CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan toelichting (2021-03026)

gemeenteraad 1 maart 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Landgoed Grote Noordijk, Wilp (2021-01701)26.470 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

33

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Figuur 23: De kavels aan het Voorderpad. Bureau Lubbers, november 2020

De nieuwe woningen voegen zich in de reeks van de bestaande woningen door toevoeging van een bosje tussen de meest noordelijke bestaande woning en de nieuwe kavels. Van de twee nieuwe woningen staat de zuidelijke woning met de kopgevel naar de straat en kijkt uit richting de Fliert. De noordelijke woning (schuurwoning) ligt meer naar achteren, verholen achter losse bomen die in een brede berm langs de weg geplaatst zijn. De schuurwoning heeft uitzicht op de brede diepe tuin en profiteert bovendien van het uitzicht op het aan de noordzijde van de kavel aan te planten voedselbos. Het verschil in rooilijn en volumetrie brengt een duidelijke hiërarchie aan tussen de twee woningen, waarbij het beeld van een bebouwingslintje voorkomen wordt. In het Beeldkwaliteitsplan van Bureau Lubbers staan de hoofdvolumes, de gerichtheid op het landschap, maar ook de materialen, textuur en detaillering, de bijgebouwen en de terreininrichting nader beschreven. 4.4.3

Bossen en landerijen

Ook in de bossen en landerijen ten oosten va de H.W. Iordensweg moet een kwaliteitsslag gemaakt worden. Aan het Noordijkpad wordt tussen de nieuwe kavel/woning en het Noordijkpad een extra stuk bos ontwikkeld met een brede bosrandzone. Hierdoor ontstaat aan de zuidzijde na realisatie van de plannen een meer geleidelijke overgang van bos naar cultuurlandschap. Ten noorden van de bestaande bungalow ligt het bos duidelijk hoger dan de weide. Deze stijlrand is waardevol en blijft ongewijzigd. Aan het Voorderpad worden naast de bouwkavels met tuinen landschappelijke beplantingen en bospercelen aangeplant. Het bos draagt bij aan de landschappelijk inpassing van de nieuwe woningen en verbetert de kwaliteit van de aanwezige bosrand, die vooral uit dennen bestaat. De huidige overgang is hard. Het bos heeft geen bosrand maar is tot op de rand van de akker aangeplant. Alleen een ondiepe greppel scheidt het bos van de akker. In het landschapsplan wordt deze rand verzacht en uitgebreid tot aan het Voorderpad. Aan de noordzijde van de noordelijke kavel aan het Voorderpad zal landbouwgrond worden omgevormd tot voedselbos. Hierdoor wordt naast de compensatie voor bouwen in de Groene Ontwikkelingszone een belangrijke bijdrage geleverd aan biodiversiteit en recreatief medegebruik.

De maatregelen die nodig zijn voor de kwaliteitsverbetering van de bossen zijn uitgewerkt in het Landschapsbeheerplan dat als bijlage bij de Landgoedvisie De Grote Noordijk is gevoegd. 34

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Voedselbos Onder meer ter compensatie van het bouwen in de Groene Ontwikkelingszone is de aanleg van een nieuw te vormen voedselbos op een bestaande akker van ca 1 hectare aan het Voorderpad bedacht. Hiervoor is een schetsplan opgesteld. De precieze uitwerking van dit plan in soorten bomen en locaties wordt momenteel opgesteld door Foreest Groen Consult. Uitgangspunt is dat het voedselbos een belangrijke bijdrage gaat leveren aan de biodiversiteit en een maatschappelijke meerwaarde creëert door recreatief medegebruik. Hiervoor zullen naast eetbare vruchten en noten van de boomsoorten, een struikenlaag en een kruidenlaag aangeplant worden. Een pluktuin met een picknickbank zullen de recreatieve waarde van het voedselbos extra interessant maken. Het op termijn plaatsen van bijenkasten voor de opbrengst van Voedselboshoning behoort tot de ideeën. Uitgangspunt bij de aanleg van het voedselbos is dat ook zonder intensief beheer het bos kan uitgroeien tot een volwaardig bos. Voor het spaarzame beheer is plaatsing van een schuur en aanleg van een aantal parkeerplaatsen nodig.

Figuur 24: Schets van het Voedselbos, Buro Lubbers, november 2020

4.5

Uitgangspunten toekomstig beheer

In het Landschapsbeheerplan is zowel de wijze van beheer van de tuin- en parkaanleg als die van de percelen in agrarisch gebruik en de bosgebieden verder uitgewerkt en in de tijd uitgezet. Het beheer van de agrarische percelen is behalve op het agrarisch gebruik tevens gericht op het behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden. In het beheerplan wordt tevens aandacht besteed aan het beheer van wegen en paden. Hier zal worden volstaan met de samenvatting van dit plan dat als bijlage bij de Landgoedvisie De Grote Noordijk is gevoegd. 35

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

De bossen op landgoed De Grote Noordijk bevinden zich op relatief rijke gronden (rondom huis hoge lemig fijn zand, langs Noordijkpad aan de andere zijde van de Iordensweg betreft dit zavel en lichte klei, de bossen langs Voorderpad liggen op lemig fijn zand). Dit is te zien aan de (potentie) tot rijke onderbegroeiing. De laatste jaren is er nauwelijks aan bosbeheer gedaan, behoudens het opruimen van gevallen bomen. De overgang naar de omliggende weilanden is vrij hard, er is geen overgang met mantelzoom vegetatie, die ecologisch interessant is. Door een actief bosbeheer, gericht op verbetering van de natuurkwaliteit en het omvormen van de randen naar een mantelzoomvegetatie, kan de natuurwaarde van deze bossen op termijn aanzienlijk toenemen. Dit is van belang voor zangvogels, vlinders zoals de Kleine IJsvogelvlinder en kleine zoogdieren en marterachtigen. Dit bosbeheer wordt uitgevoerd op basis van principe van geïntegreerd bosbeheer, waarbij voor de bosontwikkeling zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van natuurlijke processen en wordt gestuurd op houtkwaliteit als bijproduct in die boszones die daarvoor geschikt zijn.

36

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt het bestemmingsplan getoetst aan de randvoorwaarden vanuit diverse omgevingsaspecten (onder andere milieu, flora en fauna, archeologie en water). Hierbij wordt ook ingegaan op de resultaten van uitgevoerd onderzoek ten behoeve van genoemde aspecten.

5.2

Omgevingsaspecten

5.2.1

Akoestisch onderzoek

Wegverkeerslawaai Artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen een geluidzone ter zake van de geluidbelasting van de gevel van de geprojecteerde geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Kavel Noordijkpad Kavel 1 ligt op circa 100 meter afstand van de H.W. Iordensweg en daarmee binnen de geluidzone van deze weg (250 meter). Uit het geluidmodel van de gemeente Voorst1 blijkt dat de geluidbelasting (Lden, incl. aftrek art. 110 Wgh, toetsjaar 2030) op kavel 1 meer dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) is, maar minder dan de maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk (53 dB). Dit betekent dat het realiseren van een nieuwe woonbestemming op deze locatie mogelijk is, maar dat hiervoor een Besluit hogere grenswaarde genomen wordt. Dit besluit wordt genomen gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan. Het Noordijkpad heeft een verwaarloosbare verkeersintensiteit inzake wegverkeerslawaai.

