Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan De Hoeven 2 Twello Planfase vastgesteld
De Hoeven 2 T wello Deze standaard is gebaseerd op de SVBP 2012 (18 april 2012)
De Hoeven 2 Twello
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Doel 1.4 Geldende bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer
3 3 3 4 4 5
Hoofdstuk 2 Planomschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Omgeving plangebied 2.3 Bestaande situatie 2.4 Stedenbouwkundige uitgangspunten 2.5 Toekomstige situatie
7 7 7 8 10 10
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid
13 13 13 16 17 20
Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Inleiding 4.2 Milieuaspecten 4.3 Archeologie 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Natuuronderzoek 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Water 4.8 Kabels en leidingen 4.9 Economische uitvoerbaarheid
24 24 24 29 31 32 35 36 37 38
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Planregels 5.3 Bestemmingen 5.4 Flexibiliteit in het bestemmingsplan
39 39 39 40 42
Hoofdstuk 6 Overleg en inspraak 6.1 Inspraak 6.2 Vooroverleg 6.3 Zienswijzen
44 44 44 45
2
De Hoeven 2 Twello
T oelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemers zijn eigenaar van kadastraal perceel 6360 aan De Hoeven 2 in Twello. Op dit perceel staat een karakteristieke boerderij met enkele opstallen. De initiatiefnemers hebben de wens om op dit perceel een extra vrijstaande woning voor eigen gebruik te realiseren. Het kadastraal perceel 6360 heeft in het geldend bestemmingsplan 'Twello Noordoost' de bestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming mag het aantal woningen maximaal het bestaande aantal per bouwperceel bedragen. In 2020 hebben de initiatiefnemers het verzoek ingediend bij de gemeente om medewerking te verlenen aan de realisatie van een extra vrijstaande woning in afwijking van het bestemmingsplan. De gemeente heeft hierop positief gereageerd en aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Een aanpassing of buitenplans afwijken van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de gewenste woning mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.
1.2
Het plangebied
Het kadastraal perceel 6360 (hierna plangebied) aan De Hoeven 2 is gelegen binnen de bebouwde kom van Twello, ten oosten van de H.W. Iordensweg. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door perceel 8441, aan de oostzijde door de percelen 6358 (de Hoeven 4) en 6359 (De Hoeven 6), aan de zuidzijde door perceel 8897 en aan de westzijde door de Middelste Hoeven. Het plangebied bestaat uit kadastraal perceel 6360 en heeft een oppervlakte van 3647 m2.
3
De Hoeven 2 Twello
Afbeelding 1 - Situering van het plangebied
Afbeelding 2 - Begrenzing van het plangebied
1.3
Doel
Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan De Hoeven 2 Twello is het scheppen van een ruimtelijk kader om de realisatie van een extra woning mogelijk te maken. Het bestemmingsplan De Hoeven 2 Twello vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan Twello Noordoost ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastraal perceel.
1.4
Geldende bestemmingsplan
Op 1 juli 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Voorst het bestemmingsplan 'Twello Noordoost' vastgesteld. In het bestemmingsplan hebben de gronden in het plangebied de enkelbestemming ‘Wonen’, de functieaanduiding 'tuin' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Binnen deze bestemming is op de verbeelding onderscheid gemaakt tussen het bouwvlak, de aanduiding erf en de aanduiding tuin. Deze driedeling is bepalend voor de plaats van het hoofdgebouw, de overige gebouwen, de andere bouwwerken en waar niet mag worden gebouwd. Het aantal woningen mag het bestaande aantal per bouwperceel niet overschrijden. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Op de gronden aangeduid met tuin zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan met uitzondering van aan de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwde erkers of entreepartijen. Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' opgenomen in het bestemmingsplan. Op deze gronden gelden er beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen.
Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er een archeologische waarden aanwezig zijn of 4
De Hoeven 2 Twello
dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Dit is niet van toepassing indien het bouwplan een oppervlakte heeft kleiner dan 2500 m2 en de graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden plaatsvinden. Toets aan het geldend bestemmingsplan De initiatiefnemers zijn eigenaar van kadastraal perceel 6360 aan De Hoeven 2 in Twello. Op dit perceel staat een karakteristieke boerderij met enkele opstallen. De initiatiefnemers hebben de wens om op dit perceel een extra vrijstaande woning voor eigen gebruik te realiseren. Het geldend bestemmingsplan bevat bij recht geen mogelijkheden om deze woning te realiseren. Er is binnen de bestemming 'Wonen' maar één woning toegestaan.
Afbeelding 3 - Uitsnede geldende bestemmingsplan
1.5
Leeswijzer
De toelichting van het bestemmingsplan "De Hoeven 2 Twello" bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld; In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid; 5
De Hoeven 2 Twello
de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.
