CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028

gemeenteraad 21 oktober 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Ombuigingsmaatregelen 2026 en verder34.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

82 |

50%

Financieel gevolg (x € 1,00) 400.000 max

Incidenteel/ structureel Structureel

80%

500.000 max

Structureel

10%

500.000 max

Incidenteel

80%

200.000 max

Structureel

50%

500.000 max

Structureel

20%

400.000 max

Incidenteel

30%

450.000 max

Structureel

50%

800.000 max

Structureel

30%

100.000 max

Structureel

20%

3.000.000 max

Incidenteel

Kans

Risico

Gevolgen

Als gevolg van stijgende energiekosten bestaat het risico dat bij aflopende energiecontracten de lasten toenemen. Begrotingstekorten in gemeenschappelijke regelingen.

Hogere uitgaven.

70%

Financieel gevolg (x € 1,00) 1.000.000 max

Incidenteel/ structureel Structureel

50%

500.000 max

Incidenteel

10%

1.000.000 max

Incidenteel

30%

500.000 max

Structureel

10%

1.500.000 max

Incidenteel

60%

2.000.000 max

Structureel

60%

500.000 max

Structureel

25%

2.300.000 max

Structureel

Kans

Financieel bijspringen door de gemeente aan gemeenschappelijke regelingen. Als gevolg van het overtreden van de AVG of Boete een Datalek kan de gemeente Voorst beboet opgelegd worden. krijgen of extra kosten door onderzoek / repareren datalek in systeem Als gevolg van een (nieuwe) pandemie wordt Hoger de gemeente geconfronteerd met extra kosten ziekteverzuim, en werkzaamheden. hogere zorgkosten, handhaving, etc. Als gevolg van een Hack of gijzelsoftware Het kan de digitale infrastructuur lange tijd herstellen niet bereikbaar zijn en schade oplopen van de (dataverlies). infrastructuur en data kent grote financiële gevolgen. Algemene risico's Lagere algemene uitkering als gevolg van een Tekort aan nieuwe financierings-systematiek van het rijk inkomsten. Vergrijzing personeel gemeente Voorst. Kans Hogere op ontbreken specifieke kennis, opvullen van uitgaven vacatures is problematisch vanwege krapte op inhuur de arbeidsmarkt. personeel. Algemene post kleine risico's. Hogere uitgaven.

Totaal alle risico's: € 22.900.000 Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 22.900.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de berekening komt naar voren dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 6.705.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Externe effecten De afgelopen jaren worden gekenmerkt door een aantal crisissen en onzekerheden. Zo heeft de oorlog in Oekraïne geleid tot hoge inflatie en stijgende rentepercentages en aansluitend op de (inter)nationale effecten worden gemeenten ook geconfronteerd met een onzekerheid over de hoogte van de algemene uitkering. Alle externe effecten kennen een hoge mate van onzekerheid, wat vervolgens leidt tot een hoger kanspercentage van alle beschreven risico's. De financiële gevolgen van de stijgende kanspercentages zijn zo goed mogelijk verwerkt in deze begroting.

| 83

Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand (per 1 januari) Algemene reserves Onbenutte belastingcapaciteit * Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit

2025 15.977.341 1.229.642 25.000 17.231.983

2026 15.877.341 1.237.371 25.000 17.139.712

2027 15.852.341 1.279.240 25.000 17.156.581

2028 15.827.341 1.321.109 25.000 17.173.450

* de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12-norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst.

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. De risico's zijn niet voor verschillende jaarschijven gekwantificeerd. In de meerjarige ratio weerstandsvermogen is het bedrag voor risico's gelijk gehouden. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit 2025 2,57

Ratio

2026 2,56

=

€ 17.231.983 € 6.705.000

= 2,57

2027 2,56

2028 2,56

Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende

Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van onder andere afgesloten en doorgeleende gelden en de omvang van de voorraad gronden. Omdat bij leningen onzekerheid bestaat of deze allemaal worden terugbetaald maken we onderscheid bij de berekening van de netto schuldquote door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.

84 |

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en waarderen we deze af dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat we kijken naar de structurele baten en structurele lasten en we deze vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financieel kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Rek. 2023 Begr. 2024 69% 70% 69% 70% 24% 1,04% 11,57% 100%

20% 1,93% 10% 100%

Mjr 2025 63% 63%

Mjr 2026 70% 70%

Mjr 2027 68% 68%

Mjr 2028 66% 66%

21% 0,27% 9% 102%

21% -4,13% 6% 102%

21% -5,13% 6% 102%

20% -6,20% 2% 102%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Ter informatie: de financiële kengetallen zijn berekend op basis van de cijfers volgens de primitieve begroting (stap 1 van de Ontwikkeling financiële positie in deel 2: Financiële begroting). Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie De netto schuldquote laat vanaf 2026 een stijging zien. Dit wordt met name veroorzaakt door een daling van de totale baten waarin dit kengetal wordt uitgedrukt door lagere inkomsten uit het gemeentefonds. De solvabiliteitsratio is afgenomen ten opzichte van de werkelijke cijfers 2023. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de geraamde onttrekkingen aan reserves voor dekking van (eenmalige) kredieten zoals vastgelegd in eerdere raadsbesluiten. | 85

