Het speelveld in kaart PLG
Tekst van het document
“Ik zie recreatie ook als potentiële aanjager voor andere opgaven. Welke kansen biedt recreatie voor andere opgaven in Voorst? (uit: interview)
Vervolgvragen voor fase 2 en 3 •
Welke recreatieve doelgroepen zijn gewenst in de IJsselvallei en in Voorst?
•
Wat hebben deze doelgroepen nodig, welk aanbod hoort bij deze doelgroepen?
•
Wat is er al en waar moet het aanbod dan beter?
•
Hoe kijken we vanuit deze vragen naar de toekomst van huidige recreatieve plekken als Teuge en Bussloo?
•
Wat vraagt een nieuwe recreatieve positionering van het buitengebied?
•
Waar is verbetering van de recreatieve beleving gewenst, in de vorm van verbetering van ruimtelijke/landschappelijke kwaliteit?
•
Welke kansen biedt recreatie voor andere opgaven, bijvoorbeeld voor de landbouwtransitie?
52
Meer kaarten In de bijlage zijn meer kaarten te vinden m.b.t. natuur, recreatie, landschap en cultuurhistorie.
53
Opgave 7 Hoe ontwikkelen dorpen en erven zich de komende decennia? De dorpen van Voorst vormen een belangrijk onderdeel van de Voorster identiteit. Elk dorp heeft eigen eigen karakter, met eigen cultuurhistorische en ook sociale kwaliteiten. Hoe ontwikkelen deze dorpen zich in de toekomst? Een vergelijkbare vraag geldt voor erven in het buitengebied rondom de dorpen. Een deel van de boeren zal stoppen de komende jaren. Wat zijn gewenste mogelijkheden voor de herbestemming of ontwikkeling van deze agrarische erven? Kleine kernen in Voorst Voorst omvat 12 dorpen met daarnaast nog diverse buurtschappen. Twello is de grootste kern, in het middengebied van de gemeente, met zo’n 13.000 inwoners. De overige dorpen zijn kleinere dorpskernen, met zo’n 300 tot 3.000 inwoners. De kleine kernen liggen in het buitengebied en zijn kenmerkend voor het buitengebied. Kernen als onderdeel van de identiteit van Voorst De dorpse schaal van de kernen is één van de onderdelen van de identiteit van Voorst, zoals beschreven in de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst. Ook de krachtige sociale samenhang wordt als karakteristiek benoemd in deze visie. De kleine kernen zijn een belangrijke drager van deze sociale samenhang. Tegelijkertijd is de leefbaarheid in de kernen niet vanzelfsprekend.
Het aantal senioren neemt bijvoorbeeld toe, terwijl voorzieningen steeds meer geclusterd worden in grotere dorpen en steden. Ook wordt regelmatig genoemd dat jonge mensen lastig
Eén van de kleine kernen in Voorst, Nijbroek Foto: Open Kaart
55
een betaalbare woning kunnen vinden in de kernen van gemeente Voorst. Zowel de bestaande kwaliteiten als de opgaven in de kernen zijn relevant voor de toekomst van het buitengebied; we kijken in het Programma Landelijk Gebied daarom ook naar de kleine kernen. Huidig woonbeleid kleine kernen Het huidige woonbeleid voor de kleine kernen is dat er wordt gebouwd naar behoefte. Er is ruimte voor kleinschalige initiatieven en experimentele woonvormen. Inbreiding heeft de voorkeur boven uitbreiding van de kernen. Wonen en werken zijn (historisch gezien) gemengd. De gemeente stimuleert deze mix; deze draagt bij aan het dorpse karakter van de Voorster woonmilieus. (zie Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst) Hoe kan gemeente proactief sturen op de woningbouwopgave? Er is echter ook sprake van woningbouwdruk vanuit met name buurgemeenten Apeldoorn en Deventer. Wanneer Voorst niet zelf een visie vormt op de woningbouwopgave, is het risico dat de ruimtelijke inrichting bepaald wordt door anderen en nu gewaardeerde kwaliteiten verloren gaan. Het is van belang gebiedskwaliteiten scherp te verwoorden en vervolgens vanuit deze kwaliteiten na te denken over de juiste verdeling van de woningbouwopgave.
