bestemmingsplan | Toelichting
Tekst van het document
Vleermuizen (gebouwbewonende) Tijdens de vleermuisonderzoeken zijn 4 zomerverblijven van gewone dwergvleermuis en één zomerverblijf van laatvlieger aangetoond. Tijdens de najaarsonderzoeken zijn sociale roepjes van gewone dwergvleermuizen waargenomen. Ook tikte de baltsende vleermuizen meermaals aan bij twee eerder vastgestelde zomerverblijven. Er kan derhalve vanuit worden gegaan dat deze twee zomerverblijven ook als paarverblijven worden gebruikt. Er is binnen het plangebied een kraamverblijf van gewone dwergvleermuizen aangetoond ter hoogte van de kopgevel aan de G.J. Van Heuvenstraat 11. Het kraamverblijf van de gewone dwergvleermuizen is laat in het seizoen vastgesteld en de volgende dag al niet meer aangetroffen. Kraamverblijfplaatsen worden gebruikt van begin mei tot half juli. De verwachting is dat het aangetroffen kraamverblijf onderdeel is van een uit elkaar gevallen (groter) verblijf in de omgeving of een verhuisd kraamverblijf. Zomer- en/of paarverblijven van gewone dwergvleermuizen en laatvlieger kunnen een aanwijzing zijn dat de aanwezige individuen de locatie ook als winterverblijf gebruiken. Dergelijke verblijfplaatsen zijn aangetoond. De woningen zijn qua constructie ook geschikt als winterverblijf. Er dient derhalve vanuit gegaan te worden dat de aangetroffen vleermuizen ook in de winter aanwezig kunnen zijn.
In en nabij het plangebied werd gefoerageerd door gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. Ook het park wordt gebruikt door deze soorten. Het plangebied betreft 52
Winkler Prins locatie, Voorst
geen significant foerageergebied van de genoemde soort, daarnaast blijft het plangebied ook in de toekomst geschikt als foerageergebied. De genoemde verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd. Door de voorgenomen ingrepen zullen de genoemde vaste verblijfplaatsen verloren gaan. Dit is niet toegestaan bij de Wnb. In dit kader zal er een ontheffing Wet natuurbescherming (soorten) moeten worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. In het kader van de ontheffingsaanvraag dient vervolgens een projectplan te worden opgesteld. Tevens dienen er (tijdelijke en permanente) mitigerende/ compenserende maatregelen genomen te worden om de vaste verblijfplaatsen te vervangen. De te nemen maatregelen dienen te worden begeleid door een ecoloog en vastgelegd te worden in een werkprotocol. Er zal geen aantasting plaatsvinden van foerageergebied of vliegroutes. Wel dient verstoring door licht op de groenstructuren rondom het plangebied voorkomen te worden tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie.
Gierzwaluw Er is binnen het plangebied een in- en uitvliegende gierzwaluw waargenomen. Dit nest bevindt zich aan de Binnenweg 20, in de kopgevel tussen een dakpan en cement. Aan de Binnenweg 30, buiten het plangebied, is eveneens een nest vastgesteld. De genoemde nestlocatie is jaarrond beschermd. Door de voorgenomen ingrepen zal dit nest verloren gaan. Dit is niet toegestaan bij de Wnb. In dit kader zal er een ontheffing Wet natuurbescherming (soorten) moeten worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. In het kader van de ontheffingsaanvraag dient vervolgens een projectplan te worden opgesteld. Tevens dienen er tijdelijke en permanente mitigerende maatregelen genomen te worden om de nestlocaties te vervangen/ te behouden. De te nemen maatregelen dienen te worden begeleid door een ecoloog en vastgelegd te worden in een werkprotocol. Er zal geen aantasting plaatsvinden van functioneel leefgebied.
