CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Raadsvergadering 3 juli 2025 (get.)

Gemeenteraad Voorschoten 1 oktober 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen raadsnotulen28.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op dat punt zitten er mooie elementen in deze visie. Ik denk ook aan het benutten van het stationsgebied, ruimte voor kleine bedrijven en de aandacht voor de herstructurering op de Hofweg en in de Dobbewijk. Maar als we vanavond een strategie vaststellen die vergaande ruimtelijke implicaties heeft, zoals een mogelijke uitbreiding van 5,5 hectare bedrijventerrein aan de Papenwegse Polder, moet die strategie wel voldragen zijn. De heer Van Duivendijk heeft zijn huiswerk gedaan; hij heeft goed teruggekeken en in het debat ging het hierover. Ik wil meegeven hoe dat allemaal gelopen is. Even over de transparantie en de feiten die daarbij horen: de wethouder had in eerdere overleggen gezegd dat het om een beperkte of minimale uitbreiding van de Dobbewijk ging. Kijkend naar de cijfers - we hebben hier ook technische vragen over gesteld - blijkt dat het over 6 hectare gaat. Dat is een groei van ongeveer 23% van de hele Dobbewijk ofwel negen voetbalvelden. Dat is niet

Raadsvergadering 3 juli 2025

29

een kleine uitbreiding; dat is een hele grote uitbreiding. Ik vind dat we dat goed duidelijk moeten maken, transparant, feitelijk en zonder verbloemingen. Het tweede punt dat wij inbrachten en waar meerdere partijen een punt van maakten, was efficiënter ruimtegebruik in de Dobbewijk. We constateren dat er op het huidige terrein veel open ruimtes zijn die niet goed ingevuld worden. Er zijn veel kleine hallen en veel opslag. Het voormalige Mexx-terrein is grotendeels ongebruikt. Als we onze schaarse grond en zeker het groene landschap willen opofferen voor bedrijvigheid, moet je eerst alles uit de bestaande ruimte halen. Een economisch beleid vraagt om optimalisatie en niet om uitbreiding als reflex. Het derde belangrijke punt was de afstemming met de omgeving. Het gebrek aan overleg heeft ons werkelijk verbaasd. In november vorig jaar zei de wethouder nog dat hij met de provincie in gesprek zou gaan. Wat blijkt uit de beantwoording van de technische vragen en uit de behandeling in de commissie? Er is geen ambtelijk overleg met de provincie geweest, geen bestuurlijk gesprek, ook geen regionale afstemming met Holland Rijnland of Economie071, terwijl in de Regionale Bedrijventerreinenstrategie, die nota bene in september 2024 is vastgesteld, Voorschoten helemaal niet genoemd wordt als uitbreidingslocatie. Het voorstel is daarmee in onze ogen best kwetsbaar.

Een strategie maak je niet in een ivoren toren, zeker niet als je groene ruimte wil opofferen. Dan betrek je de regio, de provincie, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed denk aan het beschermde dorpsgezicht - en mensen met verstand van natuur. Dat is allemaal niet gebeurd. De kern van mijn bijdrage komt neer op één vraag aan de wethouder: wat is nu uw visie op deze uitbreiding? Met andere woorden: waarom is die nodig? Graag een reactie. De voorzitter: Ik vraag wethouder De Bruijn om de vragen te beantwoorden en in te gaan op de amendementen en de motie. Daarvoor krijgt u 4,5 minuut, want er zijn nog wat andere punten. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Ik denk dat ik het kort kan houden, want veel vragen kan ik beantwoorden aan de hand van de amendementen en de motie. Amendementen 338 en 340 scherpen allebei het proces, de afspraken en de prioriteitsstelling aan. Dat is inderdaad redelijk conform wat ik in de commissie heb aangegeven. Amendement 338 gaat meer over het aanpassen van de tekst in het huidige document en het weghalen van illustraties. Amendement 340 vraagt juist meer verduidelijking met betrekking tot de Ladder en de prioriteiten, meer in de uitwerking en het proces richting het uitwerkingsplan. Ik kan met beide amendementen goed uit de voeten.

Ze geven wat mij betreft een goede richting, omdat wij toch eerst de eerste stappen willen nemen, zoals we dat ook hebben besproken, maar omdat ze aan de achterkant toch ook de ruimte bieden om daar eventueel nog uit te breiden, mocht dat nodig zijn. Daarbij is wel belangrijk - dat is eigenlijk ook de vraag van de VVD - dat we de andere kansen en instrumenten die straks ook beschikbaar zijn om te schuiven en die ruimte goed in te delen, met elkaar goed aangrijpen. Ik heb het daarbij bijvoorbeeld ook over de ROM. Ik nodig u ook echt uit: volgende week woensdag is de themasessie over de ROM. Dat wordt voor ons heel belangrijk. Als we zo weinig mogelijk in het groen willen doen, moeten we echt zo'n instrument gebruiken. Het is belangrijk om dat te noemen. In de motie wordt gevraagd om een beleidsnotitie leegstand. In de beschrijving wordt meer gekeken naar een leegstandsverordening. Ik ontraad de motie. We weten wat de grootste redenen van leegstand zijn. Die redenen willen we juist aanpakken. Daarnaast: als je het echt concreet over een leegstandsverordening hebt, dan betekent dat wel wat. Dat betekent echt een inbreuk op de vrijheid, ook van een pandeigenaar, en echt een stukje dwang vanuit de gemeente. Ik vind dat wel heel ver gaan en ik denk dat dat echt een uiterste stap moet zijn.

Ten slotte misschien heel praktisch: ik heb ook geen handjes, geen capaciteit, om nu een beleidsnotitie leegstand op te stellen en al helemaal niet om dat te doen voor Q1 2026. Vandaar dat ik de motie wil ontraden. Er is een vraag gesteld over de Donkwoning. We zullen echt moeten kijken wat het plan exact wordt. Het is nu inderdaad een woning. Het is ook erfgoed. Dat betekent dat met name daar heel veel kaders en beperkingen zitten, maar om de zojuist genoemde redenen is het belangrijkste element dat we niet, door ineens toch woningen toe te voegen, een extra beperking opwerpen aan de kant van het bedrijventerrein. Als wij straks willen verdichten, bijvoorbeeld verhogen of wat dan ook, moet het niet zo zijn dat er dan wordt gezegd: o ja, er zijn nu woningen en we zijn er allemaal tegen of de woningen beperken het. Dat is de balans waar we naar zoeken. De PvdA vroeg waarom het nodig is. Of het uiteindelijk echt nodig is, zullen we moeten zien. Dat hangt helemaal af van de concrete vraag vanuit de regio en vanuit concrete ondernemers, maar ik denk dat de visie die we nu met elkaar afspreken om eerst die andere stappen te nemen, een hele goede is. Als je op een gegeven moment op het punt komt dat het Mexx-terrein helemaal vol is en dat we alles hebben geschoven - en we willen ook nog klimaatadaptatie, groenomzoming en