6
De Hoeven 2 Twello
Hoofdstuk 2 2.1
Planomschrijving
Inleiding
De initiatiefnemer woont bijna 50 jaar in de boerderij op het perceel de Hoeven 2. Inmiddels zijn ze op een dusdanige leeftijd dat het onderhoud van de boerderij en van het perceel te veel gaat worden. Vanwege de emotionele binding met de plek heeft de initiatiefnemer altijd de intentie gehad om op deze plek te blijven wonen en de aanwezige bouwrechten op het perceel te verzilveren. In het oude bestemmingsplan 'De Vijfhoek' was namelijk op het betreffende perceel van de initiatiefnemer een gedeeltelijke bouwstrook "wonen" aangegeven. Er zijn ter plaatse echter nooit woningen gerealiseerd. In het nieuwe bestemmingsplan Twello Noordoost (vastgesteld 2013-07-01) is deze bouwstrook daarom wegbestemd. De initiatiefnemer heeft echter nog steeds de wens om op deze plek te blijven wonen en een levensloopbestendige woning te realiseren voor eigen gebruik. De gemeente is van mening dat er toch wel een unfaire situatie is ontstaan, mede omdat het planologisch-ruimtelijk een logische plek is om één woning te realiseren. De gemeente heeft dan ook positief gereageerd op het plan voor één woning en aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief.
2.2
Omgeving plangebied
In Twello Noordoost kan onderscheid worden gemaakt tussen kenmerkende dorpslinten, parkachtige woongebieden, naoorlogse woongebieden, Achter het Holthuis en gemeentehuis en omgeving. Het plangebied is gelegen in het 'parkachtige woongebied' Twello Oost. Twello Oost, de tussen de H.W. Iordensweg en Veenhuisweg gelegen luxe woonbuurt. De buurt ademt een ruime en groene sfeer uit met fraaie bomenlanen en brede grasbermen. De bebouwing is overwegend vrijstaand op ruime kavels. De bebouwing heeft een individuele uitstraling. Aan de noordzijde van de buurt is sprake van een grotere verdichting met afwisselend twee-onder-een-kapwoningen en rijtjeswoningen. De bebouwing is hier meer gelijk per bouwblok opgezet. Ten oosten van de Veenhuisweg ligt het zwembad van Twello en het tennispark. Historische situatie Van oudsher is de omgeving van het plangebied in gebruik als agrarische grond. Verspreid in dit gebied waren boerderijen met bijgebouwen gelegen. De boerderij op het perceel De Hoeven 2 dateert uit 1920. In de laatste helft van de 20e eeuw is de hoeveelheid bebouwing flink toegenomen. Het plangebied is anno 2022 volledig omringd door nieuwbouwwoningen.
7
De Hoeven 2 Twello
Afbeelding 4 - historische kaarten
2.3
Bestaande situatie
Initiatiefnemer is sinds 1974 eigenaar van het perceel 6360 aan De Hoeven 2 in Twello. Het plangebied heeft een oppervlakte van 3647 m2. In het plangebied staat een boerderij met enkele opstallen. De boerderij heeft een oppervlakte van 280 m2, de opstallen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 150 m2. De bebouwing is geconcentreerd aan de oostzijde van het plangebied, uitzondering daarop is de schuilstal in de zuidwesthoek van het plangebied. De ruimte rondom de boerderij is ingericht als tuin en erf, de overige ruimte in het plangebied bestaat voornamelijk uit weidegebied. De randen van het plangebied bestaan uit dichtbegroeide houtsingels, rondom de boerderij is hoogopgaande beplanting aanwezig. Verkeer en parkeren Ontsluiting van het plangebied vindt plaats aan de noordzijde. Het plangebied is vanaf De Hoeven bereikbaar via het zandpad tussen De Hoeven en de Middelste Hoeven. Het parkeren vindt plaats op het erf aan de noordoostzijde van het plangebied. Er is voldoende ruimte voor het parkeren.
8
De Hoeven 2 Twello
Afbeelding 5 - Luchtfoto plangebied
Afbeelding 6 - Oblique foto plangebied
9
De Hoeven 2 Twello
2.4
Stedenbouwkundige uitgangspunten
De Hoeven 2 is een restant van de agrarische geschiedenis van de plek. Deze voormalige boerderij heeft een grote kavel en door de ruimte, die nu eenmaal bij dit gebouwtype hoort, heeft het in deze woonbuurt een bijzondere betekenis gekregen die de plek verbindt met het verleden ervan. Samen met het aangrenzend pad en de groene openbare ruimte eromheen, is dit een plek van hoge ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteiten van deze plek zijn vertaald naar een aantal stedenbouwkundige uitgangspunten voor de inpassing van de nieuwe woning: De agrarische oorsprong van de plek en het bijhorende karakter worden bepalend voor het plan. Zowel ruimtelijk als qua sfeer; De ruimte rondom de boerderij behoudt zijn eigen karakter en behoudt zoveel mogelijk zijn betekenis voor de omgeving; Het zicht op de boerderij vanaf de Middels Hoeven blijft zoveel als mogelijk behouden; De houtsingelstructuur rondom het plangebied blijft zoveel mogelijk behouden; Architectuur en verschijningsvorm sluit aan bij agrarische typologie van oud boerderijtje en wijkt af van bestaande woningbouw in de omgeving; Eenduidige/rechthoekige plattegrond van de nieuwe woning, lage goten, schuurtype, wonen geheel op begane grond. Op basis van deze stedenbouwkundige uitgangspunten kan bij de inpassing van de nieuwe woning de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en van de omgeving gewaarborgd blijven.
