CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan | Toelichting

gemeenteraad 8 juli 2024, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Winkler Prins locatie, Voorst24.147 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Winkler Prins locatie, Voorst

Winkler Prins locatie, Voorst

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Het plangebied 1.3 Doel 1.4 Geldende bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

5 5 5 7 7 8

Hoofdstuk2 Planomschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Historische context 2.3 Bestaande situatie 2.4 Ruimtelijke uitgangspunten 2.5 Toekomstige situatie

10 10 10 12 15 17

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

23 23 23 26 28 31

Hoofdstuk4 Uitvoerbaarheid 4.1 Inleiding 4.2 Milieuaspecten 4.3 Archeologie 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Natuuronderzoek 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Water 4.8 Kabels en leidingen 4.9 Economische uitvoerbaarheid

38 38 38 47 49 50 56 58 61 61

Hoofdstuk5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Planregels 5.3 Bestemmingen 5.4 Flexibiliteit in het bestemmingsplan

62 62 62 63 65

Hoofdstuk6 Overleg en inspraak 6.1 Communicatie met omwonenden 6.2 Vooroverleg 6.3 Zienswijzen

66 66 66 67

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Stikstofberekening

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek 2011

2

Winkler Prins locatie, Voorst

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek 2022

Bijlage 6

Quickscan ecologie

Bijlage 7

Aanvullend onderzoek ecologie

Bijlage 8

Watertoets

Bijlage 9

Zienswijzennota Winkler Prins locatie Voorst

3

Winkler Prins locatie, Voorst

4

Winkler Prins locatie, Voorst

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2022 heeft de gemeente Voorst, samen met de inwoners uit dorp Voorst, de 'Kansenkaart Voorst' opgesteld. Het rapport beschrijft o.a. de waarden van het unieke landschap én de kwaliteiten en kansen van dorp Voorst voor het (ver)bouwen van woningen. In het rapport worden een aantal inbreidingslocaties (maatwerklocaties) in het dorp benoemd, voor mogelijke woningbouw in de (nabije) toekomst. Eén van deze locaties is de Winkler Prins locatie. De gronden van de Winkler Prins locatie zijn in eigendom van de gemeente Voorst en woningbouwcorporatie IJsseldal Wonen. De gemeente Voorst heeft samen met woningbouwcorporatie IJsseldal Wonen het voornemen om een plan te realiseren voor woningbouw met behoud van het groene karakter. Het plan gaat uit van de sloop van dertien huurwoningen langs de Binnenweg en G.J. van Heuvenstraat en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Het Jac. Lugtmeijerplantsoen krijgt een groene kwaliteitsimpuls en wordt meegenomen bij de uitwerking van het plan. De Winkler Prins locatie heeft in het geldend bestemmingsplan 'Dorp Voorst 2010' overwegend de bestemming 'Groen'. Op grond van deze bestemming is de bouw van woningen niet mogelijk. Een aanpassing van het bestemmingsplan is noodzakelijk om het gewenste woningbouwplan mogelijk te maken.

Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.

1.2

Het plangebied

Het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan 'Winkler Prins locatie' ligt ten oosten van de Rijksstraatweg. Het plangebied bestaat uit de deelgebieden Winkler Prins terrein, Jac. Lugtmeijerplantsoen en de rijwoningen aan de G.J. van Heuvenstraat / Binnenweg. Het Winkler Prins terrein wordt begrenst door de woonhuizen aan de Binnenweg, de G.J. van Heuvenstraat en de Helena H. Wilkensstraat en grenst aan de noordzijde aan de Anthony Winkler Prinsstraat en het Jac. Lugtmeijerplantsoen. Het Jac. Lugtmeijerplantsoen ligt ten noorden van het Winkler Prins terrein. Het plangebied (Winkler Prins terrein, Jac. Lugtmeijerplantsoen en rijwoningen aan de G.J. van Heuvenstraat / Binnenweg) bestaat uit de kadastrale percelen 1369, 1370, 1451, 1692, 1878, 1879, 2102 en 2139 en heeft een oppervlakte van 11.150 m2.

5

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 1 - Situering Winkler Prins locatie

Afbeelding 2 - Winkler Prins terrein 6

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 3 - Begrenzing van het plangebied (Winkler Prins terrein, Jac. Lugtmeijerplantsoen en rijwoningen aan de G.J. van Heuvenstraat / Binnenweg)

1.3

Doel

Het belangrijkste doel van het op te stellen bestemmingsplan 'Winkler Prins locatie, Voorst' is het scheppen van een ruimtelijk kader om de realisatie van 34 woningen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan 'Winkler Prins locatie, Voorst' vervangt bij inwerkingtreding het bestemmingsplan 'Dorp Voorst 2010' ter plaatse van de in het plangebied betrokken kadastrale percelen.

1.4

Geldende bestemmingsplan

Op 1 juli 2010 heeft de gemeenteraad van de gemeente Voorst het bestemmingsplan 'Dorp Voorst 2010' vastgesteld. In het bestemmingsplan hebben de gronden in het plangebied de enkelbestemmingen 'Groen' en ‘Wonen’. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Binnen deze bestemming is op de verbeelding onderscheid gemaakt tussen het bouwvlak, de aanduiding erf en de aanduiding tuin. Deze driedeling is bepalend voor de plaats van het hoofdgebouw, de overige gebouwen, de andere bouwwerken en waar niet mag worden gebouwd. Het aantal woningen mag het bestaande aantal per bouwperceel niet overschrijden. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het structurele groen en de grotere plantsoenen en speelvelden in het dorp Voorst hebben de bestemming 'Groen' gekregen. Wegen of parkeerplaatsen ten behoeve van gemotoriseerd verkeer worden er niet toegestaan. Andere verblijfsfuncties of paden en wegen voor langzaam verkeer zijn wel mogelijk. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor groenvoorzieningen, 7

Winkler Prins locatie, Voorst

speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en bij deze bestemming horende voorzieningen zoals paden, verkeers- en verblijfsvoorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd. Binnen de bestemming 'Groen' in het plangebied is één bouwvlak opgenomen voor de bestaande muziektent. Op de gronden aangeduid met tuin zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan met uitzondering van aan de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwde erkers of entreepartijen. Toets aan het geldend bestemmingsplan De gemeente Voorst heeft samen met woningbouwcorporatie IJsseldal Wonen het voornemen om in het plangebied een woningbouwplan te realiseren. Het plan gaat uit van de sloop van dertien huurwoningen langs de Binnenweg en G.J. van Heuvenstraat en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Het geldend bestemmingsplan bevat bij recht geen mogelijkheden om dit woningbouwplan te realiseren. Er zijn binnen de bestemming 'Groen' geen woningen toegestaan.