Figuur 25: Kavel Noordijkpad ten opzichte van 48- en 53 dB-contour H.W. Iordensweg 37

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Kavels Voorderpad Kavel 2 en 3 liggen op circa 700 meter afstand van de A1, en daarmee buiten de geluidzone van deze weg (600 meter). Ook blijkt uit het geluidmodel van de gemeente Voorst dat de geluidsbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). Het Voorderpad heeft een verwaarloosbare verkeersintensiteit inzake wegverkeerslawaai. Er is geen belemmering voor een nieuwe woonfunctie.

Figuur 26: Kavels Voorderpad ten opzichte van 48 dB-contour A1 Luchtverkeerslawaai Het plangebied ligt niet in nabijheid van een vliegveld of aanvliegroute en ondervindt dan ook geen hinder van luchtverkeer. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet in nabijheid van een spoorweg en ondervindt dan ook geen hinder van railverkeer. 5.2.2

Bodem

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan onderzoek te worden verricht naar de geschiktheid van de gronden voor het beoogde doel. In het geval van een verontreiniging moet de omvang ervan worden vastgesteld, zodat beoordeeld kan worden of, en zo ja welke, kosten zijn gemoeid met het verwijderen of verminderen van die verontreiniging, zodat voldaan wordt aan de eisen van de milieuwetgeving. In opdracht van Landgoed de Grote Noordijk NSW B.V. is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op twee locaties op het Landgoed De Grote Noordijk te Wilp. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocaties vastgesteld. Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocaties 38

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

opgestelde hypothese “niet verdachte locaties”, formeel gezien niet juist is. Er zijn immers op de locaties enkele licht verhoogde gehalten in het grondwater aangetroffen. De geconstateerde (verhoogde) gehalten liggen onder de indexwaarde van 0,5 en/of interventiewaarde en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen ten aanzien van het gebruik van het terrein en de afgifte van een omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande bouwactiviteiten op het terrein. Asbest Op basis van de historie van het perceel, de uitgevoerde maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden -waarbij geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen is het aannemelijk dat er geen sprake is van een verontreiniging van de bodem met asbest. Indien hierover echter meer zekerheid is gewenst, wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 uit te laten voeren. Hergebruik van grond Voor de volledigheid kan nog worden vermeld dat de grond van beide percelen naar verwachting als schone grond kan worden hergebruikt.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een indicatieve toetsing aan de Regeling en het Besluit Bodemkwaliteit betreft; het uitgevoerde onderzoek betreft immers geen partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 1 van de toelichting. 5.2.3

Luchtkwaliteit

De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn sinds november 2007 vastgelegd in de Wet milieubeheer, in titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen (ook wel bekend als de Wet luchtkwaliteit). De wet heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder meer als gevolg van het verkeer. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de Wet luchtkwaliteit bestaat uit in Europees verband vastgestelde normen voor maximumconcentraties voor een aantal luchtvervuilende stoffen. In Nederland kunnen met name fijn stof (PM10) en stikstofoxiden (NO2) problemen opleveren met betrekking tot overschrijding van de grenswaarden. Fijn stof wordt grotendeels veroorzaakt door grote industriële bronnen en het wegverkeer, NO2 wordt voornamelijk veroorzaakt door het wegverkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan en afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat: het bestemmingsplan c.q. de afwijking niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan c.q.

de afwijking per saldo verbetert of tenminste gelijk blijft; het bestemmingsplan c.q. de afwijking niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen. Sinds 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Volgens het NSL draagt een project 'niet in betekenende mate' (Nibm) bij zo lang de concentratie fijn stof of stikstofdioxide niet meer dan 3% bedraagt. Volgens de Nibm wordt die grens pas overschreden bij bijvoorbeeld woningbouwprojecten van meer dan 1.500 woningen of kantoorlocaties met meer dan 10.000 m2 brutovloeroppervlak. Voor ontwikkelingen die 'niet in betekenende mate' bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. Voorliggend bestemmingsplan leidt niet tot een ontwikkeling die in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Om die reden wordt niet verder op het aspect luchtkwaliteit ingegaan.

39

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

5.2.4

Externe veiligheid

Bij het opstellen of wijzigen van ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: 1. 2. 3. 4.

bedrijven waar opslag en/ of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zoals een lpg station; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor en water; vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleidingen; propaantanks bij particulieren.

Deze risicobronnen moeten getoetst worden aan de huidige wet- en regelgeving. Hieronder wordt een puntsgewijze toelichting gegeven. ad 1 en 4. Op 28 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. In dit besluit zijn regels gesteld om risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met gevaarlijke stoffen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Bedrijven die onder dit besluit vallen zijn onder meer chemische bedrijven, lpg-tankstations en bedrijven die 10.000 kilo of meer aan chemicaliën opslaan. Het besluit verplicht gemeenten en provincies voortaan met veiligheidsnormen rekening te houden.

Figuur 27: Uitsnede risicokaart Gelderland voor plangebied Op basis van de "Risicokaart provincie Gelderland" (zie figuur 15.) blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle bedrijven gevestigd zijn die vallen onder het Bevi. Daarnaast bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen propaantanks op het terrein van een particulier. Ook is er geen sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor of water of via buisleidingen

40

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

5.2.5

Milieuzonering

In zowel de ruimtelijke ordening als in het milieubeleid wordt een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en bevorderen tot doel gesteld. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Hieronder wordt verstaan het aanbrengen van voldoende ruimte tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Op het landgoed zijn geen in bedrijf zijnde agrarische bedrijven aanwezig. De buiten het landgoed gelegen agrarische bedrijven betreffen melkveehouderijen waarbij een vast afstand van 50 m geldt tot aan geurgevoelige objecten als woningen. Geconcludeerd kan worden dat de afstanden van de woningen (zowel bestaand als nieuw) dermate groot zijn dat de bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven niet door dit bestemmingsplan wordt belemmerd. Voor het overige zijn binnen de grenzen van dit bestemmingsplan en in de nabije omgeving geen milieubelastende bedrijven aanwezig. 5.2.6

Stikstof

De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 2,9 km afstand. Bij de restauratie van de bestaande gebouwen en de nieuwbouw van de drie woningen is er zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase sprake van extra stikstofuitstoot. De AERIUS calculator is recent ingezet bij een woningbouwlocatie bedoeld voor 42 woningen, op een vergelijkbare afstand van Natura 2000-gebieden. Uit de berekening voor deze 42 woningen volgt dat de gecumuleerde bouw- en gebruiksfase van dit plan geen depositieresultaten oplevert boven 0,00 mol/ha/jr. Onderhavig plan behelst slechts de verbouw van bestaande gebouwen en de nieuwbouw van 3 woningen. De stikstofuitstoot tijdens de gebruiksfase van deze gebouwen is ondergeschikt aan de stikstofuitstoot tijdens de gebruiksfase van 42 woningen. Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming, vanuit stikstof gezien, geen belemmering vormt voor onderhavig plan.

