Regionaal Programma Energievoorziening regio Stedendriehoek (RPE)
Tekst van het document
netbeheerders; • We streven naar minimaal 50% lokaal eigendom in onze projecten; • We brengen vraag en aanbod van energie zoveel mogelijk en zo lokaal mogelijk bij elkaar;
elektriciteit en omgevingsenergie- is veel efficiënter dan de
• We zetten in op opslag en innovatieve energieclusters;
mix van brandstoffen en elektriciteit die we nu gebruiken.
• We clusteren voorzieningen voor het opwekken van
Ook beter geïsoleerde gebouwen zorgen voor een lagere
energie zoveel mogelijk en kiezen bij voorkeur voor no-
vraag naar energie.
regret locaties zoals bijvoorbeeld langs infrastructuur, op stortplaatsen, zandwinlocaties en parkeerterreinen (solar
Een energievoorziening kan op de ene plek grootschalig worden aangelegd en op de andere plek kleinschalig
carports); • Wat we op gebied van windenergie niet kunnen realiseren op en rondom de Veluwe mag niet leiden tot
Denk bij grootschalig bijvoorbeeld aan een zonnepark op
een zogenaamd waterbedeffect. Dit betekent dat die
een dak of in een veld en bij kleinschalig aan zonnepanelen
windenergie niet elders in de regio opgewekt hoeft te
op het dak van een woning. Wat lokaal het beste past, is maatwerk en hangt af van hoe dicht de bebouwing is en
worden. • Circulariteit verdient structurele aandacht in het
hoeveel economische bedrijvigheid er is. Het gebied en de
energiesysteem. We zetten daarom daar waar mogelijk in
partijen die daarin met elkaar actief zijn, zijn leidend voor de
op hergebruik, demoneerbaarheid en circulair ontwerp
keuzes die gemaakt worden.
van zonneparken en windturbines en kiezen waar mogelijk voor duurzaam geproduceerde batterijen.
33
Regionaal Programma Energievoorziening
3.3 De afspraken waar de RPE-partners zich aan houden De afspraken in het energieperspectief worden gedragen door RPE-partners die hebben meegewerkt aan de ontwikkeling van het RPE. Ze zijn geformuleerd in de gesprekken die deze partijen met elkaar voerden tijdens de ontwikkeling van het energieperspectief. Door ze op te nemen in het RPE, maken ze het mogelijk in dezelfde lijn te blijven doorwerken aan de energietransitie. Voor de regio Stedendriehoek zijn de volgende afspraken geformuleerd: Wij nemen de energievoorziening vanaf het begin mee in de plannen die we maken voor onze fysieke leefomgeving
Besparen en doelmatig gebruik van energie en netwerkcapaciteit zijn onderdeel van alle energie-initiatieven
Net zoals we dat nu al doen met water, bodem, milieu, en landschappelijke inrichting.
We gebruiken energieprofielen als we keuzes moeten maken over energie Een energieprofiel (zie afbeelding 4) is een beeld van de energievraag en het energieaanbod, afgezet tegen de tijd. Een energieprofiel helpt om in het gesprek over energieoplossingen altijd oog te houden voor oorzaken van schaarste en mogelijkheden voor opslag. Bijvoorbeeld bij een woningbouwproject, of de aanleg van een bedrijventerrein. Dit gebeurt in de toekomst altijd netvriendelijk, dus met een minimale impact op het centrale net. Ook batterijen kunnen ingezet worden als netvriendelijke toepassing in de energievoorziening. Zij helpen bij het verminderen van de pieken in het energieprofiel en dragen zo bij aan balans tussen vraag en aanbod op het elektriciteitsnetwerk.
34
Regionaal Programma Energievoorziening
Hoogte van de energievraag
Energieprofiel van een huishouden op een januaridag
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
Uren van de dag Afbeelding 4: Een typische energieprofiel van een huishouden op een dag in januari Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3
Het aandeel kan per gemeente verschillen. We zorgen lokaal
We werken actief mee aan het vergroten van de opslagcapaciteit van ons lokale energiesysteem
voor passende combinaties van verschillende soorten
Op die manier kunnen onze inwoners en bedrijven energie
energieopwekking op elkaar zijn afgestemd. En we zorgen regio Stedendriehoek in 2050
weinig geproduceerd wordt.
waar hij is opgewekt. Daarin worden lokaal keuzes gemaakt, passend bij de context: ruimtelijk, politiek-bestuurlijk, Energieaanbod
We houden een open oog voor nieuwe ontwikkelingen
maatschappelijk en qua energievraag.
Ook op dit gebied blijven we participeren met inwoners en
We wekken een aanzienlijk deel van onze energie zelf op in de regio
opslaan in als de er teveel is en toch energie krijgen als er te energie. We zorgen dat grootschalige Mogelijk eindbeeld van en dekleinschalige energievoorziening dat de energie zoveel mogelijk gebruikt wordt op de plek
Elektriciteit van binnen de regio: ≈ 3 TWh
We nemen de verzorgingsgebieden van Elektriciteit van buitenals de de onderstations van de netbeheerder regio: ≈ 2 TWh uitgangspunt bij het balanceren van de Totale energievraag energievraag en het energieaanbod Lokale omgevingsenergie: binnen de regio ≈ 7 TWh ≈ 2van TWh Vraag en aanbod die op het niveau een onderstation in balans gebracht kan worden, hoeft niet door de
Diepe geothermie, waterstof,
hoogspanningsnetten. Dat vermindert de overbelasting van biogas/groen gas en overige
ondernemers. Tegelijkertijd gaan we voortvarend aan de slag met de huidige uitgangspunten.
Totaal energieaanbod van binnen de regio ≈ 5,5 TWh Totaal energieaanbod van buiten de regio ≈ 2 TWh
≈ 80% zelfvoorzienend
het elektriciteitsnet en verlaagt de kosten. Op onderstations biobrandstoffen, lokaal:
0,5 TWh wordt hoogspanning omgezet in≈middenspanning, die naar de woonwijken en bedrijventerreinen gaat. De Totaal: ≈ 7,5** TWh
verzorgingsgebieden van de onderstations houden zich niet aan grenzen van gemeenten en regio’s. Dit betekent enerzijds dat het verstandig is om als gemeentes en regio’s met eenzelfde onderstation samen te werken. Anderzijds heeft iedere gemeente ook de opgave om de energievoorziening binnen haar eigen grondgebied in te richten en te optimaliseren.
35
Regionaal Programma Energievoorziening
Ons RPE past binnen (actualisaties van) het provinciaal beleid
Er ontstaan kansen als inwoners en lokale
Enerzijds binnen de provinciale omgevingsvisie en
organisaties zelf eigenaar worden van onderdelen van
de provinciale omgevingsverordening inclusief de
de energievoorziening
aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de Aanvulling
o
ondernemers, overheden en maatschappelijke
Als we met investeringen onze eigen elektriciteit
beleidslijn Windenergie op en rondom de Veluwe.
opwekken, blijven onze energie-uitgaven veel
Anderzijds ook binnen het in ontwikkeling zijnde Provinciaal
meer in de lokale gemeenschap aanwezig. En
programma Energiesysteem en het Gelders Beleidskader
dat is de moeite waard. Want we geven in de
Energiesysteem, inclusief de daarin beschreven leidende
Stedendriehoek ieder jaar tussen de €1,5 miljard
principes:
en €2 miljard uit aan energie. Dat geld verdwijnt nu
• Energie bepaalt mede de inrichting van Gelderland
grotendeels uit de lokale economie.
(hoofdprincipe).
o
Zelf opgewekte duurzame energie geeft meer
• We besparen zoveel mogelijk energie.
prijszekerheid dan wanneer je afhankelijk bent van
• We organiseren het Gelderse energiesysteem zo veel
grote bedrijven of van import uit landen. Het kost
mogelijk decentraal met aandacht voor de combinatie van
namelijk veel minder om zelf energie op te wekken.
lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik.
Daarnaast kun je de prijs vastzetten gedurende het hele project. En je kunt zelf bepalen voor welke
• We zetten in op een diverse energiemix.
prijs je die energie wilt verkopen.
• We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie, onder andere via participatie en de
o
krijgen inwoners en lokale ondernemers
mogelijkheid tot lokaal eigendom van opwek en opslag.
zeggenschap en regie over de eigen
Ook past ons RPE binnen (actualisaties van) nationaal en
energievoorziening.
