Bijlage 2 - landschappelijke en cultuurhistorische analyse Bureau Rho
Tekst van het document
LANDSCHAPPELIJKE EN CULTUURHISTORISCHE ANALYSE PLANDEEL NIEUW BASSELT TWELLO NOORD
DATUM: September 2025 PROJECTNUMMER: 20250842 PROJECT: Landschappelijke en Cultuurhistorische analyse Woningbouw Twello Noord OPDRACHTGEVER: Gemeente Voorst REFERTE: CONTACT T: E: W: rho.nl
INHOUDSOPGAVE Inleiding Blz. 4 Stedenbouwkundig plan Blz. 6 Locatiefoto's Blz. 8 DEEL 1 GEEN SPRAKE VAN EEN WAARDEVOLLE OPEN ES HFST 1 Uitspraak Raad van State Blz. 11 HFST 2 Provinciale omgevingsverordening: Blz. 12 Gelderse Nationale Landschappen HFST 3 Analyse Kernkwaliteiten Twello e.o. Blz. 14 HFST 4 Toetsing aantasting Kernkwaliteiten Blz. 16 HFST 5 Kernkwaliteit 3 - Waardevolle open Es Blz. 17 5.1 Naamgeving: Blz. 17 wat is een es/enk/kamp 5.2 Erfgoedatlas Rijksdienst voor Blz. 18 Cultureel Erfgoed 5.3 Is ten Noorden van Twello sprake Blz. 20 van een es? 5.3.1 Historische kaarten Blz. 20 5.3.2 Bodem Blz. 22 5.3.3 Geomorfologie Blz. 22 5.3.4 Hoogteligging Blz. 23 5.4 Openheid/open es/is sprake van een Blz. 22 Open es? 5.5 Cultuurhistorische Atlas Blz. 28 5.5 Is hier sprake van een Blz. 29 'Waardevolle open es'? HFST 6 Conclusie Deel 1 Blz. 30
DEEL 2 CULTUURHISTORISCHE ANALYSE HFST 1 Uitspraak Raad van State mbt Appelant Blz. 33 HFST 2 Landschappelijke, cultuurhistorische- en Blz. 34 Natuurwaarden 2.1 Contra-expertise H+N+S Blz. 34 Landschapsarchitecten 2.2 Rapport van Bureau Lantschap Blz. 36 HFST 3 Toetsing Blz. 37 3.1 Landschappelijke kernkwaliteiten Blz. 37 3.2 Cultuurhistorische kernkwaliteiten Blz. 38 3.3 Natuurwaarden Blz. 40 HFST 4 Conclusie Deel 2 Blz. 42 HFST 5 Maatregelen Cultuurhistorische waarden Blz. 44 BIJLAGE
1 Omschrijving Essen en Kampen Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed 2 Omschrijving Essen en Kampen Leestekens van het Landschap
3 | 53
INLEIDING De gemeente Voorst is voornemens om aan de noordrand van Twello 289 woningen te realiseren. Ter voorbereiding daarop zijn een stedenbouwkundig plan, een bestemmingsplan, het landschapsontwikkelplan Ontwikkelplan Fliertdal en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. De planlocatie voor de woningbouwontwikkeling Nieuw Basselt bevindt zich ten noorden van de Rijksstraatweg en ligt op relatief korte afstand van het centrum van Twello. Het gebied wordt begrensd door de Kruisvoorderweg, de Kruisweg, de Hunderenslaan en de Rijksstraatweg. Binnen deze planlocatie worden drie deelgebieden ontwikkeld met woningbouw: De Kleine Basselt, De Basseltse Enk en Kruisakker. Tegen de voorgenomen plannen van de gemeente Voorst om woningbouw toe te voegen aan de noordzijde van Twello zijn een aantal beroepsschriften binnengekomen. De Raad van State heeft hier in mei 2025 uitspraak over gedaan. Uitkomst is dat de gemeente Voorst beter moet motiveren waarom de woningbouwplannen de kernkwaliteiten van het landschap niet aantasten. Of indien deze wel worden aangetast moet zorgen voor voldoende compenserende maatregelen om ervoor te zorgen dat de kernkwaliteiten worden gewaarborgd.
Planlocatie Nieuw Basselt, met daarin de deelgebieden De Kleine Basselt, De Basseltse Enk en Kruisakker. Bron: Eigen bewerking van afbeelding cyclomedia.
4 | 53
Deze notitie gaat verder in op deze kernkwaliteiten van het landschap ten noorden van Twello en zet deze af tegen het stedenbouwkundig plan voor woningbouw ter plekke. De notitie geeft een landschappelijke en cultuurhistorische motivering voor de woningbouw aan de noordzijde van Twello.
5 | 53
STEDENBOUWKUNDIG PLAN STEDENBOUWKUNDIG PLAN NIEUW BASSELT Het stedenbouwkundig plan voor Nieuw Basselt gaat uit van de ontwikkeling van drie deelgebieden; De Kleine Basselt, De Basseltse Enk en de Kruisakker. De bezwaren richten zich vooral op de plannen voor de Basseltse Enk. PLANOPZET NIEUW BASSELT De gemeente hanteert bewust de werkwijze van eerst landschapsbouw, vervolgens woningbouw. Deze aanpak houdt in dat er allereerst wordt ingezet op de ontwikkeling van een robuust en samenhangend landschap. Binnen dit landschap blijven vervolgens op zorgvuldige wijze bouwvlakken voor woningbouw over. Deze volgorde zorgt ervoor dat actuele opgaven op het gebied van biodiversiteit, hittestress en waterberging al vanaf het begin op natuurlijke wijze een plek krijgen in het ontwerp. Door het landschap als drager van de ontwikkeling te benaderen, ontstaan groenstructuren die het kleinschalige karakter van het oorspronkelijke coulisselandschap versterken en terugbrengen. Zo ontstaat een zorgvuldig ingericht woonlandschap dat landschappelijk, cultuurhistorisch en ecologisch goed is ingebed. De woonvlekken zijn nader uitgewerkt in het stedenbouwkundige plan.
6 | 53
Om zorgvuldig om te gaan met de aanwezige waarden en het beschikbare landschappelijke potentieel is gekozen voor woonbuurten in het landschap. Zo is het een uitgangspunt dat er een brede groene buffer ontstaat tussen de bestaande wegen en de daaraan staande bebouwing. Op deze wijze worden de landschappelijke structuren beleefbaar tot in de nieuwe woonwijken. Daarnaast is het een uitgangspunt om bestaande landschappelijke kwaliteiten en structuren te versterken en te verstevigen. Maar ook door de karakteristieke bossingels te versterken met inheems plantmateriaal. Dit bevordert de ecologische kwaliteiten van het landschap, wat voor een betere biodiversiteit zorgt. Verder is het een uitgangspunt om binnen en rondom de nieuw aan te leggen woonvelden verdwenen landschapselementen een prominente rol te geven binnen de toekomstige openbare ruimte. Bijvoorbeeld het ontwikkelen van fliertheggen, poelen, natuurvriendelijke overs, hakhoutwallen, beek begeleidende beplanting, droge en natte hooilanden en solitaire beplantingen. Hiermee krijgt het gebied weer meer karakter en krijgt het een sterkere identiteit, met kansen voor biodiversiteit en extensief beheer. Tot slot geldt een belangrijk uitgangpunt om binnen enkele minuten in de natuur/groen te zijn met een ommetje. Dit vraagt om een dooradering van de gebieden met extensieve wandelpaden
en landschapselementen. Het stedenbouwkundig plan is ontstaan door een grondige historische analyse van het gebied. Oude landschapsstructuren en de aanwezige landgoederen liggen hierbij aan de basis. GROENSTRUCTUREN Door rondom de verschillende deelgebieden groene structuren aan te brengen, wordt het kleinschalige karakter van het oorspronkelijke coulisselandschap versterkt. Dit sluit aan bij de cultuurhistorische waarde van het gebied en past bij het van oorsprong agrarische landschap. Bovendien zorgen deze groene buffers ervoor dat de ruimtelijke impact van de woningbouw op de omgeving tot een minimum wordt beperkt. CULTUURHISTORIE De landgoederenzone is een gebied met cultuurhistorische waarden. Kenmerkend is de samenhangende structuur van landhuizen, geometrische lanenstelsels, grootschalige landschapsparken, boerenerven, akkers, weiden en bosgebied. Om deze reden wordt aan de Kruisvoorderweg een groot deel agrarisch extensief ingericht en wordt het oude boerenerf aan de Kruisvoorderweg herontwikkeld. De cultuurhistorische waarden blijven hiermee door de afstand tot de
