GEWIJZIGD Meerjarenprogrammabegroting 2023-2026 (2022-48787)
Tekst van het document
Over de overblijvende middelen, die in het coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere de VNG, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk. Extra capaciteit buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) De Tweede Kamer heeft op 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 mln. is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en boa's in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 mln. voor de boa's beschikbaar gesteld. Participatie In 2022 heeft een actualisatie van de verdeling van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-middelen plaatsgevonden. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaard eenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding (beschut werk). Verder vindt voor het onderdeel participatie nog een compensatie plaats voor loon- en prijsbijstelling.
Voogdij/18+ Per 1 januari 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel ingevoerd. Dit betekent dat de verant-woordelijkheid voor de zorg van kinderen vallende onder deze regeling is verschoven naar de gemeente van herkomst. Dit betekent dat ook de budgetten vanuit het Rijk verschuiven naar de gemeente van herkomst. Bij de Meicirculaire 2021 was het grootste gedeelte van de middelen voor Voogdij/18+ al verrekend. Bij de Meicirculaire 2022 wordt voor dekomende jaren ook nog een gedeelte verrekend. Net als bij het onderdeel participatie vindt ook voor het onderdeel Voogdij/18+ compensatie plaats voor loon- en prijsbijstelling.
| 77
De decentralisatie- en integratie-uitkeringen, die overigens budgettair neutraal in de begroting worden geraamd, zijn: Omschrijving Decentralisatieuitkeringen: Brede impuls combifuncties, buurtsportcoaches (DU) Extra capaciteit BOA's Provinciale taken vergunningverlening VTH - taken (DU) Voorschoolse voorziening peuters (DU) Armoedebestrijding kinderen (DU) Integratieuitkeringen Participatie WSW (IU)
2023
2024
2025
2026
104 33 68 47 52
104 33 68 47 52
104 33 68 47 52
104 33 68 47 52
2.065
2.018
2.020
1.919
Bedragen x € 1.000
Instellen behoedzaamheidsreserve Zoals aangegeven nemen de accressen enorm toe voor de komende jaren door de stijging van de rijksuitgaven volgens het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet en de Voorjaarsnota 2022 van het Rijk. Maar het is nog maar de vraag in hoeverre het Rijk alle beleidsvoornemens ook daadwerkelijk de komende jaren kan realiseren gelet op onder andere de krapte op de arbeids- en grondstoffenmarkt. Als dat leidt tot lagere rijksuitgaven heeft dat weer een dempend effect op de ontwikkeling van het gemeentefonds (trap op-trap af - systematiek). Daarom is besloten om 20% van de extra middelen vanuit de Meicirculaire 2022 voor de jaren 2023-2026 achter de hand te houden. Op deze manier is het bij eventuele toekomstige negatieve ontwikkelingen in het gemeentefonds niet gelijk nodig om aanpassingen door te voeren in onze begroting.
OZB woningen en niet-woningen en overige belastingen OZB en overige belastingen OZB woningen OZB niet woningen Reclamebelasting Precariobelasting Totaal
Raming 2022 4.245.616 2.536.360 110.000 1.294.250 8.186.226
Raming 2023 4.680.658 2.732.536 110.000 7.523.194
Onder deze taakvelden verantwoorden wij de onroerende zaakbelastingen voor woningen en niet-woningen en de overige belastingen zoals de reclame- en precariobelasting. Deze belastingen lichten we verder toe in de paragraaf Lokale heffingen.
Treasury Tot dit taakveld behoren de activiteiten van de gemeente met betrekking tot de treasury-functie zoals financiering, beleggingen, dividenden etcetera waaronder dividend nutsbedrijven. Dividend De gemeente Voorst heeft 21.634 gewone en 14.322 preferente aandelen in het waterbedrijf Vitens. Vitens wil de solvabiliteit de aankomende jaren laten stijgen naar een minimumniveau van 35% en blijven voldoen aan de financiële ratio’s zoals gesteld door de kredietverstrekkers. Hiervoor zal de aankomende jaren het nettoresultaat moeten worden toegevoegd aan het eigen vermogen en voorlopig geen dividend worden uitgekeerd. De gemeente Voorst heeft 112.983 aandelen in het maatschappelijk kapitaal van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
78 |
De ontvangsten aan dividend ramen we als volgt: Dividend Bank Nederlandse Gemeenten Vitens (inclusief rentevergoeding preferente aandelen) Totaal
Raming 2022 159.400 0 159.400
Raming 2023 159.400 0 159.400
Voor een nadere toelichting op de ontwikkelingen binnen het taakveld Treasury en het treasurybeleid verwijzen we u naar de paragraaf Financiering.
Overige baten en lasten De raming in het taakveld Overige baten en lasten bestaan uit de stelposten met betrekking tot lasten van de investeringen uit het Meerjareninvesteringsprogramma (MIP) en Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) 2022-2025, voor zover deze niet zijn geraamd op de desbetreffende taakvelden.
Vennootschapsbelasting Op dit taakveld verantwoorden we het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting. Met ingang van 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen ingevoerd. Vennootschapsbelasting is verschuldigd vanwege fiscale winst die per saldo is gerealiseerd op ondernemingsactiviteiten in het begrotingsjaar na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. De eventueel verschuldigde vennootschapsbelasting voor 2023 is bij het opmaken van deze begroting nog niet bekend. In de loop van 2023 rapporten wij hierover via het Voortgangsbericht of de Bestuursrapportage.
| 79
Reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen
Algemene reserve vrij aanwendbaar Reclamebelasting Dekking kapitaallasten Eenmalige investeringen en incidentele raadsbesluiten Totaal reserves Onderhoud gemeentelijke gebouwen Totaal voorzieningen
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo 2022 2023 2024 2025 2026 7.891.292 7.736.292 7.711.292 7.686.292 7.661.292 254 254 254 254 254 6.751.507 6.261.603 5.791.608 5.328.271 4.894.312 1.328.365 1.302.365 1.302.365 1.302.365 1.302.365 15.971.418 15.300.514 14.805.519 14.317.182 13.858.223 716.905 587.615 445.721 380.650 182.512 716.905 587.615 445.721 380.650 182.512
Standen per 31 december
Toelichting reserves en voorzieningen, die niet bij de programma´s zijn opgenomen. Reserves: Algemene reserve vrij aanwendbaar Deze reserve is bestemd voor het dekken van lasten waar op geen andere wijze rekening mee gehouden is. Financiële mee- en tegenvallers worden ten gunste c.q. ten laste van deze reserve gebracht. Reclamebelasting Deze bestemmingsreserve heeft de egalisatie van financiële overschotten en tekorten van reclamebelasting tot doel. Door een afroming ten gunste van Ondernemersvereniging Twello Centrum in 2021 en het negatieve resultaat 2021 komt de hoogte van de reserve uit op € 254. Dekking kapitaallasten Deze reserve zetten we in ter dekking van kapitaallasten van in het verleden gedane investeringen met als dekking een reserve. Eenmalige investeringen en incidentele raadsbesluiten Deze reserve biedt dekking voor de financiële gevolgen van alle bestaande en nieuwe raadsbesluiten met een eenmalig karakter, die niet op de exploitatie verantwoord kunnen worden of specifiek aan andere reserves toe te schrijven zijn. Voorzieningen: Onderhoud gemeentelijke gebouwen Het onderhoud van gemeentelijke gebouwen is gebaseerd op het geactualiseerd MOP 2023-2032. Tot en met 2032 is de dotatie en de stand van de voorziening voldoende om het onderhoud te bekostigen.
