Bestemmingsplan - toelichting (2022-16086)
Tekst van het document
30
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
4.2.7
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderliggend plan gaat over het slopen van een voormalige winkel met woning en de nieuwbouw van 15 appartementen. Qua aard en omvang kan het project niet worden aangemerkt als stedelijke ontwikkelingsproject. Daarnaast tonen de milieuonderzoeken geen nadelige gevolgen. De locatie ligt hierbij niet nabij een natuurgebied. Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Conclusie is dan ook dat de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt en daarmee er geen noodzaak is om een reguliere of vormvrije m.e.r.-(beoordelings-) procedure te volgen.
4.3
Archeologie
Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Onderzoek Op basis van de Gemeentelijke archeologischebeleidskaart heeft het plangebied een hoge archeologische verwachting. Daarnaast ligt het binnen de 25-meter bufferzone van een bekende archeologische vindplaats. De grootte van het plangebied bedraagt ca 1790 m2, waarbij de oppervlakte van de beoogde bebouwing 1030 m2 is en tot een diepte gaat van 260 cm beneden maaiveld.
Naast bebouwing wordt de rest van het plangebied ingedeeld met parkeerplaatsen en begroeiing. De bodem zal waarschijnlijk tot ver in het archeologische niveau worden verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden kunnen daarbij verloren gaan. Het beleid voor gebieden met deze verwachtingswaarde schrijft voor dat bij bodemingrepen onder maaiveld een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Om die reden is voor deze locatie door archeologisch adviesbureau Synthegra een archeologisch bureau- en Inventariserend veldonderzoek, karterend booronderzoekooronderzoek uitgevoerd (Bijlage 7) Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde 31
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het plangebied gold op basis van het bureauonderzoek een hoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum en nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Voor de late middeleeuwen en de nieuwe tijd gold ook een hoge verwachting. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van deze verwachting. Uit het veldonderzoek is gebleken dat tot 1,5 meter beneden maaiveld (4,6 meter +NAP) dekzand is aangetroffen behorende tot de Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden. Tot gemiddeld 1,1 meter beneden maaiveld is een verstoord pakket aangetroffen. Hierin zijn sporen van recente fragmenten baksteenpuin aangetroffen. Het originele bodemprofiel is niet meer intact, ook is er geen spoor meer van een verwacht esdek aangetroffen. In geen van de boringen zijn indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats, ook het originele bodemprofiel is niet meer aanwezig. De kans dat binnen het plangebied een archeologische vindplaats aanwezig is, wordt daarom klein geacht. Op basis van deze resultaten is er geen aanleiding voor onderzoek naar de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische waarden. We komen ook niet toe aan de onderzoeksvraag naar de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten.
De verwachting is dat binnen het plangebied geen archeologische resten in situ aanwezig zijn, waardoor ook geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied. De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor zowel vuursteenvindplaatsen uit het laat- paleolithicum en mesolithicum als voor nederzettingssporen uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd kan op grond van de resultaten van het veldonderzoek naar laag worden bijgesteld. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied geen nader archeologisch onderzoek geadviseerd. Conclusie Op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek wordt de locatie vrijgegeven voor de nieuwe ontwikkelingen en de archeologische dubbelbestemming van het perceel verwijderd.
4.4
Cultuurhistorie
Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. De planlocatie bevat geen elementen die een hoge cultuurhistorische waarde hebben. Op of direct aansluitend op de locaties zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig die nadelige invloed ondervinden van de ontwikkeling. Wel bevindt zich aan de overzijde het Stationskoffiehuis (Stationsstraat 31, gemeentelijk monument). De realisatie van de woongebouwen heeft geen negatieve gevolgen voor dit uit cultuurhistorisch oogpunt waardevolle object. Gelet op voorgaande vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
4.5
Natuuronderzoek
4.5.1
Flora en fauna
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 32
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
3. vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. Quickscans natuuronderzoek Voor deze locatie is door Bureau Blijerveld een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd. De quickscan voor de locatie Stationsstraat 30 is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting.