Raadsvergadering 3 juli 2025

30

inpassing van Liander - kan ik me voorstellen dat je op een gegeven moment op het punt komt dat je echt die kant op moet, maar ik denk dat we met elkaar goede afspraken maken, zodat u als raad dan ook aan bod komt om daarover goed van gedachten te wisselen met mij of mijn opvolger. De heer Posthuma (PvdA): Wat voor beeld of idee heeft u van wat er dan zou moeten gebeuren met die uitbreiding? U noemt een aantal dingen die zouden kunnen gebeuren, maar die zouden misschien ook binnen het huidige Mexx-terrein opgevangen kunnen worden. Voor Voorschotense begrippen is 6 hectare best wel fors. Wat wilt u met die 6 extra hectare gaan realiseren? Wat voor bedrijvigheid moeten we ons daarbij voorstellen? Wethouder De Bruijn: Dan moet ik teruggrijpen op het tweede amendement dat er nu ligt, want dat vraagt echt om een groeivisie, een groeimodel. Ik denk dat het belangrijk is om dat te noemen, want het gaat niet direct om 6 hectare. Je gaat stapje voor stapje kijken: waar liggen de noodzaak, de urgentie en de behoefte? Je gaat dus kijken waar we beginnen. Het stukje grond naast De Groot zou bijvoorbeeld heel logisch zijn; ik weet niet of iedereen dat voor zich heeft. Dan zit je eigenlijk al op dezelfde lijn van een stukje verharding en verstening. Als het Mexx-terrein vol is, zou het logisch zijn om daar de eerste stap te maken. Dan zou je stapje voor stapje verder kunnen gaan.

De 6 hectare die we hebben ingetekend, is voor ons de max, zoals wij het zien. Wat zijn dat voor soort bedrijven? Dat kunnen bedrijven zijn die nu al in de Dobbewijk zijn en die schuiven. Het zijn in ieder geval het soort bedrijven die we aangeven binnen de kaders. Dan heb ik het bijvoorbeeld ook over middelgrote units, waarvan het merendeel bijvoorbeeld op de maakindustrie is gericht. De heer Posthuma (PvdA): Aan het einde hoorde ik wat inkleuring en invulling. Waar ik een beetje bang voor ben - ik noem het "de puist", die uitsteekt bij de Dobbewijk - is dat het alleen gebruikt wordt voor opslag. Dat vind ik niet echt een toevoeging aan het geheel. Als er iets aan bedrijvigheid komt, kan ik me voorstellen dat die kwalitatief is, misschien met veel praktisch geschoolden, en behoort tot de maakindustrie, waar u het over had. Ik ben op zoek naar wat die kwalitatieve impuls in dat gebied is waar groen eventueel voor zou moeten wijken. Wat mij betreft zou groen niet moeten wijken voor de een of andere opslag. Dat vind ik echt zonde; dat kan niet. Wat zou het in de ogen van de wethouder dan wél moeten zijn? De voorzitter: Wethouder De Bruijn, graag een bondig antwoord. Wethouder De Bruijn: We zijn het met elkaar eens over de opslag of DC's. We geven in de visie heel duidelijk aan dat we daar niet naar zoeken. Dat zorgt niet voor werkgelegenheid en voor meerwaarde.

Ik gaf al aan dat het juist gaat om die maakindustrie. Het zou afgeleide industrie kunnen zijn, bijvoorbeeld toeleveranciers voor de industrie op het Bio Science Park. Daar zou ik heel veel opties zien, maar ik denk dat we echt op dezelfde lijn zitten. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik zou graag van de wethouder willen vernemen wanneer het instellen van een leegstandswetregelgeving een laatste stap is. Welke andere mogelijkheden heeft hij? Er staan allerlei mogelijkheden in het stuk, maar als we dit niet hebben, hoe gaat u dat dan doen? Want dan kunt u niet verder; dat klopt toch? Wethouder De Bruijn: Het belangrijkste wat je het eerst moet doen, is in gesprek gaan met de grondeigenaar, de eigenaren van de panden die leegstaan. Dan kun je daar goede afspraken mee maken. Het volgende zou bijvoorbeeld het instrumentarium zoals een ROM zijn, een regionale ontwikkelingsmaatschappij, die die gronden bijvoorbeeld opkoopt. Je gaat dus juist in gesprek met die grondeigenaren. Wij als college - ik in ieder geval - geloven juist heel erg in de dialoog en niet in dwang, want ik denk niet dat we dan het juiste resultaat krijgen. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik wil graag van de wethouder horen waarom hij dat ziet als dwang, want de Leegstandswet biedt juist ook de mogelijkheid om op te kopen. Andere gemeenten in de regio hebben dit juist daarvoor aangenomen.

Kunt u mij dus uitleggen waarom u dat niet zo ziet? Wethouder De Bruijn: Ik had het over een leegstandsverordening, zowel voor het centrum als hier. Die bestaat uit een paar componenten. De eerste component is dat partijen verplicht zijn aan de gemeente te melden dat er iets vrijkomt. Dan komt er op een gegeven moment wel degelijk een dwangelement: de gemeente kan afdwingen dat een pandeigenaar een ander bedrijf toegang geeft of laat huren, misschien wel voor een lagere prijs. Ik vind het eigenlijk niet aan de gemeente om dat soort beslissingen te nemen.

Raadsvergadering 3 juli 2025

31

De voorzitter: Zijn alle vragen uit de eerste termijn beantwoord? Dat is het geval. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter, ik wil graag een schorsing, als dat kan. De voorzitter: Uiteraard. Hoelang wilt u schorsen? Mevrouw Kortekaas (CDA): Maximaal tien minuten. De voorzitter: Dan doen we echt tien minuten, want anders zitten we hier weer over een halfuur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Heeft mevrouw Kortekaas een heldere uitkomst van de schorsing die relevant is voor de raad? Mevrouw Kortekaas (CDA): Dat klopt, voorzitter. Die wil ik graag delen. We hebben overleg gehad over de motie. Daarin staat de termijn van Q1 2026. Wij willen "Q1" laten vervallen. Als de griffie dat zou kunnen wijzigen, hopen we daarmee een werkbaar document te hebben gecreëerd. De voorzitter: "Q1" gaat uit de motie; voor het overige blijft de motie gehandhaafd. De griffie gaat de motie wijzigen. De gewijzigde motie wordt straks rondgestuurd en komt straks in stemming. Het gewijzigde dictum van de motie luidt: "verzoekt het college: 1. 2.

een beleidsnotitie aanpak leegstand niet-woningen in Voorschoten voor te bereiden; deze beleidsnotitie uiterlijk in 2026 aan de raad voor te leggen."