5.3

Wet Natuurbescherming

5.3.1

Inleiding

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de natuurwetgeving. De Wet natuurbescherming heeft de verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet overgenomen dat activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten, verboden zijn. De verboden activiteiten zijn het op enige wijze verwijderen van beschermde inheemse planten van hun groeiplaats, een beschermde inheemse soort opzettelijk te verontrusten en/of nesten, holen of andere vaste rust- en verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren. Opzettelijk verstoren van vogels is in sommige situaties wel toegestaan. Verstoren zonder dat er van tevoren een goed onderzoek naar beschermde soorten is uitgevoerd blijft strafbaar. 5.3.2

Flora- en fauna

In opdracht van de initiatiefnemer heeft Foreest Groen Consult quickscans flora en fauna opgesteld voor de verschillende locaties binnen het landgoed waar ontwikkelingen plaatsvinden. Deze quickscans hebben als doel in te schatten of er op de onderzoekslocaties planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben. 5.3.2.1 Locatie rondom Huize Noordijk Quickscan In de quickscan wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar het voorkomen van de vleermuis en de gierzwaluw. Dit onderzoek behelst Huis Grote Noordijk en het koetshuis. Voor de herbestemming van de tuinmanswoning is geen nader onderzoek nodig. Daarnaast wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen voor vogels als de merel en de kauw uit te voeren. 41

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Nader onderzoek Op de locatie rondom het huis De Grote Noordijk zijn een aantal soorten vleermuizen aanwezig. Bij de vijf momenten van onderzoek zijn geen in of uitvliegende vleermuizen waargenomen. Het huis De Grote Noordijk maar ook de tuinmanswoning en het koetshuis zijn van geen belang als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Bij de renovatie en herinrichting gaan geen verblijfplaatsen verloren. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Het gehele gebied wordt door de vleermuizen gebruikt om te jagen op prooidieren. Afhankelijk van de wind en de hoeveelheid kunstlicht jagen de dieren rondom het huis of in de donkere bosranden. De renovatie en herinrichting hebben geen gevolgen voor de omgeving. Het foerageergebied blijft intact. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Echte vliegrouten zijn niet aangetroffen. De vleermuizen gebruiken feitelijk elke rand langs het bos en ook langs de gebouwen als oriëntatiepunt. De plannen voor de renovatie en de herinrichting hebben geen gevolgen voor deze randen. De randen blijven intact. De renovatie en herinrichting hebben geen gevolgen voor een vliegroute. Vliegrouten blijven intact. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Bij de onderzoeken zijn geen gierzwaluwen aangetroffen. Op geen enkel moment zijn gierzwaluwen in de omgeving van het huis De Grote Noordijk aangetroffen.

Het huis is van geen belang voor de gierzwaluw. 5.3.2.2 Locatie Noordijkpad Voor de locatie van de nieuw te bouwen woning aan het Noordijkpad is ook een quickscan uitgevoerd. Voor deze locatie wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen van de broedvogels uit te voeren. Ook moet een werkprotocol worden opgesteld voor de omgang met vleermuizen. Er is geen nader onderzoek nodig. 5.3.2.3 Locatie Voorderpad Quickscan Voor de locatie aan het Voorderpad is nader onderzoek vereist. Dit onderzoek richt zich op de dassenburcht en twee aanwezige roofvogelhorsten. Daarnaast dient een werkprotocol te worden opgesteld voor de omgang met vleermuizen. Nader onderzoek Bij de dassenburcht hebben gedurende 8 weken twee cameravallen gestaan. Op de beelden zijn geen dassen waargenomen. De burcht lijkt hiermee verlaten. Dit komt overeen met de uitgevoerde quickscan waarbij de oude ingangen van de burcht naar voren kwamen. Omdat op relatief korte afstand tot de burcht een woning wordt gebouwd was het noodzakelijk om hierover zekerheid te verkrijgen. Deze burcht is op dit moment verlaten en de bouw van de woning heeft op dit moment geen invloed op de aanwezigheid van deze verlaten burcht. De Wet natuurbescherming wordt door de bouw van de woning voor dit onderdeel niet overtreden. De roofvogelnesten zijn tussen 1 april en 1 juli meerdere malen bezocht en geobserveerd.

Onder de nesten zijn geen sporen van bewoning aangetroffen. Ook zijn er geen roofvogels in de directe omgeving van deze nestlocaties waargenomen. De buizerd broedt wel in het gebied maar niet in het bos naast de beoogde bouwlocatie. Van een eventuele aanwezigheid van een wespendief is niets gebleken. De twee roofvogelnesten zijn op dit moment verlaten. De bouw van de woning heeft geen invloed op de functionaliteit van deze nestlocatie. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. De conclusie van het nader onderzoek is dat de potentiële rust- en verblijfplaatsen verlaten zijn. De bouw van de woningen aan het Voorderpad heeft geen nadelige invloed op deze potentiële rust- en verblijfplaatsen.

42

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

5.3.2.4 Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat met het bestemmingsplan de Wet natuurbescherming niet wordt overtreden. Wel geldt ten allen tijde dat de algemene zorgplicht in acht dient te worden genomen voor alle soorten planten en dieren die tijdens werkzaamheden onverwacht worden aangetroffen, ongeacht of deze soorten beschermd zijn. De diverse flora- en faunaonderzoeksrapporten zijn toegevoegd als bijlagen bij deze toelichting.

5.4

Cultuurhistorie en Archeologie

5.4.1

Cultuurhistorie

Op het landgoed zijn de volgende monumentale panden aanwezig: Huize Noordijk Het landhuis is in zijn huidige verschijningsvorm het resultaat van een complexe ontwikkelingsgeschiedenis. De eerste bebouwing stamt waarschijnlijk uit de 16e eeuw. Vanaf 1918 kent het landhuis zijn huidige vorm. Er zijn drie hoofdvolumes te onderscheiden. Aan de voorzijde het feitelijke landhuis met een duidelijk front naar de weide en de H.W. Iordensweg. Aan de achterzijde twee vergelijkbare volumes met elk een eigen kap. Het hoofdhuis van De Grote Noordijk is in december 1971 aangewezen als beschermd rijksmonument

Figuur 28: De Grote Noordijk; links voorgevel en linker zijgevels, rechts achtergevels en linker zijgevels Bijgebouwen Vlakbij het landhuis staan op de buitenplaats twee gemeentelijke monumenten. Dit betreft de tuinmanswoning en het koetshuis. Beide gebouwen stammen uit het midden van de 19e eeuw.

43

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Figuur 29: Tuinmanswoning (links) en koetshuis (rechts) in september 2015 Wolbospad 5 De boerderij aan het Wolbospad 5 vormt met de bijgebouwen, waaronder een bakhuis, schuurberg en kapschuur een fraai ensemble waarvan de onderhoudstoestand inmiddels veel te wensen overlaat, hetgeen ook geldt voor de erfinrichting en -beplanting. Het boerderijcomplex heeft de status van gemeentelijk monument toegekend gekregen.

