Integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2027
Tekst van het document
IHP Voorst
2024 - 2027
Opdrachtgever Gemeente Voorst Datum 10 maart 2023 Project IHP / Coachingstraject Voorst Referentie 1693301-0044.5.0 Auteur(s) de heer M.S. Drenth MSc mevrouw ir. E.P.M. Stevens
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
Postbus 70501
T +31 (0)73 6 409 409
www.hevo.nl
ISO 9001-gecertificeerd
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
5223 LA 's-Hertogenbosch
5201 CB 's-Hertogenbosch
info@hevo.nl
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Samenvatting
4
1.
Inleiding Aanleiding Landelijke ontwikkelingen Situatie in Voorst Doel van het IHP Werkwijze IHP Leeswijzer
6 6 6 7 7 7 9
Aanbod gemeente Voorst Basisonderwijs Voortgezet Speciaal Onderwijs Voortgezet onderwijs Leerlingenprognose
10 10 11 11 11
Visie op onderwijshuisvesting Algemene visie op onderwijshuisvesting Bouwsteen 1: Kwaliteit Bouwsteen 2: Capaciteit Bouwsteen 3: Samenwerking Bouwsteen 4: Regie
12 12 13 15 16 17
Inventarisatie en analyse Quickscan methodiek Quickscanscores Bronnen en berekeningen
19 19 19 21
Scenario’s Afwegingscriteria Gebieden
22 22 22
2.
3.
4.
5.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Scholenlandschap Noord Twello – Teuge Midden Zuid Prioritering scenario’s Samenwerking in scenario’s
23 24 25 26 27 28 28
6.
Financiële uitgangspunten en vertaling Kwaliteitsambitie Investeringskosten Uitgangspunten financiële vertaling Financiële vertaling De interpretatie van investeringskosten uit dit IHP Total Cost Of Ownership Voorfinanciering kinderopvang en andere partners
29 29 29 30 32 35 35 36
7.
Analyse CO₂-reductie Doelstellingen klimaatakkoord Duurzaamheidsambitie IHP Analyse CO₂-reductie
37 37 37 37
8.
Vervolg: uitvoering van het IHP Opstellen uitvoeringsprogramma en haalbaarheidsstudies Wijzigingen wet- en regelgeving en overige uitgangspunten
38 38 38
Bijlage I – Juridische- en Beleidskaders
39
Bijlage II - Energieprestaties
42
Bijlage III – Kwaliteitsadvies Frisse Scholen
43
Pagina 2 van 44
Voorwoord Voor u ligt het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027 (IHP). Dit IHP is opgesteld naar aanleiding van de opdracht uit het Voortgangsbericht 2021 en de aankomende wettelijke verplichting om als gemeente een IHP vast te stellen. Er is van november 2021 tot en met begin 2023 intensief tussen gemeente en de schoolbesturen samengewerkt aan de inhoud van dit IHP.
voor de begeleiding van dit intensieve proces en het opstellen van het voor u liggende IHP. “Samen beter, voor onze kinderen en onze kleinkinderen” Ik wens u veel leesplezier toe.
Onderwijshuisvesting is dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid van gemeenten, schoolbesturen en het Rijk. Gemeenten hebben de wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Wat hiermee bedoeld wordt is dat de gemeente voorziet in ‘voldoende en adequate onderwijshuisvesting’.
Rosmarijn Boender, wethouder onderwijshuisvesting Twello, 10-2-2023
Uitgangspunten van het huidige coalitieprogramma zijn: “De school vormt voor ieder kind een belangrijke basis. Het is daarom van groot belang dat scholen een veilige omgeving zijn, waar kinderen tot bloei kunnen komen. Voorst heeft een rijk aanbod aan basisonderwijs. Sommige scholen zitten krap in hun jasje, terwijl andere hun best moeten doen om voldoende leerlingen aan te trekken om te kunnen blijven bestaan. Voor beide ontwikkelingen hebben wij oog. De coalitie vindt het belangrijk om realistische prognoses te maken, om tijdig te anticiperen en met het onderwijs te overleggen over een goede verdeling en de juiste huisvesting.” Vanuit een gezamenlijke visie tussen gemeente en schoolbesturen, een grondige analyse, kwaliteitseisen voor de schoolgebouwen, bieden wij u scenario’s voor toekomstbestendige onderwijshuisvesting waarin een priortering is aangebracht. Door dit inzichtelijk te krijgen kan hier vanuit onze gemeentelijke zorgplicht (financieel) op worden geanticipeerd. Ik ben blij met de inhoud van dit IHP waarin wij als gemeente samen met de schoolbesturen zorg dragen voor een toekomstbestendig onderwijs (huisvestings-) landschap en hiermee ook invulling geven aan de uitgangspunten als genoemd in het huidige coalitieprogramma. Ik wil alle schoolbesturen van de gemeente Voorst bedanken voor hun inzet en de goede samenwerking bij het schrijven van dit IHP.
Daarnaast gaat mijn dank uit naar HEVO
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 3 van 44
Samenvatting Dit Integraal Huisvestingsplan (IHP) is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de gemeente Voorst en de schoolbesturen SKBG, PCBO Voorst, Archipel, De Onderwijsspecialisten, Stichting Zozijn, Eben Haëzer en de Veluwse Onderwijsgroep. Het Zone.College valt buiten het IHP omdat zij een rechtstreekse vergoeding voor onderwijshuisvesting ontvangen vanuit het ministerie Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit.
voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. De gemeente en de schoolbesturen hebben de algemene visie op onderwijshuisvesting verder geconcretiseerd in vier inhoudelijke thema’s (de bouwstenen van beleid): 1.
2. Gemeenten hebben een zorgplicht op het gebied van onderwijshuisvesting. De onderwijswetgeving stelt dat de gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting. Er is, voor het invullen van deze zorgplicht, een wetsvoorstel in voorbereiding die het vaststellen van een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor een periode van vier jaar verplicht maakt. Vooruitlopend hierop is dit IHP opgesteld. Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders voor investeringen in onderwijshuisvesting. Een IHP stelt gemeente en schoolbesturen in staat om op de korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en een proactief (investerings-) beleid te voeren.
3.
4.
Kwaliteit: deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteitsambities de gemeente Voorst en de schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting: duurzaam, gezond en flexibel. Capaciteit: deze bouwsteen geeft aan hoe om wordt gegaan met capaciteit van de onderwijshuisvesting in de gemeente Voorst. Daarbij gaat het om een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Samenwerking: deze bouwsteen bespreekt de relatie van onderwijshuisvesting met andere voorzieningen. Daarbij wordt ingegaan op samenwerkingsmogelijkheden met andere maatschappelijke partners: de school als spil van de wijk. Regie: deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd op het gebied van organisatie en financiering voor helderheid over samenwerkingsafspraken en efficiëntie in de uitvoering.
In de geest van de nieuwe wet wordt het IHP vastgesteld als lange termijn plan waar gemeente en schoolbesturen zich aan committeren. Het IHP geeft voor de eerste vijf jaar concreet aan wat de opgave op korte termijn is en geeft een doorkijk voor de langere termijn (vijf tot tien en tien tot twintig jaar). Het IHP proces en het IHP zelf bestaat uit vijf fasen, ofwel vijf deelproducten: 1. Visie op onderwijshuisvesting (hoofdstuk 3) 2. Inventarisatie en analyse (hoofdstuk 4) 3. Scenario’s (hoofdstuk 5) 4. Financiële uitgangspunten vertaling (hoofdstuk 6) 5. Analyse CO₂ reductie (hoofdstuk 7).
Inventarisatie en analyse Voor het ontwikkelen van scenario’s is integraal inzicht in de bestaande huisvestingssituatie van de scholen een belangrijk uitgangspunt. Dit geeft richting aan prioriteiten en toekomstperspectieven van de scholen in de gemeente Voorst. Voor het IHP is het niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand middels quickscans is daarom gekeken naar meer dan alleen de bouwkundige staat. Er is ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen.