Het kengetal structurele exploitatieruimte laat in de jaarschijf 2025 nog een positieve waarde zien. Dit betekent dat alle structurele lasten in deze jaarschijven worden gedekt door structurele baten. De jaarschijven 2026 en verder laten negatieve waarden zien zoals blijkt uit de begrotingstekorten voor deze jaren. In het kengetal Grondexploitatie is de ontwikkeling van het grondcomplex Nieuw Basselt en Fliertlanden verwerkt. Door de geplande verkoop van bouwgronden daalt dit kengetal de komende jaren. Op basis van het landelijk gemiddelde volgens de atlas lokale lasten van het Coelo bedraagt het kengetal belastingcapaciteit 102%. Dit betekent dat de lasten voor de belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing in de gemeente Voorst iets hoger liggen dan het landelijk gemiddelde.

86 |

4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf gaan we in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente Voorst. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort materieel als dienstauto’s tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed gaan we in op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen heeft u de beleidskaders herzien door de vaststelling van het Integraal Wegenplan (IWP) Voorst 2020-2024, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. De financiële gevolgen hiervan zijn meegenomen in deze begroting. Volgens de Financiële verordening worden de beleidskaders zoals opgenomen in de diverse vastgestelde programma's opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Wegen Beleidskader Het beleidskader voor het beheer van de wegen is vastgesteld in het Integraal Wegenplan (IWP) 2020-2024. Het huidige IWP loopt in 2024 af en wordt vervangen door Programma Wegen 2025-2030.

De algemene beleidsuitgangspunten voor het wegenonderhoud zijn: ▪ veiligheid: de veiligheid moet voldoen aan wettelijke eisen en moet zodanig zijn dat de kans op ongevallen klein is. De veiligheid wordt met name bepaald door ernstige oneffenheden en het schadebeeld dwarsonvlakheid; ▪ duurzaamheid: de technische instandhouding mag niet in het geding zijn. Het schadebeeld scheurvorming op asfalt is hierop van invloed; ▪ comfort: comfortabel gebruik moet mogelijk zijn. Comfort wordt bepaald door de mate waarin de weggebruiker hinder ondervindt van de onderhoudstoestand van de weg. Met name het onderdeel vlakheid heeft invloed op het comfort; ▪ aanzien: het aanzien moet redelijk zijn. Het aanzien wordt in hoge mate bepaald door de algehele onderhoudstoestand van de weg. Met name scheurvorming, oneffenheden en randschade zijn bepalend voor het aanzien. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we onze wegen aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek bereiken we dat instandhouding duurzaam plaats vindt tegen de laagste kosten.

De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Uit de inspectie van 2024 blikt dat de kwaliteit van onze wegen achteruit is gegaan. De huidige budgetten zijn niet voldoende om de kwaliteit op peil te houden. De gestegen kosten voor het wegonderhoud zorgen ervoor dat het huidige budget niet voldoende is en enkele wegen worden doorgeschoven in de planning. Om binnen het beleidskader van de CROW te blijven en de kwaliteit van de wegen niet verder achteruit te laten gaan moeten de budgetten voor onderhoud verhoogd worden. In de benodigde situatie wordt het noodzakelijk onderhoud op het meest optimale moment uitgevoerd. Hiermee voorkomen we dat uitgesteld noodzakelijk onderhoud leidt tot hogere kosten. Wij voeren in de meeste gevallen het reguliere onderhoud uit binnen | 87

de daarvoor door het CROW aangegeven termijnen (onvoldoende binnen 0 tot 2 jaar, matig binnen 3 tot 5 jaar). Asfaltonderhoud is in verband met kapitaalsvernietiging prioritair boven het onderhoud aan elementenverhardingen. Bij vervanging en grootonderhoud kijken we integraal naar de andere werkterreinen zoals riolering en verkeer en waar mogelijk worden werkzaamheden gecombineerd uitgevoerd We zien krapte en schaarste op de arbeidsmarkt en ook schaarste in materialen. Dit heeft financiële gevolgen voor onze projecten en werkzaamheden. De gestegen kosten voor diesel, gas, elektriciteit en vele andere producten die op oliebasis worden geproduceerd zorgen voor prijsverhogingen en daardoor extra kosten. De extreme prijsstijgingen die in 2022 zijn begonnen zetten nog steeds door. Ook is er schaarste van producten en zijn producten niet meer beschikbaar. Dit heeft grote gevolgen bij bijvoorbeeld de herinrichtingen van wegen en het (asfalt)onderhoud. Partijen schrijven niet of minder in, omdat materialen niet beschikbaar zijn of omdat ze onvoldoende personeel beschikbaar hebben. Daarnaast kunnen leverantietermijnen niet gestand worden gedaan. Dit leidt tot hogere kosten en mogelijk langere realisatietermijnen. Voor vier bruggen loopt momenteel een nader onderzoek, omdat uit de inspectie is gebleken dat de staat van deze bruggen onvoldoende is.

