CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

gemeenteraad 4 maart 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Bandijk 25, Terwolde12.153 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Bandijk 25, Terwolde Planfase vastgesteld

Bandijk 25, T erwolde

Bandijk 25, Terwolde

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 4 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie

8 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid 3.6 Welstandsnota

10 10 10 12 13 14 15

Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Inleiding 4.2 Omgevingsaspecten 4.3 Verkeer en parkeren 4.4 Archeologie 4.5 Cultuurhistorie 4.6 Water 4.7 Milieuzonering 4.8 Geluid 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Externe veiligheid 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Niet gesprongen explosieven 4.13 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

16 16 16 18 19 20 20 25 26 27 28 30 31 31

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Planregels 5.3 Bestemmingen 5.4 Flexibiliteit in het bestemmingsplan

32 32 32 33 34

Hoofdstuk 6 Overleg en inspraak 6.1 Inspraak 6.2 Vooroverleg 6.3 Zienswijzen

36 36 36 37

2

Bandijk 25, Terwolde

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Bandijk 23-25 te Terwolde staat het gemaal Terwolde. Het gemaalensemble bestaat uit het gebouw van het huidige elektrische gemaal (gemaal Mr. A.C. Baron van der Feltz) en het naastgelegen gebouw van het oude (stoom)gemaal dat is omgebouwd tot dienstwoning en tot voor kort in gebruik was als woonhuis. In het kader van de Erfgoed Deal Nieuw Drassig Land worden het erf en het gebouw van het oude stoomgemaal zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat teruggebracht. Het waterschap wil de bestaande functie van het oude (stoom)gemaal inclusief naastgelegen schuur en erf verbreden.

Voor de functieverbreding is een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd samen met de gemeente Voorst en Open kaart. Met het voorliggend bestemmingsplan worden verschillende functies mogelijk gemaakt in het gebouw naast het oude (stoom)gemaal en op het erf. Het gaat om de functies; bedrijven tot en met categorie 2, kleinschalige horeca tot categorie 2 met een terras en een educatieve functies waaronder een tentoonstelling.

De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend stuk vormt de toelichting op dit bestemmingsplan.

1.2

Het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Bandijk 23-25 te Terwolde. Ten oosten van het plangebied is de IJssel gesitueerd. In figuur 1.1 is het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven en in figuur 1.2 is de contour van het plangebied weergegeven. Het plangebied staat bekend als kadastrale gemeente Voorst, sectie O en perceelnummer 267.

3

Bandijk 25, Terwolde

Figuur 1.1. Situering van de locatie in de omgeving (bron: Rho Basisviewer)

Figuur 1.2. Contour van het plangebied (bron: Rho Basisviewer)

1.3

Geldende bestemmingsplan

1.3.1

Algemeen

Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Dit plan is door de gemeenteraad van Voorst vastgesteld op 28 februari 2013. Naderhand zijn er twee herzieningen vastgesteld en uiteindelijk zijn deze herzieningen samengevoegd in het de geconsolideerde bestemmingsplan 'buitengebied, geconsolideerde versie'. In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.

4

Bandijk 25, Terwolde

Figuur 1.3. Uitsnede plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.3.2

Bestemmingen

Op basis van het geconsolideerde bestemmingsplan heeft de gronden in het plangebied de bestemming 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan die zijn vermeld in de 'Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten' horende bij het geldende bestemmingsplan. Het plangebied heeft de functieaanduiding 'nutsvoorzieningen'. Het is toegestaan om voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie te realiseren. In het plangebied is één bouwvlak aanwezig en ter plaatse geldt een maximum goothoogte van 4 meter met een maximum bouwhoogte van 10 meter. De maximale toegestane oppervlakte ter plaatse is 785 m2.

In het plangebied komen meerdere dubbelbestemmingen voor: Waarde archeologie 2 In het plangebied heeft een deel van de gronden de dubbelstemming 'Waarde Archeologie 2' opgenomen. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 30 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld, moet alvorens een archeologisch onderzoek worden verricht wanneer het gaat om ongeroerde gronden.

Waarde archeologie 3 In het plangebied heeft een deel van de gronden de dubbelstemming 'Waarde Archeologie 3' opgenomen. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld, moet alvorens een archeologisch onderzoek worden verricht wanneer het gaat om ongeroerde gronden.

5

Bandijk 25, Terwolde

Waarde archeologie 5 In het plangebied heeft een deel van de gronden de dubbelstemming 'Waarde Archeologie 5' opgenomen. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m², en dieper dan 30 cm beneden het maaiveld, moet alvorens een archeologisch onderzoek worden verricht wanneer het gaat om ongeroerde gronden.

Waarde - Landschap Het plangebied heeft ook de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap'. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, de bescherming, het herstel en/of de versterking van de in het gebied aanwezige landschappelijke waarden en het behoud en de ontwikkeling van de ecologische waarden.

Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de waterkering.