De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de inhoudelijke beantwoording en zijn positieve advies over ons amendement. Dat helpt; dat maakt het voor ons een stuk makkelijker om hiervoor te stemmen. Wij staan ook onder de motie. Wij horen de zorgen daarover: wat is precies de bedoeling daarvan? De motie vraagt om in kaart te brengen welk instrumentarium we hiervoor hebben, juist omdat we de problemen van leegstand nu concreet zien. Het was ook aangekondigd in de eerdere startnotitie. Er was eerder dus ook zicht op dat het misschien nuttig is om een instrumentarium te hebben. Misschien is de conclusie dat we daar niks zinnigs kunnen doen, maar het is belangrijk om daarnaar te kijken. We zijn dus toch geneigd om de motie te steunen, al moet zij natuurlijk wel uitvoerbaar zijn voor het college; dat begrijpen wij. De heer Reinke (VVD): Voorzitter. De uitleg van de wethouder gehoord hebbende kunnen wij beide amendementen steunen. Voor ons is het belangrijk dat er een focus blijft op het niet laten krimpen van de toch al heel kleine economie van Voorschoten. Wij begrijpen nog steeds niet welk doel met de motie gediend kan worden. Leegstand tegengaan bij woningen is natuurlijk een heel ander verhaal, want dan heb je een kwetsbare groep. Hier gaat het om het beschermen van het ene bedrijf tegenover een ander bedrijf door er weer een bedrijf in te zetten.

Ik zou niet weten waarom we dat soort ontzettend harde maatregelen moeten inzetten. Bovendien kost dit ambtenarencapaciteit. Ik denk dat dat geld beter geïnvesteerd kan worden in een mooi, duurzaam en veilig bedrijventerrein om daardoor leegstand te voorkomen dan in dit soort middelen. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Het is mooi dat we een VNG hebben die ons voorziet van allerlei modelverordeningen. Dan is het een kwestie van keuzes en copy-paste. Ik denk dus dat dat wel los zal lopen. "Q1" is uit de motie. Daarmee wordt het haalbaar om het volgend jaar op een bepaald moment te realiseren. Wij bieden ons college daarmee ook een instrumentarium om, wanneer dingen niet lopen zoals we zouden willen, toch nog iets te doen. We zouden amendement 338 heel graag steunen, maar we zitten een beetje met de vraag wat dit betekent voor onze eigen bedrijven. Komen die dan op een wachtlijst? Hebben ze voorrang? We gaan met elkaar een ROM-B oprichten. Dat betekent dat bedrijven, grond of plekken opgekocht worden en in de regiopot worden gestopt. Dan hebben we er als Voorschoten niet zo heel veel over te zeggen, behalve vanuit onze ontwikkelvisie. Dan is het belangrijk om te weten of, als we de tekst weglaten zoals voorgesteld in amendement 338 van GroenLinks en andere partijen, onze

Raadsvergadering 3 juli 2025

32

bedrijven nog steeds de mogelijkheid hebben om voorrang te krijgen. Als dat niet zo is, wil ik de wethouder vragen of hij daarvoor wil pleiten en wil toezeggen dat dat ook zijn doel is in de regio. De voorzitter: De gewijzigde motie is rondgestuurd. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Ik ga in op de motie, want daarover waren wij nog aan het delibereren. Het college verzoeken om een beleidsnotitie aanpak leegstand voor te bereiden kan wat ons betreft geen kwaad, evenals het aan de raad voorleggen van die beleidsnotitie. De zorg zat 'm in hoe het gepresenteerd werd, alsof we nu dan toestemming zouden geven voor een soort verordening om de vrijheid van de ondernemers aan te tasten. Met het verzoek aan het college kunnen we instemmen, maar als het gaat om een juridisch instrumentarium denk ik aan een verordening en dat soort dingen; dan kunnen we daar niet mee instemmen. Mevrouw Kortekaas had het zojuist over een VNG-template of -verordening. Dat is iets anders dan beleid maken. Ik wil dit daarom nog scherp hebben: het gaat hier toch om een verzoek om beleid te maken? Klopt dat? De voorzitter: Stelt u deze vraag aan het college of aan de indieners van de motie? Mevrouw Mieremet (D66): Die vraag stel ik aan het college: ziet ook het college het zo dat dit een beleidsnotitie is en niet een verordening? De voorzitter: Misschien is dat ook een vraag aan de indieners.

Mevrouw Mieremet (D66): Ook, ja. De voorzitter: Misschien kan mevrouw Kortekaas hier kort antwoord op geven. Mevrouw Mieremet (D66): Oké, dat is ook goed. Mevrouw Kortekaas (CDA): Mevrouw Mieremet heeft gelijk: wij vragen gewoon een beleidsnotitie waarin je spelregels op zou kunnen stellen. Het zou kunnen dat je daar als raad en mogelijk als college consequenties aan zou kúnnen verbinden als er in de loop van de tijd een bepaalde noodzaak zou blijken te zijn. Maar laten we eerst beginnen met stap één. Dan gaan we kijken hoe we daar invulling aan gaan geven. Dus ja, dat is eigenlijk de bedoeling; dat heeft u goed gezien. De voorzitter: De wethouder kan straks aangeven of hij dit ook zo ziet, maar de indiener van de motie is hier helder over. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Over amendement 338 hebben we onze mening al gegeven. Amendement 340 zullen wij ook steunen, ook gelet op het positieve advies van de wethouder. We zijn blij met de aanpassing van de motie. Ik ben niet per definitie tegen wat dwang als mensen panden laten verkrotten of bij leegstand. Of het nou leegstand van woningen is of leegstand van bedrijven, leegstand is gewoon onwenselijk. Het land is al zo klein en zo vol. We moeten daar dus gewoon op chargeren. Ik denk dat de route die nu gekozen wordt een zachtere beleidsmatige route is: je stelt gewoon regeltjes en je gaat in gesprek.

