Bestemmingsplan - toelichting (2021-32473)
Tekst van het document
Voor de locaties aan de Troelstralaan en Abraham Kuyperstraat geldt dat deze in een woonbuurt liggen, waarbij in de directe omgeving geen bedrijfsmatige functies voorkomen. Hooguit is sprake van eventuele beroepen of bedrijven aan huis, die als passend binnen de woonbestemming worden gezien. Ook de locatie Frans Halsstraat ligt in een woonbuurt. Wel geldt hier dat aan de noordkant, aan de andere zijde van de spoorlijn, een bedrijventerrein aanwezig is. Hier is onder andere een bouwmarkt en een bouwbedrijf aanwezig. Het bestemmingsplan staat functies tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toe, met een richtafstand van 30 meter. Het bouwbedrijf is een bedrijf uit milieucategorie 3.1 en is met een specifieke aanduiding in het bestemmingsplan opgenomen. Dit is ten opzichte van de planlocatie ook het meest nabij gelegen bedrijf en kent een richtafstand van 50 meter. De nieuw te bouwen woningen en de bijbehorende tuinen liggen op meer dan 50 meter van (de grens van de inrichting van) het bouwbedrijf. Aan de Koningin Julianastraat bevindt zich ook na de ontwikkeling nog een klein weilandje, ten westen van deze planlocatie. Voor zover daar dieren lopen, is sprake van hobbymatig gebruik wat ten opzichte van de nieuwbouw geen belemmering vormt.
Deze ruimte is in beeld voor een eventuele overloop voor parkeren bij het station, mocht daar in de toekomst behoefte aan ontstaan. Vooralsnog is dit niet aan de orde. Mocht dit concreet worden, dan wordt op dat moment een ruimtelijke afweging gemaakt waarbij onder meer ook de dan geldende milieuregels in ogenschouw worden genomen. Het Medisch Centrum Twello dat tegenover de locatie aan de andere zijde van het spoor ligt en het daaraan grenzende bouwperceel, biedt mogelijkheden voor een diversiteit aan functies die vergelijkbaar zijn met bedrijvigheid uit (hooguit) milieucategorie 2. Deze percelen liggen op ruim 30 meter, waardoor gesteld kan worden dat de functies geen effect op elkaar hebben. Uit oogpunt van milieuzonering bestaan geen bezwaren voor de bouw van de woningen in relatie tot bestaande functies in de omgeving van de vier locaties. Andersom geredeneerd staan de nieuwbouwplannen alleen woningen toe, met eventueel aan huis verbonden bedrijven of beroepen. Voor de omliggende woningen vormt deze ontwikkeling op het gebied van milieuzonering dan ook geen belemmeringen. 4.2.3
Geluid
Het aspect 'geluid' gaat over de geluidbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen vanwege wegverkeer, railverkeer of gezoneerde industrieterreinen. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidszones van toepassing. Als er woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidsbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de Wgh. 37
De Vier Erven, Twello
Geluid railverkeer Door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de locaties Frans Halsstraat en Koningin Julianastraat, voor zowel het railverkeer als wegverkeer. Het rapport is opgenomen als Bijlage 6 bij deze toelichting. Voor geluidsbelasting ten gevolge van railverkeer geldt een voorkeurswaarde van 55 dB en een maximaal toegestane waarde van 68 dB. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat voor beide spoorlocaties niet voldaan wordt aan de voorkeurswaarde, maar dat de maximale grenswaarde niet wordt overschreden. Voor alle woningen op de spoorlocaties moet een hogere grenswaarde worden vastgesteld. In samenhang met het bestemmingsplan is een procedure tot het vaststellen van hogere waarden doorlopen. Het plaatsen van het nieuwe gebouw aan de Koningin Julianastraat heeft wat betreft geluid van railverkeer een afschermende werking voor de achterliggende woningen. Er is echter ook sprake van een reflecterend effect waardoor mogelijk plaatselijk een hogere geluidsbelasting optreedt op deze 2e-lijns woningen. Om de gevolgen van deze twee effecten in kaart te brengen zijn in bovengenoemd akoestisch onderzoek berekeningen uitgevoerd om de situaties voor en na de bouw te vergelijken.
Uit de resultaten blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van het railverkeer op alle toetspunten gelijk blijft of afneemt na het plaatsen van het nieuwe woongebouw. Het afschermende effect is voor de gehele 2e-lijn sterker dan het reflecterende effect. Dit geldt overigens ook voor geluidsbelasting voor geluid van wegverkeer. De nieuwbouw heeft per saldo dan ook geen negatieve (reflecterende) effecten op de achtergelegen woningen. Geluid wegverkeer In samenhang met het akoestisch onderzoek voor het railverkeer, is door DGMR ook het effect van het wegverkeer op de woningen aan de locaties Frans Halsstraat en Koningin Julianastraat in beeld gebracht (Bijlage 6). Voor nieuwe woningen in een binnenstedelijke situatie geldt een voorkeurswaarde van 48 dB voor het wegverkeer. De maximale waarde is 63 dB voor de Frans Halsstraat. De Koningin Julianastraat is een weg met een maximum rijsnelheid van 30 km/uur. Voor deze wegen is geen wettelijke geluidszone opgenomen in de Wet geluidhinder. Wel is in het kader van een goed woon- en leefklimaat de geluidsbelasting van deze weg op de nieuw te bouwen woningen in het onderzoek beschouwd. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting als gevolg van de Frans Halsstraat op de nieuwe woningen hoger is dan de voorkeurswaarde. De maximale grenswaarde wordt niet overschreden.