Europees beleid.
Alle gemeenten van de regio Stedendriehoek gebruiken de uitgangs punten en afspraken uit dit regionale energieperspectief als basis voor door hen zelf vorm te geven gemeentelijk beleid We sturen als RPE-partners op wat binnen onze rol past
Met eigen windturbines of eigen zonnepanelen
o
Het gemeentebestuur heeft zelf invloed op de balans tussen energie opwekken en energie gebruiken, waardoor er minder snel netcongestie ontstaat.
o
Investeren in de lokale energievoorziening zorgt dat bedrijven in de eigen gemeente nieuwe kennis ontwikkelen. En dat er banen gecreëerd worden. Dit soort investeringen zijn dus waardevol voor de lokale economie.
Dat doen we door op gemeentelijk niveau beleid te ontwikkelen en door te zorgen voor samenwerking tussen onszelf, onze medeoverheden, maatschappelijke partners, ondernemers, agrariërs, energiecoöperaties en inwoners.
We beschermen de gezondheid van bewoners Dat doen we door landelijke ontwikkelingen rondom milieu
We ontwikkelen kennis en expertise zoveel mogelijk lokaal en regionaal
normen te volgen en deze bij de uitvoering van energie projecten goed onderbouwd en zorgvuldig toe te passen.
Daarmee vervolgen de RPE-partners en maatschappelijke kennisontwikkeling waarmee dit document tot stand is
Wij kiezen zoveel mogelijk voor coöperatieve projecten
gekomen.
Dat zijn collectieve projecten met een maatschappelijk doel
partners de constructieve samenwerking en
en een bedrijfsmatige aanpak. Ook proberen we, in lijn met
We monitoren jaarlijks of wij op koers liggen om het bod en het einddoel in 2050 te halen
afspraken in het Nederlandse Klimaatakkoord, te zorgen
Daarvoor gebruiken we de cijfers uit het energieperspectief,
maatschappelijke organisaties. Op deze manier kunnen zij
van de energiestromen binnen onze regio en gemeenten
meebeslissen over het project, hebben zij de mogelijkheid te
tussen 2019 en 2050.
profiteren van de opbrengsten en hebben ze meer invloed op
dat elk energieproject voor minimaal 50% in eigendom komt van inwoners, lokale ondernemers, overheden of
hun eigen lokale energievoorziening. Ook worden daardoor de energieprijzen lager en stabieler en voorkomen we een overvol elektriciteitsnet. Natuurlijk vraagt zo’n project om investeringen en brengt het daardoor risico’s met zich mee. 36
Regionaal Programma Energievoorziening
3.4 Een handreiking bij het energieperspectief Bij het energieperspectief hoort een handreiking. Die bestaat uit een overzicht van energiebronnen, energiedragers en mogelijkheden voor de opslag van energie. En in bijlage 1 is per energiebron, energiedrager en technologie voor opslag & buffering uitgewerkt wat de voordelen zijn en welke uitdagingen erbij komen kijken. Voor zonne-energie en windenergie is beschreven met welke wet- en regelgeving u op dit moment rekening moet houden. Zo kan de handreiking gebruikt worden door alle spelers in de energietransitie. En kan ieder vanuit de eigen rol meebouwen aan de energievoorziening van de toekomst.
Het toepassen van het energieperspectief zorgt voor uitdagingen
Gelukkig hebben we ook andere energiedragers ter
Het vormgeven van de energievoorziening van de toekomst
duur. Mede daardoor zijn die niet altijd geschikt voor elke
is geen eenvoudige puzzel. Zoals ook te zien is in bijlage 1
functie (wonen, werken, industrie) of op elke plek. Onze grote
hebben alle puzzelstukjes -de energietechnologieën-
uitdaging voor de komende jaren ligt dus in het vinden van
specifieke kenmerken die alleen in een goede
een goede energiemix:
combinatie leiden tot een betaalbare, betrouwbare en
• Grootschalig in combinatie met kleinschalig opgewekte
klimaatneutrale energievoorziening. Nog los van aspecten als maatschappelijk draagvlak en de geldende politiekbestuurlijke opvattingen. Niet alle elektriciteit die we nodig
beschikking dan elektriciteit, al zijn die vaak wel schaars en
energie; • Centraal opgewekte in combinatie met decentraal opgewekte energie;
hebben, kan immers worden aangevoerd uit een centraal
• Zonne-energie in de goede combinatie met windenergie
net. En het groeiende lokale aanbod van elektriciteit varieert
• Elektriciteit gecombineerd met andere energiedragers;
met het weer en het seizoen. Dat maakt dat de opslag van
• Vormen van opslag en buffering die aansluiten bij het
energie erg belangrijk wordt.
energieaanbod en de energievraag.
37
Regionaal Programma Energievoorziening
Een bijzondere uitdaging is de Dunkelflaute In deze donkere, windstille winterperiode is de energievraag groot en zijn de mogelijkheden klein om met zon en wind energie op te wekken. Niet alles kan in zulke periodes door de centrale netten en grote back-up centrales worden opgevangen. Dan zijn grote warmtebuffers en kleine elektriciteitscentrales op lokaal niveau waardevol. Zulke centrales kunnen warmte en elektriciteit produceren met duurzame brandstoffen, zoals bijvoorbeeld groen gas. Ze helpen ook om het centrale elektriciteitssysteem in dit soort situaties betrouwbaar te houden.
38
Het energieperspectief toegepast op windenergie en zonne-energie
Regionaal Programma Energievoorziening
3.5
Het RPE bouwt voort op de RES 1.0. Deze paragraaf past het energieperspectief toe op de uitgangspunten van RES 1.0 met betrekking tot het grootschalig opwekken van windenergie en zonne-energie. Dat zijn namelijk de energiebronnen waar we, binnen de uitgangspunten van het Klimaatakkoord en NP RES, gebruik van maken om het bod uit de RES 1.0 te realiseren. Voor de energiemix op de langere termijn (tot 2050) zijn er meer mogelijkheden. Daarmee wordt de informatie die in de RES 1.0 stond aan de hand van de nieuwe werkelijkheid geactualiseerd en geconcretiseerd. Ook leest u welke gevolgen dat heeft voor grootschalige opwekking van zonne- en windenergie. 3.5.1 Windenergie Het energieperspectief helpt de ideeën over windenergie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken
Voor actualisatie en verdere uitwerking van de ideeën over windenergie in de RES 1.0 gebruiken we de onderzoeksgebieden in het provinciale PlanMER Windbeleid en RES
Op pagina 24 van de RES 1.0 zijn drie gebieden aangewezen
De provincie Gelderland onderzoekt in dit PlanMER de
waarin nader onderzocht wordt wat de mogelijkheden zijn
milieueffecten van windenergie op de leefomgeving,
voor grootschalige opwekking van duurzame energie met
biodiversiteit, natuur en het landschap. Het PlanMER is
windturbines:
vastgesteld op 2 juli 2025. De onderzoeksgebieden in het
• De 8km zone rond de Veluwe;
PlanMER zijn de gebieden waar vanuit milieukundig oogpunt
• Het grondgebied van de gemeente Lochem;
geen harde belemmeringen bestaan voor windturbines.4 Dit
• Het gebied ten noorden van Zutphen, waar al drie
betekent niet dat op die plaatsen ook windturbines komen.
windturbines staan.
Het PlanMER helpt om ruimtelijke keuzes af te wegen en te onderbouwen, ook in relatie tot andere programma’s
39
Regionaal Programma Energievoorziening
voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, mobiliteit,
Daarop hebben de initiatiefnemers in maart 2024 een
werklocaties en/of natuur. Het PlanMER legt dus geen
principeverzoek ingediend bij de provincie, om de ruimtelijke
keuze op voor de invulling van bepaalde locaties en ook niet
procedure(s) voor windpark Papenslagweg zo snel mogelijk
voor een bepaalde hoeveelheid windturbines. Gesprekken
te starten. De provincie heeft dit verzoek in eerste instantie
over afwegingen en keuzes vinden op lokaal niveau plaats
afgewezen, in navolging van de afspraak met de gemeente
na afronding van het PlanMER en na vaststelling van het
Lochem. Na bezwaar van de initiatiefnemers en op advies
RPE. Bij het maken van die ruimtelijke keuzes spelen ook
van de commissie Rechtsbescherming om het besluit te
maatschappelijke en politieke-bestuurlijke afwegingen mee.
heroverwegen, heeft de provincie Gelderland in december
Deze afwegingen zorgen ervoor dat een aantal gemeenten
2024 besloten te beginnen met de projectprocedure voor
verdere verkenningen naar mogelijkheden voor grote
het windpark Papenslagweg.
windturbines nu direct oppakt, terwijl in andere gemeenten daarvoor het draagvlak op dit moment ontbreekt.
