Cleantech Regio RES 1.0 (2021-62755)
Tekst van het document
RES Regionale Energie Strategie Definitieve versie November 2021
1.0
Voorwoord Renske Helmer-Englebert Nederland maakt werk van het behoud van het klimaat met het zogenaamde Klimaatakkoord, als uitwerking van de internationale afspraken van Parijs. Als onderdeel daarvan vraagt het Rijk aan 30 RES-regio’s om te werken aan de productie van hernieuwbare energie en aan de warmtetransitie. In deze RES nemen we u mee in de opgave die wij als Cleantech Regio hebben tot 2030. We staan voor een grote opgave die onze leefomgeving gaat veranderen. Opwekking
2
van energie wordt zichtbaar in ons landschap en niet iedereen omarmt dit. En dat begrijpen we. Tegelijkertijd weten we dat ook wij een bijdrage moeten leveren om ons klimaat en daarmee ons landschap te behouden.
De bijdrage van onze regio is 1,07 TWh
Inspanning voor een duurzaam landschap
Wij spannen ons in voor het duurzame landschap van de toekomst, met respect voor het landschap van nu en behoud van een aantrekkelijk vestigings klimaat. We gebruiken deze RES om te laten zien hoe we dat willen doen. En elke twee jaar bekijken we de situatie opnieuw, stellen we bij en verwerken we nieuwe inzichten. De RES is een strategie, het geeft regionale uitgangspunten die gemeenten, waterschappen en de provincie uitwerken in hun ruimtelijk beleid. Daar worden definitieve keuzes gemaakt. Samen onderzoeken we in de RES, maar ook in eigen beleid, hoe we het beste de lusten en lasten van deze opgave regionaal kunnen verdelen. Zorgvuldig proces
De besturen van zeven gemeenten, twee waterschappen en de provincie Gelderland hebben de Concept-RES uitgewerkt naar de RES 1.0. Samen hebben wij input opgehaald bij inwoners, natuur- en milieuorganisaties, agrariërs, ondernemers, onderwijs, groot-grondeigenaren, lokale energie coöperaties, en andere belang hebbenden; alles overziende hebben we samen nagedacht en gewerkt aan het document wat u nu in handen heeft. Maar daarmee zijn we er nog niet. Wij vinden het belangrijk om tot een gedragen RES te komen. Daarom nemen we de tijd om de RES aan u voor te leggen. Wij nemen meer tijd dan het Rijk ons heeft geboden. We hebben ervoor gekozen om de RES officieel later in te leveren dan 1 juli, de datum die hiervoor
staat om een landelijk beeld op te kunnen maken voor het behalen van 35 TWh. Volgens onze planning vindt na een zienswijzeprocedure door colleges de besluitvorming in de gemeenteraden, Staten en algemeen besturen plaats uiterlijk in december 2021. Ons bod
Wij leven in een landschap dat waardevol en kwetsbaar is, waarin minder ruimte voor windmolens blijkt dan eerder gedacht in de Concept-RES. In deze RES 1.0 hebben we ons bod vanwege onder andere wettelijke beperkingen in ons gebied dan ook verlaagd. Dit maakt dat wij ons extra inspannen voor duurzame zonne-energie. De bijdrage van onze regio is 1,07 TWh. Realisatie hiervan kan, maar vraagt wel innovatieve technieken, onder andere voor opslag van energie. Dit kunnen wij als regio niet alleen. Wij vragen het Rijk dan ook nadrukkelijk om onze regio te helpen in het realiseren van onze opgave; ook het Rijk zal zich moeten inspannen om innovatie en nieuwe opslagtechnieken mogelijk te maken. Met dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van deze RES bied ik u de RES 1.0 aan namens de Stuurgroep RES Cleantech Regio Renske Helmer-Englebert Voorzitter Stuurgroep RES Cleantech Regio (burgemeester gemeente Voorst)
Samenvatting Deze RES 1.0 is een uitgebreid document. Het laat zien waar we nu staan in het proces dat in 2018 is gestart en doorloopt tot 2030 en daarna. Deze samenvatting laat op hoofdlijnen zien welke bijdrage wij aan de nationale opgave leveren. En hoe we dat gaan doen.
3
RES als onderdeel van de Klimaatopgave
Landschap
Elektriciteit
In 2015 is een wettelijke bindende, universele overeenkomst voor het klimaat in Parijs ondertekend. Deze uitgangspunten zijn in Nederland uitgangspunt voor het klimaatakkoord voor 49% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050. De EU heeft zich inmiddels gecommitteerd aan 55% CO2reductie in 2030. Om dit te kunnen realiseren wordt onder andere door 30 regio’s in Nederland een Regionale Energie Strategie (RES) opgesteld waarin staat hoeveel grootschalige opwek van hernieuwbare energie de betreffende regio wil realiseren tot 2030.
In deze RES beschrijven we hoe we grootschalige opwek van energie met wind en zon willen gaan vormgeven. We vinden het van groot belang dat wij wezenlijk bijdragen aan deze opgave. We hebben daarin een verantwoordelijkheid. Daarom willen we doen wat we kunnen, zodat onze regio beter wordt door deze transitie. De energietransitie is niet onze enige opgave; we willen ons landschap versterken, de biodiversiteit laten toenemen en samen met inwoners en bedrijven aan de slag met deze en de andere grote transities van onze tijd. We wonen immers in een bijzonder stukje Nederland. We zetten ons landschap daarom voorop; we beschouwen het landschap als ons kapitaal.
In de fase van de Concept-RES hebben we op hoofdlijnen onderzocht wat we maximaal kunnen doen aan duurzame opwek en waar in onze regio dit zou kunnen. In deze fase is vooral onderzocht of en hoe dat kan. In de afgelopen periode hebben ook op andere schaalniveaus verkenningen plaatsgevonden. Bijvoorbeeld lokale haalbaarheidsstudies in specifieke zoekgebieden en ecologisch onderzoek op bovenregionaal niveau. Er is een aantal belangrijke belemmeringen duidelijk geworden. In onze regio liggen grote Natura2000-gebieden. De clusters op de Veluwe stuwwal zijn daardoor zeer onzeker wat betreft omvang en locatie. Hier komen actualiteit en verkenning bij
In de RES 1.0 staat beschreven hoeveel grootschalige opwek van hernieuwbare energie we willen realiseren tot 2030. Het vormt daarmee een belangrijk deel van de energietransitie, die om meer gaat dan alleen grootschalige opwek. De RES is
daarmee een sectorale strategie. Het geeft inzicht in hoe we kijken naar duurzame opwek in de Cleantech Regio tot 2030. Het is wel van belang te beseffen dat daarover een integrale afweging met andere opgaven moet worden gemaakt. Behalve de energietransitie, komen namelijk ook andere transities en opgaven op gang die bijvoorbeeld ook ruimteclaims met zich meebrengen. In de verdere ontwikkeling van de RES naar 2.0 en verder zal daarom verbreding plaatsvinden naar andere opgaven zoals de warmtetransitie, mobiliteit en verduurzaming van landbouw en industrie. Bij die verbreding van opgaven past ook de ontwikkeling van een samenhangend energiesysteem. In dit systeem moet er aandacht zijn voor netcapaciteit, transport van overige brandstoffen en warmte, opslag, buffering en verdeling van energie. Alleen dan kunnen we de doelen voor 2030 en 2050 halen.
“
We beschouwen het landschap als ons kapitaal.
”
Wind elkaar. De komende jaren zal moeten blijken of deze clusters als zoekgebieden beschouwd kunnen worden. Daarnaast heeft de gemeente Zutphen een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar de zoekgebieden in hun gemeente. En hebben ze gesprekken gevoerd met de omgeving. Op basis hiervan heeft het college van de gemeente Zutphen besloten dat het nu niet haalbaar is om verder te werken aan windmolens ten zuiden van Zutphen. De stuurgroep heeft de verkenningen afgewogen in relatie tot maatschappelijk draagvlak. Ten opzichte van de Concept-RES heeft dit geleidt tot een bijstelling van ons bod naar beneden.
Met clustering van windmolens houden we zichtlijnen zoveel mogelijk in tact. Op basis van een zorgvuldige landschapsanalyse is op macroschaal de regio in een grotere context geplaatst. Hierdoor zien we een leidend principe ontstaan: de stuwwallen en de Hanzesteden als poortwachters. In deze benadering is het principe om de clusters op voldoende afstand (min. 5 km) van elkaar te plaatsen. In deze clusters is gekeken naar aansluitmogelijkheden en koppelingen met gebiedsontwikkelingen. De clusters hebben ieder een eigen karakter afhankelijk van lokale mogelijkheden en situatie.