landhuizen en de groenzone behouden in het plandeel Nieuw Basselt. Daarnaast is het gebied ook een belangrijke ecologische schakel tussen de Veluwe en de IJssel. STEDENBOUWKUNDIG PLAN NIEUW BASSELT Het landschap langs de noordrand van Twello maakt onderdeel uit van het landgoederenlandschap, met daarin de oude buitens Kruisvoorde, Parkeler, Hunderen en Beekwolde. Ten zuiden van de Kruisvoorderweg liggen restanten van het voormalige landgoed De Basselt. Zoals het erf de Kleine Basselt, de Basseltse Enk en een stuk van een oude veldweg. Deze weg wordt straks gebruikt voor de ontsluiting van de woningen op de Kleine Basselt én naar de grotere woonbuurt op de Basseltse Enk. Het erf wordt op een cultuurhistorisch en landschappelijk passende wijze herontwikkeld, onder meer door het gebruik van traditionele, gebakken materialen die aansluiten bij de omgeving en door toepassing van gebiedseigen beplanting. Het oude weggetje gaat via het erf en komt uit op de groene Brink in het hart van deze woonbuurt, met voornamelijk gezinswoningen. Een landelijk pad sluit aan op de Basseltlaan, waardoor er een directe route voor fiets- en wandelverkeer naar het centrum van Twello ontstaat. Ook bij calamiteiten kan deze route worden gebruikt. De brede groenzone zorgt
7 | 53
ervoor dat de landschappelijke waarde van de Basseltlaan behouden blijft. Rondom het appartementencomplex in deelgebied Kruisakker komt een groenstrook van minimaal 15 meter. Dit is vergelijkbaar met bijvoorbeeld de wooncomplexen in Achter 't Holthuis. De noordelijke bebouwing oriënteert zich met de voorzijde naar het landschap en de bestaande woonwijk. Langs de Kruisweg is de nieuwbouw geprojecteerd op een oude akker aan de oostkant van de weg. De westkant van deze weg wordt begeleid door een dorps bebouwingslint. Het gebied aan de oostkant behoorde vroeger tot het landgoed de Basselt. Hier is bewust gekozen om geen nieuwe bebouwing langs de weg te projecteren, zoals aan de overkant, maar voor een meer open beeld, in de schaal van het landgoederenlandschap. Vanwege de centrale ligging is hier gekozen voor een relatief compacte bebouwing. Daarom liggen de twee wooncomplexen ruim in het groen, op royale afstand van de Kruisweg en op royale afstand van elkaar. De inrichting van het groen rond de gebouwen krijgt een collectief karakter om zo de samenhang passend bij de landgoedsfeer te ondersteunen. Om dezelfde reden is niet gekozen voor individuele bebouwing, maar voor twee
grotere eenheden met meerdere woningen. Het appartementengebouw manifesteert zich daarin als “hoofdgebouw”, terwijl de woonhof meer onderschikt blijft. De architectuur van beide gebouwen onderscheidt zich van de oudere woningen langs de Kruisweg door een eigentijdse interpretatie van de oude landgoedsfeer. De woonbuurt is via de Kruisweg bereikbaar voor auto’s en fietsers. Aan de oost- en zuidkant is een waterberging opgenomen. De landgoedsfeer is leidend voor dit deelgebied. Met ‘landgoedsfeer’ wordt bedoeld een samenhangende identiteit, die schoonheid en nut verenigt. De landgoedsfeer is niet alleen leidend voor de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijke inrichting; ook de vormgeving van de gebouwen en terreinen moet bijdragen aan deze samenhangende identiteit. Voor elk woonbuurt is dit nader uitgewerkt.
Bestemmingsplan Nieuw Basselt en Flierlanden, Twello; linksonder De Kruisakker en rechtsboven De Basseltse Enk.
Dit deelgebied omvat 3 woonbuurten met een eigen karakter, te weten: • De Kruisakker; een compacte woonbuurt met dorps karakter in een groene setting; • De Kleine Basselt; herontwikkeling van een historisch boerenerf; • De Basseltse Enk; landschappelijk wonen in een bosrijke omgeving.
8 | 53
LOCATIEFOTO'S
9 | 53
DEEL 1 GEEN SPRAKE VAN EEN WAARDEVOLLE OPEN ES
10 | 53
HFST 1
UITSPRAAK RAAD VAN STATE
De gemeenteraad heeft volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) niet deugdelijk gemotiveerd dat het plan voldoet aan artikel 2.56 van de provinciale Omgevingsverordening. Dat artikel luidt als volgt:
In het volgende hoofdstuk gaan we verder in op de provinciale ‘Kernkwaliteiten Nationale Landschappen’, welke in de omgevingsverordening worden benoemd.
“Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.”
11 | 53
HFST 2
PROVINCIALE OMGEVINGSVERORDENING: GELDERSE NATIONALE LANDSCHAPPEN
De provincie Gelderland heeft in 2014 een beleidsdocument opgesteld ‘Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen'. Dit is een bijlage bij de Omgevingsverordening die door GS is vastgesteld. Ook een deel van het plangebied valt binnen één van deze Nationale landschappen, namelijk binnen het deelgebied Veluwe. Hierbinnen heeft de provincie een verdere verdeling gemaakt. Nationaal Landschap De Veluwe is beschreven in de deelgebieden: a. Agrarische enclave b. Beekbergen en Loenen c. Gradiënt Oost-Veluwe d. Hattem e. IJsseluiterwaarden (incl. Havikerwaard) f. Noordelijke IJsselvallei g. Oosterwolde – Oldebroek h. Randmeerkust agrarisch i. Randmeerkust Harderwijk-Elburg j. Renkumse en Heelsumse beekdal k. Twello l. Veluwemassief m. Wiggen Oost-Veluwe n. Zuidelijke IJsselvallei
Kaart Nationale Landschap Bron: Motivering Noord Veluwe - Provincie Gelderland
Het plangebied valt binnen deelgebied k. Twello. Hier worden een viertal kenmerken voor dit gebied genoemd: 1. Grofmaziger dan de Oost-Veluwse gradiënt (deelgebied 47 &48);
12 | 53
2. Amorfe structuur met elementen van rivierlandschap, dekzandruggen, ruilverkavelingen en landgoederen; 3. Waardevolle open essen; 4. Vrij uitzicht vanaf de dijk over het binnendijkse landschap en over de rivier met de uiterwaarden.
In de Nationale landschappen worden een aantal termen gebruikt, die ook nader toegelicht worden. Omdat deze termen verderop vaak terugkomen, hebben we hieronder de omschrijving die de Provincie Gelderland gebruikt opgenomen. Es Oude bouwland, dat overigens in sommige streken van Gelderland ‘enk’, ‘eng’, ‘ing’ of ook wel ‘veld’ werd genoemd Eenmans es Es (oud bouwland) die in gebruik was bij één boerderij. Escomplex (Groter) oud bouwland dat in gebruik was bij verschillende boerenbedrijven; ook wel: verschillende van die oude bouwlanden in elkaars nabijheid. Opvallend is dat in de stukken van de Nationale Landschappen de term Kamp niet gebruikt wordt.
Kaart uitsnede Twello Bron: Motivering Noord Veluwe - Provincie Gelderland
In Hoofdstuk 3 gaan we verder in op de benoemde kenmerken/ kernkwaliteiten van het gebied rondom Twello, omdat het plandeel Nieuw Basselt binnen het Nationaal Landschap, deelgebied Twello ligt.
13 | 53
HFST 3
ANALYSE KERNKWALITEITEN TWELLO E.O.
KERNKWALITEIT 1 GROFMAZIGER DAN DE OOST-VELUWE GRADIËNT De Oost-Veluwe gradiënt bestaat uit de overgang van het hoge, grootschalige en besloten landschap van het Veluwemassief via een kleinschalig coulissenlandschap en een rij van nederzettingen naar het geheel open komkleigebied van de IJssel. Het gebied rond Twello is minder kleinschalig, met meer openheid. KERNKWALITEIT 2 AMORFE STRUCTUUR MET ELEMENTEN VAN RIVIERENLANDSCHAP, DEKZANDRUGGEN, RUILVERKAVELING EN LANDGOEDEREN Onder amorfe structuur wordt verstaan dat het gebied minder structuur heeft en veel afwisseling en variatie. Zo hebben andere delen van de Oost-Veluwe en IJsselvallei een duidelijker structuur in de vorm van doorgaande wegen met karakteristieke dorpen, lange lanen, noordzuid lopende weteringen. Het gebied rond Twello heeft een minder uitgesproken en minder duidelijk geordende structuur en heeft zowel elementen van het rivierenlandschap, zoals fruitteelt, van dekzandruggen (opgestoven zand, hoge eerdgronden), ruilverkaveling en landgoederen.
