Jaarstukken 2020 (2021-28934) GEWIJZIGD
Tekst van het document
Totaal grote risico's: € 11.450.000 Overige risico's: € 5.775.000 Totaal alle risico's: € 17.225.000 Langetermijngevolgen coronavirus In bovenstaande tabel is het risico als gevolg van de pandemie samengevat benoemd. Gezien de uitzonderlijke situatie is het risico extra toegelicht. De financiële gevolgen voor het boekjaar 2020 zijn in beeld gebracht in de paragraaf Covid-19. Het virus heeft echter ook voor 2021 en de jaren daarna effect. Onderstaande opsomming is niet limitatief, maar geeft een beeld van de (mogelijke) gevolgen op langere termijn. ▪ ▪
Risico op hoger ziekteverzuim door direct (ziekte door besmetting met het coronavirus) of indirect (overspannendheid, thuiswerken, etc) gevolgen van het corona virus; Hogere kosten in de jeugdzorg en WMO door ziekte en lockdown; | 77
▪ ▪ ▪ ▪
Toename van aanvragen BBZ, bijstand etc, die buiten de speciale coronaregelingen vallen; Risico's dat door de gemeente gewaarborgde geldleningen van sportverenigingen etc niet voldaan kunnen worden, waardoor aanspraak wordt gemaakt op de borgstelling; Risico dat als gevolg van gederfde inkomsten het nodig is financiële hulp te bieden aan bibliotheek, sportverenigingen, etc om deze te behouden. Risico dat posten oninbaar blijken en moeten worden afgeschreven, wat leidt tot een financieel nadeel.
Het is reëel dat een combinatie van deze mogelijke gevolgen zich in de komende tijd gaat voortdoen. In welke mate is echter niet te voorspellen. Binnen de systematiek van risico-analyse is het risico daarom ingedeeld in de hoogste kans-categorie, met het hoogste financiële effect. Wel is ingeschat dat deze risico's incidenteel zijn en (op termijn) verdwijnen. Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 17.225.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Hieruit volgt dat voor het afdekken van de risico's een weerstandscapaciteit van € 4.457.171 nodig is. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen welke beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand Algemene reserves Onbenutte belastingcapaciteit * Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit
Startcapaciteit 6.483.558 1.636.411 25.000 8.144.969
* de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12-norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst
Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 8.144.969 € 4.457.171
= 1,8
De ratio weerstandsvermogen ligt tussen de 1,4 en 2,0 en heeft daardoor op grond van de waarderingscijfers het oordeel "Ruim Voldoende". Dit is een daling tenopzichte van de meest recente begroting. De ratio was op dat moment groter dan 2.0 ("uitstekend"). Enerzijds komt dat door de lichte groei van het risicoprofiel waarbij rekening is gehouden met de langdurige financiële gevolgen van de coronacrisis. Tegelijkertijd is de algemene reserve kleiner geworden. Het weerstandsvermogen is echter nog steeds "ruim voldoende" om risico's op te kunnen vangen. 78 |
Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,06
Oordeel Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van meerdere factoren (onder andere afgesloten en doorgeleende gelden of omvang van de voorraad gronden). Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Overzicht kengetallen gemeente Voorst In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Jaarrekening 2019 61% 59% 21% -5,51% 6% 103%
Begroting Jaarrekening 2020 2020 63% 61% 60% 60% 22% 19% -1,61% -3,23% 4% 0,47% 102% 102% | 79
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd zijn licht gedaald ten opzichte van de begroting 2020 en liggen ongeveer op hetzelfde niveau als 2019. Echter de netto schuld is gestegen ten opzichte van 2019 door de opname van vaste geldleningen voor de verbouw van het gemeentehuis en aankoop van gronden. De totale baten zijn daarentegen ook gestegen. Aangezien dit kengetal uitgedrukt wordt in een percentage van de totale baten blijft dit kengetal ongeveer op hetzelfde niveau. De solvabiliteitsratio is licht gedaald voornamelijk door de gewijzigde verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen. Het vreemd vermogen is gestegen door het aantrekken van vaste geldleningen. Hoewel het jaar 2020 een positief jaarrekeningresultaat laat zien is het kengetal structurele exploitatieruimte negatief als gevolg van incidentele baten die in 2020 zijn verantwoord. Voor dit kengetal wordt het jaarrekeningresultaat gezuiverd van deze incidentele middelen.
Het kengetal grondexploitatie is verder gedaald als gevolg van de verkoop van bouwkavels binnen de diverse grondexploitaties. Het kengetal belastingcapaciteit was voor 2020 102%. Dit betekent dat de woonlasten in 2020 binnen onze gemeente iets boven het landelijk gemiddelde lagen.
80 |
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn: wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort het materieel van de buitendienst tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed wordt ingegaan op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. In 2017 zijn de bij de onderhoudsplannen behorende algemene beleidskaders vastgesteld c.q. herbevestigd door de raad. Wegen Beleidskader De beleidsuitgangspunten voor het wegonderhoud zijn vastgelegd in het Integraal Wegen Plan (IWP) 2020-2024. Het beheer richt zich op het bereiken en vasthouden van: ▪ ▪ ▪ ▪
een gemiddelde kwaliteit waarbij de kans op ongevallen klein is; een kwaliteit waarbij de bereikbaarheid niet in het geding is; een kwaliteit die comfortabel gebruik mogelijk maakt; een kwaliteit die er redelijk uitziet en waarbij aan de wettelijke eisen voldaan wordt.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies, omvormen van semi-/verharde fietspaden naar betonpaden en groot onderhoud. Kwaliteit en risico’s Periodiek wordt getoetst aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek wordt bereikt dat instandhouding plaats vindt voor de laagste kosten. De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Verantwoording 2020 In het kader van het IWP is het volgende te melden. In Twello is in het centrum de herinrichting van de Van Ghentstraat afgerond. De Michiel de Ruijterstraat is tevens heringericht. In Klarenbeek is de herinrichting van de Bosweg, Sparrenweg en Molenweg gerealiseerd. In Terwolde is na de Prins Hendrikstraat in 2019 aansluitend in 2020 de Koningin Wilhelminastraat en Tuindorp heringericht. In Terwolde is tevens de Schoolstraat, Ieuwland en deel van de S. Schotanusstraat heringericht.
