CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Hengelderweg 6/6A Voorst (2022-46476)

gemeenteraad 17 oktober 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Hengelderweg 6/6A, Voorst27.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De locatie is tevens niet gelegen binnen een gebied waarin de normen van luchtkwaliteit worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat de Wet luchtkwaliteit en het Besluit Nibm geen belemmering vormen voor onderhavige ruimtelijke ontwikkeling.

24

Hengelderweg 6/6A, Voorst

5.2.4

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd. Het PR biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen.

Het GR legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle bedrijven gevestigd die vallen onder het Bevi. Daarnaast bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen propaantanks op het terrein van een particulier.

25

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 12 - Maximale waterdiepte bij overstroming volgens risicokaart.nl Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Gelderse Risicokaart een kleine risico loopt op overstromingen (zie afbeelding 12). Deze kleine kans houdt in dat er eens in de 1000 jaar overstromingen kunnen plaatsvinden. Bovendien ligt het plangebied in een beschermd gebied (GPSOR-gebieden). Dit houdt in dat het gebied wordt beschermd door een primaire waterkering tegen buitenwater (zee, grote rivieren etc.) en regionale wateren (kleine rivieren, kanalen etc). Op meer dan 600 meter van de voorgenomen uitbreiding ligt een buisleiding. Daarnaast ligt op meer dan 500 meter van het plangebied de spoorlijn Apeldoorn-Zutphen. Deze spoorlijn is geen transportroute voor gevaarlijke stoffen. De hoogspanningslijn ligt enkele meters achter deze spoorlijn. Door de grote afstand met de planlocatie, vormen de bovenstaande aspecten geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling. Zodoende levert zowel het plaatsgebonden risico als het groepsrisico geen belemmering op voor onderliggend bestemmingsplan.

26

Hengelderweg 6/6A, Voorst

5.2.5

Milieuzonering

5.2.5.1 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen de milieubelastende en milieugevoelige functies. In de directe nabijheid van het perceel komen wisselend agrarische- en woonbestemmingen voor. Conform de VNG handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering' heeft het bedrijf met haar bedrijfsgebouwen en kassen (SBI-codes 011, 012, 013) een richtafstand van 30 meter. Deze grootste afstand komt voort uit richtlijnen voor geluid (zie ook paragraaf 5.2.2). De afstand vanaf het agrarische bouwvlak aan de Gravenstraat 9 tot aan de gronden in eigendom van Vitalis Biologische Zaden B.V. bedraagt meer dan 33 meter. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het bouwvlak voor de Hengelderweg 6 niet op de kadastrale grens is gesitueerd. De afstand van de woonbestemming aan de Hengelderweg 1 tot aan de voorgenomen uitbreidingslocatie bedraagt meer dan 60 meter. De woonbestemming aan de Hengelderweg 4 ligt strak tegen het bouwvlak van de Hengelderweg 6.

Deze voldoet zodoende niet aan de grootste afstand van 30 meter in verband met geluid. Aangezien het hier een bestaande situatie betreft, vindt er geen verslechtering plaats voor de Hengelderweg 4. In de nieuwe situatie zal het bouwvlak veranderen waardoor het in de toekomst niet mogelijk is uit te breiden in de richting van de woning aan de Hengelderweg 4. Een eventuele uitbreidingssituatie waarbij de milieurichtlijnen wordt overschreden wordt zo voorkomen. Zoals aangetoond in paragraaf 5.2.2 voldoet Vitalis Biologische Zaden B.V. aan het geluidsaspect ten opzichte van deze woonbestemming. Er kan worden geconcludeerd dat onderliggend bestemmingsplan niet leidt tot een verslechtering voor de omgeving. 5.2.5.2 Lichthinder Ten aanzien van het aspect lichthinder geldt in de ruimtelijke ordening geen wettelijk toetsingskader. Wel is het streven erop gericht om lichthinder voor omwonenden tot een minimum te beperken. Ook uit oogpunt van ecologie en landschapswaarden (beschermen van duisternis en het donkere landschap) is het wenselijk om lichthinder te voorkomen. Dit geldt met name in gebieden waar het nog relatief donker wordt. Het Besluit glastuinbouw is per 1 januari 2013 in het Activiteitenbesluit geïntegreerd.

Het Activiteitenbesluit is daarmee het kader geworden die eisen stelt aan assimilatiebelichting (de kunstmatige belichting bij het telen van gewassen in kassen om het groei- en bloeiproces te bevorderen) gedurende de donkerteperiode en de nanacht. Bij het zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf wordt geen gebruik gemaakt van assimilatielampen. Er wordt wel gebruikt gemaakt van straatverlichting en nood- en veiligheidsverlichting. De uitstraling van deze bronnen zijn minimaal. Er zal daarom geen lichthinder ontstaan. Daarnaast heeft Vitalis in het ontwerp aandacht besteedt aan de zichtbaarheid van de bedrijfsgebouwen vanaf de straat en de noordelijk gelegen woonbestemming aan de Hengelderweg 4. Met het nieuwe ontwerp wordt door het wolfseind het zicht vanaf de woonbestemming op het bedrijfsgebouw geminimaliseerd. De dakkapel en het eventueel hier uit voortkomende licht zal daarom beperkt zijn voor omwonenden. Er gelden vanuit het aspect lichthinder dan ook geen belemmeringen voor onderliggend bestemmingsplan.

27

Hengelderweg 6/6A, Voorst

5.2.6

Ecologie

Gemeenten hebben de verplichting om de natuurwaarden te beschermen. Ze moeten bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met beschermde soorten en beschermde gebieden. Het gaat om soorten die beschermd zijn onder de Flora- en faunawet en gebieden die beschermd zijn volgens de Natuurbeschermingswet en de planhiërarchie van de Wet ruimtelijke ordening (beschermde natuurmonumenten, gebieden van de Ecologische Hoofdstructuur). Nieuwe ontwikkelingen mogen de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in principe niet verslechteren of verstoren, tenzij een vergunning kan worden verkregen. Vanaf 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming een drietal wetten: De Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het doel van deze wet is de bescherming van de biodiversiteit in Nederland, decentralisatie van verantwoordelijkheden en een vereenvoudiging van regels. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn.