2.5
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie wordt in het plangebied een extra vrijstaande woning gerealiseerd. De nieuwe woning wordt in de noordwest hoek van het plangebied gesitueerd. De kavelgrootte bedraagt circa 600 m2. De nieuwe woning heeft een lengte van circa 27 meter, een breedte van circa 8,5 meter en een oppervlakte van circa 230 m2. De maximale goothoogte bedraagt circa 3 meter en de maximale bouwhoogte bedraagt circa 4,5 meter. Het betreft hier een woning met inpandige berging en garage. De garage is bereikbaar vanaf de Middelste Hoeven. Er worden geen bijgebouwen of andere bouwwerken bij de woning gerealiseerd. Stedenbouwkundig inpassing Het karakter en de kwaliteit van de plek worden zoveel mogelijk behouden door de positionering van de woning (noordwesthoek) en door het volume en uitstraling van de woning (smal, langgerekt, type kapschuur). De invloed van het nieuwe volume op de plek wordt hiermee zoveel mogelijk beperkt. De nieuwe woning zal hiermee niet of nauwelijks vóór de oorspronkelijke “woongevel” van de woonboerderij komen. De 'open' ruimte rondom de boerderij en de 'open' ruimte tussen de bebouwing aan de Middelste Hoeven en de boerderij blijft hiermee behouden. Door de dichte zijgevels en het type kapschuur presenteert de nieuwe woning zich als een 'bijgebouw' bij de bestaande boerderij.
Door de bestaande inen uitrit van het weiland te gebruiken kunnen nagenoeg alle aanwezige bomen rondom het plangebied behouden blijven. Het omhakken of rooien van bomen is niet zomaar toegestaan, hiervoor is een omgevingsvergunning nodig. De 'Algemene plaatselijke verordening gemeente Voorst' is hiervoor het wettelijk kader. Een voorwaarde voor het verlenen van een omgevingsvergunning is de herplant van een nieuwe boom met dezelfde waarde als de gekapte boom. Daarnaast is zekerheid over instandhouding van de bestaande bomen geregeld via het opnemen van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan (artikel 3.2.1). Beeldkwaliteit De nieuwe woning krijgt de vormgeving van een kapschuur. De gevels bestaan volledig uit hout en glas en de daken zijn gedekt met zink. De kleur van het hout en de palen aan de zuidkant zijn zwart. De raamkozijnen aan de zuidkant zijn van licht gekleurd hout. Duurzaamheid 10
De Hoeven 2 Twello
Het streven is om de nieuwe woning te realiseren met aandacht voor energie en klimaat, nul op de meter. Door te bouwen met de standaard van de toekomst zijn de woningen voorbereid op klimaatverandering en heeft het een hogere toekomstwaarde. De woning voldoet aan de laatst geldende eisen en wordt voorzien van warmtepomp, HR++ beglazing en zonnepanelen. Water Het hemelwater wordt niet op de riolering geloosd, het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied (infiltratiekratten, grindkoffers of een wadi of een combinatie van voornoemde systemen). In de nieuwe situatie wordt de nieuw te bouwen woning voor vuilwater aangesloten op de riolering. Verkeer en parkeren Ontsluiting van het perceel vindt plaats aan de noordwestzijde van het plangebied. Er is ruimte voor twee parkeerplaatsen in het plangebied. Het parkeren vindt inpandig plaats. Levensloopbestendig De nieuw te bouwen woning wordt levensloopbestendig uitgevoerd. Een levensloopbestendige woning is een woning die zo gebouwd is, dat deze geschikt is voor iedere levensfase van een bewoner. Een levensloopbestendige woning groeit als het ware mee met de bewoners. Daarmee wordt voorkomen dat bewoners moeten verhuizen vanwege ouderdom of een beperking.
Afbeelding 6 - tekening toekomstige situatie plangebied
11
De Hoeven 2 Twello
Afbeelding 7 - Voor- en linker zijgevel nieuw te bouwen woning
12
De Hoeven 2 Twello
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.1 Toetsing aan Nationale Omgevingsvisie In het voorgenomen plan is er sprake van een kleinschalige lokale ontwikkeling waarmee geen rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2
Nationale Woon- en Bouwagenda
Vanaf maart 2022 heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: VRO) de Nationale Woon- en Bouwagenda met daaraan gerelateerd een aantal programma's gepubliceerd. Door de Nationale Woon- en Bouwagenda neemt het Rijk weer meer regie op het gebied van volkshuisvesting en woningbouw. Oorzaak hiervan is de (toenemende) druk op de woningmarkt waardoor steeds meer mensen en huishoudens in de knel raken. Het is voor veel mensen lastig om een woning te vinden dat aansluit bij de wensen, behoeften en (financiële) mogelijkheden. De minister van VRO wil dat gemeenten in Nederland in de periode tot en met 2030 900.000 nieuwbouwwoningen realiseren. Daarnaast stelt de minister dat daarvan op landelijk, provinciaal en regionaal niveau tweederde van de woningen betaalbaar moet zijn. Onder betaalbare woningen wordt verstaan: 13
De Hoeven 2 Twello
sociale huurwoningen; middenhuur tot ca. € 1100 per maand; betaalbare koopwoningen met een aankoopprijs tot maximaal € 355.000. Eén van de onderdelen uit de Nationale Woon- en Bouwagenda om de doelen te bereiken zijn de prestatieafspraken tussen het Rijk, provincie en gemeenten in regioverband. Deze prestatieafspraken geven het Rijk, provincies en gemeenten in regioverband meer inzicht op het gebied van woningbouw en (wanneer noodzakelijk) mogelijkheden tot sturing op hoeveel en welke type woningen worden gerealiseerd, passend bij de woonwensen- en -behoeften van mensen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Regionale Woondeal 2022 regio Stedendriehoek (zie paragraaf 3.4.3 Regionale Woondeal regio Stedendriehoek).
