Brief van Fliert Natuurlijk! van 21 december 2020
Tekst van het document
Beste raadsfracties van de gemeente Voorst, Wij zijn 60 bewoners rond het Fliertdal, zowel aan de kant van het Buddezand en Vermeersweg, als aan de kant van De Schaker en het Holthuis. Wij hebben in het afgelopen jaar meerdere keren en op verschillende wijzen onze inhoudelijke en procedurele bezwaren voor een omgevingsvergunning voor een fietspad langs de Fliert bespreekbaar proberen te maken bij de portefeuillehouder en de betrokken ambtenaren. Ook hebben wij onze hulp aangeboden bij het realiseren van de natuur- en landschapsontwikkeling van het Fliertdal, die ons zeer aan het hart gaat. Na een jaar moeten wij helaas concluderen dat wij niet serieus worden genomen. Daarom doen wij een beroep op onze volksvertegenwoordigers. Omdat wij in deze tijd niet langs kunnen komen hebben wij voor u een filmpje gemaakt waarin enkele van ons uitleggen waarom wij ons in de kou voelen staan. Ook sturen wij u enkele stukken waarin het gemeentelijke beleid voor het Fliertdal is beschreven. En een brief van bewoners aan portefeuillehouder en College uit augustus, waarop in het geheel niet is gereageerd. Niet alleen wij worden niet serieus genomen, naar onze mening bent ook u verkeerd geïnformeerd over het beleid van de gemeente voor dit gebied, de grondslag voor een fietspad en het draagvlak daarvoor onder omwonenden.
Wij vragen u om ons en uzelf wel serieus te nemen door het filmpje te bekijken, aandachtig de stukken door te nemen en het College te bevragen over deze kwestie. Tip voor een snelle scan van Landschapsplan De Fliert en Masterplan De Schaker: doorzoek de documenten op 'fietspad'. Binnenkort verschijnt een kritisch en informatief artikel in het Voorsternieuws. Ook dat geeft u mogelijk aanvullend inzicht. Naast deze stap rest ons de formele procedures. Die gaan wij niet uit de weg, maar veel liever steken wij samen met de gemeente en andere partijen de handen uit de mouwen om de mooie ambities voor dit gebied wél te realiseren. Desgewenst gaan wij graag met u in gesprek om de zaken toe te lichten. Met vriendelijke groet, Bewonersgroep Fliert Natuurljjk!
Datum: 24 augustus 2020 Betreft: Aanvulling op onze zienswijzen op de aanvraag omgevingsvergunning voor het aanleggen van een fietspad langs de Fliert
Geachte wethouder Van der Sleen, geacht College van burgemeester en wethouders, Wij zijn omwonenden van het Fliertdal die zienswijzen hebben ingediend tegen de vergunningaanvraag voor de aanleg van een fietspad langs de Fliert. Naar onze mening is een fietspad daar niet alleen overbodig (het fietsnetwerk in de directe omgeving is voldoende) maar ook onwenselijk voor de natuurontwikkeling langs de Fliert. We hebben daarover meerdere gesprekken gevoerd met ambtenaren van de gemeente en ook met de portefeuillehouder. Deze gesprekken hebben in goede harmonie plaatsgevonden. We verschillen van mening over nut, noodzaak en ongewenste effecten van een fietspad, maar delen de wens voor natuurontwikkeling in dit gebied. Uit de laatste correspondentie met ons blijkt dat uw ambtenaren willen vasthouden aan een fietspad tussen de Voordersteeg en de Vermeersweg, maar in plaats van een betonnen fietspad een half verhard fietspad willen aanleggen. Het argument om vast te houden aan een fietspad langs de Fliert is dat deze keuze eerder is gemaakt in Bestemmingsplan De Schaker en met de aanleg van het fietspad wordt dit besluit uitgevoerd. Dit is onjuist, het hier geldende bestemmingsplan is Bestemmingsplan Buitengebied en de aanleg van een fietspad gaat in tegen het vastgestelde beleid voor het Fliertdal. Wij verzoeken u dringend om u te houden aan dit beleid en af te zien van een fietspad.
Wij verzoeken u ook om sterker in te zetten op het uitvoeren van het vastgestelde beleid. Wij bieden u als omwonenden aan om samen met u en de andere stakeholders in dit gebied aan de slag te gaan om de ambities te realiseren. De aanleg van een fietspad in dit gebied gaat in tegen het vigerend beleid van gemeente Voorst. In artikel 3.1 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro) is vastgelegd dat in een bestemmingsplan de bestemming wordt aangewezen en regels worden gesteld voor de ‘in het plan begrepen grond’. Het voorgenomen tracé van het fietspad in het Fliertdal maakt geen deel uit van het plangebied van Bestemmingsplan De Schaker, maar van Bestemmingsplan Buitengebied (zie onderstaande figuur). Het is dan ook Bestemmingsplan Buitengebied dat van toepassing is, niet Bestemmingsplan De Schaker.
Volgens de toelichting op Bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld op 28-01-2013) is het uitgangspunt voor dat bestemmingsplan om reeds vastgesteld beleid te vertalen in een actueel bestemmingsplan en is het bestemmingsplan niet gericht op het ontwikkelen van nieuwe visies of het vaststellen van nieuw beleid. Het vastgestelde beleid voor het Fliertdal stamt uit 2009. Het college heeft destijds de beleidsvisie Het Fliertdal, Twello vastgesteld, met als toelichting dat dit kan worden beschouwd als een Landschappelijk programma van eisen waarbinnen de sectoren ecologie, water, landbouw en recreatie zich kunnen ontwikkelen. In de beleidsvisie zijn duidelijke bepalingen over fietsen opgenomen: ‘Fietsen kan in het Fliertdal alleen over bestaande wegen zoals de Voordersteeg en het Schakerpad.’ In het Fliertdal zijn alleen wandelpaden toegestaan (zie onderstaande figuur). Bestemmingsplan Buitengebied is in 2013 en 2014 herzien. In beide herzieningen is geen fietspad in het Fliertdal bestemd. Er is geen ander beleid omtrent fietspaden dat betrekking heeft op het Fliertdal. We kunnen daarom vaststellen dat de beleidsvisie Het Fliertdal, Twello het vigerend beleid is en dat dit vigerend beleid geen ruimte biedt voor een fietspad langs de Fliert.
De gewenste landschaps- en natuurontwikkeling in dit gebied is onvoldoende gerealiseeerd In de beleidsvisie Het Fliertdal, Twello wordt gesproken van een ingrijpende herinrichting van het Fliertdal op korte termijn. De voorziene veranderingen zijn meer water door de Fliert waardoor het beekdal gaat vernatten, ecologisch ingerichte en beheerde oevers van de Fliert, moerasachtige zones langs de beek, kleinschalige hakhoutbosjes, kleine vochtige hooilandjes, veeteelt in het centrale deel van het dal, heggen en hakhoutwallen tussen de kavels, wandelpaden voor ommetjes en klompenpaden voor langere wandelingen. Op de hogere delen is tussen de nieuwe woonclusters van de Schaker plaats voor akkerbouw, groententeelt en hoogstamboomgaarden. Biologische bedrijven bieden mogelijkheden voor nevenactiviteiten als recreatie en de verkoop van eigen biologische producten. Regionale landbouw met korte lijnen tussen producent en consument kan een aantrekkelijk alternatief zijn voor reguliere landbouw. Gemeente Voost zou de ambities voor het Fliertdal via een bottum-up benadering vormgeven. Daarin zou het ‘RegieTeamFliert’ bewoners en gebruikers van het gebied stimuleren. Naast provinciale subsidies voor grotere ontwikkelingen zou de gemeente kleine objecten financieren. De ambitie was om minimaal 8,61 hectare nieuwe natuur en landschap te realiseren.
Deze landschappelijke ontwikkeling zou worden gefinancierd vanuit de exploitatie van de Schaker. Voor beheer en onderhoud, en voor compensatie van landeigenaren voor ontwikkeling van natuur en landschapselementen is door de gemeente een Fliertfonds opgezet. Elf jaar later is van de ambities nog weinig terechtgekomen. Bij de Voordersteeg en langs de Schaker is wel natuur ontwikkeld, maar het gebied wordt toch vooral gekarakteriseerd door woningbouw en grootschalige landbouw. Er is geen actief RegieTeamFliert, het Fliertfonds wordt niet benut, er zijn geen hoogstamboomgaarden, hooilandjes, wandelpaden voor ommetjes in het Fliertdal, etc. Recent is zelfs illegaal een groene houtsingel bij het Wildezand verwijderd. De aanleg van een ecologische verbindingszone langs de Fliert, het ontwerp Programma Groen en de betrokkenheid van omwonenden biedt nieuwe kansen voor het realiseren van de landschaps- en natuurambities in het Fliertdal.
