Bijlage 3 - Archeologisch onderzoek PvE (2022-29581)
Tekst van het document
PvE 7581.001 versie 1
Pagina 16 van 21
9
(DE)SELECTIE EN CONSERVERING
9.1
Selectie materiaal voor uitwerking
De selectie van vondsten en monsters wordt gedaan in het licht van de vraagstelling, onder verantwoording van de Senior KNA-archeoloog. De gemaakte selectie wordt in het evaluatierapport beschreven. 9.2
Selectie materiaal voor deponering en verwijdering
Alle organische en anorganische artefacten die hiervoor in aanmerking komen, zoals houten en leren objecten en metalen voorwerpen, dienen te worden geconserveerd. Hiervan kan alleen worden afgeweken met instemming van de eigenaar van de vondsten, de provincie. De senior KNAarcheoloog kan een voorstel tot de selectie maken, waarin hij op onderbouwde wijze aangeeft, waarom bepaalde voorwerpen niet hoeven te worden gedeponeerd. Als het depot daarmee instemt kunnen deze voorwerpen verwijderd worden. Voorwerpen die niet gedeponeerd worden hoeven niet geconserveerd te worden. Tijdelijke opslag van geselecteerde vondsten dient zo te geschieden dat de kwaliteit ervan niet achteruit gaat. (Eerste) selectie vindt plaats door de uitvoerende instantie (Senior KNA-archeoloog, dan wel materiaalspecialist). 9.3
Selectie materiaal voor conservering
In overleg met de bevoegde overheid wordt bepaald welke voorwerpen voor conservering in aanmerking komen. Voor de conservering gelden bovendien de aanleveringseisen van het Archeologisch Depot van de provincie Gelderland.
10
DEPONERING
10.1 Eisen betreffende depot
Alle vondsten zijn vanaf het moment van vinden eigendom van de provincie (Erfgoedwet Artikel 5.7. Eigendom van archeologische vondsten), tenzij zij gedaan zijn in een gemeente met een eigen erkend depot (zie ook Erfgoedwet Artikel 5.7. Eigendom van archeologische vondsten) dan wel van de Staat indien zij buiten het grondgebied van enige gemeente zijn gevonden. In deze gevallen valt het eigendom toe aan respectievelijk gemeente of Staat. De projectleider kan na de uitwerking het depot voorstellen een deel van de vondsten te selecteren voor definitieve verwijdering uit de collectie, mits wetenschappelijk verantwoord en op advies van een deskundige specialist. De selectie dient representatief te zijn voor het geheel van het verzameld materiaal binnen de aangetroffen materiaalcategorie. Het is wenselijk om van het materiaal dat wordt verwijderd bepaalde basisinformatie te registreren (zoals aantal, gewicht etc.), alvorens het te deselecteren. Deze representatieve selectie maakt deel uit van het selectierapport en dient altijd ter goedkeuring voorgelegd worden aan depothouder (/eigenaar). Het is aan de beheerder van het depot om over de definitieve verwijdering te beslissen. Uitzondering op het bovenstaande vormt de materiaalcategorie ‘bouwmateriaal, onversierd’; dit kan meteen in het veld door de uitvoerend archeologen representatief worden geselecteerd.
PvE 7581.001 versie 1
Pagina 17 van 21
Opgegraven vondstcomplexen (onderzoeksdocumentatie en vondsten) worden zo compleet mogelijk aangeleverd. De vondsten, monsters en documentatie dienen binnen een periode van 2 jaar na afronding van het veldwerk te worden overgedragen aan het Archeologisch Depot van de Provincie Gelderland, conform de deponeringseisen van het depot en de desbetreffende specificaties van de KNA versie 4.0. De (eind)resultaten van het onderzoek worden verwerkt in ARCHIS. 10.2 Te leveren product Eind-/tussenproduct is een rapport volgens de vigerende versie van de KNA-specificatie volgens onderstaande bepalingen in dit hoofdstuk van dit PvE. Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. 10.3 E-depot Conform KNA 4.0 wordt ook een digitale versie van het rapport aangeleverd aan en opgenomen in het zogenaamde E-depot. (www.edna.nl) onder vermelding van het onderzoeksmeldingsnummer.
