemen), recht trekken van beken, het diep ploegen van de landbouwgronden en de intensivering van het agrarische grondgebruik is dit soortenrijke half natuurlijke landschap grotendeels verloren gegaan. Voor het gehele plangebied is in het bestemmingsplan 'Buitengebied' de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' opgenomen. In de bestemmingsomschrijving zijn de aanwezige landschappelijke waarden omschreven. Om de aanwezige waarden te beschermen of te versterken, is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Middels regels wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bepaalde werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die een aantasting van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden dan wel de cultuurhistorische waarde betekenen. Cultuurhistorie Het natuurgebied Lampenbroek heeft zijn naam enerzijds te danken aan de herberg 'De Leere Lampe' en anderzijds aan laag gelegen land dat 'broekland' genoemd werd.
De herberg lag op de plek van Polveensweg 21 aan de weg van Beekbergen naar Zutphen, in het beekdal van de beek die nu nog vanaf Beekbergen via het huidige Klarenbeek richting Voorst stroomt en daar in de IJssel uitmondt. Archeologie In het plangebied komen de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 2', 'Waarde - Archeologie 3', 'Waarde - Archeologie - 4', 'Waarde - Archeologie - 5' en 'Waarde - Archeologie - 6' voor. De gronden met één van deze dubbelbestemmingen zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden in een archeologische verwachtingszone. Hoe lager het nummer van de betreffende dubbelbestemming, hoe hoger de archeologische verwachting ter plaatse is. Veruit het grootste gedeelte van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6'.
17/128
2.3
Natuur
Een groot gedeelte van het plangebied bestaat uit natuurgronden en bos. Het plangebied is geen onderdeel van een Natura 2000-gebied, maar behoort wel tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN bevat bestaande en nieuwe natuurgebieden. In de omgevingsvisie en omgevingsverordening is beleid opgenomen rondom bescherming en ontwikkeling van het GNN.
Figuur 2.1 - Gelders Natuurnetwerk binnen het plangebied (Bron: Provincie Gelderland)* *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied en gewijzigde maatregelen zijn niet meegenomen in bovenstaande figuur. Zie het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting voor de gewijzigde maatregelen.
18/128
Figuur 2.2 - Lampenbroek: deel van het Gelders Natuurnetwerk bij Klarenbeek (Bron: Omgevingsverordening Provincie Gelderland)* *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied en gewijzigde maatregelen zijn niet meegenomen in bovenstaande figuur. Zie het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting voor de gewijzigde maatregelen. In het vigerende bestemmingsplan is een gedeelte van het plangebied bestemd als natuur en bos. Overkoepelend gelden de dubbelbestemming 'Waarde - Ecologie - Groene Ontwikkelingszone' en 'Waarde - Ecologie - Gelders Natuurnetwerk' die het plangebied voor een groot deel aanwijzen als (te ontwikkelen) Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur of afgekort, EHS). Binnen deze dubbelbestemmingen zijn zowel gerealiseerde alsnog te realiseren natuur aanwezig.
2.4
Water
Binnen het plangebied lopen verschillende watergangen. De Verloren Beek en de Loenensche Beek komen in het gebied samen en stromen verder als de Voorsterbeek. In figuur 1.2 zijn deze watergangen aangeduid.
19/128
2.5
Landbouw
Het grootste gedeelte van het plangebied is bestemd als agrarisch. Binnen deze bestemming zijn verschillende productietakken toegestaan. In de huidige situatie komt het echter voor dat bedrijven een andere agrarische functie uitoefenen dan datgene wat in de betreffende zone is toegestaan. Deze bedrijven worden voorzien van een specifieke functieaanduiding. De agrarische bedrijven worden niet gewijzigd binnen dit bestemmingsplan.
2.6
Wonen
In het natuurgebied liggen ook enkele woonbestemmingen. Deze woonbestemmingen blijven gehandhaafd en maken geen onderdeel uit van het plangebied.
20/128
Hoofdstuk 3
TOEKOMSTIGE SITUATIE
Het plangebied wordt in de toekomstige situatie anders ingericht dan het nu is. Met de ontwikkeling wordt het mogelijk gemaakt effectgerichte inrichtingsmaatregelen te realiseren om meer natte natuur te realiseren en te herstellen en klimaatadaptatie in het gebied te realiseren. Het gaat in totaal om ruim 110 hectare grond, waarvan 90 hectare grond waarvan de bestemming gewijzigd wordt in een natuurbestemming. Om schrale groeicondities te realiseren wordt een oppervlakte voormalige landbouwpercelen geplagd. Ook worden er hoofdwatergangen verlegd en verondiept zodat het water beter kan worden vastgehouden in het gebied. De doelstellingen van het plan waarvoor het inrichtingsplan is opgesteld zijn: Herstel van waardevolle, grondwaterafhankelijke natuur om de biodiversiteit te vergroten Herstel van de beeksystemen van de Verloren Beek en de Loenense Beek en het leveren van een bijdrage aan het herstel van het beeksysteem van de Voorsterbeek Klimaatbestendig maken van water en natuursysteem om klimaatveranderingen op te kunnen vangen Aantrekkelijker maken van het gebied voor extensieve natuurgerichte recreatie voor de mensen rondom het gebied. In Bijlage 1 van de toelichting zijn de te nemen maatregelen in het plangebied weergegeven zoals voorgesteld in het inrichtingsplan.