Voor vier woningen op deze locatie is het vaststellen van een hogere grenswaarde als gevolg van het wegverkeer noodzakelijk. Geluid van het wegverkeer aan de Koningin Julianastraat hoeft niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder. Als deze wel zou worden getoetst, blijkt dat de geluidsbelasting hier lager is dan de voorkeurswaarde van 48 dB. De planlocaties aan de Troelstralaan en Abraham Kuyperstraat zijn niet meegenomen in voornoemd akoestisch onderzoek. Net als de locatie aan de Koningin Julianastraat, zijn dit wegen met een maximaal toegestane snelheid van 30 km/uur waarop de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Uit het geluidmodel van de gemeente Voorst (DAT Mobility, 23 februari 2020, zie Afbeelding 31) blijkt dat de geluidbelasting (Lden, incl. aftrek art. 110 Wgh, toetsjaar 2030) voor beide locaties onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Mede gezien duurzaamheidsaspecten zullen de gevels van de woningen bovendien voldoende worden geïsoleerd, wat het binnenniveau ten goede komt. Daarmee is het voldoende aannemelijk dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat in de nieuw te bouwen woningen op deze locaties.
38
De Vier Erven, Twello
Afbeelding 31 - Geluidbelasting wegverkeer locaties Troelstralaan en Abraham Kuyperstraat
Gezoneerd industrieterrein Van een gezoneerd industrieterrein c.q. aangewezen bedrijven(terrein) is geen sprake in de omgeving van de vier locaties. Geluidsaspecten vormen op dit punt dan ook geen belemmering voor de planvorming. Geluid parkeren Koningin Julianastraat op omgeving Op planlocatie Koningin Julianastraat worden parkeerplaatsen ten behoeve van de nieuwbouw grotendeels gerealiseerd aan de achterzijde van het nieuwe woongebouw. De parkeergelegenheid grenst 39
De Vier Erven, Twello
aan percelen van bestaande woningen. Geluid door parkeren wordt als onderdeel gezien van de reguliere woon- en leefomgeving. Naar aanleiding van zienswijzen is in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van het parkeren op deze bestaande woningen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd door DGMR en opgenomen als Bijlage 7. Voor het uitvoeren van het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Handreiking Bedrijven en milieuzonering en de daarin opgenomen streefwaarden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit het onderzoek blijkt dat voor de verkeersbewegingen van het op- en afrijden en het manoeuvreren van de parkerende voertuigen op het perceel wordt voldaan aan de streefwaarden. De maximale geluidsniveaus ten gevolge van het dichtslaan van autoportieren voldoen in de dag- en avondperiode wel, maar worden in de nachtperiode overschreden. Door aan de achterzijde over de lengte van de parkeerplaatsen een geluidsscherm te plaatsen van twee meter hoog, voldoen de berekende geluidsbelastingen op de gevels van de omwonenden aan de streefwaarden. Dit scherm moet in ieder geval 25 kg/m2 zwaar zijn.
In de regels van het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van een dergelijke geluidwerende erfafscheiding, zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is geborgd. 4.2.4
Luchtkwaliteit
Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en de burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het Besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. De Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de Wet milieubeheer geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt of; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Bijlage 3A van de Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen nieuwe woningbouwlocaties in ieder geval NIBM bijdragen.
De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) luidt: 1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Situatie woningbouwlocaties Gelet op de aard en omvang van dit project (56 woningen) kan worden aangenomen dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. De locaties liggen niet in de nabijheid van rijkswegen of provinciale wegen.
Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. 40
De Vier Erven, Twello
4.2.5
Externe veiligheid
Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire (chemische fabriek, lpg-tankstation) en de mobiele (vervoer gevaarlijke stoffen) bronnen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen groepsrisico (GR) en plaatsgebonden risico (PR). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten. De gemeente Voorst wil haar burgers en bedrijven een veilige leef- en werkomgeving bieden. In die zin draagt zij een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen is het externe veiligheidsbeleid geformuleerd. Doel hiervan is duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente Voorst aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's om dient te worden gegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico en plaatsgebonden risico te overwegen bij het nemen van besluiten.
Bij nieuwe plannen wordt in de uitwerking rekening gehouden met rampenbestrijding en zelfredzaamheid, waarbij bijvoorbeeld nieuwe ontwikkelingen voor kwetsbare objecten met verminderd zelfredzame personen (zoals kinderopvang, basisscholen en ziekenhuizen) niet op korte afstand van het spoor worden gerealiseerd. Voor de plannen is door adviesbureau SAB een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 8 opgenomen bij dit bestemmingsplan. In het rapport worden de potentiële risicobronnen weergegeven en beschouwd. Uit de inventarisatie blijkt dat de ontwikkellocaties zich niet bevinden binnen het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen, water of wegen. Vanwege de ligging van de locaties Koningin Julianastraat en Frans Halsstraat op korte afstand van het spoortraject 30: Apeldoorn - Deventer West is een nader onderzoek en verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. De personendichtheid in het invloedsgebied van de spoorlijn neemt toe. Het spoortraject kent in de nabijheid van de ontwikkellocaties geen plasbrandaandachtsgebied en geen PR 10-6/j contour en PR 10-7/j contour. Gebleken is dat zowel in de huidige als in de toekomstige situatie het groepsrisico minder is dan 0,1 maal de oriënterende waarde is.
Ingevolge artikel 8 tweede lid van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), kan een volledige verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven als het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 maal de oriënterende waarde. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. In dit geval is dan ook sprake van een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In hoofdstuk 5 van het onderzoek is deze verantwoording opgenomen. Zowel wat betreft beheersbaarheid/bestrijdbaarheid als op gebied van zelfredzaamheid bestaan op voorhand geen belemmeringen voor de planvorming. Bestaande bluswatervoorzieningen worden met oog op de planvorming uitgebreid c.q. geoptimaliseerd. Het conceptbestemmingsplan inclusief onderzoeksrapport en beperkte verantwoording is ter advisering voorgelegd aan de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en aan de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ). Het advies van de VNOG en de OVIJ is verwerkt in het uitgevoerde onderzoek. Geconcludeerd is dat de voorgenomen ontwikkelingen passen binnen de normen van de wet- en regelgeving over externe veiligheid. Voor de uitwerking van de plannen is advies gegeven voor maatregelen die bij verdere uitwerking van de plannen getroffen kunnen worden om de kans op incidenten nog verder te verkleinen. De plannen voorzien niet in een ontwikkeling van kwetsbare objecten.