Het is nu aan de initiatiefnemers om het proces zorgvuldig te doorlopen, onder andere door het onderzoeken van geluid,
Voor het gebied ten noorden van Zutphen is het windpark IJsselwind gepland
slagschaduw, externe veiligheid en ecologie. De provincie wil
Binnen dit project is het voorstel om 3 windturbines van elk
om zodoende vraag en aanbod van energie aan elkaar te
4,3 MW te bouwen langs het Twentekanaal bij Zutphen en
koppelen.
daarin mogelijke afnemers van de energie in beeld brengen
Eefde. De provincie heeft daartoe een vergunning verleend,
(tot 4 november 2025) om een herstelbesluit te nemen over
In de 8 km-zone rond de Veluwe wordt nader gekeken naar de mogelijkheden voor windenergie
IJsselwind. De provincie moet in het herstelbesluit twee
Hiervoor is ten tijde van de RES 1.0 bovenregionaal
onderdelen herstellen.
bestuurlijk afgesproken dat de mogelijkheden voor de
waar de Raad van State inmiddels uitspraak over heeft gedaan. De provincie krijgt van de Raad van State 20 weken
8 km-zone rond de Veluwe, voor windenergie in combinatie
Op het grondgebied van Lochem is een initiatief voor het windpark Papenslagweg
met de wespendief, nader zouden worden onderzocht. Dat
Pure Energie, Walow BV (grondeigenaren) en
rondom de Veluwe’. Daarin staat dat er op de Veluwe en
energiecoöperatie LochemEnergie hebben het plan een
1 kilometer daaromheen geen windturbines mogen komen.
windpark te bouwen. Het voorstel bestaat uit drie grote
In de cirkel van 1 tot 8 kilometer rondom de Veluwe is geen
windturbines ten oosten van Exel, in de gemeente Lochem.
sprake van harde milieukundige belemmeringen, maar
is gebeurd in de ‘Aanvulling Beleidslijn Windenergie op en
gelden op dit moment wel zeer strenge voorwaarden. Op dit De initiatiefnemers hebben in juni 2023 gevraagd of de
moment onderzoekt de provincie verschillende maatregelen
gemeente Lochem bereid is om de ruimtelijke procedure(s)
waardoor windturbines in de toekomst minder hoeven stil
voor het windpark te doorlopen. De gemeente Lochem
te staan. Zoals de inzet van camera’s die zien dat er vogels
heeft toen aangegeven hiervoor open te staan, onder de
aankomen en de windturbines tijdig kunnen stilzetten.
voorwaarde dat zij hiervoor eerst beleid wilde opstellen.
Het beleid van de provincie wordt mogelijk aangepast op
In navolging van een aangenomen motie tijdens de
basis van de uitkomsten. Dit wordt, voor zover mogelijk,
raadsvergadering in december 2021, stelt het college dit
meegenomen in de volgende herijking van het RPE.
beleid op en legt het, zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van de landelijke windturbinebepalingen, ter besluitvorming voor aan de raad. De inwerkingtreding van landelijke windturbinebepalingen is ondertussen vertraagd.
40
Het energieperspectief helpt de ideeën over zonne-energie in de RES 1.0 te actualiseren en verder uit te werken
In de kern bevat de aangescherpte voorkeursvolgorde zon de volgende afspraken 1. Voor de aanleg van een zonnepark wordt de volgende voorkeursvolgorde voor de keuze van geschikte locaties
Net als voor windenergie is in de RES 1.0 voor zonne-energie
in acht genomen:
besloten om het landschap leidend te maken. Dat betekent
- trede 1: op daken en gevels;
dat op basis van de verschillende landschapstypen in onze
- trede 2: op terreinen en objecten binnen bebouwd
regio is gekeken of en hoeveel zonne-energie er op zo’n plek opgewekt kan worden, zonder het landschap of de natuur al te veel te veranderen en zodoende zorgvuldig om te springen met ons landschappelijk kapitaal. Gemeenten
gebied; - trede 3: op terreinen en objecten in het landelijk
Regionaal Programma Energievoorziening
3.5.2 Zonne-energie
gebied; - trede 4: op landbouw- en natuurgronden.
hebben de inspanningsverplichting op zich genomen om de bestuurlijke afspraken in de RES 1.0 te verankeren in
2. De aanleg van een zonnepark op landbouwgronden is
het lokale omgevingsbeleid. Dit is gedaan op verschillende
niet mogelijk, tenzij:
manieren: in uitnodigingskaders, gebiedsvisies en
a. in combinatie met een substantiële agrarische functie;
omgevingsplannen.
b. op landbouwgrond die op basis van bestuurlijk
De uitgangspunten met betrekking tot zonneparken
c. het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de
bindende afspraken in transitie is; of op daken en op land, zijn na de vaststelling van RES 1.0
vermindering van de netcongestie of aan vergroting
aangescherpt door de invoering van de regels in de
van een efficiënter netwerkgebruik.
Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon. Deze staan uitgewerkt in Artikel 5.90 van de omgevingsverordening
3. De uitzonderingsmogelijkheden hebben alleen betrekking
van provincie Gelderland. Net als tijdens de RES 1.0 maken
op landbouwgronden en niet op natuurgronden. Voor
we in het RPE de afspraak dat gemeenten het Regionaal
natuurgronden geldt een beschermingsregime, waarop
Programma Energievoorziening (en dus ook de regels van
geen uitzondering voor zonneparken mogelijk is.
de Aangescherpte Voorkeursvolgorde Zon) gebruiken als basis voor (de actualisatie van) hun gemeentelijk beleid.
Alle treden van de zonneladder kunnen tegelijkertijd benut worden. Het is dus niet nodig om te wachten voordat alle
Deze actualisatie op gebied van zonneenergie betekent dat zonnepanelen op daken (en gevels) nog steeds de voorkeur hebben
daken benut zijn voor zonne-energie, voordat projecten in
Gemeenten werken samen en wisselen kennis en
duurzame energie te behalen.
andere treden ontstaan. Het is daarbij wel belangrijk dat uit een verkenning blijkt dat er onvoldoende ruimte is op de daken (of eerdere treden) om de doelstellingen voor
ervaringen uit om zon op dak zoveel mogelijk te stimuleren, al zijn hun sturingsmogelijkheden hierin beperkt. Omdat we de
Er zijn gronden die planologisch als landbouwgrond zijn
landelijke afspraken uit het Klimaatakkoord volgen, rekenen
bestemd, die in de praktijk niet meer als zodanig worden
we kleine zon op dak installaties niet mee in ons regionale
gebruikt. Als deze gronden gedurende een ruime periode niet
bod. Dat regionale bod is echt bedoeld voor grootschalige
meer gebruikt worden als landbouwgrond, ondanks dat ze
vormen van (wind- en) zonne-energie.
nog wel zo zijn bestemd, dan vallen deze niet onder trede 4.
Deze aanscherping op gebied van zonneenergie werkt concreet door in het RPE In aansluiting op ons energieperspectief is de belangrijkste voorwaarde hierbij dat aanleg van een zonnepark op landbouwgronden niet mogelijk is, tenzij: “het zonnepark betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of aan vergroting van een efficiënter netwerkgebruik.” Dit betekent dat er mogelijkheden liggen als er bijvoorbeeld sprake is van combinatie met een energievrager, met opslag en/of van koppeling met een bestaand windpark. 41
Regionaal Programma Energievoorziening 42
04. Hoe brengen we de vraag naar energie en het aanbod van energie met elkaar in balans?
naar energiestromen. Vervolgens beschrijft het de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Met een toelichting op het Ontwikkelperspectief en de warmtetransitie belicht het twee belangrijke componenten van die vraag. Daarna stappen we over naar het aanbod van energie en wordt beschreven welke energiemix in de toekomst de vraag naar energie van de regio Stedendriehoek kan opvangen. Vervolgens vindt u een schets van het eindbeeld van de energievoorziening van de toekomst: vraag en aanbod in balans in 2050. Tot slot belicht dit hoofdstuk het bod, als mijlpaal onderweg naar ons einddoel in 2050.
