Bestemmingsplan toelichting en regels (2021-31104)
Tekst van het document
IJsbaanweg, Twello
De initiatiefnemer heeft een nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd, om aan te tonen of de sloop van het huidige pand op de locatie leidt tot negatieve gevolgen voor deze soort (zie Bijlage 8). In de rapportage wordt geconcludeerd dat in het te slopen pand geen verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden. Het pand wordt niet gebruikt als vaste rust- en verblijfplaats. Sloop van de bebouwing leidt derhalve niet tot verstoring of vernieling van vaste, jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen. De functionaliteit van overige belangrijke onderdelen van leefgebied zoals jachtbiotoop en verbindingsfuncties wordt eveneens niet aangetast. Er is geen ontheffing Wet natuurbescherming nodig voor vleermuizen. De nieuwbouw biedt kansen voor vleermuizen. Het is mogelijk en verdient aanbeveling om op relatief eenvoudige en goedkope wijze ruimte te creëren voor vleermuizen, bijvoorbeeld door inmetselkasten toe te passen, open stootvoegen in spouwmuren etcetera. Op die manier kan de ingreep een positief effect hebben op (deels) gebouwbewonende vleermuissoorten die in de omgeving voorkomen (gewone dwergvleermuis en laatvlieger). De werkzaamheden en ontwikkelingen leiden niet tot het verstoren van een essentieel foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen. Wel kan lichtverstoring leiden tot verstoring van foeragerende en passerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers.
Vanuit de zorgplicht, Wet natuurbescherming Artikel 1.11, dient dit naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen te worden. De begroeiing rondom het plangebied dienen hun functie als foerageergebied te behouden. Gebiedsbescherming Naast de soortbescherming is een beoordeling gemaakt van de gebiedsbescherming. In dat kader is een inschatting gemaakt van de mogelijke ecologische gevolgen van de voorgenomen ingreep ten aanzien van Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. De locatie ligt binnen de bebouwde kom van Twello en op geruime afstand van het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. De bestemmingsplanwijziging en bijbehorende ontwikkelingen niet leiden tot aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van GNN of GO. Verder blijkt uit paragraaf 5.2.6 dat de ontwikkeling geen invloed heeft op Natura2000 gebieden. Dit leidt tot de conclusie dat basis van het uitgevoerde onderzoek dat er voor wat betreft het aspect ecologie geen belemmeringen is voor de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan.
5.5
Archeologie
In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Doelstelling van het verdrag is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. In het verdrag van Malta wordt gesteld dat de archeologie van wezenlijk belang is voor de geschiedschrijving van de mensheid. Het verdrag is erop gericht deze waarden voor de toekomst te behouden. De gehanteerde uitgangspunten zijn: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ) In ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden De bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen Onderzoek In opdracht van de initiatiefnemer heeft Econsultancy op 12 oktober 2020 een archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd aan de IJsbaanweg 7 in Twello (zie Bijlage 6). Conclusie Op basis van de geleverde onderzoeksinspanning en de daarbij aangetroffen archeologische indicatoren wordt geconcludeerd dat de kans reëel blijft dat er sprake is van een archeologische vindplaats binnen het plangebied en daterend uit verschillende perioden.
Voor het laatmiddeleeuwse aardewerk bestaat tevens de mogelijkheid dat het gerelateerd is aan het historisch (boeren)erf Badijk dat weergegeven wordt op historisch kaartmateriaal, waar wellicht een middeleeuwse voorganger heeft gelegen. 30
IJsbaanweg, Twello
Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Behoud van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats (uit verschillende perioden) zal niet mogelijk zijn bij een niet aangepaste uitvoering van de huidige plannen. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en gericht op de nieuwbouwlocaties buiten de oppervlakte van de bestaande bebouwing. De te realiseren zeven patiowoningen beslaan een bouwoppervlakte van circa 1.670 m². Een gedeelte van deze oppervlakte, zijnde circa 545 m², is reeds bebouwd met het bestaande kantoorpand, waar redelijkerwijs het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau al is verstoord. De toekomstige bouwoppervlakte dat buiten de oppervlakte van het bestaande kantoorpand valt, en waar het proefsleuvenonderzoek zich op dient te richten, betreft daarmee circa 1.125 m² (1.670 m² - 545 m²). Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Voorst).
Behoud in situ van een mogelijk aanwezige archeologische vindplaats is alleen maar mogelijk als bodemingrepen niet dieper gaan dan circa 70 cm -mv waar geen moderne ophooglaag ligt tot maximaal, tot maximaal 130 cm -mv waar de moderne ophooglaag meest dik is ter plaatse van de onbebouwde terreindelen direct rondom de zuidelijke helft van het bestaande kantoorpand (voor het gehele plangebied geen bodemingrepen dieper dan 6,2 m +NAP). Er dient een dikte van circa 25/30 cm van het plaggendek behouden te blijven als bufferzone en conserveringslaag van de onderliggende vondst- en sporenlaag die direct onder het plaggendek nog (deels) intact wordt verwacht. Door de initiatiefnemer dient bepaald te worden of het economisch rendabel is om het plangebied zo op te hogen dat toekomstige graafwerkzaamheden voor de nieuwbouwwoningen niet dieper gaan dan tot maximaal 6,2 m +NAP. Dit geldt dan ook voor de aanleg van kabels en leidingen. Rekening houdend met bovenstaan maatregleen bestaat er in archeologisch opzicht geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied. Op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Voorst).
