CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan - bijlagen bij de toelichting (2021-64065)

gemeenteraad 20 december 2021, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Wilpsedijk-N790 (2021-63595)20.458 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Wilpsedijk-N790 Planfase vastgesteld

Wilpsedijk-N790

Voorst

bestemmingsplan

Wilpsedijk-N790

identificatie

planstatus

identif icatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0285.20299-VS00

24-09-2020

concept voorontwerp

projectnummer:

20191416

opdrachtleider:

C.N. Leenstra

2

10-05-2021

ontwerp vastgesteld

Wilpsedijk-N790

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

5

Bijlage 1

Ruimtelijk inpassingsplan

6

Bijlage 2

Onderbouwing ruimtelijke inpassing

8

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan Voordersteeg 39

20

Bijlage 4

M.e.r. beoordeling Wilpsedijk

22

Bijlage 5

Onderzoeksprotocol

57

Bijlage 6

Watertoets

76

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

80

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek

89

Bijlage 9

Projectgebonden Risico Analyse

201

Bijlage 10

Detectierapportage

262

Bijlage 11

Toetsing Wet natuurbescherming

284

Bijlage 12

Memo stikstofdepostitie

339

Bijlage 13

Voortoets Ecologie

366

Bijlage 14

Bomen Effect Analyse

408

Bijlage 15

Inventariserend veldonderzoek archeologie

445

Bijlage 16

Zienswijzennotitie

541

3

Wilpsedijk-N790

4

Wilpsedijk-N790

Bijlagen bij de toelichting

5

Wilpsedijk-N790

Bijlage 1 Ruimtelijk inpassingsplan

6

Wilpsedijk-N790

Bijlage 2 Onderbouwing ruimtelijke inpassing

8

Ontwerp Wilpsedijk N790 tussen Wilp en De Hoven Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld:

10283 21 oktober 2020 Francis Schaefers Francis Schaefers

Het Gelders DijkDNA In heel het land worden verschillende dijkversterkingsmaatregelen uitgevoerd. Deze maatregelen zijn erop gericht de dijken toekomstbestendig te maken en het binnendijkse land veilig te houden. Deze opgaven hebben een stevige ruimtelijke impact. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen in dijkprojecten is het DijkDNA opgesteld. Ook de Wilpsedijk wordt gereconstrueerd maar de voorgestelde maatregelen voor de Wilpsedijk worden niet uitgevoerd in het kader van het hoogwaterbeschermingsprogramma, maar zijn voornamelijk een infrastructurele aanpassing, waarbij het fietspad vrij van de hoofdrijbaan komt te liggen. Om dit mogelijk te maken is er echter wel een aanpassing van het dijkprofiel nodig, en wordt de dijk verbreed. Het DijkDNA geeft generieke principes, principes per landschapstype en opgaven mee voor het ontwerp van de dijk en de dijkzone. In dit document wordt het ontwerp van de Wilpsedijk en de uitgangspunten van het DijkDNA naast elkaar gelegd.

Generieke principes In het document “Ruimtelijk Perspectief Dijken Gelderse IJssel en Splitsingspuntengebied” worden enkele generieke uitgangspunten gegeven die voor de gehele IJseldijk gelden. Deze zijn hieronder weergegeven. • De dijk heeft een compacte eenduidige en herkenbaar dwarsprofiel o Eenvoudige hoofdvorm o Ononderbroken taluds • Voorbouwen op kenmerken van tracé o Bochtig tracé blijft behouden o Rechte tracé blijft behouden • Continu doorlopend dwarsprofiel o Zo continu mogelijk dwarsprofiel over langere lengten o Dijk heeft een autonoom en doorgaand karakter en reageert alleen op elementen van gelijke hiërarchie • Vanzelfsprekende overgangen o Overgangen van taluds worden op een vanzelfsprekende logische manier opgelost (gekoppeld aan een zijweg, bomenrij of andere elementen) • Afritten zijn ondergeschikt aan de dijk, zo minimaal mogelijk voorgegeven • Minimum aan hekwerken • Ontwikkelen van bloemrijke dijken • Beplanting op de dijk o Beplanting in de vorm van bomen en hagen zorgt voor beschutting en verschaft uitzicht vanaf de dijk. o Beplanting die verwijderd wordt, wordt zoveel mogelijk op en langs de dijk gecompenseerd.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 1

Principes voor een dijk in het oeverwallen landschap • • • • •

Agrarisch grondgebruik (boomgaarden, akkers, weidegrond) en beplantingsstructuren (hagen, houtwallen, bosjes en bomenrijen) lopen door tot aan de dijkteen. Tevens heggen op de dijk; Indien er voor de dijkversterking een berm nodig is, dan voorkeur voor een leeflaag of wig waarop het grondgebruik/beplanting wordt voortgezet over de berm tot aan de hoofdvorm van de dijk; Behoud verspreide bebouwing langs de dijk (o.a. dijkwoningen, erven langs de dijk); Afwisseling openheid-beslotenheid; Voortzetten kenmerken binnendijks landschap (beplanting, kavelstructurenverkaveling) in buitendijks gebied ter plaatse van oud-hoevig land.

Opgaves Buiten de principes zijn ook enkele opgaves benoemd in het DijkDNA, enkele relevante worden hier benoemd. • Behouden van erfgoed o Inpassing van landgoederen o Inpassing van industrieel erfgoed • Versterken verdwenen erfgoed o Versterken van militair erfgoed zoals het inlaatwerk • Dijk als belevingslijn o Principe de versnelde dijk ▪ Autoweg op prominente plek in het dijkprofiel met optimaal zicht over het IJssellandschap ▪ Creëren van een veilige en aantrekkelijke plek voor de fietser binnen het dijkprofiel of juist als vrij liggende route door de uiterwaarden ▪ Enscenering van de route: behouden en ontwikkelen landschapselementen langs de route ▪ Zichtlijnen en panorama’s naar de rivier toe openhouden.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 2

Figuur 1 Uitsnede uit het DijkDNA.

Ontwerp Wilpsedijk in relatie tot het DijkDNA Voor het realiseren van een vrij liggend fietspad boven op de Wilpsedijk is een bredere kruin van de dijk noodzakelijk. Door het verbreden van de kruin zal de gehele dijk verbreed worden. Bij het ontwerp is rekening gehouden met het DijkDNA en zijn de principes en opgaves voor zover mogelijk toegepast op het ontwerp.

De dijk als lijn De gehele dijk ligt in het oeverwallen landschap en kenmerkt zich door een kronkelig verloop. Om het karakter van een dijk door het oeverwallen landschap te behouden en te versterken wordt ervoor gezorgd dat de structuren die aan de dijk grenzen zoveel mogelijk behouden worden, en waar deze verdwijnen er op dezelfde locatie gecompenseerd worden. Ook wordt de karakteristieke haag die de kronkeling van de dijk accentueert opnieuw teruggebracht en versterkt. Het kenmerkende dijkprofiel zal door de aanpassing wel verbreden. Er is daarom gekozen de haag niet aan de rand te zetten maar in de tussenberm tussen het fietspad en de rijbaan. Hierdoor ontstaat een optische versmalling van de dijk. De haag blijft over de gehele lengte van de oude loop van de Wilpsedijk de dijk volgen. Ook ter hoogte van de kruising met de A1 zal de haag over de dijk lopen (losgekoppeld van de weg die daar van de dijk af gaat). Het uniforme dwarsprofiel van de dijk wordt zoveel mogelijk behouden.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 3

Figuur 2 Principedoorsnede toekomstige situatie Wilpsedijk.