Regionaal Programma Energievoorziening
Dit hoofdstuk licht eerst toe hoe de uitgangspunten uit het energieperspectief vertaald worden
43
Regionaal Programma Energievoorziening
4.1 Van uitgangspunten naar energiestromen en cijfers Als we het hebben over energiestromen, hebben we het over de manier waarop energie vanuit een bepaalde bron naar de gebruiker stroomt. Hoe wordt de energie gewonnen of opgewekt? Hoe wordt hij verwerkt, opgeslagen, getransporteerd en verdeeld? En wie gebruikt uiteindelijk de energie op welk moment?
Het energieperspectief maakt toekomstige ontwikkelingen in energiestromen zichtbaar en concreet door ze te vertalen naar cijfers
die er ligt om onze doelen voor 2050 te halen. Ook maakt
Die cijfers laten zien hoe de energiestromen binnen onze
En welke uitdagingen dat geeft voor energieopslag en de
regio en in onze gemeenten zich tussen 2019 en 2050 naar
energietransport-infrastructuur.
verwachting ontwikkelen. Dat geeft richting aan de uitdaging
44
het ons mogelijk om eerste inschattingen te maken van de hoeveelheid duurzame energie die we in de periode vanaf nu tot 2050 op enig moment als regio willen kunnen opwekken.
Regionaal Programma Energievoorziening
4.2 De omvang van onze energievraag Deze paragraaf schetst hoe in de regio Stedendriehoek de vraag naar energie zich de komende jaren naar verwachting ontwikkelt. De vraag naar energie ontstaat op vier verschillende terreinen: in de gebouwde omgeving, in de landbouw, in de industrie en in verkeer & vervoer
Van dat totale energieverbruik in 2050 vullen we ongeveer 5 TWh in met elektriciteit
Op al deze terreinen is energie nodig voor verduurzaming
dagen, weken en seizoenen. Om toch altijd voldoende
van bestaande processen, gebouwen en voertuigen. En
energie te hebben, slaan we gedurende het jaar ongeveer
er is energie nodig voor het ontwikkelen en produceren
50% van alle elektriciteit voor kortere of langere tijd op,
van nieuwe duurzame woningen, nieuwe industriële
voordat we die gebruiken. Daarvoor zijn allerlei verschillende
processen, nieuwe machines en nieuwe auto’s en overige
vormen van opslag nodig. Bij het opwekken en opslaan van
transportmiddelen. De hoeveelheden energie die hierbij
energie maken we onderscheid in het deel dat we als regio
horen in 2019 en in 2050 zijn te zien in afbeelding 5.
zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale
Tegelijkertijd variëren vraag en aanbod sterk gedurende
net blijven gebruiken.
Een belangrijke prognose is dat de vraag naar energie in de regio daalt van ongeveer 10 TWh in 2019 naar ongeveer 7 TWh per jaar in 2050 steeds meer elektrische systemen en apparaten gebruiken,
4.2.1 Onze energievraag en de relatie met het Ontwikkelperspectief
die efficiënter zijn dan systemen op basis van fossiele
In de regio wordt het Ontwikkelperspectief uitgewerkt.
brandstoffen. Aan de andere kant daalt de energievraag door
Het Ontwikkelperspectief is het vervolg van de eind
energiebesparende acties. Denk bijvoorbeeld aan isolatie
2024 vastgestelde Contourenschets 2050 voor de
van woningen en kantoorgebouwen, of een efficiënter
Stedendriehoek, waarin vier denkrichtingen staan voor
productieproces in de industrie.
een verstedelijking in balans in de regio Stedendriehoek.
Die daling wordt aan de ene kant veroorzaakt doordat we
Dit Ontwikkelperspectief schetst hoe onze groeiambities op gebied van woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en de bijbehorende energievoorziening een plek kunnen krijgen in de schaarse ruimte. Met behoud en versterking van onze natuur en ons landschappelijk kapitaal. Het gaat om de ontwikkeling van de hele regio met oog voor de mens en focus op versterking van de kwaliteit van leven. Een andere term voor die kwaliteit van leven is ‘brede welvaart’. Het Ontwikkelperspectief brengt daarmee ook een deel van de nieuwe energievraag in beeld.
45
Regionaal Programma Energievoorziening
De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek verdeeld naar sectoren gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit en landbouw 2019
2022
≈ 10 TWh
≈ 9 TWh
in een mix van elektriciteit, gas en andere fossiele brandstoffen
+
2050
≈ 7 TWh
in een mix van duurzame elektriciteit en omgevingsenergie
3,7 TWh
3,1 TWh
2,5 TWh
2,2 TWh
3,5 TWh
1,8 TWh +
0,5 TWh
0,5 TWh
Afbeelding 5: De verwachte ontwikkeling van de vraag naar energie in de regio Stedendriehoek. Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 en Regionale Klimaatmonitor We gebruiken 2019 als referentiejaar, omdat dat het laatste jaar voor corona en de oorlog in Oekraïne was.
Reikwijdte RES 1.0 ten opzichte van het Regionaal Programma Energievoorziening
Energievraag Energieaanbod Transport, opslag en Met het Ontwikkelperspectief bewaken we Op plekken waar flexibel het elektriciteitsnet minder geschikt is, gebruik Warmtetransitie: Opwekking zonne-energie, de ruimtelijke balans binnen de regio kunnen beter netvriendelijke woningen komen en bedrijven bestaande woningen en grootschalig
Transport: De vraag om ruimtevan is immers meer woningen, meer die minder energie gebruiken. Dit is een voorbeeld van werklocaties het gasgroot: af Opwekking windenergie, Energie-infrastructuur woningen grootschalig werk,Nieuwe meer mobiliteit en een decentraler energiesysteem. hoe het Regionaal Programma Energievoorziening Nieuwe Opwekking Terwijl we de werklocaties komende jaren nog te maken hebben met zonne-energie, invloed kan hebben op keuzes in ruimtelijke ordening Opslag: Verduurzaming mobiliteit kleinschalig Batterijen een overbelast elektriciteitsnet en de uitdaging om de hele en hoe het samenhangt met het bredere ruimtelijke Verduurzaming industrie Opwekking windenergie, Warmtebuffers energievoorziening geven, moeten ontwikkelperspectief. en landbouw toekomstgericht vorm tekleinschalig Omgevingsenergie maatschappelijke ontwikkelingen wel doorgaan. Dat vraagt Flexibel gebruik: (lucht, water en ondiepe Gebruik buitenwerkt Het team dat werkt van aanenergie het RPE in de openbare ruimte dus om afgewogen keuzes.
Keuzes ondergrond) de piekmomenten ook mee aan de totstandkoming van het die bijdragen aan het eindbeeld dat wij hebben voor onze Restwarmte (uit de industrie) Slimme meters/slim laden regio en de energievoorziening die we daarvoor nodig (diepe Ontwikkelperspectief Geothermie Flexibele energieprijzen ondergrond) Daarmee wordt de integratie van de energievoorziening van hebben. Biogas de toekomst in het Ontwikkelperspectief geborgd. Andersom Waterstof Het thema energie is daarbij mede krijgen uitgangspunten uit het Ontwikkelperspectief een plek Kernenergie bepalend in de ruimtelijke ordening in het RPE. Daar waar het toekomstige elektriciteitsnet geschikt is voor groei van bedrijven die veel energie gebruiken, is het logischer om ruimte te maken voor deze bedrijven.
46
Een onderdeel van de energietransitie dat extra aandacht
De gemeente regisseert de planning en uitvoering van de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving
vraagt, is de warmtetransitie. De warmtetransitie is de
Daarvoor stellen gemeenten een warmteprogramma op.
overstap van het verwarmen van onze gebouwde omgeving
In die warmteprogramma’s brengen zij op basis van lokale
met aardgas, naar het verwarmen met energie uit duurzame
afwegingen in kaart wat per buurt of gebied duurzame
bronnen. Dit volgt uit de afspraak met het Rijk dat alle
alternatieven zijn voor verwarmen met aardgas. De
sectoren in Nederland in 2050 klimaatneutraal zijn. Ook in de
warmteprogramma’s zijn een vervolg op de transitievisies
warmtetransitie gaat het over de vraag naar energie.
Warmte en moeten uiterlijk eind 2026 zijn vastgesteld. Elke
Regionaal Programma Energievoorziening
4.2.2 Onze energievraag en verwarmen zonder aardgas
5 jaar worden de warmteprogramma’s herijkt.