In het ontwerp Programma Groen zet gemeente Voorst in op versterken van ecologische zones (waaronder de Fliert), nieuwe natuurontwikkeling, beschermen van cultureel landschap, stimuleren van natuur-inclusieve landbouw, aanleg van hagen, houtwallen en singels in het landschap en gerichte ondersteuning van vrijwillig landschapsbeheer. Wat ons betreft is dit een bekrachtiging van de eerder vastgestelde beleidsvisie voor het Fliertdal. Met de aanleg van een ecologische verbindingszone langs de Fliert en ingrepen in de beek zelf door Waterschap Vallei en Veluwe zal het belangrijkste landschappelijke element in het Fliertdal worden gerealiseerd. De omwonenden van het Fliertdal zijn begaan met het gebied en hebben aangegeven een actieve rol te willen spelen bij het natuurlijker inrichten en beheren van het gebied. Onder andere gemeente Voorst, Waterschap Vallei en Veluwe en Stichting IJssellandschap zijn eigenaar van gronden in het Fliertdal. Deze partijen kunnen samen met omwonenden aan de slag gaan om de ambities uit de beleidsvisie alsnog te realiseren. Met vriendelijke groet,
Het Fliertdal, Twello
april 2009
Het Fliertdal, Twello april 2009
Opdrachtgever: Gemeente Voorst H.W. Iordensweg 17 7391 KA Twello
Ontwerp: DS Met bijdrage van: Susanne Agterbosch, landschapsbeheer Gelderland
Overtoom 197 1054 ht Amsterdam Tel. 020 530 12 52 Fax 020 423 06 27 E-mail info@ds.landschapsarchitecten.nl © het copyright van dit document berust bij DS, tenzij anders vermeld
I n h ou d 1. Project 2. Inleiding 3. Beleid 4. Plan van Aanpak 5. Grondgebruik, toen en nu 6. Planvorming 7. Gereedschapskist Fliertdal 8. Ontwerp van de kleine korrel 9. Financiering en organisatie (door Susanne Agterbosch, landschapsbeheer Gelderland)
Bijlage: De Fliertdal gereedschapskist
1. Project In dit boekje wordt het verhaal verteld van het Fliertdal. Het gaat over het verleden, het heden en de toekomst van het dal van het beekje de Fliert. De Fliert heeft zijn oorsprong in Bussloo, op landgoed de Poll, en mondt uit in de Terwoldse Wetering. Het beekje is onderdeel van het watersysteem van de Noordelijke IJsselvallei. In dit verhaal wordt aandacht besteed aan het deel van de Fliert tussen tussen de snelweg A1 in het zuiden en de bebouwing van Twello in noorden. Het Fliertdal wordt hier beschreven als een niet strak begrensde zone aan weerszijden van de Fliert.
Locatie Fliert ten oosten van Twello
Het Fliertdal, Twello
6
2. Inleiding Met het Landschapsplan Fliertdal wordt een landschappelijk kader vastgesteld dat kan worden beschouwd als Landschappelijk Programma van Eisen. Hierin worden de uitgangspunten en randvoorwaarden vanuit het landschap vastgelegd waarbinnen de sectoren ecologie, water, landbouw en recreatie zich kunnen ontplooien. Binnen dit kader wordt gezocht naar de ideale samenhang tussen alle sectorale belangen. Tussen de verschillende sectoren bestaat geen hiërarchie, allen zijn in gelijke mate van invloed op het project. Uiteraard bestaan er wel verschillen in de wijze waarop de sectoren van invloed zijn op het uiteindelijke resultaat. Landbouw is op dit moment de belangrijkste actor in het Fliertdal en zal ook straks voor een belangrijk deel de uitstraling bepalen. Water gaat een steeds belangrijker rol spelen omdat de Fliert door het waterschap, volgens de Kader Richtlijn Water (KRW), opnieuw wordt ingericht als natuurlijke beek. Dit heeft ook voor de ecologie gevolgen want hierdoor kan de Fliert daadwerkelijk een rol gaan spelen als provinciale Ecologische Verbindingszone (EVZ). Dit levert een zeer interessant gebied op voor onder meer wandelingen langs de beek. De toenemende recreatieve druk op het landschap vanuit de nieuwe woongebieden aan de oostkant van Twello kan zo beter worden opgevangen.
Vanuit het Fliertdal volgen ook randvoorwaarden voor nieuw te ontwikkelen woongebieden ten zuidoosten van Twello. Bij de plannen voor de Schaker geldt het Fliertdal als belangrijk uitgangspunt voor planontwikkeling.
Landschap
Visie doorsnede
Iordensweg
bossen en bosstroken
dorpsrand
landgoederen
Het Fliertdal, Twello
houtwallen
akkerbouw
8
Recreatief gebruik
Agrarisch gebruik
‘Fliertheggen’
veeteelt
Gebruik door planten en dieren
Fliert
3. Beleid Rijk en provincie streven naar de realisering van een duurzame samenhangende ecologische hoofdstructuur (EHS) om aan de versnippering van leefgebieden van plant en dier een einde te maken. De EHS bestaat uit kerngebieden en natuurontwikkelingsgebieden met daartussen de ecologische verbindingszones (EVZ). De Ecologische Hoofdstructuur voor Gelderland is in 2005 vastgelegd in de Uitwerking streekplan Gelderland-Kernkwaliteiten en omgevingscondities van de Gelderse ecologische hoofdstructuur. De hierin genoemde verbindingszones moeten de migratie van plant- en diersoorten tussen de verschillende kern- en natuurgebieden mogelijk maken. Per EVZ zijn verbindingsdoelen aangegeven door het toekennen van modellen. Het Fliertdal is hierin aangeduid als Ecologische Verbindingszone (EVZ) te ontwikkelen volgens de modellen Winde en Kamsalamander. Voor het model Winde zijn vooral stromend water, vispasseerbaarheid van stuwen en een goede leef-, opgroei- en paaibiotoop van belang. De oevers moeten natuurvriendelijk worden ingericht en minimaal elke 3 km moet een stapsteen van 1 tot 2 ha worden ingericht als paai- en opgroeibiotoop. Voor het model Kamsalamander wordt langs de Fliert een corridor ontwikkeld als natuurvriendelijke oever. Per kilometer wordt minimaal één stapsteen ingericht met een oppervlakte van 1 ha.
De stapsteen bestaat uit een combinatie van een visvrije poel met aangrenzend hakhout. In het Regiocontract Stedendriehoek, wordt, in het kader van programma Natuur, Landschap en Behoud Cultuurhistorie, de inrichting van de ecologische verbindingszone Fliertdal in nadrukkelijke samenhang beschouwd met de ontwikkeling van woningbouw in Twello Zuid Oost. Waterschap Veluwe Ingevolge de Kader Richtlijn Water gaat het Waterschap Veluwe in de komende jaren met betrekking tot de Fliert uitvoering geven aan het Stroomgebiedsuitwerkingsplan (SUP) voor de Noordelijke IJsselvallei. Voor de Fliert wordt, in nauwe samenhang met de Nijbroekse Wetering, een ontwerp voor een robuuste inrichting ontwikkeld. In het SUP zijn doelstellingen geformuleerd ten aanzien van waterkwantiteit, -kwaliteit, ecologie, onderhoud en de relatie met andere aspecten die betrekking hebben op de Fliert. Belangrijkste kenmerken zijn daarbij het verminderen van wateroverlast, zorgen voor water
in droge tijden, schoon en gezond oppervlaktewater en efficiënt en effectief beheer. Het waterschap zet daarnaast nadrukkelijk in op een Brede Kijk op andere zaken die een relatie met de Fliert hebben. Het gaat daarbij met name om natuur, archeologie, cultuurhistorie, landschap en recreatie. Uitvoering van eisen volgend uit de EVZ-modellen vormt onderdeel van het beleid van het waterschap. Daar waar mogelijk en gewenst wil het Waterschap onderhoudspaden openstellen voor wandelaars en fietsers. Gemeente Voorst De gemeente Voorst wil samen met waterschap Veluwe, stichting IJssellandschap en het Geldersch Landschap de waterkwaliteit, de biodiversiteit en de landschappelijke beleving van de Fliert versterken. Opgaven zijn daarbij onder andere het verwerven van aanliggende gronden, het herinrichten van de beek en de beekzone en het vervangan van duikers door bruggen. Tegelijk met de plantontwikkeling voor het Fliertdal wordt voor het gebied ten zuidoosten van Twello de gebiedsvisie De Schaker ontwikkeld. Hierin wordt voor de gemeente Voorst een woningbouwopgave gedefinieerd van 250-400 woningen. Naast een rood spoor voor bebouwing wordt een groen/blauw spoor voor ontwikkeling van het Fliertdal voorgesteld. Het beleid van provincie en waterschap wordt door de gemeente ondersteund en waar mogelijk aangevuld.
