Oplegnotitie Verkenningsrapport regionaal warmtebedrijf Leidse Regio en Vervolg (incl. bijlagen)
Tekst van het document
5. Inzichten gemeenten Redenen en kansen om regionaal samen te werken Gemeenten zien veel redenen en kansen om regionaal samen te werken en gezamenlijke een publiek Warmtebedrijf op te richten. Genoemd daarin zijn: • De meeste gemeenten verwachten dat zij individueel te klein om een eigen Warmtebedrijf op te richten. Het bundelen van kennis en financiële middelen en het delen van (grote) financiële risico’s levert meerwaarde op. • Samenwerking levert schaalgrootte voordelen op: minder overhead en dubbeling van taken, efficiëntere bedrijfsvoering en inkoopvoordelen. • Contractering en verdeling van warmte (WarmtelinQ en geothermie) vragen om regionale samenwerking en afstemming. • Een regionale Warmtebedrijf vormt een logisch vehikel om als regio de lusten en de lasten van de warmtetransitie eerlijk te verdelen. • Samenwerking brengt lokale/regionale invloed en professionaliteit, zonder het wiel helemaal zelf uit te vinden. • Samenwerking is noodzakelijk om tot een optimaal regionaal Warmtesysteem (ORES) te komen, waarbij de kracht en mogelijkheden van iedere gemeente belangrijk zijn om de samenwerking tot in de volle breedte uit te nutten. • Deelname aan een regionaal Warmtebedrijf biedt als kans om gezamenlijk regie te voeren en zorg te dragen voor een bepaald niveau van zeggenschap (in een publiek Warmtebedrijf met andere deelnemers).
• Samenwerking kan er toe bijdragen dat er minder inzet nodig is bij individuele gemeenten voor de warmtetransitie. • Samenwerking is noodzakelijk bij gemeentegrens overschrijdende projecten en aandachtspunten.
18 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
5. Inzichten gemeenten Rol gemeenten Het Rijk heeft gemeenten de regie gegeven bij de realisatie van aardgasvrije wijken. Van hen wordt gevraagd om de route uit te stippelen. Ten aanzien van deze regiorol en in de samenwerking met én sturing op het regionaal Warmtebedrijf benoemen gemeenten de volgende zaken: • Gemeenten zijn vanzelfsprekend richtingbepalend, ondersteunend aan lokale initiatieven, verantwoordelijk voor brede borging van publieke waarden en verantwoordelijk voor afstemming met andere opgaven in de openbare ruimte. • Om regie over de warmtetransitie te houden, om vaart te maken, om de transitie betaalbaar te houden/maken, is het nodig om een stevige positie in te nemen in het publiek Warmtebedrijf. Bestuurlijk moet daarvoor een goede vorm gevonden worden, zodat gemeenten kunnen blijven (mee)beslissen over de koers. • Het ontwikkelen en vaststellen van een nieuwe Warmtevisie (onder de naam Warmteprogramma) in of voor 2026. • Concretiseren (en kwantificeren) van de vraag(ontwikkeling) in de geselecteerde buurten waar een collectieve warmteoplossing het beoogde alternatief is.
• Sturen op publieke waarden: publieke warmtenetten moeten leveringszekerheid en betaalbaarheid voor de lange periode garanderen. Gemeenten willen in haar regierol kunnen sturen op planning (wanneer sluit je welke wijk aan) en keuze voor een (warmte)bron. • Zichzelf prikkelen zoveel mogelijk te isoleren om optimaal warmte (en koude) af te zetten, lokale opwek blijven stimuleren en kruisbestuiving promoten. Commitment en alternatieve opties Gemeente Katwijk kan zich formeel alleen vastleggen als de gemeenteraad een besluit neemt. De Raad zal daarbij naar verwachting laten meewegen hoe andere gemeenten zich tot het regionaal Warmtebedrijf verhouden. Gemeente Leiden wil vooral vaart maken met de grote opgave die voor hen ligt en wil de gestelde doelen in zicht houden. Dit omdat de opgave groot is en de ambities hoog zijn. Als het dan nodig is om zich ergens op vast te leggen, dan doen zij dat graag. Dit op basis van een goede analyse, goede afwegingen en weloverwogen beslissingen en ten bate aan de opgave die ze hebben.
• Creëren van draagvlak, onder andere door het uitvoeren van participatie- en communicatieproces(sen) om vast te stellen onder welke voorwaarden bewoners en andere gebouweigenaren zich willen committeren aan een collectieve warmteoplossing.
Gemeente Leiderdorp verricht momenteel verdiepende onderzoeken om hun positie te bepalen ten aanzien van een regionaal Warmtebedrijf. De uitkomsten van deze onderzoeken (najaar 2024) gebruiken zij om de precieze rol in een regionaal warmtebedrijf te bepalen.
• Gemeentelijke besluitvorming om in de geselecteerde buurten de stap van ontwikkeling naar realisatie van een warmteoplossing te concretiseren.
Gemeente Oegstgeest heeft de intentie om zich aan een regionaal Warmtebedrijf vanuit WLR te committeren. Echter is het gezien de vele andere spelers en belangen in de regio belangrijk om ervoor te zorgen dat de keuze voor een warmtebedrijf nu geen andere opties in de toekomst uitsluit.
• Waar nodig (en mogelijk per individuele gemeente verschillend) inzetten van aanvullend financieel instrumentarium om de warmtetransitie te ondersteunen.
