CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - toelichting, regels en bijlagen (2022-14664 bestemmingsplan toelichting, regels en bijlagen

gemeenteraad 16 mei 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Middendijk 26, Nijbroek (2022-14464)26.555 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: bescherming van de biodiversiteit in Nederland; decentralisatie van verantwoordelijkheden; vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan.

Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. Bij de sloop van de agrarische opstallen (in 2017) is de aanwezigheid van (beschermde) soorten op de locatie niet geconstateerd. Het geheel ligt in een landelijk gebied met een aantal landschapselementen in de vorm van fruitbomen, hagen, solitaire bomen en linten van elzen en essen. Er zijn geen broedvogels aangetroffen die de sloop van de gebouwen in de weg stond. Ook andere soorten zoals kleine zoogdieren zijn niet aangetroffen. Met de destijds aanwezige kikkers in het waterbassin is bij de sloop rekening gehouden. Gelet op het sindsdien bestendige beheer en gebruik van de gronden is er geen sprake van vestiging van bijzondere soorten. Met de ontwikkeling worden er geen beplanting of houtopstanden verwijderd. Wel dient te allen tijde de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet Natuurbescherming) in acht te worden genomen voor alle soorten planten en dieren, die tijdens werkzaamheden onverwacht worden aangetroffen, ongeacht of deze soorten beschermd zijn.

32

Middendijk 26, Nijbroek

5.4

Archeologie

In 1992 is het verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 is dit Verdrag door Nederland geratificeerd. De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden, is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet regelt hoe overheden bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. De nieuwe wet beoogt het cultureel erfgoed te beschermen. Dit betreft alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de nieuwe wet zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodem verstorende ingrepen wordt omgegaan. Dat betekent dat vooronderzoek moet plaatsvinden; bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (principe de verstoorder betaalt). In opdracht van de gemeente Voorst is in 2017 door RAAP Archeologisch Adviesbureau een nieuwe archeologische waarden- en verwachtingskaart opgesteld.

Op basis van een landschappelijke analyse en de verspreiding van archeologische vindplaatsen is het landschap van de gemeente Voorst onderverdeeld in zones met een lage, middelmatige of hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten. Dit heeft geresulteerd in een archeologische beleidskaart die in 2017 is vastgesteld. De aangepaste Erfgoedverordening met daarin onder andere het archeologiebeleid is in 2017 vastgesteld.

Af beelding 15 - Uitsnede archeologische beleidskaart 2017.

Zowel de bouw van de vrijstaande woning, het bijgebouw, en de bouw van de nieuwe schuurwoningen vinden deels plaats in een zone met een middelmatige tot hoge archeologische verwachtingswaarde. Om deze reden is een bureau- en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In opdracht van de initiatiefnemers heeft het het archeologische adviesbureau RAAP in mei 2020 een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied (zie bijlagen: Archeologisch onderzoeksrapport). Op locatie van de oude bebouwing rust een hogere archeologische verwachtingswaarde. Dit geldt eveneens voor het westelijk deel langs de Middendijk. Het onderzoek 33

Middendijk 26, Nijbroek

heeft zich gefocust op het deel van het plangebied waar hogere verwachtingswaarde heerst, en de ruimtelijke ingrepen plaatsvinden. Gezien in het overige deel van het plangebied geen grote ruimtelijk ingrepen plaatsvinden en de verwachtingswaarde hier laag is, is dit deel van het plangebied minder uitvoerig onderzocht. Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat het plangebied een lage verwachting heeft wat betreft vondsten uit de periode tot aan de vroege middeleeuwen. Vanwege de relatief lage en natte ligging geldt voor het plangebied een lage verwachting waardoor overblijfselen van bewoning door jager-verzamelaars en vroege landbouwers niet worden verwacht. Het plangebied is onderdeel van een 14e eeuwse ontginningsstrook en omvat zowel een ontginningsweg als twee voormalige boerderijen: Het Verdriet centraal in het plangebied en Kuiperstee op de zuidelijke perceel grens. Van boerderij Het Verdriet is als gevolg van latere nieuwbouw, brand en sloop, weinig bewaard gebleven. Fysieke restanten zijn nog wel aanwezig in de vorm van de aanwezige weg, het bakhuis en de hoogstamfruitgaard. Op de locatie van de Kuiperstee werd een fragment oud baksteen gevonden wat een indicatie geeft dat zich hier nog resten in de grond kunnen bevinden. Met uitzondering van de landbouw heeft hier geen latere bodemverstoring plaatsgevonden.

Geadviseerd wordt om de zone rondom de historische boerderij Kuiperstee te ontzien van bodemingrepen. In dit plan wordt aan deze adviesmaatregel voldaan. Er vinden op deze locatie in het plangebied geen ruimtelijke ingrepen plaats. Wanneer in een toekomstige situatie hier wel sprake van is, moet verder archeologisch onderzoek plaatsvinden. Verder wordt aanbevolen de historische waarde van het gebied te behouden en te versterken door de overblijfselen van de ontginningsboerderij ´´Het Verdriet´´ te behouden en in te passen in de plannen. Het plan komt hier aan tegemoet door de oude ontginningsas en de hoogstam fruitgaard in het plan te betrekken en te versterken. Zo wordt bijgedragen aan het versterken van de historische waarde van het gebied. Voor het resterende deel van het plangebied voorziet het onderzoek geen archeologische restricties ten aanzien van het plan verwacht.