Waar kan de functie wonen (landschappelijke) kwaliteiten wellicht versterken? Waar zou je woningen kunnen of moeten clusteren om een hoger voorzieningenniveau te ondersteunen en andere gebieden te sparen? Wat betekent dit voor de verschillende kernen in het Voorster buitengebied? Zou er wellicht zelfs een nieuwe dorpskern gebouwd moeten worden? Dorpsbelangenverenigingen De kleine kernen hebben allen een dorpsbelangenvereniging die de belangen van de dorpsbewoners behartigt. Het buitengebied van Voorst is zo verdeeld dat ook bewoners buiten de kernen vertegenwoordigd worden. Steenenkamer heeft een buurtvereniging, die zich vooral op activiteiten richt. Twello heeft als enige dorp geen dorpsbelangenvereniging. Recent hebben de dorpsbelangenverenigingen het initiatief genomen elkaar met enige regelmatig te spreken in een ‘Dorpenplatform’.
“Leg waar het kan regie bij dorpen zelf. Laat hen op eigen wijze bijdragen aan de toekomst van het buitengebied.” (uit: interview)
Dorpsvisies De dorpsbelangenverenigingen zijn vrijwel allemaal actief betrokken bij de toekomst van hun dorp en het buitengebied rondom de dorpen. Verschillende dorpen hebben een dorpsvisie. In Nijbroek hebben inwoners samen met de gemeente de visie ‘Door Grond
57
Verbonden’ gemaakt. In Teuge is de Kanskaart Teuge gemaakt. Posterenk heeft het Dorpsontwikkelplan ‘Goed voor Elkaar’ gemaakt. Ook in Voorst en Wilp zijn de kansen voor de ontwikkeling van hun dorp in beeld gebracht. Programma Landelijk Gebied bevat geen aanvullende dorpsvisies of nieuwe woonvisie, maar benoemt wel belangrijke kwaliteiten In het Programma Landelijk Gebied zullen we aansluiten en voortbouwen op de visies die dorpen al hebben gemaakt. Voor de dorpen waar geen visie voor is, is het van belang identiteit en belangrijkste kwaliteiten van dorp en omgeving ook goed te duiden. We maken geen aanvullende dorpsvisies, maar formuleren in gesprek met inwoners wel de belangrijkste kenmerken en kwaliteiten; noodzakelijk voor het maken van afwegingen ten behoeve van het Programma Landelijk Gebied. We maken daarnaast ook geen woonvisie; wel zullen uitgangspunten in het Programma Landelijk Gebied naar verwachting aanleiding geven hier verder over na te denken. Uitvoeringsprogramma voor dorpen ( prionota) Een van de manieren waarop de uitkomsten van het Programma Landelijk Gebied een vervolg krijgen, is het maken van een uitvoeringsprogramma met specifieke aandacht voor de kernen. Dit uitvoeringsprogramma sluit aan bij de gemeentelijke doelstelling ‘vitaal platteland’ en is reeds benoemd als onderdeel van de prionota.
“Wie heeft straks regie over het buitengebied? Wie zorgt er voor het landschap als veel boeren stoppen? Daar maak ik me wel eens zorgen om.” (uit: interview)
Ontwikkelingen op gronden en erven rondom de kernen De veranderingen in het buitengebied worden ook gevoeld rondom de kernen. Gronden en erven krijgen een andere invulling omdat er wordt gewerkt aan klimaatadaptatie, omdat de agrarische sector in beweging is, omdat er ruimte voor duurzame energie wordt gezocht. Een deel van de boeren, naar verwachting 30%, ook in Voorst, heeft geen opvolging en zal de komende jaren stoppen. Dit betekent dat een deel van de erven anders gebruikt en ingericht zal worden. Pilot Rood voor Groen-beleid In
het
licht
van
deze
opgaven
werkt
gemeente
Voorst
aan
hernieuwd
functieveranderingsbeleid. Het bestaande Rood voor Rood-beleid, waarmee je stallen afbreekt en in ruil daarvoor een woningbouwkavel terug kunt krijgen, is door ontwikkeld tot Rood voor Groen-beleid. Dit betekent dat de gemeente ‘rode’ functies toestaat in ruil voor een aanmerkelijke verbetering van de ‘groene’ (of ‘blauwe’) kwaliteiten
58
van het buitengebied. Zo wordt de behoefte aan woningen gekoppeld aan andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie en versterking van het landschap. Het beleid geldt voor een periode van 2 jaar, als pilot. Gedurende het maken van het Programma Landelijk Gebied, zullen we ook in gesprek gaan over het Rood voor Groenbeleid, om feedback van mensen uit het buitengebied op te halen en het beleid waar nodig te verbeteren.
