CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

1. bestemmingsplan Attero 2023 (toelichting) - Bijlage 2 Milieueffectrapport (MER)

gemeenteraad 23 februari 2026, gemeente VoorstBij agendapunt: Bestemmingsplan Attero 202338.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Dat betekent dat de uiterlijke afdichting van de stortvakken (behoudens reeds het afgedichte stortvak 2B) tussen 2030 en 2049 ligt. Bij de aanleg van deze afdichting wordt drainage aangelegd voor het bovenliggende afval. Voor het volledig ontwateren van de onderliggende laag afval wordt over het algemeen van 20 jaar uitgegaan. Tabel 6-20 Beoordeling criterium bodemopbouw en geohydrologie

Alternatief

Beoordeling

Toelichting

Alternatief 1

0

Geen verstoring/invloed

Alternatief 2

0

Geen verstoring/invloed

Alternatief 3

0

Geen verstoring/invloed

15 mei 2023

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

80

Projectgerelateerd

Bodemkwaliteit Met de huidige bodembeschermende voorzieningen en monitorings-/controlemaatregelen wordt verwacht dat de huidige bodemkwaliteit niet verslechterd en de kans op het ontstaan van nieuwe bodemverontreiniging verwaarloosbaar is, aangezien de ophoging van de stortplaats enkel in verticale richting plaatsvindt. De levensduur van de beschermende voorzieningen zoals de onderafdichting zal in de loop van de tijd verstrijken. Hoe hiermee wordt omgegaan is beschreven in het nazorgplan (Versie 2022). Tabel 6-20 Beoordeling criterium bodemverontreiniging

Alternatief

Beoordeling

Toelichting

Alternatief 1

0

Bodemkwaliteit blijft gelijk

Alternatief 2

0

Bodemkwaliteit blijft gelijk

Alternatief 3

0

Bodemkwaliteit blijft gelijk

Er hoeven geen vervolgonderzoeken plaats te vinden. Wel dient rekening gehouden te worden met de zorgplicht, wat betekent dat een bodemverontreiniging die in/na 1987 veroorzaakt is volledig dient te worden gesaneerd. Oppervlaktewater Schoon hemelwater afkomstig van het terrein watert af op watergang de Stouwgraaf. Beïnvloeding van oostelijk gelegen recreatieplas Bussloo is gezien de afstand tot de stortlocatie niet aan de orde. Tabel 6-21 Beoordeling criterium oppervlaktewater

Alternatief

Beoordeling

Toelichting

Alternatief 1

0

Geen toe- of afname van de kwaliteit

Alternatief 2

0

Geen toe- of afname van de kwaliteit

Alternatief 3

0

Geen toe- of afname van de kwaliteit

Tunnelcompostering Attero is voornemens om een installatie voor tunnelcompostering op het terrein te ontwikkelen. Bij tunnelcompostering, composteert het groente-, fruit- en tuinafval in afzonderlijke tunnels. Doordat elke tunnel uitgerust is met een individueel systeem om temperatuur, vocht- en zuurstofgehalte te sturen, is deze techniek zeer goed beheersbaar. Het residu wordt op de stortplaats gestort. Met de huidige bodembeschermende voorzieningen en monitorings-/controlemaatregelen is de verwachting dat de bodemkwaliteit niet verslechterd en er geen kans op het ontstaan van bodemverontreiniging als gevolg van de ontwikkeling van de tunnelcompostering is.

6.5.6

Mitigerende maatregelen

Voor wat betreft bodembouw, geohydrologie en oppervlaktewater zullen geen wijzigingen optreden en zijn dan ook geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. Voor het criterium bodemkwaliteit zijn geen aanvullende onderzoeken/maatregelen noodzakelijk. Het uitgangspunt is dat de huidige bodembeschermende voorzieningen voldoende zijn om de komende jaren bescherming te bieden van grond en grondwater bij ophoging van de stortplaats. Door middel van 15 mei 2023

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

81

Projectgerelateerd

monitoring wordt de verontreinigingssituatie en stabiliteit van de bodembeschermende maatregelen in de gaten gehouden. In het nazorgplan is beschreven hoe wordt omgegaan met het verstrijken van de levensduur van de bodembeschermende voorzieningen.