4 Verwachting in 2030
1,07 TWh hernieuwbare energie
=
0,11 TWh wind
+
0,51 TWh zon op dak
+
0,45 TWh zon op land
Zon De zonneladder staat aan de basis voor onze strategie voor zon. Ook hierbij is het landschap ons vertrekpunt en willen we zon van meerwaarde voor het gebied laten zijn. Door clustering voorkomen we versnippering. De zonneladder kent vier treden, te weten: ja graag, ja-mits, nee-tenzij, en nee. Bij de middelste twee treden wordt enkel onder voorwaarden medewerking verleend aan het realiseren van zonne-installaties in de regio. Voor de trede ja-graag is een eigen niet-ruimtelijke strategie opgesteld die zich met name richt op zon op dak. Richting RES 2.0 wordt de zonneladder verder uitgewerkt.
5
Elektriciteitsnetwerk Liander is een belangrijke partner in het ontwikkelen van de RES. Voor deze RES 1.0 heeft Liander een impactanalyse gemaakt. Dit brengt knelpunten op het net in beeld in relatie tot het bod. Het betrekkelijk kleine aandeel van wind is ongunstig voor de belasting van het net. De ambitie voor zon op dak is groter dan passend is in de scenario’s van Liander. Dat betekent dat Liander een deel kan aansluiten, maar ook dat is niet helemaal te overzien. Met name de netimpact op het midden en laagspanningsnet is nog niet in beeld gebracht. Daarnaast moet dus actief worden ingezet op opslag van energie en daar kan Liander (wettelijk gezien) geen rol in spelen. De Cleantech Regio heeft ambities op het gebied van opslag. Maar we kunnen dit niet alleen in onze regio. Landelijk zal ook gewerkt moeten worden aan innovatieve technieken voor opslag van energie om ons bod te realiseren.
Regionale Structuur Warmte Binnen de Cleantech Regio is het doel dat 155.000 woningen en 23.000 gebouwen van het aardgas af zijn in 2050. Hiervoor brengen we het bovengemeentelijk aanbod van en de vraag naar duurzame warmte in beeld. En ook identificeren we bovengemeentelijke ontwikkelkansen. Het gaat om de bovengemeentelijke warmtevraag, -warmtebronnen en -warmte-infrastructuur. Binnen de Cleantech RES Regio zijn er slechts enkele hernieuwbare bovengemeentelijke warmtebronnen. Binnen de provincie Gelderland is gewerkt aan een afwegingskader hiervoor. Dit wordt verder ontwikkeld en ingezet voor verdeling van hernieuwbare, bovenregionale warmtebronnen. De verwachting is dat voor een groot deel van de Cleantech RES Regio individuele warmteoplossingen vanzelfsprekend zijn. Maar in meerdere gemeenten zijn er kansen voor lokale warmtenetten. De ontwikkeling van een lokaal warmtenet wordt afgewogen in de lokale Transitievisie Warmte.
Participatie Door participatie in het RES-proces wordt de omgeving inhoudelijk betrokken bij het ontwikkelen van de ambitie en strategie. Het is van belang hierbij maatschappelijke partners en het bedrijfsleven te betrekken. Het realiseren van deze opgave komt immers maar ten dele voor rekening van de overheid. De belangen van inwoners hebben een plek in de integrale afweging; duurzame opwek heeft impact op de directe leefomgeving van de inwoners in onze regio. Naar aanleiding van de reacties op de Concept-RES en het proces naar RES 1.0, is duidelijk dat de interesse in en belang van de RES voor steeds meer mensen duidelijk wordt. Participatie zal steeds meer verschuiven van regionale schaal naar lokale schaal. Daar wordt het beleid vormgegeven en uitgewerkt in concrete plannen. Bij al deze stappen moeten inwoners op lokaal niveau betrokken worden. Het vormgeven van participatie en communicatie op regionale schaal blijft ook voortdurend een punt van aandacht.
“
Participatie zal steeds meer verschuiven van regionale schaal naar lokale schaal.
”
Financiële participatie en lokaal eigendom
6
Via lokaal eigendom krijgen mensen zeggenschap en dus invloed; dat draagt bij aan acceptatie. Om die reden is in het Klimaatakkoord afgesproken dat in projecten wordt gestreefd naar minimaal 50% lokaal eigendom. De Cleantech Regio neemt dit streven op in de RES 1.0. Via de ontwikkelagenda werken we de borging van dit streven uit in beleid en de uitvoering. De energiecoöperaties in de Cleantech Regio nemen graag de verantwoordelijkheid op zich om lokaal eigendom in onze regio op coöperatieve wijze te realiseren.
Cleantech Regio & Regiodeal De Cleantech Regio is een samenwerkingsverband van overheden, ondernemers en onderwijs. Ze hebben een gezamenlijk agenda opgesteld op het gebied van duurzaamheid, economie, mobiliteit en innovatie. De energietransitie is daar nadrukkelijk onderdeel van. De focus ligt op besparing en innovatieve technieken. Op het gebied van waterstof is een
routekaart opgesteld om ketens te ontwikkelen in de regio. Ook werkt de regio aan het ontwikkelen van biogas hubs, waarmee lokale boeren biogas kunnen leveren aan gebruikers. Tot slot wordt er vanuit de regio ingezet op Smart Energy Hubs. Dit is een verzamelnaam voor technieken die het energiesysteem efficiënter inrichten. Ook energieopslag maakt hier deel van uit.
Wat hebben we tot nu toe in de Cleantech RES gedaan? In 2019 is de Startnotitie vastgesteld. Met de opdracht uit deze startnotitie zijn we aan de slag gegaan met regionale en lokale ateliers. In deze ateliers is verkend wat de mogelijkheden zijn voor grootschalige energie-opwek in de regio. De uitkomsten hiervan zijn gebundeld in de Concept-RES. Op deze Concept-RES zijn vanuit volksvertegenwoordigers, maatschappelijk middenveld en inwoners reacties binnengekomen die wij via de verschillende lokale en regionale ateliers hebben meegenomen in het proces naar de ontwikkeling van de Ontwerp RES. In deze Ontwerp RES zijn de wind en zon strategie verder uitgekristalliseerd. Landelijk
hadden provincies, gemeenten, waterschappen en het Rijk met elkaar afgesproken dat de RES 1.0 op 1 juli 2021 gereed zou zijn. In de Cleantech Regio hebben we echter een half jaar extra tijd genomen om het ontwerp van de RES aan inwoners, organisaties en volksvertegenwoordigers voor te leggen. We willen hiermee bereiken dat helder is waarom bepaalde keuzes worden gemaakt en dat er een zo breed mogelijk draagvlak ontstaat voor de strategie. Bij de bespreking van de Ontwerp RES door volksvertegenwoordigers zijn de inspraakreacties betrokken bij het indienen van moties en amendementen. De inzichten die dit proces hebben opgeleverd zijn verwerkt in de totstandkoming van de RES 1.0 zoals deze voor u ligt.
Hoe nu verder? De RES heeft een looptijd tot 2030 en wordt iedere twee jaar geactualiseerd. Hiervoor hebben we een ontwikkelagenda opgesteld waarin staat wat we de komende periode te doen hebben. Behalve het inhoudelijk verder uitwerken starten we ook met monitoring van de resultaten. En wordt de werkwijze en organisatie geëvalueerd.
Leeswijzer & inhoudsopgave Deze RES 1.0 is een uitgebreid document. Met
Voorwoord Renske Helmer-Englebert Samenvatting Leeswijzer & inhoudsopgave
2 3 6
opgave leveren. En hoe we dat gaan doen.
Ons landschap, het kapitaal van onze regio
8
Het document begint met het belangrijkste, namelijk met een beschrijving van het landschap als kapitaal van onze regio. Dit staat aan de basis van deze regionale energiestrategie. Daarna volgt een chronologische opbouw; een beschrijving van de context waarbinnen we werken. Daarna volgt een terugblik op het proces tot nu toe. Dan volgen twee inhoudelijke hoofdstukken over elektriciteit en warmte. Hierin beschrijven we de ruimtelijke verkenning voor zon en wind en wordt ons bod inhoudelijk onderbouwd. In Regionale Structuur Warmte wordt ingegaan op warmtevraag- en aanbod. De hoofdstukken daarna gaan over participatie en het vormgeven van lokaal eigendom. Het laatste hoofdstuk geeft door middel van de ontwikkelagenda inzicht in wat ons te doen staat op weg naar RES 2.0.
