CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2024

gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Jaarstukken 202442.340 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

| 85

4.4 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt het treasurybeleid beschreven. Treasury, het beheren van geld- en kapitaalstromen, neemt bij gemeenten een belangrijke plaats in. De wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico's op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid In het Financieringsstatuut 2018 zijn kaders vastgelegd om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Om die risico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en is er sprake van een renterisiconorm. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld over een periode van drie maanden mag hebben. Als de kasgeldlimiet twee achtereenvolgende kwartalen overschreden wordt dan moeten in het daaropvolgende kwartaal maatregelen genomen worden om een structurele overschrijding te voorkomen. De kasgeldlimiet voor 2024 bedraagt maximaal 8,5% van de omvang van de totale begroting, groot € 77,1 mln. De kasgeldlimiet is in 2024 afgerond € 6,6 miljoen. Binnen de voorschriften, zoals gesteld in de wet FIDO, is in 2024 de kasgeldlimiet niet ongeoorloofd overschreden.

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen/ te spreiden. De renterisiconorm beoogt de risico’s van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de gemeentelijke rentelasten binnen beheersbare kaders te houden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2024 is de renterisiconorm op begrotingsbasis € 15,4 miljoen.

1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7

8 9

10 7 11

Renterisico's Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Nieuwe aangetrokken vaste schuld o/g Nieuwe verstrekte leningen u/g Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 4 en 5) Renterisico’s op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1 januari Stand van begrotingstotaal per 1 januari Bij ministeriële regeling vastgesteld % Renterisiconorm (8*9) Toets renterisiconorm Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-), (10-7)

(bedragen x € 1.000)

86 |

Rekening Begroting Rekening Begroting 2023 2023 2024 2024 5.000 5.000 1.325 1.325 1.330 1.330 1.325 1.325 1.330 1.330 1.325 1.325 1.330 1.330 47.784 69.784 20%

47.784 69.784 20%

46.459 77.089 20%

46.459 77.089 20%

13.957 1.325 12.632

13.957 1.325 12.632

15.418 1.330 14.088

15.418 1.330 14.088

Gemeentefinanciering Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP worden doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Het betreffen de kosten voor met name de riolering (op basis van het programma Water), wegen (uitwerking Integraal WegenPlan) en de voorfinanciering vanuit de grondexploitatie. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep op financieringsmiddelen is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat uitgaven worden gedaan. Het aantrekken van aanvullende financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Verstrekte geldleningen Binnen de volgende categorieën zijn geldleningen verstrekt: Bedragen x € 1.000 Risicogroep Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal

Restant schuld per 31-12-24 42 5.696 5.738

Percentage 0,8% 99,2% 100,00%

Aan IJsseldal Wonen zijn geldleningen verstrekt voor diverse woningbouwprojecten. De risico’s van de leningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.). De gemeente zit met de garantstelling in een achtervangpositie. Hierdoor wordt het risico zeer gering geacht. De gemeente Voorst neemt sinds het jaar 2000 deel aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN). De gemeente heeft hiervoor gelden in het zogenaamde revolving fund gestort. Hieruit worden laagrentende stimuleringsleningen verstrekt, waarvan de aflossingen weer terugvloeien naar het fonds. Deze aflossingen zijn vervolgens beschikbaar voor nieuw te verstrekken leningen. De stimuleringsfondsen betreffen leningen voor starters, duurzaamheid woningen, asbestsanering (particulier en zakelijk) en toekomstig bestendig wonen. Leningenportefeuille In 2024 is een nieuwe langlopende geldlening afgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Deze geldlening is bestemd voor de financiering van verschillende investeringen in gebouwen (aankoop en verbouw) en de uitvoering van het MIP en MJOP. De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 31 december 2024 € 50,1 miljoen. Het opnemen van aanvullende financieringsmiddelen is afhankelijk van de liquiditeitenplanning.

Er is namelijk, gelet op de rentestand, gekozen om binnen de vastgestelde kaders zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen in de vorm van kasgeldleningen in de financieringsbehoefte te voorzien. Kasgeldlening In 2024 zijn gedurende het jaar een vijftal kasgeldleningen aangetrokken om tijdelijk te kunnen voorzien in de financieringsbehoefte. Interne rente Bij de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De commissie BBV adviseert een renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. | 87

Volgens de vastgestelde programmabegroting 2024-2027 werd uitgegaan van een interne rente van 0,1%. De rentelasten zijn toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. Het renteresultaat over 2024 bedraagt afgerond € 125.000 negatief. De toegerekende rentelast aan bouwgronden in exploitatie, op begrotingsbasis sluit aan op de fiscale systematiek (vennootschapsbelasting) zoals uiteengezet in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. De toegerekende rentelast aan de grondexploitatie bedraagt 0,82%. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Renteschema Bedrag (x € 1.000) De externe rentelasten over de korte en lange financiering Overige kosten De externe rentebaten (in mindering) Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente

671 40 -86 625 -78 -300 -378 247

De werkelijk aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

122

Renteresultaat op het taakveld Treasury

125

Wet- en regelgeving Financieringsstatuut 2018 Binnen de wettelijke kaders: de Gemeentewet, Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van financiering (treasury) vast te stellen. De kaders zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Voorst 2023 ex art.212 van de gemeentewet en de uitvoeringsregels in het door het college vastgestelde Financieringsstatuut 2018. Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenten (provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeente in een kwartaal worden afgezet. Ieder jaar sturen we erop dat we de drempelwaarde niet overschrijden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. In 2024 zijn tegoeden in rekening-courant boven het drempelbedrag dan ook automatisch afgeroomd naar de schatkist en indien nodig weer teruggehaald om de debetstand in rekeningcourant tegen te gaan. 88 |

Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen. Conclusie De uitvoering van de financieringsfunctie heeft in 2024 plaatsgevonden binnen de vastgestelde kaders. De in de wet Fido genoemde renterisiconorm is in 2024 niet overschreden. De financiering met kortlopend geld is gelet op de liquiditeitspositie in 2024 beperkt nodig geweest.

| 89

4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting en aansturing van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad heeft in de programmabegroting een aantal indicatoren bepaald aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: het oordeel van de accountant over de getrouwheid van de jaarrekening en zijn constateringen in het accountantsverslag, ontwikkeling van de organisatiestructuur en van de omvang van de ambtelijke formatie, ontwikkeling van het ziekteverzuim en het personeelsverloop en de samenwerking met de inspraakorganen. (Onder andere) over deze aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering handelt deze paragraaf. Rechtmatige en doelmatige bedrijfsvoering: planning en control Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering en aan de uitvoering van de programma's met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde kaders zoals de programmabegroting en de verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. De verklaring en het accountantsverslag bij de gemeentelijke jaarrekening vormen een belangrijke graadmeter voor de beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd.

Verwezen wordt naar de in dit boekwerk opgenomen controleverklaring en naar het accountantsverslag. Daarnaast is het college gehouden een verklaring over informatiebeveiliging in de jaarrekening op te nemen of bij de jaarrekening te voegen en aan de raad te rapporteren over het gevoerde informatiebeveiligingsbeleid. Verwezen wordt naar de verklaring en rapportage opgenomen in deze jaarrekening. Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording van rechtmatigheid afgeeft in plaats van de accountant. Het college heeft over 2024 de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in de jaarrekening op pagina 167. In de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Voorst 2023 is opgenomen dat het college in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting geeft op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen genomen worden om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Waar gaat de rechtmatigheidsverantwoording over De rechtmatigheidsverantwoording gaat enkel in op de fouten en onduidelijkheden die tot stand komen op de zuivere rechtmatigheidscriteria.

Deze criteria houden in dat het college opereert binnen de vastgestelde budgetten door de raad (begrotingscriterium), dat gelden worden besteed en ontvangen conform de geldende wet- en regelgeving (voorwaardencriterium) en dat het college voldoende maatregelen treft om te voorkomen dat inwoners of bedrijven geen misbruik maken van de voorzieningen die de gemeente verstrekt (misbruik & oneigenlijk gebruik criterium). Op het moment dat een fout hierin tevens leidt tot een fout in de gepresenteerde cijfers in de jaarrekening zal de accountant hierover blijven rapporteren en wordt deze bevinding niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Ook rechtmatigheidsfouten die niet in euro’s uit te drukken zijn, als ook fouten die regelmatig voorkomen zal over gerapporteerd worden.

90 |

Fouten boven de goedkeurings- en rapporteringstolerantie Op 8 juli 2024 heeft de gemeenteraad zowel de goedkeurings- als de rapporteringstolerantie voor rechtmatigheid vastgesteld op 3% van de totale lasten. Deze grens bedraagt € 2.490.731. Over het boekjaar 2024 zijn fouten geconstateerd die groter zijn dan deze grens. a. Voorwaardencriterium Bij een aantal inkopen is geconstateerd dat deze ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed. Dit geeft een onrechtmatigheid van € 2.432.568. De onrechtmatigheden doen zich met name voor bij: ▪ het ten onrechte aanmerken van een inkoop als werk in plaats van een dienst. Voor een dienst geldt een lagere aanbestedingsdrempel; ▪ de onduidelijkheid van de omvang van een opdracht; ▪ opvolgende overeenkomsten waarbij door oplopende uitgaven in opvolgende jaren een overschrijding van de grensbedragen voor Europese aanbesteding wordt gerealiseerd, zonder dat er tijdig wordt ingegrepen. De inkoop- of spendanalyse wordt geïntensiveerd in afstemming met control om eerder mogelijke overschrijding bij opvolgende overeenkomsten te signaleren en in te grijpen. Daarnaast worden inkooptrajecten meer afgestemd met de inkoopfunctie voor een juiste bepaling van de aard van de inkoop (werk, levering of dienst). b. Begrotingscriterium Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de begrote lasten onrechtmatig is.