Hogergelegen open essen rond Markelo (1900) Bron: Topotijdreis.nl
De es ten noorden van Markelo met hogere ligging, graanvelden, grote openheid en bebouwing aan de rand
14 | 53
KERNKWALITEIT 3 WAARDEVOLLE OPEN ESSEN Wat onder ‘waardevolle open essen’ wordt verstaan en of er daadwerkelijk sprake van is ter plekke van het plangebied, komt in de komende pagina’s nadrukkelijk aan de orde. Karakteristieke waardevolle essen zijn bijvoorbeeld rond Markelo in Overijssel te vinden. Op de Veluwe zijn deze zeer kenmerkende vormen minder goed zichtbaar. KERNKWALITEIT 4 VRIJ UITZICHT VANAF DE IJSSELDIJK Vanaf de IJsseldijk zijn hier en daar fraaie zichtlijnen over de uiterwaarden van de IJssel en soms ook op het binnenland te vinden.
Uitsnede Gelders Natuur Netwerk Bron: Provincie Gelderland
Uitsnede Kernkwaliteiten groene ontwikkelzone Bron: Provincie Gelderland
Gelders Natuur Netwerk
Oude bosgroeiplaats
Ecologische verbindingszones: Water als verbinder
A-locaties bos A-locaties bos A-locaties bos Natte landnatuur
15 | 53
HFST 4
TOETSING AANTASTING KERNKWALITEITEN
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op of er al dan niet sprake is van een aantasting van de benoemde kernkwaliteiten van het gebied Twello e.o. KERNKWALITEIT 1 GROFMAZIGER DAN DE OOST-VELUWE GRADIËNT De Oost-Veluwe gradiënt bestaat uit de overgang van het hoge, grootschalige en besloten landschap van het Veluwemassief via een kleinschalig coulissenlandschap en een rij van nederzettingen naar het geheel open komkleigebied van de IJssel. Het gebied rond Twello is minder kleinschalig, met meer openheid. Het grofmazige karakter van het gebied wordt niet aangetast, omdat de woningbouwontwikkeling binnen de bestaande groene kaders wordt uitgevoerd. De randen van de ‘kamers’ Basseltse Enk/ Nieuw Basselt en De Kruisakker -waarbinnen de woningbouw plaatsvindt- blijven behouden, en worden verder aangezet door het aanvullen van de inheemse beplantingsstroken. KERNKWALITEIT 2 AMORFE STRUCTUUR MET ELEMENTEN VAN RIVIERENLANDSCHAP, DEKZANDRUGGEN, RUILVERKAVELING EN LANDGOEDEREN Onder ‘amorfe’ structuur wordt verstaan dat het gebied minder structuur en meer afwisseling en variatie heeft. Zo hebben
andere delen van de Oost-Veluwe en IJsselvallei een duidelijker structuur in de vorm van een doorgaande wegen met karakteristieke dopen, lange lanen, noordzuid lopende weteringen. Het gebied rond Twello heeft een minder uitgesproken en minder duidelijk geordende structuur en heeft zowel elementen van het rivierenlandschap, zoals fruitteelt, van dekzandruggen (opgestoven zand, hoge eerdgronden), ruilverkaveling en landgoederen. Het feit dat er hier sprake is van een minder gestructureerde karakteristiek, met lossere vormen, afwisseling en variatie maakt het makkelijk(er) om functies en ontwikkelingen in te passen dan in een gebied met een sterke structuur. De ‘amorfe’ structuur van het gebied rond Twello wordt niet aangetast, want ook de nieuwe woningbouwontwikkeling kent geen strakke, sterke structuur, maar vormt zich naar het landschap. Alle elementen van het rivierenlandschap, de dekzandruggen, ruilverkaveling en landgoederen blijven behouden met de woningbouwontwikkeling. Ook de situering van de woningbouwopgave is met de stedenbouwkundige opzet met een aantal kleinere locaties, het gevarieerde landschap volgend, grotendeels los van de bestaande bebouwing van Twello, sluit aan op deze ‘amorfe’, niet gestructureerde karakteristiek.
KERNKWALITEIT 3 WAARDEVOLLE OPEN ESSEN Er zal geen sprake zijn van een aantasting van deze kernkwaliteit omdat er geen sprake is van een waardevolle open es. Dat wordt in hoofdstuk 5 beschreven. KERNKWALITEIT 4 VRIJ UITZICHT VANAF DE IJSSELDIJK Vanaf de IJsseldijk zijn hier en daar fraaie zichtlijnen over de uiterwaarden van de IJssel en soms ook op het binnenland te vinden. Het plangebied ligt op ongeveer 1 kilometer van de IJsseldijk. Tussen het plangebied en de dijk is veel bebouwing en opgaande beplanting aanwezig (in de vorm van bossen, bosjes, houtsingels, laanbeplanting, landgoederen, woningen en bedrijven. Vanaf de IJsseldijk is dan ook geen zicht op het plangebied. Met de aanleg van de woonbuurten is dan ook geen sprake van aantasting van het vrije uitzicht en de binnendijks gelegen gronden en op de uiterwaarden. Conclusie De kernkwaliteiten 1, 2, 3 en 4 worden niet aangetast ter plaatse van de hiervoor weergegeven planonderdelen. Kernkwaliteit 3 wordt in hoofdstuk 5 nader geanalyseerd.
16 | 53
HFST 5
KERNKWALITEIT 3 - WAARDEVOLLE OPEN ES
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de vraag of de beide omkaderde deelgebieden De Kruisakker en De Basseltse Enk kunnen worden aangemerkt als ‘waardevolle open es’. Daarbij wordt gekeken naar zowel het historische gebruik als de huidige inrichting en functie van deze gebieden. 5.1 NAAMGEVING; WAT IS EEN ES / ENK/ KAMP Is hier sprake van een es/ maken de locaties onderdeel uit van een es? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet eerst duidelijk worden gemaakt wat onder een es verstaan wordt. Er is namelijk veel onduidelijkheid en verwarring over de verschillende termen die gebruikt worden, en ook de verschillende definiëring van deze termen leidt tot onduidelijkheid. Gebezigde termen zijn: es, enk, eng, meermanses, escomplex, eenmanses, huiskamp en kamp. De provinciale notitie Gelders Nationale Landschap De Veluwe hanteert de volgende definities: Es Oude bouwland, dat overigens in sommige streken van Gelderland 'enk', ‘eng’, ‘ing’ of ook wel ‘veld’ werd genoemd.
Eenmans es Es (oud bouwland) die in gebruik was bij één boerderij. Escomplex (Groter) oud bouwland dat in gebruik was bij verschillende boerenbedrijven; ook wel: verschillende van die oude bouwlanden in elkaars nabijheid. Het woord ‘kamp’ (of kampenlandschap)wordt overigens niet uitgelegd in het document, terwijl dit wel een belangrijke term is, zie hieronder). Voor onderstaande definiëring is gebruik gemaakt van de input van Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, die een uitgebreide omschrijving heeft gegeven van zogenaamde akkercomplexen (waar essen onder vallen) en van de site ‘leestekens van het landschap’, waar zeer veel landschapselementen worden omschreven. Beiden zijn opgenomen in de bijlage (respectievelijk 1 en 2). De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed geeft een uitgebreide omschrijving van ‘ Oude akkercomplexen’. Zij gaat uit van twee kenmerkende verschijningsvormen: • De kampen. Kleine afgebakende, individueel gebruikte akkers. Deze worden vaak omgeven door houtwallen of –singels
17 | 53
•
en zijn onregelmatig van vorm. De essen. Dit zijn grote(re) akkercomplexen die door meerdere boeren gebruikt werden.