1: Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Klimaatakkoord De Klimaatopgave en de RES Het Nationaal Programma RES 1.3 Wat is een RES wel en niet? 1.4 Samenhang CTR & Regiodeal Innovatie Waterstof Biogas Smart energy hubs
10 10 10 12 13 13 14 15 15 16 16
2: Terugblik 2.1 Startnotitie Uitgangspunten RES Gezamenlijke werkafspraken Ambitie Cleantech Regio in de RES 1.0 Wie beslist over de RES? Participatie Gemeenten betrekken stakeholders bij hun lokale beleid 2.2 Concept-RES Inhoud Concept-RES Aandachtspunten bij de Concept-RES Wat is gedaan met de reacties op de Concept-RES?
17 17 17 17 17 18 18 18 18 18 19 19
3: Elektriciteit 3.1 Bod Cleantech Regio 3.2 Wind
22 23 24
dit document laten we zien, met de kennis van nu, welke bijdrage wij aan de nationale
7
Ruimtelijke verkenning wind 3.3 Zon: de zonneladder als vertrekpunt Zonneladder naar landschapstype Trede Ja-graag Tredes Zon op land Ontwikkelagenda Zon 3.4 Het elektriciteitsnetwerk Netimpactanalyse 3.5 Wat doen we al?
25 28 28 32 32 33 34 34 35
4: Regionale Structuur Warmte (RSW) 4.1 Relatie lokale (TVW) en regionale plannen (RSW) 4.2 Warmtevraag en hernieuwbare warmtebronnen 4.3 Beschikbare bovengemeentelijke warmtebronnen 4.4 Afwegingskader 4.5 Infrastructuur voor warmte 4.6 Haalbaarheidscans provincie Gelderland 4.7 Wat doen we al? 4.8 Organisatiestructuur
36 36 37 38 39 39 39 40 40
5: Participatie 5.1 Wie zijn betrokken? 5.2 Wat hebben we gedaan tot nu toe? 5.3 Op weg naar RES 2.0
41 42 43 44
6: Financiële participatie 6.2 De cooperatieve aanpak 6.3 Borging van lokaal eigendom
45 46 47
7: Op weg naar RES 2.0 7.1 Ontwikkelagenda 7.2 RES Organisatie 7.3 Data & monitoring
48 49 51 51
Bijlagen Bijlage 1: Landschapsanalyse Bijlage 2: Hernieuwbare warmtebronnen in de regio Bijlage 3: Schema betrokkenen RES Bijlage 4: Participatie
52 53 55 57 58
Ons landschap, het kapitaal van onze regio We starten onze RES met dit hoofdstuk over ons landschap. Het vormt de basis omdat hernieuwbare energie een nieuwe laag aan ons landschap toevoegt. In deze RES beschrijven we hoe we grootschalige opwek met wind en zon willen gaan vormgeven. We vinden het van groot belang dat wij wezenlijk
8
bijdragen aan deze opgave. Het verminderen van CO2 gaat ons allemaal aan. We voelen ons verantwoordelijk. Daarom willen we doen wat we kunnen zodat onze regio beter wordt door deze transitie. De energietransitie is niet onze enige opgave, we willen ons landschap versterken, de biodiversiteit laten toenemen en samen met inwoners en bedrijven aan de
We zetten ons landschap daarom voorop; we beschouwen het als ons kapitaal. De basis van het landschap vormt het groenblauwe netwerk. Natuur- en watersystemen vormen als het ware het geraamte van de regio. Bijzonder aan deze regio is de ligging tussen twee hoger gelegen stuwwallen. Aan de westzijde de Veluwestuwwal en aan de oostzijde de iets meer verbrokkelde stuwwal van de Lochemse berg en de Sallandse Heuvelrug. De IJsselvallei is het hart van de regio, laaggelegen tussen de stuwwallen. Deze overgangen van hoog naar laag bevatten veel variaties in landschappen en heel bijzondere watersystemen. Deze diversiteit maakt het landschappelijk waardevol en in ecologisch opzicht bijzonder. Cultuurhistorisch is het gebied daarom altijd aantrekkelijk geweest. De oude cultuurlandschappen en oude en bijzondere steden, stads- en dorpsgezichten laten dit zien.
slag met deze en de andere grote transities van onze tijd. We wonen immers in een bijzonder stukje Nederland.
Van oudsher zoeken mensen onze regio op om te wonen en te ontspannen. De grote diversiteit aan landschappen met bijzondere kwaliteiten heeft grenzen die we moeten respecteren. Dit uit zich ook in de grote hoeveelheid beschermde natuur. Dit is ook onze verantwoordelijkheid en daarom het vertrekpunt van deze RES.
Figuur 1: Regio op macroschaal
“
We wonen in een bijzonder stukje Nederland.
Landschapsanalyse
9
Het proces naar RES 1.0 is gestart met een grondige analyse van het landschap. Hierin zijn ook bestaande analyses en plannen van waterschappen, provincie en gemeenten meegenomen. We onderscheiden 14 landschapseenheden elk met eigen kenmerken. Het is een indeling op regionale hoofdlijnen die verfijnd kan worden met een lokale uitwerking. Elke eenheid is een kenmerkende combinatie van hoogteligging, bodemgebruik, beplanting, wegenpatroon, verkavelingspatroon en bebouwingspatroon. Dat maakt dat binnen een landschapseenheid een herkenbaar en samenhangend landschapsbeeld bestaat. Door de indeling in landschapseenheden is het mogelijk om maatwerk per landschap voor te stellen voor inpassen van zonneparken. Binnen een landschapseenheid spelen namelijk steeds vergelijkbare vraagstukken. Op lokaal niveau kunnen de begrenzingen en de landschapstypen nader worden uitgewerkt. Een uitgebreide beschrijving van de 14 landschapseenheden vindt u in bijlage 1.
Figuur 2: Regionale landschapsanalyse
”
1
Inleiding
In december 2020 hebben de EU-leiders afgesproken dat in 2030 de uitstoot van broeikasgassen 55 procent lager moet zijn dan in 1990. Die reductie is noodzakelijk om Europa in 2050 klimaatneutraal te maken. Met de nieuwe reductie schroeft de EU haar ambities op: eerder was een reductie van 40 procent afgesproken.
In dit hoofdstuk leest u over de context van de RES en het Klimaatakkoord. Waarom is de RES opgesteld? Wat is het wel en wat is het niet en hoe hangt het samen met programma’s
1.2 Klimaatakkoord
en andere samenwerkingen? Hierbij wordt specifiek stilgestaan bij de andere activiteiten van de Cleantech Regio om de energietransitie te
10
versnellen en die nauw samenhangen met de RES.
1.1 Aanleiding In 2015 hebben bijna alle landen van de wereld in Parijs historische afspraken gemaakt. Ze hebben een wettelijk bindende, universele overeenkomst voor het klimaat getekend. Belangrijkste doel is om de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen. Zo blijft de klimaatopwarming beperkt tot 1,5 of 2 graden Celsius. Daarnaast moet er een eind komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen. In het verdrag is afgesproken dat ieder land ambitieus moet zijn en dat het ambitieniveau bij elk plan moet toenemen. 1
Deventer neemt deel aan de RES West Overijssel vanwege de provinciegrens.
In Nederland zijn de afspraken van Parijs uit 2015 uitgangspunt voor het Klimaatakkoord. Nederland streeft naar 49% CO2-reductie in 2030 en 95% CO2-reductie in 2050. Hiervoor zijn de bronnen van CO2 uitstoot naar sector in beeld gebracht. Per sectortafel is een doel voor C02-reductie gesteld. Elke tafel werkt aan de eigen opgave via netwerken en programma’s die er zijn binnen de sector. De RES gaat over twee van deze tafels, Elektriciteit en een deel van Gebouwde omgeving. Dat is afgesproken door het Rijk, provincies (via het IPO), gemeenten (via de VNG) en waterschappen (via de UvW) in het Interbestuurlijk Programma (IBP). Deze bottom-up aanpak past bij de intentie van het Klimaatakkoord. Het sluit ook aan bij de rol en het belang van de decentrale overheden. Door als regio de strategie op te stellen wordt deze strategie van de regio: een gedragen bod met regionaal maatwerk. De Cleantech Regio is één van de 30 regio’s die een RES opstelt1. In de RES staat hoeveel grootschalige opwek van hernieuwbare energie we willen realiseren tot 2030. In de RES beschrijven we ook hoe door participatie en draagvlak de transitie de komende jaren gaat plaatsvinden.
