Gerelateerd: Onderzoeksrapport MER randweg Twello (2012 16405)
Tekst van het document
INSERT YOUR PICTURE(S) IN THIS CELL
Onderzoeksrapport MER Randweg Twello Gemeente Voorst
Gemeente Voorst Mei 2012 Definitief rapport 9W0766
HASKONING NEDERLAND B.V. VESTIGING ENSCHEDE
Colosseum 3 Postbus 26 7500 AA Enschede +31 (0)53 483 01 20
Telefoon
+31 (0)53 432 27 85
Fax
info@enschede.royalhaskoning.com
www.royalhaskoning.com
Internet
Arnhem 09122561
Documenttitel
Onderzoeksrapport MER Randweg Twello Gemeente Voorst
Verkorte documenttitel
MER Randweg Twello
Status
Definitief rapport
Datum
Mei 2012
Projectnaam
MER Randweg Twello
Projectnummer
9W0766
Opdrachtgever
Gemeente Voorst
Referentie
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc
Auteur(s)
Elja Beld
Collegiale toets Datum/paraaf Vrijgegeven door Datum/paraaf
Rob Huisman Mei 2012 Rob Huisman Mei 2012.
A company of Royal Haskoning
KvK
INHOUDSOPGAVE Blz. 1
INTRODUCTIE
1
2
VERKEER EN INFRASTRUCTUUR 2.1 Inleiding 2.2 Vooraf 2.3 Relevant beleid 2.4 Beoordelingscriteria 2.4.1 Bereikbaarheid 2.4.2 Waarderingssystematiek Bereikbaarheid 2.4.3 Verkeersveiligheid 2.4.4 Waarderingssystematiek Verkeersveiligheid 2.4.5 Robuustheid 2.4.6 Waarderingssystematiek Robuustheid 2.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 2.5.1 Huidige situatie 2010 2.5.2 Autonome ontwikkeling (referentiesituatie 2020) 2.6 Effectbeschrijving 2.6.1 Bereikbaarheid 2.6.2 Verkeersveiligheid 2.6.3 Robuustheid 2.7 Samenvattende effectbeoordeling
5 5 5 6 11 12 16 17 18 19 20 20 20 23 25 25 28 30 31
3
SAMENVATTING VERKEER & INFRASTRUCTUUR
35
4
RUIMTELIJKE ORDENING 4.1 Inleiding 4.2 Vooraf 4.3 Relevant beleid 4.3.1 Wettelijk kader 4.3.2 Beleidskader 4.4 Beoordelingscriteria 4.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 4.6 Effectbeschrijving 4.6.1 Ligging ten opzichte van bestaande woon-, werk- en centrumfuncties 4.6.2 Ligging ten opzichte van nieuwe woon-, werk- en centrumfuncties 4.7 Samenvattende effectbeoordeling ruimtelijke ordening
37 37 37 38 38 38 42 43 46
ECONOMIE 5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.4
49 49 49 49 49 51
5
Inleiding Vooraf Relevant beleid Beleidskader Beoordelingscriteria
MER Randweg Twello Definitief rapport
46 46 46
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -i-
Mei 2012
5.5 5.5.1 5.5.2 5.6 5.6.1 5.6.2 5.6.3 5.7
Huidige situatie en autonome ontwikkeling Huidige situatie Autonome ontwikkeling Effectbeschrijving Ontsluiting bedrijventerreinen in de kern Twello Economische structuur Twello Centrum Economische belevingswaarde centrum / Molenstraat Samenvattende effectbeoordeling economie
52 52 53 54 54 55 55 56
6
RECREATIEVE ROUTES EN GEBIEDEN 6.1 Inleiding 6.2 Vooraf 6.3 Relevant beleid 6.3.1 Beleidskader 6.4 Beoordelingscriteria 6.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 6.5.1 Huidige situatie 6.5.2 Autonome ontwikkeling 6.6 Effectbeschrijving 6.6.1 Verstoring recreatieve routes 6.6.2 Doorsnijding recreatiegebieden 6.7 Samenvattende effectbeoordeling recreatieve routes en gebieden
57 57 57 57 57 58 59 59 60 61 61 61 62
7
LANDBOUW 7.1 Inleiding 7.2 Vooraf 7.3 Relevant beleid 7.3.1 Beleidskader 7.4 Beoordelingscriteria 7.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 7.5.1 Huidige situatie 7.5.2 Autonome ontwikkeling 7.6 Effectbeschrijving 7.7 Samenvattende effectbeoordeling landbouw
63 63 63 63 63 63 64 64 64 65 66
8
SAMENVATTING RUIMTELIJKE ORDENING & ECONOMIE
67
9
FLORA EN FAUNA 9.1 Inleiding 9.2 Vooraf 9.3 Relevant beleid 9.3.1 Wettelijk kader 9.3.2 Beleidskader 9.4 Beoordelingscriteria 9.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 9.5.1 Huidige situatie 9.5.2 Autonome ontwikkeling 9.6 Effectbeschrijving 9.6.1 Flora- en faunawet
69 69 69 69 69 70 74 77 77 84 84 84
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - ii -
Definitief rapport
9.6.2 9.6.3 9.7
Natuurbeschermingswet Ecologische Hoofdstructuur Samenvattende effectbeoordeling flora en fauna
86 87 88
10
BODEM EN WATER 10.1 Inleiding 10.2 Vooraf 10.3 Relevant beleid 10.3.1 Wettelijk kader 10.3.2 Beleidskader 10.4 Beoordelingscriteria 10.4.1 Toelichting per beoordelingscriterium 10.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 10.5.1 Ligging onderzoeksgebied 10.5.2 Bodem- en grondwaterkwaliteit 10.5.3 Grondwaterkwantiteit 10.5.4 Oppervlaktewaterkwaliteit 10.5.5 Retentiegebied 10.6 Autonome ontwikkeling 10.7 Effectbeoordeling 10.7.1 Beïnvloeding bodem- en grondwaterkwaliteit 10.7.2 Verandering grondwaterkwantiteit 10.7.3 Verandering oppervlaktewaterregime 10.7.4 Beïnvloeding oppervlaktewaterkwaliteit 10.7.5 Aantasting retentiegebied 10.8 Samenvattende effectbeoordeling bodem en water
91 91 91 91 91 94 96 96 99 99 100 102 105 106 106 106 106 108 109 110 111 111
11
LANDSCHAP 11.1 Inleiding 11.2 Vooraf 11.3 Beleidskader 11.4 Beoordelingscriteria 11.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 11.5.1 Huidige situatie 11.5.2 Autonome ontwikkeling 11.6 Effectbeschrijving 11.6.1 Verandering landschappelijk waardevolle structuren 11.6.2 Verandering kenmerkende landschapselementen 11.7 Samenvattende effectbeoordeling landschap
113 113 113 113 115 116 116 118 119 119 120 121
12
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE 12.1 Inleiding 12.2 Vooraf 12.3 Relevant beleid 12.3.1 Wettelijk kader 12.3.2 Beleidskader 12.4 Beoordelingscriteria 12.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 12.5.1 Huidige situatie
125 125 125 125 125 126 128 130 130
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - iii -
Mei 2012
12.5.2 12.6 12.6.1 12.6.2 12.6.3 12.6.4 12.6.5 12.7
Autonome ontwikkeling Effectbeschrijving Cultuurhistorisch waardevolle structuren Monumenten Beeldbepalende elementen Archeologische monumenten/terreinen van (zeer) hoge waarde Gebieden met archeologische verwachtingswaarde Samenvattende effectbeoordeling cultuurhistorie en archeologie
133 134 134 134 134 134 135 135
13
SAMENVATTING GROEN MILIEU
137
14
GELUID 14.1 14.2 14.3 14.3.1 14.3.2 14.4 14.4.1 14.4.2 14.4.3 14.4.4 14.4.5 14.5 14.6 14.7 14.7.1 14.7.2 14.8
139 139 139 139 139 140 140 140 141 141 142 142 142 143 143 144 146 147
Inleiding Vooraf Relevant beleid Wettelijk kader Beleidskader Beoordelingswijze Gehanteerd rekenmodel en invoergegevens van cumulatie Kader wegverkeerslawaai Aantal geluidgehinderden Akoestisch ruimtebeslag wegverkeerslawaai Geluidbelasting in natuurgebieden. Beoordelingscriteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Effectbeschrijving Aantal geluidbelaste woningen en het aantal geluidgehinderden Geluidbelasting in natuurgebied / ecologische hoofdstructuur Samenvattende effectbeoordeling geluid
15
TRILLINGEN 15.1 Inleiding 15.2 Vooraf 15.3 Relevant beleid 15.4 Beoordelingswijze en -criteria 15.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 15.6 Effectbeschrijving 15.7 Samenvattende effectbeoordeling trillingen
149 149 149 149 149 149 150 151
16
LUCHT 16.1 16.2 16.3 16.3.1 16.4 16.5 16.6 16.7
153 153 153 153 154 154 155 155 156
Inleiding Vooraf Relevant beleid Beleidskader Beoordelingswijze en -criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Effectbeschrijving Samenvattende effectbeoordeling lucht
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - iv -
Definitief rapport
17
EXTERNE VEILIGHEID 17.1 Inleiding 17.2 Vooraf 17.3 Relevant beleid 17.3.1 Wettelijk kader 17.3.2 Beleidskader 17.4 Beoordelingscriteria 17.5 Huidige situatie en autonome ontwikkeling 17.5.1 Huidige situatie 17.5.2 Autonome ontwikkeling 17.6 Effectbeschrijving 17.6.1 Risico vervoer gevaarlijke stoffen – plaatsgebonden risico 17.6.2 Risico vervoer gevaarlijke stoffen – groepsrisico 17.7 Samenvattende effectbeoordeling externe veiligheid
157 157 157 157 157 159 160 161 161 163 163 163 163 164
18
SAMENVATTING WOON- & LEEFMILIEU
165
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16.
