Toelichting
Tekst van het document
Alleen als het magneetveld links en rechts verschillend van sterkte is, kan de minimale afstand aan de linker en rechterkant meer of minder dan de helft van de totale breedte zijn. De magneetveldzone is over het algemeen breder voor hoogspanningslijnen met een hogere spanning. In de onderstaande tabel zijn de indicatieve magneetveldzones voor verschillende soorten hoogspanningslijnen weergegeven.
33
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Af beelding 13 - De sterkte v an het magneetv eld en omv ang v an de magneetv eldzone bij v erschillende soorten hoogspanningslijnen (kennisplatf orm.nl)
In voorliggend geval is blijkens afbeelding 12 sprake van een 150 kV Donaumast. De bijbehorende indicatieve magneetveldzone bedraagt circa 55-80 meter. Binnen een straal van 80 meter van de hoogspanningsleidingen worden er in het kader van dit bestemmingsplan geen nieuwe functies (woningen) toegevoegd. In het geldende bestemmingsplan is tevens rekening gehouden met de bij deze hoogspanningsverbinding behorende magneetveldzone, middels het opnemen van de dubbekbestemming 'Leiding – Hoogspanning'. Ter plaatse gelden beperkingen voor het gebruik en met name de bouwmogelijkheden. Deze dubbelbestemming valt gedeeltelijk over het plandeel Breestuk 6 heen. Hier is echter geen sprake van bouwactiviteiten, enkel sloop. Afhankelijk van de boogde/noodzakelijk werkzaamheden op deze locatie is mogelijk een omgevingsvergunning nodig. De dubbelbestemming vormt echter geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Overstromingsrisicogebied Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Gelderse Risicokaart een middelgroot risico loopt op overstromingen. Deze middelgrote kans houdt in dat er eens in de 100 jaar overstromingen kunnen plaatsvinden. Bovendien ligt het plangebied in een beschermd gebied. Dit houdt in dat het gebied wordt beschermd door een primaire waterkering tegen buitenwater (zee, grote rivieren etc.) en regionale wateren (kleine rivieren, kanalen etc.).
Opgemerkt wordt dat in onderhavig plan rekening is gehouden met de inpassing van voldoende buffermogelijkheden voor water. Voor het aspect externe veiligheid luidt de conclusie dat het zojuist genoemde risico op overstromingen geen belemmering vormt voor het onderliggende bestemmingsplan. 5.2.5
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen de milieubelastende en milieugevoelige functies. Woningen Breestuk 34
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
De bestaande woningen aan het Breestuk 5 en 6 blijven behouden. Hiermee is er in relatie tot deze woningen geen sprake van een veranderende situatie in relatie tot milieuzonering. Wel worden er binnen het plangebied 11 nieuwe woningen, en hiermee milieugevoelige objecten, gerealiseerd. Naast Breestuk 5 wordt een nieuwe boomgaardwoning gerealiseerd. De agrarische bedrijfsactiviteiten op nr. 5 vervallen echter. Wel blijft er ter plaatse van Breestuk 6 sprake van kleinschalige agrarische activiteiten (houden van vleeskoeien). Opgemerkt wordt dat de grootste richtafstand bij veehouderijen veelal geldt voor het aspect geur. Bij veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in de volgende paragraaf nader op ingegaan. Voor de overige milieuaspecten (geluid, stof en gevaar) geldt een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect 'geluid'. De afstand tussen de te behouden stal op het perceel Breestuk 6 en de nieuwe boomgaardwoning aan het Breestuk 5 bedraagt circa 100 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden en wordt ter plaatse van de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Omgekeerd worden de activiteiten aan het Breestuk 6 niet belemmerd als gevolg van de realisatie van de Boomgaardwoning.
