CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Hengelderweg 6/6A Voorst (2022-46476)

gemeenteraad 17 oktober 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Hengelderweg 6/6A, Voorst27.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Hengelderweg 6/6A, Voorst Planfase vastgesteld

Hengelderweg 6/6A, Voorst Deze standaard is gebaseerd op de SVBP 2012 (18 april 2012)

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Doel

3 3 3 5

Hoofdstuk 2 Analyse van het plangebied 2.1 De bestaande situatie 2.2 Cultuurhistorie, Landschap en Structuren

6 6 6

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

9 9 9 11 16 16

Hoofdstuk 4 Planopzet 4.1 Inleiding 4.2 Uitgangspunten 4.3 Het ontwerp 4.4 Ruimtelijke afweging

18 18 18 19 21

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Inleiding 5.2 Milieu-onderzoeken 5.3 Water 5.4 M.e.r.-beoordeling 5.5 Uitvoerbaarheid

23 23 23 34 34 35

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Inleiding 6.2 Planregels 6.3 Bestemmingen 6.4 Flexibiliteit in het bestemmingsplan

36 36 36 37 39

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

41 42 53 106 187 246 271 276

2

Bedrijfsplan 2021-2030 Vitalis Archeologisch onderzoek Akoestisch onderzoek Bodemonderzoek Flora- en faunaonderzoek Watertoets AERIUS Calculator

Hengelderweg 6/6A, Voorst

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Zaadveredelingsbedrijf Vitalis Biologische Zaden B.V. is gevestigd aan de Hengelderweg 6 in Voorst. Vitalis heeft een wereldwijd leidende positie in de veredeling en productie van groente rassen die geschikt zijn voor de biologische teler. Om hun leidende positie in de biologische zaadveredeling te behouden moet het bedrijf in de toekomst blijven voldoen aan strenger wordende eisen. Initiatiefnemers zijn daarom bezig met de toekomstige vernieuwingen die het bedrijf zal moeten ondergaan. Onderdeel van deze vernieuwingen is de uitbreiding en herontwikkeling van verschillende bedrijfsgebouwen. Binnen deze plannen zal onder andere meer ruimte moeten worden geboden voor een goede routing, scheiding van producten en strengere hygieneprotocollen. Naast uitbreiding en vernieuwing van bedrijfsgebouwen wordt ook op het terrein tevens logistiek en veiligheid verbeterd. Ten behoeve van de uitbreidingen en vernieuwingen verwacht Vitalis de komende jaren in totaal 1755 m2 aan uitbreidingen te moeten realiseren. In de huidige plannen zijn de concrete uitbreidingsplannen voor de verwerkingsruimte meegenomen. Deze uitbreiding is benodigd voor verschillende zaadprocessen waarbij routing en hygiëne belangrijke processen zijn. De verwerkingsruimte zal worden vernieuwd en uitgebreid met 248 m2 aan bebouwing.

In het huidige bestemmingsplan Buitengebied heeft het perceel aan de Hengelderweg 6 de bestemmingen Agrarisch en Groen. Het perceel heeft ook enkele dubbelbestemmingen. Dit zijn de dubbelbestemmingen Waarde - Landschap, Waarde - Archeologie - 2, Waarde - Archeologie - 3, Waarde - Archeologie - 4 en Waarde - Archeologie - 5. Naast de enkel en dubbelbestemmingen heeft het perceel gedeeltelijk de functieaanduiding glastuinbouw. Ook is het perceel gelegen in een gebied dat is aangeduid als reconstructiewetzone-verwevingsgebied. In het bestemmingsplan Buitengebied is aangegeven dat er maximaal 3.600 m2 oppervlakte aan kassen en 1.000 m2 aan teeltondersteunende kassen is toegestaan. Het oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf en kassen ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' mag maximaal 1.000 m2 bedragen. De beoogde uitbreiding past niet binnen het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Het toegestane oppervlakte bedrijfsgebouwen ten behoeve van een glastuinbouwbedrijf wordt overschreden. Daarnaast vinden er mogelijk toekomstige ontwikkelingen plaats buiten het huidige bouwvlak. Om de uitbreiding te faciliteren is zodoende een nieuw bestemmingsplan nodig.

1.2

Het plangebied

De situering van het plangebied is weergegeven in afbeelding 1. Het plangebied bevindt zich in het zuidelijke deel van de gemeente Voorst, ten zuidwesten van het dorp Voorst. Het plangebied bestaat uit meerdere percelen (zie afbeelding 2). Deze percelen staan kadastraal bekend als gemeente Voorst, sectie H, nummers 301, 302 en 308.

3

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 1 - Plangebied in de omgeving. Ten zuiden en oosten van het plangebied heeft Vitalis meerdere gronden in bezit. In totaal bezit Vitalis ongeveer 11 hectare gronden. Deze gronden zijn aan beide zijden van de Hengelderweg gelegen. De Hengelderweg doorkruist als het ware het plangebied. Het grootste deel van de gronden is gelegen ten westen van de Hengelderweg. Eveneens is aan de westzijde van de Hengelderweg de huidige bedrijfsbebouwing gelegen.

4

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 2 - Overzicht plangebied.

1.3

Doel

Doel van het onderliggende bestemmingsplan is om de uitbreiding van het zaadveredelingsbedrijf Vitalis Biologische Zaden B.V. juridisch-planologisch mogelijk te maken.

5

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Hoofdstuk 2 2.1

Analyse van het plangebied

De bestaande situatie

Zoals in paragraaf 1.2 al kort werd benoemd is de bedrijfsbebouwing van Vitalis gelegen aan de westzijde van de Hengelderweg. Het grootste bebouwingsvolume op het perceel betreft een kas van ongeveer 3000 m2. Daarnaast is er een totaal van ongeveer 1.460 m2 aan overige bebouwing en een bedrijfswoning (nr. 6a) met bijgebouw aanwezig. Deze woning heeft een oppervlakte van ongeveer 140 m2 en het bijgebouw heeft een oppervlakte van 62 m2. Tot slot staan er achter de kas 3 watersilo's (2 x Ø 6.25 m & 1 x Ø 3,10 m).

Afbeelding 3 - Overzicht gebouwen. Tegenover de bedrijfsbebouwing is aan de overzijde van de Hengelderweg een parkeervoorziening voor het bedrijf aangelegd. Hier wordt plek geboden aan ongeveer 25 auto's. Omliggende gronden worden door het bedrijf in gebruik genomen voor grondgebonden teelt of landschappelijke inrichting in de vorm van bomen, hagen en een ecologische poel.