Kaarten Alternatieven Uitgangspunten en toelichting verkeersmodel Intensiteitskaarten + verschilplots Bestaande woon-, werk en centrumfuncties Nieuwe woon-, werk- en centrumfuncties Herontwikkelingslocaties Economie Recreatieve routes Landbouw Natura 2000-gebied Uiterwaarden IJssel Landschap Begrenzing Buitenplaats Hartelaar Cultuurhistorie Monumenten Calamiteitenroutes’ Totale scoringstabel Alternatieven op de thema’s
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -v-
Mei 2012
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - vi -
Definitief rapport
1
INTRODUCTIE De totstandkoming van de MER Voor u ligt het Onderzoeksrapport MER Randweg Twello dat door de gemeente Voorst is opgesteld met ondersteuning van de adviesbureaus Waardenburg en Royal Haskoning. Voordat uitgebreid wordt ingegaan op alle onderzoeksresultaten eerst een woord vooraf. Dit woord vooraf heeft primair betrekking op de leeswijsfunctie, de wijze van beoordelen en de beoordelingscriteria. Naast dit onderzoeksrapport is er een hoofdrapport opgesteld waarin de voornaamste onderzoeksresultaten zijn samengevat. In het hoofdrapport is achtereenvolgens ook opgenomen: Introductie. Aanleiding voor de MER Randweg Twello. Motivatie van het voornemen. Alternatieven en varianten. Milieueffecten. Leemte in kennis en evaluatie. Naast het hoofdrapport ligt aan het m.e.r.-onderzoek een 5-tal achtergronddocumenten ten grondslag. Achtergronddocumentatie dat betrekking heeft op de beoordelingsaspecten ‘bereikbaarheid’, ‘verkeersveiligheid’, ‘luchtkwaliteit’, ‘geluid’ en ‘trillingen’. Dit zijn separate rapporten die als naslagwerk bij het voorliggende onderzoeksrapport behoren.
Thema’s, beoordelingsaspecten en deelaspecten Het voorliggende Onderzoeksrapport MER Randweg Twello is opgedeeld volgens de volgende thema’s en beoordelingsaspecten: Thema ‘Verkeer en infrastructuur’, met als beoordelingsaspecten; Bereikbaarheid Verkeersveiligheid Robuustheid Thema ‘Ruimtelijke ordening en economie’, met als beoordelingsaspecten: Ruimtelijke ordening Economie Recreatieve routes en gebieden Landbouw Thema ‘Groene milieu’, met als beoordelingsaspecten: Flora en fauna Bodem en water Landschap Cultuurhistorie en archeologie, Thema ‘Woon- en leefmilieu’, met als beoordelingsaspecten: Geluid Trillingen Lucht Externe veiligheid.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -1-
Mei 2012
Thema leefbaarheid Een voornaam thema dat niet direct zichtbaar is in deze lijst betreft ‘leefbaarheid’. Dit thema omvat een aantal aspecten dat niet binnen één thema is te vatten. Het thema leefbaarheid komt in voorliggend onderzoeksrapport tot uiting bij ‘Verkeer en infrastructuur’ en wel bij het aspect verkeersveiligheid. Een veiliger verkeerssituatie doet immers recht aan een leefbare wegomgeving. Daarnaast komt leefbaarheid tot uiting binnen het thema ‘Woon- en leefmilieu’, onder de aspecten ‘lucht’, ‘geluid’ en ‘trillingen’. De mate van leefbaarheid neemt toe naarmate de hinder als gevolg van lucht, geluid en trillingen afneemt. Alle beoordelingsaspecten binnen een thema zijn gewaardeerd op basis van één of meer deelaspecten. Het aantal deelaspecten verschilt per beoordelingsaspect. Zo is het aspect ‘bereikbaarheid’ beoordeeld op negen deelaspecten terwijl ‘landbouw’ is beoordeeld op één deelaspect. Het is goed te beseffen dat het aantal deelaspecten niets zegt over de zwaarte of belangrijkheid van het betreffende aspect. Het ene beoordelingsaspect laat zich namelijk niet vangen door één deelaspect, terwijl dat voor een ander deelaspect wel het geval is. De gekozen deelaspecten geven een reëel en volledig beeld van het betreffende aspect. Enerzijds heeft daarin de algehele MER ervaring en systematiek een rol gespeeld en hoe een MER-onderzoek normaliter wordt opgebouwd.
Anderzijds heeft er maatwerk plaatsgevonden en is voor deze specifieke situatie bekeken op welke wijze de effecten van een alternatief op het betreffende aspect het best in beeld kan worden gebracht gegeven de problematiek en de omgevingskenmerken. Daarbij zijn uiteraard de Richtlijnen (aanbevelingen van de Commissie voor de m.e.r. van 9 december 2009) gevolgd. Wijze van beoordelen Een thema bestaat uit beoordelingsaspecten. Elk beoordelingsaspect kent één of meer deelaspecten. Per deelaspect is een beoordelingskader en een vijfpuntsschaal (minnen en plussen) opgesteld, per thema per hoofdstuk uitgebreid beschreven en toegelicht. Elk beoordelingsaspect kent een samenvattende beoordelingstabel, een tabel die de effecten weer geeft van alle deelaspecten. Elk thema eindigt met een samenvattende overzichtstabel van de beoordelingsaspecten. Voor de tabellen is de volgende kwalificering gehanteerd: Donkergroen
sterk positief effect t.o.v. de referentie situatie
Lichtgroen
positief effect t.o.v. de referentie situatie
Grijs
geen effect t.o.v. de referentie situatie
Licht geel
negatief effect t.o.v. de referentie situatie
Donker geel
sterk negatief effect t.o.v. de referentie situatie
Bij het samenvatten van de beoordelingsaspecten tot een themabeoordeling volgens bovenstaande kwalificering is nadrukkelijk geen rekenkundige of wiskundige optel- of aftelsom toegepast. Wel is gekeken naar deelaspecten die zwaarder wegen. Deze aspecten zijn in de tabel uitgelicht.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello -2-
Definitief rapport
Een voorbeeld daarvan is dat wanneer een effect primair bijdraagt aan het oplossen van de kernproblematiek, deze in beginsel zwaarder meeweegt. Ook kan er verschil bestaan in het feit dat het ene deelaspect zwaarder meeweegt omdat dit aspect meer recht doet aan de beleidsdoelstellingen of projectdoelstellingen. Hierna volgen per thema per hoofdstuk de uitwerkingen van de onderzoeken. De onderzoeken hebben plaatsgevonden voor 5 alternatieven. In Bijlage 1 zijn de kaarten opgenomen van de alternatieven. In Bijlage 16 is de Totale Scoringstabel opgenomen. De scoretabel laat voor alle 5 de alternatieven de beoordelingen zien op de hiervoor genoemde thema’s en beoordelingsaspecten.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -3-
Mei 2012
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello -4-
Definitief rapport
Verkeer en Infrastructuur
2
VERKEER EN INFRASTRUCTUUR
2.1
Inleiding In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het deelonderzoek in het kader van het aspect verkeer en infrastructuur beschreven. Daarbij wordt eerst ingegaan op het beleidskader, de beoordelingscriteria, de waarderingssystematiek, de huidige situatie en autonome ontwikkeling. Vervolgens zijn de resultaten van de effectanalyse en de effectbeoordeling beschreven.
