CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief van Fliert Natuurlijk! van 21 december 2020

gemeenteraad 1 maart 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Fietspad langs de Fliert; brief van Bewonersgroep Fliert Natuurlijk!16.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het landschap verankerd plan

zijn door de ambtelijke werkgroep en DS

Landschap en ruimtelijke kwaliteit zijn de basis van het plan. Naast de bestaande kwaliteiten zijn ook de historisch gegroeide wetmatigheden van het landschap van belang. Bestaande- en verdwenen landschapselementen zijn een belangrijke inspiratiebron voor het ontwerp.

ambities en uitgangspunten geformuleerd. De planvorming is er (naast het vinden van ruimte voor de woningbouwopgave binnen een exploitabel ontwerp) op gericht, deze ambities te verwezenlijken. Sommige ambities zijn in de doorlopen fases nog niet aan bod kunnen komen door het meer architectonische karakter; maar zullen worden meegenomen in de verdere uitwerking van ‘De Schaker’.

Hoge complexiteit en rijkdom in gelaagdheid Water, bodem, landbouw, infrastructuur, recreatie, ecologie, cultuurhistorie, archeologie, architectuur, duurzaamheid, menging wonen-werken, sociale cohesie, etc. worden in het plan onderling met elkaar in verband gebracht en gesmeed tot een samenhangend geheel.

bestaat een extra ambitie om te bouwen voor een specifieke niche-markt: hoogwaardige, zeer duurzame woningbouw, groen en gericht op het landschap. Immers, Voorst is dè groene gemeente (‘natuurlijk Voorst!’)

Natuur en landschap tot aan de woning Het beleven van het landschap en de natuur vanuit de woning dient een basiskwaliteit te zijn. De woning kan zelfs een bijdrage leveren aan de natuur in de vorm van leef- en nestelmogelijkheden voor vogels, vleermuizen ed. Dit is mogelijk door specifieke bouwwijzen te gebruiken, door voorzieningen op te nemen in de architectuur; door groene daken en/of gevels toe te passen en bostuinen aan te leggen zoals in Achter ‘t Holthuis.

Bebouwing en landschap versterken elkaar Een sterke verwantschap tussen architectuur, stedenbouw en landschap is noodzakelijk. Ze groeien tijdens de planvorming met elkaar mee en moeten elkaar meerwaarde verschaffen.

Duurzaam plan Het plan moet een bijdrage leveren aan de huidige doelstellingen in het kader van natuur en milieu. In het ontwerp wordt waar mogelijk geanticipeerd op toekomstige nationale en europese milieudoelstellingen. Innovatie in energiehuishouding, afvalverwerking, bouwmaterialen etc. is hierbij noodzakelijk.

Verbrede woningbouwopgave De woningbouwopgave is vanzelfsprekend afgestemd op de vraag binnen de Stedendriehoek en de Gemeente. Hiernaast

Ambities

Menging van functies Wanneer wonen, werken en recreëren gemengd zijn resulteert dat in een levendige, dorpse sfeer. Bestaande functies worden waar mogelijk opgenomen in het plan en de agrarische, landelijke uitstraling van het gebied dient behouden te blijven. Waar mogelijk zullen nieuwe (openbare) functies zoveel mogelijk worden geïntegreerd in het ontwerp.

Particulier en collectief opdrachtgeverschap De betrokkenheid van de huidige en toekomstige bewoners bij de ontwikkeling van de woningen en de woonomgeving dient te worden geoptimaliseerd. Het stimuleren van particulier en collectief opdrachtgeverschap zijn mogelijkheden die hier sterk aan bij kunnen dragen.

7

I N T E G R AT E D S T R AT E G I C

LANDSCAPE

cartes

le procédé de synthèse

I N T E G R AT E D S T R AT E G I C

LANDSCAPE

A N A LY S I S

Entités Paysagères historische kaart 1868

Bonnekaart 1850; Typologies Architecturales minutenplannen Kadaster militaire kaarten, veldminuten Structures Écologiques

Alle beschikbare informatie wordt omgezet in kaartlagen, die we letterlijk (digitaal) over elkaar heen leggen. Dit resulteert in een vrijwel oneindig aantal kaartcombinaties in tijd, ruimte en thema. Uit de gevonden kruis- en dwarsverbanden kunnen conclusies getrokken worden, die als conclusie, inspiratie of als uitgangspunt dienen voor situationpluspunt van dit systeem het vervolgtraject. Belangrijk is de integrale recherche werkwijze, alle mogelijke aspecten van de ruimtelijke ordening analyse kunnen immers meegenomen worden in de planvorming. dialogue op de Tijdens de planvormingsfase wordt continu teruggegrepen kaartlagen; het plan wordt steeds weer getest aan de feitelijke situatie.

bebouwing 1850

luchtfoto Typologies Architecturales beleid steden3hoek

water 1850 topkaart 1910

situation

watertrappen oeverwallen recherche

analyse dialogue

Histoire du Développement du Territoire

hakhout 1910

topografische kaart nu

akkers 1910

beekgronden weilanden 2004

Réseaux Hydrologiques

RSV gemeente

Géologie et Morphologie

qui juxtaposent plusieurs familles d’informations historiques, Dynamiques Économiques Dynamiques Économiques bodem- en geologische naturelles, et structurelles. Les kaarten informations accumulées pendant la phase de recherches sont Infrastructures et Infrastructures archeologieeten regroupées en ‘calques’. Ces Équipementsconclusie / Équipements conclusie / conclusie / etc. cultuurhistorie superpositions d’informations inspiratie / inspiratie / inspiratie / sont rapidement synthétisées1pour uitgangspunt uitgangspunt 2 uitgangspunt 3 beleid; structuurplan, dégager des problématiques et pour Caractéristiques Caractéristiques bestemmingsplan, faire ressortir des indices à suivre. Démographiques Démographiques natura2000, etc. Le procédé a pour résultat, s Le procédé a pour résultat, selon le cas, plusieurs schémas et rendus ISLA: Integrated Maillages UrbainsSystematic Landscape Analysis Maillages Urbains cartographiques, tels que qualités et identités paysagères, évolution historique cartographiques, tels que qu et Usages et Usages et spatiale, plan d’aménage et spatiale, plan d’aménagement stratégique... Etc. Etc. isla est une mise à plat d’op isla est une mise à plat d’opportunités.