Visie op Onderwijshuisvesting De gemeente Voorst en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijs (huisvestings-) landschap. Het doel is om kinderen in de gemeente Voorst de best mogelijke (gelijke) kansen te bieden in hun ontwikkeling en
Uit de quickscans blijkt dat er 11 schoolgebouwen zijn waarvoor binnen een termijn van nu tot 10 jaar geadviseerd wordt om te renoveren danwel vervangen – in die periode staat de gemeente Voorst voor een aanzienlijke vervangingsopgave. De oorzaak is gelegen in de hoge leeftijd van deze gebouwen.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 4 van 44
De quickscanscores zijn input voor de scenario’s. Bij het besluit tot nieuwbouw/renovatie wordt bij de scenario-ontwikkeling ook gekeken naar andere belangrijke afwegingscriteria. Scenario’s In overleg met de schoolbesturen en gemeente zijn in gezamenlijke sessies scenario’s voor nieuwbouw en renovatie geformuleerd. Als basis daarvoor zijn de afwegingscriteria gebruikt. Er is in de sessies daarmee consequent aandacht geweest voor de wijze waarop de scenario’s bijdragen aan de geformuleerde visie op onderwijshuisvesting. Uit de scenario-ontwikkeling volgt een investeringsopgave in 0-5 jaar die zich concentreert in Twello, waar ruimtetekorten, toekomstbestendigheid en de staat/leeftijd van enkele gebouwen een grote rol speelt. Voor de drie scholen in de Fliert wordt op zeer korte termijn een ruimtetekort voorzien. Een mogelijk scenario is het uithuizen van één school uit De Fliert en deze op een nader te bepalen locatie in Twello nieuw te bouwen. Door dit scenario wordt het ruimtetekort voor de overige twee scholen in de Fliert opgelost en ontstaat er een toekomstbestendige huisvesting voor het onderwijs voor Twello. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden (zie par. 5.5.).
Daarnaast is een oplossing voor het ruimtetekort van de Martinus Twello noodzakelijk en is De Wingerd aan vervanging toe vanwege de staat van het gebouw tevens is ook op deze school sprake van een ruimtetekort. Ook De Bolster vraagt vanwege de staat van het gebouw om een ingreep. Financiële uitgangspunten en vertaling In het IHP en het daaropvolgende onderwijshuisvestingsbeleid zijn de kwaliteitsuitgangspunten taakstellend, deze zijn in samenspraak tussen de gemeente en schoolbesturen vastgesteld. Voor de opgaven in dit IHP wordt onder andere uitgegaan van gebouwen die energieneutraal (ENG) zijn gebouwd. De schoolgebouwen krijgen een gezond en comfortabel binnenklimaat, bevorderlijk voor de kwaliteit van onderwijs. Vanuit een toekomstbestendig perspectief worden de schoolgebouwen aanpasbaar en flexibel en worden circulaire ontwerpprincipes toegepast.
Uit het investeringskosten overzicht blijkt een opgave die zich concentreert in de eerste 0 tot 10 jaar (ca. € 60 miljoen), met een zwaartepunt in de periode 0 tot 5 jaar (ca. € 30 miljoen). Met de schoolbesturen is daarom gesproken over een faseringsscenario waarbij de projecten gelijkmatiger zijn gespreid over de termijn 0 tot 5 en 5 tot 10 jaar. Op basis van deze financiële vertaling krijgen de gemeente en schoolbesturen een goed beeld van de noodzakelijke te verwachten financiële investeringen in de eerste en tweede termijn. Na afronding van het IHP wordt er een uitvoeringsprogramma opgesteld en worden voor de individuele projecten in de eerste termijn, op het moment dat deze actueel worden, haalbaarheidsstudies opgesteld. In deze haalbaarheidsstudies worden de investeringskosten opnieuw berekend, nu op basis van project specifieke kengetallen (zoals actuele leerlingaantallen, mogelijke locatiekeuze en ruimtebehoefte). Na afronding van de haalbaarheidsstudies is het investeringsbedrag per project bekend. Per project komt er een apart voorstel richting de gemeenteraad voor besluitvorming. Analyse CO₂-reductie Wanneer de ingrepen uit het IHP worden doorberekend leidt dat tot een verwachte CO₂reductie in 2030 van 44% ten opzichte van de uitstoot in 2017. Hiermee worden de doelstellingen uit het Klimaatakkoord voor 2030 behaald.
De doelstelling voor 2050 wordt niet behaald, er is een CO₂-reductie van 75% (moet 95% zijn). Dit houdt in dat er nog een besparing van ca. 20% gerealiseerd dien te worden in de bestaande voorraad (gebouwen die niet integraal worden vervangen of gerenoveerd voor 2050). Hiervoor dient nader onderzoek plaats te vinden naar de verduurzamingsmogelijkheden.
Het IHP geeft vervolgens een doorkijk in wat de voorkeursscenario’s en kwaliteitsuitgangspunten- en ambities betekenen voor de investeringskosten. Deze investeringskosten zijn gepresenteerd in de vorm van kengetallen en zijn indicatief.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 5 van 44
1. Inleiding Dit hoofdstuk start met een korte aanleiding (par. 1.1.) en gaat in op de landelijke ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting (par. 1.2)., de situatie van de onderwijshuisvesting in Voorst (par. 1.3.), het doel van het IHP (par. 1.4.), de werkwijze om te komen tot het IHP (par. 1.5.) en een leeswijzer voor deze rapportage (par. 1.6.).
Aanleiding Met het vaststellen van het Voortgangsbericht 2021 is er groen licht gegeven voor de ontwikkeling van het Integraal Huisvestingsplan Primair en Voortgezet Onderwijs (IHP). De gemeente Voorst is samen met de Voorster schoolbesturen in oktober 2021 gestart met dit proces. Het IHP is een strategisch en beleidsrijk plan waarin een gezamenlijke visie wordt vastgesteld. Daarnaast geeft IHP geeft inzicht in de huidige spreiding en staat van de onderwijshuisvesting als ook de verwachte noodzakelijke investeringen voor een toekomstbestending onderwijs (huisvestings-) landschap. Het belang van goede onderwijshuisvesting kan niet worden onderschat. Het is een randvoorwaarde voor de gemeente en schoolbesturen: om de schoolbesturen eigentijds onderwijs te laten verzorgen van hoog niveau, om invulling te geven aan de verduurzaming van de gemeente en om alle kernen (en bewoners) te blijven voorzien van passende maatschappelijke voorzieningen. Het IHP beoogt om als beleidskader deze randvoorwaarde in te vullen, waarbij samenwerking centraal staat: op het gebied van onderwijshuisvesting wordt nu en in de toekomst door gemeente en schoolbesturen intensief samengewerkt. Deze samenwerking is hard nodig. De noodzaak tot samenwerking komt primair voort uit de gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting: de gemeente heeft een zorgplicht voor onderwijshuisvesting voor o.a.
nieuwbouw en uitbreiding en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie.
1 Rapport ‘Gezond en goed. Scholenbouw in topconditie’, Rijksbouwmeester, Den Haag, 2009 2
Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs: de praktijk gecheckt, Algemene Rekenkamer(2016) 3 Een verstevigd fundament voor iedereen, McKinsey(2020)
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Landelijke ontwikkelingen Op landelijk niveau krijgt onderwijshuisvesting meer en meer aandacht. Om een beeld te geven hoe de situatie landelijk is, worden een aantal onderzoeken aangehaald. Daarna wordt dat in de context van de gemeente Voorst geplaatst. In het rapport van de Rijksbouwmeester in 20091 werd al geconstateerd dat de gebouwenvoorraad in het onderwijs sterk verouderd is, vaak een slecht binnenklimaat heeft en niet duurzaam is. In 2011 concludeerde ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) dat het binnenmilieu in de scholen vaak onder de maat is: uit verschillende onderzoeken kwam naar voren dat de CO₂-concentraties in Nederlandse scholen vaak te hoog zijn. Bovendien heeft de coronapandemie duidelijk gemaakt dat voldoende luchtverversing (ventilatie) binnen een gebouw belangrijk is. In 2016 concludeerde de Algemene Rekenkamer2 dat het huidige tempo waarin schoolgebouwen worden vervangen te laag is: schoolgebouwen staan gemiddeld 69 jaar voor ze vervangen worden. Ook in recent onderzoek van McKinsey3 (2020) naar de algemene staat van het onderwijs in Nederland wordt nadrukkelijk aandacht besteedt aan de onderwijshuisvesting; gemeenten geven ondanks hogere eisen en gestegen bouwkosten nog een vergelijkbaar bedrag uit aan onderwijshuisvesting als in 2009.