Afwijkingen zijn acceptabel in de volgende situaties: 1. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren; 2. Er is sprake van een lastenoverschrijding op een open-einde regeling; 3. De lastenoverschrijding is geautoriseerd door het vaststellen van de begrotingswijziging behorende bij een tussentijdse rapportage; 4. Begrotingsafwijkingen, niet zijnde lastenoverschrijdingen, als deze zijn gemeld in een tussentijdse rapportage of jaarrekening. Lasten exploitatie (x € 1) Programma Gezond Voorst Dienstverlenend Voorst Algemene dekkingsmiddelen Totaal

Begroot 21.152.048 4.741.963 737.146 26.631.157

Realisatie 21.369.270 6.059.799 917.113 27.346.181

Saldo -217.222 -317.836 -179.967 -715.024

Programma Gezond Voorst De overschrijding binnen dit programma wordt veroorzaakt door hogere lasten binnen het taakveld sportaccommodaties en de Jeugdzorg. Hier staan directe inkomsten tegenover en is er sprake van een open-einde regeling. Deze overschrijding is hierdoor acceptabel. Programma Dienstverlenend Voorst De overschrijding wordt veroorzaakt door een hogere dotatie aan de voorziening Wethouderspensioenen, inhuurkosten voor de griffier, hogere af te dragen rijksleges reisdocumenten en hogere kosten beheer van gemeentegronden. Door direct gerelateerde inkomsten binnen dit programma is deze overschrijding acceptabel. Algemene dekkingsmiddelen Binnen dit onderdeel zijn hogere rentelasten verantwoord en een dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren. Door direct gerelateerde inkomsten resteert binnen dit onderdeel een bedrag aan onrechtmatigheid van € 124.393.

| 91

Investeringskredieten Binnen de diverse investeringskredieten resteert een begrotingsonrechtmatigheid van € 488.952. Het betreft in een aantal gevallen voorbereidingskosten die ingebracht worden in nieuwe investeringen of hogere lasten als gevolg van een hogere prijsindex dan begroot. Omvang ambtelijke formatie De ambtelijke organisatie (inclusief griffie) omvatte eind 2024 209 formatieplaatsen. Het aantal formatieplaatsen binnen de Wsw (Wet Sociale Werkvoorziening) bedroeg eind 2024 47. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de WSW. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de Wsw en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude WSW. Het bestand met mensen in de Wsw gaat op termijn daarom teruglopen. De Participatiewet is in de plaats gekomen van de Wsw, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong. De ontwikkeling van de ambtelijke formatie (exclusief griffie en exclusief Wsw) in de afgelopen jaren is als volgt: Aantal FTE 2020

Aantal FTE 2021 188

Aantal FTE 2022 187

Aantal FTE 2023 191

Aantal FTE 2024 201

207

Loonsom In onderstaand overzicht zijn de werkelijk gerealiseerde loonsomuitgaven opgenomen en afgezet tegen de geraamde loonsom volgens de begroting 2024. Aant. pers.

Aant. FTE's

Totaal Totaal jaarwedde toelagen

Afdracht sociale lasten

Realisatie Geraamde netto netto Saldo lasten lasten

Bestuur Raad College Voormalig bestuurders Subtotaal

19 4 17 40

Ambtelijke organisatie Griffie Ambtelijke organisatie WSW-ers Subtotaal

2 1,72 77.438 15.369 24.195 117.003 272.247 155.244 236 206,94 11.744.850 2.121.316 3.829.539 17.695.704 20.515.100 2.819.396 53 47,02 1.417.067 60.298 372.481 1.849.847 2.137.877 288.030 291 255,68 13.239.983 2.196.983 4.226.215 19.662.554 22.925.224 3.262.670

Totaal salarissen

331 295,68 13.891.911 2.586.635 4.256.450 20.734.996 24.021.870 3.286.874

19,00 4,00 17,00 40,00

0 426.902 225.653 652.556

305.516 82.536 1.600 389.652

0 305.516 278.780 24.943 534.381 539.086 5.292 232.545 278.780 30.234 1.072.442 1.096.646

-26.736 4.705 46.235 24.204

Ambtelijke loonsom In de begroting voor 2024 was aan ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie), een bedrag van afgerond € 17.989.795 opgenomen. In de Voorjaarsrapportage 2024 en de Najaarsrapportage 2024 zijn de effecten van de CAO verwerkt en diverse formatieuitbreidingen waar besluiten van u onderliggen, aangevraagd (€ 2.525.305). Voor ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie) was hierdoor een budget van € 20.515.100 beschikbaar. De werkelijke uitgaven bedroegen € 17.695.704. De ambtelijke salarisuitgaven zijn daarmee binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven (met € 2.819.396). Daar staat tegenover dat er personele inhuur heeft plaats gevonden. Voor de medewerkers Wsw (Wet Sociale Werkvoorziening) was in 2024 een budget van € 2.137.877 voor loonkosten geraamd. De werkelijke uitgaven bedroegen € 1.849.847. Hiermee zijn we binnen de raming voor 2024 gebleven (met € 288.030).