Zoogdieren & amfibieën (nationale soorten Wnb) Door de reconstructie van het terrein kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Gelderland geldt deze vrijstelling voor alle te verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn) De woning is marginaal geschikt voor kleine vleermuissoorten maar de kans hierop wordt klein geacht. Door de sloop gaan eventuele verblijfplaatsen verloren en kan verstoring en sterfte optreden van individuen. Dit is verboden volgens de Wnb. Om deze effecten uit te sluiten is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen noodzakelijk. Vanwege de beperkte toegankelijkheid van de woning wordt een sporenonderzoek onder de pannen rond de schoorsteen als goed alternatief gezien voor een regulier vleermuisonderzoek. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) In de gebouwen is de aanwezigheid van broedvogels niet geheel uit te sluiten. Wanneer de sloop tijdens het broedseizoen plaatsvindt kan verstoring van broedsels en sterfte optreden. Daarom dient de sloop buiten het broedseizoen plaats te vinden.
De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. Broedvogels met vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn) In de woning zijn nestplaatsen van huismus niet uit te sluiten. Door de sloop gaan de nestplaatsen verloren. Dit is verboden volgens de Wnb. Om deze effecten uit te sluiten is nader onderzoek naar nestplaatsen van huismus noodzakelijk. Door de eigenaar van de locatie zal voor de sloop van bestaande bebouwing conform de quickscan de volgende maatregelen worden uitgevoerd.
33
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
De sloop en bouw kan dan ook pas plaatsvinden als dat uit de nadere onderzoeken en maatregelen opportuun wordt geacht. Het plangebied ligt buiten de Natura 2000 gebieden en op ruime afstand tot deze gebieden. Van een externe werking zal geen sprake zijn. Ondanks de grote afstand tot Natura 2000 gebieden, is een berekening nodig om aan te tonen dat geen verhoging ontstaat van stikstofdepositie op deze gebieden. In paragraaf 4.5.2 wordt hier nader op ingegaan. De locaties liggen niet in of in de nabijheid van Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO). De kernkwaliteiten van deze gebieden zijn niet van toepassing op de planlocaties. Samengevat bestaan vanuit de Wet natuurbescherming geen beletselen de plannen te realiseren, mits sloopwerkzaamheden en het verwijderen van beplantingen plaatsvinden buiten het broedseizoen van vogels, sporenonderzoek naar vleermuizen en nader onderzoek naar vogels met een vaste verblijfsplaats realisatie van de plannen niet in de weg staan. Voor de planlocatie dient een werkprotocol te worden opgesteld hoe in de realisatiefase rekening wordt gehouden met uitkomsten van de onderzoeken. 4.5.2
Stikstofdepositie
In aanvulling op de quickscans natuuronderzoek is door adviesbureau BJZ een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd (zie Bijlage 5 bij deze toelichting). Aanleiding voor dit onderzoek is de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 aangaande de landelijke stikstofwetgeving en de mogelijke effecten van ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden. Voor zowel de realisatie als het gebruik van de woningbouwontwikkeling moet de stikstofuitstoot inzichtelijk gemaakt worden. In Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stifstofdepositie. Om in het kader van een mogelijke vergunningaanvraag Wet natuurbescherming te onderzoeken wat de stofstofdepositie is tijdens de bouwen gebruiksfase, is een berekening nodig. Deze is uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2020 (release 15 oktober 2020). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase de gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Op basis van deze uitkomsten kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming voor het aspect stikstof.
4.6
Verkeer en parkeren
Verkeer De nieuwe woningbouwlocatie trekt extra verkeer aan. De hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd door de bouw van woningen kan worden ingeschat met CROW-publicatie 381 (december 34
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
2018). De ligging van de planlocatie in het centrum nabij het station maakt dat gelet op de huidige inrichting en gebruik het bestaande wegennet deze beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het woongebouw relatief eenvoudig kunnen verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid. Parkeren De gemeente Voorst hanteert bij nieuwbouwplannen verschillende parkeernormen. Bij dure woningen (boven €300.000,-) geldt een norm van minimaal 2 parkeerplaatsen per woning, voor gestapelde woningen geldt een norm van 1,4 per woning, bij middeldure en goedkopere woningen geldt een norm van 1,8. Voor zover parkeren op eigen terrein plaatsvindt, telt dit in de normering in beginsel maximaal voor 1 mee, ook als meerdere plekken op een kavel aanwezig zijn. Afhankelijk van type woning en doelgroep kan overwogen worden maatwerk toe te passen. In dit plan worden 15 appartementen gebouwd. De locatie ligt op zeer korte afstand van het station, waardoor deze goed ontsloten wordt via openbaar vervoer. Er worden in totaal 24 parkeerplaatsen in de ondergrondse parkeergarage gerealiseerd. Dat komt neer 1,6 per gestapelde woning, 0,2 boven de norm van 1,4. parkeerplaats per gestapelde woning.
