Bijlagen bij de regels
Tekst van het document
sleuvenfrees aangebracht. Er mag ook met een plantmachine in rijen aangeplant worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een onderhoudspad van 4 meter langs de watergang aan de zuidzijde. De bomen worden aangeplant als bosplantsoen (80-100). In een plantverband van 1,50 x 1,50. Benodigd aantal bosplantsoen 2412 stuks. Voor soorten, aantallen zie onderstaande tabel. Het beheer wordt vergelijkbaar als bosje 1 uitgevoerd. Inrichting bosje 3 Dit bosje wordt ook een droog bosje met soorten als zomereik, zachte berk en lijsterbes. Van west naar oost is de lengte van het bosje 61 meter, de breedte is 57 meter. Het bestaande grasland wordt eerst kort gemaaid en daarna gefreesd. Liever niet ploegen, dat verstoort de bodem en het bodemleven. Daarna worden over de breedte 36 plantrijen met een sleuvenfrees aangebracht. Er mag ook met een plantmachine in rijen aangeplant worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een onderhoudspad van 4 meter langs de watergang aan de zuidzijde. De bomen worden aangeplant als bosplantsoen (80-100). In een plantverband van 1,50 x 1,50. Benodigd aantal bosplantsoen 1464 stuks. Voor soorten, aantallen zie onderstaande tabel. Het beheer wordt vergelijkbaar als bosje 1 uitgevoerd.
Soorten en aantallen bosje 1 tot en met 3 Soorten bomen 75% Es 20% Lijsterbes 15% Zachte berk 20% Zomereik 20% Soorten struiken 25% Hazelaar 5% Meidoorn 10% Sleedoorn 5% Gelderse roos 5%
Fraxinus excelsior) Sorbus aucuparia Betula pubescens Quercus robur
Bosje 1 0,3212 ha 280 stuks 210 stuks 280 stuks 280 stuks
Bosje 2 0,5768 ha 482 stuks 361 stuks 482 stuks 482 stuks
Bosje 3 0.3563 ha 294 stuks 220 stuks 294 stuks 294 stuks
Corylus avellana Crataegus monogyna Prunus spinosa Viburnum opulus
70 stuks 140 stuks 70 stuks 70 stuks
120 stuks 241 stuks 120 stuks 120 stuks
74 stuks 147 stuks 74 stuks 73 stuks
De inrichting aan de oostzijde. Onder de hoogspanningsleiding is bosaanplant niet toegestaan. Aan de oostkant van de hoogspanningsleiding is sprake van een behoorlijk hoogteverschil. Hierbij is het hogere deel 3,60 meter boven NAP. Terwijl de lagere delen dichtbij de Zeedijk in hoogte variëren tussen 2,80 en 3,30 meter boven NAP.
Afbeelding 4: Hoogten aan oostkant van de hoogspanningsleiding (bron viewer Actueel Hoogtebestand Nederland)
In dit gedeelte zijn 2 soorten bos gepland: Droog hakhout en op het lagere deel op rabatten een nat hakhout bosje. De slootjes tussen het natte hakhout worden vanuit een poel van water voorzien. Poel en slootjes kunnen tevens dienen als overstort in natte tijden en waterberging in tijden van droogte. Inrichting droog hakhout bosje 4 Dit bosje wordt een droog hakhout bosje met soorten als zomereik en es , aangevuld met struiken als sleedoorn en gelderse roos. Van west naar oost is de lengte van het bosje 83 meter, de breedte is 57 meter. Het bestaande grasland wordt eerst kort gemaaid en daarna gefreesd. Liever niet ploegen, dat verstoort de bodem en het bodemleven. Daarna worden over de breedte 36 plantrijen met een sleuvenfrees aangebracht. Er mag ook met een plantmachine in rijen aangeplant worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een onderhoudspad van 4 meter langs de watergang aan de zuidzijde. De bomen worden aangeplant als bosplantsoen (80-100). In een plantverband van 1,50 x 1,50. Benodigd aantal bosplantsoen 2000 stuks. Soorten en aantallen:
Soorten en aantallen droog hakhout bosje 4 Soorten bomen 80% Es 30% Fraxinus excelsior) Zwarte els 20% Alnus glutinosa Zomereik 30% Quercus robur Soorten struiken 20% Meidoorn 5% Crataegus monogyna Sleedoorn 10% Prunus spinosa Gelderse roos 5% Viburnum opulus
Aantal 600 stuks 400 stuks 600 stuks 100 stuks 200 stuks 100 stuks
Inrichting poel 2 en nat hakhout bosje 5 Meer naar het oosten wordt het perceel lager. Op dat lagere deel wordt op rabatten een nat hakhoutbosje met soorten als els en wilg en struiken meidoorn en sleedoorn aangelegd. Van west naar oost is de lengte van het bosje 93 meter, de breedte is 57 meter. Bosje 5 Het bestaande grasland wordt eerst kort gemaaid en daarna gefreesd. Liever niet ploegen, dat verstoort de bodem en het bodemleven. Daarna worden over de breedte 36 plantstroken met een sleuvenfrees aangebracht. Er mag ook met een plantmachine in rijen aangeplant worden. Hierbij wordt rekening gehouden met een onderhoudspad van 4 meter langs de watergang aan de zuidzijde. De bomen worden aangeplant als bosplantsoen (80-100). In een plantverband van 1,50 x 1,50. Benodigd aantal bosplantsoen 2240 stuks. Soorten en aantallen: Soorten en aantallen nat hakhout bosje 5 Soorten bomen 90% Gewone wilg 30% Salix alba Zwarte els 30% Alnus glutinosa Boswilg 15% Salix caprea Zachte berk 15% Betula pubescens Soorten struiken 10% Meidoorn 5% Crataegus monogyna Sleedoorn 5% Prunus spinosa
Aantal 672 stuks 672 stuks 336 stuks 336 stuks 112 stuks 112 stuks
Poel 2 In het lagere deel aan de oostkant wordt een tweede poel aangelegd. Ook deze poel kan, met name in de winter, dienen voor het vasthouden van water. Aan de buitenkant van de poel wordt over een breedte van de eerste 6 meter 50 centimeter diep afgegraven. Verder naar het midden wordt tot een maximale diepte van 1,50 meter gegraven. Door deze maximale diepte aan te houden blijft en door zonneschijn licht op de bodem komen, zodat waterplanten een groeikans krijgen. De poel loopt aan alle kanten glooiend af met een hellingshoek van 1:3. De oever rondom de poel wordt door afgraven met 15 centimeter afgevlakt. Doel hiervan is de fosfaatrijke bovenlaag te verwijderen, waardoor florasoorten zoals echte koekoeksbloem, ratelaar en in een later stadium soorten als rietorchis en kale jonker op de oever een goede biotoop krijgen. Na de aanleg wordt op de oever maaisel opgebracht van kruidenrijke percelen uit de omgeving. Vanaf de poel naar het oosten wordt een aansluiting met de watergang gemaakt. Tussen watergang en aansluiting wordt een stuw geplaatst, zodat toe- en afvoer van water bedienbaar is. Deze aansluiting is ongeveer 100 cm. breed, 1 meter diep en 22 meter lang. Er worden vanaf de poel naar het westen 5 slootjes van 70 cm. breed en 1 meter diep aangelegd, waarbij de drie sloten aan de zuidkant, op het lagere deel, met 81 meter wat langer zijn.
Aan de noordkant wordt van 2 slootjes de lengte 57 meter.