Dat kun je op een later moment altijd nog aanscherpen via een verordening. Wij zullen deze motie dus steunen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Amendement 338 hebben we mede ingediend. Amendement 340 zullen we ook steunen. Ik wil het CDA een compliment geven voor motie 355. Volgens mij is het heel goed dat we daar meer inzicht in krijgen. Ik denk ook, een beetje vooruitlopend op het middel, dat het ook een manier kan zijn om optimalisatie in de Dobbewijk gerealiseerd te krijgen. Het is een stok achter de deur. Dat wil niet meteen zeggen dat je dat meteen gaat realiseren, maar er zijn een aantal plekken in de Dobbewijk … Bijvoorbeeld tegenover de sportfaciliteiten ligt een braakliggend terrein. Ik weet niet wie de eigenaar daarvan is, maar dat is al een tijdje zo. Volgens mij moet je daar als gemeente in ultimo iets tegen kunnen doen. Met de huidige regels kan dat niet. Om het efficiënter te kunnen maken, moet je de gemeente dus het instrumentarium geven om de Dobbewijk zo efficiënt mogelijk in te richten. Ik ben daar dus nu al voorstander van en ik dank de CDA-fractie voor dit voorstel. De voorzitter: Ik vraag wethouder De Bruijn om te reageren op de enkele openstaande vraag van mevrouw Mieremet en op de gewijzigde motie. Daarvoor heeft hij 36 seconden, want er zijn nog andere agendapunten.

Raadsvergadering 3 juli 2025

33

Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Wat de motie betreft: "Q1 2026 eruit halen geeft natuurlijk al een stuk meer lucht, maar ook als je een beleidsnotitie maakt, moet je daar daarna ook iets mee doen. Dat betekent dat we daar ook handjes voor nodig hebben en vanuit een beleidsnotitie volgt vaak ook een verordening. De heer Reinke (VVD): U zegt dat er handjes voor nodig zijn. Betekent dit ook dat die handjes afgaan van de voor dit besluit begrote € 30.000? Wethouder De Bruijn: Ik wil daar eigenlijk op terugkomen. Ik heb de handjes sowieso niet. Ik heb überhaupt de mensen niet, los van het budget. Als wij hier handjes voor willen, betekent dat meer budget. Dat moet ik dan aanvragen bij u als raad in de begroting voor 2026. Daar komt het op neer. Dat is de motivatie waarom ik de motie nog steeds ontraad: ik heb gewoon de mensen niet. Wat de vraag van het CDA betreft: let op, bij de ROM worden geen bedrijven opgekocht; er worden alleen leegstaande bedrijventerreinen opgekocht. De insteek is altijd om in eerste instantie de Voorschotense ondernemers te verplaatsen. In het uitwerkingsplan moeten we ook kijken hoe we dat doen, maar in principe hebben onze eigen ondernemers daarbij voorrang. De voorzitter: De vraag van mevrouw Mieremet staat nog open, wethouder. Niet? Heeft u daarop gereageerd? Oké, sorry, wethouder. Dan bent u klaar.

Wethouder De Bruijn: U ontlokt me meer seconden, hè? De voorzitter: Dat klopt. Zijn alle vragen beantwoord? Dat is het geval. Dan sluit ik de beraadslaging en gaan we over naar de stemmingen, eerst over de amendementen, dan over het al dan niet gewijzigde raadsvoorstel en tot slot over de gewijzigde motie. In stemming komt amendement 338 van GroenLinks, de PvdA, de SP en D66. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt amendement 340 van het CDA en GroenLinks. Het amendement wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt het geamendeerde voorstel. Het geamendeerde voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. In stemming komt de gewijzigde motie 355 van het CDA en GroenLinks. De gewijzigde motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 17 tegen 4 stemmen, waarbij de fractie van de VVD ertegen heeft gestemd. 10. Achtste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015 (raadsregistratienummer Z/25/099168/446374) De voorzitter: De raad wordt voorgesteld om de huidige verordening aan te passen. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Een maand geleden is Otto Schrage, oud-coördinator en drijvende kracht van de Stichting Leergeld, begraven in Voorschoten.

Afgelopen dinsdag is het leven van Aeltsje Sierksma, oud-coördinator en drijvende kracht van de Cliëntenraad, herdacht. Beiden hebben zich jaren hardgemaakt voor ondersteuning aan inwoners die hulp kunnen gebruiken. Ook hier in de gemeenteraad mogen we hen dankbaar zijn dat ze in Voorschoten zoveel tijd en aandacht hebben geschonken aan de inwoners van Voorschoten. Otto en Aeltsje zouden plannen voor meer maatwerk in het sociaal domein hebben toegejuicht. De regelingen in het sociaal domein die we in Voorschoten hebben, zijn in de geest meestal niet streng, maar dan moeten de verordeningen wel tekstueel ruimte geven aan dat recht op maatwerk. Om Aeltsje te parafraseren: steun is geen gunst, maar een recht. Dat recht op maatwerk moeten we ook in deze

Raadsvergadering 3 juli 2025

34

Wmo-verordening goed borgen. Bij de zevende wijziging van deze verordening hebben we gepleit voor een ruimere beschikbaarheid van scootmobielen. Toen is besloten om ruimte in te bouwen voor cliënten die een ander type scootmobiel dan een driewielscootmobiel nodig hebben. Helaas is deze wijziging in het huidige voorstel verdwenen. Vooral in het kader van het mogelijk maken van maatwerk - de wethouder heeft in de commissie aangegeven dat belangrijk te vinden - is het op z'n minst verwarrend dat deze maatwerkruimte in de verordening nu wat lijkt te verdwijnen. De toelichting in het raadsvoorstel geeft aan dat het betreffende artikel wordt aangepast omdat alleen driewielscootmobielen worden vergoed. Om die reden dien ik amendement 335 in, mede namens de PvdA, de SP en D66. Het amendement luidt: "Amendement 335. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 3 juli 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/25/099168/446374 d.d. 20 mei 2025, constaterende dat: a. b.

het college aan heeft gegeven beleidsruimte te zien in afwijking van de voorgestelde wijziging van de verordening, maar de voorliggende verordening desalniettemin de basis vormt voor uitvoering van het Wmo-beleid; maatwerk voor Wmo-voorzieningen mogelijk moet zijn;

overwegende dat: c. d. e. f. g. h.

de zorgvuldigheid van de uitvoering van de Wmo niet gehinderd mag worden door de verordening; burgers toegang moeten blijven houden tot noodzakelijke voorzieningen; de mogelijkheid dient te blijven om in individuele gevallen af te wijken van algemene richtlijnen rond materiële ondersteuning, als daartoe voldoende aanleiding is; noodzakelijkheid van een maatwerkvoorziening leidend moet zijn, niet de periode waar deze nodig voor is, noch of er sprake is van een onomkeerbare beperking; met de voorgestelde aanpassing in artikel 10.2, lid 3 de mogelijkheden voor maatwerk worden beperkt; in bepaalde gevallen driewielscootmobielen niet volstaan in de behoefte;

