Gerelateerd: Onderzoeksrapport MER randweg Twello (2012 16405)
Tekst van het document
Afbeelding 5.1 Bedrijventerreinen kern Twello, Twello Centrum en de Molenstraat.
5.5.2
Autonome ontwikkeling Ontsluiting bedrijventerreinen in de kern Twello De gemeente Voorst is een aantrekkelijke gemeente om te vestigen. De gemeente komt uit onderzoek sterk naar voren als creatieve gemeente (Atlas van kennis en innovatie van het CPB voor de leefomgeving). Deze kernkwaliteit wordt versterkt door een goede bereikbaarheid (auto en openbaar vervoer) en de woonomgeving te midden van de landgoederen, het landschap, de cultuurhistorische kwaliteiten, de vele monumenten en de goede voorzieningen. Ondanks het gemeentelijk beleid om de grotere ruimtevragende bedrijven door te verwijzen naar het regionale bedrijventerrein, vestigen zich grotere bedrijven in Twello in bestaande panden. De uitbreiding van bedrijfsterrein (5 hectare netto uitgeefbaar) is gepland bij het bestaande bedrijfsterrein Engelenburg aan de zuidwestzijde van Twello. Uitbreiding van MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 53 -
Mei 2012
bestaand bedrijfsterrein heeft vanwege de goede ligging de voorkeur boven nieuwe locaties. De gemeente zet tevens in op de herinrichting (upgrading) van de bestaande bedrijfsterreinen Nijverheid en ’t Belt. Het bedrijfsleven in de kern Twello, de bedrijfsrelaties, de consumenten, de inwoners en de passanten veroorzaken een autonome mobiliteitsgroei van verkeer van en naar de bedrijfsterreinen. Dit betekent dat onder meer de verkeersdruk op de Molenstraat verder zal toenemen. Het vestigingsklimaat en het functioneren van de bestaande bedrijfsterreinen komt door de slechtere bereikbaarheid onder druk te staan. Economische structuur Twello Centrum De belangrijkste lokale (gemeentelijke) voorzieningen hebben en dienen een plek te krijgen in Twello. Het beleid van de gemeente is inzetten op herinrichting van het centrum van Twello voor wonen, werken en voorzieningen. In de nabije toekomst kunnen door de verwachte autonome mobiliteitsgroei problemen ontstaan op de wegen van de centrumring. Gevoelens van onveiligheid en een slechte oversteekbaarheid van de centrumring kunnen leiden tot een lagere koopkrachtbinding en een lagere omzet in de winkels. Door afnemende bereikbaarheid kan het bestaansrecht van het winkelcentrum op termijn worden ondermijnd.
Economische belevingswaarde centrum / Molenstraat Het evenwicht tussen de verschillende verkeerssoorten groeit scheef, het doorgaande verkeer neemt toe. De dreigende onbalans leidt tot een toenemende druk op de economische belevingswaarde van het centrum en in de Molenstraat.
5.6
Effectbeschrijving
5.6.1
Ontsluiting bedrijventerreinen in de kern Twello Met invoering van éénrichtingsverkeer op de Molenstraat (alternatief A) dient in ieder geval de helft van het doorgaande (vracht)verkeer gebruik te maken van andere (hoofd)routes zoals de H.W. Iordensweg. De verbinding en ontsluiting van de bedrijventerreinen via de Molenstraat en met het hoofdwegennet wordt selectiever. De effecten veroorzaken in totaliteit een verslechtering van de ontsluiting van de bedrijventerreinen in de kern Twello. De opwaardering van de verkeersfunctie in de Molenstraat (alternatief B) betekent dat de bereikbaarheid via de Molenstraat wordt verbeterd. De Molenstraat wordt opgewaardeerd waarbij deze route als verkeersfunctie meer geschikt wordt voor het afwikkelen van het (vracht)verkeer van en naar de bedrijventerreinen ’t Belt, Nijverheid en Engelenburg. De effecten hiervan op het vlak van geluid en leefbaarheid komen bij het aspect geluid aan de orde. Transformatie van de bestaande bedrijventerreinen en het uitbreiden van Engelenburg buiten Twello (alternatief C) leidt tot een verminderde noodzaak om bedrijventerreinen goed te ontsluiten. Dit alternatief speelt juist in op het minder noodzakelijk maken van de ontsluiting en bereikbaarheid van werklocaties.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 54 -
Definitief rapport
Bij de alternatieven D en E vormen de nieuwe wegen de ontsluiting van de bedrijventerreinen. Vooral het zware vrachtverkeer hoeft niet langer meer gebruik te maken van wegen met meer de allure van een woonbuurtstraat of buurtwinkelgebied. Met een halve of volledige randweg ontstaat er een redelijke respectievelijk goede verbinding met het hoofdwegennet. De nieuwe ontsluiting heeft nauwelijks effect op de verkeersintensiteit op de centrumring en de H.W. Iordensweg, maar wel op de kernproblematiek qua intensiteiten op de Molenstraat, deze daalt namelijk fors. De effecten veroorzaken in totaliteit een aanzienlijke verbetering van de directe ontsluiting van de bedrijventerreinen in de kern Twello. 5.6.2
Economische structuur Twello Centrum In alternatief A neemt de verkeersintensiteit op de centrumring toe. Door deze toename verslechtert de oversteekbaarheid van de H.W. Iordensweg en de centrumring en neemt de verkeersveiligheid op de centrumring af. Deze negatieve effecten worden nog versterkt door een toename van het doorgaande vrachtverkeer dat ontstaat door het éénrichtingsverkeer op de Molenstraat. Deze ontwikkelingen veroorzaken in totaliteit een verslechtering van de economische structuur in het centrum van Twello. Voor alternatief B, C en D treden geen noemenswaardige effecten op de economische structuur in het centrum van Twello, omdat de verkeersintensiteit op de H.W. Iordensweg en de centrumringwegen onveranderd blijven. Voor alternatief E is er voor wat betreft het criterium ‘economische structuur centrum’ wel een significant effect. De verkeersintensiteit en het doorgaande (vracht)verkeer naar de bedrijventerreinen op de H.W. Iordensweg in de centrumring nemen af. Deze ontwikkelingen veroorzaken een verbetering van de economische structuur in het centrum van Twello.
5.6.3
Economische belevingswaarde centrum / Molenstraat Voor de alternatieven D en E vindt er een verschuiving plaats van het aandeel doorgaand verkeer Molenstraat naar de beoogde halve c.q volledige randweg (D en E). Dat is een positief effect en sluit aan bij de filosofie met betrekking tot evenwicht in de verkeerssoorten intern, extern en doorgaand verkeer. Ook het externe verkeer zal deels verschuiven naar de randwegalternatieven. Voor de alternatieven B en C treedt er geen noemenswaardige wijziging op als het gaat om het evenwicht in verkeerssoorten. Bij alternatief A vermindert de belevingswaarde van het centrum door verschuiving van verkeer van de Molenstraat naar wegen om het centrum.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 55 -
Mei 2012
5.7
Samenvattende effectbeoordeling economie Tabel 5.2 Effectbeoordeling Alternatief
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
-
+
0
+
++
-
0
0
0
+
-
0
0
+
+
Criterium Ontsluiting bedrijventerreinen in de kern Twello Economische structuur Twello Centrum Economische belevingswaarde centrum/ Molenstraat Effectbeoordeling Economie
De alternatieven D en E scoren voor wat betreft economische perspectief positief. Op bijna alle criteria binnen dit thema scoren ze positief. De nieuwe structuur leidt tot een betere en directere ontsluiting van de bestaande en beoogde bedrijventerreinen en op de hoofdwegenstructuur. De economische belevingswaarde blijft intact en op het gewenste niveau. In alternatief C verandert er niets. Alternatief B heeft een positief effect op ontsluiting van de bedrijventerreinen, wat essentieel is in relatie tot de verkeersproblematiek in de Molenstraat. Alternatief A scoort op alle aspecten negatief, de éénrichtingssituatie leidt tot een selectieve bereikbaarheid, leidt tot een mindere economische structuur en belevingswaarde van het centrum en in het bijzonder de Molenstraat.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 56 -
Definitief rapport
6
RECREATIEVE ROUTES EN GEBIEDEN
6.1
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het deelonderzoek in het kader van het aspect recreatieve routes en gebieden beschreven. Daarbij wordt eerst ingegaan op het beleidskader, de beoordelingscriteria, de waarderingssystematiek, de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Vervolgens zijn de resultaten van de effectanalyse en de effectbeoordeling beschreven.