5.5

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie Zowel de huidige als de toekomstige situatie zorgt voor een zeker verkeersaanbod. Binnen de CROW-kencijfers (publicatie 381) voor de verkeersgeneratie wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en de ligging van de planontwikkeling ten opzichte van het centrum (hier: niet stedelijk / buitengebied). In de huidige situatie vindt er een verwaarloosbaar aantal verkeersbewegingen plaats. Het toegangspad ontsluit alleen het voormalige agrarische bedrijf en achterliggende agrarische gronden. Het agrarisch bedrijf is niet meer in gebruik waardoor in de huidige situatie alleen gebruik wordt gemaakt van het ontsluitingspad door landbouwvoertuigen om op achterliggende gronden te komen. In de nieuwe situatie worden 3 koop- en 2 huurwoningen ontwikkeld. Ten opzichte van de oude situatie (met een bedrijfswoning) is dat een toevoeging van 4 woningen. De CROW-publicatie hanteert bij een totaal van 5 woningen een verkeersgeneratie van 33,8 - 37,8 motorvoertuigen per etmaal (bandbreedte). Verkeersafwikkeling De woningen worden net als in de huidige situatie ontsloten via het toegangspad op de Middendijk. De verkeersgeneratie is dusdanig laag dat deze opgaat in de dagelijkse fluctuatie van het huidige verkeer. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid.

Parkeren De gemeente Voorst hanteert bij nieuwbouwplannen verschillende parkeernormen. Bij dure woningen (boven € 300.000,-) geldt een norm van minimaal 2 parkeerplaatsen per woning, bij middeldure en goedkopere woningen geldt een norm van 1,8. Voor zover parkeren op eigen terrein plaatsvindt, telt dit in de normering in beginsel maximaal voor 1 mee, ook als meerdere plekken op een kavel aanwezig zijn. Bij onderliggend plan worden in totaal 5 woningen gerealiseerd in verschillende segmenten. In totaal wordt op het erf de mogelijkheid geboden om 6 voertuigen overdekt te parkeren. Hiervan worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd in de garage van de vrijstaande woning en 4 parkeerplaatsen in de 34

Middendijk 26, Nijbroek

kapschuur. Langs de noordelijke erfverharding (voor landbouwvoertuigen) wordt ook ruimte geboden om incidenteel te parkeren. Deze parkeerplaatsen kunnen ook worden gebruikt als overloop voor de woningen. Op en rond het erf wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm. Hiermee wordt geconcludeerd dat het parkeren geen belemmering vormt voor onderliggend plan.

5.6

Water

Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Het plangebied valt onder het Waterschap Vallei en Veluwe. De toets is op 11 februari 2020 uitgevoerd (zie bijlagen: Watertoets). Het plan is, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap beperkt van belang. De motivering is dat in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging liggen. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Het waterschap geeft wel enkele algemene aandachtspunten voor de beoogde ontwikkeling.

Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Daarnaast adviseert het waterschap om grondwateroverlast te voorkomen door boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand te ontwerpen. Ten slotte benadrukt het waterschap de verontreiniging van afstromend hemelwater te voorkomen door middel van hun beslisboom (toegepaste (bouw)materialen).

5.7

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan hiervan afwijken indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen kosten anderszins is geregeld. Aangaande de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemers.

35

Middendijk 26, Nijbroek

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planopzet

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.

6.2

Planregels

Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 6.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen. 6.2.2

Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden - Landschap Wonen Groen Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Waarde - Archeologie - 1 Waarde - Archeologie - 5 Waarde - Landschap Leiding - Hoogspanningsverbinding De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie. Dit vindt veelal plaats om van het plan afwijkende maten en oppervlakten niet onder het overgangsrecht te plaatsen.

De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier aangevuld met de BGT, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan. Om op lange termijn de architectonische kwaliteit te kunnen waarborgen worden er extra beperkingen gelegd op het aanpassen en verbouwen van de verschillende gebouwen op het perceel Middendijk 26. Zo is het plaatsen van extra dakkapellen is niet toegestaan, zodat de (kap)schuurtypologie van de schuurwoningen en het bijgebouw op het erf herkenbaar blijft. Beperkingen gelden eveneens voor uit/aanbouwen van de woningen grenzend aan het gedeelde erf en het toegangspad. Wanneer in een toekomstige situatie extra bijgebouwen worden gerealiseerd, dienen deze 36

Middendijk 26, Nijbroek

ondergeschikt in positionering en afmetingen te worden vormgegeven. Ook hier moet sprake zijn van samenhang met de overige bebouwing qua kleur- en materiaalgebruik. Het totale plan omhelst immers de realisatie van een traditioneel erf waaraan een eigentijdse invulling is gegeven. Samenhang en balans tussen de gebouwen aan het erf staan centraal. Toekomstige bijgebouwen dienen aan soortgelijke eisen omtrent positionering, kleur- en materiaalgebruik te voldoen om deze samenhang te behouden. Om dit te toetsen dienen extra bijgebouwen altijd in afstemming met de Coöperatie Polder Nijbroek (CPN) ontworpen te worden. 6.2.3

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is als algemene regel opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik. 6.2.4

