CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan regels (2021-03027)

gemeenteraad 1 maart 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Landgoed Grote Noordijk, Wilp (2021-01701)24.614 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 20.1 en toestaan dat er een paardenbak wordt gebouwd met een oppervlakte van maximaal 800 m2 en een hoogte van maximaal 1,5 m, onder de voorwaarde dat aangetoond wordt dat sprake is van een goede landschappelijke en cultuurhistorische invulling met daarbij bijzondere aandacht voor de situering, vormgeving en materialisatie. 17.4

Wijzigingsbevoegdheid

17.4.1 Uitwisseling bestemmingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, indien en voorzover het een landgoed betreft als bedoeld in artikel 1 onder a van de Natuurschoonwet 1928, de binnen de dubbelbestemming 'Waarde Landgoed' voorkomende bestemmingen onderling te wijzigen met dien verstande dat de rangschikking als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 niet wordt aangetast. 17.4.2 Afwegingskader Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van een wijziging als bedoeld in 17.4.1 vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden: a. de mate waarin de waarden en functies van de betrokken gronden, welke het plan beoogt te beschermen door de gebruiksverandering worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van de gebruikers en eigenaren van de omliggende gronden en/of nabijgelegen agrarische bedrijven worden geschaad; c. de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische toelaatbaarheid en de landschappelijke inpasbaarheid; d. de bestaande landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden; met dien verstande dat deze waarden, functies en/of belangen niet onevenredig worden geschaad.

17.4.3 privé begraafplaats Burgemeester en wethouders kunnen de andere bestemmingen die voorkomen ter plaatse van de gronden met de bestemming Waarde - Landgoed wijzigen ten behoeve van een privé begraafplaats, met inachtneming van het volgende: 36

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

a. het dient een privé begraafplaats te betreffen zoals bedoeld in artikel 15 van de Wet op de Lijkbezorging; b. er dient een evenredige belangenafweging plaats te vinden waarbij betrokken wordt: 1. de mate waarin de waarden en functies van de betrokken gronden, welke het plan beoogt te beschermen door de gebruiksverandering worden geschaad; 2. de mate waarin de belangen van de gebruikers en/of eigenaren van de omliggende gronden en/of nabijgelegen agrarische bedrijven worden geschaad; 3. de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische toelaatbaarheid, en 4. de landschappelijke inpasbaarheid: de bestaande landschappelijke, natuurlijke en/of cultuurhistorische waarden; met dien verstande dat: c. de waarden, functies en/of belangen zoals genoemd onder b niet onevenredig mogen worden geschaad.

37

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 18 18.1

Waarde - Landschap

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn uitsluitend bestemd voor instandhouding en ontwikkeling van landschappelijke waarden waarbij deze gronden niet mogen worden bebouwd ten dienste van de nabij gelegen woning. 18.2

Bouwregels

Op deze gronden mag niet worden gebouwd.

38

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Hoofdstuk 3 Artikel 19

Algemene regels

Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

39

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 20 20.1

Algemene bouwregels

Paardenbak

Het bouwen van paardenbakken is niet toegestaan. 20.2

Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

Voor een (deel van) een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, als ten hoogste toelaatbaar mogen worden aangehouden. 20.3

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de onderkant van het ondergrondse bouwwerk (inclusief fundering) bedraagt ten hoogste 4 m onder het peil.

40

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 21

Algemene gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het gebruik van bijgebouwen als woonruimte is niet toegestaan; b. het gebruik van de gronden als stort- en opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover deze opslag geschiedt in het kader van het normale onderhoud, is niet toegestaan; c. het gebruik van de gronden voor het beproeven van motorvoertuigen of voor het beoefenen van gemotoriseerde snelheids- en/of behendigheidssporten en de (model)vliegsport is niet toegestaan.

41

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 22 22.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. de aangegeven of in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwen worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw niet meer dan 75 m³ bedraagt; c. het gebruik van bijgebouwen voor bewoning uit het oogpunt van mantelzorg, met dien verstande dat: 1. maximaal 75 m² van de bestaande bijgebouwen in gebruik mag worden genomen ten behoeve van de mantelzorg; 2. een goede woonsituatie binnen deze bestemming in stand gehouden c.q. gegarandeerd wordt; 3. aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden wordt dat binnen één maand na beëindiging van het gebruik van bijgebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan burgemeester en wethouders; 4.

aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden wordt dat binnen drie maanden na beëindiging van het gebruik van bijgebouwen als afhankelijke woonruimte ten behoeve van de mantelzorg de bewoning is beëindigd, door minimaal één van de drie essentiële woonvoorzieningen te verwijderen, te weten douche/bad, wc of keuken(blok), zodat de gebouwen vanaf dat moment weer overeenkomstig de bestemming (kunnen) worden gebruikt. d. de onder a, b en c bedoelde afwijkingen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van: 1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 2. het straat- en/of bebouwingsbeeld; 3. de sociale veiligheid; 4. de verkeersveiligheid.

42

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 23 23.1

Algemene wijzigingsregels

Wijzigingsbevoegdheid overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 23.2

Wijzigingsbevoegdheid categorie-indeling Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 2) te wijzigen voor wat betreft de categorie-indeling van bedrijven, indien en voor zover ten gevolge van technische en/of milieuhygiënische ontwikkelingen de milieubelasting van de desbetreffende typen bedrijven wijzigt.

43

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 24 24.1

Overige regels

Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

44

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Hoofdstuk 4 Artikel 25 25.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

25.2

Overgangsrecht gebruik

Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

45

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Artikel 26

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als 'Regels van het bestemmingsplan Landgoed Grote Noordijk, Wilp'.

46

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Bijlagen

47

Landgoed Grote Noordijk, Wilp

Bijlage 1 Landgoedvisie De Grote Noordijk met bijlagen

48

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Landgoedvisie

De Grote Noordijk

Landgoed Visie De Grote Noordijk Def nov. 2020 De Grote Noordijk NSW BV Ir. H.W. Taverne- Strick van Linschoten 1

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 De instandhouding van het landgoed 1.2 Nieuwe ontwikkelingen 1.3 Landgoedvisie 2 Cultuurhistorische analyse en huidige situatie 2.1 Ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis 2.2 Huidige situatie inleiding 2.3 Huidige situatie westelijk deel 2.3.1 De bewoonde kern 2.3.2 Parklandschap en landerijen 2.4 Huidige situatie oostelijk deel 2.5 Analyse, Interpretatie en Waardestelling 2.5.1 Analyse, Interpretatie 2.5.2 Waardestelling 3 Uitgangspunten visie 3.1 Beleid 3.2 Milieuaspecten 3.2.1 Verkeerslawaai 3.2.2 Bodem en water 3.3 Archeologie 4 Filosofie en doelstellingen 4.1 Ontwerpfilosofie 4.2 Doelstellingen landgoed 4.3 Visie voor de toekomst 4.4 Ontwikkelingsstrategie 5 Plantoelichting 5.1 Inleiding 5.2 Het westelijk deel 5.2.1 De Bewoonde kern 5.2.1.1 Gebouwen 5.2.1.2 Voorpark, achtererf en moestuin 5.2.2 Parklandschap en landerijen 5.3 Het oostelijk deel 5.3.1 Gebouwen 5.3.2 Nieuwe bouwkavels met gebouwen 5.3.3 Bossen en landerijen 5.3.4 Nieuw Voedselbos 5.4 Uitgangspunten toekomstig beheer 6 Maatschappelijke meerwaarde 7 Uitvoerbaarheid 8 Beoogd tijdspad en fasering 2

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

BIJLAGEN • • • •

Lijst van gebouwen en bouwwerken behorende tot het landgoed Grote Noordijk – kadastrale minuutplan 1832 Kaarten NSW gebieden De Grote Noordijk NSW BV Begrenzing historische buitenplaats De Kleine Noordijk