Huismus Tijdens het onderzoek zijn 25 huismussennesten vastgesteld. Deze nesten bevinden zich onder de eerste of tweede rij dakpannen van de woningen. De meeste nesten bevinden zich aan de Binnenweg 14 – 22A. De huismus foerageert direct nabij het plangebied. De groenstructuren, tuinen en het park maken deel uit van het functionele leefgebied van deze soort. In de directe omgeving wordt ook veelvuldig door deze soort gebroed en gefoerageerd. De ingrepen aan de woningen hebben tot gevolg dat de aangetoonde jaarrond beschermde nesten verloren gaan. Het essentieel functionele leefgebied, zoals foerageergebieden en schuilplekken, worden eveneens (deels) aangetast. Voor het mogen vernietigen van jaarrond beschermde nesten en essentieel functioneel leefgebied is een ontheffing Wnb nodig. Tevens dienen er mitigerende maatregelen genomen te worden. In het kader van de ontheffingsaanvraag dient eveneens een projectplan en een werkprotocol te worden opgesteld. De te nemen maatregelen dienen te worden begeleid door een ecoloog en vastgelegd te worden in een werkprotocol.
Kleine marterachtigen Er zijn in geen van de onderzoeken kleine marterachtigen en/ of sporen waargenomen. Tijdens en na elke onderzoeksronde is er uitgebreid onderzoek gedaan met een warmtebeeldcamera. Er is aangaande kleine marterachtigen geen overtreding van de Wnb te verwachten. Een ontheffing is niet noodzakelijk.
Steenmarter De steenmarter is tijdens één van de avondbezoeken foeragerend waargenomen in een tuin aan de G.J. van Heuvenstraat ter hoogte van huisnummer 12. De steenmarter heeft die avond geen binding getoond met één van de opstallen of schuurtjes. In de overige avond- en ochtendonderzoeken is de soort niet 53
Winkler Prins locatie, Voorst
waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen die duiden op een vaste verblijfplaats in de opstallen of elders in het plangebied. Er zijn geen in- en uitkruipende steenmarters ontdekt. Er zijn dan ook geen sporen, zoals markeerpoepjes en latrines, aangetroffen. Er is aangaande steenmarter derhalve geen overtreding van de Wnb te verwachten. Een ontheffing is niet noodzakelijk.
Overige waarnemingen/ zorgplicht Tijdens bijna elke avond- en ochtendronde zijn egels in het openbaar groen en in de tuinen waargenomen. Ook zijn er jonge egels aanwezig. De sloop en herinrichting van het terrein en met name het park kan effect hebben op deze soort. Ondanks dat de soort in Gelderland niet beschermd is adviseeert het onderzoeksbureau een plan te maken om te waarborgen dat er in de nieuwe situatie voldoende foerageer- en rustmogelijkheden zijn voor deze soort. Tijdens de werkzaamheden, zoals met de sloop en het verwijderen van groenstructuren, dient goed gelet te worden op de aanwezigheid van egels en dient aantasting van verblijfplaatsen voorkomen te worden.
Bomencheck Tijdens de bomencheck zijn de te kappen bomen gecontroleerd op naar boven ingerotte holtes, loszittende schors en/ of scheuren in de bomen die geschikt kunnen zijn voor boombewonende vleermuizen. Tijdens deze check is tevens gelet op jaarrond beschermde nesten in de bomen. In de bomen zijn geen naar boven ingerotte holtes, loszittende schors, geschikte scheuren en /of nesten waargenomen. Een nader onderzoek (op basis van het protocol voor vleermuisinventarisaties 2021 (GaN)) naar boombewonende vleermuizen of jaarrond beschermde nesten is niet noodzakelijk bevonden en derhalve ook niet uitgevoerd.
Algemene zorgplicht Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn.
Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd. Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden 54
Winkler Prins locatie, Voorst
aangetroffen, dan moeten de werkzaamheden worden stilgelegd en dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen. Er is dan overleg nodig met het bevoegd gezag.
Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen draait enerzijds om het inbouwen van verblijfsplaatsen in woningen voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals de huismus en de gierzwaluw. Anderzijds gaat het om het toepassen van meer groen in de directe woonomgeving ter promotie van de biodiversiteit, klimaatbestendigheid en leefbaarheid van het gebied. Het puntensysteem geeft initiatiefnemers kaders voor natuurinclusief bouwen. Er is gekozen voor een puntensysteem om de creativiteit en keuzevrijheid van ontwerpers te bevorderen. Per (soort) woning (of gevel appartementencomplex) geldt dat er bij de (ver)bouw een minimum aantal punten wordt behaald. Deze punten worden gehaald door verblijfsplaatsen in te bouwen én door groene maatregelen aan en om de woning(en) toe te passen. Welke maatregelen precies worden gekozen om de punten te behalen is aan de ontwikkelaar. Natuurinclusief bouwen wordt als gemeentelijke ambitie megenomen in de uitvraag richt de marktpartijen.
Omgevingsvergunning flora en fauna Uit de aanvullende onderzoeken is bekend geworden dat voor de huismus, de vleermuis en de gierzwaluw er een omgevingsvergunning flora en fauna aangevraagd dient te worden voor de uit te voeren sloop- en bouwwerkzaamheden. De werkzaamheden kunnen niet worden uitgevoerd voordat de omgevingsvergunning is verleend. De omgevingsvergunning is in januari 2024 aangevraagd bij de provincie Gelderland, in juni 2024 is de omgevingsvergunning flora en fauna verleend door de provincie Gelderland.
4.5.1.2 Conclusie Het aspect ecologie zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.5.2
Stikstofdepositie
Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.
4.5.2.1 Beoordeling In november 2023 is er een stikstofberekening uitgevoerd voor de beoogde ontwikkeling (zie bijlage 2 van deze toelichting). De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het plan/project zijn uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2023. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase er geen resultaten zijn voor de projectberekening onder het Wnb registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Om overschrijdingen ten gevolge van de aanlegfase te voorkomen dient het groot materieel ten minste van leeftijdsklasse stage IV te zijn en dient voor de mobiele kraan 7% AdBlue te worden toegevoegd. Voor het overige materieel dient 6% 55
Winkler Prins locatie, Voorst
AdBlue te worden toegevoegd. Uit de uitgevoerde berekeningen voor de gebruiksfase blijkt een grootste afname van 0,01 mol stikstof/ha/j op 7,01 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters13 significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd.
4.5.2.2 Conclusie Het aspect stikstof zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.6
Verkeer en parkeren
Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van parkeerkencijfers van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen 4.6.1
Beoordeling
Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Het plan bestaat uit 14 koopwoningen, 10 sociale huurwoningen en 10 huurappartementen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Verkeer In de bestaande situatie zijn er in het plangebied 13 huurwoningen aanwezig. Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een huurwoning, sociale huur (schil centrum, niet stedelijk) een gemiddelde verkeersgeneratie van 5,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. De totale verkeersgeneratie in de bestaande situatie bedraagt dan 70,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ heeft een koop, tussen- of hoekwoning (schil centrum, niet stedelijk) een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,3 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. In het voorliggend plan zijn 14 koopwoningen beoogd, de verkeersgeneratie bedraagt 102,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een huurwoning, sociale huur (schil centrum, niet stedelijk) heeft een gemiddelde verkeersgeneratie van 5,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. In het voorliggend plan zijn 10 huurwoningen beoogd, de verkeersgeneratie bedraagt 54 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
Een huurappartement, midden/goedkoop (schil centrum, niet stedelijk) heeft een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. In het voorliggend plan zijn 10 huurappartementen beoogd, de verkeersgeneratie bedraagt 41 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersgeneratie van de 34 woningen bedraagt 197 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verkeersaantrekkende werking in het plangebied zal toenemen. Voor het plangebied zijn dit in totaal 127 extra verkeersbewegingen per etmaal. De bijdrage van het verkeer zal geen verkeersproblemen 56
Winkler Prins locatie, Voorst
geven op de wegen rondom het plangebied.