6.2
Vooraf De gemeente Voorst heeft een recreatieve functie binnen de regio. Het gevarieerde landschap met de afwisseling tussen hoog en laag, nat en droog en de aanwezigheid van cultuurhistorische elementen en gebouwen, is een belangrijke recreatieve kwaliteit. Het gebied beschikt over een fiets- en wandelnetwerk met utilitaire en recreatieve voorzieningen, dat bijdraagt aan de bereikbaarheid en ontsluiting van de voorzieningen, kernen en het buitengebied. Recreatie heeft in de gemeente Voorst vooral het karakter van plattelands- en landschapsrecreatie: kleinschalig en individueel. Voor het buitengebied en de kernen is recreatie een steeds belangrijkere economische motor. Verscheidene routes voor fietser en wandelaar aan de westkant van Twello lopen door het studiegebied en zijn voor dit milieueffectrapport van belang. Deze routes staan in verbinding met routes in het omliggende gebied. Dit geldt ook voor een ruiterpad. Daarnaast geldt landgoed Het Hartelaar als uitloopgebied voor ondermeer de aangrenzende woonwijk en Twello. De effecten van nieuwe infrastructuur of aanpassingen van de bestaande wegen op deze routes en recreatiegebieden worden in beeld gebracht aan de hand van de criteria verstoring recreatieve routes en doorsnijding recreatiegebieden.
6.3
Relevant beleid
6.3.1
Beleidskader Regionale Structuurvisie Stedendriehoek, Visie op het bundelingsgebied 2030 (2007) De regio Stedendriehoek heeft in de Regionale Structuurvisie de gemeenschappelijke ambities vastgelegd voor het zogenoemde bundelingsgebied. Dit is het gebied rond Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied, dat is het grootste deel van de gemeente Voorst. De structuurvisie laat zien dat de gemeenten samen streven naar een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling van de stedendriehoek als geheel. De Stedendriehoek zet in op het versterken van de recreatieve kwaliteiten van het middengebied in de Stedendriehoek, waarbij de bijzondere landschappelijke en waterrijke kwaliteiten van het gebied grote mogelijkheden bieden voor gevarieerde recreatieve activiteiten. De buitenplaatsen en landgoederen geven een belangrijke cultuurhistorische betekenis aan het gebied. Het middengebied is in toenemende mate belangrijk als recreatief uitloopgebied voor bewoners en recreanten van elders. MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 57 -
Mei 2012
In de visie kiest de Stedendriehoek voor een betere toegankelijkheid van het landelijk gebied door aanleg van een recreatief netwerk van wandel-, fiets- en ruiterpaden, met name in het middengebied. Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (2005), v.w.b. recreatie De Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst vormt het lokale ruimtelijke beleidskader voor de gemeente Voorst. Voor de recreatie wordt ingezet op groene en recreatieve ontwikkelingen, die sterk gekoppeld zijn aan de landgoederenzone. De ambities voor wandel-, fiets- en ruiterpaden richten zich op ontwikkeling van een samenhangend netwerk voor fietser, wandelaar en ruiter. Prioriteit daarbij heeft de aanleg van noord-zuidverbindingen die het zuidelijke en noordelijke deel aan de westkant van het Groene Carre met elkaar verbinden. Beleidsnota Recreatie en Toerisme gemeente Voorst (2004) De beleidsnota Recreatie en Toerisme gemeente Voorst omvat het lokale kader voor bevordering van recreatie en toerisme. Centraal hierin staat de ambitie om de gemeente Voorst neer te zetten als het groene hart van de Stedendriehoek met als belangrijke kenmerken kleinschaligheid en kwalitatief hoogwaardige voorzieningen. De visie in deze nota voor wandel-, fiets- en ruiterpaden sluit aan op die uit de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst.
6.4
Beoordelingscriteria Voor het aspect ‘recreatieve routes’ zijn de milieueffecten onderzocht op een tweetal beoordelingscriteria. Het gaat om: verstoring recreatieve routes; doorsnijding recreatiegebieden. Verstoring recreatieve routes De alternatieven worden beoordeeld op de mate waarin zij een recreatieve functie in het gebied verstoren. De alternatieven worden beoordeeld op de mate (aantallen) waarin een route voor fietser, wandelaar en ruiter wordt gekruist.Er is sprake van verstoring bij een toename van de verkeerintensiteit en kruising van een recreatieve route. De methode van beoordeling is kwantitatief. Doorsnijding recreatiegebieden De alternatieven worden beoordeeld op de mate waarin zij een recreatiegebied doorsnijden. De alternatieven worden beoordeeld op de mate van doorsnijding van het recreatiegebied. De methode van beoordelen is kwalitatief.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 58 -
Definitief rapport
Tabel 6.1 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Toetsingscriterium Verstoring recreatieve routes
Waarderingssystematiek ++
Wegnemen verstoring op drie of meer recreatieve routes
+
Wegnemen verstoring op één of twee recreatieve routes
0
Geen effect op recreatieve routes
-
Verstoren van één of twee recreatieve routes
--
Verstoren van drie of meer recreatieve routes
++
Opheffen doorsnijding recreatiegebied.
Doorsnijding
+
Verminderen doorsnijding recreatiegebied
recreatiegebieden
0
Geen effect op huidige situatie recreatiegebied
-
In beperkte mate of ondergeschikte afstand doorsnijding recreatiegebied
--
In grote mate of over grote afstand doorsnijding recreatiegebied
6.5
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
6.5.1
Huidige situatie Recreatieve routes De kansrijke alternatieven liggen alle aan de westkant van het studiegebied en Twello. Door dit gebied loopt een aantal relevante routes voor fietser, wandelaar of ruiter. Voor zover relevant voor het milieurapport zijn deze routes hieronder gedeeltelijk beschreven en weergegeven op afbeelding 6.1. 1. Fietsroute landgoederenroute Voorst (noordelijke route). Deze route loopt in Twello voor een deel over de Molenstraat, Oude Rijksstraatweg (westelijk deel), Molendwarsstraat en Hartelaar. 2. Fietsroute ‘Kijk op Kunst’, route Noord. Deze route loopt in Twello over het westelijke deel van de Oude Rijksstraatweg. 3. Fietsroute ‘Kijk op Kunst’- route Zuid 2. Deze route loopt in Twello via het fietspad aan de noordzijde van bedrijventerrein Engelenburg, kruist de Westerlaan, langs het retentiegebied, vervolgens via de Kerklaan en gaat over in de Duistervoordseweg. 4. Fietsknooppuntroute 74. Twello is opgenomen in het Fietsknooppuntensysteem. Route 74 loopt door het studiegebied en wel via de Molenstraat en het westelijk deel van de Oude Rijksstraatweg. 5. Fietsroute ‘Teuge in Vogelvlucht’. Deze route loopt langs de provinciale N344 / Rijksstraatweg. 6. Fietsroute ‘Nijenbeekroute’ (ANWB Fietsgids ‘Veluwe-Noord’).