2.2
Vooraf Troonrede september 2011 Het kabinet heeft de ambitie uitgesproken om de economie te versterken en te komen tot een veilig en toekomstbestendig Nederland. Investeren in rijkswegen en hoofdspoor zijn daarbij van groot belang. Met een gerichte focus op mainports, brainports en greenports en hun achterlandverbindingen zoals de A1 blijft het kabinet investeren in projecten om de bereikbaarheid te verbeteren, het vestigingsklimaat te versterken en de leefbaarheid te vergroten. Ten behoeve van de bereikbaarheid van de steden wordt op hoofdverbindingen buiten de Randstad, waar structureel files staan, 2x3 rijstroken de standaard. Voor de Stedendriehoek is dat bijvoorbeeld de A1. Binnen de Randstad is de standaard 2x4 rijstroken. Voorts wordt met het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) tussen grote steden in de Randstad, Brabant en Gelderland een hoger treinaanbod geboden (elke 10 minuten een trein). Dat kan leiden tot een groei van 5% voor het personenvervoer per spoor per jaar en kan het goederenvervoer per spoor zonder problemen toenemen. Dat geldt onder meer voor het spoortraject Apeldoorn – Deventer – Hengelo (ook wel de Berlijnlijn genoemd). Voor de gemeenten betekent dit dat op alle niveaus de infrastructuur op orde moet zijn.
Investeren in het hoofdwegennet en aanleg van extra rijstroken en frequentieverhoging van treinen op het spoor zijn alleen effectief wanneer lagere overheden inspelen op extra mobiliteit. De reiziger heeft er niets aan, wanneer hij aan het begin en eind van de reis vast komt te staan of aansluitingen mist in het openbaar vervoer. Aan de randen van de verplaatsingen moet het verkeer goed opvangen kunnen worden en moet de reiziger snel en comfortabel de reis kunnen vervolgen per OV en/of (elektrische) fiets. Voor wat betreft de verkeersveiligheid daalt op landelijk niveau het aantal verkeersdoden, maar tegelijkertijd stijgt het aantal ernstige verkeersgewonden. Binnen het Strategisch Plan Verkeersveiligheid zullen het Rijk en de decentrale overheden maatregelen moeten nemen om te komen tot een forse reductie van het aantal ernstige verkeersgewonden. Maatregelen voor de lokale (fiets) infrastructuur zijn daarbij noodzakelijk.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -5-
Mei 2012
2.3
Relevant beleid NVVP 2001-2020 Het Nationaal Verkeers- en Vervoer plan 2001-2020 (NVVP) geeft aan hoe de komende jaren moet worden omgegaan met mobiliteit, bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Alle drie de thema’s dragen bij aan de welvaart en het welzijn. Kernboodschap van het NVVP is dat de overheid de (groeiende) behoefte aan mobiliteit wil accommoderen onder gelijktijdige verbetering van de veiligheid en de leefbaarheid. De belangrijkste instrumenten daarvoor zijn: beter benutten van bestaande infrastructuur; beprijzen van mobiliteit door variabiliseren en differentiëren van de kosten; nieuwe infrastructuur bouwen waar knelpunten blijven bestaan. De NVVP-aanpak wordt verder gekenmerkt door het respecteren van keuzes van burger en bedrijven, mits de kosten van die keuzes door diezelfde burger en bedrijven worden betaald, een zakelijke benadering wat de inzet van instrumenten en decentralisatie met regionale mobiliteitsfondsen betreft. Ook komt er ruimte voor publiekprivate samenwerking bij aanleg en exploitatie van infrastructuur. Nota Mobiliteit Op 24 september 2004 is PKB deel 1 (het beleidsvoornemen) van de Nota Mobiliteit vastgesteld. In de Nota Mobiliteit wordt het ruimtelijk beleid, zoals vastgelegd in de Nota Ruimte, verder uitgewerkt en wordt het verkeers- en vervoersbeleid beschreven. Belangrijke thema’s uit de Nota Mobiliteit zijn onder andere: 1.
Versterken van de economie door het verbeteren van de bereikbaarheid. 2. Groei van het verkeer en vervoer mogelijk maken. 3. Betrouwbaar en snel over de weg. 4. Kwaliteit leefomgeving verbeteren. 5. Veiligheid permanent verbeteren. De Nota Mobiliteit wil de mobiliteitsgroei zo accommoderen, dat betrouwbare, vlotte en veilige verplaatsingen van A naar B mogelijk zijn, binnen de (inter)nationale wettelijke en beleidsmatige kaders van milieu en leefomgeving. Mobiliteit is een drager van economische groei, maar ook een maatschappelijke behoefte. De filevorming in Nederland zal door de uitwerking van het thema Slim reizen, slim werken, verminderd worden. Rijksweg A1 als drager in (Oost) Nederland De Rijksweg A1 is een belangrijke drager van de ruimtelijke hoofdstructuur van Nederland. In Oost Nederland bestaat een breed draagvlak om de bereikbaarheid via de A1 en de omliggende zone te behouden en verder te versterken, om vraagstukken rondom verkeer en (goederen)vervoer aan te pakken en om de kwaliteit van de groene en ruimtelijke omgeving verder te ontwikkelen. Ontwikkelingen op en aan de A1 hebben allemaal één gemeenschappelijk doel voor ogen en dat is dat de A1 hét visitekaartje is voor Nederland en de regio’s langs de A1. De bestaande netwerken dienen daarbij tot krachtige netwerken te worden ontwikkeld.
In 2010 is een integrale MIRT-verkenning uitgevoerd waarmee is gekomen tot een toekomstbeeld van de A1-zone, waarbinnen de capaciteitsuitbreiding van de A1/A35, in het bijzonder de capaciteitsuitbreiding tussen Apeldoorn-zuid en Deventer-Oost, één
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello -6-
Definitief rapport
van de opgaven is. Dit heeft geresulteerd in een ‘Milieueffectenonderzoek capaciteitsuitbreiding’ en het ‘Toekomstbeeld A1-zone’. Tijdens het voorjaarsoverleg Meerjaren-investeringsprogramma Ruimte en Transport van 30 mei 2011 (BO MIRT) is besloten dat de regio en het Rijk de analyse delen dat de doorstroming tussen Apeldoorn en Azelo in 2020 een knelpunt vormt en dat in het kader van Sneller & Beter de provincies Gelderland en Overijssel alsmede de Regio Twente bereid zijn mee te betalen aan de investering voor de capaciteitsuitbreiding van de A1. Binnen dit kader is de regio Stedendriehoek bereid om voorfinanciering aan te dragen om een versnelling van de uitvoeringstermijn te bewerkstelligen. Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan De provincie Gelderland heeft in haar Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan II (PVVP ) de verkeersfunctie van haar provinciale wegen vastgelegd. Het regionale wegennet is opgebouwd uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. In afbeelding 2.1 is de regionale wegencategorisering rondom Twello weergegeven. De wegenstructuur rondom Twello wordt gekenmerkt door de ligging van de A50 en A1.
Afbeelding 2.1 Regionale wegennetvisie PVVP Gelderland, uitsnede omgeving Twello
Beide wegen verzorgen respectievelijk de noord-zuid en de oost-west verbindingen in het landelijke wegennet. De gebiedsontsluitingsweg Fliertweg - H.W. Iordensweg sluit ter hoogte van op- en afrit nummer 22 aan op de A1 en vormt de verbindingsroute tussen Twello en de A1. Ten zuiden van de A1 gaat de Fliertweg over in de gebiedsontsluitingsweg N791 (Molenallee) en vormt hiermee de verbinding tussen Wilp en A1. Vervolgens gaat de N791 in noordelijke richting over in de gebiedsontsluitingsweg N790 als verbinding tussen Wilp en Deventer en in zuidelijke richting als erftoegangsweg N790 naar Voorst en Zutphen.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -7-
Mei 2012
De N344 loopt aan de noordzijde door de kern van Twello. De N344 vormt een directe verbindingsroute tussen Apeldoorn en Deventer. Vooral verkeer van en naar het noorden van Deventer en Apeldoorn maakt gebruik van deze route. Gebruik van deze route wordt aantrekkelijk(er) en intensiever naarmate de doorstroming op de A1 verslechterd. Om de N344 te laten functioneren als volwaardige erftoegangsweg is de geplande capaciteitsverruiming van de A1 gewenst. Tussen Twello en Deventer is de A1 vanwege de grote omrijdafstand niet voor iedereen een volwaardig alternatief, op dit tracédeel is de N344 dan ook gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. Structuurvisie Stedendriehoek 2030 De visie van de regio Stedendriehoek (zie afbeelding 2.2) ten aanzien van de verkeerstructuur rondom Twello is in 2007 uiteengezet in de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV). Ook de regio zet in op capaciteitsverruiming van de A1. In deze visie staat ook beschreven dat de capaciteit van de wegen naar Deventer toe vergroot dient te worden. Dit geldt niet voor de N 344 tussen Twello en Deventer omdat de capaciteit van de Wilhelminabrug de afwikkelingscapaciteit beperkt. De regio wenst dit deel van de N 344 te ontlasten door aanleg van een Westelijke Randweg Twello als verbinding naar de A1.