3.2.2.1 Toetsing aan Nationale Woon- en Bouwagenda Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woonagenda en de Nationale Woon- en Bouwagenda.
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: 'Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied'. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming.
Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. 3.2.3.1 Toetsing aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
14
De Hoeven 2 Twello
3.2.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Een schematische weergave hiervan is opgenomen in afbeelding 6.
Afbeelding 8 - Ladder voor duurzame verstedelijking Met ingang van 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder in werking getreden. Ongewijzigd hierin is dat in de toelichting op bestemmingsplannen de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beschreven. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling zijn bepalend voor de afbakening van het gebied waarbinnen de behoefte moet worden onderzocht. In de wet is bovendien toegevoegd dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied goed gemotiveerd moet worden waarom deze niet in bestaand stedelijk gebied te realiseren is. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Bij woningbouwontwikkelingen geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als sprake is van de bouw van meer dan 11 woningen (uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 201608869/1/R3).
3.2.4.1 Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan beoogt de realisatie van één vrijstaande woning. Op basis van jurisprudentie kan deze woningbouwlocatie aan worden gemerkt als kleinschalig, waardoor geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling waarvoor de Ladder dient te worden doorlopen. Het plan is hiermee niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
15
De Hoeven 2 Twello
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Gelderland
De Gelderse Omgevingsvisie is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en enkele andere structuurvisies. De titel van de Gelderse Omgevingsvisie is Gaaf Gelderland. Gaaf kent twee betekenissen. Enerzijds gaat gaaf in op de schoonheid van het landschap en de historie. Anderzijds heeft gaaf betrekking op de vernieuwing binnen Gelderland. De ambitie van Gelderland is het in standhouden van het landschap en de cultuurhistorische waarde. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. - Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. - Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.
Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En, dat is het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Wonen Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder en wonen steeds langer alleen en zelfstandig. Dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van woningen die Gelderland nodig heeft in 2050 staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Er zal een goede balans moeten bestaan tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De provincie Gelderland streeft ernaar een duurzaam woon- en leefklimaat te creëren dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Op deze manier versterkt de economische kracht en kwaliteit van het leven in Gelderland. De ambitie is dan ook om in elk woonmilieu en van elk woontype de woningcapaciteit te vergroten, passend bij de diversiteit aan woningvraag in de provincie Gelderland. Voor ieder een passende, duurzame woning. Hierbij zal de al bestaande bebouwde omgeving optimaal worden benut.
3.3.1.1 Toetsing aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan bestaat uit een planologische toevoeging van één woning, dit past binnen de uitgangspunten zoals die verwoord zijn in de Omgevingsvisie. Er wordt ingespeeld op het benutten van de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied betreft een inbreidingslocatie. De positie en opbouw van de woning passen binnen de stedenbouwkundige structuur van deze woonwijk. Ook wordt met de realisatie bijgedragen aan diversiteit aan woningvraag, namelijk levensloopbestendige woningen voor senioren. Tegelijkertijd biedt dit doorschuifmogelijkheden binnen de bestaande woningmarkt. Het streven is om de nieuwe woning te realiseren met aandacht voor energie en klimaat. Door te bouwen met de standaard van de toekomst zijn de woningen voorbereid op klimaatverandering en heeft het een hogere toekomstwaarde. De woning is uitermate goed geïsoleerd, is gasloos en alle apparatuur en het verwarmingssysteem werken op elektriciteit. De benodigde elektriciteit wordt in principe door het huis zelf opgewekt. Dat gebeurt door middel van zonnepanelen en een warmtepomp. Dit is passend binnen de klimaat ambities van de provincie Gelderland.
16
De Hoeven 2 Twello
3.3.2
Omgevingsverordening Gelderland
In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels beschreven die ervoor zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De Omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de Omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure in het kader van de omgevingsvergunning. De Omgevingsverordening Gelderland bestaat uit de volgende thema's waaraan regels zijn verbonden: Windenergie, Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Landschap, Water en milieu en Erfgoed. Wonen In de verordening is vastgelegd dat iedere regio een regionale woonagenda heeft. Woningbouwplannen zijn alleen mogelijk als deze voldoen aan deze regionale woonagenda (artikel 2.2. van de Omgevingsverordening). De regionale woonagenda (zie paragraaf 3.4.2 van deze toelichting) is uitgewerkt in gemeentelijk woonbeleid. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2.
Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 3.3.2.1 Toetsing aan Omgevingsverordening Gelderland De planlocatie valt binnen de thema's glastuinbouwgebieden en water (intrekgebieden) van het provinciale beleid. Allereerst is het plangebied aangewezen als intrekgebied (Water). Deze gebieden mogen niet worden gebruikt ten behoeve van de winning van fossiele energie zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas. Dit is niet van toepassing op voorliggend plan. Ook liggen er beperkingen met betrekking tot glastuinbouw. Er worden met het plan eveneens geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die met glastuinbouw te maken hebben. Deze woning past binnen de regionale woonagenda en is daarmee mogelijk volgens het provinciale beleid. Op de visiekaarten en kaarten van de verordening heeft het plangebied geen aanduidingen die belemmerend kunnen zijn voor de uitvoering van voorliggend plan.
Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.3
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het provinciaal beleid.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030
De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV) (vastgesteld 2007) en de Regionale Structuurvisie De Voorlanden (vastgesteld 2009) geven de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling op langere termijn, tot 2030. De RSV gaat over het zogenaamde bundelingsgebied van de drie steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied (grote delen van het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen). De basis voor de inhoudelijke keuzes in de structuurvisie is de bestuurlijke doelstelling die door alle 17
De Hoeven 2 Twello
partners wordt gedragen als leidend beginsel voor het ruimtelijk beleid van de Stedendriehoek. De doelstelling die hierbij luidt is het behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werken recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw. De Regionale Structuurvisie heeft de formele status van Intergemeentelijk Structuurplan. Dit betekent dat de structuurvisie richtinggevend is voor de ruimtelijke ontwikkeling. Wonen De regionale visie zet vooral in op verdere herstructurering en intensivering van het bestaand stedelijk gebied. Enerzijds wordt een deel van het woningbouwprogramma gerealiseerd in de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, maar tevens wordt een deel gerealiseerd in de bestaande dorpen en kernen. Daarbij gaat het om herontwikkeling, om afronding van bestaande bebouwingstructuren en om een intensivering van centrumdorpse woonmilieus. Hiernaast zijn (beperkt) ook specifieke dorpse uitbreidingen mogelijk om het inwonertal in sommige dorpen op peil te houden. Voor de gemeente Voorst is de expliciete opname van een woningbouwprogramma voor de dorpen in de gemeente van belang. Een programma dat de lokale behoefte te boven kan gaan. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van de dorpen en aan het vergroten van het woonmilieu 'landelijk en dorps wonen'.
3.4.1.1 Toetsing aan de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 Voorliggend plan bestaat uit een planologische toevoeging van één woning, dit past binnen de uitgangspunten zoals die verwoord zijn in de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030. Er wordt ingespeeld op het benutten van de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook wordt met de realisatie bijgedragen aan diversiteit aan woningvraag, namelijk levensloopbestendige woningen voor senioren.
3.4.2
Woonagenda Cleantech Regio 2018
De gemeente Voorst maakt deel uit van de Regio Stedendriehoek waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Dit gebeurt onder meer op het gebied van woningbouw in de regionale woonagenda. De in 2020 geëvalueerde en herijkte regionale woonagenda is de woningbehoefte voor de regio tot 2030 uiteengezet. Met de woningbouwprogrammering in de regio wordt gestuurd op kwaliteit. Het behouden en versterken van de woonkwaliteit vraagt om de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio. Daarbij kan woningbouw niet los worden gezien van de lokale woningbehoefte, het bestaande woningaanbod, de specifieke plek en veranderende woningbehoefte. Daarvoor is bovenal maatwerk op lokaal niveau. Om vanuit de gezamenlijke ambitie op kwalitatieve groei te sturen zijn richtinggevende principes ontwikkeld voor het lokaal beoordelen van woningbouwplannen. Het gaat daarbij om drie speerpunten: Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; De programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van het beleid en actuele marktontwikkelingen.
In het onderstaande schema zijn deze speerpunten nader uitgewerkt.
18
De Hoeven 2 Twello
Afbeelding 9 - Principes woonagenda Cleantech regio
Naast de kwalitatieve afspraken, zijn in regionaal verband ook kwantitatieve afspraken gemaakt voor de periode 2020 - 2030. In de regionale woonagenda is per gemeente een bandbreedte opgenomen tussen de behoefte op basis van huishoudensgroei (lage bandbreedte) en het inlopen van een theoretisch woningtekort (hoge bandbreedte). In de regio wordt per gemeente gekoerst op een realistisch woningbouwprogramma waarbij vraag een aanbod goed op elkaar aansluiten. Binnen de kwantitatieve afspraken continueert de gemeente Voorst haar koers om gemiddeld 80 woningen per jaar toe te voegen. De gemeente Voorst zet in op een realistische prognosticering waarbij het belangrijk is dat woningbouw aansluit op de korte- en langetermijnbehoefte en het dorpse karakter. 3.4.2.1 Toetsing aan de Woonagenda Cleantech Regio 2018 Het voorliggend plan speelt in op de lokale vraag door te voorzien in behoefte naar levensloopbestendige woningen voor senioren. Dit creëert doorschuifmogelijkheden in de bestaande woningmarkt waarmee het voorliggend plan een strategische aanvulling is op het bestaande woningaanbod. De ontwikkeling is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt binnen de kwantitatieve afspraken. Met het plan wordt ingestoken op een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit en de plannen zullen voldoen aan de nu geldende maatstaven op het gebied van duurzaamheid.