Besluit: de ontwerpverordening als volgt te wijzigen: 1/ De voorgenomen doorhaling in artikel 10.2 lid 3, zijnde 'tenzij een ander type scootmobiel noodzakelijk blijkt te zijn,' te herstellen, waardoor het artikel 10.2, lid 3 gaat luiden: 'Voor individuele scootmobielen worden in principe driewielscootmobielen verstrekt, tenzij een ander type scootmobiel noodzakelijk blijkt te zijn.'" Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. Mijn betoog sluit een beetje aan bij het betoog van mijn voorganger; ik denk dat dat niet verrassend is. Professionals in het sociaal domein, ook binnen de Wmo, worden dagelijks geconfronteerd met complexe situaties: ze moeten niet alleen doen wat werkt of wat het meest passend is, maar ook wat wettelijk is toegestaan. Daar wringt het soms. De nadruk ligt vaak op rechtmatigheid: klopt het juridisch besluit en voldoet het aan de regels? Maar de bedoeling van de Wmo is niet om vooral nee te zeggen, maar om inwoners te ondersteunen, zodat ze zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven meedoen in de samenleving. Die opdracht vraagt maatwerk: kijken naar de inwoner. Natuurlijk moet er van rechtmatigheid sprake zijn, maar die rechtmatigheid moet wel doelmatig zijn: doordachte ondersteuning die aansluit bij de situatie, de behoeften en de mogelijkheden van die inwoner. Als dat dan een scootmobiel is met vier wielen, dan is dat een scootmobiel met vier wielen.

Want als iemand niet veilig de straat op durft met een wel toegekend exemplaar met drie wielen, voldoen we gewoon niet aan de opdracht van de Wmo. Dan leveren we iets wat technisch klopt, maar wat feitelijk tekortschiet. Vandaar dat wij samen met GroenLinks, de PvdA en de SP zojuist amendement 335 hebben ingediend. Natuurlijk gaat het ons niet alleen om de scootmobiel. Het gaat ons ook om een aantal principes die hieraan ten grondslag liggen. Het gaat ons erom dat we onze consulenten het vertrouwen geven om maatwerk te leveren en dat we in Voorschoten kunnen aansluiten bij de ondersteuningsbehoeften van

Raadsvergadering 3 juli 2025

35

inwoners, zodat ze zo lang mogelijk mee kunnen blijven doen. Het gaat ons ook om het principe dat wij als D66 onderdeel zijn van de oppositie, maar geen voorstellen doen om gewoon tegen de coalitie te "rellen", zoals dat in veel gemeenten wél het geval is. Wij kijken binnen onze partij altijd naar elk voorstel, ongeacht welke partij het voorstel inbrengt, en we wegen af of het voorstel daadwerkelijk bijdraagt aan een duidelijker stuk of een betere situatie in Voorschoten. In alle eerlijkheid is het binnen het sociaal domein de afgelopen tijd wel wat teleurstellend dat vrijwel elk voorstel dat we vanuit de oppositie doen al weggestemd wordt voordat het überhaupt is toegestuurd en voorligt. Dat vind ik jammer; dat wil ik vandaag toch even uitspreken. Tot slot motie 354 over het ontzien van jonge mantelzorgers. Die kwam bij ons wat laat binnen. We vinden de motie interessant en we zijn voornemens om die te steunen. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Over dit onderwerp kan ik kort zijn, niet alleen vanwege de beperkte spreektijd die er nog is. De VVD-fractie kan zich goed vinden in het voorliggende besluit. Het had wat ons betreft ook een hamerstuk kunnen zijn. Het beter laten aansluiten bij de dagelijkse uitvoeringspraktijk en het verduidelijken van het begrip "eigen kracht en probleemoplossend vermogen van inwoners" geeft duidelijkheid.

In de commissie is al uitgebreid gesproken over een aantal vraagstukken op het gebied van maatwerk. Uit de beantwoording van de wethouder blijkt duidelijk dat er nog altijd waarborgen zijn, waarbij consulenten zelf keuzes kunnen maken. Wat ons betreft is deze verordening daarom een stap in de juiste richting, gericht op maatwerk, efficiency en het stimuleren van zelfstandigheid. De vorige spreker sprak zojuist over het beoordelen van amendementen vanuit de oppositie. Wij hebben het amendement natuurlijk aandachtig gelezen. We zijn daarom ook benieuwd wat de wethouder daarvan vindt voordat wij daarover een oordeel kunnen geven. Ook ten aanzien van de aangekondigde motie zijn we benieuwd naar het oordeel van de wethouder. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Vanavond vragen we aandacht voor een groep mensen die vaak onzichtbaar maar wel heel belangrijk zijn. Mevrouw Wijnen refereerde er al aan: jonge mantelzorgers. Dit zijn kinderen en jongeren die thuis zorgen voor een oudere broer of zus met een ziekte of beperking. Ik spreek daarbij uit ervaring. Het is mooi dat ik dit heb kunnen doen voor mijn gehandicapte zusje: na school mijn zus uit het busje opvangen als mijn ouders aan het werk waren, drinken geven, meehelpen met naar het toilet gaan. Ik en veel andere kinderen hebben dit gedaan of doen dit vanwege hun verantwoordelijkheidsgevoel en omdat ze graag willen helpen.

Maar er zijn kinderen die veel meer moeten doen; dat is soms ook veel structureler van aard. Ook in Voorschoten vallen zij officieel onder de regels van de mantelzorg, want bij het aanvragen van de hulp via de Wmo kijkt de gemeente ook of het kan worden opgelost met hulp uit het gezin. Daar gaat het wat ons betreft een beetje mis, want ook kinderen en jongeren worden meegeteld als deel van het huishouden. Dat betekent dat bij het beoordelen van de hulpvraag ook wordt gekeken of een kind het zelf kan doen. Dat vinden wij niet goed. Kinderen moeten kind kunnen zijn, moeten kunnen sporten, afspreken met vriendjes en hun school kunnen afmaken. Natuurlijk mogen kinderen ook helpen in huis. Dat hoort erbij, maar de verantwoordelijkheid voor de zorg mag niet op hun schouders gelegd worden, zeker niet structureel. We zien in onderzoeken dat jongeren die langdurig zorg verlenen, daar last van kunnen krijgen. Ze vinden het moeilijker om grenzen aan te geven en krijgen sneller stress of mentale klachten. Dat is begrijpelijk, want zij dragen een last die eigenlijk niet voor kinderen bedoeld is. In het Kinderrechtenverdrag staat dat bij elke beslissing over kinderen het belang van het kind op de eerste plaats moet komen, ook in ons gemeentelijk beleid.

