CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan De Hoeven 2, Twello16.066 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De Hoeven 2 Twello

hoeft het groepsrisico conform artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes enkel beperkt verantwoord te worden. Het plangebied ligt op ruime afstand van het invloedsgebied, een (beperkte) verantwoording van het groepsrisico is niet noodzakelijk.

4.2.5.2 Conclusie Het aspect externe veiligheid zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.6

Trillingen

Treinverkeer kan leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen vervolgens leiden tot verstoring van gevoelige apparatuur, hinder voor personen in de gebouwen of schade. In Nederland bestaat tot nu toe geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het aspect trillingen niettemin een aandachtspunt in de afwegingen, omdat op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Vanwege het ontbreken van specifieke wetgeving, wordt voor trillingen veelal teruggevallen op de SBR-richtlijn Trillingen, deel B “Hinder voor personen in gebouwen” (SBR-B). 4.2.6.1 Beoordeling De beoogde woningbouw ligt buiten de regulier aangehouden onderzoeksafstand van het spoor van 100 meter. Hierdoor is inachtneming van trillingen niet noodzakelijk. 4.2.6.2 Conclusie Het aspect trillingen zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.2.7

Milieueffectrapportage (MER)

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

28

De Hoeven 2 Twello

4.2.7.1 Beoordeling In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor een nieuw te bouwen woning en voldoet daarmee aan de definitie van een ‘besluit’ als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich ervan te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.

Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.- toets.

4.2.7.2 Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect milieu, nader onderzoek op het gebied van milieu is daarom ook niet nodig.

4.3

Archeologie

Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat 29

De Hoeven 2 Twello

over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2024 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.

4.3.1

Beoordeling

In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Twello Noordoost' van toepassing. In het bestemmingsplan hebben de gronden in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Op deze gronden gelden er beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er een archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Dit is niet van toepassing indien het bouwplan een oppervlakte heeft kleiner dan 2500 m2 en de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden plaatsvinden. De nieuw te bouwen woning heeft een oppervlakte van circa 230 m2 en de graafwerkzaamheden gaan niet dieper dan 30 cm, archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Op basis van de archeologische beleidskaart (zie afbeelding 10) van de gemeente Voorst ligt de locatie in een zone met een lage archeologische verwachtingswaarde. Voor gebieden met deze verwachtingswaarde geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen die groter zijn dan 2500 m2 én dieper dan 30 cm onder maaiveld plaatsvinden.

Met deze ontwikkeling is daarvan geen sprake, gronden graafwerkzaamheden vinden alleen plaats op de locatie waar de woning wordt gerealiseerd. De woning heeft een oppervlakte van 230 m2. De onbebouwde ruimte rondom de nieuwe woning wordt niet bebouwd. Dit is uitgesloten in de regels van het bestemmingsplan. De bestaande boerderij met bijgebouwen en erfverharding blijft intact, hier vindt geen verandering in plaats. Archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

30

De Hoeven 2 Twello

Afbeelding 11 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Voorst

4.3.2

Conclusie

Het aspect archeologie zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.4

Cultuurhistorie

Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen.

4.4.1

Beoordeling

De Hoeven 2 is een restant van de agrarische geschiedenis van de plek. Deze voormalige boerderij heeft een grote kavel en door de ruimte, die nu eenmaal bij dit gebouwtype hoort, heeft het in deze woonbuurt een bijzondere betekenis gekregen die de plek verbindt met het verleden ervan. Samen met het aangrenzend pad en de groene openbare ruimte eromheen, is dit een plek van hoge ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteiten van deze plek zijn vertaald naar een aantal stedenbouwkundige uitgangspunten voor de inpassing van de nieuwe woning: De agrarische oorsprong van de plek en het bijhorende karakter worden bepalend voor het plan. Zowel ruimtelijk als qua sfeer; De ruimte rondom het boerderijtje behoudt zijn eigen karakter en behoudt zoveel mogelijk zijn 31

De Hoeven 2 Twello

betekenis voor de omgeving; Het zicht op de boerderij vanaf de Middels Hoeven blijft zoveel als mogelijk behouden; De houtsingelstructuur rondom het plangebied blijft zoveel mogelijk behouden; Architectuur en verschijningsvorm sluit aan bij agrarische typologie van oud boerderijtje en wijkt af van bestaande woningbouw in de omgeving; Eenduidige/rechthoekige plattegrond van de nieuwe woning, lage goten, schuurtype, wonen geheel op begane grond; Positionering zoals een schuur in het verleden had kunnen liggen. Op basis van deze stedenbouwkundige uitgangspunten is bij de inpassing van de nieuwe woning de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en van de omgeving gewaarborgd. De planlocatie bevat geen elementen die een hoge cultuurhistorische waarde hebben. Op of direct aansluitend op de locaties zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig die nadelige invloed ondervinden van de ontwikkeling.

