1. bestemmingsplan Attero 2023 (toelichting) - Bijlage 2 Milieueffectrapport (MER)
Tekst van het document
RAPPORT MER Ophoging stortplaats De Sluiner te Wilp
Klant:
Attero b.v
Referentie: BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status:
Definitief/1.0
Datum:
15 mei 2023
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Jonkerbosplein 52 6534 AB Nijmegen Netherlands Mobility & Infrastructure
+31 88 348 70 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: MER Ophoging stortplaats De Sluiner te Wilp
Referentie: BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status: Definitief/1.0 Datum: 15 mei 2023 Projectnaam: MER Ophoging stortplaats De Sluiner te Wilp Projectnummer: BH5225 Auteur(s): NB, SB
Opgesteld door: NB, TdB, SB Gecontroleerd door: TdB Datum: Mei 2023 Goedgekeurd door: TdB Datum: Mei 2023
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
ii
Projectgerelateerd
Samenvatting Stortplaats De Sluiner in Wilp wordt geëxploiteerd door het bedrijf Attero B.V. Momenteel ligt bij stortplaats ongeveer 6,6 miljoen m3 afval opgeslagen. Er is daarmee een resterende stortruimte van ongeveer 0,4 miljoen m3. Attero is voornemens om nog circa 3 miljoen m3 extra toe te voegen aan de stortcapaciteit. Daarmee wordt de totale stortcapaciteit voor stortplaats De Sluiner maximaal 10 miljoen m 3. Om de extra stortcapaciteit van circa 3 miljoen m 3 op de Sluiner te kunnen realiseren, streeft Attero ernaar om de maximale hoogte van de stortplaats te verhogen van de huidige circa 31 meter, naar ongeveer 50 meter ten opzichte van het maaiveld. De ophoging van de stortplaats betekent alleen dat er in de tijd gezien langer gestort gaat worden. Het betekent dus niet dat er per jaar meer gestort gaat worden. Per jaar blijft dat maximaal de vergunde 275.000 ton/jaar. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanwijziging nodig. Ophoging van stortcapaciteit wordt in het landelijk afvalbeleid voorlopig alleen toegestaan door ophoging van de bestaande stortplaatsen of door heropenen van gesloten verklaarde stortplaatsen. Deze locaties dienen te voldoen aan de eisen van het Stortbesluit bodembescherming 1. De huidige voorzieningen van de stortplaats voldoen hieraan en zijn zodoende geschikt voor capaciteitsvergroting.
De vigerende vergunningen van Attero in Wilp voorzien bovendien in de voorgenomen ophoging. Met het vergroten van het totale netto volume van de stortplaats van Attero kan de locatie in Wilp de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen in de afvalverwerking en de afvalkringloop. Het behouden van de locatie in Wilp voor het verwerken en storten van afval is vanuit een economisch- en duurzaamheidsperspectief dan ook voor de hand liggend. Onderdeel van het voornemen tot ophoging is daarnaast, voortkomend uit participatie met de omgeving, de realisatie van tunnelcompostering. Tunnelcompostering is een techniek waarbij het composterend materiaal in een betonnen bunker op een beluchtingsvloer wordt gebracht. Middels een ventilator wordt het composterend materiaal met overdruk van beneden naar boven belucht. Om inzichtelijk te maken welke omgevingseffecten dit voornemen heeft, is voorliggend MER opgesteld. M.e.r-plicht Het voornemen is niet MER-plichtig conform de criteria in Besluit m.e.r, onderdeel C. Uit de concept MERAanmeldnotitie is gebleken dat de voorgenomen activiteit geen bijzondere omstandigheden met zich meebrengt die het verplichten tot het opstellen van een MER rechtvaardigen.
Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de potentiële effecten van het project, met betrekking tot de voorgenomen verandering van de stortplaats De Sluiner is vastgesteld dat de voorgenomen activiteit geen bijzondere omstandigheden met zich meebrengt, die het verplichten tot het opstellen van een MER rechtvaardigen. In overleg met bevoegde gezagen kiest Attero ervoor om niet eerst formeel te laten beoordelen of in dit geval aanleiding bestaat voor het opstellen van een MER, maar om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid direct vrijwillig een MER op te stellen conform artikel 7.16, vijfde lid, van de Wet milieubeheer (Wm). Belangrijkste argument hiervoor is dat het opstellen van een MER een wezenlijke bijdrage kan leveren aan een zorgvuldige totstandkoming van het besluit over de toekomstige ophoging van stortplaats De Sluiner in Wilp. Omdat zowel het bestemmingsplan als de omgevingsvergunning (Milieu) aangepast moeten worden, kiest Attero ervoor om ingevolge artikel 14.4b Wm een gecombineerd plan- en project-MER op te stellen waarvoor de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd zal (moeten) worden. Voor het beoordelen van de milieueffecten zijn drie alternatieven voor de stortplaats uitgewerkt. De milieueffecten worden beoordeeld ten opzichte van de autonome situatie.
1
In het Stortbesluit bodembescherming zijn criteria opgenomen waaraan de voorzieningen moeten voldoen met betrekking tot de bescherming van het milieu. Voor de onder- en bovenafdichting gelden hierbij met name specifieke eisen. 15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
iii
Projectgerelateerd
Voorliggend Milieueffect Rapport (MER) is opgesteld in het kader van het voornemen van Attero. Het MER onderzoekt aan de hand van alternatieven de mogelijke effecten die de ophoging heeft op de omgeving. Op basis van dat onderzoek wordt een voorkeursalternatief uitgewerkt. Alternatieven In het MER worden landschappelijke uitvoeringsalternatieven afgewogen om tot een voorkeursalternatief voor de eindafwerking te komen waarin de eventueel nadelige gevolgen voor het milieu en de leefomgeving tot een minimum worden gereduceerd. Het daaruit resulterende voorkeursalternatief wordt in het MER toegelicht.
Overzicht alternatieven in het MER
Gebiedsproces en mitigerende Parallel aan de ontwikkelingen op de stortplaats, speelt er een gebiedsproces, waarin de haalbaarheid van mitigerende maatregelen wordt onderzocht. Dat proces is erop gericht om de hinder die de omgeving kan ondervinden, verder terug te dringen of te compenseren. Náást de geplande ophoging, wordt met het voornemen ingezet op kansen voor ecologie, omgeving en energieopwekking. De mitigerende maatregelen die Attero voornemens is te implementeren, betreft de ontwikkeling van circa 18 hectare aan de overzijde van de A1. In het kader van klimaatadaptatie- en mitigatie, natuur- en ecologie en landschap zullen de bestaande houtopstanden uitgebreid worden. Over de lengte parallel aan de afvalberg zal een gemixt bosplantsoen aangelegd worden. Deze nieuwe aanplant komt aan weerszijden van het bestaande bosschage ten noorden van de A1, tussen de Ardeweg en de Vundelaarsweg. Zowel aan de oost- als de westzijde wordt een strook met een lengte van ca. 300 meter en een breedte van ca. 30 meter aangeplant. De lengte van de bomen zorgen voor verminderde zichtbaarheid van de afvalberg vanaf Wilp-Achterhoek. Door slimme keuze van boom- en plantsoorten ontstaat een fijn habitat voor lokale fauna en de mogelijkheid tot opnemen van stikstof.
Verder zal in de berm tussen de vangrail en de houtopstanden een zonnepark gerealiseerd worden, de opwek van duurzame energie is een klimaat mitigerende maatregel.