Daarnaast stelt het klimaatakkoord hoge eisen aan de verduurzaming van het gebouwenbestand en het tempo van de uitvoering van de vervangingsopgave4: de landelijke uitgaven moeten verdubbelen van ca. € 21 miljard bij ongewijzigd beleid naar ca. €42 miljard. Recentelijk (2021) heeft er op landelijk niveau ook nog een Interdepartementaal Beleidsonderzoek5 plaatsgevonden waarin forse kritiek is geuit op het functioneren van het stelsel: er zijn geen eenduidige eisen voor onderwijshuisvesting, er is een gebrek aan koppeling tussen bouwkosten en budgetten en er is onvoldoende expertise bij schoolbesturen en gemeenten en het ontbreekt aan een gesloten beleidscyclus door met name een gebrek aan toezicht, monitoring en evaluatie.
4
Sectorale routekaart voor verduurzaming van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs, PO-Raad, VO-Raad en VNG (2021). 5 IBO Onderwijshuisvesting funderend onderwijs, Een vak apart - Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel(2021)
Pagina 6 van 44
De kwaliteit van de schoolgebouwen heeft steeds meer aandacht gekregen vanwege duurzaamheid en de problematiek rondom de financierbaarheid van deze opgave. De noodzaak tot ‘Frisse scholen’ en voldoende ventileren heeft dan ook prioriteit binnen de schoolgebouwen.
Doel van het IHP Het IHP bepaalt op basis van visie, gerichte analyse, scenario-ontwikkeling en financiële vertaling de kaders voor investeringen in onderwijshuisvesting. Een IHP stelt gemeente en schoolbesturen in staat om op de korte en lange termijn toekomstbestendige keuzes te maken en een proactief (investerings-) beleid te voeren.
Situatie in Voorst De vernieuwings-, verduurzamings- en ventilatieopgave van de onderwijshuisvesting geldt deels ook voor de gemeente Voorst. Van de 19 schoolgebouwen in de gemeente zijn 10 schoolgebouwen meer dan 40 jaar oud, waarvan er 6 gebouwen zelfs vooroorlogs zijn. Er is echter een groot deel van de voorraad gerealiseerd na 2000.
Het beleid en de strategische keuzes in dit IHP gaan verder dan wat de huidige wet- en regelgeving voorschrijft. In tegenstelling tot de werkwijze (uitsluitend) op basis van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Gemeente Voorst 2015 – in vervolg ‘Verordening’, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid. In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht, op grond van de wettelijke taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Het IHP: • Geeft inzicht in de huidige spreiding en staat van de onderwijshuisvesting; • Stelt de gemeente en schoolbesturen in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren; • Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid van schoolbesturen kan worden afgestemd; • Geeft voor de eerste vier jaar (2024-2027) concreet aan wat de (financiële) opgave is en geeft een doorkijk voor de langere termijn van ca. 25 jaar (20242050) • Analyseert in welke mate de landelijke doelstellingen voor CO₂-reductie van schoolgebouwen wordt behaald.
Werkwijze IHP Afbeelding 1: Bouwjaren Landelijk en Bouwjaren Voorst
Naast de urgentie van de opgaven zijn er ook ambities bij de gemeente en de schoolbesturen die in dit IHP worden beschreven. Alleen met intensieve samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen kunnen de komende jaren deze opgaven en ambities opgepakt worden. Daarbij staat steeds het belang van de kinderen in de gemeente centraal, zij hebben recht op goed onderwijs in goede schoolgebouwen.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Voorliggend IHP is in vijf fasen tot stand gebracht. Per fase zijn er 1 of 2 afstemmingsmomenten geweest met de gemeente en de schoolbesturen. Vanuit de stichtingen zijn de schoolbestuurders betrokken en eventueel de huisvestingsmedewerker. Vanuit de gemeente Voorst zijn de volgende functies betrokken: portefeuillehouder (startoverleg), expert gebouwenmanagement (onderwijshuisvesting), senior onderwijs en sport (beleid onderwijs), vakgroep financiën, vakgroep ruimte. HEVO is betrokken om het proces te begeleiden en te ondersteunen bij het schrijven van het IHP.
Pagina 7 van 44
Tijdens interactieve sessies is met gemeente en schoolbesturen gesproken over de onderwerpen kwaliteit, duurzaamheid, onderwijs & samenwerking en regie & beleid. In het deelproduct ‘Bouwstenen van Beleid’ is de gemeenschappelijke visie uitgeschreven. Deze visie vormt de basis voor het beleid waarop het IHP verder wordt gebouwd
De inventarisatie betreft de analyse van het scholenbestand in de gemeente. Hiertoe zijn quickscans uitgevoerd. Capaciteit en kwaliteit van de schoolgebouwen zijn geanalyseerd.
Tijdens de scenario ontwikkeling zijn voor alle scholen voorkeursscenario’s en eventuele alternatieve scenario’s bepaald. Scenario’s zijn tot stand gekomen op basis van de bouwstenen van beleid, de locatie specifieke situatie en de uitkomsten van de quickscans.
Op basis van de scenario’s en de planning daarvan is een financiële vertaling gemaakt. In gezamenlijk overleg is vastgesteld welke kwaliteitsniveaus voor de onderwijshuisvesting bij worden gehanteerd. Het resultaat is een meerjaren investeringsplanning.
In het CO₂MPAS is uitgerekend hoe groot de CO₂-reductie is die behaald kan worden met de uitvoering van het IHP. In het IHP is immers vastgelegd welke schoolgebouwen in welk jaar duurzaam gerenoveerd dan wel vervangen worden. Het CO₂MPAS laat zien in hoeverre de klimaatdoelstellingen voor 2030 en 2050 met die IHP worden behaald. Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 8 van 44
Leeswijzer De opzet van het document volgt de werkwijze. In hoofdstuk 2 wordt het huidige aanbod van onderwijs in de gemeente Voorst uiteengezet. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de visie op onderwijshuisvesting. Hoofdstuk 4 omschrijft de gebruikte methoden en bronnen voor de analyses t.b.v. voorliggend IHP en de uitkomsten van de inventarisatiefase (de quickscans). Hoofdstuk 5 geeft een beeld van het scholenlandschap en de (voorkeurs)scenario’s per school. In hoofdstuk 6 worden de financiële uitgangspunten en de vertaling daarvan uitgelegd en inzichtelijk gemaakt in de vorm van een investeringsplanning. Hoofdstuk 7 gaat in op de consequenties van dit IHP op het gebied van duurzaamheid en CO₂-reductie. Tot slot geeft hoofdstuk 8 een beknopte doorkijk naar de uitvoering van het IHP.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 9 van 44
2. Aanbod gemeente Voorst Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod in de gemeente Voorst. Er wordt ingegaan op het basisonderwijs (par. 2.1) het voortgezet speciaal onderwijs (par. 2.2), het voortgezet onderwijs (par. 2.3) en de leerlingenprognose (par. 2.4.) Het Zone.College valt buiten het IHP omdat zij een rechstreekse vergoeding voor onderwijshuisvesting ontvangen vanuit het ministerie Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit.