In de tweede helft van 2020 is de herinrichting van de Klarenbeekseweg in Voorst gerealiseerd.
| 81
Exploitatie (wegenonderhoud) In 2020 hebben wij in het kader van de exploitatie (wegenonderhoud) de volgende werkzaamheden (uitgesplitst per dorp) uitgevoerd: Terwolde De Lochemsestraat (tussen Zandenallee en komgrens) is voorzien van een nieuwe deklaag. Teuge De Zanden (tusssen Oude Wezeveldseweg en Zandenallee) en Zandenallee (tussen Lochemsestraat en perceel 10) zijn voorzien van een nieuwe deklaag. Op de Zandenallee zijn reparaties uitgevoerd door plaatselijk het asfalt weg te frezen en nieuw asfalt in te brengen. Klarenbeek Binnen de bebouwde kom is de Broekstraat voorzien van een nieuwe deklaag. Met de herinrichting zijn verkeersremmende elementen met blokbeplanting aangebracht. Buiten de bebouwde kom is de Broekstraat (gedeelte tot spoorlijn Apeldoorn – Zutphen) is de weg voorzien van een nieuwe deklaag. Als verkeersremmer is tussen de komgrens en verlengde Broekstraat een “Gumacon’ verkeersdrempel aangebracht. In de Verlengde Broekstraat zijn ook een 2-tal “Gumacon” verkeersdrempels aangebracht. Nijbroek Het Kerkepad is voorzien van een nieuwe deklaag. Op de Middendijk zijn reparaties uitgevoerd door plaatselijk het asfalt weg te frezen en nieuw asfalt in te brengen. Twello De Burgemeester van de Feltzweg (tussen Derk Brouwerstraat en Holthuizerstraat) en Doornweerdstraat (tussen HW Iordensweg en Twellosebeek) zijn voorzien van een nieuwe deklaag.
In de Jachtlustweg is de asfaltverharding vervangen door betonstraatstenen. . Op de Holthuizerstraat en Oude Rijkstraatweg zijn reparaties uitgevoerd door plaatselijk asfalt weg te frezen en nieuw asfalt aan te brengen. Wilp De Achterhoekseweg (tussen Leemsteeg en perceel 3) en Bloemenksweg zijn voorzien van een nieuwe slijtlaag. Het Noordijkpad (tussen HW Iordensweg en Voorderpad), Voorderpad en De Oude Apeldoornseweg (gemeentegrens tot perceel 2) zijn voorzien van een nieuwe deklaag. Op de Sluinerweg, de kar, Holthoevensestraat, Soerhuislaan, Knibbelallee, Weerdseweg en Zwarte Kolkstraat zijn reparaties uitgevoerd door plaatselijk het asfalt weg te frezen en nieuw asfalt in te brengen. Voorst De Beelelaan, ingericht als 30 km zone is in zijn geheel voorzien van een nieuwe deklaag en verkeersdrempel. De Gravenstraat (tussen spoorlijn en perceel 14 en Kafoepstraat en perceel 23), Hezeweg (spoorlijn en Beekzichtweg), Kleine Enkweg, Tuinstraat (Enkweg tot herinrichting), Noord Emperweg (Hezeweg en Leusvelderweg), Nijenbeekseweg (dijkovergang bomendijk), Watergatstraat (tussen Appenseweg en Bekenstraat) en Hallseweg zijn voorzien van een nieuwe deklaag. Als bescherming van de berm zijn langs de Hallseweg grasbetonstenen aangebracht.
82 |
Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water. Het Programma Water is eind 2019 voor de planperiode 2020 - 2025 vastgesteld. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies en grootonderhoud. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek wordt onderzocht hoe de rioleringszorg integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kan worden uitgevoerd. Binnen het Programma Water is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen milieumaatregelen. Verantwoording 2020 In 2020 is de afkoppelbijdrage regeling opnieuw aanbesteed. Ook dit jaar was er goede interesse van bewoners. De financiering hiervan kon volledig gedekt worden uit de door het waterschap verstrekte bijdragen voor afkoppelprojecten. Net als voorgaand jaar zijn ruim 410 drukrioleringsunits gerenoveerd en aansluitend NEN-gekeurd en zijn de twee laatste deelgebieden gecontroleerd en NEN-gekeurd. De grote renovatieronde van de drukrioolunits is hiermee gereed. De riolering in de wegen die gerenoveerd zijn in het programma van het Integraal Wegen Plan is waar nodig vernieuwd of gerepareerd.
Ook is hier het regenwater afgekoppeld van de riolering. Het onderzoek naar de praktische en juridische aspecten bij ‘bedrijfslozingen op de drukriolering’ dat samen met het waterschap en diverse gemeenten is uitgevoerd, is afgerond en eind 2020 is de bijbehorende beleidsregel vastgesteld. In 2021 wordt de werkbaarheid in de praktijk getoetst. Groen Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Groen. Het Programma Groen is eind 2020 vastgesteld voor de planperiode 2020 t/m 2025. Het Programma Groen is een nieuw, algeheel vastgesteld beleidsplan voor de gehele gemeente. Naast dat dit programma gericht is op de openbare ruimte komt ook de landschappelijke/ecologische component intensief aan de orde. Met dit programma lopen we vooruit op de nieuwe Omgevingswet. Het beheer van de openbare ruimte en ons landschap gaat stevig veranderen de komende decennia. De ecologische kringloop wordt veel meer gerespecteerd en als uitgangspunt gaan we telkens uit van de drie kernbegrippen: leefbaarheid, duurzaamheid en biodiversiteit. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het reguliere onderhoudsbudget voor groen is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Bij de Prioriteitennota 2021 is besloten het extra investeringsdeel vooralsnog niet op te nemen.
Verantwoording 2020 Regulier beheer In 2020 is het reguliere onderhoud van het gemeentelijk groen volgens plan uitgevoerd. Bestrijding van ongewenste kruiden vindt plaats op een 100% milieuvriendelijke wijze. Laanherstel | 83
Incidenteel zijn bomen vervangen en aangevuld. Door een wederom hete zomer zijn veel bomen verminderd in conditie. Dat kan op de korte en middellange termijn een intensiever her plantprogramma opleveren. Nieuwe laanbeplantingen in welke vorm dan ook zijn meer resistent tegen hitte en leveren altijd een meerwaarde op voor biodiversiteit. Groenrenovatie Op diverse locaties binnen de dorpen zijn groenrenovaties uitgevoerd. Daarnaast is tijdens wegreconstructies ook veelal versleten groen aangepast. Er wordt steeds meer gewerkt met beplantingen die een toegevoegde waarde geven aan biodiversiteit. Boomonderhoud/veiligheid Eenmaal per vier jaar krijgen alle bomen binnen het voorster buitengebied een snoeibeurt en vindt er boominspectie plaats. Openbare verlichting Beleidskader In oktober 2010 heeft de raad het kwaliteitsniveau vastgesteld. De hieraan gekoppelde beleidsregels worden voortgezet voor de periode 2016-2020.