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
iv
Projectgerelateerd
De mogelijke maatregelen langs de A1 bestaan uit; • het aanleggen van twee grondwallen tot maximaal 10 meter hoog; • het realiseren van maximaal 17 poelen • het planten van maximaal 16.500 bomen Naast de maatregelen rondom de snelweg, wordt het plangebied (ca. 45 hectare) gebruikt om nieuwe natuur te creëren op de stortplaats zelf. Attero heeft aangegeven zich met name te willen richten op vlinders. Hiertoe is reeds een aantal plantensoorten benoemd die men voornemens is om in te zaaien. Dit betreft o.a. zwartblauwe rapunzel, beemdkroon, duifkruid, grote pimpernel, veldsalie en wilde marjolein. Deze plantensoorten zijn vrijwel verdwenen in (grote delen van) Nederland. Ze vormen bij uitstek waardevolle drachtplanten en leiden daarmee tot een aanzienlijke verrijking van de vegetatie en biodiversiteit door de aantrekking van vlinders, bijen en zweefvliegen. De aanleg en mitigerende effecten van deze maatregelen komt terug in de daarvoor relevante effectonderzoeken. Verkeer Voor het voornemen geldt dat er geen gevolgen zijn voor de verkeerssituatie. Er is geen sprake van een toename van de verkeersintensiteit ten opzichte van de referentiesituatie. De inrichting blijft ook voor de nieuwe activiteiten in zijn geheel gebonden aan de maximale verkeersbewegingen zoals die zijn vastgelegd in de huidige milieuvergunning.
Het plan is dan ook uitvoerbaar bevonden in het kader van bereikbaarheid en verkeer. Dit onderdeel wordt daarom neutraal beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie. Omdat geen sprake is van toename van de verkeersbewegingen wordt ook de verkeersveiligheid ter plaatse niet nadelig beïnvloed. Het plan is dan ook uitvoerbaar bevonden in het kader van verkeersveiligheid. Natuur en stikstof Natuur Het voornemen van Attero om de stortplaats op te hogen en een tunnelcompostering te realiseren gaat samen met het plan om natuurontwikkeling op en om het plangebied mogelijk te maken. Het gaat voornamelijk om de aanplant aan beide kanten van het bos aan de noordkant van de snelweg als mitigerende maatregel (ca. 18 hectare) en de mogelijkheden om nieuwe natuur te creëren op de stortplaats zelf (ca. 45 hectare). Het realiseren van de voorgenomen mitigerende maatregelen heeft een positief effect op de biodiversiteit. Attero zorgt met ophoging van de stortplaats voor een afdichting met hoge natuurwaarden en verbetering van biodiversiteit en leefgebied en doet dat door de natuurlijke waarden significant uit te breiden met onder andere op zeldzame en bedreigde soorten vegetatie. Attero heeft aangegeven zich met name te willen richten op vlinders. Hiertoe is reeds een aantal plantensoorten benoemd die men voornemens is om in te zaaien.
Daarnaast zijn maatregelen gericht op het aanbrengen van dood hout, als een voedselbron voor vele micro-organismen en ongewervelde soorten welke op hun beurt weer voedsel kunnen vormen voor grotere, gewervelde soorten. Met het voornemen om de genoemde natuurlijke maatregelen uit te voeren, verbetert de biodiversiteit en breidt het leefgebied voor beschermde soorten uit, waardoor deze in potentie een groter areaal leefgebied zullen krijgen en kunnen bewonen. Dit wordt als positief beoordeeld. De voorgenomen continuering van de werkzaamheden en vergroting van het stortvolume leidt zowel in de referentiesituatie als in de voorgenomen situatie tot het rooien van een houtopstand van ca. 2000m2 in de noordwestelijke hoek van de stortplaats. Dit wordt in de voorgenomen situatie gecompenseerd in de vorm van nieuwe aanplant. Er is ca. 18.000 m2 nieuwe aanplant voorzien, waarmee het te kappen oppervlak ruimschoots wordt gecompenseerd. Ten opzichte van de referentiesituatie is daarmee sprake van een positief effect.
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
v
Projectgerelateerd
Stikstof Op basis van berekeningen met de AERIUS calculator van 16 april 2023 (kenmerk RhExZximnymh), met bijbehorende bijlage met betrekking tot de mogelijk randeffecten, blijkt dat de depositie als gevolg van het voornemen toeneemt op een klein aantal hexagonen, wanneer de hexagonen met een mogelijk randeffect worden meegenomen. Deze toename wordt berekend binnen Natura 2000-gebieden Boetelerveld en Veluwe. Wanneer de hexagonen met een mogelijk randeffect buiten beschouwing worden gelaten is er geen toenamen van depositie. Er is een afname van depositie op bijna alle hexagonen, die te verklaren is door een forse jaarlijkse reductie van 11,5 ton/j NOx emissie. Daar staat een geringe toename van ammoniak emissie tegenover van 51,3 kg. Aan de hand van de berekening met de AERIUS calculator kan dan ook de conclusie worden getrokken dat er op geen van de hexagonen een toename is van depositie. Om te toetsen of er daadwerkelijk sprake is van een randeffect zijn aanvullende berekeningen uitgevoerd, waarbij onder andere is gekeken wat er gebeurt wanneer het betreffende hexagon met toename wordt uitgeschakeld. Uit die berekening blijkt dat de activiteiten van aanleg (landschapsverbetering) en bouw (tunnelcompostering) naast de reguliere vergunde activiteiten op geen enkel jaar tot een depositie die groter is dan de onherroepelijk vergunde stikstof depositie.
De continuering van de werkzaamheden leidt volgens het onderzoek dan ook niet tot (significant) negatieve effecten op aangewezen instandhoudingsdoelstellingen van omringende Natura 2000-gebieden. In twee uitspraken (ECLI:NL: RVS: 2021:71 en ECLI:NL:RVS:2021:175) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigd dat er geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (“Wnb”) nodig is als met succes het principe van intern salderen wordt toegepast. Bij intern salderen wordt, bij een wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, verzekerd dat de wijziging of uitbreiding inclusief de bestaande activiteit geen grotere of andere effecten op Natura 2000-gebieden veroorzaakt dan is toegestaan op grond van een vergunning voor een bestaande activiteit. Landschap De beoordeling van de voorgaande paragrafen laten zien dat haast alle alternatieven een zekere negatieve impact hebben op de cultuurhistorisch waardevolle landschappelijke structuren. Alle scores zijn 0 dan wel negatief omdat elke aanpassing aan de stortplaats een impact heeft op het landschap. Hoe hoger de stortlocatie wordt, hoe meer impact dit heeft op de maat en schaal van het landschap. Alternatief 1, het pannenkoekmodel, scoort gemiddeld genomen het meest positief.
Dit heeft te maken met de eenvoud van het ontwerp, de robuustheid en met de lange lijnen parallel aan bestaande beplantingsstructuren in het landschap. Het alternatief komt qua vormgeving vrijwel overeen met de vergunde autonome situatie maar met een extra hoeveelheid grond. Doordat de top van de stortplaats overeenkomt met de top van de bomen langs de A1, valt de stortlocatie ook vrijwel weg achter de bomen. Alternatief 2, gezicht vorm A, scoort gemiddeld genomen negatief. Dit komt de herkenbaarheid van het landart object. Het gezicht is herkenbaar wanneer er “en profil” wordt gekeken vanuit Wilp. Wanneer het van standpunt verandert verdwijnt deze herkenbaarheid en lijken de hoogten willekeurig en daarmee doet het landart object afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en waarden. Alternatief 3, gezicht vorm B, scoort gemiddeld genomen negatief. Dit komt door de herkenbaarheid van het landart object. Het gezicht is herkenbaar wanneer er “en profil” wordt gekeken vanuit Wilp. Wanneer het van standpunt verandert verdwijnt deze herkenbaarheid en lijken de hoogten willekeurig en daarmee doet het landart object afbreuk aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten en waarden. Bodem Samengevat kan worden gesteld dat geen van de beoordeelde criteria een negatief effect ondervindt van het vergroten van het totale stortvolume.
