CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2027

gemeenteraad 12 juni 2023, gemeente VoorstBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2024-202715.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

07. De Wingerd Nieuwbouw/renovatie in de termijn van 0 tot 5 jaar, waarbij direct ook het ruimtetekort wordt opgelost. 08. / 09. / 10. De Fliert (De Kleine Wereld, De Hietweide & De Oase) Voor de drie scholen in de Fliert wordt op zeer korte termijn een ruimtetekort voorzien. Een mogelijk scenario is het uithuizen van één school uit De Fliert en deze op een nader te bepalen locatie in Twello nieuw te bouwen. Door dit scenario wordt het ruimtetekort voor de overige twee scholen in de Fliert opgelost en ontstaat er een toekomstbestendige huisvesting voor het onderwijs voor Twello. Aan dit scenario zijn door de schoolbesturen de volgende voorwaarden gesteld: • De exploitatie van de Fliert dient financieel haalbaar/betaalbaar te zijn voor de overige twee scholen in de Fliert. Frictiekosten dienen in beeld te worden gebracht. • Er is een geschikte nieuwbouw locatie nodig voor de uit te huizen school. • Gelet op de aantrekkende werken die nieuwbouw kan hebben is er een wens uitgesproken om te komen tot volumeafspraken (met enige ruimte voor groei) in de vorm van plafonds voor leerlingenaantallen. Dit voorkomt dat er een disbalans ontstaat op de scholen in ruimtetekorten en overschotten. Op korte termijn gaan gemeente en schoolbesturen in gesprek over een tijdelijke oplossing voor het tekort in De Fliert, totdat de hier omschreven scenario’s zijn gerealiseerd.

Afbeelding 7: Twello Teuge

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 25 van 44

Midden 12. Kindcentrum Wilp-Achterhoek Kindcentrum Wilp-Achterhoek en De Hietweide werken inhoudelijk samen en is er één schooldirecteur voor beide scholen. Het beleid van Archipel Onderwijs & Kinderopvang is gericht op behoud van kwaliteit van onderwijs en de betaalbaarheid van de gebouwen. Nieuwbouw / renovatie in de termijn 0 tot 5 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. 13. Daniel de Brouwerschool Renovatie oudste gedeelte (1977) in de termijn 5 tot 10 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. 14. Kindcentrum Hagewinde Nieuwbouw / renovatie in de termijn 5 tot 10 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. 15. Sint Martinus (Bussloo) Nieuwbouw/renovatie in de termijn 0 tot 5 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. Het schoolbestuur wenst de school in stand te houden, maar wil samen met de gemeente overwegen of bijvoorbeeld een renovatie voor een termijn van 25 jaar een passende oplossing is.

Afbeelding 8: Midden

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 26 van 44

Zuid 16. Sjaloom Nieuwbouw / renovatie in de termijn 0 tot 5 jaar. Het normatieve ruimtetekort wordt door het schoolbestuur niet ervaren. Er kan worden verkend of Sjaloom eventueel samen met De Wiekslag gehuisvest kan worden in het gebouw van De Wiekslag. Het gebouw van de Wiekslag behoeft dan de nodige uitbreidingen en/of aanpassingen. 17. De Wiekslag Geen opgaven voorzien in de termijn van 0 tot 20 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. Het schoolbestuur staat open voor de mogelijke gezamenlijke huisvesting met de Sjaloom. Indien dit niet mogelijk is wil het schoolbestuur verkennen of de of J.H. Isingsschool (uit Empe, gemeente Brummen), mogelijk in het gebouw gehuisvest kan worden om een toekomstbestendige school te realiseren en het ruimteoverschot te reduceren. 18. De Bolster Nieuwbouw / renovatie in de termijn van 0 tot 10 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. Dit is onderwijskundig gezien een urgent scenario omdat de leerlingen nu in drie verschillende gebouwen zijn gehuisvest. Er is echter sprake van juridisch en planologische complexiteit, waardoor een kortere termijn niet haalbaar wordt geacht. De Bolster wenst bij de nieuwbouw / renovatie extra m2 te realiseren voor praktijkonderwijs (3,5 m2 per leerling), dit gaat verder dan de normatieve ruimtebehoefte.

De gemeente en de onderwijsspecialisten hebben afgesproken dit scenario en de (financiële) consequenties in een haalbaarheidsstudie te onderzoeken. 19. De Kopermolen Nieuwbouw / renovatie in de termijn 0 tot 5 jaar. De verwachting is dat de school gaat groeien tot max 250 leerlingen omdat de andere school in Klarenbeek (Apeldoornse kant) wordt opgeheven. De school heeft genormeerd ruimte voor 220 leerlingen. Mogelijk ontstaat een ruimtetekort waar de gemeente en het schoolbestuur nader over in overleg dienen te treden. Het schoolbestuur geeft aan renovatie te willen onderzoeken voor zowel een levensduurverlenging met 25 of 40 jaar.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Afbeelding 9: Zuid

Pagina 27 van 44

Prioritering scenario’s In deze paragraaf volgt een korte samenvatting van de voorkeursscenario’s, gesorteerd in de verschillende termijnen. Er is in gezamenlijk overleg vastgesteld dat de onderstaande prioritering het meest aansluit op de afwegingscriteria. Er worden ruimtetekorten opgelost, en er wordt daarbij direct geïnvesteerd in schoolgebouwen die zijn verouderd voor scholen die levensvatbaar blijven.