21/128
22/128
Hoofdstuk 4 4.1
BELEIDSKADER
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. De NOVI is een nieuw instrument uit de Omgevingswet en loopt vooruit op de verwachte inwerkingtreding 1 juni 2024. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Uitgangspunt van de NOVI is dat Nederland staat voor grote en complexe opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal als internationaal spelen. Deze opgaven als klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Daarbij is Omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt daartoe als aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Op die manier zullen de volgende vier prioriteiten worden aangepakt: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier prioriteiten geldt dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen: 1. De NOVI heeft de ambitie dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is en een duurzame energievoorziening kent. Daartoe moeten per direct functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer worden afgestemd op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Verder vraagt dit op lange termijn om ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Daarbij zijn aanpassingen aan de energie-infrastructuur voor opslag en transport van duurzame energie nodig. 2. De ambitie voor de lange termijn van de NOVI op het vlak van de 2e prioriteit is: het duurzaam en circulair maken van de economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen, grootschalige logistieke functies en datacentra moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken. De uitdaging is om deze lange termijn-ambitie te bereiken, terwijl we op korte termijn proberen de gevolgen van de COVID-19-pandemie voor de economie zoveel als mogelijk te beperken. 3.
Voor wat betreft prioriteit 3 zet de NOVI in op het bouwen aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. De ambitie is om een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's te realiseren door te werken aan de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. De woningbouwontwikkeling moet plaatsvinden in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd.
23/128
4. De stikstofproblematiek raakt zowel het landelijk gebied als diverse economische sectoren zwaar. De waarde van natuur, landschap én de toekomst van de landbouw staan onder druk. Daarbij is verbetering van de biodiversiteit niet alleen een ecologische, maar nadrukkelijk ook een economische uitdaging, die op de korte termijn om een doortastende aanpak vraagt. Houdbare oplossingen vragen echter tijd. Voor de lange termijn neemt de NOVI zich daarom geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied voor, onder meer gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Dit draagt bij aan een landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is en waarin ruimte is en blijft voor economisch vitale landbouw als belangrijke drager van het platteland. Al deze ambities vragen veel van de leefomgeving. Daarbij moeten onvermijdelijk keuzes worden gemaakt. In de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor deze keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond: een 'omgevingsinclusieve benadering'. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. Onderzoek De NOVI is een langetermijnvisie voor de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland, waarin duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit centrale thema's zijn. De beoogde natuurontwikkeling Lampenbroek herstelt unieke natuurtypen, realiseert een klimaatrobuuste inrichting en biedt ruimte voor een extensieve vorm van landbouw. Deze ontwikkelingen dragen bij aan de doelen uit de nationale omgevingsvisie. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.
4.2
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Op 19 december 2018 hebben provinciale staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard. Maar 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gezond en veilig is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.
24/128
Schoon en welvarend is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. De visie geeft zeven ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland, onder andere op het terrein van economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. Met vier spelregels of Doe-principes' – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt.
Afbeelding 1: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Ambitie klimaatadaptie Gestreefd wordt naar een op de toekomst toegerust klimaatbeleid waarbij de provincie samen met partners zich goed voorbereidt en toerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Ambitie biodiversiteit Gestreefd wordt naar een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit met als ambitie dat het in 2050 goed gaat met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuurinclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Onderzoek Klimaatverandering leidt tot verschillende uitdagingen voor wateroverlast en droogte. In de huidige situatie stroomt het water in het gebied in natte perioden te snel weg. Dit komt door de huidige (lineaire) vorm van beken en sloten. Alles is erop gericht het water zo snel mogelijk af te voeren. Dit leidt tijdens droge perioden tot enorme droogte. Onderdeel van de ontwikkeling van het natuurgebied is het water langer vast te houden in het gebied. Daarmee wordt bijgedragen aan de ambities op het gebied van klimaatadaptatie.
25/128
Een klein deel van het bestaande natuurgebied bestaat uit orchideeënrijk blauwgrasland. Dit is een van de laatste plekken in Nederland waar dit natuurtype voorkomt. Door de herstelwerkzaamheden die onderdeel zijn van de ontwikkeling wordt de bodem minder voedselrijk. Oorspronkelijke soorten kunnen hierdoor terugkeren in het gebied. Uiteindelijk levert dit een grote hoeveelheid aan verschillende soorten op. Deze soorten trekken vervolgens meer vlinders en vogels aan. De herstelwerkzaamheden bevorderen de biodiversiteit. Het ontwikkelen van het natuurgebied Lampenbroek draagt positief bij aan de ambities van de provincie op het gebied van klimaat en biodiversiteit. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de omgevingsvisie van de provincie Gelderland geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling.
4.3
Omgevingsverordening Gelderland
Op grond van artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening kunnen, indien provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omtrent de daarbij behorende toelichting. De provinciale verordening Provinciale staten van Gelderland hebben van deze bevoegdheid gebruik gemaakt door op 24 september 2014 de Omgevingsverordening Gelderland vast te stellen. Sindsdien is de Omgevingsverordening een aantal keren geactualiseerd en herzien. In deze Omgevingsverordening zijn de provinciale verordening (op grond van artikel 4.1 Wro), milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening samengevoegd. Voor zover het de provinciale verordening betreft bevat de omgevingsverordening alleen regels die tot de gemeentebesturen zijn gericht en geen rechtstreeks werkende, burgers bindende regels. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. In de verordening zijn regels opgenomen die nodig zijn om de provinciale ambities waar te maken, provinciale belangen veilig te stellen of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving.