In het kader van externe veiligheid bestaan dan ook geen belemmeringen ten aanzien van de ontwikkeling.
41
De Vier Erven, Twello
4.2.6
Trillingen
De locaties Frans Halsstraat en Koningin Julianastraat liggen allebei op relatief korte afstand van de spoorlijn Deventer-Apeldoorn. Treinverkeer kan leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen vervolgens leiden tot verstoring van gevoelige apparatuur, hinder voor personen in de gebouwen of schade. In Nederland bestaat tot nu toe geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het aspect trillingen niettemin een aandachtspunt in de afwegingen, omdat op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening de zorg voor een goede ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Daarvoor is het nodig om mogelijke trillingshinder in kaart te brengen en deze te betrekken in de beoordeling. Vanwege het ontbreken van specifieke wetgeving, wordt voor trillingen veelal teruggevallen op de SBR-richtlijn Trillingen, deel B “Hinder voor personen in gebouwen” (SBR-B). Bij beide spoorlocaties ligt de beoogde woningbouw binnen de regulier aangehouden onderzoeksafstand van het spoor van 100 meter. Aan de Koningin Julianastraat bedraagt deze afstand circa 22 meter en aan de Frans Halsstraat circa 27 meter. Gelet op deze afstanden blijkt uit eerste verkenning dat er een reële kans bestaat op een zekere mate van trillingshinder als gevolg van het spoor.
In de basis kan gesteld worden dat aan beide zijden van het spoor op gelijke afstand al bestaande woningen aanwezig zijn. In de praktijk zijn weinig concrete klachten van trillingshinder bekend die maken dat hier twijfel bestaat over een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plekke. Klachten van schade door trillingen zijn niet bekend. Daarmee mag worden aangenomen dat de ontwikkeling op voorhand ook geen strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening hoeft op te leveren. Dit laat niet weg dat de SBR-B voor nieuwbouw andere streefwaarden hanteert wat betreft trillingshinder dan voor bestaande bouw. Om die reden wordt in de voorbereiding op de bouwfase nader onderzoek uitgevoerd om vast te stellen wat de trillingsbelasting op beide percelen is en wat de verwachte trillingssterkten zullen zijn in de te realiseren woningen. Mochten er aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de streefwaarden voor nieuwbouw, dan worden die in beeld gebracht. Gestreeft wordt naar een trillingsarm ontwerp, waarbij de daadwerkelijke maatregelen (indien aan de orde) uiteindelijk bepaald worden door een doelmatigsheidsafweging. Gelet op voorgaande mag verondersteld worden dat de plannen niet leiden tot onevenredige trillingshinder op beide spoorlocaties (en de ontwikkeling van De Vier Erven in zijn geheel) en sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Om te borgen dat in voorbereiding op de bouwfase onderzoek wordt uitgevoerd en volgens de in de SBR-B opgenomen uitgangspunten vervolgstappen worden gezet indien niet voldaan wordt aan de streefwaarden voor nieuwbouw, wordt een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen. 4.2.7
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerpbestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen 42
De Vier Erven, Twello
worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Onderzoek Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Het project blijft wel onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Omdat de ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft is geen sprake van een formele m.e.r.-beoordeling en is een vormvrije m.e.r.-beoordeling toegestaan. Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld voor de ontwikkeling. Daarin is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van het plan De Vier Erven op de vier inbreidingslocaties belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten.
Uitkomst van de uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Conclusie is dan ook dat het volgen van een een m.e.r.-(beoordelings-) procedure niet nodig is.
4.3
Archeologie
Wettelijk kader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Onderzoek Elk van de locaties kent volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Voorst een lage archeologische verwachting. Het beleid voor gebieden met deze verwachtingswaarde schrijft voor dat bij bodemingrepen groter dan 2500 m2 én dieper dan 30 cm onder maaiveld een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De locatie Koningin Julianastraat heeft een kleinere oppervlakte.
Hier is onderzoek niet noodzakelijk. Voor de locaties aan de Troelstralaan, Abraham Kuyperstraat en Frans Halsstraat beslaan de ingrepen een groter oppervlak en mag verondersteld worden dat deze ook dieper reiken dan 30 cm. Om die reden is voor deze locaties door archeologisch adviesbureau RAAP een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (Raap-rapport 4310, d.d. 4 februari 2020). Op basis van boorresultaten is geconcludeerd dat het verwachtingsmodel moet worden bijgesteld naar een hogere specifieke verwachting. Proefsleuvenonderzoek is noodzakelijk geacht om definitief te kunnen vaststellen of sprake is van aanwezigheid van archeologische resten. Dit onderzoek is op 20 en 21 juli 2020 uitgevoerd en uitgewerkt in Raap-rapport 4804, d.d. 20 november 2020. De beide archeologische onderzoeken zijn samengevoegd tot één document en opgenomen in Bijlage 9. Het proefsleuvenonderzoek heeft geleid tot de volgende uitkomsten: Plangebied Troelstralaan Uit het proefsleuvenonderzoek is gebleken dat bij de sloop van de school de bodem al tot in de natuurlijke ondergrond is verstoord. Rondom het gebouw was het bovenste deel van de het bodemprofiel verstoord, maar was het protentiële archeologische niveau nog wel intact. Hier zijn enkel gedempte 43
De Vier Erven, Twello
sloten en paalkuilen aangetroffen die dateren uit de periode direct voorafgaand aan de ontwikkeling van de wijk en de bouw van de school. Oudere archeologische resten zijn bij het onderzoek niet aangetroffen. Plangebied Abraham Kuyperstraat Binnen het plangebied is eind jaren ’60 ruim een meter puinhoudende grond opgebracht. Daaronder bevindt zich het oorspronkelijke maaiveld, dat bestond uit nat grasland. De omstandigheden waren in het verleden te ongunstig voor bewoning. Er zijn ook geen archeologische resten aangetroffen. De bodem in het plangebied bestond uit een humeus, zandig kleipakket van gemiddeld 40 cm dik, op het pleistocene zand. Het gaat hier om holocene beekafzettingen. Kleiafzettingen van de IJssel ontbreken hier. Op basis van de resultaten kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat er sprake is van preIJsselafzettingen, maar op basis van het vondstmateriaal uit de nieuwe tijd dat in de kleilagen is aangetroffen lijkt een pre-IJssel ouderdom niet heel waarschijnlijk. De lage archeologische verwachting voor het plangebied kan worden gehandhaafd. Plangebied Frans Halsstraat In plangebied Frans Halsstraat is een vindplaats aangetroffen. Het gaat hierbij om de resten van een gebouw uit de late 19e eeuw, mogelijk een loods of werkschuur uit de tijd van de aanleg van het spoor.