APARTE BIJLAGEN • • • • •

Beoogd Tijdpad en fasering Uitvoeringsoverzicht Hoofdstuk 8 Schetsontwerp voor de Bewoonde Kern van De Grote Noordijk, Stichting in Arcadië Landschapsbeheerplan Grote Noordijk, de Rentmeesters Coöperatie en Foreest Groenconsult Plan voor park en tuin: Landgoed De Grote Noordijk, Historisch onderzoek & restauratie en revitalisatieplan voor de tuin– en parkaanleg, 27 januari 2020, Stichting in Arcadië Beeldkwaliteitsplan: Landgoed De Grote Noordijk Wilp, november 2020, Buro Lubbers

3

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Ligging van Landgoed De Grote Noordijk

De kern van de Grote Noordijk met Het Grote Huis, Koetshuis en Tuinmanshuis 4

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

1 INLEIDING Het landgoed De Grote Noordijk is één van de parels van de landgoederenzone rondom Twello. Het landgoed ligt tussen de A1 en het dorp Twello. Midden door het landgoed loopt de H.W. Iordensweg met aan de westkant de kern van het landgoed met bossen en landerijen en aan de oostkant een boederijcomplex en bossen, landbouwgronden. Het landgoed kwam in 1740 in handen van de familie Van Loghem en is sindsdien nooit meer verkocht maar altijd door overerving op nieuwe eigenaren binnen de familie overgegaan. Op het landgoed staan diverse gebouwen. Het westelijke deel is de kern van het landgoed met het grote huis, koetshuis, tuinmanshuis, een deels ommuurde moestuin met restanten van een duivenkas en twee schuren. In het tot het landgoed behorende gebied ten oosten van de H.W. Iordensweg staat een boederijcomplex. Tevens bevinden zich een voormalige boerderij en een burgerwoning die recent zijn afgesplitst van het grotere geheel. De parkaanleg van het landgoed is afgestemd op de aanleg van de aan de overzijde van de H.W. Iordensweg gelegen buitenplaats De Kleine Noordijk, welke in het midden van de 19de eeuw van het grotere geheel werd afgesplitst. Komende vanuit het zuiden vormen zij samen een zeer fraaie “groene poort” naar het dorp Twello. De cultuurhistorische waarden van de beide landgoederen zijn evident en erkend door de landelijke en lokale overheid.

Het grote huis van de Grote Noordijk is in december 1971 aangewezen als rijksmonument. Het koetshuis en het tuinmanshuis op de Grote Noordijk zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Ditzelfde geldt voor het boerderijcomplex aan het Wolbospad 5. De tuin- en parkaanleg op de Grote Noordijk zijn ook beschermd als gemeentelijk monument. Van een rijks bescherming is, in tegenstelling tot de Kleine Noordijk, is geen sprake. Opmerkelijk is dat de Rijkscommissie voor de Monumenten van de Raad voor het Cultuurbeheer in 1994 de Minister adviseerde om voor wat betreft de Grote Noordijk tot een bescherming op hoofdlijnen over te gaan. (Advies d.d. 2 maart 1994). Hoewel het tot op heden van een daadwerkelijke bescherming door het rijk als beschermde buitenplaats niet is gekomen blijkt hieruit in ieder geval een erkenning van de cultuurhistorische waarden zoals die destijds aanwezig waren. In 2019 heeft een verdeling van het landgoed plaatsgevonden tussen de verschillende familieleden op basis van complexen. Deze complexen zijn in 2020 geherrangschikt onder de Natuurschoonwet. Het grootste deel van het landgoed, 43,5 hectare, met daarin de kern van het landgoed met het grote huis, koetshuis, tuinmanshuis en moestuin, bossen en agrarische gebieden en boerderijencomplex Wolbospad 5 zijn in 2019 ingebracht in De Grote Noordijk NSW BV.

De aandeelhouders van deze BV zijn 4 familieleden die het landgoed in stand willen houden.

1.1 De instandhouding van het landgoed Gelet op de hoge cultuurhistorische waarden van het landgoed en de gehele landgoederenzone waarvan het deel uitmaakt, is een duurzame instandhouding van het landgoed dringend gewenst. Dat dit geen vanzelfsprekende zaak is moge blijken uit de toestand waarin het landgoed al lange jaren verkeert. Er is sprake van veel achterstallig onderhoud aan gebouwen, de tuin- en parkaanleg en de daarbij horende houtopstanden. In januari 2016 en in 2020 zijn het grote huis, koetshuis en tuinmanshuis door de Monumentenwacht geïnspecteerd, waarbij tevens enkele noodreparaties zijn verricht. De conclusie van de inspectie luidt kort samengevat dat constructieve toestand (casco) van het grote huis goed is, maar de onderhoudstoestand slecht. Het koetshuis en tuinmanshuis zijn constructief redelijk tot plaatselijk matig, terwijl de onderhoudstoestand als zeer slecht is geclassificeerd. Intussen is een groot aantal 5

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

werkzaamheden uitgevoerd om de gebouwen wind- en waterdicht te maken ten einde verder verval te voorkomen. Duidelijk is dat de restauratie en herbestemming van het grote huis, koetshuis en tuinmanshuis grote prioritiet behoeven. Ook is sprake van (groot) achterstallig onderhoud aan de tuin- en parkaanleg. Al in 1979 werd geconstateerd dat het bomenbestand erg “sleets” is en dat met de noodzakelijke verjonging te laat is gestart. De eigenaren van De Grote Noordijk NSW BV willen zich inzetten om het landgoed voor de toekomst als eenheid in gezamenlijk bezit in stand te houden.

1.2 Nieuwe ontwikkelingen Om de toekomst van het landgoed De Grote Noordijk veilig te stellen zijn nieuwe ontwikkelingen nodig, die het mogelijk maken om het landgoed in stand te houden en na restauratie te blijven onderhouden. Daarnaast zijn er mogelijkheden om het landgoed aantrekkelijk te maken voor wandelaars en de natuurkwaliteit te verbeteren. Ter verkenning van de herbestemmingsmogelijkheden van de buitenplaats is in 2012 in opdracht van de eigenaren door Hylkema Consultants een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd alsmede een bouwhistorische verkenning gedaan van het grote huis. De tot de Grote Noordijk behorende gebieden ten oosten van de H.W. Iordensweg zijn daarbij buiten beschouwing gebleven. Kort samengevat was de conclusie van het uitgevoerde haalbaarheidsonderzoek dat een uitbreiding van de woonfunctie in dit deel van het landgoed ten opzichte van de vroegere enkele bewoning het meest voor de hand ligt, dit in de vorm van meerdere eenheden in het grote huis en het weer geschikt maken van het tuinmanshuis voor bewoning. Voor het koetshuis werd gedacht aan een algemene ruimte ten behoeve van de gebruikers van de beide andere opstallen.

Een exploitatieopzet heeft uitgewezen dat met een herbestemming van alleen het grote huis en het tuinmanshuis tot vier wooneenheden geen financieel haalbaar herbestemmingstraject kan worden behaald en dat een aanvullend programma in de vorm van nieuwe woningbouwkavels nodig is. Al enige jaren geleden zijn door één van de erfgenamen de mogelijkheden voor bewoning van de boerderij aan het Wolbospad 5 onderzocht. Helaas is dat toen vanwege omstandigheden niet doorgegaan. Sindsdien is er geen goede functie voor de boerderij en de bijbehorende schuren meer geweest. De panden zijn daardoor in verval geraakt. Recent zijn de gebouwen voor de langere termijn wind en waterdicht gemaakt en zo beschermd tegen verder verval. Duidelijk is echter dat op langere termijn restauratie van de gebouwen nodig is. Nog niet zo lang geleden heeft één van de erfgenamen zich verdiept in de mogelijkheden van functieverandering van het voormalig boerencomplex aan het Noordijkpad 2. Het idee was om de boerderij om te vormen naar een burgerwoning waarbij na sloop van de voormalige, niet karakteristieke schuren, een extra woning bijgebouwd zou worden. Alle nieuwe ontwikkelingen zijn de aanleiding geweest voor het opstellen van deze integrale landgoedvisie. Het is goed om op een rijtje te zetten wat er allemaal speelt op het landgoed om alle gewenste en noodzakelijke ontwikkelingen in samenhang te bekijken.