Waterstaat - Waterstaatkundige functie Deze gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - bestemd voor water, waterhuishoudkundige- en waterstaatsdoeleinden, en het beheer en onderhoud ervan. Ook zijn de gronden bestemd ten behoeve van de afvoer en berging van water, sediment en ijs. Daarnaast voor de vergroting, de bescherming en het behoud van de beschikbare afvoer- en bergingscapaciteit. Deze bestemming staat ook de aanleg, onderhoud en verbetering van de hoofdwaterkering toe. Binnen deze bestemming mogen behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals duikers, keerwanden en merktekens worden aangelegd.

Ten slotte komen twee gebiedsaanduidingen voor: Overige zone - historische waarden Deze gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - bestemd voor het behoud en een samenhangend beheer van de Veluwse Bandijk en de Appensedijk.

Reconstructiewetzone - verwevingsgebied Ter plaatse van de bestemming agrarisch zijn de gronden - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - de uitoefening van een intensieve veehouderij . 1.3.3

Strijdigheid

Ter plaatse van het plangebied zijn bedrijven toegestaan tot en met een milieucategorie 2. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ter plaatse meer functies mogelijk gemaakt. Het gaat om de functies; horeca categorie 2, educatieve functies, waaronder een tentoonstelling en ook terrassen.

1.4

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan "Bandijk 25, Terwolde" bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, 6

Bandijk 25, Terwolde

behandeld; In hoofdstuk 6 wordt ten slotte op de procedure van (voor)overleg en zienswijzen ingegaan.

7

Bandijk 25, Terwolde

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Aan de Bandijk 23-25 ligt het gemaal Terwolde. Dit is een van de weinige overgebleven gemalen uit de eindperiode van de bemaling met stoomkracht. Dit stoomgemaal, met de naam Mr. A.C. van der Feltz , is gebouwd in de periode 1916-1919. In de jaren '50 van de vorige eeuw zijn veel stoomgemalen in Nederland vervangen door elektrische gemalen. Het gemaal Terwolde is uniek, aangezien gekozen is voor een nieuw bijgebouw met elektrisch gemaal. Het voormalige stoomgemaal is tussentijds verbouwd tot dienstwoning voor de machinist die het gemaal bediende. In de huidige situatie beschikt het gebouw over één elektrisch gemaal die actief is om de waterstanden te verlagen in het achterliggende gebied.

Het plangebied betreft het voormalige stoomgemaal inclusief naastgelegen schuur en erf. Daarbij ligt binnen het plangebied binnen een waterkering. Het stoomgemaal heeft een oppervlakte van 75 m2 en een schuur van 90 m2. Daarnaast vindt buitenopslag plaats van materialen van het waterschap. Het gemaal (voormalige dienstwoning) wordt nu gebruikt als tijdelijk kantoorruimte voor het waterschap. De naastgelegen schuur heeft geen functie en staat leeg. In figuur 2.1 is luchtfoto met daarop indicatief het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1 luchtfoto huidige situatie (Bron: Cyclomedia)

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Het waterschap wil de bestaande functie van het oude (stoom)gemaal inclusief naastgelegen schuur en erf verbreden. Voor de functieverbreding heeft het waterschap samen met de gemeente Voorst aan de bewoners en ondernemers gevraagd om te komen met plannen voor de herbestemming van het gemaal. Uit de vier aangemelde plannen is gekozen om een cidermaker de ruimte te geven om ambachtelijke cider te maken van appels en peren afkomstig uit de fruitgaarden langs de IJssel. 8

Bandijk 25, Terwolde

Naast het maken van de cider is het de wens om de cider ter plaatse te verkopen op de locatie. Daarnaast wordt op deze locatie een horecafunctie (90 m2) met terras van 200 m2 mogelijk gemaakt om de cider ter plaatse te kunnen schenken. Voor naar de toekomst toe wordt daarnaast ook de mogelijkheid geboden aan een educatieve functie waaronder ook tentoonstellingen. Op het terras kunnen circa 60 gasten aanwezig zijn. In de horecafunctie 40 gasten.

Terrein inrichting Voor de nieuwe inrichting van het terrein is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt van de toekomstige situatie (zie figuur 2.1). Hierbij wordt ruimte geboden aan 25 parkeerplaatsen, een fruitboomgaard en openbaar gebied waar onder andere een terras van 200 m2 (60 gasten) gerealiseerd kan worden. In bijlage 1 is het landschappelijk inpassingsplan voor het gebied opgenomen.

Figuur 2.1 schetsontwerp toekomstige situatie (Bron: Open kaart)

9

Bandijk 25, Terwolde

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het relevante beleidskader van Rijk, provincie en gemeente aan de orde.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.

Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit.

Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. IN de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.