Verwacht wordt dat hiermee voldoende voorzien wordt in de benodigde parkeerbehoefte op deze locatie. Verder wordt exclusief voor dokters- en verpleegbezoek aan de zijde van de Stationsstraat een parkeerplaats gerealiseerd. Voorwaardelijk is dat een goede en verkeersveilige entree tot de parkeergarage wordt gerealiseerd. Daarom zal dit worden meegenomen in het inrichtingsplan dat vooraf is afgestemd met de gemeente.
4.7
Water
4.7.1
Watertoets
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Beoordeling De toets is juli 2021 voor de locatie uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in Bijlage 3 opgenomen. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft beoordeeld dat in het plangebied geen belangrijke oppervlakte wateren (zogenaamde primaire of A-watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.
Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) 35
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heerstende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen. 4.7.2
Wateraspecten in het plan
Binnen het plangebied dient vanuit de gemeentelijke regelgeving een hemelwaterberging van 36 mm/m2 verhard (dak- en terrein)oppervlak aangebracht te worden met een overloop naar een openbaar hemelwaterriool of -indien deze niet aanwezig is- het gemengde stelsel. De hemelwaterberging mag op particulier terrein of collectief op openbaar terrein gerealiseerd worden. Bij groene daken vervalt voor die vierkante meters de gemeentelijke bergingsplicht. Op de locatie vindt de overloop plaats op het gemengde systeem.Voor de overloop van de kratten moet een leiding aangelegd worden naar de Veilingstraat en hier gekoppeld worden op de erfgrens met de vuilwater riolering. Op termijn, als de Veilingstraat wordt afgekoppeld ontkoppelen wij deze aansluitingen. Indien de toename van verhard oppervlak (per planlocatie) groter zou zijn dan 1.500 m2 dan gelden ook de regels van het waterschap en dient er een berging van 60 mm/m2 gerealiseerd te worden. In tegenstelling tot de gemeentelijke norm mag hier wel een infiltratiecomponent vanaf getrokken worden. Binnen dit plangebied is hiervan geen sprake.
4.8
Kabels, leidingen en straalpaden
In en rond de planlocatie is geen kabelleidingen, brandstoftransportleidingen of straalpaden aanwezig die een belemmering vormen voor de woningbouwplannen. In samenspraak met de leidingbeheerder wordt deze verlegd tot buiten het plangebied, waarmee de plannen uitvoerbaar zijn.
4.9
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is sprake van een aangewezen bouwplan. Voor de ontwikkeling is een anterieure overeenkomst (realisatieovereenkomst) gesloten met de ontwikkelende partij. Hierin zijn afspraken 36
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
gemaakt over kosten, fasering en wijze van uitvoering van de plannen. De kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling, evenals eventuele planschadekosten, zijn met deze overeenkomst anderszins verzekerd. Het plan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht.
37
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
5.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Groen; Wonen; Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. 5.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik.
38
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
5.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
5.3
Bestemmingen
5.3.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen. Ook ondergeschikte voorzieningen als entreepartij en ondergrondse parkeergarage, zijn binnen deze bestemming toegestaan. Voor de bestemmingsregeling is wat gebruiksmogelijkheden betreft aansluiting gezocht bij de algemene regeling die in de kernen binnen de gemeente Voorst voor Wonen wordt gebruikt. Hiermee ontstaat zowel een enigszins flexibele als eenduidige regeling. Hierbij wordt aangesloten bij de actuele wensen van de bewoners. Daarbij is vanzelfsprekend wel de nodige rechtszekerheid in ogenschouw genomen, zeker nu sprake is van nieuwbouw. Om die reden is wat betreft de bouwmogelijkheden in dit plan maatwerk geleverd ten opzichte van de algemene regeling. Bouwregels Binnen deze bestemming is op de verbeelding (kaart) twee bouwvlakken aangegeven. Deze indeling is bepalend voor de plaats van het hoofdgebouwen (de twee appartementengebouwen), de overige gebouwen en de andere bouwwerken. Over vergunningvrij bouwen wordt vanzelfsprekend geen uitspraak gedaan. Het aantal toegestane gestapelde woningen is op de verbeelding van het bestemmingsplan in het bouwvlak aangegeven.
