CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Bandijk 25, Terwolde12.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

27

Bandijk 25, Terwolde

4.9.2

Onderzoek

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2015 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De weg betreft de Twelloseweg ten zuiden van het plangebied. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021; 11,46 µg/m³ voor NO2, 14,79 µg/m³ voor PM10 en 8.33 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6.0 dagen. Op basis van de NIBM-tool is nagegaan wordt de bijdrage van het extra verkeer (zie paragraaf 4.3) op de luchtkwaliteit is. In figuur 4.7 is een uitsnede van de berekening opgenomen. Hieruit blijkt dat het project niet-in-betekende-mate bijdraagt.

Figuur 4.7 uitsnede NIBM-tool (Bron: rijksoverheid) 4.9.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10

Externe veiligheid

4.10.1 Algemeen Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR drukt de kans per jaar uit dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval indien hij zich onafgebroken (24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt 28

Bandijk 25, Terwolde

overschreden. 4.10.2 Onderzoek Voor dit aspect is de risicokaart van de Atlas Leefomgeving geraadpleegd. In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Ten oosten van het plangebied ligt de vaarweg ‘Corridor Rijn-Oost-Nederland’ (de IJssel) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Ten zuiden van het plangebied ligt een aardgasleiding. Verder zijn er geen relevante risicobronnen in de omgeving aanwezig. Binnen het plangebied worden (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Hieronder worden de risicobronnen beschreven ten opzichte van het plangebied.

Corridor Rijn-Oost-Nederland Het plangebied ligt op 180 meter van de kade van de IJssel (Corridor Rijn-Oost-Nederland). Het plangebied ligt binnen het explosie gebied van de vaarweg ‘Corridor Rijn-Oost-Nederland’. Op basis van de risicokaart wordt hier enkel LF1 en LF2 over vervoerd en kent de transportroute een invloedsgebied van 35 meter. Het plangebied valt buiten de PR 10-6 contour en invloedsgebied van deze transportroute.

Aardgasleiding A-651 Het plangebied ligt op circa 70 meter van de aardgasleiding. Met het bestemmingsplan wijzigt alleen het gebied waar de ciderij, winkel en horecafunctie beoogd zijn. Dit gebied ligt op een afstand van circa 100 meter tot de risicobron. Het invloedsgebied (1% letaliteitscontour) van de aardgasleiding is 170 meter waar het plangebied binnen valt. Voor de beoogde ontwikkeling is dan ook een QRA (kwantitatieve risicoanalyse) uitgevoerd door AVIV (2023), zie Bijlage 9. Uit de QRA blijkt dat het plangebied buiten de PR 10-6 contour ligt en dat het berekende groepsrisico 0 is. Het groepsrisico is de kans dat meer dan 10 mensen te komen overlijden. Gezien de ligging in het invloedsgebied van de buisleiding is een beperkte verantwoording groepsrisico voor het plangebied gegeven.

Beperkte verantwoording groepsrisico In het kader van het wettelijk vooroverleg zal voor de verantwoording aanvullend advies gevraagd aan de veiligheidsregio. Dit advies zal in de verantwoording verwerkt worden.

Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn.

De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van en incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering te allen tijde een belangrijke rol.

Het plangebied wordt ontsloten op de Bandijk. De Bandijk is een doorgaande weg waarmee het plangebied direct aangesloten is op het regionale wegennet. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan het plangebied bijvoorbeeld via de Bandijk vanaf de noordelijke en zuidelijke richting bereikt worden om een mogelijke brand te blussen. Daarnaast kan via de Bandijk van de bron af worden gevlucht.

Zelfredzaamheid 29

Bandijk 25, Terwolde

Ter plaatse van het plangebied wordt een ciderij, winkel en horecafunctie gerealiseerd. De aanwezige personen zullen over het algemeen dan ook zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden.