Basisonderwijs Dit IHP heeft betrekking op 16 basisscholen. Het totaal aantal leerlingen basisonderwijs in de gemeente Voorst volgens de DUO oktoberteling van 2021 is 2.338 leerlingen. Scholen verschillen onderling in denominatie, onderwijsconcepten en omvang. Scholen Rooms Katholieke Basisschool De Kopermolen Basisschool Ten Holtens Erve Kindcentrum de Bongerd Rooms Katholieke Basisschool Sint Antonius De Zaaier Basisschool Eben Haëzer De Oase Rooms Katholieke Basisschool Martinus De Wingerd Rooms Katholieke Basisschool De Kleine Wereld Openbare Basisschool de Hietweide Rooms Katholieke Basisschool Sint Martinus Christelijke Basisschool Sjaloom Openbare Basisschool de Wiekslag Kindcentrum Hagewinde Kindcentrum Wilp-Achterhoek Totaal
Schoolbestuur SKBG PCBO Voorst Archipel SKBG PCBO Voorst Eben Haëzer PCBO Voorst SKBG PCBO Voorst SKBG Archipel SKBG PCBO Voorst Archipel Archipel Archipel
Dorp Klarenbeek Nijbroek Terwolde Terwolde (de Vecht) Teuge Teuge Twello Twello Twello Twello Twello Voorst (Bussloo) Twello Twello Wilp Wilp-Achterhoek
Denominatie Rooms-Katholiek Protestants-Christelijk Openbaar Rooms-Katholiek Protestants-Christelijk Reformatorisch Protestants-Christelijk Rooms-Katholiek Protestants-Christelijk Rooms-Katholiek Openbaar Rooms-Katholiek Protestants-Christelijk Openbaar Openbaar Openbaar
Leerlingen 179 55 167 83 121 286 179 376 210 176 128 68 89 69 101 51 2.338
Tabel 1: scholen voor Basisonderwijs in de gemeente Voorst.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 10 van 44
Voortgezet Speciaal Onderwijs Het totaal aantal leerlingen Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) in de gemeente Voorst volgens de DUO oktobertelling van 2021 is 365 leerlingen. Scholen De Bolster Daniël de Brouwersschool
Schoolbestuur De Onderwijsspecialisten Stichting Zozijn
Dorp Voorst Wilp
Denominatie Protestants-Christelijk Rooms-Katholiek
Leerlingen 133 232
Denominatie Rooms-Katholiek
Leerlingen 474
Tabel 2.2: scholen voor VSO in gemeente Voorst
Voortgezet onderwijs Het totaal aantal leerlingen voorgezet onderwijs (VO) in de gemeente Voorst volgens de DUO oktobertelling van 2021 is 474 leerlingen. Het afgelopen jaar is het aantal leerlingen op het Veluws College afgenomen naar 410 leerlingen (teldatum 2022) Scholen Veluws College Twello
Dorp Veluwse Onderwijsgroep
Gebied Twello
Tabel 2.3: scholen voor VO in gemeente Voorst
Leerlingenprognose De grafiek laat de leerlingenprognose zien van het basisonderwijs (bron: Pronexus, 2021). Het leerlingenaantal neem toe naar 2.407 leerlingen in 2028 en 2.756 leerlingen in 2042. Voor het Voortgezet Speciaal Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs zijn geen leerlingenprognoses opgesteld.
Afbeelding 2: Prognose
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 11 van 44
3. Visie op onderwijshuisvesting Dit hoofdstuk beschrijft de algemene visie op onderwijshuisvesting (par. 3.1.). De algemene visie op onderwijshuisvesting is verder geconcretiseerd in verschillende thema’s (bouwstenen van beleid) die worden weergegeven in (par. 3.2. tot en met 3.5.).
Algemene visie op onderwijshuisvesting De gemeente Voorst en de schoolbesturen streven gezamenlijk naar een toekomstbestendig onderwijs (huisvestings-) landschap. Het doel is om kinderen in de gemeente Voorst de best mogelijke (gelijke) kansen te bieden in hun ontwikkeling en voor te bereiden op hun toekomst. Daarbij is het van belang dat het onderwijsaanbod toegankelijk, divers en goed gespreid is en aansluit op de vraag van de maatschappij. De gemeente Voorst en de schoolbesturen willen dit faciliteren door toekomstbestendige onderwijshuisvesting te realiseren middels het IHP. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is een randvoorwaarde voor goed onderwijs. Hierbij gaat onderwijs en onderwijshuisvesting niet alleen over scholen, maar ook over andere plaatsen waar kinderen leren en zich ontwikkelen. Denk aan: kinderopvang, stages bij bedrijven, schoolpleinen en de omgeving. De onderwijshuisvesting staat dan ook niet op zichzelf, maar staat in verbinding met de maatschappij. Onderwijsfuncties zijn maatschappelijke voorzieningen en dragen bij aan de sociale cohesie in de gemeente Voorst. Er worden kansen gezien om in onderwijshuisvesting samen te werken met andere maatschappelijke partners. De visie op onderwijshuisvesting van de gemeente en de schoolbesturen stelt ook eisen aan de onderwijshuisvesting.
Veranderingen in onderwijsvisies, -concepten en samenwerking maakt dat er steeds meer flexibiliteit wordt gevraagd van onderwijsgebouwen. Bovendien leidt de maatschappelijke noodzaak tot verduurzaming tot hogere prestatie-eisen. Daarbij gaat duurzaamheid voor de gemeente en de schoolbesturen zeker niet alleen over energie en CO₂-besparing, maar ook over een integrale visie op duurzaamheid waarbij gezondheid en functionaliteit een rol spelen.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Tegelijkertijd ligt er een behoorlijke financiële en organisatorische uitdaging bij de realisatie van de plannen uit het IHP. Het traject om te komen van initiatieffase tot realisatie van onderwijshuisvesting is kostbaar en complex en vraagt veel van de gemeente en de schoolbesturen. Samenwerking is hierin het sleutelwoord. De gemeente en de schoolbesturen hebben de algemene visie op onderwijshuisvesting verder geconcretiseerd in vier inhoudelijke thema’s (de bouwstenen van beleid): 1.
Kwaliteit: deze bouwsteen geeft aan welke kwaliteitsambities de gemeente Voorst en de schoolbesturen nastreven op het gebied van onderwijshuisvesting: duurzaam, gezond en flexibel.
2.
Capaciteit: deze bouwsteen geeft aan hoe om wordt gegaan met capaciteit van de onderwijshuisvesting in de gemeente Voorst. Daarbij gaat het om een optimale afstemming tussen vraag en aanbod.
3.
Samenwerking: deze bouwsteen bespreekt de relatie van onderwijshuisvesting met andere voorzieningen. Daarbij wordt ingegaan op samenwerkingsmogelijkheden met andere maatschappelijke partners: de school als spil van de wijk.
4.
Regie: deze bouwsteen geeft aan hoe gemeente en schoolbesturen met elkaar samenwerken op het gebied van onderwijshuisvesting. Gemeente en schoolbesturen hebben daartoe bouwstenen geformuleerd op het gebied van organisatie en financiering voor helderheid over samenwerkingsafspraken en efficiëntie in de uitvoering.
De visie op onderwijshuisvesting is een belangrijke basis voor het IHP. Het IHP is erop gericht om, binnen de randvoorwaarden van de gemeente (financieel, ruimtelijk en organisatorisch) en schoolbesturen (financieel, organisatorisch), deze uitgangspunten zo veel als mogelijk te realiseren. De visie geeft richting aan het IHP en daarmee kan er worden gestuurd op een toekomstbestendig onderwijslandschap.
Pagina 12 van 44
Bouwsteen 1: Kwaliteit 1.
Het realiseren van duurzame schoolgebouwen is een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij wordt een brede definitie van duurzaamheid gehanteerd. Het begrip duurzaamheid wordt breder gedefinieerd dan energiebesparing en CO₂-reductie. Duurzaamheid gaat ook over Total Cost of Ownership (TCO), gezondheid, functionaliteit en betaalbaarheid.
2.
Het IHP sluit aan op de doelstellingen die zijn geformuleerd in het landelijke klimaatakkoord en de sectorale routekaart: 50% CO₂-reductie in 2030, en 95% CO₂-reductie in 2050. Het Coalitieprogramma 2022-2026 zet ook in op energiebesparing. Middels het IHP wil de gemeente invulling geven aan de verduurzamingsopgave voor het onderwijs. Het IHP dient ook als instrument voor de afstemming tussen de verschillende andere sectoren in de gemeente en de transitievisie warmte. Streven is om zo de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk in te zetten om de doelstellingen te halen. Vanuit ervaring hebben de gemeente en de schoolbesturen aangegeven daarom op natuurlijke vervangingsmomenten te investeren: nieuwbouw en of levensduur verlengende renovatie.