80 |
3.9 Overhead Algemeen In dit onderdeel zijn de kosten van de overhead opgenomen. Onder overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (zgn. PIOFACH-kosten: Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting). Ook de rente en afschrijvingskosten op investeringen op het terrein van de overhead vallen onder dit onderdeel. Conform de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), worden de kosten niet meer toegerekend aan de programma's. In de programma's nemen we alleen de kosten op die betrekking hebben op het primaire proces. Taakveld
0-4 Overhead Totaal lasten 0-4 Overhead Totaal baten Saldo
Begroting 2022 Incl. wijzigingen 7.263.364 7.911.227 7.263.364 7.911.227 618.863 680.562 618.863 680.562 -6.644.502 -7.230.664 Werkelijk 2021
Raming begroting 2023
2024
2025
2026
8.773.347 8.773.347 703.569 703.569 -8.069.778
8.726.605 8.726.605 705.277 705.277 -8.021.328
8.752.923 8.752.923 707.065 707.065 -8.045.858
8.841.270 8.841.270 712.340 712.340 -8.128.930
Toelichting ontwikkelingen begroting 2023 t.o.v. 2022: Algemeen De loonkosten zijn in 2023 ten opzichte van 2022 gestegen als gevolg van de CAO wijzigingen en het indexpercentage dat wij hanteren voor 2023 is hoger dan voorgaande jaren in verband met alle ontwikkelingen op dit moment.De stijging van kapitaallasten hebben vooral betrekking op het gemeentehuis en automatisering. Deze zijn ten opzichte van 2022gestegen, doordat vanaf 2023 de investeringen worden afgeschreven. 0-4 Overhead De grootste verschillen betreffen vooral een toename van kosten in de automatisering, arbozorg ten behoeve van het WSW personeel, en het gemeentehuis. Op de post bestuursondersteuning van het college B en W is het budget ten behoeve van de verdere implementatie van de Wet open overheid opgenomen. In de algemene uitkering van het gemeentefonds zijn overigens voor deze implementatie middelen beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt het verschil deels veroorzaakt door de in 2022 afgeronde projecten. Investeringen Jaar Meerjaren Investerings Programma Geen investeringen Meerjaren Onderhouds Programma ICT investeringen in hardware, software en diensten *) Tractie (onderhoudsmaterieel, dienst- en bestelauto´s, ebike) *) Totaal Overhead *)
2023 t/m 2026 2023 t/m 2026
Bedrag Begroting Begroting Begroting Begroting investering 2023 2024 2025 2026 0
0
0
0
0
1.200.000
100
60.400
120.600
180.800
114.020
0
5.000
0
5.000
1.314.020
100
65.400
120.600
185.800
*) gewijzigd
| 81
Beleidsindicatoren In dit overzicht staan de bij ministeriële regeling vastgestelde beleidsindicatoren die betrekking hebben op dit begrotingsprogramma. Via de link: www.waarstaatjegemeente.nl kunnen vergelijkingen worden gemaakt met andere gemeenten en landelijke gemiddelden. Taakveld Overhead Overhead
Naam indicator Apparaatskosten Externe inhuur
Overhead
Overhead
82 |
Eenheid Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Indicator Voorst Bron 716 Eigen begroting 6,05% Eigen begroting 11,23% Eigen begroting
Hoofdstuk 4 Paragrafen
| 83
4.1 Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, rechten en retributies) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. De lokale heffingen zijn inkomstenbronnen waarop de raad invloed kan uitoefenen. De heffingen worden onderverdeeld in "zuivere of ongebonden heffingen" en “niet zuivere of de gebonden heffingen (retributies en rechten)”. Tegenover de ongebonden heffingen staat geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. In Voorst gaat het dan om: de onroerende-zaakbelastingen, de toeristenbelasting, de reclamebelasting en de precariobelasting. Tegenover de gebonden heffingen staat wel een directe aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. In Voorst gaat het dan om: de afvalstoffenheffing / reinigingsheffingen, de rioolheffing, het marktgeld, de lijkbezorgingsrechten en de leges. De opbrengst van de gebonden heffingen mag in totaliteit niet hoger zijn dan de toerekenbare kosten die de gemeente maakt om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen verantwoorden we in verschillende programma's. Het (meerjaren)beleid over de lokale belastingen, inclusief het kwijtscheldingsbeleid, ligt vast in de nota lokale heffingen, het coalitieprogramma en de belastingverordeningen.
Uitgangspunt van het beleid is om de lastendruk beperkt te houden en niet meer lasten bij de inwoners neer te leggen dan aantoonbaar noodzakelijk is. Voorzover toegestaan en wettelijk mogelijk indexeren we de opbrengsten jaarlijks. Ontwikkelingen zuivere, ongebonden heffingen Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Op basis van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerendezaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en bepaalde taken van de gemeente. De opbrengst is onderdeel van de algemene middelen. De OZB is een tijdstipbelasting. Dit betekent dat voor het bepalen van de belastingplicht de situatie per 1 januari van het belastingjaar geldt. Veranderingen in de loop van het jaar, bijvoorbeeld de verkoop van een huis, worden pas meegenomen in het volgende belastingjaar.De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting (voor woningen en bedrijven) en een gebruikers-belasting (voor bedrijven). De heffing wordt berekend naar een percentage van de (individuele) waarde van de onroerende zaak volgens de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Dit zogenaamde tariefpercentage is de geraamde gecorrigeerde opbrengst gedeeld door de vastgestelde totale WOZ-waarde van alle panden in die categorieën (eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen of gebruikers niet woningen) in de gemeente.