Afbeelding 4 - Uitsnede geldende bestemmingsplan

1.5

Leeswijzer

De toelichting van het bestemmingsplan 'Winkler Prins locatie, Voorst' bestaat uit de volgende hoofdstukken: in hoofdstuk 2 wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. in hoofdstuk 3 wordt een schets gegeven van het beleidskader dat van belang is voor het functioneren en de ontwikkeling van het plangebied; in hoofdstuk 4 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod. Aan de orde komen zaken als archeologie, ecologie, water en milieu; in hoofdstuk 5 worden kort de verschillende neergelegde bestemmingen, de juridische planopzet, behandeld; In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid; 8

Winkler Prins locatie, Voorst

de toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk 7 waarin wordt ingegaan op het proces van inspraak en overleg in relatie tot dit bestemmingsplan.

9

Winkler Prins locatie, Voorst

Hoofdstuk 2 2.1

Planomschrijving

Inleiding

In 2022 heeft de gemeente Voorst, samen met de inwoners uit dorp Voorst, de 'Kansenkaart Voorst' opgesteld. Het rapport beschrijft o.a. de waarden van het unieke landschap én de kwaliteiten en kansen van dorp Voorst voor het (ver)bouwen van woningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen de dorpskern van Voorst worden in de kansenkaart drie verschillende categorieën onderscheiden. Elke categorie betreft een andere herontwikkelingsbenadering: 1) voortbouwen op de bestaande logica (de vijf dorpssferen), 2) een aantal maatwerklocaties waar andere of aanvullende randvoorwaarden van toepassing zijn, en 3) uitbreidingslocaties aan de rand van het dorp. Maatwerklocaties Een aantal locaties in Voorst vraagt om toegespitste uitgangspunten. Ook hier zijn de bestaande kwaliteiten van Voorst het uitgangspunt voor verandering. Het is hier echter van belang om de uitgangspunten en het laadvermogen voor verandering preciezer te definiëren, omdat de kavels groter zijn, de bebouwing of bestemming afwijkt van het sfeergebied of er grote (vernieuwings) opgaven spelen. De Winkler Prins locatie is één van de maatwerklocaties. Voor deze locatie zijn stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische uitgangspunten gegeven. Het vertrekpunt is steeds cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit van de locatie en het omliggende dorp.

In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de historische context, de bestaande situatie, de ruimtelijke uitgangspunten en de toekomstige situatie.

2.2

Historische context

Voorst is een oud dorp dat al in de tiende eeuw genoemd werd. Rondom de kerk en het Hof te Voorst ontwikkelde zich de kern langs de steilrand met de uiterwaarden van de Voorster Klei. Hier liep de hoofdroute langs de IJssel en kwam een aantal landwegen vanaf de Enk samen. Met de aanleg van de Rijksstraatweg (18e eeuw) komt de doorgaande route meer ten westen van het dorp te liggen. Hier ontstaat een tweede bebouwingscluster waarin de aanwezigheid van buitenplaatsen opvallend is. De ruimte tussen de twee bebouwingsclusters wordt in de eeuwen daarna geleidelijk opgevuld. Pas na 1950 volgen in fasen meer grootschalige uitbreidingen ten westen van de Rijksstraatweg. De Rijksstraatweg werd het nieuwe centrum, met aan de oostkant de historische kern en aan de andere kant de nieuwe woonbuurten met een school en een bejaardentehuis. Eind 2018 is de nieuwe rondweg van Voorst geopend. Het doel van de aanleg van deze weg was om de verkeersdruk op de Rijksstraatweg in te perken en deze weg weer tot een aangenaam en aantrekkelijk hoofdlint van het dorp te maken.

10

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 5 - Kaart van Voorst uit ca. 1931, verdichting met name langs de Rijksstraatweg.

Winkler Prins locatie Het door tuinen en plantsoen omsloten terrein is een boomrijk restgebied, een ingesloten stukje landschap dat is overgebleven na de verdichting van de historische dorpslinten (Binnenweg en Schoolstraat) en de aanleg van nieuwe straten in de naoorlogse periode (H.H. Wilkensstraat en G.J. van Heuvenstraat). Aan de zijde van de Anthony Winkler Prinsstraat lag in 1958 het noodgebouw van een kleuterschool. Nadat dit pand was gesloopt, bleef het terrein aan deze zijde open. Het Winkler Prinsterrein is vergelijkbaar met het eveneens beboste terrein tussen de bebouwing aan de Schoolstraat, Kerkstraat en Hoflaan en het (inmiddels bebouwde) terrein rond het Weemehof en herinnert aan de tijd dat de dorpse bebouwing van Voorst nog los in het landschap stond. Het groen en de bomen van het Winkler Prinsterrein dragen bij aan het groene karakter van Voorst. Woningbouw op de betreffende locaties lag voor de hand want de locatie Winkler Prins was al in de jaren 80 als woningbouwlocatie aangewezen.

11

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 6 - Voorst in 1979, met daarin aangegeven mogelijke woningbouwlocaties zoals het Winkler Prinsterrein (1).