Toetsing aan het beleid De ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van een horecafunctie ter herbestemming van een voormalig stoomgemaal in het landelijk gebied. Het realiseren van een horecafunctie draagt bij aan de toekomstbestendigheid en het leefbaar houden van het landelijk gebied. De planontwikkeling heeft daarnaast geen specifieke betrekking op de andere 21 nationale belangen zoals gesteld in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat ontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten zoals gesteld in de NOVI.

10

Bandijk 25, Terwolde

3.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden.

In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: 'Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied'. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.

De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

Toetsing aan het beleid Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijkingen

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd. Deze wijziging is op 1 juli 2017 in werking getreden. Voor dit project wordt getoetst aan deze regeling, die inhoudt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het project die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er ook gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Volgens jurisprudentie is in beginsel pas sprake van een stedelijke ontwikkeling bij plannen voor meer dan 11 woningen of andere stedelijke functies met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2.

Toetsing aan het beleid De ontwikkeling voorziet in nieuwe functies met minder ruimtebeslag dan 500 m2. Gezien de aard en omvang van deze ontwikkeling, kan deze niet worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de behoefte moet worden beschreven. Het plan is niet in strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

11

Bandijk 25, Terwolde

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld.

In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. Een duurzame economische structuurversterking. 2. Het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied.

Leefomgeving Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang.

Toetsing aan het beleid Gelderland zet zich in om de kwaliteiten van de leefomgeving hoog te houden door onder andere inzetten op unieke voorzieningen en het bewaren van cultuurhistorische waarden. Het initiatief voorziet in de herbestemming van een deel van het cultuurhistorisch gemaal Terwolde. Bij uitvoering van de plannen wordt rekening gehouden met deze cultuurhistorische waarden door zo min mogelijk fysieke ingrepen te verrichten aan het gemaal. De nieuwe functies, kleinschalige horeca met terras en educatieve functie zijn uniek, streekgebonden en educatief. Dit is passend bij de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen.

Van toepassing zijnde artikel Het voorliggend geval betreft een bedrijfsperceel waarbij de bestaande functie van het oude (stoom)gemaal inclusief naastgelegen schuur en erf wordt verbreed. Op basis van de verordening is het artikel 2.56 van toepassing op het plangebied. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan dit artikel.

12

Bandijk 25, Terwolde

Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in de bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen van de omgevingsverordening, niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.

Kernkwaliteiten Nationale landschappen specifiek voor het plangebied: 141 Apeldoorn - Twello KERNKWALITEITEN natuur en landschap Overgangsgebied tussen de Veluwe en de IJsselvallei met alle gradiënten en kwelzones die daarbij horen, overwegend het lage deel; Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe; Ecologische verbinding Oost-Veluwe - IJssel langs de weteringen en het Apeldoorns Kanaal; Ecologische verbinding Fliert: Woudhuis - IJssel; De ecologische verbindingen brengen samenhang in de verspreide natuurelementen, kleine en grote landgoederen en ondersteunen de Groene Mal; Parel Noordijk: landgoedbos op relatief rijke bodem op de overgang van zand naar klei; Ook op andere landgoederen en buitenplaatsen rijke, vochtige bossen; Leefgebied das; Leefgebied kamsalamander; Groene wiggen in de stad en Groene Mal; Cultuurhistorische waarden van o.m. nederzettingen, oude ontginningen (enken) en boerderijen; Landgoederen, o.m. Woudhuis, met natte bosjes; Kleinschalig landschap met veel opgaande landschapselementen en kleinere natuurontwikkelingsgebieden (bijv. Kraaigraaf); Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir. Toetsing aan het beleid In voorliggend geval betreft het voornemen een voormalig gemaalcomplex waar een bredere functie aan wordt gegeven met een educatieve en kleinschalige horecafunctie met terras.

Het plangebied ligt binnen de gronden van het Nationaal landschap maar maakt geen onderdeel uit van het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Nieuwe Hollandse Waterlinie. Met het voornemen wordt de kernkwaliteit van het Nationale Landschap niet aangetast. Voor een goede landschappelijke inpassing van het planvoornemen is in paragraaf 2.2 ingegaan op de inpassing. Daarmee is een zorgvuldig toekomstige invulling van de locatie geborgd. Gelet op het vorenstaande wordt met het voornemen de kernkwaliteiten van het gebied niet aangetast. Het voornemen voldoet daarmee aan de Omgevingsverordening.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030

In de Regionale Structuurvisie heeft de regio Stedendriehoek, waar de gemeente Voorst deel van uitmaakt, ruimtelijk beleid ontwikkeld voor de lange termijn tot 2030. In deze visie worden doelen en beleidsprincipes voorgesteld op basis van een gedeelde visie op de toekomst. De visie heeft de formele status van Intergemeentelijk Structuurplan. Dit betekent dat de structuurvisie richtinggevend is voor de ruimtelijke ontwikkeling.