Figuur 30: Wolbospad 5 voorzijde en achterzijde 5.4.2

Archeologie

In 1992 is het Verdrag van Malta tot stand gekomen en in 1998 is dit Verdrag door Nederland geratificeerd. De Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz), die op 1 september 2007 in werking is getreden, is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta. De wet regelt hoe overheden bij hun ruimtelijke plannen rekening moeten houden met het erfgoed in de bodem. Sinds 2016 is tevens de Erfgoedwet van kracht, als vervanging van de Monumentenwet 1988. De huidige wetgeving beoogt het cultureel erfgoed te beschermen: alle fysieke overblijfselen, zowel in als boven de grond, die bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in menselijke samenlevingen uit het verleden. De uitgangspunten van de wetgeving zijn: Archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren en alleen opgraven als behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is; Vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie. Initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen moeten in een vroegtijdig stadium aangeven hoe met eventuele archeologische waarden bij bodem verstorende ingrepen wordt omgegaan. Dat betekent dat vooronderzoek moet plaatsvinden; Bodemverstoorders betalen archeologisch onderzoek en mogelijke opgravingen (het principe van 'de verstoorder betaalt'). Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Voorst uit 2017 kent het bestemmingsplangebied meerdere verwachtingszones.

Het hoofdhuis, koetshuis en de daar achterliggende grond zijn daarnaast aangeduid als bekende archeologische vindplaatsen, met een bufferzone van 25 m.

44

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Figuur 31: Uitsnede Archeologische beleidskaart

Voor het grootste gedeelte van het bestemmingsplangebied is de archeologische beleidskaart beleidsneutraal vertaald naar bijbehorende archeologische dubbelbestemmingen. In drie deelgebieden echter, waar op korte termijn concrete ontwikkelingen worden voorzien, is in de loop van de bestemmingsplanprocedure een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd door BAAC (zie bijlage 9 van de toelichting voor het volledige rapport). De resultaten van dit onderzoek hebben geleid tot specifieke verwachtingskaarten voor deze drie deelgebieden:

Deelgebied 1: het gebied waar de wagenloods komt (achter koetshuis)

Deelgebied 2: het gebied waar de bouwkavel komt aan het Noordijkpad 45

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Deelgebied 3: het gebied waar de twee bouwkavels komen aan het Voorderpad

46

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Op basis van het onderzoek van BAAC heeft de gemeente Voorst een selectiebesluit genomen, waarvan de eisen vigerend zijn boven de verbeelding en planregels behorend bij dit bestemmingsplan. Waar relevant heeft ofwel versoepeling of aanscherping van de vrijstellingsgrenzen plaatsgevonden, gebaseerd op de concrete onderzoeksresultaten: Deelgebied 1: 1. Hoge archeologische verwachting (250 m2 en 30 cm -Mv). Deelgebied 2: 1. Hoge archeologische verwachting (250 m2 en 30 cm -Mv); 2. Lage archeologische verwachting (2500 m2 en 30 cm -Mv). Deelgebied 3: 1. Hoge archeologische verwachting (250 m2 en 30 cm -Mv); 2. Middelhoge archeologische verwachting (1000 m2 en 30 cm -Mv). In alle gevallen geldt, zowel ter plaatse van deze drie onderzochte deelgebieden alsook daarbuiten, dat eventueel archeologisch (vervolg)onderzoek alleen zal worden verbonden aan een omgevingsvergunningsplicht (m.a.w. bij vergunningsvrij bouwen geldt enkel de meldingsplicht voor toevalsvondsten, zie navolgende paragraaf) als beide desbetreffende vrijstellingsgrenzen worden overschreden. Het daadwerkelijk opleggen van een archeologische onderzoeksplicht door de gemeente Voorst ten tijde van een omgevingsvergunningsaanvraag volgt enkel na een toets o.b.v. het bestemmingsplan en de meest recente informatie (waaronder het onderzoek van BAAC voor deelgebieden 1-3).

Meldingsplicht toevalsvondsten Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, ook in gebieden die zijn vrijgegeven, is het wenselijk de uitvoerder van dit 47

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

grondwerk te wijzen op de plicht voortvloeiend uit de Erfgoedwet om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag (de gemeente Voorst en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

5.5

Water

Nieuwbouwlocaties Sinds 1 november 2003 is voor ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het bestemmingsplan relevant zijn. De watertoets is op 15 september 2017 uitgevoerd (zie bijlage 10). Het Waterschap Vallei en Veluwe heeft beoordeeld dat er binnen het plangebied een of meerdere belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor waterberging liggen. Dit betekent dat mogelijk daarmee primaire waterbelangen worden geraakt. Uit nader overleg met het waterschap blijkt dat het plan echter geen waterbelang raakt. Wel blijven de algemene aandachtspunten van toepassing.

Algemeen Er is sprake van een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten waarmee rekening dient te worden gehouden bij alle nieuwe ontwikkelingen. Toetsing aan deze aandachtspunten vindt plaats bij de beoordeling van de aanvragen om omgevingsvergunningen voor deze nieuwe ontwikkelingen. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren: Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Grondwaterneutraal bouwen: Om grondwateroverlast te voorkomen wordt geadviseerd om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer om voorafgaand aan de uitvoering van de plannen een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de perceelseigenaar.

Schoon houden - scheiden - schoon maken: Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen, is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door bij de realisatie van de bouwplannen geen uitlogende bouwmaterialen toe te passen. Gebiedsspecifieke aandachtspunten Het regenwater van het landhuis wordt direct afgevoerd op de achtergelegen vijver. Deze staat niet in verbinding met andere sloten en maakt dan ook geen onderdeel uit van een groter watersysteem. Het regenwater van koetshuis en tuinmanswoning zal alleen bij piekbelasting een overlopen op deze vijver.

48

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

5.6

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. De gemeenteraad kan hiervan afwijken indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen kosten anderszins is geregeld. Aangaande de grondexploitatie over de in voorliggend plan begrepen gronden zijn enkele anterieure overeenkomsten met de initiatiefnemer gesloten. Het vaststellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig. Eventuele kosten van planschade zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

49

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk worden de regels van het plan nader toegelicht. Er wordt inzicht gegeven in de opbouw van de planregels, de gebruikte bestemmingen en inzet van zogenaamde flexibiliteitsinstrumenten. De planregels zijn als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 1 komen de Inleidende regels aan bod. In hoofdstuk 2 Bestemmingsregels zijn de regels, behorende bij de verschillende bestemmingen, opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels, bevat verschillende algemene bepalingen die van toepassing zijn op elke bestemming uit hoofdstuk 2 De Overgangs- en slotregels zijn opgenomen in hoofdstuk 4.

6.2

Planregels

6.2.1

Inleidende regels

In deze regels staan de begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en die om een nadere omschrijving vragen. Verder wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld goot- en bouwhoogte te bepalen. 6.2.2

Bestemmingsregels

Deze regels betreffen het hart van het bestemmingsplan. In de bestemmingsregels wordt aangegeven waarvoor en - zo nodig - hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. Per bestemming is een bestemmingsregeling opgenomen, bestaande uit: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

bestemmingsomschrijving: waarvoor mogen de gebouwen en gronden worden gebruikt; bouwregels: een beschrijving van de toelaatbare bouwwerken en indien van toepassing: nadere eisen: de nadere eisen die aan het bouwen gesteld worden; afwijken van de bouwregels: bevoegdheid van het bevoegd gezag; specifieke gebruiksregels: verbod op bepaald gebruik van gronden afwijken van de gebruiksregels: bevoegdheid van het bevoegd gezag; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8. wijzigingsbevoegdheden: mogelijkheden om de bestemming te wijzigen. In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden - Landschap Bos Groen - Park Tuin Verkeer Wonen - 1 en - 2 Wonen - Landhuis In dit bestemmingsplan komen de volgende dubbelbestemmingen voor: Waarde - Archeologie - 2 t/m - 5 Waarde - Ecologie - Gelders Natuurnetwerk Waarde - Ecologie - Groene Ontwikkelingszone Waarde - Landgoed Waarde - Landschap In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen en dubbelbestemmingen nader toegelicht.