Belangrijke kenschets van de woongebied de Schaker, zoals verwoord in de gebiedsvisie, is wonen op de rand van het Fliertdal. Terwijl het meer noordelijk gelegen Achter ‘t Holthuis is ingericht als onderdeel van de landgoederenzone rond Twello, worden de plannen voor de Schaker bezien in samenhang met de Fliert en wordt dit toekomstig woongebied beschouwd als onderdeel van het Fliertdal. Om een en ander te kunnen realiseren is door de gemeente op een deel van de gronden een claim in het kader van de Wet Voorkeursrecht Gemeenten gelegd. Dit WVG gebied ligt ten westen van de Fliert en sluit aan op de bestaande bebouwing van Twello.
Fliertdal als ecologische verbindingszone in combinatie met het kaderrichtlijn water.
Het Fliertdal, Twello
10
Vistrap Winde stapsteen Kamsalamander stapsteen Ecologische verbindingszone Bestaande stapsteen Stapstenen te ontwikken op particuliere gronden Stapsteen te ontwikkelen op overheidsgronden Groen: Aan te leggen corridor 6-10m Roze: Bestaande natuurvriendelijke oevers 10m
Regionale structuurvisie, netwerken en occupatie,
Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst, bron: Gemeente Voorst
bron: Stedendriehoek
Ecologische Hoofd Structuur, bron: Provincie
Cultuurhistorische waardenkaart, bron: Gemeente Voorst
Gelderland
De gemeente ambieert een trekkersrol bij het project Ontwikkeling Ecologische Verbindingszone de Fliert. Naast woningbouw, water en ecologie is de gemeente van zins extra aandacht te besteden aan de ontwikkeling van recreatie en landbouw in het Fliertdal. Landbouw en recreatie worden beschouwd als de functionele dragers van het toekomstig Fliertdal. Middels gericht beleid enerzijds en in samenspraak met ondernemers anderzijds, wordt sturing gegeven aan ontwikkelingen op het gebied van recreatie en landbouw. Met betrekking tot de archeologie gaat de gemeente uit van de Archeologische verwachtingkaart van de Provincie Gelderland.
Zoekgebied de Schaker
Eigenaren kaart, agrariërs(groen), bedrijven en particulieren (oranje), overheden (blauw) en kerkgenootschappen (geel)
Het Fliertdal, Twello
12
4. Plan van Aanpak De ontwikkeling van het Landschapsplan Fliertdal verloopt langs twee parallelle trajecten, de grote schaal waarin steeds het totale Fliertdal wordt bekeken, en de kleine schaal waarbij wordt ingezoomd tot kavelniveau. Het traject van de grote schaal leidt tot globale zonering van het Fliertdal. Het dal wordt onderverdeeld in beekloop, beekdal en hogere gronden. De beekloop is een smalle zone langs de beek die bij hoge waterstanden watervoerend is. De gronden van de beekloop staan onder directe invloed van de Fliert en zijn niet voor landbouw geschikt. Het beekdal is het deel van het dal dat niet direct onder invloed ligt van de Fliert maar waar de grondwaterstand wel gerelateerd is aan de waterstand in de Fliert. De grens van het beekdal is gedestilleerd uit de kaarten voor bodem, hoogteligging en grondwaterstand. De rand van het beekdal is niet een duidelijke, fysieke grens maar een overgangszone naar de hogere gronden. De hogere gronden hebben duidelijk een ander karakter met een ander grondgebruik. Strikt
genomen vormen zij geen onderdeel van het Fliertdal maar de wederzijdse, visuele beïnvloeding is zo groot dat de hogere gronden wel samen met het beekdal als een geheel, het Fliertdal, worden beschouwd. De Fliert zelf is niet van invloed op de hogere gronden. De zonering is bepaald aan de hand van fysieke, geomorfologische kenmerken van het landschap, hoogteligging, ontwateringsdiepte en bodemsamenstelling. Het overwegend agrarisch gebruik is hiervan altijd een afgeleide geweest. Ook in dit plan is geomorfologie een leidend principe bij de inrichting van het toekomstig Fliertdal. Op het grote schaalniveau uit zich dit vooral in de harde grens die is getrokken met betrekking tot bouwen in het Fliertdal. Voor deze grens is de lijn gehanteerd die is getrokken tussen het echte beekdal en de hoger gelegen gronden. Om een open, karakteristiek beekdal mogelijk te maken is bebouwing alleen toegestaan op de hogere gronden langs de beekdalrand.
Het Fliertdal, Twello
14
Enkeerdgrond
Beekeerdgrond
Beekeerdgrond met storende laag
Zandrug
bodem: beekeerdgrond met storende lagen gelegen tussen enkeerdgronden (bemeste cultuurlanden, akkers)en zandrug (oeverwal van de IJssel)
hoogteligging: Het dal is het laagste deel van het gebied (groen)
grondwatertrappen: nat gebied, hoogste grondwaterstand
Op een kleiner schaalniveau is de geomorfologische invloed merkbaar in de sturing die wordt toegepast bij de inrichting op kavelniveau. Voor de verschillende zones wordt een pakket gebruiks-, en beheersmogelijkheden samengesteld dat is gebaseerd op de geomorfologische omstandigheden. De eigenaren en gebruikers van de gronden vormen bij de voorgenomen aanpak een onmisbare schakel in het proces. Hen wordt gevraagd de keuze van gebruik van hun gronden mede te laten bepalen door de omstandigheden in het Fliertdal. Voor het deel van de gronden dat in eigendom is van het waterschap, het IJssellandschap of de gemeente mag ervan worden uitgegaan dat deze worden ingericht en beheerd conform de EVZ-richtlijnen. Voor de overige (landbouw)gronden geldt dat in eerste instantie wordt gestreefd zoveel mogelijk gebruikers mee te laten werken om tot een voldoende areaal natuurlijk ingericht en beheerd gebied te komen. Dit vraagt wel een extra inspanning van de ondernemers. Enerzijds zullen zij een deel van hun bedrijfsvoering moeten willen afstemmen op gericht natuurbeheer. Anderzijds zal een deel van de ondernemers bereid moeten zijn hun bedrijfsvoering zodanig aan te passen dat dit tot versterking leidt van de positie van de recreatie en de landschapsvriendelijke landbouw.
Middels subsidie en andere bijdrage in de kosten van inrichting en beheer worden de ondernemers, deels, gecompenseerd voor gederfde inkomsten. Als niet het gewenste areaal natuurvriendelijk ingerichte gronden wordt bereikt door participatie van ondernemers kan de gemeente zelf gronden verwerven en inrichten. Hiervoor is in beperkte mate budget beschikbaar.
Referentiebeelden op de plek
Zonering , vanaf de Fliert zijn er drie zones te benoemen. De eerste zone die direct is gerelateerd aan het waterniveau van de fliert (beekloop), de invloedszone (beekdal) en de hoge droge zone (hoge gronden)
Het Fliertdal, Twello
16
hoge gronden
beekdal
beekloop
beekdal
hoge gronden
5. Grondgebruik, toen en nu Het grondgebruik is doorgaans sterk gerelateerd aan de bodem en wat er zich hierin afspeelt. Op kaarten van het Fliertdal is duidelijk het grondgebruik in het dal te herkennen. Als de topografische kaarten door de eeuwen heen naast elkaar worden gelegd valt ook duidelijk de verschuiving van grondgebruik en, daarmee direct samenhangend, de inrichting van het landschap af te lezen. toen De eerste kaarten waaruit duidelijk valt op te maken welk type grondgebruik in het Fliertdal van toepassing is stammen uit het begin van de 19e eeuw. Deze minuutkaarten, rond 1832 gemaakt om belasting op het gebruik van de gronden te kunnen heffen, geven in staten en kaarten een nauwkeurig beeld van het grondgebruik uit die tijd. Samen met de topografische kaart is een goed beeld van het 19e eeuwse landschap te reconstrueren. Het dal is volledig agrarisch, waarbij met name de ligging ten opzicht van de Fliert bepalend is voor het grondgebruik. De hoge, drogere gronden zijn ingericht als akkerland. Op relatief grote kavels worden hier traditionele gewassen als tarwe, rogge, gerst en spelt verbouwd. De boerderijen liggen, net als een aantal van de landgoederen, op de rand van het dal, dicht bij de akkers met de meest waardevolle en arbeidsintensieve teelt. Rond de boerderijen liggen boomgaarden, moestuinen en huisweides voor jongvee.