De criteria zijn niet onderscheidend voor de verschillende beoordeelde alternatieven voor het aspect bodem. Voor het criterium bodemkwaliteit zijn geen aanvullende
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
vi
Projectgerelateerd
onderzoeken/maatregelen noodzakelijk. Het uitgangspunt is dat de huidige bodem beschermende voorzieningen voldoende zijn om de komende jaren bescherming te bieden van grond en grondwater bij het vergroten van het stortvolume. Door middel van monitoring wordt de verontreinigingssituatie en stabiliteit van de bodem beschermende maatregelen in de gaten gehouden. In het nazorgplan is beschreven hoe wordt omgegaan met het verstrijken van de levensduur van de bodem beschermende voorzieningen. Externe veiligheid Samengevat kan worden gesteld dat geen van de beoordeelde criteria een negatief effect ondervindt van het vergroten van het stortvolume . De criteria zijn niet onderscheidend voor de verschillende beoordeelde alternatieven voor het aspect externe veiligheid. Zeer zorgwekkende stoffen Uit het onderzoek naar zeer zorgwekkende stoffen kan geconcludeerd dat ten opzichte van de referentiesituatie er slechts verandering is in hoeveelheid ingenomen afval. De analyse en beoordeling van afvalstromen verandert niet. Het beleid van Attero met betrekking tot acceptatiecriteria en verwerking bevat methoden hoe met ZZS om te gaan en verandert niet met de beoogde wijziging. Circulariteit, klimaatadaptatie- en mitigatie De effectbeoordeling voor alle drie de alternatieven is gelijk.
Wel zijn er kleine onderlinge verschillen per criterium maar onvoldoende om tot aanpassing van gegunde score te leiden. Een voorbeeld is het platte model welke een iets beter energielandschap vormt dan de andere 2 glooiende modellen. Anderzijds kan de glooiing van Alternatief 2 en 3 zorgen voor verscheidene punten waar water kan accumuleren en zo droogte voorkomen. Voor klimaatmitigatie zorgt de verhoging van het stortvolume voor alle drie de alternatieven een kans om meer groene energie op te wekken dan de referentiesituatie, dit verschil is echter miniem en resulteert ook niet in een verhoogde score. Voor het criterium circulariteit scoren alle drie de alternatieven hoog omdat de verhoging van het stortvolume in combinatie met best-in-class vuilverwerking en recycling van Attero zorgt voor een verhoogde circulaire omgang met stortafval ten opzichte van de referentiesituatie. Slagschaduw Alternatief 3 veroorzaakt de meeste slagschaduw op het omliggende gebied. Vooral in de winter is er schaduwvorming op de A1 wat niet wenselijk is. Recreatiegebied Bussloo, Wilp en overige bedrijven/woningen ondervinden geen last van schaduwwerking door de alternatieven of de referentiesituatie. Alternatief 1 veroorzaakt de minste slagschaduw van de alternatieven t.o.v. de referentiesituatie.
Geluid Met de beoogde verandering inclusief de tunnelcompostering wordt nog steeds voldaan aan de geluidgrenswaarden ingevolge de vigerende vergunning Wabo. De beoogde verandering is daarmee “akoestisch neutraal”. Uit akoestisch oogpunt zijn er derhalve voor genoemde veranderingen geen belemmeringen. Uit de uitgevoerde berekeningen overeenkomstig Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, volgt dat geen sprake is van een significante verandering van de geluidbelasting van de Rijksweg op omliggende wegen, door beoogde veranderingen aan de stort. Geur Samengevat kan worden gesteld dat geen van de beoordeelde criteria voor geur een negatief effect ondervindt van de vergroting van het stortvolume. De criteria zijn niet onderscheidend voor de verschillende beoordeelde alternatieven voor het aspect geur. De voorgenomen implementatie van tunnelcompostering leidt tot een verlaging van de geuremissie en daarmee geurimmissiesituatie. Ten opzichte van de huidige situatie neemt de geurbelasting op de 6 referentiepunten als 98 percentielconcentratie met gemiddeld 34%
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
vii
Projectgerelateerd
af. Als 99,5 percentielconcentratie met gemiddeld 39 % en als 99,9 percentielconcentratie met 43%. De geurimmissie voldoet op alle referentiepunten aan de grenswaarde behorend bij het toetsingskader voor gebiedscategorie “wonen” (gebied met volgens het vigerende bestemmingsplan overwegend de bestemming ‘wonen’). Gezondheid Uit het gezondheidsonderzoek komt naar voren dat er bij de meeste onderdelen geen wezenlijk verschil optreedt in de alternatieve situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Een vooruitgang is enkel bij het aspect geur aan de orde als gevolg van de tunnelcompostering. Een achteruitgang daarentegen is alleen bij het aspect visuele hinder aan de orde. Dit betekent dat inwoners van Wilp mogelijk visuele hinder zullen ondervinden wanneer een van de alternatieven wordt toegepast, mits er geen mitigerende maatregelen genomen worden. Om deze hinder tegen te gaan, wordt een mitigerende maatregel voorgesteld in de vorm van aanplant van bomen. In samenwerking met de inwoners van Wilp heeft deze mitigerende maatregel reeds nadere uitwerking verkregen. Ook voor het aspect geuroverlast en de aspecten groen en leefbaarheid zijn mitigerende maatregelen opgesteld, ondanks dat deze alternatieven geen negatieve beoordeling hebben ten opzichte van de huidige situatie.
Onderzoeksthema
Referentie
Alternatieven Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 3
Verkeer en vervoer Verkeersafwikkeling
0
0
0
0
Verkeersveiligheid
0
0
0
0
Natura 2000 gebieden (stikstof)
0
0
0
0
Beschermde soorten
0
+
+
+
Houtopstanden
0
+
+
+
Landschappelijke kwaliteit
0
-
--
--
Herkenbaarheid land-art object
0
0
-
-
Recreatief medegebruik
0
0
0
0
Bodemopbouw en geohydrologie
0
0
0
0
Bodemkwaliteit
0
0
0
0
Oppervlaktewater
0
0
0
0
Plaatsgebonden risico
0
0
0
0
Groepsrisico
0
0
0
0
Brand aandachtsgebied
0
0
0
0
Natuur en ecologie
Landschap
Bodem en grondwater
Externe veiligheid
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
viii
Projectgerelateerd
Explosie aandachtsgebied
0
0
0
0
0
0
0
0
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Zeer Zorgwekkende stoffen
Circulariteit, klimaatadaptatie- en mitigatie Klimaatmitigatie
0
0
0
0
Klimaatadaptatie
0
0
0
0
Circulariteit
0
+
+
+
21 maart
0
0
0
-
21 juni
0
0
0
-
21 september
0
0
0
+
21 december
0
-
-
-
Lar, LT
0
0
0
0
LAmax
0
0
0
0
Effect verandering stort op geluid Rijksweg A1
0
0
0
0
0
++
++
++
Luchtkwaliteit
0
0
0
0
Geluid
0
0
0
0
Geur
0
++
++
++
Visuele hinder
0
-
--
--
Groen
0
0
0
0
Leefbaarheid
0
0
0
0
Slagschaduw
Geluid
Geur Geuremissie per jaar (MouE/jaar) Gezondheid Gezondheidsbescherming
Gezondheidsbevordering
Conclusies Er is geen verschil in de alternatieven ten opzichte van de referentiesituatie voor de onderdelen: • Verkeer en vervoer • Bodem en grondwater • Externe veiligheid • Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) • Geluid
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
ix
Projectgerelateerd
Uit de vergelijking volgt dat de alternatieven overwegend weinig verschillen in omgevingseffecten. Geconcludeerd wordt dat alternatief 1, het Pannenkoekmodel de voorkeur heeft boven de andere alternatieven met een gezichtsvorm. Dit alternatief scoort positiever op de criteria die een onderscheidend verschil aangeven tussen de alternatieven, waaronder visuele hinder en landschappelijke kwaliteit. Bovendien kan dit alternatief op meer draagkracht rekenen vanuit de omgeving van de stortplaats. Alternatief 1 is, aan de hand van resultaten van de effectbeoordeling, verder uitgewerkt en aangepast naar gelang mitigerende maatregelen benodigd zijn zoals beoordeeld onder de milieuaspecten. Het platte ‘pannenkoekmodel’, alternatief 1, is verder uitgewerkt en heeft kleine aanpassingen aan het platte hoogteverloop van de afvalberg. Door de aanpassingen zal de toekomstige afvalberg bijna volledig uit het zicht verdwijnen voor het dorp Wilp-Achterhoek omdat het verscholen is achter bestaande en toekomstige houtopstanden. Het verhullen van de afvalberg vanaf het dorp was een sterke wens van de bewoners en is op deze manier gehoor aangegeven. Voorkeursalternatief Het ontwikkel- en participatieproces gedurende de m.e.r. heeft geleid tot inzichten en resultaten, op basis waarvan een voorkeursalternatief is ontstaan.