19 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
5. Inzichten gemeenten Gemeente Voorschoten is, met inachtneming van de formele goedkeuring door de Raad, voorstander van de oprichting van een regionaal Warmtebedrijf en ziet dit als de beste optie om daarmee de warmtetransitie van de gemeente te ondersteunen. Zij vernemen graag op korte termijn van de andere gemeenten vernemen hoe zij erin zitten. De voorkeur gaat er naar uit om dit samen met de WLR-gemeenten op te pakken. Mocht dat niet lukken, dan zou er een alternatief moeten zijn/komen. Mogelijk kan het zinvol zijn om daarvoor een ‘worst case scenario’ uit te werken. Voor gemeente Zoeterwoude staan er twee belangrijke momenten op de planning: a) update van de Transitievisie Warmte (najaar 2024) en b) afronding van een onderzoek naar het inrichten van intensieve samenwerking met buurgemeente Leiderdorp (najaar 2024). Dit tweede onderzoek moet uitwijzen of een gezamenlijk warmtekavel wenselijk is en welke marktordening daarbij past. Gemeente Zoeterwoude bepaalt op basis van de resultaten van de beide sporen de definitieve route en partner voor de realisatie van de beoogde collectieve warmteoplossingen.
20 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
5. Inzichten gemeenten Aandeelhouderschap regionaal Warmtebedrijf en investeren in projecten Gemeenten hebben de keuze om als aandeelhouder in te stappen in een regionaal Warmtebedrijf. Dat geeft gemeenten de mogelijkheid om mede de richting te bepalen van het regionaal Warmtebedrijf (sturing, zeggenschap en invloed). Naast een rol als aandeelhouder hebben gemeenten ook de mogelijkheid om individuele projecten of lokale initiatieven te ondersteunen. Alle gemeenten hebben aangegeven te overwegen om als aandeelhouder in te stappen, mede afhankelijk van de hoogte van het in te brengen kapitaal en nadere afstemming met de colleges en de gemeenteraden. Gemeente Katwijk wil onderdeel zijn van het regionale warmtesysteem en daarbij hoort in principe tevens een vorm van aandeelhouderschap. In de loop van 2025 wil de gemeente daarover een standpunt innemen. Gemeente Leiden heeft in de Kaderbrief een voorstel aan de gemeenteraad gedaan om middelen op de begroting te reserveren voor aandeelhouderschap in een lokaal of regionaal Warmtebedrijf. Dit bovenop de reguliere middelen die de gemeente nu al in zet. Deze kaderbrief is vastgesteld. Gemeente Leiderdorp staat er voor open om als aandeelhouder in te stappen, waarbij het belang van de bewoners voorop staat.
Daarbij hebben zij graag een indicatie van de hoeveelheid en verdeling van Eigen of Vreemd Vermogen dat aandeelhouders moeten inbrengen. Daarbij is hun verzoek om de risico’s – die het aandeelhouderschap voor gemeenten en andere stakeholders met zich meebrengt in een regionaal warmtebedrijf – in kaart te brengen. Daarnaast wil Leiderdorp zelf de mogelijkheden voor individuele, lokale projecten onderzoeken, die eventueel in de toekomst gekoppeld kunnen worden aan het collectieve warmtesysteem.
21 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Gemeente Oegstgeest verwacht dat zij een duale rol moeten invullen: enerzijds als aandeelhouder in het regionaal Warmtebedrijf en daarnaast is het wellicht onvermijdelijk dat zij ook nog individuele projecten oppakken. Gemeente Voorschoten verwacht op dit moment niet te investeren in individuele projecten. De vraag of ze instappen als aandeelhouder zal later beantwoord worden en (mede) afhangen van de (financiële) bijdrage die daarin gevraagd wordt. Of de gemeente Zoeterwoude instapt als aandeelhouder hangt (onder andere) af van de (financiële) bijdrage die daarin gevraagd wordt en het risico dat de gemeente loopt. Zij overwegen alleen te investeren in individuele projecten als deze binnen de eigen gemeentegrenzen vallen.
Financiële inbreng gemeenten Indien gemeenten als aandeelhouder instappen in een regionaal Warmtebedrijf, dan dienen daarvoor de benodigde financiële middelen tijdig beschikbaar moeten zijn. De financiële inbreng van de individuele gemeente hangt af van verschillende factoren, waaronder het totaal benodigde kapitaal op basis van de totale opgave, het aantal (publieke) partners dat deelneemt en het eigen aandeel. Daarbij vindt de inbreng van kapitaal op verschillende momenten in de tijd plaats, aangezien de realisatie een periode van 25 jaar in beslag neemt. Gemeenten dienen deze investering op te nemen in hun begroting. Het aandeel in het Warmtebedrijf komt als een ‘asset’ op de balans van de gemeente. Het is voor gemeenten mogelijk om voor deze inbreng een lening af te sluiten. Zolang de gemeentelijke begroting voldoet aan de eisen die eraan gesteld worden (door de gemeenteraad) zal dit een werkbare constructie kunnen zijn.