In de Omgevingsverordening zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem opgenomen. De provincie zet de verordening als juridisch instrument voor het afdwingen van de doorwerking van het provinciaal beleid alleen in voor die onderdelen van het beleid waarvoor algemene regels noodzakelijk zijn om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Onderzoek Relevant voor de beoogde ontwikkeling zijn de thema's natuur en landschap (hoofdstuk 2) en water (hoofdstuk 5) uit de omgevingsverordening van de provincie Gelderland. In de omgevingsverordening zijn een aantal relevante artikelen opgenomen die ter plaatse van de beoogde ontwikkeling specifiek van belang zijn. In deze toetsing wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de relevante artikelen uit de provinciale omgevingsverordening.
26/128
Figuur 4.1 - Kaart met aandacht voor natuur en landschap uit de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023)
Figuur 4.2 - Kaart met aandacht voor water uit de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) Artikel 2.39 (bescherming kwaliteit Gelders natuurnetwerk) 1. Voor zover een bestemmingplan van toepassing is op het Gelders natuurnetwerk wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. 2. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 worden gecompenseerd: a. buiten het Gelders natuurnetwerk; of b. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01.
27/128
Toetsing In de bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone is het plangebied gelegen binnen deelgebied 84 'Beekberger Woud - Empese en Tondense Heide'. In de bijlage wordt 'Parel Lampenbroek' specifiek als kernkwaliteit benoemd als bijzondere schakel in de Beekberger Poort. Het ontwikkelingsdoel is het opheffen van verdroging en herstel van het blauwgrasland en natte heide. Een klein deel van het bestaande natuurgebied bestaat uit orchideeënrijk blauwgrasland. Dit is een van de laatste plekken in Nederland waar dit natuurtype voorkomt. Door de herstelwerkzaamheden die onderdeel zijn van de ontwikkeling van het natuurgebied Lampenbroek wordt de bodem minder voedselrijk. Oorspronkelijke soorten kunnen hierdoor terugkeren in het gebied. Uiteindelijk levert dit een grote hoeveelheid aan verschillende soorten op. Deze soorten trekken vervolgens meer vlinders en vogels aan. De herstelwerkzaamheden zijn goed voor de biodiversiteit, versterken de kernkwaliteit en dragen bij aan het ontwikkeldoel. Artikel 2.44 (bescherming zeldzame natuurbeheertypen) Een bestemmingsplan laat geen ontwikkeling of activiteit toe die nadelige gevolgen kan hebben voor de natuurbeheertypen bron, gemaaid rietland, hoogveen, trilveen of zwak gebufferd ven.
Toetsing De beoogde bestemmingswijziging heeft géén nadelige gevolgen voor de beheertypen “bron”: dit beheertype komt niet voor / is niet aangegeven op de Natuurbeheerplankaart Gelderland; “gemaaid rietland”: dit beheertype komt niet voor / is niet aangegeven op de Natuurbeheerplankaart Gelderland; “hoogveen”: dit beheertype komt niet voor / is niet aangegeven op de Natuurbeheerplankaart Gelderland; “trilveen”: dit beheertype komt niet voor / is niet aangegeven op de Natuurbeheerplankaart Gelderland; “zwak gebufferd ven”: dit beheertype komt niet voor / is niet aangegeven op de Natuurbeheerplankaart Gelderland. Artikel 2.45 (onderzoek kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk) 1. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling in het Gelders natuurnetwerk doet de initiatiefnemer onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de kernkwaliteiten, oppervlakte en samenhang van het Gelders natuurnetwerk. 2. Bij het onderzoek worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige: a. actuele en potentiële natuurwaarden; b. bij of krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode lijsten; en c. ecologische samenhang. 3. Voor zover de nieuwe activiteit of ontwikkeling daar effect op kan hebben, worden bij het onderzoek betrokken de in het gebied aanwezige: a. kwaliteit van lucht, water en bodem; b.
mate van stilte, rust en duisternis; en c. landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en bodemkundige waarden, alsmede het reliëf.
28/128
Toetsing In navolgende tabel zijn de effecten van de ontwikkeling op de kernkwaliteiten uit de provinciale verordening omschreven. Tabel 4.1 - Toetsing van de beoogde ontwikkeling aan de kernkwaliteiten uit de Provinciale Omgevingsverordening Kernkwaliteit
Effect
Natte flank van de Veluwe met zeer hoogwaardige, Middels uitvoering van het kwelgevoede natuur: beken bosrestanten, natte Lampenbroek wordt de zeer heide, vennen, blauwgrasland. kwelvoeding van bestaande natuurpercelen versterkt. Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe
inrichtingsplan hoogwaardige en nieuwe
Geen effect
Verbinding en gradiënt tussen de Veluwe en het Het gebied Lampenbroek zal nog sterker fungeren als IJsseldal: de Beekberger Poort, tevens klimaatcorridor verbinding en gradiënt tussen Veluwe en IJsseldal. (bekencorridor). Grote wetering verbindt Beekberger Woud en 't Geen effect Woudhuis, tevens onderdeel van de Groene Mal Apeldoorn. Het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel Het samenhangend geheel wordt versterkt door de te van landgoederen en beken waarin soorten als de realiseren aaneenschakeling van bestaande en das, amfibieën en vleermuizen voorkomen. nieuwe natuurpercelen. Beekbergerwoud: natuurontwikkelingsgebied
kwelzone
en Geen effect
Parel Lampenbroek: blauwgraslandrelict; bijzondere Middels uitvoering van het inrichtingsplan zal er meer schakel in de Beekberger Poort oppervlakte van het beheertype blauwgrasland ontwikkeld worden Parel Empese en Tondense Heide: complex van arm Middels uitvoering van het inrichtingsplan zal de vochtig bos, natte heide, vennen, moeras en verbinding met het op korte afstand gelegen parel blauwgrasland; bijzondere schakel in de Beekberger Empese en Tondense heide verbeterd worden. Poort. EvZ Eerbeek - IJssel
Geen effect
Stuk van N2000-gebied Landgoederen Brummen
Geen effect
Leefgebied steenuil
Geen effect
Leefgebied kamsalamander
Geen effect
Beken: Voorsterbeek, Klarense Beek, Beekbergerbeek. Middels uitvoering van het inrichtingsplan Lampenbroek zal het watersysteem klimaatrobuust worden gemaakt. Piekafvoeren zullen worden gebufferd. Cultuurhistorische waarden van o.m. nederzettingen, Geen effect oude ontginningen (enken), verkavelingspatronen en boerderijen Abiotiek:
29/128
aardkundige
waarden,
kwel,
bodem, Zoals eerder beschreven zal de kwelintensiteit
grondwaterreservoir.