De motie die we vanavond indienen, is een direct en belangrijk gevolg van het werk van ons burgercommissielid, Rachèl van Hellemondt, die dit onderwerp in de commissie M&S inbracht. Rachèl verdient daar alle lof voor. Dankzij haar inzet kunnen we vandaag met deze motie een nieuwe stap zetten. De motie bevat twee heldere verzoeken aan het college: zeg als gemeente duidelijk dat we kinderen en jongeren niet willen meewegen bij het bepalen of iemand hulp of een maatwerkvoorziening krijgt, onderzoek hoe we dit beter kunnen regelen in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en leg dat voorstel vervolgens voor aan de raad. Zo zorgen we er in mijn beleving voor dat kinderen en jongeren in Voorschoten de ruimte krijgen om te kunnen groeien, zich te kunnen ontwikkelen en mee te doen. Dat is goed voor hen en uiteindelijk ook voor onze samenleving. De motie, die mede wordt ingediend door GroenLinks, luidt: "Motie 354. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 3 juli,

Raadsvergadering 3 juli 2025

36

constaterende dat: a.

b. c. d. e.

f. g.

h.

in de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorschoten 2015 onder mantelzorgers wordt verstaan: 'Mantelzorger: iemand die langdurige zorg verleent die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt.'; kinderen en jongeren dus ook binnen de reikwijdte van die definitie vallen: de zogenoemde jonge mantelzorgers; bij de beoordeling door de gemeente Voorschoten van de aanspraak op een maatwerkvoorziening wordt gekeken of 'het probleem' niet kan worden weggenomen of verminderd met mantelzorg; uit de beantwoording van de technische vragen 786 blijkt dat met gebruikelijke zorg en gebruikelijke hulp hetzelfde wordt bedoeld; gebruikelijke hulp in de verordening wordt gedefinieerd als: 'De normale, dagelijkse zorg/ondersteuning die alle meerderjarige leden van een leefeenheid geacht worden elkaar onderling te bieden, omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden'; bij de beoordeling van de mogelijkheden van de leefeenheid ook kinderen en jongeren worden meegewogen; zie antwoord technische vragen 786.

Dit betreft volgens het college alleen leeftijdsadequate taken die binnen het normale gezinsfunctioneren vallen; in artikel 2.1.3 van de Wmo 2015 staat dat de gemeente in de verordening moet bepalen: 'op welke wijze en op basis van welke criteria wordt vastgesteld of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt'; in de toelichting van dat artikel staat: 'In de verordening zal de gemeente aan de hand van geschikte en toepasbare criteria meer in detail en concreet nader moeten afbakenen in welke gevallen iemand voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt';

overwegende dat: i.

alle kinderen en jongeren gelijke kansen verdienen en het geen verschil mag maken of hun ouders of anderen gezinsleden ziek zijn en/of een beperking hebben als het gaat om sporten, vrije tijd en het opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk; j. kinderen moeten kind kunnen zijn en kinderen en jongeren hebben het recht om hun opleiding te kunnen voltooien en op hun niveau onderwijs te kunnen volgen (zie: Manifest Jonge Mantelzorgers Amsterdam: Manifest_Jonge_Mantelzorgers.pdf); k. het stimuleren van het omzien naar en het zorgen voor gezinsleden en het doen van leeftijdsadequate huishoudelijke taken op zichzelf nastrevenswaardig kan zijn, mits er een balans is tussen zorg- en huishoudelijke taken en de eigen levens- en ontwikkelingsbehoeften; l. kinderen en jongeren die voor langere tijd (zorg)taken uitvoeren die van wezenlijk belang zijn en geassocieerd worden met het verantwoordelijkheidsniveau van ouders c.q. volwassenen, later vaak meer moeite hebben met het aangaan van relaties, meer moeite hebben met het aangeven van grenzen en vaker last hebben van angstgevoelens en mentale problemen; m.

bij maatregelen van de (lokale) overheid het belang van de kinderen de eerste overweging dient te zijn (Belang van het kind - Artikel 3 Kinderrechtenverdrag) en het gemeentebeleid ook in overeenstemming met de andere bepalingen van het Kinderrechtenverdrag dient te worden uitgevoerd; n. het meerekenen van kinderen bij de indicatie van zorg- of maatwerkvoorzieningen niet in het belang is van kinderen en jongeren; spreekt uit dat het indiceren van zorg en hulp en het toekennen van een maatwerkvoorziening niet afhankelijk mogen zijn van de inzet van kinderen en jongeren; verzoekt het college om in kaart te brengen op welke wijze de verordening aangepast kan worden zodat kinderen en jongeren ontzien worden en hierover een voorstel aan de raad voor te leggen,

Raadsvergadering 3 juli 2025

37

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. De vorige sprekers hebben al voldoende gezegd over het sociaal domein en de voorliggende verordening. Er zijn een amendement en een motie ingediend. Ik ben heel benieuwd naar de reactie van de wethouder. Beide onderwerpen gaan mij zeer nauw aan het hart. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Het CDA heeft in de commissie aangegeven het voorstel te steunen, mede gezien de positieve grondhouding van de Adviesraad Sociaal Domein ten aanzien van dit voorstel. We zien uit naar de reactie van de wethouder op het amendement en de motie. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Mijn fractie heeft het door GroenLinks ingediende amendement medeondertekend, omdat wij merken dat er ruimte moet zijn om af te kunnen wijken. Natuurlijk is een driewielscootmobiel over het algemeen prima, maar tegelijkertijd is dat niet voor iedereen zo. Als je dan zo hard in de verordening schrijft dat het een driewiels moet zijn en niet anders, krijg je dus problemen omdat het misgaat. Dat is precies de reden waarom wij een klein beetje flexibiliteit in de tekst willen opnemen om ervoor te zorgen dat de Wmo doet waarvoor die bedoeld is. Dat is in dit geval: ervoor zorgen dat de mensen de voorzieningen krijgen die ze nodig hebben. Dan de jonge mantelzorgers; ik heb er thuis ook één.