“Zijn er mogelijkheden om individuele initiatieven op erven (elders) te clusteren, voor meer impact?” (uit: interview)
Wat is mogelijk en wenselijk op veranderende erven? Rood voor Rood en Rood voor Groen maken het mogelijk nieuwe woningen te bouwen op of rond erven. Als hier in toenemende mate gebruik van wordt gemaakt, is de vraag wat wenselijk is. Is het -met het oog op de toekomst- wenselijk woningen te bouwen op alle erven van stoppende boeren? Het bebouwen van erven wordt door de meeste geïnterviewden niet als oplossing voor de woningbouwopgave gezien. Zijn er dan mogelijkheden om dergelijke ontwikkelingen te clusteren en elders een plek te geven; een plek die wellicht passender is, bijvoorbeeld in of aan de randen van de kernen? Is een woningbouwkavel het enige ‘wisselgeld’ in het functieveranderingsbeleid? Of zouden we het beleid kunnen inzetten om meer diversiteit in de herontwikkeling van erven te stimuleren, passend bij de plek? In de volgende fase is het nuttig vrijkomende erven meer in beeld te brengen en te onderzoeken. Vervolgvragen voor fase 2 en 3 •
Wat zijn de belangrijkste kwaliteiten van elke kleine kern?
•
Welke opgaven spelen in de kernen?
•
Wat is de gewenste ontwikkeling van de kleine kernen?
•
Wat zijn gewenste ontwikkelingen op erven van stoppende boeren? Wat is wenselijk en passend op erven in de verschillende deelgebieden van Voorst?
•
Hoe kan de gemeente proactief sturen op deze gewenste ontwikkelingen?
•
Hoe functioneert het Rood voor Groen-beleid? Hoe kan dit eventueel beter?
Meer kaarten In de bijlage zijn meer kaarten te vinden m.b.t. de historische ontwikkeling van kernen, huidig grondgebruik en bestemmingsplannen.
59
60
Vervolgstappen De 7 beschreven hoofdopgaven zijn het resultaat van de eerste verkenning van het speelveld van het Voorster buitengebied. De opgaven vormen het startpunt voor de volgende fases van de ontwikkeling van het Programma Landelijk Gebied. Fase 2: Verdieping van opgaven In de eerstvolgende fase worden de opgaven verder verdiept. Dit doen we in gesprekstafels voor elke opgave, waar betrokken belanghebbenden en experts aansluiten. Doel van deze gesprekken is om kaders, kennis en kansen rondom de opgave scherp te stellen. Deze kennis kunnen we vervolgens op een toegankelijke manier beschikbaar maken, zodat iedereen geïnformeerd deel kan nemen aan verdere gesprekken. Fase 3: Uitwerking toekomst landelijk gebied In de derde fase gaan we namelijk samen met bewoners, boeren en andere mensen in het buitengebied opzoek naar een gedeeld toekomstperspectief voor het landelijk gebied. Dit doen we in deelgebieden; gebieden waar belanghebbenden zich betrokken bij voelen. In de bijeenkomsten rondom deelgebieden brengen we de verschillende opgaven bij elkaar. Zo kunnen we ontdekken waar belangen te combineren zijn en waar juist niet. Waar belangen niet goed te combineren zijn, verkennen we keuzemogelijkheden en consequenties van deze keuzes, vanuit verschillende perspectieven.