Zo worden drie tarief-percentages berekend, één voor OZB-woningen en twee voor OZB niet-woningen. Alle onroerende zaken in Voorst waarderen we jaarlijks naar een waardepeildatum die één jaar voor het belastingjaar ligt. Voor het belastingjaar 2023 is de waardepeildatum 1 januari 2022. De uitkomsten van de jaarlijkse herwaardering bepalen, naast de inflatiecorrectie, de hoogte van de tarieven OZB voor 2023. Bij de berekening van de tariefpercentages passen we een correctie toe voor verwachte toegekende OZB bezwaarschriften, leegstand bedrijven, eventuele kwijtschelding en areaaluitbreiding (nieuwbouw en verbouw). Soort Woningen eigenaar Niet-woningen eigenaar gebruiker
84 |
2019
2020
2021
2022
0,1071%
0,1130%
0,1090%
0,1126%
0,1968% 0,1485%
0,2019% 0,1641%
0,2035% 0,1781%
0,2359% 0,1957%
Toeristenbelasting Op basis van artikel 224 van de Gemeentewet kunnen gemeenten toeristenbelasting heffen voor overnachtingen van personen binnen de gemeente die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP) zijn ingeschreven. Toeristenbelasting wordt geheven van degene die gelegenheid tot verblijf biedt. De belastingplichtige is bevoegd de belasting te verhalen op de verblijfsgenieter. De tariefstructuur van onze toeristenbelasting kent 3 soorten verblijfsaccommodaties met ieder een afzonderlijk nachttarief. De opbrengst toeristenbelasting merken we in Voorst aan als een algemeen dekkingsmiddel. Tarief Overnachten in kampeermiddel Overnachten in hotel, ontbijthotel , vliegtuighotel , etctera Overige overnachtingen
2019 0,89 1,86 1,27
2020 0,90 1,89 1,29
2021 0,92 1,92 1,31
2022 0,94 1,95 1,33
Reclamebelasting Op basis van artikel 227 van de Gemeentewet kunnen gemeenten reclamebelasting heffen. Reclamebelasting kan worden geheven over openbare aankondigingen (reclame-uitingen) die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Het gaat om aankondigingen in letters, symbolen, voorwerpen kleuren of een combinatie daarvan. Voorbeelden zijn gevelreclame, bestickering op ramen, posters, vlaggen, uithangborden, luifels of spandoeken. In Voorst heffen we alleen reclamebelasting in het centrum van Twello. De reclamebelasting is in goed overleg met de Ondernemersvereniging Twello Centrum ingevoerd in de vorm van een publiek private samenwerking. Als tegenprestatie voor de invoering is overeengekomen dat Voorst gedurende 10 jaar geen parkeerbelasting invoert in Twello centrum. Op 12 maart 2018 heeft de gemeenteraad besloten om die periode te verlengen tot 2029. Ook is overeengekomen dat de jaarlijkse opbrengst reclamebelasting een vaste bestemming heeft. Een vast deel van de opbrengst is bestemd voor de Ondernemersvereniging. Een vast deel is bestemd voor de exploitatie van de parkeergarage en een vast klein deel is een tegemoetkoming in de perceptiekosten. Op 27 januari 2020 heeft de gemeenteraad besloten om jaarlijks te bepalen of we de eventuele meeropbrengst reclamebelasting, onder aftrek van de aan te houden reserve van € 4000, kunnen uitbetalen aan de Ondernemersvereniging.
De tariefstructuur van de reclamebelasting is met ingang van 2017 gewijzigd. Per 2017 is de tariefstructuur als volgt: a. een vast bedrag per vestiging van € 850 verhoogd met b. een opslag van € 0,65 per € 1.000 van de WOZ waarde per vestiging (bedrijfsgedeelte). Het vaste bedrag per vestiging en het tarief wordt alleen aangepast als de opbrengst van de heffing achterblijft bij de in de begroting geraamde opbrengst die is vastgesteld op € 110.000 per jaar. De opbrengst indexeren we niet. Precariobelasting Vanaf 2022 heffen we geen precariobelasting meer. Per 1 juli 2017 is de precariobelasting op kabels en leidingen van nutsbedrijven namelijk afgeschaft. Ontwikkelingen onzuivere, gebonden heffingen Afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen De wettelijke basis voor het heffen van afvalstoffenheffing is geregeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. De wettelijke basis voor de reinigingsheffingen is artikel 229 van de Gemeentewet. Op basis van de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de wettelijke taak om zorg te dragen voor de inzameling, transport en verwerking van afvalstoffen die afkomstig zijn van particuliere huishoudens. De inzameling en het transport van het afval wordt uitgevoerd door een private huisvuilinzamelaar. De kosten van de inzameling, het transport en de verwerking van afvalstoffen worden betaald uit de afvalstoffenheffing. | 85
Gelijktijdig met het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen wordt bij een klein aantal bedrijfspanden (scholen, kerken, etc.) ook bedrijfsafval (vergelijkbaar met huishoudelijk afval) ingezameld. Voor die inzameling heffen we een reinigingsheffing. Belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing is de gebruiker van een perceel waarvoor de gemeente een wettelijke plicht tot inzameling heeft en die inzamelverplichting ook wordt nagekomen. Belastingplichtigen die voldoen aan de voorwaarden zijn verplicht de afvalstoffenheffing te betalen, ook als zij geen afval ter inzameling aanbieden. Belastingplichtig voor de reinigingsheffing is degene die het bedrijfsafval aanbiedt. Niet aanbieden betekent geen heffing. De tariefstructuur voor de afvalstoffenheffing en voor de reinigingsheffingen is vanaf 2014 het beloningssysteem. Dit is een diftar variant, bestaande uit een jaarlijks vastrecht verhoogd met een jaarlijkse afrekening van het in het voorafgaande jaar geledigde aantal “grijze” containers. Voor hoogbouw geldt een afwijkende tariefstructuur, namelijk de structuur van de betaalde Voorster vuilniszak. Kenmerk van ons beloningssysteem is dat de belastingplichtige zelf grote invloed heeft op de hoogte van haar/zijn verschuldigde afvalstoffenheffing. De invoering van het beloningssysteem is uit het oogpunt van duurzaamheid een groot succes.
Door de goede afvalscheiding is het aantal ter lediging aangeboden 'grijze' containers fors gedaald. Omdat naast het vastrecht alleen de daadwerkelijk ter lediging aangeboden grijze containers worden belast, heeft de gemeenteraad, ingaande in 2019, tariefmaatregelen moeten nemen om de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht weer op op 100% te brengen.Het vastrechttarief Afvalstoffenheffing 2022 bedraagt € 164,65 en dat voor het Reinigingsrecht € 199,25 (inclusief BTW). Het tarief Afvalstoffenheffing respectievelijk Reinigingsrecht per lediging van de grijze container bedraagt met ingang van 2022 € 5,40 respectievelijk € 6,55 (inclusief BTW). Naast 2021 verwachten we ook in 2022 en 2023 positieve resultaten (kostendekkendheid boven 100%) m.b.t. afval, die worden toegevoegd aan de egalisatiereserve tarieven afvalstoffenheffing. De belangrijkste reden hiervoor is dat een aantal recyclebare stromen meer opbrengen dan waar wij rekening mee hielden. In 2022 en 2023 wordt gewerkt aan de voorbereiding en implementatie van een nieuw afvalbeleid per 2024.Los van de gekozen uitwerking krijgen we per 2024 te maken met een kostenstijging van de afvalinzameling en verwerking.