5. Inzichten gemeenten Randvoorwaarden In de verkenning zijn door gemeenten (rand)voorwaarden gesteld voor de samenwerking en deelname in een regionaal Warmtebedrijf. De belangrijkste: 1. Alle gemeenten stellen als randvoorwaarde dat hun colleges en gemeenteraden de deelname in een regionaal Warmtebedrijf ondersteunen. 2. Alle gemeenten geven als randvoorwaarde mee dat andere gemeenten de mogelijkheid moeten hebben om (als aandeelhouder) toe te treden en alle gemeenten moeten de mogelijkheid hebben om uit te treden. 3. Alle gemeenten vinden het noodzakelijk dat er sprake moet zijn van een gemeenschappelijk belang tussen de gemeenten die deelnemen, maar ook met de partijen waarmee de samenwerking wordt aangegaan. Iedereen moet er zoveel mogelijk ‘op eenzelfde manier inzitten’. 4. Gemeente Katwijk wil graag de mogelijkheid openhouden dat het regionaal Warmtebedrijf deelneemt in projecten die van belang zijn voor de Leidse regio, zoals het project Aardwarmte Rijnland. 5. Gemeente Leiden vraagt commitment van de andere gemeenten op onder andere ambitie en financiën. Investeringsbereidheid, maatschappelijke waarden en governance zijn punten die zowel lokaal als regionaal goed in balans moeten zijn. Regionale samenwerking moet versterkend zijn aan de lokale opgave en niet vertragend werken. 6.
Gemeente Leiderdorp wil meer duidelijkheid over de investeringskosten, de kosten voor de eindgebruiker en de wijze waarop het gefinancierd wordt. Ook is meer inzicht nodig in de financiële bijdragen van het Rijk en PZH om de collectieve warmte betaalbaar te maken en sociale ongelijkheid te verkleinen.
22 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
7. Gemeente Leiderdorp wil zoveel mogelijk verbinding tussen (sub)clusters van warmtenetten om een zo robuust mogelijk collectief warmtenet te creëren en voor diversificatie van warmtebronnen te zorgen. 8. Gemeente Oegstgeest stelt als randvoorwaarde dat de lusten en de lasten zoveel mogelijk gedeeld worden. Dat wil zeggen dat er zoveel mogelijk gekeken wordt naar kostenverevening en ook naar een eerlijke verdeling van de beschikbare warmte. 9. Om een goede balans te houden in de regionale samenwerking vindt de gemeente Oegstgeest het gewenst dat de gemeenten Leiden en Katwijk beiden deelnemen. 10. De gemeente Oegstgeest is er geen voorstander van dat één partij een meerderheidsaandeel (meer dan 50%) heeft in het regionaal Warmtebedrijf. Daarmee wordt de invloed en sturing teveel beïnvloed door één partij. 11. Gemeente Voorschoten stelt als randvoorwaarde dat de gemeente Leiden – als grootste gemeente in de regio – deelneemt. Een regionaal Warmtebedrijf zonder de deelname van de gemeente Leiden ziet gemeente Voorschoten niet als wenselijk. 12. Gemeente Zoeterwoude vindt dat de partijen die deelnemen aan het regionaal Warmtebedrijf de volgende publieke waarden moeten hanteren: duurzaam, betaalbaar, betrouwbaar en leveringszekerheid. 13.
Ook vinden zij dat het regionaal Warmtebedrijf de mogelijkheid moet bieden aan (lokale) warmtecoöperaties om een rol te spelen, als deze kans zich voordoet. 14. Voor de gemeente Zoeterwoude is het rand voorwaardelijk om (ook) lokale bronnen te gebruiken als aanvulling op de regionale warmtebronnen.
Achtergrondinformatie Structure follows strategy
1. Doelstellingen & planning • • • • •
Duurzaamheidsambitie Transitievisie warmte Warmteprogramma Publieke waarden … 2. Strategische keuzes
De wijze waarop gemeenten sturing geven aan de warmtetransitie vertaalt zich idealiter in een (gemeentelijke) strategie en aanpak die hen in staat stelt om de vastgestelde doelen te realiseren. De wijze waarop regionale samenwerking wordt vormgegeven en de rol die een regionaal Warmtebedrijf daarin heeft, moeten daarin versterkend werken. Dit vertaalt zich idealiter in een opzet van een regionaal Warmtebedrijf dat aansluit bij de geformuleerde doelstellingen, de strategische keuzes en de (gemeenschappelijke) uitgangspunten.