Het voorkeursalternatief is een nadere uitwerking van het platte ‘pannenkoekmodel’, alternatief 1. Dit alternatief is verder uitgewerkt en heeft kleine aanpassingen aan het platte hoogteverloop van de afvalberg. Er zijn in het voorkeursalternatief geen wijzigingen in de voorgenomen aantallen en doorloop met betrekking tot capaciteit en storthoogte ten opzichte van de andere beoordeelde alternatieven in dit MER. Door de aanpassingen zal de toekomstige afvalberg bijna volledig uit het zicht verdwijnen voor het dorp Wilp-Achterhoek omdat het verscholen is achter bestaande en toekomstige houtopstanden. Het verhullen van het zicht op de afvalberg vanaf het dorp is een sterke wens van omwonenden gebleken tijdens de participatiemomenten en daar is op deze manier gehoor aangegeven. Enkel op de onderdelen Landschap en Slagschaduw zijn kleine verschillen te verwachten ten opzichte van alternatief 1. Het verschil zit in de afgeschuinde top van de heuvel, waardoor de hoogte nog minder goed waarneembaar is vanuit het dorp Wilp-Achterhoek. Enkel een langgerekt grondlichaam dat qua lijnen parallel loopt aan de landschappelijke beplantingslijnen in de omgeving is zichtbaar. Qua hoogte valt het grondlichaam van de stortlocatie samen met de kruinlijn van de bomen langs de A1 (vergelijkbaar met het pannenkoekmodel in alternatief 1). Figuur 7-1.
3D model met het voorkeursalternatief, gemaakt door Techmaps ism DS Landschapsarchitecten (Bruno Doedens), gebruikt met toestemming van Attero
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
x
Projectgerelateerd
Inhoud Samenvatting
iii
1
Inleiding MER De Sluiner – Attero B.V.
1
1.1
Aanleiding
1
1.2
Voornemen: ophoging stortplaats en tunnelcompostering
2
1.3
Gebiedsproces en mitigerende maatregelen
3
1.4
Afkortingen en betekenissen
4
1.5
Leeswijzer
5
2
M.e.r.- en bestemmingsplanprocedure
6
2.1
Planproducten: MER, bestemmingsplan en vergunning
6
2.2
MER procedure
7
2.3
Gecoördineerde ter inzagelegging
9
3
Toelichting plangebied en locatie de Sluiner - Wilp
11
3.1
Nut en noodzaak
11
3.2
Locatiekeuze
12
3.3
Plan- en studiegebied
13
3.4
Omgeving
14
4
Kaders en richtlijnen in het MER
16
4.1
Wettelijk kader
16
4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5 4.1.6 4.1.7 4.1.8 4.1.9
Besluit milieueffectrapportage en Wet milieubeheer Wet natuurbescherming Wet ruimtelijke ordening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Waterwet Richtlijn industriële emissies Crisis- en herstelwet Overige wet- en regelgeving Overige betrokken bestuursorganen
16 17 17 17 18 18 18 18 19
4.2
Advies Commissie MER
19
4.3
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
20
5
Alternatieven in het MER
21
5.1
Scope alternatieven MER De Sluiner
21
5.1.1 5.1.2
Referentiesituatie: autonome ontwikkeling Beschrijving autonome ontwikkeling
21 22
5.2
Fasering, afwerking en overdracht stortplaats
23
5.3
Aanvullende- en mitigerende maatregelen
25
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
xi
Projectgerelateerd
5.4
Alternatieven in het MER
28
5.4.1 5.4.2 5.4.3
Alternatief 1: Pannenkoekmodel Alternatief 2: Gezicht (vooraanzicht) Alternatief 3: Gezicht (zijaanzicht)
29 30 31
5.5
Cumulatieve effecten
32
6
Beoordeling milieueffecten
33
6.1
Aanpak effectbeoordeling
33
6.2
Verkeer en bereikbaarheid
34
6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6 6.2.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen en aanbevelingen Conclusies
34 34 35 37 41 42 42
6.3
Natuur en ecologie
44
6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie
44 44 45 48
6.3.4.1
Natura 2000-gebieden
48
6.3.4.2
Beschermde soorten
50
6.3.4.3
Houtopstanden
52
6.3.5
Effectbeoordeling
53
6.3.5.1
Natura 2000-gebieden
53
6.3.5.2
Beschermde soorten
54
6.3.5.3
Houtopstanden
57
6.3.6 6.3.7
Mitigerende maatregelen Conclusies
57 59
6.4
Landschap
61
6.4.1 6.4.2 6.4.3 6.4.4 6.4.5 6.4.6 6.4.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
61 61 61 64 67 73 74
6.5
Bodem en water
75
6.5.1 6.5.2 6.5.3 6.5.4
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie
75 75 76 77
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
xii
Projectgerelateerd
6.5.5 6.5.6 6.5.7
Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
79 81 82
6.6
Externe veiligheid
83
6.6.1 6.6.2 6.6.3 6.6.4 6.6.5 6.6.6 6.6.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
83 83 83 85 85 86 86
6.7
Zeer zorgwekkende stoffen
87
6.7.1 6.7.2 6.7.3 6.7.4 6.7.5 6.7.6 6.7.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
87 87 87 88 88 89 89
6.8
Circulariteit, klimaatadaptatie- en mitigatie
90
6.8.1 6.8.2 6.8.3 6.8.4 6.8.5 6.8.6 6.8.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
90 90 90 92 92 95 95
6.9
Slagschaduw
97
6.9.1 6.9.2 6.9.3 6.9.4 6.9.5 6.9.6 6.9.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
97 97 97 99 99 104 104
6.10
Geluid
106
6.10.1 6.10.2 6.10.3 6.10.4 6.10.5 6.10.6 6.10.7
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
106 106 107 108 109 109 109
6.11
Geur
111
6.11.1
Inleiding
111
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
xiii
Projectgerelateerd
6.11.2 6.11.3 6.11.4 6.11.5 6.11.6
Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
112 112 114 115 115
6.12
Gezondheid
117
6.12.1 6.12.2 6.12.3 6.12.4 6.12.5 6.12.6 6.12.7 6.12.8 6.12.9
Inleiding Beleidskader Beoordelings- en onderzoeksmethodiek Gezondheidsbescherming Gezondheid bevorderen Referentiesituatie Effectbeoordeling Mitigerende maatregelen Conclusies
117 117 119 120 123 124 126 130 131
7
Conclusies en aanbevelingen
132
7.1
Inleiding
132
7.2
Totaaloverzicht effecten
132
7.3
Vergelijking en conclusies milieueffecten
134
7.4
Uitwerking voorkeursalternatief
137
7.5
Mitigerende maatregelen
139
7.6
Participatie MER Attero
139
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
xiv
Projectgerelateerd
1
Inleiding MER De Sluiner – Attero B.V.