Het fietspad op een andere hoogte (hoger of lager) dan de rijbaan plaatsen zoals in het DijkDNA wordt voorgesteld is niet wenselijk. Hierdoor wordt een groot deel van de kenmerkende panorama’s weggenomen voor een deel van de gebruikers. Verder zal een dergelijke ingreep ook tot resultaat hebben dat de voet van de dijk breder wordt waardoor meer landschapselementen aan de voet van de dijk in de knel komen.

Punten langs de dijk Langs, in en op de dijk zijn meerdere plekken waar door de reconstructie ontwerpopgaven ontstaan. De keuzes ter hoogte van deze plekken worden in de onderstaande alinea’s behandeld. Zijwegen Ter hoogte van de zijwegen van de Wilpsedijk is een onderbreking van het uniforme dwarsprofiel van de dijk. Onderbrekingen of wijzigingen in het dijkprofiel worden gekoppeld aan landschappelijke structuren, in dit geval zijwegen. Vanwege de regelgeving met betrekking tot beplanting op een dijk is het niet mogelijk bomen te plaatsen ter hoogte van de zijwegen. Te hoogte van de zijwegen wordt de haag onderbroken, wat al attendeert op een zijweg, het aanplanten van bomen zou dit verder kunnen hebben versterkt.

N

Figuur 3 Onderbreking van de haag accentueert de zijwegen.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 4

Landgoederen Ter hoogte van landgoed ’s Schol grenst de dijk aan 2 groepen van 6 populieren. Deze boomgroepen maken onderdeel uit van het ontwerp van het landgoed. Door op deze locatie een kleine aanpassing te doen aan de hellingshoek van de dijk kunnen deze landschappelijke elementen van het landgoed behouden blijven. Een deel van de heg die momenteel op de dijk staat is door de loop van de tijd verdwenen. Met de aanpassing van de dijk zal deze haagstructuur in ere hersteld worden.

N

Figuur 4 Boomgroepen langs de dijk bij landgoed 't Schol blijven behouden door een planaanpassing.

Militair erfgoed Ter hoogte van de Lazaruskolken ligt verborgen in de dijk een inlaatwerk van de IJssellinie. Momenteel zijn enkel nog betonnen elementen aan het maaiveld zichtbaar. Ter hoogte van dit inlaatwerk wordt de berm (buitenbermen en tussenberm) in verharding uitgevoerd, verwijzend naar het inlaatwerk. Ook wordt het hekwerk dat hier heeft gestaan eventueel terug gebracht. Op de parkeerplaats en op het hekwerk langs het fietspad zal een informatiebord worden geplaatst. Op een later moment wordt in samenwerking met de gemeente, het waterschap en provincie gekeken in hoeverre het inlaatwerk in ere hersteld kan worden.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 5

Figuur 5 Betonnen randen met ronde metalen gaten (ten behoeve van het hekwerk) zijn nog de enige zichtbare overblijfselen van het inlaatwerk.

N

Figuur 6 Inlaatwerk, ingetekende constructies buiten de kruin van de dijk zijn indicatief en dienen in een volgend proces verder uitgewerkt te worden.

Industrieel erfgoed Ter hoogte van de kruising met de N344 staat een oude zagerij die wordt gerenoveerd. Deze staat aan het gedeelte van de dijk die niet meer een waterkerende functie heeft. Om de zagerij voldoende ruimte te geven wordt de dijk hier naar de buitendijkse zijde uitgebreid. Op deze locatie zal een stuk van een bosperceel gekapt worden. Het is wenselijk dit te compenseren in de gaten in ditzelfde bos.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 6

N

Figuur 7 N790 ter hoogte van de zagerij.

Splitsing Dijk Ter hoogte van het landgoed ’t Schol is een nieuwe dijk om Steenenkamer gelegd. Deze dijk heeft de waterkerende functie van de Wilpsedijk ten noorden van de splitsing overgenomen. De nieuwe dijk sluit haaks aan op de oude dijk. De ruimte tussen de 2 dijken is van belang om het profiel van de Wilpsedijk niet samen te voegen met de nieuwe dijk. Ter hoogte van de N344 buigt de Wilpsedijk af naar het westen. Deze afbuiging wordt ook geaccentueerd door de begeleiding met de haag die de oude dijk volgt.

N

Figuur 8 Splitsing in dijk en het verschil tussen de oude en nieuwe dijk zijn goed zichtbaar door de laagte tussen de twee dijken. Deze dient behouden te blijven.

Tuinland Langs de Wilpsedijk ter hoogte van Buddezand ligt het tuincentrum Tuinland. Door de reconstructie van de dijk, en de verbreding aan de binnendijkse zijde komt de huidige entree van het tuincentrum te vervallen. In samenwerking met de provincie is gekeken naar een oplossing, waarbij een nieuwe entree aan de zuidzijde van

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 7

het parkeerterrein is gemaakt. Om deze nieuwe aansluiting te realiseren wordt de gehele parkeerplaats opnieuw ingericht. Hierbij worden enkele bomen gekapt en worden ook nieuwe bomen aangeplant. Om de verbreding van de dijk mogelijk te maken zonder veel oppervlakte te verliezen wordt gebruik gemaakt van een keerwand aan de onderzijde van de dijk. Momenteel bestaat de inrichting van de parkeerplaats uit kenmerkende beukenhagen en enkele bomen. Hierdoor oogt de noordzijde van de parkeerplaats nog relatief kleinschalig, passend binnen het omringende landschap. De zuidzijde is door het ontbreken van bomen relatief open.

N

Figuur 9 Ontwerp aangeleverd door tuinland, door het aanbrengen van extra beplanting kan het voldoen aan de onderstaande uitgangspunten. Aanplant en kap op het terrein van tuinland is geen onderdeel van het ontwerp van de provincie Gelderland.

In het nieuwe ontwerp worden enkele bomen gekapt er komen ook een aantal bomen terug. Ook zullen de hagen verwijderd worden en komen op andere plekken hagen terug. Om het ontwerp goed aan te laten sluiten bij de dijk is dit kleinschalige landschap van de oeverwallen belangrijk. Hiervoor zijn enkele uitgangspunten opgesteld. Uitgangspunten • Kleinschaligheid van de parkeerplaats versterken door aanplant van bomen en hagen. o Maak hier ook gebruik van grotere bomen, en niet enkel lage sierbomen o In het huidige ontwerp lijkt de noordzijde van de parkeerplaats nog relatief leeg, het is wenselijk dat hier meer bomen geplant worden. • Buddezand accentueren aan de dijk. o Door het aanplanten van bomen langs de Buddezand wordt deze dwarsstructuur aangezet o Het realiseren van een kenmerkend landmark aan de rand van de dijk maakt de koppeling tussen de dijk en het tuincentrum. Zorg voor gedekte kleuren en een ingetogen ontwerp zodat deze binnen het landschap past.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 8

• •

Erf aan zuidzijde van de Buddezand groen inkleden om zo het toegenomen verkeer af te schermen. In het huidige voorstel wordt bovenaan de keerwand een haag geplaatst waardoor een vreemde opeenvolging van hagen ontstaat (in relatie met de haag tussen het fietspad en de hoofdrijbaan). Daarbij accentueert deze haag ook de afwijking van het eenduidige dijkprofiel dat nagestreefd wordt. Mocht het wenselijk zijn om een haag te plaatsen dan wordt deze bij voorkeur onderaan de keerwand geplaatst. Op deze manier verzacht de haag ook het beeld van de keerwand, gezien vanaf de parkeerplaats.