!

etc.

kavelstructuur 1910

Histoire du Développement EHS du Territoire archeologie

Géologie et Morphologie historische ontwikkeling Le processus isla démarre avec grondgebruik en des recherches systématiques beplanting

faire ressortir des indices à suivre.

monumenten Structures Écologiques oude waterlopen

cultuurhistorie

topografische kaart 1980

In het project “De Schaker” zijn de volgende lagen geanalyseerd en vastgelegd: 1. ondergrond: bodem, watertrappen, geologie, hoogteligging, Le processus isla démarre avec cultuurhistorie,des archeologische verwachtingswaarde. recherches systématiques in de tijdslagen 1850, 1910 en 2004: 2. landschapselementen qui juxtaposent plusieurs familles landgoederen, bos, kavelbeplantingen, water(lopen), d’informations historiques, bebouwing, (wandel)paden, grondgebruik, luchtfoto, straat-, naturelles, et structurelles. Les gebieds- en gebouwnamen. informations accumulées pendant hoofdstructuur, regionale 3. beleidslagen: ecologische la phase de recherches structuurvisie, zoekzonekaart, zeefkaart,sont gemeentelijke regroupées en ‘calques’. structuurvisie, grondeigendom en WVG. Ces superpositions d’informations kaarten, waaronder: kadastrale 4. overige historische minutenplannen uit 1832, militaire kaarten en gemeente-atlas sont rapidement synthétisées pour Jacob Kuyper, Kraayenhoffkaart 1810. dégager des problématiques et pour Op de volgende pagina zijn ter illustratie enkele kaartencombinaties weergegeven.

Cette méthode est un moyen Cette méthode est un moyen d’appréhender tous les aspects du site, à la fois économique, culturel, matériel, et écologique, aussi bien dans le temps que dans économique, culturel, matér Entités Paysagères l’espace l’espace – et pour des conclusions stratégiques. COMBINATIE 1: ensuite en tirer COMBINATIE 2: COMBINATIE 3: ETC.– et pour ensuite e

topografische kaart 1910 Réseaux Hydrologiques

le procédé de synthèse

A N A LY S I S

input: kaarten

De werking van het analysesysteem (ISLA)

cartes

!

!

!

3.

I n v e nta r i s at i e - A n a ly s e

Om de kwaliteiten van een gebied goed te kunnen benoemen is het van belang een grondige landschapsanalyse uit te voeren. Gegevens uit velden literatuuronderzoek worden vertaald in vele kaartlagen, die we letterlijk (digitaal) over elkaar heen leggen teneinde kruis- en dwarsverbanden te ontdekken. Deze onderlinge relaties brengen de complexiteit van het landschap aan het licht en vormen belangrijke leidraden en inspiratiebronnen voor verdere planvorming.

De huidige verschijningsvorm van het landschap bestuderen we vanuit de historische ontwikkeling van het gebied en de wetmatigheden die daaruit naar voren kunnen komen. We beschouwen het niet als een tabula rasa, maar als een gebied waaraan door mens en natuur steeds nieuwe lagen zijn toegevoegd, als een vervolg op het bestaande. Het huidige landschapsbeeld is vanaf de naoorlogse periode monofunctioneler geworden met de nadruk op de economische component. De cultuurhistorische, bodemkundige, sociale en ecologische componenten zijn daarbij vaak in de verdrukking geraakt. Eerdere tijdsbeelden laten meestal een rijker en gevarieerder landschap zien, met een evenwichtiger balans tussen de verschillende componenten. Deze tijdsbeelden bieden, in het licht van de woningbouwopgave, een interessante inspiratiebron. Om de landschappelijke karakteristieken te kunnen herleiden bestuderen en analyseren we kaarten uit de perioden 1850, 1910, 2007. Verder zijn kaarten uit 1668, 1886, 1945 en 1980 geraadpleegd, alsmede diverse cultuurhistorische, ecologische en beleidsmatige rapportages en visueel veldonderzoek. Daarnaast zijn de niet direct zichtbare lagen als watertrappen, bodem, geologie en archeologie een belangrijke basis in de analyse. Tenslotte is de in gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsstukken geformuleerde toekomst een belangrijk kader voor de planontwikkeling.

Inventarisatie-analyse

Op oude kaarten heeft het studiegebied tot rond 1940 nog de kenmerkende uitstraling van een kleinschalig beekdal. Op de hogere gronden liggen de dorpskernen en de boerderijen, de weidegronden op de lager gelegen gronden worden omzoomd door heggen en de natte hooilanden liggen langs de beek. Naast de Fliert bepalen de landgoederen tot ver in de 20e eeuw duidelijk de sfeer van het landschap. In het huidige landschap zijn de beek en de landgoederen nog steeds belangrijk maar heeft de van oudsher kenmerkende beslotenheid de laatste decennia plaatsgemaakt voor een open landschap. Het agrarisch gebruik heeft een schaalvergroting ondergaan, waardoor andere landschappelijke kwaliteiten in de verdrukking zijn geraakt. De landgoederen zijn gereduceerd tot compacte beboste percelen waarin landhuizen zich verschuilen. De waterafvoer door de koppelleiding heeft de Fliert gereduceerd tot nauwelijks meer dan een greppel, en de zonering van hoge akkers naar laag hooiland is verdwenen. Het Fliertdal en de landgoederen hebben de potentie om ook in de toekomst de ruimtelijke dragers van het gebied te blijven. Onderzocht moet worden hoe zij het gebied weer meer karakter en een sterkere identiteit kunnen geven.

9

bos en wegen in 1850 (referentie: gemeentehuis en Fliert)

bos en wegen in 1910 (referentie: gemeentehuis en Fliert)

bos en wegen in 2004 (referentie: gemeentehuis en Fliert)

enkele combinaties van kaartlagen die de verandering in schaal en gebruik van het studiegebied illustreren.

kadastrale kaart (minutenplan) uit 1832; met doorgaande lijnen, erven en oprijlanen en huidige monumenten. (referentie: gemeentehuis en Fliert)

Inventarisatie-analyse

verkaveling en grondgebruik in 1850, weilanden (lichtgroen) en akkers (donkergroen); met doorgaande wandelpaden (kerkepaden) en grondwatertrappen. (referentie: gemeentehuis en Fliert)

11

Regionale structuurvisie, netwerken en occupatie

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Zoekzonekaart

4.

V i g e r e n d B e l e i d

Bij de planontwikkeling voor “De Schaker” zijn de afgebeelde beleidsstukken geraadpleegd bij de planvorming. Zij zijn (ook in de verdere uitwerking) de onderliggende beleidslagen waar aan voldaan moet worden.

Cultuurhistorie

Ecologische Hoofd Structuur

Zeefkaart

Vigerend beleid

13

Definitie van de grens van het Fliertdal op basis van bodem, hoogteligging en waterstanden:

bodem: beekeerdgrond met storende lagen gelegen tussen enkeerdgronden (bemeste cultuurlanden, akkers)en zandrug (oeverwal van de IJssel)

hoogteligging: het dal is laagste deel van het gebied (groen)

waterstanden: nat gebied, hoogste grondwaterstand

5.