toenemen en zal de grondwatervoorraad meer worden aangevuld (sponswerking).
In de afgelopen tien jaar is door de provincie Gelderland en Natuurmonumenten maar liefst 90 ha aan agrarische percelen aangekocht in het gebied. Deze gronden zijn aangekocht met als doel het agrarisch gebruik van de gronden te beëindigen en nieuwe natuur te realiseren. Als gevolg van de zeer geslaagde grondverwerving en de beoogde uitvoering van het inrichtingsplan zal de samenhang binnen het Gelders natuurwerk vergroot worden. Zo zal de afstand tussen de parel Lampenbroek en de parel Empese en Tondense heide worden verkort. Het inrichtingsplan behorend bij de beoogde ontwikkeling (opgenomen in Bijlage 1 van de toelichting) heeft een positief effect op water en bodem. Er zal meer grondwater in de bodem worden geconserveerd. Voorts zal de fosfaatverzadigde teelaarde van de aangekochte landbouwpercelen worden afgevoerd zodat schrale natuurtypen zich kunnen ontwikkelen. Het inrichtingsplan zorgt er daarnaast voor dat oorspronkelijke, naderhand opgehoogde laagtes in het reliëf weer worden hersteld. Het project heeft geen effect op de mate van stilte, rust en duisternis in het gebied. Daarnaast is door een ecologisch onderzoeksbureau in 2022 en 2023 beoordeeld of de uitvoering van het project kan leiden tot negatieve effecten op beschermde of beschermingswaardige soorten en overtredingen van de Wet natuurbescherming.
Als eerst is een zogenaamde 'quickscan' uitgevoerd (zie Bijlage 9) waarna aanvullend ecologisch onderzoek is gedaan naar de das, kleine marterachtigen, uilen, bittervoorn en waterplanten en vernatting van Lampenbroek (zie Bijlage 10). Een ontheffing is nodig voor het aantasten van verblijfplaatsen van de das. Omdat voor het ontwikkelen van natte schraallanden en bossen geen reële alternatieve locaties voorhanden zijn, omdat het ontwikkelen van natuur een geldig belang is om ontheffing te kunnen verlenen en omdat de staat van instandhouding van de das door het nemen van mitigerende maatregelen kan worden gewaarborgd, wordt aan de voorwaarden voor ontheffing verlening voldaan. Voor de overige onderzochte soorten is geen ontheffing nodig maar worden binnen het plangebied mitigerende maatregelen getroffen. Geconcludeerd wordt dat voldaan wordt aan de vereiste uit artikel 2.45. Artikel 4.9 (realisatie van waterfuncties) Gedeputeerde Staten kunnen op verzoek afwijkingen toestaan van de waterfuncties Beschermingszone natte landnatuur, Natte landnatuur, Water als verbinder, Hoogst ecologisch niveau wateren en Specifiek ecologische doelstelling wateren, zoals is aangegeven op de themakaart waterbeleid bij de omgevingsvisie Gaaf Gelderland, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
de afwijking is noodzakelijk voor het uitvoeren van een project gericht op het realiseren van waterfuncties en wordt uitgevoerd door de uitvoeringspartners in het landelijk gebied, op basis van een ondertekende overeenkomst met de provincie Gelderland; b. de afwijking is van ondergeschikt belang in verhouding tot de omvang van functies die in het project worden gerealiseerd; c. de afwijking heeft voldoende draagvlak zoals blijkt uit overleg met betrokken partijen; d. de haalbaarheid van de voorgeschreven functie is in het geding.
30/128
Toetsing In mei 2019 hebben waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland en Natuurmonumenten het projectplan "Klimaatverandering en herstel verdroogde natuur Lampenbroek" ondertekend. Daarmee zijn deze partijen gezamenlijk overeengekomen om effectgerichte inrichtingsmaatregelen uit te voeren om meer natte natuur te realiseren en te herstellen en klimaatadaptatie in het gebied te realiseren. Er wordt voldaan aan de vereiste uit artikel 4.9. Conclusie De ontwikkeling van het natuurgebied Lampenbroek is in lijn met de omgevingsverordening van de provincie Gelderland.