5.6
Verkeer en parkeren
Verkeersgeneratie Zowel de huidige als de toekomstige situatie zorgt voor een zeker verkeersaanbod. Binnen de CROW-kencijfers (publicatie 381) voor de verkeersgeneratie wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en de ligging van de planontwikkeling ten opzichte van het centrum (hier: weinig stedelijk / rest bebouwde kom). In de huidige situatie is in het pand commerciele dienstverlening mogelijk. De CROW-publicatie hanteert hierbij een kencijfer van 16,6 per 100 m2. Het huidige bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 1.350 m2. Dit leidt tot een verkeersgeneratie van 224,1. De nieuwe woningbouwlocatie trekt ook verkeer aan. Het CROW hanteert bij een grondgebonden woning een kencijfer van 8,2 per woning. Dit leidt tot 114,8 motorvoertuigen per etmaal. Uit de berekening volgt een verkeersafname van circa 10 verkeersbewegingen van motorvoertuigen per etmaal. Verkeersafwikkeling De woningen worden net als in de huidige situatie ontsloten via de IJsbaanweg. De verkeersgeneratie van de nieuwbouwlocatie is negatief ten opzichte van de verkeersgeneratie van de huidige situatie. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid. Integendeel, het plan leidt tot een verkeersafname. Parkeren De gemeente Voorst hanteert bij nieuwbouwplannen verschillende parkeernormen. Bij dure woningen 31
IJsbaanweg, Twello
(boven € 300.000,-) geldt een norm van minimaal 2 parkeerplaatsen per woning, bij middeldure en goedkopere woningen geldt een norm van 1,8. Voor zover parkeren op eigen terrein plaatsvindt, telt dit in de normering in beginsel maximaal voor 1 mee, ook als meerdere plekken op een kavel aanwezig zijn. Bij onderliggend plan worden in totaal 7 woningen gerealiseerd in het dure segment. Hiervoor geldt een norm van 14 parkeerplaatsen. In het ontwerp is ruimte geboden voor parkeren op eigen terrein. Bij de westelijke woningen gaat het om 1 parkeerplaats onder de overkapping per woning. De woningen aan de oostzijde hebben 2 parkeerplaatsen onder de overkapping per woning. Op het middenterrein wordt voorzien in extra parkeercapaciteit (4 parkeerplaatsen) door grasstenen, hier kan ook voor bezoekers worden geparkeerd. In het plangebied worden hierdoor in totaal 14 parkeerplaatsen ontwikkeld. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm. Daarnaast zijn aan de zuidzijde van het plangebied al enkele parkeerplaatsen aanwezig, deze blijven qua hoeveelheid behouden. Deze gelden als overloop voor het Zone.college. En kunnen ook worden gebruikt als overloop voor de woningen. Hiermee wordt geconcludeerd dat het parkeren geen belemmering vormt voor onderliggend plan.
5.7
Mer-beoordeling
Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek Onderliggend plan gaat over het slopen van een kantoorpand en de nieuwbouw van 7 patiowoningen. Qua aard en omvang kan het project niet worden aangemerkt als stedelijke ontwikkelingsproject. Zo worden er minder dan 12 woningen (richtlijn vanuit jurisprudentie) gebouwd. Daarnaast tonen de milieuonderzoeken geen nadelige gevolgen. De locatie ligt hierbij niet nabij een natuurgebied. Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Conclusie is dan ook dat de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt en daarmee er geen noodzaak is om een reguliere of vormvrije m.e.r.-(beoordelings-) procedure te volgen.
5.8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: 32
IJsbaanweg, Twello
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is sprake van een aangewezen bouwplan. Aangaande de grondexploitatie over de in dit plan begrepen gronden is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemers.Het plan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht.
33
IJsbaanweg, Twello
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
6.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 6.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 6.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan zijn twee enkelbestemmingen opgenomen, de bestemmingen Wonen en Groen. Daarnaast is de dubbelbestemming Waarde-Archeologie-3 opgenomen. De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. 6.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er gebruiksregels, aanduidingsregels, bouwregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Aanduidingsregels Een bestemmingsplan kan ook aanduidingen bevatten om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot gebruik- of bouwmogelijkheden. De bestemmingen en aanduidingen hebben juridische betekenis en moeten altijd in de regels van het bestemmingsplan voorkomen. Er zijn zes soorten aanduidingen te onderscheiden: bouwvlak; functieaanduiding; bouwaanduiding; maatvoering; figuur; gebiedsaanduiding. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. 34
IJsbaanweg, Twello
Parkeren Alle gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan mogen uitsluitend gebruikt, of in gebruik genomen mogen worden, wanneer voorzien is in voldoende parkeergelegenheid. Om te bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid, wordt getoetst aan de gemeentelijke parkeernormen en de geldende CROW normen die horen bij de specifieke functie. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik, uitgezonderd geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en detailhandel in volumineuze goederen en/of grootschalige detailhandel. Deze worden expliciet genoemd als strijdig gebruik bij de desbetreffende bestemmingen. 6.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
6.3
Bestemmingen
6.3.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving Bij de bestemming 'Wonen' is gekozen voor één bestemming 'Wonen' inclusief de functieaanduidingen 'tuin' en 'erf'. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis, alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Voor de bestemmingsregeling van woningen is gestreefd een zo flexibele en eenduidige regeling op te nemen die toepasbaar is op de meeste woningen in de hele gemeente. Bebouwingsmogelijk heden Binnen deze bestemming is op de verbeelding onderscheid gemaakt tussen het bouwvlak, de aanduiding erf en de aanduiding tuin. Deze driedeling is bepalend voor de plaats van het hoofdgebouw, de overkapping, de andere bouwwerken en waar niet mag worden gebouwd. Over vergunningvrij bouwen wordt vanzelfsprekend geen uitspraak gedaan. Wel dient het middenterrein te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Per woning gaat het om 2,0 parkeerplaatsen. Het aantal woningen mag het bestaande aantal per bouwperceel niet overschrijden. Dit aantal wordt aangegeven op de verbeelding. Bouwvlak Er is gekozen voor een systematiek waarbij binnen het bouwvlak zowel het hoofdgebouw, overkappingen en andere bouwwerken zijn toegestaan. Waar gebouwen mogen worden gebouwd is dat middels een bouwvlak aangegeven.