Landschappelijke Onderlegger

De landschappelijke onderlegger benoemt de kwaliteiten van het landschap en definiëert de uitgangspunten voor de verdere planvorming. Uit de analyse komt de Fliert als de belangrijkste landschappelijke drager naar voren. Het landschap

landschappelijke structuur Fliertdal

waterberging Fliert

Het landschap is gevormd door de noord-zuid gerichte waterlopen (Twellose Beek, Fliert, Groote Wetering). Alle waterlopen hebben een ruimtelijke invloedszone; de invloedszone van de Fliert vormt de basis voor het opbouwen van de landschappelijke onderlegger.

Wanneer de Koppelleiding wordt afgekoppeld zal meer water door de Fliert stromen. Dit biedt mogelijkheden voor vernatting en waterberging rond de Fliert, wat zowel uit hydrologisch oogpunt (water vasthouden) als uit ecologisch oogpunt (bv. meer gradiënten realiseren) grote mogelijkheden tot verbetering biedt. Hiermee wordt vorm gegeven aan doelstellingen van de Ecologische HoofdStruktuur.

wordt daarom opgebouwd en beredeneerd vanuit het Fliertdal. De randen van het dal zijn afgeleid uit de kaartlagen bodem, waterstanden en hoogteligging. De tweede belangrijke landschappelijke drager is de (overigens sterk aan de Fliert gerelateerde) landgoederenstructuur. De landschappelijke onderlegger is er hoofdzakelijk op gericht deze twee structuren te versterken en te komen tot een rijk, afwisselende landschap van beken, landgoederen, weilanden en akkers.

Landschappelijke onderlegger

15

waterretentie in greppels

ecologische stapstenen

bestaande beplantingen: handhaven

De oost-west gerichte greppels haaks op de Fliert kunnen worden ingezet om ter plaatse water vast te houden. Daarnaast dienen ze als migratieroutes voor kleine dieren. Een aantal greppels is bestaand en een aantal zou toegevoegd kunnen worden tot in de woonomgeving.

Een aantal series “natte stapstenen” zorgen (volgens het model Kamsalamander) voor goede ecologische migratieroutes. Deze verbindingen bestaan uit poelen, houtwallen, steile en flauwe oevers, boomgroepen en struweel, gelegen tussen ruig grasland en bosstroken.

Alle in het gebied aanwezige inheemse beplanting zal worden gehandhaafd. In de volgende fase zal worden bekeken of nietinheemse beplantingen (zoals bijvoorbeeld prunus, picea ed.) vervangen dienen te worden.

groene kerngebieden versterken en verbinden

bestaande bebouwing en functies handhaven

bestaande auto-ontsluiting

De landgoederen zijn belangrijke groene kerngebieden. Er is aanleiding en ruimte om oostelijk van de Fliert (ter hoogte van ‘t Zand) een nieuw kerngebied toe te voegen teneinde de onderlinge afstanden te verkleinen. Tussen de kerngebieden dienen voldoende verbindingen (bijvoorbeeld lanen) aanwezig te zijn, die voornamelijk bedoeld zijn voor vliegende dieren. Daarnaast is het versterken van de verbindingen vanuit recreatief oogpunt zeer gewenst.

Alle bestaande bebouwing zal zoveel mogelijk gehandhaafd worden. De sterretjes representeren de landhuizen en oude boerderijen; dit zijn van oudsher zwaartepunten in het landschap, die een prominentere positie en invloed zouden kunnen krijgen in het getransformeerde gebied.

De hoofdontsluiting voor het plangebied bestaat uit de ruit van A1 - H.W.Iordensweg - Rijksstraatweg N344 - Wilpsedijk. Voor de interne ontsluiting van het plangebied zijn de Binnenweg/Burg. van der Feltzweg en de Voordersteeg belangrijke routes.

Landschappelijke onderlegger

17

principe ontsluiting zoekgebied

Schakerpad ontlasten en ruimtelijk versterken

wandelpaden: handhaven en nieuwe toevoegen

Eventuele nieuwe ontwikkelingen binnen het zoekgebied worden zoveel mogelijk direct op de hoofdstructuur aangesloten; in dit geval de H.W. Iordensweg. Aansluiting op de Voordersteeg is eveneens mogelijk mits het wegprofiel van deze landelijke route gehandhaafd kan blijven.

Het Schakerpad heeft een smal profiel en is een belangrijke cultuurhistorische en recreatieve ader. De weg moet (verkeerskundig) zoveel mogelijk ontlast worden en ruimtelijk zoveel mogelijk versterkt. Bijvoorbeeld door het inplanten van een stevige laan, doorgetrokken tot en met het Voorderpad.

Het betreft hierbij voornamelijk het verfijnen van het wandelpadennetwerk, zowel richting het dorp als naar het landschap. Tevens is het herstellen van een aantal verdwenen historische wandelpaden of kerkenpaden, die ooit de dorpen met elkaar verbonden de moeite waard. De exacte routing wordt in de uitwerking bepaald.

ruimtelijke karakteristiek landgoederen versterken

ruimtelijke karakteristiek Fliertdal versterken

voorkeur verdichting

Een essentieel onderdeel van de landgoederen zijn de interne open ruimtes, die worden gedefinieerd door hun randen. In deze randen ligt een belangrijke opgave, want wanneer de randen goed worden opgelost, zal de ruimte krachtiger worden. Zoals bijvoorbeeld de zuidelijke rand van het open veld voor ‘t Hackfort Veenhuis.

De doorzichten vanaf het Schakerpad en soms zelfs vanaf de Iordensweg dragen in grote mate bij aan het ervaren van de invloedszone van het Fliertdal. Het zicht op -of het contact met- het Fliertdal is een belangrijk uitgangspunt in de verdere uitwerking

De watertrappen (hoogte van de grondwaterstand) en de bodemsamenstelling geven een duidelijke aanleiding om in bepaalde gebieden (lichtblauw = droog) te verdichten; bijvoorbeeld met woningbouw en landschapselementen. Andere gebieden (donkerblauw) zijn nat en van oorsprong opener, omdat het hier beekdalgronden betreft. Deze gebieden geven minder aanleiding tot gebouwde of landschappelijke verdichting.

Landschappelijke onderlegger

19

5.

Landschappelijke Onderlegger

Alle hiervoor beschreven wensen en eisen zijn samengebracht in de afgebeelde totaalkaart; dit is de landschappelijke onderlegger op de schaal van het studiegebied. Op de volgende pagina wordt deze gepreciseerd voor het plangbied.

luchtfoto bestaande situatie

Landschappelijke onderlegger

21

landgoederen; ruimtelijke begrenzing dorpszone; hoge dichtheid, traditionele verkaveling, harde grens verwevingszone; verweving van dorpse bebouwing en landschap in afgeronde eenheden (“buurten”) landbouwzone; agrarisch gebruik fliertzone; provinciale ecologische hoofdstructuur, recreatief medegebruik grens van het fliertdal; uiterlijke bebouwingsgrens op basis van bodem, hoogteligging, waterstanden openbaar, gemengd programma paden; verweving met bestaande wegen en paden in het dorp (indicatief) te herstellen verdwenen verbindingen; wandelpaden uit oude kaarten groene rand oostkant Iordensweg; dorp aan westzijde, landschap aan oostzijde natte ecologische verbindingszone randopgave; verbetering buurtranden wenselijk zwaartepunten; historisch belangrijke gebouwen (monumenten) ruimtelijke karakteristiek Fliertdal; lange doorzichten ruimtelijke karakteristiek landgoederen; gecomponeerde, omsloten ruimtes

5.