Fase 4: Delen en toetsen van het Programma Landelijk Gebied In de laatste, vierde fase brengen we alle inbreng bijeen in een conceptversie van het Programma Landelijk Gebied. Door het Programma te testen en te toetsen, ook weer met belanghebbenden, zetten we de puntjes op de i en maken we een definitief resultaat dat voorgelegd zal worden aan de gemeenteraad. In deze fase besteden we ook bijzondere aandacht aan de uitvoering van het Programma Landelijk Gebied. Waar het kan, verzamelen en ondersteunen we potentiële initiatieven, zodat het ontwikkelproces van het Programma tegelijkertijd de kickstart van de uitvoering ervan is. Proces uitgewerkt in participatieplan Het proces van de ontwikkeling van het Programma Landelijk Gebied is nader uitgewerkt in een participatieplan. Hier zijn de stappen in detail uitgewerkt en wordt de samenwerking met belanghebbenden in en rond Voorst verder toegelicht. Het proces van de ontwikkeling van het Programma Landelijk Gebied is uitgewerkt in een participatieplan. Dit participatieplan is met inbreng uit de 50 interviews tot stand gekomen. Foto: Open Kaart
61
62
Bijlagen I Aanvullende kaarten
63
Watersysteem met historische ondergrond
water
beheercomponent A- en B- water peilvakken Stuw Gemaal drinkwaterreservering ASV waterwingebieden boringsvrije zone primaire waterkeringen
natuurlijkcomponent natte landnatuur water als verbinder waterloop met ecologische functies ondergrond Riviervlakten en beekdalen Veengebied Pleistocene zandgebieden, boven 0m. NAP
Bodemkaart uitgebreid
BRO-SGM-DownloadServiceData-V2018-3-15 map_area Veldpodzolgronden; lemig fijn zand Lage enkeerdgronden; lemig fijn zand Ooivaaggronden, lichte zavel Kalkhoudende duinvaaggronden; fijn zand Laarpodzolgronden; lemig fijn zand Laarpodzolgronden; grof zand Hoge zwarte enkeerdgronden; grof zand Holtpodzolgronden; grof zand Kamppodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Beekeerdgronden; grof zand Mengelgronden Vorstvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Beekeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Poldervaaggronden; klei Holtpodzolgronden; lemig fijn zand Kalkhoudende poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 Kamppodzolgronden; grof zand Beekeerdgronden; lemig fijn zand Hoge bruine enkeerdgronden; lemig fijn zand Kalkhoudende poldervaaggronden; zavel, profielverloop 2 Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand Moerige eerdgronden met een zavel- of kleidek en een moerige tussenlaag op zand Kalkloze poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 4 Poldervaaggronden; zware zavel Laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Haarpodzolgronden; grof zand Overslaggronden Vorstvaaggronden; grof zand Kalkhoudende ooivaaggronden; lichte zavel Kalkloze ooivaaggronden; zware zavel en lichte klei Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Akkereerdgronden; lemig fijn zand Kalkloze ooivaaggronden; lichte zavel Veldpodzolgronden; grof zand Hoge
bruine enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Leek-/woudeerdgronden; zandige leem; colluvium in dal Koopveengronden op zand, beginnend ondieper dan 1.2 m Gooreerdgronden; grof zand Kalkloze poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 2 Vlakvaaggronden; lemig fijn zand Vlakvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Loopodzolgronden; grof zand Poldervaaggronden; lichte zavel Vlierveengronden op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1.2 m Gooreerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Kalkloze poldervaaggronden; zavel en lichte klei, profielverloop 2 Kalkhoudende ooivaaggronden; zware zavel en lichte klei Kalkloze poldervaaggronden; zavel en lichte klei, profielverloop 3, of 3 en 4 Kalkloze poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 Kalkhoudende poldervaaggronden; zavel en lichte klei, profielverloop 3, of 3 en 4, of 4 Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Vorstvaaggronden; lemig fijn zand Duinvaaggronden; grof zand Waardveengronden op zand, beginnend ondieper dan 1.2 m Kalkloze drechtvaaggronden; profielverloop 1 Kalkhoudende poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 5 Kalkhoudende vorstvaaggronden; fijn zand Haarpodzolgronden; lemig fijn zand Meerveengronden op zand zonder humuspodzol, beginnend ondieper dan 1.2 m Haarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Holtpodzolgronden; leemarm en zwak lemig
fijn zand Moerige podzolgronden met een humushoudend zanddek en een moerige tussenlaag Loopodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Duinvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand Loopodzolgronden; lemig fijn zand Duinvaaggronden; lemig fijn zand Kalkloze poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 3, of 3 en 4 Kalkhoudende poldervaaggronden; klei, profielverloop 2 Akkereerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Gooreerdgronden; lemig fijn zand Moerige eerdgronden met een moerige bovengrond op zand BRO-SGM-DownloadServiceData-V2018-3-15 map_area kopie Water Moeras Dijk
Ontstaansgeschiedenis paleografisch
5500 v.C.