1.3 Landgoedvisie Een landgoedvisie die inzicht biedt in de cultuurhistorische betekenis, de ruimtelijke kwaliteit, de belevingswaarde en de identiteit van het gehele landgoed is een noodzakelijke basis voor een duurzame instandhouding van het landgoed en het beoordelen van plannen die in dat kader worden gemaakt. Onderdelen van een dergelijke landgoedvisie zijn doorgaans: • een analyse van de cultuurhistorische waarden met een schets van de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis en een typering van de nog aanwezige kwaliteiten; 6

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

• • • • •

november 2020

een beschrijving van de huidige situatie; een overzicht van uitgangspunten en restricties vanuit het beleidskader van de diverse overheden en de uitgevoerde onderzoeken; een beschrijving van de plannen op hoofdlijnen; een visie op het gebruik en het beheer in de toekomst; het beoogde tijdspad en fasering van de nieuwe ontwikkelingen.

De landgoedvisie draagt een duidelijke en uitgewerkte ontwerpfilosofie uit op het gebied van de rode (bebouwing), groene (natuur en landschap), blauwe (water) en gele (recreatieve) functies én de samenhang daartussen. De herontwikkeling van het landgoed betekent een maatschappelijke meerwaarde voor het landschap, de natuur, de recreatie, het milieu, cultuurhistorische waarden en de waterhuishouding. Vormgeving van het landgoed, samenhang tussen huis en terrein en gebruik van (kunst)voorwerpen bepalen in hoge mate de toekomstige cultuurhistorische waarde. De ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied vormt een belangrijk vertrekpunt en een bron van inspiratie voor de visie op de toekomstige ontwikkeling. Een belangrijk onderdeel van een landgoedvisie bestaat uit een cultuurhistorische analyse met de daarbij horende schets van de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis - en een beschrijving van de huidige situatie zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Uit de cultuurhistorische analyse en de beschrijving van de huidige situatie volgen de bestaande kwaliteiten van het landgoed en de waarden die in de loop van de tijd zijn verdwenen of zijn afgenomen. Uit de analyse van de geschiedenis en van de huidige situatie van het landgoed volgt een aantal uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling.

Niet alleen de historie en de huidige situatie zijn leidend voor de toekomstige ontwikkeling van het landgoed. Ook uit het beleid van de diverse overheden, de van toepassing zijnde milieuaspecten en de bodemopbouw volgen te hanteren uitgangspunten en restricties voor het ontwikkelingsplan. Deze zijn in hoofdstuk 3 opgenomen. Hoofdstuk 4 bevat de formulering van de ontwerpfilosofie en de doelstellingen voor de toekomst. In hoofdstuk 5 worden de plannen voor het landgoed beschreven. Voor de overzichtelijkheid is het landgoed daartoe in 2 logische deelgebieden opgedeeld. Het westelijk deel: het gebied ten westen van de H.W. Iordensweg; het oostelijk deel: het gebied ten oosten van de H.W. Iordensweg. Per gebied wordt aandacht besteed aan zowel de bebouwing als aan de bossen en landerijen en bij het westelijk deelgebied daarbij nog het park en de moestuin. De tweede paragraaf van het hoofdstuk geeft inzicht in het toekomstig beheer van het landgoed. Het is belangrijk dat de landgoedvisie inzicht geeft in de maatschappelijke meerwaarde van de geprojecteerde ontwikkelingen. Zo kan het mogelijk maken van nieuwe functies op het landgoed beargumenteerd worden. De maatschappelijke meerwaarde is beschreven in hoofdstuk 6. Plannen maken is mooi maar die plannen moeten natuurlijk ook uitvoerbaar zijn.

Daartoe zal een exploitatieoverzicht gemaakt worden met daarin duidelijk een overzicht van alle te maken kosten van en alle te verkrijgen inkomsten uit de nieuwe ontwikkelingen. De conclusie van de uitvoerbaarheid is opgenomen in hoofdstuk 7. Het exploitatieoverzicht zelf is niet openbaar. In het laatste hoofdstuk 8 is een uitvoeringsoverzicht opgenomen met daarin een opsomming van de te nemen maatregelen met het bijbehorende tijdspad.

7

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

2 CULTUURHISTORISCHE ANALYSE EN HUIDIGE SITUATIE De cultuurhistorische analyse en huidige situatie is opgesteld op basis van het rapport van Stichting in Arcadië “Landgoed De Grote Noordijk, Historisch onderzoek & restauratie en revitalisatieplan voor de tuin en parkaanleg” met daarin historisch kaart- en beeldmateriaal.

2.1 Ontstaans- en Ontwikkelingsgeschiedenis In deze paragraaf wordt de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis van de Grote Noordijk op hoofdlijnen beschreven, waarbij de nadruk ligt op het gehele ensemble. De beschrijving is opgedeeld in een aantal op elkaar volgende belangrijke ontwikkelingsfasen. De beschrijving is gemaakt aan de hand van historisch kaartmateriaal en beschikbare literatuur. De in 2012 opgestelde bouwhistorische verkenning biedt een meer gedetailleerd inzicht in de bouwgeschiedenis van het grote huis. Voorgeschiedenis t/m 1740 Landgoed ‘‘De Grote Noordijk’’ ligt in de gemeente Voorst, ten noordwesten van Wilp. Het landschap waarin het landgoed ligt, weerspiegelt de regionale geologische ontstaansgeschiedenis van het IJssel dal en het oostelijk randlandschap van het Veluwemassief. Het is onderdeel van het stroomrugontginningsgebied op de grens van het dekzandgebied van de Veluwe en het rivierkleigebied van de IJssel. De bewoning ontwikkelde zich op de hoger gelegen dekzandruggen zoals in en rond Posterenk, Wilp-Achterhoek en ten noordwesten van Twello. Op deze dekzandruggen zijn de eerste bewoningssporen terug te vinden die dateren uit 12000 – 9000 voor Chr. De stroomruggen in deze omgeving werden zeker vanaf de 8e eeuw geoccupeerd. Ontginning van het gebied vond vanaf de 9e eeuw plaats. Het gebied ontwikkelde zich tot een agrarisch gebied.

De stroomruggen werden gebruikt voor akkerbouw, men teelde hier vooral rogge, gerst, haver, aardappelen, tarwe en boekweit. Vanaf de 18e eeuw zijn rondom Twello veel landgoederen en buitenplaatsen ontstaan. Met name rond de wegen van Apeldoorn naar Deventer en van Twello naar Voorst werden veel buitenplaatsen aangelegd. De naam ‘‘Noirtwijck’’ wordt voor het eerst genoemd op een tijdsrol uit 1432. In 1588 sprak men van ‘‘een erf in den Noirdijck’’ [een buurschap]. Mogelijk waren er al aan het begin van de 17e eeuw twee boerderijen aanwezig. In 1620 noemt men namelijk ‘‘Noordyks Guet’’ en ‘‘’t guet in den Noordyck’’. In 1662 werd behalve het ‘’Erf en goed Noordijk’’ ook ‘‘Derck Henrix Schoenmaeckers Hoffstede aende Noirtdijck’’ geregistreerd. Vanaf 1682 was er zeker sprake van een ‘‘Kleyne Noordyck’’. Rond 1675 was het Noordijk in eigendom van Hendrik van Wamel, een bakker uit Deventer. Aan het einde van de 17e eeuw of aan het begin van de 18e eeuw werd op de plek van de bestaande boerderij een nieuwe boerderij gebouwd. Dit deel vormt momenteel de oudste kern van het huidige huis De Grote Noordijk. In 1723 kwam De Grote Noordijk voor 2800 gulden in het bezit van Hendrik Lindeman (1696 -1758), later met zijn ‘‘Yzermoole’’ de pionier van de Deventer Industrie.