Landschappelijke Onderlegger

Door vanuit het studiegebied in te zoomen op het plangebied komen verdere uitgangspunten voor de planvorming aan het licht. Op de hiernaast afgebeelde kaart worden deze inzichtelijk gemaakt. Het betreft feitelijk het preciseren en uitwerken van de hiervoor opgebouwde kaart.

Het studiegebied bestaat uit 5 hoofdgebieden met elk hun eigen karakter. Aan de hand van deze zonering worden de opgaven voor de planvorming gesteld: 1. De fliertzone: Hierin krijgen ecologie en watermaatregelen voorrang, gecombineerd met recreatief medegebruik. 2. De landbouwzone: De landbouw geeft de open ruimte een functie en houdt haar daarmee in stand. Het is de verbindende schakel tussen alle zones. De schaal van de ruimtes zal weliswaar verkleinen door de ecologische doelstellingen, maar de functie blijft behouden. 3. De verwevingszone: hier ontmoeten landschap en dorp elkaar in kleinere, groene, afgeronde eenheden. Belangrijke opgave is het ontwerpen van de randen van deze gebieden. Daarnaast vinden we de aanwezigheid van andersoortige functies dan wonen essentieel voor een levendig, dorps woonmilieu. Deze functies zullen waar mogelijk worden behouden en uitgebouwd. 4. De dorpszone: De grens tussen dorp en landschap is de Iordensweg; de dorpse dichtheid blijft ten westen van deze weg. Aan de oostzijde begint het landschap, dit kan versterkt worden door de oostzijde van de weg zoveel mogelijk te vergroenen.

Landschappelijke onderlegger

5. De landgoederen: Teneinde de kwaliteit van de landgoederen optimaal te benutten is het noodzakelijk een respectabele afstand in acht te nemen. Ze hebben daarom een begrenzing toegewezen gekregen die veelal groter is dan het eigendom. De landbouwzone speelt een belangrijke rol in het open houden van de benodigde ruimte rond de landgoederen en is daarmee van essentieel belang voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de landgoederen. De netwerken: De bovenstaande zones worden verbonden door de wegen- en padenstructuren en de ecologische verbindingszones. Bestaande wegen- en padenstructuren worden zoveel mogelijk doorgetrokken tot in het plangebied. Intensivering van het wandelpadennetwerk maakt het dorpscentrum, de oostkant van Twello en het Fliertdal in het bijzonder beter toegankelijk. Uit de landschapsanalyse komt een heldere grens van het fliertdal naar voren. Deze lijn definieert de ruimtelijke begrenzing van het dal; bebouwing binnen deze grens past niet binnen de gestelde randvoorwaarden. De randen van het dal zullen worden opgespannen langs deze lijn, die daarmee leidend is voor het opstellen van het landschaps- en stedenbouwkundig plan.

23

1. randen fliertdal

2. lanen

3. zwaartepunten

bestaand

4. voordersteeg

nieuw doorgaande lanen “oprijlanen”

6.

p l a n v o r m i n g

6.1

landschapsstruktuur

In het hiernaast afgebeelde schema is de essentie van de landschapsstruktuur weergegeven. Het valt uiteen in 4 hoofdzaken: het ontwikkelen van het fliertdal door het opbouwen van de randen; de versterking van de lanen; het krachtiger vormgeven van de zwaartepunten; het structureren en weerbaar maken van de Voordersteeg.

Een grote ingreep in het gebied vormt het opbouwen van de nieuwe randen van het Fliertdal. In de uitgangspunten is de grens van het dal vastgesteld; in dit landschapsconcept worden de randen vormgegeven met bosmassa’s. De omvang van de bosmassa’s zijn ontworpen passend bij de schaal van het dal, en zodanig geplaatst dat ruime doorzichten vanaf het Schakerpad naar het dal en vice versa gewaarborgd blijven. In de afbeelding is eveneens een suggestie gedaan voor de oostzijde van het Fliertdal; een dal heeft immers twee randen. De lanen verbinden de belangrijke (cultuurhistorische) monumenten met elkaar en zijn kenmerkende landschapsdragers op de hogere gronden van Twello. De H.W.Iordensweg en het Schakerpad worden momenteel al versterkt door het aanplanten van nieuwe bomen. Uit historisch onderzoek blijkt dat het Schakerpad ooit vanaf ‘t Holthuis helemaal doorliep tot ‘t Voorde. Het landschapsconcept stelt voor deze relatie te herstellen, waarmee het Schakerpad een nog belangrijker kwaliteit aan de oostzijde van Twello kan worden. Tussen ‘t HackfortVeenhuis en het zwembad ligt een derde laan ‘verborgen’. Deze laan wordt eveneens aangeheeld en opnieuw ingeplant; waarmee de nu wat rommelige straat een nieuwe kwaliteit krijgt, opgespannen tussen ‘t Hackfort en een ‘nieuw landgoed’ ten zuiden van het zwembad.

‘t Hunne, Schadewijk en het zwembad zijn geadresseerd aan deze laan en winnen daarmee ook aan kwaliteit. De zwaartepunten in het gebied zijn de bijzondere (cultuurhistorische) elementen, waaromheen het landschap is gecomponeerd. Het betreft voornamelijk de landgoederen, maar ook markante gebouwen als het gemeentehuis en

Planvorming

karakteristieke, oude bewoningsplekken zoals Schadewijk, ‘t Voorde en ‘t Hunne. Deze zwaartepunten worden duidelijker gerelateerd aan de versterkte lanen, hetzij aan het begin of eind van de laan, hetzij direct daaraan geschakeld d.m.v. een oprijlaan. Hiermee worden laan en zwaartepunt in een groter verband geplaatst. De ontdekking van de derde laan (het noord-zuid georiënteerde deel van de Veenhuisweg) maakt het mogelijk een zwaartepunt van de 21e eeuw toe te voegen aan het zuidelijk einde van de laan. Hierbij moet men denken aan een nieuw landgoed of een complex, zoals die ook gepland zijn in Achter ‘t Holthuis. Op de AOC-locatie liggen eveneens mogelijkheden de prachtige bestaande laanbeplanting van de IJsbaanweg verder door te trekken en een nieuw zwaartepunt op deze locatie te ontwikkelen. De Voordersteeg is één van de oudste routes van Twello, op de oudste kaarten staat de weg al aangegeven, vanaf de Leigraaf doorlopend tot en met de Wilpse Dijk. Het karakter van de weg is een landelijke, agrarische sfeer, met verspreide bebouwing van boerderijen en woningen op een ruime kavel. De opgave vanuit het landschapsconcept is het versterken van deze structuur voor de gehele Voordersteeg; teneinde de route wederom een belangrijke drager te laten zijn aan de zuidzijde van Twello.