1.1
Aanleiding
Stortplaats De Sluiner in Wilp wordt geëxploiteerd door Attero B.V., een goed functionerend bedrijf dat concurrerend werkt op de afvalverwerkingsmarkt. Volgens het vigerende bestemmingsplan (VAR 2013, gemeente Voorst) is de stortcapaciteit op de stortplaats van Attero vastgesteld op ongeveer 7 miljoen m3. Attero is voornemens de stortcapaciteit uit te breiden tot ongeveer 10 miljoen m 3. Daarvoor is een bestemmingsplanwijziging nodig. Nieuwe technieken en maatschappelijk bewustzijn zorgen ervoor dat afvalstromen kleiner worden. Cijfers laten een daling zien van de hoeveelheid afval dat per inwoner wordt ingenomen. Bovendien wordt de afvalkringloop steeds effectiever. Door in te zetten op het scheiden van afvalstoffen door huishoudens en bedrijven, wordt een circulair gebruik van materiaal zoveel mogelijk gestimuleerd. Een meerderheid van de reststromen zoals glas, papier en karton, schoon puin, metaal en kunststof verpakkingen wordt dan ook gerecycled (ook bij Attero in Wilp). Recycling kan echter niet altijd volledig, zo kan er residu zijn na recycling. Daarnaast zijn sommige stoffen of onderdelen niet te recyclen, zoals bijvoorbeeld asbest. In deze gevallen is storten de enige en beste optie die resteert. Er zal om die reden ook in de toekomst vraag zijn naar stortlocaties in Gelderland.
Op basis van de ontwikkeling in restcapaciteiten van stortplaatsen in Nederland, is de verwachting dat er binnen een paar jaar onvoldoende landelijke stortcapaciteit is.
Figuur 1-1. Overzicht ligging plangebied Attero langs Snelweg A1 ( Bron: Bruno Doedens)
Uitbreiding van stortcapaciteit wordt in het landelijk afvalbeleid voorlopig alleen toegestaan op bestaande stortplaatsen of door heropenen van gesloten verklaarde stortplaatsen. Deze locaties dienen te voldoen aan de eisen van het Stortbesluit bodembescherming2. De huidige voorzieningen van de stortplaats voldoen hieraan en zijn zodoende geschikt voor capaciteitsvergroting. De vigerende vergunningen van Attero in Wilp voorzien bovendien in de voorgenomen ophoging. Met het uitbreiden van de stortcapaciteit van Attero kan de locatie in Wilp de komende jaren een belangrijke rol blijven spelen in de afvalverwerking en de afvalkringloop. Het behouden van de locatie in Wilp voor het verwerken en storten van afval is vanuit een economisch- en duurzaamheidsperspectief dan ook voor de hand liggend. Voorliggende rapportage is het Milieueffect Rapport (MER) dat is opgesteld in het kader van het voornemen van Attero. Het onderzoekt aan de hand van alternatieven de mogelijke effecten die de ophoging heeft op de omgeving. Op basis van dat onderzoek wordt een voorkeursalternatief uitgewerkt. 2
In het Stortbesluit bodembescherming zijn criteria opgenomen waaraan de voorzieningen moeten voldoen met betrekking tot de bescherming van het milieu. Voor de onder- en bovenafdichting gelden hierbij met name specifieke eisen. 15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
1
Projectgerelateerd
1.2
Voornemen: ophoging stortplaats en tunnelcompostering
Momenteel ligt bij stortplaats De Sluiner van Attero in Wilp ongeveer 6,6 miljoen m3 afval opgeslagen. Er is daarmee een resterende stortruimte van ongeveer 0,4 miljoen m3. Attero is voornemens om nog circa 3 miljoen m3 extra toe te voegen aan de stortcapaciteit. Daarmee wordt de totale stortcapaciteit voor stortplaats De Sluiner maximaal 10 miljoen m3. Om de extra stortcapaciteit van circa 3 miljoen m 3 op de Sluiner te kunnen realiseren, moet de stortplaats worden opgehoogd. De ophoging van de stortplaats betekent alleen dat er in de tijd gezien langer gestort gaat worden. Het betekent dus niet dat er per jaar meer gestort gaat worden. Per jaar blijft dat maximaal de vergunde 275.000 ton/jaar. Na het bereiken van het maximale stortvolume wordt de stortplaats voorzien van folie en een afdekkingslaag van circa 1 meter dikte. Hierop ontwikkelt zich op korte termijn weer vegetatie en groen. Al vóór bereik van het maximale stortvolume zullen delen van de stortplaats gefaseerd haar eindafwerking krijgen. De fasering, afwerking en overdracht van de stortplaats is beschreven in paragraaf 5.2. Het oppervlak van de stortplaats blijft gelijk, ongeveer 45 ha. De dagelijkse aanvoer zal naar aard en omvang van de aan te voeren afvalstromen ten opzichte van de vigerende vergunning niet wijzigen. Wel zal de maximale storthoogte toenemen.
Deze extra capaciteit is binnen het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP)3 beschikbaar. De activiteiten van Attero in Wilp-Achterhoek sluiten aan bij de doelstellingen van het LAP. Deze nut en noodzaak is beschreven in paragraaf 3.1. Onderdeel van het voornemen tot ophoging is, in overleg met de omgeving, de realisatie van tunnelcompostering. De locatie Wilp van Attero is in de huidige situatie een open velden compostering. Weliswaar vindt ontvangst en bewerking van GFT inpandig plaats, het daadwerkelijke composteringsproces en opzetten en leeghalen van cellen vindt in de buitenlucht plaats. De compostering wordt uitgevoerd middels onderdrukafzuiging via buizen onder in de cellen. Om de onderdruk over het te composteren materiaal te verdelen wordt op de buizen een laagstructuur materiaal aangebracht. Emissies uit composterend materiaal worden voorkomen door de combinatie van onderdruk afzuiging en afdekking met gecomposteerd en gestabiliseerd structuurmateriaal. Doordat de activiteit buiten plaats vindt wordt het proces beïnvloed door niet controleerbare weersinvloeden. Hierdoor ontstaan risico’s op procesverstoringen die vanwege het open karakter van de locatie leiden kunnen leiden tot overlast in de omgeving. De geurbelasting naar de omgeving kan technisch gezien verder worden beperkt door toepassing van tunnelcompostering.
Toepassing van tunnelcompostering heeft in relatie tot geur het effect dat alle bij dit procesonderdeel vrijkomende geuren worden afgevangen en worden gereinigd in een biofilter. Het gaat dan specifiek om de emissies die vrijkomen bij het opzetten en afhalen van de voorcompostering en om de geur die vrijkomt vanuit de voorcompostering in rust. Tunnelcompostering is een techniek waarbij het composterend materiaal in een betonnen bunker op een beluchtingsvloer wordt gebracht. Middels een ventilator wordt het composterend materiaal met overdruk van beneden naar boven belucht. Beluchting vindt daarmee plaats in dezelfde richting als de natuurlijk trek die door warmte ontstaat. Met de ventilator en retourlucht kleppen is het mogelijk om lucht te recirculeren over het composterend materiaal. Hierdoor zijn procesomstandigheden als temperatuur, zuurstofgehalte en vochtigheid stuurbaar. In tegenstelling tot de huidige (open) voorcompostering is tunnelcompostering dus volledig inpandig. Het proces is beter te sturen dan de huidige open voorcompostering. Uit metingen op andere locaties waar tunnelcompostering wordt toegepast blijkt dat het effect van deze maatregel op de geuremissie van de opslag gereed product tenminste 50% bedraagt. Wanneer dit verwachte positieve effect van tunnelcompostering verwerkt wordt in de emissie van de narijping en opslag gereed product, dan neemt de
3
Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) is een overzicht van het beleid van de Nederlandse Rijksoverheid voor het beheer van alle afvalstoffen waarop de Nederlandse Wet milieubeheer van toepassing is. LAP geeft het beleid voor toepassing, verstorten en verbranden van afval. 15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
2
Projectgerelateerd
geurbelasting als 98 percentielwaarde op de referentiepunten naar verwachting met nog gemiddeld 35% extra af ten opzichte van de referentiesituatie (SGS, 2022). Definitief effect van tunnelcompostering voor stortplaats de Sluiner wordt bepaald als milieueffect en beschreven in paragraaf 6.11 Geur. Voorliggend MER beschrijft de omgevingseffecten van deze voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied, stortplaats De Sluiner – Attero Wilp.