4.4.2

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.5

Natuuronderzoek

4.5.1

Flora en fauna

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan.

Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar.

32

De Hoeven 2 Twello

4.5.1.1 Beoordeling In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. Er wordt geen bebouwing gesloopt. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3 van deze toelichting). Een quickscan is een eerste opname die inzicht geeft in de eventuele aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. De quickscan bestaat uit een veldbezoek en wordt aangevuld met gegevens uit openbaar toegankelijke bronnen als verspreidingsatlassen en waarneming sites. Op basis van de resultaten kan nader aanvullend onderzoek naar een of meerdere soorten noodzakelijk zijn.

Gebiedsbescherming Op een afstand van circa 3000 m ligt het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten een beschermd gebied uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie in de bebouwde kom en de (effect)afstanden tot de Natura 2000 gebieden wordt geen verstoring of negatieve effecten verwacht op het genoemde gebied. De geplande ontwikkelingen zullen binnen het huidige perceel plaatsvinden zonder ingrijpende veranderingen op biotische factoren. Externe werking kan worden uitgesloten Met het beheer en de aanleg van nieuwe natuur zorgt de provincie voor het versterken van bestaande natuur. Die nieuwe natuur verbindt verschillende bestaande natuurgebieden met elkaar. Het netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden noemen de provincie het Gelders Natuurnetwerk. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten is met het Gelders Natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. Het plangebied ligt buiten het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO).

Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzingen mag worden aangenomen dat er geen significante effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek zijn niet nodig.

Bescherming houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de wet. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. .

Soortbescherming Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten of zoogdieren aangetroffen. De locatie is volledig ongeschikt voor amfibieën en reptielen. Aanwezigheid van beschermde vlindersoorten in het weiland is uitgesloten. Voor libellen ontbreekt voortplantingswater. Ook in de nabije omgeving is geen water aanwezig. Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen binnen 1 km. De specifieke biotoopeisen die de overige beschermde ongewervelden stellen zijn op de planlocatie niet aanwezig. Hierdoor is het uitgesloten dat deze beschermde soorten aanwezig zijn. Tijdens het veldbezoek zijn geen broedvogels aangetroffen. De planlocatie betreft een kale kort begraasde wei zonder bebouwing en beschutting. Aanwezigheid van grondbroeders is uitgesloten. Voor uil- en roofvogels is de planlocatie ongeschikt door het ontbreken van bomen. In de bomen in de nabije omgeving zijn ook geen nesten en/ of holen aangetroffen. Holenbroeders zijn hierdoor eveneens uitgesloten. Voor gebouw bewonende soorten, zoals de huismus en gierzwaluw, is de locatie ongeschikt door het ontbreken van geschikte gebouwen. De steenuil is waargenomen bij de Meester Zwiersweg, op 770 meter ten noorden van de planlocatie. Gezien deze geringe oppervlakte en ligging op grote afstand tot de waargenomen steenuil is het uitgesloten dat de planlocatie onderdeel is van het leefgebied van de steenuil.

Volgens de verspreidingsgegevens zijn binnen 0-1 km de volgende soorten aangetroffen: gewone-, kleine- en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Hiernaast zijn binnen 1-5 km 33

De Hoeven 2 Twello

zijn de volgende soorten aangetroffen: baardvleermuis, Brandtsvleermuis, franjestaart, grijze grootoorvleermuis, meervleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis. Op de planlocatie is geen bebouwing aanwezig. De caravanschuur is ongeschikt voor vleermuizen, deze is enkelwandig zonder holle ruimtes. Op de planlocatie zijn geen geschikte bomen aanwezig. De volwassen bomen op het perceel en ten noorden van het perceel zijn langsgelopen op holtes. In geen van deze bomen zijn spleten, holen of loszittende stukken bast aangetroffen. Vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen op de planlocatie zijn uitgesloten. De 150 m2 die bebouwd wordt is zeker geen essentieel onderdeel van het foerageergebied. Het weiland maakt geen onderdeel uit van een vliegroute. Er zijn geen grote structuren aanwezig. De bomen noordelijk van het weiland zijn mogelijk wel onderdeel van een potentiële vliegroute en/ of migratieroute. Deze bomen blijven bij de werkzaamheden behouden.