Datzelfde jaar kocht Lindeman ook de Kleine Noordijk, dat eigendom was geweest van Jan Noordinck, een tinnegieter te Deventer. Als zoon van een uit Duitsland afkomstige ondernemer zit het ondernemerschap in zijn bloed. In 1726 begint Lindeman een zeepziederij in de Polstraat in Deventer. Deze breidde hij in 1728 uit met een olie-, pel- en cementmolen in een van de waltorens aan de IJssel. Zijn compagnons zijn de gebroeders Van Delden, maar vanwege schulden en onderlinge ruzies komt het in 1733 tot een breuk. Veel van zijn bezittingen doet hij rond deze tijd weer van de hand. Zo ook de twee boerderijen Noordijk te Wilp. De Grote en Kleine Noordijk waren vroeger 2 aanzienlijke boerderijen. De naam Noordijk is waarschijnlijk afgeleid van Noirtwijck, welke benaming al voorkomt op een tijnsrol uit 1432. Beide boerderijen kwamen in 1723 in handen van Hendrik Lindeman uit Deventer. 8

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Geschiedenis ca 1740 t/m 1804 Hendrik Lindeman verkocht beide Noordijken in 1740 aan de Deventer koopman Hendrik van Loghem, een doopsgezind koopman te Deventer. Samen waren de boerderijen destijds ongeveer 80 hectaren groot. De Grote Noordijk is sindsdien altijd vererfd in de vrouwelijke lijn. En nooit meer verkocht; de huidige eigenaren stammen van deze Van Loghem af. Hendrik van Loghem was reeds in 1729 in het huwelijk getreden met Cristina Hofkes. Het haardstedenregister uit 1749 meldt dat De Grote Noordijk in dat jaar werd aangeslagen voor drie stookplaatsen en de Kleine Noordijk voor vier stookplaatsen. Volgens het register werd Noordijk bewoond door Jan Roelofs en de Kleine Noordijk door Albert Berents. Ten tijde van de verkoop waren de boerderijen gezamenlijk ongeveer 80 hectaren groot. Uit het Markeboek Aard en Aarderboek (1755-1842)1 valt op te maken dat de ‘‘Heer van Lochem’’ zijn bezit gestaag uitbreidde: • 1755: ‘‘Hofeneel in den Noorddijk, Heer van Lochem. 93 ½ [morgen]’’; • 1767: ‘‘Hofstede in de Noordijk, de heer van Lochem. 99 [morgen]’’; • 1770: ‘‘Den Groten & Kleijne Noordijk, De Heer Hendrik van Loghem, 105 ½ morgen’’. Aan het eind van de zeventiende eeuw of het begin van de achttiende eeuw werd van een bestaande boerderij een nieuwe boerderij gebouwd. Vanaf die tijd tot ca. 1725 wordt de boerderij in de loop van de tijd nog verschillende malen uitgebreid.

Het is onduidelijk wanneer dit precies gebeurde. Volgens Ten Hove en Stapelbroek (2005) bestond het latere Grote Noordijk vanaf ca. 1725 uit drie aan elkaar gebouwde huisjes van één bouwlaag met kap. In het midden van de 18e eeuw, ca. 1750 werd de boerderij van De Grote Noordijk aan de rechtervoorzijde voorzien van een landheer kamer, zodat de familie Van Loghem het pand voor de jacht en als buiten in de zomer kon gebruiken. Een landheer kamer is een kamer die gereserveerd was voor de pachtheer, in dit geval Hendrik van Loghem, en tegen de boerderij als extra kamer werd aangebouwd. In het huis is deze uitbouw nog herkenbaar, zo zijn de vroegere voordeur, het kelderraam (met diefijzer) en de vroegere gang nog aanwezig. De vroegere voordeur doet nu dienst als toegangsdeur naar de studeerkamer.

Tekeningen afkomstig uit “Bouwtechnische-/bouwhistorische opname Grote Noordijk, feb 2005 Marjan ten Hove en Bas Stapelbroek. Bouwfase 1670 tm 1750. Groene stippellijn en gele vlak is het huidige grondplan 9

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Op de kaart uit de Hottingeratlas (ca. 1785) is slechts een klein deel van De Grote Noordijk te zien. De Hottingerkaart is sjabloonmatig weergegeven. Uit deze kaart valt op te maken dat het gebied in en om de ‘‘Noord-Dyk’’ open is en grotendeels uit weiden en akkers bestaat. De loop van de huidige H.W. Iordensweg in het oosten en de Zonnenbergstraat in het noorden is te herkennen. Deze wegen hebben beplanting aan weerszijden. Er loopt een weg aan de westzijde van de H.W. Iordensweg, welke nog een stukje doorloopt aan de oostzijde (het huidige Noordijkpad). In de hoek van ten westen van de H.W. Iordensweg staat een boerderij weergegeven, dit gaat waarschijnlijk om het eerdergenoemde Kleine Noordijk. Ten noorden van deze boerderij ligt een smalle bosstrook. De boerderij met landheer kamer is op deze kaart niet zichtbaar.

Uitsnede uit het blad van de Hottinger atlas waarop een gedeelte van de Noordijk staat weergegeven ca 1785.

Geschiedenis 1804 t/m 1834 Uit het beschikbare materiaal voorhanden is nog onduidelijk hoe de vererving precies is verlopen. Duidelijk is dat de vererving via de vrouwelijke lijn tot stand moet zijn gekomen. Johanna Geertruid van Loghem (1737-1809), dochter van Hendrik en Christina, trouwde met Mr. Thimanus (ook wel Thiman, Tymen of Timen) Wilhelmus van Marle (1736-1805) op 26 mei 1767 te Wilp. Thimanus werd grootburger in 1770 en kende verder een loopbaan als advocaat, stadsprocurator en bij de Omwenteling in 1795 werd hij provisioneel representant van Overijssel en verwalter van het ambt Colmschate. Thimanus’ broer trouwde ook met een Van Loghem. De gezamenlijke boedel van de families Van Marle-Van Loghem bestond naast rijkgevulde portefeuilles met waardepapieren en obligaties uit woon-en pakhuizen rond de Rijkmanstraat, de Brink, de Zandpoort en de stadswallen, ‘‘een hof over de IJssel’’ en uitgestrekte landerijen met boerderijen op de IJsseloever. De landerijen rond Wilp, Twello en Nijbroek sloten ongeveer op elkaar aan. De Noordijken werd in 1804 verdeeld onder de kinderen van Thimanus en Johanna, waarbij De Grote Noordijk toekwam aan hun enige zoon Mr. Hendrik Willem van Marle (1768-1834) en de Kleine Noordijk aan zijn ongehuwde zuster Christina Margaretha van Marle (1770-1839).

Notaris Hendrik Willem van Marle maakte als eerste van zijn familie behoorlijk publiek carrière in Deventer; van secretaris en later wethouder naar burgemeester te Deventer. Hij trouwde met Petronella Jacoba Margaretha van der Wijck (1775-1861) in 1797; uit dit huwelijk werden twee zonen geboren. Hendrik Willem betrok met zijn familie de Hof van Colmschate, het ‘‘stamhuis’’ van de Van Marles, aan de Nieuwe Markt te Deventer.