De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ het verlichtingsniveau is gebaseerd op de Praktijkrichtlijn welke is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt voorzien van een dimunit; ▪ de nieuw te plaatsen verlichting bestaat uit LED-verlichting of is voorbereid op LEDverlichting; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het jaarlijks onderhoud- en vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Kwaliteit en risico’s Het laatste deel van de verbetering van het verlichtingsniveau is uitgevoerd. Het verlichtingsniveau is op het afgesproken niveau gebracht. Vanaf nu zullen er voornamelijk vervangingen plaats vinden. Bij vervanging van armaturen zal steeds gezocht worden naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting zijn voldoende voor de uitvoering van dit beleid. Verantwoording 2020 Voor 2020 is een regulier onderhoudsplan opgesteld. Het vervangingsprogramma omvat de vervanging van 232 stuks armaturen door moderne LED-armaturen. Hierin wordt een stap gezet in de verduurzaming van ons openbare verlichtingsareaal.
Ledverlichting verbruikt minder stroom, hebben een langere levernsduur en hebben minder onderhoud nodig. Het vervangingsplan betreft hierbij de lichtmasten aan de Korte Ennestraat, Kweekweg, Rozenhofstraat, Dorpsstraat, Everwijnstraat, Lochemsestraat, Vaassenseweg, Acacialaan, de Barnte, Holthuizerstraat, Koningin Julianastraat, Kerklaan, van Limburg Stirumstraat, Lindelaan, Molenstraat en de Kervelstraat. De uitvoering vindt plaats in het voorjaar van 2021.
84 |
Gemeentelijke gebouwen Beleidskader, verduurzaming gebouwen en installaties De gemeente is eigenaar van 38 gebouwen met bijbehorende installaties. In 2019 is besloten om het beheer en onderhoud van alle gemeentelijke gebouwen weer helemaal in eigen regie te nemen. Het technisch beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is in 2020 binnen de bestaande beleidskaders, met behulp van het duurzaam meerjarenonderhoudsprogramma (DMJOP), uitgevoerd. Aan het DMJOP ligt de NEN 2767 systematiek ten grondslag. Onderdeel van het planmatig technisch beheer en onderhoud is het versneld verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, op basis van het Addendum op de Nota Duurzaamheid 2016. Het onderhoud in combinatie met innovatie en verduurzaming wordt waar mogelijk uitgevoerd in samenwerking met lokale partijen. Het technisch beheer beweegt zich in 2020 een moeilijke, wat overspannen, markt. Eén van de oorzaken hiervan is het coronavirus COVID-19. Verantwoording 2020 Gymzalen Na de renovatie van de gymzaal in Voorst van 2020 wordt in 2021 de gymzaal in Wilp gerenoveerd. Ook in deze gymzaal zal het all-electric principe worden toegepast. Door het plaatsen van 80 PV panelen op het dak zal ook deze gymzaal energetisch zelfvoorzienend zijn. In de opvolgende jaren zullen de andere gymzalen aan de beurt komen.
Sporthal Jachtlust Voor Sporthal Jachtlust ligt een verduurzamingsplan cq renovatieplan klaar dat gereed is om uit te voeren. Wegens gebrek aan capaciteit bij de uitvoerende bedrijven is dit doorgeschoven naar 2022. Schuur “Het Kleine Zand” in Teuge In 2020 is het achterstallig onderhoud van de 2019 aangekochte boerenschuur in Teuge weggewerkt. Er word nog een passende bestemming voor deze schuur gezocht. Muziekkoepel Terwolde In 2020 is de gemeente Voorst eigenaar geworden van de muziekkoepel in Terwolde. In samenwerking met het dorp Terwolde gaan we de muziekkoepel een grondige opknapbeurt geven. Muziekvereniging ‘Ons Genoegen’ zal als hoofdgebruiker een stuk operationeel beheer gaan uitvoeren. Vervangende nieuwbouw voor Brandweerkazerne en Gymzaal in Twello Door de woningbouwontwikkeling aan de Jupiter/Hietweideweg zullen de huidige brandweerkazerne en gymzaal gesloopt worden. In 2020 zijn vervolgstappen gezet om nieuwe geschikte locaties te vinden voor een nieuwe brandweerkazerne en een nieuwe gym-/sportzaal. Omdat we hier te maken hebben met verschillende belangenafwegingen hebben beide locatieonderzoeken behoorlijke vertraging opgelopen. Op 1 maart 2021 heeft de gemeenteraad besloten de nieuwe brandweerkazerne van Twello aan de Zuiderlaan te bouwen. Demarcatie VNOG In beleidsstukken van de VNOG is opgenomen dat de VNOG vaart wil zetten achter het “demarcatie project”.
Dit project gaat over 56 kazernes in 22 gemeentes binnen de veiligheidsregio. Wij gaan ervan uit dat dit project verstrekkende consequenties gaat hebben voor de brandweerkazernes in de gemeente Voorst.
| 85
Pilot bijstoken waterstof in tijdelijke huisvesting In de tijdelijke huisvesting aan de Hietweideweg draait een pilot met een waterstofketel. De opgedane kennis willen we gebruiken om te bepalen of de waterstoftechniek een alternatief kan zijn voor fossiele brandstoffen in overige (slecht geïsoleerde) gemeentelijke gebouwen. In 2021 weten we of de pilot dermate succesvol is geweest om de totale installatie te verhuizen naar sporthal de Zuiderlaan zodra de tijdelijke huisvesting aan de Hietweideweg niet meer benodigd is. Renovatie gemeentehuis De ontwerpfase is in mei 2020 afgesloten is definitief, de realisatiefase wordt gestart. Na behandeling van het zogenaamde fasedocument-ontwerpfase in de gemeenteraad van 11 mei is de ontwerpfase op 28 mei 2020 formeel afgerond met de vaststelling van het document door de stuurgroep. Daarmee gingen we een nieuwe fase in: de realisatiefase. De realisatiefase startte met de circulaire sloop van het pand. Uiteindelijk bleef alleen de betonnen draagconstructie en het dak overeind. Parallel aan de sloop vond de aanbesteding van de bouwkundige werken en de E/W-installaties plaats. Het project verloopt hiermee tot dusver volledig binnen de planning en binnen het daarvoor beschikbaar gestelde taakstellende krediet.