Bij het bouwvlak is hierbij een ruime marge van 0,5 meter aangehouden. Dit onderscheid maakt dat op de plankaart de grootte en ligging van het bouwvlak de bouwmogelijkheden bepalen. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maat van het hoofdgebouw is dan ook leidend bij de maatvoering van het bouwvlak. Binnen het bouwvlak is de toegestane bouwhoogte vermeld. Verder geldt bij de bouwaanduiding plat dak dat uitsluiten een plat dak is toegestaan. Buiten het bouwvlak zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. Voor zelfstandige (solitaire) vlaggenmasten geldt een bouwhoogte van 8 m. Dit betreft vlaggenmasten die geen onderdeel uitmaken van een gebouw maar op het terrein gesitueerd worden. Voor vlaggenmasten die onderdeel uitmaken van een gebouw geldt deze maximale bouwhoogte niet. Maatvoering bouwvlak 35
IJsbaanweg, Twello
De maatvoering van het bouwvlak is maatwerk. Hierbij is gekeken naar het beeldkwaliteitsplan en de vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenste situatie. Hierbij is voor het westelijk gedeelte van het perceel flexibiliteit geboden voor een eventuele toekomstige opbouw. Hiervoor is te zijner tijd een omgevingsvergunning nodig, waarbij wordt getoetst aan het beeldkwaliteitsplan. De zone rondom de bebouwing (het buitenterrein) wordt waar mogelijk vrijgehouden van bebouwing. Maatvoering bebouwing binnen bouwvlak Het hele bouwvlak mag worden volgebouwd met het hoofdgebouw. De bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw mag maximaal de op de kaart aangegeven bouwhoogte bedragen. Hierbij is standaard uitgegaan van een bouwhoogte afhankelijk van het aantal bouwlagen: met opbouw is de bouwhoogte 7,5 m; zonder opbouw is de bouwhoogte 4 m. Erf De gronden op het middenterrein en naast het bouwvlak zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding erf. Op het erf zijn uitsluitend overkappingen en andere bouwwerken toegestaan. Overkappingen mogen maximaal 1 meter voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd. De bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 meter bedragen. Om te voorkomen dat de (analoge) verbeelding onoverzichtelijk wordt, is er voor gekozen deze hoogteaanduiding niet op de kaart op te nemen. De oppervlakte voor overkappingen is begrensd.
Deze oppervlaktemaat geldt alleen binnen de gronden met de aanduiding erf. Wat binnen het bouwvlak wordt gebouwd, telt niet mee. Binnen de aanduiding erf mag maximaal 20 m² aan overkapping worden gebouwd. Op deze wijze blijft de open ruimte op het erf voldoende gewaarborgd. Daarnaast zijn binnen de aanduiding erf andere bouwwerken toegestaan. Tuin De aanduiding tuin is toegekend aan de patiotuin. Op de gronden aangeduid met tuin zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is ten hoogste 2 meter. Andere bouwwerken Op de gronden met de aanduiding bouwvlak, erf en tuin mogen andere bouwwerken worden gebouwd tot een hoogte van 3 meter. Voor erf- en tuinafscheidingen op gronden met de aanduiding tuin en bouwvlak geldt een maximale hoogte van 2 meter. Speeltoestellen en vlaggenmasten mogen maximaal 4,5 en respectievelijk 8 meter hoog zijn. De oppervlakte van alle andere bouwwerken samen mag niet meer dan 20 m² bedragen. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt.
Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht 36
IJsbaanweg, Twello
slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. Ook de overige gebouwen kunnen hier gedeeltelijk voor worden gebruikt. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. 6.3.2
Groen
Bestemmingsomschrijving De bestemming 'Groen' wordt gebruikt om het structurele en openbare groen te bestemmen. In deze gebieden staat de groeninrichting voorop, ook voor de langere termijn. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, openbare nutsvoorzieningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen (parkeerplaatsen, inritten e.d.) en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals bankjes, wandel- en fietspaden en prullenbakken. Ook is er ruimte voor verblijfsfuncties waar deze de groene functie niet in de weg staan. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Bebouwingsmogelijk heden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 6.3.3
Waarde - Archeologie 3
Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen waarbij ingrepen vanaf een bepaalde omvang plaatsvinden, is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.
6.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
6.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 6.4.2
Afwijking
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden beroepen die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan of aan huis verbonden beroepen in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; bestemming 'Wonen': ter plaatse van de aanduiding 'tuin' en/of 'erf' kan een gedeelte van het hoofdgebouw worden gebouwd, waarbij de bouwgrens met maximaal 1 m wordt overschreden, mits: 37
IJsbaanweg, Twello
1. dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. er geen belemmeringen zijn vanuit milieutechnisch oogpunt. een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes kunnen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje niet meer dan 75 m³ bedraagt; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het toestaan van antennemasten tot een bouwhoogte van 40 meter; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan maar te regelen via een afwijking, zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden.
Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd; De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
6.4.3
Wijzigingsbevoegdheid
Meer ingrijpende functieveranderingen en meer ingrijpende afwijkingen van de regels werden voorheen mogelijk worden gemaakt met een in het bestemmingsplan op te nemen wijzigingsbevoegdheid. Door de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet (gepland voor 1 januari 2022) verdwijnt dit instrument. Om deze reden is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen in dit plan.
38
IJsbaanweg, Twello
Hoofdstuk 7 7.1
Overleg en inspraak
Inspraak
Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan is door de initiatiefnemer een brief verzonden aan de omwonenden om te informeren over het nieuwbouwplan. In het Voorster Nieuws van week 11 is het plan uitgebreid gepubliceerd. Hierin zijn de mogelijkheden aangegeven om in contact te komen en nadere informatie te krijgen over het plan. Een informatiebijeenkomst is achterwege gelaten vanwege de covid-19 maatregelen.