2.3

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat uit de deelgebieden Winkler Prins terrein, Jac. Lugtmeijerplantsoen en de rijwoningen aan de G.J. van Heuvenstraat / Binnenweg. Winkler Prins terrein Het Winkler Prins terrein ligt ten midden van het plangebied tussen de woonhuizen aan de Binnenweg, de G.J. van Heuvenstraat en de Helena H.Wilkensstraat en grenst aan de noordzijde aan de Anthony Winkler Prinsstraat en het Jac. Lugtmeijerplantsoen. De inrichting van dit gebied bestaat uit grasland met enkele bomen. Het terrein wordt niet onderhouden en heeft daardoor een rommelige uitstraling, dit draagt niet bij aan de gewenste 'groene beleving' van Voorst. Het terrein wordt grotendeels omgeven door woningen van woningcorporatie IJsseldal Wonen. Aan de noordrand van het Winkler Prins terrein zijn enkele parkeerplaatsen gelegen. Het Winkler Prins terrein heeft een oppervlakte van 3895 m2. Jac. Lugtmeijerplantsoen Het Jac. Lugtmeijerplantsoen, ten noorden van het Winkler Prins terrein, heeft nu een versleten schrale inrichting, veel verharding, speelvoorzieningen, een muziekkoepel en een aantal mooie bomen. Aan de west- en oostrand van het plantsoen zijn enkele parkeerplaatsen gelegen. Het Jac. Lugtmeijerplantsoen heeft een oppervlakte van circa 3600 m2. Rijwoningen aan de G.J.

van Heuvenstraat / Binnenweg De 13 rijwoningen, ten zuiden van het Winkler Prins terrein, zijn gesitueerd op kadastraal perceel 1370. De rijwoningen (gerealiseerd in 1955) zijn verdeeld in drie blokken van 6, 4 en 3 woningen, deze woningen zijn met de voorgevel georiënteerd op de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg. De achterzijde van de woonpercelen grenzen aan het Winkler Prins terrein. Deze woonpercelen zijn in eigendom van woningcorporatie IJsseldal Wonen. De woningen met zadeldak hebben een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 meter en 9 meter. Het parkeren voor deze woningen vindt beperkt plaats op eigen terrein, grotendeels wordt geparkeerd in de openbare ruimte rondom en binnen het plangebied en aan de G.J. van Heuvenstraat en Binnenweg. Kadastraal perceel 1370 heeft een oppervlakte van 2472 m2.

12

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 7 - Het plangebied bestaat uit de deelgebieden Winkler Prins terrein, Jac. Lugtmeijerplantsoen en de rijwoningen aan de G.J. van Heuvenstraat / Binnenweg

Afbeelding 8 - Winkler Prins terrein

13

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 9 - Jac. Lugtmeijerplantsoen

Afbeelding 10 - G.J. van Heuvenstraat / Binnenweg

14

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 11 - Bestaande situatie

2.4

Ruimtelijke uitgangspunten

De Winkler Prins locatie wordt in de 'Kansenkaart Voorst' genoemd als inbreidingslocatie (maatwerklocatie) in het dorp voor mogelijke woningbouw in de (nabije) toekomst. Een ruimtelijke analyse van deze locatie en zijn omgeving heeft geleid tot een aantal ruimtelijke uitgangspunten voor de herontwikkeling. Stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten Koester het groene karakter van de door bebouwing omgeven locatie. Het terrein is een ingesloten stukje landschap en draagt in belangrijke mate bij aan de groene beleving van Voorst. Voorkom te sterke verdichting en bebouw maximaal 25% van het terrein, met het behoud van de bomenstructuur en het groene karakter als uitgangspunt; Houd de historische ontwikkeling en ruimtelijke karakteristieken van Voorst (linten en bebouwingsvelden) leesbaar. Bouw voort op het onderscheid tussen de historische lintbebouwing (Binnenweg) en de naoorlogse bebouwingsensembles daarachter. De Winkler Prinslocatie is een achterterrein, omsloten door bebouwing. Het is niet onderdeel van een historisch lint, maar er is ook geen ruimte voor een bebouwingsveld met straten en plantsoenen naar het naoorlogse model. Hier geldt een zesde sfeer, namelijk bouwen in het groen. Verkies een hof- of erfachtige opzet, waarbij de bebouwing landt in een collectieve groene ruimte. Eventuele privétuintjes zijn hieraan ondergeschikt; Sluit het Jac.

Lugtmeijerplantsoen aan op de groenstructuur van het Winkler Prinsterrein; Rond de bebouwingswand rond het Jac. Lugtmeijerplantsoen af. Er dienen geen achterkanten of blinde zijkanten op de Anthony Winkler Prinsstraat uit te komen; Koester het zicht vanaf de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg op het open landschap van de Voorsterklei. Vergroen de straatprofielen van de H.H. Wilkensstraat en de G.J. van Heuvenstraat en maak ook hier het groene karakter van Voorst beleefbaar. De hoeken van de straten (Binnenweg, G.J. Heuvenstraat en H.H. Wilkensstraat) vragen om speciale oplossingen, met kwalitatief groen. Geef de bebouwing hier een alzijdig karakter, zonder blinde gevels.

15

Winkler Prins locatie, Voorst

Architectonische uitgangspunten De Binnenweg is een zeer oude route en een historisch dorpslint, pas de bebouwing (in het geval van sloopnieuwbouw) in dit lint in, met ruimtes tussen de bebouwing (doorzichten), afwisselende bouwvolumes en een alzijdige vormgeving. De G.J. van Heuvenstraat en de H.H. Wilkensstraat zijn naoorlogse straten met veelal seriematige en sterk samenhangende bebouwing. Bouw hierop voort. Ook voor eventuele bebouwing op het binnenterrein is het dorpse karakter van de Voorster bebouwing het uitgangspunt. Dit betekent: overwegend baksteen, zadel- of schilddaken, simpele bouwvolumes en een terughoudende vormgeving. Grotere volumes dienen vanaf de omliggende straten verborgen te zijn achter het groen. Bouw voort op de karakteristieke 'samenhang in verscheidenheid', met variatie in bouwvolumes en op elkaar afgestemde architectonische diversiteit. Voor bebouwing aan bestaande straten (Binnenweg, G.J. Heuvenstraat, H.H. Wilkensstraat en Anthony Winkler Prinsstraat) geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter, met een goothoogte van 6 meter (bij twee bouwlagen). Dit sluit aan op de maximale maatvoering voor woningbouw in Voorst (zie bestemmingsplan). Op het midden van het terrein zijn, alleen in het geval van gestapeld wonen en uit het zicht vanaf de bestaande straten, incidentele afwijkmogelijkheden, mits de uitgangspunten op deze pagina standhouden.

Op basis van deze ruimtelijke uitgangspunten heeft het plangebied een invulling gekregen voor de toekomst.