25

“holthuis oost”

“fliertbuurt”

“oost 2”

6.2

Stedenbouwkundige Struktuur

De H.W. Iordensweg is de scheiding tussen de dorpsbebouwing aan de westzijde en de verwevingszone aan de oostzijde. Verweving

De nieuwe typologieën worden ingezet om de relatie tussen landschap en bebouwing te versterken. Het betreft twee nieuwe types: het ‘nieuwe landhuis’ en de ‘grote jas’.

betekent hier het dooraderen van de bebouwing met

Nieuw landhuis:

groen en ruimte. De bebouwingsstruktuur wordt

Dit type is geïnspireerd op de oude landgoederen, waarin het ontwerp en de plaatsing van de woning een sterke relatie onderhoudt met de tuin en het omringende landschap. De relatie tussen bebouwing en landschap is optimaal geënsceneerd. Kenmerken zijn: een grote kavel aan de rand van een buurt. De kavel is meer landschap dan tuin; het grootste deel van de kavel vormt (d.m.v. kleine landschapselementen als hagen, boomgroepen, poelen, ruig gras ed.) een bijdrage aan de ecologische diversiteit van het landschap van de Fliert.

daarom niet direct tegen het dorp aan gelegd, maar verspreidt zich in een aantal buurten. Dit maakt het mogelijk het zo belangrijke agrarisch gebruik en de flora en fauna van het Fliertdal tussen de bebouwingseenheden door te laten ‘spoelen’. Met dit concept blijft ook het dorpscentrum en de bestaande bebouwing in contact met het landschap van de Fliert. Typologie Zoals bij de uitgangspunten vastgesteld reageert de woningtypologie op de specifieke landschappelijke situatie. Hiertoe is de standaard mix van sociaal – middenduur – vrije sector verrijkt met een aantal bijzondere woonvormen, die

Grote jas (Voordersteeg) Het type refereert aan het agrarisch gebruik van het landschap rond Twello en de Voordersteeg in het bijzonder. De kavel schept ruimte voor een kleinschalige agrarische functie en versterkt daarmee de sfeer van de landelijke route. Kenmerken zijn: grote kavel; de woning wordt achter op de kavel geplaatst en laat daarmee veel ruimte voor agrarisch getint gebruik. Daarbij valt te denken aan: ponyweide, moestuin, kwekerijtje, schapen, hooilandje, boomgaard, etc.

op de juiste locatie een meerwaarde geven aan het Twellose landschap.

Planvorming

27

6.3

l a n d s c h a p s p l a n

Het landschapsplan bouwt voort op de in het concept benoemde hoofdlijnen, en verfijnt deze tot een ontwerp voor de oostzijde van Twello. Het verhoogt de landschappelijke kwaliteit en is de basis voor de localisering van de woningbouwopgave. De woningbouw wordt hierbij mede gezien als de (financiele) motor voor de versterking van het landschap.

De basis van het landschapsplan (het Fliertdal) ondergaat een transformatie van open weidegebied naar een echt dal met stevige bosmassa’s als randen. De richting en plaatsing van de bosmassa’s is gebaseerd op de huidige eigendomsverhoudingen én de historische kavelgrenzen zoals die af te lezen zijn uit de kadasterkaart van 1832. De open ruimtes tussen de bosmassa’s hebben een schaal, passend bij de schaal van het Fliertdal. Behalve deze bosmassa’s worden ook kleinere nieuwe landschapselementen voorgesteld om het dal ecologisch en hydrologisch te optimaliseren en recreatief aantrekkelijker te maken. Hiermee wordt een verkleinschaliging van de ruimte teweeg gebracht, met name door het aanplanten van lijnvormige kleine landschapselementen zoals men die veelal aantrof in dergelijke beekdalen. Deze elementen verhogen de ruimtelijke kwaliteit en kunnen benut worden als migratieroutes voor flora en fauna en als markering en begeleiding van nieuwe wandelpaden. In de uitwerking van het ‘deelgebied Fliertdal’ wordt hier verder op in gegaan. Bij het ontwerpen van lanen en bosstroken is gezocht naar continuiteit. Daarom wordt zo veel mogelijk aangesloten bij bestaande structuren, zoals die bijvoorbeeld in Achter ’t Holthuis of Oost al zijn ingezet. De belangrijke landschapsdragers worden zoveel mogelijk vrijgezet van ander ontwikkelingen.

Nieuwe massa’s nemen bijvoorbeeld altijd een respectabele afstand in acht tot het Schakerpad en de landgoederen, waarmee het voor Twello zo kenmerkende spel van massa en ruimte verder versterkt wordt. Het gebied tussen de Voordersteeg en Oost wint aan kracht door het introduceren van robuuste bosstroken, en een

Planvorming

bijzondere verkavelingswijze van de Voordersteeg. De verkavelingswijze is gebaseerd op het agrarische karakter van de Voordersteeg: grote kavels met veel ruimte, omzoomd door een haag of heg. In de bestaande situatie liggen reeds enkele van deze kavels langs de Voordersteeg; het landschapsplan stelt voor deze structuur te versterken door een aantal nieuwe kavels toe te voegen. Wij doen een aanbeveling om dit eveneens langs de Doornweerdersteeg én aan de oostzijde van het Fliertdal door te zetten, zodat de Voordersteeg zijn belangrijke positie aan de zuidoostzijde van Twello kan herwinnen.

29

6.4

M a s t e r p l a n

In de gelede ruimtes die het landschapsplan daarvoor laat kan het kwalitatief woningbouwprogramma van 300 – 400 woningen gerealiseerd worden. De bouwopgave, de dooradering met groen en ruimte, de ecologischeen hydrologische netwerken, het verkeer- en

3

padennetwerk en de afmetingen van bosstroken, wegprofielen en kaveldieptes zijn zorgvuldig

Holthuis oost

op elkaar afgestemd, en samengesmeed tot het hiernaast afgebeelde Masterplan; oftewel het gecombineerde landschaps- en stedenbouwkundig plan. De ingetekende woningen op de kaart moeten niet