Overzicht gemeentelijke gebouwen Naamgeving gebouw Gemeentehuis Gemeentewerf / Brandweerkazerne Hietweideweg 20 (oudbouw Veluws College) Brandweergarage plus dienstwoning Vermeersweg 61 Maarten Tromplaan 2 (oudbouw De Kleine Wereld) Hietweideweg 20 (oudbouw Veluws College) Het Baken Kortenaerstraat 16 5 Kerktorens H.W. Iordensweg 11 Schaapskooi Veeschuurtje te Voorst Molenstomp De Vecht (molen Koekkoek) Parkeerhuis 2 Sporthallen (inclusief turnhal + multizaal) Zwembad (binnenbad + buitenbad) Kulturhus SCC Pand Oude Rijksstraatweg 38 7 Gemeentelijke gymlokalen 2 Aula's en lijkenhuisjes Schuur 'Het Kleine Zand' te Teuge Muziektent Voorst en Terwolde Gebouwen Frans Halsstraat
86 |
Huisvesting / huurder organisatie Bestuurlijke en ambtelijke organisatie Buitendienst en korps Twello Tijdelijke huisvesting bestuurlijke en ambtelijke organisatie Korpsen Voorst en Terwolde Plan Klein Twello Stichting de Koepel Onderdeel van een kerk Particulier en Imkervereniging Hartgers Parkeerders Stichting De Koepel De Schaeck Stichting De Koepel IJsseldal Wonen (opvang statushouders) Stichting De Koepel Bezoekers Kajak Twellose Accordeon vereniging
BVO (m2) 5.400 2.505 2.325 320 759 1.142 2.325 523 302 125 49 33 50 3.150 9.152 2.850 1.800 450 3.428 178 180 20 140 78
Vervangingsplan materieel buitendienst Beleidskader Voor het materieel van de buitendienst is een vervangingsschema opgesteld op basis van de theoretische levensduur van het materieel. De werkelijke vervangingen vinden plaats op basis van de technische levensduur. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Verantwoording 2020 In verband met de ontmanteling van de buitendienst is er minimaal geïnvesteerd in nieuw materieel.Hier was in de begroting al rekening mee gehouden waarbij de aanschaf van een viertal natzout strooiers ter vervanging van een viertal droogzout strooiers was uitgezonderd. Ook de oude sneeuwploegen zijn vervangen door een viertal nieuwe ploegen. Met het nieuw aangeschafte materieel wordt preventief gestrooid. Gladheidsbestrijding (gemeentelijke wegen) blijft een taak van de buitendienst.
| 87
4.4 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt het treasurybeleid beschreven. Treasury, het beheren van geld- en kapitaalstromen, neemt bij gemeenten een belangrijke plaats in. De wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico's op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid Algemeen Om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden, wordt gebruik gemaakt van de kaders, die in het vastgestelde Treasurystatuut 2018 (sedert gewijzigd) zijn vastgelegd. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Om die risico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en is er sprake van een renterisiconorm. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld over een periode van 3 maanden mag hebben. Indien de kasgeldlimiet 2 achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden, moeten in het daaropvolgende kwartaal maatregelen worden genomen om een structurele overschrijding te voorkomen. De kasgeldlimiet voor 2020 bedraagt maximaal 8,5% van de omvang van de totale begroting, groot € 68,2mln. De kasgeldlimiet is in 2020 afgerond € 5,8 miljoen.
Binnen de voorschriften, zoals gesteld in de wet FIDO is er in 2020 geen ongeoorloofde overschrijding van de kasgeldlimiet. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen/ te spreiden. De renterisiconorm beoogt de risico’s van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de gemeentelijke rentelasten binnen beheersbare kaders te houden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2020 is de renterisiconorm op begrotingsbasis € 13,6 miljoen. Eind 2020 zijn de restant-boekwaarden van 6 geldleningen met een rentepercentage van 3,5% en hoger geherstructureerd in een nieuwe geldlening van € 16,1 mln inclusief een bedrag voor agio (zie de toelichting bij het onderdeel Gemeentefinanciering). Door de herstructurering van deze geldleningen is de renterisiconorm in 2020 overschreden. Het betreft hier een incidentele situatie, aangezien vanaf 2021 de renterisiconorm onder de toegestane norm zal blijven.
88 |
1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7
8 9
10 7 11
Rekening Begroting Rekening Begroting Renterisico's 2019 2019 2020 2020 Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Nieuwe aangetrokken vaste schuld o/g 25.200 5.500 Nieuwe verstrekte leningen u/g Netto nieuw aangetrokken vaste schuld 25.200 5.500 (3a-3b) Betaalde aflossingen 4.390 4.390 16.423 3.723 Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 16.423 3.723 Renterisico’s op vaste schuld (2+6) 16.423 3.723 Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1 januari 29.563 33.953 29.563 29.563 Stand van begrotingstotaal per 1 januari 59.700 59.700 68.237 68.237 Bij ministeriële regeling vastgesteld % 20% 20% 20% 20% Renterisiconorm (8*9) Toets renterisiconorm Renterisiconorm 11.940 11.940 13.647 13.647 Renterisico op vaste schuld 16.423 3.723 Ruimte (+) / Overschrijding (-), (10-7) 11.940 11.940 -2.776 9.924
Kredietrisicobeheer Als kredietverstrekker loopt de gemeente risico's. De volgende leningen zijn zonder hypothecaire zekerheid verstrekt: Bedragen x € 1.000 Risicogroep Alliander (Nuon) Vitens Verenigingen Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal
Restant schuld per 31-12-20 0 96 119 66 7.757 8.038
Percentage 0 1,20% 1,48% 0,82% 96,50% 100,00%
Alliander Aan Alliander (voormalig Nuon) is door onze gemeente in het verleden een achtergestelde geldlening verstrekt in verband met de verkoop van 8 aandelen van de gemeente. De koopsom is destijds door Alliander voldaan door een schulderkenning uit hoofde van een verstrekte geldlening. Over het bedrag van de geldlening werd door Alliander jaarlijks 10% rente voldaan. In 2020 is de geldlening door Alliander opgezegd. Na door ons ingewonnen juridisch advies moesten wij akkoord gaan met de opzegging van de door de gemeente Voorst aan Alliander verstrekte aandeelhouderslening. De lening is per 1 augustus 2021 opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden en een coulance van 6 maanden. De terugbetaling is in 2020 door Alliander afgehandeld. Tezamen met de hoofdsom ter grootte van € 855.285 is een de rentevergoeding ter hoogte van € 135.420 terugbetaald op 21 december 2020.
| 89
Vitens Aan Vitens is door de gemeente een achtergestelde geldlening, groot € 1.432.000 verstrekt in verband met de verkoop van aandelen van de gemeente aan Vitens. De koopsom is door Vitens voldaan door een schulderkenning uit hoofde van een verstrekte geldlening. Over het bedrag van de geldlening wordt door Vitens jaarlijks rente voldaan. De lening wordt in 2021 voor het laatst afgelost. De lening is achtergesteld bij alle schuldverplichtingen van Vitens in geval van liquidatie, faillissement of surseance van betaling. Over 2020 zijn geen bijzonderheden te melden. Verenigingen De raad heeft besloten om Stichting Sportvoorziening De Laene (SV Voorwaarts) in 2011 een laagrentende geldlening ad € 240.000 te verstrekken, ten behoeve van de aanleg van een kunstgrasvoetbalveld. Over deze lening is een rente verschuldigd van 3% op basis van annuïteiten met een looptijd en rentevast periode van 15 jaar. De looptijd van de lening is tot 31 december 2026. De stichting voldoet elk jaar aan haar verplichtingen. Woningbouw Aan IJsseldal Wonen zijn geldleningen verstrekt voor diverse woningbouwprojecten. De risico’s van de leningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.). De gemeente zit met de garantstelling in een achtervangpositie. Hierdoor wordt het risico zeer gering geacht.