Woningen Middendijk In de directe omgeving van de nieuwbouwwoningen aan de Middendijk bevinden zich meerdere milieubelastende functies, of locaties waar milieubelastende functies conform de geldende bestemmingsplannen zijn toegestaan. Aan de Middendijk 53 is een basisschool gevestigd. Dit betref een milieucategorie 2 functie met een grootste richtafstand van 30 meter. De afstand tussen het perceel waar deze basisschool is gevestigd en de eerste nieuwbouwwoning aan de Middendijk bedraagt minimaal 30 meter. Hiermee wordt aan de richtafstanden voldaan. Aan de Middendijk 45/45a is een tankstation zonder lpg gevestigd. Dit betref een milieucategorie 2 functie met een grootste richtafstand van 30 meter. De afstand tussen het perceel waar dit tankstation zonder lpg is gevestigd en de eerste nieuwbouwwoning aan de Middendijk bedraagt minimaal 30 meter. Hiermee wordt aan de richtafstanden voldaan. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf bevindt zich aan de Middendijk 55, op circa 150 meter afstand ten noordwesten van de dichtstbijzijnde nieuwbouwwoning aan de Middendijk. Hiermee wordt aan alle richtafstanden voldaan. Voor het aspect 'geur' word verwezen naar de volgende paragraaf. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Ter plaatse van alle nieuwbouwwoningen wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht.
Omgekeerd worden bedrijven/bedrijfslocaties in de omgeving niet belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van deze ontwikkeling. 5.2.6
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn 35
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. Zoals al bleek uit de vorige pararaaf bevinden er zich in de omgeving van het plangebied meerdere agrarische bedrijven in de vorm van veehouderijen. In alle gevallen bedraagt de afstand tussen deze bedrijfspercelen en de nieuwbouwwoningen binnen het plan minimaal 100 meter. Ter plaatse van alle nieuwbouwwoningen wordt dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Omgekeerd worden bedrijven/bedrijfslocaties in de omgeving niet belemmerd in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden als gevolg van deze ontwikkeling. 5.2.7
Stikstof
Het plangebied in Nijbroek is gelegen op een afstand van ca. 1.900 meter van het meest dichtbij gelegen Natura 2000-gebied, betreffende 'Rijntakken'. Daarnaast ligt op 8 km afstand het Natura 2000-gebied de 'Veluwe'. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd. Gezien de mogelijke externe werking van de beoogde ontwikkeling op het nabijgelegen Natura 2000-gebied, is het van belang om te toetsen of de realisatie van de beoogde ontwikkeling conflicteert met de waarden waarvoor dit gebied is aangewezen. Hiervoor is in elk geval een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Gelet op de onderlinge afstand is directe hinder (bijv. geluid, verstrooiing van licht etc.) niet aan de orde. Naast directe hinder dient tevens te worden gekeken naar de mogelijke toename van stikstofdepositie op kwetsbare habittatypen binnen het Natura 2000-gebieden.
Om dit te beoordelen heeft VanWestreenen een zogenaamde AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de bouwfase (tijdelijk karakter) en de gebruiksfase die samenhangt met de voorgenomen ontwikkeling. Hierna wordt de belangrijkste conclusie weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 5 bij deze toelichting. Uit de AERIUS-berekeningen blijkt dat in de toegepaste 'worst-case' benadering de stikstofdepositie niet leidt tot significant negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Dit geldt voor zowel de realisatie- als gebruiksfase. Derhalve kan op voorhand worden uitgesloten dat er bij onderhavig bouwproject sprake zal zijn van significant negatieve effecten. Het aspect 'stikstof' vormt hiermee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en 36
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. Ten behoeve van dit bestemmingsplan heeft Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek. Hierna wordt de belangrijkste conclusie weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 6 bij deze toelichting. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden wél uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.
Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het plangebied is geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien bebouwing wordt gesloopt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield.
Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende diersoorten tijdelijk af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Het aspect 'ecologie' vormt hiermee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.4
Archeologie
In 1992 is het verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 is dit Verdrag door Nederland geratificeerd. De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden, is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet regelt hoe overheden bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De nieuwe wet beoogt het cultureel erfgoed te beschermen. Dit betreft alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de nieuwe wet zijn: 37
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodem verstorende ingrepen wordt omgegaan. Dat betekent dat vooronderzoek moet plaatsvinden; bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe de verstoorder betaalt). Ten behoeve van dit bestemmingsplan heeft Synthegra Archeologie een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Hierna worden de belangrijkste conclusies en aanbevelingen weergegeven. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar Bijlage 7 bij deze toelichting. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen herinrichting van het plangebied zoals omschreven in de vergunningsaanvraag geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd voor het zuidelijke perceel (zie onderstaande afbeelding). De archeologische dubbelbestemming is voor dit deel van het plangebied verwijderd.