6.5.7

Conclusies

Samengevat kan worden gesteld dat geen van de beoordeelde criteria een negatief effect ondervindt van de ophoging van de stortplaats. De criteria zijn niet onderscheidend voor de verschillende beoordeelde alternatieven. Tabel 6-21 Totaalbeoordeling effectscores

Alternatieven Bodem

Referentiesituatie Alternatief 1: Pannenkoek

Alternatief 2: Gezicht 1

Alternatief 3: Gezicht 2

Bodemopbouw en geohydrologie

0

0

0

0

Bodemkwaliteit

0

0

0

0

Oppervlaktewater

0

0

0

0

15 mei 2023

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

82

Projectgerelateerd

6.6

Externe veiligheid

6.6.1

Inleiding

Deze paragraaf beschouwt de risico’s voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, het transport en de opslag van gevaarlijke stoffen en het risico op dodelijke slachtoffers buiten de inrichting. De inrichting van Attero is niet Bevi-plichtig. Desalniettemin worden de omgevingsveiligheidsrisico's van de voorgenomen stortplaats ophoging voor gebruik, verpakking, bewerking of opslag van gevaarlijke stoffen nader in kaart gebracht.

6.6.2

Beleidskader

Het milieuaspect externe veiligheid wordt getoetst conform het vigerende wettelijk kader. Daarnaast is voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet. Vigerend wettelijk kader: Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat uit verschillende besluiten en regelingen. Deze besluiten regelen aan welke milieukwaliteitseisen met betrekking tot externe veiligheid moet worden voldaan. De volgende besluiten zijn van toepassing voor dit onderzoek. • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) 16: Inrichtingen met gevaarlijke stoffen • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) 17: Spoorwegen, autowegen, vaarroutes met transport van gevaarlijke stoffen • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)18: Hogedruk aardgasleidingen. Voorgenomen wettelijk kader: de Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet verandert ook het externe veiligheidsbeleid, de drie hierboven genoemde besluiten worden geïntegreerd binnen het stelsel van de Omgevingswet. Voor wat betreft de beoordelingscriteria in dit MER, wijzigt het groepsrisico. Beoordeling van het plaatsgebonden risico blijft ongewijzigd. In plaats van / ter aanvulling van de beoordeling van het groepsrisico wordt er gekeken naar aandachtsgebieden. Een risicobron kent afhankelijk van zijn kenmerken een brand, en/of explosie en/of een gifwolkaandachtsgebied.

Voor ruimtelijke plannen die uitgevoerd worden binnen een brand- en/of een explosieaandachtsgebied geldt voor een gemeente dat zij een afweging moet maken om een voorschriftengebied vast te stellen in het omgevingsplan waarbinnen aanvullende bouwkundige maatregelen gelden. Voor bepaalde typen gebouwen is het vaststellen van een voorschriftengebied een verplichting.

6.6.3

Beoordelings- en onderzoeksmethodiek

Voor een risicobron die valt onder het Bevi gelden twee risicomaten die worden beoordeeld. Dit betreffen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. N.B. Attero valt niet onder het Bevi.

16

Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Stb. 2004, 250, in werking getreden op 8 oktober 2004. Laatste wijziging op 18 september 2015 17 Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), Staatsblad 2013, nummer 307, inwerkingtreding 1 april 2015 18 Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), Ministerie van VROM, Besluit van 24 juli 2010, Staatsblad 686, 17 september 2010 15 mei 2023

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

83

Projectgerelateerd

Aspect

Criteria

Werkwijze

Plaatsgebonden risico

Het PR is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof.