Het landschap is afwisselend open, op de akkers, en gesloten, rond de boerderijen en landgoederen, van karakter. Dichter bij de beek liggen de weilanden waar koeien en schapen worden gehouden. Smalle greppels duiden de kavelgrenzen aan en zorgen voor ontwatering van de vaak natte gronden. Kavelgrensbeplanting in de vorm van knotwilgen, houtwallen en heggen zorgen voor veekering. Het kleinschalige landschap heeft de voor een beekdal typerende beslotenheid. Met name de heggen, die soms zijn vervlochten tot vlechtheggen, bepalen de sfeer. Direct langs de beek vinden we de hooi- en rietlanden die eenmaal per jaar worden gemaaid.
Verspreid door het dal liggen percelen hakhout. Deze komen zowel voor op droge, als nattere gronden. Hakhout is onmisbaar voor brandstof, bouwmateriaal en gereedschap. In de loop van de 19e eeuw verdwijnt dit hakhout om plaats te maken voor weiland of akkerland. Steeds beter is men in staat om bouwmateriaal van elders aan te voeren, steenkool vervangt hout goeddeels als brandstof. Gedurende de 19e eeuw ondervindt het landschap een verandering van uiterlijk als gevolg van verschuiving in het grondgebruik van akkerbouw naar veeteelt. Door de handel in landbouwproducten die langzaam op gang komt hoeven bedrijven niet meer zelfvoorzienend te zijn. Daarnaast zorgt de groei van de bevolking ervoor dat de druk op de landbouw groter wordt om efficiënter voedsel te produceren. Voorzichtig begint specialisatie op te treden in de landbouw. Het Fliertdal blijkt te nat en te kleinschalig om hier op efficiënte wijze akkerbouw te bedrijven. Veeteelt, zowel voor melk als vlees, is op nattere gronden een beter renderende bedrijfstak. Als aan het eind van de 19e eeuw het prikkeldraad wordt uitgevonden heeft ook dit gevolgen voor het karakter van het landschap. De arbeidsintensieve hakhoutwallen en heggen zijn niet meer nodig voor veekering en worden vervangen door prikkeldraad.
Op de kaart van 1910 is dit effect nog mondjesmaat te zien, maar in de loop van de 20e eeuw verdwijnt hier het karakteristieke beekdallandschap volledig. Het Fliertdal is dooraderd met tal van paden en wegen. Sommige paden dienen alleen om langs de Fliert gelegen kavels toegankelijk te maken, andere zijn oude kerkenpaden of dienen als verbinding tussen de landgoederen. Op de topografische kaart van 1905 zijn twee bruggen over de Fliert aangegeven. Een van de twee bruggen ligt in de Voordersteeg, van oudsher de belangrijkste kruising van doorgaand verkeer met de Fliert. De voorde, de doorwaadbare plaats in de beek, was al eeuwen geleden in gebruik bij het regionale verkeer als handelsroute. Onder meer liep hier een Hessenweg, vanuit Duitsland via Deventer richting Apeldoorn en Utrecht. De andere brug, meer bestemd voor lokaal gebruik ligt meer naar het
Het Fliertdal, Twello
18
landschappelijke situatie 1832 vanaf minutenkaarten
landschappelijke situatie 1850 vanaf historische kaarten
Bouwland
Grasland
Bossen en/of houtwallen
Boomgaarden of boomkwekers
Bomen, los of in een laan
Kerkenpaden
Hagen en/of heggen landschappelijke situatie 1910 vanaf topografische kaarten
noorden. Op de grens van de huidige bebouwing is een plek aangeduid als vonder, dit was meestal niet meer dan een houten plank over het water. nu Gedurende de 19e eeuw, en waarschijnlijk ook de eeuwen daarvoor, veranderde het grondgebruik en het daaruit voortvloeiende beeld van het cultuurlandschap in het Fliertdal nauwelijks. In de loop van de 20e eeuw komt hier verandering in. Veeteelt is nog nagenoeg de enige vorm van agrarisch grondgebruik. Dat wat nog aanwezig is als akkerbouw is snijmais of suikerbieten. Wat verder opvalt is dat vrijwel alle houtwallen en heggen zijn gerooid. In sommige gevallen zijn nog restjes zichtbaar in de vorm van rijen bomen. Enerzijds is dit het gevolg van het vervangen van kavelgrensbeplanting door prikkeldraad anderzijds is hieraan de ruilverkaveling Twello debet, gestart in de jaren 70 en uitgevoerd in de jaren 80 en 90. Bij deze ruilverkaveling heeft het belang voor de landbouw voorop gestaan. De grotere aaneengesloten kavels hebben geleid tot een efficiëntere bedrijfsvoering en hogere inkomsten. Een verdere verbetering van de efficiëntie van de landbouw is bereikt door het afleiden van water via de nieuw gegraven Koppelleiding richting de Twellose beek. Door de Fliert stroomde daardoor minder water met als gevolg een lagere grondwaterstand in de erlangs liggende kavels.
Deze konden zodoende gedurende een groter deel van het jaar beweid en bewerkt worden. De wijziging heeft overigens ook tot problemen als gevolg van verdroging geleid. De ruilverkaveling en de vermindering van water afvoer door de beek hebben korte tijd tot verbetering van de situatie voor de landbouw geleid. Voor het landschap hebben beide ontwikkelingen vooral tot verarming geleid. Al vanaf de jaren 80 van de 20e eeuw is een verandering van de agrarische ontwikkelingen in het Fliertdal te zien. Enkele grotere, intensieve veeteeltbedrijven handhaven hun primaire agrarische activiteiten. Kleinere bedrijven en bedrijven op minder gunstige omstandigheden kiezen voor een verbrede aanpak van de landbouw en verschuiven hun activiteiten richting andersoortige bedrijvigheid zoals tuincentra, maneges en caravanstallingen.
Door verbeterde bouwtechnieken en drainagemogelijkheden is men niet langer aan de hogere gronden gebonden voor het plaatsen van een woning, schuur of kas. De karakteristieke grens tussen hoog wonen en laag werken is verdwenen. Het Fliertdal wordt alleen nog doorsneden door autowegen, in dit deel van het dal is dit de Voordersteeg. Wandel- of fietspaden zijn niet meer aanwezig. Het Fliertdal is volledig geprivatiseerd en nauwelijks nog toegankelijk voor recreanten.
landschappelijke situatie 2004 vanaf topografische kaarten
Het Fliertdal, Twello
20
6. Planvorming Algemeen Voor het Fliertdal wordt geen kant en klaar inrichtingsplan gemaakt maar er wordt ingezet op het richting geven aan ontwikkelingen zodanig dat voor alle actoren een bevredigend resultaat wordt bereikt. Genoemde ontwikkelingen zijn deels voortvloeiend uit beleid, zoals de KaderRichtlijn Water (KRW), EVZ en woningbouw, deels reactie op beleid en interactie met maatschappelijke ontwikkelingen in de landbouw en de recreatie. Door de verschillende participerende overheden, provincie, waterschap en gemeente worden deels verschillende methoden ingezet om de gewenste richting van ontwikkeling te bewerkstelligen. Voor de gemeente Voorst bestaat de methode uit een 2-sporen beleid. Enerzijds wordt ingezet op de grote schaal van het Fliertdal, waarbij het dal wordt gezien in de grotere context van de gemeente Voorst, in het bijzonder gerelateerd aan de ontwikkelingen rond Twello. Anderzijds wordt ingezoomd op de kleine korrel waarbij voorstellen worden gedaan op het niveau van de inrichting van een kavel of zelfs alleen van de kavelgrenzen. Visie voor de Toekomst Door de te verwachten ontwikkelingen op het gebied van water, natuur, landbouw en woningbouw zal de inrichting van het Fliertdal op korte termijn ingrijpend veranderen. De woningbouw van de Schaker is van grote invloed op de beleving van het Fliertdal.