Het voor het groepsrisico maatgevende scenario is een zogenoemde BLEVE. De effecten van een koude en warme BLEVE zijn hittestraling, overdruk en scherfwerking. Het slachtofferbeeld wordt voornamelijk bepaald door de hittestraling en niet door de overdruk. Gebouwen kunnen bescherming bieden tegen de hittestraling, maar moeten dan wel bestand zijn tegen de overdruk. Afhankelijk van de situatie en de inrichting van de omgeving kan het handelingsperspectief verschillen. Snel reageren is bevorderlijk. Om dekking te zoeken is een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. Wanneer gebouwen ontbranden of instorten is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. Wanneer gebouwen wel bestand zijn tegen de hittestraling, dienen personen binnen te blijven.

Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media. 4.10.3 Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een aardgasbuisleiding. Uit de groepsrisico berekeningen blijkt dat er geen berekend groepsrisico is. Uit de beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in de omgeving geen relevante risicobronnen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt dan ook geen belemmering voor het plan.

4.11

Kabels en leidingen

4.11.1 Algemeen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.11.2 Onderzoek Zoals beschreven in paragraaf 4.10 Externe veiligheid ligt net buiten het plangebied een aardgasleiding. In deze paragraaf is geconcludeerd dat het geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. In en nabij en plangebied zijn geen andere planologische relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen aangetroffen. 4.11.3 Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling,

30

Bandijk 25, Terwolde

4.12

Niet gesprongen explosieven

Door REASeuro is voor het plangebied een Oriënterend Onderzoek Niet Gesprongen Explosieven uitgevoerd, zie Bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat geen verhoogde kans bestaat op het aantreffen van NGE (niet gesprongen explosieven). Geadviseerd wordt om de werkzaamheden regulier doorgang te laten vinden, zonder verdere maatregelen. Mocht echter tijdens werkzaamheden spontaan een NGE aangetroffen worden, dan dient het werk direct stilgelegd te worden en de acties zoals beschreven in Bijlage 10 uitgevoerd te worden.

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten.

Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. 4.13.1 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van ciderij, winkel en een horeca functie.

De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije' m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is.

Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld en dit document is opgenomen in bijlage 12.

31

Bandijk 25, Terwolde

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.

5.2

Planregels

Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2

Bestemmingsregels

Bestemming Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor: Gemengd Dubbelbestemming Het komt regelmatig voor dat twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komt de volgende dubbelbestemming voor: Waarde – Archeologie 2, 3 en 5; Waarde - Landschap Waterstaat - Waterkering Waterstaat - Waterstaatkundige functie Ten slotte komen twee gebiedsaanduidingen voor: Overige zone - historische waarden Reconstructiewetzone - verwevingsgebied De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden.

32

Bandijk 25, Terwolde

5.2.3

Overgangs- en slotregels

Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

5.2.4

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels.

Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen.

Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik, uitgezonderd geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en detailhandel in volumineuze goederen en/of grootschalige detailhandel. Deze worden expliciet genoemd als strijdig gebruik bij de desbetreffende bestemmingen.

5.3

Bestemmingen

Gemengd De bestemming gemengd is toegekend aan het gehele plangebied. Als basis van het artikel is aangesloten op de nu bestaande bedrijfsbestemming ter plaatse met daarbij de toevoeging van een tweetal functies namelijk horeca met terras en educatieve functie. Voor de bedrijfsfunctie zijn bedrijven tot en met categorie 2 van de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, waaronder een ciderij toegestaan. Ook voor de horecafunctie is horeca tot en met categorie 1 van de bij dit plan behorende Staat van Horeca-activiteiten toegestaan. Ten slotte zijn kleinschalige educatieve, informatieve en sociaal-culturele functies, waaronder een tentoonstelling toegestaan.

Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd daarbij is de bestaande oppervlakte, bouwen goothoogte vastgelegd. Een bedrijfswoning is niet toegestaan. Daarnaast mag niet meer dan 90 m2 gebruikt worden voor horeca-activiteiten en is het oppervlakte van het terras vastgelegd op een maximale omvang van 200 m2.

