201603 handreiking integriteit van politieke ambtsdragers incl modelgedragscodes 3e druk
Tekst van het document
Artikel 2.1.1 1. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] levert de [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur] de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt. Als gaande het lidmaatschap een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot een bestaande nevenfunctie wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur]. 2. De informatie betreft in ieder geval: a de omschrijving van de nevenfunctie; b de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e indien bezoldigd wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur] legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 2.1.2 1. [De wethouder OF De gedeputeerde OF Het lid van het dagelijks bestuur] levert de [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur] de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt een nieuwe nevenfunctie aanvaard wordt of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties wijzigen, wordt de informatie die hierop betrek-
72
king heeft binnen één week aangeleverd bij de [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur]. 2. De informatie betreft in ieder geval: a de omschrijving van de nevenfunctie; b de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht; c of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het ambt; d of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is; en e indien bezoldigd – voor zover deze openbaar gemaakt moeten worden - wat de inkomsten daaruit zijn. 3. De [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur] legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 2.2 1. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] en [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. [De wethouder OF De gedeputeerde OF Het lid van het dagelijks bestuur] bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden, met de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter].
Artikel 2.3 1. [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur] sluit de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] en een [wethouder OF gedeputeerde OF lid van het dagelijks bestuur] gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] waar hij [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter], onderscheidenlijk [wethouder OF gedeputeerde OF lid van het dagelijks bestuur] was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.4 1. [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur] draagt de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] en een [wethouder OF gedeputeerde OF lid van het dagelijks bestuur] niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en in artikel 4.1 van het Waterschapsbesluit.
Toelichting
7
Artikelen 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt, zijn er enkele verschillen in de wetgeving t.a.v. de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] enerzijds en [wethouders OF gedeputeerden OF overige leden van het dagelijks bestuur] anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. Artikelen 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden de uitsluiting van betaalde werkzaamheden ten behoeve van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] een bestuurlijk en financieel belang heeft. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.
Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien die organisatie failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.
73
En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij [de OF het] voormalige [gemeente OF provincie OF waterschap], is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] gaat solliciteren. De draaideurconstructie geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het [raadslidmaatschap OF statenlidmaatschap OF lidmaatschap van het algemeen bestuur]. Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij [de OF het] voormalige [gemeente OF provincie OF waterschap].
Paragraaf 3
Informatie
Wettelijk kader Informatieplicht [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur van het waterschap] en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen [169 en 180 Gemeentewet OF 167 en 179 Provinciewet OF 89 en 97 Waterschapswet]). Het Reglement van Orde voor [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur van het waterschap] kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.
Geheimhouding • Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). • [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur van het waterschap] [kunnen OF kan] op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid
8
van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging. Ook [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur van het waterschap] onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie [kan OF kunnen]
•
geheimhouding opleggen (artikelen [25, 55 en 86 Gemeentewet OF 25, 55 en 91 Provinciewet OF 37 en 43 Waterschapswet]). Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Artikel 3.1 De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
Artikel 3.2 De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoe-
74
fening van het ambt verkregen niet openbare informatie.
Toelichting Artikel 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
Paragraaf 4
Omgang met geschenken en uitnodigingen
Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van de artikelen [41a en 65 van de Gemeentewet OF 40a en 64 van de Provinciewet OF 45 en 50 van de Waterschapswet] moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Artikel 4.1 1. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden. 3. Geschenken die de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap].
9
4. De [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur] legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.
Artikel 4.2 1. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2. Bij twijfel legt de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] de uitnodiging ter bespreking voor aan [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten OF het dagelijks bestuur].
Artikel 4.3 1. Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] legt de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] vooraf ter bespreking voor aan [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten OF het dagelijks bestuur]. 2. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter], onderscheidenlijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard open-
75
baar binnen één week nadat de excursie, onderscheidenlijk het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. 3. De informatie is via internet beschikbaar. 4. De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid.
Toelichting Artikel 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] [die OF dat] zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.2 Dit geldt ook als het gaat om werkbezoeken. Artikel 4.3 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter], onderscheidenlijk als [wethouder OF gedeputeerde OF lid van het dagelijks bestuur] aanvaardt. Excursies en evenementen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Bij de artikelen 4.2 en 4.3. dienen eveneens als afwegingskader de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden.
Het kan en mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden.
Paragraaf 5 10
Gebruik van voorzieningen van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]
Wettelijk kader Geen andere inkomsten: Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] dan die bij of krachtens wet toegestaan zijn (artikelen [44 en 66 Gemeentewet OF 43 en 66 Provinciewet OF 44 en 48 Waterschapswet]). Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG en IPO): Er zijn voor [wethouders OF gedeputeerden] voorschriften opgenomen in de [gemeentelijke OF provinciale] verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de [gemeente OF provincie]. Ook zijn in de [gemeentelijke OF provinciale] verordening voor [wethouders OF gedeputeerden] voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een [gemeentelijke OF provinciale] creditcard.