Algemene zorgplicht Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn.

Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd. Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, dan moeten de werkzaamheden worden stilgelegd en dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen. Er is dan overleg nodig met het bevoegd gezag

4.5.1.2 Conclusie Het aspect natuur zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

34

De Hoeven 2 Twello

4.5.2

Stikstofdepositie

Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.

4.5.2.1 Beoordeling Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden en op ruime afstand (3 km) tot deze gebieden. In december 2023 is er een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 4 van deze toelichting). Als gevolg van de ontwikkel- en gebruiksfase vindt er geen toename van depositie plaats in Natura 2000-gebied. Er zijn geen rekenresultaten die leiden tot een significant negatief effect op deze natuurgebieden. De voorgenomen activiteiten in de ontwikkel- en gebruiksfase leiden niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden.

4.5.2.2 Conclusie Het aspect stikstof zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.6

Verkeer en parkeren

Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen 4.6.1

Beoordeling

In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. De nieuwe woning trekt extra verkeer aan. Een vrijstaande woning heeft een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Ontsluiting van het perceel vindt plaats via de in- en uitrit op de Middelste Hoeven. De bijdrage van het verkeer zal geen verkeersproblemen geven op de Middelste Hoeven. Het parkeerkencijfer voor een vrijstaande woning (weinig stedelijk, rest bebouwde kom) is 2,3 parkeerplaats per woning. Er is ruimte voor twee parkeerplekken op eigen terrein. Het bezoekersaandeel van 0,3 pp komt in dit geval ten laste van de openbare ruimte. Aan de Middelste Hoeven (waar de toegang naar de woning komt) is daar voldoende ruimte voor, dit zorgt niet voor een onevenredige belasting/parkeerdruk van de Middelste Hoeven.

35

De Hoeven 2 Twello

Afbeelding 12 Overzicht parkeersituatie

4.6.2

Conclusie

Het aspect verkeer en parkeren zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.7

Water

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) 36

De Hoeven 2 Twello

wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heerstende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen. 4.7.1

Watertoets

In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. Het hemelwater wordt niet op de riolering geloosd, het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied. In de nieuwe situatie wordt de nieuw te bouwen woning voor vuilwater aangesloten op de riolering van de Middelste Hoeven. De watertoets is medio april 2023 voor het plangebied uitgevoerd. Het resultaat hiervan is in bijlage 1 opgenomen. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Binnen het plangebied dient vanuit de gemeentelijke regelgeving een hemelwaterberging van 36 mm/m2 verhard (dak- en terrein)oppervlak aangebracht te worden, een eventuele overloop mag aangebracht worden naar het openbaar hemelwaterriool van de Romaterweg. De hemelwaterberging dient op particulier terrein gerealiseerd te worden. Bij verdere uitwerking van de plannen dient initiatiefnemer aan te geven hoe de benodigde bergingscapaciteit wordt gerealiseerd.

Er is voldoende ruimte aanwezig op het perceel om hierin met infiltratiekratten of een wadi te voorzien. 4.7.2

Conclusie

Het aspect water zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.

4.8

Kabels en leidingen

In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofd transportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.8.1

Beoordeling

In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij eventuele graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen 37

De Hoeven 2 Twello

4.8.2

Conclusie

Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect kabels en leidingen, nader onderzoek op het gebied van kabels en leidingen is daarom ook niet nodig.

4.9

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In dit geval wordt er één woning mogelijk gemaakt en is er dus sprake van een aangewezen bouwplan. De gemeenteraad moet daarom een exploitatieplan vaststellen, tenzij de kosten anderszins verzekerd zijn (artikel 6.12, lid 2 Wro). Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de bestemmingsplan procedure en de kosten voor ontwikkeling en inrichting van het gebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.

38

De Hoeven 2 Twello

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.

5.2

Planregels

Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2

Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor: Wonen; Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komt de volgende dubbelbestemming voor: Waarde – Archeologie; De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden.