Afbeelding 5: Het projectgebied vanaf de noordzijde met het dorp Nijbroek
Begroting inrichtingskosten
Berekeningsformulier aanleg Landschap Naam Woonplaats Beheereenheden Maatregelen aankoop bosplantsoen 60-80 struweelhaag 1 BE1669407
Veldwijk Nijbroek 1669407; 1669426; 1371108; 1373935; 1373932; 1373928; 1371104; 1617310; 1617310; 1373933 en 1373929 eenheid aantal prijs totaal BTW stuks 378 € 1,50 € 567,00 9%
aankoop bosplantsoen 60-80 struweelhaag 2 BE1669426
stuks
546 €
1,50
€
819,00
9%
aankoop bosplantsoen 60-80 struweelhaag 3 BE1371108
stuks
2544 €
1,50
€ 3.816,00
9%
aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 1 BE1373935
stuks
1394 €
1,70
€ 2.369,80
9%
aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 2 BE1373932
stuks
2412 €
1,70
€ 4.100,40
9%
aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 3 BE1373928
stuks
1464 €
1,70
€ 2.488,80
9%
aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 4 BE1371104
stuks
2000 €
1,70
€ 3.400,00
9%
aankoop bosplantsoen 80-100 bosje 5 BE1617310
stuks
2240 €
1,70
€ 3.808,00
9%
aanleg poel 1 BE 1373933
m3
1400 €
4,00
€ 5.600,00
21%
aanleg poel 2 BE 1373929
m
3
1900 €
4,00
€ 7.600,00
21%
aanleg bosjes 1 t.m. 3 klei aanleg bosje 4 en 5 klei aanleg struweelhagen 1 en 2 klei aanleg struweelhaag 3 klei
stuks stuks m m
€ € € €
0,90 0,90 3,55 3,55
€ 4.743,00 € 3.816,00 € 546,70 € 1.505,20
21% 21% 21% 21%
Subtotaal 1 opstellen plan Nazorg aankoop beplanting Nazorg aanleg beplanting Subtotaal 2 BTW BTW Totaal
5270 4240 154 424
7% € 45.179,90 10% € 21.369,00 10% € 10.610,90 9% € 23.505,90 21% € 28.034,58
€ 45.179,90 € 3.162,59 € 2.136,90 € 1.061,09 € 51.540,48 € 2.115,53 € 5.887,26 € 59.543,28
21% 9% 21%
Hectares voor afwaarderingsregeling samengevat Kadastraal Inrichting NBK02 B96 en NBK02 B97 Struweelhagen 1 en 2 NBK02 B93 en NBK02 B94 Struweelhaag 3 NBK02 B93 Droog bosje 1 NBK02 B93 Poel 1 NBK02 B97 Droog bosje 2 NBK02 B96 Droog bosje 3 NBK02 B96 Droog hakhoutbosje 4 NBK02 B96 Poel 2 NBK02 B96 Nat hakhoutbosje 5 Totaal
Oppervlakte 0,0769 hectare 0,2127 hectare 0,3212 hectare 0,2455 hectare 0,5768 hectare 0,3563 hectare 0,4885 hectare 0,2120 hectare 0,4837 hectare 2,9736 hectare
In de afwaarderingsregeling wordt 75% van de inrichtingskosten vergoed De subsidie voor de waardedaling van de grond bedraagt het verschil tussen de marktwaarde vóór en ná de functieverandering en inrichting. Hierbij geldt een maximum van 85% van de waarde van de grond als landbouwgrond. De grond wordt door een taxateur van de provincie Gelderland gewaardeerd. Daarna volgt een aanbod voor een beschikking voor die afwaardering. Als dit aanbod geaccepteerd wordt, volgt een notariële akte met een instandhoudingsverplichting en wijziging van bestemming van agrarisch naar landschap.
KRUIDENRIJK GRASLAND GOED VOOR KOE, BOER ÉN BIODIVERSITEIT
Kruidenrijk grasland is al jaren geleden verdwenen uit het landschap. Toch zijn kruiden essentieel voor koe, boer en biodiversiteit. Waarom zou ik nu als (melk)veehouder kruidenrijk grasland op mijn bedrijf willen hebben? Wat zijn de voor- en nadelen en hoe past kruidenrijk grasland binnen mijn bedrijfsvoering? En als ik al besluit een deel van bedrijf met kruidenrijk grasland in te richten, hoe realiseer ik dan kruidenrijk grasland? Deze brochure geeft antwoorden op deze vragen en is een bron van kennis en inspiratie om met kruidenrijk grasland aan de slag te gaan.
Referentie Kort na de Tweede Wereldoorlog stonden er zeker meer dan 25 soorten grassen en kruiden in onze weilanden. Een flink contrast met de huidige raaigrasweiden waar je 5 tot hooguit 10 soorten aantreft. Het verdwijnen van de kruiden uit onze graslanden heeft natuurlijk alles te maken met intensivering
van ons graslandgebruik. In de tweede helft van de jaren ‘40 lag de bemesting rond de 50 kilogram N per hectare per jaar, inmiddels is dat met 250 kg N een 5-voud van dat. In de jaren ‘90 werd zelfs tot 600 kg N per hectare gegeven. Deze mestgiften in combinatie met het veelvuldig herinzaaien van graslanden met éénzijdig samengestelde
< Kamgrasweide met het typische kamgras op de voorgrond
weidemengsels, ontwatering en herbicidegebruik heeft het aantal kruiden in onze graslanden sterk verlaagd. Deze ontwikkeling was goed voor de grasproductie, maar kende ook zijn keerzijde. Het heeft geleid tot een groot verlies van bloemrijke weiden, hetgeen funest is voor insecten en de (weide)vogels die daarvan leven.
Aandachtpunten bij kruidenrijk grasland •
De droge stof productie is maximaal 7 ton per hectare per jaar.
•
Het geoogste gras bevat een lagere VEM en ruw eiwitgehaltes.
•
Het beheer van kruidenrijk grasland is lastiger. Volvelds herbicidegebruik is niet mogelijk, maar ook niet nodig. Pleksgewijs ingrijpen kan wel. Een juist beheer voorkomt dat bepaalde soorten gaan overheersen.
•
Zaadgoed van inheemse kruidenrijke weidemengsels is kostbaar. De kosten liggen tussen de € 500 en € 800 per hectare voor alleen al het zaadgoed. Via het agrarisch collectief bestaan mogelijkheden om deze kosten (grotendeels) vergoed te krijgen via inrichtingssubsidie wanneer je vervolgens ook meedoet aan agrarisch natuurbeheer.
•
Intensieve beweiding en bepaalde weersomstandigheden kunnen bepaalde, minder gewenste vegetatieontwikkeling in de hand werken.
De meerwaarde van kruidenrijk grasland Uit voederproeven blijkt dat je als ondernemer 25 tot 30 procent van de intensieve raaigraskuil kunt vervangen door silage van kruidenrijk beheergras zonder dat de hoogte van de melkgift noemenswaardig afneemt. “Biodiversiteit vermindert wellicht vaak de productie, maar niet noodzakelijk de productiviteit” is een uitspraak van de Vlaamse veevoedingsdeskundige Luk Sobry en is in dit opzicht veelzeggend. In vergelijking met Engels raaigras lever je wat in op het gebied van droge stof productie, VEM en eiwit. Echter wordt dit verschil gecompenseerd doordat herkauwers door het toevoegen van structuur- en kruidenrijk ruwvoer aan het rantsoen tot wel 2 kilogram per dag meer aan droge stof opeten, wat een positief effect heeft op de melkgift. Het is dus belangrijk om als melkveehouder kennis te maken met de teelt en de nuttige eigenschappen van kruidenrijk grasland in de bedrijfsvoering. Productie en voederwaarde • Kruidenrijke graslanden zijn bij lage bemestingsgiften productiever dan monoculturen van Engels raaigras en robuuster tegen weersextremen. Door een mix van grassen en kruiden zijn er altijd soorten die bij verschillende groeiomstandigheden hun optimale groei vertonen. Doordat kruiden en bepaalde grassen dieper wortelen kunnen ze beschikken over meer vocht en nutriënten.