Deventer
Twello N 344 Apeldoorn N 344
A1
Knooppunt Beekbergen
Afbeelding 2.2 Structuurvisie Stedendriehoek 2030
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello -8-
Definitief rapport
Gemeentelijk verkeers- en vervoersbeleid In de Structuurschets Twello (1982) is in de verkeersparagraaf de basisgedachte voor een randweg om Twello opgenomen. Deze basisgedachte is sindsdien en tot op de dag van vandaag leidraad geweest voor de uitbreiding van Twello op het gebied van wonen, werken en infrastructuur en actueel gebleven in ruimtelijke nota’s en de beleidsnota’s Verkeersplan Twello 1990, de Wegenclassificatie gemeente Voorst 2000 en het Gemeentelijke verkeers- en vervoersplan 2010. De visie is gebaseerd op de volgende beleidsdoelstelling: 'het waarborgen van de bereikbaarheid van woningen, winkels, bedrijven en voorzieningen met zo weinig mogelijk overlast van het verkeer, zo groot mogelijke veiligheid, een doelmatige afwikkeling, optimaal gebruik van de ruimte en zo laag mogelijke kosten'. Het gemeentelijke verkeersbeleid gaat uit van een volledige randweg ten zuiden en westen van de kern Twello tussen de H.W. Iordensweg en de N 344/Rijksstraatweg vanwege: een goede bereikbaarheid van kernen en voorzieningen; een veilige en leefbare omgeving; een aantrekkelijk (winkel)centrum van Twello; een vermindering van verkeersoverlast; behoud van de ‘groene uitstraling’ van Twello en de directe omgeving.
Met dit beleid heeft de gemeente voor ogen: een autoluwer centrum te creëren; de verkeersproblemen in de Molenstraat op te lossen; de verkeersstromen buitenom Twello te leiden; van buitenaf een directe ontsluiting van woonwijken, bedrijventerreinen en voorzieningen te kunnen bieden; veiligheid en leefbaarheid te verbeteren binnen Twello. Op diverse onderdelen is het wegennet in het kader van leefbaarheid, veiligheid, oversteekbaarheid en bereikbaarheid al uitgebreid of aangepast door herinrichting en reconstructie. Het openbaar vervoer is met de ingebruikneming van station Twello in 2006 opgewaardeerd en het busvervoer is hierop afgestemd. Twello heeft een sterk regionale en lokale aantrekkingskracht als het gaat om koopkracht en centrumfunctie binnen de Stedendriehoek. Dit is positief, een winkelcentrum is uit economisch oogpunt gebaat bij bezoekers. Het behouden van een aantrekkelijk en economisch florerend centrum vraagt om een verkeersafwikkeling, verkeersoplossingen en maatregelen die leiden tot een goede bereikbaarheid voor het bestemmingsverkeer, een autoluw centrum en een leefbaar en prettig verblijfsklimaat. Via de H.W. Iordensweg en Rijksstraatweg worden bezoekers voor Twello-centrum naar de ringweg om het kernwinkelgebied geleid en doorgaand verkeer buitenom.
De ringweg is ingericht om de centrumfuncties goed bereikbaar en toegankelijk te houden en bezoekers naar de grotere parkeerterreinen te leiden (afbeelding 2.3).
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc -9-
Mei 2012
Afbeelding 2.3 Verkeers- en verblijfsvisie kern Twello, woon-, winkel- en centrumfunctie
Actualisatie van het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersbeleid (2010) In 2010 is het verkeersbeleid van de gemeente Voorst opnieuw vastgesteld in het Gemeentelijke Verkeers- en Vervoersplan (GVVP). De hierboven beschreven visie is daarin nog steeds duidelijk herkenbaar en vormt de kern van dat verkeersbeleid. In het vigerende GVVP 2010 is opnieuw onderscheid gemaakt in verblijfsgebieden, 50 kilometer wegen en wegen buiten de bebouwde kom. Voor wat betreft de kern van Twello zijn de Rijksstraatweg, de H.W. Iordensweg, de Domineestraat en de Leigraaf geoormerkt als gebiedsontsluitingsweg. De Molenstraat is aangewezen als erftoegangsweg (50 km/h) met voor een beperkt deel van de Molenstraat het toekomstbeeld van een woonstraat. Buiten de bebouwde kom van Twello heeft de Zuiderlaan, Westerlaan en de Rijksstraatweg de functie van gebiedsontsluitingsweg (80 km/h). Zie ook afbeelding 2.4.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 10 -
Definitief rapport
Afbeelding 2.4 Wegennetvisie Twello
Het GVVP sluit daarbij aan op de “Wegenclassificatie 2000” en de bijbehorende “responsnota Wegenclassificatie 2000”. De Molenstraat is in deze responsnota geoormerkt als een weg met een verkeersfunctie met in beginsel een 50 km/uur-regime, zo lang de Westelijke Randweg nog niet aangelegd is. Op gedeelten is een 30 km/uurregime voorstelbaar bijvoorbeeld ter hoogte van schoolomgevingen en winkelconcentraties. Een keuze inzake de randwegstudie Twello is buiten de scope van het GVVP gehouden omdat hiervoor een separate studie loopt. Nadat een besluit is genomen over de randwegstudie en de gevolgen hiervan voor Twello duidelijk zijn, zal het GVVP daarop worden aangepast en uitgebreid.
2.4
Beoordelingscriteria Voor het milieuaspect verkeer zijn de milieueffecten onderzocht voor een drietal beoordelingsaspecten. Het gaat om de aspecten bereikbaarheid, verkeersveiligheid, en robuustheid. In de kern van Twello zijn geen doorstromingsproblemen in termen van structurele vertragingen en/of congestie. Wel zijn centrum, woonwijken en bedrijventerreinen op dit moment ontsloten via een wegenstructuur die niet een optimale balans vertoont als het gaat om functie, vormgeving en gebruik. De bereikbaarheid van Twello dient op een dusdanig niveau te worden gebracht dat verkeer van en naar winkels, werk- en woonlocaties zonder grote nadelige effecten op veiligheid (en leefbaarheid) wordt MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 11 -
Mei 2012
afgewikkeld. Een verkeersbelasting die past bij het rustige, gemoedelijke en groene karakter van Twello en verantwoord is binnen een leefbare omgeving. Voor het verkeer op de hoofdroutes in en door Twello is geen redelijk alternatief. Twello heeft een beperkt aantal wegen met een primaire verkeersfunctie. De H.W. Iordensweg, de Domineestraat en de Rijksstraatweg zijn routes die primair een verkeersfunctie vervullen. De wegenstructuur, in het bijzonder aan de westkant van Twello, is kwetsbaar juist vanwege het ontbreken van wegen met een primaire verkeersfunctie. Robuustheid van de wegenstructuur is daarom een voornaam beoordelingsaspect. Per deelaspect zijn beoordelingscriteria opgesteld. Deze beoordelingscriteria zijn geoperationaliseerd en beschreven voor de huidige situatie en voor de referentiesituatie 2020. Deze referentiesituatie bestaat uit de situatie in Twello na autonome ontwikkeling van het invloedsgebied. Ten opzichte van deze referentiesituatie zijn vervolgens de effecten van de vijf kansrijke alternatieven in beeld gebracht. 2.4.1
Bereikbaarheid Bereikbaarheid is beoordeeld aan de hand van acht deelaspecten: 1. wegvakbelasting; 2. I/C verhouding; 3. voertuigkilometers; 4. reistijd; 5. doorgaand verkeer ten opzichte van de totale kern van Twello; 6. doorgaand verkeer in de Molenstraat; 7. verkeersaantrekkende werking 8. restcapaciteit Twello 1. Wegvakbelasting De alternatieven zijn doorgerekend met het verkeersmodel. Hieruit volgt een voorspelling over de belasting van het wegennet in Twello. Ten opzichte van de referentiesituatie treden verschillen op in de wegvakbelasting. Het verkeer verspreidt zich op een verschillende manier over het netwerk en mogelijk is bij sommige alternatieven sprake van een verkeersaantrekkende werking. De belasting wordt op 2 niveaus beoordeeld: Per alternatief wordt het effect specifiek voor de Molenstraat bepaald. Dit vormt immers de kern van de problematiek. Daarnaast wordt voor de gehele kern Twello de wegvakbelasting beoordeeld door de gesommeerde belasting voor in totaal vijftien locaties (15 meest voorname wegvakken in de kern van Twello) te vergelijken met de gesommeerde wegvakbelasting in de referentiesituatie. In het bijzonder is daarbij gekeken naar de wegvakbelasting op de H.W Iordensweg/Domineestraat. Dit wegvak vervult een belangrijke verkeersfunctie maar is ook een weg dwars door Twello.