Bloemrijk inzaaien Het nieuwe talud dat aangelegd zal worden wordt ingezaaid met een bloem- en kruidenrijk zadenmengel. Dit is niet alleen vanwege een esthetisch principe, maar ook ecologische is het waardevol. Wanneer een dijkenmengel worden gebruikt zal het ook erosie tegengaan door de goede wortelontwikkeling. Dit dijkenmengsel is niet alleen biodivers maar gaat ook erosie tegen. In overleg met het waterschap zal het precieze mengsel bepaald worden.

Figuur 10 Bloemrijke dijken. (Proef van waterschap Rijn en IJssel).

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 9

Komentree Wilp Ter hoogte van de komentree van Wilp loopt de N790 niet meer over de Wilpsedijk. Het DijkDNA is hier dan ook niet meer relevant, maar er ligt wel een ontwerpopgave om de komentree te versterken. Door een verandering van de omgeving zal de weggebruiker de bebouwde kom van Wilp sterker ervaren en zijn snelheid en weggedrag daarop aanpassen. De komentree wordt versterkt door vanaf het komportaal bolgewassen aan te planten, ook zal er langs de westzijde van de weg een beukenhaag aangeplant worden. Deze haag verbindt de weg optisch met de tuinen aan de oostzijde van de weg.

N

Figuur 11 Entree van Wilp met bolgewassen (geelgroen) en de nieuw aangeplante haag.

Aanplant extra beplanting In de volgende fase van het project vinden nog aanvullende overleggen plaats met aanwonende. In deze gesprekken wordt ook gezocht naar extra aanplant mogelijkheden voor landschappelijke beplanting. Het is mogelijk dat buiten dit ontwerp om nog meer beplanting aangebracht zal worden. Een van deze locaties betreft de overzijde van de Voordersteeg, hier staat nu een schikhek. Deze wordt bij voorkeur vervangen door beplanting. Door de beperkte eigendommen is dit echter niet mogelijk. In overleg zou deze locatie aangevuld kunnen worden met enkele meidoorn struiken, waardoor het schikhek niet meer noodzakelijk is.

Conclusie De geplande werkzaamheden aan de Wilpsedijk hebben invloed op het uiterlijk ervan. De ontwerpen zijn naast het DijkDNA gelegd en het ontwerp is hierop getoetst. De grootste aanpassing betreft de verbreding van de dijk en de aanleg van een vrijliggend fietspad, echter door het aanplanten van de haag blijft de dijk optisch nog relatief smal. Andere karakteristieken zoals de kronkeligheid blijven behouden. In het ontwerp wordt rekening gehouden met bestaande kwaliteiten, die behouden blijven, en ter hoogte van het inlaatwerk wordt er kwaliteit toegevoegd door het inlaatwerk zichtbaarder te maken en de voorbijganger hier informatie over te geven.

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 10

N790 tussen Wilp en De Hoven | Eelerwoude | 11

Wilpsedijk-N790

Bijlage 3 Erfinrichtingsplan Voordersteeg 39

20

4 CM H.W. Iordensweg 17 7391 KA Twello Telefoon:(0571-279911) Telefax:(0571-274385)

gez:

afd:

dd:

gez:

bestek nr:

wijz. 2:

dd:

gez:

werk nr:

wijz. 3:

dd:

gez:

wijz. 4:

dd:

gez:

wijz. 5:

dd:

gez:

Bestandsnaam:

formaat:

A4

aantal bl:

1

: E.Rijckenberg

G&I

dd: 02-11-2020

wijz. 1:

blad nr: schaal:

1:500

tek. nr:

0

get.

2

Voordersteeg 39 Wilp Aan te planten meidoornhaag

3

Aan deze tekening kunnen geen rechten ontleend worden

Wilpsedijk-N790

Bijlage 4 M .e.r. beoordeling Wilpsedijk

22

M.e.r. beoordeling Wilpsedijk 4 februari 2021

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Verantwoording Titel

M.e.r. beoordeling Wilpsedijk

Opdrachtgever

Provincie Gelderland

Projectleider

Martijn Gerritsen

Auteur(s)

Elza van der Meer

Tweede lezer

Martijn Gerritsen

Uitvoering meet- en inspectiewerk

n.v.t.

Projectnummer

1278673

Aantal pagina’s

30

Datum

4 februari 2021

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com

2/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Inhoud 1

2

3

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding van deze m.e.r-beoordeling .............................................................................. 5

1.2

Procedure m.e.r.-beoordeling ............................................................................................ 6

1.3

Doel van de notitie m.e.r.-beoordeling ............................................................................... 7

1.4

Inhoudelijke criteria m.e.r.-beoordeling .............................................................................. 7

1.5

Leeswijzer .......................................................................................................................... 7

Kenmerken van het project........................................................................................................ 8 2.1

Omvang van het project ..................................................................................................... 8

2.2

Cumulatie met andere projecten ........................................................................................ 9

2.2.1

Project De Schaker ..................................................................................................... 9

2.2.2

Ontwikkeling Fliertdal .................................................................................................. 9

2.2.3

Project Rijksweg A1 .................................................................................................. 10

2.2.4

Project Houtzagerij .................................................................................................... 10

2.2.5

Conclusie .................................................................................................................. 10

2.3

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen .......................................................................... 10

2.4

De productie van afvalstoffen ........................................................................................... 10

2.5

Verontreiniging en hinder ................................................................................................. 11

2.6

Risico van ongevallen en veiligheid ................................................................................. 11

Locatie van het project ............................................................................................................ 11 3.1

Het bestaande (grond)gebruik ......................................................................................... 11

3.2

Cultuurhistorische waarden .............................................................................................. 12

3.2.1

Archeologische waarden ........................................................................................... 12

3.2.2

Historische en landschappelijke waarden ................................................................. 14

3.3

4

Ecologische kenmerken en waarden ............................................................................... 16

3.3.1

Gelders natuurnetwerk .............................................................................................. 16

3.3.2

Natura-2000 gebied .................................................................................................. 18

3.3.3

Flora en fauna ........................................................................................................... 19

Kenmerken van potentiële effecten ......................................................................................... 20 4.1

Landschap, cultuurhistorie en archeologie, ...................................................................... 20

4.1.1

Historische en landschappelijke waarden ................................................................. 20

3/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

4.1.2 4.2

5

Archeologie ............................................................................................................... 21

Natuur .............................................................................................................................. 22

4.2.1

Bescherming soorten ................................................................................................ 22

4.2.2

Natura-2000 .............................................................................................................. 23

4.2.3

Bescherming houtopstanden .................................................................................... 24

4.2.4

Gelders natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone ............................................. 24

4.3

Bodem .............................................................................................................................. 25

4.4

Water ................................................................................................................................ 26

4.5

Verkeer ............................................................................................................................. 27

4.6

Woon- en leefmilieu (lucht en geluid) ............................................................................... 27

4.7

Conventionele explosieven (CE) ...................................................................................... 28

Conclusie ................................................................................................................................. 28

Bijlage 1

Ontwerptekeningen ................................................................................................... 30

4/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

1 Inleiding 1.1

Aanleiding van deze m.e.r-beoordeling

De provincie is verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid op de provinciale wegen en (brom)fietspad. Om de verkeersveiligheid te verbeteren investeert de provincie onder andere in onderhoud en aanpassen van de wegen. Voor de het traject N790/791 (Wilpsedijk) heeft de provincie Gelderland een trajectverkenning uitgevoerd. Uit deze verkenning is gebleken dat de huidige weginrichting van de Wilpsedijk niet past bij het provinciale verkeersbeleid. Het fietsverkeer en het gemotoriseerd verkeer maken gebruik van dezelfde rijbaan. Om de verkeersveiligheid van deze weg te verbeteren is de provincie voornemens om een vrijliggend fietspad te realiseren op de N790, de Wilpsedijk tussen Wilp en Steenenkamer (zie Figuur 1.1). Daarnaast wordt de weg op de dijk ingericht als een weg met een snelheid van 60 km/uur. De Wilpsedijk is een primaire waterkering (in beheer bij waterschap Vallei en Veluwe) en aanpassingen op deze waterkering zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig. De weg die over de Wilpsedijk loopt is in beheer van de provincie Gelderland, die initiatiefnemer is van dit project. De gemeente Voorst is bevoegd gezag. Om de voorgenomen ontwikkeling mogen te maken wordt door de gemeente een bestemmingsplan opgesteld.