13

Bandijk 25, Terwolde

De regio Stedendriehoek legt in deze Regionale Structuurvisie de gemeenschappelijke ambities vast voor het zogenaamde bundelingsgebied: het gebied rond Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied, waaronder Voorst. De structuurvisie laat zien hoe deze gemeenten samen streven naar een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling van de Stedendriehoek als geheel. Dit betekent dat de structuurvisie richtinggevend is voor de ruimtelijke ontwikkeling.

Toetsing aan de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 De visie doet geen uitspraken over het beleidsthema functieverandering.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt in 2024 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet wordt het ruimtelijke beleid dynamischer opgesteld, meer ontwikkelingsgericht. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen.

De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV-doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden. Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken. Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomst bestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. Het thema werk, innovatie en recreatie en het thema Omgeving Landschap zijn in dit geval van belang.

Werk, Innovatie en Recreatie Er wordt geïnvesteerd in het versterken van economische netwerken binnen en buiten de gemeente, met prioriteit voor de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en aandacht voor aantrekkelijke entrees en locaties. Het vestigingsklimaat voor bedrijven wordt verbeterd, met bijzondere aandacht voor digitale bereikbaarheid, terwijl duurzaam werken wordt gesteund. Innovatie wordt gezien als een middel om maatschappelijke doelen te bereiken, met nadruk op samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en onderwijs. Het landschap blijft een sleutelelement bij ontwikkelingen in het buitengebied, met ruimte voor een duurzame agrarische sector en bevordering van kleinschalige recreatie-initiatieven. Tevens wordt gekeken naar mogelijkheden voor intensivering van recreatieve functies bij luchthaven Teuge en recreatiegebied Bussloo.

Omgeving en Landschap De Ruimtelijke toekomstvisie van de gemeente Voorst heeft als prioriteit het behouden en versterken 14

Bandijk 25, Terwolde

van de rijke cultuurhistorie en identiteit van het gebied. Nieuwe ontwikkelingen worden sterk geleid door ruimtelijke kwaliteit en lokale kenmerken, met nadruk op verdichting in de kernen en strikte voorwaarden voor het buitengebied. Het behoud en versterking van landschapselementen staan centraal, terwijl nieuwe bedrijvigheid in het buitengebied zorgvuldig wordt afgewogen om het karakter van de omgeving te behouden. De toegankelijkheid van de IJssel wordt vergroot, vooral voor extensieve recreatie, en de entrees van de gemeente, inclusief de afslagen van de A1, worden herzien om beter aan te sluiten bij de landschappelijke kwaliteiten.

Toetsing aan de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst Voorliggend plan betreft de functieverbreding van het bestaande gemalencomplex. Hiermee kunnen passende functies gerealiseerd worden om het cultuurhistorisch waardevolle object in stand te kunnen houden en goede invulling eraan te geven. Hiermee draagt het plan bij aan het behalen van de gestelde doelen in de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst.

3.6

Welstandsnota

Om de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving te bewaken, heeft de gemeente enkele mogelijkheden tot haar beschikking om de kwaliteit van de omgeving te stimuleren. De Welstandsnota is hiervoor een belangrijk kader. In de Welstandsnota worden randvoorwaarden omschreven waaraan bouwplannen moeten voldoen. De randvoorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat er wel enige beleidsvrijheid voor de ontwikkelaar is en de regels niet té sturend zijn. Naast de kaders is er ook een motivatie voor de ruimtelijke kwaliteit in de nota opgenomen met kwaliteitsnormen per deelgebied in de gemeente.

In de Welstandsnota geldt in algemene zin dat de bestaande gebouwde omgeving het kwalitatieve referentiepunt is voor nieuwe bouwwerken. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Een plan dient te voldoen aan de 'redelijke eisen van welstand'.

Toetsing aan de Welstandsnota In aanloop naar de bestemmingsplanprocedure heeft overleg plaatsgevonden met het waterschap en de gemeente over de invulling van het gebouw. Met het voornemen vinden geen nieuwbouw of uitbreiding plaats. Het bestaande gebouw wordt in ere hersteld. Het voornemen sluit dan ook aan op de Welstandsnota.

15

Bandijk 25, Terwolde

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan de randvoorwaarden vanuit diverse omgevingsaspecten (onder andere milieu, flora en fauna, archeologie en water). Hierbij wordt ook ingegaan op de resultaten van uitgevoerd onderzoek ten behoeve van genoemde aspecten.

4.2

Omgevingsaspecten

4.2.1

Bodem

4.2.1.1 Algemeen Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet ingeval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval.

4.2.1.2 Onderzoek Met de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied vinden geen graaf of nieuwbouw werkzaamheden plaats. Voor de renovatie van de gebouwen is asbest onderzoek uitgevoerd door Best Vision (2023), zie Bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat in de dienstwoning en het oude ketelhuis asbesthoudende bronnen zijn aangetroffen. Deze zullen worden voorafgaand aan de verbouwwerkzaamheden verwijderd worden door een asbestsaneringsbedrijf. Hiermee kunnen bodemverontreinigingen en effecten op de menselijke gezondheid uitgesloten worden.

