CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - toelichting (2022-16086)

gemeenteraad 16 mei 2022, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoek Stationsstraat-Veilingstraat, Twello (2022-14726)14.011 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Hoek Stationsstraat Veilingstraat, Twello Planfase vastgesteld

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Inhoudsopgave Toelichting

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Het geldende bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Bestaande situatie 2.3 cultuurhistorie 2.4 Beschrijving toekomstige situatie

8 8 8 9 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Regionaal beleid 3.5 Gemeentelijk beleid

16 16 16 18 20 22

Hoofdstuk4 Uitvoerbaarheid 4.1 Inleiding 4.2 Milieu-aspecten 4.3 Archeologie 4.4 Cultuurhistorie 4.5 Natuuronderzoek 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Water 4.8 Kabels, leidingen en straalpaden 4.9 Economische uitvoerbaarheid

25 25 25 31 32 32 34 35 36 36

Hoofdstuk5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Planregels 5.3 Bestemmingen 5.4 Flexibiliteit in het bestemmingsplan

38 38 38 39 41

Hoofdstuk6 Overleg en inspraak 6.1 Uitkomsten overleg 6.2 Zienswijzen

42 42 42

Bijlagen Bijlage 1

beeldkwaliteitplan

Bijlage 2

akoestisch onderzoek

Bijlage 3

watertoets

Bijlage 4

trillingenonderzoek

Bijlage 5

stikstofonderzoek

Bijlage 6

QSfloraenfauna

2

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Bijlage 7

archeologisch onderzoek

Bijlage 8

bodemonderzoek

Bijlage 9

externe veiligheid

3

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

4

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De eigenaar van de percelen in de hoek Stationsstraat - Veilingstraat in Twello is van plan om de locatie te herontwikkelen voor woningbouw. De huidige woning Stationsstraat 30 in Twello wordt gesloopt en zo ontstaat er ruimte voor 15 appartementen. Het gehele plangebied wordt opnieuw ingericht. In het huidige bestemmingsplan is het plangebied bestemd als Centrum - 2 en is de voorgenomen ontwikkeling niet mogelijk. Er is dan ook een nieuw bestemmingsplan nodig om het plan planologisch mogelijk te maken.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de rand van het centrum in het dorp Twello. Het plangebied bevindt zich op de hoek van de Stationsstraat en de Veilingstraat. In afbeelding 1 en 2 is de ligging weergegeven.

afbeelding 1 ligging plangebied

5

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

afbeelding 2 luchtfoto plangebied

1.3

Het geldende bestemmingsplan

Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan Twello-Centrum. Dit plan is door de gemeenteraad van Voorst vastgesteld op 1 juli 2013. In afbeelding 3 is een uitsnede van het bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is rood omlijnd. Voor het plangebied geldt de de bestemming Centrum-2. Deze bestemming staat verschillende functies toe binnen het bouwvlak (zwart omlijnde rechthoek binnen het plangebied). De bouw van de appartementen past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken.

6

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

afbeelding 3 bestemmingsplan Twello -Centrum

1.4

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie gegeven. Hoofdstuk 3 gaat in op de relevante beleidskaders. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling beschreven aan de hand van randvoorwaarden zoals milieuaspecten en archeologie. In Hoofdstuk 5 worden de juridische aspecten nader toegelicht. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de onderdelen in dit bestemmingsplan juridisch zijn vastgelegd. Er wordt beschreven hoe de verbeelding en de planregels zijn opgebouwd en welke bestemmingen in het plan voorkomen. Ook wordt in dit hoofdstuk aangegeven hoe de planregels moeten worden geïnterpreteerd en uitgelegd. In Hoofdstuk 6 wordt ten slotte op de procedure van (voor)overleg en zienswijzen ingegaan.

7

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de planlocatie. In paragraaf 2.2 volgt een korte beschrijving van de huidige situatie. Paragraaf 2.3 geeft een beschrijving van de met dit plan beoogde toekomstige situatie.

Boven: Situatie huidige situatie (bron; google maps)

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied is prominent op de hoek Veilingsstraat-Stationstraat gesitueerd en vormt vanuit het noorden samen met het monumentale Stationskoffiehuis Korderijnk de entree van het centrum van Twello. Deze entree tot het centrum ligt op een knooppunt van spoor en wegen vlakbij het trein- en busstation. Op het Stationsplein aan de overzijde van de Veilingstraat bevinden zich bushaltes met parkeren voor het Openbaar Vervoer. Aan de noordzijde kenmerkt het gebied zich door veel openbare ruimte en levendigheid. Aan deze zijde ligt relatief weinig bebouwing. In de directe omgeving bevinden zich als onderdeel van het stationsgebied juist hogere bebouwing met appartementencomplexen zoals aan het de Hamerslag en het Raccordement. Ten zuiden van het plangebied staat een twee onder een kap woning als onderdeel van de kleinschalige bebouwing langs de Stationsstraat. De locatie ligt tevens in het centrumgebied met een hoog voorzieningenniveau. Diverse functies zoals winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen zijn te voet bereikbaar. Naast de vele centrum functies in dit gebied komen er ook veel woningen voor. Wat opvalt is dat recente woonbuurten in dit deel van het centrumgebied zich kenmerken door een relatief hoge bebouwingsdichtheid. Deze diversiteit van bebouwing en functies past bij een een gebied in transitie en is kenmerkend voor een spoorzone.