Voor groot onderhoud van deze bruggen wordt separaat budget aangevraagd. Alle straatkolken worden jaarlijks één keer per jaar gereinigd. Afgelopen jaren hebben wij gemerkt dat door de extreme buien in de zomer er regelmatig wegen onder water staan, dit komt mede omdat de kolken verstopt zitten. Grote hoeveelheden water op straat zorgt voor overlast, gevaarlijke situatie en gezondheidsrisico’s, omdat het regenwater vermengd wordt met het vuile water en op straat staat. Om de overlast te verminderen moeten de kolken niet één keer, maar twee keer per jaar gereinigd worden. De kosten voor een extra ronde reinigen zijn € 30.000 per jaar. Het huidige IWP loopt tot en met 2024. In 2024 wordt het huidige IWP vervangen en wordt Programma Wegen 2025-2030 opgesteld inclusief financiële bijlage. In 2025worden de werkzaamheden uitgevoerd met de budgetten van het huidige IWP. Na vaststelling van Programma Wegen 2025-2030 (eind 2024) worden de financiële gevolgen verwerkt in de meerjarenprogrammabegroting 2026-2030.

Financiële consequenties en vertaling 2024 2025 2026 2027 2028 Exploitatie Onderhoud lasten 1.606.720 1.608.470 1.608.470 1.608.470 1.608.720 Investeringen Integraal Wegen Plan (IWP) 750.000 750.000 750.000 750.000 750.000 Programma Mobiliteit: De Zanden 30 km en fietsveiligheid 0 150.000 0 0 0 (N344-Fokkerstraat) Onderhoud/vervanging (bermschade langs wegen buiten 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 bebouwde kom) Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst

Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water 2020-2025. Dit programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. Het omvat naast de visie op water al de onderdelen die een Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) ook bevat, omdat dit nog een verplicht document is. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek onderzoeken we hoe wij de zorgtaken voor afvalwater, 88 |

hemelwater en grondwater zoveel mogelijk integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kunnen uitvoeren. Binnen het Programma Water 2020-2025 is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. De gestegen energiekosten en de schaarste op de grondstoffenmarkt hebben ook gevolgen voor de reeds lopende als de aankomende projecten en werkzaamheden op het gebied van riolering. De levertijden van materialen lopen op, dit heeft gevolgen voor de uitvoeringsplanning van projecten. Projecten starten later, hebben een langere doorlooptijd en/of zijn duurder dan eerder geraamd. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Reservering Investeringen Onderhoud/vervanging

2024

2025

2026

2027

2028

344.205 636.971

352122 582.484

352.122 519.471

352.122 452.891

352.122 424.409

915.000 1.520.000 1.381.000 1.754.000 1.731.000

Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst

Openbaar groen Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor groenbeheer zijn vastgelegd in het Programma Groen 2020-2025 en richten zich op drie thema’s: Leefbaarheid, Duurzaamheid en Biodiversiteit. Bij al deze thema’s speelt een integrale, doelmatige aanpak een rol, naast het behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten. Kwaliteit en risico's In het Programma Groen is vastgelegd dat de structuur en inrichting van het groenbeheer nader wordt vastgelegd. Onlangs is hiermee gestart voor de kern Twello. Alle overige kernen volgen de komende jaren. Het groen is hiertoe ingedeeld in een ruimtelijke groenstructuur met drie bijbehorende beheerniveau's: ▪ met een hoge representatieve functie en een hoge gebruiksintensiviteit en intensief beheer (intensief onderhoud); ▪ wijk- en buurtgroen met een normaal goed beheer (basis onderhoud) met soms een extensivering, gericht op natuurlijke ontwikkeling; ▪ overig groen met een functie in de woonomgeving veelal met normaal goed beheer met daar waar mogelijk een extensivering gericht op een natuurlijke ontwikkeling (extensief beheer). Er is druk op de personele bezetting aangaande de diverse uitvoeringsonderdelen van het programma Groen. De verwachting is dat de onderdelen uit het uitvoeringsprogramma niet binnen de gestelde termijnen afgerond kunnen worden.