Deze kostenstijging wordt veroorzaakt door het aflopen van het contract met inzamelaar Ter Horst: Ter Horst heeft in 2015 de aanbesteding “gewonnen” met een inschrijfprijs die ruim lager was dan de overige inschrijvers.Dat contract loopt 1 januari 2024 ten einde en kan niet meer verlengd worden. De inzameling wordt per 1 januari 2024 opgepakt door Circulus tegen marktconforme tarieven hetgeen resulteert in een forse prijsstijging. Ook als Ter Horst nu opnieuw zou inschrijven zouden we met een flinke prijsstijging te maken krijgen o.a. omdat de kosten van energie en personeel fors zijn toegenomen. Verder hebben we bij de aansluiting bij Circulus een tijdelijke korting bedongen. Deze korting loopt eveneens ten eind op 1 januari 2024. Tenslotte kan een nieuw aangepast beleid ook leiden tot een extra prijsstijging. Om met deze prijsstijgingen een kostendekkingspercentage van 100% te bereiken is op termijn een extra verhoging van de tarieven Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten (of vastrecht, of variabel deel of beide) noodzakelijk. De verwachting is echter dat, door de (verwachte) positieve resultaten over 2021 tot en met 2023, de egalisatiereserve tarieven afvalstoffenheffing tot en met 2026 voldoende ruimte heeft om de begrote negatieve resultaten 2024-2026 op te vangen.
86 |
Tarief per huishouden 1-persoonshuishouden vastrecht, verhoogt met: tarief per lediging grijze container Meerpersoonshuishouden vastrecht, verhoogt met: tarief per lediging grijze container Reinigingsrecht: basis vastrecht, verhoogt met: tarief per lediging grijze container
Omschrijving Afval
Directe lasten Overhead 2.121.348 48.944
2019 109,20 5,30 109,20 5,30 132,10 6,40
2020 136,70 5,30 136,70 5,30 165,40 6,40
2021 162,05 5,30 162,06 5,30 196,05 6,40
2022 164,65 5,40 164,65 5,40 199,25 6,55
Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 273.874 2.444.165 2.137.250 306.915 2.444.165 100%
Rioolheffing De wettelijke basis voor het heffen van rioolheffing ligt in artikel 228a van de Gemeentewet. In de rioolheffing berekenen we kosten door die verbonden zijn aan het in stand houden van het gemeentelijk rioleringsstelsel en het op orde houden van de grondwaterstand. Met de invoering in 2008 van de Wet gemeentelijke watertaken hebben we naast de zorgplicht voor het afvoeren van huishoudelijk afvalwater en regenwater ook de zorgplicht voor het grondwater. Daarmee is ook de mogelijkheid ontstaan om de kosten, die verbonden zijn aan de taken die voortvloeien uit de Wet gemeentelijke watertaken, toe te rekenen aan de rioolheffing. In 2019 is als vervanger van het Gemeentelijk Riolerings Plan (GRP) het nieuwe Programma Water 2020-2025 aan u gepresenteerd. In het Programma Water zijn speerpunten van gemeentelijk beleid concreet ingevuld. Het programma geeft een beeld van de situatie 2020 en een visie voor de toekomst. De thema's in het programma zijn: afvalwater, regenwater, oppervlaktewater, grondwater en drinkwater. In het programma geven we meerjarig inzicht in de kosten die we makenvoor de thema's waaronder ook de instandhouding van het gemeentelijk rioolstelsel. Het programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. De opbouw van het programma ligt in de lijn van de Ruimtelijke Toekomstvisie en de Omgevingsagenda.
Het programma vormt te zijner tijd één van de bouwstenen voor het Omgevingsplan. De kosten voor het instandhouden van het rioolstelsel en de grondwatertaken, verhalen we via de rioolheffing op gebruikers van woningen en niet-woningen. Belastingplichtig voor de rioolheffing is de gebruiker van een perceel. Het tarief van de rioolheffing is in Voorst gebaseerd op het aantal geloosde m3 afvalwater, binnen de tariefgroepenstructuur. Het basistarief Rioolheffing 2022 bedraagt € 217,55. Tarief Rioolrecht: basistarief
Omschrijving Riolering
2019 277,00
Directe lasten Overhead 2.253.878 190.977
2020 210,32
2021 214,10
2022 217,55
Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 98.934 2.543.789 2.532.073 11.716 2.543.789 100,0%
Marktgeld De wettelijke basis voor het heffen van marktgeld is artikel 229 van de Gemeentewet. In het marktgeld heffen we de kosten die verbonden zijn aan onder andere het ter beschikking stellen van een standplaats op een deel van de openbare ruimte die gebruikt wordt voor de markt in Twello dan wel voor het innemen van een standplaats in de overige kernen.Belastingplichtig voor het marktgeld is degene voor wie wij de dienst verlenen of van degene die van bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Het marktgeld is voor bijna 100% kostendekkend en bedraagt € 2,31 per strekkende meter per dag of gedeelte daarvan met een minimum van € 9,24 per standplaats.
| 87
Omschrijving Markt
Directe lasten Overhead 38.013 15.228
BTW 0
Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 53.241 43.190 9.615
KostenTotale dekkendbaten heid 52.805 99,2%
Lijkbezorgingsrechten / begraafrechten De wettelijke basis voor het heffen van lijkbezorgingsrechten is artikel 229 van de Gemeentewet. In de lijkbezorgingsrechten verhalen we de kosten, die verbonden zijn aan het gebruik van de begraafplaatsen en die voor de door of vanwege de gemeente verleende diensten. De afname van het aantal begrafenissen en minder langdurige verlengingen van grafrechten zorgen voor minder inkomsten. Daardoor is het uitgangspunt 100% kostendekkendheid losgelaten.