Figuur 1.1 Plangebied en locatie wegtracé (weergegeven met de rode stippellijn) (bron: Toelichting bestemmingsplan Wilpsedijk-790, NL.IMRO.0285.99999-OW01)

5/30

Kenmerk

1.2

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Procedure m.e.r.-beoordeling

In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r. plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C‐activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D‐activiteiten). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Bevoegd gezag (het College van B&W van de gemeente Voorst) moet bepalen of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu", die het doorlopen van de m.e.r. procedure wenselijk/noodzakelijk maken. De activiteiten worden mogelijk gemaakt met een bestemmingsplan. Door de aanleg van een separaat fietspad op de Wilpsedijk wordt de primaire waterkering aangepast, waardoor op basis van categorie D.3.2 uit Bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage een m.e.r.beoordelingsplicht ontstaat. Naast categorie D3.2 is ook categorie D1.1 relevant. Deze categorie heeft betrekking op de wijziging of uitbreiding van een autosnelweg of autoweg. De bijhorende drempelwaarde is een tracé lengte van 5 km of meer. Dit project blijft daar onder waarmee formeel sprake is van een vormvrije m.e.r beoordeling. Onderliggende m.e.r. beoordeling betreft zowel de m.e.r. beoordeling op basis van categorie D3.2 als categorie D1.1.

Op basis van deze m.e.r.-beoordeling kunnen er twee uitkomsten zijn: • Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden: er dient een m.e.r.•

procedure doorlopen te worden Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op: er wordt gemotiveerd aangegeven dat het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig is

Aan de hand van de notitie m.e.r.-beoordeling besluit het bevoegd gezag of een milieueffectrapportage opgesteld dient te worden. Binnen zes weken nadat de initiatiefnemer de informatie heeft verstrekt, moet het bevoegd gezag beslissen of een MER moet worden opgesteld. Deze beslissing om al dan niet een m.e.r.-procedure te doorlopen, dient ter inzage te worden gelegd. Indien is beslist dat er voor het project geen milieueffectrapportage opgesteld hoeft te worden, is kennisgeving in de Staatscourant vereist. Tegen de beslissing over de m.e.r.beoordeling is geen direct bezwaar of beroep mogelijk, tenzij deze beslissing de belanghebbende direct in zijn belang treft. Wanneer belanghebbende het niet eens zijn met de gevolgde procedure, dan kunnen zij beroep instellen tegen het moederbesluit in het kader waarvan de m.e.r.beoordeling plaatsvindt, het bestemmingsplan. Wanneer het bevoegd gezag besluit dat wel een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden, start de procedure vervolgens met het publiceren van de kennisgeving.

6/30

Kenmerk

1.3

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Doel van de notitie m.e.r.-beoordeling

Deze notitie m.e.r.-beoordeling geeft inzicht in belangrijke milieugevolgen die kunnen optreden ten gevolge van het bestemmingsplan. Dit wordt kwalitatief beoordeelt op basis van beschikbare gegevens en expert judgement. Op basis van deze notitie zal het bevoegd gezag (Gemeente Voorst) besluiten of er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen en dus een milieueffectrapportage opgesteld dient te worden.

1.4

Inhoudelijke criteria m.e.r.-beoordeling

De wettelijke criteria van de m.e.r.-beoordeling worden beschreven in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Hier staan drie hoofdcriteria centraal: •

De kenmerken van het project - De omvang van het project - De cumulatie met andere projecten -

•

Het gebruikt van natuurlijke hulpbronnen De productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder

- Risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen en technologieën De plaats van het project - Het bestaande grondgebruik -

De relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu

De mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in overweging worden genomen. •

1.5

De kenmerken van de potentiële effecten - De effecten van de kenmerken van het project net als de plaats van het project moeten in -

overweging worden genomen Het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Het grensoverschrijdende karakter van het effect

-

De orde van grootte en de complexiteit van het effect De waarschijnlijkheid van het effect De duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Leeswijzer

De rapportage is opgebouwd aan de hand van bovenstaande criteria. In hoofdstuk 2 worden de kenmerken van het project beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de locatie van het project. Het vierde hoofdstuk gaat in op de kenmerken van de potentiële effecten. Het vijfde en laatste

7/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

hoofdstuk gaat in op de vraag of het op basis van de resultaten van deze toetsing noodzakelijk is een m.e.r. procedure te doorlopen.

2 Kenmerken van het project 2.1

Omvang van het project

Gebruiksfase Om de voorgenomen activiteit mogelijk te maken wordt de Wilpsedijk op diverse plekken aan de westzijde van de dijk verbreed. Voor het gedeelte tussen Johannahoeve en de kruising met de N344 wordt de dijk aan de oostzijde verbreed. Een verbreding aan die zijde is toegestaan aangezien de Wilpsedijk hier geen waterkerende functie meer heeft. Daarnaast wordt hiermee het Landgoed ’t Schol zo veel mogelijk ontzien. Op die manier wordt het mogelijk om over de gehele lengte van de dijk, circa 2,9 km, een vrijliggend (dubbelzijdig) fietspad te realiseren. In Figuur 2.1 is ter illustratie een dwarsprofiel opgenomen (zie ook de ontwerptekeningen in bijlage 1 waarin ook de overige doorsneden zijn opgenomen).

Figuur 2.1 Dwarsdoorsnede ontwerp (ter hoogte van de Voordersteeg)

De planuitgangspunten voor de nieuwe inrichting van de Wilpsedijk zijn als volgt: • •

Een vrijliggend fietspad over de gehele lengte, parallel aan de rijbaan Het fietspad wordt geschikt voor fietsverkeer in twee richtingen met een breedte van 3,5 meter

• • •

Het tracé Wilp-Steenenkamer wordt afgewaardeerd van 80 km/uur naar 60 m/uur De rijbaan wordt versmald naar een totale breedte van 6 meter De taluds aan de binnendijkse zijde worden aangepast naar 1:3

•

Ter plaatse van het tuincentrum verdwijnt de huidige aftakking naar Buddezand en komt de noordelijke ingang van het tuincentrum te vervallen. De zijweg Buddezand wordt verlengd en haaks aangesloten op de Wilpsedijk. Het tuincentrum behoudt de zuidelijke ingang

•

Om het dijklichaam kwalitatief goed uit te voeren wordt ter hoogte van Voordersteeg 39 de bestaande opstallen verwijderd. Deze opstallen worden op een andere locatie op het perceel herbouwd