Af beelding 14 - Adv ieskaart
Voor de noordelijke boorlocatie (ca. 1780 m²) wordt archeologische begeleiding geadviseerd conform het protocol proefsleuvenonderzoek (AB-IVO-P) bij het aanleg van de bouwput, om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Indien waardevolle archeologische resten worden aangetroffen kan direct doorgestart worden naar een opgraving van de archeologische resten. Voor dit proefsleuvenonderzoek / deze archeologische begeleiding conform het protocol proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. In de planregels van dit bestemmingsplan is ter plaatse van de woning in de boomgaard aan het Breestuk een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter waarborg van de uitvoering van het bedoelde proefsleuvenonderzoek. 38
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Het aspect 'archeologie vormt hiermee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.
5.5
Verkeer en parkeren
Zowel de huidige als de toekomstige situatie zorgt voor een zekere verkeersgeneratie en bijbehorende parkeerbehoefte. Binnen de CROW-kencijfers (publicatie 381) voor de verkeersgeneratie wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en de ligging van de planontwikkeling. In de huidige situatie is er sprake van twee agrarische bedrijven met de bijbehorende verkeersgeneratie en parkeerbehoefte ten behoeve van de bedrijfswoningen. In de nieuwe situatie is er geen sprake meer van een volwaardige agrarische bedrijfsvoering. De functie 'wonen' is maatgevend. Ter hoogte van de locaties aan het Breestuk wordt er met de boomgaardwoning één woning toegevoegd. De percelen zijn hier dusdanig ruim opgezet dat er ruimschoots voldoende ruimte is om te kunnen voorzien in parkeerplaatsen/ruimte op eigen terrein voor zowel bewoners alsook bezoekers. Deze woning krijgt een eigen ontsluiting op het Breestuk. Voor de bestaande te behouden (bedrijfs)woningen vinden er geen relevante wijzigingen plaats in relatie tot parkeren en de wijze van ontsluiten. Aan de Middendijk worden in totaal 10 woningen gerealiseerd. Het gaat om een mix aan woningtypologieën. Hierna wordt specifiek voor deze woningen ingegaan op de parkeerbehoefte en wijze van ontsluiting.
Parkeren Aan de Middendijk (niet stedelijk, rest bebouwde kom) worden de volgende aantallen en typen woningen gerealiseerd met de bijbehorende gemiddelde parkeerbehoefte (CROW 2018, publicatie 381): 4x Koop, huis, vrijstaand: 2,3 p.p. per woning = 9,2 parkeerplaatsen; 2x Koop, huis, twee-onder-een-kap: 2,2 p.p. per woning = 4,4 parkeerplaatsen; 4x Koop, huis, tussen/hoek: 2 p.p. per woning = 8 parkeerplaatsen. Op basis van bovenstaand parkeerberekening bedraagt de totale parkeervraag voor de woningen aan de Middendijk (9,2 + 4,4 + 8) afgerond naar boven 22 parkeerplaatsen. In dit geval is als onderdeel van het beeldkwaliteitsplan bepaald dat parkeren overdekt plaatsvindt in bijgebouwen of inpandig in de schuurvolumes. Bezoekers kunnen tijdelijk op het gezamenlijke erf parkeren (zie Bijlage 1). Het te ontwikkelen gebied biedt voldoende ruimte om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In de planregels van dit bestemmingsplan is dit middels het opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor parkeren gewaarborgd.