50

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

6.2.3

Algemene regels

De algemene regels hebben betrekking op alle bestemmingen in het plan. In plaats van bij elke bestemming dezelfde regels te plaatsen, kan gebruik worden gemaakt van een algemene regel. Zo zijn er algemene bouwregels, gebruiksregels, aanduidingsregels, afwijkingsregels en wijzigingsregels. 6.2.4

Overgangs- en slotregels

In dit deel van de regels zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen. De eerste regels beschermen een bestaand bouwwerk of gebruik dat afwijkt van de regels. De slotregel geeft aan op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

6.3

Bestemmingen

6.3.1

Agrarisch met waarden - Landschap

Deze bestemming geldt voor de agrarische gronden binnen het plangebied. De bestemmingsregeling is erop gericht om bestaande waarden te handhaven en eventueel te versterken. Binnen deze bestemming is geen bouwvlak aanwezig en zijn dan ook geen gebouwen toegestaan. Andere bouwwerken zijn alleen toegestaan in de vorm van terreinafscheidingen tot een hoogte van maximaal 1 meter. Voor het beschermen van de landschappelijke waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in het artikel opgenomen. Deze vergunningplicht geldt niet voor de werkzaamheden die in overeenstemming met de Landgoedvisie De Grote Noordijk worden uitgevoerd of tot het normale onderhoud behoren. 6.3.2

Bos

De bestemming 'Bos' wordt gebruikt ten behoeve van de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting en het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en bosbouwkundige waarden. Een groot deel van het landgoed heeft deze bestemming gekregen. Binnen de bestemming ´Bos' zijn alleen terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Ter bescherming van de aanwezige landschappelijke en bosbouwkundige waarden is een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, opgenomen. Deze vergunningplicht geldt niet voor de werkzaamheden die in overeenstemming met de Landgoedvisie De Grote Noordijk worden uitgevoerd of tot het normale onderhoud behoren. 6.3.3

Groen - Park

De gronden binnen de bestemming 'Groen-Park' worden gebruikt ten behoeve van de aanleg, ontwikkeling en instandhouding van parkachtige groenvoorzieningen zoals bosranden, heestervlakken, grasvelden, boomgroepen, solitaire bomen en laanbeplanting. De bestemming is toegekend aan het park behorend bij het landhuis 'Huize Noordijk'. Binnen deze bestemming geldt voor bebouwing dat maximaal de bestaande oppervlakte, inhoud en goot- en bouwhoogte is toegestaan. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om onder voorwaarden de oppervlakte, inhoud, goot- en bouwhoogte te vergroten. Om de cultuurhistorische waarde van het park te beschermen is een omgevingsvergunningplicht opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Deze vergunningplicht geldt niet voor de werkzaamheden die in overeenstemming met de Landgoedvisie De Grote Noordijk worden uitgevoerd of tot het normale onderhoud behoren. 6.3.4

Tuin

Een deel van de gronden van de nieuwe woningbouwlocaties heeft de bestemming 'Tuin' gekregen. Gronden met deze bestemming dienen zoveel mogelijk onbebouwd te blijven. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd en zijn alleen andere bouwwerken met een hoogte van maximaal 1 meter toegestaan. Het bouwen van overkappingen is niet toegestaan. 51

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

6.3.5

Verkeer

In het plan is voor de wegen, voet- en fietspaden de bestemming Verkeer opgenomen. Binnen de bestemming Verkeer zijn tevens bijbehorende voorzieningen toegestaan. Op deze gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.3.6

Wonen -1

Het woonperceel dat reeds aanwezig is in het plangebied is bestemd tot 'Wonen-1'. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis, alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed & breakfast, groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bouwregels Er is gekozen voor een systematiek waarbij het bouwvlak gelijk is aan het bestemmingsvlak. Per bouwvlak is 1 woning toegestaan. De inhoud van een woning bedraagt maximaal 750m3 (of maximaal de bestaande inhoud) en maximaal de bestaande goot- en bouwhoogte zijn toegestaan. Voor wat betreft de overige gebouwen geldt een maximale oppervlaktemaat van 100 m2 per bestemmingsvlak. Voor erfafscheidingen geldt een bouwhoogte van maximaal 1 meter en voor overige andere bouwwerken geldt een hoogte van 3 meter. De oppervlakte van alle andere bouwwerken samen mag per bouwperceel niet meer dan 20 m2 bedragen. Er is een afwijking van de gebruiksregels opgenomen om één hogere categorie bedrijf aan huis toe te staan of een bedrijf dat niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staat genoemd toe te staan. 6.3.7

Wonen - 2

De nieuwbouwlocaties binnen het landgoed hebben de bestemming 'Wonen-2' gekregen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis, alsmede voor tuinen en erven. Ook ondergeschikte voorzieningen als bed & breakfast, groen, paden, water en parkeren zijn binnen deze bestemming toegestaan. Bouwregels Voor de nieuwe woningen is gekozen voor een systematiek waarbij binnen het bestemmingsvlak Wonen een kleiner bouwvlak is opgenomen waarin de nieuwe woningen worden gebouwd. Daar is een bebouwingspercentage van toepassing. Bijgebouwen en andere bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden opgericht. De hoogte van erfafscheidingen bedraagt maximaal 1m, voor overige andere bouwwerken geldt een maximale hoogte van 3m. De gezamenlijke oppervlakte van andere bouwwerken bedraagt maximaal 10 m2 per bouwperceel. Er is een afwijking van de bouwregels opgenomen om onder voorwaarden de bouwgrens met maximaal 1 m te overschrijden. Voorwaarde is dat sprake is van een goede landschappelijke en cultuurhistorische inpassing. Voorwaardelijke verplichtingen Binnen de bestemming 'Wonen-2' zijn in de specifieke gebruiksregels voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. De bouwmogelijkheden die door voorliggend bestemmingsplan ontstaan in de vorm van het toevoegen van nieuwe woningen, zijn gekoppeld aan een kwaliteitsimpuls van het plangebied.