Het plan past dan ook binnen de kaders van de Woonagenda Cleantech Regio 2018. 3.4.3
Regionale Woondeal regio Stedendriehoek
Vanaf maart 2022 heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Nationale Woon- en Bouwagenda met daaraan gerelateerd een aantal programma's gepubliceerd. Eén van de onderdelen zijn prestatieafspraken tussen het Rijk, de provincies en de regio's over het aantal te bouwen woningen. Dit is vertaald in de Regionale Woondeal regio Stedendriehoek Op 8 maart 2023 is deze Regionale Woondeal ondertekend door het Rijk, de provincie Gelderland en de regiogemeenten. Deze afspraken zijn een nieuw startpunt voor een gezamenlijke aanpak van de woningbouwopgave. Op basis van deze afspraken slaan corporaties, bouwers, gemeenten, regio, provincie en Rijk de handen ineen om als partners de woningbouwopgave aan te pakken. In de Regionale Woondeal staat hoeveel woningen er in de regio gebouwd gaan worden in de periode 2022 tot en met 2030. Ook zegt de Regionale Woondeal hoeveel woningen er per gemeente gebouwd gaan worden en wat het aandeel betaalbare woningen is. De Regionale Woondeal wordt ondersteund door de woningcorporaties in de regio Stedendriehoek en uitgangspunt is dat zij zo'n 30% van het totaal aantal te bouwen woningen gaan realiseren. 19
De Hoeven 2 Twello
In totaal is afgesproken dat er in de Gelderse gemeenten van de regio Stedendriehoek de komende jaren (tot en met 2030) ca. 17.000 woningen gebouwd gaan worden. In de Woondeal is tevens afgesproken dat mininstens 70% van alle te bouwen woningen tot en met 2030 betaalbaar moeten zijn. Onder betaalbare woningen vallen koopwoningen tot € 355.000, middenhuurwoningen en sociale huurwoningen. Voor de gemeente Voorst betekent dit dat er in de periode tot en met 2030 ca. 900 woningen aan de voorraad toegevoegd moeten worden. Ongeveer 30% van de woningbouwopgave zijn sociale huurwoningen. Het aandeel bereikbare woningen komt voor de gemeente Voorst uit op ca. 60% van het totaal.
3.4.3.1 Toetsing aan de Regionale Woondeal regio Stedendriehoek Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woondeal regio Stedendriehoek. 3.4.4
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het regionaal beleid.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst
Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit,Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt in 2024 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet wordt het ruimtelijke beleid dynamischer opgesteld, meer ontwikkelingsgericht. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen. De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV-doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden. Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken.
Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomst bestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. 20
De Hoeven 2 Twello
Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie Naar verwachting neemt het aantal woningen in de gemeente Voorst toe tot iets meer dan 10.000 in 2025. Geheel in overeenstemming met de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ concentreren wij ons allereerst op inbreiding om te voorzien in de woningbehoefte. Dat wil zeggen: nieuwe woningen komen vooral binnen de bestaande kernen, door “kleinschalige toevoegingen van kwalitatief goede woningen en gewenste woonmilieus.” Energie en Klimaat Het aandeel van duurzame energiebronnen (wind, zon, aardwarmte, waterkracht) in onze gemeente ligt rond het landelijk gemiddelde. Het wordt een forse inspanning om het bovengemiddelde doel te halen dat we met de regio hebben geformuleerd: de regio energie-neutraal in 2030. In de gebouwde omgeving liggen er op korte termijn kansen om de energieprestatie van woningen sterk te verbeteren. Op de lange termijn zullen alle woningen verwarmd worden door andere bronnen dan aardgas. Daarvoor in de plaats komen bronnen als de restwarmte van bedrijven, aardwarmte en elektrische verwarmingssystemen. Een onderwerp waarin de gemeente Voorst zich kan onderscheiden is het verduurzamen van monumentale gebouwen. Bij het inpassen van woningen in de kernen is er qua energieprestatie veel te winnen door een goede oriëntatie van de woningen op zon en wind.
