CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Raadsvergadering 3 april 2025 (get.)

Gemeenteraad Voorschoten 15 mei 2025, gemeente voorschotenBij agendapunt: Vaststellen raadsnotulen30.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ik heb echt oprecht complimenten gegeven omdat de consulenten de afweging maken met de door de heer Posthuma voorgestelde werkwijze. Ik wil dus heel graag toezeggen dat we dat gewoon blijven doen en dat ik dit onder de aandacht breng van de consulenten, maar laten we de tekst alsjeblieft zo houden volgens de modelverordening en laten we daarin niet onzekerheid creëren waarvan ik denk dat die niet nodig is en die mogelijk gevolgen heeft die ik niet kan overzien. Daarom moet ik het amendement ontraden. De heer Posthuma (PvdA): Ik zie voornamelijk dat de onzekerheid juist wordt vergroot voor de ouders die het financieel lastig hebben. Even voor de duidelijkheid: we hebben dit amendement ook gewoon ambtelijk laten toetsen. Het is dus een keuze van het college om hiervan af te wijken. Wat mij betreft wordt hier dus een politieke keuze gemaakt en is dit niet per se een technische exercitie die niet zou kunnen. Wij denken - dat hebben we dus ook getoetst - dat het op deze manier gewoon kan en dat het veel duidelijker wordt. Ik kan het niet beter verwoorden dan de heer Maassen, die het heel duidelijk heeft gezegd. We zijn daardoor beter in staat om mensen te beschermen die in een moeilijke financiële positie zitten. Wethouder Schokker: Het dreigt een beetje een welles-nietesspelletje te worden. Dat is het volgens mij absoluut niet.

We hebben dit natuurlijk ook ambtelijk en breder gecheckt en er wordt ons ook echt geadviseerd om dit niet zo te doen. Dat is gewoon hoe het is en dat is het oordeel van het college. De voorzitter: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik blijf bij wat ik zojuist al zei: het amendement is een verbetering van de positie van de mensen die in een lastige financiële situatie zitten. Ik denk dat we daar heel zorgvuldig mee moeten omgaan. Vandaar dat ik heel erg voor dit amendement ben. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Wij zitten best wel in een conflict en we zijn een beetje op zoek: wat is nou de waarheid? Dat is lastig, want de heer Posthuma zegt: "Ik heb dit ambtelijk gecheckt en die zeggen dit". De wethouder zegt: "Ik heb het ambtelijk besproken en die zeggen dat". Dat zit niet helemaal op één lijn. Dat maakt het een beetje lastig. Moet ik het zien als "we hebben het dermatologisch getest" en "de dermatoloog heeft het erop gehouden"? Wat maakt beleidsmatig nou het verschil? Kunnen jullie daar beiden, wellicht via de voorzitter, antwoord op geven? Wat gebeurt er bij de mensen thuis? Als de wethouder zegt dat wat er staat, eigenlijk overeenkomt met de strekking van de motie, zou het beleidsmatig, in de uitvoering, dus geen enkel verschil maken of we dit amendement aannemen of niet.

De voorzitter: Ik hecht eraan om te zeggen dat de wethouder de politieke verantwoordelijkheid heeft en daarmee ook het standpunt inneemt en niet de ambtelijke organisatie. Het is goed om dat aan te geven en die scheiding aan te houden. Daar wil ik even op attenderen. Mevrouw Zoun heeft een vraag gesteld aan de heer Posthuma en aan de wethouder. Ik geef nu eerst de heer Posthuma het woord. De wethouder kan in de tweede termijn hierop reageren.