In de archieven van de spoorwegen en op kadastrale kaarten zijn geen gegevens over een dergelijk gebouw bekend. Selectieadvies Op basis van het onderzoek en de waardestelling is vastgesteld dat in de Frans Halsstraat een structuur is aangetroffen van een gebouw dat mogelijk dienst heeft gedaan als werkschuur voor de spoorwegarbeiders ten tijde van de aanleg van het spoor. Omdat hier sprake is van de resten van een soort gebouw waarover weinig bekend is, is bij de waardestelling naar voren gekomen dat hier mogelijk sprake is van een behoudenswaardige vindplaats. Het is echter de vraag of vervolgonderzoek veel meer nieuwe informatie gaat opleveren. Vondstmateriaal behorende bij het gebouw wordt op basis van het proefsleuvenonderzoek niet of nauwelijks verwacht. Alleen de exacte omvang van het gebouw kan op basis van een vervolgonderzoek worden vastgesteld. De precieze constructiewijze en het uiterlijk van het gebouw kan hiermee waarschijnlijk niet worden gereconstrueerd. Hiervoor is een archiefonderzoek beter geschikt. Hoewel er op basis van de waardestelling van de vindplaats sprake is van een behouwenswaardige vindplaats wordt geadviseerd deze niet te behouden en het plangebied vrij te geven. Dit advies is door het bevoegd gezag overgenomen.
Conclusie Op basis van het uitgevoerde archeologische onderzoek, worden de locaties Troelstralaan, Abraham Kuyperstraat en Frans Halsstraat vrijgegeven voor de nieuwe ontwikkelingen. Voor de locatie Koningin Julianastraat is onderzoek niet noodzakelijk. Wel wordt hier een archeologische dubbelbestemming gehandhaafd met een lage archeologische verwachtingswaarde.
4.4
Cultuurhistorie
Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Geen van de planlocaties bevat elementen die een hoge cultuurhistorische waarde hebben. Op of direct aansluitend op de locaties zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig die nadelige invloed ondervinden van de ontwikkeling. Wel valt de locatie aan de Frans Halsstraat binnen de contour van de molonbiotoop van de Havekes Mölle, een Rijksmonument. Bij uitwerking van het plan wordt voldoende rekening gehouden met de belangen van de molen. Ter bescherming hiervan is ook een regeling opgenomen in de planregels. Gelet op voorgaande vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
44
De Vier Erven, Twello
4.5
Natuuronderzoek
4.5.1
Flora en fauna
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de natuurwetgeving beschouwd te worden. Deze wetgeving richt zich op twee hoofdthema's. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van plant- en diersoorten (soortbescherming). De Wet natuurbescherming vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Doel van de Wet natuurbescherming is drieledig: 1. bescherming van de biodiversiteit in Nederland; 2. decentralisatie van verantwoordelijkheden; 3. vereenvoudiging van de regels. In tegenstelling tot de Natuurbeschermingswet 1998 is de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen in de nieuwe Wet natuurbescherming. De wet gaat in op gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden of Nationaal Natuurnetwerk) en op soortbescherming. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan.
Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. Quickscans natuuronderzoek Voor alle vier de locaties is door Foreest Groen Consult een quickscan natuuronderzoek uitgevoerd. Voor de locaties Troelstralaan en Abraham Kuyperstraat was voorafgaand aan de sloop van gebouwen van De Oase en De Kruimelkring in 2017 al onderzoek uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn inmiddels gedateerd en daarom geactualiseerd. De quickscans van de vier locaties zijn gebundeld opgenomen in Bijlage 10 bij deze toelichting. Uit de onderzoeken komt naar voren dat voor elk van de locaties geldt dat wat betreft flora uitsluitend algemene soorten voorkomen, die niet beschermd zijn. Kleine marterachtigen maken mogelijk incidenteel gebruik van de planlocaties. De leefgebieden worden niet aangetast, maar tijdens de realisatiefase moet wel rekening worden gehouden met deze soorten door het opstellen van een werkprotocol. Voor elk van de plangebieden is tijdens het onderzoek aanwezigheid van broedvogels geconstateerd. Zolang de beplantingen die moeten verdwijnen buiten het broedseizoen worden gerooid, zal geen overtreding ontstaan ten opzichte van de soortgroep broedvogels. Dit geldt ook voor het slopen van de schuilhut aan de Koningin Julianastraat, waarin nesten van merel en winterkoning zijn aangetroffen.
In aanvulling hierop, geldt dat op de locatie aan de Frans Halsstraat de huismus is aangetroffen. De locatie behoort tot het functionele leefgebied van deze soort en is beschermd. Doordat enkele voor de huismus noodzakelijke hagen op het terrein verdwijnen, dient bij de toekomstige inrichting van de locatie rekening te worden gehouden met nieuwe beplantingen die voor de soort geschikt zijn. Het gaat om beplantingen die minimaal 80 cm hoog worden en bij voorkeur ook groenblijvend zijn. Bij de herinrichting wordt hier rekening mee gehouden. In samenhang met het verdere openbare gebied en de inrichting van de locatie, kan gesteld worden dat het functionele leefgebied voor de huismus niet achteruit gaat en de bouw van de woningen geen gevolgen heeft voor de populatie. Op de locaties zijn geen vaste rust- of verblijfsplaatsen aanwezig voor vleermuizen. Voor de locatie Abraham Kuyperstraat is voor één acacia nader onderzoek uitgevoerd om dit te kunnen uitsluiten. Dit onderzoek is bij de quickscans opgenomen in Bijlage 10. De boom blijkt niet geschikt om als verblijfplaats voor vleermuizen te fungeren. Alleen bij aanwezigheid van vaste rust- of verblijfplaatsen zijn foerageergebieden beschermd. In dit geval is hiervan dus geen sprake.