Omschrijving Lijkbezorging
Directe lasten Overhead 204.168 12.771
BTW 0
Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 216.939 165.296 337
KostenTotale dekkendbaten heid 165.633 76,4%
Leges De wettelijke basis voor het heffen van leges is artikel 229, lid 1, letter b van de Gemeentewet. De gemeente levert op aanvraag van individuele burgers een uiteenlopend pakket aan diensten. Door het heffen van leges verhalen we de kosten die we hiervoor maken in principe op de burger die de dienst afneemt. Voorbeelden zijn het verstrekken van een paspoort of het verlenen van een vergunning. Degene die de dienst aanvraagt betaalt ook de leges. De heffingsmaatstaf is zeer divers en wordt vermeld in de tarieventabel die hoort bij de legesverordening. Kostendekkendheid De leges zijn in de tarieventabel van de legesverordening ingedeeld in drie titels: titel I, algemene dienstverlening; titel II, dienstverlening vallend onder de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning; titel III, dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn. De Gemeentewet schrijft voor dat tarieven in Legesverordening zodanig moeten zijn vastgesteld, dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten ter zake. De vrijheid die gemeenten hebben bij het vaststellen van deze tarieven wordt daarmee begrensd door de eis van maximale kostendekking. De kostendekkendheid moet worden beoordeeld op het niveau van de gehele legesverordening. Voor diensten die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn (Titel 3 van de Legesverordening) geldt een kostendekkendheid per hoofdstuk.
De legesverordening voldoet aan de hiervoor geschetste vereisten. Het gewijzigde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) stelt per 2017 nieuwe eisen aan de transparantie van de berekening van de kostendekking. Overeenkomstig dit besluit zijn directe, overheadkosten en de BTW-component afzonderlijk in beeld gebracht. De kostendekking is per hoofdstuk berekend. De huidige mate van kostendekkendheid, alsmede de eventuele tariefruimte wordt op die manier inzichtelijk. Een belangrijke eis is die van de herleidbaarheid. De ramingen van baten en lasten moeten te herleiden zijn tot de begroting. Niet alle in de begroting genoemde lasten zijn daarentegen verhaalbaar. Voorbeelden daarvan zijn kosten die verband houden met bezwaar en beroep tegen vergunningen, beleidskosten en handhavingskosten of bijvoorbeeld gratis huwelijken. De gemeente heeft hiervoor in 2014 onderzoek verricht en percentages verhaalbare kosten per afdeling bepaald. Voor belastingjaar 2021 is deze methode ook toegepast en daar waar nodig herijkt. Mutatis mutandis geldt dit ook voor de raming van de baten. Voornoemde systematiek is in een procedure tegen de 88 |
gemeente Voorst (uitspraak Rechtbank 24 juni 2019) door de belastingrechter getoetst en geaccordeerd. Zoals aangegeven bij Programma in Bouwend Voorst heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging op de bouw (Wkb) gevolgen voor ons legesmodel en de legesinkomsten. De beoogde inwerkingtreding van beide wetten is vooralsnog 1 januari 2023. Echter, wij houden ook rekening met opnieuw uitstel van de wetten. Naar verwachting zal hierover rond oktober/november 2022 duidelijkheid komen. In de begroting nemen wij nog de oude systematiek over met een verwachte opbrengst aan legesinkomsten Wonen en Bouwen van € 945.795 (raming 2022 inclusief index). Wel willen wij benoemen dat bij daadwerkelijke inwerkingtreding van de wetten (op 1 januari 2023 of wellicht later in 2023) de legesinkomsten lager zullen uitvallen. Wij informeren u hierover in het Voortgangsbericht 2023 en de bestuursrapportage 2023.
| 89
Uit onderstaand overzicht blijkt dat bij diverse rubrieken (vooralsnog) geen lasten en baten zijn of kunnen worden gevuld. Niet op alle genoemde posten worden baten en lasten verantwoord.Op basis van de beschikbare gegevens zijn de leges, zowel berekend op titel niveau van de tarieventabel van de Legesverordening alsook op basis van de gehele tarieventabel niet kostendekkend. Legesverorde- Titel I Algemene Lasten OverheadBTW Totale Leges Andere Totale Kosten- * ning Hoofdstuk dienstverlening taaklasten inkom- baten dekkendtarieventabel velden sten heid 1.1 1.1 Burgerlijke 176.863 106.491 3.795 287.149 55.272 55.272 19,2% 2 stand (inclusief leges verstrekkingen uit BRP) 1.2 1.2 95.589 42.492 - 138.081 97.876 97.876 70,9% 1 Reisdocumenten 1.3 1.3 Rijbewijzen 123.687 49.696 - 173.383 188.759 - 188.759 108,9% 1 1.4 1.4 29.633 21.510 51.143 1.959 1.959 3,8% 2 Verstrekkingen uit BRP 1.5 1.5 Wet 283 206 489 120 338 458 24,6% 1 openbaarheid van bestuur 1.6 1.6 Vervallen nvt 1.7 1.7 12.653 7.339 502 20.495 1.912 1.912 9,3% 2 Vastgoedinformatie 1.8 1.8 Overige nvt publiekszaken 1.9 1.9 nvt Archiefbescheiden gemeente Voorst 1.10 1.10 Apv 2.281 1.656 3.937 1.404 1.404 35,7% 2 1.11 1.11 1.264 918 2.182 126 237 363 5,8% 2 Leegstandswet (EDR dienst) 1.12 1.12 nvt Gemeentegarantie 1.13 1.13 Regeling nvt toezicht luchtvaart 1.14 1.14 Kansspelen nvt (EDR dienst) 1.15 1.15 Vervallen nvt 1.16
1.16 Kabels en nvt leidingen 1.17 1.17 Verkeer en 80.364 615 9.951 90.929 56.118 23.249 79.367 61,7% 2 vervoer 1.18 1.18 Diversen nvt totaal totaal 522.619 230.922 14.248 767.789 403.546 23.823 427.370 52,6%
90 |
Legesverorde- Titel II Lasten OverheadBTW Totale Leges Andere Totale Kosten- * ning Hoofdstuk Dienstverlening taaklasten inkom- baten dekkendtarieventabel vallende onder velden sten heid de fysieke leefomgevingsvergunning 2.2 tot en met 2.2 t/m 2.7 723.723 297.448 51.287 1.072.457 945.795 51.377 997.172 88,2% 2 2.7 en 2.12 en 2.12 Omgevingsvergunningen 2.9 en 2.10 2.9 en 2.10 139.292 92.192 2.579 234.063 97.113 97.113 41,5% 2 Bestemmingsplannen 2.11 2.11 Niet nvt benoemde beschikkingen titel II totaal totaal 863.015 389.640 53.866 1.306.520 1.042.908 51.377 1.094.285 79,8% Legesverorde- Titel III Lasten OverheadBTW Totale Leges Andere Totale Kosten- * ning Hoofdstuk Dienstverlening taaklasten inkom- baten dekkendtarieventabel vallende onder velden sten heid de Europese dienstenrichtlijn 3.1 3.1 Horeca 3.913 2.840 6.753 3.464 3.464 51,3% 1 3.2 3.2 Organiseren 62.165 35.259 802 98.226 10.768 1.375 12.143 11,0% 2 evenementen of markten 3.3 3.3 nvt Prostitutiebedrijven (n.v.t.) 3.4 3.4 Vervallen nvt 3.5 3.5 Kinderopvang 7.172 5.206 12.379 1.080 1.080 8,7% 2 3.6 3.6 nvt Winkeltijdenwet (EDR dienst) 3.7 3.7 Diversen nvt totaal totaal 73.251 43.306 802 117.358 15.312 1.375 16.687 13,0% Totaal leges Totaal leges 1.458.884 663.867 68.916 2.191.667 1.461.767 76.576 1.538.343 66,7% * 1 = Wettelijk tarief, 2 = Trendmatige correctie
Belastingen overig De uitvoering van de Wet WOZ, van de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen en de beoordeling van kwijtscheldingsverzoeken is met ingang van 1 januari 2016 uitbesteed aan de regionale belastingsamenwerking Tribuut gevestigd te Epe. De verordenende bevoegdheid, waarvan ook de tariefstelling onderdeel uitmaakt, blijft berusten bij de gemeente. Tribuut is ingericht op digitale-, telefonischeen schriftelijke communicatie.Tribuut beschikt ook over een baliefunctie op afspraak. Onder meer de communicatie tussen de gemeente en Tribuut verloopt via de aangestelde adviseur belastingen tevens regiefunctionaris. Aanduiding belastingdruk/woonlasten De hoogte van de gemeentelijke woonlasten, de "lokale lastendruk", krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder gemeentelijke woonlasten scharen we de: onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Dit zijn de belastingen en heffingen waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt.