Raadsvergadering 3 april 2025

30

De heer Posthuma (PvdA): In de huidige tekst van de verordening ziet u dat het eigenlijk licht aangestipt wordt. In de nieuwe tekst van de verordening, waar ik ook samen met mevrouw Van Hellemondt naar heb gekeken, ziet u dat dit veel explicieter wordt benoemd en dat de mensen in een kwetsbare financiële situatie met het amendement veel beter beschermd worden dan hoe het in de huidige verordening verwoord staat. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Ik vroeg vooral wat het verschil maakt in de uitvoering. Ik snap dat ze op papier misschien beter beschermd worden, maar wat maakt in de uitvoering het verschil? Welk verschil verwacht u dat daar gemaakt wordt? De heer Posthuma (PvdA): Mijn verwachting is dat als iemand in een kwetsbare financiële situatie zit, de gemeente Voorschoten er niet voor kan zorgen dat de ouders verplicht worden om minder maatschappelijke activiteiten te ontplooien. Dat is wat er gebeurt. De voorzitter: De heer Maassen wil mevrouw Zoun iets vragen. Ik attendeer hem op zijn spreektijd. De heer Maassen (SP): Een aanvulling op de reactie van meneer Posthuma: het gaat om punt f in het amendement, waarbij eerst wordt gekeken naar de noodzaak voor ouders om in hun inkomen te voorzien en daarna pas gekeken wordt of ze inderdaad minder moeten gaan werken in plaats van andersom. Door de redenatie om te draaien bescherm je het gezin dus beter.

De voorzitter: Wethouder Schokker, volgens mij staat er nog één vraag open van mevrouw Zoun. Wethouder Schokker: Voorzitter. In reactie op de vraag van mevrouw Zoun: binnen deze formulering is er gewoon ruimte om dit te doen. Dat heb ik ook aangegeven. De huidige formulering biedt dus voldoende ruimte. Daarom is dit niet nodig. Sterker nog: het leidt tot extra juridische kwetsbaarheid. Daarom willen we het als college ontraden. De heer Posthuma (PvdA): Dan mag u mij echt even aangeven waar in de Jeugdwet staat dat ouders gevraagd moet worden om te stoppen met werken of dat er een soort de-emancipatie moet plaatsvinden. Dat staat er helemaal niet. Graag een reactie van de wethouder. Wethouder Schokker: In de Jeugdwet is wel sprake van eigen verantwoordelijkheid. Daar gaat het om. Verder wordt die afweging gewoon bij consulenten gemaakt en ik heb al toegezegd om in die geest te handelen, maar ik verval in herhaling. Deze formulering met een niet corresponderende toelichting leidt mijns inziens en ons inziens als college tot niet wenselijke risico's. De voorzitter: Ik sluit de beraadslaging en we gaan over tot de stemming. In stemming komt amendement 326 van de PvdA, GroenLinks en de SP. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter.

Wij snappen de strekking van het amendement, maar wij durven het door de wethouder genoemde risico niet te nemen. We gaan er ook van uit dat de organisatie de verantwoordelijkheid oppakt en dat er geen verandering plaatsvindt in de uitvoering. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. We hebben de argumenten van de wethouder gehoord, maar desondanks zullen wij het amendement, dat we mede hebben ondertekend, gewoon steunen. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Hoewel de VVD natuurlijk een groot voorstander is van het behoud van werk, zien wij de risico's die de wethouder heeft genoemd als doorslaggevend om tegen te stemmen om de juridische kwetsbaarheid niet te vergroten en de afweging bij de consulent te laten, zoals ook in de verordening staat en rijksbreed wordt toegepast in het land. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Wij volgen de argumentatie van wethouder Schokker.

Raadsvergadering 3 april 2025

31

Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 9 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd en de fracties van het CDA, Voorschoten Lokaal en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. De voorzitter: Ik kijk even rond. Is er weer behoefte aan een heel korte schorsing voor een sanitaire stop? Dat is het geval. Een korte schorsing van vijf minuten, tot 22.45 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. 11. Beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 (raadsregistratienummer Z/24/086751/435056) De voorzitter: De gemeente Voorschoten heeft een wettelijke taak om inwoners te steunen bij het voorkomen en verhelpen van problematische schulden. De raad stelt hiervoor een beleidsplan vast. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Voor ons ligt het Beleidsplan Schuldhulpverlening, waar we natuurlijk al eerder over gesproken hebben en waarbij wij een flink punt hebben gemaakt van het feit dat er minder budget voor is. Dat vinden wij zeer jammer, maar daar gaat het hele beleidsplan nu niet over. We hebben als Partij van de Arbeid, maar ook GroenLinks en de SP vooral gekeken naar iets anders, waarover ik graag een amendement indien.