Mogelijk worden de locaties wel als vliegroutes door vleermuizen gebruikt, maar doordat veel bestaande bomen behouden blijven worden de eventuele vliegroutes niet aangetast. 45
De Vier Erven, Twello
Het plangebied ligt buiten de Natura 2000 gebieden en op ruime afstand tot deze gebieden. Van een externe werking zal geen sprake zijn. Ondanks de grote afstand tot Natura 2000 gebieden, is een berekening nodig om aan te tonen dat geen verhoging ontstaat van stikstofdepositie op deze gebieden. In paragraaf 4.5.2 wordt hier nader op ingegaan. De locaties liggen niet in of in de nabijheid van Gelders Natuur Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO). De kernkwaliteiten van deze gebieden zijn niet van toepassing op de planlocaties. Samengevat bestaan vanuit de Wet natuurbescherming geen beletselen de plannen te realiseren, mits sloopwerkzaamheden en het verwijderen van beplantingen plaatsvinden buiten het broedseizoen van vogels en op de locatie Frans Halsstraat voldoende compensatie plaatsvindt voor de huismus. Voor elk van de locaties dient een werkprotocol te worden opgesteld hoe in de realisatiefase rekening wordt gehouden met kleine marterachtigen. 4.5.2
Stikstofdepositie
In aanvulling op de quickscans natuuronderzoek van Foreest Groen Consult is door adviesbureau SAB een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd (zie Bijlage 11 bij deze toelichting). Aanleiding voor dit onderzoek is de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 aangaande de landelijke stikstofwetgeving en de mogelijke effecten van ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden. Voor zowel de realisatie als het gebruik van de woningbouwontwikkeling moet de stikstofuitstoot inzichtelijk gemaakt worden. In Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stifstofdepositie. Om in het kader van een mogelijke vergunningaanvraag Wet natuurbescherming te onderzoeken wat de stofstofdepositie is tijdens de bouwen gebruiksfase, is een berekening nodig. Deze is uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2020 (release 15 oktober 2020). Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase de gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Op basis van deze uitkomsten kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming voor het aspect stikstof.
4.6
Verkeer en parkeren
Verkeer De nieuwe woningbouwlocaties trekken extra verkeer aan. De hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd door de bouw van woningen kan worden ingeschat met CROW-publicatie 381 (december 2018). Voor de locaties volgt uit berekeningen dat de plannen per locatie zorgen voor circa 100 tot maximaal 120 verkeersbewegingen per etmaal. Voor alle vier de locaties geldt dat de bestaande wegen die ter ontsluiting van de locaties dienen (Troelstralaan, Abraham Kuyperstraat/Groen van Prinstererstraat, Frans Halsstraat en Koningin Julianastraat) gelet op de huidige inrichting en gebruik deze relatief beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen relatief eenvoudig kunnen verwerken. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onacceptabele verkeerstoename en daarmee voor problemen voor de doorstroming en veiligheid. Parkeren De gemeente Voorst hanteert op grond van het gemeentelijke 'Programma van Eisen voor de inrichting van de openbare ruimte in de gemeente Voorst' (PvE) bij nieuwbouwplannen verschillende parkeernormen. Bij dure woningen (boven € 300.000,-) geldt een norm van minimaal 2 parkeerplaatsen per woning, bij middeldure en goedkopere woningen geldt een norm van 1,8. Het PvE biedt de ruimte om op basis van de parkeerkencijfers van het CROW de parkeernorm aan te passen op de situatie en omgevingsfactoren.
Voor zover parkeren op eigen kavel plaatsvindt, telt dit in de normering in beginsel maximaal voor 1 mee, ook als meerdere plekken op de kavel aanwezig zijn. Aan de Troelstralaan worden in totaal 12 woningen gerealiseerd in het dure segment. Hiervoor geldt een norm van 24 parkeerplaatsen. De twee vrijstaande woningen en de vier tweekappers hebben allen minimaal één parkeeprlaats op eigen perceel. Daarnaast worden in openbaar gebied 18 plekken 46
De Vier Erven, Twello
gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm. Aan de Abraham Kuyperstraat worden de tussenwoningen beschouwd als middeldure woningen. De hoekwoningen vallen in het duurdere segment. In totaal zijn 26 parkeerplaatsen nodig om in de eigen behoefte voor deze nieuwbouw te voorzien. De woningen hebben allemaal een eigen parkeerplek op eigen kavel. Bij drie van de hoekwoningen is een tweede parkeerplaats aanwezig. Juist om het parkeren op deze locatie zoveel mogelijk 'intern' op te lossen, worden de extra plekken op deze kavels wel in de norm meegeteld. In het openbaar gebied worden nog 9 parkeerplaatsen gerealiseerd om aan de norm te voldoen. Voor de woningen op de locatie Frans Halsstraat geldt allemaal een parkeernorm van 1,8 en daarmee een behoefte van 25 plekken. Deze worden allemaal in openbaar gebied gerealiseerd. Aan de locatie Koningin Julianastraat is vanwege de specifieke ligging nabij het station en de zeer kleine oppervlakte van de appartementen geen sprake van een standaardsituatie. Conform het PvE is in dit geval dan ook op basis van de CROW-normen de parkeernorm bepaald en naar beneden bijgesteld. Uitgangspunt binnen het plan is dat de appartementen huurappartementen worden, waarover ten tijde van de bestemmingsplanprocedure concrete gesprekken plaatsvinden tussen ontwikkelaar en woningbouwcorporatie.