Verkeersafwikkeling Aan de Middendijk (niet stedelijk, rest bebouwde kom) worden de volgende aantallen en typen woningen gerealiseerd met de bijbehorende gemiddelde verkeersgeneratie (CROW 2018, publicatie 381): 4x Koop, huis, vrijstaand: 8,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning = 32,8; 2x Koop, huis, twee-onder-een-kap: 7,8 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning = 15,6 verkeersbewegingen; 4x Koop, huis, tussen/hoek: 7,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal per woning = 29,6 verkeersbewegingen. Op basis van bovenstaand berekening van de verkeersgeneratie bedraagt de totale verkeersgeneratie voor de woningen aan de Middendijk (32,8 +15,6 + 29,6) afgerond naar boven 78 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Beide erven aan de Middendijk worden ontsloten via de ontsluitingsweg (langs noordzijde perceel, zie Bijlage 1). Incidenteel agrarisch bestemmingsverkeer voor de aangrenzende percelen kan ook gebruik maken van de ontsluitingsweg. Deze weg bestaat uit een puinverharding (zoals ook de Vijfmorgen in het verlengde van de nieuwe ontsluitingsweg). Hiermee wordt voorzien in een overzichtelijke en verkeersveilige ontsluiting op de Middendijk. De Middendijk kan deze toename van het aantal verkeersbewegingen op een verkeersveilige wijze afwikkelen. 39
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Conclusie Het plan voorziet in voldoende (ruimte voor) parkeerplaatsen en een overzichtelijke en verkeersveilige wijze van ontsluiten. De aspecten 'verkeer' en 'parkeren' vormen hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
5.6
Water
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Het plangebied valt onder het Waterschap Vallei en Veluwe. De toets is op 9 mei 2023 uitgevoerd (zie Bijlage 8). Op basis van de uitgevoerde watertoets is voor dit bestemmingsplan de 'normale procedure' van toepassing omdat het plan invloed heeft op het watersysteem, waterkeringen en/of de afvalwaterketen. Als onderdeel van de 'normale procedure' is het plan voorgelegd aan en uitgebreid besproken met het waterschap. Het waterschap heeft een positief wateradvies afgegeven.
5.7
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan hiervan afwijken indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen kosten anderszins is geregeld. Aangaande de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemers.
40
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
6.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels; 6.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen. 6.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch - Extensief; Agrarisch - Kleinschalig agrarisch bedrijf; Agrarisch met waarden - Landschap; Bos; Groen; Natuur; Wonen - 1; Wonen - 2; Wonen - 3. Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Leiding - Hoogspanning; Waarde - Archeologie - 2; Waarde - Archeologie - 3; Waarde - Archeologie - 4; Waarde - Archeologie - 5. Bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden.
In de bestemmingsregels van dit bestemmingsplan is duidelijk sprake van 'groene' bestemmingen ten behoeve van de inrichting van het landschap, zoals 'Agrarisch met waarden – Landschap, 'Groen' en 'Natuur'. Deze bestemmingen bieden in beginsel, anders dan erf- en terreinafscheidingen, geen bouwmogelijkheden. Hier is juist de realisatie en instandhouding van de erfinrichtings-, landschaps- en natuurontwikkelingsmaatregelen conform het in Bijlage 2 van deze regels opgenomen 'Inpassing-, 41
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan' beoogd. Naast de 'groene' bestemmingen zijn is woon-/woningbouwlocatie gekozen voor een afzonderlijke woonbestemming. Op ieder van de toekomstige woonlocaties is zodoende sprake van maatwerk in de van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels. De inhoud van de gebruiks- en bouwregels zijn per locatie afgestemd op het beeldkwaliteitsplan dat onderdeel uitmaakt van Bijlage 2 6.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, afwijkingsregels, wijzigingsregels en overige regels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is als algemene regel opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik. 6.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
6.3
Bestemmingen
6.3.1
Agrarisch - Extensief
Een deel van de agrarische gronden wordt ingericht als kruidenrijk grasland en daarmee wordt het agrarische gebruik geëxtensiveerd ten voordeel van de biodiversiteit. Bij een omschakeling naar niveau 2 is de verwachting dat de voedselrijkdom van de bodem verbetert, er meer variatie in structuur komt door aangepast maaibeheer en meer nestgelegenheid voor insecten ontstaat door vertrapping als gevolg van vervroegde weidegang. Door dit laatste zullen er verspreid over het land kleine plekken ontstaan met pionier- en tredplanten. 6.3.2
Agrarisch - Kleinschalig agrarisch bedrijf
De agrarische bedrijfsactiviteiten aan het Breestuk 6 worden gefaseerd afgebouwd. Het bestemmingsplan beperkt dan ook de agrarische activiteiten tot het houden van een aantal (vlees)koeien waarbij de combinatie wordt gezocht met agrarisch natuurbeheer.