Door de aanwezigheid van vlinderbloemigen volstaat een lichte bemesting met ruige stalmest om toch een acceptabele opbrengst te realiseren. • Vlinderbloemigen, zoals rode en witte klaver, binden stikstof vanuit de lucht en voorzien de bodem van stikstof wat ten goede komt aan de productie. Daarnaast geven vlinderbloemigen een hoger gehalte aan eiwit in het ruwvoer. • Ruwvoer van kruidenrijk grasland is rijk aan mineralen en spoorelementen. Vooral de gehaltes aan Ca, Mg, Na, Mn, Zn, Fe, Cu en Se zijn vaak hoger dan in gras. • De reuk en smakelijkheid van dit type ruwvoer bevordert de voeropname. De uitspraak van Hessel Agema, melkveehouder uit het Friese Kollumerpomp: “Net als bij de mens zit ook bij de koe de neus niet ver van de mond”, spreekt voor zich. • Gras van kruidenrijk grasland is met 700 VEM en 50 DVE uitstekend ruwvoer voor zowel hoog productieve melkkoeien, zoogkoeien, vleesvee, jongvee, droog staande koeien, paarden, geiten en schapen.
Diergezondheid • Pensverzuring komt minder voor door structuur- en kruidenrijk ruwvoer. • Mineralen en spoorelementen in kruidenrijk ruwvoer kunnen deels voorzien in de behoefte waardoor gebrekziekten kunnen worden voorkomen. • Kruiden en vlinderbloemigen bevatten gezondheid bevorderende inhoudsstoffen. Tannine in gewone rolklaver kan helpen tegen maagdarmwormen bij herkauwers, smalle weegbree bevat het bacteriën werende Aucubine en paardenbloem Taraxine, die urine afdrijvend werkt en de lever- nierfunctie ondersteunt. Sommigen kruiden zijn ook rijk aan vitamines. Biodiversiteit • Kruidenrijke graslanden herbergen een grote verscheidenheid aan grassen en kruiden. • Structuur- en kruidenrijk grasland is door zijn open structuur zeer geschikt als foera geer-en nesthabitat voor weidevogels. • Structuur- en kruidenrijke graslanden zijn aantrekkelijk voor veel insecten. Ze vinden er voedsel in de vorm van nectar en pollen en zetten bovendien hun eieren erin af. Voldoende insecten zijn van groot belang voor het overleven van kuikens van weidevogels. • Naast weidevogels zijn kruidenrijke graslanden ook voor andere boerenlandvogels, zoals patrijzen, graspiepers en gele kwikstaarten een aantrekkelijk foerageer- en leefgebied. Dit geldt ook voor reeën, muizen en dassen en roofvogels, zoals de uil en de torenvalk.
Klimaat • Gecondenseerde tannines in bijvoorbeeld rolklaver en smalle weegbree zorgen voor een andere afbraak van eiwit in de pens. Hierdoor komt zowel minder ammoniak als methaan vrij in de pens. Dit kan bijdragen aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen uit de veehouderij. • De verwachting is dat door klimaatverandering meer extreme weersituaties gaan voorkomen. Droge periodes afgewisseld met zware neerslag. Kruidenrijke graslanden zijn robuuster en beter bestand tegen deze weersextremen. Bodem • De bodemstructuur van kruidenrijk grasland met verschillende soorten is beter dan van een perceel met alleen (raai)gras. De combinatie van fijne en grove wortels (penwortels) die ook nog eens dieper wortelen, hebben een positief effect op de doorlatendheid, beluchting en zijn zo weerbaarder voor extreme neerslag. • Een grote diversiteit aan plantensoorten geeft een hogere opbouw van bodem-organische stof. Imago • Bloeiende kruidenrijke graslanden dragen bij aan de belevingswaarde van het landschap en komt het imago van de veehouderij ten goede. Kaas en melk van kruidenrijke graslanden die beweid worden scoren goed bij de consument. Economie • Ruwvoer van kruidenrijk grasland voorziet voor een groot deel in structuur (prik) in de voeding en in de behoefte aan mineralen en spoorelementen.
Aankoop van hooi, luzerne, of mineralensupplementen kan geheel of deels achterwege blijven. • Gezonde inhoudsstoffen en voldoende structuur dragen bij aan de gezondheid en betere weerstand van het vee en vermindert het medicijngebruik. • Bemesting is niet of nauwelijks nodig. Deze uitgespaarde organische mest kan je elders op het bedrijf inzetten en je bespaart zo op de kosten voor de aankoop van kunstmest. • Kruidenrijk ruwvoer kan het gehalte aan
•
•
meervoudig onverzadigde vetzuren (CLA’s) in melk verhogen. Kaas geproduceerd van dergelijke melk zou een meerprijs kunnen genereren. In sommigen gebieden is het mogelijk om voor het beheer van kruidenrijke percelen of perceelsranden een vergoeding voor agrarisch natuurbeheer aan te vragen. Kruidenrijke graslanden en perceelsranden kunnen voor extra punten zorgen in bijvoorbeeld het kwaliteitsprogramma Foqus Planet van Friesland Campina. Dit betekent een toeslag op de melkprijs. Vanuit het GLB zien we een tendens naar meer biodiversiteit van de graslanden. Kruidenrijk grasland zal daarom in de toekomst eerder voldoen aan de vergroeningseisen.
Hoe realiseer ik kruidenrijk grasland? Uitgangspunt voor realiseren van kruidenrijk grasland is dat grasproductie niet meer dan 7 ton droge stof per hectare bedraagt. In de praktijk betekent dit dat de grondgebruikers hun productieniveau moeten verlagen. Bij een hoger productieniveau verliezen de kruiden het namelijk van de concurrerende en snelgroeiende grassen. Daarnaast is het belangrijk dat er nog ‘slapende’ zaden van gewenste kruiden in de bodem aanwezig zijn of gewenste soorten aanwezig zijn in de directe omgeving, bijvoorbeeld in bermen. Vaak vormt dit juist het probleem bij de ontwikkeling van kruidenrijk grasland, ook al zijn de randvoorwaarden zoals lage grasproductie en bodemvruchtbaarheid gerealiseerd. Verder bepaalt vocht in belangrijke mate welke type vegetatie zich zal ontwikkelen. Je kunt op 2 manieren kruidenrijk grasland ontwikkelen: 1. Door het toepassen van verschralingsbeheer. Hierbij wordt de bemesting gestopt of sterk verlaagd en wordt via maaien en afvoeren van het maaisel geprobeerd tot een goede uitgangsituatie te komen. Dit vergt, zeker op voedselrijke klei- en veengronden geduld. Op zand- en leemgronden zal de opbrengstdaling tot een gewenst niveau vlotter verlopen. De vegetatie zal onder dit verschralingsbeheer veranderen. Of zich ook een kruidenrijke vegetatie zal ontwikkelen is afhankelijk van de aanvoer van zaden van gewenste soorten. 2.
Door middel van inzaaien. Hierbij wordt de bestaande zode vernietigd door het dood te spuiten of onder te ploegen. Vervolgens wordt er opnieuw ingezaaid met een kruidenrijk zaadmengsel. Ook hier is het wenselijk dat de bodemvruchtbaarheid al enigszins is verlaagd voordat er ingezaaid wordt. In relatief korte periode zijn op deze wijze kruidenrijke graslanden te realiseren.