De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse diersoort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rusten verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Met de nieuwe Wet natuurbescherming is onopzettelijk verstoren niet meer strafbaar en is opzettelijk verstoren in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat tevoren goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd, blijft strafbaar. Ecologisch onderzoek: Quickscan flora en fauna In opdracht van Vitalis Biologische Zaden B.V. heeft Blom Ecologie een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor het perceel aan de Hengelderweg 6 in Voorst (zie Bijlage 5). De quickscan heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed heeft op beschermde Natura 2000-gebieden of deel uitmaken van het Nationaal Natuurnetwerk. Het onderzoek is uitgevoerd door middel van een bureauonderzoek, een veldonderzoek en een toetsing. Uit dit onderzoek is geconcludeerd dat effecten op beschermde gebieden (zoals Natura 2000-gebieden, NNN en beschermde weidevogelgebieden) worden uitgesloten.

Natura 2000 Natura 2000 is het samenhangende Europees ecologisch netwerk bestaande uit de gebieden aangewezen onder de Habitatrichtlijn en onder de Vogelrichtlijn. Dit netwerk moet de betrokken natuurlijke habitatttypen, habitats van soorten en de leefgebieden van vogels in een gunstige staat van instandhouding behouden of, in voorkomend geval, herstellen. Voor beschermde Natura 2000-gebieden geldt dat er door de projecten en handelingen geen verslechtering van de kwaliteit van de habitats of een verstorend effect op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen mag optreden. Als er wel mogelijke negatieve gevolgen zijn, is de activiteit niet toegestaan, tenzij er na de habitattoets een vergunning wordt verleend. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000 gebied. Natura 2000 gebieden liggen op enige afstand van deze locatie. Natura 2000 gebied Brummense Landgoederen is de dichtstbijzijnde en ligt op 2,2 kilometer afstand van de planlocatie.

28

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 13 - Afstand plangebied tot dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied Omdat er sprake is van een grotere afstand tot een Natura 2000-gebied en de ontwikkelingen in onderhavig plan relatief gering van omvang zijn wordt daarom op voorhand uitgesloten dat er sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Om dit uit te sluiten heeft AAB een AERIUS calculatie gemaakt (zie Bijlage 7). Deze uitkomst wijst eveneens uit dat de (netto) depositie van onderhavig plan zo gering is (0,00 mol/ha/jaar) dat er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk (eerder de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In de provincie Gelderland wordt het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) genoemd. De planlocatie aan de Hengelderweg ligt buiten het GNN en GO gebied (zie afbeelding 14). De kernkwaliteiten zijn niet van toepassing op dit gebied.

29

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 14 - ligging van het plangebied ten opzichte van GNN en GO gebieden Soortenbescherming Als onderdeel van onderhavig plan wordt de bestaande verwerkingsruimte vernieuwd en uitgebreid. De locatie is daarom onderzocht in het kader van soortenbescherming om in te schatten of de werkzaamheden nadelige gevolgen heeft voor de eventueel op locatie aanwezige beschermde soorten. Uit de onderzoekresultaten blijkt dat de bedrijfsruimte en tijdelijke keet niet tot een geschikte groeiplaats van beschermde planten behoort of beschermde diersoorten herbergt. Het plangebied kan echter wel een geschikt leefgebied vormen voor algemene zoogdieren, amfibieën en insecten welke niet beschermd zijn. Verder zijn er mogelijke gevolgen voor vogels zonder jaarrond beschermd nest. Voor deze vogels moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van halverwege maart tot en met augustus) worden uitgevoerd. Daarnaast dient te allen tijde voor alle planten en dieren de algemene zorgplicht in acht te worden genomen, die tijdens werkzaamheden onverwacht worden aangetroffen, ongeacht of deze soorten beschermd zijn. Om de plannen te kunnen realiseren wordt mogelijk één boom gekapt. Het kappen van deze boom is niet meldingsplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming.

Conclusie De ingreep die zullen worden verricht in het kader van onderhavig plan leiden niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek is daarom niet nodig. Aanbevelingen Ten aanzien van alle dieren en planten (beschermd of niet beschermd) geldt de ‘Algemene zorgplicht’. Dit geldt met name voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Dit houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden; Voer sloopwerkzaamheden met beleid en zoveel mogelijk in één richting uit zodat eventueel aanwezige kleine zoogdieren, amfibieën en andere dieren gelegenheid hebben om te vluchten. Worden er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten aangetroffen, leg dan het werk 30

Hengelderweg 6/6A, Voorst

tijdelijk stil en neem contact op een deskundige (volgens omschrijving van het Ministerie van EZ) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan; Verlicht de planlocatie bij voorkeur niet in de periode april-oktober en voer werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uit (buiten de schemerperiodes). Wanneer verlichting noodzakelijk is, kies dan voor een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel. 5.2.7

Archeologie

In 1992 is het verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 is dit Verdrag door Nederland geratificeerd. De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden, is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet regelt hoe overheden bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De nieuwe wet beoogt het cultureel erfgoed te beschermen: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de nieuwe wet zijn: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodem verstorende ingrepen wordt omgegaan. Dat betekent dat vooronderzoek moet plaatsvinden; bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe de verstoorder betaalt). In opdracht van de gemeente Voorst is in 2017 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een nieuwe archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld.