Het is een reële verwachting om het traject van uitvoering met een jaar te verlengen. Dit zou betekenen dat het uitvoeringsprogramma doorloopt tot en met 2027 (2022-2027),in plaats van tot 2026. Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen Geen investeringen

2024

2025

2026

2027

2028

1.584.767 1.621.217 1.621.217 1.621.217 1.621.217

Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst

| 89

Openbare verlichting Beleidskader De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ de nieuw te plaatsen en te vervangen verlichting bestaat uit LED-verlichting; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt uitgevoerd met een dim regime; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes. In het kader van de in 2015/2016 vastgestelde Nota Duurzaamheid met addendum wordt de conventionele verlichting versneld vervangen door LED-verlichting (15 jaar i.p.v. 20 jaar). Het beleid voor openbare verlichting wordt opgenomen in Programma Wegen 2025-2030. Dit leidt niet tot grote aanpassingen in onze beleidsuitgangspunten. Kwaliteit en risico’s De activiteiten richten zich op onderhoud, storingsdienst, vervanging en verduurzaming. Bij vervanging van armaturen zoeken we steeds naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting staan onder druk. Afgelopen jaren zijn de prijzen voor het onderhoud meer dan verdubbeld. In 2024 is het onderhoud en vervangen opnieuw aanbesteed. De gestegen prijzen voor grondstoffen, energiekosten en beschikbaarheid van personeel hebben gevolgen voor de uit te voeren werkzaamheden. De vaste onderhoudskosten zijn gestegen en de vervangingskosten zijn hoger geworden.

Financiële consequenties en vertaling Exploitatie Onderhoud lasten Investeringen Onderhoud/vervanging Versneld vervangen openbare verlichting door LED

2024

2025

2026

2027

2028

105.835

108.269

108.269

108.269

108.269

87.500 35.000

87.500 35.000

87.500 35.000

87.500 0

87.500 0

Gebouwen Beleidskader De gemeente is eigenaar van 35 gebouwen met bijbehorende installaties. Het technisch beheer en onderhoud vindt plaats op basis van een meerjaren onderhoudsprogramma dat we jaarlijks actualiseren en vertalen in een uitvoeringsplan. Portefeuille De gemeente Voorst is eigenaar, verhuurder, huurder en gebruiker van een diverse vastgoedportefeuille.Dit vastgoed wordt vooral gebruikt voor de gemeentelijke organisatie maar ook voor maatschappelijke functies als sport, welzijn, brandweerkazernes en cultuur.Het vastgoed van de gemeente is dan ook een middel die het mogelijk maakt om wettelijke taken uit te voeren en om maatschappelijk waarde te creëren.Op dit moment wordt gemeentelijk vastgoed ook ingezet als opvanglocatie voor de opvang van diverse doelgroepen. Onderhoud Onze gebouwen moeten door gebruikers en huurder continue veilig en optimaal gebruikt kunnen worden. Om dit te garanderen is correctief, preventief en planmatig (vervanging) onderhoud noodzakelijk. Dit (technisch) beheer en onderhoud wordt uitgevoerd op basis van een 10-jarig Meer Jaren Onderhoud Plan (MJOP) waarmee voor een periode van minimaal 10 jaar de onderhoudskosten in beeld zijn gebracht. Omdat de kosten per jaar nogal kunnen fluctueren maken we gebruik van een onderhoudsvoorziening om deze kosten te egaliseren.

Voor het bepalen van het onderhoudsniveau van de gebouwen en de daarbij behorende financiële middelen hanteren wij de NEN 2767 methodiek. Deze methodiek gaat uit van een conditiescore van 1 tot 6 waarbij 1 uitstekend is en 6 zeer slecht. Uitgangspunt voor het kernbezit is een minimale conditiescore van 3. Dat betekent een redelijk onderhoudsniveau 90 |

dat over het algemeen door vastgoedeigenaren als voldoende wordt aangemerkt. Functionele verbeteringen (herinvesteringen) zoals renovaties en verbouwingen worden op voorhand niet meegenomen in het MJOP. Deze meestal levensduur verlengende investeringen worden pas op het moment dat ze zich voordoen in beeld gebracht en krediet voor aangevraagd. Verduurzaming Verduurzaming en gasloos maken van gemeentelijk vastgoed is niet vrijblijvend. De uitdaging om de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen is vertaald in de Klimaatwet. Hoofddoel is het bereiken van 95% broeikasgasreductie ten opzicht van 1990, tussendoel is 49% broeikasgasreductie in 2030 ten opzichte van 1990. De gemeente Voorst hanteert als uitganspunt voor verduurzaming dat ze dit doet op natuurlijke vervangingsmomenten (planmatig) binnen het onderhoudsproces. Op deze momenten wordt geïnvesteerd in energiezuinige en duurzame alternatieven. Huisvesting nieuwkomers De opvang en huisvesting van nieuwkomers (Oekraïners, statushouders en asielzoekers) zal een blijvende vraag naar geschikte huisvesting creëren. Ook binnen de gemeene Voorst. Omdat we geen extra druk willen uitoefenen op de toch al beperkte reguliere woningvoorraad zullen we daarom ook andere vormen van huisvesting in moeten zetten.