7.2
Uitkomsten overleg
Ter voorbereiding van het bestemmingsplan dient overleg plaats te vinden met het waterschap en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn (artikel 3.1.1 Bro). Er is in het kader van dit plan overleg gevoerd met de provincie Gelderland. Zij heeft aangegeven geen problemen te hebben met woningbouw op deze locatie, er worden geen provinciale belangen geraakt. Het rijk heeft een algemene brief gestuurd, waarin staat dat het vooroverleg enkel nog noodzakelijk is wanneer er rijksbelangen worden geraakt bij de ontwikkeling van dit plan. Het realiseren van woningen op deze locatie raakt geen rijksbeleid. Het vooroverleg met het Waterschap heeft per mail en via de website www.dewatertoets.nl plaats gevonden.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 18 maart 2021 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
39
IJsbaanweg, Twello
40
IJsbaanweg, Twello
Bijlagen
41
IJsbaanweg, Twello
Bijlage 1 Onderzoek bedrijven en milieuzonering
42
memo aan:
Nikkels Projecten BV
van:
SAB
kenmerk:
190131
datum:
15 mei 2020
betreft:
Quick scan bedrijven en milieuzonering woningbouwlocatie IJsbaanweg 5-7 te Twello
Inleiding Het voornemen bestaat op de percelen aan de IJsbaanweg 5-7 te Twello zeven woningen te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te kunnen maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad van Voorst. In het kader van de te doorlopen planologische procedure moet worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in lijn is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Om de haalbaarheid van de gewenste herontwikkeling aan te tonen dient onder meer getoetst te worden aan het aspect bedrijven en milieuzonering. Met de voorliggende notitie wordt hierin voorzien. VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering Indien door middel van een plan nieuwe milieugevoelige functies mogelijk worden gemaakt, zoals woningen, moet worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen bedrijven in de directe omgeving van de ontwikkelingslocatie niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige functies is de VNG-publicatie als leidraad voor milieuzonering gebruikt1. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen.
Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. In de VNG-publicatie zijn voor het bepalen van de richtafstanden de volgende uitgangpunten gehanteerd: het betreft ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en
1
VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’, 2009
pagina 1 van 6
voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’. Bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan worden uitgegaan van kortere afstanden (verlaging met één afstandsstap); de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten (zoals productie, opslag, kantoren, parkeerterreinen) kunnen deze deelactiviteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De richtafstanden lopen op naar mate sprake is van een bedrijf in een hogere milieucategorie. Zoals bij de uitgangspunten voor de richtafstanden is gesteld, kan bij het type gemengd gebied de richtafstand zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verlaagd (dus van bijvoorbeeld 50 naar 30 meter voor milieucategorie 3.1). Verdere reducties zijn blijkens de toelichting in de VNG-publicatie niet te verantwoorden, omdat in algemene zin niet aannemelijk kan worden gemaakt dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en het functioneren van bedrijven niet in gevaar wordt gebracht.
De richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van de inrichting (bestemmingsgrens) tot de gevel van het gevoelige object. Navolgende tabel geeft inzichtelijk wat de richtafstanden zijn voor de verschillende milieucategorieën, zowel voor ‘rustige woonwijken’ of ‘rustige buitengebieden’ als voor ‘gemengde gebieden’. Richtafstand tot 'rustige woonwijk’ Milieu-categorie of 'rustig buitengebied' 1 10 m
Richtafstand tot een 'gemengd gebied' 0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Richtafstanden en omgevingstype (Bron: VNG, 2009) Situatie ontwikkelingslocatie De voorliggende ontwikkellocatie is gelegen aan de IJsbaanweg te Twello. De beoogde locatie is gelegen in een woonwijk, grenzend aan de kern van Twello. De omgeving van het plangebied is dan ook aan te merken als een rustige woonomgeving. In een rustig woongebied komen naast woningen vrijwel geen andere functies voor, zoals kantoren of bedrijven. Ook het nabijgelegen woonzorgcentrum (Binnenweg 2) en de middelbare school (Meester Zwiersweg 4) zijn functies passend binnen een rustig woongebied.
pagina 2 van 6
Hinder als gevolg van onderhavige ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van woningen. ‘Wonen’ betreft geen hinderveroorzakende functie. Dit betekent dat er geen nadere toetsing naar de woningen noodzakelijk is. Hinder van bedrijvigheid op de ontwikkeling Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken, dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinderveroorzakende functies uit de omgeving. Woningen moeten worden aangeduid als milieuhindergevoelig. Aangezien er in de omgeving van de ontwikkellocatie op grond van het bestemmingsplan diverse hinderveroorzakende functies gevestigd zijn, dan wel planologisch mogelijk zijn, heeft een inventarisatie plaatsgevonden. De navolgende afbeelding geeft de ligging van de omliggende functies weer. In het vervolg van deze notitie worden de verschillende functies nader beschreven en getoetst aan de richtafstanden uit de VNG-publicatie.
3
1
Plangebied
2
Afbeelding: maatschappelijke voorzieningen rondom het plangebied (in geel) (bron: PDOK Viewer, bewerking SAB).
Woonzorgcentrum en zelfstandige appartementen (1) Aan de Binnenweg 2 – ten westen van het plangebied – is woonzorgcentrum ‘Het Grotenhuis’ gesitueerd. Het Grotenhuis biedt 32 zorgplaatsen in ruime appartementen. Daarnaast bevindt pagina 3 van 6
zich op het terrein tevens het Badijkhof, een appartementencomplex bestaande uit 55 sociale appartementen (gelegen aan de Badijkstraat en/of Grotenhuisstraat) en 6 vrije sector appartementen (gelegen aan de Binnenweg). Verder is ook appartementencomplex Badijkstate op het terrein gelegen. Dit appartementencomplex bestaat uit 23 zelfstandige appartementen. gelegen aan de IJsbaanweg. De appartementen zijn allen voorzien van de bestemming ‘Maatschappelijk’, alwaar de gronden uitsluitend zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, water, waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Tot de maatschappelijke voorzieningen behoren tevens voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening. In theorie zou zich dan ook een brandweerkazerne (milieucategorie 3.1) op het perceel kunnen vestigen, waarvoor een indicatieve richtafstand van 50 meter geldt. De daadwerkelijke afstand van de bestemmingsgrens tot de dichtstbijzijnde geprojecteerde woning bedraagt 15 meter. De richtafstand van 50 meter zal dan ook een aantal woningen overlappen. Vandaar dat niet zonder verdere uitwerking kan worden gesteld dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het woonzorgcentrum en de op hetzelfde perceel gelegen zelfstandige appartementen zijn in de periode 2012 - 2014 nieuw gebouwd.