10

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

In deze tijd wordt de boerderij uitgebreid met een bedrijfsgedeelte. Deze uitbreiding werd waarschijnlijk in verschillende fasen uitgevoerd. Ten Hove en Stapelbroek (2005) wijzen er in hun onderzoek op dat het bedrijfsgedeelte met een grote stal aan de achterzijde in de 2e helft van de 18e eeuw werd uitgebreid. (zie ‘plattegrond Noordijk voor 1807’) of dit deel daadwerkelijk zo groot was is niet aangetoond. In 1918-1923 werd de stal gesloopt. Een andere uitbreiding in deze periode was de vergroting van het woongedeelte van de 16eeeuwse boerderij, deze uitbreiding vond voor 1807 plaats. Op foto’s uit 1875 is dit bouwdeel nog aanwezig. In 1918 was het al gesloopt. In 1807 laat Hendrik Willem het grote huis van De Grote Noordijk verbouwen. Daarbij werd voor de landheerskamer een geheel nieuw landhuis gebouwd naar een ontwerp van W. van Nieuwenhuis, de latere stadsarchitect van Deventer. Ook werd de landheerskamer met een verdieping opgehoogd. Vermoedelijk is hij ook verantwoordelijk voor de wijzigingen aan de tuin- en parkaanleg rondom het huis, wellicht in dezelfde tijd als de verbouwing aan het huis. Er zijn geen ontwerptekeningen van de tuin- en parkaanleg uit deze tijd bekend.

Vergroting van bedrijfsdeel (links roze) en woongedeelte (wit uitstekend deel). Aan de voorzijde wordt een Landhuis (rechts roze) gebouwd. Groene stippellijn en gele vlak is het huidige grondplan. Tekeningen afkomstig uit “Bouwtechnische-/bouwhistorische opname Grote Noordijk, feb 2005 Marjan ten Hove en Bas Stapelbroek.

De werkelijke situatie van de park en tuinaanleg van De Grote Noordijk blijkt uit de kaart van M.J. de Man (ca. 1807-1815). Op deze kaart is wederom de loop van de huidige H.W. Iordensweg en 11

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Zonnenbergstraat zichtbaar, net als de weg ten oosten van de H.W. Iordensweg. Deze komt in het westen uit op het erf tussen de moestuin en het grote huis van de familie. Ten noorden van het huis ligt een vijver omringd met bomen. Het gebied tussen de vijver en de boerderij bestaat uit bospercelen en weiland. Ten zuiden van het huis ligt een moestuin. Op deze kaart is een aanleg in vroege landschapsstijl zichtbaar die waarschijnlijk aan het einde van de achttiende eeuw is aangelegd. Langs de H.W. Iordensweg ter hoogte van de boerderij ligt een smalle bosstrook met slingerende paden, die al eerder zichtbaar was op de Hottingerkaart. Vooral het langgerekte bosperceel ten zuidwesten van het huis is opmerkelijk. Dit bosperceel is doorsneden met twee slingerende paden die van noord naar zuid lopen en in het westen en zuiden pittoreske zichten over de weilanden en de boerderijen in de nabije omgeving opleverden. Ten westen van De Grote Noordijk loopt de Twellosche Beek.

Kaart van M.J. de Man. Kartering ca. 1807-1815

Kaart van M.J. de Man. Kartering ca. 1807-1815

12

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Kadastrale minuut 1832 Meer duidelijkheid betreffende de verdeling van de gronden vinden we op de kadastrale minuut van 1832. Hendrik Willem van Marle bezat in totaal ruim 127 hectare in Wilp. Daarmee was hij één van de grootste particuliere grondeigenaars van Wilp (achter rentenier R.A. van Otterbeek en stadsontvanger Adam van Doorninck die allebei rond de 147 hectare grond bezaten). Samen met zijn stadsgenoten Van Doorninck en Hendrik Budde begeeft Hendrik Willem zich in 1820 op de Wilpse ‘‘vastgoedmarkt’’. Uit bewaard gebleven documentatie blijkt dat het trio gezamenlijk 35 percelen grond voor fl. 225.000 koopt, waaronder Huis en Havezaat de Lathmer en Den Leeuwenberg. In de loop der tijd wordt een deel van de verworven goederen weer verkocht, waarbij de Lathmer uiteindelijk aan Van Doorninck wordt toebedeeld. Op de kadastrale minuut is het grote huis met kleinere agrarische bijgebouwen (waarschijnlijk stalling of bergingen), twee hooibergen (als kleine bruine cirkels op de kaart aangeduid) met daarnaast een schaapskooi ingetekend (nr. 22), waaruit blijkt dat het boerenbedrijf nog duidelijk aanwezig was. Het erf is aangesloten op de Zonnenbergstraat in het westen. Uit de duiding van het gebruik van de percelen ten noorden en ten westen van het grote huis blijkt de functie van Noordijk als buitenplaats. Zo is een groot perceel tussen de uitweg (nr.

25) en de Zonnenbergstraat aangeduid als ‘‘terrein van vermaak’’ (nr. 20) met daarbinnen de vijver (nr. 21) die ook op de kaart van De Man was aangegeven. Deze vijver is sindsdien in vorm ongewijzigd gebleven. Tussen ca. 1815 en 1832 is dit perceel veranderd in een parkbos. Ten oosten en ten zuiden van het grote huis liggen moestuinen (nrs. 23, 32 en 31bis). Het langgerekte bosperceel (nr. 109) ten zuidwesten van het huis bestaat uit hakhout. Hieronder ligt in het verlengde een perceel ‘‘opgaand geboomte’’ (nr. 99). In de directe omgeving van het huis lagen ook enkele percelen weiland (nrs. 33, 31 en 24). Verder zuidwaarts lagen nog meer percelen bouwland, weiland en hakhout eveneens als enkele boerderijen (nr. 86, 97) en een bakhuis (nr. 89). De percelen (nrs. 26-29) langs het oostelijk deel van de uitweg tegen de H.W. Iordensweg aan waren in het bezit van Christina Margaretha van Marle. Dit betrof de boerderij De Kleine Noordijk met een hooiberg en bijgebouw (nr. 27). Ten westen van de boerderij lag een perceel weiland (nr. 26). Ten zuiden en zuidwesten van de boerderij lagen moestuinen (nrs. 28-29). Ook bezat zij percelen aan de andere zijde van de H.W. Iordensweg (nr. 509 – 524, 560-561), bestaande uit hakhout, bouwland en weiland.

13

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Percelen in het bezit van (de erven van) H.W. van Marle in Wilp, Sectie F: nr. 20 terrein van vermaak; nr. 21 vijver; nr. 22 huis en erf “Het Noordijk”; nr. 23 tuin; nr. 24 weiland; nr. 25 uitweg als weiland; nr. 31 weiland; nr. 31bis tuin; nr. 32 tuin; nr. 33 weiland; nr. 34 bouwland Percelen in het bezit van C.M. van Marle in Wilp, Sectie F: nr. 26 weiland; nr. 27 huis en erf “Boerderij Klein Noordijk”; nr. 28 tuin; nr. 29 tuin.