| 91
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Daarin zijn de lokale lasten op basis van "appels met appels" met elkaar vergeleken. Bij die vergelijking hanteert het Coelo voor alle gemeenten dezelfde uitgangspunten. Ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid houdt het Coelo rekening met een gemiddelde WOZ -waarde en WOZ-waardestijging en ook met het feit dat gemeenten met dure woningen een naar verhouding lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangen dan andere gemeenten. De Coelovergelijking 2022 laat zien dat Voorst in vergelijking tot die in andere gemeenten een gemiddelde woonlastendruk meerpersoonshuishoudens heeft. Voorst staat in de vergelijking op plaats 177 (plaats 1 heeft de laagste woonlastendruk) van de 349 gemeenten. De gemiddelde woonlastendruk in Nederland komt uit op € 904 per meerpersoonshuishouden. De woonlastendruk voor Voorst is door het Coelo, op basis van de gehanteerde uitgangspunten, berekend op € 914. Omschrijving van het kwijtscheldingsbeleid De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding landelijke regels toepassen. De landelijke regels zijn op basis van de Invorderingswet opgenomen in de Leidraad invordering (en kwijtschelding) gemeentelijke belastingen.
Het bestuur van Tribuut heeft een Leidraad invordering ten behoeve van de deelnemende gemeenten in Tribuut vastgesteld. Binnen de leidraad regels heeft Voorst de volgende eigen beleidskeuzes gemaakt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Voor de ozb, riool- en afvalstoffenheffing (voor de basisset containers) is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen; Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm; Ondernemers zijn voor de privé belastingen gelijkgesteld met particulieren; Als sprake is van (niet vrijgesteld) vermogen is kwijtschelding niet mogelijk. Voor het bezit van een auto wordt een vermogensvrijstellingsnorm in aanmerking genomen. Voor ouderen geldt een aparte vermogensvrijstellingsnorm; Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit; Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm; Belastingplichtigen met een minimum inkomen komen in aanmerking voor: automatische kwijtschelding, op basis van een screening bij het Inlichtingenbureau te Utrecht, of, rekening houdende met specifieke omstandigheden, voor de gemeentelijke meerjarige automatische kwijtschelding.
Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is voor 2023 een totaal bedrag geraamd van € 147.418.
92 |
4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding We realiseren geen ambities wanneer we geen risico’s nemen. Belangrijk is dat de gemeente zich bewust is van de risico’s die horen bij het beleid en hierop stuurt. Om een reëel inzicht te krijgen van de impact van deze risico's en het vermogen om deze risico's op te vangen gebruikt de gemeente een berekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft de mate van financiële robuustheid van de gemeente aan. We bepalen het weerstandsvermogen door een relatie te leggen tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. Op vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen zijn risico’s aanwezig die niet door maatregelen zijn afgedekt. Dat deze risico’s aanwezig zijn is geen punt, zolang deze in evenwicht zijn met de weerstandscapaciteit. Aanleiding In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn bepalingen opgenomen waaraan de paragraaf weerstandsvermogen moet voldoen: ▪ een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; ▪ een inventarisatie van de risico's; ▪ het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en het risicomanagement; ▪ de financiële kengetallen; ▪ een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen en de financiële positie. Hierna doen we verslag van de resultaten van de risico-inventarisatie.
Op basis van de geïnventariseerde risico's is tevens het weerstandsvermogen berekend. Risicoprofiel Om de risico's in kaart te brengen hebben we een risicoprofiel opgesteld.Vanuit de organisatie zijn de risico's geïnventariseerd en in beeld gebracht. In het onderstaande overzicht wordt alleen het aantal risico's gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Tabel 1: belangrijke financiële risico's Incidenteel/ Risico Gevolgen Programma 1: Bouwend Voorst Grondexploitatie algemeen: Het lager uitvallen van de minder opbrengsten binnen de geraamde opbrengsten omdat we complexen. de grondprijzen moeten bijstellen Grondexploitatie algemeen: Boekwaarde van grond moet Nieuwe complexen komen niet worden afgewaardeerd, wat leidt tot ontwikkeling. tot een financieel verlies Bouwmateriaal: hoge inflatie Hogere investeringen leiden tot op de kosten en ontstaan een structurele toename in de schaarste (o.a. door oorlog kapitaallasten. Oekraïne).
Kans Financieel gevolg structureel 50%
max. € 750.000 Incidenteel
50%
max. € 1.000.000 Incidenteel
50%
max. € 400.000 Structureel
| 93
Incidenteel/ Risico Gevolgen Als gevolg van externe Lagere legesopbrengsten. effecten (rente, inflatie en tariefstelling) in relatie tot de invoering van de Omgevingswet bestaat het risico dat de legesopbrengsten dalen. Programma 2: Mooi Voorst Als gevolg van het niet (of Reparaties leiden tot een tekort in niet tijdig) realiseren van het budget. de maatregelen uit het programma Water bestaat het risico dat schade ontstaat in de openbare ruimte. Als gevolg van stijgende Hogere investeringen leiden tot energie- en materiaalkosten een structurele toename in de bestaat het risico dat de kapitaallasten. investeringen m.b.t. de infrastructurele projecten hoger uitvallen. Als gevolg van het versnellen Budget wordt overschreden en van de verduurzaming van kapitaallasten nemen toe. gebouwen en installaties wordt het budget overschreden. Programma 3: Bedrijvig Voorst Door uitstappen van één of Hoge onvoorziene kosten voor meerdere partijen in regionale overige partijen, waaronder de samenwerkingsverbanden gemeente Voorst blijven de overige partijen met hoge kosten achter Programma 4: Gezond Voorst Als gevolg van toenemende Hogere uitgaven vraag naar jeugdzorg bestaat het risico dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat.