8

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

2.3

cultuurhistorie

Onderstaande kaart uitsnedes uit de periode 1850-1988 (Bron: Topotijdreis) laten de ontwikkeling van het terrein zien waarop de naam Hemelrijk staat gedrukt. In andere bronnen wordt het groen omzoomde perceel ten westen van de Domineestraat de Klokkenkamp genoemd. Een kamp is een door hagen en hakhout begrensde akker. De stip geeft de planlocatie van de voormalige sigarenwinkel met woonhuis Te Wechel, tegenover het station van Twello aan. Deze locatie behoort tot het oude deel van de bebouwde kom van Twello. Aan het begin van de 20e eeuw concentreerde de dorpsbebouwing van Twello zich onder andere langs de Kletterstraat (nu Stationsstraat). In de loop van de 20 e eeuw werden de tussen de straten en wegen gelegen weitjes, bosjes en terreinen geleidelijk opgevuld. Nog voor de tweede wereldoorlog vestigde zich op de planlocatie een sigarenwinkel direct tegenover het station en Stationskoffiehuis (Stationsstraat 31, gemeentelijk monument). In Twello stopte in 1947 de laatste trein; het station verdween maar de Stationsstraat bleef, in afwachting van betere tijden. In het vervolg van de 20 eeuw veranderde er veel in dit deel van het centrum. Deze veranderingen variëren van een wisseling van functies met behoud van de oorspronkelijke bebouwing, tot het vervangen van de oude bebouwing door nieuwe.

Hierdoor ontstond een weinig samenhangend ruimtelijk beeld, maar wel een aantrekkelijke dorpse variatie met diverse bouwstijlen. Na decennia van afwezigheid werd in 2006 het nieuwe station van Twello, geopend. Daarmee kreeg het gebied weer zijn oorspronkelijke functie van knooppunt terug. Figuur 2.5 Linksboven een kaart uit 1830. De Klokkenkamp in ongeschonden staat. Midden tussen de Domineestraat en de Kletterstraat (nu: Stationsstraat loopt een kerkepad, de Klokkenkampsweg. Rechts een kaart uit 1928, de spoorweg snijdt de Klokkenkamp doormidden. De bebouwing was voornamelijk gesitueerd aan de genoemde wegen en straten; de tussenliggende terreinen waren vooral agrarisch in gebruik. De twee kaartjes uit 1976 en 1995 laten de verder groei en verdichting van Twello zien.

9

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

figuur 2.5 groei van de kern Twello

2.4

Beschrijving toekomstige situatie

De initiatiefnemer wil de locatie herontwikkelen door 15 luxe koopappartementen te realiseren. Om dat mogelijk te maken wordt de voormalige sigarenwinkel met woning Stationsstraat 30 gesloopt. Voor de mogelijke herontwikkeling is door de ontwikkelaar (OnzeBouwmeester V.O.F. uit Twello) nauw overleg gevoerd met de gemeentebouwmeester en collega's. Dit heeft geresulteerd in en schetsontwerp en randvoorwaarden. Stedenbouwkundig plan 10

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Het schetsontwerp voorziet in de realisatie van in totaal 15 appartementen verdeeld over 2 gebouwen en een ondergrondse parkeergarage. Op de hoek met de Veilingstraat verschijnt een prominent gebouw met 4 bouwlagen onder een kap. Richting het centrum langs de Stationsstraat komt het tweede gebouw met 3 bouwlagen onder een dubbele kap. Door de bouwmassa onder 3 kappen te situeren ontstaan visueel 3 gebouwen. De kenmerkende kappen architectuur rondom het stationsgebied reduceert de hoogte beleving naar 3 en 2 lagen met een kap waardoor een goede harmonie met de omgeving ontstaat. De vrije sector koopappartementen worden toegankelijk middels 2 portiekontsluitingen met inpandige trappenhuizen en een lift.

11

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Uitsnede schetsontwerp Twello Stationsstraat Veilingstraat vogelvlucht vanaf NS station ( noordzijde)

Impressie Stationsstraat vanuit het zuid- westen

12

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Situatie met impressie toekomstige bebouwing

Architectuur De twee woongebouwen krijgen een herkenbare maar rustige dorpse uitstraling, waarmee wordt aangesloten bij de directe omgeving. Wat betreft architectuur is aansluiting gezocht bij zowel de bebouwing in de Stationsstraat als bij het Raccordement als hoofdader van het Stationskwartier. De architectuur zorgt door de markante positie van het plan voor een eigen identiteit en vormentaal. Ten slotte maakt de aansluiting bij de huidige voorgevelrooilijnen en de realisatie van groen het appartementencomplex passend in haar omgeving. De esthetische waarde van het plangebied en directe omgeving krijgt hiermee een impuls.

Groeninrichting en aansluiting openbare ruimte Op afbeelding hierna is het eerste schets van het groenplan weergegeven. Het definitieve groen-/inrichtingsplan zal te zijner tijd definitief opgesteld worden door de initiatiefnemer in overleg ,met de eente. Het inrichtingsplan - zoals onder afgebeeld - is slechts een concept. De uiteindelijke aansluiting op het groen in de openbare ruimte komt in overleg met de gemeente tot stand. De gronden rondom de bebouwing en tussen de twee hoofdgebouwen worden ingericht met een stadstuin met blokhagen, enkele bomen, gazon en plantenvakken. Uitgangspunt daarbij is dat ruimte tussen de twee hoofgebouwen open blijft en daar laagblijvende beplanting is voorzien. Aan de zuidzijde wordt voor appartementen op de begane grond een beperkt terras gerealiseerd. Tussen de twee gebouwen ontstaat een onbebouwd aantrekkelijk binnenterrein door de afwisseling van verhadring, sedum en verhoogde plantenbakken omrand met cortenstaal. Bij de entree aan de stationsstraat is ruimte gereserveerd voor hulpdiensten. Van groot belang is een goede en verkeersveilige entree naar de parkeergarage. De uitwerking van die aansluiting zal eveneens in overleg met de gemeente worden vastgelged in het inrichtingsplan.

13

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

voorlopig groenplan

Vuilcontainers Langs deVeilingstraat wordt ruimte gemaakt om vuilcontainers op te kunnen stellen. Bij de inrit van de Parkeergarage is ruimte voor het stallen van vuilcontainers. Deze opstelplek wordt meeontworpen met het ontwerp van de woningen. Parkeren Op het perceel zullen geen auto's zichtbaar zijn. De parkeergarage voorziet met met 24 parkeerplaatsen in de eigen parkeer behoefte. Duurzaamheid en natuurinclusiviteit Een duurzame en natuurinclusieve ontwikkeling is het uitgangspunt, zowel voor de bebouwing als voor de openbare ruimte. De beplanting in de borders draagt in grote mate bij aan biodiversiteit door de bloemrijke beplanting die voor nectar voor verschillende insecten en vlinders zorgt. Aan de voorzijde onder de plantenvlakken worden infiltratie kratten geplaatst voor iniltratie van het regenwater. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden en in aanvulling hierop worden nieuwe bomen aangeplant, zodat wordt bijgedragen aan het microklimaat (schaduw en verkoeling). Dakvlakken (horizontale liggende delen, niet zichtbaar vanaf de weg) worden benut voor de plaatsing van zonnepanelen en sedum. De benodigde verharding in de openbare ruimte wordt tot een minimum beperkt. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van halfverharding. Buitenverlichting wordt geminimaliseerd (wel een veilig karakter) zodat de verstoring van de natuur minimaal is.