4.4
Ruimtelijke toekomstvisie Voorst
De ruimtelijke toekomstvisie van de gemeente Voorst (vastgesteld d.d. 18 december 2017) fungeert als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In het gehele ruimtelijke beleid is de identiteit van de gemeente leidend. Met identiteit wordt gedoeld op: de diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten bij de identiteit passen en deze waar mogelijk versterken. In de visie worden op vier thema's strategische beleidskeuzes gemaakt. Deze keuzes zijn gericht op het behouden en versterken van de identiteit. De vier thema's zijn: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innoveren en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. In de ruimtelijke toekomstvisie is onder andere aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering op het landschap. Naar verwachting gaat de klimaatverandering in de komende decennia leiden tot steeds extremer weer, met afwisselend zeer natte en zeer droge periodes. Het grote gevaar voor het landschap in Voorst is dat er lange droge periodes optreden. De waterhuishouding is traditioneel ingesteld op het zo snel mogelijk afvoeren van overtollig water.
Toch zijn de beken en sloten in het landelijk gebied er niet op ingericht om de grote hoosbuien die nu optreden op te vangen. En het watersysteem is nog minder ingesteld op lange periodes van droogte. Toetsing De ontwikkeling maakt het mogelijk om effectgerichte inrichtingsmaatregelen te realiseren om meer natte natuur te realiseren en te herstellen en klimaatadaptatie in het gebied te realiseren. Het gaat in totaal om ruim 110 hectare grond, waarvan 90 hectare grond waarvan de bestemming wijzigt in een natuurbestemming. Het samenhangend geheel wordt versterkt door de te realiseren aaneenschakeling van bestaande en nieuwe natuurpercelen. Middels uitvoering van het inrichtingsplan zal het watersysteem klimaatrobuust worden gemaakt. Conclusie De ontwikkeling van het natuurgebied Lampenbroek draagt bij aan de doelen uit de ruimtelijke toekomstvisie van de gemeente Voorst op het gebied van klimaatadaptatie, waterberging en verdroging.
31/128
4.5
Programma's Voorst
Het maken van goede beleidsafwegingen voor het beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale ecosysteem worden steeds belangrijker. Met de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst geeft de gemeente een krachtige basis voor ruimtelijke ontwikkelingen in onze gemeente. De belangrijkste trefwoorden hierbij zijn Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid. In de bijbehorende Uitvoeringsagenda worden de speerpunten en programma's genoemd. Zo heeft de gemeente o.a. een programma opgesteld voor Water en Groen. 4.5.1 Programma Groen 2020 - 2025 Voor de thema's uit de Ruimtelijke Toekomstvisie zijn in de Uitvoeringsagenda speerpunten benoemd met bijbehorende acties en globale planning. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de speerpunten die een relatie hebben met het beleidsveld Groen.
32/128
Toetsing De ontwikkeling van het natuurgebied Lampenbroek is gelegen in de Groene Ontwikkelingszone als vastgesteld in de Omgevingsverordening Gelderland. In paragraaf 4.3 is getoetst aan dit beleidsdocument. De ontwikkeling draagt bij aan het landschap en de kernkwaliteit van het betreffende gebied wordt versterkt. Eén van de actiepunten die wordt benoemd in het programma Groen van de gemeente Voorst is het versterken van de ecologische zones, waaronder de natte natuur in Lampenbroek. De ontwikkeling draagt hieraan bij door het plangebied volledig als natuur te bestemmen, met meer ruimte voor water. De klimaatadaptieve inrichtingsmaatregelen die genomen worden zorgen ervoor dat verloren natte natuur wordt hersteld en dat er meer natte natuur wordt gerealiseerd. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan doelen van het programma Groen van de gemeente Voorst. 4.5.2 Programma Water 2020 - 2025 Om de speerpunten op het gebied van water een concrete invulling te geven is het Programma Water opgesteld. Het programma geeft een beeld van waar we staan maar meer nog waar we heen willen of soms moeten. Om overzicht te creëren wordt in het programma onderscheid gemaakt in diverse onderdelen van het watersysteem, namelijk: afvalwater, regenwater, oppervlaktewater, grondwater en drinkwater.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de speerpunten die een relatie hebben met het beleidsveld Water.
33/128
Toetsing De gemeente Voorst heeft oppervlaktewater in beheer. De zorg voor het oppervlaktewater ligt echter voornamelijk bij het waterschap en bij Rijkswaterstaat. Het waterschap beheert de A-watergangen en de gemeente beheert de Ben C-watergangen (sloten). B-watergangen zijn de watergangen met een afvoerende functie waarbij vaak de aangelanden aan beide zijden van de B-watergang elk voor de helft eigenaar/beheerder zijn van de watergang. Daarnaast zijn er ook nog C-watergangen in de gemeente en dit zijn de zogenaamde zaksloten die dienen voor de ontwatering van de wegen in het buitengebied. In figuur 4.3 is de huidige oppervlaktewaterhuishouding in Lampenbroek weergegeven.
Figuur 4.3 - Topografie en oppervlaktewaterhuishouding Lampenbroek en omgeving in de huidige situatie (Bron: Rapport schetsontwerp Lampenbroek, Bell Hullenaar)* *Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de volgende kadastrale percelen verwijderd uit het vast te stellen bestemmingsplan: Voorst H 230, 213, 220, 222, 136. Bovenstaande figuur is hierop niet aangepast. *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied en gewijzigde maatregelen zijn niet meegenomen in bovenstaande figuur. Zie het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting voor de gewijzigde maatregelen.