3.5.1.1 Toetsing aan de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst Voorliggend plan betreft de realisatie van een vrijstaande levensloopbestendige woning binnen de bestaande kern Twello. De ontwikkeling draagt bij aan de diversiteit aan de woningvraag, namelijk levensloopbestendige woningen voor senioren. Tegelijkertijd biedt dit doorschuifmogelijkheden binnen de bestaande woningmarkt. De positie en opbouw van de woning passen binnen de stedenbouwkundige identiteit van deze woonwijk. Het streven is om de nieuwe woning te realiseren met aandacht voor energie en klimaat. Door te bouwen met de standaard van de toekomst zijn de woningen voorbereid op klimaatverandering en heeft het een hogere toekomstwaarde. De woning is uitermate goed geïsoleerd, is gasloos en alle apparatuur en het verwarmingssysteem werken op elektriciteit. De benodigde elektriciteit wordt in principe door het huis zelf opgewekt. Dat gebeurt door middel van zonnepanelen en een warmtepomp. Het plan draagt daarmee bij aan het behalen van de gestelde doelen in de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst. 3.5.2
Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025
In de in 2017 vastgestelde Woonvisie ‘Aantrekkelijk Voorst 2025’ is de gemeentelijke visie gegeven op het wonen in de gemeente Voorst. De gemeente Voorst is een aantrekkelijke plek om te wonen, gelegen in de groene zone tussen de steden Deventer, Zutphen en Apeldoorn. De gemeente is goed bereikbaar en heeft een goed voorzieningenniveau. Van belang is dit zo te behouden en dit te versterken. De vraag naar woningen neemt toe, waarbij jaarlijks circa 80 woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De meeste van deze woningen maken onderdeel uit van bestaande plannen. Het gros hiervan richt zich op Twello, omdat hier de vraag het grootst is. Om de gemeente Voorst aantrekkelijk te houden kent de Woonvisie vier pijlers van woonbeleid die richtinggevend zijn voor het gemeentelijke woonbeleid tot 2025. Het gaat om de volgende vier pijlers: 1. Aantrekkelijke woongemeente. Bij nieuwbouw vindt kwalitatieve sturing plaats waarbij gebouwd wordt voor de behoefte van nu, maar ook voor langere termijn. Hierbij wordt ingezet op een divers woningaanbod dat aansluit bij woonwensen van verschillende doelgroepen. Leefbaarheid wordt gestimuleerd; 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid. Voor lagere en middeninkomens moet de woonvraag bediend worden, door te zorgen voor voldoende aanbod sociale huurwoningen en bereikbare koopwoningen; 3. Kwaliteit van de woningvoorraad.
Deze pijler richt zich vooral op het verbeteren van de duurzaamheid van de woningen in de gemeente. 4. Vergrijzing en wonen met zorg. De vergrijzing heeft gevolgen voor het wonen en de zorg. Langer 21
De Hoeven 2 Twello
zelfstandig wonen is het uitgangspunt. Zowel bij nieuwbouw als het aanpassen van bestaande bouw is het van belang hierin te faciliteren. Elk van de pijlers kent verschillende speerpunten. In afbeelding 9 is een overzicht van de verschillende pijlers en speerpunten schematisch weergegeven.
Afbeelding 10 - Pijlers en speerpunten Woonvisie
3.5.2.1 Toetsing aan de Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025 Voorliggend plan speelt in op de behoefte, er is namelijk een concrete vraag naar woningbouw voor senioren. Met de realisatie van levensloopbestendige woningen wordt er een geschikt woningaanbod voor verschillende doelgroepen, waaronder senioren, gerealiseerd.
3.5.3
Welstandsnota
Om de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving te bewaken, heeft de gemeente enkele mogelijkheden tot haar beschikking om de kwaliteit van de omgeving te stimuleren. De Welstandsnota is hiervoor een belangrijk kader. In de Welstandsnota worden randvoorwaarden omschreven waaraan bouwplannen moeten voldoen. De randvoorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat er wel enige beleidsvrijheid voor de ontwikkelaar is en de regels niet té sturend zijn. Naast de kaders is er ook een motivatie voor de ruimtelijke kwaliteit in de nota opgenomen met kwaliteitsnormen per deelgebied in de gemeente. In de Welstandsnota geldt in algemene zin dat de bestaande gebouwde omgeving het kwalitatieve referentiepunt is voor nieuwe bouwwerken. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, 22
De Hoeven 2 Twello
kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Een plan dient te voldoen aan de 'redelijke eisen van welstand'.
3.5.3.1 Toetsing aan de Welstandsnota In aanloop naar deze bestemmingsplanprocedure heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden met initiatiefnemer over de stedenbouwkundige uitwerking en beeldkwaliteit van het bouwplan. Dat heeft geleid tot het voorlopig ontwerp dat als Bijlage 2 is opgenomen bij deze toelichting. Naast toetsing aan de Welstandsnota vormen de in deze bijlage opgenomen impressies het referentiekader voor de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteitstoets van de uiteindelijke aanvraag om omgevingsvergunning.
23
De Hoeven 2 Twello
Hoofdstuk 4 4.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de thema's als archeologie, natuuronderzoek, verkeersaspecten, water en de economische uitvoerbaarheid.
4.2
Milieuaspecten
4.2.1
Bodem
Als gevolg van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet onderzocht worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. 4.2.1.1 Beoordeling Op 21 september 2021 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde beleidsnota Nota bodembeheer en bodemfunctieklassenkaart/bodemkwaliteitskaart vastgesteld. In deze Nota Bodembeheer is opgenomen dat wanneer er een ontwikkeling plaatsvindt op een 'onverdachte locatie', deze niet onderzocht hoeft te worden. Het plangebied aan De Hoeven 2 is geen verdachte locatie, er zijn geen voormalige bedrijfsactiviteiten bekend, of tanks, of bodemverontreiniging. Een verkennend bodemonderzoek is niet noodzakelijk. 4.2.1.2 Conclusie Het aspect bodem zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.2
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies, zoals woningen, anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen de milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten als geur, stof, geluid en gevaar. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het type rustige woonwijk en gemengd gebied.