Op basis van een landschappelijke analyse en de verspreiding van archeologische vindplaatsen is het landschap van de gemeente Voorst onderverdeeld in zones met een lage, middelmatige of hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. Dit heeft geresulteerd in een archeologische beleidskaart die in 2017 is vastgesteld. De aangepaste Erfgoedverordening met daarin onder andere het archeologiebeleid is in 2017 vastgesteld.

31

Hengelderweg 6/6A, Voorst

32

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 15 - Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Voorst (bron: RAAP, 2017). Binnen het plangebied bevinden zich drie archeologische zones en twee archeologisch waardevolle gebieden. Dit zijn zones met een lage-, een middelmatige-, en een hoge verwachtingswaarde en de waardevolle gebieden rond de karakteristieke gebouwen en het zuiden van het plangebied. Omdat het plangebied een hoge verwachtingswaarde heeft, heeft een waardestellend archeologisch onderzoek plaatsgevonden om te bepalen of de werkzaamheden archeologische waarden aantasten. In opdracht van Vitalis Biologische Zaden B.V. heeft Archeologisch Adviesbureau RAAP in januari 2022 een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). Het onderzoek bestaat uit een bureau- en verkennend booronderzoek. Uit de analyse in het onderzoek blijkt dat de gronden rond de Hengelderweg vrij laaggelegen zijn (nat dekzandlandschap) en laat in de nieuwe tijd zijn ontgonnen. In de noordoosthoek van het erf, bij de karakteristieke bebouwing, is sprake van een historisch erf op de verhoogde grond. De losse structuur van het esdek doet vermoeden dat het een ophogingspakket betreft, vermoedelijk aangelegd ten behoeve van boerderij Uilenbosch. Deze grond is vermoedelijk in de zeventiende en achttiende eeuw bebouwd geraakt.

Bij bodemingrepen dieper dan 40 cm en groter dan 30 m2 op en direct rond het historische erf Uilenbosch wordt daarom archeologische begeleiding aanbevolen. Het gebied waarvoor deze aanbeveling geldt, komt overeen met het gebied waar zich het (opgehoogde) historische erf en de daarop aanwezige bebouwing bevond. Op deze gronden zal de hoge archeologische verwachtingswaarde worden gehandhaafd. In de huidige planvorming blijft de huidige boerderij (en daarmee eventuele archeologische resten uit de Nieuwe tijd op die locatie) behouden. Lokale archeologische resten verband houdend met boerderij Uilenbosch in de zone met een lage archeologische verwachting zijn hier niet geheel uit te sluiten. Bij 33

Hengelderweg 6/6A, Voorst

lokale resten kan het bijvoorbeeld gaan om restanten van funderingen, afvalkuilen, een waterput of een perceelsgreppel. Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen wordt geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen hoogstwaarschijnlijk geen archeologische waarden worden verstoord. De ingrepen zullen immers niet plaatsvinden op en in de verhoogde gronden met de hoge archeologische verwachtingswaarde. In het kader van de voorgenomen bodemingrepen beveelt het onderzoek aan de dubbelbestemmingen binnen het onderzoeksgebied (het nieuwe bouwvlak) te laten vervallen, met uitzondering van de hoge archeologische verwachting rond de karakteristieke gebouwen. Deze moet blijven gehandhaafd. In de verbeelding en de regels is dit advies overgenomen.

5.3

Water

Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De waterparagraaf omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het plangebied valt onder het Waterschap Vallei en Veluwe. De watertoets is op 12 juni 2022 uitgevoerd. Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap beperkt van belang. Ten opzichte van het huidige verharde terrein wordt er niet meer dan 1500 m2 verharding toegevoegd. In eerste instantie (bij de uitbreiding en vernieuwing van de verwerkingsruimte) zal geen verharding worden toegevoegd. Wanneer in de toekomst toch blijkt dat er acties ondernomen moeten worden die de waterbelangen kunnen schaden moet er contact op worden genomen met het Waterschap Vallei en Veluwe. De watertoets is als Bijlage 6 aan deze toelichting gevoegd Watertoets. Met het bovenstaande kan er vanuit worden gegaan dat het waterbelang voldoende wordt waargeborgd en dat het aspect water geen belemmering vormt voor onderliggend bestemmingsplan.

5.4

M.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.(-beoordelings) -plichtig in het andere geval dient een M.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de Europese richtlijn milieu-effectbeoordeling (kenmerk en plaats van het project, kenmerk van potentieel effect).

Gezien de omvang van de bedrijvigheid in het plangebied en gezien de aard van de bedrijfsactiviteiten in relatie tot glastuinbouw, zouden de volgende onderdelen uit kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r van toepassing kunnen worden verklaard, te weten: een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan; vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 ha of meer. Het plan voornemen leidt niet tot een overschrijding van drempelwaarden als genoemd in kolom 2 van de D-lijst. Dit heeft betrekking op gevallen waarin het gaat om de vestiging van een glastuinbouwgebied of 34

Hengelderweg 6/6A, Voorst

bloembollenteeltgebied van 50 ha of meer. Alleen de vormvrije m.e.r.-beoordeling is gezien voorgaande van toepassing. Gesteld mag worden dat de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied reeds op voldoende wijze in deze toelichting zijn beschreven. Gelet op de kenmerken van deze bebouwing, de plaats en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen significante negatieve milieugevolgen optreden. Voor het project is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.

5.5

Uitvoerbaarheid

5.5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.5.1.1 Overleg Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In dit geval is er uitvoerig overleg gevoerd met de provincie Gelderland over het afwijken van de provinciale verordening. Daarnaast is er afstemming gezocht met omliggende gemeenten in het regionaal overleg economische zaken. Tot slot heeft de initiatiefnemer meerdere gespreksronden gevoerd met grond- en zichtburen. Zij zijn hierbij betrokken in de planvorming en er is afstemming gezocht door middel van bezoekavonden en direct overleg. 5.5.1.2 Zienswijzen

5.5.1.3 Aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan

5.5.2

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is er geen sprake van een aangewezen bouwplan. Er wordt daarom geen exploitatieplan vastgesteld. Met de initiatiefnemer is een overeenkomst planschade gesloten. Kosten voor uitvoering van de bouwplannen en eventuele planschade zijn voor rekening van initiatiefnemers. Voor het voeren van de planologische procedure worden leges in rekening gebracht conform de legesverordening.