Een onderzoek of met de inzet van flexwoningen (een deel) van de huisvestingsprobleem voor meerdere doelgroepen kan worden opgelost is opgestart. Financiële vertaling Het jaarlijkse totaalbedrag voor onderhoud/vervanging bestaat uit onderhoudskosten (onderhoud) en investeringskosten (veelal vervanging). Onderhoudskosten brengen geen afschrijvingskosten met zich mee omdat deze niet levensduur verlengend zijn. Investeringskosten brengen wel afschrijvingskosten met zich mee en schrijven we af volgens het activabeleid. Om jaarlijks vast te stellen welk budget is geïnvesteerd, maken we in het laatste kwartaal van elk jaar een overzicht van de investeringen. De investeringen vertalen we financieel naar kapitaallasten, dit proces brengt geen extra onderhouds-/vervangingskosten met zich mee en is dus budgetneutraal. Huisvesting Begraafplaats

Type BVO (m2) Gebouwen 178 begraafplaats Gemeentehuis 5.400

Bestuurlijke ambtelijke organisatie Brandweerkazerne Brandweerkazerne 838 Monument Torens, 482 schuren etc. Opvanglocaties Vluchtelingen, 1.689 statushouders etc. Overig Overige 3.221 gebouwen Parkeren Parkeerhuis 3.150 Sport Gymlokalen, 15.041 sporthallen, zwembad Eindtotaal 29.999

2024 171.166

2025 175.103

2026 175.103

2027 175.103

2028 175.103

7.957

8.140

8.140

8.140

8.140

6.176 529

1.500 551

1.500 551

1.500 551

1.500 551

4.330

4.429

4.429

4.429

4.429

30.697

40.681

40.681

40.681

40.681

12.575 29.104

12.864 29.773

12.864 29.773

12.864 29.773

12.864 29.773

262.534

273.041

273.041

273.041

273.041

| 91

Speelterreinen Beleidskader De gemeente heeft verschillende speelruimtes in beheer en onderhoud, denk aan pleintjes met speeltoestellen en trapveldjes. Het vervangen (groot onderhoud) van de speeltoestellen op de diverse openbare speelplekken in de gemeente Voorst is opgenomen in het meerjarenonderhoudsplan speelvoorzieningen. Kwaliteit en risico’s In het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (1997) is wettelijk geregeld aan welke eisen speeltoestellen moeten voldoen. Op basis van dit Besluit is de gemeente als beheerder van speelvoorzieningen verantwoordelijk voor het veilig plaatsen van speeltoestellen en voor het inspecteren en onderhouden ervan. Samen met de inwoners bespreken wij de vervanging van de speeltoestellen. Afgelopen jaren zijn de prijzen voor het vervangen van speeltoestellen extreem gestegen. Het huidige budget is daarom naar verwachting niet toereikend om alle kapotte toestellen te vervangen. De dotatie is opgehoogd naar € 44.000 per jaar. Vervangingsplan materieel Beleidskader In het kader van duurzaamheid zijn alle dienstauto’s met brandstofmotor gefaseerd vervangen door elektrische auto’s. Daarmee is ons wagenpark nagenoeg emissievrij. Kwaliteit en risico’s Vanuit duurzaamheid zijn we overgestapt naar elektrisch rijden. De huidige afschrijvingstermijn van 8 jaar is gebaseerd op voertuigen met conventionele techniek.

De verwachting is dat deze afschrijvingstermijn ook toepasbaar is voor elektrisch rijden. Vandaar dat deze ongewijzigd blijft staan op 8 jaar. Financiële consequenties en vertaling Investeringen Bedrijfswagens / fietsen Onderhoudsmaterieel (begraafplaatsen en landmeters)

92 |

2024

2025

2026

2027

2028

0 5.000

0 16.430

106.000 5.000

40.000 0

0 5.000

4.4 Paragraaf Financiering Algemeen In deze paragraaf beschrijven we het treasurybeleid, het beheren van geld- en kapitaalstromen. De Wet Financiering decentrale overheid (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico’s op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid Om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden, maken we gebruik van de kaders die in het treasurystatuut 2018 zijn vastgelegd. Dit statuut is door het college vastgesteld en de raad is met een raadsmededeling hierover geïnformeerd. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Voor de beheersing van deze risico’s gelden twee concrete richtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm voor de vaste schuld. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde nettovlottende schuld over een periode van 3 maanden mag hebben. Deze bedraagt maximaal 8,5% van de jaarbegroting. De limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd van maximaal één jaar (vlottende schuld). Berekening kasgeldlimiet Begrotingstotaal Percentage ministeriële beschikking Kasgeldlimiet (afgerond)

Begroting 2025 89.389 8,5% 7.598

(bedragen x € 1.000)

Renterisiconorm Het renterisico betreft het risico dat de begroting van de gemeente geconfronteerd wordt met een verzwaring van de rentelasten als gevolg van herfinancieringen van bestaande activa of van herziening van rente van bestaande leningen. Het doel van de renterisiconorm is om dit risico te beperken tot een handelbaar niveau. Bij een goed (gelijkmatig) opgebouwde leningenportefeuille blijft het renterisico binnen verantwoorde marges en zullen de renteaanpassingen zich geleidelijk voordoen en binnen de begroting worden opgevangen. In de Wet FIDO is vastgelegd dat jaarlijks een volume ter grootte van 20% van het lastentotaal van de gemeentelijke begroting (peildatum 1 januari) mag worden geherfinancierd of een renteherziening mag ondergaan. Omdat de gemeente voor de eigen financiering geen leningen heeft aangetrokken waarvan in 2025 de rente wordt herzien, heeft de renterisiconorm in 2025 voor Voorst alleen betrekking op herfinanciering van aflopende leningen. Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal Percentage ministeriële beschikking Renterisiconorm (afgerond)