2.2

Cultuurhistorie, Landschap en Structuren

Uit de kaart van 1913 (afbeelding 4) wordt duidelijk dat het perceel bekend heeft gestaan als 'De Uilenbosch'. De oude boerderij en de bijbehorende schuur zijn in de loop der tijd gedeeltelijk aangepast, maar hebben hun karakteristieke verschijning behouden. De boerderij en de schuur zijn van het type 'hallenhuis', de boerderij heeft een middenlangsdeel. De 6

Hengelderweg 6/6A, Voorst

boerderij heeft een zadeldak met wolfseinden. Het oorspronkelijke woongedeelte bevindt zich aan de westelijke zijde en is uitgevoerd met roodbruine bakstenen en antraciete dakpannen. Zoals gebruikelijk in deze regio staat de boerderij 'met de kont naar de weg' gekeerd. Dit achtererf was het bedrijfsterrein van de boer en was integraal verbonden met het omliggende landschap. Op dit achtererf, achter het hoofdgebouw, staan van oudsher de verschillende bijgebouwen. Het oorspronkelijke agrarische gedeelte van de boerderij kent een lichtbruine baksteen en is gedekt met riet. De bijbehorende schuur bestaat uit roodbruin metselwerk, de kap is gedekt met oranjekleurige dakpannen. In het gebied komen twee verschillende landschapstypen voor. Het gaat hier om zowel het kampenlandschap als de broekontginningen. Direct ten westen en zuidwesten van Voorst is het hoger gelegen kampen- of enkenlandschap te onderscheiden. Dit kampenlandschap is ontstaan bij langgerekte dekzandruggen. Hierbij stuwde de westenwind het zand op waarbij verschillende beekjes tussen deze gevormde zandruggen stroomde. De kampenontginningen kenmerken zich door veel reliëf in een verder overwegend vlak gebied. Door dit hoogteverschil in het landschap hebben de wegen een natuurlijk en bochtig verloop. Hierdoor zijn de kavels onregelmatig en hebben zij een blokvormig patroon.

Het kampenlandschap bestaat niet uit grote akkercomplexen, maar uit individuele akkers. Ieder kamp bestaat uit akkers op de hoger gelegen dekzandrug. Grasland langs de beekjes tussen deze ruggen en het boerenerf er tussen in, op de flanken van de rug. De boerenbedrijven voerden een gemengde bedrijfsvoering. Omdat de grond vaak arm was, brachten de boeren mest en heideplaggen als bemesting op het land. Door deze eeuwenlange vorm van bemesting werden de akkers steeds hoger, met een steile rand als gevolg. Om de gewassen te beschermen tegen wildvraat en wind, werden ze omgeven met houtwallen en houtsingels. Dit zorgde ervoor dat de kampenontginningen van oudsher erg kleinschalig zijn. Daarnaast kent het gebied solitaire bomen en vochtige gebieden in laagtes en poelen. Vanaf 1900 heeft er vanuit landschappelijk en ecologisch oogpunt bezien een verschraling plaatsgevonden van het landschap. Dit is grotendeels een landelijke ontwikkeling geweest als gevolg van schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Middels ruilkaveling werden percelen samengevoegd en is de kleinschaligheid van de gronden gedeeltelijk verloren gegaan. Uit de kaartanalyse blijkt dat deze ontwikkeling zich vooral voordoet in de periode na 1950 (zie afbeelding 5). Eveneens maakt in de periode vanaf 1900 een aantal bospercelen plaats voor graslanden. Het landschap wordt daarmee 'kaler'.

Afbeelding 4 - Uitsnede kaart 1913 (bron: topotijdreis.nl). 7

Hengelderweg 6/6A, Voorst

De gronden waarop de uitbreiding van Vitalis zich concentreert, zijn te duiden als een broekontginning. Dit gebied is systematisch ontgonnen. Het zijn de vaak natte en open gebieden achter de oeverwal, waar de rivier in het verleden veel klei heeft afgezet. Van oudsher was een 'broekland' dan ook een land dat bij een hoge waterstand onderloopt.

Afbeelding 5 - Ontwikkeling landschap rondom het plangebied, 1850 - 2000 (bron: topotijdreis.nl) De broeken zijn als geheel te herkennen aan de kenmerkende fijnmazige verkaveling. De kavels of slagen zijn zeer lang. Verder zijn de haaks op elkaar staande hoofdrichtingen van de ontginningsbasissen (zoals de wegen en kavels) kenmerkend. Om het gebied bruikbaar te maken zijn er veel sloten nodig om in afwatering te voorzien. Omdat deze sloten in de zomer droogvielen, werden hagen aangelegd als aanvullende veekering. Veel van deze hagen zijn inmiddels uit het landschap verdwenen. Voorkomende beplanting in de broekontginning zijn elzensingels, knotbomen, broekbossen en hagen in de broeken. Verder komen populieren, iepen en essen langs de wegen voor. De Hengelderweg loopt van noord naar zuid en er geldt een maximum snelheid van 60 kilometer per uur. In de directe omgeving van het perceel komen verschillende, verspreid liggende woningen en agrarische bedrijven voor. Daarnaast doet zich aan de Gravenstraat 4 in Voorst een bedrijfsbestemming voor met functieaanduiding 'paardenhouderij'. Hier is de paardenhouderij BK-Horses gevestigd. Op grotere afstand van het perceel is de spoorlijn Apeldoorn - Zutphen gelegen. Ten noorden van, en evenwijdig met deze spoorlijn loopt een hoogspanningslijn.

8

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het relevante beleidskader van Rijk, provincie en gemeente aan de orde.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR biedt het nieuwe kader dat de (nieuwe) ruimtelijke- en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 benoemt en de focus bepaalt voor mobiliteitsinvesteringen. De structuurvisie speelt in op een aantal ontwikkelingen en uitdagingen; krimp, groeiende mobiliteitsbehoefte, versterken internationale concurrentiepositie, koesteren en versterken ruimtelijke structuur, klimaatverandering, duurzame energie en het stelsel van regels en procedures. Een van de kernmiddelen die wordt ingezet om goed op deze ontwikkelingen en uitdagingen in te spelen is decentralisatie. Beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen wil het kabinet dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten krijgen de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Voor de periode tot 2028 richt het Rijk zich op drie doelen: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van ruimtelijke ordening gekregen. Het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan heeft relatie met het eerste en het tiende belang, namelijk: 'Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat' en 'ruimte voor behoud en versterking van nationale cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten'. Onderdeel van een gunstig vestigingsklimaat is niet alleen het beschikbaar stellen van ruimte, maar ook het behoud en doorontwikkelen van de reeds in gebruik genomen ruimte. In andere woorden, faciliteren waar mogelijk en waar dit ruimtelijke winst oplevert. Dit draagt bij aan het creëren en versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. Onderhavig plan draagt bij aan het toekomstbestendig maken van Vitalis, een kennisinstituut in het biologisch werkveld. Juist omdat de locatie in Voorst met haar kenmerkende grondsamenstelling en solitaire ligging uniek is, staat het belang van continuïteit op deze locatie staat voorop.