In de vroege middeleeuwen (500-800 na Chr.) ontstonden de eerste kleine individuele kampontginningen. In de volle middeleeuwen (1000-1300 na Chr.) groeide de bevolking en intensiveerde de landbouw. De eerste essen ontstonden, als complexen van samengegroeide kampen. Bemesting van de gronden vond plaats met mest en strooisel, later ook met dierlijke mest vermengd met plaggen en potstalmest. Hierdoor zijn de kenmerkende dikke esdekken en steilranden ontstaan. De dikte varieert, afhankelijk van de hoeveelheid zand in de plaggen: van minder dan 30 centimeter tot meer dan 1 meter. Akkercomplexen komen op alle niet te natte zandgronden in Nederland voor. De kampen en essen zijn te vinden op de overgang van hoog naar laag land, of op zandkoppen of -ruggen te midden van lager land. Kamp De ontginningen in de vroege middeleeuwen waren veelal eenmansontginningen, de zogenaamde kampen (ook wel eenmansessen
genoemd). Een kamp is een individuele, blokvormige ontginning, die is omgeven door heggen of houtwallen. Op deze kleine percelen werd akkerbouw mogelijk gemaakt door mestopbrengsten van het eigen vee en strooisel. Meestal lagen deze percelen aan of rond een boerderij. De kampen zijn door de jaren heen steeds verder opgehoogd met mest en zo ontstonden de zogenaamde enkeerdgronden. De kampen waren omgeven door een houtwal of houtsingel om het vee en wild buiten te houden. Het kampenlandschap vormt dan ook een kleinschalig landschap. Het kampenlandschap kent een gemengde bedrijfsvoering; hier zijn zowel akker- als weidegronden aanwezig. Het kampenlandschap kent een verspreid nederzettingspatroon. Es (of akker, eng, enk, kouter) Een es is een aaneengesloten oud bouwlandgebied / open akkercomplex dat in gebruik is bij verschillende boeren. Essen zijn ontstaan uit een of meerdere kampen waarbij de onderlinge houtopstanden als heggen en houtwallen zijn verdwenen. Hierdoor ontstonden open akkercomplexen. Essen kenden nog wel steeds een kleinschalige en veelal onregelmatige percelering. De kavelscheidingen op een es zelf bestonden uit, nauwelijks zichtbare, greppels, lage walletjes, solitaire bomen, grasstroken of grensstenen. Soms komen
er ontsluitingspaden voor in de vorm van zandpaden of karrensporen. Om een es als geheel stond in de regel een houtwal (de zogenaamde eswal) tegen vraat door vee of wild. De akkers werden dichtbij nederzettingen aangelegd. Essen zijn nu nog vaak in het landschap herkenbaar door hun hogere ligging en vaak forse omvang. Deels wordt dit veroorzaakt doordat ze zich bevinden op de hogere delen van het landschap, zoals dekzandruggen. Daarbij zijn de oude bouwlanden op de zandgronden in de loop van de afgelopen eeuwen opgehoogd door het gebruik van plaggenmest: mest die was vermengd met heide- of grasplaggen, zand of bosstrooisel. Zowel kampen als essen kennen een bodem met een zogenaamd ‘esdek’ (zie ook bodemkaart). 5.2
ERFGOEDATLAS RIJKSDIENST VOOR CULTUREEL ERFGOED De Essenkaart is een thematische kaart uit de Erfgoedatlas van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze kaart brengt op landelijke schaal de ligging van historische essen in beeld: landbouwgronden die vanaf de middeleeuwen door boeren collectief werden gebruikt en veelal hoger liggen dan hun omgeving.
18 | 53
Essenkaart Bron: Erfgoedatlas Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
Bij inzoomen op de Essenkaart van de RCE blijkt dat de planlocatie Nieuw Basselt, gelegen ten noorden van Twello, niet is aangemerkt als es. Dit betekent dat de locatie volgens deze landelijke erfgoedbron geen herkenbare of historisch gedefinieerde es betreft. Vanuit deze optiek vormt de ontwikkeling op deze locatie geen aantasting van een als waardevol aangeduide esstructuur.
Uitsnede Essenkaart - Twello Bron: Erfgoedatlas Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed
19 | 53
5.3 IS TEN NOORDEN VAN TWELLO SPRAKE VAN EEN ES? Om te bepalen of ten noorden van Twello sprake is van een es, of van een kamp(enlandschap) gaan we terug in de tijd én kijken naar de hoogteligging en bodemgesteldheid van het gebied. 5.3.1
HISTORISCHE KAARTEN
1850
Rond 1850 kenmerkt het gebied zich als een kleinschalig gebied met bosjes, weilanden en akkers met een onregelmatig verkavelingspatroon. De Kruisvoorderweg en wat nu de Rijksstraatweg heet waren al aanwezig, evenals de Basseltlaan. De aanwezige akkers liggen aaneengeschakeld, wat op een escomplex zou kunnen duiden. In de bocht van de Basseltlaan was reeds een boerderij (Basseltlaan 20) aanwezig. Deze (pacht) boerderij 'De Enk of 'Op de Enk' hoorde bij het landgoed. De aanwezigheid van deze boerderij middenop de mogelijke es duidt op een kamp-bebouwing. De veldnaam ‘Veldwijk’ wijst op de aanwezigheid van een buurtschap bij een veld of open terrein. Landhuis Kruisvoorde was ook reeds aanwezig.
1900
Rond 1900 is te zien dat er veel kavelgrensen blokbeplanting zijn aangebracht, waardoor het gebied een kleinschalig karakter krijgt. Ook is een deel van de akkers nu als weiland in gebruik. De veldnaam ‘De Reuvekamp’ duidt op de aanwezigheid van kampen (in plaats van essen). Rondom de Parkelaar, ten noordwesten van Kruisvoorde, is veel bos verdwenen. Landgoed Flierkamp is aangegeven op de kaart.
1950
Opvallend in de kaart van rond 1950 is dat er veel boomgaarden/ fruitakkers zijn ontstaan, met name aan de Kruisvoorderweg en de Rijksstraatweg. Het bos ten oosten van het plangebied is in zijn geheel gekapt. De percelen ten westen van de Basseltlaan worden (nog steeds) door bomenrijen/ houtsingels omheind. Het gebied ten oosten van de Basseltlaan is grootschaliger en opener geworden.
20 | 53
Conclusie Uit analyse van de historische kaarten valt op te maken dat het landschap kleinschalig was met singel- en bosbeplanting.
1990
Rond 1990 is aan de westzijde een nieuwe woonwijk ontstaan. Ook aan de Rijksstraatweg heeft verdichting plaatsgevonden. Een deel van de akkers is omgevormd tot weiland. Tussen de Basseltlaan en de nieuwe woonwijk ligt een grote boomgaard/ fruitkwekerij/ sierteeltkwekerij.
2024
Tussen 1990 en 2024 is niet veel veranderd. De boomkwekerij ten westen van de Basseltlaan is omgevormd tot akker.
De aanwezigheid van een tweetal boerderijen aan de ‘binnenzijde’ van de akkers; De Reuvekamp en zeker de ligging van de boerderij midden op de ‘es’, in de bocht van De Basseltlaan, (hoewel met de naam ‘den Enk’) wijzen op een kampen-opzet. Ook de naamgeving van eerstgenoemde boerderij wijst hierop. Essen zijn vaak gesitueerd tegen/ nabij een dorp met dorpsboerderijen. Hier is dat niet het geval. Wel is sprake van een kleine buurtschap Veldwijk. Na 1900 heeft in het gebied een wijziging van landgebruik richting grasland en ook boomteelt plaatsgevonden, en is het areaal akkerland verminderd. In het gebied zijn bosstroken, een bosje en veel perceelsrandbeplanting aanwezig. Hierdoor is hier sprake van een kleinschalig en halfopen/ halfgesloten landschap, passend bij de omschrijving van een kampenlandschap.
21 | 53
5.3.2 BODEM Net als vanuit historie is ook vanuit bodemgebruik en de geomorfologische gesteldheid van een gebied te bepalen of hier eerder sprake was van een es(sencomplex) of van kampen.
Ten noorden van de eerdgronden ligt rivierkleigrond, gevormd door de IJssel, met lichte zavel. Kalkloze ooivaaggronden in rivierklei, lichte zavel (Rd10C) (groen). Ook zijn er kalkloze poldervaaggronden in rivierklei; zavel en lichte klei (Rn67C) (lichtgroen).
Het plangebied bestaat uit hoge bruine enkeerdgronden. Dit zijn dikke eerdgronden met een zogenaamd esdek bestaande uit zand, een hoge ligging ten opzichte van het grondwater (Gt IV en hoger) en een bruine minerale eerdlaag. De grond bestaat uit lemig fijn zand, waarop door menselijke activiteit -in veel gevallen door potstalbemesting vermengd met heideplaggen, grasplaggen, bosstrooisel en soms klei- een dikke eerdlaag (esdek) is aangelegd. Wanneer het opgebrachte dek meer dan 50 cm dik is, worden ze bodemkundig tot de enk-eerdgronden gerekend (< 50 cm laarpodzolgrond). Zoals te zien is deze hoge bruine enkeerdgond rondom vrijwel heel Twello aanwezig. Belangrijk is om te vermelden dat zowel kampen als essen zo’n eerdlaag/ esdek hebben. Het noordelijk deel van het plangebied/ Het gebied tussen de Kruisvoorderweg en de dichte beplantingsstrook ten noorden van het plangebied ‘De Basseltse Enk’ valt onder de (rivier)vaaggronden:
Gooreerdgronden; lemig fijn zand Vorstvaaggronden; leemarm en zwak lemig fijn zand Kalkloze ooivaaggronden; lichte zavel Kalkloze poldervaaggronden; zavel en lichte klei (profiel 2) Kalkloze poldervaaggronden; zavel en lichte klei (profiel 3) Hoge bruine enkeerdgronden; lemig fijn zand Bodemkundig belang: Dijk
Conclusie Op basis van de bodemkaart is het zowel mogelijk dat het plangebied een kamp als een es is. 5.3.3 GEOMOFOLOGIE Ook geomorfologisch gezien is het plangebied interessant: ten westen van de Basseltlaan is in de ondergrond een brede noordzuid lopende strook aanwezig die is ontstaan door overstromingen van de IJssel, waardoor een meanderend geulenstelsel is ontstaan (ook wel crevassegeulen genoemd). Deze rivierafzetting is in het noordelijk deel afgegraven, mogelijk door aftichelen van klei voor de baksteenindustrie. Dit verklaart ook de lagere ligging (zie ook paragraaf 5.2.4 Hoogteligging). Conclusie Op basis van de geomorfologische kaart is het minder waarschijnlijk dat de strook grond ten westen van de Basseltlaan onderdeel van een es(complex) is geweest, vanwege de kleirijke ondergrond. Essen werden namelijk met name op (arme) zandgronden aangelegd.