Overgangs- en slotregels

Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

6.3

Bestemmingen

6.3.1

Agrarisch met waarden - Landschap

Deze bestemming geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. Deze gronden zullen na de uitvoering van de landschappelijke maatregelen zoals genoemd in het functieveranderingsplan, landschappelijke en ecologische waarden hebben. De bestemmingsregeling is er op gericht om deze nieuwe waarden mogelijk te maken en in de toekomst te handhaven en eventueel te versterken. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend afrasteringen tot een hoogte van maximaal 1,5 m geplaatst worden. Andere bouwwerken tot een hoogte van maximaal 1 m zijn toegestaan. Overkappingen echter niet. Er is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, èn werkzaamheden opgenomen. 6.3.2

Wonen

Bestemmingsomschrijving De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed en breakfast, groen, paden, verhardingen, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Hetzelfde geldt voor openbare nutsvoorzieningen. Bouwvlak Er is gekozen voor een systematiek waarbij de woningen en de bijgebouwen binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Binnen het bouwvlak van de bijgebouwen is het aantal wooneenheden op nul bepaald. Op die locatie kan zo uitsluitend een bijgebouw worden opgericht. Daarnaast is voor de 37

Middendijk 26, Nijbroek

woningen en de bijgebouwen een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen via een aanduiding op de verbeelding. Andere bouwwerken kunnen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 100 m², binnen het bouwvlak. Er dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: opslag van risicovolle onderdelen is niet toegestaan; buitenopslag is niet toegestaan; er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage 2 bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast.

Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het bestemmingsvlak Wonen. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Voorwaardelijke verplichting In dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een zogenaamde voorwaardelijke verplichting. De bouw van de twee woongebouwen (en de nieuwe bijgebouwen) op het erf is namelijk alleen toegestaan als er een ruimtelijke kwaliteitsimpuls tegenover staat in de vorm van goede architectuur van nieuwe gebouwen, aanleg van beplanting, en het gebruik van passende verharding en afrastering. De kwaliteitsimpuls komt ten goede aan de verbetering van de landschappelijke en ecologische waarden van het gebied. Om deze onderlinge relatie tussen de mogelijkheden voor de bouw van de woongebouwen met bijgebouwen en de kwaliteitsimpuls juridisch vast te leggen, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze is gekoppeld aan het bij de regels gevoegde functieveranderingsplan. 6.3.3

Groen

De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele groen zoals hagen en singels te bestemmen en publiekrechtelijk te beschermen. Binnen de bestemming zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. 6.3.4

Waarde - Archeologie (1 & 5)

Om de archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 1 en Waarde - Archeologie - 5 beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. De regeling is niet van toepassing op bestaande bouwwerken voor zover in geval van herbouw gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundamenten. In alle overige gevallen geldt per archeologische dubbelbestemming een specifieke regeling. Deze regeling is van toepassing op het oprichten van nieuwe bebouwing groter dan een bepaald oppervlak en dieper dan een bepaalde diepte. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is 38

Middendijk 26, Nijbroek

niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud, overeenkomstig de toegekende bestemming. 6.3.5

Waarde - Landschap

De voor ´Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke waarden waarbij deze gronden niet mogen worden ingericht ten dienste van de nabij gelegen woning. Deze dubbelbestemming is opgenomen om te voorkomen dat op bepaalde plekken die vanuit landschappelijke belangen onbebouwd dienen te blijven, vergunningsvrij kan worden gebouwd. 6.3.6

Leiding - Hoogspanningsverbinding

De bestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' geldt voor de gronden waar hoogspanningsmasten en kabels mogen worden geplaatst. Op deze gronden mag uitsluitend worden gebouwd tenzij het ten behoeve van de hoogspanningsverbinding is. Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en het uitvoeren van verschillende werkzaamheden is een omgevingsvergunning nodig en zal afstemming moeten worden gezocht met de netbeheerder.

6.4

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

6.4.1

Flexibiliteit in het bestemmingsplan

Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 6.4.2

Afwijking

Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van het deels buiten het bouwvlak kunnen bouwen van gebouwen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er met een erfinrichtingsplan wordt aangetoond dat sprake is van een goede landschappelijke en cultuurhistorische inpassing; bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden bedrijven die niet zijn genoemd in de bij het plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden bedrijven in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; bestemming 'Wonen': ten behoeve van het treffen van andere erfinrichtings- of landschapsmaatregelen, mits deze voorzien in een minimaal gelijk

beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in Bijlage 1 van de regels genoemde erfinrichtings- en landschapsmaatregelen zijn bepaald. Ten behoeve van de bescherming van landschappelijke waarden kunnen aan deze afwijking voorwaarden worden verbonden; bestemming 'Wonen': ten behoeve van uitstel van de termijn waarbinnen de landschaps- en inrichtingsmaatregelen moeten zijn gerealiseerd. Hieraan kunnen voorwaarden worden verbonden, zoals het stellen van een nadere termijn; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze 39

Middendijk 26, Nijbroek

afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen. een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes kunnen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje niet meer dan 75 m³ bedraagt. De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: - de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; - het straat- en/of bebouwingsbeeld; - de sociale veiligheid; - de verkeersveiligheid. 6.4.3

Wijzigingsbevoegdheid

Meer ingrijpende functieveranderingen en meer ingrijpende afwijkingen van de regels werden voorheen mogelijk worden gemaakt met een in het bestemmingsplan op te nemen wijzigingsbevoegdheid. Door de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet (gepland voor 1 januari 2022) verdwijnt dit instrument. Om deze reden is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen in dit plan.