• • • •
Partnerkeuze Een belangrijke afweging is de keuze van partijen waarbij een regionaal Warmtebedrijf wordt opgezet. Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) geeft drie tips13 mee ter ondersteuning van deze partnerkeuze: a) Kies alleen samenwerkingspartners die toevoegde waarde inbrengen. Denk daarbij onder andere aan: a) inbreng van kennis en expertise, b) inbreng van financiële middelen, c) verkleinen van (financiële en operationele) risico’s, d) vergroten van draagvlak bij bewoners, en e) flexibiliteit om samenwerking uit te breiden of de aanpak aan te scherpen, als de situatie daarom vraagt. b) Maak de keuze of eigenaren van warmtebronnen – als onderdeel van de bronnenstrategie – als aandeelhouder toetreden in het Warmtebedrijf of als marktpartij fungeren. c) Stem de keuze voor partners (ook t.a.v. regionale samenwerking) af op de ambities die geformuleerd zijn in het warmteprogramma en/of in lijn is met de gemeentelijke strategie. Deze afweging per potentiële partner wordt in de Voorbereidingsfase gemaakt, gebaseerd op bovenstaand afwegingskader. 23 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
3. Uitgangspunten publiek Warmtebedrijf • Concrete doelstellingen • Strategische uitgangspunten • Rol van het Warmtebedrijf in de (totale) opgave • Uit te voeren taken en de wijze waarop • Inbreng vanuit de aandeelhouders • Gewenste samenwerking met gemeenten en stakeholders • Publieke waarden • …
Uitgangspunten en principes Samenwerkingsverbanden Uit te besteden taken Mate van invloed en sturing op de uitvoering • Risicobereidheid • Rol en invloed van stakeholders (bewoners, corporaties, coöperaties, bedrijven, etc.) • …
4. Opzet publiek Warmtebedrijf • Partnerkeuze (idealiter hebben die dezelfde richting voor ogen) • Organisatiemodel (is ondersteunend om de strategie mee in te vullen) • Businessplan (aanpak om de doelstellingen mee te realiseren)
6. Indicatieve organisatiemodellen De gevoerde gesprekken met de stakeholders en gemeenten leveren eerste inzichten op hoe zij de warmtetransitie vorm willen geven en welke aanpak zij voorstaan. Daaruit zijn meerdere organisatiemodellen af te leiden, die in de volgende fase om nadere uitwerking vraagt. Een aantal elementen, die in de verkenning daarin naar voren zijn gebracht: Ontstaan van lokale Warmtebedrijven Gemeente Leiden overweegt de oprichting van een lokaal Warmtebedrijf. Ook andere gemeenten willen de optie openhouden om de oprichting van een lokaal Warmtebedrijf (verder) te verkennen. Dit vanuit de wens om: a) grotere of meer lokaal gerichte invloed en zeggenschap te hebben, b) (extra) gemeentelijke (financiële) middelen voor de realisatie in te brengen en c) het lokale draagvlag te vergroten. Daarnaast ontstaan er (mogelijk) lokale warmtebedrijven vanuit (nieuwbouw) projecten, waaronder in Katwijk (Valkenhorst). De beoogde samenwerking tussen een regionaal Warmtebedrijf en lokale Warmtebedrijven dient nader uitgewerkt te worden. Samenwerking met Energiecoöperaties Ook de (mogelijke) samenwerking met Energiecoöperaties vraagt om nadere afstemming en uitwerking. Individuele gemeenten en Energiecoöperaties hebben daarin mogelijk ook verschillende wensen. Dit kan mogelijk (ook) het beste vormgegeven worden in een lokaal Warmtebedrijf of Warmtegemeeenschap.
Bundelen van kennis & schaalgrootte Vanuit verschillende partijen, met name vanuit Alliander, is naar voren gebracht dat door schaalgrootte, standaardisatie en innovatie forse stappen gezet kunnen worden in kostenverlaging, productverbetering en kwaliteitsverbetering. 24 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Ook de efficiënte inzet van (schaarse) kennis en kunde, die beschikbaar is voor de realisatie en operatie is daarbij van belang. Om hiervoor mogelijkheden te creëren, zijn verschillende suggesties gedaan in de verkenning, waaronder: • bundelen van de inzet van schaarse specialistische kennis die op specifieke momenten gewenst en noodzakelijk is. • bundelen van de warmtevraag bij de inkoop van duurzame warmte (bijvoorbeeld vanuit regionale bronnen). • samenwerking met andere (regionale en lokale) Warmtebedrijven om daarmee in publieke aanbestedingen een grote pakket te kunnen aanbesteden (waarmee de kosten mogelijk omlaag kunnen). • gezamenlijk opzetten en uitvoeren van processen, waarbij schaalvoordelen benut kunnen worden, bijvoorbeeld in de administratie en/of de uitvoering van (leverings)processen. Schets organisatiemodel
Op de volgende pagina is een eerste schets van een organisatiemodel opgenomen, waarin een aantal verschillende opties zijn opgenomen. Nadere uitwerking leidt dan tot organisatiemodellen, die hiervan af te leiden zijn. Weergave hier is puur ter illustratie. De mogelijkheden om kennis te bundelen en schaalgrootte te bereiken vragen om nadere uitwerking met de betreffende stakeholders (en andere lokale en regionale Warmtebedrijven) en een vertaling naar de daarvoor benodigde (organisatie) structuur.
6. Indicatieve organisatiemodellen Broneigenaar
Beheerder warmte transportnet
Dienstverlener
Marktpartij
Gasunie
Marktpartij
Publieke partijen / (mogelijke) Aandeelhouders
Alliander/ Firan
EBN
Afnemer
Gemeente
Corporaties Particulieren Bedrijven
Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf
Publieke en commerciële marktpartijen brengen – als opdrachtnemer van het Regionale PIW – kennis, ervaring en diensten in: a) ontwikkeling van bronnen en levering van warmte. b) ontwikkeling en beheer transportnetten c) ontwikkeling en beheer van warmteoplossingen. d) de (leverings)processen.
Kavel Regionaal Publiek Integraal Warmtebedrijf (RPIW) met – naast gemeenten – enkele publieke aandeelhouders – die alle taken uitvoert die (regionaal en lokaal) nodig zijn. De deelnemers hebben een minderheidsaandeel in het RPIW.
25 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Lokaal Publiek Integraal Warmtebedrijf
Kavel
Optioneel ondersteunt het RPIW Lokaal Publiek Integrale Warmtebedrijven en/of (collectieve) warmte initiatieven (Lokale Warmtegemeenschappen) door samen te werken met individuele gemeente en/of Energiecoöperaties.
6. Indicatieve organisatiemodellen Nadere toelichting van mogelijke kenmerken van geschetste organisatiemodellen • Meerdere (landelijke en regionale) publieke partijen en gemeenten bezitten een minderheidsaandeel in een regionaal warmtebedrijf en/of gemeenten zijn aandeelhouder op lokaal niveau. • Deze partijen brengen gezamenlijk de benodigde capaciteiten (kennis, organisatorisch vermogen, ervaring) en financiële middelen in. • Regionale regie op en zeggenschap over standaarden, werkwijze, contracten en processen of juist ruimte voor lokaal maatwerk. • Regionale aanbesteding van de diensten van marktpartijen of lokale autonomie. • Regionale en mogelijk ook lokale sturing op publieke waarden. • Mogelijkheden voor lokale regie en invloed door lokale maatwerk afspraken.