Meer dan 100 partijen verlagen de CO2-uitstoot van Nederland met 49% ten opzichte van 1990 via het Klimaatakkoord
Klimaatakkoord
48,7 Mt (Megaton)
Samenleving Taakgroepen • Financiering • Werkgelegenheid en scholing • Innovatie
Industrie
Elektriciteit
Mobiliteit
30% = 14,3 Mt
41% = 20,2 Mt
15% = 7,3 Mt
Figuur 3: Opgave per sectortafel in het Klimaatakkoord
Landbouw en landgebruik 7% = 3,5 Mt
Gebouwde omgeving 7% = 3,4 Mt
11
IBP: grote ma sam ats en ch w ap
an a aven n g p e o k er lijke pe
Reg ion a landbouw en landgebruik
circulaire economie klimaatakkoord
klimaat
industrie
gebouwde omgeving
elektriciteit
klimaatadaptatie
12 Het plaatje geeft inzicht in de afspraken in het Klimaatakkoord. Een groot aandeel van de benodigde duurzame opwek wordt gerealiseerd door Wind op zee (49 TWh). En ook door de autonome groei van zon op dak, vooral bij particulieren (7 TWh). Met autonome groei wordt bedoeld: groei die plaats vindt buiten de RES om. De RES-en moeten naast deze ontwikkelingen samen zorgen voor 35 TWh aan duurzame opwek. Aanvullend is afgesproken dat daken groter dan 15 KWp (ca. 50 zonnepanelen) meetellen voor de RES. Kleinere daken zijn dus ‘al meegeteld’ in het aandeel autonome groei. Daarnaast zorgen de RES-en voor regionale afstemming die nodig is voor de warmtetransitie. In de RES wordt de totale vraag en aanbod naar warmte in beeld gebracht. Waar mogelijk worden afspraken gemaakt over de verdeling van bovenlokale warmtebronnen.
afspraak voor 2030 CO2 met 49% reduceren
en k ra
iestrategie (RES erg ) En le
De RES is daarmee een sectorale strategie. Het geeft inzicht in hoe we kijken naar duurzame opwek in de Cleantech Regio. Het is wel van belang te beseffen dat daarover een integrale afweging met andere opgaven moet worden gemaakt en de lusten en lasten van de energietransitie eerlijk worden verdeeld. Behalve de energietransitie komen namelijk ook andere transities en opgaven op gang. De klimaatopgave dient in samenhang met de biodiversiteitscrisis aangepakt te worden. Figuur 4 geeft inzicht welke opgaven impact hebben op de fysieke leefomgeving. In deze context maken volksvertegenwoordigers hun integrale afweging.
Af sp
De Klimaatopgave en de RES
mobiliteit
Opgave: • Hittestress en droogte • Waterberging • Bodemdaling • Eiwittransitie Opgave: • Woningbouw • Vitaal platteland • Regionale economie
Opgave: Landbouwtransitie • Mobiliteitstransitie • Verduurzaming industrie •
Lokale omgevingsvisie met integrale afwegingen Regionale/ Lorem ipsum provinciale fysieke leefomgeving
Regionale energiestrategie • Duurzame opwek • Regionale structuur warmte • Primair mandaat in gebied
Sectortafel Gebouwd 3,4 Mt CO2 reductie • 1,5 mln woningen verduurzamen • Gasloos
Sectortafel Elektriciteit 20,2 Mt CO2 reductie • 49 TWh Wind op Zee • 7 Twh autonome groei (m.n. zon op dak) • 35 TWh Opwek op land (zon en wind) • Energiebesparing
Fig. 4: Samenhang klimaatafspraken en andere afwegingen
Het Nationaal Programma RES
Ter ondersteuning van de regionale energiestrategieën is het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NP RES) opgericht. Het NP RES ondersteunt de dertig regio’s bij het maken van de RES, zorgt voor verbinding tussen de regio’s, Rijk en de andere klimaattafels. Het programma ondersteunt met analyses, afspraken en kennisdeling. De RES-en zijn autonoom in hun werkwijze en bod. Het gaat immers om een bottom-up proces en maatwerk.
1.3 Wat is een RES wel en niet? 13
De RES is een strategie waarin de regio aangeeft hoeveel (het bod) en hoe (strategie) duurzame opwek wordt vormgegeven met maatschappelijke betrokkenheid. Het accent ligt op strategievorming en het aangaan van een inspanningsverplichting tussen de verschillende partijen. De RES gaat over de langere termijn. De RES 1.0 gaat over de periode tot 2030. Volgende RES-en kijken ook verder naar 2050. De RES is nadrukkelijk geen plan of uitwerking op projectniveau. De RES heeft geen juridische status en heeft geen externe rechtsgevolgen. Ook is de RES niet te kwalificeren als beleid in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Er ligt straks wel een ontwikkelagenda en een ruimtelijke verkenning voor zon en wind die lokaal vastgesteld wordt. De RES is een inspanningsverplichting. Bij de inspanningsverplichting spannen gemeenten zich in om het beoogde resultaat te halen. Dat is niet vrijblijvend. Er ligt een verplichting tot een (uiterste) inspanning (Urgenda-uitspraak) de RES te realiseren via in het omgevingsbeleid. De RES is daar een belangrijke bouwsteen voor. Die bouwsteen wordt lokaal integraal meegenomen en afgewogen met andere ruimtelijke opgaven. De RES gaat uit van bewezen technieken. Dat wil zeggen dat het bod is opgebouwd aan de hand van verwachte opwek uit bekende technieken. Dat zijn energie uit wind en zon, technieken die nu op grootschalige manier al inzetbaar zijn.
En die een realisatietijd hebben van maximaal tien jaar (tot 2030). Daarom valt bijvoorbeeld kernenergie buiten de RES.
“
De RES gaat over de toekomst.
”
e nt
Geme
Cleantech Regio & Regiodeal
e
1.4 Samenhang
De energietransitie is een grote opgave. Op verschillende niveaus wordt hier aan gewerkt. De RES
l a a
Regio
n
is daar een klein onderdeel van. Weliswaar met een ruimtelijke impact. Hiernaast staat op hoofdlijnen wie waarvoor aan de lat staat. Dit hoofdstuk gaat verder in
Stimuleren energiebesparing Stimuleren kleinschalig zon op dak & no regret locaties Goede voorbeeld geven (benutten maatschappelijk vastgoed) Locatiekeuze en voorwaarden grootschalige opwek inclusief participatie Integrale lokale besluitvorming over alle ruimtelijke opgaven Warmtetransitie
Cleantech Regio RES: strategie grootschalige opwek obv ruimtelijke kwaliteit & landschap, participatie en netwerk Board Cleantech Regio: innovatie opslag, smart grids en waterstof Provincie: beleid en stimulans grootschalige opwek, ondersteuning gemeenten/regio’s
op wat de Cleantech Regio nog meer doet via de Board van de regio omdat dit nauw samenhangt met de RES.
Deze RES is van de Cleantech Regio. De Cleantech Regio is een samenwerkingsverband van overheden, ondernemers en onderwijs. Ze hebben een gezamenlijk agenda opgesteld op het gebied van duurzaamheid, economie, mobiliteit en innovatie. De energietransitie is daar nadrukkelijk onderdeel van. De focus ligt op besparing en innovatieve technieken. De focus van de RES ligt op het realiseren van hernieuwbare energie. Deze RES gaat daarom niet in op energiebesparing en innovatieve technieken. Vanzelfsprekend zijn ze wel onlosmakelijk met elkaar verbonden maar hebben ook een eigen scope en focus. Energiebesparing als opgave is veelal bij gemeentes belegd. Binnen de regio doen we dat via energieloketten, lokale stimuleringsprogramma’s en subsidies.
Energietransitie
Land el
Figuur 5:
Stimuleren via subsidies en wet- en regelgeving Wegnemen van juridische belemmeringen Kernenergie Afspraken met koepels en EU
s chap
Inwo ne
energietransitie.