40

Middendijk 26, Nijbroek

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Uitkomsten overleg

Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. In artikel 3.1.1. wordt bij lid 2 de mogelijkheid gegeven dat de Minister van Infrastructuur en Milieu kan aangeven onder welke omstandigheden of in welke gevallen geen overleg gevoerd hoeft te worden met de rijksdienst die betrokken is bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Na overleg met de betrokken departementen is besloten het overleg te beperken tot die zaken waarbij directe belangen aan de orde zijn. Overigens zijn per 1 januari 2012 de voormalige VROM-inspectie en de Inspectie van Verkeer & Waterstaat samengevoegd tot de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Aangezien er geen sprake is van directe rijksbelangen heeft er geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. Met de provincie is een vergelijkbare afspraak gemaakt. Enkel wanneer er sprake is van een provinciaal belang is vooroverleg noodzakelijk. Het voorliggende plan is niet in strijd met enig provinciaal belang, waardoor er voor gekozen is geen vooroverleg te plegen. De provincie wordt in kennis gesteld van de start van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

Het vooroverleg met het waterschap heeft plaats gevonden via de website http://www.dewatertoets.nl. Hieruit is naar voren gekomen dat verder overleg niet noodzakelijk is. Daarnaast heeft de initiatiefnemer bijeenkomst georganiseerd voor de buurt om het plan toe te lichten.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 13 januari voor zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ingediend.

41

Middendijk 26, Nijbroek

42

Middendijk 26, Nijbroek

Bijlagen

43

Middendijk 26, Nijbroek

Bijlage 1 Archeologisch onderzoeksrapport

44

RAAP-RAPPORT 4545

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek Gemeente Voorst Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Colofon Titel: Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) Versie: 04-06-2020 Auteur: E.M. Witmer, MA & ir. G.R. Ellenkamp Projectcode: VOMD Bestandsnaam: RAAPrap_4545_VOMD_20200604 Autorisatie: dr. N.W. Willemse

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[2]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Samenvatting In opdracht van Coöperatie Polder Nijbroek heeft RAAP in mei 2020 een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Middendijk 26 te Nijbroek (gemeente Voorst). De opdrachtgever is voornemens om de restanten van een in 2014 afgebrande boerderij en bijbehorende gebouwen aan Middendijk 26 te slopen ten behoeve van de ontwikkeling van een erf met een hoofdwoning, vier schuurwoningen en een veldschuur. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd om te bepalen in hoeverre de geplande bodemingrepen een bedreiging kunnen vormen voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Op basis van het bureauonderzoek werden in het plangebied Rijnafzettingen verwacht (einddatering 40.000 jaar geleden) met daarover fluvioperiglaciale smeltwaterafzettingen (afkomstig) vanaf de stuwwal in combinatie met door de wind afgezette dekzanden. Het plangebied ligt ingeklemd in een laagte tussen twee dekzandruggen, ten westen en ten oosten van het plangebie d. Dit pleistocene landschap wordt afgedekt door beekafzettingen van lokale beeklopen en vanaf de middeleeuwen heeft de Gelderse IJssel het gebied overstroomd, waarbij integraal een afdekkend kleidek is afgezet. Voor de periode van jager-verzamelaars (laat-paleolithicum t/m neolithicum) geldt op basis van het bureauonderzoek een lage archeologische verwachting.

De voor jager -verzamelaars interessante gradiëntzones bevinden zich namelijk op de dekzandruggen buiten het plangebied. Deze landschappelijke situatie gold ook voor de landbouwers uit de periode vanaf het neolithicum tot de 6e eeuw (activatie Gelderse IJssel), zodat ook daaraan een lage verwachting wordt toegekend. Na de bedijking is Nijbroek vanaf 1328 ontgonnen. Dit gebeurde vanuit ontginningsassen haaks op de Middendijk. Het plangebied ligt aan een dergelijke ontginningsas en u it deze periode worden in het plangebied resten van twee boerderijen verwacht: één op de zuidgrens en één centraal in het plangebied. De eventuele resten worden verwacht in de top van de IJsselklei. De boerderij centraal in het plangebied is in 2014 echter afgebrand en vervolgens gesloopt, zodat hiervan geen intacte resten meer worden verwacht. De resultaten van het veldonderzoek sluiten aan bij het bureauonderzoek. D e bodemopbouw in het plangebied bestaat uit IJsselklei (met een 30 cm dikke bouwvoor), met daaronder vanaf 60 à 80 cm – mv pleistocene fluvioperioglaciale afzettingen. In de kleiige top hi ervan is een bodem aangetroffen. Deze bodem is ontstaan in de lange periode tussen dat de sedimenten zijn afgezet (eind pleistoceen) e

en het moment dat ze door de IJsselklei werden afgedekt (6 eeuw). De bodem is als beekeerdgrond geïnterpreteerd en dat bevestigt dus de lage ligging en als gevolg daarvan de lage archeologische verwachting voor dit niveau. In het pakket IJsselklei is op halverwege de zuidgrens van het plangebied in boring 12 een fragment oud baksteen aangetroffen. Deze locatie correspondeert met de locatie waar de resten van de historische boerderij Kuiperstee worden verwacht. De hoge archeologische verwachting is hier dus bevestigd. Geadviseerd om deze zone te ontzien van bodemingrepen. Indien dit niet mogelijk is, wordt verder onderzoek aanbevolen om te bepalen of daadwerkelijk resten in de bodem aanwezig zijn. Verder is gebleken dat in het plangebied de oude ontginningsas en een historisch bakhuisje (behorende bij de boerderij centraal in het plangebied) nog aanwezig zijn, evenals een hoogstam

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[3]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

fruitgaard. Geadviseerd wordt deze elementen vanwege de historische waard e in de plannen te integreren. Voor het resterende deel van het plangebied ziet RAAP geen restricties ten aanzien van de geplande ontwikkelingen. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Voorst, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit.