35

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.

6.2

Planregels

Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 6.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen. 6.2.2

Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan zijn drie enkelbestemmingen opgenomen en enkele dubbelbestemmingen. Het gaat om de bestemmingen: Agrarisch Agrarisch - Zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf; Groen; Waarde - Cultuurhistorie; Waarde - Archeologie - 2; Waarde - Archeologie - 3; Waarde - Archeologie - 4; Waarde - Archeologie - 5; Waarde - Landschap. De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. Bestaande situatie In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie. Dit vindt veelal plaats om van het plan afwijkende maten en oppervlakten niet onder het overgangsrecht te plaatsen. De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier aangevuld met de GBKN, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan. 6.2.3

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. 36

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik. 6.2.4

Overgangs- en slotregels

Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

6.3

Bestemmingen

In het belang van een goede ruimtelijke ordening en de leesbaarheid van het bestemmingsplan kiezen wij ervoor om specificaties aan te brengen. Qua ruimtelijke kenmerken en effecten is er sprake van een afwijkende situatie. Het gaat om een biologisch zaadveredelingsbedrijf met een wederzijdse verbondenheid met onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Hierdoor is er voor gekozen een specifieke bestemmingsbenaming te gebruiken. Hierbij wordt de hoofdgroep Agrarisch aangehouden. 6.3.1

Agrarisch

Deze bestemming geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. De gronden zijn bedoeld voor akkerbouw, vollegrondstuinbouw en bij deze bestemming horende voorzieningen. Bebouwing op deze gronden is afgesloten, met uitzondering voor terreinafscheidingen tot 1 meter. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen waarmee onder voorwaarden kan worden meegewerkt aan de realisatie van teeltondersteunende voorzieningen ten behoeve van het zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf. 6.3.2

Agrarisch - Zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf

Bestemmingsomschrijving Er is gekozen om de planlocatie te bestemmen als Agrarisch - Zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf. Binnen deze bestemming is ruimte voor een agrarisch bedrijf en bijbehorende bedrijfsgebouwen. De bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf is in hoofdzaak gericht op selectieteelt, bewerking en veredeling van zaden en bijbehorende onderzoeksactiviteiten en technologische processen. Bijhorende bedrijfsgebouwen zoals kassen, niet zelfstandige kantoorruimte, expeditieruimte, opslag, verwerkingsruimte, onderzoeksruimten, laboratoria en parkeren zijn toegestaan. Een regulier glastuinbouwbedrijf is uitgesloten. Daarnaast geldt dat aan-huis-verbonden beroepen en/of bedrijven (categorie 1 en 2 van de standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten) rechtstreeks tot een oppervlakte van 100 m2 zijn toegestaan. Om te voorkomen dat het bestemmingsplan als gevolg van de aan-huis-verbonden beroepen en/of - bedrijven planmer-plichtig wordt, is als voorwaarde opgenomen dat activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit Milieueffectrapportage niet zijn toegestaan. Ook kan in de bedrijfswoning een bed&breakfast worden begonnen, hiervoor geldt wel dat deze uitsluitend in de woning zijn toegestaan, met een maximum van 3 kamers en 8 bedden.

Bebouwingsmogelijkheden Gebouwen ten behoeve van de bestemming mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd, waarbij de oppervlakte verder wordt beperkt door maatvoeringen beschreven in de regels. De kassen 37

Hengelderweg 6/6A, Voorst

mogen een maximale oppervlakte hebben van 3.600 m2. Het oppervlakte teeltondersteunende kassen mag maximaal 1.000 m2 bedragen. Voor de overige bedrijfsgebouwen ligt dit maximum op 3.215 m2. Naast het realiseren van gebouwen is in de bestemming ook de mogelijkheid opgenomen voor andere bouwwerken. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan vlaggenmasten, hekwerken en dergelijke. Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting. Het gebruik van de nieuwe bedrijfsruimte op het erf is namelijk alleen toegestaan als er een ruimtelijke kwaliteitsimpuls tegenover staat in de vorm van goede architectuur van nieuwe gebouwen, aanleg van beplanting en het gebruik van passende verharding. De kwaliteitsimpuls komt ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied. Om deze onderlinge relatie tussen de mogelijkheden voor de bouw van de nieuwe bedrijfsruimte en de daarvoor gevraagde kwaliteitsimpuls juridisch vast te leggen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. 6.3.3

Groen

Bestemmingsomschrijving De bestemming 'Groen' wordt gebruikt om het structurele groen te bestemmen. In deze gebieden staat de groeninrichting voorop, ook voor de langere termijn. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, water, openbare nutsvoorzieningen en extensief recreatief medegebruik. Wegen zijn niet toegestaan. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding, is het ook mogelijk watergangen of bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Bebouwingsmogelijkheden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 6.3.4

Waarde - Cultuurhistorie

De voor ´Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en het herstel van de waardevolle cultuurhistorische bebouwingskenmerken en -elementen. Deze dubbelbestemming is in dit bestemmingsplan opgenomen voor de karakteristieke boerderij en schuur om te voorkomen dat deze worden veranderd zonder de cultuurhistorische waarde in acht te nemen, of wordt gesloopt. 6.3.5

Waarde - Landschap

De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke waarden waarbij deze gronden niet mogen worden ingericht ten dienste van de nabij gelegen woning. Deze dubbelbestemming is opgenomen om te voorkomen dat op bepaalde plekken die vanuit landschappelijke belangen onbebouwd dienen te blijven, vergunningsvrij kan worden gebouwd. 6.3.6

Waarde - Archeologie 2, 3, 4 en 5

Om de archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5 beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover in geval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een 38

Hengelderweg 6/6A, Voorst

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud, overeenkomstig de toegekende bestemming.