4.2.1.3 Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 4.2.2

Ecologie

4.2.2.1 Algemeen Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.

Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura 2000-gebieden Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan 16

Bandijk 25, Terwolde

het plan alsnog worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst aan het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij'-principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

4.2.2.2 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland, een Natura 2000-gebied of een ander natuurnetwerk. Het plangebied grenst aan het Gelders natuurnetwerk. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft Rijntakken en dit ligt op 30 meter afstand. Rijntakken is een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied.

Gelders Natuurnetwerk Het Gelders natuurnetwerk ligt op een afstand van circa 15 meter aan de overzijde van de Banddijk. Het plangebied maakt geen deel uit van het Gelders natuurnetwerk. Significante negatieve effecten zijn dan ook uitgesloten. Ook op basis van de quickscan natuur (idverde Advies, 2021), zie Bijlage 3, kunnen negatieve effecten op het Gelders Natuurnetwerk uitgesloten worden. Het onderzoeksgebied van de quickscan is groter dan het plangebied. Gezien het plangebied binnen het onderzoeksgebied valt kan de conclusie van de quickscan overgenomen worden.

Natura 2000 Gezien de ligging nabij het Natura 2000-gebied Rijntakken is voor de beoogde ontwikkeling een stikstofberekening en een voortoets uitgevoerd, zie Bijlage 4. Uit de berekening kan een significant negatief effect op natura 2000 uitgesloten worden in de gebruiksfase. Voor de realisatiefase blijkt dat deze fase in vergelijking met de referentie situatie een tijdelijk effect heeft van 0,01 mol/hectare/jaar op 0,07 hectare van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Er is sprake van een toename op twee hexagonen. Uit de voortoets blijkt dat ter plaatse van de relevante hexagonen en het habitattype van goede kwaliteit zijn. Gezien de goede kwaliteit en het een zeer gering tijdelijke toename betreft zijn significante negatieve effecten uitgesloten. Effecten zijn dan ook op voorhand uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

17

Bandijk 25, Terwolde

4.2.2.3 Soortenbescherming Voor de beoogde ontwikkeling is een quickscan natuur uitgevoerd, zie Bijlage 3. Op basis van de quickscan kunnen negatieve effecten op vleermuizen en vogels met jaarrond beschermde nesten niet direct uitgesloten worden. Voor deze soorten is dan ook nader onderzoek uitgevoerd. Verder geldt dat mogelijk algemene broedvogels aanwezig zijn. Hiervoor geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen moet plaats vinden. Indien dit niet mogelijk is, dient een aanvullende inspectie op aanwezigheid van nesten door een ecoloog plaats te vinden en te worden beoordeeld of en op welke wijze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Ook is (altijd) de algemene zorgplicht van kracht. Hiervoor geldt dat de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaten of maatregelen nemen om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

Vleermuizen, Huismus, Huiszwaluw en Gierzwaluw Door idverde advies (2021) is nader onderzoek gedaan naar Vleermuizen, Huismus, Huiszwaluw en Gierzwaluw, zie Bijlage 5. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied vaste verblijfplaatsen en/of essentiële functies herbergt voor huismus, gewone dwergvleermuis, huiszwaluw en gierzwaluw. Deze verblijfplaatsen en functies gaan (zeer waarschijnlijk) verloren bij uitvoering van voorgenomen renovatiewerkzaamheden. Voor deze soorten dient dan ook ontheffing aangevraagd te worden. Onderdeel hiervan is het nemen van maatregelen (voorzorg, mitigatie en/of compensatie). Voor de beoogde ontwikkeling is aanvullend advies gegeven naar de te nemen mitigerende maatregelen, zie Bijlage 6. De maatregelen zullen geborgd worden in de ontheffing aanvraag. Tevens is dit geborgd in het ontwerp van Openkaart. Hiermee kan een significant negatief effect op de beschermde soorten uitgesloten worden.

4.2.2.4 Conclusie Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ecologie geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1

Algemeen

Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is.

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.

In dit geval is voor wat betreft de gemeente Voorst uitgegaan van een stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' (bron: CBS Statline). Gezien de ligging van het projectgebied in het buitengebied kan het gebied aangemerkt worden als 'buitengebied'.

18

Bandijk 25, Terwolde

4.3.2

Onderzoek

In het voorliggend bestemmingsplan wordt de bestaande planologische situatie ter plaatse uitgebreid met een aantal functies. In de nieuwe situatie zijn de volgende functies van toepassing; bedrijven tot en met categorie 2, kleinschalige horeca van categorie 1 met een buitenterras van 200 m2 (60 gasten) en een educatieve functies waaronder een tentoonstelling. Dit dient plaats te vinden in de bestaande bebouwing. Het bestaande gebouw heeft een oppervlakte van 75 m2 en een schuur van 90 m2 waarin de activiteiten plaats zullen vinden. Ten slotte wordt met het voornemen 25 parkeerplaatsen gerealiseerd.

