Toekomstplan en begroting 2022-2025 (2020-25910 )
Tekst van het document
€ 468
1.3: Heffen
7,11
€ 365
€ 401
€ 399
€ 408
€ 417
1.4: Invordering
8,00
€ 411
€ 451
€ 449
€ 459
€ 469
1.5: Frontoffice
4,67
€ 240
€ 263
€ 262
€ 268
€ 274
Totaal
28,33
€ 1425
€ 1563
€ 1556
€ 1591
€ 1628
3.3
Financiering
Het financieringsvraagstuk van Tribuut is van een beperkte omvang. Dit heeft te maken met het feit dat de begroting vooral bestaat uit personeelslasten of daaraan gerelateerde kosten. De financieringsrisico’s zijn om die reden beperkt. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet Fido een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop de organisatie haar financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Het begrotingstotaal voor 2022 bedraagt € 6.734.754. De kasgeldlimiet bedraagt daarom € 552.250. Zo lang de korte rente lager is dan de rente voor langere looptijden zal de kasgeldlimiet optimaal worden benut.
27
Renterisiconorm Het renterisico op de lange financiering wordt wettelijk begrensd door de renterisiconorm. Als lange financiering wordt volgens de Wet Fido aangemerkt: alle financieringsvormen met een rentetypische looptijd vanaf één jaar. Het renterisico wordt gedefinieerd als de betaalde aflossingen, vermeerderd met het saldo van de contractuele renteherzieningen op de opgenomen geldleningen. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 2,5 miljoen. Achterliggende reden voor het gebruik van de renterisiconorm is de spreiding van het renterisico over de jaren. Voor Tribuut geldt de minimumnorm ad € 2,5 mln. voor de renterisiconorm. Dit minimum is bedoeld om kleinere organisaties niet al te zeer te beperken bij het komen tot een efficiënt liquiditeitsbeheer. Financiering Tribuut heeft een eenvoudige rol op treasurygebied. De behoefte is: •
Het aantrekken van langlopende geldleningen voor investeringen voor de bedrijfsvoering.
•
Het overbruggen van de mate van bevoorschotting door de deelnemers.
Als grotere investeringen in de bedrijfsvoering worden gedaan, ontstaat behoefte aan langlopende financiering. Dit wordt niet verwacht. Schatkistbankieren Tribuut neemt als decentrale overheid verplicht deel aan het zogenaamde schatkistbankieren. Dit houdt in dat eventuele positieve banksaldi bij het Rijk worden uitgezet. Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen mag Tribuut een drempelbedrag van 0,75% van het begrotingstotaal buiten de schatkist aanhouden. De drempel is nooit lager dan € 250.000 wat betekent dat Tribuut altijd gemiddeld € 250.000 buiten de schatkist mag houden. Betaalde belastingopbrengsten worden zo snel mogelijk afgeboekt naar de schatkist. Vanwege de zeer hoge bedragen (tot tientallen miljoenen per dag) in de piekperiode ten opzichte van het minimale begrotingstotaal van Tribuut is het onrealistisch om te verwachten dat Tribuut in de eerste twee kwartalen onder het drempelbedrag blijft. Uit hoofde van de treasuryfunctie kunnen middelen worden uitgezet. Het treasurystatuut is hierbij leidend. Bankrelatie Het betalingsverkeer is ondergebracht bij de N.V. ABN AMRO. Tribuut maakt hierbij gebruik van drie bankrekeningen, namelijk de bedrijfsvoeringsrekening, de rekening voor de belastinginning en een tegenrekening voor het schatkistbankieren. Beleidsvoornemens Tribuut streeft naar optimale financiële afstemming met de deelnemende gemeenten.
Hierbij ligt de nadruk op het zo efficiënt mogelijk doorsluizen van de belastinginkomsten naar de deelnemende gemeenten. Daarnaast wordt de bevoorschotting van de gemeenten zodanig afgestemd dat het aangaan van leningen tot een minimum wordt beperkt. Tribuut werkt hierbij met gescheiden bankrekeningen voor de bedrijfsvoering en belastinginning. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn 7 verplichte paragrafen opgenomen voor de programmabegroting van provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Voor de belastingsamenwerking zijn de paragrafen ‘lokale heffingen’, ‘onderhoud kapitaalgoederen’, ‘grondbeleid’ en ‘verbonden partijen’ niet relevant. Deze paragrafen zijn daarom niet in de begroting van Tribuut opgenomen.
28
4
Financiële begroting
De begroting is opgesteld conform de eisen die voortkomen uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Naast de programmabegroting presenteren we ook de financiële (exploitatie)begroting.