92 |

Tijdelijke inhuur voor continuïteit van de bedrijfsvoering Volgens vast beleid is de ruimte in de loonsom die ontstaat als gevolg van vacatures en dergelijke voor het college beschikbaar om met tijdelijk personeel te voorzien in continuïteit van de bedrijfsvoering. We hebben € 536.207 aan inkomsten ontvangen, zoals ontvangsten van ziektewetuitkeringen, (loonkosten)subsidies en detacheringsvergoedingen. Rekening houdend met specifieke dekking door middel van subsidiegelden of detacheringsvergoedingen heeft per saldo voor een bedrag van € 2.820.451 aan personele inhuur plaatsgevonden. Ter vergelijking: in 2023 was dit € 1.919.232 (2022: € 934.600; 2021: € 948.500; 2020: € 569.364; 2019: € 379.600). Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is in verband met bouwactiviteiten in de gemeente extra capaciteit ingehuurd. Hier is bewust gekozen voor tijdelijke personele maatregelen in plaats van indienstneming van vast personeel, in verband met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. Tot slot: Net als de afgelopen jaren blijkt het noodzakelijk én onvermijdelijk te zijn om te kunnen beschikken over een flexibele schil in de ambtelijke capaciteit om adequaat te kunnen reageren op de complexiteit van en dynamiek in maatschappelijke vraagstukken.

De voortdurende krappe arbeidsmarkt leidt tot moelijk invulbare vacatures en een stijging van het startsalaris voor nieuwe medewerkers. Het stijgende startsalaris heeft gevolgen voor de loonsom en daarmee voor de benodigde ruimte voor tijdelijke personele inhuur. Personeel en organisatie Het jaar 2024 was een uitdagend jaar waarin wij te maken hebben met grote vraagstukken, maar ook met aanhoudende uitdagingen op de arbeidsmarkt. Sinds 2021 merken we de krapte en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, en deze trend heeft zich ook in 2024 doorgezet. Het is essentieel om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven, vooral voor jongere generaties. Dit doen we door het creëren van een positieve werksfeer, waarin ruimte is voor voor eigen inbreng, creativiteit en verantwoordelijkheid. Daarnaast dragen aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden zoals individueel keuzebudget, flexibele werktijden met mogelijkheden tot thuiswerken, moderne werk- en communicatiemiddelen en een actief opleidings- en mobiliteitsbeleid bij aan het werven en behouden van talent. Doorgroeimogelijkheden en persoonlijke groei zijn belangrijk, maar in 2024 is er ook veel nadruk gelegd op het welzijn van onze medewerkers. De druk op de arbeidsmarkt nam toe, wat leidde tot moeilijk in te vullen vacatures.

Zoals we in 2021 al hadden voorzien, blijft deze trend zich negatief voortzetten, waardoor het wervingsproces steeds moeilijker, arbeidsintensiever en duurder is geworden. De werkdruk op onze medewerkers is als gevolg van moeilijk invulbare vacatures én steeds groter wordende vraagstukken, toegenomen. De inhuurkosten zijn ook in 2024 hoog, grotendeels door vervanging bij ziekte, opvullen van openstaande vacatures, te verwachten wetswijzigingen en tijdelijke extra ondersteuning. Deze inhuur biedt op korte termijn continuiteit, maar is geen structurele oplossing. De verwachting is dat deze trend zich ook in 2025 zal voortzetten, waardoor we voor een aanhoudende uitdaging komen te staan. In deze tijd van krapte op de arbeidsmarkt proberen wij ons als gemeente Voorst steeds beter te positioneren en krijgt arbeidsmarktcommunicatie meer aandacht. Wij richten ons als werkgever op een divers en inclusief personeelsbestand. In 2024 zijn 34 medewerkers in dienst getreden. Daarnaast hebben 30 medewerkers in 2024 de organisatie verlaten, waarvan 20 medewerkers op eigen verzoek. Het grootste gedeelte vanwege het aanvaarden van een baan elders, 3 wegens (keuze) pensioen, 3 hebben gebruik gemaakt van de RVU regeling, 2 om overige redenen en 2 vanwege het aflopen van het contract.