Geschiedenis 1834 t/m 1892 In 1834 overlijdt Hendrik Willem van Marle en wordt als eigenaar opgevolgd door zijn zoon mr. Thiman Willem van Marle (1798-1862). Thiman was rechter en gedeputeerde van Overijssel. Hij trouwde op late leeftijd, pas in 1845, met Françoise Maria Weerts (1800-1877). Het echtpaar kreeg geen kinderen. De Kleine Noordijk kwam na de dood van Christina in 1839 in het bezit van de andere zoon van Hendrik Willem van Marle: de notaris Hendrik Willem (1806-1880). Deze trouwde in 1830 met Carolina Ernestina Visser (1806-1878). Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren. Na het overlijden van 14

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Thiman in 1862 verbleef zijn vrouw nog tot haar dood in 1877 elke zomer op De Grote Noordijk. Na haar dood ging De Grote Noordijk over op haar neef Hendrik Willem Jacob van Marle (18311892), raadslid, wethouder, lid van de Provinciale en van de Gedeputeerde Staten van Overijssel. Deze trouwde in 1858 met zijn volle nicht Swanida Helena Fetmenger (1833-1859). Uit dit huwelijk werd slechts één kind geboren, dat maar een half jaar oud werd. Swanida stierf na ruim een jaar huwelijk en Hendrik zou nooit hertrouwen. Hij zou bekend worden als stichter van de botermarkt aan de Stromarkt te Deventer en liet het stamhuis van de Van Marle’s, het Hof te Colmschate, als legaat na aan de gemeente Deventer om er het gymnasium in te huisvesten. Vanaf 1850 vinden er voortdurend wijzigingen plaats op zowel bouwkundig als landschappelijk gebied. Op de topografisch militaire kaart van rond 1850 is over het algemeen weinig veranderd qua indeling sinds het kadastrale minuutplan uit 1832. Er zijn enkele uitwegen bijgekomen, zoals de weg in zuidelijke richting die van het grote huis langs de moestuin en het weiland en door het hakhoutbos in het oosten loopt. Deze is aan weerszijden beplant. Op de kaart is duidelijk een rondwandeling te zien die van het noordelijk naar het zuidelijk parkbos en vervolgens via bosstroken langs het weiland door het hakhoutbos in het oosten loopt richting de huidige H.W.

Iordensweg. De padenstructuur lijkt ook aan te sluiten op het bosperceel ten noorden van de H.W. Iordensweg, al was dit perceel niet in het bezit van de familie van Marle. Rond 1850 wordt de schuur ten zuiden van het grote huis van De Grote Noordijk verbouwd tot een koetshuis met stal en verrijst daarnaast een tuinmanshuis. In 1856 wordt het huidige landhuis De Kleine Noordijk gebouwd in het gebied ten oosten van de H.W. Iordensweg en in 1858 verdwijnt de boerderij ten westen van deze weg. Deze woning wordt gebouwd in opdracht van Petronella van Marle-van der Wijck (1775-1861), weduwe van de in 1834 overleden Hendrik Willem van Marle, naar ontwerp van de stadsbouwmeester van Deventer B. Looman. Het gebied rond De Kleine Noordijk wordt in landschapsstijl aangelegd. Deze aanleg wordt afgestemd en georiënteerd op de aanleg van De Grote Noordijk. Op de kaart uit 1867 is de aanleg van De Kleine Noordijk in afstemming met De Grote Noordijk duidelijk te zien. De eerdergenoemde wegenstructuur rondom het grote huis De Grote Noordijk is nog aanwezig. Er zijn twee opritten opstaan: één die vanuit de splitsing van de Zonnenbergstraat en de H.W. Iordensweg door het noordelijk parkbos (1832: ‘‘terrein van vermaak’’) naar het huis loopt, en een licht gebogen laan welke door het oostelijk parkbos (1832: ‘‘hakhout’’) ten oosten van de H.W.

Iordensweg aansluit op het padenstelsel rondom De Kleine Noordijk. Het weiland tussen het grote huis en de H.W. Iordensweg werd ingericht als weide, waarbij aan de randen drie groeperingen van solitaire bomen zijn geplaatst. Ook het bos met slingerpaden ten zuidwesten van het grote huis is in vorm enigszins gewijzigd. Een kleine uitbreiding van het bos had plaatsgevonden, waarbij een gedeelte van het gebied ten oosten daarvan ook bos is geworden. Tevens ligt ten oosten van het bos ook een ronde groepering van bomen. Aan de bosrand van het zuidelijke parkbos in de zichtlijn van het grote huis is een kleine overkapping (koepel) aanwezig. Langs de bosrand loopt een monumentaal hek van houten palen. Tussen ca. 1870-’90 vonden meerdere wijzigingen plaats aan het huis. In 1870 werd tegen de linkerzijgevel een veranda over twee verdiepingen gebouwd. De houten balustrades waren versierd met gietijzeren ornamenten die zijn geleverd door de bekende ijzerfabriek Nering-Bogel uit Deventer. Ook werd de achterzijde van het huis uitgebreid met een wagenloods. De uitbreiding van de wagenloods was de laatste uitbreiding van het bedrijfsdeel. Er zijn ontwerptekeningen van architect W. Metzelaar uit 1881 bewaard gebleven waarin het grote huis een kasteelachtig uiterlijk zou krijgen. Vanwege de hoge kosten zijn deze plannen niet uitgevoerd.

15

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Aanbouw van de veranda en de wagenloods. Tekeningen afkomstig uit “Bouwtechnische-/bouwhistorische opname Grote Noordijk, feb 2005 Marjan ten Hove en Bas Stapelbroek.

Linksboven: uitsnede De Grote Noordijk van nettekening Topografische Militaire Kaart, ca. 1850. Rechtsboven: uitsnede chromo topografische kaart 1867. www.topotijdreis.nl

16

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Het Grote huis omstreeks 1870 met de wagenloods achter de verbrede boerderij.

Rond 1890 op de plaats van het binnenterrein een studeerkamer gebouwd. Ook werd de veranda met een travee (ca. 1,5 m) ingekort. Mogelijk werd ook het linkerdeel van de boerderij tijdens deze verbouwing afgebroken.

Bouw van studeerkamer op de binnenplaats. Tekeningen afkomstig uit “Bouwtechnische-/bouwhistorische opname Grote Noordijk, feb 2005 Marjan ten Hove en Bas Stapelbroek

17

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Geschiedenis 1892 t/m 1919 Na het kinderloos overlijden van Hendrik Willem Jacob in 1892 vererfde De Grote Noordijk op zijn zus Christina Margaretha van Marle (1835-1919). Zij trouwde in 1865 met Pierre François de Friderici (1867-1916). Haar man had niet gestudeerd, maar werd commies eerste klasse op het postkantoor aan de Kleine Overstraal te Deventer waar zijn grootvader directeur was. Toen zijn grootvader afscheid van de post nam, verdween ook de kleinzoon van het kantoor, en wijdde Pierre zich verder aan het beheer van zijn vermogen, in het bijzonder van zijn grondbezit. Op de kaart van 1894 zijn enkele wijzigingen waar te nemen ten opzichte van de kaart van 1867. In het weiland ten noorden van de rechte uitweg ligt een schaapskooi, die omstreeks 1890 is gebouwd. De bosstrook met het daarnaast gelegen pad ten zuiden van het oostelijk parkbos is niet meer op deze en volgende kaarten zichtbaar. De weg door het noordelijk parkbos is daarentegen duidelijk zichtbaar op deze kaart, waardoor er een rondweg tot stand is gekomen die De Grote Noordijk met De Kleine Noordijk verbindt. Ook is de indeling van de moestuin ten zuiden van het grote huis duidelijk zichtbaar. Ten noorden en zuiden van de moestuin ligt een strook met bomen, hierbij gaat het in het zuiden om een boomgaard.

Ruim voor 1900 waren er bij de tuin een druivenkas (muurkas), een bloemenkas en vanaf 1892 een kleine kweekkas aanwezig. In 1897 werd de tuinmuur opnieuw opgemetseld. De kaart uit 1911 toont dat de oude, rechte uitweg geheel is verdwenen. Dit gebeurde aan het einde van de 19e eeuw. Daarnaast is ook de schaapskooi op deze kaart niet meer zichtbaar.