Ondewrneme en etens r
14
ijk
Deze RES gaat niet in op andere onderdelen van de
Innovatie nieuwe technieken voor opwek, opslag en smart grids Initiatiefnemers duurzame energie Energiebesparing Warmtetransitie
rs Initiatiefnemers duurzame energie Energiebesparing Warmtetransitie
Innovatie
Programmalijn Innovatieve energiesystemen:
Waterstof
De Cleantech Regio, stimuleert innovaties via de themalijnen energietransitie, circulaire economie en human capital. In de regiodeal krijgt een aantal projecten een extra stimulans. De regio richt zich op innovaties die voor de hele regio van belang zijn. En die opschaalbaar zijn van lokaal naar regionaal of landelijk niveau. We doen dit via de Regio Deal2 met daarin de actielijnen ‘Cleantech werkt’ en ‘Groene Groei’. Het doel van de Actielijn Cleantech Werkt is om mensen meer technisch en digitaal vaardig te maken. Zo kan flexibel worden ingespeeld op veranderingen in de arbeidsmarkt.
Een visie, strategie en plan voor waterstof. Enkele grootzakelijke verbruikers zijn aan de slag met de transitie naar waterstof. Daarnaast wordt gekeken hoe waterstof beschikbaar komt voor andere sectoren in de regio om te kunnen versnellen en opschalen. Regionaal is biogas (als onderdeel van de regionale energiemix) uitgewerkt naar businessmodellen. Een aantal initiatieven wordt financieel ondersteund. Er is een business case ontwikkeld voor benutting van restwarmte van de papier fabrieken. Ook is er een uitgewerkte business case inclusief realisatieplan voor een hybride-energie infrastructuur in Eerbeek-Loenen. Daardoor kan een deel van het aardgasverbruik gefaseerd vervangen worden door elektrificatie en de inzet van biogas.
Waterstof speelt in de regio een belangrijke rol. Het is een energiedrager, die in het komende decennium van belang zal zijn in het regionale energiesysteem. Waterstof kan breed worden ingezet in de mobiliteitssector, de industrie en de gebouwde omgeving. Regionale kennisinstellingen, netwerkbedrijven, leveranciers van waterstofketels en de installatiesector werken aan het realiseren van waterstofinfrastructuur. Ook zijn er industriële bedrijven die onderzoeken of waterstof ingezet kan worden als duurzaam alternatief. In 2021 is een Routekaart Waterstof 2020-2030 Cleantech Regio opgesteld. De vijf aanbevelingen uit de routekaart zijn:
De actielijn Groene Groei heeft twee programma’s die van belang zijn voor de RES: Innovatieve Energiesystemen en Toekomstbestendige Bedrijventerreinen.
Programmalijn Toekomstbestendige bedrijventerreinen:
Het verstevigen van de organisatiegraad van minimaal tien bedrijventerreinen. Het sluiten van gesloten kringlopen op terreinniveau op minimaal twee terreinen. Op minimaal vijf bedrijventerreinen wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een roadmap voor smart grids, zon-pv op bedrijfsdaken en projecten voor opslag en uitwisseling van energie. Een bijdrage leveren aan de elektrificatie van transport van producten in het logistiek centrum in Eerbeek (de papierindustrie).
15
2
De Regio Deal is een samenwerking tussen Rijk en regio om de kracht van de regio te versterken. Voor deze deal hebben, naast het Rijk, de provincie Gelderland, provincie Overijssel, de gemeentes en onderwijsinstellingen cofinanciering beschikbaar gesteld. Ook is een deel private cofinanciering geleverd door het bedrijfsleven.
1. Breng de keten op gang - Ontwikkelen Smart Energy Hubs (zie ook verder). 2. Stuur op kennisontwikkeling - Kennisagenda en curricula. 3. Ontwikkel de vraag naar waterstof. 4. Stimuleer lokale initiatieven. 5. Op termijn Aansluiten op waterstof backbone - samenwerken met omliggende regio’s. Deze aanbevelingen werkt de regio, als onderdeel van de Regio Deal verder uit.
Biogas
Smart energy hubs
De regio heeft veel potentieel voor de productie van biogas. Biogas kan als warmtebron in de industrie fungeren of bijgemengd worden in het aardgasnet. Zo wordt het onderdeel van de regionale energiemix. Er lopen diverse onderzoeken naar de inzet van biogas hubs, waarmee lokale boeren biogas kunnen leveren aan gebruikers. Projecten die meerdere doelen dienen. Naast de productie van groen gas is de uitstootreductie (broeikasgassen en ammoniak(stikstof)) van de stallen van groot belang. Biogas kan een verdienmodel voor agrariërs zijn.
‘Smart energy’ hubs is de verzamelnaam voor alle ontwikkelingen als smart grids, het slim invoeden van duurzaam opgewekte energie, vraag sturing van energie, opslag van energie en conversie. In de hub komt de energievraag- en aanbod van industrie (bedrijventerreinen), mobiliteit en gebouwde omgeving samen. Door het inzetten van slimme software of nieuwe technieken wordt het energiesysteem efficiënter. Zo ontstaan nieuwe verdienmodellen, minder afhankelijkheid van gereguleerde markt en meer marktwerking, worden ondernemerschap en technologische innovatie gestimuleerd. De Cleantech Regio is onderdeel van Oost-Nederland. Oost-Nederland is bijzonder goed gepositioneerd als living lab voor decentrale energiesystemen. Dat staat in een onlangs verschenen onderzoek Kansen van de energietransitie voor Oost-Nederland. OostNederland heeft als het living lab voor geïntegreerde energiesystemen voor decentrale opwekking, opslag, omzetting en gebruik van duurzame energie alles in huis om Nederland en Europa te helpen bij de energietransitie.
In de Cleantech Regio zijn diverse bestaande biogasprojecten. Een voorbeeld in de regio:
16
Voorbeelden van projecten op het gebied van Smart Energy Hubs in de regio zijn: Op bedrijventerrein Ecofactorij werken twee bedrijven samen aan energieopslag. Een bedrijf biedt een (mobiele) batterijbox aan, zodat het andere bedrijf de opgewekte elektriciteit van hun zonnepanelen kan opslaan. Daarmee worden pieken in het bedrijfsnetwerk voorkomen. Er lopen verschillende onderzoeken naar een directe lokale koppeling tussen de productie van grootschalige energie en de afname van de energie op bedrijventerreinen. Dit speelt op het
Biogas hub Lochem. Elf melkveehouders uit Lochem en
bedrijventerrein de Mars en in de kanaalzone (Kwinkweerd) in
omgeving en Friesland Campina hebben onderzoek gedaan
Lochem. Door deze koppeling is er geen of minder transport
naar de haalbaarheid van een biogas hub in Lochem.
vereist via het elektriciteitsnet.
In de onderzoeksopzet vergisten boeren de mest op eigen terrein. Ze leveren dit vervolgens via een verzamelleiding aan de
cVPP Loenen. De community-based virtuele energiecentrale
fabriek van Friesland Campina in Lochem.
Loenen (cVPP). Het doel is om een eigen virtuele elektriciteitscentrale te realiseren met deelname van minimaal 100 huiseigenaren en het lokale MKB. Via de cVPP worden de zonnepanelen en andere bronnen van duurzame energie aangesloten op een energiemanagement systeem (EMS) waarin, eventueel gecombineerd met stroomopslag, vraag- en aanbod van energie lokaal op elkaar wordt afgestemd.
2
Terugblik
In dit hoofdstuk kunt u terugvinden welke afspraken zijn gemaakt in de Startnotitie. Ook vindt u hier het bod van de Concept-RES terug en de belangrijkste aandachtspunten voor het proces naar RES 1.0. Ook maken we duidelijk wat we hebben gedaan met de opmerkingen die we op de Concept-RES hebben ontvangen.
2.1 Startnotitie De RES Startnotitie is in 2019 vastgesteld door de Raden, Staten en de Algemene Besturen. Hierin
17
staan afspraken over de werkwijze voor het opstellen van de ConceptRES en de RES 1.0.