Het is dan ook niet reëel dat het wooncomplex op korte termijn geheel of gedeeltelijk wordt omgevormd tot brandweerkazerne. Bovendien is de huidige bebouwing daarvoor ongeschikt. Zodoende wordt getoetst aan de feitelijk aanwezige situatie. In de huidige situatie is sprake van een complex met veelal zelfstandige appartementen en een woonzorgcentrum (Het Grotenhuis). Het is niet uitgesloten dat één of meerdere zelfstandige appartementen op termijn betrokken worden bij het woonzorgcentrum, maar thans is dit niet aan de orde. Worst-case dient echter wel rekening te worden gehouden met een verpleeghuis. Dit betreft een inrichting in milieucategorie 2, waarvoor een indicatieve richtafstand van 30 meter geldt tot een rustig woongebied. In de navolgende tabel zijn de minimaal aanbevolen richtafstanden voor deze functie weergegeven, uitgaande van een ligging in een rustig woongebied. Functie
Omschrijving VNG
Woonzorgcentrum
Verpleeghuizen
Richtafstanden in meters Geur 10
Stof 0
Geluid 30
Gemeten Afstand Gevaar 0
15 m
Aangezien de afstand tussen de bestemmingsgrens en de geprojecteerde woningen in het plangebied circa 15 meter bedraagt, kan niet zonder meer voldaan worden aan de indicatieve richtafstand uit de VNG-publicatie. Gelet op de ruimtelijke uitstraling van de aanwezige bebouwing en het gegeven dat aan de zijde van het plangebied uitsluitend woonfuncties zijn gesitueerd (geen publieksfuncties), mag aangenomen worden dat een goed woon- en leefklimaat voldoende gewaarborgd kan worden. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wordt niet zinvol geacht.
pagina 4 van 6
Zone.college (2) Aan de Meester Zwiersweg 4 is een school voor middelbaar- (Vmbo) en beroepsonderwijs (Mbo) gesitueerd. Deze school is voorzien van de bestemming ‘Maatschappelijk’, alwaar de gronden uitsluitend zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, water, waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Op grond van het geldend juridisch-planologisch kader zou zich een brandweerkazerne op het perceel kunnen vestigen. Dit betreft een categorie 3.1 inrichting, waarvoor een indicatieve richtafstand van 50 meter geldt. De locatie is – gelet op de ligging in een woonwijk – echter niet aantrekkelijk als vestigingslocatie voor een brandweerkazerne. Een goede ontsluiting is bovendien lastig, gelet op de ligging aan een rustige woonstraat (met drempels). Bovendien is het huidige onderwijsgebouw vrij recent gerealiseerd (2013), waardoor een functiewijziging op korte termijn niet reëel is. Derhalve wordt de vestiging van een brandweerkazerne binnen de huidige planologische kaders niet aannemelijk geacht. Zodoende wordt uitgegaan van de feitelijk aanwezig situatie; een middelbare school c.q. school voor MBO. In de navolgende tabel zijn de minimaal aanbevolen richtafstand voor deze functies weergegeven, uitgaande van een ligging in een rustig woongebied. Functie
Zone.college
Omschrijving VNG
Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs
Richtafstanden in meters
Gemeten Afstand
Geur 0
Stof 0
Geluid 30
Gevaar 0
18 m
10
0
30
10
18 m
Uit voorgaande tabel blijkt dat niet kan worden voldaan aan de benodigde richtafstanden voor het aspect geluid. Omdat het parkeerterrein, de fietsenstalling en entree (voor leerlingen) van de school zich aan de Meester Zwiersweg bevinden, zal eventuele geluidhinder in het plangebied zeer beperkt zijn. Het schoolplein bevindt zich bovendien aan de achterzijde van het schoolgebouw, op ruim 75 meter afstand van het plangebied. Het gedeelte van het schoolterrein dat is gelegen aan de IJsbaanweg is thans in gebruik als (moest)tuin, waar leerlingen les krijgen. Aangenomen mag worden dat daarbij uitsluitend sprake is van gedempt stemgeluid, dat al snel zal opgaan in het omgevingsgeluid. Bovendien werken kinderen daar onder toezicht van een docent, die hen eventueel op ongewenst (hinderveroorzakend) gedrag kan aanspreken. Gelet op het voorgaande wordt het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar inrichtingslawaai op voorhand niet noodzakelijk geacht. Een goed woon- en leefklimaat is voldoende gewaarborgd. Uitvaartcentrum Het Afscheidshuis (3) Aan de Binnenweg 13 is een kleinschalig uitvaartcentrum gevestigd, dat gebruik wordt voor kleine bijeenkomsten rondom rouw, spiritualiteit en bezinning. Het uitvaartcentrum is voorzien van de bestemming ‘Maatschappelijk’ met de functieaanduiding ‘Uitvaartcentrum’, alwaar de gronden uitsluitend zijn bestemd voor een uitvaartcentrum.