11
RANDVOORWAARDEN EN AANVULLENDE EISEN
11.1 Personele randvoorwaarden Het onderzoek moet worden verricht door een daarvoor gecertificeerd bedrijf conform BRL 4000 en de protocollen 4003 en 4004, onder leiding van personeel dat in het beroepsregister is ingeschreven. Het team dat het onderzoek uitvoert staat onder leiding van een Senior KNA-archeoloog als projectleider, met ervaring met onderzoeken in het Utrechts/Gelders zandgebied, of in vergelijkbare regio’s. In het veld worden de werkzaamheden uitgevoerd door minimaal een KNA-archeoloog, als dagelijks wetenschappelijk leider, met ervaring met onderzoeken in het Utrechts/Gelders zandgebied, of in vergelijkbare regio’s, en minimaal een veldtechnicus/archeoloog. De metaaldetector dient te worden gehanteerd door een medewerker met ervaring. De door de archeologisch uitvoerder in te zetten functionarissen zoals Projectleider, KNAarcheoloog en specialisten dienen over aantoonbare kennis te beschikken over nederzettingen en vondstmateriaal van de aan te treffen archeologische periode(n). De graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door een kraanmachinist met aantoonbare ervaring in het Utrechts/Gelders zandgebied. Indien deze niet voorhanden is, dient de machinist te worden begeleid door een Senior KNA-Archeoloog. De veldploeg dient qua samenstelling te voldoen aan de KNA versie 4.0.
Dit is minimaal een KNAArcheoloog Ma en een KNA-Archeoloog Ba, Senior veldtechnicus. Een fysisch geograaf met een specialisatie in het Utrechts/Gelders zandgebied of een archeoloog met relevante fysisch-geografische ervaring wordt ingezet voor de interpretatie van ingewikkelde bodemprofielen. De materiaalanalyses worden uitgevoerd door specialisten met aantoonbare ervaring op het gebied van materiële cultuur, botanische en archeozoölogische resten uit de te verwachten perioden. Zowel voor veldwerk als voor de uitwerking, conservering en rapportage is de aanwezigheid van een Senior KNA-archeoloog en een specialist met periode-/materiaal- of gebiedspecifieke kennis en/of ervaring vereist.
PvE 7581.001 versie 1
Pagina 18 van 21
Uitwerking en rapportage dienen te geschieden door materiaal- en diachrone-specialisten (zoals fysisch-geograaf, fysisch-antropoloog, aardewerkdeskundige, archeozoöloog, archeobotanicus) met aantoonbare ervaring op het gebied van de door hen te onderzoeken materiaalgroep/categorie. 11.2 Overlegmomenten Indien tijdens het veldwerk sporen, structuren of vondsten worden aangetroffen waarvan de aard, omvang of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Er vindt dan op korte termijn een bijeenkomst plaats, waarop de archeologisch uitvoerder, de opdrachtgever en de bevoegde overheid een vervolgstrategie bepalen. 11.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de richtlijnen van de KNA versie 4.0 en dit PvE. In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA versie 4.0 van toepassing. Het veldwerk wordt uitgevoerd onder leiding van een KNA-archeoloog. Er is een Senior KNAarcheoloog als eindverantwoordelijke betrokken bij het project. Ten aanzien van de conditie, kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De KNA-archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is.