6.4

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitsbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 6.4.1

Afwijking

Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: Agrarisch teeltondersteunende voorzieningen: onder voorwaarden toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorziening buiten het bouwvlak; onder voorwaarden een waterbassin buiten het bouwvlak te realiseren Agrarisch - Zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf: teeltondersteunende voorzieningen: onder voorwaarden toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorziening buiten het bouwvlak; goot- en bouwhoogte bedrijfsgebouwen: onder voorwaarden een hogere goot- en bouwhoogte toestaan; bouwhoogte silo's: het onder voorwaarden toestaan van een bouwhoogte voor silo's van ten hoogste 15 meter; categorie bedrijvenlijst: maakt het mogelijk bedrijven toe te laten die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd of die uit ten hoogste één categorie hoger dan genoemd voor zover het bedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk zijn; afwijken voorwaardelijke verplichting: voorwaarden waarmee van erfinrichtings- en landschapsmaatregelen de te realiseren termijn kan worden

afgeweken; afwijking voor een plattelandswoning: onder voorwaarden mogelijk maken van het gebruik van een bedrijfswoning als plattelandswoning. Waarde - Cultuurhistorie Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om toe te staan dat de goot- of bouwhoogte, kap vorm of oppervlakte, de gevelindeling, indeling van vensters, dak- en gevelmaterialisatie, deuropeningen en/of de ligging van de boerderij wordt gewijzigd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van het gebouw en er rekening wordt gehouden met ligging en context van het bestaande gebouw.

Algemene afwijkingsmogelijkheden: een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; 39

Hengelderweg 6/6A, Voorst

een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan, maar te regelen via een afwijking. Hierdoor kunnen er voorwaarden worden gesteld. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd. De afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.

6.4.2

Wijzigingsbevoegdheid

Meer ingrijpende functieveranderingen en meer ingrijpende afwijkingen van de regels kunnen mogelijk worden gemaakt met een in het bestemmingsplan op te nemen wijzigingsbevoegdheid. Dit mag er niet toe leiden dat de structuur en de ruimtelijke opzet van het plan ingrijpend worden gewijzigd. De wijziging treedt in werking na de vaststelling van een afzonderlijk wijzigingsplan. In dit bestemmingsplan zijn de volgende wijzigingsbevoegdheden opgenomen: Bestemming Agrarisch Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Agrarisch wijzigen in de bestemming Natuur of Bos indien er sprake is van realisatie van natuur of bos, met inachtneming van het volgende: Bestemming Agrarisch - Zaadteelt- en zaadveredelingsbedrijf: Omschakeling naar de vervolgfunctie Wonen: het onder voorwaarden wijzigen naar de bestemming 'Wonen' ten behoeve van burgerbewoning indien de bedrijfsvoering op het perceel is beëïndigd; Vormverandering van het bouwvlak: het onder voorwaarden mogelijk maken om de vorm van het bouwvlak te wijzigen.

Algemene wijzigingsregels: Waarde - Archeologie: Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie -3, Waarde - Archeologie - 4 of Waarde Archeologie - 5 geheel of gedeeltelijk verwijderen wanneer wordt voldaan aan voorwaarden; Overschrijding bestemmingsgrenzen: het onder voorwaarden mogelijk maken om bestemmingsgrenzen te overschrijden.

40

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Bijlagen

41

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Bijlage 1 Bedrijfsplan 2021-2030 Vitalis

42

Bedrijfsplan 2022-2030 Vitalis Biologische Zaden B.V.

Bedrijf:

Vitalis Biologische Zaden B.V. Hengelderweg 6 7383 RG Voorst

Plaats en datum:

Voorst, 10 maart 2022

1

Inhoud 1. Inleiding............................................................................................................................................... 3 2. Historie en bestaande situatie ............................................................................................................ 4 2.1. Historie Vitalis en keuze vestigingsplaats .................................................................................... 4 2.2. Bestaande situatie ....................................................................................................................... 4 3. Missie, visie en ontwikkeling............................................................................................................... 6 3.1. Missie en Visie van Vitalis ............................................................................................................ 6 3.2. Ontwikkeling afgelopen jaren ...................................................................................................... 6 3.2.1. Verwerkingsruimte ............................................................................................................... 6 3.2.2. Personeel .............................................................................................................................. 6 3.2.3.

Veredeling en onderzoek ...................................................................................................... 7 4. Bedrijfsplan komende tien jaar ........................................................................................................... 8 4.1. Algemeen ..................................................................................................................................... 8 4.2. Uitbreiding faciliteiten ................................................................................................................. 8 5. Conclusie ........................................................................................................................................... 10

2

1. Inleiding Vitalis Biologische Zaden B.V. is gevestigd te Voorst en is een veredelingsbedrijf in groentezaden, welke wereldwijd een breed assortiment biologische groenterassen van onderscheidende kwaliteit levert. Deze rassen komen voort uit eigen veredelings- en selectieprogramma waarin we succesvol samenwerken met de veredelaars van Enza Zaden en kennisinstellingen zoals de WUR in Wageningen. Vitalis is een volledig biologisch bedrijf en richt zich op de professionele biologische tuinder. Vitalis is voornemens de bedrijfsbebouwing aan de Hengelderweg in de vorm van onderzoeksondersteunende verwerkingsruimten en kantoorfaciliteiten uit te breiden. Gezien het speciale karakter van ons bedrijf als veredelingsbedrijf en juist vanwege de unieke eigenschappen van deze locatie zoals de vruchtbare enkeerdgrond, de geïsoleerde ligging en de bestaande samenwerking met kennisinstellingen in de directe nabijheid, zoals hierna verwoord, maakt een verhuizing naar bestaande concentratie gebieden ongewenst. Om dit mogelijk te maken binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vindt u in dit bedrijfsplan de motivatie hiervoor.