Het is heel goed dat de motie op deze manier wordt ingestoken. In de commissie ging het nog een beetje over de vraag of het wel handig was om spandoeken op te hangen voor de Week van de Jonge Mantelzorger. Dat vond ik wat minder handig, want dat geeft eigenlijk de suggestie dat juist het aandacht vragen voor jonge mantelzorgers niet goed was. Wat wel heel goed is, is wat nu in het dictum van de motie staat, namelijk dat het nooit de bedoeling is dat de mantelzorg voor iemand wordt afgewenteld op kinderen en dat erop gerekend wordt dat die kinderen bijdragen aan die taak. Natuurlijk hebben kinderen thuis een taak, zoals meneer Posthuma zei, maar dat wil niet zeggen dat de zorg die de gemeente levert minder wordt omdat er wordt gerekend op de inzet van het kind. De voorzitter: Ik verzoek wethouder Schokker om in 30 seconden alles te beantwoorden en te reageren. U kunt het! Wethouder Schokker: Voorzitter. Laat ik dan heel snel beginnen. Dank voor het amendement en de motie. Ik begrijp de zorgen die er leven. Die voel ik ook mee. Er komen ook voorbeelden uit de privésituaties. Ik begrijp die zorgen dus heel goed. Het amendement gaat over de driewielscooter. Op basis van de praktijkervaringen in de afgelopen jaren komt het vrijwel niet voor dat iets anders dan een driewielscooter nodig is. De driewielscooter voorziet hier dus in.

We willen echt een verduidelijking in de verordening om geen onnodige discussies over dit onderwerp te hebben. Door de formulering te vereenvoudigen wordt de uitvoering gestroomlijnd en kunnen de discussies zich richten op de daadwerkelijke ondersteuning, want het gaat erom dat via de Wmo in de mobiliteitsbehoefte wordt voorzien. Daarbij blijven er altijd drie mogelijkheden voor een uitzondering: er is maatwerk mogelijk, er is een hardheidsclausule en er staat de term "in principe". Dat is dus ruim voldoende. Daarom ontraadt het college dit amendement. De heer 't Lam (GroenLinks): Ik hoor de wethouder zeggen dat in de praktijk nu meestal een driewielscootmobiel wordt verstrekt. Ik zou zeggen dat dat de huidige verordening eigenlijk ondersteunt: de vermelding van een ander type scootmobiel is niet echt een belemmering voor de praktijk. Ziet de wethouder de huidige verordening nu dan echt als een probleem? Wethouder Schokker: Ik heb net aangegeven dat we eigenlijk alleen die driewielscooter willen opnemen om onnodige discussies te voorkomen. In gevallen waarin het echt noodzakelijk is, is die mogelijkheid er gewoon in de nieuwe verordening. In de afgelopen jaren is er vrijwel geen geval geweest waarin een vierwielscooter noodzakelijk was. We kijken naar de mobiliteitsbehoefte. Dit wordt vanuit de praktijk nadrukkelijk ondersteund.

De heer 't Lam (GroenLinks): Op zich kan ik de wethouder redelijk volgen. Het probleem is onder andere dat ook in de toelichting wordt aangegeven dat alleen een driewielscooter vergoed wordt. Dat sluit een aantal deuren en dat is een belangrijke reden om dit verzoek in te dienen. Ik denk dat de wethouder op deze manier zijn eigen ruimte een beetje te beperkt maakt. Dat is een belangrijke overweging om de motie te handhaven.

Raadsvergadering 3 juli 2025

38

Wethouder Schokker: Zoals ik zojuist aangaf, blijven er drie mogelijkheden. Er staat "in principe". Dat staat al in de formulering en dat is een afwijking. Er blijft een hardheidsclausule en er is maatwerk. Er zijn dus mogelijkheden om af te wijken indien de situatie dat vereist. Ook de motie over de jonge mantelzorgers willen we als college ontraden. De geest van de motie is natuurlijk heel positief en die ondersteunen we volledig, maar in de huidige Wmo-verordening is in de geest van de Wmo al duidelijk aangegeven dat er in het kader van de Wmo rekening mee wordt gehouden dat er geen beroep wordt gedaan op jonge mantelzorgers. Er is gebruikelijke hulp en zogenaamde bovengebruikelijke hulp. Mantelzorgers vallen onder die bovengebruikelijke hulp. Jonge mantelzorgers hoeven daar niet in te voorzien. Daar hoeft u zich dus geen zorgen over te maken, want dit vindt al plaats via de huidige verordening. Het is dus niet nodig om daar een onderzoek naar te doen, want het is in de huidige verordening al duidelijk geborgd. De voorzitter: Ik kijk rond. Zijn alle vragen van de raad beantwoord? Meneer Posthuma, heeft u een openstaande vraag of een interruptie? De heer Posthuma (PvdA): Een interruptie. De voorzitter: U heeft nog 26 seconden. Dit is een hele mooie oefening in het stellen van scherpe vragen.

De heer Posthuma (PvdA): De wethouder zegt dat het in de verordening terugkomt, maar in de beantwoording van de verschillende technische vragen - dat is nummer 786 - ziet u dat daar ruimte voor is en dat het noodzakelijk is om heel helder neer te zetten dat die bevestiging er moet komen. Ik begrijp dus niet zo goed dat u alleen verwijst naar de verordening, want volgens mij is die blijkens de antwoorden op die technische vragen nog onvoldoende. Wethouder Schokker: Op drie plekken is hier nadrukkelijk aandacht voor. In de Verordening definitie gebruikelijke hulp staat in artikel 1.1j. Daar gaat het om bovengebruikelijke hulp. Dat wordt gedefinieerd, maar dat is dus de rest. Zoals ik zojuist heb aangegeven, vallen jonge mantelzorgers niet onder bovengebruikelijke hulp. De definitie van "mantelzorgers" gaat ook per definitie uit van bovengebruikelijke hulp; dat staat in artikel 1.1v. Dan is er ook nog een beoordeling eigen kracht in artikel 7, zeg ik uit mijn hoofd. Ook daar wordt dit gespecificeerd. Op die drie plekken staat het dus al in de verordening. De voorzitter: Meneer Posthuma, u heeft geen spreektijd meer. Dat is wel een beetje ingewikkeld, want we hebben daar afspraken over met elkaar. Ik ga het dus niet doen. Zijn alle vragen van de raad beantwoord? Dat is het geval. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter.

Wij hebben vernomen dat in de praktijk andere soorten scootmobielen dan driewielscootmobielen best populair zijn. Dat zal onder andere te maken hebben met het feit dat ze wat stabieler zijn. Dat wil niet altijd zeggen dat ze noodzakelijk zijn; dat geef ik toe, maar voor mensen die via de Wmo recht hebben op een scootmobiel, mogelijk ook een andere scootmobiel, moet die optie leesbaar zijn in de verordening. Om die reden is het belangrijk dat de oorspronkelijke tekst niet verdwijnt. Het was al duidelijk dat we motie 354 van harte mede hebben ingediend. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Gehoord de beantwoording van de wethouder zullen wij zowel het amendement als de motie niet steunen, omdat de verordening al antwoord geeft op de vragen die gesteld zijn. De voorzitter: Er zijn geen aanvullende vragen gesteld. Met uw goedvinden gaan we dus over naar de besluitvorming. In stemming komt amendement 335 van GroenLinks, de PvdA, de SP en D66. Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 10 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP en mevrouw Persoon van Voorschoten Lokaal ervoor hebben gestemd en de fracties van het CDA en de VVD en de overige leden van de fractie van Voorschoten Lokaal ertegen hebben gestemd.