Niet alleen zal dit een visueel effect hebben maar ook zal dit leiden tot meer contact tussen boeren en burgers. De grotere hoeveelheid water die door de Fliert stroomt als gevolg van gedeeltelijke afkoppeling van de Koppelleiding, zorgt naar verwachting voor hogere waterstanden in de beek en vernatting van het beekdal. De beekloop krijgt meer de ruimte met ecologisch ingerichte en beheerde oevers. Richtlijnen uit de KRW en de EVZ zorgen er daarnaast voor dat op verschillende plekken langs de beek moerasachtige zones worden gerealiseerd, bedoeld als waterbuffer en ecologische steppingstone voor amfibieën (met name kamsalamander) en visachtigen (met name winde). Andere planten en dieren van vochtige
tot natte milieus zullen hiervan meeprofiteren. Langs de beek ontstaan, spontaan of aangeplant, kleinschalige hakhoutbosjes met een elzenbroek karakter. Hier en daar liggen kleine, vochtige hooilandjes die met de hand worden gemaaid en gehooid. Het beekdal blijft voor het grootste deel agrarisch, waarbij de veranderende omstandigheden wel in sommige delen zullen leiden tot een ander gebruik van de grond. In het centrale deel van het dal is, door de hogere grondwaterstand, vrijwel alleen veeteelt mogelijk, waarbij zowel ruimte is voor reguliere als voor meer biologische bedrijfsvoering. De agrariers die ook in de toekomst blijven boeren in het Fliertdal zijn volledig vrij in de keuze van type bedrijfsvoering. Tussen de kavels worden opnieuw heggen en hakhoutwallen aangeplant. Dit gebeurt op vrijwillige basis door de eigenaren van de kavels. Zij verrichten ook het onderhoud. Aanplant en onderhoud worden deels bekostigd uit subsidies en uit een in te stellen groenfonds. Verdere uitbreiding van bebouwing is in het echte beekdal niet toegestaan. Wandelaars kunnen op verschillende manieren het beekdal doorkruisen. De tracés van oude (kerken)paden worden gebruikt om nieuwe wandelpaden in de vorm van ommetjes rond het dorp en klompenpaden voor de langere afstanden te realiseren.
Gebruik en uitstraling van het beekdal veranderen sterk, in het beekdal is in gelijke mate ruimte voor landbouw, natuur, recreatie en water. De hogere gronden, langs de randen van het dal, veranderen nog meer ingrijpend. Ten westen van de Fliert is het met name de ten zuidoosten van Twello voorgenomen woningbouw die het karakter voor een groot deel gaat bepalen. De woonvelden afgewisseld met houtwallen en hakhoutpercelen vormen groene woonclusters. Tussen deze clusters is plaats voor open gebieden met landbouw in de vorm van akkerbouw, groententeelt en fruitteelt in hoogstamboomgaarden. Hier liggen de boerderijen centraal te midden van hun akkerland op de rand van het Fliertdal en hun wei- en hooilanden in het beekdal.
Het Fliertdal, Twello
22
Fliertheggen en Houtwallen Tot halverwege de 20e eeuw is het landschap van de Fliert, net als dat van veel andere beken en rivieren in grote mate bepaald geweest door de vele heggen en houtwallen op de grenzen van de kavels. De heggen en houtwallen deden vooral dienst als veekering en zorgden en passant voor brandstof en bouwmateriaal. In de loop van de 20e eeuw zijn nagenoeg alle heggen en houtwallen uit het landschap verdwenen. Heggen worden hier gezien als relatief lage, tot maximaal 2 meter hoge randbeplanting bestaande uit een gering (1 tot 5) aantal soorten, inheemse struiken. De heggen worden jaarlijks gesnoeid. Een bijzonder soort heg die van oudsher ook langs de Fliert voorkwam is de vlechtheg. Bij de vlechtheg wordt het te snoeien hout niet afgeknipt of gezaagd maar ingehakt. De half doormidden gehakte takken worden omgebogen en vervlochten met andere takken en stammen. Houtwallen zijn meestal aangeplant op licht verhoogde walletjes, ze zijn doorgaans hoger en herbergen veel meer plantensoorten. Houtwallen worden, vaak gefaseerd, elke 5 tot10 jaar teruggezet. De heggen staan doorgaans op vochtiger plekken in het beekdal, de houtwal staat vaak op wat drogere gronden. In zowel heggen als houtwallen komen overstaanders voor.
Dit zijn individuele bomen die steeds zijn gespaard bij het terugzetten van de heg of houtwal en zo konden uitgroeien tot volgroeide bomen, meestal eiken of essen. De meest zichtbare restanten van de heggen en houtwallen zijn vaak deze overstaanders, die nu als solitair of rijtje bomen los in het veld staan. Bij de nieuwe inrichting van het Fliertdal zijn de heggen en houtwallen als kavelgrensbeplanting opnieuw een belangrijk instrument. Met name de heggen zullen het landschap van het Fliertdal een ander, meer kleinschalig, uiterlijk geven. Deze Fliertheggen worden zoveel mogelijk aangeplant op plekken waar ook vroeger heggen hebben gestaan. Dit is van belang omdat hier vaak nog restanten van de oude opstand in de bodem liggen opgeslagen. Het gaat daarbij niet alleen om houtachtige gewassen maar, net zo belangrijk, om kleine heesteren kruidachtige beplanting. In veel gevallen bevinden zich nog kiemkrachtige zaden in de bodem. Deze zogenoemde genenbank, die in de bodem ligt opgeslagen, laat zien uit welke soorten de heggen en houtwallen hebben bestaan. Verder is aantoonbaar dat de heggen en houtwallen eeuwenlang op dezelfde plek hebben gestaan. Daarmee wordt het genenmateriaal interresant voor het onderzoek naar de oorspronkelijke vegetatie van Nederland.
Inmiddels is uit onderzoek elders gebleken dat plantmateriaal dat afstamt van oorspronkelijke inheemse beplanting beter bestand is tegen veelvoorkomende ziekten en kwalen dan materiaal met een exotisch herkomst. Op oude topkaarten is goed te zien waar kavelgrensbeplanting heeft gestaan. Gezocht wordt naar heggen, houtwallen en restanten daarvan, die nog aanwezig zijn in het landschap of waarvan aannemelijk is dat ze pas kort geleden zijn verdwenen.
heggen en houtwallen met genenbanken
heggen en houtwallen op bestaande perceelsgrenzen
De boerderijen kunnen zowel een reguliere als een biologische bedrijfsvoering hebben. Bij biologische bedrijven kan dit gecombineerd worden met verschillende nevenactiviteiten gericht op recreatie en directe verkoop van (streek)eigen, biologische producten. Hierbij richt men zich vooral op de bevolking van Twello en Deventer. Ontwikkeling van een streekeigen Fliertdal-product kan worden overwogen. Regionale landbouw, gericht op korte lijnen tussen producent en consument, kan een aantrekkelijke alternatief zijn voor reguliere landbouw met de gebruikelijke sectorale benadering. Ontwikkeling van een dergelijk streekproduct is al eerder in tal van regio’s succesvol geweest, voorbeelden zijn de zuivelproducten van de Weerribben en de Drentse Aa. Aan de oostkant van de Fliert is geen grootschalige nieuwbouw voorzien. Wel is hier een nieuw landgoed in ontwikkeling, bij de inrichting daarvan wordt aansluiting gezocht bij de nieuwe Fliert. Aan deze zijde van de Fliert is mogelijk ruimte voor andere nieuwe landgoederen met kleinschalige woningbouw. Paden in het landschap Om het dal beter doorwaadbaar te maken worden nieuwe recreatieve wandel- en fietspaden aangelegd. Hierbij wordt deels gebruik gemaakt van oude, inmiddels verdwenen kerkenpaden. De paden zijn onderdeel van een groter recreatief padenstelsel maar zijn ook te gebruiken voor een ommetje.
Het Fliertpad is een onder alle weersomstandigheden goed begaanbaar wandelpad evenwijdig aan de Fliert. Het pad verbindt alle kruisende paden en maakt zo ommetjes mogelijk. Het Fliertpad zal in een volgende fase de volledige Fliertloop gaan begeleiden. Het Historische Kerkenpad is het meest noordelijke pad dat het Fliertdal kruist. Het pad loopt grotendeels via oude Kerkenpaden. Het pad verbindt Twello en Deventer voor de wandelaar. Op de topografische kaart van 1905 staat op de kruising van dit pad en de Fliert een vonder vermeld.
Het Nieuwe Landgoederenpad verbindt de Nieuwe Landgoederen Achter ‘t Holthuis en De Fliert. Het pad loopt over een oud tracé door de velden en kruist de Fliert op dezelfde plek waar op de kaart van 1905 een brug wordt aangegeven. Tussen de oude landgoederen Het Zand, Het Voorde en Klein Noordijk loopt het Historische Landgoederenpad. Ook hier wordt gebruik gemaakt van het tracé van een oud pad dat van landgoed naar landgoed liep. Direct langs de Fliert loopt een struinpad over de schouwpaden van het waterschap Veluwe. Dit pad is niet altijd goed te bewandelen en vrijwel uitsluitend met stevig schoeisel. Omdat dit pad door ecologisch kwetsbaar terrein loopt zijn honden hier niet toegestaan. Fietsen kan in het Fliertdal alleen over bestaande wegen zoals de Voordersteeg en het Schakerpad.
Bosstroken
Recreatiepaden, kerkenpaden en het fietspad met geheel eigen identiteit. Beplanting volgens plan ‘ De Schaker’, landgoed ‘ De Fliert’ en landgoed ‘Nieuw Bellinckhof’.