34/128
Het voornaamste doel van de ontwikkeling is het natuurgebied klimaatadaptief inrichten en het herstellen en realiseren van natte natuur in het plangebied. Een goed waterhuishoudkundig systeem is hiervoor van essentieel belang. Om dit te realiseren moeten een aantal maatregelen genomen worden in het huidige systeem, deze maatregelen zijn weergegeven in figuur 4.4. De maatregelen zijn als volgt: Plaatsen nieuwe stuwen en verwijderen van huidige stuwen/drempels Aanleggen van een kade Verondiepen van sloot/slootrestant tot slenk van 20 cm diep Aanleggen van greppel Herstellen van ondiepe, natuurlijke beeklopen Dempen van waterlopen Realiseren van randsloten Afkoppeling van hoofdwaterloop
Figuur 4.4 - Definitief schetsontwerp Lampenbroek (versie 7 (7 februari 2022)) met de benodigde uitbreidingsgebieden (Bron: Rapport schetsontwerp Lampenbroek, Bell Hullenaar)* *Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de volgende kadastrale percelen verwijderd uit het vast te stellen bestemmingsplan: Voorst H 230, 213, 220, 222, 136. Bovenstaande figuur is hierop niet aangepast. *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied en gewijzigde maatregelen zijn niet meegenomen in bovenstaande figuur. Zie het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting voor de gewijzigde maatregelen.
35/128
Binnen het plangebied in de gemeente Voorst bevinden zich geen B-watergangen, uitsluitend A-watergangen en C-watergangen (zie figuur 4.5). Het programma Water van de gemeente Voorst richt zich niet op A-watergangen. Er worden verschillende klimaatadaptieve maatregelen gerealiseerd en waarmee wordt bijgedragen aan het behoud en versterken van het landschap en cultuurhistorie in Lampenbroek. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan de thema's energie en klimaat en omgeving en landschap uit het programma water van de gemeente Voorst.
Figuur 4.5 - Uitsnede van het plangebied uit de legger Waterschap Vallei en Veluwe* *Het projectplan van het waterschap is in april 2024 gewijzigd vastgesteld. De kadastrale percelen Voorst H 230, 213, 220, 222, 136 en Beekbergen O 645, 646, 663, 664 zijn niet langer onderdeel van het projectgebied. De gewijzigde begrenzing van het projectgebied en gewijzigde maatregelen zijn niet meegenomen in bovenstaande figuur. Zie het inrichtingsplan in Bijlage 1 van de toelichting voor de gewijzigde maatregelen. Conclusie Met de ontwikkeling wordt bijgedragen aan de speerpunten uit het programma water. Het programma water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
36/128
4.6
Verkeer en parkeren
4.6.1 Programma Mobiliteit 2020 - 2030 Het gemeentelijke verkeersbeleid van de gemeente Voorst is vastgelegd in het Programma Mobiliteit 2020 tot en met 2030 (vastgesteld 2020). Het Programma Mobiliteit werkt de integrale doelen en ambities uit de Ruimtelijke Toekomstvisie voor de gemeente Voorst uit voor het onderdeel mobiliteit. Goede bereikbaarheid van de kernen: Fiets op één: De gemeente Voorst kiest er voor om de fiets op één te zetten. Dit doet de gemeente door bij de inrichting van wegen de fiets meer ruimte te geven. Daarnaast zorgt de gemeente voor goede voorzieningen voor het stallen van de fiets. Ook het concept van de snelfietsroute past hier goed in. Tevens zoekt de gemeente naar kansen om het netwerk van snelfietsroutes te versterken. Nieuwe wegcategorisering: De auto staat niet overal meer op één. In de dorpen, wijken en centrumgebieden waar de afstanden kort zijn kan de rijsnelheid omlaag. Dit biedt ruimte voor de fiets, voor groen, water en ruimtelijke kwaliteit. Hiermee draagt de gemeente bij aan een veiligere, leefbaarder en klimaatbestendiger inrichting van de woongebieden. Parkeren: Het uitgangspunt van de gemeente is het aansluiten op de landelijk geldende parkeernormen voor weinig stedelijk gebied.
Wel wil Voorst efficiënt omgaan met de openbare ruimte en ook het belang van openbaar groen, water en ruimtelijke kwaliteit behartigen voor een leefbare, fijne omgeving. Dat betekent in sommige gevallen maatwerk. In het omgevingsplan wordt dit nader uitgewerkt. Gezonde samenleving: Verkeersveiligheid: Het aantal ongevallen neemt de afgelopen jaren landelijk toe. Technologische ontwikkelingen zoals de elektrische fiets en de mobiele telefoon spelen hierin een belangrijke rol. Voorst wil de verkeersveiligheid verbeteren. Dat doet de gemeente door in te zetten op de onderwerpen waar zij invloed op uit kunnen oefenen. Zo richt de gemeente de infrastructuur veilig in en neemt Voorst deel aan educatie- en campagneprogramma's om het gedrag van de weggebruikers in positieve zin te beïnvloeden. Dit doet de gemeente voor jong en oud. Behoud en versterking van het landschap en de cultuurhistorie: Bij nieuwe aanleg, reconstructies of groot onderhoud van infrastructuur binnen de gemeente vindt inpassing in de omgeving zorgvuldig plaats. De ontwerpen komen integraal en samen met de omgeving tot stand. De investeringen in infrastructuur dragen bij aan de opgaven vanuit andere werkvelden. Denk hierbij aan het versterken van het landschap, aandacht voor cultuurhistorie, ecologie en het klimaatbestendig inrichten van de bebouwde omgeving.
Dit betekent onder meer aandacht voor groen en ruimte voor water. Versterken sector recreatie en toerisme: De afgelopen jaren heeft Voorst veel geïnvesteerd in recreatieve fietsroutes en wandelpaden. Recreatie is een belangrijke economische sector. De komende jaren wil de gemeente dit beleid doorzetten en kansen samen met de sector oppakken om zo bij te dragen aan een gezonde en sterke recreatieve sector.