Praktische tips voor nieuw inzaai • Op zandgrond is het najaar het meest geschikte tijdstip voor nieuw inzaai. Het voorkomt sterke veronkruiding met eenjarige akkeronkruiden en zaden van veel kruiden hebben een koude periode nodig om te kiemen. • De regelgeving ten aanzien van het scheuren van grasland voor klei- en veengronden is zo dat de zode tussen 1 februari en 15 september vernietigd mag worden, voor zand- en lössgronden mag echter alleen tussen 1 februari en 10 mei de zode vernietigd worden. • Om op zandgrond toch in het najaar te kunnen inzaaien kan overwogen worden pas na een bouwlandfase, na bijvoorbeeld de teelt van maïs, graan of aardappelen te gaan inzaaien. • Op klei- en veengronden is het beste tijdstip voor inzaai het vroege najaar, bij voorkeur eind juli/begin augustus. Zeker op veengrond is dan de draagkracht goed en kan een grondbewerking goed worden uitgevoerd. • Zorg dat de pH van het perceel op orde is: pH > 4,8. • Vooraf doodspuiten van de zode is aan te bevelen wanneer veel ongewenste soorten, zoals kweek, in het perceel aanwezig zijn.
•
•
•
•
•
•
•
Grondbewerking alleen uitvoeren onder gunstige omstandigheden om structuurschade te voorkomen. Vooral niet te nat, maar bij zwaardere kleigronden ook niet te droog om een voldoende fijn zaaibed te krijgen. Ploeg de (doodgespoten) zode onder. Op zandgrond kun je er voor kiezen om dieper te ploegen dan gangbaar om zo de voedselrijke bouwvoor onder te ploegen en de schralere ondergrond naar boven te halen. Hiermee creëer je direct een schrale uitgangssituatie. Het is niet aan te raden om een niet doodgespoten zode te frezen, omdat juist dan volop hergroei plaats zal vinden uit de bestaande graszode. Zorg voor een mooi rul zaaibed door na het ploegen het meerdere malen te eggen. Eventueel kan bij een sterke onkruiddruk van éénjarige akkeronkruiden gewerkt worden met een vals zaaibed door met een interval van een paar weken te wiedeggen vooraf aan de definitieve inzaai. Op natte gronden is het bij herinrichting aan te bevelen om smalle percelen bol te leggen en grote percelen op te delen in stroken en die dan ook bol te leggen met daartussen ondiepe greppels. Stagnerend water op percelen stimuleert pitrus ontwikkeling; Inzaai kan het best uitgevoerd worden met een pneumatisch inzaaimachine met rol, waarbij de zaaidiepte niet meer dan 1,5 cm bedraagt. Als zaaizaadhoeveelheid wordt 20 kg per hectare geadviseerd.
Draai de machine vooraf een aantal malen af om de juiste zaaizaad hoeveelheid af te stellen. Tijdens het zaaien goed opletten dat het zaad niet ontmengd. Roer af en toe door de bak met zaad om de grote en kleine zaden weer met elkaar te mengen. Bij massale opkomst van éénjarige akker onkruiden een keer bloten om zo weer vol doende ruimte en licht te creëren voor kieming en vestiging van kruiden.
Is doorzaai van de bestaande zode geen optie? De meeste kruiden kiemen vrij traag en/of hebben een trage begingroei in vergelijking met grassen. De ervaringen met doorzaaien zijn mede daardoor meestal slecht. De kiemplanten van de kruiden moeten concurreren met de
bestaande grasmat. De groeisnelheid van gras is groter en daardoor worden de kiemplanten ‘overgroeid’ door het gras door concurrentie om licht. Als vernietiging van de bestaande zode niet gewenst of toegestaan is, is doorzaaien een optie. Vooral op veengronden kun je een tussenoptie van doorzaai en herinzaai overwegen. Hierbij spuit je de bestaande zode eerst dood waarbij je na 14 dagen het afgestorven gewas kort maait en afvoert. Vervolgens bewerk je de grond licht met een rotorkopeg zodat de zode wat opengewerkt is. Vervolgens zaai je het perceel door. Het voordeel is dat je op deze manier zo min mogelijk in de grond ‘roert’ en zo extra mineralisatie voorkomt. Op percelen waar de uitgangstoestand al geschikt is door meerjarige verschraling en het productieniveau op circa 5 ton droge stof per hectare ligt, kan door middel van het uitleggen van maaisel afkomstig van soortenrijke graslanden of bermen, de vegetatie worden verrijkt met extra kruiden. Zorg er wel voor dat je met kennis van zaken de bronlocatie kiest. Ongewenste soorten zoals het giftige Jacobs kruiskruid voor vee wil je natuurlijk met dit maaisel niet introduceren. Welke zaadmengsels zijn geschikt en waar kan ik deze kopen? Bij voorkeur worden kruidenrijke weidemengsels van inheemse herkomst gebruikt.
Soorten die in het verleden algemeen voorkwamen in onze graslanden bij een laag bemestingsniveau, zijn geschikt voor inzaai. Het zijn soorten die op verschillende bodems (grondsoort en vochtigheid) kunnen voorkomen. Verder verdragen ze beweiding en/of maaien en een lichte bemesting. Meer weten over welke mengsel geschikt zijn binnen je bedrijfsvoering? Neem contact op met je veldcoördinator van de lokale agrarische natuurvereniging.
Beheer van kruidenrijk grasland Bemesting Het eerste jaar na inzaai is bemesting ongewenst om de groei van productieve grassen niet teveel te stimuleren en de kruiden de ruimte te geven. Geef geen drijfmest in het voorjaar, omdat dit de grasgroei teveel stimuleert. Hierdoor ontstaat er een veel te zwaar gewas in het vroege voorjaar wat niet wenselijk is voor weidevogels. Pas geen bemesting met kunstmest toe op deze percelen. Dit werkt verzurend en stimuleert grasgroei wat ten koste van de ontwikkeling van kruiden. Maaien en/of weiden Afwisseling in maaien en beweiden van kruidenrijke graslanden heeft de voorkeur boven uitsluitend beweiden. Voor bloem bezoekende insecten, zoals vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen, is het belangrijk dat klavers en kruiden ook in bloei komen. Daarnaast is een structuurrijke vegetatie goed voor onder andere spinnen en sprinkhanen. Afhankelijk van de productie (niet te zware snede oogsten!) wordt er niet voor half juni gemaaid. Pas nabeweiding toe na de eerste snede. Je kunt er ook voor kiezen om de eventueel een tweede snede te maaien. Bij uitsluitend maaibe-
heer zullen typische weidesoorten als Engels raaigras en kamgras geleidelijk verdwijnen en hooilandsoorten als glanshaver en reukgras toenemen. De vegetatie zal zich ontwikkelen van een Kamgrasweide richting Glanshaverhooiland. Glanshaver-hooilanden zijn meestal soortenrijker dan kamgrasweiden. Voederwinning Het geoogste gras kan het beste als voordroogsilage (niet te droog, 40-45%) in afzonderlijk balen worden geperst. Je kunt het gras ook hooien of apart inkuilen. Een mengkuil met gangbaar raaigras is niet aan te raden. Door het kruidenrijk gras apart te bewaren kun je het gerichter voeren en beter inpassen in het rantsoen.