Kwalitatief/ Kwantitatief

Groepsgebonden risico

Het GR is de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Kwalitatief/ Kwantitatief

Plaatsgebonden risico De normwaarde voor het plaatsgebonden risico is dat deze niet hoger mag worden dan een kans van 1 * 10-6 per jaar ten gevolge van de planontwikkeling. Veranderingen met betrekking tot de risicobron kunnen ervoor zorgen dat de contouren veranderen. Ontwikkelingen in de nabijheid van een risicobron kunnen ervoor zorgen dat (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR-contouren geprojecteerd worden. Dit is beoordeeld aan de hand van de onderstaande effectscores. Onder de Omgevingswet wordt niet meer gesproken van beperkt kwetsbare objecten maar van (beperkt) kwetsbare gebouwen/locaties en zeer kwetsbare gebouwen. Tabel 6-22 Operationalisering effectscores

Effectscore ++

Beoordeling Zeer positief effect

+

Positief effect

0 -

Geen/ neutraal effect Negatief effect

--

Zeer negatief effect

Plaatsgebonden risico (vigerend beleidskader & Omgevingswet) PR 10-6 contour neemt af, géén beperkt kwetsbare en/of kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour, er is voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico. PR 10-6 contour neemt af, het aantal beperkt kwetsbare en/of kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour neemt af, er is voldaan aan de richtwaarden van het plaatsgebonden risico. Situatie blijft gelijk ten opzichte van de referentiesituatie. PR 10-6 contour neemt toe, het aantal beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour neemt toe, er is voldaan aan de grenswaarden van het plaatsgebonden risico. PR 10-6 contour neemt toe, het aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour neemt toe, er is niet voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico.

Vervolgens zijn de alternatieven als geheel beoordeeld voor het plaatsgebonden risico. Hierbij is beoordeeld of er veranderingen plaatsvinden en welk (totaal) effect dit heeft voor het milieuaspect externe veiligheid. Groepsrisico Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een oriëntatiewaarde die is berekend per risicobron. Per relevante risicobron is voor het voornemen onderzocht wat de veranderingen zijn in de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de referentiesituatie. Voor ieder type risicobron geldt een ander beoordelingsregime in overeenstemming met de genoemde besluiten en de bijbehorende mate van verantwoording. Hierdoor kan de hoogte van het groepsrisico niet gecumuleerd worden. Onderstaand de effectscores voor het groepsrisico. Tabel 6-23 Operationalisering effectscores

Effectscore ++ + 15 mei 2023

Beoordeling Zeer positief effect Positief effect

Groepsrisico (vigerend beleidskader) Afname van het GR en hoogte van het GR is lager dan 0,1 * oriëntatiewaarde Afname van het GR en hoogte van het GR ligt tussen 0,1 en 1 * oriëntatiewaarde

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

84

Projectgerelateerd

0

Geen/ effect

neutraal

-

Negatief effect

--

Zeer effect

negatief

1) Hoogte van het GR is gelijk aan de referentiesituatie/ 2) Afname van het GR en de hoogte van het GR > 1* oriëntatiewaarde/ 3) Toename van het GR en de hoogte van het GR < 0,1 * oriëntatiewaarde/ 4) Toename van het GR en de hoogte van het GR ligt tussen > 0,1 en 1 * oriëntatiewaarde en de toename is minder dan 10%. Toename van het GR en de hoogte van het GR ligt tussen 0,1 en 1 * oriëntatiewaarde en een toename van het GR is meer dan 10%. Toename van het GR en de hoogte van het GR ligt boven de oriëntatiewaarde.

Vervolgens zijn de alternatieven als geheel beoordeeld voor het groepsrisico. Hierbij is beoordeeld of er veranderingen plaatsvinden en welk (totaal) effect dit heeft voor het milieuaspect externe veiligheid.