Afbeelding 12 - Ruimtelijke uitgangspunten Winkler Prins locatie

16

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 13 - Vertaling uitgangspunten naar stedenbouwkundig plan

2.5

Toekomstige situatie

De gemeente Voorst heeft samen met woningbouwcorporatie IJsseldal Wonen het voornemen om een plan te realiseren voor woningbouw met behoud van het groene karakter. In het ontwerp is gekozen voor een groen hart en clusters van woningen in de betaalbare categorie. Denk daarbij aan woningen voor kleine huishoudens, compacte gezinswoningen en appartementen. Het plan gaat uit van de sloop van dertien huurwoningen langs de Binnenweg en G.J. van Heuvenstraat en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. In het plan voor de Winkler Prins wordt voor de volle 100% gebouwd in het bereikbare segment (14 koop en 7 huur). Bovendien worden 13 bestaande huurwoningen vervangen voor 13 nieuwe duurzame woningen. Het plan zet verder in op een gevarieerd woningaanbod, er wordt in huuren koop gevarieerd en de woningen zijn geschikt voor verschillende doelgroepen. 2.5.1

Stedenbouwkundig ontwerp

In het stedenbouwkundig ontwerp (zie bijlage 1 van deze toelichting) is gekozen voor een 'groen hart' met rondom clusters van woningen en appartementen. Het 'groene hart' heeft vervolgens weer een verbinding met het Jac. Lugtmeijerplantsoen. Aan de zijde van de G.J. van Heuvenstraat zijn tien woningen gesitueerd, vijf van deze woningen hebben de voorgevel georiënteerd op de G.J. van Heuvenstraat en vijf woningen zijn georiënteerd op het 'groene hart'. Deze compacte gezinswoningen en levensloopbestendige woningen bestaan uit 1 laag met kap. Op de hoek van de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg is een appartementencomplex met 10 appartementen gesitueerd. Het appartementencomplex is zo gepositioneerd dat de zichtlijnen naar het 17

Winkler Prins locatie, Voorst

buitengebied (hoogstamboomgaard, de Voorsterklei en De Beele) behouden blijven. Deze appartementen bestaan uit 3 lagen met kap. Aan de zijde van de Anthony Winkler Prinsstraat zijn veertien woningen gesitueerd, zes van deze woningen hebben de voorgevel georiënteerd Anthony Winkler Prinsstraat en acht woningen zijn georiënteerd op het 'groene hart'. Deze woningen zijn zo gepositioneerd dat de zichtlijn vanuit het 'groene hart' naar het Jac. Lugtmeijerplantsoen behouden blijft. Deze woningen voor een klein huishouden bestaan uit 1 laag met kap. Het 'groene hart' geeft lucht en ruimte aan het gebied en het groene karakter wordt behouden. Het 'groene hart' krijgt een parkachtige inrichting met gazon, bomen, wandelpaden, speelvoorziening en enkele rustpunten. Een aantal bestaande bomen blijven daarbij behouden. Vanuit het 'groene hart' is er een wandelpad (groene loper) naar het Jac. Lugtmeijerplantsoen. Eén van de wensen van de omwonenden is de kwaliteitsverbetering van het Jac. Lugtmeijerplantsoen. Het plantsoen is dan ook betrokken bij het plan en krijgt een kwalitatieve make-over. Het Jac. Lugtmeijerplantsoen heeft nu een versleten schrale inrichting, veel verharding, een muziekkoepel en een aantal mooie bomen.

Door het plantsoen bij het plan te betrekken is er een kans om het plantsoen en de openbare ruimte een samenhangende groene kwaliteitsimpuls te geven en parkeren optimaal te situeren. In het ontwerp voor de openbare ruimte is invulling gegeven aan het structurerend groen (gezamenlijke hagen), verhouding verhard/onverhard, de overgang privé/openbaar, vergroening, speelvoorzieningen en de uiteindelijke situering van de benodigde parkeerplaatsen en nieuwe bomen. De muziekkoepel blijft behouden.

Afbeelding 14 - Toekomstige situatie, stedenbouwkundig plan

Positieve Gezondheid 18

Winkler Prins locatie, Voorst

Positieve Gezondheid is de uitwerking in 6 dimensies van de bredere kijk op gezondheid (lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren) . Met die bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Én om zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Een gezonde woon- en leefomgeving stimuleert inwoners om hun gezondheid te verbeteren. Een wijk die veilig, duurzaam en klimaatbestendig is. Met fiets- en wandelpaden die goed bereikbaar en veilig zijn. En in de buurt ontmoetingsplekken, voorzieningen en activiteiten die voor iedereen toegankelijk zijn. De positieve gezondheid is één van de ingrediënten geweest voor het stedenbouwkundig plan Winkler Prins. De volgende maatregelen dragen bij aan dit thema: 1. De groene verbinding tussen het Jac. Lugtmeijerplantsoen en het WInkler Prins terrein. Hierdoor heeft er een uitbreiding van het park plaatsgevonden. Deze parkruimte met verblijfsmogelijkheden zorgt voor een sociale cohesie door verbinding en ontmoeting; 2. Speelruimte en wandelpaden stimuleren het bewegen en daarmee de gezondheid; 3. De nieuwe woningen zijn georiënteerd op straat en het Winkler Prins park en zijn voorzien van zitplekken/bankjes in de voorgevel. Bewoners komen met elkaar in contact, dit draagt bij aan de sociale cohesie; 4.

Het plangebied krijgt een groene inrichting met inheemse bomen en beplanting, de woningen worden natuurinclusief gebouwd. Bomen zuiveren de luchtkwaliteit en verminderen hittestress, beplanting draagt bij aan de biodiversiteit. Natuurinclusief bouwen verbetert de leefbaarheid én de biodiversiteit. Dit alles draagt bij aan de kwaliteit van leven. 5. De nieuwe woningen voldoen aan de duurzaamheidseisen van deze tijd. Het verbeterde binnenklimaat van de woningen dragen bij aan een betere gezondheid van de bewoners; 6. De beeldkwaliteit van de nieuwe bebouwing. Er wordt voortgebouwd op de karakteristieke 'samenhang in verscheidenheid', met variatie in bouwvolumes en op elkaar afgestemde architectonische diversiteit. Variatie ontstaat door de drie verschillende deelgebieden. De deelgebied hebben elk eigen beeldkwaliteitcriteria's. Variatie, diversiteit en beeldkwaliteit draagt bij aan de leefbaarheid van de omgeving. 7. De doelgroepenmix van het gebied. Een goede doelgroepenmix zorgt ervoor dat iedereen zich welkom voelt. Ongeacht leeftijd, inkomen, culturele identificatie of zorgbehoeftes. Jezelf kunnen identificeren met je omgeving draagt bij aan het thuisgevoel.