In de navolgende tabel is de pagina 5 van 6
minimaal aanbevolen richtafstand voor deze functie weergegeven, uitgaande van een ligging in een rustig woongebied. Functie
Omschrijving VNG
Richtafstanden in meters
Uitvaartcentrum
Uitvaartcentra
Geur 0
Stof 0
Geluid 10
Gemeten Afstand Gevaar 0
105 m
Aangezien de afstand tussen de inrichtingsgrens en het plangebied circa 105 meter bedraagt, kan ruimschoots worden voldaan aan de benodigde richtafstand en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat niet voor alle omliggende functies aan de indicatieve richtafstanden uit de VNG-brochure wordt voldaan, maar dat gelet op de feitelijke aanwezige situatie een goed woon- en leefklimaat voldoende is gewaarborgd. De kans op eventuele geluidhinder van omliggende functies is zeer beperkt, waardoor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar inrichtingslawaai niet zinvol wordt geacht. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
pagina 6 van 6
IJsbaanweg, Twello
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
49
Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai
Twello - IJsbaanweg
Gemeente Voorst
Datum: 15 mei 2020 Projectnummer: 190131
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Ligging plangebied Doel van het onderzoek
3 3 4
2
Wet- en regelgeving
5
2.1 2.2 2.3 2.4
Wet geluidhinder Hogere waarde procedure Gecumuleerde geluidbelasting Rekenmethodieken
5 7 7 7
3
Onderzoeksgegevens
9
3.1
Selectie van geluidbronnen
9
4
Onderzoek
11
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Onderzoeksopzet Bepalen van de geluidbelastingen Geluidbelastingen Mogelijkheden voor geluidreducerende maatregelen Cumulatieve belasting Toetsing aan het Bouwbesluit 2012
11 11 12 14 15 16
5
Conclusie
18
Bijlagen Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D
Grafische weergave model Rekenresultaten van wegverkeer in tabelvorm Rekenresultaten van spoorverkeer in tabelvorm Invoergegevens
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de IJsbaanweg 5-7 te Twello, gemeente Voorst, bestaat het voornemen om nieuwbouw te realiseren. Het bestaande kantoorpand zal worden gesloopt ten einde zeven grondgebonden woningen te ontwikkelen op het perceel. Daarmee past het voorgenomen initiatief niet binnen de ter plaatse geldende juridisch-planologische kaders. Om de woningen alsnog mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. In het kader van het bestemmingsplan is onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege rail- en wegverkeerslawaai. Onderhavig rapport is een uitwerking van dit onderzoek naar geluid.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied betreft het perceel tussen de IJsbaanweg en Badijkstraat in Twello, gemeente Voorst. Deze locatie bevindt zich binnen de bebouwde kom. Figuur 1 geeft een nadere situering van het plangebied weer. Figuur 2 geeft vervolgens een ontwerp van het plan weer.
Figuur 1
SAB
Topografische kaart met globale aanduiding projectgebied in blauw
3
Figuur 2
1.3
Ontwerp nieuwbouw
Doel van het onderzoek Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet volgens artikelen 76a en 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) en artikel 4.1 van het Besluit geluidhinder (Bgh) bij het nieuwe planologisch regime waarin woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen mogelijk worden gemaakt binnen de zones van (spoor)wegen, akoestisch onderzoek worden verricht.
SAB
4
2
Wet- en regelgeving
2.1
Wet geluidhinder
2.1.1
Zones Langs wegen en spoorwegen liggen zones. Binnen deze zones moet voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Wegverkeer De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg: stedelijk of buitenstedelijk. De zone ligt aan weerszijden van de weg en is gemeten vanuit de rand van de weg. De zones, zoals beschreven in artikel 74 van de Wgh, zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Aantal rijstroken
Zones langs wegen Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
1 of 2 rijstroken
200 meter
250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Tabel 1 Overzicht van de zones langs wegen
Artikel 74 lid 2 van de Wgh maakt een uitzondering voor wegen met een 30 km/uregime en woonerven. Deze wegen hebben geen zone en zijn daarmee niet onder1 zoeksplichtig . Railverkeer De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zone ligt aan weerszijden van een spoorweg en wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De zones, zoals beschreven in artikel 1.4a uit het Bgh, zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Hoogste geluidbelasting op referentiepunt
Zones langs spoorwegen
Kleiner dan 56 dB
100 meter
Gelijk aan of groter dan 56 dB en kleiner dan 61 dB
200 meter
Gelijk aan of groter dan 61 dB en kleiner dan 66 dB
300 meter
Gelijk aan of groter dan 66 dB en kleiner dan 71 dB
600 meter
Gelijk aan of groter dan 71 dB en kleiner dan 74 dB
900 meter
Gelijk aan of groter dan 74 dB
1.200 meter
Tabel 2 Overzicht van de zones langs spoorwegen
1
Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh is voor 30 km/uur wegen geen onderzoeksplicht. Op 3 september 2003 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgesproken (nr. 200203751/1: Abcoude) dat nog niet geconcludeerd kan worden dat het project aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening (goed woon- en leefklimaat, zoals opgenomen in het Bouwbesluit). Daarom wordt bij 30 km-zones onderzocht of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB of de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting op de gevel.