De hier vermelde restantschuld per 31 december 2020 betreft de 14 aan IJsseldal Wonen verstrekte geldleningen. Stimuleringsfonds De gemeente Voorst neemt sinds 2000 deel aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De gemeente heeft hiervoor gelden in het zogenaamde revolving fund gestort. Hieruit worden laagrentende stimuleringsleningen verstrekt, waarvan de aflossingen weer terugvloeien naar het fonds. Deze aflossingen zijn vervolgens beschikbaar voor nieuw te verstrekken leningen. Daarnaast is in 2017 het stimuleringsfonds ten behoeve van Duurzaamheidsleningen woningen en in 2019 stimuleringsfonds Asbestlening erbij gekomen. Boekwaarde per 31-12-2020 (x € 1.000) Storting verkoop aandelen SVN Verstrekte geldleningen Stimuleringsfonds Stimuleringsfonds Startersleningen Stimuleringregeling Duurzaamheid woningen Stimuleringregeling Asbestlening (particulier/zakelijk) Totaal
Bedrag 550 3.016 997 230 182 4.975
Zie de toelichting op de balans onder financiële vaste activa.
Gemeentefinanciering Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP wordt doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Het betreffen de kosten voor met name de riolering (op basis van het Gemeentelijk RioleringsPlan), wegen (uitwerking Integraal WegenPlan) en de voorfinanciering vanuit de grondexploitatie. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep op financieringsmiddelen is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat uitgaven worden gedaan. Het aantrekken van aanvullende financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. 90 |
Leningenportefeuille In totaal is in 2020 voor in totaal € 25.200 miljoen nieuwe geldleningen afgesloten. Dit bedrag is te verdelen in het volgende: ▪ Revitalisering gemeentehuis In 2018 is een geldlening van € 15,3 miljoen aangegaan bij de NV Bank Nederlandse gemeenten op te nemen in 3 termijnen. De geldlening is bestemd voor de realisatie van de revitalisering en verduurzaming van het gemeentehuis. Overeenkomstig de geldleningsovereenkomst is op 2 januari 2020 is de eerste storting van de lening ad € 5,5 miljoen ontvangen. ▪ Aankoop perceel en opstallen Twello Noord Ten behoeve van woningbouw op de locatie Twello Noord is een perceel met opstallen aangekocht. Hiervoor zijn 2 fixe-leningen bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten aangegaan van in totaal € 3,6 miljoen (respectievelijk € 2,0 en € 1,6 miljoen). ▪ Herstructureren 6 geldleningen met een rentepercentage hoger dan 3,50% In de leningenportefeuille van de gemeente Voorst zaten zes geldleningen met een restwaarde van totaal € 12,7 miljoen (per 1-1-2021) met een rentepercentage van 3,5% of hoger. Deze geldleningen waren destijds afgesloten bij de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Aangezien de rentestand op de kapitaalmarkt zodanig laag is, is in 2020 besloten om deze leningen te herstructureren door een nieuwe lening op te nemen met een veel lager rentepercentage.
Herstructurering van deze lopende geldleningen met een rentepercentage van 3,5% en hoger, laat een groot voordeel zien in de rentelasten voor de eerstkomende jaren. Het rentevoordeel is reeds verwerkt in het MJB 2021-2024 onder nagekomen ontwikkelingen. De BNG maakt deze herstructurering mogelijk. Als gevolg van het tussentijds openbreken van de leningsovereenkomsten wordt door de BNG een agio (boete) van € 3,3 miljoen berekend. Dit agio wordt meegefinancierd in de nieuwe geldlening van in totaal € 16,1 miljoen. Desondanks is er sprake van een fors rentevoordeel. De nieuwe geldlening heeft een rentepercentage van 0,2% en een looptijd van 25 jaar. De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 31 december 2020 € 38,3miljoen. Het opnemen van aanvullende financieringsmiddelen is afhankelijk van de liquiditeitenplanning. Er is namelijk, gelet op de rentestand, gekozen om binnen de vastgestelde kaders zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen in de vorm van kasgeldleningen in de financieringsbehoefte te voorzien. De rente gedurende deze periode was erg laag. Op de geldmarkt offreren de NV BNG en overige geldgevers kasgelden tegen een negatief percentage. Dit houdt in dat de gemeente bij het afsluiten van een kasgeldlening een rentevergoeding ontvangt in plaats van rentekosten te moeten betalen.
In 2020 is de liquiditeitspositie mede door de kavelverkopen van de in exploitatie zijnde grondcomplexen als goed te noemen. Met de beschikbare financiële middelen konden de uitgaven worden gedaan. Echter geheel aan het eind van het jaar is een kasgeldlening van € 7,5 miljoen aangetrokken, gelet op de debet-stand in rekeningcourant en de liquiditeitsprognose voor de maand december 2020. Met het aantrekken van deze kasgeldlening tegen 0% was de debetstand tijdelijk opgeheven.
| 91
Interne rente Bij de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De commissie BBV adviseert een renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Volgens de vastgestelde programmabegroting 2020 wordt uitgegaan van een interne rente van 1,3%. De rentelasten worden toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. De toegerekende rentelast aan bouwgronden in exploitatie (2,2%) sluit aan op de fiscale systematiek (vennootschapsbelasting) zoals uiteengezet in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Renteschema a. b.
c.
Omschrijving De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente
d1. d2.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
Bedrag (x € 1.000) 886 -2 884 -86 -39 -125 759 -
De aan taakvelden (programma's/Overhead) toe te rekenen rente
759
e.
Werkelijk aan taakvelden (programma's /overhead) toegerekende rente (renteomslag)
-978
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-219
Wet- en regelgeving Financieringsstatuut 2018 Binnen de wettelijke kaders: de Gemeentewet, Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten, het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van financiering (treasury) vast te stellen. De kaders zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Financiële verordening 2017 ex art.212 van de gemeentewet en de uitvoeringsregels in het door het college vastgestelde Financieringsstatuut 2018.
92 |
Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren vanaf 2013 ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Deze drempelwaarde bedraagt 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000. Voor de gemeente Voorst bedraagt de drempelwaarde 2020 afgerond € 512.000. In 2020 zijn tegoeden in rekeningcourant boven het drempelbedrag afgeroomd naar de schatkist en indien nodig weer teruggehaald om de debetstand in rekeningcourant tegen te gaan. Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen. Conclusie De uitvoering van de financieringsfunctie heeft in 2020 plaatsgevonden binnen de vastgestelde kaders.