Programma 5: Sociaal Voorst Als gevolg van een toename Nieuwe inkoopafspraken, hogere van aanvragen WMO inkoopprijzen maar een maximale (vergrijzing en open einde eigen bijdrage waardoor het regeling) bestaat het risico resultaat onzeker is dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat. Als gevolg van een Hogere uitgaven toenemende vraag om maatschappelijke dienstverlening / schuldhulpverlening / bijzondere bijstand bestaat het risico dat budgetten worden overschreven, waardoor er een tekort ontstaat.
94 |
Kans Financieel gevolg structureel 80% max. € 500.000 Structureel
10%
max. € 500.000 Incidenteel
80%
max. € 200.000 Structureel
50%
max. € 500.000 Structureel
20%
max. € 400.000 Incidenteel
30%
max. € 450.000 Structureel
50%
max. € 800.000 Structureel
30%
max. € 100.000 Structureel
Incidenteel/ Risico Gevolgen Kans Financieel gevolg structureel Programma 7: Dienstverlenend Voorst Aanspraak maken op de Financieel verlies 20% max. € 3.000.000 Incidenteel garantie van de lening Als gevolg van stijgende Hogere uitgaven 70% max. € 1.000.000 Structureel energiekosten bestaat het risico dat bij aflopende energiecontracten de lasten toenemen. Begrotingstekorten in Financieel bijspringen 50% max. € 500.000 Incidenteel gemeenschappelijke door de gemeente aan regelingen gemeenschappelijke regelingen Als gevolg van het overtreden Boete opgelegd krijgen of extra 10% max. € 1.000.000 Incidenteel van de AVG of een Datalek kosten door onderzoek / repareren kan de gemeente Voorst datalek in systeem beboet worden. Als gevolg van een (nieuwe) Hoger ziekteverzuim, hogere 50% max. € 500.000 Structureel pandemie wordt de gemeente zorgkosten, handhaving, etc. geconfronteerd met extra kosten en werkzaamheden Als gevolg van een Hack of Het herstellen van de 10% max. € 1.500.000 Incidenteel gijzelsoftware kan de digitale infrastructuur en data kent grote infrastructuur lange tijd niet financiële gevolgen. bereikbaar zijn en schade oplopen (dataverlies). Algemene risico's Algemene Uitkering wordt Tekort aan inkomsten 50% max. € 500.000 Structureel lager door herverdeling gemeentefonds Vergrijzing personeel Hogere uitgaven inhuur personeel 60% max.
€ 500.000 Structureel gemeente Voorst. Kans op ontbreken specifieke kennis, opvullen van vacatures is problematisch vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Algemene post kleine risico's Hogere uitgaven 25% max. € 2.300.000 Structureel
Totaal alle risico's: € 16.400.000 Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast, omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 16.400.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Uit de berekening komt naar voren dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.755.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Externe effecten De uitbraak van de oorlog in Oekraïne heeft grote impact op de inflatie in Europa en dus ook op de gemeente. Hoelang het conflict nog voortduurt is nog onzeker, hierdoor is de kans op een risico gerelateerd aan dit onderwerp toegenomen. Naast de stijging van de inflatie krijgt de gemeente te maken met de schaarste van grondstoffen, hogere rentepercentages en een eventuele nieuwe golf van Covid-19 (of andere pandemie). Alle externe effecten kennen een hoge mate van onderzekerheid, wat vervolgens leidt tot een hoger kanspercentage van alle beschreven risico's. De financiële gevolgen van de stijgende kanspercentages zijn zo goed mogelijk verwerkt in deze begroting.
| 95
Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen die beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand (per 1 januari) Algemene reserves Onbenutte belastingcapaciteit * Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit
2023 7.526.293 1.901.956 25.000 9.453.249
2024 7.501.293 1.520.593 25.000 9.046.886
2025 7.467.293 1.139.231 25.000 8.640.524
2026 7.451.293 1.157.868 25.000 8.634.161
* de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12-norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit zetten we af tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. De risico's zijn niet voor verschillende jaarschijven gekwantificeerd. In de meerjarige ratio weerstandsvermogen is het bedrag voor risico's gelijk gehouden. Ratio weerstandsvermogen =
Ratio
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
2023 1,64
2024 1,57
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim onvoldoende
= 2025 1,50
€ 9.453.249 € 5.755.000
= 1,64 2026 1,50
Weerstandsnorm Waarderingscijfer A B C D E F
De ratio laat een lichte daling zien in meerjarig perspectief, met name doordat de ruimte in de onbenutte belastingcapaciteit daalt als gevolg van de verhoging van de OZB. Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van onder andere afgesloten en doorgeleende gelden en de omvang van de voorraad gronden. Omdat bij leningen onzekerheid bestaat of deze allemaal worden terugbetaald maken we onderscheid bij de berekening van de netto schuldquote door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden.
96 |
Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en waarderen we deze af dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat we kijken naar de structurele baten en structurele lasten en we deze vergelijken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten verstaan we de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financieel kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Rek. 2021 Begr. 2022 63% 89% 63% 88% 22% 0,24% -4% 103%
17% 0,66% -4% 103%
Mjr 2023 89% 88%
Mjr 2024 89% 88%
Mjr 2025 86% 85%
Mjr 2026 88% 87%
17% 4,63% -2% 101%
17% 5,88% 0% 101%
16% 7,05% 0% 101%
16% 3,05% 0% 101%
| 97
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Ter informatie: de financiële kengetallen zijn berekend op basis van de cijfers volgens de primitieve begroting (stap 1 van de Ontwikkeling financiële positie in deel 2: Financiële begroting). Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld geven van de financiële positie. Volgens de laatste actualisatie van de grondexploitaties neemt onze voorraad gronden aanzienlijk af door verkopen van bouwgronden binnen de in exploitatie zijnde complexen en de voorziene afsluiting van diverse complexen in 2022. Deze afname komt tot uiting in de daling van het kengetal grondexploitatie. De netto schuldquote stijgt ten opzichte van de werkelijke cijfers 2021 met name door de aanvullende financiering die aangetrokken is voor de verbouw van het gemeentehuis en benodigde financieringsmiddelen op basis van het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP) en MeerJaren OnderhoudsPlan (MJOP). Dit kengetal blijft meerjarig vervolgens op ongeveer hetzelfde niveau. De vaste schuld daalt weliswaar, maar de totale baten waarin dit kengetal wordt uitgedrukt dalen ook. De solvabiliteitsratio neemt af.