Contractueel bestaat voor de ontwikkelaar echter ook de mogelijkheid vier appartementen als (bereikbare) koopwoning aan te bieden. De bandbreedte voor de parkeernorm op deze locatie (weinig stedelijk, schil centrum) ligt volgens het CROW tussen 0,8 en 1,6 parkeerplaats per huurwoning en tussen 1,0 en 1,8 per koopwoning. Omdat (ook) sprake kan zijn van enkele koopappartementen, is voor het bepalen van de parkeernorm zekerheidshalve uitgegaan van een zwaardere parkeernorm, dus die van toepassing is op koopwoningen. De parkeernorm bedraagt 1,4 parkeerplaats per woning. Er is uitgegaan van de gemiddelde norm. De maximale norm binnen de bandbreedte komt overeen met de eerder genoemde standaardnorm voor goedkope en middeldure woningen, terwijl hier juist een lagere parkeernorm logisch is vanwege de situatie en omgevingsfactoren. De minimale norm kent daarentegen geen enkele marge voor bezoekers per auto, wanneer het autobezit uitkomt op één auto per woning (of mogelijk zelfs meer). Enige marge is zeker wenselijk in dit gebied. Het totaal benodigde aantal parkeerplaatsen is 22,4 parkeerplaatsen. Dit getal is naar beneden afgerond vanwege het uitgangspunt dat met de zwaardere norm (koopwoningen) is gerekend.
4.7
Water
4.7.1
Watertoets
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is beoordeeld welke waterthema's in het plan relevant zijn. Beoordeling De toets is begin september 2020 voor alle vier de locaties uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn in Bijlage 12 opgenomen. Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft beoordeeld dat op elk van de locaties een klein waterbelang geldt (korte procedure). In de plangebieden liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor 47
De Vier Erven, Twello
water. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering en het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heerstende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. De initiatiefnemer dient de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het Waterschap Vallei en Veluwe toe te passen. 4.7.2
Wateraspecten in het plan
Binnen het plangebied dient vanuit de gemeentelijke regelgeving een hemelwaterberging van 36 mm/m2 verhard (dak- en terrein)oppervlak aangebracht te worden met een overloop naar een openbaar hemelwaterriool of -indien deze niet aanwezig is- het gemengde stelsel. De hemelwaterberging mag op particulier terrein of collectief op openbaar terrein gerealiseerd worden. Bij groene daken vervalt voor die vierkante meters de gemeentelijke bergingsplicht. In de vier plangebieden is sprake van een mix van maatregelen om de bergingsnorm te behalen. Het merendeel van het hemelwater wordt via kolken en infiltratieriolering naar wadi's of infiltratiekratten geleid. Op de locaties Frans Halsstraat en Koningin Julianastraat is een hemelwaterriool aanwezig om een overloop op te realiseren. Aan de Troelstralaan en Abraham Kuyperstraat vindt de overloop plaats op het gemengde systeem. Indien de toename van verhard oppervlak (per planlocatie) groter zou zijn dan 1.500 m2 dan gelden ook de regels van het waterschap en dient er een berging van 60 mm/m2 gerealiseerd te worden. In tegenstelling tot de gemeentelijke norm mag hier wel een infiltratiecomponent vanaf getrokken worden. Binnen deze plangebieden is hiervan geen sprake.
4.8
Kabels, leidingen en straalpaden
In en rond de vier planlocaties zijn geen kabelleidingen, brandstoftransportleidingen of straalpaden aanwezig die een belemmering vormen voor de woningbouwplannen. Aan de noordzijde van de locatie Troelstralaan ligt wel een gasleiding (hoge druk) in het plangebied. In samenspraak met de leidingbeheerder wordt deze verlegd tot buiten het plangebied, waarmee de plannen uitvoerbaar zijn.
4.9
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In afwijking hiervan kan de raad besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: 48
De Vier Erven, Twello
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de betreffende gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak (waarbinnen de exploitatie van de gronden zal plaatsvinden) of een fasering van de uitvoering (van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen) niet noodzakelijk is; het stellen van eisen (voor het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied), regels (omtrent het uitvoeren van het bouwrijp maken) of een uitwerking van regels (ten behoeve van de uitvoerbaarheid volgend uit een bestemmingsplan) niet noodzakelijk is. In voorliggend geval is sprake van een aangewezen bouwplan. Voor de ontwikkeling is een anterieure overeenkomst (koop- en realisatieovereenkomst) gesloten met de ontwikkelende partij. Hierin zijn afspraken gemaakt over kosten, fasering en wijze van uitvoering van de plannen. De kosten voor het mogelijk maken van de ontwikkeling, evenals eventuele planschadekosten, zijn met deze overeenkomst anderszins verzekerd. Het plan wordt daarmee economisch uitvoerbaar geacht.
49
De Vier Erven, Twello
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Inleiding
In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en de inzet van zogenaamde flexibiliteitinstrumenten.