76
Buitenlandse dienstreis voor [wethouders OF gedeputeerden] (modelverordeningen VNG en IPO): Als de [wethouder OF gedeputeerde] in het [gemeentelijk OF provinciaal] belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. Voor een reis in het [gemeentelijk OF provinciaal] belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten] vereist. [De gemeenteraad OF Provinciale staten] [kan OF kunnen] aan deze toestemming voorwaarden verbinden.
Artikel 5.1 1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 2. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] en [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgestelde regels en procedures.
Artikel 5.2 1. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten OF het dagelijks bestuur]. Hij verschaft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter], onderscheidenlijk [de wethouder OF de gedeputeerde OF het lid van het dagelijks bestuur] meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse reis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. 3. [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur] betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert [de gemeenteraad OF Provinciale staten OF het algemeen bestuur] zo spoedig mogelijk over het genomen besluit.
Artikel 5.3 1. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk een [wethouder OF gedeputeerde OF lid van het dagelijks bestuur] legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 2. De [gemeentesecretaris OF provinciesecretaris OF secretaris-directeur] legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
11
Artikel 5.4 Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een [buurgemeente OF buurprovincie OF buurwaterschap] in het buitenland.
Artikel 5.5 De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] respectievelijk een [wethouder OF gedeputeerde OF lid van het dagelijks bestuur] declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.6 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn.
77
Toelichting Artikel 5.1 Aan bestuurders worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. De bestuurder zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.
Artikelen 5.2 en 5.3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt uiteindelijk bij [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten OF het dagelijks bestuur]. Ingevolge artikel 5.4 gelden de bepalingen van de artikelen 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een [buurgemeente OF buurprovincie OF buurwaterschap] in het buitenland. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijke richtsnoer. Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder de artikelen 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. Artikel 5.6 Stelregel is dat privé gebruik van [gemeentelijke voorzieningen OF provinciale voorzieningen OF voorzieningen van het waterschap] niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van een mobiele telefoon.
12
Paragraaf 6
Uitvoering gedragscode
Artikel 6.1 [De gemeenteraad OF Provinciale staten OF Het algemeen bestuur] [bevordert OF bevorderen] de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin.
Artikel 6.2 1. Op voorstel van de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] [maakt OF maken] de [gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] in ieder geval afspraken over: a de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder; b de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; c de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze gedragscode.
78
Toelichting Artikel 6.1 [De gemeenteraad OF provinciale staten OF Het algemeen bestuur] [is OF zijn] het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes. Artikel 6.2 De [Gemeentewet OF Provinciewet OF Waterschapswet] verplicht [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar [gemeente OF provincie OF waterschap] te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de [griffier OF secretaris-directeur]) kan hier in relatie tot [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] met de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] nadere afspraken [maakt OF maken] over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet uitputtend.
13
79
Modelgedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen [De raad van de gemeente OF Provinciale staten van OF Het algemeen bestuur van] [naam gemeente OF provincie OF waterschap]; gelezen het voorstel van [burgemeester en wethouders OF gedeputeerde staten OF het dagelijks bestuur] van [datum en nummer]; gelet op artikel [15, derde lid, van de Gemeentewet OF 15, derde lid, van de Provinciewet OF 33, derde lid, van de Waterschapswet]; [gezien het advies van [naam commissie];] besluit[en] vast te stellen de Gedragscode integriteit [raadsleden OF statenleden OF leden van het algemeen bestuur] [naam gemeente OF provincie OF waterschap en eventueel jaartal].
Inleiding Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode. Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede)verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.
Vertrekpunt voor de politieke ambtsdrager is dan ook de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang. De volksvertegenwoordiging stelt zowel voor de eigen leden als voor de dagelijkse bestuurders (voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur) een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de [Gemeentewet OF Provinciewet OF Waterschapswet]. De gedragscode is richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de twee groepen van politieke ambtsdragers (volksvertegenwoordigers en dagelijkse bestuurders) is er een afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de volksvertegenwoordigers: [raadsleden OF statenleden OF leden van het algemeen bestuur van het waterschap]. Veel bepalingen zijn voor de volksvertegenwoordigers en de dagelijkse bestuurders gelijk. Er zijn ook verschillen.
Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. [De gemeenteraad is OF Provinciale staten zijn OF Het algemeen bestuur van het waterschap is] een politiek orgaan. In de volksvertegenwoordigingen worden specifieke of (partij-)politieke belangen ingebracht voor het algemeen belang van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. Deze politieke ambtsdragers krijgen het mandaat van hun kiezers en de gedragscode dient de vervulling van het kiezersmandaat te ondersteunen. Het handelen van het dagelijks bestuur en van de bestuurders staat ten dienste van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. De ambtsdragers aan wie en de organen waaraan het dagelijks bestuur is opgedragen, zijn over hun
80
3
bestuurlijke handelen en over hun functioneren verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordigende organen. Aan het dagelijks bestuur en de bestuurders worden ook in de gedragscode bijzondere eisen gesteld om optimale openheid en controleerbaarheid mogelijk te maken. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter.
Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur1 benoemt een aantal kernwaarden van goed openbaar bestuur. Integriteit wordt hierin in één adem genoemd met openheid. ‘Openheid en integriteit’: “het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat.“ De wetgeving (en de gedragscode in aanvulling hierop) bevat diverse voorschriften inzake openheid met het oog op de integriteit. Die voorschriften hebben betrekking op openbaarmaking van nevenfuncties en/of neveninkomsten, van geschenken, buitenlandse reizen, excursies en evenementen. De registraties in de codes zijn bedoeld om de transparantie te bevorderen die belangenverstrengeling en onverantwoord en/of onjuist gebruik van publieke middelen door politieke ambtsdragers moeten tegengaan.
De politieke ambtsdrager is primair zelf verantwoordelijk voor zijn integriteit en hij zal zich daar in alle openheid over moeten verantwoorden. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur verbindt openheid en integriteit met de kernwaarden participatie, behoorlijke contacten met burgers, doelgerichtheid en doelmatigheid, legitimiteit, lerend en zelfreinigend vermogen en verantwoording. Al deze kernwaarden klinken in verschillende mate door in de hierna volgende gedragscode.
4
1
De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur (23 juni 2009) bevat basale beginselen van goed openbaar bestuur
en is een informeel instrument dat een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van besturen van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om gewetensvol invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur. De Code bevat geen juridisch afdwingbare normen.
81
Paragraaf 1
Algemene bepalingen
Wettelijke grondslag [De gemeenteraad OF Provinciale staten OF Het algemeen bestuur] [stelt OF stellen] een gedragscode vast voor hun leden [artikel 15, derde lid, Gemeentewet OF artikel 15, derde lid, Provinciewet OF artikel 33, derde lid, Waterschapswet].
Artikel 1.1 Deze gedragscode geldt voor de [raadsleden OF statenleden OF leden van het algemeen bestuur], maar richt zich ook tot de bestuursorganen.
Artikel 1.2 Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.
Paragraaf 2
Voorkomen van belangenverstrengeling
Wettelijk kader Afleggen eed of belofte ([artikel 14 Gemeentewet OF artikel 14 Provinciewet OF artikel 34 Waterschapswet]) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de [raadsleden OF statenleden OF leden van het algemeen bestuur] in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot [raadslid OF Statenlid OF lid van het algemeen bestuur] benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als [raadslid OF Statenlid OF lid van het algemeen bestuur] naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen • Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over • een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; • de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort ([artikel 28 Gemeentewet OF artikel 28 Provinciewet OF artikel 38a Waterschapswet]).
• Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). Incompatibiliteiten en nevenfuncties •
Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar [de gemeente(bestuur) OF de provincie(bestuur) OF het waterschap(sbestuur] partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend ([artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet OF artikel 15, eerste en tweede lid, Provinciewet OF artikel 33, eerste en tweede lid, Waterschapswet]).
82
5
Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet). •
Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit ([artikel 13 Gemeentewet OF artikel 13 Provinciewet OF artikel 31 Waterschapswet]). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet).
•
Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op [het gemeentehuis OF het provinciehuis OF het waterschaphuis] ([artikel 12 Gemeentewet OF artikel 11 Provinciewet OF artikel 32 Waterschapswet]).
Artikel 2 1. Het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] levert de [griffier OF secretaris-directeur] de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het [raadslidmaatschap OF statenlidmaatschap OF lidmaatschap van het algemeen bestuur]. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de [griffier OF secretaris-directeur]. 2. De informatie betreft in ieder geval: a de omschrijving van de (neven)functie; b de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; c of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het [raadslidmaatschap OF statenlidmaatschap OF lidmaatschap van het algemeen bestuur]; en d of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is. 3. De [griffier OF secretaris-directeur] legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Toelichting Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.
6
Paragraaf 3
Informatie
Wettelijk kader Informatieplicht [Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur van het waterschap] en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang ([artikel 169 Gemeentewet OF artikel 167 Provinciewet OF artikel 89 Waterschapswet]). Het Reglement van Orde voor [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur van het waterschap] kan bepalingen bevatten die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie.
83
Geheimhouding •
Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).