Parkeren Volgens de CROW-publicatie ‘Kencijfers en verkeersgeneratie’ is het parkeerkerncijfer voor een: Huur appartement midden/goedkoop(incl. sociale huur) minimaal 0,8 parkeerplaats per appartement (schil centrum / niet stedelijk). Er worden in het plan 10 appartementen gerealiseerd, hier zijn minimaal 8 parkeerplekken voor benodigd; Huur, huis, sociale huur minimaal 1 parkeerplaats per woning (schil centrum / niet stedelijk). Er worden in het plan 10 huurwoningen gerealiseerd, hier zijn minimaal 10 parkeerplekken voor benodigd; Koop, huis, tussen/hoek minimaal 1,4 parkeerplaats per woning (schil centrum / niet stedelijk). Er worden in het plan 14 koopwoningen gerealiseerd, hier zijn minimaal 20 parkeerplekken voor benodigd. De totale parkeeropgave bedraagt minimaal 38 parkeerplaatsen voor de 34 woningen. In het plangebied worden 34 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de zuidzijde van het Jac. Lugtmeijerplantsoen, aan de Anthony Winkler Prinsstraat, worden 18 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de Binnenweg, ten noorden van het appartementencomplex, wordt een parkeerkoffer gerealiseerd met 11 parkeerplaatsen. Aan de Binnenweg, voor het appartementencomplex, worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. De bestaande parkeerplaatsen aan de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg blijven behouden. Dit zijn 16 parkeerplaatsen.
In totaal zijn er 50 parkeerplaatsen (34 + 16) in en rondom het plangebied aanwezig. In totaal zijn in en rondom het gebied minimaal 38 parkeerplekken noodzakelijk voor de voorgenomen ontwikkeling van de 34 woningen. Hier wordt ruimschoots aan voldaan. Het parkeren is als voorwaardelijk verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan (artikel 5.3.1). Hiermee zijn de gehanteerde parkeernormen juridisch geborgd.
57
Winkler Prins locatie, Voorst
Afbeelding 27 - Parkeerplan voor 34 parkeerplaatsen
4.6.2
Conclusie
Het aspect verkeer en parkeren zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
4.7
Water
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) 58
Winkler Prins locatie, Voorst
wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen. 4.7.1
Watertoets
Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Het hemelwater wordt niet op de riolering geloosd, het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied. De overloopvoorzieningen voor het overtollige hemelwater worden aangesloten op de hemelwaterriolering in de omliggende wegen. In de nieuwe situatie worden de nieuw te bouwen woningen voor vuilwater aangesloten op de riolering. De nieuw te bouwen bijgebouwen bij de woningen worden voorzien van 'groene' daken, de parkeerplaatsen worden voorzien van waterdoorlatende verharding. In het plan wordt circa 975 m2 aan verharding toegevoegd t.o.v. de bestaande situatie.
59
Winkler Prins locatie, Voorst
Afbeelding 28 - Tabel verhard oppervlak bestaande en nieuwe situatie
De watertoets is medio november 2023 voor het plangebied uitgevoerd. Het resultaat hiervan is in bijlage 8 opgenomen. In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Er wordt niet meer dan 1000 m2 aan verhard oppervlak toegevoegd. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Binnen het plangebied dient vanuit de gemeentelijke regelgeving een hemelwaterberging van 36 mm/m2 verhard (dak- en terrein)oppervlak aangebracht te worden. Dit houdt in dat voor dit gebied de gemeentelijke norm van 36 mm/m2 geldt over de totale verharding van circa 3.475 m2. Dit komt met dit ontwerp uit op circa 125 m3 regenwaterberging. Bij verdere uitwerking van de plannen dient initiatiefnemer aan te geven hoe de benodigde bergingscapaciteit wordt gerealiseerd. Er is voldoende ruimte aanwezig in het plangebied om hierin met infiltratiekratten of een wadi te voorzien. Bij de aanleg de hemelwatervoorziening(en) mag geen schade toegebracht worden aan de (wortels van de) bestaande bomen. Ook dient het ontwerp van het park gerespecteerd te worden. 4.7.2
Conclusie
Het aspect water zorgt niet voor een belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
60
Winkler Prins locatie, Voorst
4.8
Kabels en leidingen
In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofd transportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.8.1
Beoordeling
In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij eventuele graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen 4.8.2
Conclusie
Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect kabels en leidingen, nader onderzoek op het gebied van kabels en leidingen is daarom ook niet nodig.