De maatregelen daarvoor zijn opgenomen onder A. en B. in het Uitvoeringsoverzicht Landgoed Grote Noordijk dat bij de regels is gevoegd. Daarin zijn ook de termijnen van uitvoering opgenomen en de van toepassing zijnde plannen. Worden de erfinrichtings- en landschapsmaatregelen niet uitgevoerd of niet in stand gehouden, dan is het gebruik van bebouwing ter plaatse van de voorwaardelijke verplichting in strijd met de bestemming. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om in plaats van de maatregelen zoals deze zijn opgenomen in het Uitvoeringsprogramma andere maatregelen te treffen die bijdragen aan een hoger kwaliteitsniveau van landschappelijke en/ of cultuurhistorische waarden. Deze afwijkingsmogelijkheid is opgenomen om enige flexibiliteit te creëren als bij de uitvoering blijkt dat bepaalde maatregelen om 52

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

welke reden dan ook in de praktijk (gedeeltelijk) niet uitvoerbaar blijken te zijn. Ook is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen ten behoeve van uitstel van termijnen waarbinnen deze verplichtingen gerealiseerd moeten worden. Tot slot is een afwijking van de gebruiksregels opgenomen om één hogere categorie bedrijf aan huis toe te staan of een bedrijf dat niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staat genoemd toe te staan. 6.3.8

Wonen - Landhuis

De bestemming 'Wonen-Landhuis' wordt gebruikt voor aanzienlijke woningen of buitenverblijven met een parkachtige aanleg. In dit bestemmingsplan heeft Huize Noordijk en directe omgeving de bestemming 'Wonen-Landhuis' gekregen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor het wonen, beroepen en bedrijven aan huis, bed & breakfast, herstel en de bescherming van landschappelijke waarden alsmede voor groen, paden, water, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen. In het koetshuis zijn tevens sociale, culturele en kunstzinnige functies als nevenfunctie toegestaan. Bouwregels Binnen deze bestemming geldt dat de gebouwen binnen het bouwvlak moeten zijn gebouwd. Voor de goot- en bouwhoogte van de gebouwen gelden de bestaande goot- en bouwhoogte. In het landhuis zijn 3 woningen toegestaan en in de tuinmanswoning 1. Achter het koetshuis is een gebied aangeduid waarbinnen een nieuwe wagenloods/kapschuur mag worden gebouwd ten behoeve van de bergingen en parkeervoorzieningen bij de woningen. Voorwaardelijke verplichting Ook binnen deze bestemming is in de specifieke gebruiksregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De mogelijkheden die door voorliggend bestemmingsplan ontstaan in de vorm van het toevoegen van extra woningen in het landhuis, zijn gekoppeld aan een kwaliteitsimpuls van het plangebied.

De maatregelen daarvoor zijn opgenomen in het Uitvoeringsoverzicht Landgoed Grote Noordijk (met uitzondering van de maatregelen genoemd onder A. en B. die gekoppeld zijn aan de nieuwe woningen aan het Noordijkpad en het Voorderpad) dat bij de regels is gevoegd. Daarin zijn ook de termijnen van uitvoering opgenomen en de van toepassing zijnde plannen. Worden de erfinrichtingsen landschapsmaatregelen niet uitgevoerd of niet in stand gehouden, dan is het gebruik van bebouwing ter plaatse van de voorwaardelijke verplichting in strijd met de bestemming. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om in plaats van de maatregelen zoals deze zijn opgenomen in het Uitvoeringsoverzicht andere maatregelen te treffen die bijdragen aan een hoger kwaliteitsniveau van landschappelijke en/ of cultuurhistorische waarden. Deze afwijkingsmogelijkheid is opgenomen om enige flexibiliteit te creëren als bij de uitvoering blijkt dat bepaalde maatregelen om welke reden dan ook in de praktijk (gedeeltelijk) niet uitvoerbaar blijken te zijn. Ook is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen ten behoeve van uitstel van termijnen waarbinnen deze verplichtingen gerealiseerd moeten worden. Tot slot is een afwijking van de gebruiksregels opgenomen om één hogere categorie bedrijf aan huis toe te staan of een bedrijf dat niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten staat genoemd toe te staan. 6.3.9

Waarde - Archeologie (2 t/m 5)

Om de archeologische waarden veilig te stellen, gelden er op gronden met de bestemming Waarde-Archeologie beperkingen ten aanzien van het bouwen voor de met deze bestemming samenvallende bestemmingen. Bouwen is uitsluitend toegestaan indien uit onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de waarden voldoende worden veilig gesteld. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van bepaalde werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden.

53

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

6.3.10 Waarde - Ecologie - GNN Deze dubbelbestemming is opgenomen voor gronden die in de Provinciale Omgevingsvisie zijn aangewezen als 'Gelders Natuurnetwerk'. Om te voorkomen dat ontwikkelingen het Gelders Natuurnetwerk in de weg staan, dient bij alle ontwikkelingen getoetst te worden aan de aanwezige waarden binnen gebieden met de bestemming Waarde-Ecologie-GNN. 6.3.11 Waarde - Ecologie - GO Deze dubbelbestemming is opgenomen voor gronden die in de Provinciale Omgevingsvisie zijn aangewezen als 'Groene Ontwikkelingszone'. Hier liggen mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen onder de voorwaarde dat daarbij extra natuur tot stand komt. Dus ook voor stedelijke functies is zo'n ontwikkeling binnen de GO mogelijk. De reden om voor een stedelijke functie een locatie in de GO te kiezen moet gerelateerd zijn aan een impuls in de kernkwaliteiten. 6.3.12 Waarde - Landgoed Voor het gehele landgoed is de dubbelbestemming Waarde-Landgoed opgenomen. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het behoud en samenhangend beheer van het landgoed. Binnen deze dubbelbestemming zijn extra bouwmogelijkheden opgenomen voor bebouwing ten behoeve van het beheer van het landgoed (onder andere bij het voedselbos), voor een prieeltje in/aan het landgoedpark en voor naamkolommen hekken en poorten.

Daarnaast biedt deze dubbelbestemming een wijzigingsbevoegdheid om de op het landgoed voorkomende bestemmingen onder voorwaarden onderling te wijzigen en om een privé begraafplaats onder voorwaarden mogelijk te maken. 6.3.13 Waarde - Landschap De voor Waarde - Landschap aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke waarden waarbij deze gronden niet mogen worden ingericht ten dienste van de nabij gelegen woning. Deze dubbelbestemming is opgenomen om te voorkomen dat op bepaalde plekken die vanuit landschappelijke belangen onbebouwd dienen te blijven, vergunningsvrij kan worden gebouwd.

54

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Hoofdstuk 7 7.1

Overleg en inspraak

Uitkomsten vooroverleg artikel 3.1 Bro

Het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan pleegt daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zij met de behartiging van belangen die in geding zijn. In dit geval is sprake van ontwikkelingen op gronden die zijn gelegen in de Groene Ontwikkelingszone en deze passen binnen het provinciaal beleid. Met de provincie is afgestemd dat compensatie voor het bouwen in de Groene Ontwikkelingszone plaatsvindt. Er is geen nader vooroverleg met de provincie nodig. Bij het uitvoeren van de watertoets is overleg gevoerd met het Waterschap Vallei en Veluwe.

7.2

Inspraak

Op 4 september 2006 heeft de gemeenteraad besloten dat het college van burgemeester en wethouders in het kader van de voorbereiding op ruimtelijke procedures waarmee zij is belast, slechts inspraak verleent voorafgaand aan de zienswijzenfase, als sprake is van een plan dat een ingrijpende verandering kan hebben op de ruimtelijke structuur van de gemeente Voorst. Hiervan is in dit geval geen sprake. Inspraak is om die reden achterwege gelaten.