3

2. Historie en bestaande situatie 2.1. Historie Vitalis en keuze vestigingsplaats Vitalis Biologische Zaden B.V. werd in 1994 gestart aan de Hengelderweg 6 te Voorst door ir. Jan Velema met de bedoeling om groente zaden te produceren op voorgeschreven biologische wijze. Mede op advies van de heer Coen ter Berg, bodemkundig specialist voor de biologische landbouw, destijds werkzaam bij het Louis Bolk instituut, werd gekozen voor de genoemde locatie. De hier aanwezige, unieke en zeer vruchtbare enkeerdgrond leende zich uitstekend voor de biologische teelt van groenterassen, waarbij geen gebruik gemaakt wordt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Door in de loop van de jaren de reeds aanwezige bodemvruchtbaarheid verder te verhogen door middel van een ruime vruchtwisseling met groenbemesters is er een uitstekende en weerbare bodem ontstaan met betrekking tot bodemziektes en mogelijk wateroverlast door hevige regenval. Daarnaast werd op deze locatie ook voldaan aan de vereiste geïsoleerde ligging t.o.v. andere (glas)tuinbouwbedrijven. Deze uitermate belangrijke voorwaarden voor Vitalis komen verderop weer aan de orde.

Figuur 2.1.1: luchtfoto met daarin aangegeven de ligging van Vitalis (bron: Google Earth). Om zich te verzekeren van directe toegang tot de nieuwste en met name beter resistente rassen werd in 1998 een samenwerking met Enza Zaden gestart. Enza Zaden is een, op wereldschaal, toonaangevend groenteveredelingsbedrijf gevestigd in Enkhuizen. Door deze samenwerking nam, naast de productie van zaden, de aandacht voor veredeling en het daaraan gekoppelde onderzoek sterk toe. Door tevens gebruik te maken van de wereldwijd opererende verkooporganisatie van Enza Zaden namen de afzetmogelijkheden van de zaden van Vitalis heel sterk toe. Nadat Jan Velema in 2011 te kennen gaf zijn belang in Vitalis te willen beëindigen is Vitalis met ingang van 2012 een volledige dochter van Enza Zaden geworden. De continuïteit van de vestiging op de bestaande locatie wordt ook onderschreven in de lange termijnstrategie voor Vitalis van Enza Zaden.

2.2. Bestaande situatie Vitalis Biologische Zaden B.V. is gevestigd in het buitengebied aan de Hengelderweg 6, 7383 RG te Voorst. Op de locatie van in totaal 11 hectare is goed zichtbaar dat deze door de jaren heen gegroeid 4

en uitgebreid is. Het geheel is een ensemble van diverse gebouwen en bouwwerken die samen met de proefvelden en de kassen de huidige situatie maken. Op verschillende plaatsen worden kavels afgeschermd door bomen- en struikenrijen langs de randen. Het coulisselandschap is een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke inpassing, tevens is dit voor het behoudt van biodiversiteit van grote toegevoegde waarde voor het uitvoeren van biologische teelt. In de bestaande situatie hebben de kassen een oppervlakte van circa 3.000 m² en de bedrijfsgebouwen een totale oppervlakte van circa 1.400 m².

Figuur 2.2.1: luchtfoto met de bestaande gronden en bebouwing van Vitalis. In het blauw de kas en in het rood de overige bebouwing (bron: AAB).

5

3. Missie, visie en ontwikkeling 3.1. Missie en Visie van Vitalis Zoals vermeld is Vitalis Voorst, weliswaar onderdeel van de Enza Zaden groep, een zelfstandig biologische vestiging, opererend onder Europese regelgeving voor biologische landbouw en ingeschreven bij de KvK onder nummer 08063599. Onze missie is bijdrage aan een biologische wereld te creëren door biologische veredeling, biologische zaadproductie en zaadverwerking. Op deze manier dragen wij bij aan productie van gezonde groenten. Onze visie is dit te realiseren door betrouwbare zaden van hoogstaande rassen te produceren van uitstekende kwaliteit en daarbij een goede ondersteuning aan onze klanten te geven. Waarbij ons uitgangspunt is dat biologisch zaad het begin is van het proces van biologische voeding, waarbij bodemvruchtbaarheid behouden blijft. Juist door de combinatie van enerzijds de toegang tot de ‘veredelingskeuken’ van Enza Zaden in Enkhuizen en anderzijds de hiervan gescheiden locatie van het biologische bedrijf in Voorst heeft Vitalis zich kunnen ontwikkelen tot een unieke en grootste speler op mondiaal niveau als leverancier van biologisch geproduceerde groentezaden. Alhoewel het biologisch telen op zich al duurzaamheid als uitgangspunt heeft, geeft Vitalis daar verder zichtbaar invulling aan door de 112 aanwezige zonnepanelen, waarmee 25 % van de totale energiebehoefte wordt gerealiseerd.

Daarnaast maakt Vitalis in toenemende mate gebruik van elektrische auto’s. Tevens werken we hard aan het sluiten van de kringloop op ons eigen bedrijf, door teelt van een aanzienlijk deel van onze eigen organische bemesting.