Raadsvergadering 3 juli 2025

39

In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met 15 tegen 6 stemmen, waarbij de fracties van GroenLinks, de PvdA en de SP ertegen hebben gestemd en de fracties van het CDA, D66, Voorschoten Lokaal en de VVD ervoor hebben gestemd. In stemming komt motie 354 van de PvdA en GroenLinks. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik ga tegenstemmen op basis van de beantwoording van de wethouder, die aangeeft dat dit probleem wordt voorzien en dat de jonge mantelzorgers geen druk en geen taken krijgen, maar ik vind het wel heel fijn dat de motie is ingediend om hier extra aandacht aan te besteden. De wethouder heeft goed beantwoord. Ik heb er dus alle vertrouwen in dat dit goed gaat komen. De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 11 tegen 10 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP en mevrouw Persoon en de heer Van den Ende van Voorschoten Lokaal ervoor hebben gestemd en de fracties van het CDA en de VVD en de overige leden van de fractie van Voorschoten Lokaal ertegen hebben gestemd. 11. Goedkeuring conceptstatuten Stichting Voorschotense openbare school (raadsregistratienummer Z/24/092832/440473) De voorzitter: De statuten van Stichting VOS worden aangepast en in lijn gebracht met de wet.

Volgens de wet hoeven de begroting en jaarrekening van de stichting niet meer ter goedkeuring aan de raad te worden voorgelegd. Voorafgaand aan deze statutenwijziging is wel goedkeuring van de raad nodig. Meneer Van Oostrum, let op uw spreektijd. U heeft nog 49 seconden. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Ik hou het heel kort. In de commissie hebben we gesproken over de overheersende invloed die de gemeenteraad heeft in de raad van toezicht op grond van de Wet op het primair onderwijs. Het CDA heeft voorgesteld om de raad het recht te geven een bindende voordracht te doen ten aanzien van een van de leden in de raad van toezicht. Daarvoor hebben we geen draagvlak gevoeld bij de commissie en bij de wethouder. We hebben desondanks nog een vraag: welke invloed of overheersende invloed zou de raad nog wel kunnen hebben, gegeven het voorliggende voorstel? We zien uit naar de beantwoording van onze vraag. De voorzitter: Wethouder Van der Elst, ik wil u verzoeken om zeer kort en bondig te antwoorden. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. Het antwoord op de vraag van de heer Van Oostrum is als volgt. In goed overleg met de directie van de VOS is van haar kant het volgende aangeboden. Dat is informeel; het voorstel is nadrukkelijk niet om toch de statuten te veranderen, want dan zijn we tot in december daar weer mee bezig.

De school is bereid om, mocht zich een vacature bij de raad van toezicht voordoen, die dan ter informatie naar de raad te sturen. Mocht er in uw netwerk een geschikte kandidaat zijn, dan kunt u die voorstellen om daar te solliciteren. Dat is een toezegging die ik namens de school kan doen. De voorzitter: Helder, dank. Meneer Van Oostrum, is daarmee de vraag beantwoord? U heeft nog acht seconden. De heer Van Oostrum (CDA): Ja, de vraag is beantwoord. Dank voor de toezegging. Fijn. De voorzitter: Helder. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Dan sluit ik de beraadslaging en gaan we over naar de stemming. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen.

Raadsvergadering 3 juli 2025

40

12. Zienswijze begroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland (raadsregistratienummer Z/25/98707/446849) De voorzitter: Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verplicht om passende jeugdhulp in te kopen. Voorschoten doet dit sinds 2024 via de Serviceorganisatie Zorg Holland Rijnland. De organisatie heeft de begroting aan de raad voorgelegd. De raad beslist vanavond over de zienswijze. Dit is in de commissie ooit als bespreekstuk geagendeerd, maar ik constateer dat er nu geen behoefte is om hierover het woord te voeren. Dan gaan we met uw goedvinden direct over naar de stemming. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 13. Benoeming voorzitter Rekenkamer (raadsregistratienummer Z/25/101484/453631) De voorzitter: Wegens het aangekondigde ontslag van de huidige voorzitter van de Rekenkamer, de heer Dolf Kamermans, heeft werving voor een nieuwe voorzitter plaatsgevonden. Voorgesteld wordt om mevrouw Annette Corzilius te benoemen tot voorzitter van de Rekenkamer per 1 september 2025. Heeft iemand behoefte aan beraadslaging? Omdat het over een persoon gaat, moeten we dan verder vergaderen met de deuren dicht. Er is geen behoefte aan beraadslaging. Dan gaan we stemmen, uiteraard per briefje, want het gaat over een persoon. De stembriefjes worden rondgedeeld.

Met uw goedvinden zijn de waarnemend griffier en ondergetekende het stembureau. Als u het daar niet mee eens bent, hoor ik dat graag. (De stembriefjes worden rondgedeeld en opgehaald en de stemmen worden geteld.) De voorzitter: De uitslag van de stemming is als volgt. Er zijn 21 geldige stemmen uitgebracht, een paar met hele mooie smileys; complimenten voor de tekenkunsten. Er zijn 21 stemmen uitgebracht op de voorgedragen kandidaat. Daarmee is mevrouw Annette Corzilius per 1 september benoemd tot voorzitter van de Rekenkamer. We danken daarmee tegelijk de heer Kamermans voor zijn inzet voor de Rekenkamer in de afgelopen acht jaar. (Geroffel op de tafels) 14.

Voorbereiden AB vergadering Hecht 9 juli 2025

De voorzitter: De annotatie is rondgestuurd. Wenst iemand hierover het woord te voeren om de wethouder dingen mee te geven? Dat is niet het geval. Dan is ook dit agendapunt afgesloten. 15.

Overig

Van dit agendapunt wordt geen gebruik gemaakt. 16.

Sluiting

De voorzitter: Het is 23.57 uur, dus nog net 3 juli. Ik dank u voor deze mooie avond. Wel thuis en slaap lekker strakjes. De voorzitter sluit om 23.57 uur de vergadering. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Voorschoten, gehouden op 1 oktober 2025. De griffier, Ondertekend door Eric Krijgsman op 02-10-2025

Drs. E. Krijgsman

Raadsvergadering 3 juli 2025

De voorzitter, Ondertekend door Nadine Stemerdink op 03-10-2025

Drs. N. Stemerdink

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=763721ac-4c4e-4360-94ed-9e8cbe230c5f