Bouwvlak Om de rechtszekerheid voor omwonenden zoveel mogelijk te borgen, is gekozen voor een systematiek waarbij het bouwvlak strak om de te bouwen hoofdgebouwen heen ligt. Voor zover ruimte binnen het bouwvlak over is, kunnen hier ook overige gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd. Daarbij is van belang dat voldaan wordt aan de maximale aangegeven maatvoering. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maat van het hoofdgebouw is dan ook leidend bij de maatvoering van het bouwvlak. Maatvoering bebouwing binnen bouwvlak Voor de twee hoofgebouwen zijn twee bouwvlakken ogenomen. Daar komende de twee hoofgebouwen te staan. De bouw- en goothoogte van deze gestapelde gebouwen zijn binnen de bouwaanduiding aangegeven en de hoofdgebouw mag maximaal de op de kaart aangegeven hoogte bedragen. Hierbij zijn de hoogtes uit schetsplan voor de locatie gehanteerd en afgerond op halve meters. Bouwen buiten bouwvlak Onder de twee woongebouwen wordt een ondergrondse parkeergarage gebouwd. Een deel van deze garage ligt buiten het bouwvlak maar binnen de specifieke bouwaanduiding " ondergronds bouwen toegestaan'. De parkeergarage kan gedeeltelijk buiten het bouwvlak binnen deze aanduiding beneden peil gebouwd worden tot maximaal 4 meter beneden peil. Verder zijn buiten het bouwvlak uitsluitend andere bouwwerken toegestaan.
Hier mogen geen gebouwen worden opgericht. In verband met de gewenste openheid tussen de twee hoofdgebouwen zijn daar gebouwen en/of hoge erf- en terreinafscheidingen uitgesloten. Andere bouwwerken Op de gronden met de aanduiding bouwvlak en tuin mogen (ook) andere bouwwerken worden gebouwd tot een hoogte van 3 meter. Voor erfafscheidingen op gronden met de aanduiding tuin geldt een maximale hoogte van 1 meter. Speeltoestellen mogen maximaal 4,5 meter hoog zijn. Overkappingen vallen ook onder andere bouwwerken en zijn slechts toegestaan als entree van de twee hoofgebouwen. 39
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
Met een afwijkingsmogelijkheid is het mogelijk erfafscheidingen tot een hoogte van maximaal 3 meter te realiseren, als deze architectonisch zijn meeontworpen met het hoofdgebouw en/of de overige gebouwen. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt. Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en/of het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters.
Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. Ook de overige gebouwen kunnen hier gedeeltelijk voor worden gebruikt. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd. Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Parkeren In de regels is een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van bestemming ‘Wonen’ wordt gebouwd, dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet voldaan worden aan de in de regels genoemde parkeernormen. Groen- /Inrichtingsplan Om een verantwoorde inrichting rondom het gebouw en van de entree van de parkeergarage is als voorwaarde opgenomen dat bij het indienen van de omgevingsvergunning met de gemeente overeenstemming is bereikt over het groen- /inrichtingsplan.
Daarbij zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan de aansluiting op het openbaaar gebied en in het bijzonder de entree tot de paarkeergarage teneinde een goede en veilige situatie te realiseren. 5.3.2
Groen
De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele gemeenschappelijk groen, te bestemmen. Het beeldbepalende groen rond de hoofdgebouwen krijgen deze bestemming. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, openbare nutsvoorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals verhardingen, bankjes, prullenbakken, enz. Daar waar het specifiek is aangeduid is tevens een tuin behorend bij de woningen op de begane grond toegestaan. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan.