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[4]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................................... 3 Inhoud................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 6 1.1 Kader .................................................................................................................................................. 6 1.2 Administratieve gegevens ..................................................................................................................... 7 1.3 Doel- en vraagstelling .......................................................................................................................... 7

2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................... 10 2.1 Methode .............................................................................................................................................10 2.2 Aardkundige situatie ...........................................................................................................................10 2.3 Archeologische gegevens ....................................................................................................................16 2.4 Historische situatie .............................................................................................................................19 2.5 Huidige situatie ...................................................................................................................................22 2.6 Toekomstige situatie ...........................................................................................................................23 2.7 Gespecificeerde archeologische verwachting .......................................................................................23

3 Veldonderzoek ............................................................................................................................... 25 3.1 Methode .............................................................................................................................................25 3.2 Resultaten ..........................................................................................................................................25 3.3 Archeologische relevantie ...................................................................................................................28

4 Conclusies en advies ...................................................................................................................... 30 4.1 Conclusie ...........................................................................................................................................30 4.2 Advies ................................................................................................................................................30 4.3 Tot slot ...............................................................................................................................................31

Literatuur .......................................................................................................................................... 32 Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 34

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[5]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Coöperatie Polder Nijbroek heeft RAAP in mei 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Middendijk 26 te Nijbroek in de gemeente Voorst (figuur 1). De opdrachtgever is voornemens om de afgebrande boerderij en bijbehorende veestallen aan Middendijk 26 te slopen ten behoeve van de ontwikkeling van een erf met een hoofdwoning, vier schuurwoningen en een veldschuur. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Juridisch en beleidskader Het uitgangspunt voor dit onderzoek wordt gevormd door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en monumentenzorg. De gemeente is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Voorst ligt het plangebied in archeologische verwachtingszones (AV-categorieën) 5, 6 en 7. Bovendien zijn er binnen het plangebied bufferzones van vier archeologisch waardevolle gebieden (AWG categorie 3) aanwezig (zie figuur 6). Het beleid voor deze zones schrijft voor dat er een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd bij 2

2

bodemingrepen groter dan respectievelijk 30 m (AWG categorie 3), 250 m (AV categorie 5), 1.000 m

2

2

(AV categorie 6) dan wel 2.500 m (AV categorie 7) en dieper dan 30 cm -mv (alle betreffende categorieën). Deze voorschriften zijn verankerd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied, tweede 1

herziening’. Het plangebied beslaat 1,9 hectare. De omvang en diepte van de geplande bodemingrepen zijn nog niet bekend, maar zullen naar verwachting de vrijstellingsgrens overschrijden . Een archeologische onderbouwing met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van archeologische waarden is in dat geval verplicht conform het vigerend beleid. Kwaliteitsborging De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, conform artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische beroepsgroep. De Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB; www.sikb.nl), is door de minister aangewezen als norm. RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 Programma van Eisen, 4002 Bureauonderzoek, 4003 Inventariserend veldonderzoek (landbodems), onderdelen proefsleuven en overig, alsmede 4004 Opgraven (landbodems). Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport genoemde archeologische perioden.

1

NL.IMRO.0285.20182-VS00, vastgesteld op 13 mei 2019.

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[6]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek

Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Opdrachtgever

Coöperatie Polder Nijbroek

Bevoegde overheid

Gemeente Voorst

Plaats

Nijbroek

Gemeente

Voorst

Provincie

Gelderland

Centrumcoördinaten (X/Y)

201.305 / 478.175

Toponiem

Dorpspolder

Kadastrale gegevens

Kad.gem. Nijbroek, sectie B, perceelnummers 959, 960, 1070, 2187 en 2189

Oppervlakte plangebied

1,9 hectare

Afbakening onderzoeksgebied

Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van 500 m rondom het plangebied onderzocht.

Onderzoeksperiode

Mei 2020

Uitvoerder

RAAP Oost

Projectleider

E.M. Witmer, MA

Projectmedewerkers

ir. G.R. Ellenkamp

RAAP-projectcode

VOMD

ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer

4859429100

Beheer en plaats documentatie

RAAP regio Oost te Zutphen en op termijn het provinciaal Depot, ARCHIS en E-Depot.

Tabel 1. Administratieve gegevens.

1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch vooronderzoek is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie verzameld over bekende en verwachte archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische verwachting op te stellen. Hiertoe is een aantal onderzoeksvragen geformuleerd die in de lopende tekst zullen worden beantwoord: 

Hoe ziet de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw van het plangebied eruit?

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen in en rond het plangebied zijn reeds bekend?

Wat was het historisch landgebruik van het plangebied en wat is het landgebruik nu en wat is de invloed daarvan op de (verwachte) archeologie en (bodem)gaafheid?

Wat is de gespecificeerde verwachting ten aanzien van nog onbekende archeologische waarden in het gebied? En wat zijn hiervan de prospectiekenmerken?

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[7]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Komt de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw in het plangebied overeen met hetgeen op basis van het bureauonderzoek verwacht werd?

Dient op basis van de resultaten van het veldonderzoek de gespecificeerde archeologische verwachting te worden bijgesteld?

Waar en op welke diepte bevinden zich de archeologisch interessante lagen ?