1.3
Gebiedsproces en mitigerende maatregelen
Parallel aan de ontwikkelingen op de stortplaats, speelt er een gebiedsproces, waarin de haalbaarheid van mitigerende maatregelen wordt onderzocht. Dat proces is erop gericht om de hinder die de omgeving kan ondervinden, verder terug te dringen of te compenseren. Náást de geplande ophoging en tunnelcompostering, wordt met het voornemen ingezet op kansen voor: Ecologie: Het vergroten van de ecologische waarden wordt met name bereikt door het vergroten van de variatie aan landschappelijke condities. Te denken valt hierbij aan meer variatie in droognat, zon-schaduw, koud-warm, voedselrijk-voedselarm, maar ook aan verschillen in hellingshoeken, waterdoorlaatbaarheid van de afwerklaag, begroeiing-typen, e.d. Omgeving: Aan te leggen wandel- en fietspaden en beleving van de omgeving. Bij het optimaliseren van het ontwerp van de stortplaats wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de beleving voor- en van en het omliggende landschap en de omgeving. Zo zijn verblijfsplekken zoals uitzichtpunten en de relatie met de omliggende kernen en het gebied Bussloo uitgangspunten met het voornemen. Energie: Het gebied van De Sluiner ligt in de zone die door de Provincie is aangewezen als CleanTech-zone. In deze zone staat het zichtbaar en beleefbaar maken van een klimaatneutraal energiebeleid centraal.
Te denken valt hierbij met name aan de mogelijkheden voor zonneenergie op de zon-georiënteerde hellingen aan de oost-, zuid- en westzijde. De mitigerende maatregelen die Attero voornemens is te implementeren, betreft de ontwikkeling van circa 18 hectare aan de overzijde van de A1. In het kader van klimaatadaptatie- en mitigatie, natuur- en ecologie en landschap zullen de bestaande houtopstanden uitgebreid worden. Over de lengte parallel aan de afvalberg zal een gemixt bosplantsoen aangelegd worden. Deze nieuwe aanplant komt aan weerszijden van het bestaande bosschage ten noorden van de A1, tussen de Ardeweg en de Vundelaarsweg. Zowel aan de oost- als de westzijde wordt een strook met een lengte van ca. 300 meter en een breedte van ca. 30 meter aangeplant. De lengte van de bomen zorgen voor verminderde zichtbaarheid van de afvalberg vanaf Wilp-Achterhoek. Door slimme keuze van boom- en plantsoorten ontstaat een fijn habitat voor lokale fauna en de mogelijkheid tot opnemen van stikstof. Verder zal in de berm tussen de vangrail en de houtopstanden een zonnepark gerealiseerd worden, de opwek van duurzame energie is een klimaat mitigerende maatregel.
De mogelijke maatregelen langs de A1 bestaan uit; • het aanleggen van twee grondwallen tot maximaal 10 meter hoog; • het realiseren van maximaal 17 poelen • het planten van maximaal 16.500 bomen Naast de maatregelen rondom de snelweg, wordt het plangebied (ca. 45 hectare) gebruikt om nieuwe natuur te creëren op de stortplaats zelf. Attero heeft aangegeven zich met name te willen richten op vlinders. Hiertoe is reeds een aantal plantensoorten benoemd die men voornemens is om in te zaaien. Dit betreft o.a. zwartblauwe rapunzel, beemdkroon, duifkruid, grote pimpernel, veldsalie en wilde marjolein. Deze 15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
3
Projectgerelateerd
plantensoorten zijn vrijwel verdwenen in (grote delen van) Nederland. Ze vormen bij uitstek waardevolle drachtplanten en leiden daarmee tot een aanzienlijke verrijking van de vegetatie en biodiversiteit door de aantrekking van vlinders, bijen en zweefvliegen. De aanleg en mitigerende effecten van deze maatregelen komt terug in de daarvoor relevante effectonderzoeken.
1.4
Afkortingen en betekenissen
Afkorting
Betekenis
Abm
Activiteitenbesluit milieubeheer
Attero
Attero b.v
Awb
Algemene wet bestuursrecht
BAT
Best Available Techniques
BBT
Beste Beschikbare Technieken
Bevi
Besluit externe veiligheid inrichtingen
BG
Bevoegd gezag
Bor
Besluit Omgevingsrecht
BREF
BAT REFerence document
Brzo 2015
Besluit risico’s zware ongevallen 2015
Chw
Crisis- en herstelwet
Cmer
Commissie voor de milieueffectrapportage
EU
Europese Unie
GFT
Groente-, Fruit- en Tuinafval
GS
College van Gedeputeerde Staten va de provincie Gelderland
ILT
Inspectie Leefomgeving en Transport
IPPC
Integrated Pollution Prevention and Control (voorloper van de RIE)
KvK
Kamer van Koophandel
KWD
Kantoor-, winkel- en dienstenafval
LAP3
Derde Landelijk afvalbeheerplan 2017-2029
LOP
Landschapsontwikkelingsplan Van Veluwe Tot IJssel
MER
Milieueffectrapportage (de procedure)
MER
Milieueffectrapport (het rapport)
MMA
Meest milieuvriendelijke alternatief
Nbw
Natuurbeschermingswet
NNN
Nationaal Natuur Netwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur)
NRD
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
PST
Post Shredder Technology
RIE
Richtlijn Industriële Emissies
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
4
Projectgerelateerd
Afkorting
Betekenis
RO
Ruimtelijke Ordening
RWS
Rijkswaterstaat
VAR
Veluwse Afval Recycling
VVGB
Verklaring van geen bedenkingen
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Wlk
Wet luchtkwaliteit
Wm
Wet milieubeheer
Wnb
Wet natuurbescherming
Wro
Wet op de ruimtelijke ordening
Wtw
Waterwet
ZZS
Zeer Zorgwekkende Stoffen
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een doorkijk naar de verdere procedure bij de onderdelen in het MER en het bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 van dit rapport beschrijft de locatie, het plan- en studiegebied waarop het MER zich focust. In hoofdstuk 4 worden de relevante kaders en richtlijnen waarbinnen dit MER tot stand komt uitgewerkt. In hoofdstuk 5 komen de alternatieven die in dit MER worden onderzocht aan bod. Er wordt beschreven hoe tot de alternatieven is gekomen en de wijze waarop deze worden uitgewerkt in het MER ten opzichte van de referentiesituatie. In hoofdstuk 6 wordt het beoordelingskader bij de alternatieven beschreven. Daarna wordt in datzelfde hoofdstuk een toelichting gegeven bij de milieuonderzoeken die ten behoeve van het MER zijn uitgevoerd. In hoofdstuk 7 wordt een conclusie onderbouwd naar aanleiding van de resultaten van de milieuonderzoeken en wordt het voorkeursontwerp voor de toekomstige inrichting van de stortplaats uitgewerkt.
15 mei 2023
CLICK TO ENTER "DLCONTENTSTABLES"
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
5
Projectgerelateerd
2
M.e.r.- en bestemmingsplanprocedure
2.1
Planproducten: MER, bestemmingsplan en vergunning
Definities m.e.r en MER In voorliggend MER worden zowel de termen m.e.r als MER genoemd. Er zit verschil in definitie van deze termen: • De milieueffectrapportage (afkorting m.e.r.) is een procedure die de milieueffecten van een plan in beeld brengt voordat de overheid daar een besluit over neemt. • De onderzoeksresultaten van de m.e.r worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (afkorting MER). Voorliggend MER is primair gericht op de wijziging in de hoogte en de eindafwerking van de stortplaats en de omgevingseffecten van de tunnelcompostering. Daarbij is in het bijzonder aandacht voor de inbreng van de Commissie MER en de omgeving. Om tot een aanpak op maat te komen zijn drie zaken van belang: 1. Met het opstellen van het MER wordt een uitgebreide m.e.r-procedure gevolgd. In het MER worden alle relevante milieu- en omgevingseffecten uitgewerkt, op basis van alternatieven voor het voornemen. Het betreft alternatieven binnen het plangebied: de locatie van Attero aan de Sluinerweg. Er zijn geen alternatieve stortlocaties voor de exploitatie van het voornemen onderzocht. Uit jurisprudentie4 volgt daarover dat een (project) MER in het kader van een omgevingsvergunning milieu geen locatiealternatieven hoeft te bevatten. Dat ligt ook niet voor de hand gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ophoging van de stortplaats.