De armaturen schijnen alleen naar beneden en niet naar de zij- of bovenkant. Gevels kunnen worden benut voor het plaatsen van nest- en verblijfskasten voor bijvoorbeeld vogels. Bomenbeheer Als beheerder van de eikenbomen aan de Afslag heeft gemeente haar voorwaarden aangegeven qua afstand en waterhuishouding voor deze kenmerkende bomenrij. Het plan is hierop aangepast. Functioneel programma 14

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Het functionele programma betreft 15 appartementen en een ondergrondse stallinggarage met bergingen. De appartementen hebben afmetingen van circa 84 tot 140 m2 (exclusief bakons) en worden verkocht vanaf ca. € 390.000,- inclusief een parkeerplaats in de onderliggende garage. Op het binnenterrein zal naast de entree bij de Stationsstraat een parkeervak voor hulpdiensten wordt aangelegd.

Impressie Stationsstraat vanuit het zuiden

15

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt beknopt het relevante ruimtelijke beleidskader beschreven, geformuleerd op de verschillende overheidsniveaus. Andere beleidsthema's zoals milieu, archeologie en water worden hier niet beschreven. Dit beleid komt aan bod in Hoofdstuk 4.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR biedt het kader dat de (nieuwe) ruimtelijke- en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 benoemt en de focus bepaalt voor mobiliteitsinvesteringen. De structuurvisie speelt in op een aantal ontwikkelingen en uitdagingen; krimp, groeiende mobiliteitsbehoefte, versterken internationale concurrentiepositie, koesteren en versterken ruimtelijke structuur, klimaatverandering, duurzame energie en het stelsel van regels en procedures. Een van de kernmiddelen die wordt ingezet om goed op deze ontwikkelingen en uitdagingen in te spelen is decentralisatie. Beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen wil het kabinet dichter bij burgers en bedrijven brengen en provincies en gemeenten krijgen de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven. Voor de periode tot 2028 richt het Rijk zich op drie doelen: vergroten van de concurrentiekracht door versterking van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; verbeteren van de bereikbaarheid; zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Met bovengenoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen aan de orde die in het SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's.

Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van ruimtelijke ordening gekregen. Het kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. Het plan voor Hoek Stationsstraat-Veilingstraat heeft geen relatie met één van de 13 nationale belangen. 3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Een schematische weergave hiervan is opgenomen in Afbeelding 27.

16

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Afbeelding 27 - Ladder voor duurzame verstedelijking

Met ingang van 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder in werking getreden. Ongewijzigd hierin is dat in de toelichting op bestemmingsplannen de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beschreven. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling zijn bepalend voor de afbakening van het gebied waarbinnen de behoefte moet worden onderzocht. In de wet is bovendien toegevoegd dat bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied goed gemotiveerd moet worden waarom deze niet in bestaand stedelijk gebied te realiseren is. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Bij woningbouwontwikkelingen geldt dat in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als sprake is van de bouw van meer dan 11 woningen (uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 201608869/1/R3).

Toetsing Ladder voor duurzame verstedelijking De herontwikkeling bestaat is een samenhangende ontwikkeling van de realisatie van 15 appartementen verdeeld over twee gebouwen. Gelet op de hiervoor genoemde uitgangspunten, is daarmee sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dient toetsing aan de Ladder plaats te vinden. De gemeente Voorst maakt deel uit van de Cleantech Regio waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Wat betreft woningbehoefte is in regionaal verband onderzoek uitgevoerd. Per gemeente is de woningbehoefte daarbij in beeld gebracht. In algemene zin bestaat in de regio Stedendriehoek een oplopende druk op de woningmarkt. De behoefte ligt in de gemeente Voorst op circa 775-975 nieuwe woningen binnen de periode 2018-2027, waarvoor de regionale woonagenda is samengesteld (zie hiervoor ook subparagraaf 3.4.2). Dit komt neer op een behoefte van circa 80 woningen per jaar. Hierbij is de grootste vraag -en daarmee opgave- voorzien in Twello. Deze kern is vitaal en beschikt over voldoende voorzieningen. 1.1 Het initiatief sluit aan op de uitgangspunten uit de woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025 Een van de uitgangspunten uit onze woonvisie is dat we nieuwbouwlocaties in en om het centrum van Twello inzetten op de realisatie van woningen die geschikt zijn voor senioren.

Daarnaast blijkt uit het gemeentelijk woningmarktonderzoek dat er in en rond het centrum van Twello een behoefte is aan luxere appartementen. De ligging nabij het centrum, station en centrumvoorzieningen zorgt voor een 17

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

aantrekkelijke vestigingslocatie. De geïnteresseerden zijn voornamelijk senioren die veelal een (ruime) eengezinswoning achterlaten. De toevoeging van deze appartementen zorgt naar verwachting voor doorstroming op de woningmarkt. De ontwikkeling van 15 appartementen op de locatie Stationsstraat 30 in Twello wordt gezien als een stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het aantonen van de behoefte is dan een vereiste. Zoals toegelicht en de resultaten uit het gemeentelijk woningmarktonderzoek (2019) voorzien de appartementen in de behoefte. Daarnaast gaat het om een inbreidingslocatie waardoor de conclusie luidt dat de ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In kwalitatieve zin dient sprake te zijn van een gevarieerd woningaanbod, zodat voor verschillende doelgroepen nieuwe woningen beschikbaar komen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hier niet helemaal omdat uitsluitend luxe appartementen worden gebouwd. Daarom zal de ontwikkelaar een bijdrage storten om dit kwalitatieve gebrek elders binnen de gemeente te kunnen compenseren. In paragraaf 3.5.2 wordt hier uitgebreider op ingegaan. Behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit is ook een uitgangspunt bij nieuwe woningbouwplannen. Dit is bij de keuze voor en uitwerking van onderliggend plan een belangrijk toetsingskader geweest.