De in de wet Fido genoemde renterisiconorm is in 2020 incidenteel overschreden. De financiering met kortlopend geld is daarentegen binnen de kasgeldlimiet uitgevoerd.
| 93
4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting en aansturing van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad heeft in de programmabegroting een aantal indicatoren bepaald aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid en getrouwheid van de jaarrekening en zijn constateringen in het accountantsverslag, ontwikkeling van de organisatiestructuur en van de omvang van de ambtelijke formatie, ontwikkeling van het ziekteverzuim en het personeelsverloop en de samenwerking met de inspraakorganen. (Onder andere) over deze aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering handelt deze paragraaf. Rechtmatige en doelmatige bedrijfsvoering: planning en control Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering en aan de uitvoering van de programma's met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde kaders zoals de programmabegroting en de verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. De verklaring en het accountantsverslag bij de gemeentelijke jaarrekening vormen een belangrijke graadmeter voor de beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd.
Verwezen wordt naar de in dit boekwerk opgenomen controleverklaring en naar het accountantsverslag. Daarnaast is het college gehouden een verklaring over informatiebeveiliging in de jaarrekening op te nemen of bij de jaarrekening te voegen en aan de raad te rapporteren over het gevoerde informatiebeveiligingsbeleid. Verwezen wordt naar de verklaring en rapportage opgenomen in deze jaarrekening. Omvang ambtelijke formatie De ambtelijke organisatie (inclusief griffie) omvatte eind 2020 191,33 formatieplaatsen. Met de implementatie van de WSW medewerkers zijn hier nog eens 61,06 formatieplaatsen extra bijgekomen in 2020. Daarmee is de geraamde formatieomvang in de begroting 2020 niet volledig ingevuld maar wel een stuk hoger door de toevoeging van de WSW medewerkers. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de Wsw. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de Wsw en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude Wsw. Het bestand met mensen in de Wsw gaat in de loop van de jaren daarom teruglopen, maar met een lange doorlooptijd.De Participatiewet is in de plaats gekomen van de Wsw, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong.
Van de ambtelijke formatie in 2020 had 6,6 fte een tijdelijk/projectmatig karakter, namelijk voor het project Voorst onder de Loep, voor het Addendum op de nota Duurzaamheid, voor het project onafhankelijke cliëntondersteuning en voor het actieplan Huisvesting en Integratie Statushouders. De ontwikkeling van de ambtelijke formatie (exclusief griffie en exclusief WSW) in de afgelopen jaren is als volgt: Aantal FTE 2017
Aantal FTE 2018 177
94 |
Aantal FTE 2019 183
Aantal FTE 2020 190
188
Loonsom De gerealiseerde loonsomuitgaven over 2020 bedragen in totaal € 16.876.717, namelijk € 893.895bestuurlijke lasten en (afgerond) € 15.982.822 miljoen aan ambtelijke lasten: Aant. pers.
Aant. FTE's
Totaal Totaal jaarwedde toelagen
Afdracht sociale lasten
Realisatie Geraamde netto netto Saldo lasten lasten
Bestuur Raad College Voormalig bestuurders Subtotaal
19 5 15 39
304.899 470.803 159.190 934.892
27.690 35.780 -22.473 40.997
Ambtelijke organisatie Griffie Ambtelijke organisatie WSW-ers Subtotaal
3 2,52 136.629 32.870 48.454 217.953 204.957 215 188,81 8.831.198 1.970.522 3.038.665 13.840.385 14.279.477 69 61,06 1.539.664 9.316 375.504 1.924.484 1.917.829 287 252,39 10.507.491 2.012.708 3.462.623 15.982.822 16.402.263
-12.996 439.092 -6.655 419.441
Totaal salarissen
326 290,39 11.090.342 2.295.130 3.491.245 16.876.717 17.337.155
460.438
19,00 4,00 15,00 38,00
408.865 173.986 582.851
277.209 1.447 3.766 282.422
24.711 3.911 28.622
277.209 435.023 181.663 893.895
Ambtelijke loonsom In de salarisstaat in de begroting voor 2020 was aan ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie), een bedrag van afgerond € 14.279.477 opgenomen (begroting 2020, blz. 87). We zijn in 2020 gestart met het in dienst nemen van de WSW medewerkers, omdat de gemeenschappelijke regeling Delta is geliquideerd.De loonkosten voor de medewerkers WSW zijn hier middels de Bestuursrapportage 2020 aan toegevoegd voor een bedrag van € 1.917.829. Naast de begrote salarisuitgaven was aan dekking beschikbaar een bedrag van € 187.216. Dit bestaat uit projecten waar externe dekkingen tegenover staan. In totaal bedroeg het voor de ambtelijke loonsom beschikbare budget daarmee € 16.384.522 (incl WSW). Uitgegeven is € 15.764.869. De ambtelijke salarisuitgaven zijn daarmee ruim (met € 619.653) binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven. Daar staat tegenover dat er personele inhuur heeft plaats gevonden. Tijdelijke inhuur voor continuïteit van de bedrijfsvoering Volgens vast beleid is de ruimte in de loonsom die ontstaat als gevolg van vacatures en dergelijke voor het college beschikbaar om met tijdelijk personeel te voorzien in continuïteit van de bedrijfsvoering. Deze ruimte is zoals gezegd € 619.653.
Daarnaast is € 71.101 aan inkomsten ontvangen, zoals vergoedingen voor uitleen van personeel, ontvangsten van ziektewetuitkeringen en (loonkosten)subsidies, waarmee € 690.754 in totaal beschikbaar was voor inhuur.
| 95
In 2020 heeft voor een bedrag van € 569.364 aan personele inhuur plaatsgevonden. Dit is hoger dan in 2019 en de jaren daarvoor. (2019: 379.600; 2018: 468.300; 2017: 309.000; 2016: € 120.000; 2015: € 75.000). Een aantal factoren liggen aan dit uitgavenniveau ten grondslag. In de eerste instantie zijn we in een verder gevorderd stadium in de overgangsfase naar de effectuering van het gebruik van de werf als toekomstige inbreidingslocatie. Hierbij is meer ingehuurd ter vervanging van de uitstroom van de bestaande formatie. In de tweede plaats was er extra ondersteuning nodig voor het organiseren en uitvoeren van de interne verhuizing van de tijdelijke huisvesting naar de Hietweideweg binnen de documentaire informatievoorziening en archiveren van documenten. De grote voorraad werk en extra werkzaamheden maakte het noodzakelijk om extra personeel in te huren. In de derde plaats is capaciteit ingehuurd voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in verband met het hogere niveau aan bouwactiviteiten in onze gemeente. Bij dit laatste aspect speelt een rol dat de werkvoorraad bewust wordt opgevangen met tijdelijke personele maatregelen in plaats van indienstneming van vast personeel, dit in verband met de aanstaande invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. Als laatste is er inhuur geweest om coronagerelateerde uitkeringen (TOZO) uit te voeren.