Samenwerking in scenario’s In diverse voorkeursscenario’s willen schoolbesturen invulling geven aan de eerder uitgesproken ambitie om met kinderopvang, BSO en met maatschappelijke partners samen te werken, niet alleen inhoudelijk maar ook op het gebied van huisvesting. Deze samenwerking zal in de verschillende haalbaarheidsonderzoeken breed maatschappelijk worden onderzocht .

0 tot 5 jaar • Het uithuizen van één school uit De Fliert om het ruimtetekort in Twello op te lossen. • Oplossing Ruimtetekort Martinus Twello • Nieuwbouw / Renovatie en oplossing ruimtetekort De Wingerd • Nieuwbouw / Renovatie Sint Martinus Bussloo, mogelijk vernieuwbouw voor 25 jaar. • Nieuwbouw / Renovatie Kindcentrum Wilp-Achterhoek, mogelijk vernieuwbouw voor 25 jaar. • Nieuwbouw / Renovatie de Kopermolen, onderzoek vernieuwbouw 25 of 40 jaar. 0 tot 10 jaar • Nieuwbouw / Renovatie De Bolster 5 tot 10 jaar • Nieuwbouw / Renovatie Sjaloom • Nieuwbouw / Renovatie Ten Holtens Erve • Nieuwbouw / Renovatie Kindcentrum Hagewinde • Nieuwbouw / Renovatie Martinus Twello • Nieuwbouw / Renovatie Eben Haëzer • Nieuwbouw / Renovatie Daniel de Brouwerschool (oude bouwdeel) 10 tot 20 jaar • Geen opgaven

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 28 van 44

6. Financiële uitgangspunten en vertaling In dit hoofdstuk worden de bouwstenen van beleid en de scenario’s samengebracht en voorzien van een financiële vertaling. Eerst worden de kwaliteitsuitgangspunten vertaald in een kwaliteitsambitie (par. 6.1.), op basis waarvan kengetallen voor investeringskosten kunnen worden berekend. (par. 6.3.). Daarna wordt de financiële vertaling gepresenteerd, inclusief enkele overwegingen om de uitgaven te dempen (par. 6.4.). Ook wordt toegelicht hoe de investeringskosten uit dit IHP in deze fase moeten worden geïnterpreteerd (par.6.5.). Er wordt ingegaan op de manier waarop de gemeente en schoolbesturen aankijken tegen het principe van Total Cost of Ownership (par. 6.6.) en voorfinanciering van ruimte voor kinderopvang (par. 6.7.).

Kwaliteitsambitie Voor de bepaling van het kwaliteitsniveau staat voorop dat schoolgebouwen worden gerealiseerd die klaar zijn voor de toekomst en die bijdragen aan het welzijn en een gezonde leeromgeving voor kinderen. In de bouwstenen van beleid, onder het punt kwaliteit, is uiteengezet wat de gemeente Voorst en de schoolbesturen verstaan onder toekomstgerichte schoolgebouwen van goede kwaliteit. Dit zijn de kwaliteitsuitgangspunten. Ten behoeve van de financiële onderbouwing worden deze vertaald in onderstaande kwaliteitsambitie: • Bouwbesluit 2021. • Energieneutraal (ENG). • Esthetische en onderwijskundig: (iets) meer gevelopeningen, meer geveloppervlakte, een betere Frisse Scholen ventilatie-klasse in gangzones zodat deze ook voor onderwijs gebruikt kunnen worden en (beperkt) betere afwerkingsniveaus. • Frisse scholen: Optimale prijs-kwaliteit verhouding voor onderdelen zoals ventilatiecapaciteit, lichtinval, akoestiek en temperatuur. Dit betreft in wezen de impact op gezondheid door het gebouw (zie bijlage III). • Exploitatiegericht bouwen: toepassen van onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en aluminium kozijnen om hoge exploitatiekosten te voorkomen.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

• • •

Duurzaam bouwen (circulair): beperkte aanvulling om het schoolgebouw meer circulair te realiseren, o.a. door inzet van groenbeton. Flexibel gebouw: flexibiliteit door niet-dragende wanden zodat er bijvoorbeeld functiewijziging plaats kan vinden (tussentijds of bij einde gebruik door school). Ook is er extra transparantie en zijn er verplaatsbare paneelwanden voor interne flexibiliteit, met name gericht op het faciliteren van onderwijsconcepten waarbij ook buiten het klaslokaal les wordt gegeven.

Deze uitgangspunten gaan verder dan het wettelijk verplichte kwaliteitsniveau. De argumentatie daarvoor is als volgt: • BENG is onvoldoende om (voor onderwijshuisvesting) de klimaatdoelstelling van 95% CO₂-reductie te halen in 2050. De gebouwen van nu zullen naar alle waarschijnlijkheid voor 2050 ENG moeten zijn. Om investeringen in de toekomst te voorkomen is de keuze gemaakt om direct ENG te realiseren. Zie ook hoofdstuk 8 Duurzaamheid • Aansluitend op de visie en ambities van de gemeente en schoolbesturen is het HEVO kwaliteitsadvies Frisse Scholen toegevoegd. Gezonde huisvesting van kinderen en docenten is een randvoorwaarde voor een goed schoolgebouw • Onderdelen van de omschreven kwaliteitsambities komen eveneens ten goede aan de geformuleerde visie en de integrale definitie van duurzaamheid: gezonde, exploitabele en toekomstbestendige schoolgebouwen. Schoolgebouwen waarin verschillende onderwijsvisies een plek kunnen krijgen, die aanpasbaar zijn naar de toekomst en waar een comfortabele ontwikkelomgeving verzekerd is.