Naast de kwantitatieve opgave, voorzien de plannen in kwalitatieve zin daarmee ook in de (regionale) behoefte. Samengevat past de ontwikkeling binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

Gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland Het doel van de provincie Gelderland is om samen te werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. De natuur en het water hebben het landschap van Gelderland gevormd. Wereldwijde ontwikkelingen - zoals het energievraagstuk, de klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, verdere verstedelijking en de toenemende mobiliteit - vragen om balans. De Gelderse leefomgeving is in omvang beperkt. Er moeten keuzes worden gemaakt. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie Gelderland wil hierbij in gesprek gaan en samen keuzes maken over de vraagstukken die voorliggen en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. Hierbij wordt gezocht naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Gezond en veilig Dit is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.

Schoon en welvarend Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

18

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Afbeelding 28 - Schematische weergave Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De provincie Gelderland gaat uit van het toevoegen van waarde door vanuit een brede blik te focussen. Vertrekkend vanuit de unieke kwaliteiten van de Gelderse streken en steeds weer verschillende belangen en bovenregionale mogelijkheden afwegen. De focus ligt op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van 7 onderwerpen wordt hier richting aan gegeven: Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Economisch vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat. Hoewel de ontwikkeling meerdere van de onderwerpen raakt, is met name het 'woon- en leefklimaat' op het plan van toepassing. Het uitgangspunt van de provincie Gelderland is een duurzaam en divers woonen leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Hierbij luidt de ambitie van de provincie Gelderland om een aanbod aan woningtypen en woonmilieus te hebben dat past bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende duurzame woning. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. De provincie gaat hierbij voor een concentratie van bebouwing, tenzij er geen andere goede maatregelen zijn. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.

Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas, de woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. De woningbouwplannen voor de Hoek Stationsstraat-Veilingstraat passen binnen de uitgangspunten zoals die verwoord zijn in in de Omgevingsvisie. Er wordt ingespeeld op concentratie van bebouwing en optimaal benutten van bestaand stedelijk gebied. Ook wordt met de realisatie bijgedragen aan diversiteit aan woningvraag, door voor ouderen te bouwen komen elders in het stedelijk gebied gezinswoningen vrij waarmee (in)direct voor verschillende verschillende doelgroepen en in verschillende prijsklassen woning vrij komen. Duurzaamheid is een uitgangspunt bij de uitwerking van de plannen. In de tuin wordt met verschillende plantsoorten gewerkt, om zo ook een verbetering van de biodiversiteit te stimuleren.

19

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

3.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels beschreven die ervoor moeten zorgen dat de Omgevingsvisie Gelderland ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd. De Omgevingsverordening dient dan ook als een juridisch instrument en beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Daarmee dient de Omgevingsverordening als een toetsingskader bij het opstellen van nieuwe ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan of een uitgebreide afwijkingsprocedure in het kader van de omgevingsvergunning (Wabo). Voor nieuwe woonlocaties stelt de Omgevingsverordening Gelderland (artikel 2.1 en 2.2) dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in de regionale woonagenda. De onderliggende woningbouwontwikkeling sluit aan bij woonvisie. Aantrekkelijk Voorst 2025 gemeentelijke woningbouwprogrammering en maakt onderdeel uit van de plannen die zijn opgenomen in de regionale woonagenda. Zie hiervoor ook subparagraaf 3.4.2 en 3.5.2. Daarnaast kent de verordening verschillende kaartlagen waaraan regels zijn verbonden: Windenergie, Luchtvaart, Landbouw, Glastuinbouw, Natuur, Natura2000-gebied, Landschap, Water en milieu en Erfgoed.

Voor zover van toepassing, wordt daar hieronder op ingegaan. De locatie is aangeduid als 'intrekgebied'. Gebieden met deze aanduiding mogen geen bestemming krijgen die de winning van fossiele energie zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas mogelijk maakt. Daarnaast gelden er beperkingen voor vestiging van glastuinbouwbedrijven. Van dergelijke ontwikkelingen is met het plan geen sprake. Actualisatie Omgevingsverordening Op 22 september 2020 hebben Gedeputeerde Staten het ontwerp voor een actualisatie van de Omgevingsverordening vastgesteld. Dit ontwerp heet ook wel Actualisatieplan 7 is 31 maart 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Inhoudelijk hebben hierin geen wijzigingen plaatsgevonden ten opzichte van het provinciale beleid dat hiervoor is beschreven. Op 15 april 2021 heeft Gedeputeerde Staten een ontwerp en ontwerp voor een 8e actualisatie van de Omgevingsverordening vastgesteld. Beide actualisaties van de omgevingsverordening hebben geen invloed op voorliggend bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat het initiatief past binnen de Omgevingsverordening Gelderland.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030

De gemeenten in de regio Stedendriehoek, met daarin de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, hebben gezamenlijk een regionale structuurvisie opgesteld. Deze visie vormt de integrale afstemming tussen de ruimtelijke opgaven binnen de regio en is beleidsmatig tevens vertaald in provinciaal beleid. De regionale visie zet vooral in op verdere herstructurering en intensivering van het bestaand stedelijk gebied. Enerzijds wordt een deel van het woningbouwprogramma gerealiseerd in de steden Apeldoorn, Deventer en Zutphen, maar tevens wordt een deel gerealiseerd in de bestaande dorpen en kernen. Daarbij gaat het om herontwikkeling, om afronding van bestaande bebouwingstructuren en om een intensivering van centrumdorpse woonmilieus. Hiernaast zijn (beperkt) ook specifieke dorpse uitbreidingen mogelijk om het inwonertal in sommige dorpen op peil te houden. Voor de gemeente Voorst is de expliciete opname van een woningbouwprogramma voor de dorpen in de gemeente van belang. Een programma dat de lokale behoefte te boven kan gaan. Zo wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit van de dorpen en aan het vergroten van het woonmilieu 'landelijk en dorps wonen'. De ontwikkeling van de Hoek Stationsstraat-Veilingsstraat is vooral aan te merken als herontwikkeling en een intensivering van een (centrum)dorps woonmilieu en past daarmee binnen de visie. 20