Bodemkaart Bron:Bodemdata.nl
22 | 53
Bron:Bodemdata.nl Complex van dekzandwelvingen (L51) Laagte ontstaan door afgravingen; mogelijk door aftichelen van klei voor baksteenindustrie Overloop- of crevassegeul; geul ontstaan bij hoge waterstanden op een onbedijkte rivier (R44) Vlakte van rivierafzettingen (M45)
5.3.4 HOOGTELIGGING De gronden in het gebied hebben een hoogteligging tussen de 5.0 +NAP (blauw) en 6.0 +NAP (bruin). Opvallend zijn de ophogingen aan de Basseltlaan. De gronden ten noorden van de Kruisvoorderweg zijn lager gelegen. De gronden zuidelijk van de Rijksstraatweg zijn hogergelegen (vanaf spoorbaan). Het westelijk deel van het plangebied Basseltse Enk/Nieuw Basselt kent een kleine bolling. Dit wijst mogelijk op de aanwezigheid van een kamp/éénmanses. Een bolling van een groter akkergebied (een es) tussen de Kruisvoorderweg en de Rijksstraatweg is hier niet op de kaart waar te nemen. Op de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN) is te zien dat er een onderscheid is tussen de gronden ten noorden van de Kruisvoorderweg en het gebied ten zuiden ervan. De gronden lopen op naarmate men dichter bij de kern van Twello komt. Opvallend is de lage ‘inkeping’ aan de noordzijde van het gebied, ten westen van de Basseltlaan. Dit zijn de gronden die zijn afgegraven.
Uitsnede hoogtekaart planlocatie Bron: AHN
Conclusie Uit de AHN-kaart vallen de volgende dingen op: • Een bolling van een groter akkergebied (een es) tussen de Kruisvoorderweg en de Rijksstraatweg lijkt niet aanwezig (zie dwarsdoorsnedes volgende bladzijde) • Mogelijke aanwezigheid van een kamp/ éénmanses op het westelijk deel plangebied Basseltse Enk/ Nieuwe Basselt • Lagere ligging / ‘inkeping’ ten noordwesten van het plangebied (ten westen van de Basseltlaan) wijst op een afgegraven geulstrook (waarschijnlijk kleigronden).
Crevassegeulen en -ruggen in het komgebied van een meanderende rivier Bron: Jongmans et al, 2013 23 | 53
Doorsnede Plangebied Noord-Zuid
Doorsnede Plangebied Noord-Zuid Hoogte x10 24 | 53
5.4
OPENHEID/ OPEN ES/ IS SPRAKE VAN EEN ‘OPEN ES’ Het gebied tussen de Kruisvoorderweg en de Rijksstraatweg heeft momenteel een halfbesloten/ halfopen karakter door de aanwezige bosstroken, houtsingels, bosjes en bebouwing. Tussen 1832 en nu heeft een sterke verdichting plaatsgevonden tussen de Kruisvoorderweg en de Rijksstraatweg, middels de bouw van de woonwijk De Basselt en bebouwing aan de zuidzijde van de Basseltselaan en de noordzijde van de Rijksstraatweg. Ook is een groot deel van gebied momenteel in gebruik als maisland. Door de hoogte van dit gewas hebben deze percelen in de nazomer en herfst een besloten karakter, en is er geen sprake van openheid. De Provincie Gelderland heeft in de Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied Twello aangegeven dat er ‘waardevolle open essen’ aanwezig zouden zijn in het gebied rond Twello. In een tweetal latere aanvullingen op dit beleid geeft de provincie aan dat ter plekke van het plangebied (en zelfs rond heel Twello) geen sprake is van ‘openheid’ als behoudenswaardige kernkwaliteit: 1. Streekgids (De Streekgids werd ten tijde van de ontwikkeling
gebruikt als inspiratiedocument, opgesteld door de provincie en zonder juridische status. Inmiddels zijn de uitgangspunten doorvertaald en verankerd in de huidige Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening gaat uit van 11 streken, waarbij per streek 10 kernkwaliteiten met bijbehorende ontwikkeldoelen zijn benoemd) In 2022 heeft de provincie Gelderland als aanvulling op de Kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen de Streekgids opgesteld. Voor het deelgebied Twello eo is sprake van een koerswijziging over de veronderstelde openheid van het gebied. Ook in de Streekgids van de provincie uit 2022 wordt aangegeven dat het gebied rond Twello geen open gebied is, maar zelfs overwegend besloten landschap: ‘Het gebied heeft een overwegend besloten landschap met verspreide boerderijen met erfbeplanting en veel opgaande beplantingen als lanen langs de wegen. Er liggen enkele bosjes in het gebied, die vooral gekoppeld zijn aan de landgoederen. Aan de rand van het gebied zijn contrastrijke overgangen naar de open overstromingsvlakte van de IJssel aanwezig.’
Detail kaart Streekgids provincie Gelderland 2022; IJsselvallei/ Deelgebied Apeldoorn – Twello – De Hoven Bron: Streekgids Provincie Gelderland 2022 Essen Kampenlandschap Bos
Op de kaart met landschapstypen is aangegeven dat het gebied onderdeel uitmaakt van het ‘kampenlandschap’ en ‘landgoederenlandschap’. Het wordt omschreven als een parkachtig mozaïeklandschap. Op de kaart ‘openheid en beslotenheid’
Landgoed of buitenplaats
25 | 53
is te zien dat hier sprake is van een kleinschalig, halfopen landschap. Dit komt overeen met de waarneming op locatie. Hier is geen sprake van grote openheid (in de vorm van grote vergezichten en zichtlijnen), maar ook niet van grote beslotenheid (in de vorm van grootschalige boscomplexen). In de tekstuele uitleg geeft de provincie aan dat het gebied de volgende landschappelijke karakteristieken en kernkwaliteiten heeft: Parkachtig mozaïeklandschap met landgoederen, kampenlandschappen en broekontginningen. Op de zandopduikingen langs de IJssel liggen markante landgoederen en op pollen in de uiterwaarden en op de oeverwal liggen IJsselhoeves. Rondom Twello, op hoger gelegen zandruggen ligt een kleinschalig kampenlandschap met kenmerkende organisch gevormde patronen van wegen, beplanting en bebouwing. Hiertussen liggen voormalige natte broeken hooilanden met een kenmerkende slagenverkaveling.
Huis de Poll en aan de rand van Apeldoorn ligt landgoed het Woldhuis als een van de grotere landgoederen in de streek. Recentelijk zijn in het gebied een aantal nieuwe landgoederen ontwikkeld, zoals het landgoed Weteringse Broek, met natte broekbossen.
Nader ingezoomde detail kaart Streekgids provincie Gelderland 2022; IJsselvallei/ Deelgebied Apeldoorn – Twello – De Hoven Bron: Streekgids Provincie Gelderland 2022 Uiterwaardelandschap Oeverwallenlandschap Kommenlandschap Essen Kampenlandschap Natte heide- en broekontginningen
Adellijk Erfgoed; Rondom Twello ligt een samenhangend ensemble van landgoederen, met onder andere landgoed Hartelaar en Bruggenbosch. Op een verhoogde terp of pol aan de rand van de uiterwaarden, ligt
Bos Landgoederenlandschap D
Samenhangend landgoederensemble rondom Twello
OPENHEID, BESLOTENHEID EN RUIMTEBELEVING Het gebied heeft een overwegend besloten landschap met verspreide boerderijen met erfbeplanting en veel opgaande beplantingen als lanen langs de wegen. Er liggen enkele bosjes in het gebied, die vooral gekoppeld zijn aan de landgoederen. Aan de rand van het gebied zijn contrastrijke overgangen naar de open overstromingsvlakte van de IJssel aanwezig. Bakens in het landschap worden gevormd door de kerktorens van de dorpen en Apeldoorn en enkele molens. Ook Huis de Poll vormt een markant herkenningspunt langs de dijk. De hooggelegen A1 en de IJsseldijken bieden verre zichten en panorama’s over het omliggende landschap. Ook het Veluwemassief is goed te zien aan de horizon. Op de kaart hiernaast wordt aangegeven dat het gebied ten noorden van Twello een
26 | 53
kleinschalig, halfopen karakter kent. Het gebied wordt niet gekenmerkt door open landschap en waardevol open gebied. 2. Geoportaal Provincie Gelderland Ten tweede is ook door raadpleging van de digitale kaarten reeks van de Provincie Gelderland (Landschap: Open Gebieden) aangegeven dat hier geen sprake is van openheid.