Er is in Gelderland geen andere bestaande of nieuwe locatie waar nog eens 3 miljoen m3 restafval kan worden gestort, omdat daarvoor geen nieuwe locatie mag worden ontwikkeld en er voor andere exploitanten dan Attero, momenteel, onvoldoende restcapaciteit beschikbaar is. Het MER wordt ter toetsing voorgelegd aan de commissie MER en kent een openbare vaststellingsprocedure. 2. Er is een planologische procedure noodzakelijk om de maximale hoogte te wijzigen, met de mogelijkheid tot het plaatsen van een sculptuur met een grotere hoogte. Dat gebeurt middels een bestemmingsplanwijziging. 3. Om de verhoging van de stortplaats mogelijk te maken, moet ook de omgevingsvergunning (milieu) worden aangepast. Het voorgenomen initiatief kent een Wabo-vergunningplicht, omdat stortplaats De Sluiner meerdere processen en installaties uitvoert en bedrijft, die als IPPC-plichtig zijn aangemerkt. Attero zal derhalve een vergunning in het kader van de Wabo aanvragen Waarom is dit van belang: op grond van de Aanmeldingsnotitie Besluit-MER blijkt het doorlopen van een MER-procedure niet noodzakelijk, maar wel gewenst door de betrokken bevoegde gezagen: • Gemeente Voorst: Bestemmingsplan • Provincie Gelderland (in samenwerking met omgevingsdiensten ODRN/ODVIJ: Omgevingsvergunning milieu. Voor een MER bij een planologische procedure is altijd sprake van een uitgebreide MER-procedure.
Een project-MER wordt ten behoeve van de omgevingsvergunning milieu opgesteld en zou een beperkte procedure kunnen doorlopen. Door de koppeling aan de planologische procedure is dit laatste echter niet 4
ABRvS 23 april 2008, nr. 200704125/1 en ABRvS 2 april 2008, nr. 200703386/1
15 mei 2023
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
6
Projectgerelateerd
aan de orde. Het MER spreekt daarom over een gecombineerd plan-/project-MER omdat de inhoud in dit geval niet anders is en het daardoor altijd mogelijk blijft om het MER ook bij de milieuvergunningaanvraag als onderbouwing bij te voegen.
2.2
MER procedure
Een MER wordt opgesteld ten behoeve van het eerste besluit waarin mogelijke MER (beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt. Mede omdat de voorgenomen ophoging eerst ruimtelijk mogelijk moet worden gemaakt, betreft dat (1e) besluit in dit geval een besluit om een (gewijzigd) bestemmingsplan vast te stellen. De MER-procedure loopt dan gelijk op met de procedure voor het ruimtelijke besluit. Het MER zelf vormt een bijlage bij het bestemmingsplan en dient als onderbouwing van de besluitvorming over de vergroting van het stortvolume van Attero in Wilp. Omdat sprake is van een gecombineerd plan/project-MER, waarvoor ook een omgevingsvergunning verleend moet worden, zal het MER ingevolge artikel 14.4b Wm tegelijkertijd met een aanvraag omgevingsvergunning ter inzage moeten worden gelegd. De MER-procedure kent een aantal belangrijke stappen die zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 2-1 Procedurestappen in het MER-proces
Wettelijk (conform de Wet milieubeheer) zijn de navolgende onderdelen van belang voor de MERprocedure. Openbare kennisgeving De openbare kennisgeving is het bekend maken van de NRD als eerste stap in de MER- procedure. In de kennisgeving wordt de terinzagelegging aangekondigd zodat eenieder in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze kenbaar te maken. Het voornemen om voor de vergroting van het stortvolume van de stortplaats van Attero een MER-procedure te doorlopen wordt aangekondigd op overheid.nl, op de gemeentelijke website van de gemeente Voorst op de provinciale website van de provincie Gelderland, op de eigen website van Attero en via een persbericht. Naast de formele inspraakprocedure, is er op 15, 16 en 22 september 2020 een informele consultatie geweest voor omwonenden, waarin hen de gelegenheid is geboden om aandachtspunten, wensen en eisen ten aanzien van de NRD in te brengen. Vervolgens is er op 4 juli 2022 een informele informatieavond over de m.e.r. gehouden, waarin toegelicht is wat de procedure inhoudt en hoe het onderzoek wordt uitgevoerd. 15 mei 2023
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
7
Projectgerelateerd
De informele consultatie is weliswaar geen wettelijk onderdeel van de MER-procedure, maar zowel Attero als de gemeente Voorst hechten veel waarde aan (pro)actieve participatie. Raadpleging Na de kennisgeving vindt raadpleging over de NRD plaats. Raadpleging is het inwinnen van advies over welke effecten moeten worden beschouwd in het MER (‘reikwijdte’) en op welke wijze de effecten moeten worden onderzocht (‘detailniveau’). Alle direct betrokken bestuurlijke en maatschappelijke organisaties worden door Attero verzocht om advies uit te brengen. De Commissie voor de milieueffectrapportage wordt op vrijwillige basis gevraagd haar advies over de reikwijdte en detailniveau van het MER uit te brengen. Terinzagelegging De NRD wordt tegelijkertijd met de raadpleging ook zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de periode van ter inzagelegging kan eenieder reageren op deze notitie en zijn / haar mening geven over de ambities en de wijze van onderzoek in het MER. Opstellen MER De reacties op de notitie reikwijdte en detailniveau worden gebruikt als input voor de te hanteren reikwijdte en detailniveau van de vervolgfase van de MER-procedure; het opstellen van het MER (rapport). Informatieavond en kennisgeving In de uitwerking van het MER zal een informatieavond worden georganiseerd.
In een gezamenlijke bijeenkomst wordt essentiële informatie opgehaald over de uitgangspunten voor het MER die voor de omgeving belangrijk zijn. Daarbij is ook ruimte om mee te denken over de toekomstige inrichting van de stortplaats en bijvoorbeeld aanvullende mitigerende maatregelen binnen en buiten het plangebied. Toetsing door Commissie MER Het MER wordt ter toetsing voorgelegd aan de Commissie MER. De Commissie MER geeft een onafhankelijk toetsingsadvies af dat betrokken wordt bij de verdere besluitvorming. Vervolg Na afloop van de terinzagelegging worden de zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan en het MER van een inhoudelijke beantwoording voorzien. Hiervoor wordt een Nota van Antwoord opgesteld. Indien nodig wordt het ontwerpbestemmingsplan aangepast of het MER op bepaalde punten aangepast of aangevuld. De Nota van Antwoord wordt door het College van GS, tezamen met het bestemmingsplan en het MER, aangeboden ter besluitvorming aan de gemeenteraad. Na vaststelling bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep tegen het bestemmingsplan (en het MER dat een bijlage bij het bestemmingsplan vormt). Evaluatie Na vaststelling van het plan is het bevoegd gezag verplicht de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van het voornemen te onderzoeken. In de praktijk vindt deze evaluatie plaats na realisatie van de ontwikkeling.