3.
De gemeente en schoolbesturen willen vanuit Total Cost of Ownership investeren in schoolgebouwen. Daarbij levert een schoolbestuur mogelijk een extra bijdrage vanuit het gezamenlijk belang van extra kwaliteit en optimale exploitatie. Total Cost of Ownership wordt benaderd vanuit investering en jaarlasten van een gebouw. Daarbij dient rekening gehouden te worden met de beperkte middelen van beide partijen en het huidige investeringsverbod in het primair onderwijs (PO), artikel 148 WPO. In het voortgezet onderwijs (VO) is geen investeringsverbod. Deze bepaling in het PO is als amendement in de wet toegevoegd om te voorkomen dat de door de voor onderwijs bedoelde middelen voor oneigenlijke doelen kunnen worden aangewend. In de praktijk wordt hier
6
Dit n.a.v. uitspraken van toenmalig staatssecretaris Dekker bij de behandeling van het wetsvoorstel “overheveling onderhoud buitenkant’; ‘Bij nieuwbouw is het niet toegestaan dat een bestuur een bijdrage levert aan de nieuwbouw van een school voor dat deel waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Dus het kan niet zo zijn dat de gemeente maar een deel van de vergoeding betaalt en het bestuur de rest laat betalen. De gemeente moet minimaal de normvergoeding zoals die in de
Referentie: 1693301-0044.5.0.
wisselend mee omgegaan6. Het wetsvoorstel is erop gericht om het investeringsverbod vanaf 2024 op te heffen (zie bijlage I). Een deel van de kwaliteitsambitie kan, binnen de kaders van het investeringsverbod, mogelijk gefinancierd worden vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende meerjarig onderhoudsplan). De exacte hoogte van de bijdrage van beide partijen aan de totale kwaliteit wordt nader bepaald bij de totstandkoming van haalbaarheidsstudies (zie ook par. 6.6). 4.
Er wordt bij nieuwbouw en renovatie gekozen voor energieneutrale (ENG) schoolgebouwen. Daarbij wordt een hogere ambitie uitgesproken dan het bouwbesluit per 1-1-2021 wat uitgaat van bijna energieneutrale gebouwen (BENG – voor een toelichting op het verschil zie bijlage II). Deze hogere ambitie wordt uitgesproken omdat deze aansluit op de doelen van het Klimaatakkoord en er daarmee wordt ingezet op de energietransitie. Bij renovatie (zie bouwsteen 4 voor uitgangspunten over renovatie) wordt beoogd om deze energieprestatie zoveel mogelijk te realiseren. In de praktijk is BENG voor renovaties realistischer.
5.
Bij nieuwbouw en renovatie zijn alle frisse scholen thema’s relevant - lucht, licht, temperatuur, geluid en energie. Voorbeeld is dat alleen frisse lucht in de warmer wordende zomers niet voldoende is, er dient ook gekoeld te worden. De kracht ligt in de optimale afstemming en integratie van deze thema’s om te komen tot zo duurzaam mogelijke gebouwen. Deze duurzame gebouwen leiden tot een kwalitatief goed leef- en leerklimaat voor leerlingen en medewerkers. Het kwaliteitsadvies is in bijlage III opgenomen.
eigen huisvestingsVerordening is vastgelegd vergoeden. Het bedrag moet ook zodanig zijn dat kan worden voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit. Het schoolbestuur mag wel boven deze normen investeren in het gebouw om bijvoorbeeld een lager energieverbruik of beter binnenklimaat te realiseren. Hierbij geldt dat het een redelijk bedrag betreft dat binnen een redelijke termijn kan worden terugverdiend.’
Pagina 13 van 44
6.
Nieuwe en gerenoveerde schoolgebouwen dienen onderwijsconcepten goed te faciliteren, het gebouw dient aan de sluiten bij het onderwijsconcept van de school van dat moment. Daarnaast dienen ook andere functies in samenhang met onderwijs goed gefaciliteerd te worden. Denk aan kinderopvang of jeugdzorg, maar ook de verbinding met de wijk. Er wordt tevens ingezet op flexibiliteit. Hierbij gaat het om interne flexibiliteit, maar ook om transformatiemogelijkheden (adaptief vermogen) van het vastgoed. Flexibiliteit kan ook worden ingezet om ruimtetekorten en ruimteoverschotten op te lossen door de mogelijkheid van het op- en afschalen van gebouwen.
10. Om als een ‘spil in de wijk’ te functioneren zijn goede locaties voor scholen een belangrijke randvoorwaarde. Zo kan een school bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van gebieden. Belangrijke thema’s bij een goede locatie zijn: bereikbaarheid, veiligheid, voldoende buitenruimte, voldoende parkeermogelijkheden en sociale veiligheid. Voor het PO geldt dat een goed bereikbare locatie de voorkeur heeft. Ook een goede spreiding over de gemeente is van belang.. Voor het VO en (V)SO is goed bereikbare locatie van belang. Voor het (V)SO is benoemd dat een beschermde en beschutte omgeving de voorkeur heeft.
7.
De schoolgebouwen hebben een voorbeeldfunctie. De duurzame schoolgebouwen en de omgeving dragen bij aan het duurzaamheidsbewustzijn van gebruikers (leerlingen, docenten etc.) en bewoners door duurzaamheidsmaatregelen zichtbaar te maken. Duurzame en kwalitatief hoogwaardige materialisering is daarbij belangrijk. Circulaire materialen zijn daarbij het streven.
11. Er is voldoende ruimte voor sport en bewegen. Daarbij gaat het niet alleen om de sporthallen en gymzalen, maar ook om ruimte voor bewegen in en om de scholen. Het brede duurzaamheidsbegrip geldt ook voor deze ruimten. De afstand tot de gymzalen is ook relevant, omdat grote afstanden kunnen leiden tot verlies van onderwijstijd en verkeersveiligheid.
8.
De schoolgebouwen dienen de mogelijkheid te bieden tot het faciliteren van inclusief (passend) onderwijs. Hierbij gaat het om technische eisen zoals rolstoeltoegankelijkheid (Integraal Toegankelijkheidssymbool), maar ook om het creëren van voldoende ruimten zoals spreekkamers. Indien er een gebouw wordt gerealiseerd met ambities op het gebied van inclusiviteit gaan gemeenten en schoolbesturen in gesprek hierover en na overeenstemming kan dit worden opgenomen in het Programma van Eisen van de te realiseren school.
9.
De gebouwen dienen optimaal gebruikt te worden. Multifunctioneel gebruik leidt tot een hogere bezetting en daarmee een duurzaam gebruik van de gebouwen. Dit vraagt wel om aandacht over afspraken ten aanzien van; beheersvorm, eigendomsverhouding, samenwerkingsafspraken, exploitatie en financiële geldstromen. Dergelijke afspraken dienen te volgen uit de inhoudelijke afspraken die aan de samenwerking ten grondslag liggen. Met name het faciliteren van functies voor Integrale Kindcentra is een belangrijk onderdeel van de gebouwkwaliteit.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 14 van 44
Bouwsteen 2: Capaciteit 1.
2.
3.
4.
Binnen de gemeente Voorst is een goed onderwijsaanbod; er is een spreiding van onderwijsconcepten, denominaties en onderwijsniveaus over de gemeente. De wens is dit te behouden en te versterken. Uitgangspunt is dat ieder kind wat woonachtig is in de gemeente Voorst een passende plek kan krijgen. Voor het PO betekent dit dat kinderen dicht bij huis naar school kunnen gaan. Voor het VO en het (V)SO kan deze plek ook op regioniveau worden gevonden. Hiervoor vindt voor het VO afstemming plaats in het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) en voor het (V)SO in het samenwerkingsverband. Bij investeringen in schoolgebouwen gaan schoolbesturen en de gemeente in gesprek over de toekomstbestendigheid van de locatie. De lokale opheffingsnorm heeft daarbij een signaalfunctie. In het PO is deze norm 51 leerlingen De landelijke opheffingsnormen gelden voor het VO en (V)SO, deze verschilt per type onderwijs. Logischerwijs is maatwerk mogelijk indien er redenen zijn om een school te handhaven (bijvoorbeeld laatste school van een denominatie of onderwijsconcept). De schoolbesturen streven naar een omvang van een school die past bij de vraag. Hiermee wordt bedoelt dat er geen ‘ideale’ schoolgrootte bestaat voor een school in de gemeente Voorst. Het gaat niet zozeer om de omvang, maar om kwaliteit.