Door medewerking te verlenen aan onderhavig plan wordt bijgedragen aan het versterken van de bestaande ruimtelijk-economische structuur. Met het beschermen van de karakteristieke schuur draagt dit plan bij aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Niet alleen krijgt de bebouwing daarmee een karakteristieke dubbelbestemming, ook wordt rondom de karakteristieke bebouwing bouwvlak weggenomen, waardoor de markante ligging van de bebouwing ook in de toekomst blijft behouden wanneer het bedrijf zal uitbreiden. Tot slot draagt de landschappelijke inpassing bij aan het versterken van het landschap. Bovengenoemde onderdelen van onderhavig plan zorgen ervoor dat deze in lijn is met het richtinggevend kader zoals gesteld in de SVIR. Ladder voor duurzame verstedelijk ing In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 9

Hengelderweg 6/6A, Voorst

2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. De ladder kent drie treden, die achter elkaar worden doorlopen.

Afbeelding 6 - Schema Ladder voor duurzame verstedelijking. Een bestemmingsplan dat voorziet in nieuwe glastuinbouw of in uitbreiding van bestaande glastuinbouw met een oppervlakte van ten minste vijf hectare aan aaneengesloten percelen, dient op grond van deze ladder een verantwoording te bevatten waarin de behoefte aan het gebruik van nieuwe gronden voor glastuinbouw als gevolg van de vervangings- en uitbreidingsvraag wordt onderbouwd. Ook wordt onderbouwd waarom in deze behoefte niet kan worden voorzien door herstructurering of intensivering van elders in de betrokken regio gelegen bestaande glastuinbouwgebieden. Het plan voorziet in een uitbreiding van de verschillende bijgebouwen op het perceel. Er vindt geen toename plaats van het aantal vierkante meters kasoppervlak. Gezien de aard en omvang van de onderhavig plan, is de SVIR en de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Het Rijk heeft daarmee geen verdere bemoeienis met de planvorming. Nadere toetsing van onderliggend plan aan de SVIR is dan ook niet noodzakelijk. 3.2.2

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio´s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak 10

Hengelderweg 6/6A, Voorst

te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Vitalis is internationaal een leider in de zaadveredeling. De biologische markt is wereldwijd een groeiende markt welke zich onder andere focust op de verduurzaming van landbouw. Daarmee draagt onderhavig plan niet alleen bij aan het versterken van het economisch groeipotentieel op de locatie in Voorst, ook draagt het indirect bij aan de verduurzaming van de landbouwsector en de wereldwijde transitie richting biologische productie. Met het landschappelijk inpassen van het plangebied draagt onderhavig plan daarnaast bij aan het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. Het plan is daarmee in lijn met de prioriteiten in de langetermijnvisie van de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.3

Nationaal Landschap Veluwe

In Nederland zijn 20 'Nationale Landschappen' die elk een unieke combinatie van cultuurhistorische en natuurlijke elementen hebben. De landschappen kenmerken zich door de specifieke samenhang tussen de verschillende onderdelen van het landschap, zoals natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. Binnen een Nationaal Landschap is ruimte voor sociaal-economische ontwikkelingen, mits de bijzondere kwaliteiten van het gebied behouden blijven of -beter nog- worden versterkt. Plannen voor grootschalige nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen en infrastructurele projecten passen hier niet binnen. De bouw van woningen om de eigen bevolkingsgroei op te vangen is in principe wel mogelijk. Voor specifieke gebieden in een Nationaal Landschap gelden extra, al bestaande, beschermende maatregelen. Te denken valt aan de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden, de Natuurschoonwet voor landgoederen en de Monumentenwet voor historische gebouwen of dorpsgezichten. Het plangebied aan de Hengelderweg 6 in Voorst valt binnen het Nationaal Landschap Veluwe. Dit Nationaal Landschap heeft de volgende kernkwaliteiten: Schaalcontrast van zeer open naar besloten actieve stuifzanden; de grootte en aaneengeslotenheid van het bos. De provincies zijn verantwoordelijk voor het beleid voor de Nationale Landschappen, zie paragraaf 3.3.2.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gelderland is een integrale visie op het gebied van de ruimtelijke ordening, waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling en natuur en milieu (inclusief de sociale gevolgen hiervan). De omgevingsvisie is opgehangen aan drie peilers, namelijk: 'dynamisch', 'mooi' en 'divers'. Gelderland is een dynamische provincie in een prachtige setting, met een grote diversiteit. 'Dynamisch' duidt op economische ontwikkelingsaspecten zoals innovatie, duurzaamheid en bereikbaarheid. 'Mooi' staat voor de natuurdoelen en de kwaliteiten die gewaarborgd en verder ontwikkeld dienen te worden. 'Divers' gaat over het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en het koesteren van de regionale identiteit. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. - Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. 11

Hengelderweg 6/6A, Voorst

- Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En, dat is het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Glastuinbouwontwikk eling Gelderland heeft drie regionale clusters voor glastuinbouwontwikkeling aangewezen: Tuil, Est en Voorst. In deze regionale clusters mogen bedrijven uit de regio zich hervestigen, als de glastuinbouwbestemming op de vertrekkende locatie wordt gesaneerd. In de overige delen van het buitengebied geldt een eenmalige uitbreiding van 20% van de oppervlakte glas. In bijzondere situaties kan onder voorwaarden hiervan worden afgeweken. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland. In onderhavig plan is geen sprake van een uitbreiding oppervlakte glas ten opzichte van de mogelijkheden binnen het oude bestemmingsplan. Het nieuwe bestemmingsplan voorziet daarmee niet in een verruiming van mogelijkheden tot uitbreiding van het glasoppervlakte kassen. Daarnaast bevat de Omgevingsvisie Gelderland het belangrijke instrument de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Hierin staan kwaliteiten en doelen centraal, niet de regels.

Voor een zorgvuldige afweging van ontwikkelingen in het buitengebied, moet de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik worden gebruikt. Dit houdt in dat bij plannen moet worden aangegeven of de nieuwe situatie qua aard en schaal passend is. Dat betekent in hoeverre de nieuwe situatie zich in het karakter van het buitengebied laat passen. Bij deze nieuwe situatie gaat het om omvang (oppervlakte) en effecten (verkeersaantrekkende werking). Mocht dit in de nieuwe situatie dusdanig veranderen, dan is er sprake van een grootschalige ontwikkeling op basis waarvan een afweging op grond van de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik aan de orde is. Gezien de kleinschalige aard en omvang (ten opzichte van reguliere glastuinbouwbedrijven) en effecten (verkeersaantrekkende werking) van onderliggend plan, is een afweging met de Gelderse ladder niet aan de orde. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland (2021) staan regels beschreven, die ervoor zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure in het kader van de omgevingsvergunning. De verordening kent de volgende kaartlagen waaraan regels zijn verbonden: Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Landschap, Water en Milieu, Erfgoed en veilige leefomgeving.