Uitgangspunten RES
Gezamenlijke werkafspraken
Ambitie Cleantech Regio in de RES 1.0
In de RES 1.0 staat in elk geval:
Voor het opstellen van de RES gaan we uit van bestaand beleid en huidige plannen als vertrekpunt. Gemeenten respecteren elkaars werkwijzen in bestuur en raad. De definitieve (en vastgestelde) RES 1.0 is voor alle betrokken partijen uitgangspunt voor omgevingsinstrumenten zoals omgevingsvisie, omgevingsverordening en omgevingsplan, transitievisie warmte en wijkplannen. We spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de RES en zoeken naar balans in ‘lusten en lasten’. We doen recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de verschillende gebieden in de regio.
De 49% CO2 emissiereductie van het landelijk Klimaatakkoord is voor de RES-regio’s vertaald naar een regionale bijdrage (= regionaal bod) aan de landelijke doelstelling 35 TWh. Met andere woorden: elke regio zal worden getoetst aan de bijdrage aan de hernieuwbare opwek van elektriciteit, en niet aan de CO2 reductie. De regio bepaalt zelf wat haar ambitie is. Als partners die samen de RES maken, spannen we ons in om die ambitie te halen.
hoeveel hernieuwbare energie we in de Cleantech Regio op land willen opwekken en welke gevolgen dat heeft voor de energieinfrastructuur; wat de warmtevraag is in onze regio, welke warmtebronnen beschikbaar zijn en wat nodig is voor de warmte-infrastructuur. Bij het maken (en uitvoeren) van de RES staan vier uitgangspunten centraal: de RES geeft invulling aan onze ambitie voor opwek van duurzame energie en onze warmte-aanpak; de RES is zo optimaal mogelijk ingepast in de regionale energieinfrastructuur; de RES heeft aandacht voor de omgevingskwaliteit van de Cleantech Regio; de RES is een gedragen resultaat van stakeholders.
Wie beslist over de RES?
Over de startnotitie en de RES 1.0 van de Cleantech Regio beslissen: de gemeenteraden van Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen; provincie Gelderland; het Algemeen Bestuur van Waterschap Vallei & Veluwe en Waterschap Rijn & IJssel.
Als Cleantech Regio onderstrepen wij het belang van participatie vanaf de start van het planvormingsproces. Maatschappelijke organisaties, belangengroepen en professionele stakeholders betrekken wij bij de regionale RES-ateliers. Ideeën en beelden van inwoners halen we lokaal op. Waar mogelijk sluiten wij aan bij lokale trajecten rondom de Omgevingsvisie. Als we in de RES 2.0 de stap maken naar concrete projecten, zetten wij in op intensievere participatie van inwoners. Gemeenten betrekken stakeholders bij hun lokale beleid
Gemeenten blijven verantwoordelijk voor het betrekken van lokale stakeholders en individuele belanghebbenden bij hun omgevingsbeleid. Denk daarbij aan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de lokale klimaat-en energieprogramma’s. Datzelfde geldt voor de in 2021 vast te tellen gemeentelijke transitievisie warmte Hier leest u de volledige startnotitie.
“
Ideeën en beelden van inwoners halen we lokaal op.
In oktober 2020 heeft de Cleantech Regio haar ConceptRES aan het NP RES aangeboden. Het document was in maart vrijgegeven door de stuurgroep. In de tussenliggende periode hebben betrokken overheden,
Participatie
18
2.2 Concept-RES
”
maatschappelijke partners en inwoners gereageerd op de Concept-RES. In dit deel wordt kort de inhoud van de Concept-RES weergegeven en ingegaan op de verschillende reacties. Inhoud Concept-RES
De Concept-RES was een eerste aanzet tot een strategie waarin overheden met maatschappelijke partijen gezamenlijk aangeven hoeveel hernieuwbare energie ze willen realiseren en waar. Het gaat hierbij om duurzame elektriciteit en duurzame warmte. De Concept-RES was een tussenstap, afgesproken in het Klimaatakkoord, om zicht te krijgen in hoeverre de gezamenlijke regio’s 35 TWh aan duurzame opwek kunnen realiseren in 2030. En zo ook in de eigen regio een start te maken met een langdurig samenwerkingsproces. In de Concept-RES hebben we ons conceptbod geformuleerd. Met een onderbouwing hoe dit tot stand is gekomen. Daarnaast zijn ook warmtebronnen geïnventariseerd. Ook is de capaciteit en eventuele verzwaring van het net bestudeerd. Tot slot hebben we relevante koppelkansen en belangrijke aandachtspunten benoemd. Voor 2030 verwachtten we op basis van de Concept-RES maximaal 1,23 TWh bij te kunnen dragen aan de landelijke opgave. Het bod bestond uit 0,78 TWh zonne-energie en 0,45 TWh windenergie.
Concept-RES
Dit bod is tot stand gekomen door ruimtelijke analyses en besproken in verschillende ruimtelijke ateliers. De tien zoekgebieden voor wind waren het resultaat van het zoeken naar een balans tussen landschappelijke kwaliteit, meervoudig ruimtegebruik en koppelkansen, technische belemmeringen, beleidskaders, netinfrastructuur en maatschappelijke acceptatie. Voor zon werd de zonneladder gehanteerd en zijn voorkeurslocaties in beeld gebracht. Verder zijn uitspraken gedaan over de potentie voor zon op land in met name kleinschalig en open landschap. Er zijn geen uitspraken gedaan over de potentie van zon op dak (groot- en kleinschalig) omdat daar nog geen eenduidigheid in te geven was. Het concept-bod was een eerste verkenning waarbij met ambitie de maximale potentie is aangegeven. Dat wil zeggen dat de regio een grotere bijdrage voor 2030 niet mogelijk achtte. De regio verwachtte dat nieuwe inzichten kunnen leiden tot een kleinere gerealiseerde bijdrage in 2030.
19
Hier vindt u de Concept-RES. Aandachtspunten bij de Concept-RES
In de Concept-RES hebben we een aantal aandachtspunten benoemd bij het maken van deze RES 1.0. Zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing zonneladder De logica van de zonneladder past in het DNA van onze regio. Dit betekent dat wij kijken naar welke vorm van zonne-energie past op welke locatie. Extra inzet van zon-op-dak moet vorm krijgen. Opwek van energie en het netwerk, balans van zon en wind Voor een optimale investering in het energienetwerk is een balans nodig tussen zonne- en windenergie. Kaders vanuit het netwerk Liander ziet kansen om het net effectiever te benutten. Dit is binnen het huidig wettelijk kader niet altijd mogelijk. Maatschappelijke betrokkenheid; participatie en samenwerking We hebben deze Concept-RES in korte tijd gemaakt. Daardoor
waren er beperkingen in het zorgvuldig omgaan met het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Ruimtelijke kwaliteit, ontwerpprincipes Er zijn ontwerpprincipes ontwikkeld voor de ruimtelijke inpassing van grootschalige duurzame opwek van energie op land. In deze ontwerpprincipes staat de kwaliteit van het landschap in onze regio centraal. Belangrijke beperkingen Het concept-bod is zo samengesteld dat zoveel mogelijk wordt tegemoetgekomen aan de uitgangspunten van zorgvuldig ruimtegebruik, ruimtelijk kwaliteit, energie-efficiëntie en maatschappelijke betrokkenheid. Maar voor realisatie, worden we geconfronteerd met belangrijke belemmeringen die niet binnen de regio kunnen worden opgelost. Relatie met de omliggende regio’s Er is overleg met de omliggende regio’s die ook werken aan hun RES. Daarin wordt in elk geval ook gesproken over de Veluwe en de IJsselvallei. Intensiveringsprogramma Provincie Gelderland De GEA-doelstelling om in 2030 tot 55% CO2 reductie te komen, is ambitieus. Alleen de RES-plannen van de Gelderse regio’s zijn niet voldoende. Er moet worden ingezet op andere manieren om CO2 te reduceren. Dit wordt in een intensiveringsprogramma uitgewerkt. Wat is gedaan met de reacties op de Concept-RES?
Na de oplevering van de Concept-RES in maart 2020 hebben maatschappelijke partners, inwoners en volksvertegenwoordigers hun reacties gegeven. De grote hoeveelheid en verscheidenheid van reactie is het bewijs dat de RES leeft in de maatschappij. De Covid-pandemie maakte deze dialoog overigens niet eenvoudig. Hieronder geven we in hoofdlijnen een weergave van deze reacties. Ook beschrijven we hoe we dit hebben meegenomen in het proces naar de RES 1.0.