37/128
Cleantech en energie neutraal: Voorst wil een duurzame gemeente zijn. Dit geldt ook voor de mobiliteit binnen de gemeente. Samen met partners uit de Cleantech Regio zet de gemeente in op maatregelen om de mobiliteit schoner en slimmer te maken. Smart mobility, het slimmer gebruik maken van de bestaande infrastructuur, is hier een voorbeeld van. Ook de ontwikkeling van de elektrische auto lijkt in een versnelling te komen. Voorst juicht deze ontwikkeling toe en pakt hun rol om deze ontwikkeling te faciliteren. Een verbindende rol: De gemeente hecht veel waarde aan het betrekken van bewoners, ondernemers en belangengroepen bij de inrichting van de openbare ruimte. Voorst hanteert een ontwerpproces waarin de inbreng van gebiedskennis en het uitdragen van belangen een prominente rol hebben. De gemeente vindt het belangrijk dat de besluitvorming op een zorgvuldige en transparante wijze plaatsvindt. Partners in de fysieke leefomgeving: Buurgemeenten, de provincie Gelderland en het Rijk zijn belangrijke partners van de gemeente. Voorst werkt met de buurgemeenten samen in de Cleantech Regio. De provincie Gelderland is een belangrijke partner als het gaat om de inrichting van de provinciale wegen in de gemeente. De gemeente wil graag de verkeersveiligheid en leefbaarheid rond deze wegen verbeteren. Hierbij heeft Voorst de provincie Gelderland hard nodig.
Samen met de provincie zoekt de gemeente naar mogelijkheden om invulling te geven aan deze ambitie. In de Verkeersvisie worden deze ambities uitgewerkt in concrete voorgenomen maatregelen. Toetsing en conclusie In de bestaande situatie wordt het plangebied grotendeels gebruikt als agrarische grond. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling verdwijnt de bestaande agrarische functie om ruimte vrij te maken voor een natuurgebied. Aan natuurgebieden wordt doorgaans enkel een verkeersaantrekkende werking toegeschreven indien het gebied een toeristische functie heeft, zoals een wandelgebied. Dit is niet het geval voor de beoogde ontwikkeling, waaruit wordt geconcludeerd dat de herontwikkeling van het plangebied niet leidt tot verkeerstoename. Ten opzichte van de bestaande situatie is er zelfs sprake van een lichte verkeersafname, wegens het verdwijnen van de verkeersgeneratie verbonden aan het agrarisch gebruik van het gebied en de mindere mate van verkeersgeneratie behorende bij het natuurbeheer van het gebied. De aspecten verkeer en parkeren vormen dan ook geen knelpunt voor de beoogde ontwikkeling. 4.6.2 Parkeerbeleid De gemeente Voorst heeft geen eigen parkeernormenbeleid. In plaats daarvan wordt conform het Programma Mobiliteit 2020 – 2030 aangesloten bij de landelijke parkeerkencijfers van het CROW.
38/128
Hoofdstuk 5 5.1
PLANOLOGISCHE ASPECTEN
Milieuaspecten (ontwikkelingsplan)
5.1.1 Inleiding Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's bodem, milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Ook is een paragraaf gewijd aan het al dan niet noodzakelijk zijn van een milieueffectrapportage of milieueffectbeoordeling. 5.1.2 Bodem Een nieuwe of gewijzigde bestemming mag alleen in het bestemmingsplan worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Er moet dus onderzocht worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is.
Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar oud zijn. Uitzondering hierop zijn de plannen waar de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en/of bodemonderzoeken de bodemkwaliteit voldoende weergeven en er geen onoverkomelijke problemen te verwachten zijn bij de bestemmingsplanwijziging. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Hiernaast geldt dat de gemeente Apeldoorn en Voorst bevoegd gezag zijn in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt. De gemeenten Apeldoorn en Voorst hebben hiervoor beleid opgesteld dat is vastgelegd in bodemkwaliteitskaarten en een bodembeheerplan. Onderzoeksresultaten (water)bodemonderzoek In de rapportage d.d. 17 mei 2023, opgesteld door Aveco de Bondt en opgenomen in bijlage 2 van de Bijlagen bij de toelichting, zijn de resultaten van diverse milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. Het betreffen: Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van 51 duikerdammen die zullen worden aangepast of verwijderd. Indicatief bodemonderzoek naar de aanwezigheid van arseen in de grond ter plaatse van een deel van het projectgebied dat zal worden afgeplagd of waar een nieuwe beekloop zal worden gerealiseerd.