2a

2b

Fliertbuurt Oost 2

1 Voordersteeg

als stedenbouwkundig plan worden gelezen, maar als een telprent, een mogelijke invulling van het uitgeefbaar gebied. Hiermee wordt aangetoond dat de verschillende prijsklassen met de verhouding 40-35-25 binnen het uitgeefbaar gebied gerealiseerd kunnen worden. In het vervolgtraject zal op basis van sfeer, karakter en typologie de uitwerking van de bouwvlekken ter hand genomen worden. Op de volgende pagina’s wordt het masterplan ontleed in schema’s, waarna de deelgebieden verder

sferen in “De Schaker” 1. landbouwsfeer; agrarisch, ruim 2. beekdalsfeer; natter, wilder, lineair (bij 2a minder extreem dan bij 2b, gezien de ligging vlak bij het dorp) 3. landgoederensfeer; statig, robuust, blokvormig

benaming deelgebieden in ‘De Schaker’

als telprent worden uitgewerkt. Planvorming

31

Beplanting Bestaande beplanting, bestaande lanen Nieuwe bosstroken en lanen Nieuwe kleine landschapselementen (houtwal, fliertheg, boomgroep

Water

Verkeer waterloop met hoge ecologische waarde

bestaande wegen

greppel of sloot

nieuwe wegen

drassig gebied (waterretentie en ecologisch kerngebied)

wandelpaden

6.5

M a s t e r p l a n i n S c h e m a ’s

Naast de ruimtelijke representatie van het landschap zijn de netwerken (ecologie en infrastructuur) essentiele ingredienten voor een goed functionerend systeem. Ter verduidelijking worden de netwerken ‘water’ en ‘beplanting’ (ecologische belangrijke systemen) hier apart in een schema gevat. Ook de infrastructuur (verkeersafwikkeling en het wandelpadennetwerk) zijn hier afgebeeld. De schema’s “programma-eisen” en “bijzondere bebouwing” maken de randvoorwaarden van het uitgeefbaar gebied inzichtelijk. In ‘bijzondere bebouwing’ is af te lezen welke nieuwe typologiën op welke locaties een plek hebben gekregen. Het schema ‘programma-eisen’ doet uitspraken over de aanwezigheid van openbaar programma, de bestemming van de kavel, parkeren, en particulier of collectief opdrachtgeverschap.

Bijzondere bebouwing

Programma

nieuw landhuis

mogelijk collectief opdrachtgeverschap

bebouwing met een openbare (mede)functie

ondergronds parkeren

bebouwing gecombineerd met agrarische functie

menging wonen en werken

Planvorming

33

een huis in een ‘grote jas’: de kavels zijn zo groot dat ze geschikt worden voor kleinschalig agrarisch gebruik, waarmee de Voordersteeg een landelijke route blijft.

Nieuw leven voor een oude route.

7.

D e e l g e b i e d e n

7.1

v o o r d e r s t e e g

De Voordersteeg verdient een nieuwe kwaliteit en samenhang, waarmee zij de toekomst weer tegemoet kan. De agrarische, dun bebouwde uitstraling van de route wordt gehandhaafd, door alleen grote, diepe kavels toe te staan, waarop de bebouwing en de ontsluiting aan de achterzijde is gelegen. De bestaande, soms monumentale bebouwing direct langs de weg krijgt op deze wijze geen directe buren, en behoudt de maat en schaal van een oude landelijke route. De nieuwe woningen hebben met opzet “een grote jas” gekregen. De kavel is zo groot, dat er rond het huis volwassen bomen kunnen groeien en plek is voor niet alleen een tuin maar ook een moestuin, erf, boomgaard, schapen- of ponyweide. Het diverse grondgebruik van de kavels versterkt zo het landelijke, ontspannen karakter van de Voordersteeg. Door de ontsluiting van de twee nieuwe buurten (oost2 en Fliertbuurt) op de Voordersteeg aan te takken herovert de weg haar functie als centrale ontsluiting en bediener van het achterland. uitgeefbaar gebied

Deelgebieden

35

bestaande bebouwing Voordersteeg omzomen met haag

A-A’: doorsnede kavel aan de Voordersteeg

landelijk wegprofiel Voordersteeg behouden

Nieuwe bebouwing op afstand van de Voordersteeg tegen bosstrook

7.1

v o o r d e r s t e e g

Een bijzondere plek aan de Voordersteeg is de kruising met het Schakerpad. Teneinde het gevoel van ruimte en landschap hier te maximaliseren en (net als in de Fliertbuurt) respectabele afstand in acht te nemen tot het Schakerpad, is de kruising aan alle zijden vrij gehouden van ontwikkelingen. Aan de westzijde wordt de beschikbare ruimte ingezet voor waterretentie en –berging.

A

A’

aantal woningen: 21 sociaal:0 middenduur: 6 vrije sector: 15 genoemde aantallen indicatief; zie bestemmingsplan voor exacte aantallen

verdeling prijsklassen: groen = sociaal, blauw = middenduur, oranje = vrije sector

Deelgebieden

37

oost2: het sluitstuk

lange woonstraten scheppen ruimte; robuuste bosstroken halen het landschap binnen.

7.2

O

o

s

t

-

2

Oost 2 smeedt zijn omgeving aaneen tot een krachtig geheel. Het geeft ‘achterkanten’ een nieuw gezicht: de rommelige achterzijde van de Iordensweg en de Voordersteeg, de fragmentarische rand van Oost1 en de onderbroken laan langs het zwembad (Veenhuisweg). De voorgestelde ingrepen verbinden al deze gebieden door het aanhelen van bestaande structuren en het introduceren van nieuwe lange lijnen. De ingrepen verbeteren daarmee de Nieuw Schadewijk

woonsituatie van de bestaande bebouwing; ze plaatsen deze buurten in een grotere context. “Het sluitstuk” rondt de oude oost 1 af, en verbindt door de nieuwe lange lijnen (lanen en bosstroken) de buurt met het grotere geheel van landgoederen (hackfort, Schadewijk) en openbare functies (tennisbanen, zwembad). Nw Schadewijk vormt in het bijzonder het sluitstuk, want het rondt de middenzone af, creeert de overgang naar de Voordersteeg en legt de verbinding met de oostzijde van het Schakerpad.

uitgeefbaar gebied

Deelgebieden

39

interne kwaliteit door middel van bosranden en boomweides

B-B’: doorsnede hoofdontsluiting vanaf Voordersteeg

woningen ingebed in hagen en bosstroken

zicht op Voordersteegkavels vanuit oost-2

7.2

O

o

s

t

-

2

Voor robuuste kwaliteit zorgen de bosstroken die de buurt met Nw Schadewijk verbinden en de brede nattere zone die zich uitstrekt van de woningen aan de Veenhuisweg tot de Voordersteeg.

Nieuw Schadewijk

B’ B

aantal woningen: 105 sociaal: 55 (waarvan 25 in ‘Nieuw Schadewijk’) middenduur: 36 (waarvan 15 in ‘Nieuw Schadewijk’) vrije sector: 8 genoemde aantallen indicatief; zie bestemmingsplan voor exacte aantallen

verdeling prijsklassen: groen = sociaal, blauw = middenduur, oranje = vrije sector

Deelgebieden

41

stevige bosstroken onttrekken de meeste bebouwing aan het zicht; de bestaande boerderijen blijven vrij in de ruimte staan en kleinschalig agrarisch gebruik blijft mogelijk rond de boerderijen.