Draagvlak en participatie
Reacties In vrijwel alle reacties komt het belang van draagvlak en participatie bij de totstandkoming van de Concept-RES aan bod. Inwoners gaven aan zich niet voldoende betrokken te voelen bij de RES. De korte doorlooptijd van de RES is hierbij een van de problemen. Ook wordt aandacht gevraagd voor het democratisch proces. De gemeenteraden van Apeldoorn en Voorst hebben gevraagd om een zienswijzenota. Inwoners vragen zich af wanneer inspraak mogelijk is en spreken daarbij hun zorg uit dat na de oplevering van de Concept-RES geen inspraak meer mogelijk is. Aanpassing proces RES 1.0 De stuurgroep zet zich in om participatie van inwoners en maatschappelijke partners in het RES proces zo goed mogelijk vorm te geven. Naar aanleiding van de reacties hebben we aanpassingen gedaan in het proces:
20
De lokale processen en het regionale proces beïnvloeden elkaar en vraagt om goede afstemming. De bijeenkomsten zijn zo georganiseerd dat lokale inbreng meegenomen kan worden in regionale bijeenkomsten en omgekeerd. In de RES 1.0 zijn maatschappelijke partners intensiever betrokken bij afwegingen zodat hierover meer transparantie ontstaat. Daarom zijn we gestart met de regionale stakeholdertafel die meedenkt over proces en inhoud en de stuurgroep adviseert. Inwoners en volksvertegenwoordigers worden vaker geïnformeerd door informatieve (digitale) bijeenkomsten en nieuwsbrieven. Het Cleantech RES platform bevat alle informatie om het proces te volgen en verslagen van opnames van bijeenkomsten. Er is aangegeven dat de tijdsdruk zich moeilijk verhoudt tot een goed en zorgvuldig proces. De stuurgroep deelt deze zorg. De stuurgroep stelt in het proces naar de RES 1.0 dan ook kwaliteit boven tijd. De stuurgroep heeft daarom gekozen voor een latere aanleverdatum dan 1 juli 2021.
De RES 1.0 ligt in 2021 ter besluitvorming voor aan de volksvertegenwoordigers van raden, Staten en Algemene Besturen. De besluitvorming zal naar goed gebruik in onze regio in twee ronden plaatsvinden. Een formele inspraakprocedure maakt onderdeel uit van ronde één. De colleges leggen de ontwerp RES 1.0 gedurende zes weken ter inzage en bieden het ontwerp samen met inspraakreacties aan de gemeenteraden en Provinciale Staten. Dit leidt mogelijk tot eventuele aanpassingen van de RES 1.0. De op basis van de inspraak aangepaste RES 1.0 wordt in de tweede ronde voorgelegd aan de volksvertegenwoordigers ter besluitvorming. Tot slot ziet de stuurgroep dat bij inwoners zorgen zijn over grootschalige opwek. Inwoners voelen zich niet altijd gehoord en stellen soms de nut en noodzaak ter discussie. In de RES laten wij de discussie over nut en noodzaak achter ons. Het Klimaatakkoord geeft ons de opgave om uit te gaan van de bewezen technieken zon en wind. Het gaat dus om de vraag hoe we dit gaan doen in onze regio en niet of we het gaan doen. Status van de RES
Reacties Verschillende gemeenten hebben gereageerd op de status van de RES. Zo heeft de gemeenteraad van Apeldoorn aangegeven de RES te zien als een gezamenlijke strategie van regionaal samenwerkende overheden, maar niet als een bindend toetsingskader. Ook geven meerdere gemeente aan dat het belangrijk is lokale partners te betrekken bij de uitwerking van lokaal beleid. Tot slot heeft de gemeente Voorst om duidelijkheid gevraagd rondom het proces als een gemeente niet instemt met de RES. Nadere uitwerking status op weg naar RES 1.0 Een werkgroep heeft onderzocht wat de juridische-, bestuurlijke-, en planologische betekenis van de RES is. Hierover is bij 1.3 al een toelichting gegeven. De volledige notitie leest u hier.
De belangrijkste conclusies zijn: Juridisch: de RES is niet op rechtsgevolg gericht en heeft geen externe werking. De juridische doorwerking van de RES vindt plaats via de Wet ruimtelijke Ordening/Omgevingswet (vanaf 1 januari 2022). Bestuurlijk/beleidsmatig: de RES is geen beleidsregel in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De RES is een bestuurlijke overeenstemming om de afspraken in de RES te verankeren via de instrumenten uit de Omgevingswet. De gemeentelijke inspraakverordening is van toepassing. De RES is te zien als een inspanningsverplichting tussen alle overheden. Planologisch: de omgevingsvisie is het instrument om de RES op gemeentelijk niveau strategisch te positioneren. Het programma, zoals bedoeld in de Omgevingswet, is als het gaat om energietransitie een erg relevant en toepasbaar instrument. En kan goed worden ingezet om de RES lokaal uit te werken en gebiedsspecifiek te maken. Over de RES 1.0 wordt een formeel besluit van gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemene Besturen verlangd. Volksvertegenwoordigers worden gevraagd de RES 1.0 vast te stellen. Indien één of meerdere raden de RES 1.0 niet vaststelt, ontstaat een bijzondere situatie. Het “Huis van Thorbecke” treedt dan in werking. Dat betekent dat partijen eerst onderling tot een oplossing moeten komen om ervoor te zorgen dat de opgave alsnog gerealiseerd wordt.
Pas daarna intervenieert de provincie of eventueel het Rijk. Hierbij is steeds het uitgangspunt: ‘Eerst zacht, dan pas hard’. Oftewel: de overheden proberen er altijd eerst onderling in goed overleg uit te komen (bestuurlijke interventie). Pas als het via de bestuurlijke route écht niet lukt, gaan de hogere overheden over op de inzet van meer dwingende juridische instrumenten. Dit kunnen instrumenten uit de Omgevingswet zijn, zoals instructieregels, omgevingsverordening en een projectbesluit.
Technieken
Reacties In verschillende reacties wordt aandacht gevraagd voor andere technieken. Zo is er aandacht gevraagd om waterstof, geothermie en kernenergie mee te nemen in de RES 1.0. Ook is er aandacht gevraagd voor energiebesparing en energieopslag. Vanuit gemeenteraden en stakeholders is in brede zin opgeroepen om op een goede manier de zonneladder in te zetten in de RES. De gemeenteraden van Lochem en Voorst roepen op om zon op land zoveel mogelijk te vervangen door zon op dak in het bod. In andere raden wordt dit in het midden gelaten. Inwoners stellen het gebruik van windmolens als verantwoorde wijze om energie duurzaam op te wekken, ter discussie.
21
RES 1.0 In de inleiding hebben we omschreven hoe we binnen de Cleantech Regio samenwerken. Binnen de regiodeal zijn speciale programmalijnen opgezet over waterstof en energy hubs. Ook hebben we daar aangegeven waarom kernenergie niet binnen het bereik van de RES valt. Geothermie en het opslaan van warmte zijn onderdeel van de warmtetransitie. Energiebesparing is vooral een lokale aangelegenheid. Hierdoor kunnen we ons in de RES concentreren op grootschalige opwek. Andere belangrijke onderdelen van de energietransitie worden op andere plekken opgepakt, zoals figuur 5 laat zien.
Lobby inzet Rijk en netinfrastructuur
Verdere uitwerking in RES 1.0 We zijn samen met de samenwerkende energiecoöperaties gestart om de mogelijkheden voor financiële participatie en lokaal eigendom verder uit te werken. We staan pas aan het begin. De komende periode gaan dat verder uitwerken met de gemeenten. In hoofdstuk 6 leest u hier meer over. Het landschap vormt het kapitaal van de regio. Het is ons vertrekpunt geweest voor de verdere uitwerking van de Concept-RES. Aan het begin van deze RES hebben we beschreven waarom ons landschap zo bijzonder is. Ook hebben we deze analyse als basis genomen voor de verdere uitwerking van de zonneladder. Daarin hebben we benoemd welke gebieden uitgesloten zijn voor grootschalig zon en waar het onder voorwaarden mogelijk is. Zie hiervoor 3.3.
Brief aan NP RES & Netimpactanalyse We hebben de binnengekomen reacties gebundeld en met een begeleidende brief op 28 oktober 2020 aan het NP RES gestuurd. We vragen hen dit in te brengen bij de koepelorganisaties en bij het Rijk.