Een te hoge wegvakbelasting leidt uiteindelijk – ondanks de verkeersfunctie – tot een onveilige en daarmee ongewenste verkeersleefbaarheidssituatie. Bij de effectbeschrijving is daarom binnen dit deelaspect in het bijzonder gekeken naar de effecten van de verkeersbelasting op de H.W Iordensweg/Domineestraat. Voor dit criterium zijn intensiteitskaarten opgesteld en opgenomen in Bijlage 3. De intensiteitskaarten geven op 15 wegvakken de verkeersbelasting weer. 9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 12 -
Definitief rapport
Afbeelding 2.5 De 15 meest voorname wegvakken van Twello
2. I/C verhouding. De verhouding tussen intensiteit en capaciteit (I/C verhouding) van de wegen in het plangebied geeft een indruk van de kwaliteit van de verkeersafwikkeling van het Twellose verkeersnetwerk. Boven de I/C verhouding >0,80 neemt de kans op congestie meer dan evenredig toe. Bij de beoordeling van het criterium I/C verhouding is gekeken of er ten opzichte van de referentiesituatie sprake is van een verbetering of verslechtering in de verkeersafwikkeling. Gekeken is daarbij naar de spitsperioden. 3. Voertuigkilometers Per alternatief is voor twaalf wegvakken in het projectgebied het aantal voertuigkilometers berekend. In het kader van duurzame mobiliteit is het gunstig om in de verplaatsingsbehoeften te voorzien gebruik makend van zo min mogelijk vervuilende voertuigkilometers. De som van de voertuigkilometers is per alternatief vergeleken met de referentiesituatie. Daarbij is een uitsplitsing gemaakt tussen kilometers die zijn afgelegd met een personenauto en kilometers afgelegd met een vrachtwagen. Om het zuiver en vergelijkbaar te houden zijn daarbij de randwegen (de nieuwe wegen) niet meegenomen. Afbeelding 2.6 toont de wegvakken die zijn meegenomen bij het bepalen van de voertuigkilometers.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 13 -
Mei 2012
Afbeelding 2.6 De 12 wegvakken op basis waarvan de voertuigkilometers zijn bepaald.
4. Reistijd Het criterium reistijd beoordeelt de tijd die nodig is om gedurende de spitsperioden door Twello te rijden. De reistijd is geanalyseerd op de verplaatsingsrelaties tussen vier punten op de belangrijkste toegangswegen van Twello. Dit betreft de locaties A, B, C en D zoals getoond in afbeelding 2.7. De huidige reistijd is bepaald in de ochtendspits en de avondspits, voor de routes AB, BA, CB, BC, CD en DC.
Afbeelding 2.7 De verplaatsingsrelaties op basis waarvan de reistijd is bepaald
5. Doorgaand verkeer t.o.v. de totale kern Twello Met behulp van het verkeersmodel is bepaald welk gedeelte van het verkeer op de wegen in Twello een lokale herkomst of bestemming heeft en welk gedeelte van het verkeer doorgaand is. Op lokale wegen is doorgaand verkeer vaak ongewenst. De onderlinge verkeersrelaties tussen achttien verschillende herkomst/bestemmingsrelaties buiten Twello die een route kiezen via de kern Twello bepalen de totale hoeveelheid doorgaand verkeer voor de huidige situatie. Het doorgaande verkeer op elke mogelijk wegvak is gesommeerd. Deze hoeveelheid is per alternatief vergeleken met de referentiesituatie. 9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 14 -
Definitief rapport
Afbeelding 2.8 Een cordon van 18 punten om het doorgaande verkeer in de gehele kern te bepalen
6. Doorgaand verkeer Molenstraat Verkeer dat de Molenstraat oneigenlijk gebruikt om te ‘sluipen’ is niet gewenst. Daarom is per alternatief gekeken in hoeverre het bijdraagt aan het verminderen van de hoeveelheid verkeer op de Molenstraat. Dit is gedaan door een selected link analyse uit te voeren voor dit wegvak. De verkeersintensiteiten in de ochtend- en avondspits en het etmaal zijn vergeleken met de referentiesituatie. 7. Verkeersaantrekkende werking Het bepalen van de verkeersaantrekkende werking geeft een beeld in hoeverre alternatieven tot extra verkeer leiden op bestaande of juist nieuwe wegen. In sommige gevallen kunnen nieuwe wegen ook ‘nieuw’ verkeer aantrekken. Verkeer dat nu geen gebruik maakt van één of meer wegen in of door Twello, maar dat bij een bepaald alternatief wel gebruik gaat maken van één of meer wegen in Twello. Verkeer dat er nu niet is, maar bij het alternatief door of langs Twello gaat rijden over nieuw aan te leggen wegen of via aangepaste wegen. Op een viertal locaties aan de randen van de kern Twello (de hoofd invalswegen van Twello) is de wegvakbelasting in de referentiesituatie vergeleken met de wegvakbelastingen in de alternatieven. Het gaat om: de Leigraaf, de Rijkstraatweg (tussen Twello en Teuge); de Rijkstraatweg (tussen Twello en Deventer); de H.W Iordensweg (ten zuiden van de Zuiderlaan).