Afbeelding 7 – Uitsnede omgevingsverordening Gelderland, kaart Landschap 12

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Het perceel aan de Hengelderweg 6/6a in Voorst maakt onderdeel uit van het 'Nationaal Landschap buiten GNN, GO en NHW', specifiek Nationaal Landschap De Veluwe. Deze cultuurhistorische landschappen zijn het resultaat van het harmonisch samengaan van natuurlijke processen en menselijk handelen. Kenmerkend zijn de samenhang tussen natuur, reliëf, grondgebruik en bebouwing. De ontstaansgeschiedenis van het landschap is hier nog leesbaar. Artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland geeft aan dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap en buiten de Groene Ontwikkelingszone, het Groene Natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, alleen bestemmingen mogelijk maakt die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Het plangebied valt onder het nationale landschap De Veluwe, deelgebied Noordelijke IJsselvallei. De kernkwaliteiten van dit gebied worden als volgt omschreven: Grofmaziger dan de Oost-Veluwse gradiënt; Amorfe structuur met elementen van rivierenlandschap, dekzandruggen, ruilverkaveling en landgoederen; Waardevolle open essen; Vrij uitzicht vanaf de dijk over het binnendijkse landschap en over de rivier met uiterwaarden. Het onderliggende plan raakt de beschreven kernkwaliteiten niet. Op de gronden ten oosten van de Hengelderweg blijft de kenmerkende open ruimte behouden.

Aan de westelijke zijde van de Hengelderweg vindt de uitbreiding van het bedrijf plaats. Om de impact van de toekomstige uitbreidingen op het landschap te beperken wordt een robuust struweel aangeplant. Daarnaast worden de verschillende bomenstroken en struwelen op de westelijke perceelsgrens aangezet. Hiermee wordt de bestaande oude landschapsstructuur in zijn totaliteit versterkt. Het kenmerkende half open landschap blijft behouden, met een afwisseling van forse landschapsstructuren, bebouwing en open ruimten. De uitvoering, beheer en instandhouding (verplichting van 25 jaar) van de landschapsstructuren zijn opgenomen in een planschade- en overeenkomst.

Afbeelding 8 - Uitsnede kaart Omgevingsverordening Gelderland. Uit de bovenstaande afbeelding wordt duidelijk dat voor het plangebied is gelegen buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied. Op deze gebieden is artikel 2.17 van de omgevingsverordening Gelderland van toepassing. Op deze locaties kan een glastuinbouwbedrijf, gerekend vanaf 29 juni 2005, eenmalig een uitbreiding realiseren van tot vijf hectare mits kan worden aangetoond dat de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf, verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is en de uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse van belang zijnde gebiedskwaliteiten van natuur, landschap en water. Van het uitbreiden van de planologische mogelijkheden voor kasoppervlak is geen sprake in onderhavig plan. Het bouwvlak zal weliswaar van vorm veranderen, maar ook hier vindt geen uitbreiding van plaats. Wel zal er sprake zijn van het uitbreiden van het oppervlakte bedrijfsbebouwing. Binnen het huidige bestemmingsplan is tot 1100 m2 aan bedrijfsbebouwing mogelijk, waar bij onderhavig plan het 13

Hengelderweg 6/6A, Voorst

oppervlakte bedrijfsbebouwing wordt verruimd tot 3215 m2. Solitaire bedrijvigheid Artikel 2.12 van de omgevingsverordening is daarmee van toepassing op onderhavig plan. Hier stelt de omgevingsverordening dat bij een uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk is, tenzij kan wordt aangetoond in het bestemmingsplan dat: Verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; de uitbreiding regionaal is afgestemd; de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. Maatbestemming en landschappelijke inpassing Met dit bestemmingsplan wordt maatwerk geboden waarmee de uitbreiding mogelijk wordt. Naast het leveren van maatwerk voor de geplande uitbreidingen maakt ook de landschappelijke inpassing en versterking onderdeel uit van dit plan. Het versterken van de landschappelijke waarden omhelst de aanplant van hagen, het aanzetten van bomenrijen en de aanleg van een struweelhaag. Aan de laatste twee voorwaarden wordt met dit bestemmingsplan dan ook voldaan. Regionale afstemming Als toelichting op de plannen heeft Vitalis daarnaast een bedrijfsplan opgesteld (Bedrijfsplan 2021-2030 Vitalis).

In april en mei 2022 is onderhavig plan behandeld en geaccordeerd in overleg met omliggende gemeenten en de provincie Gelderland in het de regionale afstemmingsgroep werklocaties. Verplaatsing naar een bedrijventerrein niet mogelijk Locatiekeuze Vitalis heeft bij de vestiging in 1994 specifiek voor deze locatie gekozen op advies van een bodemkundig specialist van het Louis Bolk Instituut. De locatie leende zich door de aanwezige unieke en zeer vruchtbare enkeerdgrond. Deze grond bleek uitermate geschikt voor de biologische teelt van groenterassen. In de loop der jaren zijn de gronden alleen maar vruchtbaarder geworden door ruime vruchtwisseling met groenbemesters. De weerbaarheid van de bodem met betrekking tot bodemziektes en wateroverlast is daarnaast verhoogd. De gronden van Vitalis zijn hierdoor al een geruime tijd biologisch gecertificeerd. Niet alleen tijdens de locatiekeuze, maar ook in de huidige situatie is de locatie nog van belang voor het bedrijf. Wereldwijd is Vitalis een belangrijke speler op het gebied van biologische zaadproductie. Het bedrijf heeft teeltgebieden in Europa, Azië en Zuid-Amerika. Voor de productie van de verschillende groentezaden wordt gekeken naar de meest geschikte locatie. Hoe geschikt de locatie is, is afhankelijk van de lokale klimaatomstandigheden, ziektedruk, kennisniveau en beschikbaarheid van arbeid.

Zo blijkt Voorst de ideale locatie om een aantal van deze zaden te produceren, waaronder zaden voor de hybride paprika en de hybride lange komkommers. Tot slot voldoet de locatie van de het biologisch zadenteeltbedrijf aan misschien wel de belangrijkste voorwaarde voor biologische zaadveredeling, namelijk: Een geïsoleerde ligging ten opzichte van andere reguliere (glas)tuinbouwbedrijven. Door de geïsoleerde ligging en de weerbare bodem zijn hier specifieke onderzoeken en veredelingsprojecten uit te voeren, die bijdragen aan breed weerbare gewassen die zowel hun waarde hebben in de biologische teelt als een bijdrage leveren in niet-biologische teelten. Geïsoleerde ligging noodzakelijk Vitalis is een biologisch zaadveredelingsbedrijf en dat betekent dat er geen chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmestproducten worden toegepast. Dit houdt in dat een combinatie van een gangbaar tuinbouwbedrijf in de nabije omgeving ongewenst is. Een gangbaar bedrijf past namelijk chemische gewasbeschermingsmiddelen toe. Het is nooit volledig uit te sluiten dat het residu van deze middelen op het biologische bedrijf terecht komen. Verder is een geïsoleerde locatie van andere kas-teelten van belang omdat daardoor de verspreiding van plaaginsecten vanuit een nabijgelegen kas niet mogelijk is. Omgekeerd is er op een biologisch bedrijf 14