4.9
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In dit geval wordt er 34 woningen mogelijk gemaakt en is er dus sprake van een aangewezen bouwplan. De gemeenteraad moet daarom een exploitatieplan vaststellen, tenzij de kosten anderszins verzekerd zijn (artikel 6.12, lid 2 Wro). Omdat een deel van de gronden binnen het plangebied in eigendom is van de gemeente is het kostenverhaal verzekerd door verkoop van bouwrijpe grond. Uit de financiële haarbaarheidsberekening is gebleken dat het project financieel uitvoerbaar is.
Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet van toepassing. Een deel van de gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van de woningbouwcorporatie IJsseldal Wonen. De kosten (voor dat deel van het plangebied) die gepaard gaan met de bestemmingsplan procedure en de kosten voor ontwikkeling en inrichting van het gebied zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.
61
Winkler Prins locatie, Voorst
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
5.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komt de volgende bestemming voor: Groen; Verkeer - Verblijfsgebied; Wonen. Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komt de volgende dubbelbestemming voor: Waarde – Archeologie; De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden.
Bestaande situatie In de bestemmingsregels, veelal de bouwregels, kan worden verwezen naar de bestaande situatie. Dit vindt veelal plaats om van het plan afwijkende maten en oppervlakten niet onder het overgangsrecht te plaatsen. De bestaande situatie is de situatie zoals deze naar voren komt uit de (digitale) gegevens van het gemeentelijk bouwdossier aangevuld met de BGT, het kadaster, de luchtfoto's en de cyclomedia, zoals deze bestaan op het moment van het in werking treden van het plan.
62
Winkler Prins locatie, Voorst
5.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik, uitgezonderd geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen en detailhandel in volumineuze goederen en/of grootschalige detailhandel. Deze worden expliciet genoemd als strijdig gebruik bij de desbetreffende bestemmingen. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
5.3
Bestemmingen
5.3.1
Groen
Het structurele groen in het plan heeft de bestemming 'Groen' gekregen. Dit structurele groen bestaat uit het plantsoen en het 'groene hart' tussen de woonpercelen. In deze gebieden staat de groene inrichting voorop. Een gedeelte van het groengebied wordt gebruikt voor parkeren. Om te voorkomen dat overal binnen de groenbestemming geparkeerd mag worden is een speciale aanduiding parkeerterrein opgenomen. Binnen deze aanduiding mag geparkeerd worden, erbuiten niet. Wegen ten behoeve van gemotoriseerd verkeer worden er niet toegestaan. Andere verblijfsfuncties of paden en wegen voor langzaam verkeer zijn wel mogelijk. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd, de maximum goot- en bouwhoogte bedraagt 6 meter. Verder zijn er slechts beperkte bouwmogelijkheden (bouwwerken, geen gebouwen zijnde). 5.3.2
Verkeer - Verblijfsgebied
De infrastructuur en directe omgeving wordt voorzien van de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. Binnen deze bestemming zijn de gronden onder meer bestemd voor wegen met een functie voor de ontsluiting van aanliggende gronden, parkeerplaatsen, water, openbare nutsvoorzieningen alsmede bij deze bestemming horende voorzieningen zoals groen, verhardingen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen, en water. De bouwmogelijkheden binnen de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ zijn beperkt.
63
Winkler Prins locatie, Voorst
5.3.3
Wonen
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepen en/of aan huis verbonden bedrijven (onder voorwaarden), openbare nutsvoorzieningen alsmede bij deze bestemming horende voorzieningen zoals groen, paden, verhardingen en water. De gronden voor (het verlengde van ) de voorgevel van de woningen zijn voorzien van de aanduiding ‘tuin’. Hier zijn de bouwmogelijkheden zeer beperkt. Het overige deel van het erf – drie meter achter het verlengde van de voorgevel – is voorzien van de aanduiding ‘erf’. Deze gronden zijn bestemd als erf bij de woningen. Het bouwen van hoofdgebouwen (woningen) is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, in aaneengebouwde of gestapelde vorm. Het toegestane woningtype is aangeduid op de verbeelding. De maximum goot- en bouwhoogte van de woningen is eveneens aangegeven op de verbeelding middels de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’. Ter plaatse van het bouwvlak en de functieaanduiding ‘erf’ mogen overige gebouwen worden gebouwd, mits de goot- en bouwhoogte niet meer bedraagt dan respectievelijk 3 en 5 meter en met een maximum van 50 m2. Het bebouwingspercentage van overige gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'erf' bedraagt maximaal 50%.