Bestaande situatie In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie. Dit vindt veelal plaats om van het plan afwijkende maten en oppervlakten niet onder het overgangsrecht te plaatsen. De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier aangevuld met de BGT, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan. 5.2.3

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. 39

De Hoeven 2 Twello

Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik, uitgezonderd geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en detailhandel in volumineuze goederen en/of grootschalige detailhandel. Deze worden expliciet genoemd als strijdig gebruik bij de desbetreffende bestemmingen. 5.2.4

Overgangs- en slotregels

Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen

5.3.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen inclusief de tuin en het erf. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bouwregels Binnen deze bestemming is op de kaart onderscheid gemaakt tussen het bouwvlak, de aanduiding erf, de aanduiding tuin. Deze driedeling is bepalend voor de plaats van het hoofdgebouw, de overige gebouwen, de andere bouwwerken en waar niet mag worden gebouwd. Over vergunningvrij bouwen wordt vanzelfsprekend geen uitspraak gedaan. Het aantal woningen mag het bestaande aantal per bouwperceel niet overschrijden, danwel het aantal dat aangegeven is op de verbeelding. Voor het begrip bestaand wordt verwezen naar de begripsbepalingen waarin het tijdstip van inwerkingtreding van het plan of een mogelijk afgegeven bouwvergunning bepalend is. Daarnaast is zekerheid over instandhouding van de bestaande bomen geregeld via het opnemen van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan (artikel 3.2.1). Bouwvlak Er is gekozen voor een flexibele systematiek waarbij binnen het bouwvlak zowel het hoofdgebouw, de overige gebouwen en andere bouwwerken zijn toegestaan.

Feitelijk maakt het dus niet uit wat hier gebouwd wordt, mits het voldoet aan de maximale maatvoering. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maat van het hoofdgebouw is dan ook leidend bij de maatvoering van het bouwvlak. Maatvoering bebouwing binnen bouwvlak Het hele bouwvlak mag worden volgebouwd met het hoofdgebouw en overige gebouwen. De bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw mag maximaal de op de kaart aangegeven hoogte bedragen. Mocht de bestaande goot- of bouwhoogte hoger zijn dan de aangegeven maat dan is deze toegestaan. 40

De Hoeven 2 Twello

Voor erfafscheidingen binnen het bouwvlak bedraagt de hoogte maximaal 2 meter.

Erf Op de met erf aangeduide gronden zijn uitsluitend overige gebouwen en andere bouwwerken toegestaan. Overige gebouwen moeten altijd minimaal 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd. Voor deze maat is gekozen om het visuele onderscheid tussen het hoofdgebouw en de overige gebouwen te behouden. Voor overkappingen geldt dat deze minimaal 1 meter achter de voorgevel moeten worden gebouwd. Het gaat hier vaak om carports. De goot- en bouwhoogte van overige gebouwen mag niet meer dan 3 respectievelijk 5 meter bedragen mits de bestaande hoogte niet meer is. Dit is een maat die veel voorkomt en voldoet aan de gemiddelde eisen en wensen van de burger. Ook wordt met deze maat voldoende onderscheid aangebracht tussen hoofdgebouw en overige gebouwen. De oppervlakte overige gebouwen is begrensd. Deze oppervlaktemaat geldt alleen binnen de gronden met de aanduiding erf. Wat er aan overige gebouwen binnen het bouwvlak wordt gebouwd telt niet mee. Binnen de aanduiding erf mag maximaal 50 m² aan overige gebouwen worden gebouwd. Daarnaast mag het bebouwingspercentage aan overige gebouwen van de gronden met de aanduiding erf de 50% niet overschrijden. Deze oppervlaktemaat aan overige gebouwen biedt - naast het toegestane oppervlak binnen het bouwvlak en de mogelijkheid om vergunningvrij te bouwen - de burger voldoende flexibiliteit om direct in hun behoefte te voorzien.

Anderzijds blijft de open ruimte op het erf voldoende gewaarborgd. Voor erfafscheidingen binnen de aanduiding 'erf' bedraagt de hoogte maximaal 2 meter.

Tuin Op de gronden aangeduid met tuin zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan met uitzondering van aan de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwde erkers of entreepartijen. Overkappingen zijn niet toegestaan. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'tuin' mag maximaal 1 meter bedragen.

Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt. Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters.

Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. Ook de overige gebouwen kunnen hier gedeeltelijk voor worden gebruikt. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht.

41

De Hoeven 2 Twello

Parkeren In de regels is een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van bestemming ‘Wonen’ wordt gebouwd, dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet voldaan worden aan de in de regels genoemde parkeernorm.

5.4

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

5.4.1

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 5.4.2

Afwijking

Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden.

In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden beroepen die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan; bestemming 'Wonen': ten behoeve van aan huis verbonden beroepen in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.

Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes kunnen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje niet meer dan 75 m³ bedraagt; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het toestaan van antennemasten tot een bouwhoogte van 40 meter; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan maar te regelen via een afwijking, zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders.

Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 42

De Hoeven 2 Twello

-

het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.

43

De Hoeven 2 Twello

Hoofdstuk 6 6.1

Overleg en inspraak

Inspraak

De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Met betrekking tot de inspraak bevat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geen procedureregels en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld. In het mandaatbesluit Wro, horen en inspraak heeft de gemeenteraad van Voorst besloten dat het college van burgemeester en wethouders inspraak verleend indien het bestemmingsplan tot gevolg kan hebben dat de ruimtelijke structuur van de gemeente ingrijpend wordt gewijzigd. Voorliggend plan betreft een ontwikkeling op slechts één perceel, die passend is binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid. Het onderhavig plangebied is gering van omvang en de ruimtelijke consequenties zijn beperkt. Daarom is er geen gelegenheid tot inspraak. Besloten is om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen, uiteraard wel met behoud van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. 6.1.1

Communicatie met omwonenden

In 2022 heeft de initiatiefnemer de omwonenden van de Middelste Hoeven geinformeerd over de ontwikkeling van een vrijstaande woning op het perceel De Hoeven 2 in Twello. Tijdens dit gesprek hebben de omwonenden bezwaren tegen het plan kenbaar gemaakt, ook de gemeente is door deze omwonenden schriftelijk op de hoogte gebracht van deze bezwaren. In de maanden daarna zijn er door de gemeente stedenbouwkundige uitgangspunten opgesteld (waarbij indien mogelijk rekening is gehouden met de wensen van de initiatiefnemer en de bezwaren van de omwonenden). Op basis van deze uitgangspunten is de nieuwe woning stedenbouwkundig ingepast en kan de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en van de omgeving gewaarborgd blijven. Op dinsdag 23 mei 2023 zijn de omwonenden van de Middelste Hoeven, op het gemeentehuis, door de gemeente geinformeerd over deze ontwikkeling. In dit gesprek heeft de gemeente toelichting gegeven over het ontstaan van het besluit tot medewerking en over de stedenbouwkundige inpassing en ontwerp van de woning. Dit informele overleg heeft helaas niet geresulteerd in een positieve reactie van de omwonenden op het voorliggend plan.

6.2

Vooroverleg

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties.

Het Rijk Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk.

Provincie Gelderland Het plan past binnen de afspraken uit de Woonagenda Cleantech Regio 2018 en vindt plaats binnen de bebouwde kom van Twello en daarmee ook binnen provinciaal beleid. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het provincie Gelderland. 44

De Hoeven 2 Twello

Waterschap Vallei en Veluwe Op grond van de digitale watertoets heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Vanuit het Waterschap bestaan geen bezwaren tegen de plannen. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) Op 18 juli 2023 heeft de VNOG een schriftelijke reactie gegeven op het bestemmingsplan. Op basis van de aangeleverde stukken blijkt dat het voornemen past binnen de normen van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Vanuit de VNOG bestaan geen bezwaren tegen de plannen. Het aanvullend advies van de VNOG is: 1. De zelfredzaamheid van de aanwezige personen zo groot mogelijk te laten zijn, door gebruik te maken van NL-alert. 2. Zorg te dragen dat het ventilatiesysteem goed functioneert. Om te kunnen schuilen voor een toxisch scenario, is het noodzakelijk dat bewoners in zo’n situatie naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten en dat de eventueel aanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruikers kan worden uitgezet. Deze maatregel kunt u borgen in de vergunningverleningsprocedures van diverse objecten. 3. Zorg te dragen voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit.

U kunt hierbij denken aan publieke voorlichtingscampagnes als ‘Denk vooruit’/ ‘Wees Voorbereid’.

6.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'De Hoeven 2 Twello' heeft vanaf 7 september 2023 voor een ieder zes weken ter inzage gelegen. Er zijn in deze periode 8 zienswijzen ingediend. In bijlage 5 van deze toelichting 'Zienswijzenotitie Bestemmingsplan De Hoeven 2 Twello' zijn de binnengekomen zienswijzen besproken en voorzien van een beantwoording.Van de zienswijzen genummerd als 1.14 en 3.14 wordt voorgesteld deze te delen. Dit leidt tot een voorstel voor gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.Het gaat om de volgende wijziging aan de toelichting van het bestemmingsplan: Het uitvoeren van een stikstofberekening en de resultaten hiervan te verwerken in paragraaf 4.5.2 van de toelichting en de rapportage stikstof op te nemen als bijlage bij het bestemmingsplan.

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13785362/2