Deze fietsroute loopt in Twello via de Oude Wezeveldseweg, westelijke deel Oude Rijksstraatweg, Molenstraat (knooppunt 74) en Duistervoordseweg. 7. Wandelroute Deventer – Twello, uit Wandelingen langs de IJssel. Deze route loopt in Twello langs beek Hondsgrift en voor een deel over het Hartelaar. 8. Ruiterroute. In het kader van de ruilverkaveling is een ruiterroute opgenomen die in het studiegebied langs de zuidrand van landgoed Het Hartelaar loopt. MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 59 -
Mei 2012
Afbeelding 6.1 Recreatieve routes
De kaart is tevens opgenomen in Bijlage 8. Recreatiegebieden Direct aan de dorpsrand van Twello ligt landgoed ’t Hartelaar. Dit landgoed is gedeeltelijk opengesteld in het kader van de Natuurschoonwet en geldt als uitloopgebied voor bewoners van Twello en omgeving en voor een lokaal ommetje. De paden over het landgoed worden ook door fietsers gebruikt. De nabij gelegen recreatiegebieden Bussloo en vliegveld Teuge met dagrecreatieve voorzieningen liggen buiten het studiegebied en de kansrijke alternatieven en worden daarom in dit milieueffectrapport buiten beschouwing gelaten. 6.5.2
Autonome ontwikkeling Recreatieve routes Er liggen geen concrete plannen voor recreatieve ontwikkelingen aan de westkant van Twello. Gezien de dichtheid van het netwerk en de beperkte kruisingsmogelijkheden van het spoor is het de verwachting dat het beleid voor dit gebied zich zal richten op instandhouding, onderhoud en beheer van de bestaande voorzieningen en een betere onderlinge uitwisseling tussen de bestaande routes. Recreatiegebieden Gezien de functie en status van het gebied en de positie van de landgoederen om Twello vragen nieuwe ontwikkelingen nabij landgoed Het Hartelaar om een zorgvuldige inpassing om inbreuk op de kwaliteit ervan te beperken of te voorkomen. Naast een oplossing voor de verkeersproblematiek Twello is het de verwachting dat binnen de
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 60 -
Definitief rapport
bestaande bedrijventerreinen Nijverheid en ’t Belt ontwikkelingen worden geïnitieerd om de ruimtelijke kwaliteit, vitaliteit en uitstraling van het gebied te versterken.
6.6
Effectbeschrijving
6.6.1
Verstoring recreatieve routes In alternatief A met éénrichtingsverkeer in de Molenstraat e.o. blijft de infrastructuur voor fietser en voetganger ongewijzigd. Met de verkeersmaatregel éénrichtingsverkeer in de Molenstraat neemt de verkeersintensiteit en het vrachtverkeer af, wat positief is het voor het gebruik van de recreatieve fietsroutes door de Molenstraat. Op de overige recreatievoorzieningen heeft deze maatregel geen of zeer beperkt effect. Opwaardering van de Molenstraat, alternatief B, leidt enerzijds tot een geringe hogere verkeersintensiteit in de Molenstraat en anderzijds tot bredere fietsvoorzieningen en vergroot de veiligheid en het comfort voor de fietser. Per saldo daarom geen effect op de fietsroutes door de Molenstraat. Op de overige recreatievoorzieningen heeft deze maatregel geen of zeer beperkt effect. Transformatie van de bedrijventerreinen Nijverheid en ’t Belt en het elders uitbreiden van bedrijventerrein Engelenburg leidt tot een reductie van de verkeersintensiteit en het aantal vrachtwagen op alle lokale wegen in en om Twello. Voor de recreatieve routes op de Molenstraat, Molendwarsstraat, Oude Rijksstraatweg en Duistervoordseweg is dit een positief effect.
Aanleg van een halve westelijke randweg, alternatief D, doorkruist fietsroute 1 ‘Landgoederenroute Voorst (noordelijke route), fietsroute 3 ‘Kijk op Kunst – route Zuid 2’, de wandelroute Deventer – Twello en het ruiterpad. Een verstoring daarom van 3 of meer recreatieve voorzieningen. De aanleg van een volledige randweg kent naast de effecten van alternatief D ook verstorende effecten op de recreatieve routes langs de provinciale N 344 / Rijksstraatweg in verband met aansluiting van de randweg op de Rijksstraatweg. Hierbij maakt het geen verschil of de randweg het spoor kruist via een tunnel of gelijkvloers.
6.6.2
Doorsnijding recreatiegebieden De alternatieven A, B en C betreffen oplossingen gelegen binnen de bestaande infrastructuur. Binnen deze alternatieven wordt geen nieuwe infrastructuur aangelegd. Van doorsnijding van recreatiegebieden of vermindering hiervan is met deze alternatieven geen sprake. Zij scoren daarom neutraal op dit onderdeel. Aanleg van een halve westelijke randweg (alternatief D) doorsnijdt landgoed Het Hartelaar in beperkte mate namelijk op de oostgrens van het landgoed tot aan het spoor. Het gebied wat valt onder de ‘historische buitenplaats landgoed Hartelaar’ wordt niet doorsneden. Aanleg van een volledige randweg (alternatief E) leidt ertoe dat naast de effecten van alternatief D het landgoed ook ten noorden van de spoorlijn in het midden wordt doorsneden. Hierdoor wordt het landgoed in grotere mate en over een grotere lengte doorsneden. Overigens wordt dit landgoed al doorsneden door de spoorlijn Apeldoorn – Deventer. MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 61 -
Mei 2012
6.7
Samenvattende effectbeoordeling recreatieve routes en gebieden Tabel 6.2 Effectbeoordeling Alternatief
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
+
0
++
--
--
0
0
0
-
--
Criterium Verstoring recreatieve routes Doorsnijding recreatiegebieden Effectbeoordeling Recreatie en gebieden
Uit de effectbeoordeling blijkt dat twee van de drie alternatieven met oplossingsmaatregelen binnen de bestaande infrastructuur positief scoren. Enerzijds wordt dit veroorzaakt omdat bestaande recreatieve functies niet extra worden verstoord, anderzijds omdat de verkeersintensiteit bij A en C op wegen met recreatieve routes vermindert. Ondanks dat de Molenstraat wordt opgewaardeerd (alternatief B) en daarmee aantrekkelijkere fietsvoorzieningen worden getroffen leidt de opwaardering ook tot een toename van de verkeersintensiteit. Het positieve effect valt daarmee weg. In dit alternatief is geen sprake van doorsnijding van recreatiegebied. Dit leidt tot een onveranderde eindscore. Aanleg van nieuwe infrastructuur (alternatieven D en E) kruist recreatieve routes en doorsnijdt landgoed Het Hartelaar en leidt hierdoor tot een negatieve beoordeling.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 62 -
Definitief rapport
7
LANDBOUW
7.1
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het deelonderzoek in het kader van het aspect landbouw beschreven. Daarbij wordt eerst ingegaan op het beleidskader, de beoordelingscriteria, de waarderingssystematiek, de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Vervolgens zijn de resultaten van de effectanalyse en de effectbeoordeling beschreven.
7.2
Vooraf Binnen dit thema is nagegaan of er landbouwkundige effecten in het geding zijn binnen de te onderzoeken alternatieven of waarbij landbouwgrond nodig is ten behoeve van de realisatie van één of meer alternatieven. Daarbij kan sprake zijn van het verlies van landbouwgrond, maar bovendien kan een verslechtering van de landbouwstructuur optreden als gevolg van versnippering. In het geval van de nieuwe infrastructuur is gekeken naar de concrete gevolgen van de uitvoering van de alternatieven voor de landbouwbedrijven ter plaatse.