Het Fliertdal, Twello
24
d-
---
- -F lier tp
ad -
--
-Fl
ier
tp ad
ren
rou te -
His tor is
ch
el
an
dg o
ed
-do rp
-
torische lan
- - - - - Voo
rs
---
---
--
r Voo
s
re n
en
ro ut e---
--
Vo
-H ist o r is ch e
lan
en
---
dg o
ed er en
Vo
ro ut e- ----
ertpad
---
- - -Fli ad - - -
rp -do ter ors
ad - - - - - -Fliertp
---
---
p iert
rp -do ter
he la -Fliert ad - - - -n-dgoed - - -Fliertpad - - - - - -Fliertp
isc
n-
-H ist or
---
e orp ter-d
pen oorster-dor en - - - - - - V
-
or p en - - - - - - Voorster-d
pad - - - -Fliert d----
----- - -
pa - - - - - -Fliert
he lan dg oe de
- - - - - Voorster-dorpen - - - - - - V
--
isto risc
-Fliertp ad -
-------H
ndgoederen route
----
sto
dtpa ier -Fl
n - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen -
tpa
r is
che la
Flie r
---------- Hi
pen -
ute
or ster-d
ere n ro
- Voor
ed
----
dg o
r p en -do
la n
-- - - - Voorster
he -His
--
isc - -F l
ist or te --
---
-H rou -H
---
pa d-
---
ren ---
rtp liertp ad
-F
---Hi sto ris
d--
ch e
- - - - - -Fliertpa
ch el an dg oe de re nr ou te ----
Flie
ist or is
ad - - -
----Flie rt pad
--- - -F lier tpa d ---
--
ad
tp ad -
k erp
--Flie r
Scha
--Fli ert p
ad - - - - - -Fliertpad - -
d-- - -Fliertpa
-------- N ieuw e lan dgoe d
e
oors
ter
er en
---
---
----N
- - - -Fliertpad - - - -
r lie - -F
ad tp
--
-
rtpad - - - - - -Fliertpad lie - -F
- - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliert pad - - - -
en
p
--
-Fliertp
ad
--
-H
- -Fliertpad -
Historische kerk
-----
ad, Twello - Devent er -
--
rsteeg eder en
is t or isc he
ke
rk
-
e Voord ndg o
--
---
ede
Nieu we la
--
ro ut e-----d go
ren ---------
Twello - Devent er-
tp ad
oed dg eren
Feltzweg - - -F lier
lan
en er
eut ro landgoe de
--
a ertp
Fli --
Nieuwe
enpad,
--
che kerk
d
Historis
-F lie rtp a
he storisc
Burg. van der
Vermeersweg D wello enpad, T
ieuwe landgoederen
----------
--
tereven --
goed e land Nieuw
--
i tor His
eren
ek sch
d--
e r k en
, Twe pad
---
llo
rtp -Flie
r- - vente - De ---
e ke risch Histo
rk
De enige uitzondering vormt het Voorsterdorpenpad. Dit nieuwe fietspad maakt in de toekomst fietsen over vrijliggende fietspaden mogelijk richting Twello, Wilp en Voorst. Punten in het landschap Het Fliertdal van de toekomst heeft een sterk wisselende karakteristiek. Het open beekdal wordt afgewisseld met beslotenheid waar bebouwing of landgoederen tot vlak bij de beek komen. De kruising van de elke pad met de Fliert heeft daardoor een eigen karakter. Het Historische Kerkenpad loopt vlak langs de bebouwing van de Vermeersweg en kruist de beek op de plek waar de Fliert splits in een hoofd- en een zijtak. Het Fliertdal krijgt hier een besloten karakter. Alleen korte zichtlijnen op de beekloop zijn mogelijk. Het Nieuwe Landgoederenpad kruist de beek op relatief het hoogste punt van het dal. Hier openbaart zich de openheid van het beekdal in de meest duidelijk vorm. In alle richtingen zijn kenmerkende oude en nieuwe Fliertgebouwen zichtbaar. Ook de Nederlands Hervormde kerk van Twello is te zien. Ook langs de Voordersteeg is sprake van een open beekdal. De brug in de weg is het kernpunt van het Fliertdal met openheid naar alle kanten. Met name over het beekdal is aan weerszijden een goed uitzicht. Het hoogste punt in het Nieuwe Landgoederenpad is duidelijk zichtbaar.
Het Historische Landgoederenpad wordt over de volle lengte begeleid door houtwallen aan weerskanten Hierdoor krijgt dit pad een zeer besloten, beschut karakter. Alleen Het Zand en Klein Noordijk zijn goed zichtbaar. Waar het Voorsterdorpenpad de Fliert kruist is sprake van een half-open landschap. De nieuwe kruising met de Fliert vormt een markante plek in het Fliertdal. Zicht is mogelijk op de kerk van Duistervoorde en omliggende markante bebouwing. De vele heggen en houtwallen in dit deel van het Fliertdal ontnemen het zicht op de nabijgelegen snelweg.
beek in open landschap
Ruimtelijke karakteristieken van de knooppunten. Gewenste zichtrelaties vanaf de bijzondere plekken aan de Fliert (rode pijlen), ongewenste zichtrelaties (gele pijlen)
Het Fliertdal, Twello
26
tpa
d-
---
- -F lier tp
ad -
isto
--
tp ad
ren
rou te -
--- H isto r is
ch
el
an
dg o
ed
-do rp
torische lan
- - - - - Voo ---
---
n-
Hi st or
e orp er-d rst
---
--
pen oorster-dor en - - - - - - V
re n
en
ro ut e---
--
Vo
Hi sto
lan
Besloten r is ch e
en
---
dg o
Vo
ed er en ro ut e- ----
ertpad
---
- - -Fli ad - - -
rp -do ter ors
ad - - - - - -Fliertp
---
----
p iert
or p r-d rste Voo
isc he la-n- -Fliert rtpad - - - dgoed - - - -Fliertpad - - - - - -Flie
-
or p en - - - - - - Voorster-d
pad - - - -Fliert d----
----
pa - - - - - -Fliert
dg oe de
-Fl ier
lan
- - - - - Voorster-dorpen - - - - - - V
--
risc he
-Fliertp ad -
-------H
ndgoederen route
----
sto
dtpa ier -Fl
n - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen -
Flie r
r is
che la
pen -
---------- Hi
or ster-d
ute
- Voor
ere n ro
----
ed
r p en -do
dg o
-- - - - Voorster
la n -His
--
he - -F l
isc --
---
ist or ute
pa d-
-H ro ren
rtp
Fli ---
ch e
e -Hi sto ris
lan d
ad - - -
-F
Voordersteeg go ed er en ro ut e---
----
Open
Hi sto r
is c he
liertp ad - - - - - -Flier tpad --- -Fli ertp ad
--- - -F lier tp a d---
--
ad
tp ad -
k erp
- -F lier
Scha
--Fli ert p
---
Dorpsrand Tw ello ad - - - - - -Fliertpad - -
d-- - -Fliertpa
-------- N ieuw e lan dgoe d
oors
ter
er en
e
Open
---
----N
- - - -Fliertpad - - - -
lie - -F
rtp
ad
--
-
Kerk, T wello rtpad - - - - - -Fliertpad lie - -F
en
p
--
-Fliertp
ad
--
-H
- -Fliertpad -
Historische kerk
- - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliert pad - - - -
-----
ad, Twello - Devent er -
--
--------
ede ---
--
ke
Besloten is t or isc he
rk
-
rsteeg eder en
--
e Voord ndg o
--
---
en er
eut ro d go
Nieu we la
Twello - Devent er-
ad
ro ut e-
tp
oed dg eren
Feltzweg - - -F lier
lan
stervoorde ren ---------
a ertp
Fli --
Kerk, Dui landgoe de
--
Nieuwe
enpad,
--
che kerk
d
Historis
-F lie rtp a
he storisc
Burg. van der
Vermeersweg D wello enpad, T
ieuwe landgoederen
----------
--
Open
tereven
e Nieuw
--
ed landgo
--
i tor His
eren
ek sch
d--
---
llo , Twe pad erken
rtp -Flie
r- - vente - De ---
e ke risch Histo
rk
7. Gereedschapskist Fliertdal Heggen en houtwallen zijn voorbeelden van kleinschalige landschapselementen. Het realiseren van dergelijk kleinschalig landschappelijk groen is een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor de opbouw van het Fliertdal van de toekomst. Andere landschapselementen zijn onder meer hakhoutbosjes, paddenpoelen en boomgaarden. Met al deze instrumenten wordt de Gereedschapskist Fliertdal gevuld. Deze gereedschapskist wordt gebruikt om eigenaren en gebruikers van gronden in het Fliertdal te inspireren mee te werken aan de opbouw van het nieuwe dal. De Gereedschapskist is niet bedoeld als bindend ontwerpmiddel maar vooral om richting te geven aan de ontwikkelingen
van het dal. Grondgebruikers bepalen zelf of en zo ja welk gereedschap ze uit de kist willen gebruiken. De keuze wordt volledig overgelaten aan de gebruikers. Geïnteresseerden kunnen zich, indien hier behoefte aan is, laten adviseren en ondersteunen door een team van de gemeente Voorst. Dit RegieTiemFliert staat mensen bij in de keuze van geschikt kleinschalig groen, de verwerving van gelden via subsidies en co-financiering en het optimale onderhoud. De totale Gereedschapskist is als bijlage opgenomen.