TYPE MEST
HOEVEELHEID
FREQUENTIE
TIJDSTIP VAN AANWENDING
Vaste strorijke rundermest
10 tot 15 ton per ha
1 x per 2 jaar
Vroege vj of na de 1e snede
Runder drijfmest
15 m3 per ha
jaarlijks
Na 1e snede eind juni
Onderhoudsbekalking om de pH op > 4.8 te houden. Voor veengronden: langzaam werkende kalkmeststof zoals zeewierkalk of op basis van magnesiumcarbonaat (Dolokal extra, Dolokal Supra of Magkal).
Graslandbeheer Gewasbescherming vindt alleen plaats in uitzonderlijke situaties. Bijvoorbeeld bij het strijden van probleemonkruiden als akkerdistels, Jacobskruiskruid of ridderzuring. Onkruiden bestrijd je pleksgewijs. Hierbij gaat de voorkeur uit naar mechanische bestrijden via maaien of
uitsteken. Gericht maaibeheer kan hierin ook een goed instrument zijn om ongewenste vegetatieontwikkeling te sturen. Tijdstip van maaien en maaihoogte kunnen de ontwikkeling van bepaalde soorten remmen of stimuleren. Ook gericht bemesten kan soms uitkomst bieden.
Bron: Veldgids Ontwikkelen van kruidenrijk grasland. Wim Schippers Aardewerkadvies
Colofon Dit is een uitgave van Collectief Rivierenland, Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek en Collectief Veluwe, februari 2018. Tekst: Wageningen University & Research, Rob Geerts Eindredactie: Nieuw & CO, Monique Nieuwenhuis Foto's: Rob Geerts, foto gruttojong: Piet Zuidema Vormgeving: Designimals, Laura Hondshorst
Kruidenrijk grasland is niet alleen mooi in het landschap, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. De teelt van kruidenrijk gras kent vele voordelen voor koe en boer. Deze brochure biedt kennis en inspiratie om met de teelt van kruidenrijk grasland aan de slag te gaan.
CR Coöperatieve Agrarische Natuurbeheervereniging Collectief Rivierenland
Middendijk, Breestuk, Nijbroek
Bijlage 3 Staat van Bedrijfsactiviteiten
86
Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten
Lijst van afkortingen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten < > = cat. e.d. kl. n.e.g. o.c. p.c. p.o. b.o. v.c. u d
niet van toepassing of niet relevant kleiner dan groter gelijk aan categorie en dergelijke klasse niet elders genoemd opslagcapaciteit productiecapaciteit productieoppervlak bedrijfsoppervlak verwerkingscapaciteit uur dag
w j B C D L Z R V G/P
week jaar bodemverontreiniging continu divers luchtverontreiniging zonering op basis van Wet geluidhinder risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing) Vuurwerkbesluit van toepassing verkeersaantrekkende werking goederenvervoer/personenvervoer: 1. potentieel geringe verkeersaantrekkende werking 2. potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking 3. potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking
SBI-CODE 1993
CATEGORIE
VERKEER
-
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING TEN BEHOEVE VAN DE LANDBOUW
0112
0
Tuinbouw:
0112
4
-
champignonkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
5
-
champignonkwekerijen met mestfermentatie
100
10
30
C
10
100
3.2
1 G
0112
6
-
bloembollendroog- en prepareerbedrijven
30
10
30
C
10
30
2
1 G
0112
7
-
witlofkwekerijen (algemeen)
30
10
30
C
10
30
2
1 G
014
0
Dienstverlening ten behoeve van de landbouw:
014
1
-
algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
2
-
algemeen (onder andere loonbedrijven): b.o.<= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
-
algemeen met opslag bestrijdingsmiddelen > 10 ton: zie SBI-code 51.55
014
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
01
nummer
GELUID
INDICES
STOF
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
OMSCHRIJVING
D
014
3
-
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²
30
10
50
10
50
3.1
2 G
014
4
-
plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
30
10
30
C
0
30
2
1 G
0142 05
KI-stations -
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN
0501.1
Zeevisserijbedrijven
100
0
100
C
50
100
3.2
2 G
0501.2
Binnenvisserijbedrijven
50
0
50
C
10
R
50
3.1
1 G
0502
0
Vis- en schaaldierkwekerijen
0502
1
-
oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven
100
30
50
C
0
100
3.2
1 G
0502
2
-
visteeltbedrijven
50
0
50
C
0
50
3.1
1 G
15
-
VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN
151
0
Slachterijen en overige vleesverwerking:
151
1
-
slachterijen en pluimveeslachterijen
100
0
100
C
50
151
2
-
vetsmelterijen
700
0
100
C
30
151
3
-
bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval
300
0
100
C
50
151
4
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1.000 m²
100
0
100
C
50
151
5
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1.000 m²
50
0
50
C
30
R
100
3.2
2 G
700
D
5.2
2 G
R
300
4.2
2 G
R
100
3.2
2 G
50
3.1
1 G
AFSTANDEN IN METERS
INDICES GROOTSTE AFSTAND
-
vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
30
0
50
10
50
3.1
1 G
7
-
50
0
50
10
50
3.1
1 G
151
8
loonslachterijen vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²
50
0
50
10
50
3.1
2 G
152
0
Visverwerkingsbedrijven:
152
1
-
drogen
700
100
200
C
30
700
5.2
2 G
152
2
-
conserveren
200
0
100
C
30
200
4.1
2 G
152
3
-
roken
300
0
50
C
0
300
4.2
1 G
152
4
-
verwerken anderszins: p.o. > 1.000 m²
300
10
50
C
30
300
4.2
2 G
152
5
-
conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 1.000 m²
100
10
50
30
100
3.2
1 G
152
6
-
conserveren of verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²
50
10
30
10
50
3.1
1 G
1531
0
Aardappelproductenfabrieken:
1531
1
-
vervaardiging van aardappelproducten
300
30
200
1531
2
-
vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m²
50
10
50
1532, 1533
0
Groente- en fruitconservenfabrieken:
1532, 1533
1
-
jam
50
10
100
C
1532, 1533
2
-
groente algemeen
50
10
100
C
1532, 1533
3
-
met koolsoorten
100
10
100
1532, 1533
4
-
met drogerijen
300
10
1532, 1533
5
-
met uienconservering (zoutinleggerij)
300
1541
0
Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1541
1
-
p.c. < 250.000 ton/jaar
1541
2
-
p.c. >= 250.000 ton/jaar
1542
0
Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:
1542
1
-
1542
2
-
1543
0
Margarinefabrieken:
1543
1
-
1543
2
-
C
D
VERKEER
GEVAAR
6
151
GELUID
STOF
151
nummer
GEUR
OMSCHRIJVING
CATEGORIE
SBI-CODE 1993
50
R
300
4.2
2 G
50
R
50
3.1
1 G
10
100
3.2
1 G
10
100
3.2
2 G
C
10
100
3.2
2 G
200
C
30
300
4.2
2 G
10
100
C
10
300
4.2
2 G
200
30
100
C
300
50
300
C
p.c. < 250.000 ton/jaar
200
10
100
C
p.c. >= 250.000 ton/jaar
300
10
300
C
p.c. < 250.000 ton/jaar
100
10
200
C
p.c. >= 250.000 ton/jaar
200
10
300
C
Z
Z
Z
30
R
200
4.1
3 G
50
R
300
4.2
3 G
100
R
200
4.1
3 G
200
R
300
4.2
3 G
30
R
200
4.1
3 G
50
R
300
4.2
3 G
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
STOF
VERKEER
INDICES CATEGORIE
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
1551
0
Zuivelproductenfabrieken:
1551
1
-
gedroogde producten, p.c. >= 1,5 ton/uur
200
100
500
C
Z
50
R
500
5.1
3 G
1551
2
-
geconcentreerde producten, verdampingscapaciteit >= 20 ton/uur
200
30
500
C
Z
50
R
500
5.1
3 G
1551
3
-
melkproductenfabrieken v.c. < 55.000 ton/jaar
50
0
100
C
50
R
100
3.2
2 G
1551
4
-
melkproductenfabrieken v.c. >= 55.000 ton/jaar
100
0
300
C
50
R
300
4.2
3 G
1551
5
-
overige zuivelproductenfabrieken