Investeringskosten Nieuwbouw De bepaling van de kwaliteitsambitie leidt tot de indicatieve investeringskosten per m² bruto vloeroppervlakte (bvo). Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de investeringskosten) zijn de geldende investeringsniveaus per vierkante meter bepaald. Deze investeringsniveaus sluiten aan bij de in paragraaf 3.3. omschreven kwaliteit. De investeringsniveaus zijn weergegeven in tabel 6.1 en 6.2. Er ontstaan schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang. Ter vergelijk is het huidige normbedrag van de VNG opgenomen voor het Primair Onderwijs.

Pagina 29 van 44

Kostenconfigurator HEVO PO 1-1-2022 (index 12% tot 1-1-2023), Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel Primair Onderwijs Aantal leerlingen 100 200 300 400 Uitganspunt bouwlagen 1 1 2 2 Norm bvo 703 1206 1709 2212 Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG € 2.918 € 2.736 € 2.436 € 2.374 Marsh eisen € 31 € 31 € 31 € 31 Aanvullende kosten ENG € 137 € 136 € 114 € 112 Esthetisch en onderwijskundig € 198 € 187 € 193 € 193 Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO € 260 € 248 € 228 € 224 Exploitatiegericht bouwen € 82 € 77 € 82 € 80 Duurzaam bouwen (circulair) € 54 € 54 € 54 € 54 Flexibel gebouw € 121 € 121 € 121 € 121 Vergroten zichtlijnen € 28 € 28 € 28 € 28 Verplaatsbare panelenwand € 84 € 49 € 35 € 27 Totale kosten € 3.912 € 3.667 € 3.322 € 3.244 Normvergoeding VNG € 3.420 € 3.063 € 2.916 € 2.837

Renovatie (vernieuwbouw) In de scenario’s omschreven in hoofdstuk 5 is voor sommige scholen het voorkeursscenario om te kiezen voor renovatie (vernieuwbouw) in plaats van nieuwbouw. Het kwaliteitsniveau voor vernieuwbouw is om, binnen de beschikbare financiële middelen en (bouw)technische haalbaarheid, het gekozen kwaliteitsniveau van nieuwbouw zo veel mogelijk te evenaren. Voorafgaand aan de start van deze projecten zal een uitgebreid onderzoek moeten plaatsvinden naar de technische haalbaarheid van vernieuwbouw van deze schoolgebouwen en naar de daadwerkelijke benodigde financiële middelen hiervoor. In sommige gevallen is vernieuwbouw goedkoper dan nieuwbouw omdat veel delen van het gebouw hergebruikt kunnen worden. Het komt echter ook regelmatig voor dat de investeringskosten nagenoeg gelijk zijn of zelfs hoger in het geval van vernieuwbouw. Veiligheidshalve wordt daarom in de investeringsplannen voor alle projecten (nieuwbouw en vernieuwbouw) uitgegaan van de kostenkengetallen voor nieuwbouw.

Afbeelding 10: investeringskosten per m2 PO.

Kostenconfigurator HEVO VO 1-1-2022 (index 12% tot 1-1-2023), Stichtingskosten incl. btw/m2 bvo Onderdeel Voortgezet Onderwijs vmbo/havo Voortgezet onderwijs vmbo havo/vwo /vwo Uitgangspunt bouwlagen 2 3 3 Norm bvo 5000 8000 13000 Kosten per vierkante meter Bouwbesluit + BENG € 2.314 € 2.121 € 2.098 Marsh eisen € 31 € 31 € 31 Aanvullende kosten ENG € 106 € 100 € 100 Esthetisch en onderwijskundig € 120 € 118 € 115 Frisse Scholen kwaliteitsadvies HEVO € 224 € 212 € 207 Exploitatiegericht bouwen € 85 € 84 € 83 Duurzaam bouwen (circulair) € 54 € 54 € 54 Flexibel gebouw € 121 € 121 € 121 Vergroten zichtlijnen € 26 € 26 € 26 Verplaatsbare panelenwand € 12 € 8 € 4 Totale kosten € 3.093 € 2.874 € 2.839 Normvergoeding VNG € 2.701 € 2.623 € 2.573 Afbeelding 11: investeringskosten per m2 VO.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Uitgangspunten financiële vertaling De overzichten op de volgende pagina tonen de investeringskosten. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1.

De kostenconfigurator uit 2022 is gehanteerd en is incl. btw. De kostenconfigurator (en de normbedragen, voor een fair vergelijk) is met 12% geïndexeerd tot prijspeil 1-1- 2023. Het prijsniveau is regio ’s-Hertogenbosch, een regiotoeslag is niet van toepassing. Periodieke indexatie op basis van de BDB-index is voor de financiële vertaling van dit IHP noodzakelijk. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Voorst.

2.

In de investeringskosten zijn ook bijkomende kosten opgenomen. Daarbij is rekening gehouden met de volgende kosten: honoraria, aansluitkosten, heffingen, verzekeringen, risicoverrekening en onvoorzien.

3.