2.5.2

Verkeer en parkeren

Aan de zuidzijde van het Jac. Lugtmeijerplantsoen, aan de Anthony Winkler Prinsstraat, worden 18 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de Binnenweg, ten noorden van het appartementencomplex, wordt een parkeerkoffer gerealiseerd met 11 parkeerplaatsen. Aan de Binnenweg, ten oosten van het appartementencomplex worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal worden er 34 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd.

19

Winkler Prins locatie, Voorst

Afbeelding 15 - parkeerplan voor 34 parkeerplaatsen 2.5.3

Beeldkwaliteit

Beeldkwaliteit bebouwing De gevels van de nieuwe bebouwing aan de G.J. van Heuvenstraat en aan de Anthony Winkler Prinsstraat worden uitgevoerd in zandkleurig genuanceerd metselwerk. De daken bestaan uit keramische, donkergrijze pannen. De woningen krijgen witte kozijnen met lichtgrijze draaiende delen. De gevels van het appartementengebouw worden uitgevoerd in rood genuanceerd metselwerk. Het dak bestaat uit keramische, donkergrijze pannen. De appartementen krijgen witte kozijnen met lichtgrijze draaiende delen. Beeldkwaliteit openbare ruimte Rondom het bestaande groen wordt een nieuw, samenhangend buurtje gevormd waar ontmoeting wordt gefaciliteerd. Met het zichtbaar maken van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit krijgt het buurtje een onderscheidend eigentijds karakter. Zowel de openbare ruimte als de woningen zijn klaar voor de toekomst en gezond voor mens en natuur. Het centrale parkje met de bestaande bomen vormt het hart van het nieuwe buurtje. Het parkje is autovrij, parkeren vindt plaats in de rand. Woningen zijn zowel georiënteerd op de straat als op het Winkler Prinspark. Er zijn geen achterkanten van woningen op de straat gericht. Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen worden zichtbaar gemaakt.

Zo wordt water zichtbaar afgevoerd naar de openbare ruimte, wordt hittestress verminderd door verharding te beperken en groen te integreren en zijn nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen een integraal onderdeel van het gevelontwerp. Ook het materiaalgebruik past bij het natuurlijke, duurzame karakter. Woningen krijgen een open uitstraling en langs alle straten, paden en het parkje zijn woningen geadresseerd. Met het (gevel)ontwerp wordt de relatie tussen binnen en buiten versterkt. Zorgvuldig 20

Winkler Prins locatie, Voorst

ontworpen overgangszones tussen openbaar en privé dragen hieraan bij (privé stoepje, haag, veranda etc.). Zo zijn er overal in de buurt ogen op straat en wordt ontmoeting gefaciliteerd. De wandelpaden worden in halfverharding uitgevoerd en de parkeervakken hebben een groene waterdoorlatende verharding. De plantvakken aan het woonpad worden gevuld met siergrassen en bloemen. Erfafscheiding vindt plaats met blokhagen, hederaschermen en gemetselde tuinmuren. Er worden twaalf bomen gekapt, waarvan voor acht bomen een positief kapadvies is gegeven (zie bijlage 1 van deze toelichting). Met de kap van de goede bomen kan ook worden ingestemd om deze planontwikkeling mogelijk te maken. Voorwaarde is dat gekapte bomen op een andere geschikte locatie worden herplant. Er wordt daarbij gekozen voor geschikte inheemse bomen van formaat.

Afbeelding 16 - Toekomstige situatie, referentie beelden inrichting openbare ruimte

2.5.4

Duurzaamheid

Bij woningbouwontwikkeling is duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt. Duurzaamheid is gericht op het efficiënt en verantwoord gebruik van ruimte, water, energie en grondstoffen. Een ruimtelijk plan is duurzaam als het lang mee gaat. Energie Het streven is om de nieuwe woningen te realiseren met aandacht voor energie en klimaat, nul op de meter. Door te bouwen met de standaard van de toekomst zijn de woningen voorbereid op klimaatverandering en heeft het een hogere toekomstwaarde. De woningen voldoen aan de laatst geldende eisen en worden voorzien van warmtepomp, HR++ beglazing en zonnepanelen. Klimaatadaptieve maatregelen 21

Winkler Prins locatie, Voorst

Klimaatverandering en de bebouwde, stedelijke omgeving kunnen niet los van elkaar worden gezien. Een stedelijke of dorpse omgeving vormt een bron van hoge emissies en juist deze omgevingen zijn kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering. Denk hierbij aan wateroverlast, hitte, droogte en wind. Dit vraagt om fysieke aanpassingen in de gebouwde omgeving, om bij te dragen aan mitigatie en adaptatie. Het hemelwater van de nieuwe woningen wordt niet op de riolering geloosd, het hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem van het plangebied (infiltratiekratten, grindkoffers of een wadi of een combinatie van voornoemde systemen). Voor een optimale regenwaterberging is de verharding geminimaliseerd en ingezet op maximaal groen. Een overloop voor overtollig hemelwater wordt geloost op het hemelwaterstelsel in de omliggende wegen. In de nieuwe situatie worden de nieuw te bouwen woningen voor vuilwater aangesloten op de riolering. Het 'groene hart' van het plan en het plantsoen zorgen voor verkoeling, door de combinatie van aanplant van bomen, beplanting en gras wordt hittestress tegengegaan. Door de inrichting van de openbare ruimte, kan het regenwater ook eenvoudig worden afgevoerd. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen wordt als gemeentelijke ambitie megenomen in de uitvraag richt de marktpartijen.