3.2. Ontwikkeling afgelopen jaren De afgelopen 10 jaren is de consumptie van biologische groenten wereldwijd enorm snel toegenomen. De supermarkten breidden hun assortiment in biologische producten sterk uit. Tegelijkertijd zag je ook de telers van biologische groenten zich sterk professionaliseren en daarmee nam de vraag naar hoogwaardige moderne en voor de biologische teelt veredelde rassen eveneens sterk toe. Voor Vitalis betekende dit een periode van grote groei die, zoals het er nu uitziet, blijft aanhouden. Dit zal de komende 10 jaar nog een grotere vlucht nemen door de Europese “Farm-toFork” strategie, waarin gesteld wordt dat in 2030 25% van de voedselproductie op biologische wijze moet plaatsvinden. Gezien deze sterke groei en de relatief beperkte capaciteit van de gebouwen, hebben wij onze focus in Voorst de afgelopen jaren ook moeten verleggen van ‘het onderbrengen van het gehele proces van veredeling, zaadproductie, - verwerking en -distributie’ naar ‘het uitvoeren van veredeling onder biologische omstandigheden, ondersteuning van zaadproductie en het verder uitwerken van een kenniscentrum voor biologische veredeling, teelt en zaadteelt’.

3.2.1. Verwerkingsruimte zaadverwerking De verwerkingsruimte, opslag en distributie van de zaden voor verkoop is inmiddels, in 2020, verhuisd naar Enkhuizen.

3.2.2. Personeel In de afgelopen 15 jaar is het aantal vaste medewerkers vanaf 2006 verdubbeld, van 14 tot 28 vaste medewerkers. Daarnaast hebben we in het seizoen tussen de 25 en 30 tijdelijke krachten. Verder 6

bieden we flex-werkplekken aan Enza Zaden-collega’s, die gelieerd zijn aan de biologische teams, en aan onderzoekers, stagiaires die via onderwijsinstellingen onderzoek en opdrachten bij ons uitvoeren.

3.2.3. Veredeling en onderzoek In toenemende mate worden de nieuw ontwikkelde rassen van Enza Zaden onder biologische omstandigheden bij Vitalis op het veld beproefd. Vooral het testen van nieuwe rassen onder biologische omstandigheden levert een waardevolle aanvullende set aan gegevens over de eigenschappen in vergelijking met het testen onder gangbare condities. In dezelfde tijd werd de veredeling van eerst alleen bladgewassen, maar daarna ook van pompoenen op Vitalis zelf uitgevoerd sterk uitgebreid. De behoefte aan een grotere oppervlakte was daarvan het gevolg. Om geen geweld aan onze opgebouwde bodemvruchtbaarheid en de daarbij behorende vruchtwisselingseisen te doen, werd eerst grond van dezelfde hoogwaardige kwaliteit van de buurman gepacht en later een aangrenzend perceel van een andere buurman overgenomen. De ervaring bij Vitalis om met kleine proefveldjes te werken, de rassen erop te meten en te beoordelen nam steeds verder toe. Ook de noodzaak om meer onderzoek aan de kwaliteit van onze te leveren zaden te gaan doen, leidde tot de opzet van een kiemlaboratorium. Hierin wordt de kiem van de zaden onder biologische omstandigheden beoordeeld, die soms afwijkt van het gedrag onder conventionele omstandigheden. 3.2.4.

Contacten en samenwerking met kennisinstellingen/ Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen Door de verdergaande groei en de steeds sterker wordende kennisbehoefte bij Vitalis aan de ene kant en de unieke locatie van Vitalis, als voorbeeldbedrijf voor de biologische sector en ontwikkelde expertise aan de andere kant, werd het contact en de samenwerking met de kennisinstellingen steeds intensiever. Kennisinstellingen zoals de WUR in Wageningen en UVA in Amsterdam gingen steeds meer onderzoek doen naar de verschillen in eigenschappen van rassen en gewenste geneticatoepassingen, toegespitst op de biologische groenteteelt. Voor de WUR hebben meerdere studenten hun PhD-onderzoek bij Vitalis gedaan. Ook in het kader van de door de overheid benoemde topsectoren, zoals de Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen is er onder de noemer Groene Genetica i.s.m. de WUR en het Louis Bolk onderzoek bij Vitalis uitgevoerd naar de stikstofefficiëntie van spinazie geteeld onder biologische omstandigheden. Zo doen studenten van professor Michel Haring van de UVA onderzoek bij en met Vitalis naar het induceren van natuurlijk optredende mutaties in sla door middel van transposons om zo gewenste nieuwe eigenschappen in de sla te bewerkstelligen. De resultaten van zulke onderzoeken konden vervolgens ook toegepast worden in nieuwe veredelingsprogramma’s voor Vitalis en Enza Zaden.

Deze samenwerking met vooral de WUR, vanwege de korte afstand, is inmiddels zo intensief geworden, dat er sprake is van jaarrond frequent contact met elkaar en gezamenlijke onderzoeksprojecten over meerdere jaren lopen. Hierbij denken we aan het strokenteelt project, dat momenteel voor de komende 5 jaar loopt, en waarbij groot proefveld bij Vitalis in Voorst ligt. Hierbij wordt onderzoek gedaan aan een nieuw landbouwsysteem, waarbij zowel onderzoekers en studenten van de WUR betrokken zijn evenals de breeders van Vitalis en Enza Zaden. Naast onderzoek wordt ook steeds vaker gevraagd om Vitalis in excursie verband te bezoeken, een lezing te houden, een stageplaats aan te bieden of een promotieonderzoek ter plekke uit te laten 7

voeren. Vaste jaarlijkse excursies bij Vitalis worden naast de WUR georganiseerd door de Warmonderhof (mbo-opleiding specifiek voor de biologische teelt) uit Dronten. De afgelopen 10 jaren hebben er in totaal 15 studenten hun onderzoekstage bij Vitalis gedaan. Buiten de Nederlandse opleidingen, zoals de WUR, HBO (Larenstein (vh Deventer), Den Bosch en Dronten) en de MBO, zoals lokale ROC te Twello kwamen er ook studenten van opleidingen in Duitsland, Frankrijk, Spanje en Chili. Het is natuurlijk duidelijk dat door deze activiteiten met kennisinstellingen er sprake is van een wederzijds belang. Naast het gegeven dat hieruit nieuwe werknemers van Vitalis voort kunnen komen, geldt in het bijzonder voor de WUR dat het gezamenlijke, meer fundamentele onderzoek, de basis kan vormen voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. Alle bovengenoemde activiteiten dragen natuurlijk bij aan het kenniscentrum voor biologische teelt, veredeling en zaadproductie, wat een belangrijk focuspunt voor de komende jaren is.