Detail kaart Openheid, beslotenheid en ruimtebeleving - Deelgebied Apeldoorn – Twello – De Hoven Bron: Streekgids Provincie Gelderland 2022 Landschap: Open gebieden Bron: Geoportaal Gelderland.nl
Conclusie Op basis van zowel de Streekgids als het Geoportaal kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een open karakter van het gebied, maar van een halfbesloten/ halfopen gebied.
27 | 53
5.5 CULTUURHISTORISCHE ATLAS In de Cultuurhistorische Atlas van Voorst (2024), in Katern 2, waarin de landschappen van de gemeente zijn beschreven (vanaf p. 215), wordt het gebied ten noorden van Twello aangeduid als kampenlandschap. Op de afbeelding hiernaast is te zien dat het plangebied binnen het deelgebied 'vochtige kampontginningen' ligt. De Atlas geeft evenwel p. 170/ 172/ 173 aan dat dit gebied geclassificeerd staat als ‘droge kampontginningen’. In de toelichting wordt aangegeven dat het hier om aaneengesloten kampen gaat. Over of hier nu sprake is van een vochtig of droog gebied lijkt de Atlas dus niet consequent. De Atlas geeft in ieder geval wel aan dat hier geen sprake is van een open es, maar van een (kleinschalig) kampenlandschap. Conclusie Op basis van de Cultuurhistorische Atlas van de gemeente Voorst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een open es, maar dat de projectlocatie onderdeel is van het kampontginningenlandschap.
Deelgebied Vochtige Kampontginningen Bron: Cultuurhistorische Atlas Gemeente Voorst, Overland/Jan Neefjes
28 | 53
5.6
IS HIER SPRAKE VAN ‘EEN WAARDEVOLLE OPEN ES’? Waardevolle open essen zijn essen die hun oorspronkelijke karakter nog steeds behouden hebben. Het zijn akkercomplexen van enige omvang, met een grote openheid en een bolle ligging (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Kenniscentrum Rijksdienst (beheeropties, eigenschappen oude akkercomplexen). De kaart Landschap: open gebieden/ essen van de Provincie Gelderland( zie hiernaast) laat zien dat er volgens de Provincie geen essen en open gebieden binnen Twello liggen. Binnen de gemeente Voorst is tussen Huize de Poll en recreatiegebied Bussloo een es aanwezig, zonder dat momenteel sprake is van openheid.
Voorbeelden van een waardevoll open es in Twente , Denekamp en Deurningen
Ook de Essenkaart van de Rijksdienst voor Cultureel erfgoed laat geen waardevolle open es zien; de rode gebieden zijn akkercomplexen van enige omvang, met grote openheid en een bolle ligging.
Landschap: Open gebieden Bron: Geoportaal Gelderland.nl
Uitsnede Essenkaart - Twello Bron: Erfgoedatlas Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed 29 | 53
HFST 6
CONCLUSIE DEEL 1
Het plangebied Basseltse Enk/Nieuwe Basselt ligt binnen het Nationaal Landschap (Veluwe, deelgebied Twello), waarop de provinciale Omgevingsverordening doorwerkt: nieuwe ontwikkelingen moeten de benoemde kernkwaliteiten behouden of compenseren. Voor Twello onderscheidt de provincie vier kernkwaliteiten: 1. een grofmaziger structuur dan de Oost‑Veluwe gradiënt, 2. een amorfe, gevarieerde menging van landschapselementen, 3. veronderstelde waardevolle open essen, en 4. vrije uitzichten vanaf de IJsseldijk. Deze vormen het beoordelingskader voor de woningbouwontwikkeling. De cruciale vraag is of kernkwaliteit 3 hier daadwerkelijk speelt. Terminologie zorgt voor verwarring: es/enk/eng, meermanses, eenmanses, huiskamp en kamp worden door elkaar gebruikt. In de provinciale notitie worden deze begrippen onderscheiden, maar veldgebruik laat lokaal verspringende naamgeving zien. De toponiemen Basseltse Enk en de boerderij Den Enk roepen een es‑associatie op, maar naamgebruik is onvoldoende bewijs om het gebied zonder meer als (open) es te kwalificeren; nader inhoudelijk onderzoek is daarom verricht. HISTORISCHE KAARTEN Historische kaarten laten zien dat vóór
1900 mogelijk een groter akkerareaal tussen Kruisvoorderweg en Rijksstraatweg bestond, maar de ligging van De Reuvekamp en vooral de boerderij Den Enk binnen het akkergebied wijst op een kampenopzet of éénmansessen dan op een gemeenschappelijke meermanses met randbebouwing - een voor Twello al atypische situering. Na 1900 trad een verschuiving op naar grasland en boom‑/ fruitteelt; perceelsrandbeplanting, bosstroken en erfbeplanting namen toe, waarmee het gebied een kleinschalig, halfopen tot halfgesloten karakter kreeg. BODEM, GEOMORFOLOGIE & HOOGTELIGGING Bodem‑ en geomorfologische gegevens versterken dit beeld. Het gebied rust weliswaar grotendeels op hoge bruine enkeerdgronden met een esdek; zulke eerdgronden komen echter zowel bij essen als bij kampen voor. Naar het noorden toe gaan deze over in kleirijke vaaggronden (IJsselafzettingen) die minder passen bij klassieke esaanleg op arme zandgronden. Daarnaast loopt ten westen van de Basseltlaan een brede, door IJsseloverstromingen gevormde crevassegeul; AHN‑gegevens tonen slechts een beperkte bolling (indicatief voor een éénmans-es), maar geen overtuigende grote eskop tussen Kruisvoorderweg en Rijksstraatweg.
RUIMTEBELEVING Ook de ruimtelijke beleving ondersteunt een andere typering dan “waardevolle open es”. Het gebied wordt landschappelijk gekenmerkt door erfbeplanting, lanen, houtwallen, bosjes en contrastrijke overgangen; de provinciale Geoportaalkaart “Open gebieden” markeert hier geen open es. Voor Basseltse Enk geldt een halfbesloten tot halfopen landschapspatroon. De Essenkaart van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de analyse van het landschap in de Cultuurhistorische atlas van de gemeente Voorst ondersteunen dit. TOETSING KERNKWALITEITEN De woningbouwontwikkeling sluit aan op de provinciale kernkwaliteiten. Wanneer kernkwaliteit 3 afvalt, rest de toets aan kernkwaliteiten 1, 2 en 4. De ontwikkeling wordt binnen bestaande groene randen of “kamers” ingepast, zodat het grofmazige schaalniveau en de amorfe mengstructuur van Twello behouden blijven. Het plangebied ligt circa een kilometer landinwaarts; tussenliggende bebouwing, landgoederen en opgaande beplanting nemen het zicht vanaf de IJsseldijk weg, zodat de dijkpanorama’s niet worden aangetast. Daarnaast blijft aan de zuidzijde van de Kruisvoorderweg een brede open zone liggen die de relatie met de historische buitenplaatsen ondersteunt.
30 | 53
SAMENVATTING De combinatie van historische ontwikkeling, ligging van erven, bodem en geomor-fologie, actueel gebruik en ruimtelijke verschijningsvorm maakt het niet aannemelijk dat Basseltse Enk een (waardevolle open) es is; hoogstens zou men van een zeer atypische, deels bebouwde en beplante variant kunnen spreken. Het gebied sluit veel beter aan bij de kwalificatie kleinschalig kampen‑ en landgoederenlandschap. Voor het plan betekent dit dat er geen sprake is van de kernkwaliteit ‘waardevolle open essen’. Er is hiermee geen strijd met de provinciale omgevingsverordening.