Schoolbesturen maken daarbij zelf de afweging of de kwaliteit bij een bepaalde omvang gegarandeerd kan worden. Voor het PO is aangegeven dat de omvang ook afhankelijk is van het voedingsgebied (hoeveel kinderen wonen er in een wijk of kern). Voor het VO is aangegeven dat een omvang van meer dan 1.000 leerlingen gewenst is om een breed onderwijsaanbod te kunnen verzorgen, voor de situatie in de gemeente Voorst betekent dit dat de leerlingen verspreid mogen zijn over meerdere locaties. Voor het (V)SO is benoemd dat meer dan 80 leerlingen gewenst is vanuit bedrijfseconomische redenen.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
5.
Het streven is een optimale afstemming tussen vraag en aanbod. Daarbij gaat het direct ook om het voorkomen van leegstand en ruimtetekorten bij scholen. Daarvoor zijn een aantal instrumenten geformuleerd (in willekeurige volgorde): a.
Onderlinge volumeafspraken bij nieuwbouw. Hierbij gaat het om het maken van afspraken over het maximaal aantal te huisvesten leerlingen in de eigen school na nieuwbouw. Dit voorkomt dat door de aantrekkingskracht van nieuwbouw er leegstand ontstaat bij andere scholen.
b.
Verhuur of medegebruik van ruimten kan, na toestemming van de gemeente, een oplossing zijn voor een ruimteoverschot. De inkomsten van schoolbesturen voor onderhoud en exploitatie zijn afhankelijk van het aantal kinderen. Bij leegstand moet een schoolbestuur met minder inkomsten, hetzelfde aantal vierkante meters onderhouden. Ook afstoten van leegstand kan een mogelijkheid zijn.
c.
Verwijzen is ook mogelijk. Verwijzen betreft het in medegebruik geven van leegstand in een school met een ruimteoverschot aan een school met een ruimtetekort. In het PO geven schoolbesturen aan deze situatie te willen voorkomen omdat het onderwijskundig minder wenselijk is, bijvoorbeeld wanneer er een doorgaande leerlijn is gecreëerd in bijvoorbeeld een Integraal Kind Centrum (IKC). Indien er wel wordt verwezen dient dit te zijn op basis van een veilige route en een redelijke afstand (nu verwijzen hemelsbreed 2km mogelijk, dit wordt door de schoolbesturen gezien als bovengrens).
Pagina 15 van 44
Bouwsteen 3: Samenwerking 1.
2.
Samenwerking betekent dat scholen gebouwen delen, met verschillende partners (bijvoorbeeld kinderopvang, jeugdzorg, buurtvoorzieningen). Samenwerking kan zowel inhoudelijk als gebouwelijk worden vormgegeven, waarbij gebouwelijke samenwerking bij voorkeur volgt op de inhoudelijke samenwerking. Inhoudelijke samenwerking biedt voordelen op het gebied van kennisuitwisseling. Gebouwelijke samenwerking kan de inhoudelijke samenwerking faciliteren en biedt exploitatievoordelen (delen van ruimten).
3.
Er wordt door gemeente en schoolbesturen in het uitwerken van de projecten gezocht naar samenwerking tussen het PO en overige maatschappelijke partners Er wordt daarbij tegemoet gekomen aan de sociaal-maatschappelijke rol van een school voor de wijk/het dorp. Deze functie kan per wijk/dorp en per school anders worden ingevuld. Er is ruimte om per school maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie. Dit vraagt om goede afspraken over beheeronderhoud en verantwoordelijkheid voor het leegstandsrisico.
4.
Er wordt actief gezocht naar samenwerking tussen het VO, VSO en het bedrijfsleven voor stages en het delen van bijvoorbeeld techniekruimten.
Er wordt ingezet op het behouden en uitbreiden van samenwerking tussen het PO en kinderopvang (kinderopvang en buitenschoolse opvang). Dit worden ook wel partners voor Integrale Kindcentra (IKC) genoemd. Daarbij wordt pedagogiek en didactiek op elkaar afgestemd: a.
De samenwerking tussen PO en IKC-partners kunnen verschillende vormen aannemen. Er zijn verschillende manieren van integratie tussen onderwijs en kinderopvang. Er is ruimte om per project maatwerk te leveren, passend bij de lokale situatie.
b.
De basis voor een IKC is het realiseren van een leerlijn van 2-12 jaar, het realiseren van opvang van 0-12 jaar is ook mogelijk. Het realiseren van kinderopvang voor 0-2-jarigen is afhankelijk van de behoefte van een wijk en de sociaal-maatschappelijke factoren.
c.
De gemeente en schoolbesturen wensen om na afronding van het IHP beleid te ontwikkelen omtrent bestaande en nieuwe situaties bij IKCvorming. Dit betreft vraagstukken omtrent capaciteit (bijvoorbeeld het bieden van huurbescherming aan IKC-partners), eigendomsverhoudingen, tariefstelling bij medegebruik en verhuur en financiering van de aanvangsinvestering. Het IHP biedt in ieder geval de mogelijkheid om met de gemeente in gesprek te gaan over een mogelijke voorfinanciering van ruimten voor kinderopvang (zie par. 6.7.).
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 16 van 44
Bouwsteen 4: Regie 1.
2.
Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG om IHP’s in de wetgeving te verankeren. De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor de lange termijn vastleggen (zie bijlage I).
gemeente en schoolbesturen een goed beeld van de noodzakelijke te verwachten financiële investeringen in de eerste en tweede termijn. 5.
De afbakening van de indicatie van de investeringen wordt geduid in de financiële paragrafen op basis van het gezamenlijk gedefinieerde kwaliteitsniveau. Investeringen worden geraamd op basis van kengetallen voor nieuwbouw (met behulp van de kostenconfigurator van HEVO) en er wordt rekening gehouden met een opslagpercentage voor aanvullende kosten zoals interim voorzieningen, regiotoeslag, sloopkosten en locatie gebonden kosten.
Het IHP is in lijn met het voorstel van de PO-raad, VO-raad en VNG renovatie op te nemen als voorziening door de gemeente.
6.
In de huidige situatie zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor vervangende nieuwbouw wanneer een gebouw aan het einde van zijn levensduur is (o.a. art. 2 Verordening). Door renovatie op te nemen als voorziening ontstaat de mogelijkheid om bij een gebouw dat aan het einde van zijn levensduur is ook renovatie toe te passen.
Na vaststelling van het IHP wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin het college van B&W samen met de schoolbesturen afspraken maakt over samenwerking op programma en projectniveau voor de projecten in de eerste termijn (0-5 jaar). Daarbij wordt een balans gezocht tussen regie en toezicht vanuit de gemeente en autonomie voor de schoolbesturen.
7.
Na afronding van het uitvoeringsprogramma wordt gestart met het opstellen van de haalbaarheidsstudies in de volgordelijkheid van het uitvoeringsprogramma. Na het afronden van de haalbaarheidsstudies wordt het investeringsbedrag per project bekend. Per project komt er een apart voorstel richting de gemeenteraad voor besluitvorming. Op deze manier houdt de gemeenteraad ten allen tijde het budgetrecht.
Renovatie is daarbij een integrale levensduurverlengende ingreep in het gebouw, waarmee de levensduur van het gebouw met ten minste 25 jaar, maar bij voorkeur 40 jaar, wordt verlengd. Levensduurverlenging met 40 jaar wordt vernieuwbouw genoemd. 3.
4.