24 medewerkers zijn intern doorgestroomd in de organisatie naar andere functies, waaronder 17 senioren die zijn doorgestroomd naar de rol van teamleider.

| 93

In totaal waren er in 2020 72 Wsw medewerkers in dienst gekomen. Inmiddels zijn, tot en met 2024, 21 medewerkers uitgestroomd. In de Voorjaarsrapportage 2024 heeft u het opleidingsbudget met € 140.000 verhoogd, en dit is goed benut. We hechten veel waarde aan het binden van medewerkers aan onze organisatie, en daarom stimuleren we interne doorstroming en het volgen van opleidingen en/of coaching. Daarnaast is het belangrijk dat de kennis op verschillende vakgebieden altijd up-to-date blijft, en worden medewerkers aangemoedigd om deel te nemen aan webinars en kennissessies. Het ziekteverzuim in 2024 was 4,75% (2023: 6,79%, 2022: 5,11%, 2021: 3,63%, 2020: 3,8%, 2019: 4,1%), net onder het landelijke referentiecijfer van 4,8%. Deze mooie daling van het verzuimcijfer is het resultaat van gerichte inspanningen afgelopen jaar, waar we onze focus op hebben gelegd, en dat zie je terug in de cijfers. Team P&O heeft een doorontwikkeling gemaakt op gebied van verzuim. Daarnaast is er een afname van langdurige uitval, maar we hebben ook meer preventieve maatregelen genomen om de vitaliteit van onze medewerkers te bevorderen. Helaas zijn er ook medewerkers die, na twee jaar ziekte, uitstromen uit de organisatie. Het ziekteverzuim voor onze Wsw medewerkers had in 2024 een omvang van 22,4% (2023 18,5% 2022 17,9% 2021: 11,3%).

Samen met de bedrijfsarts doen we er alles aan om voor alle medewerkers passende werkplekken te vinden. De Wsw medewerkers behoren allen tot een kwetsbare groep qua gezondheid. Met de inspraakorganen, de Ondernemingsraad (OR) en het lokaal overleg (voorheen de commissie voor Georganiseerd Overleg), is ook in 2024 constructief samengewerkt. De belangrijkste overlegonderwerpen zijn het welzijn en de arbeidsomstandigheden van de medewerkers. Andere onderwerpen van gesprek zijn vitaliteit, doorontwikkeling organisatie, financiën/ begroting, Risco-Inventarisatie & Evaluatie, aanbesteding inhuur, aanstellen nieuwe preventiemedewerker. Informatiebeleid en automatisering Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is een belangrijke succesfactor voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de samenleving. Dit vereist doorlopende investeringen in ICT-infrastructuur en informatiesystemen. Landelijke en Europese wetgeving bepaalt steeds vaker de richting, zoals de Wet digitale overheid, de Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer, de Wet open overheid, het Besluit digitale toegankelijkheid overheid en de Wet hergebruik van overheidsinformatie. In 2024 hebben wij gewerkt aan het opstellen van een I-visie. De nieuwe I-visie geeft richting voor de toekomst, zodat we tijdig kunnen inspelen op technologische ontwikkelingen en nieuwe wet- en regelgeving.

In 2025 zullen verschillende projecten worden opgepakt die zich richten op een digitale, efficiënte en transparante samenwerking waarbij zowel de samenleving als onze medewerkers optimaal worden ondersteund door een moderne en persoonlijke benadering. Ook wordt er steeds meer ingezet op de Common Ground gedachte. Dit is een nieuwe, moderne, overheidsbrede informatievoorziening voor het uitwisselen van gegevens, gebaseerd op het principe van eenmalig opslaan en meervoudig ontsluiten. Wij realiseren dit door effectief beheer en gebruik van Basisregistraties en de inzet van verschillende moderne applicaties ter ondersteuning van zaakgericht werken. Een efficiënte (digitale) basis is naast wetgeving noodzakelijk voor goede dienstverlening. Zaakgericht werken vormt daarmee de basis voor een hoge kwaliteit van de informatievoorziening en gestroomlijnde processen.

94 |

De reguliere ICT-uitgaven waren in 2024 als volgt: Raming 2024 11.822 1.156.144 120.907 219.380 196.712 1.704.965 1.704.965

Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo

Rekening 2024 11.361 1.162.500 91.198 138.441 307.341 1.710.841 38.457 38.457 1.672.384

Saldo 2024 461 -6.356 29.709 80.939 -110.629 -5.876 38.457 38.457 32.581

De ontwikkeling van ICT-uitgaven door de jaren heen geven het volgende beeld:

Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo

Rekening 2021 11.098 754.561 133.037 98.313 303.747 1.300.756 1.300.756

Rekening 2022 13.414 847.803 147.826 135.656 287.708 1.432.407 1.432.407

Rekening 2023 5.803 1.048.894 102.892 194.310 328.178 1.680.077 29.819 29.819 1.650.258

Rekening 2024 11.361 1.162.500 91.198 138.441 307.341 1.710.841 38.457 38.457 1.672.384