Begroting 2025 89.389 20% 17.878

(bedragen x € 1.000)

| 93

Kredietrisicobeheer Volgens onderstaande tabel zijn aan de volgende instellingen gelden verstrekt: Kredietrisico's op verstrekte gelden

Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal

Restant schuld per 1-1-2025 42 5.682 5.724

% 0,7 99,3 100,00

(bedragen x € 1.000)

Het risico dat de gemeente loopt bij bovenstaande verstrekte gelden is gelet op de overeenkomsten met de instelling en het toezicht op deze instellingen heel laag. Intern liquiditeitsbeheer Voor het liquiditeitenbeheer heeft de gemeente Voorst een overeenkomst voor geïntegreerde dienstverlening afgesloten met de nv Bank Nederlandse Gemeenten. Ter beperking van de rentekosten is met de BNG overeengekomen dat de kredietfaciliteit in rekeningcourant is gesteld op ongeveer de kasgeldlimiet. Intern maken we gebruik van een liquiditeitenplanning en een meerjarige investeringsplanning. Financieringsvolume Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP worden doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Voor de komende jaren zijn er bedragen nodig voor o.a. rioleringsinvesteringen (op basis van het programma Water), wegenreconstructies (uitwerking Integraal WegenPlan) en vervanging van ICT-middelen.

Voor de komende jaren staan er ook grote opgaven te wachten met betrekking tot investeringen in maatschappelijke voorzieningen, waaronder het Integraal Huisvestingsplan onderwijs, brandweerkazernes en de bouw van een nieuwe sporthal. De keuzes die bij deze investeringen (moeten) worden gemaakt, zullen van invloed zijn op onze financieringsbehoefte en volume. In de financieringsbehoefte verwachten wij te voorzien door het aantrekken van korten langlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat we uitgaven doen. De liquiditeitsbehoefte is immers afhankelijk van het verloop van de inkomsten en uitgaven. Het aantrekken van financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Leningenportefeuille De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 1 januari 2025 € 50,1 miljoen.

94 |

Interne rente In deze programmabegroting gaan we uit van een interne omslagrente van 0,3%. De rentelasten worden toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente verantwoorden we bij de algemene dekkingsmiddelen. Voor nieuwe investeringen waarvoor mogelijk aanvullende financiering moet worden aangetrokken gaan we uit van een rentepercentage van 3%. In onderstaand renteschema geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening .

a. b.

c.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

d1. d2.

Bedrag (x € 1.000) 654 654

Renteschema Externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-282 -282 372 -

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

372

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

267

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury

105

Wet- en regelgeving Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekening-courant bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Voor de gemeente Voorst bedraagt de drempelwaarde in 2024 afgerond € 1,0 miljoen. Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeente in een kwartaal worden afgezet. Ieder jaar sturen we erop dat we de drempelwaarde niet overschrijden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk.

| 95

Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen.

96 |

4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad oefent via zijn budgetrecht invloed uit op de gemeentelijke bedrijfsvoering: met de vaststelling van de begroting stelt de raad het bedrag vast dat het college voor dat doel beschikbaar heeft. De paragraaf bedrijfsvoering geeft op hoofdlijnen de kaders weer wat betreft de bedrijfsvoering. Kaders voor het bedrijfsvoeringsbeleid De raad controleert of de sturing binnen het college gebeurt binnen de gestelde hoofdkaders. Hiervoor zijn indicatoren opgesteld: ▪

▪

▪ ▪ ▪

Het college geeft vorm aan de bedrijfsvoering met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde regels en normeringen zoals deze in de programmabegroting en verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet zijn opgenomen. De verklaring en het controleverslag van de accountant bij de gemeentelijke programmarekening vormt een belangrijke graadmeter voor beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd. Zowel wat betreft de "getrouwheid" van de jaarrekening als wat betreft de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen; Het college heeft de informatieveiligheid op orde, blijkt uit de rapportage zelfevaluatie ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit) die we opstellen ten behoeve van het toezicht door de gemeenteraad en het toezicht door externe toezichthouders; De huidige organisatiestructuur volgens het zogenoemde bloemmodel blijft in stand.

Het college richt zich op een zich organisch ontwikkelende organisatie en streeft naar het voorkomen van reorganisaties en gedwongen ontslagen; De omvang van de ambtelijke organisatie staat in verhouding tot het takenpakket, waarbij naast kwaliteit en doelmatigheid ook optimale efficiëntie onverminderd uitgangspunt is; De gemeente vervult als overheidswerkgever een voorbeeldrol als goed werkgever en betrekt vanuit deze doelstelling werknemersvertegenwoordigingen nauw bij de ontwikkeling van het personeels- en organisatiebeleid; het personeelsbeleid is er op gericht dat het ziekteverzuim niet hoger is dan 5%.