Daarmee wordt een beeld verkregen of er een daling of stijging van verkeer op één of meer van deze (invals)wegen in of door Twello gaat ontstaan juist als gevolg van het alternatief. 8. Restcapaciteit Twello Wanneer de capaciteit van de wegen in Twello verminderd wordt met de door het verkeersmodel voorspelde verkeersintensiteiten, ontstaat een beeld van de restcapaciteit van de wegen in het projectgebied (2030). Een negatieve restcapaciteit (die in praktijk niet mogelijk is) is een indicatie voor een overbelast wegennetwerk. Het MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 15 -
Mei 2012
verkeersmodel geeft aan of en waar overbelasting plaatsvindt. Per alternatief is het aantal overbelaste wegen vergeleken met de referentiesituatie. 2.4.2
Waarderingssystematiek Bereikbaarheid De onderstaande tabel geeft aan welke afweging per deelaspect is gehanteerd om scores toe te kennen binnen het beoordelingsaspect bereikbaarheid. Tabel 2.1 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Bereikbaarheid Toetsingscriterium
Waarderingssystematiek ++
>5% minder wegvakbelasting
Wegvakbelasting kern Twello (in het
+
1 – 5% minder wegvakbelasting
bijzonder de H.W
0
Belasting gelijk (+/- 1%) aan referentiesituatie
Iordensweg/Domineestraat)
-
1 – 5% meer wegvakbelasting
--
>5% meer wegvakbelasting
++
>35% minder wegvakbelasting
+
10 – 35% minder wegvakbelasting
0
Belasting gelijk (+/- 10%) aan referentiesituatie
Wegvakbelasting Molenstraat
-
10 – 35% meer wegvakbelasting
--
>35% meer wegvakbelasting
++
Aantal wegvakken I/C >0,80 50 – 100% lager
+
Aantal wegvakken I/C >0,80 0 – 50% lager
0
Aantal wegvakken I/C >0,80 gelijk aan referentie
-
Aantal wegvakken I/C >0,80 0 – 50% hoger
I/C Verhouding
--
Aantal wegvakken I/C >0,80 50 – 100% hoger
++
>5% minder voertuigkilometers
+
1 – 5% minder voertuigkilometers
0
Voertuigkilometers gelijk (+/- 1%) aan
Voertuigkilometers
referentiesituatie -
1 – 5% meer voertuigkilometers
--
>5% meer voertuigkilometers
++
>5% minder reistijd
+
1 – 5% minder reistijd
0
Reistijd gelijk (+/- 1%) aan referentiesituatie
-
1 – 5% meer reistijd
--
>5% meer reistijd
++
>5% minder doorgaand verkeer op de huidige
Reistijd
Doorgaand Verkeer t.o.v. de kern Twello
wegen,
(excl. de beoogde Randwegalternatieven)
+
1 – 5% minder doorgaand verkeer op de huidige wegen
0
Doorgaand verkeer gelijk (+/- 1%) aan referenties
-
1 – 5% meer doorgaand verkeer op de huidige wegen,
--
>5% meer doorgaand verkeer op de huidige wegen,het
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 16 -
Definitief rapport
Toetsingscriterium
Waarderingssystematiek ++
>50% minder doorgaand verkeer
+
1 – 50% minder doorgaand verkeer
0
doorgaand verkeer gelijk (+/- 1%) aan
Doorgaand verkeer Molenstraat
referentiesituatie
Verkeersaantrekkende werking
-
1 – 50% meer doorgaand verkeer
--
>50% meer doorgaand verkeer
++
>5% verkeersaantrekking
+
1 – 5% verkeersaantrekking
0
geen verkeersaantrekkende werking (+/- 1%)
-
1 – 5% verkeersaantrekking
--
>5% verkeersaantrekking
++
>50% minder knelpunten
+
1 – 50% minder knelpunten
0
Aantal knelpunten gelijk (+/- 1%) aan
Restcapaciteit Twello
referentiesituatie
2.4.3
-
1 – 50% meer knelpunten
--
>50% meer knelpunten
Verkeersveiligheid Het aspect verkeersveiligheid is beoordeeld aan de hand van de volgende vier criteria: scheiding verkeerssoorten; conflictpunten; aantal aansluitingen; spoorwegovergangen. Scheiding verkeerssoorten Een goede scheiding van verschillende soorten verkeer draagt bij aan de verkeersveiligheid. Bij dit criterium is per alternatief beschouwd in hoeverre het gemotoriseerde (vracht)verkeer in conflict kan komen met kwetsbare verkeersdeelnemers, in casu de fietsers. Daarbij is gekeken hoeveel verkeer van beide categorieën over welke afstand gebruik maakt van gedeelde voorzieningen. Deze wegingsfactor is per alternatief vergeleken met de referentiesituatie. Deze factor, hierna I*A-factor genoemd (Intensiteit*Afstandsfactor) is uitgedrukt in een getal dat het product vormt van de intensiteit (vracht)auto+fiets maal de afstand waarover de fietsers met het gemotoriseerde verkeer wordt geconfronteerd. Nadere toelichting op het aspect ‘scheiding verkeerssoorten’ In de meest veilige situatie hebben fietsers de beschikking over eigen infrastructuur. De meest onveilige situatie ontstaat wanneer op lange afstanden grote hoeveelheden fietsers van dezelfde rijbaan gebruik moeten maken als het (vracht)autoverkeer.
Binnen het beoordelingsaspect ‘verkeersveiligheid – scheiding verkeerssoorten’ is de intensiteit (auto én fietsers) vermenigvuldigd met het aantal meters wegvak en vervolgens met een percentage welke afhankelijk is van de aanwezige fietsvoorzieningen. Bij een wegvak welke voorzien is van vrijliggende fietspaden is dit percentage nul procent, omdat de fietsers over eigen infrastructuur beschikken. Wanneer geen vrijliggende fietspaden aanwezig zijn, is het percentage afhankelijk van de wegbreedte en de aanwezigheid van fiets(suggestie)stroken. In de achtergronddocumentatie, ‘Deelonderzoek Verkeersveiligheid’, zijn de uitgebreide rekenresultaten weergegeven.
Aantal aansluitingen MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 17 -
Mei 2012
Op aansluitingen bestaat binnen de bebouwde kom een hoger dan gemiddeld risico op verkeersongevallen. Dit komt, doordat hier uitwisseling van verkeer plaatsvindt. Voor tien belangrijke routes in Twello is per alternatief het aantal aansluitingen geteld. Dit aantal is per alternatief vergeleken met de referentiesituatie.
Afbeelding 2.9 Tien belangrijke routes door de kern van Twello t.b.v. bepaling aantal aansluitingen en potentiële conflictpunten verkeersdeelnemers (gestippelde routes betreffen beoogde nieuwe wegen cf. de alternatieven)
Conflicterende verkeerdeelnemers Behalve het aantal aansluitingen is ook de mate van verkeersuitwisseling op de aansluitingen van belang. Dit bepaalt namelijk de omvang van het aantal verkeersdeelnemers dat met elkaar in conflict kan komen. Voor de tien belangrijke routes (zie afbeelding 2.9) is de verkeersintensiteit van de zijwegen gesommeerd, zodat een totaalscore per alternatief ontstaat, die wordt afgezet tegen de referentiesituatie.
2.4.4
Spoorwegovergangen Voor de spoorwegovergangen is voor de alternatieven de verkeersintensiteiten van de gelijkvloerse overgangen binnen de bebouwde kom van Twello opgeteld. Daarbij wordt gekeken naar de intensiteiten van zowel het gemotoriseerde verkeer als van het fietsverkeer. Per alternatief ontstaat een totaalscore van de intensiteiten op de gelijkvloerse spoorwegovergangen die wordt vergeleken met de score van de referentiesituatie. Waarderingssystematiek Verkeersveiligheid De onderstaande tabel geeft aan welke afweging per criterium is gehanteerd om scores toe te kennen voor het verkeersthema verkeersveiligheid.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 18 -
Definitief rapport
Tabel 2.2 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Verkeersveiligheid Toetsingscriterium
Waarderingssystematiek ++
Wegingsfactor >10% lager dan referentie
+
Wegingsfactor 1 – 10% lager dan referentie
0
Wegingsfactor gelijk (+/- 1%) aan referentie
-
Wegingsfactor 1 – 10% hoger dan referentie
--
Wegingsfactor >10% hoger dan referentie
++
>10% minder aansluitingen dan referentie
+
1 – 10% minder aansluitingen dan referentie
0
Aantal aansluitingen gelijk (+/- 1%) aan referentie
Scheiding verkeerssoorten
Aantal aansluitingen
-
1 – 10% meer aansluitingen dan referentie
--
>10% meer aansluitingen dan referentie
++
>10% minder conflicten dan referentie
+
1 – 10% minder conflicten dan referentie
0
Aantal conflicten gelijk (+/- 1%) aan referentie
Conflicterende verkeersdeelnemers
-
1 – 10% meer conflicten dan referentie
--
>10% meer conflicten dan referentie
++
>10% minder verkeer op overwegen
+
1 – 10% minder verkeer op overwegen
0
Verkeer op overwegen gelijk (+/- 1%) aan referentie
-
1 – 10% meer verkeer op overwegen
--
>10% meer verkeer op overwegen
Spoorwegovergangen
2.4.5
Robuustheid Het aspect robuustheid is beoordeeld aan de hand van twee beoordelingscriteria: beschikbaarheid calamiteitenroutes (bereikbaarheid hulpdiensten); verkeersintensiteiten 2030; Beschikbaarheid calamiteitenroutes Calamiteiten kunnen zich overal voordoen. Dat betekent in beginsel dat hulpdiensten ook overal moeten kunnen komen en gebruik moeten kunnen maken van alle wegen, van woonstraten tot snelwegen. Onder ‘geschikte calamiteitenroutes’ wordt in dit geval verstaan in hoeverre er bij calamiteiten in of direct buiten de kern van Twello teruggevallen kan worden op doorgaande geschikte routes, in casu de gebiedsontsluitingswegen. Het gaat er dan om in hoeverre hulpdiensten gebruik kunnen maken van een robuust wegennet in Twello, en in hoeverre het Twellose wegennet tijdelijk verkeer kan verwerken, wegen die daar in beginsel geschikt voor zijn. Dat zijn de gebiedsontsluitingswegen en dus geen woonstraten. In geval van calamiteiten dienen hulpdiensten op een zo vlot mogelijke manier van en naar een calamiteit te kunnen rijden. Omdat calamiteiten zich tevens op belangrijke verkeersaders kunnen voltrekken is het van belang dat er in een gebied meerdere routemogelijkheden zijn om een calamiteit te bereiken. De mate waarin dergelijke alternatieve calamiteitenroutes voorhanden zijn, bepaalt de robuustheid van een netwerk.