Met de gebouwde omgeving bedoelen we de
In de warmteprogramma’s krijgt ook de lokale isolatieaanpak een plek
door de mens gemaakte omgeving, waar mensen
Hierbij worden de uitgangspunten en actielijnen vanuit het
samenkomen om te leven en te werken. Het gaat
Nationaal isolatieprogramma gevolgd. Op deze manier is het
dan bijvoorbeeld om woningen, bedrijfsgebouwen,
thema isolatie geborgd in onze aanpak voor de energie- en
parken en zwembaden. Maar ook om de
warmtetransitie. Op regionaal niveau werken de mensen
ondersteunende infrastructuren, zoals transport,
die zich bezig houden met de warmtetransitie nauw samen
water en energienetwerken.
met het Regionaal Programma Energievoorziening. Er wordt samen kennis ontwikkeld en gedeeld, waardoor ook isolatie en energiebesparing onderdeel zijn van de plannen voor de toekomstige energievoorziening van de regio Stedendriehoek.
ZUTPHEN
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Warmtenet Componistenbuurt In Zutphen zijn er plannen om 731 woningen in de
De IJssel. Dat biedt kansen om warmte uit de IJssel te
Componistenbuurt aan te sluiten op een collectief
halen en te gebruiken om woningen te verwarmen. Zo
warmtenet. De Componistenbuurt ligt aan de rivier
gebruiken we een lokale en duurzame warmtebron.
47
Regionaal Programma Energievoorziening
Aardgas kan vervangen worden door een warmtebron, gecombineerd met een warmtepomp en eventuele warmteopslag
De oplossingen voor warmte worden nu uitgewerkt in de warmteprogramma’s van de gemeenten
De temperatuur van warmtebronnen als water en lucht is
Zonder daarop vooruit te willen lopen, geeft dat de volgende
te laag om direct in te kunnen zetten. Om die temperatuur
richtingen:
te verhogen, worden warmtepompen ingezet. Zo’n
• Als er een warmtebron beschikbaar is die mogelijk
warmtepomp kan individueel of collectief gebruikt worden.
in aanmerking komt voor een collectieve oplossing,
Aangezien warmtepompen werken op elektriciteit, zorgt dat
moet worden onderzocht of deze daarvoor geschikt is.
voor een toename van het elektriciteitsgebruik. Aardgas kan
Dit hangt af van hoeveel warmte de bron kan leveren,
in principe ook vervangen worden door een duurzaam gas:
hoe hoog de temperatuur is en of we de bron goed
groen gas of waterstof bijvoorbeeld. In de praktijk zal dat
kunnen ontsluiten. Ook is het belangrijk dat er eventuele
in de gebouwde omgeving bijna altijd onaantrekkelijk zijn
alternatieve warmtebronnen beschikbaar zijn, mocht een
door hoge kosten of beperkte beschikbaarheid. Duurzame
oorspronkelijke bron wegvallen.
gassen worden naar verwachting vooral ingezet om pieken
• Hoeveel huizen er in een gebied staan, is ook belangrijk.
in de vraag naar elektriciteit en warmte op te vangen en
Hoe meer huizen, hoe makkelijker het is om de
bij bedrijven voor productieprocessen met zeer hoge
warmtebron efficiënt te gebruiken, bijvoorbeeld met
temperaturen.
een warmtenet. Als er minder huizen zijn, is een groot collectief systeem vaak moeilijker. Dan kunnen kleine
Aardgasvrij verwarmen van de gebouwde omgeving kan niet zonder elektriciteit
collectieve systemen met warmteopslag een oplossing
Met de uitwerking van de energievoorziening van de
warmtepomp hoeft te hebben. In gebieden met weinig
toekomst legt de regio de verbanden tussen de lokale
huizen is er vaak geen gezamenlijke warmtevraag. In deze
warmteprogramma’s en de hoeveelheid hernieuwbare
gevallen is het logisch om individuele oplossingen te
elektriciteit die daarvoor nodig is.
gebruiken om van het gas af te komen.
zijn. Dit betekent dat niet elk huis een eigen elektrische
Als we het hebben over elektriciteitsgebruik, zijn warmtenetten vaak efficiënt
De Regionale Structuur Warmte onderzoekt of bovenlokale warmtebronnen gebruikt kunnen worden
Dat komt omdat grote industriële warmtepompen in een
In de RES 1.0 is voor onze regio een uitgebreide analyse
warmtenet efficiënter zijn dan de warmtepompen die aan
gemaakt waar bovenlokale bronnen aanwezig zijn en
consumenten worden verkocht. Hoe efficiënt het warmtenet
op welke plekken in de regio een hoge energievraag
is, hangt sterk af van de warmtebron, de hoeveelheid
bestaat. Hieruit is gebleken dat er twee grote bronnen
aangesloten gebouwen en de onderlinge afstanden. Het
van restwarmte zijn: het rioolwater van Friesland Campina
elektriciteitsverbruik is in een warmtenet eenvoudiger te
(gemeente Lochem) en de papierindustrie in Eerbeek
reguleren. Dat komt omdat warmtenetten vaak grote buffers
(gemeente Brummen). Het gebruik van de restwarmte uit
hebben en altijd over een reserve- of piekvoorziening
het rioolwater van de fabrieken van Friesland Campina
beschikken. In het kader van de energietransitie, de
is door de gemeentes Lochem, Zutphen en Berkelland
netcongestie en met een vraag naar elektriciteit die niet altijd
onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het gegund
past bij het aanbod, onderzoeken we daarom bij voorkeur
aan kleinschalige lokale projecten in Berkelland en een
altijd eerst met inwoners en ondernemers de mogelijkheid
grootschalig warmtenet in Zutphen. Voor de restwarmte uit
van een warmtenet.
de papierindustrie doet de gemeente Brummen onderzoek naar een eerste toepassing in Eerbeek. Het ligt op dit moment nog niet voor de hand deze bron op andere plekken in te zetten.
48
10000
Een i onze van 2 Regionaal Programma Energievoorziening
Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ
12 TWh
bron voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Via
Het aardgasverbruik in de gebouwde 9000 omgeving in de Stedendriehoek daalt
de volgende link komt u bij een artikel terecht over kansen
Dat is8000 vooral te danken aan hoge prijzen en zachte
10 TWh
voor het verwarmen van huizen met water uit de IJssel en de
winters en -in mindere mate- aan isolatie. Tegelijkertijd is 7000 elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving tussen 2012 6000 en 2022 slechts licht gestegen. Dat komt doordat er veel
8 TWh
De regio onderzoekt ook de mogelijkheden van de IJssel als
samenwerking in Zutphen waar concrete stappen worden gezet om aquathermie in te zetten voor een warmtenet: regio Stedendriehoek | Huizen verwarmen met water uit de IJssel . Daarnaast kijken we in de regio naar mogelijkheden voor geothermie, biogas (door mono-mestvergisting) en restwarmte op bedrijventerreinen. De keuzes in de lokale warmteprogramma’s hebben veel consequenties voor de energievoorziening van de toekomst De keuzes hebben namelijk invloed op de vraag naar elektriciteit. Zowel gemeentelijk als regionaal is de zoektocht naar voldoende duurzame elektriciteit om die warmte uit de omgeving te kunnen halen een belangrijk onderwerp. Het is daarom belangrijk dat het RPE, de lokale warmteprogramma’s en de plannen van de netbeheerders goed op elkaar aansluiten.
energiezuinige apparatuur is ontwikkeld en veel mensen 5000 zonnepanelen hebben aangeschaft. De grote stijging van 4000 de elektriciteitsvraag komt nog, als meer cv-ketels worden
6 TWh
4 TWh
vervangen door warmtepompen en benzineauto’s door 3000 elektrische auto’s. Wat niet in de grafiek te zien is, maar goed2000 om te vermelden: er zijn wel meer pieken in het
2 TWh
elektriciteitsgebruik op de momenten dat ze niet gewenst 1000 zijn. In de winter bijvoorbeeld, als de warmtepomp harder 0 maar er minder duurzaam opgewekte moet werken, 2012 2015 2020 2023 elektriciteit geproduceerd wordt.