Omvang formatie De ambtelijke formatie omvat in 2025 volgens de raming 214,12 fte (voltijdsfuncties), exclusief griffiepersoneel. In vergelijking met 2024 een stijging van 8,12 fte. De stijging is het gevolg van de aangevraagde formatie uit de Voorjaarsrapportage 2024 en de Prioriteitennota 2025. Van de totaalformatie heeft 2,8 fte een specifieke dekking, namelijk 0,8 fte wet inburgering, 1,0 fte uitvoering Addendum Duurzaamheid en 1,0 fte Oekraïne gelden.

| 97

De ambtelijke formatie heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld (cijfers exclusief griffiepersoneel):

Loonsomuitgaven De raming van loonsomuitgaven voor 2025 is als volgt:

Bestuur Raad College Voorm. bestuurders Totaal Organisatie WSW Griffie Ambtenaren Totaal Totaal salariskosten

Totaal toelagen Bruto lasten

Inhouding sociale lasten Totaal lasten

Aantal FTE's

Totaal jaarwedde

19 4 17 40

502.071 232.589 734.659

285.458 285.458

285.458 502.071 232.589 1.020.118

63.937 63.937

285.458 566.007 232.589 1.084.054

48,55 2,52 214,12 266,19

1.366.954 197.808 15.234.001 16.798.763

13.670 13.531 1.040.369 1.067.570

1.380.623 211.339 16.274.370 17.866.332

287.993 60.768 4.889.188 5.237.568

1.668.616 272.107 21.163.558 23.103.901

17.533.422

1.353.028

18.886.450

5.301.505

24.187.955

Bestuurlijke loonsomlasten In 2025 zijn de bestuurlijke loonsomlasten gestegen. De oorzaak hiervan is een wijziging in de CAO Rijk. Hierin is afgesproken dat er een gemiddelde loonsverhoging plaatsvindt van 9,7%. De looptijd van de nieuwe CAO is van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025.

98 |

Ambtelijke loonsomlasten De ambtelijke loonsomlasten zijn € 21.163.558. Ten opzichte van de begroting 2024 is de toename in de loonkosten voor 2025 grotendeels te wijten aan de CAO aanpassing per 1 januari 2024. De gemiddelde loonsverhoging is 6%. In de Voorjaarsrapportage 2024 hebben wij een mutatie van ruim € 1.286.500 al meegenomen. Verder is er extra formatie beschikbaar gesteld door de raad met de Voorjaarsrapportage 2024 voor communicatie en openbare ruimte en in de Prioriteitennota 2025 voor consulent Wet inburgering. Daarnaast wordt het verschil tussen de loonkosten 2024 en de loonkosten 2025 veroorzaakt doordat bij de opmaak van de Meerjarenprogrammabegroting 2024 bij de berekening van de personeelskosten niet de juiste premies gehanteerd zijn voor het ABP en sociale lasten. In deze nieuwe begroting 2025-2028 zijn de juiste premies verwerkt. Verder bestaat het verschil uit de standaard indexering die wij jaarlijks berekenen over de totale loonsom voor de ambtelijke formatie en ontstaat er ook een effect door hogere inschaling van bepaalde functies als gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt. Personeel en organisatie Door de blijvende toenemende krapte op de arbeidsmarkt is het nog meer dan in voorgaande jaren van belang te blijven investeren in aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden.

Hierbij zien we bijvoorbeeld dat de jongere generatie andere arbeidsvoorwaarden belangrijk vindt dan de oudere. Het bieden van ruimte voor flexibele werktijden, thuiswerken, het beschikbaar stellen van eigentijdse communicatiemiddelen en het ondersteunen, faciliteren van opleidings- en loopbaanplannen, zorgen voor een vitale organisatie en maken onderdeel uit van die maatregelen. Onze ligging tussen drie grotere gemeenten maakt dat wij een aantrekkelijke opleider zijn van doorstroom naar deze gemeenten omdat ook de buurgemeenten te maken hebben met een krapte op de arbeidsmarkt. Hierdoor is het soms financieel interessanter om bij een grotere gemeente te gaan werken. Daarom is het belangrijk en noodzakelijk om onze medewerkers aan ons te blijven binden. Wij zijn daarom ook aan het onderzoeken welke ruimte er in het loongebouw is in vergelijking tot de grotere gemeenten om ons heen, zodat wij onze medewerkers kunnen blijven binden op inhoud en werkplezier. Als gevolg van de vele vraagstukken en de grote opgaven die er liggen is de druk op de ambtelijke organisatie bij de gemeenten toegenomen. Vanuit het Rijk zijn er bij gemeenten extra taken ondergebracht.