15 mei 2023
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
8
Projectgerelateerd
2.3
Gecoördineerde ter inzagelegging
Het MER is onderdeel van een gecoördineerde ter inzagelegging van meerdere planproducten. Daarvoor worden afspraken gemaakt tussen gemeente Voorst en provincie Gelderland. De stukken die voor het voornemen van Attero worden voorbereid, worden uiteindelijk door de provincie gezamenlijk ter inzage gelegd. Betrokken partijen maken de afspraak en informeren bevoegd gezag. De volgende onderdelen worden in het project gecoördineerd ter inzage gelegd: • • •
MER Ophoging stortplaats De Sluiner te Wilp. Aanvraag bestemmingsplanwijziging Aanvraag omgevingsvergunning Wabo
Het gezamenlijk ter inzage leggen van deze stukken maakt het overzichtelijk voor belanghebbenden, waaronder initiatiefnemers. Dit vanwege het feit dat er sprake is van één voorbereidingsprocedure en de afhandeling van beroepen in één keer gebeurt. De inhoudelijke samenhang en afstemming tussen de besluiten is beter zichtbaar en belanghebbenden hebben eerder duidelijkheid en zekerheid over hun zienswijzen. Voorbereiding (ca. 3 – 6 maanden) Het voorbereiden van het voorontwerpbestemmingsplan bestaat uit het opstellen van de toelichting, de regels en het tekenen van de verbeelding (de plankaart). In deze fase worden meestal ook de benodigde onderzoeken uitgevoerd, grotendeels overlappend aan het MER. Nadat het voorontwerp-bestemmingsplan ambtelijk is getoetst en akkoord bevonden, beslist de raad uiteindelijk of het plan ter inzage gelegd mag worden. Aan het begin van deze fase, wordt een vergunningsaanvraag ingediend bij de provincie/omgevingsdiensten. De omgevingsdiensten stellen vervolgens een conceptbeschikking op inzake de aanvraag en hebben daarbij informatie nodig op basis van het concept-MER/voorgenomen bestemmingsplan wijziging. Zij moeten voor de behandeling van uw aanvraag zich houden aan wettelijke termijnen. Bij reguliere procedures hoort de aanvrager vaak binnen 8 weken of de vergunning wordt toegekend.
Die termijn kan door de aanvrager worden gebruikt om het concept-MER en het ontwerpbestemmingsplan aan te passen tot een voorlopig definitieve versie. Formele procedure (ca. 5 maanden) Nadat de inspraak- en overlegreacties zijn beantwoord en eventuele aanpassingen in het plan zijn verwerkt, besluit het college het Ontwerpbestemmingsplan, concept MER en vergunningsaanvraag ter inzage te leggen. Dit is een wettelijk verplichte stap. Ter inzage: Ontwerpbestemmingsplan, concept MER en vergunningsaanvraag Het Ontwerpbestemmingsplan en vergunningsaanvraag ligt zes weken ter inzage. Gedurende deze termijn kunnen belanghebbenden op het plan reageren door middel van het indienen van een zienswijze. De gemeente beantwoordt alle zienswijzen. Het MER wordt samen met het aangepaste bestemmingsplan ter inzage gelegd. In deze fase wordt ook de Commissie MER betrokken. Vaststelling Nadat de ingekomen zienswijzen zijn beantwoord, stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Bij ongewijzigde vaststelling wordt het vaststellingsbesluit binnen twee weken gepubliceerd. Bij gewijzigde vaststelling vindt dit na maximaal zeven weken plaats. Na publicatie start de beroepstermijn van zes weken.
15 mei 2023
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
9
Projectgerelateerd
Beroep (max 12 maanden) Tegen de besluiten die door middel van die gecoördineerde voorbereidingsprocedure tot stand zijn gekomen kan beroep ingesteld worden. Op basis van artikel 8.3 Wro is er één beroepsprocedure bij één instantie; de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State dient binnen zes maanden na ontvangst van een verweerschrift op het beroep te beslissen in plaats van binnen de gebruikelijke 12 maanden (termijn van orde). Er zijn drie scenario's: Geen beroep Indien geen beroep is ingesteld treedt het bestemmingsplan een dag na afloop van de beroepstermijn in werking. Het bestemmingsplan is dan tevens onherroepelijk. Wel beroep en geen voorlopige voorziening Indien wel beroep is ingesteld, maar geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, treedt het bestemmingsplan een dag na afloop van de beroepstermijn in werking, maar is dan nog niet onherroepelijk. De gemeente mag een omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) verlenen. Een initiatiefnemer het nieuwe gebruik starten, maar loopt wel het risico dat het gebouwde gesloopt moet worden of het nieuwe gebruik gestaakt, als de rechter het vaststellingsbesluit vernietigd. Het bestemmingsplan is pas onherroepelijk nadat de rechter heeft beslist op het ingestelde beroep.
Beroep en voorlopige voorziening Indien beroep is ingesteld en verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, dan treedt het bestemmingsplan niet in werking totdat de rechter op dat verzoek heeft beslist. Als de (voorzieningen)rechter heeft besloten dan is het bestemmingsplan op dat moment tevens onherroepelijk.
15 mei 2023
BH5225-RHD-XX-XX-RP-X-0001
10
Projectgerelateerd
3
Toelichting plangebied en locatie de Sluiner - Wilp
3.1
Nut en noodzaak
Nieuwe technieken en maatschappelijk bewustzijn zorgen ervoor dat afvalstromen kleiner worden. Cijfers laten een daling zien van de hoeveelheid afval dat per inwoner wordt ingenomen. Bovendien wordt de afvalkringloop steeds effectiever: de nuttige toepassing van afval verbetert 5. De provincie Gelderland streeft in haar coalitieakkoord dan ook naar een circulaire economie, waarbij de hoeveelheid afval en reststoffen tot een minimum beperkt worden en een snelle transformatie van grondstoffen voor hergebruik 6. Door in te zetten op het scheiden van afvalstoffen door huishoudens en bedrijven, wordt een circulair gebruik van materiaal zoveel mogelijk gestimuleerd. Een meerderheid van de reststromen zoals glas, papier en karton, schoon puin, metaal en kunststof verpakkingen wordt gerecycled (ook bij Attero in Wilp). Echter, recycling is niet altijd volledig mogelijk of even hoogwaardig en ook kunnen grondstoffen niet blijvend gerecycled worden. Er zal om die reden ook in de toekomst vraag zijn naar stortlocaties in Gelderland 7, 8. Het SER (2016) beschreef in het rapport ‘Werken aan een circulaire economie’ (p167-168) over de noodzaak van storten, zelfs in een circulaire economie: “Daarnaast is van belang te constateren dat de hoeveelheid restafval in de toekomst weliswaar sterk zal afnemen, maar dat ook binnen de circulaire economie reststromen zullen blijven ontstaan.
Denk aan residuen van recyclingprocessen, stromen waarvoor geen verwerkingstechnieken bestaan en stoffen die worden uit gefaseerd. Voor deze stromen zal verbranding met optimale energieterugwinning een belangrijk route zijn. Voor niet-brandbare reststoffen blijft (duurzaam) storten van belang. Op de lange termijn zal met name het verbranden van afval en in mindere mate storten van afval in omvang afnemen. Productieprocessen zijn dan zodanig ingericht conform de principes van ecodesign en design for recycling dat deze hoeveelheid restafval sterk terugloopt. Storten van afval blijft beperkt tot residuen van recyclingprocessen en van stoffen die uit gefaseerd worden. Nieuwe inzichten zullen ook in de toekomst kunnen leiden tot een besluit om de toepassing van stoffen in productieprocessen uit te faseren. Storten krijgt daarmee de functie van ’strategic sink’”. Met deze kennis is de noodzaak van stortcapaciteit vastgesteld. In het Landelijk afvalbeheerplan (2017 – 2029) zijn een aantal uitgangspunten beschreven, de volgende selectie is voor de ophoging van Attero relevant: 1. Storten is een nutsfunctie en een fundamentele voorziening die maatschappelijk onmisbaar is. De overheid moet beschikbaarheid, continuïteit en kwaliteit van deze voorziening garanderen. 2. Ook in de toekomst moet er voldoende stortcapaciteit beschikbaar zijn.
Hiervoor heeft het Rijk een bijzondere verantwoordelijkheid. 3. Nederland is voor storten zelfvoorzienend. 4. Er geldt sinds 2000 een moratorium op de uitbreiding van stortcapaciteit. Alleen onderlinge uitruil is mogelijk. 5. De vraag of er voldoende stortcapaciteit is, wordt beantwoord door middel van het 6-jaars- en het 12-jaarscriterium. Bij de start van LAP3 was er voldoende capaciteit. Als een tekort aan stortcapaciteit ontstaat (en dat is onvermijdelijk vanwege het moratorium) dan wordt uitbreiding alleen toegestaan op bestaande stortplaatsen. Het realiseren van nieuwe stortlocaties is niet aan de orde.