5.2
Planregels
Een bestemmingsplan kent aan gronden een bestemming toe en verbindt regels aan deze bestemming. Deze regels betreffen het gebruik van de gronden, maar onder meer ook de bouwmogelijkheden. De regels zijn nader onder te verdelen in: inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels. 5.2.1
Inleidende regels
In deze regels staan de begrippen verklaard, die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen 5.2.2
Bestemmingsregels
Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Groen; Verkeer – Verblijfsgebied; Wonen; Het komt regelmatig voor dat er twee functies op één perceel plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld bij de aanwezigheid van een leiding. De aanwezigheid van deze leiding brengt de nodige beperkingen met zich mee. Deze beperkingen kunnen ook gelegen zijn onder het maaiveld. In het geval dat er twee functies tegelijk op één perceel geregeld moeten worden in een bestemmingsplan wordt er wel gesproken van een 'dubbelbestemming'. In dit bestemmingsplan komt de volgende dubbelbestemming voor: Waarde – Archeologie; De bestemmingsregels kennen een vaste opbouw in bestemmingsomschrijving (toegestaan gebruik), bouwregels, nadere eisen, afwijking van de bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijking van de gebruiksregels, omgevingsvergunning en wijzigingsbevoegdheden. 5.2.3
Algemene regels
De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelbepaling is ook onder de algemene regels opgenomen. Hiermee blijven gronden, die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, buiten beschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen. Strijdig gebruik In het verleden werd strijdig gebruik (gebruik in strijd met de bestemming) expliciet vermeld bij elke bestemming. Nu is dit strijdig gebruik bij wet (artikel 2.1 Wabo) verboden en wordt het niet langer vermeld in het bestemmingsplan. Al het gebruik dat niet past binnen de doeleindenomschrijving van de 50
De Vier Erven, Twello
betreffende bestemming wordt daarom gezien als strijdig gebruik. Aanduidingsregels In het plan is een molenbiotoop opgenomen. Het gaat om de biotoop van de Havekes Mölle. Een molenbiotoop is de naamgeving voor de relatie van de molen ten opzichte van de omgeving waarin de molen staat. Voor een goede werking en het behoud van de molen is een goede molenbiotoop van groot belang. Enerzijds vanwege het behoud van de gebruiksmogelijkheden van de molen (en windvang), anderzijds vormen molens een karakteristiek herkenningspunt in menig dorpsgezicht of landschap. En door de historische wisselwerking tussen molen en landschap is de molenbiotoop ook cultuurhistorisch van groot belang. De molenbiotoop van de Havekes Mölle geeft het gebied aan waarin beperkingen gelden ten aanzien van de bouwhoogte bij nieuwbouw. In de planregels is een formule opgenomen waarmee de bouwhoogte per locatie (tussen de 100 en 400 m van de molen) kan worden bepaald. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
Hieronder zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregels geven aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
5.3
Bestemmingen
5.3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving De bestemming Groen wordt gebruikt om het structurele en openbare groen te bestemmen. In deze gebieden staat de groen inrichting voorop, ook voor de langere termijn. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, water, openbare nutsvoorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals verhardingen, bankjes, prullenbakken, enzovoort. Wegen zijn niet toegestaan. Paden en wegen voor langzaam verkeer zijn binnen de bestemming wel mogelijk. Daar waar de functieaanduiding 'parkeerterrein' is opgenomen, zijn ook parkeerplaatsen toegestaan voor zover die in open verharding worden uitgevoerd. Ten behoeve van een flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Bebouwingsmogelijkheden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan. 5.3.2
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving Binnen de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied vallen wegen die geen doorgangsfunctie hebben. De verblijfsfunctie staat hier centraal. Hieraan verbonden zijn functies als parkeren, voet- en fietspaden, groen en speelvoorzieningen. Ten behoeve van het flexibel gebruik van de gronden en in relatie met de nodige aandacht voor de waterhuishouding is het ook mogelijk watergangen of -bergingen binnen deze bestemming toe te staan. Bebouwingsmogelijkheden Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken toegestaan.
51
De Vier Erven, Twello
5.3.3
Wonen
Bestemmingsomschrijving Bij de bestemming Wonen is gekozen voor één bestemming Wonen inclusief de tuin en het erf. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Voor de bestemmingsregeling is wat gebruiksmogelijkheden betreft aansluiting gezocht bij de algemene regeling die in de kernen binnen de gemeente Voorst voor Wonen wordt gebruikt. Hiermee ontstaat zowel een enigszins flexibele als eenduidige regeling. Hierbij wordt aangesloten bij de actuele wensen van de bewoners. Daarbij is vanzelfsprekend wel de nodige rechtszekerheid in ogenschouw genomen, zeker nu sprake is van nieuwbouw. Om die reden is wat betreft de bouwmogelijkheden in dit plan maatwerk geleverd ten opzichte van de algemene regeling. Bouwregels Binnen deze bestemming is op de verbeelding (kaart) onderscheid gemaakt tussen het bouwvlak, de aanduiding erf en de aanduiding tuin. Deze driedeling is bepalend voor de plaats van het hoofdgebouw (de woning), de overige gebouwen en de andere bouwwerken. Over vergunningvrij bouwen wordt vanzelfsprekend geen uitspraak gedaan. Het aantal toegestane woningen is op de verbeelding van het bestemmingsplan per bouwvlak aangegeven.
Bouwvlak Om de rechtszekerheid voor omwonenden zoveel mogelijk te borgen, is gekozen voor een systematiek waarbij het bouwvlak vrij strak om de te bouwen hoofdgebouwen heen ligt. Voor zover ruimte binnen het bouwvlak over is, kunnen hier ook overige gebouwen en andere bouwwerken worden gebouwd. Daarbij is van belang dat voldaan wordt aan de maximale aangegeven maatvoering. Het hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maat van het hoofdgebouw is dan ook leidend bij de maatvoering van het bouwvlak. Uitzondering hierop vormt het bouwvlak dat is voorzien van de aanduiding 'vrijstaand', de vrije kavel aan de Troelstralaan. Om hier wat betreft oriëntatie ten opzichte van de weg meer ontwerpruimte te bieden voor de toekomstige eigenaar (haaks op de weg óf parallel aan de weg) is een ruim bouwvlak opgenomen. De maximale oppervlakte voor het hoofdgebouw is vervolgens in de regels beperkt. Maatvoering bebouwing binnen bouwvlak Het gehele bouwvlak mag worden bebouwd met het hoofdgebouw en overige gebouwen. Zoals hiervoor genoemd geldt alleen ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' een maximale oppervlakte voor het hoofdgebouw. De bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw mag maximaal de op de kaart aangegeven hoogte bedragen. Hierbij zijn de hoogtes uit eerste schetsplannen voor de vier locaties gehanteerd en afgerond op halve meters.