Gebruik van deze modellen Deze modellen kunnen gezien worden als een ‘eerste vingeroefening’. Het is niet de intentie om in de verkennende fase al een keuze te maken voor het gewenste organisatiemodel (lees hiervoor ook: juridische structuur). Deze stap is onderdeel van de voorbereidingsfase (2025). Het komen tot het gewenste organisatiemodel is veelal een iteratief proces. Het belangrijkste is dat deelnemende partijen het eens worden over de koers en de strategische keuzes die daarbij horen. Dit moet leiden tot de doelstellingen op de langere termijn: In 2050 is de Leidse regio aardgasvrij. Belangrijke (initiële) keuzes in de uitwerking van de strategie zijn: a) partnerkeuze, b) vertaling naar een organisatiemodel en c) gezamenlijke businessplan. Alternatieve keuzemogelijkheden voor gemeenten
Individuele gemeenten hebben – naast een mogelijke samenwerking in een regionaal Warmtebedrijf – ook andere opties. Die opties zijn in het kader van deze verkenning niet onderzocht, omdat die buiten de scope van de opdracht vallen, die het programma WLR heeft (zie pagina 4). In dit verband kunnen onder andere genoemd worden: • Niet deelnemen in een publiek Warmtebedrijf. • Oprichten van een zelfstandig gemeentelijk Warmtebedrijf. • Per project of collectieve warmteoplossing deelnemen en/of opzetten van een publiek Warmtebedrijf. • Het aansluiten bij HVC groep, die een publiek warmtebedrijf in de groep heeft, is beperkt als optie verkend omdat WLR-gemeenten niet zijn aangesloten bij afvalverwerking van HVC. HVC heeft telefonisch aangegeven dat dit zij dit als eis hanteren om deel ne nemen aan de warmteontwikkeling binnen WLR. 26 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
7. Conclusies Belangrijkste conclusies 1. Het speelveld van de warmtetransitie is in beweging. Dat geven de gesprekspartners ook aan. Stakeholders positioneren zich en beraden zich over hun rol in een regionaal Warmtebedrijf. Die ontwikkelt zich, ook tijdens en na het opstellen van deze rapportage. 2. Alle WLR-gemeenten staan positief tegenover de oprichting van een regionaal Warmtebedrijf en overwegen om als aandeelhouder in te stappen. Wel stellen gemeenten (rand)voorwaarden aan die deelname, zoals ondersteuning hiervoor door de Colleges en gemeenteraden, een gemeenschappelijk belang tussen aandeelhouders en mogelijkheden voor opt in en opt out. 3. EBN, Alliander, Linthorst Energy en InWarmte hebben positief gereageerd op de vraag of zij mee willen werken aan de vorming van een regionaal warmtebedrijf. • Alliander beschikt als publieke partij over (specifieke) capabilities (kennis, mede-financieringsmogelijkheden) die waardevol (kunnen) zijn voor (de inrichting van) een regionaal Warmtebedrijf. • De inbreng van EBN is vooral van financiële en bestuurlijke aard. Die inbreng kan substantieel zijn. 4. EZK zet in op meerdere instrumenten (deels nog in ontwikkeling) om de warmtetransitie te ondersteunen. Deze zijn noodzakelijk om de betaalbaarheid van collectieve warmteoplossingen te vergroten en publieke Warmtebedrijven in staat te stellen om financiering aan te trekken.
EZK realiseert zich dat er mogelijk zijn nog aanvullende maatregelen/instrumenten nodig om de betaalbaarheid voor eindgebruikers te kunnen garanderen en te helpen om de business case van collectieve warmteprojecten te ondersteunen.
27 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
5. Private warmtebedrijven zoals Vattenfall en Eneco zijn niet bereid in een minderheidsaandeel te participeren in een regionaal warmtebedrijf. Andere private partijen – zoals Linthorst Energy of InWarmte – willen en kunnen van waarde zijn om praktische ondersteuning te bieden aan lopende projecten. Dit door middel van ‘inloop’ oplossingen, totdat koppeling aan het grotere regionale warmtenet mogelijk is en om (kleinschalige en innovatieve) collectieve warmte en koude oplossingen te faciliteren (vanuit het regionale warmtebedrijf). 6. Gemeenten hebben (in grote lijnen) dezelfde verwachtingen van de dienstverlening die een regionaal Warmtebedrijf ontwikkelt en de taken die ze daarin uitvoeren (conform figuur op pagina16). Een aantal gemeenten hebben daarbij ook meer specifieke wensen t.a.v. de dienstverlening en taken benoemd, waarvan in de volgende fase onderzocht moet worden of, en hoe, dit integreerbaar is in een Warmtebedrijf. 7. Gemeenten zien (grote) voordelen om regionaal samen te werken en gezamenlijk deel te nemen in een regionaal Warmtebedrijf. Daarbij vinden gemeenten het belangrijk dat ‘over en weer’ het commitment wordt uitgesproken om deze samenwerking samen aan te gaan.