8/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Realisatiefase Voor de verbreding van de dijk en de aanleg van het fietspad zijn gedurende een periode verschillende werkzaamheden nodig. Het gaat om het transport van grond voor de dijkaanpassing, aanbrengen van zand en graafwerkzaamheden (graven sloten, verleggen kabels en leidingen, et cetera). De werkzaamheden zullen op en in de directe omgeving van het dijklichaam plaatsvinden. Naar verwachting wordt het plan in 2023 gerealiseerd met een doorlooptijd van maximaal één jaar. Het is nog niet bekend wat de precieze hoeveelheid grondverzet zal zijn en tot hoeveel verkeersbewegingen dit zal leiden. Het project wordt in twee fases opgedeeld in ongeveer gelijke delen. De splitsing vindt plaats ter hoogte van het tuincentrum ‘Tuinland Wilp’. Wanneer het dijklichaam gereed is zal het nieuwe fietspad worden aangelegd. Hiervoor zal een cunet worden uitgegraven van circa 50 centimeter, vervolgens wordt zand en menggranulaat aangebracht en daarna het asfalt. Voor de aanleg van het fietspad zullen dus diverse graafwerkzaamheden plaatsvinden, grond aangevoerd worden en geasfalteerd worden. Onderdeel van het initiatief is ook het beter zichtbaar maken van het inlaatwerk (zie paragraaf 3.2.2). De aanpassingen worden gedaan om de cultuurhistorische waarde van het inlaatwerk beter zichtbaar te maken. Er worden geen technische aanpassingen aan het inlaatwerk uitgevoerd.

Initiatiefnemer van dit project is de provincie Gelderland (adres: Markt 11, 6811 CG Arnhem).

2.2

Cumulatie met andere projecten

2.2.1 Project De Schaker De Schaker is de verzamelnaam voor het plan voor de totstandkoming van een nieuwe wijk van ongeveer 320 woningen in Twello. Op dit moment wordt Schakerveld als laatste fase van De Schaker ontwikkeld. De wijk ligt op ruime afstand van de Wilpsedijk. Een mogelijke relatie tussen de twee projecten is de verkeersafwikkeling van de nieuwe wijk op de Wilpsedijk via de Voordersteeg. In het ontwerp van de Wilpsedijk worden echter geen maatregelen genomen om deze afwikkeling te optimaliseren of anderzijds te beïnvloeden. Verder zal de verkeerstoename door toedoen van het project op de Wilpsedijk gering zijn. Van een cumulatief effect zal dus geen sprake zijn. 2.2.2

Ontwikkeling Fliertdal

Aan de oostzijde van Twello wordt het Fliertdal getransformeerd van weidegrond naar een landschappelijk waardevolle gebied. Daarnaast zal een ecologische verbindingszone worden ontwikkeld. Het gebied fungeert als uitloopgebied voor onder andere De Schaker. Ook wordt een klompenpad aangelegd tussen De Schaker en de Wilpsedijk. Het aanleggen van een fietsverbinding langs de Wilpsedijk maakt het gebied ook vanuit andere gebieden beter bereikbaar

9/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

voor recreatief (langzaam) verkeer. In die zin is er sprake van een positief cumulatief effect want door de aanleg van het fietspad wordt het Fliertdal beter ontsloten. 2.2.3

Project Rijksweg A1

In de periode 2016-2028 worden er op het traject A1 Apeldoorn – Azelo maatregelen gerealiseerd om de doorstroming te verbeteren. Hiervoor is een Tracébesluit genomen en als onderdeel van het Tracébesluit is een m.e.r. doorlopen. De milieueffectrapportage heeft uitgewezen dat er beperkt negatieve effecten op het gebied van visuele hinder en geluid zijn als gevolg van deze maatregelen. Deze effecten treden niet op in de omgeving van de Wilpsedijk. Daarnaast zal de aanpassing van de Wilpsedijk in de toekomst niet leiden tot structurele effecten op het gebied van voorgenoemde aspecten (zie hoofdstuk 4). Van een cumulatief effect zal dus geen sprake zijn. 2.2.4

Project Houtzagerij

Het perceel waar de oude houtzagerij staat, wordt herontwikkeld waarbij herstel van de houtzagerij (machines en gebouw) met een museale functie voorop staat. De zagerij zal maximaal 12 maal per jaar opengesteld worden voor bezoekers (met parkeren op die dagen aan overzijde van de weg). Verder wordt op het perceel ruimte gegeven aan: ‘aan het museum ondergeschikte horeca’; kleinschalige bedrijven binnen milieucategorie1 en 2 van de VNG-bedrijvenlijst; kleinschalige detailhandel van in hoofdzaak ter plaatse geproduceerde en regionale producten en behoud (evt. herbouw) van de huidige bedrijfswoning met daarin mogelijkheid voor bed & breakfast. De totale verkeerstoename en bijhorende effecten op geluid en lucht zullen in verhouding met de bestaande verkeersstromen zeer gering zijn. Het cumulatieve effect is daarmee verwaarloosbaar. 2.2.5

Conclusie

Op basis van voorgaande beschouwing kan geconcludeerd worden dat effecten van cumulatie met andere projecten niet in negatieve zin optreden. De relatie tussen de aanleg van het fietspad en het uitloopgebied Het Fliertdal leidt tot een mogelijk positief cumulatief effect.

2.3

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen

De dijkverbreding voor de aanleg van het fietspad legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen 1.

2.4

De productie van afvalstoffen

Tijdens de aanleg- en gebruiksfase vindt geen productie van stoffen plaats die leiden tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen.

1

Natuurlijke hulpbronnen zijn hulpbronnen die in de natuur worden gevonden. Het zijn alle dingen die mensen aan de natuur

onttrekken en gebruiken om te leven. Het gaat bijvoorbeeld om grondstoffen als gas, aardolie, water en hout.

10/30

Kenmerk

2.5

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Verontreiniging en hinder

Tijdens de gebruiksfase is er geen sprake van hinder en verontreiniging. In de realisatiefase is het aspect hinder in de vorm van verkeer, geluid en lucht wel van belang. Deze aspecten worden in hoofdstuk 4 nader beschreven.

2.6

Risico van ongevallen en veiligheid

De dijkverbreding vormt geen bijzonder risico voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. In overeenstemming met de regelgeving en ter goedkeuring aan het bevoegd gezag worden maatregelen getroffen om de kans van optreden van ongevallen te verkleinen en de effecten ervan te minimaliseren.

3 Locatie van het project In dit hoofdstuk wordt de locatie van het project beschreven. In de beschrijving wordt ingegaan op de milieukenmerken van het plangebied en omgeving en de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn. Dit vormt mede de basis voor de beoordeling van de potentiële effecten in hoofdstuk 4.

3.1

Het bestaande (grond)gebruik

De Wilpsedijk is circa 2,9 km lang, gelegen in de gemeente Voorst tussen de dorpskern Wilp en Steenenkamer. De Wilpsedijk is naast een provinciale weg, ook deels een primaire waterkering die de IJssel bij hoogwater moet tegenhouden en de achterliggende gronden tegen overstroming moet beschermen. Onder normale omstandigheden staat de dijk niet in direct contact met de IJssel. Over de dijk loopt een provinciale weg waar een snelheid is toegestaan van 80 km per uur (Figuur 3.1). Het profiel van deze weg is zo ingericht dat zowel gemotoriseerd verkeer als (brom)fietsverkeer gezamenlijk gebruik maken van de weg (zie Figuur 3.2). Op de provinciale weg komen verschillende secundaire wegen uit zoals de Voordersteeg en de Holtweg.