4.1
Financiële begroting
De begroting 2022 valt als gevolg van het reëel begroten hoger uit dan de jaarschijf 2022 in de aangeboden begroting in 2020. Financiële begroting (x € 1.000) 2021
2022
2023
2024
2025
Personeelskosten Processen
€ 2394
€ 2481
€ 2531
€ 2622
€ 2717
Inhuur processen
€ 486
€ 588
€ 597
€ 606
€ 615
Personeelskosten algemeen
€ 1488
€ 866
€ 868
€ 899
€ 930
Directe materiele kosten
€ 1117
€ 1236
€ 1034
€ 1050
€ 1066
Indirecte kosten
€ 445
€ 512
€ 508
€ 516
€ 523
Bestuurskosten
€ 266
€ 236
€ 239
€ 243
€ 246
Piofachkosten
€ 598
€ 861
€ 799
€ 812
€ 826
Totaal
€ 6794
€ 6780
€ 6577
€ 6748
€ 6924
Personeelskosten Directe loonkosten en algemene personeelskosten worden direct toegerekend aan de programma’s; het opleidingsbudget ter grootte van 1,5% van de totale salariskosten valt onder Personeelskosten Algemeen. Inhuur processen Ten opzichte van de begroting 2021 valt dit budget onder andere als gevolg van Corona hoger uit. Wij verwachten dat wij binnen Tribuut de gevolgen van Corona nog tot medio 2022 zullen ervaren. Vanaf 2022 t/m 2025 zou dit zichtbaar moeten zijn. Directe materiële kosten Er is een stijging in de directe kosten, die ontstaat uit diverse autonome ontwikkelingen. Het budget voor Proceskostenvergoedingen is ten opzichte van voorgaande jaren realistischer begroot. Dit is ook het geval voor kosten die samenhangen met diverse landelijke voorzieningen en portokosten. Indirecte kosten Ten opzichte van voorgaande begroting is er een voordeel behaald op diverse budgetten, met als voornaamste voordeel het frictiebudget. Deze blijkt structureel twee derde lager uit te vallen, waardoor een aantal autonome stijgingen uit de directe materiele kosten kunnen worden opgevangen. Bestuurskosten Er hebben zich geen grote wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de begroting 2020. Met name de inhuur van Procureance voor het vervolgtraject van de doorontwikkeling van Tribuut verhogen dit budget.
Piofachkosten Er hebben zich geen wijzigingen voorgedaan ten opzichte van de begroting 2020. In verband met de verbouwing van de ruimtes van Tribuut heeft de gemeente Epe een afgesproken huurverhoging
29
doorgevoerd. De afgelopen jaren is de afrekening op het huisvestingscontract positief uitgevallen, ter grootte van ongeveer hetzelfde bedrag als de voorgenomen huurverhoging. We gaan er daarom vanuit dat we dit budgetneutraal kunnen verwerken.
4.2
Kostenverdeling per gemeente
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale bijdrage per deelnemende gemeente.
Kostenverdeling per gemeente (x € 1.000)
Apeldoorn
2021
2022
2023
2024
2025
Standaardpakket
€ 3695
€ 3621
€ 3528
€ 3618
€ 3712
Verschilegalisatie
-€ 66
-€ 37
-€ 18
€ 3629
€ 3584
€ 3509
€ 3618
€ 3712
Standaardpakket
€ 671
€ 703
€ 686
€ 703
€ 722
Verschilegalisatie
€ 55
€ 24
€ 12
€ 726
€ 727
€ 697
€ 703
€ 722
Standaardpakket
€ 755
€ 789
€ 770
€ 790
€ 811
Verschilegalisatie
-€ 10
-€ 5
-€ 3
€ 745
€ 784
€ 767
€ 790
€ 811
Standaardpakket
€ 479
€ 451
€ 445
€ 457
€ 469
Verschilegalisatie
€4
€3
€2
€ 483
€ 454
€ 447
€ 457
€ 469
Standaardpakket
€ 1194
€ 1216
€ 1187
€ 1218
€ 1249
Verschilegalisatie
€ 18
€ 15
€8
€ 1212
€ 1231
€ 1195
€ 1218
€ 1249
€ 6795
€ 6780
€ 6615
€ 6786
€ 6962
Totaal Epe
Totaal Lochem
Totaal Voorst
Totaal Zutphen
Totaal Totaal
4.3
Algemene toelichting op de financiële positie en meerjarenraming
Vanaf het eerste jaar (2016) werkt tribuut met vaste begroting waarin de taakstelling (1,9 miljoen) direct is verwerkt. Er is daarmee gestart met een direct verlaagde begroting ten opzichte van de kosten van de gemeenten in 2015. Zuiver gezien is de begroting altijd ingeschat op het niveau na de te behalen efficiencywinst. Omdat het verlagen van de kosten tijd en geld kost, is een opstartbudget bedacht met middelen om investeringen en nog niet bereikte efficiency te bekostigen. Mede dankzij dit opstartbudget heeft Tribuut haar eerste begrotingsjaren met een positief resultaat kunnen afsluiten, te weten € 160.000 in 2016, € 200.000 in 2017, € 100.000 in 2018 en € 20.000 in 2019. In 2020 is er een positief resultaat ad € 327.200.