7.3
Relevant beleid
7.3.1
Beleidskader Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst, v.w.b. landbouw In de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst wordt de westkant van Twello (Open Middengebied) aangegeven als gebied waar de grondgebonden landbouw een belangrijke positie heeft. Er is plaats voor de grondgebonden landbouw, in het gebied ten zuidwesten van Twello zal echter ook de combinatie met andere functies moet worden gezocht Bestemmingsplan buitengebied In het bestemmingsplan voor het buitengebied zijn de agrarische bedrijven en bijbehorende gronden voorzien van een positieve agrarische bestemming. In het algemeen is grondgebondenheid een belangrijk aspect in de landbouw vanwege onder andere milieu, imago en kostenstructuur.
7.4
Beoordelingscriteria Voor het milieuaspect ‘landbouw’ zijn de milieueffecten onderzocht op één beoordelingsthema namelijk: verstoring landbouwstructuur en bereikbaarheid van landbouwgronden. Verstoring landbouwstructuur De centrale vraag is of de landbouwstructuur c.q. bereikbaarheid van gronden wordt aangetast en zo ja, in welke mate. Daarbij speelt een rol of er landbouwgrond wordt onttrokken, of landbouwgebied wordt versnipperd en hoeveel bedrijven daar de gevolgen van ondervinden. Daarbij wordt zowel gekeken naar de landbouw als naar het betrokken bedrijf in het bijzonder.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 63 -
Mei 2012
Er is sprake van een aanmerkelijke verbetering van de landbouwstructuur als de oppervlakte landbouwgrond, de bereikbaarheid van de grond en de omvang van de huiskavel bij meerdere bedrijven toeneemt. Als één van de genoemde aspecten verbetert of de verbetering betrekking heeft op één bedrijf is sprake van een verbetering van de landbouwstructuur in enige mate. Omgekeerd geldt dit voor een aanmerkelijke verslechtering van de landbouwstructuur of een verslechtering in enige mate. Tabel 7.1 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Toetsingscriterium
Waarderingssystematiek ++
Aanmerkelijke verbetering van de landbouwstructuur
Verstoring landbouwstructuur en/of
voor meerdere bedrijven
bereikbaarheid van
+
Verbetering van de landbouwstructuur in enige mate
landbouwgronden
0
Geen effect op landbouw
-
Verslechtering van de landbouwstructuur in enige mate
--
Aanmerkelijke verslechtering van de landbouwstructuur voor meerdere bedrijven
7.5
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
7.5.1
Huidige situatie De alternatieven A, B en C liggen niet in het landbouwgebied en kunnen bij dit aspect buiten beschouwing blijven. In het plangebied met betrekking tot de alternatieven D en E bevindt zich één melkveehouderijbedrijf aan de Zonnebergstraat waarvan slechts een klein deel van de grond binnen het plangebied is gelegen. Het betrokken bedrijf heeft een huiskavel in min of meer rechthoekige vorm en een omvang van 22 ha. Daarvan ligt ongeveer 2 ha (10%) binnen het plangebied. Het is voor melkveehouderijbedrijven van belang om over een grote huiskavel te beschikken om beweiding te kunnen toepassen. In afbeelding 7.1 is de ligging van het melkveehouderijbedrijf weergegeven. De kaart is tevens opgenomen in Bijlage 9.
7.5.2
Autonome ontwikkeling Alles wijst erop dat het bedrijf de komende jaren zal blijven functioneren op deze locatie. De beschikbaarheid en bereikbaarheid van voldoende grond in het algemeen is van belang voor het bedrijf en in het bijzonder de beschikbaarheid en bereikbaarheid van een grote huiskavel. De gemeente vindt het behoud van de grondgebonden landbouw in het gebied van belang, maar er zal gezocht moeten worden naar een combinatie met andere functies.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 64 -
Definitief rapport
Afbeelding 7.1 Melkveehouderijbedrijf Zonnebergstraat 42
7.6
Effectbeschrijving Het landbouwkundige effect bestaat uit de onttrekking van grond aan de landbouw. Bij de alternatieven D en E betreft het onttrekking van grond aan een melkveehouderijbedrijf aan de Zonnenbergstraat. Het gaat in deze gevallen om de onttrekking van circa twee hectare landbouwgrond. Daarnaast wordt mogelijkerwijs landbouwkundig gebruikte grond onttrokken aan Het Hartelaar. Er is niet of nauwelijks sprake van doorsnijding/versnippering of afnemende bereikbaarheid. Door aanleg van een halve of volledige randweg volgens de genoemde alternatieven wordt één huiskavel met circa 10% verkleind. Onttrekking van landbouwgrond is negatief voor de landbouw in het algemeen, verkleining van de huiskavel is een negatieve ontwikkeling voor het betreffende melkveehouderijbedrijf in het bijzonder. De verkleining is niet zodanig dat de bedrijfsvoering wordt bedreigd, maar zal leiden tot kostenverhoging omdat de oppervlakte op grotere afstand gecompenseerd moet worden of omdat kosten gemaakt moeten worden voor voeraankoop en eventueel mestafzet. Rekening dient gehouden te worden met financiële compensatie. Voor de alternatieven A, B en C is er geen landbouwkundig affect.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 65 -
Mei 2012
7.7
Samenvattende effectbeoordeling landbouw Tabel 7.2 Effectbeoordeling Alternatief
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
0
0
0
-
-
Criterium Verstoring landbouwstructuur Effectbeoordeling Landbouw
De alternatieven A, B en C hebben geen effect op de landbouw en scoren neutraal. Bij de alternatieven D en E valt circa 10 % van één huiskavel (2 ha) van een melkveehouderijbedrijf in het plangebied. Hierdoor is sprake van beperkte en individuele oppervlakteverkleining. Versnippering is niet aan de orde. De conclusie is dat de alternatieven D en E een beperkt negatief effect op de landbouw hebben, deze scoren daarom licht negatief.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 66 -
Definitief rapport
8
SAMENVATTING RUIMTELIJKE ORDENING & ECONOMIE Op het thema ruimtelijke ordening & economie laten de alternatieven D en E zowel de meest sterke positieve als de meest sterke negatieve scores zien. De alternatieven B en C scoren (licht) positief en kennen geen negatieve scores. Alternatief A scoort kent zowel licht negatieve als licht positieve scores. Tabel 8.1 Effectbeoordeling Ruimtelijke ordening/economie/recreatieve routes en landbouw Alternatief Criterium
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
Ruimtelijke ordening
Economie
Recreatie
Landbouw
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 67 -
Mei 2012
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 68 -
Definitief rapport
Groene Mlieu
9
FLORA EN FAUNA
9.1
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het deelonderzoek in het kader van het aspect flora en fauna beschreven. Daarbij wordt eerst ingegaan op het beleidskader, de beoordelingscriteria, de waarderingssystematiek, de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Vervolgens zijn de resultaten van de effectanalyse en de effectbeoordeling beschreven.
9.2
Vooraf Het onderzoek is uitgevoerd op basis van een éénmalig veldbezoek (januari 2011), een aanvullend oriënterend vleermuisonderzoek (mei 2011), brononderzoek en de huidige ter beschikking staande kennis en inschattingen van deskundigen.
9.3
Relevant beleid
9.3.1
Wettelijk kader In de natuurbeschermingswetgeving wordt een onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De gebiedsbescherming is in Nederland verankerd in de Natuurbeschermingswet 1998, de soortenbescherming in de Flora- en faunawet. Natuurbeschermingswet 1998 De Natuurbeschermingswet 1998 (kortweg: Nb-wet) vormt de invulling van de gebiedsbescherming van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouden van bijzondere gebieden in Nederland. De Nb-wet kent verschillende soorten beschermde gebieden. De belangrijkste zijn de Natura 2000gebieden (oftewel Vogel- en Habitatrichtlijngebieden oftewel Speciale Beschermingszones) en de beschermde natuurmonumenten. In de omgeving van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied “Uiterwaarden IJssel” dat beschermd is op grond van de Nb-wet. Er moet worden nagegaan of de aanleg of ingebruikname van de verschillende alternatieven (significante) effecten zal hebben op dit gebied. Specifiek op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied (zie tabel 9.3). Als de voorgenomen plannen negatieve effecten hebben op dit Natura 2000 gebied, is een vergunning op grond van de Nb-wet vereist. Ook kunnen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen, te verminderen of te compenseren nodig zijn. De begrenzing van het Natura 2000-gebied is opgenomen in Bijlage 10.