11/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Figuur 3.1 Luchtfoto plangebied, wegtracé is met de rode stippellijn weergegeven (bron: Toelichting bestemmingsplan Wilpsedijk-790, NL.IMRO.0285.99999-OW01)

Figuur 3.2 Weergave huidige wegprofiel (bron: Google street view)

Direct aangrenzend aan de dijk liggen voornamelijk gronden die in agrarisch gebruik zijn met bijhorende bedrijfs- en woonbebouwing. Verder is aangrenzend aan de dijk een tuincentrum gelegen (tuinland Wilp) met bijhorende parkeervoorzieningen. In het noordelijk deel van het tracé is aan de westzijde van de Wilpsedijk woonbebouwing gelegen (ter hoogte van de Vermeersweg). Nabij de kruising Wilpsedijk en de Meester van Marlestraat ligt één woonhuis op zeer korte afstand van de weg. Geheel ten noorden van het tracé liggen terreinen met bestaande (rondom de Intratuin) en nog te ontwikkelen (aan de oostzijde van de weg) bedrijvigheid. Daarnaast bevat de dijk resten van een voormalig inlaatwerk. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op een aantal specifieke gevoelige milieuthema’s.

3.2

Cultuurhistorische waarden

3.2.1 Archeologische waarden De gemeentelijke archeologische waardenkaart geeft inzicht in de bestaande archeologische waarden in het plangebied. Op basis van deze kaart, zie Figuur 3.3, wordt duidelijk dat het tracé een gebied doorsnijdt met verschillende archeologische verwachtingswaarden en bekende archeologische waarden.

12/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Wettelijk kader De Monumentenwet behandelt de bescherming van onder meer archeologische monumenten en de zorg voor het archeologisch erfgoed. Met deze wet is archeologie een verplicht deel van de ruimtelijke ordening geworden. Deze wettelijke taak is door de wetgever expliciet bij de gemeenten gelegd. In dit kader heeft ook de gemeente Voorst een archeologische beleidskaart opgesteld (2009).

Figuur 3.3 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Voorst

Een groot deel van het gebied kent een lage tot middelhoge verwachtingswaarde. Daarnaast zijn er een aantal specifieke waardevolle gebieden aanwezig van hoge waarde. Dit zijn bekende archeologische vindplaatsen met bijhorende bufferzones. Een groot terrein van waarde is onder meer gelegen op en rondom landgoed ’t Schol.

13/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

3.2.2 Historische en landschappelijke waarden De Visiekaart 2030 van de gemeente Voorst geeft een overzicht van de belangrijke historische en landschappelijke waarden in en nabij het plangebied. De Visiekaart komt uit de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst waarin op hoofdlijnen de ruimtelijke koers van de gemeente wordt weergegeven. In de nabijheid van de Wilpsedijk liggen verschillende landgoederen, waaronder landgoed Nieuw Bellinkhof, landgoed De Kleine Barchel en landgoed ‘t Schol. Het landgoed Nieuw Bellinkhof is een nieuw aangelegd landgoed, waarbij nog landhuizen gebouwd gaan worden. Ook het bijbehorende landschap van bossen, struwelen en poeltjes zijn kunstmatig aangelegd. De weilanden, waar de laagtes zijn uitgediept zodat poeltjes kunnen ontstaan liggen aan de Wilpsedijk. De Kleine Barchel is een landgoed aan de Wilpsedijk van ruim 5 hectare en omvat een volgroeid bosperceel met eiken, een jong bosperceel en weilanden. Landgoed ’t Schol wordt beheert door Stichting IJssellandschap en bestaat grotendeels uit uiterwaarden. Gebouwde monumenten in de nabijheid van Wilpsedijk liggen ter plaatse van landgoed ’t School (Wilpsedijk 6, 8 en 10), Buddezand 8 (hallehuisboerderij, 1820) en Voordersteeg 28 (hallehuisboerderij, 1880). Ter plaatse van de Lazaruskolken (bij het parkeerplaatsje) is een historisch inlaat werk in de dijk opgenomen.

Dit inlaatwerk maakte onderdeel uit van de voormalige IJsselinie. Van 1950 tot 1968 moest deze linie ervoor zorgen een onverhoopte opmars van het Rode Leger te vertragen door een brede zone langs de rivier onder water te zetten. Het inlaatwerk is in de huidige situatie nauwelijks herkenbaar (zie Figuur 3.4 voor de oorspronkelijke situatie).

14/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Figuur 3.4 Oorspronkelijke ontwerptekening inlaatwerk IJssellinie

De dijk doorkruist het Groene carré. Het groene carré wordt gezien als landschapspark en biedt ruimte om meerdere functies naast elkaar te laten bestaan, waaronder grondgebonden landbouw, water, landschap en recreatie (zie Figuur 3.5). Net buitendijks liggen de landschappelijk waardevolle de Lazaruskolken.

15/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Figuur 3.5 Uitsnede Visiekaart 2030 van de gemeente Voorst (bron: Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst, gemeente Voorst)

3.3

Ecologische kenmerken en waarden

3.3.1 Gelders natuurnetwerk Het plangebied ligt op enkele plekken tussen de 5 en 20 meter van begrensd GNN-gebied (zie figuur 3.6). Daarnaast ligt het plangebied binnen de begrenzing van GO-gebied.

16/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Figuur 3.6 Ligging GNN en GO ten opzichte van het plangebied. De lichtgroene kleur geeft het GO weer en de donkergroene kleur geeft het GNN weer. De rode lijn geeft globaal de ligging van het plangebied weer (bron: provincie Gelderland, 2020)

Gelders Natuur Netwerk (GNN) Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het GNN denkbaar zijn, is het noodzakelijk een GNN-toetsing uit te voeren.

Groene Ontwikkelingszone (GO) De Groene Ontwikkelingszone bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met het GNN en daar functioneel mee samenhangen. In deze gebieden wordt ingezet op versterking van die samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. De kernkwaliteiten van de GO bestaan uit de aanwezige ecologische waarden, de ecologische samenhang met inliggende en aangrenzende natuur van het GNN, de geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid en de landschappelijke waarden. Bij de beoordeling van de effecten op kernkwaliteiten in de GO is het van belang dat oppervlakte en ecologische samenhang niet worden aangetast dan wel substantieel worden versterkt.

17/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Het plangebied valt binnen twee gebieden die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuurnetwerk 141 ‘Apeldoorn – Twello’ en 152 ‘Wilpse Klei’: 141 ‘Apeldoorn – Twello’: Het plangebied grenst zowel aan het Gelders Natuurnetwerk als de Groene Ontwikkelingszonde van het gebied 141 ‘Apeldoorn - Twello’. De relevante ontwikkelingsdoelen van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone 141 ‘Apeldoorn - Twello’, en het plangebied zijn: •

Ontwikkeling ecologische verbinding Fliert: Woudhuis - IJssel (Dorperwaarden, Wilperwaarden): singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap

• • •

Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën Ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen

152 ‘Wilpse Klei’ Het plangebied loopt enkel langs de Groene Ontwikkelingszone van het gebied 152 ‘Wilpse Klei’ en niet langs het Gelders Natuurnetwerk binnen dit gebied. De relevante ontwikkelingsdoelen met betrekking tot natuur en landschap Groene Ontwikkelingszone 152 ‘Wilpse Klei’, zijn: Ontwikkeling gevarieerd uiterwaardenlandschap met dijken, natuurlijk reliëf, kolken en strangen, hagen en knotbomen; lokaal stadsgezichten. 3.3.2

Natura-2000 gebied

Op korte afstand (ongeveer 1,0 km) ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. Binnen het Natura-2000 gebied Rijntakken liggen diverse habitattypen nabij het plangebied. Op ongeveer 1,8 kilometer ten zuidoosten van het plangebied ligt het habitattype H6510A; Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver). Het habitattype H3150, Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden ligt op 2,0 kilometer van het plangebied.