Visiekaart
Het Fliertdal, Twello
28
---
- -F lier tp
----
sto
ad -
ndgoederen route
--
-Fl
ier
tp ad
ren
rou te -
His tor is
ch
el
an
dg o
ed
-do rp
-
torische lan
- - - - - Voo
rs
---
---
--
r Voo
s
re n
en
ro ut e---
--
Vo
-H ist o
lan
Besloten r is ch e
en
---
dg o
ed er en
Vo
ro ut e- ----
ertpad
---
- - -Fli ad - - -
rp -do ter ors
ad - - - - - -Fliertp
---
---
p iert
rp -do ter
he la -Fliert ad - - - -n-dgoed - - -Fliertpad - - - - - -Fliertp
isc
n-
-H ist or
---
e orp ter-d
pen oorster-dor en - - - - - - V
-
or p en - - - - - - Voorster-d
pad - - - -Fliert d----
----- - -
pa - - - - - -Fliert
he lan dg oe de
dtpa ier -Fl
- - - - - Voorster-dorpen - - - - - - V
--
isto risc
-Fliertp ad -
-------H
--
n - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen - - - - - - Voorster-dorpen -
d-
r is
che la
tpa
---------- Hi
Flie r
ute
pen -
ere n ro
or ster-d
ed
- Voor
dg o
----
la n
r p en -do
he -His
- - - - Voorster
isc te --
--
ist or - -F l
-H rou
---
---
ren -H
rtp
Fli ---
pa d-
--------
ede ---
liertp ad
-F
Voordersteeg ----
Open
Hi sto ris
d--
ch e
- - - - - -F -Flie Fliertpa
ch el an dg oe de re nr ou te ----
e
ist or is
ad - - -
----Flie rt pad
--- - -F lier tpa d ---
--
ad
tp ad -
k erp
--Flie r
Scha
--Fli ert p
---
Dorpsrand Tw ello ad - - - - - -Fliertpad - -
d-- - -Fliertpa
-------- N ieuw e lan dgoe d
oors
ter
er en
e
Open
---
----N
- - - -Fliertpad - - - -
r lie - -F
ad tp
--
-
Kerk, T wello rtpad - - - - - -Fliertpad lie - -F
- - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliertpad - - - - - -Fliert pad - - - -
en
p
--
-Fliertp
ad
--
-H
- -Fliertpad -
Historische kerk
-----
ad, Twello - Devent er -
--
rsteeg eder en
ke
Besloten is t or isc he
rk
-
e Voord ndg o
--
ro ut e-
en er
eut ro d go
Nieu we la
--
oed dg eren
stervoorde ren ---------
Twello - Devent er-
tp ad
lan
Feltzweg - - -F lier
Kerk, Dui landgoe de
--
a ertp
Fli --
Nieuwe
enpad,
--
che kerk
d
Historis
-F lie rtp a
he storisc
Burg. van der
Vermeersweg D wello enpad, T
ieuwe landgoederen
----------
--
Open
tereven --
goed e land Nieuw
--
i tor His
eren
ek sch
d--
e r k en
, Twe pad
---
llo
rtp -Flie
r- - vente - De ---
e ke risch Histo
rk
8. Ontwerp van de kleine korrel Voor een klein aantal kavels is een globaal inrichtingsplan gemaakt. Tot op het kleinste schaalniveau worden voorstellen gedaan voor de mogelijke inrichting van kavels die op korte termijn beschikbaar komen. De betrokken eigenaar of gebruiker van de kavels wordt het hele traject van ontwerp tot inrichting en beheer door het RegieTiemFliert ondersteund en met raad en daad terzijde gestaan.
Het Fliertdal, Twello
30
Ontwerpschets Noord-West Hoek Fliert en Historische Kerkenpadroute. - aanleg Historisch Kerkenpad met langsliggende houtwallen - aanleg Fliertpad, evenwijdig aan de beek - versterking herkenbaarheid kruising pad-beek - aanplant Fliertheggen op aantoonbaar oude kavelgrenzen - vergraven Fliertoever, met oostelijk een steile oever en westelijk een moeraszone
Ontwerpschets noordwest hoek Fliert
Ontwerpschets Moeraskavel - aanleg Fliertpad, evenwijdig aan de beek - verbreden beekloop en graven zijtak beekloop - eilandje handhaven met deels flauwe en deels steile oevers - uitgraven tot moeraszone - aanplanten elzenbroekbosjes
Ontwerpschets centrum Fliert
Het Fliertdal, Twello
32
Ontwerpschets Waterschapskavel met Voorsterdorpenpad - aanleg Voorsterdorpenpad, evenwijdig aan de beek (al gebeurd) - graven zijtak beekloop volgens oude loop Fliert - eiland handhaven met deels flauwe en deels steile oevers - aanplanten elzenbroekbosjes - aanplanten Fliertheggen op oude kavelgrenzen - aanbrengen plas-dras-zone langs alle oevers
Ontwerpschets Waterschapskavel
9. Financiering en organisatie (door Susanne Agterbosch, landschapsbeheer Gelderland)
De gemeente Voorst heeft zich de opgave gesteld het woningbouwprogramma voor het landelijk gebied ten zuidoosten van Twello te laten samengaan met behoud en ontwikkeling van een recreatief en landschappelijk aantrekkelijk Fliertdal. Versterking van het landschap door middel van een fijnmazige structuur van landschapselementen vormt integraal onderdeel van de uitbreidingsopgave. Het stimuleren van landschappelijke beplanting als singels, hagen en kleinschalige landschapselementen op particulier initiatief past goed binnen deze opgave. Op basis van een bottom-up benadering wil de gemeente Voorst haar ambities ten aanzien van het Fliertdal vormgeven. Binnen het Landschapsplan Fliertdal worden bewoners en gebruikers van het gebied actief aangesproken om mee te werken aan de opbouw van het nieuwe dal. Het RegieTiemFliert treedt stimulerend op om toepassing van de gereedschapskist Fliertdal te bevorderen. Gebruik makend van de mogelijkheden zoals geboden in de provinciale subsidie agrarisch natuurbeheer (PSAN), natuurbeheer (PSN) en Subsidie Vitaal Gelderland (SVG) worden de inwoners van het Fliertdal gestimuleerd om landschapselementen aan te leggen of objecten met achterstallig onderhoud aan te pakken.
Daarnaast zullen er beplantingsobjecten zijn die niet vallen onder de twee bovenstaande regelingen, maar wel een belangrijke bijdrage leveren aan de cultuurhistorische en landschappelijke ontwikkeling van het gebied. Deze objecten zullen direct door de gemeente gefinancierd worden. Beplantingsproject Fliertdal Voor de aankleding van het landschap kan in Gelderland momenteel gebruik gemaakt worden van een aantal regelingen.
Provinciale subsidie agrarisch natuurbeheer (PSAN) Het doel van deze regeling is om de natuurwaarden binnen Gelderland veilig te stellen. Groot voordeel van deze regeling is dat na de inrichtingsubsidie particulieren een beheersvergoeding kunnen krijgen. Op deze manier is duurzaamheid gewaarborgd. Er zijn een groot aantal voorwaarden voor het aanvragen van deze subsidie, zo gelden bepaalde pakketten alleen in bepaalde gebieden. En deze pakketten kunnen alleen aangevraagd worden als het duidelijk gaat om een landschappelijke versterking. Niet voor alle percelen in het Fliertdal bestaan evenveel mogelijkheden op basis van deze regeling. De provincie Gelderland heeft ook een andere regeling; Subsidie Vitaal Gelderland. Subsidie Vitaal Gelderland (SVG) Binnen deze regeling is een centrale rol weggelegd voor de gemeente. De gemeente vraagt op basis van concreet uitgewerkte uitvoeringsplannen subsidie aan bij de provincie via het programmabureau. Er zijn een aantal voorwaarden gesteld om gebruik te kunnen maken van de regeling zoals; de uitvoeringsobjecten moeten groter zijn dan 10 are, poelen moeten groter zijn dan 3 are, boomgaarden en knotboom rijen meer dan 15 bomen etc.