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

3.4.2

Woonagenda Cleantech Regio 2018

De gemeente Voorst maakt deel uit van de Cleantech Regio waarbinnen de samenwerkende gemeenten op regionaal niveau afspraken maken. Dit gebeurt onder meer op het gebied van woningbouw in de regionale woonagenda. In de onlangs (eind 2020) geëvalueerde en herijkte regionale woonagenda is de woningbehoefte voor de regio tot 2030 uiteengezet. Met de woningbouwprogrammering in de regio wordt gestuurd op kwaliteit. Het behouden en versterken van de woonkwaliteit vraagt om de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio. Daarbij kan woningbouw niet los worden gezien van de lokale woningbehoefte, het bestaande woningaanbod, de specifieke plek en veranderende woningbehoefte. Daarvoor is bovenal maatwerk op lokaal niveau. Om vanuit de gezamenlijke ambitie op kwalitatieve groei te sturen zijn richtinggevende principes ontwikkeld voor het lokaal beoordelen van woningbouwplannen. Het gaat daarbij om drie speerpunten: Woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; Woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; De programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van het beleid en actuele marktontwikkelingen.

In het onderstaande schema zijn deze speerpunten nader uitgewerkt.

Afbeelding 29 - Speerpunten regionale woonagenda

Naast de kwalitatieve afspraken, zijn in regionaal verband ook kwantitatieve afspraken gemaakt voor de periode 2020 - 2030. In de regionale woonagenda is per gemeente een bandbreedte opgenomen tussen de behoefte op basis van huishoudensgroei (lage bandbreedte) en het inlopen van een theoretisch woningtekort (hoge bandbreedte). In de regio wordt per gemeente gekoerst op een realistisch woningbouwprogramma waarbij vraag een aanbod goed op elkaar aansluiten. Binnen de kwantitatieve afspraken continueert de gemeente Voorst haar koers om gemiddeld 80 woningen per jaar toe te voegen. De gemeente Voorst zet in op realistisch prognosticeren waarbij het belangrijk is dat woningbouw aansluit op de korte- en langetermijnbehoefte en het dorpse karakter. Het voorliggende plan voorziet in de herontwikkeling van een bestaande locatie. Met het plan wordt ingestoken op een hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit. Bij uitwerking van de plannen wordt veel aandacht geschonken aan duurzaamheidsambities. De ontwikkeling is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering en valt binnen de kwantitatieve afspraken. Het plan past dan ook binnen de kaders van de Woonagenda Cleantech Regio 2018. 21

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst

Op 18 december 2017 heeft de gemeente Voorst de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst (RTV) 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' vastgesteld. Deze Ruimtelijke Toekomstvisie is vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet (treedt naar verwachting in 2022 in werking) opgesteld. Met de Omgevingswet moet een balans worden gevonden tussen enerzijds dynamiek en anderszijds zekerheid. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. De rol van de overheid is aan het veranderen. Inwoners en ondernemers krijgen een steeds grotere rol in het ruimtelijk beleid. Met de nieuwe Omgevingswet krijgen initiatieven vanuit de samenleving waar mogelijk meer ruimte. De taak van de gemeente richt zich voornamelijk op het afwegen van alle belangen. De doelen worden uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda Ruimtelijke Toekomstvisie. In de uitvoeringsagenda wordt gespecificeerd wat, met wie en op welke termijn de uitvoering plaatsvindt. De uitvoeringsagenda heeft, net zoals de samenleving, een dynamisch karakter. Beiden zijn continu onderhevig aan nieuwe ontwikkelingen en daarom wordt het document met enige regelmaat vernieuwd, aangevuld en geactualiseerd. De RTV 'Kwaliteit, Verbinding en Duurzaamheid' heeft een dubbele doelstelling. Enerzijds zijn bij de totstandkoming van de RTV doelen bepaald met de samenleving en hoe deze behaald moeten worden.

Aan de andere kant dient de visie ook als toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Centraal in het ruimtelijk beleid van de gemeente Voorst staat dan ook onze eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen moeten hierbij aansluiten en waar mogelijk versterken. Onder identiteit wordt verstaan: diversiteit en kwaliteit van de landschappen in de gemeente, de bijzondere monumenten en rijke cultuurhistorie, de dorpse schaal van de kernen, de menselijke maat en de krachtige sociale samenhang in de gemeente. Ook duurzaamheid maakt een onderdeel uit van de identiteit. Het gaat dan om de wens en de noodzaak om de ruimtelijke, economische en sociale kwaliteiten toekomstbestendig te maken. Op basis van de identiteit zijn in Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst de volgende thema's geformuleerd: Wonen, leefbaarheid en sociale cohesie; Werken, innovatie en recreatie; Omgeving en landschap; Energie en klimaat. Uitgangspunten die bij nieuwe woningbouwontwikkelingen gelden, zijn onder meer bouwen naar behoefte, gericht op kwaliteit en (in)passend in de omgeving. Er is een geschikt aanbod van woningen voor alle doelgroepen. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt daarbij gestreefd naar vergroting van het woningbestand door inbreiding in de bestaande kernen. Het plan Hoek Stationsstraat-Veilingstraat past binnen deze uitgangspunten. 3.5.2

Woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025

In de in 2017 vastgestelde Woonvisie ‘Aantrekkelijk Voorst 2025’ is de gemeentelijke visie gegeven op het wonen in de gemeente Voorst. De gemeente Voorst is een aantrekkelijke plek om te wonen, gelegen in de groene zone tussen de steden Deventer, Zutphen en Apeldoorn. De gemeente is goed bereikbaar en heeft een goed voorzieningenniveau. Van belang is dit zo te behouden en dit te versterken. De vraag naar woningen neemt toe, waarbij jaarlijks circa 80 woningen aan de woningvoorraad worden toegevoegd. De meeste van deze woningen maken onderdeel uit van bestaande plannen. Het gros hiervan richt zich op Twello, omdat hier de vraag het grootst is. Om de gemeente Voorst aantrekkelijk te houden kent de Woonvisie vier pijlers van woonbeleid die richtinggevend zijn voor het gemeentelijke woonbeleid tot 2025. Het gaat om de volgende vier pijlers: 1. Aantrekkelijke woongemeente. Bij nieuwbouw vindt kwalitatieve sturing plaats waarbij gebouwd wordt voor de behoefte van nu, maar ook voor langere termijn. Hierbij wordt ingezet op een divers woningaanbod dat aansluit bij woonwensen van verschillende doelgroepen. Leefbaarheid wordt gestimuleerd; 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid. Voor lagere en middeninkomens moet de woonvraag bediend 22

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

worden, door te zorgen voor voldoende aanbod sociale huurwoningen en bereikbare koopwoningen; 3. Kwaliteit van de woningvoorraad. Deze pijler richt zich vooral op het verbeteren van de duurzaamheid van de woningen in de gemeente. 4. Vergrijzing en wonen met zorg. De vergrijzing heeft gevolgen voor het wonen en de zorg. Langer zelfstandig wonen is het uitgangspunt. Zowel bij nieuwbouw als het aanpassen van bestaande bouw is het van belang hierin te faciliteren. Elk van de pijlers kent verschillende speerpunten. In Afbeelding 30 is een overzicht van de verschillende pijlers en speerpunten schematisch weergegeven.

Afbeelding 30 - Pijlers en speerpunten van de Woonvisie

Aantrekkelijke woongemeente Voorst Hoewel geen sprake is van een gevarieerd aanbod draagt de het plan Hoek Stationsstraat-Veilingstraat bij aan een aantrekkelijke woongemeente. De nieuwe oudere bewoners van de luxe appartementen zullen gebruik maken en bijdragen aan het behoud van de voorzieningen dichtbij de woning. Op die manier bevordert deze groep bewoners de leefbaarheid van het centrum. Bij uitwerking van de plannen wordt daarbij naast architectonische kwaliteit ook veel aandacht besteed aan de verblijfskwaliteit. Conform uitgangspunten van de visie vindt dit alles plaats door herontwikkeling van locaties in de kern. Betaalbaarheid en beschikbaarheid In een relatief dure woningmarkt als Voorst, grotendeels bestaande uit koopwoningen, kunnen huishoudens met lagere inkomens en middeninkomens moeilijk een woning vinden. Om het aanbod aan goedkope/bereikbare koopwoningen (V.O.N.-prijs onder € 200.000) en sociale huurwoningen te vergroten, zijn in de Woonvisie uitgangspunten opgenomen voor het aandeel woningen in het betaalbare segment bij nieuwe ontwikkelingen. Voor Twello gaat het om 40% van de nieuwbouwproductie. Deze herontwikkeling gaat uit van (in totaal) 15 nieuwe woningen waarvan geen in het bereikbare segment.

Op basis van de woonvisie Aantrekkelijk Voorst 2025 geldt het uitgangspunt dat bij nieuwbouwontwikkelingen in Twello 40% van de woningen in de categorie bereikbaar (koop tot € 23

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

200.000 of sociale huur) wordt gebouwd. Als het sociale woningbouwprogramma niet op een locatie kan worden gerealiseerd, geldt een vaste vereveningsbijdrage per type woning. Deze vereveningsystematiek is ook opgenomen in de Nota Grondbeleid 2020 (verevening sociale woningbouw). Voor deze specifieke ontwikkeling geldt dat voor 6 appartementen (40% van 15) verevend moet worden. Per niet-grondgebonden woning in Twello geldt een vereveningsbijdrage van € 25.000. De totale vereveningsbijdrage is € 150.000. De vereveningsbijdrage wordt vastgelegd in de te sluiten anterieure overeenkomst. Kwaliteit van de woningvoorraad De visie zet vooral in op verduurzamen van de bestaande woningvoorraad, maar uiteraard ook bij nieuwe ontwikkelingen. Uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in de nota Duurzaamheid en het daarbij behorende Addendum Duurzaamheid. Ook gaat duurzaamheid over kwaliteit van de woonomgeving, waarin mensen gezond, veilig en prettig kunnen wonen en een woningvoorraad die lang meegaat en snel is aan te passen aan de woonwensen van bewoners. Basisgedachte bij de uitwerking van het plan Hoek Stationsstraat-Veilingsstraat is bij te dragen aan een verbetering van de leefkwaliteit in Twello. Naast energie wordt gekeken naar klimaat, grondstoffen, bewustwording en sociale duurzaamheid. In de ontwikkeling wordt gebruik van fossiele brandstoffen beperkt c.q.

voorkomen (inzet is woningen die voldoen aan BENG), de uitstoot van CO2 wordt beperkt en er worden zo min mogelijk schadelijke stoffen toegepast in de binnenruimtes van de nieuwe woningen. Bij de bouw worden in dit plan diverse duurzaamheidsprincipes toegepast. Zo krijgen de appartementen eigen zonnepanelen en wordt er een eigen water-water warmtepomp geplaatst. Vergrijzing en wonen met zorg Zoals hiervoor aangegeven worden in de herontwikkeling 15 seniorenwoningen gerealiseerd. Hiermee wordt een aandeel geleverd aan een geschikt woningaanbod voor ouderen. De ligging in het centrum van Twello op korte afstand van voorzieningen maakt de locatie uitermate geschikt voor de oudere doelgroep. Verder is het de verwachting dat de nieuwe bewoners woningen achterlaten (mogelijk eensgezinswoningen) die dan beschikbaar komen voor bijvoorbeeld huishoudens.