Het IHP komt tot stand in een apart project met de gemeente en de schoolbesturen. Het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) probeert als eerste overeenstemming te bereiken over de inhoud van het IHP. Daarna gaat het IHP als voorstel naar het College. De gemeenteraad stelt uiteindelijk het IHP vast voor de eerste vier jaar met een doorkijk tot aan 2050. Het IHP wordt om de vijf jaar geactualiseerd. De actualisatie duurt ca. één jaar. De ‘eerste termijn’ van het IHP bedraagt daarmee vier jaar. Het IHP is het investeringskader voor de onderwijshuisvesting en geeft voor de komende ca. 25 jaar een indicatie van benodigde investeringen en tevens de prioritering van de projecten. Op basis van de financiële vertaling krijgen de
Referentie: 1693301-0044.5.0.
IHP Organisatie
Gemeente samen met alle schoolbesturen PO en VO
Besluitvorming
OOGO, college en raad
Investeringen
Indicatief
Uitvoeringsprogramma
Haalbaarheidsstudies
Gemeente samen met Gemeente samen met schoolbesturen met projecten in schoolbesestuur (of besturen) per termijn 1 IHP project uit termijn 1 IHP OOGO en college OOGO, college en raad Indicatief
Definitief (taakstellend)
Tabel 2.4: werkwijze IHP, uitvoeringsprogramma en haalbaarheidsstudies.
8.
Het IHP prevaleert voor het aanvragen van voorzieningen boven de Verordening en vervangt de aanvraagprocedure voor nieuwbouw en overige
Pagina 17 van 44
voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen (artikel 2 lid 1 t/m lid 8 van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs). Er zijn echter uitzonderingen zoals de nieuwbouw voor een nieuw te stichten school, kosten voor eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (artikel 2 lid 1, lid 6 en lid 7 van de Verordening) of spoedaanvragen door onvoorziene omstandigheden. Op dergelijke onvoorziene omstandigheden na, is de afspraak dat er geen gebruik wordt gemaakt van de route via de Verordening. Aanvragen voortkomend uit het IHP worden impliciet geacht een aanvraag te zijn op grond van de Verordening, dit wordt ook op deze wijze in de Verordening vastgelegd. Voor wat betreft deze spoedaanvragen geldt de reguliere jaarcyclus uit de Verordening. 9.
De leerlingenprognose van 2021 (Pronexus) vormt het uitgangspunt voor het IHP. Een prognose geeft het vermoedelijk verloop aan van het leerlingenaantal, in het IHP en in de haalbaarheidsstudies is op basis van ervaring en verwachting van schoolbesturen ruimte voor nuance. Dit is met name van Toepassing op het (V)SO.
10. Schoolbesturen en gemeente kijken in gezamenlijkheid naar de realistisch te verwachten nieuwbouw van woningen gedurende de levensduur van de school. Zodoende is er voldoende aandacht voor mogelijke meer lange termijn en meer onzekere nieuwbouwplannen van woningen die nog niet opgenomen zijn in de leerlingenprognose.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 18 van 44
4. Inventarisatie en analyse Dit hoofdstuk beschrijft de gehanteerde Quickscan methodiek voor het beoordelen van de gebouwen (par. 3.2.). Vervolgens wordt ingegaan op de gebruikte bronnen en berekeningen (par. 3.3.).
Quickscanscores In de tabel zijn de quickscan scores van de schoolgebouwen in de gemeente Voorst weergegeven. Op basis van deze scores en het advies voor de termijn waarbinnen renovatie of nieuwbouw zou moeten worden uitgevoerd ontstaat een volgordelijkheid van urgentie. Uit de tabel is af te lezen dat er 11 schoolgebouwen zijn waarvoor binnen een termijn van nu tot 10 jaar geadviseerd wordt om te renoveren danwel vervangen – in die periode staat de gemeente Voorst voor een vervangingsopgave.
Quickscan methodiek Voor het ontwikkelen van scenario’s is integraal inzicht in de bestaande huisvestingssituatie van de scholen een belangrijk uitgangspunt. Dit geeft richting aan prioriteiten en toekomstperspectieven van de scholen in de gemeente Voorst. . Voor het IHP is het niet alleen de vraag of een pand een goed gebouw is, maar of een pand een goed schoolgebouw is. In de beoordeling van het gebouwenbestand is daarom gekeken naar meer dan alleen de bouwkundige staat. Er is ook gekeken naar onderwijskundige functionaliteit, binnenmilieu, veiligheid, exploitatie en uitstraling van de schoolgebouwen. Dit zijn kaders voor strategisch vastgoedbeleid. Op basis van de door HEVO ontwikkelde en frequent toegepaste methodiek is elk schoolgebouw op deze criteria beoordeeld en voorzien van een gewogen score. De totaalscore geeft daarmee op uniforme wijze richting aan de mate van urgentie tot een levensduurverlengende ingreep in relatie tot de gebouwkwaliteit: • Bij < 57 punten: binnen 0-5 jaar (rood). 2023 - 2027 • Bij 57 - 63 punten: binnen 5-10 jaar (oranje). 2028 - 2032 • Bij 63 - 69 punten: binnen 10-20 jaar (lichtgroen). 2033 - 2042 • Bij 69 > punten: over meer dan 20 jaar (donkergroen). 2043 en verder
De lage scores voor bouwkundige staat, binnenmilieu en exploitatie vallen op. Bouwkundige staat scoort laag omdat vrijwel alle scholen ouder zijn dan 40 jaar. Binnenmilieu scoort laag omdat wordt getoetst aan het nieuwe bouwbesluit van 2015 (Frisse Scholen Klasse B). Veel schoolgebouwen voldoen niet aan deze norm en hebben alleen nog natuurlijke ventilatie of mechanische ventilatie van een lager niveau. Exploitatie scoort laag omdat wordt getoetst aan de gewenste klimaateis (Energieneutraliteit), logischerwijs zijn veel scholen nog niet Energieneutraal. Opmerking: Bij een leeftijd van meer dan 40 jaar wordt in de quickscan normaliter een 4 gegeven, dit is de ondergrens (bandbreedte 4 tot 8). In overleg met gemeente en schoolbesturen is de bouwkundige staat voor de vooroorlogse scholen in de gemeente bijgesteld van 4 naar 3. Reden hiervoor is om de (bouwkundige) urgentie van deze panden te bevestigen in de quickscan.
De quickscanscores zijn input voor de scenario-ontwikkeling. Bij het besluit tot nieuwbouw/renovatie wordt bij de scenario-ontwikkeling ook gekeken naar andere belangrijke factoren zoals omschreven in paragraaf 5.1.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 19 van 44
Afbeelding 3: Quickscan scores
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 20 van 44
Bronnen en berekeningen In deze paragraaf wordt voor diverse onderwerpen toegelicht welke bronnen en berekeningen hieraan ten grondslag liggen. Normatieve ruimtebehoefte onderwijs De normatieve ruimtebehoefte voor primair onderwijs waarmee in de capaciteitsanalyse wordt gerekend kan als volgt worden berekend:
Gebruiksgegevens elektra- en gasverbruik Voor de quickscans (onderdeel exploitatie) en voor de berekening van de CO₂-uitstoot die behandeld wordt in hoofdstuk 8 is uitgegaan van de gebruiksgegevens zoals aangeleverd door de schoolbesturen. Hierin zijn, indien nodig, correctieberekeningen gemaakt in geval van energieverbruik door gymzalen of door derden zoals kinderopvang. Op deze manier worden alleen de gebruiksgegevens aangehouden die horen bij het deel van de gebouwen wat puur voor onderwijs wordt ingezet.
Normatieve ruimtebehoefte = aantal leerlingen x 5,03 + 200 = ruimtebehoefte bvo. In deze berekening is 5,03 het aantal vierkante meters bvo waar een school per kind recht op heeft, daarbovenop krijgt iedere school eenmaal een ‘vaste voet’ van 200 m2 toebedeeld. Deze vierkante meters zijn bedoeld voor nevenruimten zoals kantoorruimte, overleg, berging, etc. Voor SO, SBO, VSO, VO en praktijkonderwijs is de berekening ingewikkelder. Het aantal vierkante meters per leerling is hoger. Bovendien is dit afhankelijk van het type onderwijs, onderwijsniveau en de stroming binnen dat niveau (in geval van vmbo). In de leerlingprognoses van Pronexus voor het PO uit 2021 zijn ook ruimtebehoefte berekeningen gemaakt. Deze zijn overgenomen t.b.v. dit IHP. Beschikbare ruimte in bruto vloeroppervlak In de scenario’s (hoofdstuk 5) is de normatieve ruimtebehoefte per school vergeleken met de beschikbare ruimte. Uit deze vergelijking volgt een ruimteoverschot of een ruimtetekort. In de beschikbare ruimte is uitgegaan van het brutovloeroppervlak wat ten tijde van de bouw is gerealiseerd voor het onderwijs.