Hengelderweg 6/6A, Voorst

altijd een bepaalde onkruiddruk die weer zeer nadelig is voor het gangbare bedrijf. Dit verklaart waarom een geïsoleerde ligging voor een biologisch zaadproductiebedrijf van wezenlijk belang is. Belangrijke onderzoekslocatie De combinatie van de unieke locatie, de voorbeeldfunctie van het kennisbedrijf Vitalis en de groeiende kennisbehoefte in de biologische sector hebben ervoor gezorgd dat er steeds intensievere samenwerking ontstaat met verschillende kennisinstellingen waaronder de WUR in Wageningen en de UvA in Amsterdam. Kwaliteiten die aan Vitalis en de locatie worden toegedicht zijn de aanwezige specialistische kennis en ervaring om snel nieuwe rassen te produceren, de uitstekende bodemkwaliteit en de gewenste geïsoleerde ligging de doorslag om op die locatie te onderzoeken. Bij de samenwerking met de verschillende kennisinstituten is er sprake van een wederzijds belang. Zo geldt dat het gezamenlijk onderzoek de basis kan vormen voor de ontwikkeling van verschillende nieuwe rassen. Daarnaast biedt Vitalis ook de mogelijkheid om stage te lopen, promotieonderzoek uit te voeren en excursies te laten plaatsvinden. De samenwerking met de WUR is inmiddels zo intensief geworden (ook door de korte afstand) dat er sprake is van jaarrond contact met verschillende onderzoeken die over meerdere jaren lopen.

Ook door sectoren, zoals Topsector Tuinbouw en Uitgangsmaterialen, is er onder de naam Groene Genetica (i.s.m. de WUR en Louis Bolk Instituut) onderzoek bij Vitalis uitgevoerd naar de stikstofefficiëntie van spinazie geteeld onder biologische omstandigheden. Met de verwachte groei voor de toekomst en de geplande uitbreidingen in onderhavig plan zullen dergelijke contacten verder worden geïntensiveerd. Het is de kruisbestuiving van de verschillende afdelingen en kenniscentra die deze locatie waardevol maken. Niet mogelijk om te verplaatsen naar een glastuinbouwclustergebied Bij de ontwikkeling van het vestigingsbeleid voor glastuinbouwbedrijven is er vanuit gegaan dat glastuinbouwbedrijven telen op substraat en daarmee niet afhankelijk zijn van de grondsoort. Het type grondsoort van de aangewezen glastuinbouwclustergebieden (Tuil, Est en Voorst) is daarmee niet meegenomen in de keuze voor deze gebieden. Echter teelt Vitalis niet op substraat maar in de volle grond. Los van dat een geïsoleerde ligging (t.o.v. gangbare teeltbedrijven) niet kan worden gegarandeerd in de aangewezen clustergebieden, is de grond in de aangewezen concentratiegebieden dan ook ongeschikt voor de vollegrondsteelt van Vitalis. Hier komt bij dat bij het telen op volle grond het bedrijf ook ruimte nodig voor telen in de open lucht. Op de clusterlocatie zal hier geen ruimte voor zijn.

Daarnaast zal de gangbaar gebruikte landbouwgrond geschikt moeten worden gemaakt voor biologische teelt. Hier kan alleen sprake van zijn wanneer geen sprake is van residu van persistente gewasbeschermingsmiddelen in de grond. Dit komt voort uit regelgeving over biologische bedrijfsvoering, omdat er geen chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmestproducten mogen worden toegepast. Dit betekent dat er sprake zal zijn van een overgangsperiode tot 2 jaar voordat daadwerkelijk geteeld kan worden. Deze grond zal vervolgens bij lange na niet over de kwaliteit beschikken die de huidige gronden van Vitalis hebben. Verder zijn de clusteringsvoordelen die voor andere glastuinbouwbedrijven te benoemen zijn (gezamenlijke watervoorziening, energievoorziening enz.) voor dit bedrijf in het geheel niet aan de orde. Clustering met andere glastuinbouwbedrijven is voor dit bedrijf juist nadelig. Deze meer bedrijfstechnische aspecten zijn nog los gezien van de enorme investering die gepaard zou gaan met verplaatsing van dit kapitaalintensieve bedrijf en ook om die reden is verplaatsing geen haalbare optie.

15

Hengelderweg 6/6A, Voorst

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030

De gemeenten in de regio Stedendriehoek (met de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen) hebben gezamenlijk een regionale structuurvisie opgesteld. In deze visie heeft de regio ruimtelijk beleid ontwikkeld voor de lange termijn (2030). De doelstelling hierbij is het behouden en versterken van de samenhang en variatie in woon-, werk- en recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw. De Stedendriehoek ontwikkelt zich zo in hoog tempo van een verband tussen drie steden naar een samenhangende stedelijke regio, met een groen middengebied en een groene omgeving. De Regionale Structuurvisie (RSV) heeft de formele status van Intergemeentelijk Structuurplan. Dit betekent dat de structuurvisie richtinggevend is voor de ruimtelijke ontwikkeling. Bij het aspect werken onderscheidt de RSV kantoren, bedrijven, land- en glastuinbouw. Hierbij zet de Stedendriehoek in op het verbreden van de economische structuur en versterking van de ruimtelijke kwaliteit en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Voor de glastuinbouw geeft de RSV aan dat bundeling op één locatie niet noodzakelijkerwijze schaalvoordelen oplevert vanwege de sterk uiteenlopende bedrijfsstrategie binnen de tuinbouwsector. Ook is concentratie op één terrein niet altijd gewenst vanwege verspreiding van ziekten en vanwege binding met het personeel.

Vanuit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke aantasting is concentratie vaak lastig. De Stedendriehoek wil dan ook op een zorgvuldige, gedifferentieerde manier met de glastuinbouw omgaan. De grote verschillen in omvang en de landschappelijke positie van de bedrijven bieden goede aanknopingspunten. Voor de aanpak van hervestiging en uitbreiding van de glastuinbouw in de Stedendriehoek wordt een driedeling gemaakt naar bedrijfsomvang. Het bedrijf Vitalis valt nu onder de eerste groep kleine bedrijven van minder dan 1 hectare aan glasopstanden. Binnenplans voorziet het oude bestemmingsplan tot de mogelijkheid om in totaal 4600 m2 glasopstanden te realiseren (3600 m2 kassen en 1000 m2 teeltondersteunende kassen). In het nieuwe bestemmingsplan bliven deze bebouwingsmogelijkheden gelijk. De RSV stelt dat voor middelgrote bedrijven (1 tot 5 hectare) regionale hervestigingslocatie zijn gereserveerd. Hier is in het geval van Vitalis geen sprake van. Onderhavig plan is dan ook in lijn met de RSV en hervestiging van de locatie Vitalis is dan ook niet nodig.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit,Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt naar verwachting in januari 2023 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet wordt het ruimtelijke beleid dynamischer opgesteld, meer ontwikkelingsgericht. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen. De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden. Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken.

Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomst 16

Hengelderweg 6/6A, Voorst

bestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. De RTV zet onder andere in op het stimuleren van innovatieve bedrijvigheid in de gemeente. Het doen ontstaan van een goed vestigingsklimaat is hiervoor een van de voorwaarden. Dit kan onder andere door innovatieve bedrijven te faciliteren waar dit ruimtelijke mogelijk is. De gemeente ziet daarnaast graag meer verbinding ontstaan tussen onderwijsinstellingen en lokale bedrijven: Stageplaatsen, kortlopend onderzoek, werkervaring. Het innovatieve biologische zaadveredelingsbedrijf Vitalis is een wereldleider in biologische zadenteelt. Met de aanwezigheid van het bedrijf heeft de gemeente een innovatief bedrijf waar zij trots op is. De vestiging en voortzetting van het bedrijf is daarmee volledig in lijn met de RTV. Het bedrijf voorziet daarnaast in stageplaatsen, het aantrekken van kenniswerkers, het organiseren van kennisbijeenkomsten en het doen groeien van kennis op het gebied van biologische zadenteelt. Daarnaast zorgt de bescherming van de karakteristieke gebouwen voor het behoud van cultuurhistorische waarde (bescherming van karakteristieke bebouwing).

Tot slot is het versterken van de landschappelijke kwaliteit in lijn met de kaders van de Ruimtelijke Toekomstvisie. De Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst vormt geen belemmering in de werking van onderliggend plan.

17

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Hoofdstuk 4 4.1

Planopzet

Inleiding

Voor Vitalis Biologische Zaden B.V. is een uitbreiding van de faciliteiten noodzakelijk om haar toekomst te waarborgen. Het bedrijf zal immers moeten doorontwikkelen om hun leidende positie in de biologische zaadveredeling te behouden. De eisen die zowel de certificerende instanties evenals klanten stellen aan de fytosanitaire omstandigheden maken dat Vitalis haar routing, scheiding van producten en hygieneprotocollen moet verbeteren. Vernieuwing en uitbreiding van de bestaande bebouwing maakt hier onderdeel van uit. Daarnaast wordt op het terrein tevens de routing, logistiek en veiligheid verbeterd. De huidige bebouwing en omgeving van Vitalis bevat daarnaast veel kwaliteiten. Zo heeft het bedrijf een karakteristiek ensemble van gebouwen in eigendom en is het plangebied gelegen in het cultuurhistorisch waardevolle kampenlandschap. Deze cultuurhistorische kwaliteiten wil het bedrijf ook na de uitbreidingsplannen blijven behouden en uitstralen.

4.2

Uitgangspunten

Sinds de vestiging van Vitalis aan de Hengelderweg in 1994 heeft het bedrijf een organische groei doorgemaakt. Dit wordt onder andere zichtbaar in uitstraling en compositie van de huidige bebouwing. Het geheel is een ensemble van diverse gebouwen en bouwwerken die qua bouwstijl uiteenlopen. Desondanks ligt het geheel van bebouwing ingebed in het landschap. Dit komt door de natuurlijke beschutting die het perceel geniet door de aanwezigheid van verschillende bomenrijen en groenstroken. Vanaf de Hengelderweg wordt het zicht op de bedrijfsgebouwen daardoor minder ervaren. In het ontwerp zijn een aantal uitgangspunten meegenomen waaronder: Beperkte zichtbaarheid op bedrijvigheid Bescherming cultuurhistorisch waardevolle elementen Erfuitstraling bebouwing Landschappelijke versterking Verbeterde routing en veiligheid Deze ontwerpuitgangspunten komen tot uiting in een ontwerp waarbij de nieuwe bedrijfsruimte in materiaal en donkere kleurstelling refereert aan een traditioneel gebouw op een boerenerf. In het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1) zijn daarnaast extra richtlijnen opgesteld voor de uitstraling van de toekomstige uitbreidingen. In de uitbreidingsmogelijkheden zal ook bouwvlak worden weggenomen aan de voorzijde van het perceel en worden toegevoegd aan de achterzijde (westzijde) van het perceel.

Het bedrijf zal daarom in het nieuwe bestemmingsplan niet kunnen uitbreiden rondom het karakteristieke ensemble. Hiermee blijft de markante ligging gewaarborgd. Daarnaast wordt landschappelijk aangeplant om het directe zicht te ontnemen op de bedrijfsgebouwen.

18

Hengelderweg 6/6A, Voorst

4.3

Het ontwerp

Afbeelding 9 - Uitsnede inrichting (bron: AAB). Binnen het uitbreidingsplan zijn er verschillende bedrijfsgebouwen die in aanmerking komen voor uitbreiding en vernieuwing. De huidige bedrijfsruimte achter de karakteristieke boerderij zal als eerste worden vernieuwd en uitgebreid. Deze uitbreiding is noodzakelijk voor diverse zaadprocessen waarbij de hygiëne en routing belangrijke aspecten zijn. De uitbreiding is uitgewerkt in het Beeldkwaliteitsplan Vitalis. Zoals eerder gesteld heeft het gebouw een donkere kleurstelling waarmee het refereert aan een traditioneel gebouw op een boerenerf. In totaal zal de huidige bedrijfsruimte met 248 m2 oppervlak worden uitgebreid. In de nieuwe situatie zal de bedrijfsruimte een oppervlakte van 750 m2 hebben. Het gebouw zal een goothoogte hebben van circa 4,5 meter en een nokhoogte van circa 8 meter. Overige bedrijfsgebouwen zullen ook in ontwerp moeten refereren aan een traditioneel boerenerf. Hier is in het beeldkwaliteitsplan eveneens aandacht naar uitgegaan door middel van meerdere referenties. Binnen het nieuwe bouwvlak zal Vitalis gedurende de komende jaren circa 1755 m2 willen uitbreiden. Het totaal aan bedrijfsgebouwen zal daardoor oplopen tot maximaal 3215 m2. Het bouwvlak zal hiervoor zoals gesteld van vorm veranderen.

Zowel vanuit stedenbouw, als vanuit cultuurhistorie is het immers wenselijker dat de bedrijfsuitbreiding niet tot voor aan de straatzijde plaatsvindt maar aan de achterzijde, buiten het zicht. Over deze uitbreiding heeft binnen het regionaal overleg met omliggende gemeenten en de provincie Gelderland afstemming plaatsgevonden. Naast de toe te voegen bebouwing is in onderhavig plan ook naar de routing, logistiek en veiligheid op het terrein gekeken. Het vrachtwagenverkeer zal in de nieuwe situatie om de bestaande bedrijfswoning heenrijden. Hierdoor hoeven vrachtwagens niet te steken op de Hengelderweg of het bedrijfsperceel. Hiermee zal de veiligheid voor zowel werknemers als omwonenden verbeteren. Ten behoeve van de aangepaste routing zal een nieuwe inrit ten zuiden van de bedrijfswoning aan de Hengelderweg moeten worden gemaakt. De logistieke route verplaatst zich hiermee naar de zuidzijde van het perceel.