Flora- en faunawet De Flora- en faunawet is gericht op de bescherming van in het wild voorkomende planten en dieren. Er zijn categorieën met verschillende beschermingsregimes. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving, voor iedereen en in alle gevallen. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’ MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 69 -
Mei 2012
principe. Dat betekent dat alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten in principe verboden zijn. Artikel 75 bepaalt dat vrijstellingen en ontheffingen van deze verbodsbepalingen kunnen worden verleend. Bij de aanpak van de verkeersknelpunten in Twello moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van krachtens de Flora- en faunawet beschermde soorten planten en dieren. Als (uitvoering van) de plannen leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, kan een ontheffing ex. artikel 75 van de Flora- en faunawet vereist zijn. Ook kunnen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen, te verminderen of te compenseren nodig zijn. 9.3.2
Beleidskader Nota Ruimte (Ecologische Hoofdstructuur) De voorgenomen randwegalternatieven doorsnijden het landgoed ‘t Hartelaar wat deel uitmaakt van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) (zie afbeeldingen 9.1 en 9.2). Het ruimtelijk beleid voor de EHS is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden’ van de EHS. Op plannen, projecten of handelingen binnen de EHS is conform de Nota Ruimte het ’nee, tenzij’-regime van toepassing. Ruimtelijke ingrepen in de EHS met significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied zijn in beginsel niet toegestaan. Tenzij er voor de ingreep geen reële alternatieven zijn èn er sprake is van redenen van groot openbaar belang. De initiatiefnemer is verplicht om de negatieve effecten te mitigeren (voorkomen of beperken) en de restschade te compenseren. Streekplanuitwerking provincie Gelderland en Natuurbeheerplan 2011 De wezenlijke waarden en kenmerken van de EHS in de provincie Gelderland zijn vastgelegd in de streekplanuitwerking (Provincie Gelderland, 2006) en het ontwerp natuurbeheerplan 2011 (Provincie Gelderland, 2010). Niet alleen de aanwezige natuurwaarden worden beschermd maar ook de beoogde natuurwaarden.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 70 -
Definitief rapport
Afbeelding 9.1 Ecologische Hoofdstructuur rondom Twello (groen gekleurd).
Afbeelding 9.2 Ecologische Hoofdstructuur regionaal
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 71 -
Mei 2012
Gedeputeerde Staten beoordelen of een aantasting van kernkwaliteiten en omgevingscondities van de EHS als significant is te beschouwen. Hierbij maken Gedeputeerde Staten onderscheid in enerzijds kernkwaliteiten en omgevingscondities behorende bij een specifieke locatie, het leefgebied van (benoemde) soorten en uitwisselingsmogelijkheden voor soorten en anderzijds in kernkwaliteiten die betrekking hebben op landschappelijke en landschapsecologische samenhang. Gedeputeerde Staten beschouwen een ruimtelijke ingreep als een significante aantasting van kernkwaliteiten en omgevingscondities wanneer deze kan leiden tot de volgende effecten: Een vermindering van areaal en kwaliteit van bestaande natuur-, bos- en landschapselementen en gebieden aangewezen voor nieuwe natuur en agrarische natuur. Een vermindering van de uitwisselingsmogelijkheden voor planten en dieren in verbindingszones en tussen de verschillende leefgebieden in de overige delen van de EHS. In het bijzonder de vrije verplaatsing van herten en wilde zwijnen binnen het gehele bos- en natuurgebied van de Veluwe Een vermindering van de kwaliteit van het leefgebied van alle soorten waarvoor conform de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing vereist is en als zodanig worden genoemd in de AmvB Vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora en Faunawet.
Een vermindering van het areaal van de grote natuurlijke eenheden (aaneengeslotenheid). Een belemmering voor het verloop van natuurlijke processen in de grote eenheden. Een verstoring van de natuurlijke morfologie, waterkwaliteit, watervoering en verbondenheid met het landschap van HEN-wateren. Een verandering van de grond- en oppervlaktewater-omstandigheden (kwaliteit en kwantiteit) die de voor de natuurdoeltypen gewenste grond- en oppervlaktewater situatie (verder) aantast. Een verhoging van de niet gebiedseigen geluidsbelasting in stiltebeleidsgebieden en stiltegebieden (in geval de norm van 40 decibel wordt overschreden). Voor onderstaande kernkwaliteiten geldt dat Gedeputeerde Staten het schaalniveau waarop een beoogde ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, zal afwegen tegen de gevolgen voor de kernkwaliteiten. Op basis hiervan zullen Gedeputeerde Staten beoordelen of een aantasting als significant is te beschouwen. Het gaat hierbij om de volgende kernkwaliteiten: In de gehele EHS: De landschappelijke verwevenheid van natuur, bos en landschapselementen met cultuurgronden. In de IJsselvallei: De grote variatie en de hoge kwaliteit van de aanwezige natte natuurterreinen en wateren (beken en sprengen), die samenhangt met de toevoer van grondwater uit de Veluwe.
De overgangen van de droge Veluwe naar de natte flanken en naar de IJssel(vallei) waarbinnen uitwisseling van planten en dieren mogelijk is, waarbinnen abiotische processen zo veel mogelijk ongestoord verlopen, en waarbinnen de natuur zich op de gehele gradiënt ontwikkelt. In het bijzonder in de Hattemer-, Wisselse, Beekberger- en Soerense poort.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 72 -
Definitief rapport
Het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei, waarin soorten als de das, amfibieën en vleermuizen voorkomen. Het goed bewaard gebleven reliëf en de daarmee samenhangende variatie en hoge kwaliteit van de natuur in de IJsseluiterwaarden. Met in deze uiterwaarden zowel gave kronkelwaarden met stroomdalgraslanden, hagen en hardhoutooibosjes, als goede kansen voor een grootschalige, weinig gestuurde natuurontwikkeling.
Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030, 2007 (RSV) De gemeenteraden binnen de regio Stedendriehoek leggen in de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 van mei 2007 de gemeenschappelijke ambities vast voor het zogeheten bundelingsgebied: het gebied rond Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen zogenaamde ‘middengebied’. De structuurvisie laat zien hoe de gemeenten samen streven naar een hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling van de Stedendriehoek als geheel en de gemeenten als onderdeel. De doelstelling als beginsel voor het ruimtelijk beleid voor de Stedendriehoek luidt: behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werk en recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw. Twello ligt in het zogenaamde middengebied. Naast inbreiding en herontwikkeling wordt ook voorzien in woningbouw aan de zuidoostzijde van Twello en ontwikkeling van bedrijventerrein aan de zuidwestzijde van Twello. Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (2005) In de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) is het kader voor toekomstig gemeentelijk ruimtelijk beleid en ambities geformuleerd. De RTV vormt geen toetsingskader in het deelonderzoek flora en fauna.
Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJsselvallei (2010) Het Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJsselvallei (LOP) vormt een (door de gemeenteraad vastgesteld) ontwikkelingsplan en een toetsingskader voor behoud en ontwikkeling van de landschappelijke samenhang waarbij de karakteristieken van het landschap in stand worden gehouden en verder ontwikkeld. Het LOP vormt geen toetsingskader in het deelonderzoek flora en fauna. Gebiedsvisie Zuid Zuid West De visie geeft aan in welke mate het gebied ten zuiden en zuidwesten van Twello zich leent voor realisatie van de gemeentelijke ruimtelijke en landschappelijke ambities. De gebiedsvisie omvat: verbetering van de aanwezige basis landschapsstructuur; bescherming en waar mogelijk versterking van de aanwezige waarden; een ruimtelijk kader voor mogelijke ontwikkelingen en geeft aan welke ontwikkelingen meer of minder gewenst zijn. De gebiedsvisie Zuid Zuid West vormt geen toetsingskader in het deelonderzoek flora en fauna.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 73 -
Mei 2012
Leidraad Spoorzone Twello 2030+ De Leidraad Spoorzone Twello 2030+ vormt een stedenbouwkundig kader voor de beoordeling van grotere (particuliere) woningbouwinitiatieven. De leidraad bevat geen beleidsuitgangspunten die relevant zijn voor het deelonderzoek flora en fauna. De Natuurschoonwet 1928 De Natuurschoonwet is een fiscale regeling/ belastingwet die eigenaren, vruchtgebruikers en erfpachters van een landgoed onder bepaalde voorwaarden belastingvoordelen biedt. Deze wet wordt behandeld in het deelonderzoek cultuurhistorie en archeologie.
9.4
Beoordelingscriteria De Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en het beleid voor de Ecologische Hoofdstructuur vormen de toetsingskaders voor de beoordeling van effecten op natuur. Flora- en faunawet Beoordeling van effecten in het kader van de Flora- en faunawet gebeurt voor alle beschermde soorten van tabel 2 en 3 van de Flora- en faunawet en vogels. Specifiek wordt getoetst aan eventuele overtredingen van verbodsbepalingen ten aanzien van de betreffende soorten en de gunstige staat van instandhouding van soorten. Het beoordelen van de gunstige staat van instandhouding van soorten die vermeld staan op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn vindt plaats op lokaal niveau. Voor alle overige soorten, dus inclusief de overige tabel 3- soorten, gebeurt dit op landelijk niveau (conform Handreiking Min LNV, 2009). Effecten worden zwaarder beoordeeld naarmate de beschermingsstatus zwaarder is. Elke activiteit die de overlevingskans of de reproductiemogelijkheid van (populaties van) beschermde soorten negatief beïnvloedt moet gezien worden als verstorend. Bij het bepalen van de mate van kwaliteitsverlies van het leefgebied van een soort door verstoring zijn vooral de intensiteit, de duur, de periode in het jaar en de frequentie van de verstoringbron van belang. De verstoringgevoeligheid verschilt per soort. (Bron: Handreiking FFwet Min LNV, 2009).
NB-wet De effecten van de verschillende infrastructurele alternatieven worden getoetst aan de instandhoudingsdoelen die voor het Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel gelden. Er wordt nagegaan of er een (reële) kans op significante effecten bestaat of dat juist de zekerheid kan worden gegeven dat significante effecten zijn uitgesloten. Voor een invulling van het begrip significantie geldt de ‘Leidraad significantie’ van het Steunpunt/Regiebureau Natura 2000. Van significante effecten kan sprake zijn als ten gevolge van menselijk handelen het verwezenlijken van de instandhoudingsdoelen sterk wordt bemoeilijkt of onmogelijk wordt gemaakt. Dat is in ieder geval zo, als het oppervlak van een habitattype of een leefgebied of de kwaliteit van habitattype of leefgebied of de omvang van een populatie lager wordt dan genoemd in de instandhoudingsdoelen in het aanwijzingsbesluit.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 74 -
Definitief rapport
Het gaat alleen om eventuele indirecte effecten (externe werking), aangezien er geen sprake is van ruimteslag op het gebied. Specifiek moet rekening gehouden worden met eventuele effecten op gebieden die buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar die van essentieel belang zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelen. Zo kunnen functionele gebieden (rustgebied, slaapgebied, foerageergebied) buiten het Natura 2000-gebied nodig zijn voor realisatie van de instandhoudingsdoelen. EHS De kernkwaliteiten en omgevingscondities vormen het toetsingskader voor effectbeoordeling op de EHS. Voor het EHS gebied aan de westrand van Twello gaat het om de volgende mogelijke effecten: Een vermindering van areaal en kwaliteit van bestaande natuur-, bos- en landschapselementen en gebieden aangewezen voor nieuwe natuur en agrarische natuur. Een vermindering van de uitwisselingsmogelijkheden voor planten en dieren in verbindingszones en tussen de verschillende leefgebieden in de overige delen van de EHS. Een vermindering van de kwaliteit van het leefgebied van alle soorten waarvoor conform de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing vereist is en als zodanig worden genoemd in de AmvB Vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora en Faunawet.
Het vanuit ecologisch opzicht samenhangend geheel van landgoederen en beken in de Zuidelijke IJsselvallei, waarin soorten als de das, amfibieën en vleermuizen voorkomen. Er wordt nagegaan of er een (reële) kans op significante effecten bestaat. In paragraaf 9.3.2 staat uitgelegd wanneer effecten als significant worden beschouwd. De voorgenomen ingreep wordt getoetst aan de volgende criteria: areaal vernietiging, versnippering, verdroging, verstoring door geluid en verstoring door licht. In onderstaande volgt een korte toelichting op deze criteria (Bron: Effectenindicator Natura 2000-gebieden - Achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Alterra rapport 1375. Alterra, Wageningen).
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 75 -
Mei 2012
Tabel 9.1 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Toetsingscriterium Flora- en faunawet
Waarderingssystematiek --
Overtreding verbodsbepalingen, gunstige staat van instandhouding in het geding
-
Overtreding verbodsbepalingen, gunstige staat van instandhouding niet in het geding
NB-wet
EHS
0
Geen relevant effect, geen overtreding verbodsbepalingen
+1
Beperkt positief effect, niet relevant voor instandhouding
++1
Positief effect, relevant voor instandhouding
--
Significant negatief effect op instandhoudingsdoel
-
Negatief effect op instandhoudingsdoel, maar niet significant
0
Geen relevant effect
+
Beperkt positief effect, niet relevant voor instandhoudingsdoel
++
Positief effect, bijdrage aan instandhoudingsdoel
--
Significant negatief effect op wezenlijke waarden en kenmerken
-
Negatief effect op wezenlijke waarden en kenmerken, maar niet significant
0
Geen relevant effect
+
Beperkt positief effect, niet relevant voor wezenlijke waarden en kenmerken
++
Positief effect, relevant voor wezenlijke waarden en kenmerken
Areaal vernietiging Areaalvernietiging (oppervlakteverlies) treedt op door ruimtebeslag; in dit geval door uitbreiding van de bestaande infrastructuur of aanleg van nieuwe infrastructuur. Versnippering Onder versnippering wordt verstaan het uiteenvallen van een beschermd natuurgebied of leefgebied van een soort in meerdere kleinere, ruimtelijk gescheiden (leef)gebieden; in dit geval mogelijk door aanleg van een nieuwe weg. Verdroging Verdroging treedt op als in een gebied de grondwaterstand daalt of de kwel afneemt, of als de waterkwaliteit verslechtert door het inlaten van gebiedsvreemd water. Verdroging kan optreden in de aanlegfase (tijdelijk) en/of in de gebruiksfase (permanent). Verstoring door geluid Geluid wordt beschouwd als één van de belangrijkste verstorende factoren van wegverkeer op de natuurlijke omgeving (Hille Ris Lambers, 2008). Alleen diersoorten zijn gevoelig voor verstoring. Verstoring door geluid kan optreden in de aanlegfase door bouwwerkzaamheden (tijdelijk effect) en in de gebruik fase door (toegenomen) verkeersintensiteit (permanent effect).