50
50
300
C
50
R
300
4.2
3 G
1552
1
Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²
50
0
100
C
50
R
100
3.2
2 G
1552
2
-
10
0
30
30
2
1 G
1561
0
Meelfabrieken:
1561
1
-
p.c. >= 500 ton/uur
200
100
300
C
100
R
300
4.2
2 G
1561
2
-
p.c. < 500 ton/uur
100
50
200
C
50
R
200
4.1
2 G
Grutterswarenfabrieken
50
100
200
C
50
4.1
2 G
1561
consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²
Z
0 Z
1562
0
Zetmeelfabrieken:
1562
1
-
p.c. < 10 ton/uur
200
50
200
C
1562
2
-
p.c. >= 10 ton/uur
300
100
300
C
1571
0
Veevoerfabrieken:
1571
1
-
destructiebedrijven
700
30
200
C
50
1571
2
-
beender-, veren-, vis-, en vleesmeelfabriek
700
100
100
C
30
1571
3
-
drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) capaciteit < 10 ton/uur water
300
100
200
C
30
1571
4
-
drogerijen (gras, pulp, groenvoeder, veevoeder) capaciteit >= 10 ton/uur water
700
200
300
C
1571
5
-
mengvoeder, p.c. < 100 ton/uur
200
50
200
C
1571
6
-
mengvoeder, p.c. >= 100 ton/uur
300
100
300
C
Vervaardiging van voer voor huisdieren
200
100
200
C
30
1572
Z
Z Z
200
D
30
R
200
4.1
1 G
50
R
300
4.2
2 G
700
D
5.2
3 G
700
D
5.2
3 G
300
4.2
2 G
50
700
5.2
3 G
30
200
4.1
3 G
300
4.2
3 G
200
4.1
2 G
50
R
R
1581
0
Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:
1581
1
-
v.c. < 7.500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens
30
10
30
C
10
30
2
1 G
1581
2
-
v.c. >= 7.500 kg meel/week
100
30
100
C
30
100
3.2
2 G
Banket, biscuit- en koekfabrieken
100
10
100
C
30
100
3.2
2 G
500
100
300
C
100
500
5.1
2 G
1582 1583
0
Suikerfabrieken:
1583
1
-
v.c. < 2.500 ton/jaar
R
500
50
100
v.c. >= 2.500 ton/jaar
1584
1
-
1584
2
C
Z
VERKEER
cacao- en chocoladefabrieken: p.o. > 2.000 m² cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 2.000 m² cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m²
Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:
CATEGORIE
700
-
0
INDICES GROOTSTE AFSTAND
200
2
1584
GEVAAR
STOF
1000
1583
-
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
200
R
1000
5.3
3 G
100
50
R
500
5.1
2 G
30
50
30
100
3.2
2 G
1584
3
30
10
30
10
30
2
1 G
1584
4
-
suikerwerkfabrieken met suiker branden
300
30
50
30
R
300
4.2
2 G
1584
5
-
suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²
100
30
50
30
R
100
3.2
2 G
1584
6
-
suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m²
30
10
30
10
30
2
1 G
50
30
10
10
50
3.1
2 G
1585
Deegwarenfabrieken
1586
0
Koffiebranderijen en theepakkerijen:
1586
1
-
koffiebranderijen
500
30
200
10
500
5.1
2 G
1586
2
-
theepakkerijen
100
10
30
10
100
3.2
2 G
4.1
2 G
4.1
2 G
200
4.1
2 G
100
3.2
2 G
300
4.2
2 G
C
1587
Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden
200
30
50
10
200
1589
Vervaardiging van overige voedingsmiddelen
200
30
50
30
200
1589.1
Bakkerijgrondstoffenfabrieken
200
50
50
50
R
D
D
1589.2
0
Soep- en soeparomafabrieken:
1589.2
1
-
zonder poederdrogen
100
10
50
10
1589.2
2
-
met poederdrogen
300
50
50
50 30
200
4.1
2 G
300
4.2
2 G
1589.2
Bakmeel- en puddingpoederfabrieken
200
50
50
1591
Destilleerderijen en likeurstokerijen
300
30
200
C
30
R
1592
0
Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:
1592
1
-
p.c. < 5.000 ton/jaar
200
30
200
C
30
R
200
4.1
1 G
1592 1593 t/m 1595
2
-
p.c. >= 5.000 ton/jaar
300
50
300
C
50
R
300
4.2
2 G
30
2
1 G
R
300
4.2
2 G
300
4.2
2 G
100
3.2
3 G
Vervaardiging van wijn, cider en dergelijke
10
0
30
C
0
1596
Bierbrouwerijen
300
30
100
C
50
1597
Mouterijen
300
50
100
C
30
1598
Mineraalwater- en frisdrankfabrieken
10
0
100
50
R
-
50
100
C
30
200
4.1
2 G
30
100
3.2
2 G
VERKEER
10
CATEGORIE
50
VERWERKING VAN TABAK Tabakverwerkende industrie
171
30
GROOTSTE AFSTAND
17
200
INDICES
GEVAAR
-
160
STOF
16
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Bewerken en spinnen van textielvezels
172
0
Weven van textiel:
172
1
-
aantal weefgetouwen < 50
10
10
100
172
2
-
aantal weefgetouwen >= 50
10
30
300
Z
0
100
3.2
2 G
50
300
4.2
3 G
173
Textielveredelingsbedrijven
50
0
50
10
50
3.1
2 G
174, 175
Vervaardiging van textielwaren
10
0
50
10
50
3.1
1 G
1751
Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken
100
30
200
10
200
4.1
2 G
176, 177
Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen
0
10
50
10
50
3.1
1 G
18
-
VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT
181
Vervaardiging kleding van leer
30
0
50
0
50
3.1
1 G
182
Vervaardiging van kleding en -toebehoren (exclusief van leer)
10
10
30
10
30
2
2 G
183
Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont
50
10
10
10
50
3.1
1 G
4.2
2 G
3.1
2 G
19
-
VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCLUSIEF KLEDING)
191
Lederfabrieken
300
30
100
10
300
192
Lederwarenfabrieken (exclusief kleding en schoeisel)
50
10
30
10
50
193
Schoenenfabrieken
50
10
50
10
50
3.1
2 G
0
50
100
50
100
3.2
2 G
200
30
50
10
200
4.1
2 G
20
-
2010.1
D
HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK EN DERGELIJKE Houtzagerijen
2010.2
0
Houtconserveringsbedrijven:
2010.2
1
-
met creosootolie
R
202 203, 204, 205 203, 204, 205
2
met zoutoplossingen
Fineer- en plaatmaterialenfabrieken
VERKEER
CATEGORIE
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
10
30
50
10
50
3.1
2 G
100
30
100
10
100
3.2
3 G
0
30
100
0
100
3.2
2 G
0
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout
1
Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m²
0
30
50
0
50
3.1
1 G
Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken
10
10
30
0
30
2
1 G
200
100
200
C
200
4.1
3 G
205 21
-
INDICES
STOF
2010.2
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
-
2111
VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN Vervaardiging van pulp
2112
0
Papier- en kartonfabrieken:
2112
1
-
p.c. < 3 ton/uur
50
30
50
C
2112
2
-
p.c. 3 - 15 ton/uur
100
50
200
C
Z
2112
3
-
p.c. >= 15 ton/uur
200
100
300
C
Z
30
30
100
C
212
Papier- en kartonwarenfabrieken
2121.2
0
Golfkartonfabrieken:
2121.2
1
-
p.c. < 3 ton/uur
30
30
100
C
2121.2
2
-
p.c. >= 3 ton/uur
50
30
200
C
22
-
UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA C
Z
50
R
30
R
50
3.1
1 G
50
R
200
4.1
2 G
100
R
300
4.2
3 G
30
R
100
3.2
2 G
30
R
100
3.2
2 G
30
R
200
4.1
2 G
2221
Drukkerijen van dagbladen
30
0
100
10
100
3.2
3 G
2222
Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)
30
0
100
10
100
3.2
3 G
2222.6
Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen
10
0
30
0
30
2
1 P
2223
A
Grafische afwerking
0
0
10
0
10
1
1 G
2223
B
Binderijen
30
0
30
0
30
2
2 G
2224
Grafische reproductie en zetten
30
0
10
10
30
2
2 G
2225
Overige grafische activiteiten
30
0
30
10
30
2
2 G
223
Reproductiebedrijven opgenomen media
0
0
10
0
10
1
1 G
D
GROOTSTE AFSTAND
GEVAAR
STOF
VERKEER
INDICES CATEGORIE
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
231
Cokesfabrieken
1000
700
1000
C
Z
100
R
1000
5.3
2 G
2320.1
Aardolieraffinaderijen
1500
100
1500
C
Z
1500
R
1500
6
3 G
23
-
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERKENDE INDUSTRIE; BEWERKING SPLIJT/KWEEKSTOFFEN
2320.2
A
Smeeroliën- en vettenfabrieken
50
0
100
30
R
100
3.2
2 G
2320.2
B
Recyclingbedrijven voor afgewerkte olie
300
0
100
50
R
300
4.2
2 G
2320.2
C
Aardolieproductenfabrieken n.e.g.