De Fliertbuurt maakt landschap!

7.3

F l i e r t b u u r t

Stevige bosranden bouwen de nieuwe rand van het Fliertdal én de woonkwaliteit van ca. 130 woningen. De langgerekte oost-west structuur sluit aan bij de historische verkaveling en geeft een groot gevoel van ruimte binnen de buurt. De evenwijdige straten krijgen een breed profiel met veel groen en worden beëndigd door bijzondere nieuwe landhuizen, die de overgang van buurt naar dal manifest maken. De woningen worden zodanig geplaatst en ontworpen dat ze (afhankelijk van het standpunt) soms geheel, soms gedeeltelijk en soms niet te zien zullen zijn vanuit het dal; analoog aan de oude landhuizen ’t Hackfort en ’t Holthuis. De fliertbuurt houdt respectvol afstand van het Schakerpad, waarmee de bestaande boerderijen niet ingesloten worden; en de route zijn landschappelijke kwaliteit kan behouden. Ter plaatse van de monumentale boerderij wijkt de bebouwing zelfs terug om dit gebouw extra ruimte te geven. Aan de oostzijde van de buurt gebeurt hetzelfde; daar wordt het dal als het ware de buurt ingetrokken om de nabijheid van de Fliert nog beter beleefbaar te maken. uitgeefbaar gebied

Deelgebieden

43

hoofdontsluiting met breed profiel

D-D’: doorsnede hoofdontsluiting

wandelpaden in bosstroken verbinden dorp met buitengebied

E-E’: doorsnede straatprofiel

Fliertlandhuizen aan de rand van de buurt

7.3

F l i e r t b u u r t

E

E’

D’ D

aantal woningen: 133 sociaal: 66 middenduur: 38 vrije sector: 19 (waarvan 2 ‘nieuwe landhuizen’) genoemde aantallen indicatief; zie bestemmingsplan voor exacte aantallen

verdeling prijsklassen: groen = sociaal, blauw = middenduur, oranje = vrije sector

Deelgebieden

45

nieuwe landhuizen in de rand van het dal schemeren door de robuuste bosstroken, die de overige bebouwing aan het zicht onttrekken.

Holthuis-oost: “de schakel”

7.4

H o l t h u i s - O o s t

Holthuis Oost is het schakelpunt tussen de landgoederen op de hoge gronden en het lage, natte fliertdal. De lanen van Achter ‘t Holthuis worden doorgezet in de nieuwe buurt, maar worden beeindigd in de bosstroken die de rand van het dal markeren. Half zichtbaar zijn hierin, net als bij de Fliertbuurt, nieuwe landhuizen opgenomen. Binnen in de buurt wordt de eeuwenoude draaiing in verkavelingsrichting zichtbaar gemaakt. De hogere gronden hebben een noord-zuidstructuur (zoals in het holthuis), maar op de overgang naar de lagere gronden draait dit naar een oost-west structuur. Exact op deze overgang lag eens een boomgaard, die in het plan terug komt als nieuwe openbare ruimte; opgespannen tussen het bestaande wooonhuis aan de noordzijde en een nieuwe, iets terugliggende woning op een ruime kavel aan de zuidzijde. Het vormt het interne hart van de buurt, waarmee ook de kavels die niet direct aan de rand liggen een hoge woonkwaliteit krijgen.

uitgeefbaar gebied

Deelgebieden

47

zicht vanuit Fliertlandhuizen

F-F’: doorsnede straatprofiel oost-west lanen

“boomgaard” als openbare ruimte

ruime straatprofielen met laanbeplanting als doorzetting Achter ‘t Holthuis

G-G’: doorsnede boomgaard

7.4

H o l t h u i s - O o s t holthuis oost

G

G’

F’

F

aantal woningen: 84 sociaal: 15 middenduur: 37 vrije sector: 32 (waarvan 2 ‘nieuwe landhuizen’) genoemde aantallen indicatief; zie bestemmingsplan voor exacte aantallen

verdeling prijsklassen: groen = sociaal, blauw = middenduur, oranje = vrije sector

Deelgebieden

49

Iordensweg

bossen en bosstroken

houtwallen

‘Fliertheggen’

Fliert

8.

F

l

i

e

r

t

d

a

l

“In de toekomst blijven het Fliertdal en de landgoederen de ruimtelijke dragers. Kleinschaliger agrarisch grondgebruik blijft het Fliertdal ruimtelijk domineren. Dit geeft sfeer, identiteit maar vooral betekenis aan het

levensader van het gebied worden. Nieuwe paden maken het dal voor iedereen toegankelijk. Door nieuwe Fliertheggen rond de percelen wordt het landschap kleinschaliger en daardoor recreatief en ecologisch aantrekkelijker. Op de hogere gronden kunnen houtwallen en hakhoutbosjes worden aangeplant waardoor de landgoederen niet geïsoleerd liggen maar onderdeel worden van het Fliertdal.”

Het Zand

teeg Voorders

‘t Voorde

Noordijk

het fliertdal in 1850 weiland met kavelbeplantingen (nattere gebieden) akkers (drogere gebieden, vaak opgehoogd door plaggenbemesting hakhout en bos (drogere gebieden)

Langzaam zal het Fliertdal transformeren tot een hoogwaardig ecologisch en recreatief gebied tussen Twello en Deventer, met een eigen identiteit en plaats voor mens én dier.

Fliertdal

ijk

te groeien tot een echte beek en de hernieuwde

‘t Hackfort

D pse Wil

meer opgaande beplanting, de ruimte krijgen uit

‘t Veenhuis

Fliert

stand. De Fliert kan, met een bredere bedding en

‘t Holthuis

d kerpa Scha

gebied, en houdt zo het landelijk karakter in

Deze toekomstvisie op het Fliertdal zal gerealiseerd moeten worden met bijdragen en inspanningen van diverse partijen: gemeente, waterschap, provincie, boeren, IJssellandschap en particulieren. Hiervoor is een plantraject in het leven geroepen dat parallel aan de woningbouw loopt: het “landschapsplan Fliertdal”. De eigenaren en gebruikers van de gronden vormen bij de voorgenomen aanpak een onmisbare schakel in het proces. Hen wordt gevraagd de keuze van gebruik van hun gronden af te laten hangen van de omstandigheden in het Fliertdal. Voor het deel van de gronden die in eigendom zijn van het waterschap, het IJssellandschap of de gemeente kan ervan worden uitgegaan dat deze worden ingericht en beheerd conform de EVZrichtlijnen. Voor deze gronden zullen inrichtingsplannen gemaakt worden en subsidiestromen aangeboord voor de realisatie. Voor de overige (landbouw)gronden geldt dat in eerste instantie wordt gestreefd zoveel mogelijk gebruikers mee te laten werken om tot een voldoende areaal natuurlijk ingericht en beheerd gebied te komen. Teneinde dit doel te bereiken wordt een eenvoudig te gebruiken pakket gebruiksen beheersmogelijkheden samengesteld dat is gebaseerd op de geomorfologische omstandigheden van het dal.