Natuurinclusief bouwen draait enerzijds om het inbouwen van verblijfsplaatsen in woningen voor diersoorten die voor hun broedgelegenheid van gebouwen afhankelijk zijn, zoals de huismus en de gierzwaluw. Anderzijds gaat het om het toepassen van meer groen in de directe woonomgeving ter promotie van de biodiversiteit, klimaatbestendigheid en leefbaarheid van het gebied. Het puntensysteem geeft initiatiefnemers kaders voor natuurinclusief bouwen. Er is gekozen voor een puntensysteem om de creativiteit en keuzevrijheid van ontwerpers te bevorderen (vergelijkbaar met Twello Noord). Per (soort) woning (of gevel appartementencomplex) geldt dat er bij de (ver)bouw een minimum aantal punten wordt behaald. Deze punten worden gehaald door verblijfsplaatsen in te bouwen én door groene maatregelen aan en om de woning(en) toe te passen. Welke maatregelen precies worden gekozen om de punten te behalen is aan de ontwikkelaar. Circulair bouwen Gebouwen en wegen zijn verantwoordelijk voor naar schatting 60% van het totale materiaalgebruik op aarde. In Nederland komt 25% van de CO2-emissies en 40% van het energiegebruik van de gebouwde omgeving. Het verduurzamen van de stedelijke ontwikkeling en de bouwketen vermindert onze huidige en toekomstige impact op de planeet aanzienlijk. Stapsgewijs naar een circulaire bouweconomie. Al vanaf dit jaar moet alle nieuwbouw bijna energieneutraal zijn.

In 2030 moet de bouw met 50 procent minder grondstoffen toe (ten opzichte van 1990) en in 2050 is honderd procent circulair bouwen de norm. Circulaire bouw heeft veel potentie. Door het veranderen van de manier waarop (lokale) overheden hun aanbestedingsprocedure inrichten wordt, vooral in de bouwsector, een grote slag geslagen als het gaat om effectieve stappen naar een circulaire economie. Denk hierbij aan het gebruik van bio-based bouwmaterialen als hout en kalkhennep. De mogelijkheden op het gebied van circulair bouwen zijn nog in ontwikkeling. De komende jaren wordt gekeken hoe de bouweisen aangescherpt kunnen worden om circulair bouwen te stimuleren. Daarom wordt in onderliggend plan rekening gehouden met de toekomstige ontwikkelingen. Zodra er landelijk strengere eisen worden gesteld op het gebied van Circulair Bouwen wordt dit in een uitvraag meegenomen. Daarnaast kan een gunningvoordeel worden behaald aan inschrijvers die een ontwerp met een lagere milieubelasting indienen.

22

Winkler Prins locatie, Voorst

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.2.1.1 Toetsing aan Nationale Omgevingsvisie Het Rijk zet in de NOVI onder andere in op de energietransitie, duurzaam groeipotentieel, sterke en gezonde steden, combinaties van functies en identiteit. Gelet op het feit dat er met voorliggend plan wordt voorzien in een duurzame en toekomstbestendige inrichting, waarbij de bestaande kwaliteiten en identiteit van Voorst centraal staan, wordt een bijdrage geleverd aan het realiseren van de Rijksprioriteiten uit de NOVI. Daarbij wordt rekening gehouden met de afwegingsprincipes.

Zo is de ontwikkeling in lijn met de kenmerken en karakteristieken van het gebied (zoals beschreven in paragraaf 2.4 en 2.5). Er is dan ook geen sprake van strijd met het rijksbeleid zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie.

23

Winkler Prins locatie, Voorst

3.2.2

Nationale Woon- en Bouwagenda

Vanaf maart 2022 heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna: VRO) de Nationale Woon- en Bouwagenda met daaraan gerelateerd een aantal programma's gepubliceerd. Door de Nationale Woon- en Bouwagenda neemt het Rijk weer meer regie op het gebied van volkshuisvesting en woningbouw. Oorzaak hiervan is de (toenemende) druk op de woningmarkt waardoor steeds meer mensen en huishoudens in de knel raken. Het is voor veel mensen lastig om een woning te vinden dat aansluit bij de wensen, behoeften en (financiële) mogelijkheden. De minister van VRO wil dat gemeenten in Nederland in de periode tot en met 2030 900.000 nieuwbouwwoningen realiseren. Daarnaast stelt de minister dat daarvan op landelijk, provinciaal en regionaal niveau tweederde van de woningen betaalbaar moet zijn. Onder betaalbare woningen wordt verstaan: sociale huurwoningen; middenhuur tot ca. €1100 per maand; betaalbare koopwoningen met een aankoopprijs tot maximaal €355.000. Eén van de onderdelen uit de Nationale Woon- en Bouwagenda om de doelen te bereiken zijn de prestatieafspraken tussen het Rijk, provincie en gemeenten in regioverband.

Deze prestatieafspraken geven het Rijk, provincies en gemeenten in regioverband meer inzicht op het gebied van woningbouw en (wanneer noodzakelijk) mogelijkheden tot sturing op hoeveel en welke type woningen worden gerealiseerd, passend bij de woonwensen- en -behoeften van mensen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Regionale Woondeal 2022 regio Stedendriehoek (zie paragraaf 3.4.3 Regionale Woondeal regio Stedendriehoek).

3.2.2.1 Toetsing aan Nationale Woon- en Bouwagenda Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woonagenda en de Nationale Woon- en Bouwagenda.

3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: 'Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied'. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.

De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

24

Winkler Prins locatie, Voorst

3.2.3.1 Toetsing aan Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. 3.2.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Een schematische weergave hiervan is opgenomen in afbeelding 17.

Afbeelding 17 - Ladder voor duurzame verstedelijking Met ingang van 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder in werking getreden. Ongewijzigd hierin is dat in de toelichting op bestemmingsplannen de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beschreven. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling zijn bepalend voor de afbakening van het gebied waarbinnen de behoefte moet worden onderzocht. In de wet is bovendien toegevoegd dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied goed gemotiveerd moet worden waarom deze niet in bestaand stedelijk gebied te realiseren is. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Bij woningbouwontwikkelingen geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als sprake is van de bouw van meer dan 11 woningen (uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 201608869/1/R3).

25

Winkler Prins locatie, Voorst

3.2.4.1 Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woonagenda en de Nationale Woon- en Bouwagenda. Hiermee is aangetoond dat er een regionale behoefte is (trede 1). De ontwikkeling voorziet in een behoefte die binnen bestaand stedelijk gebied wordt uitgevoerd (trede 2). Het plan is hiermee niet strijdig met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2.5

Conclusie

De voorliggende ontwikkeling past binnen de doelstellingen van het Rijk en is in lijn met de Nationale Woon- en Bouwagenda en de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Gelderse Omgevingsvisie is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. De Omgevingsvisie is de vervanger van het streekplan en enkele andere structuurvisies. De titel van de Gelderse Omgevingsvisie is Gaaf Gelderland. Gaaf kent twee betekenissen. Enerzijds gaat gaaf in op de schoonheid van het landschap en de historie. Anderzijds heeft gaaf betrekking op de vernieuwing binnen Gelderland. De ambitie van Gelderland is het in standhouden van het landschap en de cultuurhistorische waarde. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. - Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. - Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen.

Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En, dat is het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Wonen Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder en wonen steeds langer alleen en zelfstandig. Dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van woningen die Gelderland nodig heeft in 2050 staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Er zal een goede balans moeten bestaan tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De provincie Gelderland streeft ernaar een duurzaam woon- en leefklimaat te creëren dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Op deze manier versterkt de economische kracht en kwaliteit van het leven in Gelderland. De ambitie is dan ook om in elk woonmilieu en van elk woningtype de capaciteit te vergroten, passend bij de diversiteit aan woningvraag in de provincie Gelderland. Voor ieder een passende, duurzame woning. Hierbij zal de al bestaande bebouwde omgeving optimaal worden benut.

26

Winkler Prins locatie, Voorst

3.3.1.1 Toetsing aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Er wordt ingespeeld op het benutten van de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied betreft een inbreidingslocatie. De situering en vormgeving van de bebouwing en de openbare ruimte passen binnen de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur van het dorp Voorst. Ook wordt met de realisatie bijgedragen aan diversiteit aan woningvraag. In het plan voor de Winkler Prins wordt voor de volle 100% gebouwd in het bereikbare segment (14 koop en 7 huur). Bovendien worden 13 bestaande huurwoningen vervangen voor 13 nieuwe duurzame huurwoningen. Het plan zet verder in op een gevarieerd woningaanbod, er wordt in huur- en koop gevarieerd en de woningen zijn geschikt voor verschillende doelgroepen. Tegelijkertijd biedt dit doorschuifmogelijkheden binnen de bestaande woningmarkt. Het streven is om de nieuwe woningen te realiseren met aandacht voor energie en klimaat. Door te bouwen met de standaard van de toekomst zijn de woningen voorbereid op klimaatverandering en heeft het een hogere toekomstwaarde. De woning is uitermate goed geïsoleerd, is gasloos en alle apparatuur en het verwarmingssysteem werken op elektriciteit.

De benodigde elektriciteit wordt in principe door het huis zelf opgewekt, dat gebeurt door middel van zonnepanelen. Dit is passend binnen de klimaat ambities van de provincie Gelderland. In november 2023 is er een stikstofberekening uitgevoerd voor de beoogde ontwikkeling (zie bijlage 2 van deze toelichting). De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het plan/project zijn uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2023. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase er geen resultaten zijn voor de projectberekening onder het Wnb registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Uit de uitgevoerde berekeningen voor de gebruiksfase blijkt een grootste afname van 0,01 mol stikstof/ha/j op 7,01 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters13 significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. Gelet op het voorgaande is de beoogde ontwikkeling in lijn met het de Omgevingsvisie Gelderland. 3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels beschreven die ervoor zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De Omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de Omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure in het kader van de omgevingsvergunning. De Omgevingsverordening Gelderland bestaat uit de volgende thema's waaraan regels zijn verbonden: Windenergie, Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Landschap, Water en milieu en Erfgoed. Wonen In de verordening is vastgelegd dat iedere regio een regionale woonagenda heeft. Woningbouwplannen zijn alleen mogelijk als deze voldoen aan deze regionale woonagenda (artikel 2.2. van de Omgevingsverordening). De regionale woonagenda (zie paragraaf 3.4.2 van deze toelichting) is uitgewerkt in gemeentelijk woonbeleid. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 27

Winkler Prins locatie, Voorst

1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 3.3.2.1 Toetsing aan Omgevingsverordening Gelderland Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woonagenda. Het plangebied is niet gelegen binnen de thema's Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Nationaal landschap, intrekgebied water of Natura 2000 gebied. Het plangebied valt wel binnen het thema glastuinbouwgebied van het provinciale beleid. Er liggen in dit gebied beperkingen met betrekking tot glastuinbouw.

Er worden met het voorliggend plan geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die met glastuinbouw te maken hebben. Op de visiekaarten en kaarten van de verordening heeft het plangebied geen aanduidingen die belemmerend kunnen zijn voor de uitvoering van voorliggend plan. Het plan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3.3

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030

De Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 (RSV) (vastgesteld 2007) en de Regionale Structuurvisie De Voorlanden (vastgesteld 2009) geven de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling op langere termijn, tot 2030. De RSV gaat over het zogenaamde bundelingsgebied van de drie steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen en het daarbinnen gelegen middengebied (grote delen van het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Lochem, Voorst en Zutphen). De basis voor de inhoudelijke keuzes in de structuurvisie is de bestuurlijke doelstelling die door alle partners wordt gedragen als leidend beginsel voor het ruimtelijk beleid van de Stedendriehoek. De doelstelling die hierbij luidt is het behoud en versterking van de samenhang en variatie in woon-, werken recreatiegebieden, met het gelijktijdig ontwikkelen van nieuwe kwaliteiten in water, natuur, landschap en landbouw. De Regionale Structuurvisie heeft de formele status van Intergemeentelijk Structuurplan. Dit betekent dat de structuurvisie richtinggevend is voor de ruimtelijke ontwikkeling. Wonen De regionale visie zet vooral in op verdere herstructurering en intensivering van het bestaand stedelijk gebied. Enerzijds wordt een deel van het woningbouwprogramma gerealiseerd in de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, maar tevens wordt een deel gerealiseerd in de bestaande dorpen en kernen.

Daarbij gaat het om herontwikkeling, om afronding van bestaande bebouwingstructuren en om een intensivering van centrumdorpse woonmilieus. Hiernaast zijn (beperkt) ook specifieke dorpse uitbreidingen mogelijk om het inwonertal in sommige dorpen op peil te houden. Voor de gemeente Voorst is de expliciete opname van een woningbouwprogramma voor de dorpen in de gemeente van belang. Een programma dat de lokale behoefte te boven kan gaan. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van de dorpen en aan het vergroten van het woonmilieu 'landelijk en dorps wonen'. 28

Winkler Prins locatie, Voorst

3.4.1.1 Toetsing aan de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030 Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd, dit past binnen de uitgangspunten zoals die verwoord zijn in de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030. Er wordt ingespeeld op het benutten van de ruimte binnen het bestaand stedelijk gebied. Ook wordt met de realisatie bijgedragen aan diversiteit aan woningvraag.