Per alternatief is geteld hoeveel calamiteitenroutes via gebiedsontsluitingswegen beschikbaar zijn. Deze hoeveelheid is vergeleken met de referentiesituatie. MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 19 -
Mei 2012
Verkeersintensiteiten 2030 Bij het bepalen van de verkeerseffecten is getoetst welke effecten optreden in het planjaar 2020. Om te bepalen of de alternatieven robuust en toekomstvast zijn is tevens bezien of in de periode na het planjaar problemen met de verkeersafwikkeling kunnen optreden. Als toekomstjaar voor deze robuustheidstoets is 2030 gehanteerd. Aan de modelvoorspellingen voor 2020 zijn autonome ontwikkelingen in de periode 2020 – 2030 toegevoegd, zoals uitbreiding van woon- en werkgebied en autonome verkeersgroei. Per alternatief zijn de toekomstige verkeersintensiteiten vergeleken met de referentiesituatie. 2.4.6
Waarderingssystematiek Robuustheid De onderstaande tabel geeft aan welke afweging per criterium is gehanteerd om scores toe te kennen op het aspect robuustheid. Tabel 2.3 Toetsingscriteria en waarderingssystematiek Robuustheid Toetsingscriterium
Waarderingssystematiek ++
Meer dan één extra calamiteitenroutes
Beschikbaarheid Calamiteitenroutes
+
Eén extra calamiteitenroute
(bereikbaarheid hulpdiensten)
0
Evenveel calamiteitenroutes als in de referentiesituatie
-
Eén calamiteitenroute minder
--
Géén calamiteitenroutes meer aanwezig
++
Aantal wegvakken I/C >0,80 50 – 100% lager
+
Aantal wegvakken I/C >0,80 0 – 50% lager
0
Aantal wegvakken I/C >0,80 gelijk aan referentie
-
Aantal wegvakken I/C >0,80 0 – 50% hoger
--
Aantal wegvakken I/C >0,80 50 – 100% hoger
Verkeersintensiteiten 2030
De uitgangspunten en een toelichting op het verkeersmodel zijn opgenomen in bijlage 2.
2.5
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
2.5.1
Huidige situatie 2010 Bereikbaarheid Wegvakbelasting Bij het criterium ‘wegvakbelasting’ gaat het om twee elementen namelijk de wegvakbelasting op de Molenstraat, daar waar de kern van de problematiek ligt. De wegvakbelasting op de Molenstraat in 2010 bedraagt 8.700 motorvoertuigen per etmaal. Daarnaast vormt de wegvakbelasting van de meest voorname wegvakken in de kern Twello een criterium. Daarvoor zijn, zoals beschreven in paragraaf beoordelingscriteria, voor vijftien belangrijke wegvakken in het verkeersnetwerk van Twello de etmaalintensiteiten bepaald en vervolgens gesommeerd. In de huidige situatie bedraagt de som van wegvakbelasting op alle 15 meest voorname wegvalken samen circa 91.000 motorvoertuigen. De wegvakbelasting op de H.W Iordensweg/Domineestraat ligt voor wat betreft de situatie in 2010 op 9.900 respectievelijk 7.900 motorvoertuigen per etmaal. 9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 20 -
Definitief rapport
I/C verhouding Behalve de A1 kent het gebied in en om Twello in de huidige situatie geen wegen met een I/C verhouding boven de 0,80. Eén wegvak heeft een I/C verhouding van 0,70 tot 0,80 namelijk de Rijksstraatweg tussen de N 792 en de Holthuizerstraat in oostelijke richting. Voertuigkilometers Het aantal voertuigkilometers in de huidige situatie is bepaald door voor twaalf belangrijke wegvakken de etmaalintensiteit te vermenigvuldigen met de wegvaklengte en de resultaten te sommeren. Het aantal voertuigkilometers in de huidige situatie bedraagt 71.110 kilometers. Reistijd De reistijd is, zoals eerder beschreven, geanalyseerd op de verplaatsingsrelaties tussen vier punten op de belangrijkste toegangswegen van Twello. In de huidige situatie bedraagt de totale optelsom een score van 55 minuten en 11 seconden. Doorgaand verkeer t.o.v. de totale kern Twello De onderlinge verkeersrelaties tussen achttien verschillende herkomst/bestemmingsrelaties buiten Twello die een route kiezen via de kern Twello bepalen de totale hoeveelheid doorgaand verkeer voor de huidige situatie. Het doorgaande verkeer op elke mogelijke wegvak is gesommeerd. In de huidige situatie komt per etmaal de totale hoeveelheid doorgaand verkeer op 8.135 motorvoertuigen. Dit is bijna 9% ten opzichte van de som van de wegbelasting van de belangrijkste wegvakken (8.135/91.000).
Doorgaand verkeer Molenstraat Een deel van het verkeer met een herkomst en bestemming buiten Twello, het doorgaande verkeer, rijdt door de Molenstraat. Dit verkeer is getypeerd als doorgaand verkeer door de Molenstraat. In de huidige situatie bedraagt de hoeveelheid doorgaand verkeer 365 motorvoertuigen per etmaal. Dit is 4.2% van de totale etmaalintensiteit op de Molenstraat (365/8.700). Verkeersaantrekkende werking In de huidige situatie is er geen sprake van een verkeersaantrekkende werking. Van verkeersaantrekkende werking is alleen sprake bij de effecten van de alternatieven. Restcapaciteit Twello In de huidige situatie is op geen van de wegen in Twello sprake van overbelasting. In de praktijk neemt incidenteel de wachttijd voor de spoorwegovergang Domineestraat toe. Daarnaast zijn er vanuit de modelanalyses knelpunten aan te wijzen op het hoofdwegennet, de Rijksweg A1 ten zuiden van Twello.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 21 -
Mei 2012
Verkeersveiligheid Scheiding verkeerssoorten Voor 10 wegvakken in en om Twello is berekend wat in de huidige situatie de wegingsfactor voor de scheiding van de verkeerssoorten is. Deze factor, de I*A-factor, bestaat uit de vermenigvuldiging (het product) van de hoeveelheid motorvoertuigen en fietsverkeer en de afstand waarover beide typen gemengd zijn. Deze bedraagt in de huidige situatie 22.092.973. Aantal aansluitingen Voor de tien gedefinieerde routes is uitgezocht hoeveel aansluitingen zich op deze wegvakken gezamenlijk bevinden. Het totaal aantal aansluitingen bedraagt in de huidige situatie 137 aansluitingen, locaties die in beginsel leiden tot potentiële punten waar verkeersdeelnemers elkaar treffen en mogelijk met elkaar in conflict kunnen komen. Conflicterende verkeerdeelnemers Het aantal verkeersdeelnemers dat met elkaar in een potentieel conflict komt op de aansluitingen in Twello komt in de huidige situatie uit op 302.808 verkeersdeelnemers. Spoorwegovergangen De hoeveelheid verkeer dat in de huidige situatie de verschillende spoorwegovergangen in Twello gezamenlijk kruist bedraagt in de huidige situatie 21.962 motorvoeruigen Robuustheid Beschikbaarheid calamiteitenroutes In de huidige situatie kan tijdens calamiteiten teruggevallen worden op de volgende hoofdroutes (i.c.
gebiedsontsluitingswegen): route via de Fliertweg en H.W Iordensweg; route via de Zuiderlaan - Tienmorgen - Leigraaf; route via de Rijksstraatweg
Afbeelding 2.10 Calamiteitenroutes huidige (en tevens ook autonome) situatie
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 22 -
Definitief rapport
Verkeersintensiteiten 2030 Op het gebied van verkeersintensiteiten en verkeersafwikkeling is de huidige situatie voor dit robuustheidscriterium gelijk aan de hierboven beschreven huidige situatie in het kader van het aspect bereikbaarheid. 2.5.2
Autonome ontwikkeling (referentiesituatie 2020) Bereikbaarheid Wegvakbelasting Na autonome ontwikkeling van het projectgebied is de wegvakbelasting toegenomen. De wegvakbelasting voor de Molenstraat in de autonome situatie bedraagt 7.600 motorvoertuigen per etmaal. De wegvakbelasting op de H.W Iordensweg/Domineestraat liggen voor wat betreft de autonome ontwikkeling (2020) op 14.500 respectievelijk 9.100 motorvoertuigen per etmaal. De gesommeerde netwerkintensiteit (gehele kern van Twello) bedraagt 104.700 motorvoertuigen. Om een goede vergelijking te kunnen maken met de alternatieven is de totale netwerkbelasting op 100 gesteld, zodat de procentuele afwijkingen van de alternatieven eenvoudig inzichtelijk gemaakt kunnen worden. I/C verhouding In 2020 is de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op een aantal wegvakken verminderd. In de avondspits is er één wegvak met een I/C waarde van hoger dan 0,80. Het betreft de H.W. Iordensweg/Fliertweg, het wegvak tussen de Zuiderlaan en de aansluiting op de A1. De I/C verhouding bedraagt hier rond de 0,85. In de ochtendspits doen zich geen knelpunten voor op het gebied van de I/C verhouding Voertuigkilometers Het aantal voertuigkilometers in de autonome situatie bedraagt 81.761 kilometers. Deze hoeveelheid wordt op 100% gesteld, zodat de procentuele afwijking van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie bepaald kan worden.