0 TWh
1 TWh
Stadswarmte
Du
Houtkachels
(Di
Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter
Om
Ele
Aardgas
Bra
Aa
Energieverbruik van woningen in de regio Stedendriehoek in TJ
Gemiddeld energieverbruik per Een indruk van de verandering van woning in de regio onze regionale energiedragers Stedendriehoek in TJ van 2019 naar 2050
10000 9000
120,07 TWh
8000
0,06 10 TWh
7000 6000
0,05 8 TWh 0,04
5000
60,03 TWh
4000
40,02 TWh
3000
0,01 2 TWh 0
2000
1 TWh
1000
Scen
Scenario 1
Scenario 2
2012
2015
2020
2023
0 TWh
0 2012
2015
2020
2019
2023
2050
Stadswarmte
Duurzame gassen en brandstoffen
Houtkachels
(Diepe) geothermie
Totaal elektriciteitsverbruik woningen incl. zonnestroom achter de meter Aardgas
Omgevingsenergie (bodem, lucht, water, rest) Afbeeldingen 6a en 6b: Verloop van het energieverbruik in woningen in de Elektriciteit regio Stedendriehoek Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek
Brandstoffen (benzine, diesel, LPG)
Aardgas
49
Energieprofiel van een huishouden op een januaridag
Hoogte van de energievraag
Regionaal Programma Energievoorziening
4.3 De energievoorziening van de regio Stedendriehoek in 2050 Deze paragraaf schetst de verwachte energievraag in de regio Stedendriehoek in 2050 en met welke 1 2 3 4 aan 5 6die 7 vraag 8 9 10 11 12 13 kan 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 energiemix voldaan worden. Uren van de dag
In 2050 kan ongeveer 80% van de energie voor de regio Stedendriehoek in de regio zelf geproduceerd worden
Kijkend naar het aandeel elektriciteit, wekken we in de
Afbeelding 1 laat zien hoe dat eindbeeld er in 2050 uit kan
gebruiken we het centrale net. Van de elektriciteit die we
zien. Het totale aanbod van energie is op dat moment
nodig hebben, wekken wij in 2050 dus ongeveer 60% zelf
7,5 TWh. Daarvan bestaat 5,0 TWh uit elektriciteit en
op. Daarbij maken we slim gebruik van de beschikbare
2,0 TWh uit omgevingsenergie. De overige 0,5 TWh komt
omgevingsenergie en andere lokale duurzame bronnen.
uit andere duurzame bronnen binnen de regio, zoals diepe
Daardoor kunnen we binnen de regio 5,5 TWh van de
geothermie, duurzame gassen en biobrandstoffen.
7 TWh die we nodig hebben, zelf opwekken. Hiermee kan
regio 2050 3,0 TWh lokaal en regionaal op met behulp van zonne- en windenergie. Voor de overige 2,0 TWh
ons niveau van dus oplopen tot 80%. Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening inzelfvoorziening de regio Stedendriehoek in 2050
Energieaanbod Elektriciteit van binnen de regio: ≈ 3 TWh Elektriciteit van buiten de regio: ≈ 2 TWh Totale energievraag binnen de regio ≈ 7 TWh
Lokale omgevingsenergie: ≈ 2 TWh Diepe geothermie, waterstof, biogas/groen gas en overige biobrandstoffen, lokaal: ≈ 0,5 TWh
Totaal energieaanbod van binnen de regio ≈ 5,5 TWh Totaal energieaanbod van buiten de regio ≈ 2 TWh
≈ 80% zelfvoorzienend
Totaal: ≈ 7,5** TWh Afbeelding 1: Mogelijk eindbeeld van de energievoorziening in de regio Stedendriehoek in 2050 Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 * aanname dat de helft van de duurzame gassen en biobrandstoffen van buiten de regio wordt geïmporteerd. ** met de getallen die de gemeenten in de regio Stedendriehoek hebben aangeleverd, komen we uit op een aanbod dat hoger is dan de vraag. Die getallen worden de komende jaren preciezer.
50
elektriciteit. De voorspellingen van de netbeheerders en
Hiervoor ontbreekt op dit moment bij gemeenten politiek-
verwerkt. De resultaten zijn vervolgens vergeleken met de
bestuurlijk draagvlak. Op de lange termijn zijn kleinschalige
nationale plannen van de netbeheerders en de ministeries.
kernenergie en andere vormen van kleinschalige regelbare
Die uitkomsten kwamen goed met elkaar overeen. Het jaar
energieopwekking niet uitgesloten. De provincie Gelderland
2050 is nog ver weg, maar op basis van de analyses ligt er
onderzoekt de mogelijkheden voor kleine kerncentrales, de
een goed eindbeeld, inclusief een behoorlijk nauwkeurig
zogenaamde Small Modular Reactors (SMR’s). We blijven
beeld van de verwachte energievraag.
plannen van de gemeenten voor woningbouw, bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkeling en verduurzaming zitten daarin
hierover met elkaar in gesprek en volgen de ontwikkelingen richting 2050 op dit gebied.
Regionaal Programma Energievoorziening
Kleinschalige kernenergie maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de regionale energiemix
Vervolgens is bekeken hoeveel energie we in de regio kunnen produceren. De energiemix voor 2050 is gebaseerd
Het eindbeeld helpt om de ontwikkeling van duurzaam opgewekte elektriciteit te volgen
op regionale vertalingen van het energieperspectief naar
Het eindbeeld voor 2050 en de cijfers die daaraan ten
en hoeveel omgevingsenergie en energie uit andere duur-
grondslag liggen, kunnen gebruikt worden om jaarlijks te
zame bronnen we lokaal kunnen gebruiken, in 2050 en in de
monitoren of we op koers liggen om het einddoel te halen.
periode onderweg daar naartoe. Hierbij is zowel grootscha-
onze toekomstige energievoorziening. Er is een inschatting gemaakt hoeveel elektriciteit we lokaal kunnen produceren
lige als kleinschalige energieopwekking meegenomen. Ook
Het eindbeeld is na uitgebreid onderzoek en analyse tot stand gekomen
de gemeentelijke warmteplannen zijn onderdeel van deze
Er is gekeken hoeveel energie we in de regio nodig hebben
-projecten meegenomen. Naarmate prognoses gaan over
voor bedrijvigheid, mobiliteit en gebouwen. Daarbij is
de periode 2040-2050 krijgen deze meer het karakter van
gerekend met conservatieve aannames voor de effecten
ambities.
analyse. Tot 2030-2035 zijn bekende gebiedsprocessen en
van de overgang van fossiele brandstoffen op duurzame
LOCHEM
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Biogashub in Lochem Het Achterhoekse landschap leent zich uitstekend
Lochem zet de Stichting Stimulering Biogas Lochem
voor een biohub, een kleinschalige biogasinstallatie
en Omgeving zich in voor een uitbreiding van deze
gekoppeld aan een leidingnetwerk. Dit systeem valt
duurzame vorm van energieopwekking.
nauwelijks op in het coulisselandschap. In de gemeente
Zie ook: Biogas - gemeente Lochem
51
Regionaal Programma Energievoorziening
4.4 Het bod in het RPE: de eerste mijlpaal op weg naar 2050 Elke regionale energiestrategie bevat een bod: een belofte om ons best te doen om vanaf een bepaald moment jaarlijks een bepaalde hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Het bod in het RPE is gebaseerd op de energievoorziening zoals we die als regio in 2050 voor ons zien. Daarbij is het een voortzetting van het RES 1.0 bod. In het RPE blijft ons bod 1,07 TWh; we willen dit zo snel mogelijk na 2030 en uiterlijk in 2035 bereiken
Tenslotte speelt met name bij zonne-energie de uitdaging
Het bod zien wij als mijlpaal voor het grootschalige gedeelte
zonne-elektriciteit wordt dus steeds minder waard. Dat
van de energieopwekking, op weg naar ons einddoel: een
probleem kan grotendeels worden opgelost met batterijen.
klimaatneutrale energievoorziening in 2050.
Die inhaalslag komt, maar het zal enkele jaren duren voordat
dat er onvoldoende vraag naar elektriciteit is op het moment dat alle zonnepanelen maximaal leveren. Die
batterijen net zo normaal zijn als zonnepanelen. Op dat
Er zijn verschillende redenen voor het feit dat 2030 te vroeg komt om het bod te bereiken
moment ontstaat ook economisch weer ruimte voor meer zonne-energie.
Ten eerste de netcongestie: het verschijnsel dat er op momenten regelmatig meer elektriciteit geproduceerd of gevraagd wordt dan de elektriciteitsnetten aankunnen.