Parkeren De bezoekers van de educatieve functie dan wel de toekomstige ciderij, zullen in principe veelal fietsers en wandelaars zijn, waardoor in beginsel geen behoefte aan parkeerplaatsen voor personenauto's bestaat. In het geval dat toch bezoekers per auto komen kan gebruik worden gemaakt van de parkeervoorzieningen op het eigen terrein (plek voor 25 auto's).

Voor de kleinschalige daghoreca (90 m2) met terras (200 m2) kan sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Op basis van het aantal m2 voor horeca inclusief terras op basis van de locatie, de CROW cijfers voor café/bar/cafetaria (gemiddeld 7 per 100 m2 bvo) een parkeerbehoefte van 21 parkeerplaatsen. Al met al wordt gesteld dat gelet op het aantal parkeerplaatsen op het eigen terrein (25 parkeerplaatsen) in voldoende mate kan voorzien in de parkeerbehoefte ter plaatse.

Verkeer Zoals aangegeven zal de educatieve functie dan wel de ciderij in principe geen verkeersaantrekkende werk hebben. Binnen het plangebied worden 25 parkeerplaatsen gerealiseerd. Ervanuit gaande dat elke parkeerplaatsen twee keer per dag bezet wordt zal in theorie sprake zijn van 100 verkeersbewegingen. Echter wordt verwacht dat deze verkeersbewegingen een worst-case aanname is. Gezien de omvang en capaciteit van de Bandijk wordt gesteld dat dit geen problemen oplevert. 4.3.3

Conclusie

Met het planvoornemen is voldoende rekening gehouden met het aspect verkeer en parkeren.

4.4

Archeologie

4.4.1

Algemeen

Het Rijk en de provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden meegewogen. 4.4.2

Onderzoek en conclusie

In het bestemmingsplan wordt de archeologische dubbelbestemmingen overgenomen die bepaald zijn op basis van de archeologische verwachtingswaarde. Hiermee worden de archeologische waarden beschermd. Binnen het plangebied gelden drie verschillende archeologische verwachtingswaarden zoals beschreven in de planregels.

Voor de oprichting van de ciderij, winkel en horecafunctie worden de bestaande gebouwen gebruikt en hoeven waarschijnlijk geen bodemingrepen te worden verricht. Wanneer graafwerkzaamheden worden verricht dient getoetst te worden aan de regels van de archeologische dubbelbestemming ter plaatse. 19

Bandijk 25, Terwolde

Het aspect archeologie staat het vaststellen van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.5

Cultuurhistorie

4.5.1

Algemeen

Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.

In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan 'een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden' dient te bevatten. 4.5.2

Onderzoek

De bebouwing in het plangebied is een onderdeel van het gemalencomplex wat aangewezen is als een gemeentelijk monument. Voor de aanwijzing als gemeentelijk monument heeft een waardestelling plaatsgevonden. De cultuurhistorische waarde van het gehele gemalencomplex wordt vertegenwoordigd door (samengevat): Situationele en ensemblewaarde in en met polderdistrict Veluwe, het toevoerkanaal en de westoever van de IJssel; Historisch-stedebouwkundige en functionele relatie met de Bandijk; Ensemblewaarde met het stoomgemaal Pouwel Bakhuis te Wapenveld; Ensemblewaarde onderling, de twee gemaalgebouwen naast elkaar; Het voormalige stoomgemaal als een van de jongste relicten uit de laatste periode van het stoomtijdperk; De architectuurhistorische waarde van het elektrisch gemaal Baron van der Feltz; De gebruikshistorische waarde van het elektrisch gemaal Baron van der Feltz; De hoofdvorm en typologie van het vm. stoomgemaal. In bijlage 7 is de cultuurhistorische waardestelling opgenomen.

Het planvoornemen bestaat hoofdzakelijk uit het verbreden van de bestaande functie bedrijf tot en met categorie 2, kleinschalige horeca tot categorie 2 met een terras en een educatieve functies waaronder een tentoonstelling. Specifiek in het plangebied staat het oude stoomgemaal waarmee met de voorgenomen ontwikkeling meer functies worden gegeven. De bebouwing is qua hoofdvorm en typologie aangewezen. Binnen in de panden binnen het plangebied zijn geen onderdelen aangewezen als gemeentelijk monument. Met het voornemen wordt het pand wordt gerenoveerd / terug gebracht in oorspronkelijke staat. Tenslotte wordt met het voornemen ook het buitenterrein opnieuw ingericht.

Met het voornemen worden de panden in ere hersteld en een nieuwe functie gegeven. De panden blijven hierdoor behouden voor de toekomst. 4.5.3

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Water

4.6.1

Algemeen

Waterbeheer en watertoets 20

Bandijk 25, Terwolde

De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijk planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Vallei en Veluwe, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Het waterschap is geïnformeerd door gebruik te maken van de Digitale Watertoets (zie Bijlage 8). Deze is uitgevoerd op 19 augustus 2023. Naar aanleiding hiervan wordt nader overleg gevoerd met het waterschap. Naast dit overleg is het waterschap al betrokken bij dit plan als initiatiefnemer.