•
[Burgemeester en wethouders OF Gedeputeerde staten OF Het dagelijks bestuur van het waterschap] [kunnen OF kan] op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] heeft die bevoegdheid. De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd
•
door de volksvertegenwoordiging. Ook [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur van het waterschap], onderscheidenlijk (de voorzitter van) een commissie [kan OF kunnen] geheimhouding opleggen ([artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet OF artikelen 25, 55 en 91 Provinciewet OF artikelen 37 en 43 Waterschapswet]). Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
Artikel 3.1 Het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard.
Artikel 3.2 Het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie.
Toelichting Artikel 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.
Paragraaf 4
Omgang met geschenken en uitnodigingen
Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die het [raadslid OF Statenlid OF lid van het algemeen bestuur] op grond van [artikel 14 van de Gemeentewet OF artikel 14 van de Provinciewet OF artikel 34 van de Waterschapswet] moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.
Artikel 4.1 1. Een [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste € 50 vertegenwoordigen behouden. 3. Geschenken die het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 4. De [griffier OF secretaris-directeur] legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer
84
7
dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.
Artikel 4.2 1. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] maakt het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] binnen één week na deelname openbaar. Daarbij wordt ook openbaar gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen. 2. De informatie is openbaar en via internet beschikbaar.
Artikel 4.3 1. Een [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] meldt de [griffier OF secretaris-directeur] de ondernomen buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval het doel, de bestemming en de duur van de reis en wat daarvan de kosten waren. 2. De [griffier OF secretaris-directeur] legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.
Toelichting Artikel 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Duurdere geschenken worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] [die OF dat] zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register worden opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 [de gemeente OF de provincie OF het waterschap] heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.
Artikelen 4.2 en 4.3
8
Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.
Paragraaf 5
Gebruik van voorzieningen van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]
Wettelijk kader Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG en IPO): Er zijn voor [raadsleden OF statenleden] voorschriften opgenomen in de [gemeentelijke OF provinciale] verordening Rechtspositie over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten. Buitenlandse excursie of reis voor [raadsleden OF statenleden] (modelverordeningen VNG en IPO): [De gemeenteraad OF Provinciale staten] [kan OF kunnen] een [raads- OF statencommissie] (of een delegatie daaruit) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de [gemeente OF provincie]. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de [gemeente OF provincie]. [De gemeenteraad OF Provinciale staten] [kan OF kunnen] aan de toestemming voorwaarden verbinden.
85
Artikel 5.1 1. Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteren heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 2. Het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures.
Artikel 5.2 Een [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.
Artikel 5.3 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van [de gemeenten OF de provincie OF het waterschap] ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn.
Toelichting Artikel 5.1 Aan [raadsleden OF statenleden OF leden van het algemeen bestuur] worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
Het [raadslid OF statenlid OF lid van het algemeen bestuur] zal zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden.
Artikel 5.3 Stelregel is dat privégebruik van [gemeentelijke voorzieningen OF provinciale voorzieningen OF voorzieningen van het waterschap] niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van een mobiele telefoon.
86
9
Paragraaf 6
Uitvoering gedragscode
Artikel 6.1 [De gemeenteraad OF Provinciale staten OF Het algemeen bestuur] [bevordert OF bevorderen] de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin.
Artikel 6.2 1. Op voorstel van de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] [maakt OF maken] [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] in ieder geval afspraken over: a de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder; b de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; c de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van [de gemeente OF de provincie OF het waterschap]. 2. De afspraken, bedoeld in het eerste lid, maken deel uit van deze gedragscode.
Toelichting Artikel 6.1 [De gemeenteraad OF Provinciale staten OF Het algemeen bestuur] [is OF zijn] het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode, voor een eenduidige interpretatie daarvan en voor wijziging/aanvulling daarvan bij onduidelijkheden of leemtes.
Artikel 6.2 De [Gemeentewet OF Provinciewet OF Waterschapswet] verplicht [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] krijgt de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar [gemeente OF provincie OF waterschap] te bevorderen. Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen
10
gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia een plek krijgen en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur. De [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de [griffier OF secretaris-directeur]) kan hier in relatie tot [de gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de [gemeenteraad OF provinciale staten OF het algemeen bestuur] met de [burgemeester OF commissaris van de Koning OF waterschapvoorzitter] nadere afspraken [maakt OF maken] over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze processuele en procedurele afspraken kunnen onderdeel uitmaken van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in artikel 6.2, eerste lid, zijn niet uitputtend.
87
Colofon Een gezamenlijke publicatie van De Vereniging van Nederlandse Gemeenten Het Interprovinciaal Overleg De Unie van Waterschappen Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Deze publicatie is digitaal beschikbaar op de websites van bovengenoemde organen en tevens te downloaden op www.integriteitoverheid.nl en www.politiekeambtsdragers.nl Maart 2016 Nr 91536 3e Gewijzigde druk maart 2016
88