4.2.2.1 Beoordeling Voor het plangebied geldt dat deze in een woonbuurt ligt, waarbij in de directe omgeving geen bedrijfsmatige functies voorkomen. Hooguit is sprake van eventuele beroepen of bedrijven aan huis, die als passend binnen de woonbestemming worden gezien. Uit oogpunt van milieuzonering bestaan geen bezwaren voor de bouw van de woningen in relatie tot 24
De Hoeven 2 Twello
bestaande functies in de omgeving. Andersom geredeneerd staan het nieuwbouwplan alleen een woning toe, met eventueel aan huis verbonden bedrijven of beroepen. Voor de omliggende woningen vormt deze ontwikkeling op het gebied van milieuzonering dan ook geen belemmeringen. 4.2.2.2 Conclusie Het aspect milieuzonering zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.3
Geluid
Het aspect 'geluid' gaat over de geluidbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeer, railverkeer of gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de Wgh. 4.2.3.1 Beoordeling In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning (geluidsgevoelig object) te realiseren. In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van railverkeer of gezoneerde industrieterreinen. Voor het plangebied geldt dat deze in een woonbuurt ligt, voor de wegen in deze buurt geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. De nieuw te bouwen woning wordt niet gerealiseerd binnen een geluidszone van weg, spoorweg of industrieterrein. Akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. 4.2.3.2 Conclusie Het aspect geluid zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan. 4.2.4
Luchtkwaliteit
Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen nieuwe woningbouwlocaties in ieder geval NIBM bijdragen.
De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) luidt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg25
De Hoeven 2 Twello
en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.
4.2.4.1 Beoordeling In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. De verkeersaantrekkende werking in het plangebied zal iets toenemen. Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een vrijstaande woning een verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtkwaliteit vastgesteld kan worden. De bijdrage van het extra verkeer is bij het voorliggend plan in 'niet betekende mate' en is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. De locaties liggen niet in de binnen 50 meter van rijkswegen of provinciale wegen. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de toets ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden bij woningen, op grond van de regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007, mensen blootgesteld aan luchtverontreiniging gedurende een significante periode ten opzichte van een etmaal. De Atlas Leefomgeving geeft een goede indicatie van de achtergrondconcentraties ter plekke. Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. Ook liggen ze ver onder de grenswaarden. De cijfers zijn van 2020.
Achtergrondconcentratie 2020
Grenswaarde
Fijnstof PM 2,5
8-9 ug/m3
25 ug/m3
Fijnstof PM 10
14 - 15 ug/m3
40 ug/m3
Stikstofdioxide
10 - 12 ug/m3
40 ug/m3
Een algemene trend is evenwel dat de emissiefactoren van wegverkeer en de concentratie fijn stof al jaren afnemen. Het RIVM verwacht dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging in het plangebied is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. 4.2.4.2 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.2.5
Externe veiligheid
Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (vervoer gevaarlijke stoffen) bronnen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten. 26
De Hoeven 2 Twello
De gemeente Voorst wil haar burgers en bedrijven een veilige leef- en werkomgeving bieden. In die zin draagt zij een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen is het externe veiligheidsbeleid geformuleerd. Doel hiervan is duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente Voorst aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's om dient te worden gegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico en plaatsgebonden risico te overwegen bij het nemen van besluiten. Bij nieuwe plannen wordt in de uitwerking rekening gehouden met rampenbestrijding en zelfredzaamheid, waarbij bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen voor kwetsbare objecten met verminderd zelfredzame personen (zoals kinderopvang, basisscholen en ziekenhuizen) niet op korte afstand van het spoor worden gerealiseerd. Het plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt.
Het groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen dient op dit moment de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen te worden gehanteerd. Op dit moment wordt echter wel gewerkt aan nieuwe wet- en regelgeving te weten Wet Basisnet en Besluit transport gevaarlijke stoffen, met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
4.2.5.1 Beoordeling In het voorliggend bestemmingsplan wordt het perceel De Hoeven 2 voorzien van een nieuwe bestemmingsregeling om een nieuwe woning te realiseren. In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies en er is wel sprake van de toevoeging van een kwetsbaar object (woning). In het plangebied of in de nabije omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven met gevaarlijke stoffen of buisleidingen voor transport met gevaarlijke stoffen die een belemmering vormen voor dit plan. De dichtstbijzijnde transportroute van gevaarlijke stoffen is de spoorlijn Apeldoorn - Deventer, deze lig op een afstand van meer dan 1000 meter van het plangebied. De spoorlijn Apeldoorn - Deventer heeft een invloedsgebied van 460 meter. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen 200 meter van de transportas dient de hoogte van het groepsrisico bepaald te worden en zal de eventuele toename of overschrijding van het groepsrisico verantwoordt moeten worden. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied dient, maar buiten de 200 meter zone, 27