8. De meeste gemeenten hebben de ambitie om een (stevige) regierol in te vullen in de warmtetransitie en om deel te nemen in een regionaal Warmtebedrijf. Een aantal individuele gemeenten hebben aangeven er geen voorstander van te zijn dat één partij een (absoluut) meerderheidsaandeel heeft.
8. Aanbevelingen Aanbevelingen voor het vervolgproces naar de oprichting van een regionaal Warmtebedrijf:
1. Sluit als WLR gemeenten een Intentieovereenkomst om procesafspraken te maken voor de Voorbereidingsfase en verken welke partners bereid zijn om de Intentieovereenkomst mede te ondertekenen. 2. Met de focus op het organiseren van de publieke realisatiekracht is het raadzaam om alle publieke partners uit te nodigen om deel te nemen aan de Voorbereidingsfase. Schep hierbij aan de voorkant heldere verwachtingen naar (mogelijke) partners waaruit blijkt dat deelname aan de voorbereidingsfase geen automatische of verplichte deelname aan het Warmtebedrijf betekent. 3. Het is niet aan te raden om onderhands afspraken te maken met private partijen in de Intentieovereenkomst en in de Voorbereidingsfase. Dit om de complexiteit van de besluitvorming te beperken én vanwege het belang van eerlijke mededinging. De rol van private partijen dient in de volgende fase te worden verkend, mogelijk door een marktconsultatie en op transparante wijze te worden ingevuld. 4. Gebruik de voorbereidingsfase om de vorm van deelname (bijvoorbeeld aandeelhouderschap, contractueel samenwerken), rol (bijvoorbeeld aandeelhouder met doorslaggevend zeggenschap, financier, kennispartner) en de randvoorwaarden (bijvoorbeeld afhankelijk van de deelname van andere partij) en voorbehouden (bijvoorbeeld besluitvorming gemeenteraad of bestuur) bij de deelname van elke partner uit te werken. 5.
Werk in de voorbereidingsfase (2025) samen met de beoogde partners de beoogde organisatiestructuur, dienstverlening, het takenpakket, de bronnenstrategie, de business case, de benodigde financiële inbreng vanuit aandeelhouders en mogelijk andere aspecten van het Warmtebedrijf verder uit. 28 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Daarnaast volgt uit de verkenning een aanvullende aanbeveling: 6. Werk als WLR samen met PZH, RES, EZK en het nMiek programma aan een eerlijke verdeling van warmte vanuit regionale bronnen, waaronder WarmtelinQ, anders dan via het ‘first come, first serve’ principe. Verken de mogelijkheden voor contractering van warmte op regionale of provinciale schaal.
Bijlagen
29 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Bijlage 1. Geraadpleegde personen Organisatie
Naam
Functie
Alliander
Roelof Potters
Programmamanager Warmtenetten Transitie
Bank Nederlandse Gemeenten
Leo Valkenburg
Manager Energie, Water, Telecom
Bank Nederlandse Gemeenten
Caspar Boendermaker
Specialist Business Development & Duurzaamheid
Bank Nederlandse Gemeenten
Danny Taswin
Relatiemanager
Dunea Warmte & Koude
Carlijn van der Sande
Business Developer duurzame energie
Eneco
Trude Buitenhuis
Business Development Warmte en Koude at Eneco
Energie Beheer Nederland
Ingrid Giebels
Business Developer Warmte
Ennatuurlijk
Klantenservice
Firan
Theo Voskuilen
Senior Businessontwikkelaar
Firan
André Schiltmans
Business Developer
HVC
Laurens Jongepier
Business Manager
InvestNL
Marinus Boogert
Team Lead Energietransitie
InvestNL
Khalid Sheikh
Senior Business Development Manager
30 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Bijlage 1. Geraadpleegde personen Organisatie
Naam
Functie
InWarmte
Vincent Smeele
Managing Partner
InWarmte
Simon Goessens
Projectontwikkelaar
Kelvin
Ton Schalkx
Directie & Business Development
Linthorst Energy
Gertjan Linthorst
Financieel Directeur
Provincie Zuid-Holland
Rob van der Valk
Manager van het programmateam energietransitie
Provincie Zuid-Holland
Tanja Haring
Senior Beleidsadviseur warmtetransitie
Provincie Zuid-Holland
Melanie Provoost
Coördinator en adviseur energietransitie warmte
Provincie Zuid-Holland
Berend Potjer
Gedeputeerde Zuid-Holland
Rabobank
David Zuilhof
Duurzaam Wonen in de Metropool Regio Amsterdam
Rijnland Energie
Rob Boeree
Voorzitter coöperatie Rijnland Energie
Rijnland Energie
Anne Marieke Schwenke
Penningmeester coöperatie Rijnland Energie
Vattenfall
Frouke Pieters
Commercieel projectmanager warmtetransitie
31 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Bijlage 1. Geraadpleegde personen Organisatie
Naam
Organisatie
Naam
Gemeente Katwijk
Patrick Spigt
Gemeente Voorschoten
Mighael Vroom
Mike Boudewijns Herman Verhagen
Boy Luiks Gemeente Zoeterwoude
Alex Vreeke Gemeente Leiden
Gemeente Leiderdorp
Erik van Seggelen
Yorick Rens Gemeente Alphen aan de Rijn
Maarten Hogenes
Joline Santen
Wouter Verhoeven
Boudewijn Kopp
Joost Leemans
Harmen de Vrede
Gemeente Noordwijk
Wim Crama
Gebke van Gaal
Gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen
Dirk Hogewoning
Roelf Brinkman Gemeente Oegstgeest
Martin van der Veen
Tim van Tongeren
Petra van der Meij Simone Klok Nico Janssen
32 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Bijlage 2. Achtergrondinformatie stakeholders Energie Beheer Nederland (EBN) Energie Beheer Nederland (EBN) is een publiek energiebedrijf met een omvang van 200 medewerkers en met de Nederlandse Staat als enige aandeelhouder; een beleidsdeelneming. Dat is een vennootschap, waarbij de rollen van aandeelhouder en beleidsmaker bij één Minister zijn belegd, in dit geval de Minister van Economische Zaken en Klimaat. EBN investeert in kennis, kunde en financiële slagkracht om samen sneller een duurzaam energiesysteem te ontwikkelen. De activiteiten van EBN richten zich op drie kerngebieden: a) de gastransitie, b) de warmtetransitie en c) CO2 opslag- en transportsystemen. Ze hebben ervaring met langjarige publiek-private samenwerkingsverbanden. EBN kan als verbindende schakel en aanjager van publiek-private samenwerking in de gehele warmteketen haar invloed aanwenden. Dit door partijen samen te brengen en kapitaal, infrastructuur, kennis en expertise in te brengen. Voor de invulling van de structurele financieringsbehoefte heeft EBN een uitstekende toegang tot de kapitaalmarkt. EBN heeft daarnaast een zeer sterke liquiditeitspositie.