40
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
5.4
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
5.4.1
Flexibiliteit in het bestemmingsplan
Flexibiliteit in een bestemmingsplan is handig om ervoor te zorgen dat een bestemmingsplan voldoende beleidsruimte biedt om ontwikkelingen in de toekomst mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zullen ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan vaak niet bekend zijn. Een bestemmingsplan zonder flexibiliteit kan te star zijn. Indien gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteitbevoegdheden (art. 3.6, Wro), dienen in het bestemmingsplan zelf de grenzen te worden aangegeven door het stellen van nadere eisen, het verlenen van afwijkingen, het wijzigen van het plan of het uitwerken van een plan. 5.4.2
Afwijking
Deze bevoegdheid biedt de mogelijkheid af te wijken van een in het plan opgenomen regeling. Het is mogelijk van geval tot geval ruimtelijk relevante voorwaarden te stellen en belangen nader af te wegen. Een afwijking mag alleen op relatief ondergeschikte onderdelen betrekking hebben en mag niet tot een bestemmingswijziging leiden. In dit bestemmingsplan zijn de volgende afwijkingsmogelijkheden opgenomen: bestemming 'Wonen': ten behoeve van de vestiging van aan huis verbonden bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan; bestemming 'Wonen': ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven in categorie 2, mits deze naar aard en effecten op het woon- en leefklimaat van de aangrenzende woongebieden kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven behorende tot categorie 1; bestemming 'Groen': ten behoeve van een afwijkende hoogte voor erf- en terreinafscheidingen, voor zover deze zijn meeontworpen met het hoofdgebouw en/of overige gebouwen en hier architectonisch onlosmakelijk mee verbonden zijn; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.
Deze afwijking geldt alleen voor maten, afmetingen en percentages die binnen het bouwvlak passen, omdat anders sprake is van een wijzigingsbevoegdheid vanwege een te grote impact op de omgeving; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen kunnen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt; een algemene afwijkingsmogelijkheid voor het gebruik voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg. Er is voor gekozen om mantelzorg niet bij recht toe te staan maar te regelen via een afwijking, zodat er voorwaarden gesteld kunnen worden. Een van de voorwaarden bij deze afwijkingsmogelijkheid is dat een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd wordt. Ook moet binnen één maand na beëindiging van het gebruik van overige gebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders. Tenslotte moet binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik ten behoeve van mantelzorg de bewoning zijn beëindigd.
De algemene afwijkingsmogelijkheden mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het straat- en/of bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid.
41
Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello
Hoofdstuk 6 6.1
Overleg en inspraak
Uitkomsten overleg
Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het geding zijn. Gezien aard en omvang van het plan is geen sprake van directe rijksbelangen. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het Rijk. De plannen passen binnen de afspraken uit de Woonagenda Cleantech Regio 2018 en daarmee ook binnen provinciaal beleid. Tegen het plan bestaan geen bezwaren. Op grond van de digitale watertoets heeft waterschap Vallei en Veluwe een positief wateradvies gegeven. Ook hier heeft aanvullend informeel vooroverleg plaatsgegeven. Vanuit het Waterschap bestaan geen bezwaren tegen de plannen. Draagvlak in de omgeving is erg belangrijk. De initiatiefnemers zijn participatief in gesprek gegaan met de directe omgeving. Zo hebben zij gesproken met de VVE van de Pappillon, Brasserie-Restaurant Korderijnk en de eigenaren van de dubbele woning ten zuiden van het plangebied. Uit de gespreksverslagen maken wij op dat er overwegend positief wordt gereageerd op de plannen.
Ook zijn er onderling wat suggesties gedaan/afspraken gemaakt over bepaalde zaken (denk aan het verwijderen van het groen, toekomstige erfafscheiding tussen de appartementen en de bestaande woningen). Vooralsnog blijken de plannen op een positieve manier te zijn ontvangen. Wel zijn er ook enkele vragen gesteld. De plannen zijn naar aanleiding van ingebrachte reacties op onderdelen nog aangepast. Op 13 september 2021 is door de ontwikkelaar een drukbezochte informatieavond georganiseerd. Ook de gemeente was aanwezig en heeft vooral veel positieve signalen gekregen. Er is veel interesse voor de 15 appartementen. Het ontwerp bestemmingsplan en ontwerpbeeldkwaliteitsplan hebben met de bijbehorende stuk-ken van 2 december 2021 tot en met 12 januari 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is één zienswijze ingediend tegen het ontwerp bestemmingsplan. Op maandag 20 en dinsdag 21 december is gelegenheid geboden om deel te nemen aan een digitaal spreekuur waarvan door een geïnteresseerde in één van de appartementen gebruik gemaakt.
6.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello heeft vanaf 2 december 2021 voor een periode van zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen over het plan naar voren te brengen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.
42