SAB
5
Industrielawaai De wettelijke zone van een gezoneerd industrieterrein is afhankelijk van de gereserveerde geluidruimte voor alle bedrijven binnen het industrieterrein. Deze zone is gelegen rondom het industrieterrein en wordt bepaald door de grens van het industrieterrein en de 50 dB(A) geluidcontour vanwege de geluidreservering van het terrein. 2.1.2
Grenswaarden De Wgh heeft tot doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. In de Wgh zijn hiervoor twee soorten grenswaarden opgenomen: Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting: Deze waarde garandeert een goede woon- en leefsituatie binnen de invloedssfeer van een geluidbron (wegen, spoorwegen, enzovoort). Maximaal ontheffingswaarde: Deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor een hogere waarde kan worden aangevraagd. De grenswaarden zijn onder andere afhankelijk van de geluidbron (wegverkeer-, railverkeer- of industrielawaai), de ligging van de geluidgevoelige bebouwing (stedelijk of buitenstedelijk gebied) en het type geluidgevoelige bebouwing. In de volgende tabel zijn voor geluidgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarden en de meest voorkomende hoogst toelaatbare geluidbelasting uit de Wgh weergeven. Wegverkeer
Railverkeer
Gezoneerd industrieterrein
Stedelijk gebied Ten hoogst toelaatbare
48 dB (art. 82 Wgh)
55 dB (art. 4.9 lid 1)
50 dB (art. 44 Wgh)
63 dB (art. 83 lid 2 Wgh)
68 dB (art. 4.10)
55 dB (art. 45 Wgh)
48 dB (art. 82 Wgh)
55 dB (art. 4.9 lid 1)
50 dB (art. 44 Wgh)
53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)
68 dB (art. 4.10)
55 dB (art. 45 Wgh)
geluidbelasting Maximale ontheffingswaarde Buitenstedelijk gebied Ten hoogst toelaatbare geluidbelasting Maximale ontheffingswaarde
Tabel 3 Overzicht van de grenswaarden uit de Wgh
Gezien de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting en de maximale ontheffingswaarde kunnen zich drie situaties voordoen: Een geluidbelasting lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting In deze situatie zijn volgens de Wgh geen nadere acties nodig om de geluidgevoelige bebouwing te realiseren. Een geluidbelasting tussen de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting en de maximale ontheffingswaarde In deze situatie dienen bij voorkeur maatregelen te worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot een waarde die lager is dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. Wanneer er overwegende bezwaren zijn vanuit stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk of financieel oogpunt, kan voor de geluidgevoelige bebouwing een hogere waarde worden aangevraagd. Voor het verlenen van hogere waarden kan de gemeente een gemeentelijk geluidbeleid vaststellen.
SAB
6
Een geluidbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde In deze situatie is de realisatie van geluidgevoelige bebouwing in principe niet mogelijk, tenzij geluidbeperkende maatregelen worden getroffen waardoor de geluidbelasting daalt tot een waarde lager dan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting of de maximale ontheffingswaarde.
2.2
Hogere waarde procedure Bij een geluidbelasting, na beschouwing van maatregelen, tussen de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare geluidbelasting kan bij het college van burgemeester en wethouders (B en W), onder bepaalde voorwaarden, ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting worden aangevraagd. Indien aanwezig, dient te worden voldaan aan één of meerdere subcriteria uit lokaal hogere waarden beleid. De gemeente Voorst heeft op het moment van schrijven echter geen lokaal hogere waarden beleid. Als gevolg zal worden getoetst aan de Wgh. Indien een hogere grenswaarde wordt aangevraagd, mag het college van B en W vragen naar de gecumuleerde geluidbelasting, waarbij ook andere bronnen zijn meegenomen, zoals railverkeerslawaai of industrielawaai (art. 157 Wgh, Bgh Hoofdstuk 2, art. 2.2b, lid 1-5).
2.3
Gecumuleerde geluidbelasting De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen (waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld) die in meerdere geluidszones in de zin van de Wgh liggen. In het zesde lid van artikel 110a Wgh wordt aangegeven dat burgemeester en wethouders slechts hogere waarden vast kunnen stellen, wanneer de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onacceptabele geluidbelasting. De Wgh geeft geen grenswaarden voor de gecumuleerde geluidbelasting. Dit is derhalve ter beoordeling van het bevoegd gezag.
2.4
Rekenmethodieken
2.4.1
Rekenmethodiek voor de geluidbelastingen Volgens artikel 110d van de Wgh moet voor wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012) worden gevolgd. Voor de berekening van de geluidbelasting van een weg is de rekenmethodiek beschreven in bijlage III (hoofdstuk 3) van het RMG 2012. Voor de berekening van de geluidbelasting van een spoorlijn is de rekenmethodiek beschreven in bijlage IV(hoofdstuk 3) van het RMG 2012. Voor de berekening van de geluidbelasting van een gezoneerd industrieterrein is de rekenmethodiek beschreven in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999.
SAB
7
De reken- en meetvoorschriften schrijven voor dat het equivalente geluidniveau moet worden bepaald volgens standaardrekenmethode 2, maar dat in bepaalde situaties kan worden volstaan met een eenvoudigere standaardrekenmethode 1-berekening. Standaardrekenmethode 1 is gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie, waarbij ten aanzien van het toepassingsbereik van de methode, voorwaarden worden gesteld. In voorliggende situatie is gerekend met standaardrekenmethode 2, hiervoor is gebruikgemaakt van het computerprogramma Geomilieu (V5.21). 2.4.2
Rekenmethodiek voor de gecumuleerde geluidbelasting Cumulatie is alleen van belang in situaties waarin geluidgevoelige bebouwing wordt blootgesteld aan meerdere geluidbronnen. Op basis van bijlage I, hoofdstuk 2: “Rekenmethode gecumuleerde geluidbelasting” uit het RMG 2012 hoeven bronnen, die niet zorgen voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, niet betrokken te worden in de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting. De gecumuleerde geluidbelasting wordt in het kader van de bepaling van de gevelwering berekend exclusief aftrek artikel 110g Wgh.
SAB
8
3
Onderzoeksgegevens De verkeersgegevens zijn verstrekt door de gemeente Voorst (d.d. 6 april 2020). De spoorgegevens zijn geraadpleegd via het Geluidregister Spoor (d.d. 15 mei 2020).
3.1
Selectie van geluidbronnen Voor het akoestische onderzoek wordt allereerst bepaald welke (spoor)wegen relevant zijn voor het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied liggen wegen en een spoorweg. Gezoneerde industrieterreinen zijn niet aanwezig. Het plangebied ligt in de akoestische aandachtszone van de spoorlijn Deventer Apeldoorn en de wegen Binnenweg, Zevenhuizenseweg en de H.W. Iordensweg. Ook de nabijgelegen 30 km/uur wegen, de Ijsbaanweg, Ijsbaandwarsweg, Badijkstraat en Meester Zwiersweg zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening meegenomen in de berekeningen. Het akoestisch onderzoek richt zich op deze verkeersbronnen.
3.1.1
Wegen De wegen zijn ingevoerd middels de volgende gegevens: Tabel 4 Wegvakken en haar gegevens Weg(vak)
Etmaalintensiteit 2030
Snelheid [km/uur]
Wegverharding
30
Klinker in keperverb.