Een groot voordeel van de beide regelingen is dat de proceskosten deels meegefinancierd mogen worden (kosten voor communicatie richting de bewoners, kosten voor het maken van beplantingsplannen en het begeleiden van de subsidieaanvragen). Het nadeel van beide regelingen is dat voornamelijk kleine objecten niet in aanmerking komen. Ook zijn er niet voor alle objecten uit de Gereedschapskist Fliertdal evenveel mogelijkheden. Deze objecten zullen direct door de gemeente gefinancierd worden. De werking van RegieTiemFliert De gemeente zal bewoners en de gebruikers van het gebied actief benaderen om toepassing van de Gereedschapskist Fliertdal te bevorderen. Bewoners krijgen de gelegenheid zich
Het Fliertdal, Twello
34
vrijblijvend aan te melden voor deelname aan een beplantingsproject. Als mensen zich hebben aangemeld krijgen ze van het RegieTiemFliert een erfbezoek. Tijdens dit bezoek worden de mensen geïnformeerd over de mogelijkheden qua landschapsverfraaiing binnen het Landschapsplan Fliertdal. Er wordt aangeboden een inrichtingsplan te maken, subsidieaanvragen op te stellen en te begeleiden.
Categorie 2; aanplant of wegwerken achterstallig onderhoud via SVG (> 10 are ); Voor de grote aanplantprojecten waarvoor geen mogelijkheden bestaan binnen de PSAN/PSN, of waar het wegwerken van achterstallig onderhoud het doel is, wordt gebruik gemaakt van de SVG. Het gaat om een vergoeding voor de aanplant, proceskosten en overige werkzaamheden. De kostenverdeling bedraagt 75% Provincie, 15% gemeente en 10% eigen bijdrage deelnemer.
Binnen het beplantingsproject onderscheiden we 3 categorieën: 1.Aanplant en beheer via PSAN en PSN, 2.Aanplant of wegwerken achterstallig onderhoud via SVG (> 10 are), 3.Objecten kleiner dan 10 are of uit de Gereedschapskist Fliertdal waarvoor geen provinciale subsidiemogelijkheden bestaan.
Categorie 3; objecten kleiner dan 10 are of objecten uit de Gereedschapskist Fliertdal waarvoor geen provinciale middelen beschikbaar zijn Voor deze deelnemers geldt dat zij de kosten van het plantmateriaal voor 100% vergoed krijgen van de gemeente. Wanneer het kleine elementen betreft kunnen de deelnemers zelf aanplanten. Wanneer het grotere objecten kan uitvoering worden uitbesteed aan bijvoorbeeld de agrarische natuurvereniging.
Alle drie categorieën leveren een waardevolle bijdrage voor de landschappelijke ontwikkeling van het Fliertdal. Categorie 1; aanplant en beheer via de PSAN Dit zijn de grotere inrichtingsvraagstukken. In het gebiedsplan is aangegeven welke elementen hiervoor in aanmerking komen. Het gaat om een vergoeding voor de aanplant en het beheer voor de eerste 6 jaar. De kostenverdeling bedraagt 5% voor de deelnemer en 95% voor de provincie.
Organisatieschema
Project Paden in het Landschap Het RegieTiemFliert zal projectplannen opstellen voor de ontwikkeling en het herstel van (cultuurhistorische) voetpaden in het Fliertdal. Op basis van deze plannen kan een subsidieaanvraag worden ingediend bij de provincie (SVG).
Twell o “ D e Sch a ke r ” gebiedsvisie , l a nd sch a pspl a n , st ed e n b o uw ku nd i g m a st e rpl a n
oktober 2009
I n h o u d s o p g a v e
Twello “De Schaker” 1. Opgave
5
2. Ambitie
7
3. Inventarisatie - analyse
9
4. Vigerend beleid
13
5. Landschappelijke onderlegger
15
6. Planvorming 6.1 Landschapsstruktuur 6.2 Stedenbouwkundige struktuur 6.3 Landschapsplan 6.4 Masterplan 6.5 Masterplan in schema’s
25 25 27 29 31 33
7. Deelgebieden 7.1 Voordersteeg 7.2 Oost 2 7.3 Fliertbuurt 7.4 Holthuis oost
35 35 39 43 47
8. Fliertdal
51
- gebiedsvisie - landschapsplan - stedenbouwkundig masterplan
oktober 2009
Opdrachtgever: Gemeente Voorst H.W. Iordensweg 17 7391 KA Twello
Ontwerp:
Overtoom 197 1054 ht Amsterdam Tel. 020 530 12 52 Fax 020 423 06 27 E-mail info@ds.landschapsarchitecten.nl © het copyright van dit document berust bij DS, tenzij anders vermeld
bossen
waterlopen ontwikkeling van het landschap
Twello “de schaker”
houtwallen en heggen ontwikkeling van het landschap
Twello “de schaker”
zoekgebied
velden en akkers Twello “de schaker”
bebouwing ontwikkeling van het landschap
ontwikkeling van het landschap
ontwikkeling van het landschap
Twello “de schaker”
wegen en paden Twello “de schaker”
ontwikkeling van het landschap
Twello “de schaker”
studiegebied
boerderijen ontwikkeling van het landschap
cultuurhistorie Twello “de schaker”
archeologie, waardenkaart, landgoederen, namen
ontwikkeling van het landschap
de landschapselementen in het studiegebied
Twello “de schaker”
1.
O
p
g
a
v
e
Voor het gebied “De Schaker” staat in de beleidsplannen van de gemeente Voorst een forse woningbouwopgave gedefiniëerd, voortkomend uit regionaal en gemeentelijk beleid. In de aanloop naar de planvorming is DS gevraagd het gebied vanuit het landschap op zijn kwaliteiten te beoordelen en daar uitgangspunten voor verdere planvorming uit te destilleren: het vervaardigen van de “landschappelijke onderlegger”. Vervolgens is de vertaling van de landschappelijke onderlegger naar het landschapsconcept, het landschapsplan en de stedebouwkundige schets ter hand genomen. Dit boekje beschrijft bovenstaande stappen en laat zien hoe het uiteindelijke plan tot stand is gekomen.
Voorafgaand aan het planproces zijn de ambities geformuleerd met betrekking tot de gewenste ontwikkeling van het landschap in nauwe relatie tot de woningbouwopgave. Deze ambities worden beschreven in hoofdstuk 2.
Het Fliertdal is een belangrijke drager voor de ruimtelijke kwaliteit van het plangebied. Daarom wordt in hoofdstuk 8 kort beschreven wat de doelstellingen zijn voor de verdere landschappelijke, hydrologische en ecologische ontwikkeling van het Fliertdal. Dit deel krijgt een vervolg in een apart planproces “Landschapsplan Fliertdal”.
Vervolgens wordt ingegaan op de analysefase en de conclusies welke daaruit zijn getrokken. In deze fase wordt de benodigde kennis over het gebied opgebouwd en worden belangrijke dwarsverbanden ontdekt en historisch gegroeide wetmatigheden van het landschap gedefiniëerd. Uitgangspunt hierbij is dat we niet alleen kijken naar het behoud van het bestaande, maar ook naar het eventueel terug brengen van verloren gegane kwaliteiten en het introduceren van (hedendaagse) nieuwe elementen. Samen met het in hoofdstuk 4 beschreven vigerend beleid resulteert deze fase in de ‘landschappelijke onderlegger’ (hoofdstuk 5): een randvoorwaarden- en uitgangspuntenkaart voor de ontwikkeling van het studiegebied. Met deze grondige analyse als basis kan de verdere planvorming ter hand genomen worden. Hoofdstuk 6 beschrijft de stappen die daartoe genomen zijn, bestaande uit het landschapsconcept, de stedenbouwkundige struktuur, het landschapsplan en tenslotte het masterplan. Hoofdstuk 7 zoomt in op de afzonderlijke deelgebieden van het plan en licht per deelgebied het ontwerp toe.
Opgave
5
landschap en architectuur samen ontwerpen; de woning als bouwsteen van het landschap
zicht op bomen achter woningen geeft ruim gevoel
duurzame ontwikkeling; innovatie in energiehuishouding, afvalverwerking, bouwmaterialen ed.
hoge woonkwaliteit door robuuste hagen en bosstroken
agrarisch karakter behouden, en uitbreiden met andersoortige functies
lanen: karakteristiek voor landschap van landgoederen rond Twello
ruimte voor flora&fauna, niet alleen in landschap, maar ook in architectuur
het erf: ruime kavel geeft ruimte voor erfbeplanting en landelijke uitstraling
2.
A
m
b
i
t
i
e
s
Bij het begin van het project ‘De Schaker’