De bouwmogelijkheden ter plaatse van de functieaanduiding ‘tuin’ zijn beperkt, hier mogen uitsluitend erkers en/of entreeportalen worden gebouwd, mits voldaan wordt aan de daaraan gestelde maatvoeringseisen. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting voor parkeren (artikel 5.3.1). Indien op grond van bestemming ‘Wonen’ wordt gebouwd, dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet voldaan worden aan de parkeernormen zoals genoemd in het desbetreffende artikel. Tot slot zijn binnen de bestemming ‘Wonen’ beroepen of bedrijven aan huis – onder voorwaarden – toegestaan tot 50 m2. Onder voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels.
5.3.4
Waarde - Archeologie
Om de archeologische waardevolle gebieden veilig te stellen, gelden er op deze gronden beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veiliggesteld. Een onderzoek is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 1 m²; een bouwwerk waarbij graafwerkzaamheden niet dieper dan 60 cm en zonder heiwerkzaamheden plaatsvinden. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of van bepaalde werkzaamheden. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, is niet noodzakelijk voor werken en werkzaamheden die betrekking hebben op normaal beheer en onderhoud overeenkomstig de toegekende bestemming.
64
Winkler Prins locatie, Voorst
5.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
5.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 5.4.2
Afwijking
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden.
In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden beroepen die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan; bestemming 'Wonen': ten behoeve van aan huis verbonden beroepen in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.
Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes kunnen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouwtje niet meer dan 75 m³ bedraagt; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het toestaan van antennemasten tot een bouwhoogte van 40 meter; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan maar te regelen via een afwijking, zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd moet worden. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders.
Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
65
Winkler Prins locatie, Voorst
Hoofdstuk 6 6.1
Overleg en inspraak
Communicatie met omwonenden
De Kansenkaart met daarin de maatwerklocatie Winklerprins is tijdens een inloopbijeenkomst in mei 2022 gepresenteerd aan inwoners van het dorp Voorst. Tijdens die drukbezochte bijeenkomst hadden de voorstanders van woningbouw de overhand. Toen is een lijst met geïnteresseerden in een koop en huur woningen aangemaakt. Op 15 december 2022 is een informatiebijeenkomst speciaal voor omwonenden georganiseerd als vervolg op een eerste bijeenkomst in mei 2022. Er is een eerste ontwerp getoond als uitwerking van de Kansenkaart Voorst. De mogelijkheid is gegeven om hier mondeling en/of schriftelijk een eerste reactie op te geven. De noodzaak voor woningbouw in Voorst wordt onderschreven. Hoewel een enkeling de suggestie doet om niet voor deze locatie te kiezen, waren de reacties over het algemeen gericht op het verbeteren van het voorgelegde conceptplan. Parkeren is het grootste punt van zorg. Daarnaast zijn er meerdere opmerkingen gemaakt over het woningtype, de positie van de woningen t.o.v. de eigen woning, het aantal woningen en de openbare ruimte (groen en paden). Naar aanleiding van de input is het plan aangepast op het punt van het parkeren en voor het openbaar groen bij de woningen achter de Korte Binnenweg.
In een nagekomen reactie eind maart werd nog gewezen op de kansen voor vermindering van energieverbruik en -uitstoot en dat dit tijdens de bijeenkomst nog onvoldoende naar voren is gekomen. Het klopt dat hier nog niet expliciet over is gecommuniceerd. Energiebesparing is wel onderdeel van het plan. Het zijn kleine compacte woningen. Met een goede warmte-installatie en zonnepanelen wordt het energieverbruik fors teruggebracht. Besloten is om het bestemmingsplan als ontwerp ter inzage te leggen, uiteraard wel met behoud van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. De omwonenden worden schriftelijk geinformeerd over de start van de ontwerpprocedure.