3.5.3

Welstandsnota

Om de ruimtelijke kwaliteit van de woon- en leefomgeving te bewaken, heeft de gemeente enkele mogelijkheden tot haar beschikking om de kwaliteit van de omgeving te stimuleren. De Welstandsnota is hiervoor een belangrijk kader. In de Welstandsnota worden randvoorwaarden omschreven waaraan bouwplannen moeten voldoen. De randvoorwaarden zijn zodanig geformuleerd dat er wel enige beleidsvrijheid voor de ontwikkelaar is en de regels niet té sturend zijn. Naast de kaders is er ook een motivatie voor de ruimtelijke kwaliteit in de nota opgenomen met kwaliteitsnormen per deelgebied in de gemeente. De planlocatie is aangemerkt als Dorpscentrum. In de Welstandsnota geldt in algemene zin dat de bestaande gebouwde omgeving het kwalitatieve referentiepunt is voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. Een plan dient te voldoen aan de 'redelijke eisen van welstand'. Voor de planlocatie wordt ingestoken op een hoogwaardige beeldkwaliteit die in enkele gevallen kan afwijken van de ambities die in de Welstandsnota zijn opgenomen voor het dorpscentrum van Twello.

Om te borgen dat het vooraf beoogde ambitieniveau behaald wordt en/of geen strijdigheden ontstaan met het geldende beleid, is voor de ontwikkeling een beeldkwaliteitplan opgesteld (Bijlage 1). Dit beeldkwaliteitplan wordt gelijktijdig met het bestemmingsplan in procedure gebracht en vastgesteld. Na vastelling is dit beeldkwaliteitplan een aanvulling op de Welstandsnotaen en daarmee het toetsingsinstrument voor welstand bij de uiteindelijke uitwerking van de bouwplannen..

24

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Daarnaast wordt ingegaan op de thema's als archeologie, natuuronderzoek, verkeersaspecten, water en de economische uitvoerbaarheid.

4.2

Milieu-aspecten

4.2.1

Bodem

Als gevolg van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet onderzocht worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Om de bodemkwaliteit aan te tonen, is op de planlocatie verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven geen milieuhygiënische belemmeringen voor de herontwikkeling van de locatie. Het verkennend bodemonderzoek is opgenomen Bijlage 8 Er is geen nader onderzoek nodig gebleken. De resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek geven geen milieuhygiënische belemmeringen voor de herontwikkeling van de locatie. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de gronden geschikt zijn voor het gebruik voor wonen met tuin. Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het eigen terrein is toegestaan. Eventueel vrijkomende grond mag niet zondermeer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit Bodem Kwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.

Hergebruik van eventueel bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond op het eigen terrein is toegestaan. Eventueel vrijkomende grond mag niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit Bodem Kwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing. Vanuit het aspect bodem zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingswijziging.

4.2.2

Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies, zoals woningen, anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen de milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam en onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De toelaatbaarheid van bedrijvigheid kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). In deze brochure is een bedrijvenlijst opgenomen die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven.

In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Milieuzonering is erop gericht een ruimtelijke scheiding aan te 25

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

brengen tussen milieubelastende en milieugevoelige activiteiten. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten als geur, stof, geluid en gevaar. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het type rustige woonwijk en gemengd gebied. Voor de locatie geldt dat deze in een gemengd gebied ligt met wonen en bedrijfsmatige functies.5.2.5 Bedrijven en milieuzonering. In het kader van de Wet milieubeheer dient in nieuwe situaties rekening te worden gehouden met (wenselijke) afstanden tussen bepaalde milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009) van de VNG is een richtafstandenlijst opgenomen. In de lijst is voor allerlei soorten "milieubelastende activiteiten" aangegeven welke richtafstanden vanwege geur, stof, geluid en gevaar bij voorkeur aangehouden moeten worden ten opzichte van "milieugevoelige activiteiten". De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Vanuit het aspect milieuzonering zijn er geen knelpunten die de herontwikkeling van de locatie in de weg staan.

4.2.3

Geluid

Het aspect 'geluid' gaat over de geluidbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeer, railverkeer of gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de Wgh. Voor geluidsbelasting ten gevolge van railverkeer geldt een voorkeurswaarde van 55 dB en een maximaal toegestane waarde van 68 dB. Voor wegverkeer in een binnenstedelijke situatie geldt een voorkeurswaarde van 48 dB en een maximaal toegestane waarde van 68 dB.

26

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

geluidcontouren wegverekeer

Geluid Railverkeer en wegverkeer Door Alcedo is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor zowel het railverkeer als wegverkeer. Het rapport is opgenomen als Bijlage 2bij deze toelichting. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat niet voldaan wordt aan de voorkeurswaarde, maar dat de maximale grenswaarde niet wordt overschreden. Voor alle appartementen moet een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Wij stellen een hogere grenswaarde vast, omdat het treffen van verdere maatregelen aan de wegen zelf of in de vorm van een afscherming redelijkerwijs niet mogelijk en wenselijk is. Daarmee resteert het vaststellen van hogere waarden en het zorgen voor voldoende geluidswering zodat in de woningen sprake is van een aanvaardbaar binnenniveau. Ieder appartement beschikt over een geluidsluwe gevel of een geluidsluw geveldeel waar de geluidsbelasting minder dan 48 dB bedraagt. Per appartement is tenminste één verblijfsruimte aan deze gevel of aan dit geveldeel gesitueerd. In samenhang met het bestemmingsplan wordt een procedure tot het vaststellen van hogere waarden doorlopen. Gezoneerd industrieterrein Van een gezoneerd industrieterrein c.q. aangewezen bedrijven(terrein) is geen sprake in de omgeving van deze locatie. Geluidsaspecten vormen op dit punt dan ook geen belemmering voor de planvorming.