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn de natuurgebieden die een Europese status hebben. Ze zijn als beschermd gebied aangewezen vanwege hun waarde voor kwalificerende natuurwaarden (bepaalde planten- of diersoorten of bepaalde habitattypen). Beschermde Natuurmonumenten zijn de natuurgebieden die van oudsher door de Nederlandse overheid zijn aangewezen, begrensd en beschermd. Voor alle kwalificerende soorten en habitattypen van Natura 2000-gebieden zijn doelstellingen geformuleerd, de zogenaamde ‘instandhoudingsdoelstellingen’.

Naast de hierboven genoemde habitattypen is het Natura-2000 gebied aangewezen voor diverse habitatsoorten, broedvogelsoorten en niet-broedvogelsoorten.

18/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Het Natura-2000 gebied is aangewezen voor de volgende habitatsoorten: • • •

Zeeprik Rivierprik Elft

• • •

Zalm Bittervoorn Grote modderkruiper

• • •

Kleine modderkruiper Rivierdonderpad Kamsalamander

• •

Meervleermuis Bever

Het Natura-2000 gebied is ook aangewezen voor diverse (niet)broedvogelsoorten. Onder de broedvogelsoorten vallen onder andere: woudaapje, watersnip, zwarte stern, ijsvogel en porseleinhoen. Onder niet-broedvogelsoorten vallen onder andere soorten als wilde zwaan, kolgans, bergeend, smient, wintertaling, nonnetje en meerkoet. 3.3.3

Flora en fauna

Gelet op de aanwezige terreintypen, het beheer en de functie van het plangebied is het niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied beschermde plantensoorten voorkomen. Wel komen in en rondom het plangebied enkele beschermde diersoorten voor. Zo is het plangebied geschikt voor diverse vleermuissoorten (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en mogelijk ook meervleermuis). Daarnaast kunnen andere zoogdieren ook voorkomen in het plangebied. Op basis van het aanwezige biotoop, sporen en literatuurgegevens zijn onder andere de volgende algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied aanwezig of te verwachten: ree, haas, konijn, mol, egel en diverse algemene muizen. Ook zijn in het plangebied recente waarnemingen van das en egel bekend. Ter hoogte van het Landgoed `t Schol, ten noorden en aangrenzend aan het plangebied, komt eekhoorn voor. Rond de erven van het plangebied, aangrenzend aan de provinciale weg, komt steenmarter voor. Direct en rondom het plangebied komen diverse vogelsoorten voor. Onderscheid kan gemaakt worden tussen broedvogels en vogels met jaarrond beschermde nesten. Vogels met jaarrond beschermde nesten, komen elk jaar terug bij hun nest. Dit nest mag dus ook niet buiten het broedseizoen verwijderd worden.

Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruikmaken van het plangebied; ekster, houtduif, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst en winterkoning. Daarnaast is binnen het plangebied een ooievaarsnest aanwezig (ter hoogte van hectometerpaal 6.9). Dit ooievaarsnest ligt ongeveer 100 meter van de provinciale weg. Naast ooievaar zijn ook

19/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

de jaarrondsoorten buizerd en huismus aanwezig. Een volledig overzicht van alle voorkomende soorten flora en fauna in het plangebied is terug te vinden in het natuuronderzoek 2.

4 Kenmerken van potentiële effecten In dit hoofdstuk wordt per onderwerp in samenhang met de voorgaande hoofstukken (kenmerken en locatie van het project) beschreven of er zich bijzonderheden voordoen met betrekking tot potentiële effecten. Verder wordt gekeken naar de reikwijdte (geografische zone), de duur, frequentie en omkeerbaarheid van het mogelijke effect. De effecten worden afgezet tegen de huidige situatie. Dit is dus de situatie indien de ingreep niet plaatsvindt.

4.1

Landschap, cultuurhistorie en archeologie,

4.1.1

Historische en landschappelijke waarden

Realisatiefase Tijdens de realisatiefase zijn werkvoertuigen aanwezig in het landschap naast de dijk. Door de beperkte tijd waarin de werkzaamheden plaatsvinden zal dit geen permanente veranderingen opleveren in het landschap. Het gaat hier dan ook om een tijdelijk effect. Gebouwde monumenten worden niet aangetast door de aanpassing van de dijk of de aanleg van het fietspad. In alle gevallen blijven de ingrepen op voldoende afstand van de monumenten. De cultuurhistorische waarde van het inlaatwerk van de IJssellinie zal beter zichtbaar gemaakt worden. Het technische aspect van het inlaatwerk wordt niet aangepast. Gebruiksfase Het fietspad en de dijkverbreding leiden niet tot een wezenlijke verandering in het landschap. De voorgenomen ontwikkeling heeft een positief effect op de belevingswaarde van fietsers. Een verbeterde fietsinfrastructuur kan fiets- en recreatieverkeer tussen de omliggende dorpskernen en Deventer stimuleren. De historische kenmerken in het landschap worden ook niet grootschalig aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. De verbreding van de dijk vindt plaats aan de oostzijde van de dijk ter hoogte van Landgoed ’t Schol. Daardoor fysieke aantasting van de groenstructuren langs de randen van het landgoed zo veel mogelijk beperkt. Ter hoogte van de lazarus kolken vindt de verbreding van de dijk plaats aan de westzijde van de dijk.

Negatieve effecten op de lazarus kolken worden om die reden niet verwacht. Eventuele aantastingen als gevolg van de ontwikkeling zijn niet van invloed op de (historische) karakteristiek van het landschap als geheel. Voor wat betreft het Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone geldt dat de ontwikkeling geen tot zeer beperkt effect heeft op ‘ontwikkeling cultuurhistorische patronen en 2

Eelerwoude (2019). Toetsing Wet natuurbescherming. Fietspad N790/N791, Wilpsedijk te Wilp

20/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

beheersvormen’. De verbreding van de dijk leidt tot een kleine fysieke aantasting van het landschap waardoor er geen sprake is van een belangrijk negatief effect. Gesteld kan worden dat er geen belangrijke negatieve effecten op historische en landschappelijke waarden optreden op thema als gevolg van de ontwikkeling. 4.1.2

Archeologie

Realisatiefase Uit het bureau- en veldonderzoek 3 blijkt dat in het plangebied delen liggen met een hoge archeologische waarde. In hoofdstuk 3 van deze rapportage is ook beschreven dat de dijk door een aantal waardevolle gebieden heen gaat met deels hoge archeologische waarden. Voor de aanleg van het fietspad en de verbreding van de dijk zijn graafwerkzaamheden nodig die deze waarden kunnen verstoren. Op basis van het verkennend booronderzoek wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot de aantasting van behoudenswaardige archeologische resten. De kans op de aanwezigheid van relevante archeologische resten wordt, op basis van de aangetroffen bodemopbouw, aanwezig geacht. Voor het aanleggen van het fietspad wordt voornamelijk grond aangebracht in plaats van afgegraven. Tijdens de werkzaamheden wordt naar verwachting enkel de bovenlaag van de dijk tijdelijk verwijderd. Dit zal ongeveer tot een diepte van 50 centimeter plaatsvinden. De damwand die bij Tuinland wordt aangebracht, wordt gedrukt en niet gegraven. Hierdoor wordt de ondergrond naar verwachting minimaal verstoord. Uit het veldonderzoek blijkt dat op sommige plekken archeologische resten dicht bij het oppervlak liggen. Om die reden is het noodzakelijk aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat de werkzaamheden gestart worden.