Provincie Zuid-Holland (PZH) De Provincie Zuid-Holland neemt als middenbestuur de verantwoordelijkheid om Zuid-Holland duurzaam en evenwichtig te vormen en maken daarbij gebruik van hun positie, kennis en netwerk.
33 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Ten aanzien van de rolneming van PZH in de warmtetransitie, zijn door hen een aantal ordenende principes opgesteld:
• De primaire regierol is in de warmtetransitie bij gemeenten belegd. PZH herkent en erkent die rol en wil die niet overnemen of invullen. • Daar waar bovenlokale onderwerpen en/of uitdagingen spelen, kan PZH een rol nemen. Dit doet PZH door niet de rol van (andere) partijen over te nemen, maar door te bezien wat nodig is en welke rol kan bijdragen aan het realiseren (en/of versnellen) van de warmtetransitie. • De focus ligt op strategische vraagstukken en daarbij wordt de gehele warmteketen als uitgangspunt genomen. Welke ‘open eindjes’ zijn er? Welke bijdrage kan PZH leveren om die op te lossen?
Rijnland Energie Coöperatie Rijnland Energie Coöperatie wil méér duurzame energie in de Leidse regio. De leden zijn lokale coöperaties die zich inzetten voor een duurzame regio door lokale warmte, wind- en zonprojecten te realiseren. De coöperaties verschillen in de doelstellingen die ze nastreven, de wijze waarop ze (wel of niet) in overleg zijn met hun gemeente en de rol die ze hebben in de warmtetransitie. Ten aanzien van collectieve warmteprojecten, richten ze zich op kleinschalige oplossingen, met een focus op (Zeer) Lage Temperatuur, waarbij Aquathermie, bodemwarmte, WKO, lokale restwarmte en (lucht)warmtepompen genoemd zijn als mogelijke bronnen.
Bijlage 2. Achtergrondinformatie stakeholders Alliander Alliander is een netwerkbedrijf dat bestaat uit een groep bedrijven waaronder netbeheerder Liander en Firan. Alliander ontwikkelt en beheert energienetten, waaronder regionale elektriciteitsnetten met in totaal 3,3 miljoen aansluitingen. Dit doen zij met ruim 7.700 medewerkers. De omzet van Alliander bedraagt € 2,2 miljard per jaar. De aandelen van Alliander zijn in handen van provincies en gemeenten. De grootste aandeelhouders zijn de provincies Gelderland (44,68%), Friesland (12,65%) en Noord-Holland (9,16%) en de gemeente Amsterdam (9,16%). De gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude zijn ook aandeelhouder van Alliander. Alliander heeft reeds lang geleden de keuze gemaakt om in publieke warmtenetten te investeren, hetgeen geresulteerd heeft in de vorming van Firan B.V. en de investering in diverse open publieke warmtenetten. Een voorbeeld daarvan is hun rol in het Gelders Warmte Infra Bedrijf (GWIB) in 2023. Deze publieke organisatie moet de ontwikkeling en aanleg van lokale warmtenetten in Gelderland versnellen. Firan heeft een aandeel van 49,5% in het GWIB.
Vattenfall Warmte Vattenfall is één van Europa's grootste producenten en leveranciers van elektriciteit en warmte. Vattenfall is voor 100% in handen van de Zweedse staat en heeft 8 miljoen klanten voor de levering van elektriciteit en 2,1 miljoen voor de levering van Warmte.
34 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Bij Vattenfall werken 21.000 medewerkers, waarvan 5.500 in Nederland. In 2023 had Vattenfall een omzet van € 26 miljard, met een operationele winst van ruim € 1,7 miljard. Vattenfall heeft in de Leidse regio een warmtenet dat door de gemeenten Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest loopt. Daarmee bedienen ze 9.990 kleinverbruik en 188 grootverbruik klanten. Vattenfall warmtenet Leidse regio
Bijlage 2. Achtergrondinformatie stakeholders Linhorst Energy
InWarmte
Linthorst is een Nederlandse totaalinstallateur, die al sinds de jaren 70 bekend staat om zijn vooruitstrevendheid in het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Linthorst is een snelgroeiende groep familiebedrijven met meer dan 500 medewerkers en een jaaromzet van € 100 miljoen.