1500 v.C.
100 n.C.
800 n.C.
Ontstaansgeschiedenis paleografisch
1250 n.C.
1500 n.C.
1850 n.C.
2000 n.C.
Historische kaarten
1850
1900
1940
1962
Historische kaarten
1976
1990
2010
2020
Hoogtekaart
hoogte AHN4
10
0
Infrastructuur
Openbaar_Vervoer_Nederland Bus Trein bushalte Station route_ferry top10_wegen kopie autosnelweg hoofdweg lokale weg regionale weg Hoogspanning leiding en mast
Cultuurhistorie landschappen en objecten
Recreatieve voorzieningen
recreatieve voorzieningen dagrecreatie verblijfsrecreatie sportvoorzieningen fietsen Hanzeroute fietsknooppuntennetwerk wandelen Marskramerpad (LAW) Hoofdroute route uit de stad Apeldoorn Hanzestedenpad ondersteunend en verbindend treinstation rustpunten langs fietsen wandelroutes veer cultuurhistorische elementen gemeentelijke monumenten monumentale boerderijen molens Rijksmonumenten wielen
Natuur excl. ambities
Natte natuur Specifiek ecologische doelstelling Eologische functies water Overige waterlopen Natte landnatuur Beschermingszone natte landnatuur Primaire waterkeringen
Provinciaal beleid Groene ontwikkelingszone Gelders natuurnetwerk Ganzenrustgebieden Weidevogelgebieden natura2000
Ambitie beheergebied Landschapselementen
N00.01 Functieverandering van landbouw naar nieuwe N00.02 Inrichting nieuwe natuur N01.04 Zand- en kalklandschap N02.01 Rivier N03.01 Beek en Bron N04.02 Zoete Plas N05.03 Veen moeras N05.04 Dynamisch moeras N06.01 Veenmosrietland en moerasheide N06.03 Hoogveen N06.04 Vochtige heide N06.05 Zwakgebufferd ven N06.06 Zuur ven en hoogveenven N07.01 Droge heide N10.01 Nat schraalland N10.02 Vochtig hooiland N11.01 Droog schraalgrasland N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland N12.03 Glanshaverhooiland N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland N12.05 Kruiden- of faunarijke akker N12.06 Ruigteveld N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos N14.02 Hoog- en laagveenbos N14.03 Haagbeuken- en essenbos N15.02 Dennen-, eiken- en beukenbos N16.03 Droog bos met productie N16.04 Vochtig bos met productie N17.02 Droog hakhout N17.03 Park- of stinzenbos N17.06 Vochtig en hellinghakhout
Ontwikkeling dorpskernen
De Vecht
Nijbroek
Teuge
Terwolde
Ontwikkeling dorpskernen
Twello
Steenenkamer
Wilp-Achterhoek
Posterenk
Ontwikkeling dorpskernen
Bussloo
Wilp
Klarenbeek
Voorst
Bestemmingsplannen
bestemmingsplangebied Buitengebied, geconsolideerde versie alle landgoederen bestemmingsplangebied landgoederen met specifiek bestemmingsplan
Beheer
beheer agrarisch areaal landgoederen natuurbeleid natura2000 GNN Groene ontwikkelingszone bestemmingsplangebied Buitengebied, geconsolideerde versie