Geluidseisen warmtepompen en airco’s worden aangescherpt Per 1 april 2021 worden nieuwe geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco’s die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Met deze landelijke geluidsnorm worden buren beter beschermd tegen geluid van warmtepompen en wordt de ontwikkeling van stillere warmtepompen bevorderd. De warmtepompmarkt vertoont een blijvend sterke groei in aantallen en in warmteproductie. Deze geluidseis zal de warmtepomp helpen in zijn verdere opmars, en ook de ontwikkeling van nieuwe stillere 27

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

warmtepompen versnellen. De verwachting is dat de verkoop ook de komende tijd verder doorgroeit. De bepalingsmethode voor de nieuwe geluidseisen is vastgelegd in de Regeling Bouwbesluit 2012 (Staatscourant 2020, 62676) die gelijktijdig inwerking zal treden. Deze bepalingsmethode is een geluidsmeting op locatie. Op basis van akoestische berekeningen kan men echter vooraf aannemelijk maken dat voldaan wordt aan de geluidseis. Voor deze berekeningen heeft het ministerie van BZK een rekentool (ODS-bestand) laten opstellen en een daarbij behorende handleiding. De geluideisen gelden niet voor de warmtepomp zelf (uit de fabriek), maar voor een bij een woning geplaatste installatie. De warmtepomp zelf voldoet in het algemeen niet aan de 40 dB eis. Dit betekent dat de installatie op voldoende afstand van de buren moet worden geplaatst of moeten worden afgeschermd zodat de 40dB niet worden overschreden. Isolatie Als men een warmtepomp gaat installeren is het verder van belang dat de eigen woning voldoende is geisoleerd. De 'standaard voor woningisolatie' helpt daarbij. Deze standaard geeft aan wanneer de woning goed genoeg geïsoleerd is om over te stappen op een andere warmtebron, zoals warmtepompen. Daarnaast geeft de standaard inzicht in de mate van ventilatie, die nog nodig is in de woning.

Met de standaard kunnen woningeigenaren en verhuurders hun woningen voorbereiden op de toekomst, waarin woningen zonder aardgas verwarmd worden.

4.2.4

Luchtkwaliteit

Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen nieuwe woningbouwlocaties in ieder geval NIBM bijdragen.

De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) luidt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Situatie planlocatie 28

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

Gelet op de aard en omvang van dit project (15 woningen) kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. De locatie ligt niet in de nabijheid van rijkswegen of provinciale wegen. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. 4.2.5

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Voor de plannen is door adviesbureau BK Bouw- en Milieuadvies B.V. een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd.

Het rapport is alsBijlage 9 opgenomen bij dit bestemmingsplan. In het rapport worden de potentiële risicobronnen weergegeven en beschouwd. Uit de inventarisatie blijkt dat de ontwikkellocaties zich niet bevinden binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen, water of wegen. Vanwege de ligging op korte afstand van het spoortraject 30: Apeldoorn - Deventer West is een nader onderzoek en verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Conform artikel 7 van het Bevt is een beperkte groeprisicoverantwoording opgesteld. Daarbij moet ingegaan worden op: mogelijkheden tot bestrijding en beperking van de omvang van een ramp; zelfredzaamheid van de aanwezige personen. Voor de bestrijding en de beperking van de omvang van een ramp, is de opkomsttijd van de brandweer relevant. Voor deze locatie geldt dat er een goede opkomsttijd aanwezig is. Een eventueel incident kan dan ook direct en snel worden bestreden. Daarnaast geldt dat de locatie goed bereikbaar is en snel te benaderen is bij een incident. Binnen het project worden alleen woningen gerealiseerd, waarvan de bewoners voldoende zelfredzaam zijn. Bij eventuele incidenten met brandbare stoffen op de spoorlijn, kunnen de bewoners vluchten haaks op de spoorlijn. Het terrein is van meerdere kanten te ontvluchten. Onder andere in zuidoostelijke richting over de Stationsstraat.

Hierdoor ontstaat een afschermende werking van de gebouwen ten opzichte van een eventueel incident op de spoorlijn. Uit bovenstaande blijkt, dat op het gebied van bestrijding, beperking van een ramp en de zelfredzaamheid geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. Om bovenstaande redenen is beoordeeld dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Er wordt geconcludeerd dat de externe veiligheid geen consequenties heeft op onderliggend plan.

29

Hoek Stationsstraat - Veilingstraat, Twello

afstand plangebied tot spoor

4.2.6

Trillingen

De locatie ligt op relatief korte afstand van de spoorlijn Deventer-Apeldoorn. Treinverkeer kan leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen vervolgens leiden tot verstoring van gevoelige apparatuur, hinder voor personen in de gebouwen of schade. In Nederland bestaat tot nu toe geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het aspect trillingen niettemin een aandachtspunt in de afwegingen, omdat op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Vanwege het ontbreken van specifieke wetgeving, wordt voor trillingen veelal teruggevallen op de SBR-richtlijn Trillingen, deel B “Hinder voor personen in gebouwen”. De beoogde woningbouw ligt binnen de regulier aangehouden onderzoeksafstand van het spoor van 100 meter. De beide appartementencomplexen liggen op een afstand tussen 50-85 meter van het spoor. Gelet op deze afstanden blijkt uit eerste verkenning (Bijlage 4) dat er een reële kans bestaat op een zekere mate van trillingshinder als gevolg van het spoor. In de basis kan gesteld worden dat aan beide zijden van het spoor op gelijke afstand al bestaande woningen aanwezig zijn.

In de praktijk zijn weinig concrete klachten van trillingshinder bekend die maken dat hier twijfel bestaat over een goed woon- en leefklimaat ter plekke. Klachten van schade door trillingen zijn niet bekend. Daarmee mag worden aangenomen dat de ontwikkeling op voorhand ook geen strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening hoeft op te leveren. Dit laat niet weg dat de SBR-B voor nieuwbouw andere streefwaarden hanteert wat betreft trillingshinder dan voor bestaande bouw. Om die reden is nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen wat de trillingsbelasting op beide percelen is en wat de verwachte trillingssterkten zullen zijn in de te realiseren woningen. In de regels is voor het bouwen een verplichting opgenomen om de maatregelen te treffen die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de streefwaarden voor nieuwbouw. Gestreefd wordt naar een trillingsarm ontwerp, waarbij de daadwerkelijke maatregelen uiteindelijk bepaald worden door een doelmatigsheidsafweging. Gelet op voorgaande mag verondersteld worden dat de plannen niet leiden tot onevenredige trillingshinder en sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11370133/1