Is de bodemopbouw in het plangebied zodanig (intact) dat archeologisch vervolgonderzoek zinvol is?

Zijn er aanwijzingen voor (grotere) archeologische nederzettingen?

Kan het archeologisch relevante niveau gewaardeerd worden? Zo ja, wat is de waardering en zo nee, welke informatie is nodig om tot een waardering te komen?

Algemeen 

Wat is de invloed van de toekomstige inrichting op eventuele archeologische resten?

Op welke wijze kan bij de planvorming met archeologische resten worden omgegaan?

Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen de verwachte archeologische resten systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)?

Het onderzoek is bovendien uitgevoerd conform de gemeentelijke richtlijnen van de gemeente Voorst, te weten: Handreiking archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek (versie 30-04-2019).

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[8]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood omlijnd). Inzet: ligging in Nederland.

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[9]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het bureauonderzoek dient ervoor om – op basis van verschillende bronnen – inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de bodemopbouw en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft achtergelaten. Met behulp van deze gegevens wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de conform de KNA verplichte bronnen is door de gebiedsexperts van RAAP een beredeneerde keuze gemaakt uit betrouwbare bronnen die voor de archeologische verwachting relevante informatie bevatten (zie bijlage 2 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en voor RAAP digitaal beschikbare archieven. Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actu ele metadata van de verzamelde gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt verwezen naar het van toepassing zijnde data -archief.

2.2 Aardkundige situatie Het plangebied ligt in een voormalige rivieroverstroming svlakte tussen de stuwwal van de Oostelijke Veluwe en het stroombed van de Gelderse IJssel. De belangrijkste fasen van landschapsvorming dateren uit het Midden en Laat Pleistoceen (800.000 12.000 jaar geleden) en het Laat Holoceen. Gedurende de latere fasen van de voorlaatste ijstijd (Saalien) was ons land tussen 170.000 en 130.000 jaar geleden gedeeltelijk bedekt met landijs (Busschers et al., 2005; Pierik 2010; Lang et al., 2018). Het uitbreidende landijs sleet diepe glaciale tongbekkens uit, waaronder het IJsseldal (Busschers et al., 2008). Daarbij werden afzettingen van de Rijn opzij geduwd en zo ontstond onder andere de stuwwal van de Oostelijke Veluwe. Tegen het einde van het Saalien stegen de temperaturen en smolt het landijs. De smeltwaterstromen vanaf de stuwwal vulden de lager gelegen delen van het landschap op met sediment, zo ook het IJsseldal. Gedurende de warme Eemtijd – een tussen-ijstijd tussen 124.000 en 115.000 jaar geleden – vormde het IJsseldal een binnenzee (Verbraeck 1984). Na het smelten van het landijs en het terugtrekken van de zee kon de Rijn weer gedeeltelijk afwateren in noordelijke richting via het huidige IJsseldal. Circa 40.000 jaar geleden verdween het vlechtende riviersysteem van deze Rijntak (Busschers e.a., 2005;).

Daarna stond het gebied lange tijd bloot aan lokale processen en vond een transitie plaats van een riviervlakte naar een fluvioperiglaciaal landschap, waarin smeltwaterstromen afkomstig van de stuwwal het gebied versneden (Vos et al, 2018). Bestaande sedimenten raakten verspoeld en werden opnieuw afgezet. Op regionale schaal zou het gebied als een soort erosieopvangbekken van door smelwaterstromen verspoeld materiaal gezien kunnen worden. In koude en droge perioden groeide er weinig vegetatie, waardoor er door de wind dikke dekzandpakketten van fijn, zwak lemig zand met lemige lagen werd afgezet ( Koster, 1982; Kasse, 2002). Door afspoeling zijn deze eolische afzettingen plaatselijk vermengd geraakt met zand en leem

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[10]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

(Oud Dekzand). Na een warmere periode heerste er tussen 12.900 en 11.700 jaar geleden (Jonge Dryas) opnieuw een koud en droog klimaat (Atkinson et al., 1987), waarbij zandige sedimenten konden verstuiven en zo glooiende dekzandruggen vormden (Jong Dekzand). Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied ingeklemd tussen twee van dergelijke dekzandruggen ( figuur 3). Nijbroek ligt op de westelijke dekzandrug. Ook is het reliëf nog te herkennen aan glooiingen van het maaiveld op het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 2).

Figuur 2. Hoogteligging van het maaiveld van het plangebied en omgeving (bron: AHN3).

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[11]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Deze dynamische periode van verspoeling en verwaaiing eindigde met de start van het warmere Holoceen. Het vegetatiedek breidde zich uit, waardoor het pleisto cene zandreliëf werd vastgelegd. Op de paleogeografische kaart (Vos et al., 2008) is te zien dat het plangebied sinds 9.000 voor Christus tussen twee beekdalen in ligt (figuur 5). Het betreft voormalige smeltwaterdalen afkomstig van de Veluwe, waar gedurende het Holoceen kleinere beken doorheen stromen die op de stuwwal ontsprongen. In hun dalen en overstromingsvlakten hebben deze beken afzettingen achtergelaten. Dit landschap bleef lange tijd stabiel, maar dat veranderde toen r ond de 6e eeuw na Christus de IJssel ontstond als zijtak van de Rijn met – in tegenstelling tot de Berkel – een noordwaartse stroomrichting (Cohen e.a., 2009). Hierdoor is in het gebied integraal een pakket overstromingssedimenten afgezet, waarvan alleen de allerhoogste dekzandruggen bleven gevrijwaard. Volgens de geomorfologische kaart behoort het plangebied tot een laaggelegen vlakte van rivierafzettingen (figuur 3), waar volgens de gemeentelijke aardkundige kaart (Keunen e.a., 2017) dekzand onder schuilgaat. Volgens de zanddieptekaart is het pleistocene zand in het plangebied op maximaal 1 tot 2 m -mv te verwachten (Cohen e.a., 2010).