Met deze “Toolbox” kunnen grondeigenaren aan de slag met bijvoorbeeld het aanplanten van landschapselementen, actief begeleid vanuit de gemeente en/of Landschapsbeheer Gelderland.

huis en erf, soms met boomgaard, vaak op overgang weiland-akker

51

d-rtpa -Flie ---

d-ertpa

pad,

D wello enpad, T

d

--

--

- -F li

- -F lie

--

--

p

- - -Fliert ad p

ad, Twello - Devent er -

tpad - - -

en

, npad

kerke

ad tpad - - - - -Fliertp ier -Fl

- - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliertpad - - - - - -Flier

Historische kerk

che

storis

- Hi

-H

p

- - -F liert

----

--

llo - Dev enter- -

to His

---

ke

--

ad, Twe

--

er- vent - De

is t or isc he

--

kerkenp

--

o Twell

rk

rtp a

Besloten

ad

Historisc he

tereven

erken he k risc

-ndg o

eder en

-------

-- N

ieuw e lan dgoe d

er en

---

-----

- - - -Fliertpad - -

uw e la

-N

ieuwe landgoederen

d-- - -Fliertpa

------- Ni e

ad tp

landgoe deren --

ier -Fl ---

Nieuwe

--

Kerk, Tw ello

-Fliertp

ad

e landgo Nieuw

ederen

Open

--

Hi sto r

is c he

liertp ad - - - - - -Flier tpad -

---

- -Flie rtpad

---

- - -F lier

tpad

---

- - -F lier

tp

ad

--

--

- -F lie rtp

ad - - - - - -Fliertpad - -

---

----------

lan dg oe

Voordersteeg ch e

rtp

Flie

ro ut e- ---ed er en

dg o

Vo ---

to ris

ch

---

en - -

Stapsteen te ontwikkelen op overheidsgronden

beekloop

zonering Fliertdal in 3 gebieden met elk hun eigen karakter, grondgebruik en landschapselementen

----

ute

---------- Hi

tp ad -Fl ier

---

pad -

ndgoederen route

sto

ad rtp Flie

ster oor

- - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - V

che la

- - -Fliert

ed ere n ro

---

dg o

ad

la n

- - -F liertp

he

---

isc

Open

-do rp

d---- - - - - -Fliertpa

ren

dg oe de

he risc

His to r

isto

----

--H

te ----

lan

ro u

-

d--- -Fliertpa

ed l an ch e

His tor is

----- - -

beekdal

beekdal

ed dgo eren

lan

dtpa ier -Fl

--

dg o

----

rou te -

hoge gronden

Groen: Aan te leggen corridor 6-10m. Roze: Bestaande NVO 10m

uitgangspunt: beleid EVZ en KaderRichtlijn Water

te

------

hoge gronden

che Historis ----------

r is

te

en rou goeder

che land Historis

Stapstenen te ontwikken op particuliere gronden

u ro

Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen

- - - - Voo

Ecologische verbindingszone

Bestaande stapsteen

en er

o r p en - Voorster-d

---

ren

torische lan

ede

His ----

o r pen - - - - en - - - - - - Voorster-d

His

pen -dor

te rou

orp rster-d

er rst

- Voo

dgo

----

Kamsalamander stapsteen

lan

Hi sto ----

ro ut e---

- -F l

Winde stapsteen

e la-nd ert - -Fli goed rtpad - - er - - - -Fliertpad - - - - - -Flie en

norpe

---

er-d orst

pa d-

r p en -do -- - - - Voorster

Vistrap

r is ch e

Besloten

p iert

---

--

Voor

ad - - - - - -Fliertp

pe -dor ster

n-

---

- - Vo

- - -Fliertpad ad - - -

-H

ist or is

---

---

de re nr ou te ----

-F

ad - - -

--

----

Open

aanzet voor tracering van paden en enscenering van bijzondere plekken in het dal

8.

F

l

i

e

r

t

d

a

l

Het Landschapsplan Fliertdal zoneert het dal in

Hakhout

beekdalrand

beekloop, beekdal en hogere gronden. De beekloop is het gebied dat direct wordt beïnvloed door

sortiment

de Fliert. De beekloop heeft niet een duidelijke, fysieke grens maar gaat geleidelijk over in het beekdal. De hogere gronden hebben duidelijk

Acer campestre

veldesdoorn

Alnus glutinosa

zwarte els

10% 15%

Amelanchier lamarckii

krentenboompje

5%

Betula pendula

ruwe berk

10%

Cornus sanguinea

kornoelje

10%

Corylus avellana

hazelnoot

5%

Crataegus monogyna

eenstijlige meidoorn

5%

een ander karakter met een ander grondgebruik.

Fraxinus excelsior

gewone es

15%

Quercus robur

zomereik

15%

Het maatregelenpakket Fliertdal beschrijft

Ulmus laevis

fladderiep

5%

Viburnum opulus

Gelderse roos

5%

per zone de mogelijkheden tot aanplanten van

aanplant

landschapselementen en grondgebruik en maakt

plantwijze

driehoeksverband

plantafstand

1,5m X 1,5m

beeld, kosten en beheer direct inzichtelijk voor

plantmaat

100 / 125

kosten aanleg per 100m2

aantal

kosten plantmateriaal

45

arbeid aanplant

45

alle betrokken partijen.

per stuk

per 100m2

€ 1,50

€ 67,50

5 min.

3,8 uur

De recreatieve component van het dal komt tot uitdrukking in het zorgvuldig traceren van wandelpaden, deels volgens de routes van de oude kerkepaden. Daarnaast worden enkele belangrijke

beheer

punten in het dal (bijvoorbeeld waar paden de fliert

gefaseerd terugzetten

okt.-febr.

snoeihout verwerken tussen stoven

okt.-febr.

met behoud van overstaanders ong. 1 per 20 m1

kruisen) geënsceneerd, zodat de veelzijdigheid van

onderbegroeiing selectief uitmaaien

juli-sept.

maaisel verwerken tussen stoven

het dal optimaal beleefd kan worden.

kosten beheer per 100m2

juli-sept. x / jaar

% min/m2

uur / 100m2

materieel

gefaseerd terugzetten

1

10%

2

0,3

kettingzaag

vegetatie selectief uitmaaien

1

5%

10

0,8

bosmaaier

E.e.a is verder uitgewerkt en toegelicht in het uitgebreidere document over “Het Fliertdal”.

eerste schets van mogelijke inrichting van een kavel langs de Fliert.

voorbeeld “toolboxpagina”. Elk denkbaar landschapselement wordt beschreven op 1 A4, en maakt beeld, kosten, beheer en subsidiemogelijkheden inzichtelijk.

53

S

a

m

e

n

v

a

t

t

i

n

g

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9690746/3