Vloeroppervlak wat niet wordt meegenomen in het beschikbare bvo van een schoolgebouw betreffen gymzalen of andere sportvoorzieningen en kinderopvang of andere (kind/maatschappelijke) partners die ruimten gebruiken die speciaal hiervoor zijn gerealiseerd (vooral aan de orde bij nieuwere kindcentra). Medegebruik/verhuur wat in een later stadium dan de bouw is afgesproken, waarbij ruimten die de school niet nodig had beschikbaar zijn gesteld, wordt niet verrekend met de beschikbare vierkante meters. In sommige scholen is hier echter wel sprake van, waardoor het beeld van ruimteoverschot in sommige gevallen genuanceerd kan worden. In de quickscans is dit inzichtelijk gemaakt.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 21 van 44
5. Scenario’s
Gebieden Voor de scenario’s is de gemeente in 4 gebieden opgesplitst:
Dit hoofdstuk gaat in op de voorkeursscenario’s voor de scholen in de gemeente Voorst. De afwegingscriteria om te komen tot deze scenario’s worden eerst beschreven (par. 5.1.) Vervolgens wordt ingegaan op de onderverdeling in gebieden die is gemaakt voor de indeling van het scholenlandschap (par 5.2). Het scholenlandschap zelf is daarna gevisualiseerd (par. 5.3.) en in de daaropvolgende paragraven (t/m par. 5.7) worden de voorkeursscenario’s per school aangegeven. Ten slotte is een prioritering gemaakt (par. 5.8) en omschreven hoe wordt omgegaan met samenwerking met andere partners (par. 5.9.)
Afwegingscriteria In overleg met de schoolbesturen en gemeente zijn voorafgaand aan de scenarioontwikkeling afwegingscriteria bepaald. Aan de hand van de afwegingscriteria zijn de scenario’s geformuleerd en is in overleg beoordeeld of een scenario aansluit bij de visie en ambitie van schoolbesturen en gemeente. Het gaat om de volgende afwegingscriteria (willekeurige volgorde): Kwaliteit • Quickscanscores (lager is urgenter) • Goede locatie: bereikbaarheid, veiligheid, voldoende buitenruimte, voldoende parkeermogelijkheden, sociale veiligheid en in de buurt van sportvoorzieningen Capaciteit: • Algemeen: behoud en versterken van het aanbod van onderwijs en sportvoorzieningen • Algemeen: Reductie van ruimtetekorten/ruimteoverschotten • PO: omvang en spreiding die aansluit op de vraag van het voedingsgebied, signaalfunctie opheffingsnorm • VO: 1.000 leerlingen, verspreid over meerdere locatie • (V)SO: meer dan 80 leerlingen Samenwerking: • Algemeen: aandacht voor kansen en mogelijkheden tot samenwerking • PO: met IKC-partners en/of maatschappelijke partners - passend bij de wijkfunctie • VO: met bedrijfsleven
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Afbeelding 4: gebiedsindeling
Pagina 22 van 44
Scholenlandschap In afbeelding 5.1 is het scholenlandschap van de gemeente te zien. In bijna iedere dorpskern bevindt zich ten minste één school. Nijbroek 1. Basisschool Ten Holtens Erve Terwolde 2. Kindcentrum de Bongerd 3. Rooms Katholieke Basisschool Sint Antonius (De Vecht) Teuge 4. Basisschool Eben Haëzer 5. De Zaaier Twello 6. Veluws College Twello 7. De Wingerd 8. Rooms Katholieke Basisschool De Kleine Wereld 9. Openbare Basisschool de Hietweide 10. De Oase 11. Rooms Katholieke Basisschool Martinus Wilp-Achterhoek 12. Kindcentrum Wilp-Achterhoek Wilp 13. Daniël de Brouwerschool 14. Kindcentrum de Hagewinde Voorst 15. Rooms Katholieke Basisschool Sint Martinus (Bussloo) 16. Christelijke Basisschool Sjaloom 17. Openbare Basisschool de Wiekslag 18. Voortgezet Speciaal Onderwijs Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen De Bolster Klarenbeek 19. Rooms Katholieke Basisschool De Kopermolen
Afbeelding 5: scholenlandschap gemeente Voorst
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Pagina 23 van 44
Noord Toelichting In de volgende paragrafen is per deelgebied in de gemeente Voorst omschreven wat de aandachtspunten van de scholen zijn en welke scenario’s zijn geformuleerd. Op de kaart is steeds aangegeven waar welke scholen gelegen zijn en wat de quickscanscore is. De kleur van het symbool geeft aan wat het schoolbestuur van de school is. Per school is op de kaart aangegeven wat het aantal leerlingen nu (telling DUO 2021) en in de toekomst is (leerlingenprognoses Pronexus, 2021) en welke ruimtevraag hierbij hoort. Dit wordt vergeleken met de beschikbare ruimte om in beeld te brengen wat het ruimtetekort- of overschot is. Een groen, positief getal is een overschot, een rood, negatief getal een tekort. 01. Ten Holtens Erve Nieuwbouw/renovatie in de termijn 0 tot 5 jaar. Het schoolbestuur en de gemeente willen een mogelijke investering goed overwegen vanwege het leerlingenaantal van de school, die net boven de opheffingsnorm blijft. 02. Eben Haëzer Nieuwbouw/renovatie in de termijn 5 tot 10 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. Gelet op het regionale karakter van de school is een andere locatie bespreekbaar. 03. Sint Antonius (de Vecht) Geen opgave voorzien 0 tot 20 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. 04. Kindcentrum de Bongerd Geen opgave voorzien 0 tot 20 jaar.
De school heeft een dorpshuisfunctie, diverse ruimten van de school worden volgtijdelijk gebruikt voor dorpsactiviteiten. De wens van de gebruikers van de dorpshuisfunctie is om ook gelijktijdig ruimten te gebruiken, dit vraagt mogelijk om uitbreiding. Deze uitbreiding of het onderzoek hiernaar is geen onderdeel van dit IHP. N.B. Dit betreft een sociaal maatschappelijke behoefte aan activiteiten en heeft geen betrekking op onderwijshuisvesting.
Referentie: 1693301-0044.5.0.
Afbeelding 6: Noord Schoolbestuur
Kleur
SKBG PCBO Voorst Archipel Eben Haëzer Stichting Zozijn De Onderwijsspecialisten Veluwse Onderwijsgroep
Pagina 24 van 44
Twello – Teuge 05. De Zaaier: Geen opgave voorzien in de termijn van 0 tot 20 jaar. Dit sluit aan bij de quickscanscore. 06. Veluws College Het weergegeven ruimtetekort (<10%) wordt in de huidige situatie door de school (conform de Verordening) binnen de beschikbare capaciteit opgelost, de tijdelijke huisvesting wordt ca. juli 2023 gedemonteerd. Schoolbestuur en gemeente blijven in gesprek over toekomstige ontwikkelingen. In 2022 is ruimtetekort afgenomen doordat het leerlingenaantal is afgenomen naar 410 leerlingen. Het schoolbestuur ziet kansen met betrekking tot de vervangende nieuwbouw van de voorziening bewegingsonderwijs aan de Hietweideweg op een nog nader te bepalen locatie in Twello. Mogelijke multifunctionele ruimtes in het nog te realiseren plan zijn een onderzoek waard.
11. Martinus Twello Er is permanente uitbreiding nodig voor het ruimtetekort in de termijn 0 tot 5 jaar en nieuwbouw / renovatie in de termijn 5 tot 10 jaar. Gelet op het efficiënt en effectief besteden van beschikbare middelen wordt in de financiële paragraaf rekening gehouden met een scenario waarbij deze twee ingrepen worden gecombineerd.