19

Hengelderweg 6/6A, Voorst

4.3.1

De bebouwing

Onderhavig plan omhelst de uitbreidingsplannen van Vitalis op korte en lange termijn. Het bestemmingsplan biedt daarom ruimte om organisch door te groeien in de toekomst. Op korte termijn komt de huidige verwerkingsruimte in aanmerking voor uitbreiding en vernieuwing. Hier is al een concrete uitwerking voor gemaakt. Deze zal hieronder worden toegelicht. De te ontwerpen uitstraling van de toekomstige uitbreidingen, is eveneens vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan om samenhang te garanderen. Ook deze zal kort worden toegelicht in deze paragraaf.

Afbeelding 10 - Impressie van de bebouwing (bron: AAB). In het ontwerp refereert de hoofdvorm van de nieuwe bedrijfsruimte naar een agrarische typologie. Er is gekozen voor een combinatie van plaatmaterialen, hout en glaspartijen welke door middel van kleurcontrasten, schuifluiken en insneden het gebouw van een eigentijds karakter voorzien. De agrarische typologie is passend in het bebouwingsbeeld op het erf, maar ook in de wijdere omgeving van het buitengebied. Door deze uitstraling na te streven, refereert het erf dan ook naar een traditioneel boerenerf met passende, maar eigentijdse bebouwing. De bedrijfsruimte zal een zadeldak krijgen met symmetrische dakhellingen en een insnede aan de achterzijde. Om ook de bovenverdieping functioneel te kunnen gebruiken is gekozen voor een langgerekte dakkapel welke de werkruimtes van daglicht zal voorzien. De dakkapel zal worden gerealiseerd in eenzelfde kleurstelling als de dakhelling om de visuele impact te beperken. Het dak zal aan de oostzijde worden gerealiseerd met een wolfseind, om de zichtbaarheid vanaf naastgelegen woonbestemming zo veel als mogelijk te beperken. De nieuwbouw is zodanig gepositioneerd en ontworpen, dat het gebouw vanaf de straatzijde visueel ondergeschikt is aan het karakteristieke ensemble. De massa van het bouwwerk is daarnaast ook passend op en traditioneel boerenerf.

Door de afstand tussen de karakteristieke bebouwing en de nieuw te realiseren bebouwing te behouden blijft het cultuurhistorisch waardevolle ensemble het vooraanzicht. Het ensemble blijft zo de aandacht op zich vestigen.

20

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Afbeelding 11 - Vooraanzicht impressie (bron: AAB). De uitgangspunten voor het ontwerp van de bedrijfsruimte zullen ook van toepassing zijn op de later uit te breiden bedrijfsgebouwen. Ook bij het ontwerp van deze gebouwen zal de referentie naar de traditionele agrarische gebouwen centraal staan. Het eigentijdse karakter wat de verwerkingruimte zal hebben vormt ook hier weer een uitgangspunt. Bijvoorbeeld de eenduidige vormen, donkere kleurstellingen en het gebruik van veel plaat- en houtmaterialen. Uitgangspunten bij het ontwerp van zowel de nieuwe bedrijfsruimte als de in de toekomst uit te breiden bedrijfsgebouwen staan beschreven in het Beeldkwaliteitsplan Vitalis. 4.3.2

Erf en landschap

Aan zowel de zuid- als westzijde van het plangebied zijn 2 struwelen gelegen welke bestaan uit lage en hoge begroeiing, zoals de eik en de populier. Beide struwelen worden verder verdicht met streekeigen begroeiing zoals de wilg, Gelderse roos, meidoorn, sprokehout, els, hulst en kardinaalsmuts. Ten behoeve van een veilige en betere doorstroom zal daarnaast aan de zuidzijde van het erf een nieuwe inrit worden gerealiseerd. Door dit te doen hoeven vrachtwagens niet te keren op het terrein op te steken op de Hengelderweg om te draaien. Verkeerstechnisch ontstaat hierdoor een veiligere situatie voor werknemers, omwonenden en voorbijgangers. De bestrating op het terrein zal bestaan uit klinkers, gelijk aan de huidige inrit. Om zowel deze inrit als de bedrijfsgebouwen aan het zicht te onttrekken zal een nieuw struweel worden aangeplant om het zicht op de bedrijfsgebouwen vanaf de Hengelderweg te beperken. Dit struweel wordt gevormd door streekeigen begroeiing, waaronder de hazelaar, hulst, liguster en vuilboom. Met dit struweel worden de bedrijfsgebouwen als het ware 'ingepakt' waarmee het solitair gelegen bedrijf landschappelijk goed wordt verborgen in het landelijke omgevingsbeeld. Op het erf zal daarnaast ook inpassing plaatsvinden met boerenerfbeplanting, en een 'binnentuin' tussen het karakteristieke ensemble en de nieuwe bedrijfsruimte in.

De parkeerplaats aan de overzijde van de straat zal daarnaast worden ingepast met een beukenhaag. Hierdoor worden voertuigen van werknemers en bezoekers minder ervaren wanneer deze gebruik maken van de parkeerplaatsen.

4.4

Ruimtelijke afweging

Op de locatie aan de Hengelderweg 6 in Voorst wil Vitalis Biologische Zaden B.V. zich uitbreiden met de nieuwbouw van een bedrijfsruimte. In hoofdstuk 3 komt duidelijk naar voren dat de bedrijfsvoering van het bedrijf anders is dan die van een regulier glastuinbouwbedrijf. Bijvoorbeeld het belang van een geïsoleerde ligging, aangezien verplaatsing naar een clusteringslocatie niet mogelijk is doordat bodemgesteldheid een cruciale rol speelt (zie 3.3.2). Dit voorgaande in relatie met het belang als onderzoekslocatie voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen zorgt ervoor dat er afgeweken kan worden van het beleid. 21

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Het plangebied ligt echter wel in de kleinschalige verkavelingsstructuur van het coulissenlandschap nabij Voorst. De ruimtelijke inpassing van de uitbreiding is dan ook een belangrijk onderdeel in het ontwerp. Met het ontwerp wordt gerefereerd aan de boerderij-typologie. Het is hierbij van belang dat het bedrijf in de huidige situatie laat zien dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de omgeving en de inpassing van het bedrijf. Dit zit ook verweven in de biologische bedrijfsvoering van Vitalis. Dit komt naar voren in de versterking van het landschap met de realisatie van een groene omgeving. Onder andere het toevoegen en versterken van houtopstanden en bloemstroken vergroot de geschiktheid van het gebied voor insecten en vogels. Dit zorgt voor vergroting van de biodiversiteit op het bedrijf en in de omgeving. Het bedrijf heeft immers baat bij een landelijke uitstraling als producent van biologische zaadproducten. De uitbreiding van de bedrijfsruimte vindt plaats bij de karakteristieke boerderij en schuur. Dit hoeft de uitbreiding van het bedrijf echter niet in de weg te staan. Wel vergt deze nabijheid een flinke ontwerpopgave. Door de uitbreiding vorm te geven in een schuurvolume, past de nieuwbouw bij de oude boerderij. Hiermee blijft de identiteit van het oude agrarische erf behouden, ondanks de schaal van het gebouw.