Verantwoording informatieveiligheid over het jaar 2024 ICT-beveiliging is wereldwijd een probleem. Ook de gemeente Voorst heeft vorig jaar verschillende beveiligingslekken ervaren. Deze zijn op tijd ontdekt en verholpen, maar beveiliging vereist voortdurende aandacht. Daarnaast zijn wij geconfronteerd met verstoringen bij ketenpartners die onze dienstverlening hebben beïnvloed. Wij blijven ons inzetten om de weerbaarheid van de organisatie te versterken en de kans op incidenten of crisissituaties aanzienlijk te verkleinen. De VNG heeft voor de 24/7 Monitoring en Response dienstverlening een raamovereenkomst gesloten met zes leveranciers, waaruit gemeenten een keuze kunnen maken. Na een minicompetitie hebben wij eind vorig jaar de meest geschikte partij geselecteerd. De implementatie is in januari 2025 gestart. Onze securityspecialisten worden hierbij ondersteund in hun werkzaamheden, waaronder het monitoren van onze ICT-omgeving, het opvolgen van beveiligingsincidenten, het uitvoeren van diepgaand technisch onderzoek en het voorkomen van cybersecurityincidenten. Dit vormt een belangrijke bijdrage aan de digitale veiligheid van onze gemeente. De verantwoording over informatiebeveiliging gebeurt via een collegeverklaring en verantwoordingsrapportage over de basisregistraties. Deze rapportages worden u met een raadsmededeling aangeboden, gelijktijdig met de jaarstukken 2024.

| 95

4.6 Paragraaf Openbaarheid Wet Open Overheid In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet Open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Deze begroting en jaarlijkse verantwoording vloeien voort uit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De Woo is er zodat mensen een verzoek kunnen doen om bepaalde informatie die bij bestuursorganen ligt openbaar te maken. Daarnaast is de Woo erop gericht dat bestuursorganen informatie actief openbaar gaan maken in het kader van transparantie. De Woo is de vervanger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In 2024 waren er 70 ingediende Woo-verzoeken. Dit is een stijging van 54 Wooverzoeken in vergelijking met 2023. Overzicht Woo-verzoeken en daaruit voortkomende procedures (*):

Jaar 2024 2023 2022 2021 2020 2019

Aantal ingediend 70 16 10 14 13 12

Aantal afgehandeld 4 6 8 13 13 7

Aantal afgewezen Aantal of afgedaan toegewezen en als verzoek om documenten informatie verstrekt 65 4 10 7 2 6 5 7 2 11 2 9

Aantal bezwaar / beroep 58 / 0 0/0 1/0 2/0 0/0 2/1

(*) Bezwaar- beroepschriften voorkomende uit Woo-verzoeken worden toegerekend aan de categorie bezwaar- of beroepschriften waar het Woo-verzoek geheel of hoofdzakelijk op ziet.

96 |

4.7 Paragraaf Verbonden partijen Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente zowel een financiële als bestuurlijke relatie heeft. Beide relaties komen voort uit de verplichtingen op grond van een gemeenschappelijke regeling (GR), in samenhang met het bepaalde in artikel 193 van de Gemeentewet. De financiële verplichting houdt in dat de gemeente bijdraagt in de kosten van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Bij een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn de opties dat de gemeente kapitaal verstrekt in de vorm van risicodragend kapitaal, een lening of garantstelling, c.q. een subsidie of een combinatie van deze mogelijkheden. Bij de bestuurlijke relatie staat zeggenschap bij de rechtspersoon centraal, o.a. via de mogelijkheid om bestuursleden of commissarissen te benoemen of via het stemrecht als aandeelhouder. Huidige beleidskaders Aanwezigheid publiek belang Bij zowel een financiële als een bestuurlijke relatie dient sprake te zijn van een publiek belang. De behartiging van een publiek belang staat centraal bij de rechtspersoon aan wie de gemeente zich verbonden heeft. Het publiek belang zal gedefinieerd zijn in het gemeentelijk besluit tot deelneming. De invulling van het publieke belang leidt tot bepaalde taken en werkprocessen. Als er geen sprake (meer) is van een publiek belang, dan is deelneming niet (meer) aan de orde.