Tot en met 2022 hebben er nog reserveringen plaatsgevonden van de opbrengsten uit de precariobelasting, maar vanaf 2022 daalt deze ratio.Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de verhouding van het eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen wijzigt door de toename van het vreemd vermogen (aangetrokken en nog aan te trekken financieringsmiddelen). Het kengetal structurele exploitatieruimte laat in alle jaarschijven een positieve waarde zien. Dit betekent dat alle structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Op basis van het landelijk gemiddelde volgens de atlas lokale lasten van het Coelo bedraagt het kengetal belastingcapaciteit 101%. Dit betekent dat de lasten voor de belastingsoorten OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing in de gemeente Voorst circa 1% boven het landelijk gemiddelde liggen.
98 |
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf gaan we in op de beleidskaders en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente Voorst. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort materieel als dienstauto’s tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed gaan we in op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. In 2016 heeft u de "Beleidskaders meerjarige onderhoudsplannen kapitaalgoederen 2016 – 2020" vastgesteld. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen heeft u de beleidskaders al herzien door de vaststelling van het Integraal Wegenplan (IWP) Voorst 2020-2024, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. De financiële gevolgen hiervan zijn meegenomen in deze begroting. Volgens de Financiële verordening wordt met ingang van 2021 geen vierjaarlijks onderhoudsplan openbare ruimte meer opgesteld, maar worden de beleidskaders zoals opgenomen in de diverse vastgestelde programma's opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Wegen Beleidskader Het beleidskader voor het beheer van de wegen is vastgesteld in het Integraal Wegenplan (IWP) 2020-2024.
De algemene beleidsuitgangspunten voor het wegenonderhoud zijn: ▪ veiligheid: de veiligheid moet voldoen aan wettelijke eisen en moet zodanig zijn dat de kans op ongevallen klein is. De veiligheid wordt met name bepaald door ernstige oneffenheden en het schadebeeld dwarsonvlakheid; ▪ duurzaamheid: de technische instandhouding mag niet in het geding zijn. Het schadebeeld scheurvorming op asfalt is hierop van invloed; ▪ comfort: comfortabel gebruik moet mogelijk zijn. Comfort wordt bepaald door de mate waarin de weggebruiker hinder ondervindt van de onderhoudstoestand van de weg. Met name het onderdeel vlakheid heeft invloed op het comfort; ▪ aanzien: het aanzien moet redelijk zijn. Het aanzien wordt in hoge mate bepaald door de algehele onderhoudstoestand van de weg. Met name scheurvorming, oneffenheden en randschade zijn bepalend voor het aanzien. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek bereiken we dat instandhouding duurzaam plaats vindt tegen de laagste kosten.
De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Om binnen dit beleidskader te blijven zetten wij de werkwijze van afgelopen jaren door in het IWP 2020-2024. In deze situatie wordt vervolgens het noodzakelijk onderhoud op het meest optimale moment uitgevoerd. Hiermee voorkomen we dat uitgesteld noodzakelijk onderhoud leidt tot hogere kosten. Wij voeren het reguliere onderhoud uit binnen de daarvoor door het CROW aangegeven termijnen (onvoldoende binnen 0 tot 2 jaar, matig binnen 3 tot 5 jaar).
| 99
Asfaltonderhoud is in verband met kapitaalsvernietiging prioritair boven het onderhoud aan elementenverhardingen. Bij vervanging en grootonderhoud kijken we integraal naar de andere werkterreinen zoals riolering en verkeer. We zien krapte en schaarste op de arbeidsmarkt en ook schaarste in materialen. Dit heeft financiële gevolgen voor onze projecten en werkzaamheden. Inmiddels hebben zich meerdere leveranciers, aannemers en verhuurbedrijven bij ons gemeld. De explosief gestegen kosten voor diesel, gas, elektriciteit en vele andere producten die op oliebasis worden geproduceerd zorgen voor forse prijsverhogingen en daardoor extra kosten. Ook is er schaarste van producten en zijn producten niet meer beschikbaar. Dit heeft grote gevolgen bij bijvoorbeeld de herinrichtingen van wegen en het (asfalt)onderhoud. Partijen schrijven niet of minder in, omdat materialen niet beschikbaar zijn of omdat ze onvoldoende personeel beschikbaar hebben. Daarnaast kunnen leverantietermijnen niet gestand worden gedaan en worden er op onderdelen dagprijzen aangeboden. Dit leidt tot hogere kosten en mogelijk langere realisatietermijnen .
Financiële consequenties en vertaling 2022 2023 2024 2025 2026 Exploitatie Onderhoud lasten 1.438.162 1.408.408 1.322.922 1.322.922 1.322.922 Investeringen Integraal Wegen Plan (IWP) 750.000 750.000 750.000 750.000 750.000 Twelo Centrum 350.000 350.000 0 0 0 Programma Mobiliteit: Provinciale wegen 50.000 100.000 0 0 0 Programma Mobiliteit: Veilingstraat-Domineestraat0 100.000 0 0 0 Stationsstraat fietsveiligheid Programma Mobiliteit: Bandijk Terwolde fietsveiligheid 0 0 150.000 0 0 Programma Mobiliteit: De Zanden 30 km en fietsveiligheid 0 0 0 150.000 0 (N344-Fokkerstraat) Onderhoud/vervanging (bermschade langs wegen buiten 25.000 25.000 25.000 25.000 25.000 bebouwde kom) Zie ook de ramingen in programma 2 Mooi Voorst
Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water 2020-2025. Dit programma is opgesteld in de geest van de Omgevingswet. Het omvat naast de visie op water al de onderdelen die een Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) ook bevat, omdat dit nog een verplicht document is. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek onderzoeken we hoe wij de zorgtaken voor afvalwater, hemelwater en grondwater zoveel mogelijk integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kunnen uitvoeren. Binnen het Programma Water 2020-2025 is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie. De gestegen energiekosten en de schaarste op de grondstoffenmarkt hebben ook gevolgen voor de reeds lopende als de aankomende projecten en werkzaamheden op het gebied van riolering. De levertijden van materialen lopen op, dit heeft gevolgen voor de uitvoeringsplanning van projecten. Projecten starten later, hebben een langere doorlooptijd en/of zijn duurder dan eerder geraamd. Als voorbeeld kan hiervoor genoemd worden dat rioolleidingen voornamelijk bestaan uit materialen als PVC, PE en beton. De turbulentie op de Europese polymeermarkten treft de Europese kunststofverwerkers sterk.
Voldoende hoeveelheden granulaat zijn niet beschikbaar en de prijzen zijn sinds het begin van het jaar aanzienlijk gestegen, waarbij sommige de absolute hoogterecords benaderen. 100 |