1
Deze score komt niet voort uit de Flora- en faunawet, omdat de Flora- en faunawet geen verbeterdoelstelling kent.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 76 -
Definitief rapport
Verstoring door licht (kunstmatige lichtbronnen) Kunstmatige verlichting van de nachtelijke omgeving kan leiden tot verstoring van het normale gedrag van soorten. Verstoring door licht kan optreden in de aanlegfase (tijdelijk effect) en in de gebruik fase (permanent effect). De effecten van de alternatieven voor de randweg op natuur worden kwalitatief beoordeeld op basis van deskundigenoordeel (expert judgement). De effecten van de verschillende alternatieven worden bepaald door ze te vergelijken met de situatie die in het plangebied ontstaat als géén van de alternatieven wordt uitgevoerd (referentiesituatie). De effecten worden bepaald met de volgende vijfpuntsbeoordelingsschaal. Tabel 9.2 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Toetsingscriterium
Waarderingssystematiek
Vernietiging
--
Aanzienlijke verslechtering ten opzichte van nulalternatief
Versnippering
-
Geringe verslechtering ten opzichte van referentiesituatie
Verdroging
0
Verbetering noch verslechtering ten opzichte van referentiesituatie
Verstoring door geluid
+
Geringe verbetering ten opzichte van referentiesituatie
Verstoring door licht
++
Aanzienlijke verbetering ten opzichte van referentiesituatie
9.5
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
9.5.1
Huidige situatie Flora- en faunawet Op basis van een oriënterend veldbezoek (januari 2011), een aanvullend oriënterend vleermuisonderzoek (19 mei 2011) en bronnenonderzoek (zie literatuurlijst) wordt in onderstaande een beschrijving gegeven van het voorkomen van beschermde soorten in het invloedsgebied van de vijf alternatieven. Het inventarisatierapport Landgoed Hartelaar van KNNV / IVN vormde een belangrijke bron van informatie. De KNNV / IVN hebben het landgoed Hartelaar recent, in 2010, geïnventariseerd op amfibieën, insecten, planten en vogels. Daarnaast is gebruik gemaakt van de inventarisatiegegevens van de Hondsgrift uit 2005 en 2010, beschikbaar gesteld door Waterschap Veluwe. Alternatieven A en B Alternatieven A en B betreffen infrastructurele oplossingen binnen het bestaande profiel van de Molenstraat. Het wegprofiel heeft geen betekenis voor beschermde soorten. Alternatief C Bedrijventerrein ‘t Belt dateert uit de jaren ‘50 en bestaat hoofdzakelijk uit grote loodsen en productiehallen. Bedrijventerrein Nijverheid dateert uit de jaren ‘70 en omvat voornamelijk grote hallen en loodsen (opslag- en productiebedrijven). Groenstructuren zijn spaarzaam aanwezig. Waterpartijen ontbreken. In de opgaande beplanting kunnen in het broedseizoen algemene broedvogels verwacht worden. Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen zijn hier niet vastgesteld.
Activiteit van vleermuizen in de avond en ochtend op het bedrijventerrein was nihil. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 77 -
Mei 2012
niet vastgesteld op het bedrijventerrein en worden hier ook niet verwacht. De aanwezige gebouwen zijn hiervoor niet geschikt. N.B. Voor dit alternatief is geen nadere invulling van verplaatsing van de bedrijven buiten de gemeentegrens gemaakt. Daarom is er ook geen verdere uitwerking m.b.t. voorkomen van beschermde soorten voor dit alternatief uitgevoerd.
Alternatief D en E Voor alternatief D en E komen samenvattend de volgende beschermde soorten in het invloedsgebied voor en van belang om te vermelden: Vermeldenswaardig is onder andere: grote boterbloem. Wat betreft libellen is het voorkomen van vroege glazenmaker vermeldenswaardig. Op grond van de resultaten van het veldbezoek en de beschikbare gegevens (Waterschap Rivierenland, 2005, 2010) is de conclusie dat het plangebied geen betekenis heeft voor beschermde soorten vissen. Op grond van verspreidingsgegevens en het aanwezige habitat worden beschermende amfibieën niet verwacht in het studiegebied. Beschermde reptielen worden eveneens niet verwacht op het Landgoed Hartelaar. Het gebied is niet van bijzonder belang voor vogels. In het studiegebied zelf zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van dassen. Verblijfplaatsen van dassen zijn niet aanwezig in het studiegebied. De watergangen in het studiegebied vormen geen geschikt leefgebied voor waterspitsmuis. Uit de regio is het voorkomen bekend van steenmarter en boommarter. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Buiten het tracé is met zekerheid één kolonieplaats vastgesteld van gewone dwergvleermuis.
Een verblijfplaats van laatvliegers wordt op basis van het onderzoek vermoed in het ‘kerkschip’ op het landgoed Oude Wezeveld ten noorden van de Rijksstraatweg. Voorts zijn er in het gehele gebied enkele tientallen exemplaren - soms jagend aangetroffen. In het kader hierna is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de hierboven beschreven beschermde soorten. Huidige functie voor strikt beschermde planten In de periode april – september 2010 hebben de KNNV / IVN geen strikt beschermde plantensoorten aangetroffen op het Landgoed Hartelaar. Op grond van de beschikbare informatie is de conclusie dat het invloedsgebied van beide alternatieven geen betekenis heeft voor (strikt) beschermde plantensoorten. Los van beschermde soorten, stellen de KNNV / IVN dat het Landgoed Hartelaar botanisch zeer rijk is; dit dankzij een grote variatie aan biotopen. Vermeldenswaardig zijn onder andere: grote boterbloem. Zij hebben geen soorten van de Rode lijst aangetroffen. Huidige functie voor strikt beschermde ongewervelden Op grond van de beschikbare gegevens (KNNV/IVN, 2010, www.vlindernet.nl, www.libellennet.nl) concluderen we dat het invloedsgebied van beide alternatieven geen betekenis heeft voor beschermde soorten ongewervelden. De KNNV/IVN hebben op Landgoed Hartelaar oranjetipje vastgesteld, een vrij schaarse dagvlinder (geen Rode lijst).
Daarnaast hebben ze meer algemene soorten dagvlinders waargenomen als groot koolwitje en klein koolwitje. Wat betreft libellen is het voorkomen van vroege glazenmaker vermeldenswaardig.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 78 -
Definitief rapport
Huidige functie voor strikt beschermde vissen Op grond van de resultaten van het veldbezoek en de beschikbare gegevens (Waterschap Veluwe, 2005, 2010) concluderen we dat het plangebied geen betekenis heeft voor beschermde soorten vissen. Tijdens het veldbezoek zijn de Hondsgrift en overige wateren die door het beoogde tracé gekruist worden bemonsterd met behulp van een schepnet. Hierbij zijn geen beschermde vissoorten gevangen. Aangetroffen zijn alleen driedoornige- en tiendoornige stekelbaars. Bij bemonsteringen van de beek de Hondsgrift in 2005 en in 2010 zijn evenmin beschermde vissoorten aangetroffen (data waterschap Veluwe). In de Hondsgrift zijn in 2005 wel driedoornige- en tiendoornige stekelbaars, bermpje en snoek gevangen (allen niet beschermd). Uit de directe omgeving is het voorkomen bekend van kleine modderkruiper. De kleine modderkruiper kan indien aanwezig eenvoudig worden vastgesteld met behulp van een schepnet. De soort is niet aangetroffen bij het veldbezoek. Ook bij eerdere bemonsteringen van de Hondsgrift is kleine modderkruiper niet aangetroffen. Op basis van voorgaande concluderen we dat het studiegebied geen betekenis heeft voor kleine modderkruiper. Bittervoorn, grote modderkruiper en rivierdonderpad zijn slechts bekend uit de wijdere omgeving van het studiegebied (Van Kessel et al., 2009).