55

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

56

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Bijlagen

57

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Landgoed Grote Noordijk

58

RAPPORT Verkennend bodemonderzoek Landgoed De Grote Noordijk te Wilp

Opdrachtgever

:

Landgoed De grote Noordijk NSW B.V. Schouwweg 79 2243 BK WASSENAAR

Projectnummer

:

20KL189

Datum

:

7 mei 2020

Auteur

:

ing. R.J. Wijma

Paraaf

:

Projectleider

:

Paraaf

:

ing. F.M. Bouma

Klijn Bodemonderzoek B.V. Oudlandseweg 1, 9682 XT Oostwold Telefoon 0597 – 55 12 12 Email info@klijnbodemonderzoek.nl Internet www.klijnbodemonderzoek.nl

2 INHOUD

Rapport 20KL189 BLAD

1.

INLEIDING 1.1. Algemeen 1.2. Opbouw

3 3 3

2.

VOORONDERZOEK 2.1. Algemeen 2.2. Ligging onderzoekslocaties 2.3. Historisch en huidig gebruik 2.4. Belendende percelen en omgeving onderzoekslocaties 2.5. Bodemonderzoek 2.6. Bodemkwaliteitskaart 2.7. Toekomstig gebruik van het terrein 2.8. Financieel/juridisch 2.9. Regionale opbouw en geohydrologie 2.10. Onderzoekshypothese

4 4 5 5 6 6 6 6 6 7 7

3. 4.

ONDERZOEKSPROGRAMMA BODEMGEGEVENS 4.1. Bodemgesteldheid en zintuiglijke waarnemingen 4.2. Samenstelling grondmengmonsters

5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 6.

RESULTATEN METINGEN EN CHEMISCHE ANALYSES Meetgegevens grondwater Toetsingskader Analyseresultaten Toelichting analyseresultaten

SAMENVATTING EN CONCLUSIES 6.1. Samenvatting 6.2. Conclusies en aanbevelingen 6.3. Slotopmerking

BIJLAGEN 1

Ligging van de locatie en kadastrale kaart

2

Boorprofielen en legenda

3

Analyserapporten

4

Toetsingstabellen

5

Overzicht posities monsternamepunten

6

Foto's

8 8 8 9 9 9 10 11 12 14 14 14 15

3

Rapport 20KL189

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen In opdracht van Landgoed De Gote Noordrijk NSW B.V. is door Klijn Bodemonderzoek B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op twee locaties op het Landgoed De Grote Noordijk te Wilp. De aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek de aanvraag van een omgevingsvergunning in verband met de geplande bouwaanvraag op twee percelen. Dit in het kader van bestemmingsplanwijziging op het landgoed De Grote Noordijk. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van een indicatie van de kwaliteit van de grond en het ondiepe grondwater ter plaatse van de onderzoekslocaties. Klijn Bodemonderzoek B.V. is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek, inclusief partijkeuringen conform het Besluit Bodemkwaliteit en tevens volgens de “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018”. Met betrekking tot onderhavig onderzoek verklaart Klijn Bodemonderzoek B.V. op geen enkele wijze in organisatorische, financiële of personele zin, betrokkenheid te hebben met de activiteiten van de opdrachtgever. De achterliggende gedachte hierbij is dat er geen “eigen” grond wordt onderzocht.

1.2.

Opbouw In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek  onderzoeksprogramma  bodemgegevens  metingen en chemische analyses  samenvatting, toetsing van de gekozen onderzoekshypothese, conclusies en aanbevelingen

(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4); (hoofdstuk 5); (hoofdstuk 6).

4

Rapport 20KL189

2.

VOORONDERZOEK

2.1.

Algemeen Ten behoeve van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (2017) ‘Uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek’ uitgevoerd. In het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het vroegere en huidige gebruik van het terrein. Het onderzoek is gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. Evenals het verzamelen van informatie over het toekomstige gebruik, bodemopbouw, geohydrologie en financieel/juridische aspecten. Op basis van de verzamelde gegevens kan een totaalbeeld worden gevormd en conclusies worden getrokken over de afbakening van het geografische besluitvormingsgebied, de afbakening van de onderzoekslocaties voor het bodemonderzoek, de onderverdeling van de onderzoekslocaties voor het bodemonderzoek in deellocaties en de te hanteren onderzoekshypothese per deellocatie. De verzamelde informatie is opgesplitst in de volgende categorieën: o ligging onderzoekslocaties (paragraaf 2.2) o historisch en huidig gebruik (paragraaf 2.3) o belendende percelen en omgeving onderzoekslocaties (2.4) o bodemonderzoek (2.5) o bodemkwaliteitskaart (2.6) o toekomstig gebruik (2.7) o financieel/juridisch (2.8) o bodemopbouw en geohydrologie (2.9) o onderzoekshypothese (2.10) Ter verkrijging van de benodigde informatie zijn onderstaande bronnen geraadpleegd:  locatie-inspectie (d.d.

17 april 2020);  informatie opdrachtgever;  gemeente Voorst;  internetsite bodeminformatie (https://bodemloket.nl);  internetsite Basisregistratie Adressen en Gebouwen (https://bagviewer.kadaster.nl);  Luchtfoto Google Earth;  Grondwaterkaart van Nederland;  Topografische Atlas van Nederland (2002);  Internetsite Tijdreis, historisch kaartmateriaal van ca. 1815 tot heden (https://topotijdreis.nl);  kadastralekaart. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn bovenstaande bronnen geraadpleegd en is door Klijn Bodemonderzoek een locatie-inspectie uitgevoerd. Tijdens de locatie-inspectie is onder andere gelet op verdachte plekken (zoals verkleuringen, brandplekken, olieopslag etc.), asbest op of in de bodem, asbestbeschoeiingen, verzakkingen en ophogingen.

5 2.2.

Rapport 20KL189

Ligging onderzoekslocaties De onderzoekslocaties liggen aan het Noordijkpad oostelijk van nummer 1A en het Voorderpad ten noorden van nummer 2 te Wilp. De twee percelen liggen op het Landgoed De Grote Noordijk te Wilp en zijn kadastraal bekend als Gemeente Wilp sectie A, nr. 2709 en 2710 en Voorst S, nr. 207. Van ‘Perceel 1’ (A, nr. 2709 en 2710 ) is een gedeelte van het kadastrale perceel onderzocht en heeft een oppervlakte van 1.500 m2. Van ‘Perceel 2’ (S, nr. 207) is ook een gedeelte van het kadastrale perceel onderzocht en heeft een oppervlakte van 4.000 m2. De locaties bevinden zich aan de zuidzijde van de dorpskern buiten de bebouwde kom van Wilp. In figuur 1 is een luchtfoto te zien van de onderzoekslocaties en directe omgeving. Figuur 1: Luchtfoto onderzoekslocaties en omgeving

Onderzoekslocaties

De omgeving van de onderzoekslocaties betreft voornamelijk weilanden (agrarisch gebied). Voor een topografisch overzicht van de locatie en omgeving verwijzen wij naar de tekening in bijlage 1, een tekening van de locatie is weergegeven in bijlage 5. 2.3.