Toetsingskader De belangrijkste wet- en regelgeving en beleid op het gebied van water is hier opgenomen.

KRW De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen. Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater.

Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren. Waterwet De Waterwet is op 22 december 2009 in werking getreden. Deze Waterwet bestaat uit een achttal wetten die zijn samengevoegd tot één wet. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De voornaamste veranderingen zijn de invoering van de watervergunning en een verbeterde doorwerking van water in andere beleidsterreinen, met name het ruimtelijke domein.

Op grond van o.m. de Waterwet is voor gemeenten, naast het inzamelen en transporteren van vrijkomend afvalwater een formele taak weggelegd voor het afvoeren van overtollig regenwater. In zoverre het inzamelen en transporteren van relatief schoon regenwater buiten de afvalwaterstroom doelmatig kan worden uitgevoerd, vindt deze gescheiden van de afvoer van het afvalwater plaats. Het gebiedseigen water wordt op plaatsen waarvoor mogelijkheden aanwezig zijn, vastgehouden en geborgen in aanwezig stedelijk water en/of retentiestroken. Het bergen en vasthouden van regenwater op locatie mag niet leiden tot (water)overlast voor de woonomgeving. Tot slot heeft de gemeente een watertaak waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming(en) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Wel is de perceel eigenaar te allen tijde verantwoordelijk voor zijn eigen terrein. In de Keur van het waterschap Zuiderzeeland, onderdeel uitmakend van de Waterwet, is aangegeven wat wel en niet mag bij 21

Bandijk 25, Terwolde

waterkeringen en wateren (de zogenaamde waterstaatswerken).

Waterschap Vallei & Veluwe - Blauw Omgevingsprogramma 2022 - 2027 Op 22 november 2021 is het blauw omgevingsprogramma (BOP) van waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in een aantal programma's: Waterveiligheid: Het programma 'Waterveiligheid' draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. Watersysteem: Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap onder ander op kwaliteit van het water en de verbinding met andere instellingen. Wonen en zuiveren: In het programma 'Wonen en zuiveren' speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Verder vormt een waterinclusieve bebouwde omgeving een speerpunt. Circulaire economie: Afvalvermindering, slim hergebruik en optimalisatie van de verschillende installaties zijn voorbeelden van opgaven. Energietransitie: Het waterschap wil een proactieve rol innemen in de energietransitie. Dat vraagt om een duurzame opwekking van de energie of het tegengaan van verspilling in de processen. Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het BOP naar concrete doelstellingen.

Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen . 4.6.2

Onderzoek

Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit het perceel van een voormalig stoomgemaal met schuur en een elektrisch gemaal. In de huidige situatie beschikt het gebouw over één elektisch gemaal die actief is om de waterstanden te verlagen in het achterliggende gebied. Het voormalig stoomgemaal was in gebruik als dienstwoning naast dit gebouw is een schuur aanwezig en een parkeerterrein. Het plangebied ligt aan de Bandijk ter hoogte van het toevoerkanaal. Het plangebied ligt grotendeels op een dijklichaam (Bandijk). Een deel van het parkeerterrein bestaat op basis van de bodemkaart uit kalkhoudende vorstvaaggronden; fijn zand.

Waterkwantiteit Zoals weergegeven in onderstaande figuur ligt het toevoerkanaal deels binnen het plangebied ter functionering van het gemaal. Het toevoerkanaal is een A-watergang en aangewezen als een KRW-waterlichaam. De A-watergang kent een onderhoudsstrook van 5 meter. Watergangen die belangrijk zijn voor de watertoevoer of -afvoer. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het belangrijk dat de functie van deze watergangen en de benodigde ruimte voor onderhoudswerkzaamheden beschermd wordt.

Het toevoerkanaal is aangewezen als een KRW-waterlichaam. Hiervoor gelden doelen op het gebied van waterkwaliteit. Ontwikkelingen mogen dan ook geen negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit van een KRW-waterlichaam (en overige waterlichamen). Het gebruik van het water en de oeverzone van de watergang is hiervoor van belang.

Binnen het plangebied zijn geen andere watergangen aanwezig en het plangebied bevindt zich niet in een onderhoudsstrook van een andere watergang. Verder ligt binnen het plangebied een gemaal, afsluitmiddel en duiker ten behoeve van het gemaal. 22

Bandijk 25, Terwolde

Figuur 4.6.1 Uitsnede Legger Watersysteem (bron: Waterschap Vallei en Veluwe)

Veiligheid en waterkeringen Zoals weergegeven in onderstaande figuur liggen de gebouwen van het plangebied grotendeels op de Bandijk dat een primaire waterkering (IJsseldijk) is. Het plangebied ligt geheel binnen de beschermingszone B van de waterkering en deels binnen beschermingszone A.