42
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
6.3.3
Agrarisch met waarden - Landschap
Deze bestemming geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. Deze gronden zullen na de uitvoering van de landschappelijke maatregelen zoals genoemd in het Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan, landschappelijke en ecologische waarden hebben. De bestemmingsregeling is er op gericht om deze nieuwe waarden mogelijk te maken en in de toekomst te handhaven en eventueel te versterken. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend afscheidingen tot een hoogte van maximaal 1 m geplaatst worden. Er is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, en werkzaamheden opgenomen. 6.3.4
Bos
De bestemming Bos wordt hoofdzakelijk gebruikt om de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden, te waarborgen. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. 6.3.5
Groen
De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele groen zoals hagen en singels te bestemmen en publiekrechtelijk te beschermen. Binnen de bestemming zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. 6.3.6
Natuur
De bestemming Natuur wordt hoofdzakelijk gebruikt voor realisatie, behoud, de bescherming en/of het herstel van (de aanwezige) natuurlijke waarden, zoals deze vooral tot uitdrukking komt in de vegetatie, en de landschappelijke waarde, zoals deze vooral tot uitdrukking komt in het (micro)reliëf. Op deze gronden mag niet gebouwd worden. OF Op deze gronden zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan in de vorm van erf-/terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 m. 6.3.7
Woonbestemmingen
In dit bestemmingsplan is zoals aangegeven gekozen voor verschillende woonbestemmingen. Zo is voor iedere afzonderlijke woonlocatie maatwerk geleverd in de geldende gebruiks- en bouwregels. De gebruiks- en bouwregels zijn echter overwegend hetzelfde. Hier wordt hierna kort op ingegaan. Tot slot wordt kort omschreven welke regels wel per locatie verschillend zijn. Bestemmingsomschrijving De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed en breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. Bouwvlak Er is voor de locaties aan de Middendijk gekozen voor een systematiek waarbij de woningen en de bijgebouwen binnen de daar opgenomen bouwvlakken dienen te worden gebouwd. Binnen het bouwvlak van de bijgebouwen is het aantal wooneenheden op nul bepaald. Op die locatie kan zo uitsluitend een bijgebouw worden opgericht. Daarnaast is voor de woningen en de bijgebouwen een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen via een aanduiding op de verbeelding. Hierin ligt ook een koppeling met het beeldkwaliteitsplan waarbij goot- en bouwhoogte nog nader zijn gespecificeerd. Dit beeldkwaliteitsplan gaat voor de bouwregels op dit punt.
Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemmingen is onder voorwaarden een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak. Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; 43
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in Bijlage 3 bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mag afhankelijk per locatie slechts een maximum aantal kamers en slaapplaatsen worden ingezet. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht.
Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van zogenaamde voorwaardelijke verplichtingen. Het gebruik van de gronden en (nieuwe) bouwwerken is in strijd met het bestemmingsplan indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit deze verplichtingen. Het gaat om verplichtingen ten behoeve van de aanleg en instandhouding van voldoende parkeerplaatsen en de erfinrichtings-, landschaps- en natuurontwikkelingsmaatregelen. Deze laatste maatregelen komen ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied. Om deze onderlinge relatie tussen de mogelijkheden voor de bouw van de nieuwe woningen met bijgebouwen en de kwaliteitsimpuls juridisch vast te leggen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze is gekoppeld aan het bij de regels gevoegde Inpassing-, Beeldkwaliteit- & Beplantingsplan. Maatwerkregelingen Afhankelijk van de woonlocatie en bijbehorende bestemming zijn de gebruiks- en bouwregels bepaald. De bouwregels zijn voor de bestaande woonlocaties aan het Breestuk anders vormgegeven dan voor de meer geconcentreerde bebouwing op de woonlocaties langs de Middendijk en het perceel met de boomgaardwoning. Op deze laatste woonlocaties is gewerkt met bouwvlakken voor ieder afzonderlijk beoogde gebouw op de twee woonerven.