Dit onderzoek kan echter pas uitgevoerd worden wanneer meer details beschikbaar zijn over de aanleg. Voor wat betreft het dijklichaam dat uit opgebrachte grond bestaat, wordt geadviseerd om alleen bij diepere graafwerkzaamheden in de dijktaluds onderzoek te doen uitvoeren naar de opbouw en fasering van de dijk. Er kunnen mogelijk negatieve effecten optreden voor het thema archeologie. Op het moment dat archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze bij voorkeur in situ behouden te blijven. Indien dit niet mogelijk is, kunnen de archeologische waarden veilig gesteld worden door middel van opgraven of bouwbegeleidend documenteren (“behoud ex situ”).

3

G.M.H. Benerink (2020). Inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen plangebied fietspad

Wilpsedijk (N790), Wilp, gemeente Voorst.

21/30

Kenmerk

4.2

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Natuur

Er is een ecologisch onderzoek2 uitgevoerd voor toetsing aan de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij is gekeken naar soortenbescherming, bescherming van gebieden, bescherming van houtopstanden en het Gelders Natuurnetwerk (GNN). 4.2.1 Bescherming soorten In de uitgevoerde natuurtoets is het onderdeel soortenbescherming getoetst. Uit het onderzoek volgt dat er geen belangrijke nadelige effecten worden verwacht op fauna. Planten In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze worden op basis van de aanwezige biotoop ook niet verwacht, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten. Vleermuizen Het is niet uit te sluiten dat het plangebied een verblijfplaats en/of foerageergebied is voor vleermuizen. Omdat er geen bomen worden gekapt, worden negatieve effecten voor vleermuizen niet verwacht. Met betrekking tot het foerageergebied en de vliegroutes van de vleermuizen zal de herinrichting geen negatief effect hebben op de functionaliteit van het gebied als zodanig, mits aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan: • Handhaven van bomen en groenstructuren • Werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren (met name in actieve periode van • •

vleermuizen- april t/m november) Geen (extra) verlichting aanbrengen Nodige bouwverlichting niet onnodig in de nachtelijke uren laten branden of richten in de boomkronen

Overige zoogdieren Op basis van het veldbezoek, de aanwezige biotoop en literatuurgegevens zijn de volgende algemeen voorkomende zoogdieren in het plangebied aanwezig of te verwachten: ree, haas, konijn, mol, egel en diverse algemene muizen. De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren. Negatieve effecten op soorten als bunzing, hermelijn, wezel en eekhoorn zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn ter plaatse van de werkzaamheden niet aangetroffen en worden niet verwacht. Mogelijk maakt het plangebied wel onderdeel uit van het leefgebied van de betreffende soorten. De bossingels, bospassage en watergangen blijven behouden. Een negatief effect op beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten. Voor egel, das en steenmarter geldt dat negatieve effecten uitgesloten kunnen worden. Ten opzichte van de oude situatie veranderd er weinig aan de weg zoals deze er in huidige situatie bij ligt.

22/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Voor het onderdeel soortenbescherming wordt geconcludeerd dat belangrijke negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling niet worden verwacht. 4.2.2

Natura-2000

De verbreding van de dijk en de aanleg van het fietspad worden uitsluitend uitgevoerd in het plangebied. In de nabijheid van het plangebied is het Natura 2000-gebied Rijntakken, deelgebied Uiterwaarden IJssel gelegen. Het gebied is aangewezen als een Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied. Binnen het aanwijzingsbesluit van dit gebied zijn voor 14 habitattypen, 11 habitatsoorten, 12 broedvogelsoorten en 26 niet-broedvogelsoorten instandhoudingsdoelen vastgelegd2. Onderstaande subparagrafen bevatten de effectbeoordelingen voor deze habitattypen, -soorten, (niet)broedvogelsoorten en instandhoudingsdoelstellingen. 4.2.2.1

Habitattypen

Directe en indirecte negatieve effecten op aanwezige kwalificerende habitattypen zijn uit te sluiten. Dit mede doordat betreffende habitattypen ter plaatse van de werkzaamheden ontbreken en de aanwezige effecten in de aanlegfase en gebruiksfase beperkt blijven tot het plangebied en een kleine zone eromheen. 4.2.2.2

Habitatsoorten

Negatieve effecten op de kwalificerende habitatsoorten zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied ter plaatse van de werkzaamheden. Voor alle habitatsoorten geldt dat zij in meer en mindere mate gevoelig zijn voor verstoringen als oppervlakte verlies, versnippering, chemische effecten, optische verstoring, en/of verstoring door geluid, licht, trillingen en/of mechanische effecten. Werkzaamheden worden op enige afstand uitgevoerd buiten het Natura 2000-gebied en buiten de invloedsfeer van de aanwezige leefgebieden. De werkzaamheden hebben dan ook geen invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende soorten. 4.2.2.3

Broedvogels

Negatieve effecten op de kwalificerende broedvogels zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied ter plaatse van de werkzaamheden. Werkzaamheden worden op enige afstand uitgevoerd buiten het Natura 2000-gebied en buiten de invloedsfeer van de aanwezige leefgebieden. De werkzaamheden hebben dan ook geen invloed op de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende broedvogelsoorten. 4.2.2.4 Niet-broedvogels Negatieve effecten op de kwalificerende niet-broedvogels zijn uitgesloten door het ontbreken van geschikt leefgebied ter plaatse van de werkzaamheden. Werkzaamheden worden op enige afstand uitgevoerd buiten het Natura 2000-gebied en buiten de invloedsfeer van de aanwezige leefgebieden waardoor negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen niet worden verwacht. 4.2.2.5 Stikstofdepositie De voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot een verhoogde stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied de Rijntakken (gelegen op circa 810 meter van het plangebied).

23/30

Kenmerk

R001-1278673EZM-V01-mdg-NL

Ten opzichte van de huidige situatie nemen de verkeersbeweging in de gebruiksfase niet toe. Hierdoor is geen sprake van negatieve effecten door stikstofdepositie in de gebruiksfase. Voor de aanlegfase is een AERIUS-berekening (versie 2020) gemaakt 4 waarin is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de rekenresultaten blijkt dat voor de aanlegfase van de beoogde ontwikkeling sprake is van een stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Middels een voortoets 5 is onderzocht of de stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jaar leidt tot significant negatieve effecten op het Natura 2000-gebied Rijntakken. De depositie door de voorgenomen ontwikkeling bedraagt jaarlijks in twee leefgebieden maximaal 0,02 mol/ha/jaar (ZGLg11 en Lg08). In de overige leefgebieden ligt deze bijdrage op maximaal 0,01 mol/ha/jaar (ZGL08, Lg11, Lg02 en H3150). De zeer geringe en tijdelijke toename van maximaal 0,02 en 0,01 mol/ha/jaar als gevolg van het plan leidt niet tot effecten op de kwaliteit van de verschillende leefgebieden. Voor de bovengenoemde leefgebieden en habitattype geldt dan ook dat de berekende toename tijdens de aanlegfase geen fysische en ecologische merkbare betekenis heeft voor de kwaliteit van het habitattype en leefgebied van de aangewezen Habitaten Vogelrichtlijnsoorten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10807260/1