300
0
200
50
R
300
D
4.2
2 G
Splijt- en kweekstoffenbewerkingsbedrijven
10
10
100
1500
1500
D
6
1 G
233 24
-
VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN
2411
0
Vervaardiging van industriële gassen:
2411
1
-
luchtscheidingsinstallatie v.c. >= 10 ton/dag lucht
10
0
700
C
100
R
700
5.2
3 G
2411
2
-
overige gassenfabrieken, niet explosief
100
0
500
C
100
R
500
5.1
3 G
2411
3
-
overige gassenfabrieken, explosief
100
0
500
C
300
R
500
5.1
3 G
200
0
200
C
200
R
200
D
4.1
3 G
2412
Kleur- en verfstoffenfabrieken
Z
2413
0
Anorganische chemische grondstoffenfabrieken:
2413
1
-
niet vallend onder 'post-Seveso-richtlijn'
100
30
300
C
300
R
300
D
4.2
2 G
2413
2
-
vallend onder 'post-Seveso-richtlijn'
300
50
500
C
700
R
700
D
5.2
3 G
2414.1
A0
Organische chemische grondstoffenfabrieken:
2414.1
A1
-
niet vallend onder 'post-Seveso-richtlijn'
300
10
200
C
300
R
300
D
4.2
2 G
2414.1
A2
-
vallend onder 'post-Seveso-richtlijn'
1000
30
500
C
700
R
1000
D
5.3
2 G
2414.1
B0
Methanolfabrieken:
2414.1
B1
-
p.c. < 100.000 ton/jaar
100
0
200
C
100
R
200
4.1
2 G
2414.1
B2
-
p.c. >= 100.000 ton/jaar
200
0
300
C
200
R
300
4.2
3 G
2414.2
0
Vetzuren en alkanolenfabrieken (niet synthetische):
2414.2
1
-
p.c. < 50.000 ton/jaar
300
0
200
C
100
R
300
4.2
2 G
2414.2
2
-
p.c. >= 50.000 ton/jaar
500
0
300
C
200
R
500
5.1
3 G
2415
Kunstmeststoffenfabrieken
500
300
500
C
500
R
500
5.1
3 G
2416
Kunstharsenfabrieken en dergelijke
700
30
300
C
500
R
700
5.2
3 G
Z
Z
STOF
GELUID
GEVAAR
VERKEER
INDICES CATEGORIE
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GROOTSTE AFSTAND
SBI-CODE 1993
242
0
Landbouwchemicaliënfabrieken:
242
1
-
fabricage
300
50
100
C
1000
R
1000
5.3
3 G
242
2
-
formulering en afvullen
100
10
30
C
500
R
500
D
5.1
2 G
Verf, lak en vernisfabrieken
300
30
200
C
300
R
300
D
4.2
3 G
243 2441
0
Farmaceutische grondstoffenfabrieken:
2441
1
-
p.c. < 1.000 ton/jaar
200
10
200
C
300
R
300
4.2
1 G
2441
2
-
p.c. >= 1.000 ton/jaar
300
10
300
C
500
R
500
5.1
2 G
2442
0
Farmaceutische productenfabrieken:
2442
1
-
formulering en afvullen geneesmiddelen
50
10
50
50
R
50
3.1
2 G
2442
2
-
verbandmiddelenfabrieken
10
10
30
10
30
2
2 G
2451
Zeep-, was- en reinigingsmiddelenfabrieken
300
100
200
C
100
R
300
4.2
3 G
2452
Parfumerie- en cosmeticafabrieken
300
30
50
C
50
R
300
4.2
2 G
2462
0
Lijm- en plakmiddelenfabrieken:
2462
1
-
zonder dierlijke grondstoffen
100
10
100
50
100
3.2
3 G
2462
2
-
met dierlijke grondstoffen
500
30
100
50
500
5.1
3 G
Fotochemische productenfabrieken
50
10
100
50
R
100
3.2
3 G
50
R
50
3.1
3 G
4.1
2 G
2464 2466
A
Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken
50
10
50
2466
B
Overige chemische productenfabrieken n.e.g.