Meer informatie over het RPE en wat de
Daardoor is het op veel plekken nu niet mogelijk om
aanleidingen waren om de RES 1.0 te actualiseren,
zonnevelden, windturbineparken en afnemers aan te sluiten
vindt u in de bijlage ‘Van RES 1.0 naar het Regionaal
op het elektriciteitsnet, of bestaande aansluitingen te
Programma Energievoorziening: toelichting en
verzwaren.
verantwoording’.
Ten tweede zijn de mogelijkheden voor het halen van de RES 1.0 doelen de afgelopen jaren beperkt. Dit is het gevolg van aangescherpte normen voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie op land. En van de beperkingen voor windenergie door de beschermde status van de wespendief, een roofvogel die onder meer leeft op en rond de Veluwe.
52
2023
Brandstoffen (benzine, diesel, LPG) Aardgas
Twee scenario’s laten zien wanneer we het bod kunnen halen
Windenergie is in de beschreven scenario’s niet meegenomen
We kijken hierbij alleen naar het grootschalig opwekken
Daar is voor gekozen omdat het aandeel windenergie in
van elektriciteit, want dat is waar ons bod in de RES 1.0 op
ons bod in absolute zin klein is: 0,11 TWh/jr. En omdat de
gebaseerd is. In de voortgangsrapportage van 1 juli 2025 is
mogelijkheden voor nieuwe wind-initiatieven om uiterlijk in
Scenario RES 1.0-bod te zien dat dit in onzem.b.t. regio om 0,4 TWh per jaar gaat.
2035 energie te produceren, beperkt zijn, dus hierin geen verschil te maken is voor de scenario’s.
Bod bereikt in 2039
Scenario 1 2025
2030
2040
0,4 TWh
0,57 TWh
1,2 TWh
In de toekomst werken we dit soort scenario’s graag uit samen met het Rijk, de provincie en andere regio’s
Regionaal Programma Energievoorziening
per
Elektriciteit
De scenario’s die we nu beschreven hebben, zijn vooral gebaseerd op de groei van de hoeveelheid zonne-energie
Bod bereikt in 2035
Scenario 2 2025
2030
2040
0,4 TWh
0,67 TWh
2,0 TWh
Afbeelding 7: Scenario’s voor het grootschalig opwekken van energie ten behoeve van het bod in het RPE Bron: Stedendriehoek E-Perspectief-schematisch-v4.3 Met aannames van IJsselwind online in 2027, wind Lochem online in 2031 en repowering oude turbines Zutphen in 2032
vanaf 2021. Die lag rond of boven de 30% per jaar. Door netcongestie, aangescherpte regels, onzekere business cases en beperkte opslagmogelijkheden zien we dat tempo duidelijk teruglopen. Door gegevens van andere overheden mee te nemen in de uitwerking, vergroot dat de betrouwbaarheid van toekomstige scenario’s.
Het bod is een mijlpaal en geen doel op zich Omdat we nu de hele energievoorziening bekijken, verandert er alleen wel iets. We beschouwen het bod niet langer als doel op zich, maar als een eerste mijlpaal op weg naar dat eindbeeld in 2050. En dan specifiek voor het gedeelte
Scenario 1 - gaat uit van het huidige tempo van netversterking
grootschalige energieopwekking. Dat doen we in het
Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat op daken
toekomst. We kijken naar de hoeveelheid energie die wij als
wordt opgewekt met 10% en het percentage zonne-energie
regio nodig hebben en maken onderscheid in het deel dat
dat op land wordt opgewekt met 5%. Het RES 1.0-bod wordt
we zelf gaan opwekken en het deel waarvoor wij het centrale
bereikt in 2039. In dit scenario komt de groei van het aandeel
net gaan gebruiken.
bredere perspectief van de energievoorziening van de
duurzaam opgewekte energie langzaam weer op gang. Dat komt doordat de netversterkingen en de implementatie van mogelijkheden tot energieopslag tijd nodig hebben.
Scenario 2 - gaat uit van een versnelling in de implementatie van energieopslag
Met de voortgangsrapportage monitoren we of we koers liggen om het bod te realiseren Het Nationaal Programma RES (NPRES), heeft met alle energieregio’s afgesproken dat vanaf 2023 iedere twee
Elk jaar groeit het percentage zonne-energie dat
jaar op 1 juli de voortgang wordt gerapporteerd in een
grootschalig op daken wordt opgewekt met 15% en het
voortgangsrapportage. Daarmee monitort NPRES de
percentage zonne-energie dat op land wordt opgewekt met
landelijke voortgang. Tegelijkertijd beantwoorden deze
8%. Het RES 1.0-bod wordt bereikt in 2035. In dit scenario
voortgangsrapportages voor onszelf de vraag of de
komt de groei van het aandeel duurzaam opgewekte energie
regio Stedendriehoek op koers ligt om haar bod tijdig te
sneller weer op gang, vooral doordat de implementatie
realiseren. Ook levert de voortgangsrapportage inzicht in de
van mogelijkheden tot energieopslag versnelt. Die trend
bijdrage per gemeente. Op 1 juli 2025 verscheen de laatste
is in de praktijk zichtbaar en wordt ook onderschreven
voortgangsrapportage. Daaruit blijkt dat inmiddels bijna 0,4
door onderzoeksbureau Ecorys en brancheorganisatie
TWh van ons bod is gerealiseerd.
EnergyStorageNL. Als regio Stedendriehoek baseren uitdaging om het bod van 1,07 TWh zo snel mogelijk na 2030,
Ons bod blijft een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting
en uiterlijk in 2035, te realiseren.
Dit bod sluit aan bij de energiebehoefte die we als regio
we ons op scenario 2 en geven onszelf beredeneerd de
in de toekomst hebben. Daarom stimuleert het ons om dit bod ook daadwerkelijk te halen. Toch is het geen 53
Regionaal Programma Energievoorziening
resultaatsverplichting, maar een inspanningsverplichting. Daar zijn meerdere redenen voor:
2. De omvang en vorm van de energiestromen ontwikkelt zich nog verder. Dit heeft te maken met voortschrijdend inzicht. De uitgangspunten geven al wel veel houvast voor
1. De dynamiek in de energietransitie is groot
de energievoorziening van de toekomst.
Zo hebben we te maken met: • De stand van de technische mogelijkheden. Denk
3. De maatschappelijke ontwikkelingen zijn maar beperkt
bijvoorbeeld aan:
te beïnvloeden door de gemeenten, de provincie,
- De kansen en uitdagingen die batterijen bieden. Dit
de waterschappen en de netbeheerder binnen onze
wordt een belangrijke technologie, maar we weten niet
energieregio. Terwijl ze wel mede bepalend zijn voor
wanneer die echt doorbreekt, en hoe de regels vorm
de richting en het tempo van de energietransitie.
krijgen om ze netvriendelijk in te zetten.
Voorbeeld van een maatschappelijke ontwikkeling is
- Innovaties als efficiëntere windturbines, windturbines
dat ondernemers eigen batterijsystemen aanschaffen
die minder geluid produceren met betere
en inwoners overgaan tot de installatie van een
vogeldetectie.
warmtepomp.
- Keuzes rond het al dan niet distribueren van waterstof naar de regio en de mogelijkheid die dat bijvoorbeeld
4. De energietransitie concurreert met andere opgaven om
biedt voor het kleinschalig opwekken van energie met
een plek in de fysieke leefomgeving
behulp van regelbare stroomgeneratoren.
Denk bijvoorbeeld aan afstandsnormen voor windturbines
- Ontwikkelingen rond SMR’s (kleine kerncentrales). • Wet- en regelgeving die nog relatief nieuw is of in
terwijl er plannen zijn voor een nieuwe woonwijk in hetzelfde gebied. Of aan de keuzes in aantrekken en
ontwikkeling is en waar de komende jaren ongetwijfeld
behouden van energie-intensieve bedrijvigheid. Deze
toevoegingen en wijzigingen in gaan komen. Zoals
keuzes maakt onze regio de komende jaren binnen het
bijvoorbeeld de Omgevingswet, de aangescherpte
Ontwikkelperspectief. Dit heeft vanzelfsprekend zijn effect
voorkeursvolgorde zon, de landelijke normen voor
op de inrichting van onze energievoorziening van de
het opwekken van windenergie op land, de nieuwe
toekomst.