31 | 53
DEEL 2 CULTUURHISTORISCHE ANALYSE
32 | 53
HFST 1
UITSPRAAK RAAD VAN STATE MBT APPELANT
Het hiervoor beschrevene ziet op de verhouding tussen het bestemmingsplan en de provinciale omgevingsverordening. Daarnaast heeft de Afdeling geoordeeld dat de gemeenteraad onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd dat geen sprake is van een aantasting van de cultuurhistorisch waardevolle Basseltse Enk, en - als wel sprake is van een aantasting - waarom die aantasting aanvaardbaar zou zijn. De cultuurhistorische waarde volgt volgens de Afdeling uit de contra-expertise van H+N+S Landschapsarchitecten en uit het rapport van Bureau Lantschap.
33 | 53
HFST 2
LANDSCHAPPELIJKE-, CULTUURHISTORISCHE EN NATUURWAARDEN
In de inleiding leest u een beschrijving van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden onder het deel stedenbouwkundig plan. Dit hoofdstuk gaat in op de contra-expertise van H+N+S Landschapsarchitecten en het rapport van Bureau Lantschap. Daarnaast wordt ook de visie van de gemeente Voorst meegenomen, zoals weergegeven in het bestemmingsplan, de toelichting daarop en het bijbehorende landschapsplan. CONTRA-EXPERTISE H+N+S LANDSCHAPSARCHITECTEN In de landschapsanalyse Basseltse Enk van H+N+S Landschapsarchitecten worden de volgende kernkwaliteiten voor landschap, cultuurhistorie en natuur omschreven:
•
2.1
Landschappelijke kernkwaliteiten • Groene hoefijzerstructuur De Basseltse Enk ligt binnen de zogeheten “landgoederenzone” die als een groen hoefijzer om Twello heen ligt. Deze zone kenmerkt zich door een parkachtig landschap met een afwisseling van lanen, singels, open weiden en bosschages. Het is een samenhangend geheel dat historisch en visueel waardevol is. • Open enk-karakter De enk is oorspronkelijk een open agrarisch gebied, waar akkers lagen met een vrij zicht tot aan de randen.
•
De randen bestaan uit boerderijen en erfbeplantingen. Dit open karakter is wel deels aangetast door bebouwing en opgaande beplanting. Variatie in landschapselementen Het gebied toont een fijnmazige verkaveling met houtwallen, houtsingels en bosstroken. Deze elementen fungeren als structuurbepalers en zorgen voor een kleinschalig, gevarieerd beeld. Kenmerkend zijn ook de onverharde paden (o.a. delen van de Kruisvoorderweg en Basseltlaan) en historische lanen met eiken of beuken. Overgangszones De ligging op hogere zandgronden en de overgang naar lagere, nattere polders zoals Nijbroek geven een sterk contrast in hoogte, bodem en gebruik. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit en herkenbaarheid van het gebied in relatie tot het omliggende landschap.
•
•
• Cultuurhistorische kernkwaliteiten • Enk- en kampenstructuren De Basseltse Enk is ontstaan in de Middeleeuwen door individuele ontginningen (huiskampen), later samengegroeid tot een groter akkercomplex (enk). Deze werden bemest met heideplaggen en mest (podstalsysteem), wat leidde tot de opbouw van een vruchtbare esdekhorizont
en een lichte bolling in het terrein. Historische landgoederen Vanaf de 17e eeuw vestigden gegoede stedelingen buitenplaatsen in dit gebied, zoals Bruggenbosch, Parkelaar en Hunderen. Deze landgoederen introduceerden formele en later landschappelijke tuinstijlen, met slingervormen, lanen, zichtassen en bijbehorende boerderijen. Hun aanwezigheid is nog duidelijk herkenbaar en bepaalt de huidige ruimtelijke structuur. Historische routes en paden Lintbebouwing langs historische wegen zoals de Rijksstraatweg en onverharde paden zoals de Basseltlaan en de Kruisvoorderweg zijn kenmerkende structuren. Deze routes hebben cultuurhistorische waarde als drager van bebouwing en landschappelijke verbindingen. Beeldbepalende elementen Monumentale bomen, houtwallen, lanen en erfbeplanting, maar ook kleinschalige overhoekjes en doorkijkjes dragen bij aan de historische herkenbaarheid van het gebied. Samen vormen zij een waardevol cultuurhistorisch ensemble.
Natuurwaarden • Groene Ontwikkelzone en Gelders Natuurnetwerk (GNN)
34 | 53
•
•
•
Een deel van de Basseltse Enk valt binnen de Groene Ontwikkelzone en grenst aan gebieden van het Gelders Natuurnetwerk. Deze zones zijn van belang voor natuurontwikkeling en ecologische verbindingen. Ontwikkelingen moeten deze kwaliteiten behouden of versterken. Biodiversiteitselementen Houtwallen, singels, kleine bosjes en erfbeplantingen vormen ecologische verbindingen en bieden leefgebied voor vogels, kleine zoogdieren en insecten. Deze landschapselementen zijn onmisbaar voor soortenrijkdom in een overwegend agrarisch gebied. Beheersdoelen en ecologische samenhang Provinciaal beleid stelt dat ontwikkelingen moeten bijdragen aan het versterken van de samenhang tussen natuurgebieden, het functioneren van ecologische netwerken en het realiseren van geleidelijke overgangen tussen natuur- en gebruiksfuncties. Landschappelijke groenstructuren De historische groenstructuren (lanen, houtwallen, singels) hebben niet alleen landschappelijke waarde, maar zijn tevens van groot ecologisch belang. Het behoud en herstel van deze structuren is cruciaal voor de biodiversiteit en de identiteit van het gebied. Hieraan wordt dan ook niets verandert in het plan; integendeel, met het voorliggende plan worden deze structuren versterkt en verder uitgebreid.
UItsnede cultuurhistorische kenmerkenkaart Bron: Gemeente Voorst
35 | 53
2.2 RAPPORT VAN BUREAU LANTSCHAP In de cultuurhistrische analyse en effectbeschrijving van buitenwijken Nieuw Basselt en Kruisakker in Twello van Bureau Lantschap worden de volgende kernkwaliteiten voor landschap, cultuurhistorie en natuur omschreven: Landschappelijke kernkwaliteiten • Fysisch geografische kenmerken (bodem, reliëf en hydrologie) De Basseltse enk is een zacht golvend landschap zonder grote zichtbare hoogteverschillen • Landgoederenzone Samenhangende structuur van landhuizen, geometrische lanenstelsels, grootschalige landschapsparken, boerenerven, akkers, weiden en bossen. Een landgoederenzone is hiermee een zone die meer is dan een verzameling op zichzelf staande landgoederen en buitenplaatsen. Het is een gebied dat door zijn geschiedenis en ruimtelijke kenmerken een hoge ruimtelijke kwaliteit herbergt. Zichtlijnen bepaalden het uitzicht vanuit en naar het huis, lanen structureerden de omgeving. • Kleinschalig karakter De Basseltse Enk had een kleinschalig karakter door de bosjes en houtsingels. Voor een enk is dit een bijzonder en a-typisch beeld: doorgaans zijn
enken grote open terreinen. Dat deze houtstanden voorkwamen komt voort uit dat landgoederen gronden bezaten op de enk. Cultuurhistorische kernkwaliteiten • Vrij grote aaneengesloten agrarische ruimte; • Redelijk bewaard gebleven percelering; • Visueel-ruimtelijke relatie met omringende buitenplaatsen; • Waardevolle infrastructuur aan de randen; • Boerderij Kleine Basselt als laatste element van het vroegere landgoed Basselt.
36 | 53
HFST 3
TOETSING
In dit hoofdstuk vindt u de toetsing van de voorgenomen ontwikkeling op de beschreven landschappelijke-, cultuurhistorische kernkwaliteiten en natuurwaardes. 3.1
LANDSCHAPPELIJKE KERNKWALITEITEN
KERNKWALITEIT 1 LANDGOEDERENZONE De locatie Nieuw Basselt is van oudsher onderdeel van de landgoederenzone. In het gebied stond het voormalige landgoed de Basselt (inmiddels verdwenen door de ontstane schade in de Tweede Wereldoorlog), op de hoek van de Basseltlaan en de Kruisvoorderweg. Het landgoed De Basselt wordt al in 1294 vermeld in het staatsarchief van Münster. De naam wijst op een bosachtig terrein, ongetwijfeld de toestand vóór de ontginning. Het strekte zich op een goed moment uit vanaf de Kruisvoorderweg tot de Rijksstraatweg. In 1493 komt ook de Kleine Basselt voor, dit is het erf aan de Kruisvoorderweg 9. In 1730 wordt het beschreven als ‘erve en goed de Basselt, met huis, berg, hof, boomgaard, bouw- en weiland en het spijker daar mede op staende, deels tiendvrij, oost aan Schelenhof, west de Groote Basselt, noord de gemene weg, zuid de Basseltse enk’. Met de ‘gemene weg’ wordt de huidige Kruisvoorderweg genoemd en ‘Schelenhof’ is het huidige erf Kruisvoorderweg 5.