3.4.2

Woonagenda Cleantech Regio 2018

De gemeente Voorst maakt deel uit van de Regio Stedendriehoek waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Dit gebeurt onder meer op het gebied van woningbouw in de regionale woonagenda. De in 2020 geëvalueerde en herijkte regionale woonagenda is de woningbehoefte voor de regio tot 2030 uiteengezet. Met de woningbouwprogrammering in de regio wordt gestuurd op kwaliteit. Het behouden en versterken van de woonkwaliteit vraagt om de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio. Daarbij kan woningbouw niet los worden gezien van de lokale woningbehoefte, het bestaande woningaanbod, de specifieke plek en veranderende woningbehoefte. Daarvoor is bovenal maatwerk op lokaal niveau. Om vanuit de gezamenlijke ambitie op kwalitatieve groei te sturen zijn richtinggevende principes ontwikkeld voor het lokaal beoordelen van woningbouwplannen. Het gaat daarbij om drie speerpunten: Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; De programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van het beleid en actuele marktontwikkelingen.

In het onderstaande schema zijn deze speerpunten nader uitgewerkt.

Afbeelding 18 - Principes woonagenda Cleantech regio

Naast de kwalitatieve afspraken, zijn in regionaal verband ook kwantitatieve afspraken gemaakt voor de periode 2020 - 2030. In de regionale woonagenda is per gemeente een bandbreedte opgenomen tussen de behoefte op basis van huishoudensgroei (lage bandbreedte) en het inlopen van een theoretisch 29

Winkler Prins locatie, Voorst

woningtekort (hoge bandbreedte). In de regio wordt per gemeente gekoerst op een realistisch woningbouwprogramma waarbij vraag een aanbod goed op elkaar aansluiten. Binnen de kwantitatieve afspraken continueert de gemeente Voorst haar koers om gemiddeld 80 woningen per jaar toe te voegen. De gemeente Voorst zet in op een realistische prognosticering waarbij het belangrijk is dat woningbouw aansluit op de korte- en langetermijnbehoefte en het dorpse karakter. 3.4.2.1 Toetsing aan de Woonagenda Cleantech Regio 2018 Voorliggend plan beoogt de sloop van dertien huurwoningen en de realisatie van 34 nieuwe huur- en koopwoningen. Daarmee worden 21 woningen aan de huidige woningvoorraad toegevoegd. Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woonagenda. Met het plan wordt ingestoken op een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit en de plannen zullen voldoen aan de nu geldende maatstaven op het gebied van duurzaamheid. Het plan past dan ook binnen de kaders van de Woonagenda Cleantech Regio 2018. 3.4.3

Regionale Woondeal regio Stedendriehoek

Vanaf maart 2022 heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de Nationale Woon- en Bouwagenda met daaraan gerelateerd een aantal programma's gepubliceerd. Eén van de onderdelen zijn prestatieafspraken tussen het Rijk, de provincies en de regio's over het aantal te bouwen woningen. Dit is vertaald in de Regionale Woondeal regio Stedendriehoek Op 8 maart 2023 is deze Regionale Woondeal ondertekend door het Rijk, de provincie Gelderland en de regiogemeenten. Deze afspraken zijn een nieuw startpunt voor een gezamenlijke aanpak van de woningbouwopgave. Op basis van deze afspraken slaan corporaties, bouwers, gemeenten, regio, provincie en Rijk de handen ineen om als partners de woningbouwopgave aan te pakken. In de Regionale Woondeal staat hoeveel woningen er in de regio gebouwd gaan worden in de periode 2022 tot en met 2030. Ook zegt de Regionale Woondeal hoeveel woningen er per gemeente gebouwd gaan worden en wat het aandeel betaalbare woningen is. De Regionale Woondeal wordt ondersteund door de woningcorporaties in de regio Stedendriehoek en uitgangspunt is dat zij zo'n 30% van het totaal aantal te bouwen woningen gaan realiseren. In totaal is afgesproken dat er in de Gelderse gemeenten van de regio Stedendriehoek de komende jaren (tot en met 2030) ca. 17.000 woningen gebouwd gaan worden.

In de Woondeal is tevens afgesproken dat minstens 70% van alle te bouwen woningen tot en met 2030 betaalbaar moeten zijn. Onder betaalbare woningen vallen koopwoningen tot €355.000, middenhuurwoningen en sociale huurwoningen. Voor de gemeente Voorst betekent dit dat er in de periode tot en met 2030 ca. 900 woningen aan de voorraad toegevoegd moeten worden. Ongeveer 30% van de woningbouwopgave zijn sociale huurwoningen. Het aandeel bereikbare woningen komt voor de gemeente Voorst uit op ca. 60% van het totaal.

3.4.3.1 Toetsing aan de Regionale Woondeal regio Stedendriehoek Het voorliggende plan is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt daarmee binnen de afspraken uit de Regionale Woondeal regio Stedendriehoek. 3.4.4

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in het regionaal beleid.

30

Winkler Prins locatie, Voorst

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt in 2024 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet wordt het ruimtelijke beleid dynamischer opgesteld, meer ontwikkelingsgericht. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen. De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV-doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden. Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken.

Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomst bestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie Naar verwachting neemt het aantal woningen in de gemeente Voorst toe tot iets meer dan 10.000 in 2025. Geheel in overeenstemming met de ‘Ladder voor Duurzame Verstedelijking’ concentreren wij ons allereerst op inbreiding om te voorzien in de woningbehoefte. Dat wil zeggen: nieuwe woningen komen vooral binnen de bestaande kernen, door “kleinschalige toevoegingen van kwalitatief goede woningen en gewenste woonmilieus.” Energie en Klimaat Het aandeel van duurzame energiebronnen (wind, zon, aardwarmte, waterkracht) in onze gemeente ligt rond het landelijk gemiddelde. Het wordt een forse inspanning om het bovengemiddelde doel te halen dat we met de regio hebben geformuleerd: de regio energie-neutraal in 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14282414/2