In combinatie met het beeldkwaliteitsplan is zo gewaarborgd dat de beoogde erfopzet gerealiseerd zal worden. Voor het woonerf met de boomgaardwoning is geen bouwvlak opgenomen maar bewust gekozen voor een beperkte omvang van de woonbestemming. Daar waar de maatvoering van de woningen specifiek is bepaald in het beeldkwaliteitsplan zijn de planregels hier voor zover mogelijk op afgestemd. 6.3.8
Waarde - Archeologie (2, 3, 4, 5)
Om de archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover in geval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is 44
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud, overeenkomstig de toegekende bestemming. 6.3.9
Leiding - Hoogspanningsverbinding
De bestemming 'Leiding - Hoogspanning' geldt voor de gronden waar hoogspanningsmasten en kabels mogen worden geplaatst. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd tenzij het ten behoeve van de hoogspanningsverbinding is. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en het uitvoeren van verschillende werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig en zal afstemming moeten worden gezocht met de netbeheerder.
6.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
6.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 6.4.2
Afwijking
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn binnen de verschillende woonbestemmingen afwijkingsmogelijkheden opgenomen ten behoeve van het onder voorwaarden toelaten van aan huis verbonden bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd. Daarnaast is binnen de regels behorende bij de nieuw te bouwen woningen met de bestemming Wonen -3 afwijking van de op de verbeelding aangegeven hoogtematen mogelijk en tevens een afwijking voor het overschrijden van de bouwvlakken waarbinnen gebouwd dient te worden. 6.4.3
Wijzigingsbevoegdheid
Meer ingrijpende functieveranderingen en meer ingrijpende afwijkingen van de regels werden voorheen mogelijk worden gemaakt met een in het bestemmingsplan op te nemen wijzigingsbevoegdheid. Door de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet (gepland voor 1 januari 2022) verdwijnt dit instrument. Om deze reden is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen in dit plan.
45
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten overleg
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. De plannen passen binnen de afspraken uit de Woonagenda Cleantech Regio 2018 en daarmee ook binnen provinciaal beleid. Tegen het plan bestaan geen bezwaren. Op grond van de digitale watertoets en het daaruit volgende vooroverleg heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Draagvlak in de omgeving is belangrijk. Het plan is gedeeld met zowel omwonenden als een bredere groep Nijbroekers. Als eerste zijn de direct omwonenden van het plangebied individueel gesproken. Vervolgens is een informatieavond georganiseerd, waarin de plannen met een bredere groep Nijbroekers is gedeeld. Deze avond vond plaats op 7 juli 2022, met ongeveer 80 aanwezigen. Op basis van het participatietraject tot nu toe is het plan op enkele punten aangepast. Het gaat hierbij hoofdzakelijk over de positionering van de woningen aan de Middendijk.
Tennet In verband met de aanwezigheid van een hoogspanningsleiding binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' opgenomen. Het bestemmingsplan is toegestuurd aan Tennet. Tennet heeft hierop een schriftelijke reactie gegeven. Het plan geeft Tennet aanleiding tot het maken van de volgende opmerking. TenneT is van mening dat in het bestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de bescherming van de belangen van de hoogspanningsverbinding. De huidige set regels zoals deze is opgenomen in het plan, is volgens Tennet gericht op een ondergrondse hoogspanningsverbinding en biedt daarom niet de juiste bescherming.Tennet verzoekt om de regels over te nemen zoals weergegeven in de schriftelijke reactie op het bestemmingsplan.. In overleg met Tennet is artikel 8 'Leiding - Hoogspanning' van de regels aangepast. Deze aanpassing leidt niet tot enige belemmering voor de uitvoering van het voorliggend plan.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 14 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende die termijn kon eenieder zienswijzen bij de gemeenteraad kenbaar maken. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.
46