30
Het opstart budget had een looptijd van 3 jaar, tot eind 2018. Het opstartbudget is in die drie jaar niet helemaal gebruikt én ook de beoogde efficiency is niet geheel gehaald. Er zijn nog investeringen nodig en er is nog sprake van in efficiency. Het bestuur heeft bij de behandeling van de jaarrekening besloten om de looptijd van het opstartbudget met 2 jaar te verlengen. Daarmee is er extra investeringsgeld beschikbaar en is er extra geld beschikbaar om de tijdelijke in efficiency te bekostigen. Net als in de eerdere jaren is het opstartbudget om bovengenoemde redenen nooit onderdeel van de begroting geweest. Ook nu is het opstartbudget niet in de begroting opgenomen. De taken van Tribuut liggen vast in onder andere de gemeenschappelijke regeling en de Collectieve Samenwerking Overeenkomst met de deelnemers. De kans op een majeure beleidswijziging die invloed zal hebben op de taken of begroting van Tribuut is nihil. Zoals ook in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven bestaat de balans van Tribuut per ultimo 2019 voornamelijk uit overlopende activa en passiva. Met ingang van 2020 is er beperkt vaste activa aanwezig. Er is geen doelstelling om een positief of negatief resultaat te behalen. Wel is het primaire voornemen om vlottende activa en passiva tot een minimum te beperken.
Op basis van deze beleidsvoornemens wordt voor de jaren volgend op dit begrotingsjaar de balans als volgt geprognosticeerd:
Activa Passiva
2021
2022
2023
2024
€ 47.098
€ 23.549
€0
€ 60.000
€0
€0
€0
€0
31
Bijlage 1: lasten per taakveld 2022 Taakveld
Omschrijving
Apeldoorn
Epe
Lochem
Voorst
Zutphen
Tribuut
0.1
Bestuur
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
0.4
Overhead
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€ 2.297.532
0.61
OZB Woningen
€ 1.967.865
€ 374.303
€ 407.654
€ 229.861
€
622.774
€ 3.105.045
0.62
OZB niet woningen
€
309.954
€
78.611
€ 110.773
€
69.672
€
96.673
€
572.986
0.63
Parkeerbelasting
€
4.934
€
-
€
-
€
-
€
17.692
€
7.283
0.64
Belastingen overig
€
74.059
€
869
€
1.404
€
1.228
€
21.323
€
45.253
0.8
Stelposten
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
50.000
3.3
Bedrijfsloket en bedrijfsregelingen
€
3.854
€
-
€
-
€
1.376
€
2.472
€
3.311
3.4
Economische promotie
€
20
€
3.298
€
3.644
€
-
€
-
€
3.093
6.3
Inkomensregelingen
€
255.519
€
29.766
€
29.577
€
16.442
€
98.371
€
429.676
7.2
Riolering
€
317.097
€ 107.636
€
64.470
€
44.897
€
181.327
€
39.954
7.3
Afval
€
635.712
€
99.828
€ 160.197
€
81.671
€
163.936
€
80.820
7.5
Begraafplaats en crematoria
€
9.632
€
7.245
€
717
€
688
€
3.685
€
6.876
8.3
Bouwen en Slopen
€
42.435
€
1.857
€
10.247
€
4.880
€
7.863
€
22.689
115.491
Totaal € 3.621.081 € 703.414 € 788.683 € 450.715 € 1.216.116 € 6.780.009 • De lasten per taakveld worden bepaald door de gemeentelijke bijdrage per programmaonderdeel om te rekenen naar rato van het aantal aanslagregels per taakveld. • De lasten per taakveld zijn voor de gemeenten ‘all inclusive’; Tribuut verantwoord de lasten op de taakvelden 0.1, 0.4 en 0.8 afzonderlijk. Dit leidt ertoe dat de lasten horizontaal niet optelbaar zijn tot de lasten van Tribuut.
32