Volledige betrokkenheid bij behartiging publiek belang Bezien moet worden of volledige, dan wel gedeeltelijk gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publieke belang/de publieke taak noodzakelijk is. De vraag is op welke elementen van de werkprocessen de gemeente invloed wil hebben. Gaat het alleen om de output en de resultaten, of ook om de beheersing van het proces zelf? Als volledige betrokkenheid noodzakelijk is, maar de gemeente het publieke belang niet zelfstandig kan behartigen, dan is deelname aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, c.q. samenwerkingsverband, geïndiceerd. Gedeeltelijke betrokkenheid bij behartiging publiek belang Als sprake is van een publiek belang maar volledige gemeentelijke betrokkenheid niet noodzakelijk is, komt deelname aan een privaatrechtelijk rechtspersoon in beeld. De weg daar naar toe begint bij de vraag of de gemeente het publieke belang via bestuurlijke zeggenschap in combinatie met een financiële deelname voldoende kan behartigen. Deze vraag is van belang voor de rol waarin de gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever in beeld is. Biedt bestuurlijke deelname onvoldoende mogelijkheden om de verantwoordelijkheden voor het desbetreffende publieke belang waar te maken, dan is deelneming niet langer zinvol of is een nieuwe participatie niet aan de orde.

Risicoanalyse bij betrokkenheid behartiging publiek belang Indien gemeentelijke participatie geïndiceerd is, is het zaak risico's in kaart te brengen en is de monitoring van de risico’s noodzakelijk. Deze situatie kan spelen als een verplichte afdekking van tekorten, geldleningen en garanties speelt. Ook kan deze situatie ontstaan als de noodzaak tot monitoring van de omvang van het gemeentelijke aandelenkapitaal noodzakelijk is. Monitoringsinstrumenten zijn het beoordelen of goedkeuren van de begroting en de jaarrekening, dan wel specifiek omschreven besluiten en de beoordeling van het nakomen van de gewenste prestaties met inbegrip van het gewenste voorzieningenniveau. Vastlegging hiervan en verslaglegging hierover is noodzakelijk.

| 97

Lijst van verbonden partijen De verbonden partijen kunnen als volgt worden ingedeeld: Gemeenschappelijke regelingen Regio Stedendriehoek GGD Noord- en Oost-Gelderland Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) Tribuut Belastingsamenwerking Basismobiliteit (PlusOV) Stichtingen/verenigingen Stichting Archipel Onderwijs Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn) Stichting Koepel sport, welzijn en cultuur Coöperaties/vennootschappen Leisurelands (voorheen Recreatiegemeenschap Veluwe / RGV Holding BV) N.V. Luchthaven Teuge N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Waterbedrijf Vitens N.V. Circulus Berkel B.V.

98 |

Gemeenschappelijke regelingen Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving

Zeggenschap Openbaar belang / doel

Financieel belang Risico's en getroffen maatregelen Ontwikkelingen

Regio Stedendriehoek Gemeenschappelijke regeling Burgemeester Paula Jorritsma (AB en DB) en wethouder Peter Wormskamp (AB) Deventer De Regio Stedendriehoek (S3H) coördineert, faciliteert en communiceert de samenwerking tussen de gemeenten binnen de S3H. Naast de taken in relatie tot de intergemeentelijke samenwerking participeert de S3H in de Cleantech Regio, met als partners het bedrijfsleven en het onderwijs. De naam Cleantech Regio wordt in 2023 gewijzigd naar Regio Stedendriehoek. Bestuurslidmaatschap AB (2+1plv) en bestuurslidmaatschap DB (1) Naast de intergemeentelijke samenwerking in WGR-verband werken de 8 gemeenten samen met ondernemers en onderwijs in de stichting Strategische Board. De Regio Stedendriehoek en de Strategische Board vormen vooralsnog samen de Cleantech Regio en richten zich gezamenlijk op het realiseren van 3 lange termijn doelen: 1. Een duurzame en gezonde leef- en werkomgeving 2. Een vitale, toekomstbestendige arbeidsmarkt 3. Een circulaire en energieneutrale economie In 2023 wordt een nieuwe agenda opgeleverd. De Agenda wordt gemaakt met vertegenwoordigers van de overheden, het bedrijfsleven en onderwijs en onderzoek. Doel is dat de Regio aantrekkelijk is en blijft voor (nieuwe) inwoners, toptalenten en ondernemers. De gemeentelijke bijdrage aan de regio is afhankelijk van het aantal inwoners per gemeente.

De deelnemende gemeenten aan de regeling zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten van de S3H. Voor de Cleantech Regio geldt dat de drie partners (zie hiervoor) gezamenlijk zorgen voor een verantwoord financieel beleid. Wij focussen op enkele onderwerpen die actueel zijn in de Regio Stedendriehoek: de Regio Deal en de contourenschets en ontwikkelperspectief. Regiodeal De Regio Deal ‘Sterker in 3D’ die de Regio Stedendriehoek eind 2023 heeft aangevraagd, levert de regio een Rijksbijdrage van maximaal €20 miljoen op. In 2024 zijn de projecten die binnen de regiodeal vallen toegekend en is gestart met de uitvoering. Contourenschets en Ontwikkelperspectief De opgaven die er liggen op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energietransitie, economie, landbouw en natuur zijn groot. Het Rijk trekt daarom de regie op het gebied van ruimtelijke ordening naar zich toe. In 2024 is verder gewerkt aan de agenderende opgaven die de regio richting 2050 geformuleerd: 1. 2. 3.