200
30
100
C
200
R
200
Kunstmatige synthetische garen- en vezelfabrieken
300
30
300
C
200
R
300
4.2
3 G
300
50
300
C
100
R
300
4.2
2 G
247 25
-
2511
D
VERVAARDIGING VAN PRODUCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF Rubberbandenfabrieken
2512
0
Loopvlakvernieuwingsbedrijven:
2512
1
-
vloeroppervlak < 100 m²
50
10
30
30
50
3.1
1 G
2512
2
-
vloeroppervlak >= 100 m²
200
50
100
50
R
200
4.1
2 G
100
10
50
50
R
100
3.2
1 G
2513
Rubber-artikelenfabrieken
D
252
0
Kunststofverwerkende bedrijven:
252
1
-
zonder fenolharsen
200
50
100
100
R
200
4.1
2 G
252
2
-
met fenolharsen
300
50
100
200
R
300
4.2
2 G
30
30
100
30
100
300
glaswol en glasvezels, p.c.< 5.000 ton/jaar
300
100
100
glaswol en glasvezels, p.c. >= 5.000 ton/jaar
500
200
300
26
-
VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN
261
0
Glasfabrieken:
261
1
-
glas en glasproducten, p.c. < 5.000 ton/jaar
261
2
-
glas en glasproducten, p.c. >= 5.000 ton/jaar
261
3
-
261
4
-
30
50
3.1
2 G
100
3.2
1 G
300
4.2
2 G
300
4.2
1 G
500
5.1
2 G
30 C
Z
50
R
30 C
Z
50
R
VERKEER
50
productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen
CATEGORIE
30
-
GROOTSTE AFSTAND
50
3
INDICES
GEVAAR
STOF
252
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
2612
Glas-in-loodzetterij
10
30
30
10
30
2
1 G
2615
Glasbewerkingsbedrijven
10
30
50
10
50
3.1
1 G
262, 263
0
Aardewerkfabrieken:
262, 263
1
-
vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW
10
10
30
10
30
2
1 G
262, 263
2
-
vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW
30
50
100
30
100
3.2
2 G
264
A
Baksteen en baksteenelementenfabrieken
30
200
200
30
200
4.1
2 G
264
B
Dakpannenfabrieken
50
200
200
100
R
200
4.1
2 G
2651
0
Cementfabrieken:
2651
1
-
p.c. < 100.000 ton/jaar
10
300
500
C
30
R
500
5.1
2 G
2651
2
-
p.c. >= 100.000 ton/jaar
30
500
1000
C
50
R
1000
5.3
3 G
2652
0
Kalkfabrieken:
2652
1
-
p.c. < 100.000 ton/jaar
30
200
200
30
R
200
4.1
2 G
2652
2
-
p.c. >= 100.000 ton/jaar
50
500
300
50
R
500
5.1
3 G
2653
0
Gipsfabrieken:
2653
1
-
p.c. < 100.000 ton/jaar
30
200
200
30
R
200
4.1
2 G
2653
2
-
p.c. >= 100.000 ton/jaar
50
500
300
50
R
500
5.1
3 G
2661.1
0
Betonwarenfabrieken:
2661.1
1
-
zonder persen, triltafels en bekistingtrille
10
100
200
30
200
4.1
2 G
2661.1
2
-
met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. < 100 ton/dag
10
100
300
30
300
4.2
2 G
2661.1
3
-
met persen, triltafels of bekistingtrillers, p.c. >= 100 ton/dag
30
200
700
30
700
5.2
3 G
Z
Z
Z
Z
Kalkzandsteenfabrieken:
1
-
p.c. < 100.000 ton/jaar
10
50
100
2661.2
2
-
p.c. >= 100.000 ton/jaar
30
200
300
50
50
100
2662
Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken
Z
30
100
3.2
2 G
30
300
4.2
3 G
30
100
3.2
2 G
2663, 2664
0
Betonmortelcentrales:
2663, 2664
1
-
p.c. < 100 ton/uur
10
50
100
2663, 2664
2
-
p.c. >= 100 ton/uur
30
200
300
2665, 2666
0
Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:
2665, 2666
1
-
p.c. < 100 ton/dag
10
50
100
2665, 2666
2
-
p.c. >= 100 ton/dag
30
200
300
267
0
Natuursteenbewerkingsbedrijven:
267
1
-
zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m²
10
30
100
0
100
267
2
-
zonder breken, zeven en drogen: p.o. <= 2.000 m²
10
30
50
0
50
267
3
-
met breken, zeven of drogen, v.c. < 100.000 ton/jaar
10
100
300
10
267
4
-
met breken, zeven of drogen, v.c. >= 100.000 ton/jaar
30
200
700
10
30
50
2681
Slijp- en polijstmiddelenfabrieken A0
Bitumineuze materialenfabrieken:
2682
A1
-
p.c. < 100 ton/uur
300
100
100
2682
A2
-
p.c. >= 100 ton/uur
500
200
200
2682
B0
Isolatiematerialenfabrieken (exclusief glaswol):
2682
B1
-
steenwol, p.c. >= 5.000 ton/jaar
100
200
300
C
2682
B2
-
overige isolatiematerialen
200
100
100
C
2682
C
Minerale productenfabrieken n.e.g.
50
50
2682
D0 Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur
100
2682
D1 -
asfaltcentrales: p.c. >= 100 ton/uur
27
-
VERVAARDIGING VAN METALEN
271
0
Ruwijzer- en staalfabrieken:
271
1
-
p.c. < 1.000 ton/jaar
10
100
3.2
3 G
Z
10
300
4.2
3 G
50
R
100
3.2
2 G
Z
200
R
300
4.2
3 G
3.2
1 G
3.1
1 G
300
4.2
1 G
10
700
5.2
2 G
10
50
3.1
1 G
Z
2682
VERKEER
GROOTSTE AFSTAND
0
2661.2
GEVAAR
STOF
2661.2
INDICES CATEGORIE
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
D
D
30
300
4.2
3 G
Z
50
500
5.1
3 G
Z
30
300
4.2
2 G
50
200
4.1
2 G
100
50
100
3.2
2 G
50
200
30
200
4.1
3 G
200
100
300
50
300
4.2
3 G
700
500
700
700
5.2
2 G
Z
200
R
D
-
0
IJzeren- en stalenbuizenfabrieken:
272
1
-
p.o. < 2.000 m²
30
30
500
272
2
-
p.o. >= 2.000 m²
50
100
1000
273
0
Draadtrekkerijen, koudbandwalserijen en profielzetterijen:
273
1
-
p.o. < 2.000 m²
30
30
300
273
2
-
p.o. >= 2.000 m²
50
50
700
274
A0
Non-ferro-metaalfabrieken:
274
A1
-
p.c. < 1.000 ton/jaar
100
100
300
274
A2
-
p.c. >= 1.000 ton/jaar
200
300
700
274
B0
Non-ferro-metaalwalserijen, -trekkerijen en dergelijke:
274
B1
-
p.o. < 2.000 m²
50
50
500
274
B2
-
p.o. >= 2.000 m²
200
100
1000
2751, 2752
0
IJzer- en staalgieterijen/ -smelterijen:
2751, 2752
1
-
p.c. < 4.000 ton/jaar
100
50
300
C
2751, 2752
2
-
p.c. >= 4.000 ton/jaar
200
100
500
C
2753, 2754
0
Non-ferro-metaalgieterijen/ -smelterijen:
2753, 2754
1
-
p.c. < 4.000 ton/jaar
100
50
300
C
2753, 2754
2
-
p.c. >= 4.000 ton/jaar
200
100
500
C
28
-
VERVAARDIGING EN REPARATIE VAN PRODUCTEN VAN METAAL (EXCLUSIEF MACHINES/TRANSPORTMIDDELEN)
281
0
Constructiewerkplaatsen:
281
1
-
gesloten gebouw
30
30
100
281
1a
-
gesloten gebouw, p.o. < 200 m²
30
30
50
281
2
-
in open lucht, p.o. < 2.000 m²
30
50
200
281
3
-
in open lucht, p.o. >= 2.000 m²
50
200
300
2821
0
Tank- en reservoirbouwbedrijven:
2821
1
-
30
50
300
p.o. < 2.000 m²
1500
C
VERKEER
2
272
CATEGORIE
1000
271
Z
300
R
1500
6
3 G
500
5.1
2 G
R
1000
5.3
3 G
30 Z
50 30
Z
INDICES GROOTSTE AFSTAND
1500
GEVAAR
STOF
p.c. >= 1.000 ton/jaar
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
nummer
OMSCHRIJVING
GELUID
SBI-CODE 1993
300
4.2
2 G
50
R
700
5.2
3 G
30
R
300
4.2
1 G
Z
50
R
700
5.2
2 G
50
R
500
5.1
2 G
Z
100
R
1000
5.3
3 G
30
R
300
4.2
1 G
50
R
500
5.1
2 G
30
R
300
4.2
1 G
50
R
500
5.1
2 G
30
100
3.2
2 G
10
50
3.1
1 G
30
200
4.1
2 G
30
300
4.2
3 G
300
4.2
2 G
Z
Z
Z
30
R