23

Bandijk 25, Terwolde

Figuur 4.6.2 Uitsnede Legger Waterkeringen (bron: Waterschap Vallei en Veluwe)

Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel.

Beoogde situatie Met het bestemmingsplan wordt ter plaatse van het voormalige stoomgemaal (Bandijk 25) naast de bestaande bedrijfsfunctie (tot en met milieucategorie 2), kleinschalige horeca tot categorie 2 met een terras en een educatieve functies waaronder een tentoonstelling mogelijk gemaakt. Voor deze ontwikkeling wordt het gebouw voornamelijk intern (beperkt) aangepast.

Waterkwantiteit Het plangebied is in de huidige situatie grotendeels verhard. Met de beoogde ontwikkeling zal de verharding niet toenemen. Watercompensatie is dan ook niet noodzakelijk.

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hiermee wordt een negatief effect op de waterkwaliteit van het KRW-waterlichaam uitgesloten.

Veiligheid en waterkeringen Het plangebied ligt in de kern- en beschermingszone van een primaire waterkering. Binnen deze zones mag niet zonder ontheffing worden gebouwd, geplant of opgeslagen. Ontwikkelingen binnen deze zones mogen geen belemmering vormen voor het onderhoud, instandhouding of de versterking van de dijk.

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Dit hemelwater wordt voor zover mogelijk geïnfiltreerd binnen het plangebied ter plaatse van gronden die niet verhard zijn. Bij een overschot aan hemelwater wordt dit geloosd op het oppervlaktewater (omliggende sloten).

Water en Waterstaat in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan wordt het bestaande en te handhaven oppervlaktewater binnen het plangebied bestemd als 'Water'. Voor waterkeringen (kernzone) inclusief de beschermingszones geldt een zogenaamde dubbelbestemming, deze hebben de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' toebedeeld gekregen. 24

Bandijk 25, Terwolde

Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de Keur. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone en onderhoudzone niet zonder ontheffing van het waterschap mag worden gebouwd, geplant of opgeslagen. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd.

Het plangebied ligt geheel binnen de beschermingszone van de waterkering. Voor bouwwerkzaamheden binnen deze zone en de kernzone van de waterkering is een vergunning eigen dienst op basis van de Keur noodzakelijk. 4.6.3

Conclusie

De ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Wel dient rekening te worden gehouden met de kern- en beschermingszones van de omliggende primaire waterkering en watergangen.

4.7

Milieuzonering

4.7.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd.

Gebiedstypen Volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of van 'gemengd gebied'. In tabel 4.1 zijn de richtlijnafstanden voor gemengd en rustig gebied weergegeven. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor en langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast de woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Tabel 4.1. Milieucategorieën met bijbehorende richtafstand per omgevingstype (bron: VNG) 25

Bandijk 25, Terwolde

milieucategorie

richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

6

1.500 m

1.000 m

Aan de hand van het toetsingskader dient onderzoek verricht te worden naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen dient gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 4.7.2

Onderzoek

Met de beoogde ontwikkeling wordt de bestaande bedrijfsfunctie (tot en met milieucategorie 2) verbreedt met een educatieve functie en horecafunctie (milieucategorie 1) met een terras mogelijk gemaakt. Dit zijn milieuhinderlijke functies. In het plangebied zijn geen milieugevoelige functies mogelijk. In de omgeving zijn ook geen milieugevoelige functies. De dichtstbijzijnde woningen zijn Bandijk 27 en Bandijk 21. Bandijk 27 ligt op een afstand van circa 125 meter van het plangebied. Het bouwvlak van Bandijk 21 ligt op 110 meter van het plangebied. Aan de richtafstand wordt voldaan. 4.7.3

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat als gevolg van de wijziging geen sprake is van milieuhinder en dat ter plaatse van de bestaande woningen in de omgeving, ook na de ontwikkeling, sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

4.8

Geluid

4.8.1

Algemeen

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij bepaalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd.

26

Bandijk 25, Terwolde

4.8.2

Onderzoek en conclusie

Met de beoogde ontwikkeling wordt de bestaande bedrijfsfunctie (tot en met milieucategorie 2) verbreedt met een educatieve functie en horecafunctie (milieucategorie 1) met een terras mogelijk gemaakt. Dit zijn geen geluidgevoelige objecten in het kader van de Wet geluidhinder. Met het plan worden geen geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Het plan is uitvoerbaar in het kader van de Wet geluidhinder.

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- praktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de tabel 4.2 weergegeven.

Tabel 4.2 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Stof

Toetsing van

Stikstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³

Fijn stof (PM10)

Fijn stof (PM2,5)

Grenswaarde

Uurgemiddelde concentratie

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³

Jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentratie

Max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

Jaargemiddelde concentratie 25 µg/m³

Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% toename van concentratie NO2 (stikstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht; een project valt in een categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13795685/2