Reistijd De som van deze reistijden is de basis voor de vergelijking tussen de autonome situatie en de alternatieven. In de situatie na autonome ontwikkeling bedraagt deze score 56 minuten en 18 seconden. Om een goede vergelijking te kunnen maken met de alternatieven is deze score op 100 gesteld. Doorgaand verkeer t.o.v. de totale kern Twello In de autonome situatie komt per etmaal de totale hoeveelheid doorgaand verkeer op 11.094 motorvoertuigen. Dit is 10.6 % ten opzichte van de som van de wegbelasting van de belangrijkste wegvakken (11.094/104.700). Deze waarde wordt op 100% gesteld, zodat de procentuele afwijking van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie bepaald kan worden.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 23 -
Mei 2012
Doorgaand verkeer Molenstraat Een deel van het verkeer met een herkomst en een bestemming buiten Twello, het doorgaande verkeer, rijdt door de Molenstraat. Dit verkeer is getypeerd als doorgaand verkeer door de Molenstraat. In de autonome situatie bedraagt de hoeveelheid doorgaand verkeer door de Molenstraat 592 motorvoertuigen per etmaal. Dit is 7.8% (592/7600) van de totale straatintensiteit en is daarmee een groei (bijna een verdubbeling) ten opzicht van de huidige situatie. Om een goede vergelijking te kunnen maken met de alternatieven is deze score op 100 gesteld. Verkeersaantrekkende werking In de autonome situatie is er geen sprake van een verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking is alleen van belang bij de effecten van de alternatieven. Restcapaciteit Twello In de situatie na autonome ontwikkeling is op geen van de wegen in Twello sprake van overbelasting. Bij de analyse van de restcapaciteit is een reële grenswaarde van 90% van de totaalcapaciteit aangehouden. Deze waarde wordt in de autonome situatie op geen van de wegen overschreden. Knelpunten treden wel op het hoofdwegennet op, de Rijksweg A1 ten zuiden van Twello. Verkeersveiligheid Scheiding verkeerssoorten Ten opzichte van de huidige situatie neemt de wegingsfactor voor de scheiding van verkeerssoorten toe in 2020.
De score (het product van de hoeveelheid motorvoertuigen * hoeveelheid fietsverkeer * de afstand waarover beide typen gemengd zijn) bedraagt in 2020 24.567.364. Deze I*A-factor (Intensiteits-Afstandsfactor) is op 100% gesteld, zodat de procentuele afwijking van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie bepaald kan worden. Aantal aansluitingen In de referentiesituatie is het aantal aansluitingen gelijk gebleven ten opzichte van de huidige situatie. Het aantal aansluitingen (conflictpunten waar verkeerdeelnemers elkaar treffen) na autonome ontwikkelingen bedraagt 137 aansluitingen. Dit aantal is op 100% gesteld, zodat de procentuele afwijking van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie bepaald kan worden. Conflicterende verkeerdeelnemers Hoewel het aantal aansluitingen is gelijk gebleven, is het aantal verkeersdeelnemers dat met elkaar in conflict komt in 2020 gegroeid. Dit komt door de groei van de verkeersintensiteit op de routes en het aantal zijwegen. Het aantal verkeersdeelnemers dat met elkaar in conflict komt na autonome ontwikkeling bedraagt 354.842 deelnemers. Deze waarde is op 100% gesteld, zodat de procentuele afwijking van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie bepaald kan worden.
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc Mei 2012
MER Randweg Twello - 24 -
Definitief rapport
Spoorwegovergangen Na autonome ontwikkeling van het projectgebied komt de hoeveelheid verkeer die de spoorwegovergangen in Twello kruist uit op 23.531 motorvoertuigen. Deze hoeveelheid is op 100% gesteld, zodat de procentuele afwijking van de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie bepaald kan worden. Robuustheid Beschikbaarheid calamiteitenroutes In de autonome situatie zijn via de gebiedsontsluitingswegen in Twello drie calamiteitenroutes aanwezig. Dit betreffen dezelfde routes als in de huidige situatie. De huidige situatie is daarmee gelijk aan de autonome situatie. Zie ook afbeelding 2.10 Verkeersintensiteiten 2030 Voor het thema robuustheid wordt de verkeerssituatie in 2030 vergeleken met die in de autonome situatie in 2020. Op het gebied van verkeersafwikkeling en verkeersintensiteiten is de autonome situatie in 2020 hierboven onder het kopje bereikbaarheid omschreven. Voor de vergelijking met de alternatieven is van belang dat de verkeersafwikkeling in 2030 is bepaald voor 15 wegvakken (de 15 wegvakkken die ook centraal staan bij het aspect wegvakbelasting). Van deze wegvakken kennen in 2020 twee wegvakken een I/C verhouding van 0,80 of hoger. Bij de effectbeoordeling is gekeken of dit aantal afneemt of toeneemt bij de varianten.
2.6
Effectbeschrijving
2.6.1
Bereikbaarheid In de achtergronddocumentatie, ‘Deelonderzoek Bereikbaarheid’, zijn alle analyses die ten grondslag hebben gelegen aan de hierna beschreven effectbeschrijving terug te vinden. Wegvakbelasting op niveau kern Twello Per saldo heeft het instellen van éénrichtingsverkeer op de Molenstraat of het opwaarderen van de Molenstraat (alternatief A en B) gering effect op de belasting van het totale Twellose wegennet. Het realiseren van een halve of volledige randweg (alternatief D en E) heeft meer effect op de totale wegvakbelasting, maar blijft beperkt tot een verkeersafname van tussen de 1.000 en 2.000 verkeersbewegingen per etmaal. Het grootste effect heeft alternatief C, waarbij op relatief veel wegvakken de etmaalintensiteit afneemt. De wegvakbelasting op de H.W Iordensweg/Domineestraat stijgt in alternatief A licht tot 14.700 respectievelijk 9.700 motorvoertuigen per etmaal (de referentiesituatie bedraagt 14.500 respectievelijk 9.100 motorvoertuigen per etmaal voor genoemde wegvakken). In alternatief E daalt de wegvakbelasting op genoemde wegvakken tot 13.800 respectievelijk 8.400 motorvoertuigen per etmaal.
MER Randweg Twello Definitief rapport
9W0766/R005/EBEL/MDGR/Ensc - 25 -
Mei 2012
Alternatief
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
99,4%
100,2%
94,6%
96,4%
98,2%
0
0
++
+
+
Criterium Wegvakbelasting op de 15 meest voorname wegen in de kern Twello Score
Wegvakbelasting Molenstraat Wanneer ingezoomd wordt op de Molenstraat valt op dat bij alternatief A de intensiteit Molenstraat afneemt met ca. 40% t.o.v. de referentiesituatie. De alternatieven D en E laten een ruime halvering van de wegvakbelasting van de Molenstraat zien. Alternatief C laat een daling lichte daling zien. Alternatief B laat een lichte stijging zien van de wegvakbelasting. Alternatief
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
daling van 40%
stijging van 8%
daling van 15%
daling van 55%
daling van 65%
++
0
+
++
++
Criterium Wegvakbelasting Molenstraat Score
I/C verhouding Geen van de alternatieven leidt tot een belangrijke verandering op het gebied van de verkeersafwikkeling. Er ontstaan geen nieuwe knelpunten met betrekking tot doorstroming en er worden geen nieuwe doorstromingsknelpunten gecreëerd. Bij alle alternatieven krijgen de H.W. Iordensweg én de Domineestraat ter hoogte van de spoorwegovergang een IC-waarde die hoger ligt dan 0,80. Daarmee voor alle alternatieven twee keer een overschrijding van de I/C-waarde van 0,80 Alternatief
Alternatief A
Alternatief B
Alternatief C
Alternatief D
Alternatief E
2x
2x
2x
2x
2x overschrijding
verschrijding
verschrijding
verschrijding
verschrijding
I/C >0,80
I/C >0,80
I/C >0,80
I/C >0,80