Verkennend waterbodemonderzoek ter plaatse van 5 watergangen die zullen worden gedempt of verondiept. Dammen In het onderzoek naar de duikerdammen zijn ter plaatse van de meeste dammen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Bij een aantal dammen (nummers 5, 12, 13, 14, 15, 18, 22, 26 en 38) is een laag van menggranulaat
39/128
en/of bodemvreemde bijmengingen met beton aanwezig. Bij de overige dammen zijn geen gehalten aangetoond die aanleiding geven voor nader onderzoek. De aanwezigheid van een laag van menggranulaat en/of bodemvervreemde bijmengingen met beton maakt deze dammen verdacht op de aanwezigheid van asbest. Daarom is nader onderzoek naar de aanwezigheid van asbest uitgevoerd. De uitkomsten van het onderzoek worden verderop in deze paragraaf behandeld. Indicatief onderzoek arseen In de grond zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. In geen van de (meng)monsters is een verhoogd gehalte arseen aangetoond. Met betrekking tot arseen zijn er geen beperkingen voor hergebruik van de vrijkomende grond of voor wijziging van de functie. Waterbodemonderzoek Ter plaatse van diverse vakken van het waterbodemonderzoek zijn sporen slib aangetroffen in de vaste waterbodem. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen. Het slib uit een watergang (watergang 5-vak 3) is op basis van het gemeten gehalte voor de parameter PFAS, specifiek EtPFOSAA, niet herbruikbaar of verspreidbaar. Geadviseerd wordt het slib uit deze watergang aanvullend te onderzoeken en zo nodig een saneringsplan op te stellen. De uitkomsten van het aanvullend onderzoek worden verderop in deze paragraaf behandeld. Voor de functiewijziging naar 'Natuur' of 'Water' vormt de vervuiling geen belemmering.
Voor het aanvragen van de omgevingsvergunning voor grondwerkzaamheden dient het aanbevolen aanvullend onderzoek naar slib te zijn uitgevoerd en rekening te worden gehouden met de resultaten. Onderzoeksresultaten aanvullend (water)bodemonderzoek Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd door Aveco de Bondt en de rapportage d.d. 25 augustus 2023 is opgenomen in bijlage 3 van de Bijlagen bij de toelichting. Er is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbest in verschillende dammen en naar de aanwezigheid van EtPFOSAA (een PFAS) in het slib ter plaatse van 'watergang 5-vak 3'. Tevens zijn de hergebruiksmogelijkheden van het menggranulaat onderzocht. Grond Uitsluitend ter plaatse van dam 38 zijn in de grove fractie 4 stukjes asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het betreft waarschijnlijk een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging. De aangetroffen verontreiniging bevindt zich ter plaatse van wat een pad lijkt te zijn dat gebruikt wordt voor de toegang tot diverse landbouwpercelen. Hiermee voldoet het pad aan de definitie van 'asbestweg' en is het 'Besluit asbestwegen milieubeheer' van toepassing. Conform het Besluit asbestwegen milieubeheer is de eigenaar van de asbestweg verplicht dit te melden bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Daarnaast is de eigenaar van een asbestweg verplicht om maatregelen te nemen.
De maatregelen kunnen bestaan uit volledige verwijdering, maar onder bepaalde voorwaarden mag ook worden volstaan met het aanbrengen van een duurzame afschermlaag. Ter plaatse van de overige onderzochte dammen is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging door asbest. De dammen zijn met betrekking tot asbest voldoende onderzocht. Het indienen van een BUS-melding of saneringsplan bij het bevoegd gezag is niet nodig.
40/128
Tijdens de uitvoering van de geplande werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van betonbrokken/-platen in de ondergrond. Menggranulaat Het menggranulaat ter plaatse van de onderzochte dammen komt in aanmerking voor hergebruik. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van andere duikerdammen onder het betonpad eveneens een laag menggranulaat aanwezig kan zijn. Naar verwachting is eventueel menggranulaat dat daar wordt aangetroffen van dezelfde kwaliteit. Waterbodem Het slib uit 'watergang 5 – vak 3.1' is op basis van het Besluit bodemkwaliteit geclassificeerd als 'altijd toepasbaar' bij toepassing op landbodem, 'klasse B' bij toepassing in oppervlaktewater en 'verspreidbaar' op aangrenzende percelen. Het slib uit 'watergang 5 – vak 3.2' is op basis van het Besluit bodemkwaliteit geclassificeerd als 'altijd toepasbaar' bij toepassing op landbodem en in oppervlaktewater en 'verspreidbaar' op aangrenzende percelen. In het slib van vak 3.1 is opnieuw EtPFOSAA aangetoond. Ditmaal echter wel een beduidend lager gehalte. In het slib van vak 3.2 is geen EtPFOSAA aangetoond. Met betrekking tot het Handelingskader PFAS is het slib in beide vakken geclassificeerd als klasse 'landbouw/natuur' bij toepassing op landbodem (m.u.v. van grondwaterbeschermingsgebieden), 'toepasbaar in Rijkswater en andere wateren' en 'verspreidbaar' op aangrenzende percelen.
Het hoge gehalte EtPFOSAA in 'watergang 5 – vak 3' tijdens het eerder uitgevoerd verkennend waterbodem (5,8 µg/kg.ds) is niet opnieuw aangetroffen. In het aanvullend onderzoek is maximaal 0,3 µg/kg.ds aangetoond. De resultaten van het aanvullend onderzoek worden als het meest representatief geacht. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. De verontreinigen die zijn aangetroffen zijn nader onderzocht en de gronden komen in aanmerking voor hergebruik. Het project heeft geen negatieve effecten op de bodemkwaliteit en bodemsamenstelling. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de functie wijzigingen van Agrarisch naar Natuur/Water of van Water naar Natuur binnen de beoogde ontwikkeling. 5.1.3 Water Waterbeheer en watertoets Door de toenemende verstedelijking en klimaatverandering dient er steeds meer rekening te worden gehouden met water binnen ruimtelijke plannen. De toename van verhard oppervlak zorgt naast hitte en verdroging ook voor een vergrote kans op wateroverlast. Bij alle ruimtelijke plannen moeten alle waterhuishoudkundige doelstellingen binnen het plangebied expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Vroegtijdige overleg en afstemming hierbij met waterschap en gemeente is daarom ook van groot belang.