30
Klinker in keperverb.
30
Klinker in keperverb.
30
Klinker in keperverb.
30
Klinker in keperverb.
50
Asfalt
Zevenhuizenseweg
1600 1600 600 600 600 4900 600
50
Asfalt
HW Iordensweg 1
9600
50
Asfalt
HW Iordensweg 2
10200
50
Asfalt
[mvt/etm]
Ijsbaanweg 1 Ijsbaanweg 2 Badijkstraat Ijsbaandwarsweg Meester Zwiersweg Binnenweg
3.1.2
Spoorwegen Voor de geluidberekening zijn de snelheid en de verkeersintensiteiten van de treinen van belang op de spoorlijn. De gebruikte spoorgegevens zijn afkomstig uit het geluidregister, welke zijn vastgesteld in het kader van SWUNG I. Naast de spoorgegevens bevat het geluidregister ook informatie van de aanwezige geluidschermen langs het spoor.
3.1.3
Bebouwing en waarneemhoogten De waarneempunten zijn gesitueerd op 1,5 meter boven elke verdiepingsvloer, waarbij uitgegaan wordt van een verdiepingshoogte van 3 meter en drie verdiepingen.
SAB
9
3.1.4
Aftrek ex artikel 110g Wgh Voor wegen waar de representatief te achten snelheid lager is dan 70 km/uur wordt een correctie toegepast van 5 dB. Voor wegen waar de toegestane maximum snelheid hoger of gelijk is aan 70 km/uur een aftrek afhankelijk van de berekende geluidbelasting. Indien de geluidbelasting 57 dB bedraagt, is de aftrek 4 dB. Bij een geluidbelasting van 56 dB bedraagt de correctie 3 dB. Indien een andere geluidbelasting wordt berekend bedraagt de correctie 2 dB. 2
In dit onderzoek wordt een correctie van 5 dB toegepast aangezien de maximum snelheid van alle relevante wegen lager ligt dan 70 km/uur.
2
Op grond van de Wgh moet bij wegen met een snelheid tot 70 km/uur een aftrek voor het stiller worden van het verkeer (aftrek op grond van artikel 110g Wgh) van 5 dB worden toegepast. Voor 30 km/uur wegen is deze aftrek niet vastgelegd in de Wgh, omdat deze geen zone hebben. Bij lagere snelheden is het aandeel motorgeluid hoger dan van het bandengeluid. Het is aannemelijk dat het motorgeluid in de toekomst sterk zal afnemen, door gebruik van elektrische en hybride auto’s, bij 30 km/uur wegen is dan ook de aftrek voor het stiller worden van het verkeer (aftrek op grond van artikel 110g Wgh) van 5 dB toegepast. Hiermee is aangesloten bij de Raad van State uitspraak bij het bestemmingsplan “Parijsch Zuid” in Culemborg (zaaknummer: 201304862/3/R2).
SAB
10
4 4.1
Onderzoek Onderzoeksopzet Volgens de Wgh mag voor geluidgevoelige bestemmingen de geluidbelasting in principe niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Als de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, wordt getoetst of de geluidbelasting lager is dan de hoogst toelaatbare geluidbelasting. In deze situatie wordt het plan gesitueerd in een (binnen)stedelijk gebied. De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting voor wegverkeer bedraagt 48 dB, voor railverkeer 55 dB. De maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer bedraagt 63 dB, voor railverkeer 68 dB. Formeel zijn de 30 km/uur wegen niet onderzoeksplichtig voor de Wgh. De normen uit de Wgh zijn daardoor niet van toepassing. Ter vergelijking worden de geluidbelastingen beoordeeld aan de hand van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (48 dB) en de maximale ontheffingswaarde (63 dB) uit de Wgh voor een vergelijkbare gezoneerde weg in een binnenstedelijk gebied. Er wordt op deze manier getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.2
Bepalen van de geluidbelastingen De geluidbelasting wordt bepaald met behulp van de standaardrekenmethode 2berekening. Conform de Wgh wordt de geluidbelasting getoetst per bron. De grafische weergave van het model is weergegeven in de overzichtstekening van bijlage A. In deze tekening is onder meer de ligging van de verschillende waarneempunten te zien. In bijlage D zijn de invoergegevens weergegeven.
SAB
11
4.3
Geluidbelastingen Hieronder zijn de twee wegen met de hoogste geluidbelasting op de beoogde woning wegens wegverkeer weergegeven. Voor alle overige, in dit onderzoek, getoetste wegen geldt dat de (gehanteerde) ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB niet wordt overschreden. Hierdoor wordt als gevolg van de Binnenweg, Zevenhuizenseweg en de H.W. Iordensweg voldaan aan de Wgh. Als gevolg van de 30 km/uur wegen Ijsbaandwarsweg en Meester Zwiersweg wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Paragraaf 4.3.3. toont de geluidbelasting als gevolg van de spoorlijn Deventer – Apeldoorn.
4.3.1
IJsbaanweg (30 km/uur) In figuur 3 is de geluidbelasting vanwege de IJsbaanweg weergegeven op de gevels van de te realiseren woningen. In bijlage B is een volledig overzicht van de geluidbelastingen in alle rekenpunten weergegeven.
Figuur 3
Geluidbelasting vanwege de IJsbaanweg incl. aftrek conform art. 110g Wgh [dB]
Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat vanwege de IJsbaanweg de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden. Er is sprake van geluidluwe gevels. Onderzoek naar maatregelen is nodig. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.
SAB
12
4.3.2
Badijkstraat In figuur 4 is de geluidbelasting vanwege de Badijkstraat weergegeven op de gevels van de te realiseren woningen. In bijlage B is een volledig overzicht van de geluidbelastingen in alle rekenpunten weergegeven.
Figuur 4
Geluidbelasting vanwege de Badijkstraat incl. aftrek conform art. 110g Wgh [dB]