Links: uitsnede chromotopografische kaart 1894. www.topotijdreis.nl. Rechts: uitsnede chromotopografische kaart 1911. www.topotijdreis.nl.

18

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Geschiedenis van 1919 t/m 1958 Na het overlijden van het echtpaar De Friderici-Van Marle kwam De Grote Noordijk toe aan hun dochter Caroline Ernestine de Friderici (1870-1958). Hun dochter Esther Wilhelmina de Friderici (1867-1945), getrouwd met Joan Gerard Besier (1860-1911), erfde De Kleine Noordijk. De zussen besloten als erfgenamen het huis van hun ouders in de stad Deventer te verkopen en permanent de Noordijken te bewonen.

Christina Margaretha de Friderici van Marle met haar dochter Esther Wilhelmina Besier-de Friderici en twee kleindochters Christina Margaretha en Augustina Gerharda Besier bij de veranda van De Grote Noordijk, 1912. Stadsarchief Deventer, Familie Besier,inv nr 398-16.

Voor het huis van De Grote Noordijk werd al reeds in november 1917 een vergunning aangevraagd voor het afbreken van het boerderijgedeelte achter het landhuis. Deze verbouwing vond tussen 1918 en 1923 plaats en resulteerde in het huidige grondplan van het grote huis. Bij de tekeningen van een bouwaanvraag van november 1917 staat hierover geschreven: ‘De verbouwing bestaat uit ’t afbreken van den stal met overdekte schuur en gang en ’t verplaatsen van enige kozijns, ’t opkrikken van een gedeelte van den achtergevel en zijgevel met bijkomende werken’. Tijdens deze verbouwing werd de trap in het achterhuis verplaatst. Een deel van de huidige achtergevel werd tijdens deze verbouwing gerealiseerd en de gehele linkerzijgevel werd opnieuw opgetrokken. Het boerenbedrijf verdween gaandeweg en het huis kreeg in zijn geheel de functie als buitenplaats.

19

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Rond 1918 wordt op de binnenplaats een studeerkamer gebouwd. Tekeningen afkomstig uit “Bouwtechnische/bouwhistorische opname Grote Noordijk, feb 2005 Marjan ten Hove en Bas Stapelbroek

Rond 1930 werden de T-schuiframen vervangen door vensters met roedeverdeling in een Lodewijk XVI-stijl. De vensters boven de entree werden eveneens aangepast in een Lodewijk XVI-stijl en in de hoeken afgerond. Rond dezelfde tijd werd het hoofdhuis voorzien van elektriciteit en een verwarmingsinstallatie. Mogelijk werd tijdens deze verbouwing (of die in 1918) op de studeerkamer een kleine uitbouw met wc gerealiseerd.

De studeerkamer met de uitbouw voor de wc. Foto cultureelerfgoed.nl

De kaart van 1933 toont dat er een nieuw pad van het grote huis naar het midden van de dwarslaan in het noordelijk parkbos loopt. Ten westen van de locatie van de voormalige schaapskooi is in de 20

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

bosrand een prieel geplaatst. Vanaf 1930 lag ten oosten van het prieel een tennisbaan. Achter de tennisbaan in het noordelijk parkbos werd een houten huisje geplaatst. Verder is de moestuin in grootte afgenomen. De perceelindeling rond de boerderij ten zuiden van het zuidelijk parkbos is veranderd. Daarbij zijn twee hoeken van het meest zuidelijke deel van het parkbos gekapt en in gebruik genomen als weide en bouwland. Dit is ook duidelijk te zien op de luchtfoto’s uit 1944 en 1945. Op de foto uit 1945 is ten oosten van de tennisbaan ook een poel zichtbaar. Deze structuur dateert waarschijnlijk al uit de 19e helft.

Foto van het houten huisje dat in het noordelijk parkbos ter hoogte van de tennisbaan stond. Collectie Van Lynden - Strick van Linschoten.

Uitsnede chromo topografische kaart 1933. www.topotijdreis.nl. 21

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

De huidige topografie (BGT) is met witte lijnen geprojecteerd op de RAF-luchtfoto van De Grote Noordijk, 13 sept 1944 www.dotkadata.com. Bewerking Stichting in Arcadië, 2019

RAF-luchtfoto De Grote Noordijk, 15 maart 1945 www.dotkadata.com 22

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Ook in de ruimtelijke omgeving in het gebied ten oosten van de HW Iordensweg vinden er veranderingen plaats. Aan het Noordijkpad verrijzen panden op nummer 1 (1950) en nummer 2 (1951), beide in een architectuur karakteristiek voor de wederopbouwperiode met invloeden van de Delftse school. Bij het pand op nummer 2 wordt tevens een schuur gebouwd in 1951.

Geschiedenis van 1958 t/m 1985 In 1958 overlijdt Carolina Ernestine en komt De Grote Noordijk toe aan haar nicht Augustina Gerharda Besier (1896-1985), de jongste dochter van haar zus Esther en haar man Joan. Zij trouwde in 1922 met jhr. mr. Gustaaf Adolf Strick van Linschoten (1894-1968). Samen kregen zij drie kinderen: Jan Ludolf (1923-2015), Esther Wilhelmina (1926-2015) en Ludolph Daniël (1931-2003). Na zijn promotie in de juridische faculteit was Gustaaf burgemeester van achtereenvolgens Krabbendijke, Zwollerkerspel en Zwolle, alsmede rechter-plaatsvervanger in de Zwolse rechtbank. Na zijn pensionering in 1960 betrokken Augustina en Gustaaf De Grote Noordijk. Vanaf omstreeks 1955 is er sprake van een vereenvoudigd padenstelsel, zichtbaar op de kaart van 1957. Er is ook een wijziging van paden rond de noordelijke oprit; deze lopen nu door het noordelijk parkbos in plaats van erlangs. De eerdere vertakking van de noordelijke oprit naar het grote huis is verdwenen. Daarnaast is een weg aangelegd dat de noordelijke oprit verbindt met het Noordijkpad ten oosten van de H.W. Iordensweg. In de loop van de jaren ‘60 wijzigt de vorm van het zuidelijk parkbos. Aan de westzijde van het zuidelijk parkbos werd rond 1965 een afzonderlijk natter bosgedeelte met populieren en essen toegevoegd (rond 1976 breidt dit bosgedeelte zich verder uit).

De percelen weide- en bouwland ten zuidoosten van het parkbos worden omstreeks 1968 weer bosgrond. Verder werd de cirkelvormige groep tamme kastanjes ten oosten van het zuidelijk parkbos door een rechthoekige groep populieren vervangen. Begin jaren ‘70 is nog maar een klein gedeelte van de moestuin aanwezig en is de tennisbaan uit het landschap verdwenen. Door een brand eind jaren ‘70 is de ijskelder met houten constructie in het zuidelijk parkbos verloren gegaan. Begin jaren ‘80 werd de H.W. Iordensweg opnieuw beplant.

Augustina Gerharda Besier met planten en bloemen in de weer op De Grote Noordijk. Foto links uit ca. 1980, foto rechts uit 1973. Collectie Van Lynden-Strick van Linschoten.

23

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Uitsnede chromotopografische kaart 1957. www.topotijdreis.nl.

Uitsnede chromotopografische kaart 1978. www.topotijdreis.nl.