Energiewet en de regels en normen voor netbeheerders vanuit de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Meer informatie over de Energiewet vindt u in bijlage 4. • De nu en straks geldende marktordening. Denk
5. De vertraging die kan optreden in de projecten voor de versterking van het elektriciteitsnetwerk Bijvoorbeeld door een tekort aan personeel bij de
bijvoorbeeld aan het feit dat we op dit moment overal
netbeheerders. Of doordat regelgeving op het gebied van
in Nederland merken dat de elektriciteitsnetten tegen
stikstofuitstoot de uitbreiding van elektriciteitsnetwerken
hun grenzen aanlopen. En we tegelijkertijd nauwelijks
belemmert.
de mogelijkheid hebben om daar, bijvoorbeeld met prijsprikkels of dynamische tarieven voor iedereen, iets
Het RPE is opgesteld met de kennis van nu
aan te doen.
De vijf punten hiervoor werken door op de hele
• Geopolitieke ontwikkelingen die kunnen leiden tot bepaalde prioritering.
energievoorziening van de toekomst. Daarom is het energieperspectief ook nooit af en wordt dit RPE herijkt op het moment dat de ontwikkelingen in de energietransitie daar aanleiding toe geven.
54
Regionaal Programma Energievoorziening
05. Samen werken en samen uitwerken
55
Regionaal Programma Energievoorziening
56
Regionaal Programma Energievoorziening
5.1 Wie er heeft bijgedragen aan het RPE Het RPE is een document, waarin de gezamenlijke keuzes beschreven staan. Maar het is ook een manier om in de regio samen te werken aan de energietransitie. Dat proces van samen ontwikkelen is onmisbaar voor het bereiken van ons doel: een betaalbare, betrouwbare en klimaatneutrale energievoorziening voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de gemeenten in onze regio: Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen. De stuurgroep is bestuurlijk opdrachtgever voor het RPE
Programma RES. De cogro is verantwoordelijk voor de
De stuurgroep wordt gevormd door bestuurders van de
stukken die daar besproken worden.
voorbereiding van de stuurgroepvergaderingen en de
7 gemeenten, de waterschappen, de provincie, Liander en een vertegenwoordiger van de Adviestafel.
Voor de ontwikkeling en uitwerking van het RPE is bij de regio Stedendriehoek een werkorganisatie ingericht met een eigen programmateam
Om ook maatschappelijke partners te betrekken, is op regionaal niveau de Adviestafel ingericht Aan de Adviestafel zitten de energiecoöperaties, VNO-NCW, Jong Regio, LTO Noord, Natuur en Milieu Gelderland, de Rabobank en Saxion. De Adviestafel is in het hele proces
Het programmateam bestaat uit de programmamanager,
nauw betrokken bij de totstandkoming van het RPE en
een projectleider RPE, twee energietransitie-planologen,
geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de stuurgroep.
de projectleider voor het energieperspectief, een expert op
Een vertegenwoordiger van de Adviestafel is lid van de
gebied van lokaal eigendom, een communicatieadviseur, een
stuurgroep.
secretaris en een tekstschrijver.
Het programmateam werkt nauw samen met een ambtelijke coördinatiegroep
Samen werken aan de energievoorziening stopt niet bij de grenzen van onze regio We overleggen regelmatig met buurgemeenten en
In deze coördinatiegroep -ook wel de cogro genoemd-
aangrenzende energieregio’s, zoals de regio’s Noord-Veluwe,
zitten de beleidsadviseurs energie van de 7 gemeenten,
West-Overijssel en Twente. In deze overleggen wisselen
de provincie, de waterschappen, Liander en het Nationaal
we kennis en ervaringen uit en informeren we elkaar over 57
Regionaal Programma Energievoorziening
relevante ontwikkelingen. Ook stemmen we waar mogelijk
raadsleden, provinciale staten en de algemene besturen
af over strategische thema’s zoals netcongestie, ruimtelijke
van de waterschappen de mogelijkheid hebben gehad om
zoekgebieden voor duurzame opwek, en de aansluiting van
informatie te vergaren en input te geven op het RPE. Zo zijn
infrastructuur op de regionale en landelijke energiesystemen.
er webinars georganiseerd voor volksvertegenwoordigers, hebben er opiniërende besprekingen bij de gemeenteraden
Communicatie is een belangrijk aandachtspunt
plaatsgevonden bij Provinciale Staten. Raden en staten
Er is een vast periodiek overleg ingericht met de
te reageren.
hebben de mogelijkheid gekregen om op het ontwerp RPE
communicatieadviseurs van de gemeenten. De de programmamanager over de regiobrede communicatie.
Elke gemeente organiseert zelf de participatie met inwoners en ondernemers
Ook organiseren ze binnen de eigen organisatie de
De ontwerpversie van het Regionaal Programma
communicatie tijdens het proces van totstandkoming van
Energievoorziening heeft bij de zeven betrokken gemeenten
het RPE.
en de provincie Gelderland ter inzage gelegen. Op die
communicatieadviseurs doen gezamenlijk voorstellen aan
manier hebben alle mensen die wonen of werken binnen
Volksvertegenwoordigers worden betrokken bij de totstandkoming van het RPE
onze regio de kans om een zienswijze in te dienen. Daarbij
De Raadsadviescommissie en de griffierskring van de
informeerden zij inwoners en ondernemers, gingen met
regio hebben geadviseerd over de manier waarop we
hen in gesprek en haalden input op voor het Regionaal
dat het beste konden doen. Dat heeft ertoe geleid dat
Programma Energievoorziening.
heeft een deel van de gemeenten ervoor gekozen om fysieke informatie- en inloopmomenten te organiseren. Zo
LOCHEM
LOKAAL ENERGIE-INITIATIEF
Local4local LochemEnergie zet zich sinds 2024 in voor
werken aan duurzaamheid. Het Lochemse Almen wil
Local4Local: een systeem waarmee buurten,
energieneutraal worden en start met een onderzoek
kernen en andere gemeenschappen zelf opgewekte
naar energieverbruik. Het dorp denkt vervolgens
energie logischer, socialer en goedkoper verdelen
aan toepassingen zoals biogas, windenergie en
onder deelnemers. Met de zogenaamde circus-
warmtekrachtkoppeling.
methode kunnen de deelnemers kiezen hoe zij gaan
58
Regionaal Programma Energievoorziening
5.2 Energie gemeenschappen: de motor van het lokale energiesysteem Met de inwerkingtreding van de Energiewet kent Nederland vanaf 1 januari 2026 een nieuwe juridische entiteit in de energiemarkt: de energiegemeenschap. Binnen een energiegemeenschap kunnen inwoners, bedrijven, maatschappelijke instellingen, agrariërs en overheden in een gebied samen energie opwekken, opslaan, delen of leveren
opgaven. Het coöperatieve model Local4Local is daarin
Bijvoorbeeld in coöperatieve projecten. Daarmee zijn zij de
zoveel mogelijk energie te delen.
een belangrijk onderdeel. Met behulp van Local4local zijn energiegemeenschappen in staat om energie te leveren tegen een eerlijke en stabiele prijs. Ook ondersteunen de energiegemeenschappen inwoners en ondernemers om
motor van het lokale energiesysteem van de toekomst. Zo zorgen we samen voor een betrouwbare, betaalbare en
Het doel van energiecoöperaties blijft om te zorgen
klimaatneutrale energievoorziening voor onze woon- en
voor duurzaam opgewekte energie in lokaal eigendom.
werkgebieden.
Zij kunnen deze rol alleen maar goed invullen als zij structureel kunnen samenwerken met gemeenten en
De energiecoöperaties in de regio Stedendriehoek willen samen doorgroeien naar energiegemeenschappen op gemeentelijk niveau
de regio Stedendriehoek. Die samenwerking verloopt in het algemeen positief en blijven we de komende jaren ontwikkelen.
Elke coöperatie doet dat op eigen wijze en in een tempo dat past bij de lokale situatie. Daarnaast faciliteren en ondersteunen de energiecoöperaties de ontwikkeling van
Zie voor meer informatie over de Energiewet
buurt- en wijkenergiegemeenschappen. Dit geldt zowel
bijlage 4.
voor bestaande bouw als voor nieuwbouw. Zij richten zich daarbij op het hele energiesysteem: elektriciteit, warmte, koeling, opslag en conversie. Dit doen zij via een buurtof wijkaanpak, waarbij ook ruimte kan zijn voor andere