Bittervoorn komt verspreid en plaatselijk algemeen voor in het Natura 2000 gebied uiterwaarden IJssel en in aangrenzende binnendijkse gebieden. Het aantal waarnemingen van grote modderkruiper uit de uiterwaarden IJssel is beperkt. Het is zelfs de vraag of er een (levensvatbare) populatie van grote modderkruiper voorkomt in de regio. Rivierdonderpad komt in de regio alleen in stromende wateren voor. De soort is in de uiterwaarden van de IJssel alleen waargenomen in de hoofdstroom van de IJssel. Huidige functie voor strikt beschermde amfibieën In een poel nabij het huis op Landgoed Hartelaar ten westen van het studiegebied heeft de KNNV/IVN in 2010 kamsalamander vastgesteld (KNNV/IVN, 2010). Dit is buiten het beoogde tracé van alternatieven D en E. Landbiotoop bevindt zich (over het algemeen) in een straal van ca. 250 m rondom de voortplantingslocatie. Ook dit is buiten het tracé. Het gebied Hartelaar vormt tezamen met het boscomplex het Woudhuis een kernleefgebied voor kamsalamander in het gebied tussen de Veluwe en de IJssel (Crombaghs et al., 1996). Knoflookpad is bekend uit een particuliere kolk, in de omgeving van Twello, ingesloten door de A-1 aan de zuidzijde en de N-344 (Creemers & Crombaghs, 1999). Op Landgoed Hartelaar komt de soort voorzover bekend niet voor.
In de wijde omgeving (aangrenzende uurhokken) is het voorkomen bekend van rugstreeppad en poelkikker (www.telmee.nl; Spitzen - van der Sluijs et al, 2007, Creemers & van Delft,2009). Deze soorten zijn in 2010 echter niet vastgesteld op het landgoed. Op grond van verspreidingsgegevens en het aanwezige habitat worden deze soorten ook niet verwacht in het studiegebied. Huidige functie voor strikt beschermde reptielen Uit de wijde omgeving (aangrenzende uurhokken) is het voorkomen bekend van ringslang. Er zijn echter geen waarnemingen bekend van reptielen uit het Hartelaar of de directe omgeving daarvan (aangrenzende kilometerhokken) (www.telmee.nl; Spitzen - van der Sluijs et al, 2007, Creemers & van Delft,2009). Deze soort wordt daarmee ook niet verwacht op het Landgoed Hartelaar.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 79 -
Mei 2012
Huidige functie voor vogels De volgende soorten met vaste rust- en verblijfplaats2 broeden op het landgoed: roek (366 broedparen bij Rotonde Rijksstraatweg – Oude Wezenveldseweg; 2008), buizerd (1 paar) en mogelijk ook sperwer (1 paar) (KNNV/IVN, 2010, Foreest Groen Consult, 2008). In het studiegebied zijn geen verblijfplaatsen van de twee laatstgenoemde soorten aanwezig. Soorten als boomvalk, ransuil en steenuil zijn niet vastgesteld op Landgoed Hartelaar tijdens de inventarisatie van de IVN/KNNV in 2010 en ook niet tijdens de vleermuizeninventarisatie in 2011. In het studiegebied worden nestplaatsen van deze soorten daarmee ook niet verwacht. Tijdens het vleermuisonderzoek is een kerkuil boven de open weilanden (ten zuiden van oostelijk deel van het tracé) waargenomen. Een nestplaats is niet vastgesteld in het invloedsgebied en wordt daarmee ook niet verwacht. De huismus komt talrijk voor in de Omloop: meer dan 20 paren direct langs de rand van de bebouwing. In de woonwijk broeden tevens gierzwaluwen (een tiental geteld). Voor het overige broeden er op het landgoed Hartelaar algemeen voorkomende broedvogelsoorten waarvan de nesten alleen in het broedseizoen beschermd zijn. Het gaat om soorten als vink, winterkoning, zwartkop, merel, koolmees, roodborst, pimpelmees, houtduif, wilde eend.
Er is slechts één rode lijst soort vastgesteld als broedvogel, de groene specht (één broedpaar) (IVN/KNN, 2010). Het gebied is niet van bijzonder belang voor vogels. Huidige functie voor strikt beschermde zoogdieren Op het landgoed Hartelaar is het voorkomen bekend van eekhoorn (IVN/KNNV, 2010). In het studiegebied zijn geen nesten vastgesteld. Mogelijke nesten van eekhoorn kunnen gemist zijn in het naaldhoutperceel (buiten tracé). Uit de omgeving van het studiegebied zijn waarnemingen van das bekend (www.telmee.nl). In het studiegebied zelf zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van dassen. Verblijfplaatsen van das zijn niet aanwezig in het studiegebied. Waterspitsmuis is bekend uit de wijdere omgeving van het studiegebied (aangrenzend uurhok Natura 2000 gebied Uiterwaarden IJssel) (VZZ, 2011). De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. De watergangen in het studiegebied vormen geen geschikt leefgebied voor waterspitsmuis. Verder is uit de regio het voorkomen bekend van steenmarter en boommarter. De steenmarter komt algemeen voor in en rondom Deventer. Tussen Deventer en Apeldoorn zijn verspreide waarnemingen van steenmarter bekend. Wat Twello betreft is steenmarter voorzover bekend alleen in Twello-oost waargenomen.
Op grond van verspreidingsgegevens concluderen we dat het studiegebied geen leefgebied (verblijfplaatsen en/of foerageergebied) vormt voor steenmarter. Het voorkomen van boommarter is gebonden aan de Veluwe. In het studiegebied komt de soort niet voor. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn de volgende soorten vleermuizen vastgesteld in het studiegebied: laatvlieger (algemeen voorkomend in studiegebied), gewone dwergvleermuis (algemeen), rosse vleermuis (twee exemplaren), ruige dwergvleermuis (1 exemplaar), watervleermuis (drie tot vier exemplaren) en mogelijk baarvleermuis (één exemplaar) en bosvleermuis (1 exemplaar). Twee laatstgenoemde soorten konden niet met zekerheid gedetermineerd worden. De watervleermuizen gebruikten de laanstructuren als vliegroute en zijn jagend o.a. boven de Hondsgrift en bosrandzone langs de bebouwde kom vastgesteld.
2
Op grond van door het ministerie van LNV verstrekte handreikingen worden nesten van de volgende soorten als jaarrond beschermde nestplaatsen beschouwd: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief, zwarte wouw.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 80 -
Definitief rapport
Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen op het geplande tracé en een straal van ca. 10 m daaromheen vastgesteld. Buiten het tracé is met zekerheid één kolonieplaats vastgesteld van gewone dwergvleermuis (25 exemplaren) in een woning aan de Omloop. Veel van de dieren van deze kolonie leken te jagen boven de Hondsgrift en langs de begeleidende bosrand ten westen van de kolonieplaats, in de noordelijke zone van het tracé. In de westelijke helft van het studiegebied jaagden ’s nachts maximaal vijfentwintig gewone dwergvleermuizen langs het tracé en ca. tien in de rand van de bebouwde kom (Omloop). In het oostelijk deel zijn boven de nieuw aangelegde waterpartijen bij Engelenburg meerdere gewone dwergvleermuizen jagend aangetroffen. Een verblijfplaats van laatvlieger wordt op basis van het onderzoek vermoed in het ‘kerkschip’ op het landgoed tussen de Rijksstraatweg en de Oude Wezeveldseweg. Dit is ca. 100 m ten westen van beoogde rotonde van het westelijke uiteinde van alternatief E. Langs de weg Hartelaar naar het zuidwesten is een (de) vliegroute van de laatvliegers gevonden. Hier vlogen tussen 22:20 en 22:30 vier tot vijf exemplaren langs. Langs de zuidrand van de bebouwde kom (Omloop) boven de beek tussen bosrand en tuinen bleven gedurende de nacht ca. vijf exemplaren jagen. In het oostelijk deel van het studiegebied was de laatvlieger schaars.