Tot slot: Net als de afgelopen jaren, maar steeds nadrukkelijker, blijkt het noodzakelijk te zijn om te kunnen beschikken over een flexibele schil in de ambtelijke capaciteit om adequaat te kunnen reageren op de complexiteit van en dynamiek in maatschappelijke vraagstukken. Deze flexibele schil in ambtelijke capaciteit maakt dat er slagvaardig en adequaat gereageerd kan worden op wat de samenleving vraagt. Personeel en organisatie Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is het van groot belang om een aantrekkelijke werkgever te blijven, in het bijzonder voor jongere generaties. Een positieve werksfeer met veel ruimte voor eigen inbreng, creativiteit en eigen verantwoordelijkheid zijn hierbij erg belangrijk. Ook doorgroeimogelijkheden en persoonlijke groei zijn belangrijk. Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden zoals individueel keuzebudget, flexibele werktijden met mogelijkheden tot thuiswerken, beschikbaar stellen van eigentijdse werk- en communicatiemiddelen, en een actief en ruimhartig opleidings- en mobiliteitsbeleid dragen hier aan bij. Door de coronacrisis in 2020 is het belang en de urgentie hiervan nog duidelijker geworden. Voor veel medewerkers is 2020 het verplicht thuiswerken een grote uitdaging geweest. Ook voor de organisatie was het een uitdaging om mensen op de goede manier thuis te kunnen laten werken, binnen de mogelijkheden die we hadden.
Ook in 2020 is in het wervings- en selectiebeleid geprobeerd het accent te leggen op de jongere generaties. Dit is gelukt: van de 31 medewerkers die in 2020 in dienst zijn getreden zijn 19 personen jonger dan 35 jaar, een percentage van 61%. Van deze 31 medewerkers betrof het 5 tijdelijke contracten die ook weer in 2020 zijn geëindigd. Ter vergelijking: In 2019 behoorden 13 van de 25 personen die in dienst traden tot de jongere generatie (52%) en in 2018 behoorden elf van de 19 personen die in dienst traden tot de jongere generatie (58%). Conclusie is dat het nog steeds lukt om jongeren te interesseren voor een loopbaan bij de gemeente, maar de krapte op de arbeidsmarkt maakt wel dat het lastiger wordt. Daarnaast stromen jongere mensen ook weer sneller uit, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toenemen. Daarnaast hebben 27 medewerkers in 2020 de organisatie verlaten, 9 personen op eigen verzoek waarbij het grootste gedeelte vanwege het aanvaarden van een baan elders, 8 wegens (keuze)pensioen, 5 om overige redenen en 5 vanwege het aflopen van het contract. 14 medewerkers zijn intern doorgestroomd in de organisatie naar andere functies. In totaal zijn 72 WSW medewerkers in dienst gekomen. In de loop van 2020 zijn drie medewerkers uitgestroomd. 96 |
In 2020 zijn we binnen het budget gebleven van het beschikbare organisatieopleidingsbudget. Net als in 2019 en 2018 hebben we in 2020 een relatief hoge instroom van nieuwe en jonge mensen die aan het begin staan van hun loopbaan, dit is de groep die het meest een aanspraak doet op het opleidingsbudget. Daarnaast hebben we gebruikelijke kosten gemaakt voor nascholing en het up-to-date houden van kennis. Het ziekteverzuim had in 2020 een omvang van 3,8% (2019:4,1%, 2018: 4,7%, 2017: 5,1%; 2016: 4,2%; 2015: 3,7%; 2014: 4,2%). Gelet op de omstandigheden in 2020 met het verplicht thuiswerken vanwege corona, een laag percentage. Er is in 2020 ingezet op online trainingen en in het zoveel mogelijk ondersteunen van medewerkers om mensen arbeidsfit te houden en verzuim te voorkomen. Deze aanpak lijkt succesvol te zijn geweest. De reguliere preventieve aanpak gericht op duurzame inzetbaarheid wordt onverminderd doorgezet. Het ziekteverzuim is voor een aanzienlijk deel niet werkgerelateerd, daarom vormt gezondheidsbeleid een belangrijk onderdeel van dit preventieve beleid. Het ziekteverzuim voor onze WSW medewerkers had in 2020 een omvang van 7,9%. Het landelijk referentiecijfer voor deze doelgroep is 14,4% (op basis van verzuimcijfers tot en met het tweede kwartaal 2020). Daarbij is het langdurend verzuim 3,3% en het verzuim langer dan een jaar 2,9%.
Samen met de bedrijfsarts doen we er alles aan om voor alle medewerkers passende werkplekken te vinden. De WSW medewerkers behoren allen tot een kwetsbare groep qua gezondheid en zij moesten soms preventief thuis blijven in verband met corona. Hiervoor is met alle werkgevers een adequate oplossing gevonden, zodat alle medewerkers aan het werk gebleven zijn. Met de inspraakorganen, de Ondernemingsraad en het lokaal overleg (voorheen de commissie voor Georganiseerd Overleg), is ook in 2020 constructief samengewerkt. De belangrijkste overlegonderwerpen waren de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsomstandigheden en het welzijn door het verplicht thuiswerken van de medewerkers, op basis van een door de OR uitgevoerde enquete en de te zetten vervolgstappen, de RI&E van de tijdelijke huisvesting, het nieuwe gemeentehuis, de functiewaarderingssystematiek in relatie tot het loongebouw en het beloningsbeleid. Informatiebeleid en automatisering De informatie- en communicatietechnologie (ICT) vormt meer en meer de bepalende succesfactor voor de kwaliteit van de dienstverlening aan de samenleving. Dit vergt voortdurende investeringen in de ICT-infrastructuur en informatiesystemen. Landelijke en Europese wetgeving bepaalt steeds meer de richting zoals Wet digitale overheid, Besluit digitale toegankelijkheid overheid en Wet hergebruik van overheidsinformatie.
Ook wordt er steeds meer ingezet op de Common Ground gedachte: een nieuwe, moderne, gezamenlijke informatievoorziening voor het uitwisselen van gegevens waarbij eenmalig opslaan en meervoudig ontsluiten de basisgedachte is. Wij geven hier invulling aan met de keus voor een Zaaksysteem en zaakgericht werken. Deze (digitale) basis is naast de wetgeving een vereiste voor de toekomstige dienstverlening waarvoor we hebben gekozen in ons nieuwe dienstverleningsconcept. Een Zaaksysteem, zaakgericht werken en een KCC vormen de basis waarbij kwaliteit en privacy leidend blijven.