Waarde - Archeologie (2, 3 en 5) Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van bepaalde werkzaamheden.

33

Bandijk 25, Terwolde

De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover ingeval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud overeenkomstig de toegekende bestemming.

Waarde - Landschap Voor de verschillende zone uit het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is één dubbelbestemming Waarde - Landschap opgenomen. De aangewezen beschermingszones Natte Landnatuur en Weidevogel- en ganzengebieden binnen de dubbelbestemming Waarde - Landschap aangegeven door middel van een specifieke functieaanduiding. In de bestemmingsomschrijving zijn de aanwezige landschappelijke waarden omschreven. Om de aanwezige waarden te beschermen of te versterken, is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen. Middels regels wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bepaalde werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die een aantasting van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden dan wel de cultuurhistorische waarde betekenen. Dit vergunningenstelsel is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden binnen het bouwvlak. Voor elke zone is dit vergunningenstelsel gelijk. De mate waarin de werken of werkzaamheden van belang zijn, dient per waarde afzonderlijk bepaald te worden op het moment van de aanvraag.

Indien er ontwikkelingen plaatsvinden in het gebied die via een afwijkingsregel of een wijzigingsbevoegdheid worden mogelijk gemaakt, dient tevens te allen tijde rekening gehouden te worden met de waarden zoals opgenomen in de bestemmingsomschrijving.

Waterstaat - Waterkering Voor waterkeringen is de functie tot uitdrukking gebracht in de dubbelbestemming Waterstaat Waterkering. Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de onderliggende bestemming is uitsluitend toegestaan als hiervoor vergunning is verleend door het bevoegd gezag. Vergunning wordt verleend als de functie hierdoor niet onevenredig worden geschaad. Het bevoegd gezag wint hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de beheerder, voordat ze beslist op het verzoek om af te wijken.

Waterstaat - Waterstaatkundige functie Dit artikel is opgenomen om de 'ruimte voor die rivier' te waarborgen.

5.4

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

5.4.1

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan.

34

Bandijk 25, Terwolde

5.4.2

Afwijking

Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden.

35

Bandijk 25, Terwolde

Hoofdstuk 6 6.1

Overleg en inspraak

Inspraak

De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Met betrekking tot de inspraak bevat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geen procedureregels en is in de Wro zelf niet verplicht gesteld.

In het mandaatbesluit Wro, horen en inspraak heeft de gemeenteraad van Voorst besloten dat het college van burgemeester en wethouders inspraak verleend indien het bestemmingsplan tot gevolg kan hebben dat de ruimtelijke structuur van de gemeente ingrijpend wordt gewijzigd. Voorliggend plan betreft een ontwikkeling op slechts één perceel, die passend is binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid. Het onderhavig plangebied is gering van omvang en de ruimtelijke consequenties zijn beperkt. Daarom is er geen gelegenheid tot inspraak.

Besloten is om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen, uiteraard wel met behoud van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. 6.1.1

Communicatie met omwonenden

Met de omwonenden en andere belanghebbende heeft een intensief traject plaatsgevonden om tot een goede invulling te komen van het gemaalcomplex. Het eindproduct is een rapport met daarin een viertal varianten. Tijdens verschillende ontwerp sessies en gesprekken is dit tot stand gekomen. In bijlage 11 is dit rapport opgenomen.

6.2

Vooroverleg

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties.

Het Rijk Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Provincie Gelderland Het plan zal voor besproken worden met de provincie. De reactie wordt hier opgenomen.

Waterschap Vallei en Veluwe Op grond van de digitale watertoets heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Vanuit het waterschap bestaan geen bezwaren tegen de plannen.

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) Het plan wordt nog voorgelegd aan de VNOG hun reactie zal hier opgenomen worden.

36

Bandijk 25, Terwolde

6.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 14 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende die termijn kon een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar maken. Van de mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13795685/2