Het bod van 1,23 TWh
Reacties Het realiteitsgehalte van het bod wordt in meerdere reacties ter discussie gesteld, zowel in positieve als negatieve zin. Een aantal partijen binnen sommige raden vindt de ambitie niet hoog genoeg, anderen zetten vraagtekens bij de haalbaarheid. Ook is gevraagd om de doorwerking van het bod naar de verschillende deelnemers in de regio transparant te maken.
Financiële participatie, lokaal eigendom, landschap en natuur
Reacties Verschillende raden en stakeholders roepen op om in de RES duidelijke uitgangspunten op te nemen ten aanzien van financiële participatie en lokaal eigendom. Gemeenten kunnen dit daarna verankeren in hun lokale beleid. Zo wordt financiële participatie voor inwoners geborgd. Er wordt aandacht gevraagd voor het behoud, herstel of versterking van het landschap. In de Concept-RES is gewezen op het benutten van mogelijkheden hiervoor. Dit is nog niet verder uitgewerkt. Ook is gevraagd het uitsluiten van bijzonder landschap en kwetsbare natuur mogelijk te maken, op lokaal dan wel regionaal niveau. Daarnaast wordt gevraagd om in de verdere uitwerking de landschappelijke inpassing serieus mee te nemen.
Reacties De Cleantech Regio wordt opgeroepen om het Rijk te vragen om duidelijkheid in landelijke voornemens, bijvoorbeeld door het oppakken van het spoor kernenergie. Ook wordt het Rijk gevraagd om financiële middelen voor gemeenten om de duurzame opwek te kunnen realiseren. De huidige beperkingen van het energienetwerk zijn ook een aandachtspunt bij het verwezenlijken van het bod. Om het net te ontlasten wordt er aandacht gevraagd voor de juiste verhouding tussen zon- en wind in het bod. Ook moet beter gekeken worden naar de mogelijkheden om energie lokaal op te slaan.
Aanpassing bod RES 1.0 De Concept-RES betrof een eerste verkenning van de maximale potentie in ons gebied. Door een meer grondige analyse van het landschap zijn we gekomen tot een aanscherping van de strategie voor zon op land. De combinatie met andere gebiedsopgaven en de verhouding wind/zon is verder onderzocht. Dit heeft ook geleid tot een aanscherping van de windstrategie. Parallel hieraan is gewerkt aan een heldere onderbouwing voor de potentie van zon op dak. Ondertussen heeft de Concept-RES geleid tot reacties en zorgen bij inwoners en gemeenten. Al deze elementen en ontwikkelingen hebben geleid tot een nieuwe afweging van bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak. Het resultaat daarvan staat beschreven in hoofdstuk 3.
Om de gevolgen en kansen van de RES voor de netinfrastructuur in kaart te brengen heeft netbeheerder Liander een netimpactanalyse van de concept-RES gemaakt en een handreiking voor het vergroten van de systeemeffciëntie opgesteld. Deze zijn meegenomen in de afwegingen van de stuurgroep. Liander is als netbeheerder intensief betrokken in het proces naar de RES 1.0.
3
Elektriciteit
In dit hoofdstuk nemen we u mee in het bod, welke overwegingen hierin meewegen en de kern van de ruimtelijke verkenning. We laten zien hoe clustering van wind mogelijk is. Ook is de zonneladder uitgewerkt voor onze regio. Grootschalig zon op land is ruimtelijk uitgewerkt en vormt de middelste treden van de zonneladder. De onderste trede van de zonneladder, ja-graag, gaat over grootschalig zon op dak en no-regret locaties. Deze strategie is niet ruimtelijk uitgewerkt. Tot slot laten we ook zien wat de impact van het bod is op het net en wat we al doen.
Dit hoofdstuk vormt de kern van de RES; waar gaan we hoeveel grootschalig wind en zon neerzetten? Op basis van de Concept-RES hadden we drie aandachtspunten in het proces naar de RES 1.0:
22
de strategie voor zon, een betere wind/ zon verhouding voor het net en de nadrukkelijkere koppeling met gebiedsopgaven. Hierbij hebben we het landschap als vertrekpunt genomen. Opwek van energie is een nieuwe laag in het landschap die we landschappelijk willen inbedden. We willen het zoveel mogelijk een meerwaarde voor het gebied laten zijn; een motor om het gebied tot verdere ontwikkeling te brengen. We bewaken daarbij de grote zichtlijnen en willen versnippering voorkomen. En door concentratie houden we het landschap beter in tact en beleefbaar. Aan de basis van deze RES ligt daarom een regionale landschapsanalyse. Deze is gebaseerd op het bestaande beleid (oa. landschapsontwikkelingenplannen). Behalve zicht op de landschapseenheden, hebben we zo ook vat gekregen op ruimtelijke gebiedsopgaven. Daarnaast is in beeld gebracht welke ruimte de onderstations van Liander hebben dan wel krijgen tot 2030.
In het proces samen met stakeholders is dit uitgewerkt tot de ruimtelijke verkenning, die in dit hoofdstuk wordt beschreven. Tegelijkertijd ontwikkelden ook andere inzichten zich. Ecologische verkenningen op de Veluwe en de IJsselvallei brachten de consequenties van windmolens in beeld. Het besef nam toe dat een groot deel van zonneparken komt te liggen op landbouwgrond. Dit komt het agrarisch ondernemerschap en het gebruik van vruchtbare grond niet ten goede. Het is van belang dat we hier rekening mee houden. Ook werd duidelijk dat grootschalig zon op dak een grote bijdrage kan leveren aan onze opgave. Ook zijn gemeenten aan de slag gegaan. Lokale haalbaarheidsstudies, gesprekken met inwoners over de omgevingsvisie en grootschalige opwek leverden zwaarwegende nieuwe inzichten op. In de laatste fase naar de RES 1.0 kwamen deze actualiteiten en de ruimtelijke verkenning bij elkaar. De ambitie die we voelden in de ConceptRES, werd geconfronteerd met de realiteit en betekenis van deze inzichten. Dat heeft geleid tot een bijstelling van het bod naar beneden. De ruimtelijke verkenning is daarmee meer een basis voor de lange termijn. Als nieuwe ontwikkelingen en verdere uitwerking leiden tot mogelijk nieuwe inzichten en opgaven.
3.1 Bod Cleantech Regio Ons regionale bod bestaat uit drie bouwstenen, namelijk wind, zon op land en zon op dak. Dit bod is een bestuurlijke afweging van de inhoudelijke verkenningen en de lokale gesprekken. Ten opzichte van de Concept-RES heeft dit geleidt tot een bijstelling van het bod naar beneden.
0,11 TWh windenergie: - 3 bestaande windmolens Zutphen - 4 windmolens in Lochem (tot 12 MW) - 5 windmolens op de Veluwe stuwwal (aantal en locatie afhankelijk van vervolgonderzoek) - De 3 beoogde windmolens in Zutphen, waarover een procedure bij de Raad van State op 12 mei 2021 heeft geleid tot een uitspraak.*
0,51 TWh energie door zon op dak: - waarvan 0,05 TWh al is gerealiseerd (peildatum 1/1/2020); - 33% van dakpotentieel wordt benut, dit betekent: - 35% jaarlijkse groei tot 2025 en 10% groei na 2025, dit houdt in: - een grote inzet op opslag en innovatie omdat Liander deze omvang niet kan aansluiten op het netwerk
0,45 TWh energie door zon op land; - ca. 600 ha waarvan ruim 250 ha al is gerealiseerd en ruim 50 ha al in procedure is - binnen de 600 ha heeft Apeldoorn een eigen ambitie van in totaal 250 ha. Hiervan is 90 ha reeds gerealiseerd of in planning
In 2030 verwachten we in de Cleantech 1,07 TWh hernieuwbare energie op te wekken door:
Verwachting in 2030
1,07 TWh
23
hernieuwbare energie
=
0,11 TWh wind
+
0,51 TWh zon op dak
In de volgende paragrafen laten we zien welke onzekerheden hebben geleid tot een fors mindere inzet op wind. De voornaamste aanleiding is de betekenis van Natura 2000 gebieden.
*
De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS) heeft in deze uitspraak het bestemmingsplan Fort de Pol, Eefde West en Windpark IJsselwind en beide omgevingsvergunningen van het Windpark IJsselwind vernietigd. Gemeente Zutphen, provincie Gelderland, IJsselwind en Waterschap Rijn en IJssel hebben aangegeven de uitspraak te bestuderen