Daar waar de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - lessenaarsdak' is opgenomen, zijn woningen met een lessenaarsdak voorzien. Feitelijk is bij een dergelijke dakvorm sprake van twee verschillende goothoogtes, waarbij de hoogste goot ook de bouwhoogte is. In de regels is dit onderscheid gemaakt. Ter plaatse van de aanduiding geldt de aangegeven goothoogte alleen voor de laagste goot. De hoogste goot wordt aangemerkt als bouwhoogte van het gebouw. Deze hoogste zijde is de voorgevel van de woningen, die dan ook grenzend aan de functieaanduiding 'tuin' dient te worden gesitueerd. Erf De gronden achter en (daar waar van toepassing) naast het bouwvlak zijn op de kaart aangeduid met de aanduiding erf. Op het erf zijn uitsluitend overige gebouwen en andere bouwwerken toegestaan. De aanduiding ligt in principe op 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw. Voor deze maat is gekozen om het visuele onderscheid tussen het hoofdgebouw en de overige gebouwen te behouden. De goot- en bouwhoogte van overige gebouwen mag niet meer dan 3 respectievelijk 5 meter bedragen. Dit is een maat die veel voorkomt en voldoet aan de gemiddelde eisen en wensen van de gebruikers. Ook wordt met deze maat voldoende onderscheid aangebracht tussen hoofdgebouw en overige gebouwen.
Om te voorkomen dat de (analoge) kaart onoverzichtelijk wordt is er voor gekozen de hoogteaanduiding voor overige gebouwen niet op de verbeelding op te nemen. De oppervlakte overige gebouwen is begrensd. Per hoofdgebouw/woning mag maximaal 50 m2 aan 52
De Vier Erven, Twello
overige gebouwen worden gebouwd, ongeacht of deze binnen de aanduiding 'bouwvlak' of 'erf' gesitueerd zijn. Daarbij geldt wel dat het bebouwingspercentage aan overige gebouwen op de gronden met de aanduiding 'erf' de 50% niet mag overschrijden. Deze oppervlaktemaat aan overige gebouwen biedt de bewoners -naast de mogelijkheid om vergunningvrij te bouwen- voldoende flexibiliteit om direct in hun behoefte te voorzien. Anderzijds blijft de open ruimte op het erf voldoende gewaarborgd. Daar waar de woningen zijn aangeduid met de bouwaanduiding 'gestapeld', geldt een maximale opppervlakte van 10 m2 aan overige gebouwen per woning om te voorkomen dat op de buitenruimte naast het hoofdgebouw te veel bebouwing wordt opgericht. Om deze redenen is het bouwen van overkappingen ter plaatse van deze aanduiding ook uitgesloten. Tuin Op de gronden aangeduid met tuin zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. Hier mogen geen gebouwen worden opgericht. Eventuele overkappingen, zoals carports, moeten minimaal 1 meter achter (het verlengde) van de voorgevel van het hoofdgebouw worden gerealiseerd. Gronden met deze aanduiding liggen doorgaans aan de voorzijde van de woningen, of op plekken waar het om ruimtelijke redenen niet wenselijk is dat gebouwen en/of hoge erf- en terreinafscheidingen worden gerealiseerd.
Andere bouwwerken Op de gronden met de aanduiding bouwvlak, erf en tuin mogen (ook) andere bouwwerken worden gebouwd tot een hoogte van 3 meter. Voor erfafscheidingen op gronden met de aanduiding tuin geldt een maximale hoogte van 1 meter en binnen het bouwvlak en erf maximaal 2 meter. Binnen de aanduiding tuin is het ook mogelijk tot 2 meter hoogte een erfafscheiding te realiseren daar waar de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erfafscheiding' is opgenomen. Speeltoestellen mogen maximaal 4,5 meter hoog zijn. Overkappingen vallen ook onder andere bouwwerken en de oppervlakte van alle andere bouwwerken samen mag niet meer dan 20 m² bedragen. Met een afwijkingsmogelijkheid is het mogelijk erfafscheidingen tot een hoogte van maximaal 3 meter te realiseren, als deze architectonisch zijn meeontworpen met het hoofdgebouw en/of de overige gebouwen. Aan huis verbonden beroep en -bedrijf Binnen de woonbestemming is een beroep of bedrijf aan huis mogelijk tot een gezamenlijk maximum oppervlak van 50 m². Hiervoor mag maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en 100% van de vloeroppervlakte van de overige gebouwen worden gebruikt.
Ook dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: er mag geen sprake zijn van belemmeringen voor omliggende functies; er mag geen nadelige invloed worden uitgeoefend op de normale afwikkeling van het verkeer; er dient in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden voorzien; er mag geen sprake zijn van detailhandel, uitgezonderd internetverkoop; het beroep en/of het bedrijf mogen uitsluitend door de bewoner(s) worden uitgeoefend; de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend is alleen toegestaan als het een bedrijf is dat is opgenomen in categorie 1 van de in bijlage bij de regels opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten. Opslag ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of –bedrijf valt ook binnen het toegestane aantal vierkante meters. Bed & breakfast De woning en de overige gebouwen mogen gedeeltelijk worden gebruikt voor het voeren van een bed & breakfast. Hiervoor mogen maximaal drie kamers worden gebruikt met in totaal maximaal acht slaapplaatsen. Op deze wijze wordt een invulling gegeven aan de recreatieve potentie van de gemeente Voorst. Ook de overige gebouwen kunnen hier gedeeltelijk voor worden gebruikt. De activiteit mag geen belemmering vormen voor de omgeving of voor de normale afwikkeling van het verkeer en er moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Hiervoor worden de CROW-normen gehanteerd.
Vanzelfsprekend is de geldende milieuwetgeving ook van kracht. Trillingen In de bouwregels is een regeling opgenomen om te borgen dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting trillingen' voorafgaand aan het verlenen van benodigde omgevingsvergunningen voor het bouwen van hoofdgebouwen onderzoek wordt verricht om aan te tonen dat trillingssterkte als gevolg van railverkeer, al dan niet na te treffen maatregelen, beperkt blijft. 53
De Vier Erven, Twello
Parkeren In de regels is een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van bestemming ‘Wonen’ wordt gebouwd, dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Daarbij moet voldaan worden aan de in de regels genoemde parkeernormen. Geluidwerende erfafscheiding In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van een geluidwerende erfafscheiding vooruitlopend op de ingebruikname van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'. 5.3.4