Indien de resultaten van het veldwerk niet van dien aard zijn dat er reden is voor het opstellen van een evaluatierapport kan dit achterwege blijven. Bij de evaluatiefase wordt in een selectierapport een voorstel gedaan voor de te deponeren en te verwijderen vondsten. De depothouder van de provincie Gelderland wordt het selectierapport tijdens de evaluatiefase ter goedkeuring voorgelegd. Pas na goedkeuring van het selectierapport door de depothouder kunnen vondsten en monsters op controleerbare wijze worden verwijderd. Indien na 15 werkdagen geen reactie is gekomen van de depotbeheerder kan het werk zonder goedkeuring voortgezet worden. Na afloop van het veldwerk wordt een kort (telefonisch) overleg gehouden met de opdrachtgever over de resultaten. Te deponeren vondsten en monsters worden ingekrompen tot een minimale hoeveelheid benodigd voor herinterpretatie en/of uitgebreider onderzoek, gebaseerd op wetenschappelijke criteria. 11.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen De externe communicatie rondom het archeologisch onderzoek ligt geheel in handen van de opdrachtgever. Vanuit de archeologische uitvoerder zal alle medewerking worden verwacht voor het verschaffen van inhoudelijke informatie die voor de externe communicatie van belang kan zijn.
Indien het wenselijk wordt geacht dat er een informatiemoment wordt georganiseerd en de inzet vanuit de archeologische uitvoerder hiervoor niet vanuit de verleende opdracht is te realiseren, dan worden hiervoor eerst aanvullende afspraken gemaakt.
PvE 7581.001 versie 1
Pagina 19 van 21
12
WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE
12.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Indien tijdens het veldwerk bijzondere vondsten worden gedaan of (complexe) sporen of structuren worden aangetroffen die niet in het onderzoeksvoorstel zijn voorzien, wordt contact opgenomen met de bevoegde overheid. In overleg zal dan eventueel kunnen worden gekozen voor een andere aanpak. Indien het gaat om belangrijke wijzigingen, zullen deze te allen tijde aantoonbaar voorgelegd worden aan de bevoegde overheid en de depothouder. Belangrijke wijzigingen zijn: o Significante afwijkingen van verwachte vondstmateriaal/vondsten (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). o Wijzigingen die (de)selectie en conservering vondsten beïnvloeden. Wijzigingen op het PvE worden overlegd met de bevoegde overheid. Ook in geval van minderwerk of het eventueel uitvoeren van meerwerk, wordt eerst overlegd met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Mutaties op het PvE worden altijd schriftelijk vastgelegd, evenals afspraken voortvloeiend uit evaluatievergaderingen en andere bijeenkomsten. Bij ingrijpende wijzigingen is altijd toestemming van de bevoegde overheid nodig.
12.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid: Afwijking van de archeologische verwachting, Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode, Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden, Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten. 12.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie 12.4 12.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Na afloop van het veldwerk wordt contact opgenomen met de opdrachtgever om dit te melden en vindt er indien nodig een voorlopige evaluatie plaats van de behaalde resultaten en de mogelijk aangetroffen archeologische waarden. Tijdens dit overleg bepalen de Senior KNA-archeoloog en de bevoegde overheid samen de verdere strategie bij de uitwerking en stellen ze de noodzaak vast van de analyse van eventuele monsters en van mogelijke laboratoriumdateringen. Alle vondsten en uitgewerkte monsters moeten geconserveerd worden aangeleverd aan het archeologisch depot, tenzij schriftelijk en op grond van een selectierapport voor conservering anders is aangegeven door de desbetreffende depothouder. In een conserveringsrapport dient te worden vastgelegd welke vondsten op welke wijze en met welke middelen zijn geconserveerd.
Ten aanzien van de conditie kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie geldt dat dit in overleg met de bevoegde overheid zal plaatsvinden. De KNA-archeoloog neemt het initiatief voor overleg en evaluatie indien dit nodig is.