4. 5.

Verstedelijking in balans (integrale ontwikkeling van het bundelingsgebied); Ontwikkeling corridors A1/A50 (stedelijke groei en de ontwikkeling van mobiliteit en bereikbaarheid); Bevaarbaarheid IJssel (in combinatie met zorgen voor hoogwaterveiligheid, landschap en aanpak van de droogte (programma Integraal Riviermanagement); Vitaal landelijk gebied (met de transitieopgaven landbouw, water en bodem, natuur en klimaat, en vitale kernen, dorpen en buitengebied); Veluwe (groot natuurgebied en waterreservoir, met opgaven voor landschap, natuur en water & bodem, en vrijetijdseconomie

In de contourenschets is deze opgave Verstedelijking in balans opgepakt, waarbij de hoeken van het speelveld zijn verkend. De contourenschets wordt verder verwerkt in het Ontwikkelperspectief. Hier gaan wij samen in gesprek over het proces en werken wij aan de opgaven en kansen voor de regio.

Boekjaar Resultaat Eigen vermogen

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2019 2020 2021 2022 2023 2024 94 173 153 147 261 667 97 173 153 147 261 757

| 99

Boekjaar Vreemd vermogen

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2019 2020 2021 2022 2023 2024 1.566 2.089 1.170 609 714 2.424

Bedragen x € 1.000 Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving

Zeggenschap Openbaar belang / doel

Financieel belang Risico's en getroffen maatregelen Ontwikkelingen

GGD Noord- en Oost-Gelderland Gemeenschappelijke regeling Wethouder Peter Wormskamp Warnsveld De Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG) is de gezondheidsdienst van 22 gemeenten. De GGD NOG beschermt en bewaakt de gezondheid van de inwoners (van jong tot oud) van de gemeenten in zijn regio. Bestuurslidmaatschap AB (1) Het op adequate schaal behartigen van de openbare gezondheidszorg. GGD NOG beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de inwoners van 22 gemeenten die bij GGD NOG zijn aangesloten. Dit betreft de bijdrage voor de kosten die conform afspraak via een bijdrage per inwoner over de deelnemende gemeenten verdeeld worden. Deelnemers gemeenschappelijke regeling zijn gezamenlijk aansprakelijk voor tekorten. Algemeen De Bestuursagenda 2023-2027 loopt door. Begin 2025 vindt er wellicht een bijstelling plaats van deze thema's. Om de GGD NOG meer toekomstbestendig te maken is geinvesteerd in een traject GGD NOG Robuust. Ook op dit themna zal begin 2025 een evaluatie plaatsvinden. Beleidsmatige uitgangspunten Net zoals de afgelopen jaren waren zowel het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) belangrijk in 2024. Naar verwachting lopen deze programma’s door in 2025. De GGD heeft in 2024 een eerste stap gezet in het formuleren van beleidsindicatoren.

Hiermee krijgen gemeenten meer en beter inzicht wat de GGD precies doet voor onze inwoners. Dit krijgt in 2025 een verdere uitwerking. Met het oog op de budgettaire krapte is de GGD gevraagd om te komen tot denkbare ombuigingsmaatregelen, die aansluiten bij onze gemeentelijke ombuigingscatalogus. Ook dit thema zal in 2025 verder concreet worden uitgewerkt.

Boekjaar Resultaat Eigen vermogen Vreemd vermogen

Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening 2019 2020 2021 2022 2023 2024 71 69 77 -487 910 -170 2.909 2.876 2.912 2.656 3.182 1.921 2.631 7.130 10.226 8.787 13.266 11.330

Bedragen x € 1.000 Verbonden Partij Aard Bestuurlijke vertegenwoordiger Vestigingsplaats Omschrijving

Zeggenschap

Openbaar belang / doel

Financieel belang 100 |

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Gemeenschappelijke regeling Burgemeester Paula Jorritsma Apeldoorn In de VNOG werken de GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en de brandweer samen. De VNOG bestaat uit 22 gemeenten. Binnen de VNOG wordt aandacht besteedt aan een effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. Bestuurslidmaatschap AB (1). De VNOG werkt aan een heroriëntatie op de eigen taken en organisatie. Met ingang van 2016 zijn de brandweerclusters, waaronder Epe, Apeldoorn, Voorst (EVA) opgeheven. Wet veiligheidsregio, Wet geneeskundige hulpverlening en Wet rampen en zware ongevallen verlangen het bestaan van een GR gericht op taken als hiervoor genoemd. Het is tevens de bedoeling de oranje kolom meer te betrekken bij de invulling van de eigen doelstellingen. De verdeelsleutel voor de gemeentelijke bijdrage aan de regio is gebaseerd op het ¨Gemeentefonds¨ en wordt eens per vier jaar opnieuw vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15775650/1