Voor interim-voorzieningen, grondkosten, locatie gebonden kosten, sloopkosten en asbestsanering, interne kosten voor gemeente/schoolbestuur, kosten voor organisatorische ondersteuning, inrichtingskosten, verhuiskosten

Pagina 30 van 44

etc. is voor nieuwbouw een opslagpercentage op de investeringskosten gehanteerd van 25%. Dit noemen we de locatie gebonden- en project specifieke kosten. De exacte kosten van deze posten wordt nader uitgewerkt in de haalbaarheidsstudies. 4.

Er is voor de ruimtebehoefte bij de doorrekening van de investeringskosten uitgegaan van het aantal leerlingen in 2037 van de prognose va Pronexus van 2021. Zodoende wordt rekening gehouden met de groei van het leerlingenaantal. In de haalbaarheidsstudies, voorafgaand aan het afgeven van een voorbereidingskrediet, wordt het leerlingenaantal nogmaals herijkt.

5.

Er is vooralsnog bij iedere vervangings- en uitbreidingsopgave uitgegaan van de investeringskosten voor nieuwbouw. In de haalbaarheidsstudies zal de afweging tussen nieuwbouw en renovatie plaatsvinden en worden de daadwerkelijke kosten in beeld gebracht.

6.

Het streven is om projecten op te starten en indien mogelijk te te realiseren in de termijn waarin de projecten zijn genoemd. Indien er op projectniveau vertraging ontstaat in één of meerdere projecten blijft het mogelijk om andere projecten parallel op te pakken.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 31 van 44

Financiële vertaling Onderstaande financiële vertaling volgt de scenario’s zoals omschreven in par. 5.8. 0 tot 5 jaar Projecten

Aant. Ll. 2037

m2 - RMB 2037

m2 - RMB Tekort 2037

Totaal Bedrag per m2

363

Stichtingskosten

Bijkomende Kosten (+25%)

Totale Kosten

Ruimtetekort Martinus Twello

397

€ 3.912

€

1.420.114

€

355.029

€

1.775.143

Nieuwbouw / Renovatie De Wingerd

241

1.412

€ 3.667

€

5.177.635

€

1.294.409

€

6.472.043

Nieuwbouw Uithuizen 1 School De Fliert

193

1.171

€ 3.912

€

4.580.318

€

1.145.079

€

5.725.397

Nieuwbouw / Renovatie KC Wilp Achterhoek

53

467

€ 3.912

€

1.825.375

€

456.344

€

2.281.718

Nieuwbouw / Renovatie Sint Martinus

70

552

€ 3.912

€

2.159.512

€

539.878

€

2.699.390

Nieuwbouw / Renovatie Sjaloom

103

718

€ 3.912

€

2.808.931

€

702.233

€

3.511.164

Nieuwbouw / Renovatie Ten Holtens Erve

56

482

€ 3.912

€

1.885.661

€

471.415

€

2.357.076

Nieuwbouw / Renovatie De Kopermolen

191

1.161

€ 3.912

€

4.542.018

€

1.135.504

€

5.677.522

Nieuwbouw / Renovatie De Bolster (0 tot 10 jaar)

133

2.066

€ 3.322

€

6.863.087

€

1.715.772

€

8.578.858

€

31.262.650

€

7.815.662

€

39.078.312

subtotaal

5 tot 10 jaar Nieuwbouw / Renovatie KC Hagewinde

116

783

€ 3.912

€

3.063.221

€

765.805

€

3.829.027

Nieuwbouw / Renovatie Martinus Twello*

397

1.834

€ 3.322

€

6.092.401

€

1.523.100

€

7.615.502

Nieuwbouw / Renovatie Eben Haezer

305

1.734

€ 3.322

€

5.760.209

€

1.440.052

€

7.200.262

Nieuwbouw / Renovatie Daniel de Brouwersch**

232

€ 3.667

€

4.051.902

€

1.012.976

€

5.064.878

€

18.967.734

€

4.741.934

€

23.709.668

1.105

subtotaal

10 tot 20 jaar €

-

€

-

€

-

subtotaal

€

-

€

-

€

-

totaal

€

Geen opgaven *Excl. de uitbreiding uit de eerst termijn ** Dit betreft het te renoveren bouwdeel

50.230.384

€

12.557.596

€

62.787.980

Afbeelding 12: financiële vertaling 1

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 32 van 44

De gemeente Voorst en de schoolbesturen hebben geconstateerd dat de vervangingsopgave voor Voorst zich concentreert in de eerste 10 jaren. Dit is de resultante van hetgeen in de inleiding van dit IHP is geconstateerd, namelijk dat er een deel nieuwe, en een deel verouderde schoolgebouwen zijn in de gemeente. Daarnaast leiden de (toekomstige) ruimtetekorten in Twello tot een extra investeringsbehoefte. Naar aanleiding van de omvang van de opgaven zijn de gemeente en de schoolbesturen in overleg getreden over mogelijke scenario’s om de investering te dempen of te faseren. Hiervoor is bijvoorbeeld gedacht aan het afschalen van de kwaliteitsambitie of aan het faseren. Echter leidt het afschalen van de kwaliteitsambitie niet tot de door de gemeente en de schoolbesturen gewenste toekomstbestendige schoolgebouwen en leidt faseren ertoe dat schoolbesturen de gebouwen langer in stand dienen te houden, waar ook de nodige kosten aan onderhoud en exploitatie mee zijn gemoeid. Desondanks hebben Archipel, PCBO Voorst en SKBG aangegeven bereid te zijn om allen een aantal scholen te faseren van 0 tot 5 jaar naar 5 tot 10 jaar. In het geval van PCBO Voorst betreft dit Sjaloom en Ten Holtens Erve. PCBO Voorst wil de komende 5 jaar ook benutten om, samen met de scholen, na te denken over het juiste lange termijn scenario.