| 97
Onder de noemer van “Samen Organiseren” worden binnen VNG Realisatie diverse activiteiten gezamenlijk opgepakt. Het project Gemeentelijke Telecommunicatie heeft al geleid tot een aantal succesvolle aanbestedingen voor mobiele en vaste telecommunicatiediensten. In 2020 zijn wij gestart met de voorbereiding voor de minicompetitie GT Print (printers en multifunctionele kopieer- en printapparatuur). Om de digitale dienstverlening en bedrijfsvoering optimaal te ondersteunen wordt door gemeenten gebouwd aan een Gemeentelijke Gemeenschappelijke Infrastructuur (GGI) voor een veilige, samenhangende infrastructuur waardoor samenwerken tussen gemeenten en overheden beter, veiliger en gemakkelijker wordt. Onderdeel daarvan is GGI-Veilig voor producten en diensten op het gebied van informatiebeveiliging. De reguliere uitgaven waren in 2020 als volgt: Raming 2020 10.751 734.347 110.634 76.433 336.623 1.268.788 6 0 0 6 1.268.794
Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Telefoon Overige inkomsten Kapitaaloverdrachten provincies Totaal baten Saldo
Rekening 2020 13.191 686.735 182.908 95.962 352.768 1.330.755 -16 -8.778 -15.175 -23.969 1.307.596
Saldo 2020 -2.440 47.611 -72.274 -19.529 -16.145 -61.967 22 8.778 15.175 23.975 -28.801
De ontwikkeling van ICT uitgaven door de jaren heen geven het volgende beeld:
Aanschaf duurzame goederen Onderhoud Telefonie,verzekeringen Overige kosten Kapitaallasten Totaal lasten Overige inkomsten Totaal baten Saldo
Rekening 2017 11.220 572.682 121.599 73.557 431.792 1.210.851 34.897 34.897 1.175.954
Rekening 2018 11.667 643.529 110.242 94.937 362.770 1.223.146 38.219 38.219 1.184.927
Rekening 2019 10.607 669.716 113.711 64.910 415.856 1.274.800 39.781 39.781 1.235.019
Rekening 2020 13.191 686.735 182.908 95.962 352.768 1.330.755 23.969 23.969 1.307.596
De hogere kosten voor telefonie zijn ontstaan door de migratie van telefoon- en datelijnen van KPN naar VodafoneZiggo in het kader van de landelijke VNGaanbesteding Gemeentelijke Telecommunicatie. Dit heeft geleid tot dubbele kosten omdat de KPN-abonnementen pas kunnen worden opgezegd als de migratie volledig is afgerond. Daarnaast heeft de tijdelijke huisvesting aan de Hietweideweg nieuwe telefonie- en datalijnen gekregen, terwijl een deel van de kosten voor de H.W. Iordensweg tijdens de verbouwing blijven doorlopen. De verhoging van de overige kosten zijn in 2020 ontstaan door de eenmalige projectkosten voor de integratie van de WSW (medewerkers opnemenin Youforce) en extra kosten voor opslag online back-up platform.
98 |
Verantwoording informatieveiligheid over het jaar 2020 Het college legt jaarlijks verantwoording af over informatieveiligheid aan de gemeenteraad (horizontale verantwoording) en toezichthouders (verticale verantwoording) volgens de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA). Dit jaar gaat dit volgens het nieuwe normenkader, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Net als vorig jaar geldt dat de verantwoording over de Structuur uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (Suwinet) aan de gemeenteraad en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) afgelegd wordt door middel van een Collegeverklaring. Hierin verklaart het college dat de interne beheersingsmaatregelen in opzet en bestaan voldoen aan de geselecteerde normen inzake Suwinet. Verder legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad en toezichthouder over de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO) door middel van verantwoordingsrapportages. Voor de horizontale verantwoording worden de documenten gelijktijdig met de Jaarstukken 2020 met een raadsmededeling aan de gemeenteraad aangeboden.
| 99
4.6 Paragraaf Verbonden partijen Algemeen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee de gemeente zowel een financiële als bestuurlijke relatie heeft. Beide relaties komen voort uit de verplichtingen op grond van een gemeenschappelijke regeling (GR), in samenhang met het bepaalde in artikel 193 van de Gemeentewet. De financiële verplichting houdt in dat de gemeente bijdraagt in de kosten van de publiekrechtelijke rechtspersoon. Bij een privaatrechtelijke rechtspersoon zijn de opties dat de gemeente kapitaal verstrekt in de vorm van risicodragend kapitaal, een lening of garantstelling, c.q. een subsidie of een combinatie van deze mogelijkheden. Bij de bestuurlijke relatie staat zeggenschap bij de rechtspersoon centraal, o.a. via de mogelijkheid om bestuursleden of commissarissen te benoemen of via het stemrecht als aandeelhouder. Huidige beleidskaders Aanwezigheid publiek belang Bij zowel een financiële als een bestuurlijke relatie dient sprake te zijn van een publiek belang. De behartiging van een publiek belang staat centraal bij de rechtspersoon aan wie de gemeente zich verbonden heeft. Het publiek belang zal gedefinieerd zijn in het gemeentelijk besluit tot deelneming. De invulling van het publieke belang leidt tot bepaalde taken en werkprocessen. Als er geen sprake (meer) is van een publiek belang, dan is deelneming niet (meer) aan de orde.
Volledige betrokkenheid bij behartiging publiek belang Bezien moet worden of volledige, dan wel gedeeltelijk gemeentelijke betrokkenheid bij de behartiging van het publieke belang/de publieke taak noodzakelijk is. De vraag is op welke elementen van de werkprocessen de gemeente invloed wil hebben. Gaat het alleen om de output en de resultaten, of ook om de beheersing van het proces zelf? Als volledige betrokkenheid noodzakelijk is, maar de gemeente het publieke belang niet zelfstandig kan behartigen, dan is deelname aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, c.q. samenwerkingsverband, geïndiceerd. Gedeeltelijke betrokkenheid bij behartiging publiek belang Als sprake is van een publiek belang maar volledige gemeentelijke betrokkenheid niet noodzakelijk is, komt deelname aan een privaatrechtelijk rechtspersoon in beeld. De weg daar naar toe begint bij de vraag of de gemeente het publieke belang via bestuurlijke zeggenschap in combinatie met een financiële deelname voldoende kan behartigen. Deze vraag is van belang voor de rol waarin de gemeente als opdracht-, subsidie- of regelgever in beeld is. Biedt bestuurlijke deelname onvoldoende mogelijkheden om de verantwoordelijkheden voor het desbetreffende publieke belang waar te maken, dan is deelneming niet langer zinvol of is een nieuwe participatie niet aan de orde.
Risicoanalyse bij betrokkenheid behartiging publiek belang Indien gemeentelijke participatie geïndiceerd is, is het zaak risico's in kaart te brengen en is de monitoring van de risico’s noodzakelijk. Deze situatie kan spelen als een verplichte afdekking van tekorten, geldleningen en garanties speelt. Ook kan deze situatie ontstaan als de noodzaak tot monitoring van de omvang van het gemeentelijke aandelenkapitaal noodzakelijk is. Monitoringsinstrumenten zijn het beoordelen of goedkeuren van de begroting en de jaarrekening, dan wel specifiek omschreven besluiten en de beoordeling van het nakomen van de gewenste prestaties met inbegrip van het gewenste voorzieningenniveau. Vastlegging hiervan en verslaglegging hierover is noodzakelijk.