Vraagstukken als koopkracht, klimaat, woningnood, werkgelegenheid, landbouwtransitie, opvang vluchtelingen, informatieveiligheid en de grote ruimtelijke opgaves (duurzame energie, woningbouw, stikstofbalans) brengen veel extra werkzaamheden met zich mee. Dit overvraagt de interne beschikbare arbeidscapaciteit. Maar ook externe arbeidskrachten zijn niet altijd voldoende beschikbaar, de druk wordt vergroot door krapte op de arbeidsmarkt. Ook zien we uitstroom vanwege de pensioengerechtigde leeftijd op ons af komen van mensen op diverse specialistische functies. Om de expertise in de organisatie te behouden en de kwaliteit en continuïteit in de bedrijfsvoering te waarborgen, sorteren we hierop voor door als het kan onze mensen intern op te leiden, de expertise over te dragen en perspectief te bieden. En indien nodig tijdig nieuwe collega’s te werven zodat er een zorgvuldige overdracht is van de werkzaamheden. Door het succes en intensieve gebruik van het werkcafé is ook de benodigde inzet van bodes en huishoudelijke dienst toegenomen. Ook als gemeente vinden wij het belangrijk om bij te dragen aan inclusie. In 2025 willen we een start maken met een inclusief werk- lunchcafé waarbij wij medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt de mogelijkheid willen bieden om hier te komen werken.

| 99

Sociale Werkvoorziening De Wsw is overgegaan in de Participatiewet, er kunnen dus geen mensen meer instromen in de Wsw. Wel houden mensen in de Wsw hun indicaties en rechten onder de oude regeling. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de Wsw, dit zal in de loop der jaren teruglopen maar dus wel met een lange doorlooptijd. In 2025 hebben we 48,55 fte aan formatie die onder de cao Sociale Werkvoorziening vallen, 4,71 fte minder dan het jaar ervoor. In de loonkosten van deze groep zien we een totale afname van € 217.208. Tegenover de afname in fte's staat dat de minimumlonen en CAO SW gestegen zijn en hierop de lonen van diverse mensen zijn aangepast. De Participatiewet regelt de doelgroep beschut werk en verplicht gemeenten om deze mensen een betaalde baan in een aangepaste omgeving aan te bieden. Met ingang van 1 januari 2025 gaat de gemeente Voorst deze doelgroep in dienst nemen. Deze doelgroep stroomt geleidelijk in. Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het boekjaar 2023 geeft het college van burgemeester en wethouders zelf een rechtmatigheidsverantwoording af in de jaarstukken. Tot en met het boekjaar 2022 verstrekte de externe accountant bij de jaarrekening een controleverklaring met een oordeel over de getrouwheid en rechtmatigheid. Het oordeel over de rechtmatigheid is verdwenen en het is de taak van het college zelf om zich daarover te verantwoorden.

Tot en met het boekjaar 2022 was het de accountant die hierover verslag uitbracht en het gesprek voerde met de gemeenteraad. De accountant geeft in het kader van de getrouwheid wel een oordeel over de rechtmatigheidsverantwoording. Informatisering en informatiebeveiliging Informatisering is het invoeren van gegevensverwerkende technieken in diverse processen. Dit kent twee pijlers: processen en gegevens. Aan de hand van deze pijlers zorgt een goede informatisering ervoor dat onze gebruikers en inwoners over betrouwbare, beveiligde, actuele, complete en eenvoudig te benaderen informatie beschikken. Door de toenemende digitalisering, die gepaard gaat met snelle veranderingen is de waarde van de informatiseringsfunctie sterk toegenomen. De maatschappelijke vraagstukken worden steeds complexer, vertonen veel samenhang en in al deze vraagstukken speelt informatie een toenemende rol. Komend jaar richten we ons op het verankeren en verder ontwikkelen van de huidige (nieuw geïmplementeerde) applicaties. Het doel is tweeledig. Ten eerste willen we efficiënte, gebruiksvriendelijke processen voor de medewerker die voldoen aan de huidige wetgeving. Ten tweede willen we de benodigde en juiste data en rapportages generen als sturingsmiddel. Door middel van meerdere projecten willen we de basis van onze informatiehuishouding op orde brengen.

Wanneer we deze basis op orde hebben kunnen we zorgen voor sturingsinformatie, verantwoording, beveiliging en een juiste archivering. Dit stelt ons in staat om op een moderne en flexibele manier in te spelen op maatschappelijke vraagstukken, technische ontwikkelingen, nieuw wet- en regelgeving en om onze inwoners optimale dienstverlening te bieden. Tegelijkertijd blijven we aandacht houden voor de geschiedenis van Voorst. Mede door de inzet van moderne middelen maken we niet alleen actuele informatie toegankelijk, maar ook historische informatie. Informatiebeveiliging vergt continu aandacht. Aan de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens worden steeds hogere eisen gesteld. Voor de overheid geldt één uniform normenkader voor informatiebeveiliging: de nieuwe Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2). Met de BIO2 wordt invulling gegeven aan de Europese richtlijn voor cyberbeveiliging NIS2. De BIO legt de nadruk op 100 |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14575334/2