Dit wordt ook bevestigd door een booronderzoek aan de Middendijk 34, waar het zand op 1,3 – 2 m -mv is aangetroffen (Ten Broeke, 2012). De overstroming door de IJssel duurde voort tot de bedijking van het gebied in de 14e eeuw. Samengevat kunnen in het plangebied dus pleistocene afzettingen worden verwacht, bestaande uit fluvioperiglaciaal verspoelde en verwaaide oudere (Rijn)afzettingen (Formatie van Boxtel; Weerts e.a., 2006). Dekzand wordt echter vooral verwacht aan weerszijden van het plangebied op de flankerende dekzandruggen. Het pleistocene landschap is, met uitzondering van de hoogste dekzandruggen, vanaf de 6e eeuw na Christus afgedekt door een maximaal 2 meter dik pakket IJsselkleien . Deze afzettingen behoren volgens de geologische kaart (Weerts e.a., 2006) to t de formatie van Echteld en liggen tegenwoordig in het plangebied aan het maaiveld. Hierin zijn volgens de bodemkaart kalkloze poldervaaggronden ontwikkeld (code Rn67Cp, donkergroen op figuur 4). Het achtervoegsel “p” duidt dat in de ondergrond pleistoceen zand voorkomt tussen 40 -120 cm –mv.

2

2

https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/htm/Legendas%20Bodemkaarten.htm

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[12]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 3. Het plangebied geprojecteerd op de een geomorfologische kaart (Koomen & Maas, 2004).

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[13]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 4. Het plangebied geprojecteerd op de Bodemkaart van Nederland (www.pdok.nl).

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[14]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 5. Het plangebied geprojecteerd op een paleogeografische kaart van de situatie omstreeks 9.000 voor Christus (Vos e.a., 2008).

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[15]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.3 Archeologische gegevens Gemeentelijk archeologiebeleid Bestemmingsplan

Gemeentelijke archeologische beleidskaart (figuur 6)

Verplichting tot vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek (IVO) conform gemeentelijke richtlijn:

Niet van toepassing i.v.m. met bestemmingsplanwijziging.

AWG categorie 3: bekende archeologische vindplaats met rondom bufferzone van 25 m. Onderzoek verplicht bij bodemingrepen >30 m 2 en >30 cm –mv

AV-categorie 5 (oranje): zone met hoge archeologische verwachting. Onderzoek verplicht bij bodemingrepen >250 m 2 en >30 cm – mv (gebaseerd op ontginningsas; Keunen e.a., 2017)

AV-categorie 6 (geel): zone met middelmatige archeologische verwachting. Onderzoek verplicht bij bodemingrepen >1.000 m 2 en >30 cm –mv (gebaseerd op bufferzone rond historische bebouwing ; Keunen e.a., 2017)

AV-categorie 7 (groen): zone met lage archeologische verwachting. Onderzoek verplicht bij bodemingrepen >2.500 m 2 en >30 cm –mv.

Tabel 2. Overzicht van het geldende archeologiebeleid en achterliggende verwachtingskaart.

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[16]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Figuur 6. Het plangebied geprojecteerd op de archeologische beleidskaart van de gemeente Voorst (Keunen e.a., 2017).

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[17]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

Bekende archeologische gegevens Binnen het plangebied en het onderzoeksgebied (500 m rondom het plangebied) zijn volgens ARCHIS3 geen archeologische monumenten of archeologische vondstlocaties bekend. Op de gemeentelijke verwachtingen/beleidskaart zijn wel veel vindplaatsen bekend ( figuur 6). Het betreft in vrijwel alle gevallen vindplaatsen uit historische bronnen, duidend op locaties met (verdwenen) historische bebouwing. Daarnaast zijn de Middendijk en de oprit naar Middendijk 26 aangemerkt als historische wegen die bij het oorspronkelijke laat-middeleeuwse ontginningssysteem horen. Aan de overzijde van de Middendijk is een gemeentelijk monument (GM-100, zie figuur 6). Hier heeft een laat-middeleeuws klooster en later een kasteel gestaan (zie §2.4). De kern van Nijbroek is ook als een hoge archeologische waarde aangeduid. Wanneer de bekende vindplaatsen in de ruimere omgeving en hun landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het plangebied, dan blijkt dat vindplaatsen zich met name manifesteren op de oeverwallen van de huidige IJssel en de hogere dekzandruggen in het gebied. Er zijn weinig tot geen vondstmeldingen bekend van de riviervlakte bij het plangebied, al heeft hier tot op heden ook nog nauwelijks archeologisch veldonderzoek plaatsgevonden.