SKBG heeft aangegeven dat De Sint Martinus (Voorst) en De Kopermolen eveneens één termijn naar achter geschoven kunnen worden. De wens is dan wel om de nieuwbouw van de Martinus in Twello in de eerste termijn op te pakken. Dit voorkomt bovendien dat er voor dezelfde school twee projecten worden uitgevoerd, wat ca. €200.000,- scheelt op de totale opgave. Archipel geeft aan dat ook Kindcentrum WilpAchterhoek gefaseerd kan worden van 0 tot 5 jaar naar 5 tot 10 jaar. De fasering leidt wel tot een gelijkmatigere spreiding van de investeringsopgave over de termijnen 0 tot 5 jaar en 5 tot 10 jaar.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 33 van 44

Onderstaande financiële vertaling is inclusief de aangepaste fasering. De projecten zijn per termijn in willekeurige volgorde weergegeven. In het uitvoeringsprogramma worden concrete afspraken gemaakt over de definitieve volgordelijkheid voor de projecten in de eerste termijn. De tweede termijn wordt in de volgende actualisatieronde van het IHP bijgewerkt.

0 tot 5 jaar Aant. Ll. 2037

m2 - RMB 2037

Nieuwbouw / Renovatie Martinus Twello*

397

2.197

€ 3.322

€

7.298.258

€

1.824.565

€

9.122.823

Nieuwbouw / Renovatie De Wingerd

241

1.412

€ 3.667

€

5.177.635

€

1.294.409

€

6.472.043

Nieuwbouw Uithuizen 1 School De Fliert

193

1.171

€ 3.912

€

4.580.318

€

1.145.079

€

5.725.397

Nieuwbouw / Renovatie De Bolster (0 tot 10 jaar)

133

2.066

€ 3.322

€

6.863.087

€

1.715.772

€

8.578.858

€

23.919.297

€

5.979.824

€

29.899.122

Projecten

m2 - RMB Tekort 2037

Stichtingskosten

Totaal Bedrag per m2

subtotaal

Bijkomende Kosten (+25%)

Totale Kosten

5 tot 10 jaar Nieuwbouw / Renovatie Sint Martinus

70

552

€ 3.912

€

2.159.512 €

539.878

€

2.699.390

Nieuwbouw / Renovatie KC Wilp Achterhoek

53

467

€ 3.912

€

1.825.375 €

456.344

€

2.281.718

Nieuwbouw / Renovatie Sjaloom

103

718

€ 3.912

€

2.808.931 €

702.233

€

3.511.164

Nieuwbouw / Renovatie Ten Holtens Erve

56

482

€ 3.912

€

1.885.661 €

471.415

€

2.357.076

Nieuwbouw / Renovatie De Kopermolen

191

1.161

€ 3.912

€

4.542.018

€

1.135.504

€

5.677.522

Nieuwbouw / Renovatie KC Hagewinde

116

783

€ 3.912

€

3.063.221 €

765.805

€

3.829.027

Nieuwbouw / Renovatie Eben Haezer

305

1.734

€ 3.322

€

5.760.209

€

1.440.052

€

7.200.262

Nieuwbouw / Renovatie Daniel de Brouwersch**

232

€ 3.667

€

4.051.902

€

1.012.976

€

5.064.878

€

26.096.830

€

6.524.207

€

32.621.037

1.105

subtotaal

10 tot 20 jaar €

-

€

-

€

-

subtotaal

€

-

€

-

€

-

totaal

€

Geen opgaven *Excl. de uitbreiding uit de eerst termijn ** Dit betreft het te renoveren bouwdeel

50.016.127

€

12.504.032

€

62.520.159

Afbeelding 13: financiële vertaling 2

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 34 van 44

De interpretatie van investeringskosten uit dit IHP In het IHP en het daaropvolgende onderwijshuisvestingsbeleid zijn de kwaliteitsuitgangspunten taakstellend, deze zijn in samenspraak tussen de gemeente en schoolbesturen vastgesteld. De gemeente en de schoolbesturen maken zich hard voor deze kwaliteitsuitgangspunten, die zijn omschreven in de bouwstenen van beleid (hoofdstuk 3 van dit IHP). Het IHP geeft vervolgens een doorkijk in wat dit betekent voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht in paragraaf 6.4. is om de gemeente en de schoolbesturen inzicht te geven in de financiële omvang van de opgave en hen te helpen bij de voorbereiding van deze opgave. Na afronding van het IHP worden voor de individuele projecten, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsstudies uitgevoerd en opgesteld). In deze haalbaarheidsstudies worden de investeringskosten opnieuw berekend, nu op basis van project-specifieke kengetallen. In deze fase wordt immers duidelijk voor hoeveel leerlingen en hoeveel vierkante meters daadwerkelijk wordt gebouwd, op welke locatie, in hoeveel bouwlagen, etc. Na de haalbaarheidsstudie blijven de kwaliteitsuitgangspunten uit het IHP taakstellend. De haalbaarheidsstudies worden ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.