PvE 7581.001 versie 1
Pagina 20 van 21
13
AANVULLENDE EISEN
13.1 Uitvoeringsperiode en opleveringstermijn veldwerk De uitvoerdatum en uitvoeringstermijn van het veldwerk wordt in overleg met de opdrachtgever vastgesteld. De archeologisch uitvoerder dient zorg te dragen voor het aanmelden van het onderzoek bij de RCE uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de start van het veldwerk. 13.2 Uitvoeringscondities veldwerk Toegankelijkheid, vergunningen, betredingstoestemming en bereikbaarheid dienen door de opdrachtgever te worden geregeld. Tevens draagt de opdrachtgever zorg voor gelegenheid tot het plaatsen van een schaftwagen, een container voor opslag van materiaal en een chemisch toilet. De opdrachtgever verzorgt de contacten met andere belanghebbenden. Tenzij door de opdrachtgever nadere bepalingen zijn gesteld, worden de proefsleuven tijdens of onmiddellijk na het onderzoek gedicht en aangereden volgens met de opdrachtgever gemaakte afspraken. Additionele deelname van amateurarcheologen aangesloten bij een lokale of regionale/landelijke vereniging op het gebied van de archeologie is welkom, mits onder begeleiding van de archeologische aannemer en tijdens reguliere werkuren. Voorwaarde hieraan is dat ze een positieve bijdrage kunnen leveren aan het veldwerk en/of inhoud van het onderzoek. De aanwezigheid van amateurarcheologen wordt vastgelegd in de dag- en weekrapporten.
Het goedgekeurde PvE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn. De archeologische uitvoerder zorgt dat grote/belangrijke archeologische sporen en resten aan het eind van de dag zijn veilig gesteld voor “schatgravers”. De opdrachtgever informeert de archeologische uitvoerder over de ligging van kabels en leidingen op de onderzoekslocatie. De gravende civieltechnische uitvoerder doet een graafmelding bij het KLIC indien de gegevens van kabels en leidingen niet voorhanden zijn bij de opdrachtgever. De opdrachtgever verstrekt indien gewenst kopieën van de milieurapporten. De uitvoerder neemt preventieve maatregelen tegen inbraak en vandalisme. Opgravingdocumentatie en waardevolle vondsten mogen niet onbeheerd in de keten achterblijven. 13.3 Niet gesprongen explosieven (NGE) Indien er een NGE wordt aangetroffen dan wordt het explosief met een laagje grond en eventueel de bak van de kraan afgedekt. De veldwerkzaamheden dienen te worden gestaakt en afhankelijk van de grootte van het aangetroffen projectiel dient het terrein te worden ontruimd. De politie dient te worden gebeld die een proces verbaal zal opstellen en de vondst bij de explosieven opruimingsdienst (EOD) zal melden.
Afhankelijk van het soort projectiel kunnen daarna de veldwerkzaamheden in een ander deel van het plangebied worden voortgezet of dienen deze te worden gestaakt totdat het projectiel door de EOD is verwijderd.
PvE 7581.001 versie 1
Pagina 21 van 21
Figuur 1: Situering van het plangebied binnen Nederland.
Enkweg te Wilp. Situering van het plangebied binnen Nederland (bron : http://gis.kademo.nl/gs2/wms) Legenda Plangebied
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 2: Detailkaart van het plangebied.
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 3: Luchtfoto van het plangebied.
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 4: Uitsnede archeologische beleidskaart
PVE 7581.001 VERSIE 1
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 5: Uitsnede geomorfologische kaart
Enkweg te Wilp. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Plangebied
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 6: Uitsnede bodemkaart
Enkweg te Wilp. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Plangebied
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 7: Bekende archeologische waarden
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 8: Uitsnede kadastrale minuutkaart 1811-1832
PVE 7581.001 VERSIE 1
Figuur 9: Proefsleuvenplan
PVE 7581.001 VERSIE 1
Bijlage 1: Tabel met de verwachtte aantallen15 Onderzoek
Verwachting
Enkweg te Wilp, gemeente Twello
Paleolithicum-Nieuwe tijd
Omvang
Verwachte aantal m
m
2
2
m2
Vondstcategorie
Verwachte aantallen (N)
Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen
stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk
Monstername
Verwachte aantallen (N)
Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk stuk
15
Aan deze aantallen kunnen geen rechten worden ontleend.
PVE 7581.001 VERSIE 1
25 5 0 0 0 0 0 2 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5 2 0 0 0 0 0 0 0 0
Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen
Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”
In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”
nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
nee nee nee nee nee nee nee nee ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee
ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja
nee nee nee nee nee nee nee nee nee
nee nee nee nee nee nee nee nee nee
ja ja ja ja ja ja ja ja ja
Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C) DNA Dendrochronologisch monster
PVE 7581.001 VERSIE 1