Circa 1,1 km oostelijk van het plangebied, op de rand van de oeverwal, is een mesolithische bijl gevonden en een laat-middeleeuwse glis, hoefijzer en lans (zaakidentificatienummer 2699029100). De dichtstbijzijnde vondstlocatie in de overstromingsvlakte betreft een bijl die circa 1,7 km zuidwestelijk van onderhavig plangebied is gevonden; deze is echter in ophoogzand aangetroffen en derhalve niet in situ (zaakidentificatienummer 3078335100). Eerder in de omgeving uitgevoerd onderzoek volgens ARCHIS3 Zaakidentificatienummer

Resultaat/advies

2384627100 Middendijk 34; 125 m NW van plangebied

Bureauonderzoek: Westelijk deel: middelhoge verwachting laat -paleolithicum tot 2 e helft late middeleeuwen (in top dekzand); oostelijk deel: mogelijk vroege middeleeuwen in afdekkende overstromingsklei; hoge verwachting voor resten vanaf 2 e helft late middeleeuwen (historische dorpskern).

Bureau- en booronderzoek (verkennend en karterend) 2186396100 Middendijk 33; 235 m NW van plangebied. Bureau- en karterend booronderzoek

Veldonderzoek: verstoorde laag (gemiddeld 110 cm dik); in westelijk d eel daaronder zwak zandige komafzettingen van Gelderse IJssel vóór bedijking (110 -130 cm –mv); 130-160 cm –mv: verspoeld dekzand; daaronder rivierafzettingen van Rijn. Geen vindplaats in situ verwacht. Advies: geen vervolg (ten Broeke, 2012). Bureauonderzoek: vlakte met sneeuwsmeltwaterafzettingen afgedekt met kleidek van Gelderse IJssel (Romeinse tijd – late middeleeuwen). Dominante bodemtype: beekeerdgronden. Lage verwachting voor Romeinse tijd – late middeleeuwen. Veldonderzoek: bovenste 45 cm bouwvoor; daaronder lichtgrijze, sterk siltige klei op lichtgrijze, grove, grindrijk zand (sneeuwsmeltwaterafzettingen). Top pleistocene zandgrond op 80 cm –mv; aan straatzijde op 175 cm –mv. Geen aanwijzingen voor vindplaats; advies: geen vervolg.

Tabel 3. Overzicht van eerder archeologisch onderzoek in en rond het plangebied.

Bekende archeologische gegevens uit andere bronnen Op 22 mei 2020 is een verzoek gedaan aan de Oudheidkundige Kring Voorst en aan regio -archeoloog Stedendriehoek (dhr. H.G. Pape-Luijten) voor aanvullende gegevens. Vanuit de Oudheidkundige Kring zijn geen aanvullende gegevens bekend. Dhr. Pape-Luiten benadrukt het belang van de Middendijk en meldt geen verdere bijzonderheden over dit plangebied.

RAAP-rapport 4545 / versie 04-06-2020

[18]

Plangebied Middendijk 26 te Nijbroek, gemeente Voorst; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

2.4 Historische situatie Op basis van historische kaarten kan inzicht worden verkregen in het historisch gebruik van een gebied van na de late middeleeuwen tot begin 20e eeuw. In die periode was men veel meer dan nu gebonden aan de (on)mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning en andere vormen van landgebruik. Het historisch gebruik zegt daarmee iets over de archeologische potentie van het gebied. Daarnaast kan het informatie leveren over eventuele bodemverstoringen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Historische geografie Gezien de relatief laaggelegen ligging in het overstromingsgebied van de IJssel, is te verwachten dat het plangebied geen aantrekkelijke bewoningslocatie was in de periode waarin het tot het overstromingsgebied van de IJssel behoorde (7e tot begin 14e eeuw na Christus). Wel is het mogelijk dat het plangebied en de omgeving ervan in deze periode werd gebruikt voor houtwinning uit de broekbossen en voor het weiden van vee (Keunen e.a., 2017). In 1328 gaf de Graaf van Gelre opdracht om dit ‘wilde gebied’ te ontginnen middels zogenaamde cope ontginningen (Keunen e.a., 2017). In tegenstelling tot de broek- en komontginningen, werd het land niet ontgonnen door boeren uit de omgeving die zelf op de hogere zandgronden of stroomrugg en bleven wonen, maar er ontstond een nieuw rechtsgebied dat werd bewoond door kolonisten.

Het verkavelingspatroon bestaat uit stroken met een oost-westgerichte oriëntatie. De percelen kregen een standaardmaat: zestien morgen, oftewel 14 hectare (Keunen e.a., 2017). De oorspronkelijke verkaveling is door de eeuwen heen meer versnipperd geraakt, maar is nog altijd te herkennen in het landschap. Voor de ontwatering van dit natte gebied werd een stelsel van weteringen ontwikkeld die het water stroomafwaarts (noordwaarts) moesten lozen op de IJssel. Ook langs de Middendijk liep een wetering. De Middendijk zelf was sinds de late middeleeuwen de hoofdweg van de plaats Nijbroek. Op de Hottinger kaart uit eind 18e eeuw (figuur 8a) is te zien dat de toenmalige Middendijk destijds nog met een bocht richting de IJssel liep; in de 19e eeuw is de weg en bijbehorende wetering rechtgetrokken. De voorloper van boerderij Het Verdriet (zie volgende paragraaf) zou in 1741 gebouwd zijn (Keunen et al., 2017) en moet echter in deze periode al aanwezig zijn geweest, maar is niet weergegeven op de Hottingerkaart. De Middendijk en de toegangsweg naar het adres Middendijk 26 zijn op de gemeentelijke verwachtingsen beleidskaarten als historische wegen aangegeven. De oprit ligt in het verlengde van de Monnikenweg die in oost-westelijke richting westelijk van de Middendijk loopt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11370023/1