De landgoedsfeer is leidend voor de voorgenomen ontwikkeling. Met ‘landgoedsfeer’ word ingezet op een samenhangende identiteit, die schoonheid en nuttigheid verenigt. De landgoedsfeer is niet alleen leidend voor de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijke inrichting; ook de vormgeving van de gebouwen en terreinen moet bijdragen aan deze samenhangende identiteit. Landschappelijke waardevolle elementen zoals het erf de Kleine Basselt, de Basseltse Enk en een stuk van een oude veldweg zijn belangrijke elementen van het stedenbouwkundig plan. De oude veldweg wordt straks gebruikt voor de ontsluiting van de woningen op de Kleine Basselt én naar de grotere woonbuurt op de Basseltse Enk. Haaks op deze oude veldweg wordt een pad voor wandelaars en fietsers aangelegd, dat de bestaande en de nieuwe woonbuurten tussen de Rijksstraatweg en de Kruisvoorderweg gaat verbinden. Hierdoor ontstaan meerdere ommetjes door het landgoederenlandschap. Aan deze wandelroute wordt op een bestaande akker ten oosten van de Kruisweg de woonbuurt De Kruisakker gerealiseerd. Deze wordt, net als de andere woonbuurten, met royale groenstroken omzoomd. Zo wordt er tussen de Kruisweg en de woonbuurt een groenstrook van minimaal 15 meter
ontwikkeld. De woonbuurt De Kruisakker zal via de Kruisweg bereikbaar zijn voor auto’s en fietsers vanaf de Rijksstraatweg. KERNKWALITEIT 2 OPEN ENK-KARAKTER Voor deze toetsing verwijzen we naar deel 1, waarin de kernkwaliteit ‘open waardevolle es’ uitgebreid is beoordeeld. Daaruit is gebleken dat het op deze locatie niet om een waardevolle open es gaat, maar om een kleinschalig kampenlandschap. KERNKWALITEIT 3 KLEINSCHALIG KARAKTER Het gebied toont een fijnmazige verkaveling met houtwallen, houtsingels en bosstroken. Deze elementen fungeren als structuurbepalers en zorgen voor een kleinschalig, gevarieerd beeld. Over het algemeen heeft de werkwijze – eerst landschapsbouw, voor woningbouw – ervoor gezorgd dat er verschillende groenstructuren worden ontwikkeld die het idee van een kleinschalig coulisselandschap terugbrengen. Het noordelijke gedeelte boven de bestaande bomensingel wordt agrarisch extensief ingericht, bestaande uit bloemrijk grasland en met de aanplant van enkele bomen en hagen. Deze inrichting sluit aan op het historische agrarische gebruik van dit gebied, van oudsher was hier het landgoed De Basselt gelegen. Het boerenerf De Kleine Basselt was
37 | 53
hier onderdeel van. Het deelgebied Kruisakker wordt met een groenstrook aangelegd waardoor het karakter van de oude akker met zijn verdwenen groensingels wordt hersteld en versterkt. Daarnaast sluit de parkachtige collectieve groene ruimte met wandelpaden en bankjes en een vriendelijke, bloemrijke sfeer aan bij landschappelijke parken/tuinen bij de landgoederen. Het woonveld De Basseltse Enk voegt zich zorgvuldig binnen de bestaande houtwal, die op zijn beurt wordt versterkt. Ook het Enkbos blijft behouden en krijgt een kwaliteitsimpuls. De karakteristieke structuren van het gebied, zoals de lanen en groenstructuren, blijven niet alleen behouden, maar worden waar mogelijk versterkt. Daarbij is er, naast de voorgenomen woningbouw, nadrukkelijk aandacht voor het behouden van de openheid van het landschap. Open velden blijven zichtbaar aanwezig, wat bijdraagt aan het kenmerkende, ruimtelijke karakter van het gebied. KERNKWALITEIT 4 OVERGANGSZONES De ligging op hogere zandgronden en de overgang naar lagere, nattere polders zoals Nijbroek geven een sterk contrast in hoogte, bodem en gebruik. De ontwikkeling van Nieuw Basselt speelt bewust in op deze gelaagde context. Door landschapsbouw als uitgangspunt te nemen en kenmerkende
structuren zoals houtwallen, lanen en open velden te behouden en te versterken, sluit het plan aan bij het bestaande landschapstype van de zandgronden. Tegelijkertijd versterkt het de beleving van de overgang naar het omliggende polderlandschap. De ruimtelijke opzet zorgt ervoor dat de karakteristieke kwaliteiten van beide landschapstypen – beslotenheid versus openheid – leesbaar en beleefbaar blijven. 3.2
CULTUURHISTORISCHE KERNKWALITEITEN
KERNKWALITEIT 1 KAMPENSTRUCTUREN - VRIJ GROTE AANEENGESLOTEN AGRARISCHE RUIMTE - REDELIJK BEWAARD GEBLEVEN PERCELERING In de ontwikkeling wordt de oude kampenstructuur gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. Door het toevoegen van kenmerkende groenstructuren, zoals singels en houtwallen, wordt het historische landschap duidelijker zichtbaar en beleefbaar. Ook de nog herkenbare verkavelingsstructuur in de huidige situatie wordt in deze aanpak benut en, waar mogelijk, versterkt. De bestaande verkaveling vormt een belangrijk aanknopingspunt bij het vormgeven van het nieuwe woonlandschap. Zo wordt de bestaande verkavelingsstructuur aan de westzijde van het deelgebied Basseltse Enk doorgetrokken in de nieuwe stedelijke structuur. Op deze
Bestaande verkavelingsstructuur (donkerblauw) en de nieuwe toevoegingen (lichtblauw) Bron: Eigen bewerking afbeelding cyclomedia
38 | 53
wijze sluit de nieuwe verkaveling aan op de bestaande kavelstructuur aan de oostzijde, wat bijdraagt aan een samenhangend en herkenbaar ruimtelijk geheel (zie afbeelding verkavelingsstructuur). Het oude landschap wordt dus niet alleen behouden, maar juist herkenbaarder en beleefbaarder gemaakt. Het noordelijke deel, gelegen boven de bestaande bomensingel, krijgt een extensieve agrarische inrichting met bloemrijk grasland, aangevuld met enkele bomen en hagen. Deze inrichting sluit aan op het historische agrarische gebruik van het gebied; van oudsher was hier het landgoed De Basselt gesitueerd. KERNKWALITEIT 2 VISUEEL-RUIMTELIJKE RELATIE MET OMRINGENDE BUITENPLAATSEN - HISTORISCHE LANDGOEDEREN BEELDBEPALENDE ELEMENTEN De landgoedsfeer vormt het leidende principe voor de ontwikkeling. Met dit begrip wordt ingezet op een samenhangende identiteit waarin schoonheid en functionaliteit worden verenigd. Deze landgoedsfeer is niet alleen bepalend voor de stedenbouwkundige opzet en de landschappelijke inrichting, maar ook voor de vormgeving van gebouwen en erven. Bij de ontwikkeling is nadrukkelijk rekening gehouden met de bestaande zichtlijnen die zo kenmerkend zijn voor de landgoederenzone.
Deze zichtlijnen blijven behouden en worden, waar mogelijk, versterkt, zodat de ruimtelijke samenhang en het karakteristieke open-dichte patroon van het landschap herkenbaar blijven (zie afbeelding hiernaast). Hierdoor sluit de ontwikkeling aan bij de karakteristieken van omliggende landgoederen en buitenplaatsen. KERNKWALITEIT 3 HISTORISCHE ROUTES EN PADEN - WAARDEVOLLE INFRASTRUCTUUR AAN DE RANDEN Binnen de ontwikkeling worden historische routes en paden niet alleen gerespecteerd, maar waar mogelijk ook versterkt. Zo wordt de oude veldweg opnieuw benut als ontsluitingsroute voor de woningen op de Kleine Basselt en verder naar de grotere woonbuurt op de Basseltse Enk. Daarnaast worden in de groene zone diverse wandelen fietspaden aangelegd, die bijdragen aan een betere beleefbaarheid van het landgoederenlandschap. Ook de oude erfweg van de boerderij Kleine Basselt krijgt een nieuwe functie: door het informele karakter van deze weg te behouden, blijft de historische sfeer van het erf herkenbaar en wordt aangesloten bij het verleden. In lijn hiermee blijft de Basseltlaan deels behouden als zandweg. Deze weg krijgt geen functie in de auto-ontsluiting, zodat het landschappelijke en historische karakter gewaarborgd blijft.