Historisch en huidig gebruik De onderzoekslocatie ‘Perceel 1’gelegen ten noorden van het Noordijkpad heeft een oppervlakte van 1.500 m2. De locatie bestaat volledig uit landbouwgrond en is begroeid met gras. Voor zover bekend is het alleen in gebruik geweest als zijnde landbouwgrond. De onderzoekslocatie ‘Perceel 2’gelegen ten westen van het Voorderpad heeft een oppervlakte van 4.000 m2. De locatie bestaat volledig uit landbouwgrond en ligt braak. Voor zover bekend is het alleen in gebruik geweest als zijnde landbouwgrond. Uit de informatie, welke is verkregen uit het historisch onderzoek conform NEN 5725, is tevens gebleken dat over de aanwezigheid van onder- of bovengrondse opslagtanks of in het verleden uitgevoerde dempingen geen gegevens bekend zijn. Tevens is niet bekend of op de onderzoekslocaties in het verleden een bodemonderzoek is uitgevoerd. Op de locaties is, voor zover bekend, geen sprake van (voormalige) puntbronnen en zijn er geen gegevens bekend over eventuele uitgevoerde verdachte (bodembedreigende) activiteiten op het perceel die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater nadelig kunnen hebben beïnvloed.

6 2.4.

Rapport 20KL189

Belendende percelen en omgeving onderzoekslocaties De directe omgeving van de onderzoekslocatie ‘perceel 1’bestaat uit: - Noordzijde: landbouwgrond - Oostzijde: landbouwgrond - Zuidzijde: openbare weg en bos - Westzijde: bos De directe omgeving van de onderzoekslocatie ‘perceel 2’bestaat uit: - Noordzijde: landbouwgrond - Oostzijde: openbare weg en landbouwgrond - Zuidzijde: woningen - Westzijde: bos Vooralsnog wordt niet verwacht dat de activiteiten van de belendende percelen een nadelige invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocaties.

2.5.

Bodemonderzoek Perceel 1 (Noordijkpad) Voor zover bekend is er niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie en/of directe omgeving. Perceel 2 (Voorderpad) In de directe omgeving is informatie bekend met betrekking tot eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Op de locatie aan het Voorderpad 2 is in 2002 door IJB een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd met kenmerk 64278. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan cadmium geconstateerd. Tevens is een matig verhoogd gehalte aan Zink geconstateerd. De resultaten hebben niet geleid tot een belemmering voor de aanvraag van een bouwvergunning.

2.6.

Bodemkwaliteitskaart Uit gemeentelijke informatie is gebleken dat de bovengenoemde locaties binnen zone buitengebied van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart ligt. In deze zone worden in de bovengrond en ondergrond geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden aangetroffen. Op basis van de 95-percentielwaarden kunnen in de bovengrond maximaal industriewaarden worden verwacht.

2.7.

Toekomstig gebruik van het terrein De bestemming van de onderzoekslocaties zal worden gewijzigd. Het voornemen is om nieuwbouw te realiseren op landbouwgrond.

2.8.

Financieel/juridisch Op het perceel hebben, voor zover bekend, geen calamiteiten plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd is geraakt.

7 2.9.

Rapport 20KL189

Regionale opbouw en geohydrologie De regionale bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocaties is weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Regionale bodemopbouw

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.bodemlaag

ligging [m-mv]

bodemsamenstelling

toplaag Formatie van Twente Eemformatie idem Formatie van Kreftenheye Formatie van Drente Formaties van Zuidlaren en Maassluis

0-4 4 - 12 12 - 14 14 - 18 18 - 39 39 - 80 80 - 160

marien Onder Mioceen

160 e.v.

lichte zavel en klei matig fijn tot grof zand veen klei overwegend matig grof zand klei schelphoudende fijne, plaatselijk sterk slibhoudende zanden zeer fijne schelphoudende zanden (basis)

m-mv= meter minus maaiveld

Bodemopbouw De onderzoekslocaties bevindt zich ongeveer 3 km ten westen van de IJssel, in de IJsselvallei. Westelijk van Twello bevindt zich het stuwwallengebied van de Hoge Veluwe. Het maaiveld van de locaties bevinden zich op ongeveer 5,5 m +NAP. De toplaag van de bodem bestaat uit een kalkhoudende ooivaaggrond van lichte zavel. Tot ongeveer 4 m-maaiveld bestaat de bodem uit lichte zavel en klei, met daaronder fijne tot grove eolische afzettingen van de Formatie van Twente. Vanaf 12 m-maaiveld wordt een scheidende laag van de Eemformatie aangetroffen met een dikte van ongeveer 6 meter. Deze scheidende laag bestaat hoofdzakelijk uit veen- en kleilagen. Het eerste watervoerende pakket wordt gevormd door matig fijn tot matig grove afzettingen van de Formatie van Kreftenheye. De doorlatendheid (Kd-waarde) van dit pakket is geschat op 1.100 m2/dag. Het watervoerende pakket wordt aan de onderzijde afgesloten door een scheidende laag van kleiïge fluvioglaciale afzettingen van de Formatie van Drente. De hydrologische basis bevindt zich op ongeveer 160 m -NAP. Grondwaterstroming Het peil van het freatische grondwater (bovenste pakket) bevindt zich op ongeveer 2,0 m +NAP. De grondwaterstroming wordt hoofdzakelijk beïnvloed door de oostelijk gelegen IJssel, die in noordelijke richting stroomt. De regionale stromingsrichting is waarschijnlijk noordoostelijk. 2.10.

Onderzoekshypothese Conform de aanpak van de NEN 5740 dient, voorafgaand aan de uitvoering van het veld- en laboratoriumonderzoek, op basis van de verkregen informatie een hypothese te worden opgesteld. Het betreft hierbij een aanname met betrekking tot het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging op de te onderzoeken locaties. Op basis van de gestelde informatie met betrekking tot de historie en het huidige gebruik van de onderzoekslocaties, worden de onderzoekslocaties beschouwd als “niet-verdacht” ten aanzien van bodemverontreiniging. Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is met stoffen in concentraties boven de achtergrondwaarde (grond) en/of de streefwaarde (grondwater). Voor het toetsen van bovenstaande hypothese is de onderzoeksstrategie “onverdacht” uitgevoerd. Deze strategie is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3. Het onderzoeksgebied is onderverdeeld in twee onderzoeklocaties: 1. Perceel 1 (Noordijkpad) (ca. 1.500 m²); 2. Perceel 2 (Voorderpad) (ca. 4.000 m²).

8 3.

Rapport 20KL189

ONDERZOEKSPROGRAMMA Ten behoeve van dit onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumwerk opgesteld. De onderzoeksopzet is gebaseerd op de Nederlandse Eindnorm voor verkennend bodemonderzoek ((NEN 5740 versie januari 2009, inclusief correctieblad A1 van februari 2016) voor een onverdachte locatie (ONV-NL). Volgens de NEN 5740 wordt de eerdergenoemde hypothese aanvaard indien in de grond en/of het freatisch grondwater geen concentraties van onderzochte parameters worden aangetroffen boven de achtergrond- of streefwaarden. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens de SIKB Beoordelingsrichtlijn voor Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de Nederlandse Normen en Praktijk Richtlijnen (NEN en NPR) van het Nederlands Normalisatie-Instituut. De verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Verrichte veldwerkzaamheden en chemische analyses (deel-)locatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9662558/2