Vervolgens kan het project daadwerkelijk starten met de definitiefase en daarna de ontwerpfase. Op basis van een programma van eisen of een Voorontwerp kan een eerste investeringskostenraming op elementniveau worden gemaakt. Het kan voorkomen dat op basis van deze investeringskostenraming het budget ontoereikend blijkt te zijn. In dit geval is het mogelijk om het benodigd budget te herijken en terug te gaan naar de raad. Dit kan alleen bij hoge uitzondering wanneer duidelijk onderbouwd kan worden dat het budget uit de haalbaarheidsstudie ontoereikend is om de taakstellende kwaliteitsuitgangspunten te realiseren.

Total Cost Of Ownership De gemeente en de schoolbesturen hebben de intentie uitgesproken om gezamenlijk de totale kwaliteit (uit de kostenconfigurator) te realiseren. Daarbij streven de schoolbesturen ernaar een bijdrage aan de projecten te leveren volgens de principes van Total Cost of Ownership (TCO). Immers; als verantwoordelijke voor het onderhoud, exploitatie en gebruiker van de schoolgebouwen zijn de schoolbesturen ook gebaat bij de kwaliteitsambitie. Voor het leveren van een bijdrage maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding7 (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk. Een deel van de kwaliteitsambitie kan bijvoorbeeld gefinancierd worden vanuit een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende meerjarig onderhoudsplan) of door duurzame keuzes te maken in het ontwerp. Voor de eerste vorm dienen wel tijdig afspraken gemaakt te worden over de terug levering van het gebouw aan de gemeente, en welke conditiescores acceptabel zijn. Het is mogelijk dat de bijdrage per m² bvo bij aanvang van de investering in één keer wordt ingebracht alsook dat het bedrag kan worden teruggestort vanuit de exploitatie. De schoolbesturen geven aan dat zij voorzichtig zijn in het toezeggen van bijdragen aan Total Cost of Ownership.

Daarvoor zijn de volgende argumenten benoemd: • De aanzienlijke tekorten op de vergoeding voor materiele instandhouding. • De onzekerheid over het overheidsbeleid ten aanzien van de vergoeding voor materiële instandhouding; • De positieve effecten van één nieuw gebouw zijn benodigd voor de negatieve exploitatie van de gehele portefeuille; • De hoogte van de onderhoudskosten voor ENG gebouwen zijn nog onvoldoende gebenchmarkt; • In de huidige situatie is er nog sprake van het investeringsverbod (zie par. 3.2.). Uiteraard geldt voor de gemeente ook dat zij meer moeten investeren dan wat zij ontvangt via het gemeentefonds. De schoolbesturen hebben de intentie om mee te

7

Vanaf 2022 is de mi-vergoeding niet meer geoormerkt en wordt deze onderdeel van de lumpsum. Er kan in de berekeningen met de oude systematiek rekening worden gehouden incl. een indexering per jaar gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 35 van 44

investeren, echter kan dit bedrag pas worden bepaald als er meer duidelijkheid is over het uiteindelijke project. De exacte hoogte van de bijdrage van beide partijen aan de totale kwaliteit wordt daarom nader bepaald bij de totstandkoming van haalbaarheidsstudies in het uitvoeringsprogramma. Gemeenten en schoolbesturen zijn overeengekomen de kansen voor TCO op projectniveau nader te willen onderzoeken en vast te willen leggen. Mocht TCO in de haalbaarheidsstudies niet haalbaar blijken dan zullen de gemeente en schoolbesturen zich gezamenlijk beraden over het de consequenties voor de kwaliteitsambitie.

Het is wenselijk dat elke school (schoolbestuur) op inhoudelijke gronden een keuze maakt voor een aanbieder van kinderopvang. Voorfinanciering brengt risico’s met zich mee, bijvoorbeeld bij leegstand. Dit kan deels worden ondervangen door langjarige huurcontracten. Het is van belang bij nieuwe ontwikkelingen in de haalbaarheidsonderzoeken deze risico’s per kern en school af te wegen alvorens hierin een besluit te nemen.

Indien er op projectniveau ook afspraken worden gemaakt ten aanzien van: beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen, dan dient het effect van deze afspraken op Total Cost of Ownership te worden onderzocht. Bijvoorbeeld in het geval dat de schoolbestuur een deel van hun materiële instandhoudingsvergoeding afdraagt aan de gemeente indien de gemeente (of een derde) eigenaar is.

Voorfinanciering kinderopvang en andere partners Gemeente en schoolbesturen streven naar het verder versterken van de voorschoolse voorzieningen, de doorgaande ontwikkelingslijn en realiseren van onderwijs en opvang onder één dak. Bij nieuwbouw kan de onderwijshuisvesting op initiatief van het schoolbestuur worden aangevuld met niet-onderwijsfuncties die bijdragen aan de doelstellingen van onderwijs en opvang onder één dak. Deze aanvullende functies dienen ook te worden gefinancierd. De gemeente heeft aangegeven bereid te zijn deze kindfuncties voor te financieren onder voorwaarde dat er langjarige huurcontracten (minimaal 10 jaar) worden overeengekomen. Daarnaast zullen deze organisaties bij nieuwbouw (of renovatie) een marktconforme (of minimaal kostprijsdekkende) huur (conform de Wet Markt en Overheid) betalen voor het deel van het gebouw dat voor deze functie aan het bouwvolume van de school is toegevoegd door voorfinanciering van de gemeente. De insteek is dat bij verhuur de gemeente het huurcontract met de kinderopvangorganisatie aangaat.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 36 van 44

Analyse CO₂-reductie

7. Analyse CO₂-reductie In dit hoofdstuk wordt het faseringsscenario doorgerekend in reductie van CO₂uitstoot. Er wordt eerst kort stilgestaan bij de doelstelling van het klimaatakkoord (par. 7.1.) en de duurzaamheidsambities van het IHP (par. 7.2.). Ten slotte wordt de verwachte CO₂-reductie aangegeven (par. 7.3.).