Verder heeft de uitbreiding van het bedrijf geen grote verkeersaantrekkende gevolgen voor de omgeving. De aan- en afvoer vindt veelal plaats via bestelbussen. De vervoersbewegingen met een vrachtwagen vinden minimaal plaats, gelijk aan de huidige situatie. Gelet op het bovenstaande bestaan er tegen de uitbreiding van Vitalis Biologische Zaden B.V. op voorhand geen ruimtelijke bezwaren.

22

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan de randvoorwaarden vanuit diverse omgevingsaspecten (onder andere milieu, flora en fauna, archeologie en water). Hierbij wordt ook ingegaan op de resultaten van uitgevoerd onderzoek ten behoeve van genoemde aspecten.

5.2

Milieu-onderzoeken

5.2.1

Bodem

Ten behoeve van eerdere planvorming in 2016 heeft Vitalis Biologische Zaden B.V. opdracht gegeven De Klinker Milieu om een verkennend bodemonderzoek uit te voeren op locatie (zie Bijlage 4). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de uitbreiding van het zaadveredelingsbedrijf Vitalis Biologische Zaden B.V. De bestemmingsplanwijziging is noodzakelijk omdat de het gewenste oppervlakte uitbreiding bedrijfsgebouwen niet mogelijk is binnen het huidige bestemmingsplan. Doelstelling van het onderzoek is het verkrijgen van een beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek is op een tweetal locaties onderzoek uitgevoerd; op de locatie van de te vernieuwen en uit te breiden verwerkingsruimte en ter plaatse van destijds geplande kas. Omdat deze tweede locatie niet relevant is voor dit bestemmingsplan wordt deze locatie in deze paragraaf buiten beschouwing gelaten (op locatie werden geen verontreinigingen aangetroffen die het gebruik in de weg zaten). Bij de toekomstige verwerkingsruimte zijn in de bovengrond plaatselijk sporen van baksteen of puin aangetroffen (onder de klinkerverharding). De licht puinhoudende bovengrond is weliswaar licht verontreinigd met minerale olie en PAK, maar voldoet aan de maximale waarde voor industrie. In overige boven- en ondergrondmengmonsters zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen.

In het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium aanwezig. De conclusie is dat het terrein op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Een algemene opmerking die De Klinker Milieu maakt, is dat voor de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het besluit Bodemkwaliteit. Gezien het verkennende karakter van het onderzoek is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreiniging niet zijn ontdekt, ondanks de zorgvuldigheid van het onderzoek. Eindconclusie De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven geen milieuhygiënische belemmeringen voor onderhavig plan en het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de verwerkingsruimte op het onderzochte gedeelte van de locatie. 5.2.2

Geluid

In opdracht van Vitalis Biologische Zaden B.V. is door AAB Nederland een akoestisch onderzoek uitgevoerd in kader van de Wet geluidhinder [Wgh]. Op basis van de Wgh zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening gehouden moet worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Door Artikel 76 Wgh is het bij de vaststelling van een bestemmingsplan verplicht, om bij de gronden die behoren tot een geluidszone, de grenswaarden in acht te nemen wat betreft de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo'n bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek worden gedaan naar die geluidsbelasting. Onderzocht zijn de te verwachten geluidbelastingen op de gevels van woningen van derden door de toekomstige uitbreiding en het manoeuvreren van de vrachtwagens aan de Hengelderweg 6 in Voorst (zie Bijlage 3) 23

Hengelderweg 6/6A, Voorst

Uit het rapport blijkt dat het gemiddelde geluidsniveau op de gevels van de woonhuizen (Gravenstraat 9, Hengelderweg 1 en 4) nergens de maximale grenswaarde overschrijdt, zoals gesteld in het Activiteitenbesluit. De hoogst bepaalde etmaalwaarde is bij de Hengelderweg 4, deze bedraagt 45,9 dB(A) voor de minimale variant en 46,1 dB(A) waar 50 dB(A) is toegestaan. Deze etmaalwaarde wordt bepaald door de nachtperiode. Bij de Hengelderweg 4 is eveneens de hoogste waarde bepaald voor het piekniveau. Deze bedraagt 55,2 dB(A) voor zowel de minimale als maximale variant waar 70 dB(A) is toegestaan. Dit piekniveau wordt veroorzaakt door het afblazen van remlucht door de vrachtwagens. Dit is maximaal drie maal per dag, bij het laden en het lossen. De maximale etmaalwaarde met betrekking tot indirecte hinder blijft ruim binnen de gestelde voorkeurswaarde van 50 dB(A). Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat Vitalis Biologische Zaden B.V. voldoet aan de eisen die gesteld zijn in het Activiteitenbesluit. 5.2.3

Luchtkwaliteit

De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn sinds november 2007 vastgelegd in de Wet milieubeheer, in titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen (ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'). In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de Wet luchtkwaliteit bestaat uit in Europees verband vastgestelde normen voor maximumconcentraties voor een aantal luchtvervuilende stoffen. In Nederland kunnen met name fijn stof (PM10) en stikstofoxiden (NO2) problemen opleveren met betrekking tot overschrijding van de grenswaarden. Fijn stof wordt grotendeels veroorzaakt door grote industriële bronnen en het wegverkeer, NO2 wordt voornamelijk veroorzaakt door wegverkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden zoals het vaststellen van bestemmingsplannen of het afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wabo gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat: 1. het bestemmingsplan c.q. de afwijking niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; 2. de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan c.q. de afwijking per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft; 3. het bestemmingsplan c.q. de afwijking niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen.

Sinds 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Volgens het NSL draagt een project 'niet in betekenende mate' (Nibm) bij zo lang de concentratie fijn stof of stikstofdioxide niet meer dan 3% bedraagt. Volgens de regeling Nibm wordt die grens pas overschreden bij bijvoorbeeld woningbouwprojecten van meer dan 1.500 woningen of kantoorlocaties met meer dan 10.000 m2 bruto vloeroppervlak. Verder stelt de regeling Nibm voor verwarmde glastuinbouw een omvangsgrens van een nieuw bedrijf (of uitbreiding van een bestaand bedrijf) van 2 hectare oppervlakte (3% criterium). Deze oppervlaktegrens geldt zowel voor energie-intensieve als energie-extensieve teelt. Voor ontwikkelingen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding van bedrijfsgebouwen op de bestaande locatie mogelijk. Hoewel Vitalis Biologische Zaden B.V. geen regulier glastuinbouwbedrijf is, maakt dit voor de gestelde Nibm-grens geen verschil. Deze grens is niet afhankelijk van het type gewasteelt, of de technische uitrusting. Het bedrijf valt met zijn zeer beperkte kasoppervlak ruim onder de gestelde oppervlaktegrens in de regeling Nibm. Daarnaast vindt er een minimale toename in extra verkeersbewegingen plaats en is er geen sprake van een gevoelige bestemming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11812824/1