24

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Bij de tot het landgoed behorende (voormalige) boerderij op nummer 2 worden schuren gebouwd in 1968, 1973 en 1975. In 1975 verrijst in het bosperceel tussen de H.W. Iordensweg en het Noordijkpad een woning (bungalow), thans Noordijkpad 1A. Naast de woningen en schuren die in deze periode worden gebouwd is een belangrijke wijziging de aanleg van de autosnelweg A1, welke in 1972 werd geopend. Het tracé doorsnijdt de landerijen die tot De Grote Noordijk behoorden. Hierdoor veranderde ook het zicht vanuit het grote huis; eerst had men vrij zicht richting het zuidelijk landschap met weide, boerderijen, hagen en parkbosranden, sindsdien kijkt men uit op de autosnelweg A1. Daarnaast bracht de ruilverkaveling wijzigingen in het grondbezit met zich mee. Volgens een rapport over Oost-Veluwse buitenplaatsen in 1980 bedroeg het totaal aaneengesloten oppervlak van De Grote Noordijk toen 72 ha, waarvan ca. 42 ha agrarisch werd gebruikt.

Situatie omstreeks 1970 met ingetekend het beoogde tracé van de A1.

25

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

De grote parkweide van De Grote Noordijk met koeien. Rechts van het huis is in de bosrand van het noordelijk parkbos het prieeltje zichtbaar foto ca. 1980. Collectie Van Lynden-Strick van Linschoten.

Links: Prieel in de noordelijke parkbosrand aan de voorweide, foto uit 1973 met de uitvergroting van de theekoepel. Collectie Van Lynden-Strick van Linschoten. Rechts: zicht op het grote huis De Grote Noordijk, de tuinmanshuis en het koetshuis. Op de voorgrond is het hek van betonnen paaltjes en een solitaire boom te zien, foto uit 1973. Collectie Van Lynden-Strick van Linschoten. 26

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Luchtfoto van De Grote Noordijk genomen door Art Hijmans, 1970 Op deze foto is te zien dat de kern rond het grote huis in goede staat verkeerde. Tussen het koetshuis en het tuinmanshuis is een erf in gebruik. In de randen van het noordelijk parkbos is een mooie beplanting met sierheesters aanwezig. Duidelijk zichtbaar is dat nog maar een klein gedeelte van de moestuin in gebruik is en dat achter het grote huis is een stuk grond als nutstuin in gebruik genomen. Rechtsonder is een gedeelte van het hek van de parkweide met landhek zichtbaar. Duidelijk is te zien dat de studeerkamer een plat dat heeft en het dak van het voorhuis 3 torentjes. Collectie Van Lynden-Strick van Linschoten. Bewerking: Stichting in Arcadie 2019.

Geschiedenis 1985 - 2015 Na het overlijden van Augustina Strick van Linschoten- Besier in 1985 wordt het landgoed De Grote Noordijk als onverdeelde boedel beheerd door haar oudste zoon jhr. mr. Jan Ludolf Strick van Linschoten. Omdat het grote huis niet meer permanent wordt bewoond raakt het langzaam in verval. Dit geldt ook voor de tuin- en parkaanleg die in deze periode verschraalt en in kwaliteit steeds verder achteruitgaat. Het landgoed heeft in deze periode ook veel te lijden door vandalisme. In 1985 besluit de laatste eigenaresse van De Kleine Noordijk, mevrouw Van Heurn-Besier, haar bezit over te dragen aan Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK). In 1989 wordt de kern van De Kleine Noordijk met koetshuis, stal, tuinmanshuis en fazanterie door GLK in erfpacht aan nieuwe particuliere bewoners uitgegeven. GLK houdt zelf het bezit en beheer van de grotere parkaanleg.

27

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Een rapportage met aanzet tot het herstelplan van De Grote Noordijk uit 1985, opgesteld door ir. Vincent Grond op verzoek van het Samenwerkingsorgaan Oost-Veluwe, beschrijft de (jammerlijke) toestand van het landgoed. Grond stelt dat het beheer voornamelijk in de bossen heeft afgespeeld en in de directe woonomgeving er al geruime tijd geen onderhoud heeft plaatsgevonden. Hij constateert dat het bomenbestand erg ‘‘sleets’’ is en dat met de noodzakelijke verjonging te laat is gestart. Achterstallig onderhoud aan de beplanting, volgegroeide uitzichtheuveltjes, verlaging van het grondpeil (waardoor waterlopen droog kwamen te staan en de vijvers een lage waterstand hadden) en dichtgegroeide bospaden maakten het eens zo glorierijke landgoed een schim van wat het was geweest. De rapportage bespreekt ook de plannen van de beheerder om de situatie zoals te zien op de kaart van De Man gedeeltelijk te herstellen. Jan Ludolf Strick van Linschoten wilde de geometrische stijl versterken door middel van in totaal zes op het huis gerichte lanen en rotondes voor en achter het huis. Hij vond een classicistische parkaanleg meer passen bij de stijl van het grote huis dan de aanleg in landschapsstijl. Ir. Grond geeft een negatief advies voor deze plannen omdat door deze plannen ‘‘de landschappelijke vormgeving, die het huidige aanzien zo de moeite waard maakt, [wordt] afgezwakt’’.

Grond maakte zelf een plan voor het herstel van het gebied van ca. 5 ha rondom het grote huis, deze plannen zijn niet uitgevoerd. Het plan hield het volgende in: • ‘‘Het verduidelijken van de ‘landschappelijke’ oriëntatie’’ door de bosrand een vloeiender verloop te geven door het verwijderen van struiken en kappen van coniferen, verplaatsen van het kwekerijtje naar de moestuin en nieuwe aanplant; • ‘‘Het verduidelijken van de ‘formele’ oriëntatie’’ door de rechthoekige insnijding scherper en duidelijker te maken, een drooggevallen sloot (oude ontginningsweg die van het grote huis recht naar de Zonnenbergstraat loopt) van een ondoorlatende bodem te voorzien en weer met water te vullen; • Uitvoeren van verder achterstallig onderhoud door uitvoeren van dunningen in boom- en struikgroepen en verwijderen van nieuw inplanten van bomen en struiken; • Versterken van de beslotenheid in de tuin achter het huis; • Aanpassing van ontsluiting door het weghalen van de verkeersronding en herstel van een gedeeltelijk bestaand en verwaarloosd pad achter het huis. Het masterplan van Jan Ludolph Strick van Linschoten is slechts voor een klein deel uitgevoerd. In 1994 werd een rechte beukenlaan van de H.W. Iordensweg naar het grote huis aangeplant, al volgt deze laan niet het tracé van de verdwenen oeroude uitweg. Reeds in 1986 werd de H.W. Iordensweg verbreed met twee fietspaden.

In 2001 volgde een laatste verbouwing van het grote huis. Tijdens deze verbouwing werd de kap van het voorhuis gesloopt, vergroot en ingrijpend vernieuwd. De hoogte van de kap is teruggebracht naar de ‘oorspronkelijke’ hoogte. De kapvergroting en verhoging van de muur boven de studeerkamer heeft tot gevolg dat er een nieuwe kamer boven de studeerkamer ontstond.

28

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

november 2020

Nieuwe kap op voorhuis en kamer boven de studeerkamer. Afkomstig uit “Bouwtechnische-/bouwhistorische opname Grote Noordijk, feb 2005 Marjan ten Hove en Bas Stapelbroek.

Ook werd er rond die tijd een nieuwe ontsluiting van het landgoed aan de achterzijde gerealiseerd en een wandelpad aangelegd om de vijver heen om een aansluiting te maken met het achterbos. Op de kaart van 2002 zijn deze te zien evenals de nieuw aangeplante beukenlaan. In 2009 was er sprake van een rechtszaak betreffende het storten van puin op De Grote Noordijk ten behoeve van de aanleg van funderingen en opsluitkanten van te verharden paden en wegen. Jan Ludolph had een ontheffing van de Wet milieubeheer hiervoor gevraagd, maar deze ontheffing werd door het college van gedeputeerde staten van Gelderland geweigerd.

Uitsnede chromotopografische kaart 1985. www.topotijdreis.nl

29

De Grote Noordijk - Landgoedvisie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9662556/2