4. Bedrijfsplan 2022-2030 4.1. Algemeen Uit voorgaande is duidelijk dat de groei er bij Vitalis goed in zit. De afgelopen 5-7 jaren is de omzet groei van biologisch zaad tussen de 10 en 20% per jaar geweest. Voor de komende 10 jaar verwachten we dat deze groei van tenminste 15% per jaar onverminderd zal blijven aanhouden. Gezien deze sterke groei en de relatief beperkte faciliteiten die er de afgelopen jaren in Voorst waren, is de focus verlegd van uitvoering van het gehele proces van veredeling, zaadproductie, verwerking, -opslag en -distributie, naar specialisatie in veredeling onder biologische omstandigheden en het verwerven, borgen en delen van kennis van biologische teelt en zaadteelt (kenniscentrum). Om de grote hoeveelheid zaad te kunnen verwerken is inmiddels in Enkhuizen een apart verwerkings- en distributie centrum opgericht voor biologische zaden. Ook voor het uitvoeren van de zaadproductie wordt inmiddels op verschillende locaties aan gespecialiseerde biologische zaadproductie gewerkt. De focus van Vitalis in Voorst zal dus komen te liggen op onderzoek en ontwikkeling, vernieuwing waaronder ook technologische vernieuwing. En daarnaast ook op het verwerven en delen van kennis om zodoende een bijdrage te kunnen leveren aan een vergroting van de kennis van biologische aanpak van de teelt.

4.2. Uitbreiding faciliteiten Om de toekomst van Vitalis te waarborgen dienen de faciliteiten vernieuwd en naar de toekomst uitgebreid te worden. Voor Vitalis een wezenlijk uitgangspunt hierbij is, dat de nieuwbouw aan blijft sluiten bij het biologische aanzicht en karakter van Vitalis en op de verantwoorde wijze landschappelijk zal worden ingepast. Om deze inpassing te kunnen bewerkstelligen willen we graag het bestaande bouwvlak wat verleggen, waardoor de uitbreidingen voornamelijk op het achtererf plaats zullen vinden. Waarbij de oude boerderij met de schuur het focuspunt zullen blijven op in het aangezicht. In de aankleding van het erf en de omliggende onderzoeksvelden is het onderhouden en aanbrengen van beplanting, d.m.v. hagen, houtwallen en bloemenstroken, een intrinsiek onderdeel van onze bedrijfsvoering. Immers, geen biologische teelt mogelijk zonder de zorg voor biodiversiteit.

8

Als eerste stap is het noodzakelijk om de oude “zaderij” te vervangen door een nieuw gebouw, waarbij het onderzoeksdeel van Vitalis (kiemtesten en veredeling) een gedegen werkplek krijgt, die ook aangepast is aan de huidige maatstaven. Ook is hierbij de scheiding van processen, nodig i.v.m. hygiëne maatregelen ter voorkoming van ziekten en plagen, in te richten. Daarnaast is een uitbreiding van het aantal werkplekken en presentatieruimte noodzakelijk, aangezien er steeds meer samen gewerkt wordt met collega’s en onderzoekers in de biologische teelt en onderzoek. Hiermee krijgt ook de uitbouw van het kenniscentrum gestalte. In een later stadium zal de huidige kantine en omkleedruimten vervangen worden, waarbij dit op zal gaan in de uitbreiding van “de zaderij”. In deze bouw zal ook een vergroting van de presentatieruimte en werkruimten voor onderzoek meegenomen worden. Op termijn zien we ook noodzaak tot vergroting van de opslag van werktuigen i.v.m. verdergaande precisie mechanisatie en eventuele robotisering van de teeltwerkzaamheden buiten op het veld. Dit vindt dan plaats in een toekomstige uitbreiding van de kapschuur.

Figuur 4.2.1: luchtfoto met de mogelijke uitbreidingen van Vitalis en de voorgestelde wijziging van het bouwvlak (oranje = nieuw, paars = oud). (bron: AAB).

9

5. Conclusie Om de toekomst van Vitalis, als onderzoeks- en kenniscentrum van biologische teelt, veredeling en zaadproductie te waarborgen dienen de faciliteiten verbeterd en uitgebreid te worden. Het gaat hierbij om de nieuwbouw van onderzoeksondersteunende ruimten, kantoorruimte en presentatie- en ontvangstruimten. Vitalis wil een expertise centrum op de locatie in Voorst waarborgen. Mede door de unieke samenstelling van de teeltgronden, geïsoleerde ligging van de locatie, aanwezigheid van toegewijd, ervaren personeel en samenwerking met onderwijsinstellingen wil Vitalis graag gevestigd blijven op de huidige locatie. Vanuit de genoemde historie, de ontwikkeling van de afgelopen jaren en het bedrijfsplan voor de toekomst vraagt Vitalis de provincie Gelderland in te stemmen met het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan.

10

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

53

RAAP-RAPPORT 5614

Plangebied Hengelderweg 6 te Voorst Gemeente Voorst Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Hengelderweg 6 te Voorst, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 25-02-2022 Auteur: H.B.G. Scholte Lubberink Projectcode: VOHR4 Bestandsnaam: RAAPrap_5614_VOHR4_20220225 Autorisatie: E. Boshoven

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2022 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen. Er is geen verklaring ontvangen van het bevoegd gezag om trent goed- of afkeuring van het rapport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11812824/1