Aandachtsgebieden De beoordeling van de aandachtsgebieden vindt plaats door te kijken of het planvoornemen (beperkt) kwetsbare gebouwen en/of locaties en/of zeer kwetsbare gebouwen mogelijk maakt binnen het brandaandachtsgebied en/of het explosieaandachtsgebied. De beoordelingscriteria voor de aandachtsgebieden zijn hetzelfde. Voor Attero zijn het brand- en explosieaandachtsgebied afzonderlijk beoordeeld. Tabel 6-24 Operationalisering effectscores

Effectscore

Beoordeling

Brand- & explosieaandachtsgebied (Omgevingswet)

++

Zeer positief effect

Afname aantal zeer kwetsbare explosieaandachtsgebied.

+

Positief effect

Afname aantal (beperkt) kwetsbare gebouwen en/of (beperkt) kwetsbare locaties binnen brand- en/of explosieaandachtsgebied.

0

Geen/ effect

Geen verandering aantal (beperkt en/of zeer) kwetsbare gebouwen en/of (beperkt) kwetsbare locaties binnen brand- en/of explosieaandachtsgebied.

-

Negatief effect

Toename aantal (beperkt) kwetsbare gebouwen en/of (beperkt) kwetsbare locaties binnen brand- en/of explosieaandachtsgebied. Gemeente dient afweging te maken over voorschriftengebied aan/uit.

--

Zeer negatief effect

Toename aantal zeer kwetsbare gebouwen binnen brand- en/of explosieaandachtsgebied. Gemeente dient voorschriftengebied aan te wijzen voor zeer kwetsbare gebouw(en).

6.6.4

neutraal

gebouwen

binnen

brand-

en/of

Referentiesituatie

Attero is momenteel geen inrichting die onder het regime van het Bevi valt. De inrichting zelf veroorzaakt dan ook geen externe veiligheidsrisico en hiermee geen plaatsgebonden risico, geen groepsrisico en geen brand- en explosieaandachtsgebied. Indien het voornemen niet uitgevoerd wordt, blijft deze situatie bestaan.

6.6.5

Effectbeoordeling

De alternatieven leiden er niet toe dat Attero andersoortige gevaarlijke stoffen gaat opslaan. Door de toename van de opslag van afvalstoffen blijft de Bevi-status van de inrichting ongewijzigd: Attero valt niet onder het regime van het Bevi. De inrichting zelf veroorzaakt in geen van de alternatieven een externe 15 mei 2023

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

85

Projectgerelateerd

veiligheidsrisico en hiermee geen plaatsgebonden risico, geen groepsrisico en geen brand- en explosieaandachtsgebied. Ook de realisatie van een tunnelcompostering heeft hierop geen ander effect. Aanpassingen in de omgeving van de inrichting leiden eveneens niet tot externe veiligheidsrisico’s. Tabel 6-24 Totaalbeoordeling effectscores

Alternatieven

Plaatsgebonden risico

Groepsrisico

0 0 0

0 0 0

Alternatief 1: Pannenkoek Alternatief 2: Gezicht 1 Alternatief 3: Gezicht 2

6.6.6

Brand- en explosieaandachtsgebied 0 0 0

Mitigerende maatregelen

Mitigerende maatregelen of vervolgonderzoek zijn niet noodzakelijk voor het aspect externe veiligheid.

6.6.7

Conclusies

In het kader van externe veiligheid zijn de verschillende criteria beoordeeld. Onderstaande tabel toont de eindbeoordeling per criteria ten opzichte van de alternatieven. Tabel 6-25 Totaalbeoordeling effectscores

Externe veiligheid

Referentiesituatie

Alternatieven Alternatief 1: Pannenkoek

Alternatief 2: Gezicht 1

Alternatief 3: Gezicht 2

Plaatsgebonden risico

0

0

0

0

Groepsrisico

0

0

0

0

Brandaandachtsgebied

0

0

0

0

Explosieaandachtsgebied

0

0

0

0

15 mei 2023

CLICK TO ENTER "CDC2"

BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16420624/2