6.2
Vooroverleg
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet in het kader van het overleg als bedoeld in art. 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Tegelijkertijd wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan andere relevante instanties.
Het Rijk Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk.
Provincie Gelderland Het plan past binnen de afspraken uit de woonagenda en vindt plaats binnen de bebouwde kom van Voorst en daarmee ook binnen provinciaal beleid. De provincie Gelderland is geinformeerd over het planvoornemen, vanuit de provincie Gelderland bestaan geen bezwaren tegen de plannen.
Waterschap Vallei en Veluwe Op grond van de digitale watertoets heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Vanuit het Waterschap bestaan geen bezwaren tegen de plannen. 66
Winkler Prins locatie, Voorst
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) De VNOG heeft een schriftelijke reactie gegeven op het bestemmingsplan. Op basis van de aangeleverde stukken blijkt dat het voornemen past binnen de normen van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Vanuit de VNOG bestaan geen bezwaren tegen de plannen. Het aanvullend advies van de VNOG is: 1. Voor de ontsluitingswegen en/of bluswatervoorziening contact op te nemen met de lokale accounthouder namens de VNOG. 2. Creëer voor ambulances een goede bereikbaarheid door voldoende toe- en uitgangswegen te realiseren. Voor ambulances is het namelijk niet alleen van belang om zo snel mogelijk bij de gebouwen te kunnen komen, maar ook om zo snel mogelijk weer weg te kunnen rijden zonder hinder te ondervinden van andere (hulpverlenings-)voertuigen. 3. Ambulances dienen dicht bij de woonlocatie geparkeerd te kunnen worden. Obstakels op de weg, de stoep en het terrein dienen dus zodanig te worden ingericht dat ambulances snel en goed bij de woonlocatie kunnen komen. Het beperken van trappen, paaltjes, drempels, grote bloembakken, e.d. draagt bij aan een goede bereikbaarheid van de gebouwen voor ambulances en brancards. 4.
Zorg voor een eenduidige, duidelijke bewegwijzering, waarbij borden en nummers zodanig zijn geplaatst, dat bij een calamiteit in/bij de gebouwen duidelijk is waar de hulpverleners naar toe moeten. 5. Om de woningen voor brancards goed begaanbaar te houden, is het van belang om met name de ingang begaanbaar te houden. Grind voor de ingang en het gebruik van grote rubberen ringmatten vormen voor ambulancepersoneel en het slachtoffer op de brancard namelijk een obstakel. 6. Breng het project ‘STAN’ (Stan is de dóórontwikkeling van HartveiligWonen) bij de bewoners onder de aandacht, dit i.v.m. de aanrijtijden van ambulances. Dit is een hulpsysteem waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren (met AED), in afwachting van een ambulance. Deelname aan dit project kan levens redden. 7. Plaats een AED op een strategische locatie. In geval van een circulatiestilstand wordt, door z.s.m. te defibrilleren, de overlevingskans van de betreffende persoon vergroot. Als deze AED aan een buitenmuur wordt bevestigd en beschikbaar wordt gesteld voor algemeen gebruik, kan deze AED ook gebruikt worden bij nood in de omgeving. 8. Plaats een Stop de bloeding-set naast de AED. Dit is een pakketje met extra hulpmiddelen om bloedingen te stoppen.
Omstanders en niet-medische hulpverleners kunnen de overlevingskansen van slachtoffers van (bom) aanslagen en grote ongelukken aanzienlijk verhogen. Door ernstig bloedverlies meteen adequaat te stelpen, worden levens gered. Dat geldt natuurlijk ook voor meer alledaagse verwondingen waarbij levensbedreigend bloedverlies optreedt, bijvoorbeeld bij een val door een glazen deur of ernstige open botbreuken.
6.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan 'Winkler Prins locatie' heeft vanaf 21 december 2023 voor een ieder negen weken ter inzage gelegen. Er zijn in deze periode drie zienswijzen ingediend. In bijlage 9 van deze toelichting 'Zienswijzenotitie Bestemmingsplan Winkler Prins locatie, Voorst' zijn de binnengekomen zienswijzen besproken en voorzien van een beantwoording. Dit leidt niet tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
67