InWarmte is een commercieel Warmtebedrijf dat zes jaar geleden is opgericht. Zij leveren duurzame warmte en koude via individuele en collectieve warmte installaties. InWarmte heeft 13.000 klanten waarvoor zij als leverancier optreden. Dat doen zij met 30 medewerkers. Essent is één van de aandeelhouders.
Het dochterbedrijf Linthorst Energy ontwikkelt samen met partners, zoals bijvoorbeeld ontwikkelaars en gemeenten, collectieve duurzame energiesystemen. Linthorst Energy verzorgt hiervoor de integrale dienstverlening van de warmteopwek, distributie en levering. Op dit moment zijn ze warmteleverancier richting 1.000 (warmte)klanten.
InvestNL
Linthorst Energy richt zich tot nu toe vooral op kleinschalige warmteoplossingen. In Leiden hebben ze in 2017 een warmteoplossing aangelegd14 in Leiden Zuidwest (ca. 200 afnemers). Daarvoor is een all electric (WKO) oplossing gerealiseerd met een 200 m3 buffer voor warmte.
InvestNL is een private onderneming, gefinancierd met publieke middelen, met het Ministerie van Financiën als aandeelhouder. InvestNL is in 2019 opgericht met de taak om maatschappelijke transities in Nederland te versnellen. InvestNL gebruikt hun investeringsmogelijkheden als instrument om business cases sluitend te krijgen, waarbij het maximaliseren van maatschappelijk rendement op de eerste plaats staat.
Dunea Warmte & Koude (DW&K)
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Dunea produceert en levert aan bijna 1,4 miljoen klanten drinkwater in het westelijk deel van Zuid-Holland. 17 gemeenten zijn aandeelhouders, waaronder Katwijk, Oegstgeest, Leiden en Voorschoten.
De historie van BNG Bank startte aan het begin van de 20ste eeuw, waarbij ze gemeenten hielpen met financiële slagkracht en zo bijdroegen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. De Nederlandse staat (50%) en gemeenten (50%) zijn de aandeelhouders van BNG.
Dunea Warmte & Koude is in 2021 ontstaan en zij willen een rol spelen in de gehele warmteketen (bron, infrastructuur, levering) met een focus op Zeer Lage Temperatuur (ZLT). Als bron wordt (waar opportuun) ingezet op Aquathermie. Dit in de combinatie van Warmte en Koude oplossingen.
BNG verzorgt o.a. de balansfinanciering van netwerkbedrijven en zorginstellingen, maar verzorgt ook projectfinanciering voor geothermie en glasvezel (met name voor de financieel minder aantrekkelijke buitengebieden).
35 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Bijlage 3. Referenties 1. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2020 – 2024), wetsvoorstel Wet Collectieve Warmte, https://wetgevingskalender.overheid.nl/Regeling/WGK010356, Status april 2024: Advies Raad van State uitgebracht
2. Programma Warmte Leidse Regio (December 2023), Samenwerkingsovereenkomst + Dienstverleningsovereenkomst WLR 2024 – 2027, met instemming van de gemeenteraden van de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude 3. Programma Warmte Leidse Regio (April 2024), Opdrachtformulering programma Warmte Leidse Regio, met instemming van de wethouders van de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude die het Bestuurlijk Overleg WLR vormen 4. Greenvis en Fakton (Maart 2023), Open Regionaal Energiesysteem ORES 5. Gasunie - WarmtelinQ, https://www.warmtelinq.nl/routes/rijswijk-leiden
6. Aardwarmte Rijnland, https://aardwarmterijnland.nl/projectinformatie 7. Ministerie van EZK (December 2023), De conceptwet Collectieve Warmte de laatste stand van zaken, https://www.ebn.nl/feiten-en-cijfers/kennisbank/presentaties-dag-vande-warmtetransitie 8. BNG (Oktober 2022), Waarborgregeling voor financiering warmte(net)bedrijven 9. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS), https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/wis 10. Liander (November 2023), Scenario-analyse Leidse warmteopgave, https://www.liander.nl/over-ons/nieuws/2024/keuze-hoe-woningen-te-verwarmen-bepalend-voortoekomstige-druk-op-elektriciteitsnet-holland-rijnland 11. Provincie Zuid-Holland, Warmtenetten en WarmtelinQ, https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/energie/warmtetransitie/warmtenetten-0 12. Vattenfall (Juli 2024), Grootschalige warmteprojecten in bestaande bouw niet meer opgestart, https://group.vattenfall.com/nl/newsroom/achtergrondartikel/2024/vattenfallgrootschalige-warmteprojecten-in-bestaande-bouw-niet-meer-opgestart 13. Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (Juni 2024), Positiekiezer warmtebedrijf voor gemeenten, https://www.platform31.nl/artikelen/positiekiezer-warmtebedrijfvoor-gemeenten 14.
Expertisecentrum Verduurzaming Zorg, Leidse woonzorgcentrum rijn en vliet van het gas af, https://www.expertisecentrumverduurzamingzorg.nl/kennisbank/leidsewoonzorgcentrum-rijn-en-vliet-van-het-gas-af
36 | Programma Warmte Leidse Regio | Verkenning regionaal Warmtebedrijf
Titel Verkenning regionaal Warmtebedrijf Leidse regio Versie 1.1a
Classificatie Ter verspreiding Datum 4 Oktober 2024 Opdrachtgever Bestuurlijk Overleg Warmte Leidse Regio Auteurs Hans van Egmond, René Jansen, Karolina Pill