Doelstellingen klimaatakkoord Naar aanleiding van de doelstellingen zoals geformuleerd in het Klimaatakkoord is er voor het scholenbestand van de gemeente Voorst in het kader van dit IHP een analyse gedaan van de benodigde ingrepen om de CO₂-uitstoot te verlagen om in 2030 en 2050 aan deze doelstellingen te voldoen. In deze analyse is alleen gekeken naar de onderwijshuisvesting, niet naar de gymzalen.

Input analyse Op basis van de scenario’s zoals omschreven in hoofdstuk 5 en de kwaliteitsniveaus en meerjarenplanning uit hoofdstuk 6 is een berekening gemaakt van de verwachte toekomstige CO₂-uitstoot van de schoolgebouwen die binnen de scope van dit IHP zijn voorzien. Er is gerekend met het faseringsscenario. Uitkomsten analyse Wanneer deze ingrepen als resultaat van het IHP worden doorberekend leidt dat tot een verwachte CO₂-reductie in 2030 van 44% ten opzichte van de uitstoot in 2017. Hiermee worden de doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2030 behaald. De doelstelling voor 2050 wordt niet behaald, er is een CO₂-reductie van 75%. Dit houdt in dat er nog een besparing van ca. 20% gerealiseerd dien te worden in de bestaande voorraad. Hiervoor dient nader onderzoek plaats te vinden naar de verduurzamingsmogelijkheden.

De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO₂-reductie 2030 CO₂-reductie 2050

Referentiejaar 1990 49,0%* 95,0%

Referentiejaar 2017 44,0% 94,5%

*Op basis van een uitspraak van de Europese Commissie wordt het streefdoel van 2030 mogelijk verhoogd naar 55% reductie. Mede vanwege het demissionair kabinet is de precieze uitwerking hiervan voor Nederland op dit moment nog niet duidelijk.

Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO₂-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO₂-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Voor 2030 is 44% reductie ten opzichte van 2017 door het rijk als doelstelling geformuleerd.

Duurzaamheidsambitie IHP De ambitie op het gebied van duurzaamheid is in dit IHP als volgt geformuleerd: de gemeente Voorst wil duurzame, gezonde en toekomstbestendige schoolgebouwen realiseren. Daarom is bij nieuwbouw gekozen voor een kwaliteitsniveau wat voldoet aan ENG, gemiddeld Frisse Scholen B, wat het mogelijk maakt om flexibel en duurzaam te bouwen en afwerkingen te kiezen die gericht zijn op exploitatievoordelen (en lange levensduur).

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 37 van 44

8. Vervolg: uitvoering van het IHP Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal processtappen en uitgangspunten. Dit hoofdstuk bespreekt deze stappen (par. 8.1.) en gaat in op het handelen van de gemeente en de schoolbesturen bij wijzigingen in wet- en regelgeving of overige omstandigheden.

Opstellen uitvoeringsprogramma en haalbaarheidsstudies Na vaststelling van het IHP starten de gemeente en de schoolbesturen met het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma bestaat uit drie hoofdonderdelen: 1.

2.

3.

Programmering: Er wordt een programmering gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals haalbaarheidsstudies, programma's van eisen, techniek en/of aanbestedingen. Procesafspraken Programmaniveau: Het inrichten van een organisatie voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma (1e tranche) eisen aan haalbaarheidsstudies, monitoring/evaluatie van projecten en borging van kwaliteit. Procesafspraken Projectniveau: Het ontwikkelen van een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen samenwerken bij de realisatie van de projecten. Er worden gezamenlijk keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente op het moment dat het schoolbestuur bouwheer is.

• • • • • •

Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie te maken; De dan bekende investeringskosten en geïnventariseerde risico’s in beeld te brengen inclusief raming van de locatie-gebonden en project-specifieke kosten; De TCO-benadering te concretiseren; Participatie en inspraak te organiseren voor doelgroepen zoals: kinderopvang, leerlingen, docenten, ouders, bedrijven en omwonenden; Aandacht te besteden aan gebiedsontwikkeling en vergroening en multifunctionaliteit van de buitenruimte; De verantwoordelijkheid voor het bouwheerschap te bepalen.

Wijzigingen wet- en regelgeving en overige uitgangspunten Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhevig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, bouwkosten, Energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.

Na vaststelling van het uitvoeringsprogramma kan worden gestart met de initiatieffase van de projecten door haalbaarheidsstudies uit te voeren. In haalbaarheidsstudies worden projectengeconcretiseerd en geactualiseerd. De gemeente en de schoolbesturen bepalen in gezamenlijk overleg wie opdrachtgever wordt aan de haalbaarheidsstudie, beide partijen blijven in ieder geval betrokken. De haalbaarheidsstudies hebben als doel om: • Het definitieve leerlingenaantal te bepalen;

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 38 van 44

Bijlage I – Juridische- en Beleidskaders Dit hoofdstuk gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)SO) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de Verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij Verordening een regeling vast te stellen.

De Verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De VVHO (Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Voorst) is voor het laatst vastgesteld in 2015. Eigendom Uitgangspunt is dat schoolbesturen het (juridisch) eigendom hebben van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw in juridisch eigendom om niet terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch

Referentie: 1693301-0044.5.0.

claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk als de gemeente daar, met inachtneming van de Verordening, voorafgaand toestemming voor geeft. Doordecentralisatie – n.v.t. in de gemeente Voorst. Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen (geen wettelijke verplichting) met één of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 111 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Met andere woorden, de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente worden overgedragen aan het schoolbestuur. Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de (uiteindelijke) zorgplicht; de eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende en veilige onderwijshuisvesting. Primair wordt de verantwoordelijkheid bij doordecentralisatie volledig bij de schoolbesturen neergelegd. Gemeente en schoolbesturen maken bij overeenkomst afspraken over het monitoren van de gemaakte afspraken en hoe verantwoording wordt afgelegd.

Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn.

Pagina 39 van 44

Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd.

Het voorstel is in 2018 formeel aan de huidige minister aangeboden. Deze heeft laten weten dat de besluitvorming c.q. wetswijziging staat gepland voor 2024. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: •

De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar.

Referentie: 1693301-0044.5.0.

•

•

•

De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en (V)SO wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit Wet op het Voortgezet Onderwijs. PO- en (V)SO besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.

Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving streeft de gemeente Voorst ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO₂arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO₂-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO₂-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. • Te komen tot een gebouwgebonden CO₂-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990. Naast de doelstellingen op het gebied van CO₂-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat

Pagina 40 van 44

optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO₂-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling CO₂-reductie 2030 CO₂-productie 2030 CO₂-reductie 2050 CO₂-productie 2050

Referentiejaar 1990 49,0% 51,0% 95,0% 5,0%

•

Beleidsregels bekostiging gymnastiekruimte: https://www.voorst.nl/fileadmin/user_upload/Bestuur__organisatie/Beleid_en_r egelgeving/4._Gezond_Voorst/Beleidsreg_bekostiging_gymnastiekruimte.pdf

Referentiejaar 2017 44,0% 56,0% 94,5% 5,5%

Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO₂-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO₂-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Het doel voor 2030, 44% reductie ten opzichte van 2017, is door het rijk als doelstelling geformuleerd. Op basis van de verhoudingen voor de doelstelling per 2030 is de doelstelling per 2050 ten opzichte van 2017 bepaald. Beleidskaders Voorst Relevante beleidskaders voor dit IHP zijn: • Het huidige Coalitieprogramma https://www.voorst.nl/fileadmin/user_upload/Bestuur__organisatie/Gemeenter aad/Coalitieakkoord_Voorst_lowlowres.pdf • Addendum bij nota Duurzaamheid https://www.voorst.nl/fileadmin/user_upload/Afval__duurzaamheid__milieu/Du urzaamheid/Addendum_nota-duurzaamheid-versie_28-6-2016.PDF • Kadernota sociaal domein 2020-2024 https://www.voorst.nl/fileadmin/user_upload/Bestuur__organisatie/Beleid_en_r egelgeving/5._Sociaal_Voorst/Sociaal_Domein_Kadernota_2020_-_2024.pdf • Verordening materiele financiële gelijkstelling onderwijs: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR87890/1 • Verordening leerlingenvervoer (kan van toepassing worden bij opheffing van scholen) https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR412364/1 • Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Voorst 2015 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR360935/1

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 41 van 44

Bijlage II - Energieprestaties Onderstaand de verschillende definities van energieprestaties van gebouwen: BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) Bij een BENG-gebouw worden gebouwgebonden energieverbruik en energieopwekking met elkaar vergeleken. Een BENG-gebouw kent een hoger energieverbruik in verhouding tot de energieopwekking. Door de toepassing van de norm NTA8800 wordt getoetst of het gebouw voldoet aan wetgeving voor BENG, die vanaf 1 januari 2021 wettelijk verplicht zal zijn. ENG (Energie Neutraal Gebouw) Het gebouw heeft een EPC volgens NEN 7120 van nul. Alleen het gebouwgebonden energieverbruik op jaarbasis telt mee en is nul. 8 NOM (Nul op de Meter) Om een NOM-gebouw te realiseren moet er naast de benodigde energie die benodigd is voor de gebouw gebonden installaties, ook gekeken worden naar het algemeen energieverbruik door de gebruikers. Bij een NOM-gebouw zijn totale energieverbruik en energieopwekking in balans. Door verschillen in de kosten voor inkoop van energie en vergoeding voor terug-levering aan het net kent een NOM-gebouw alsnog kosten voor energie. Klimaatneutraal Klimaatneutraal wil zeggen dat bepaalde activiteiten (al dan niet binnen een bepaald gebied of op een bepaalde plek) geen positief of negatief effect hebben op het klimaat.

Het begrip ‘klimaatneutraal’ wordt vooral gebruikt om aan te geven dat bepaalde activiteiten geen negatief effect hebben op het klimaat, waarmee men wil zeggen: geen emissie van CO₂ en andere broeikasgassen.9

8

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen

Referentie: 1693301-0044.5.0.

9

https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/algemenebegrippen

Pagina 42 van 44

Bijlage III – Kwaliteitsadvies Frisse Scholen

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 43 van 44

Colofon Uitgave: Datum:

HEVO B.V. 10 maart 2023

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch T +31 info@hevo.nl

(0)73

Postbus 5201 CB 6

70501 's-Hertogenbosch 409

409

www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven

Referentie: 1693301-0044.5.0.

Pagina 44 van 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12606691/1