Mevrouw De Bruin (VVD): Waarop baseert de heer Posthuma dat er minder budget zou zijn? Het beleidsplan is budgetneutraal. De heer Posthuma (PvdA): Er staat volgens mij in het beleidsplan dat er in de begroting vanaf 2026 10% minder wordt uitgegeven. Mevrouw De Bruin (VVD): Daarmee is het beleidsplan budgetneutraal conform de begroting die we hebben vastgesteld. De heer Posthuma (PvdA): Er wordt minder geld uitgegeven. Laten we er nou niet een mooie semantische discussie van maken. Er gaat minder geld naartoe; punt. De VVD kan hoog of laag springen, maar er is minder geld. Gelukkig kunnen we allebei goed rekenen, hè? Heel fijn. We gaan verder met het verhaal. Wat wij belangrijk vinden - dat zal de VVD zeker moeten aanspreken - is dat we hierin wat doelgerichter willen werken. Een van de mooie percentages die erin staat, betreft het streven om in 2030 een schuldpercentage te hebben van 4,3% van de inwoners. Dat is nu 6%. Het leek ons aardig om dit gerichter te maken en om in 2028 een percentage van 5% als belangrijk streven te formuleren. We vinden dit typisch iets wat echt in het beleidsplan moet staan als een duidelijk streven, dat vervolgens weer gebruikt kan worden voor de uitvoeringsagenda. Dus een beetje ambitie, die goed wordt vastgelegd. Niet te vrijblijvend; we vinden dat vooral die vrijblijvendheid eruit moet. Dat is de reden waarom we met amendement 324 komen.

Het amendement luidt: "Amendement 324. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 3 april 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/086751/435056, constaterende dat: a. b. c.

het percentage huishoudens met problematische schulden in Voorschoten momenteel op 6% ligt; de landelijke ambitie is om het aantal mensen dat in armoede leeft en het aantal huishoudens met problematische schulden te halveren naar 4,3% in 2030; in het huidige beleidsplan geen concrete tussentijdse doelstelling is opgenomen voor Voorschoten;

Raadsvergadering 3 april 2025

32

d.

het belangrijk is om een meetbaar en realistisch streefgetal op te nemen, zodat tussentijdse monitoring mogelijk wordt en gerichte maatregelen kunnen worden genomen;

overwegende dat: e. f. g. h.

een tussenstap van 5% in 2028 een haalbare doelstelling is die recht doet aan de regionale en lokale omstandigheden; het formuleren van een duidelijke tussendoelstelling helpt bij het tijdig bijsturen van beleid en de effectiviteit van schuldhulpverlening verbetert; in het advies van de Adviesraad Sociaal Domein nadruk wordt gelegd op de noodzaak van concrete streefgetallen; de gemeente reeds inzet op vroegsignalering en samenwerking met maatschappelijke partners, wat een belangrijke rol speelt in het terugdringen van problematische schulden;

Besluit: Om beslispunt 1 van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: Het beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 vast te stellen, met de toevoeging in de tabel op blz. 4-5 in de regel Doelstelling in zowel de kolom Vroegsignalering als de kolom Curatie en Nazorg: Het percentage huishoudens met problematische schulden in Voorschoten in 2028 wordt ten minste gereduceerd tot 5%, als tussenstap naar de landelijke ambitie van 4,3%.'" Een van de andere dingen die ons opvielen, is het feit dat een aantal wettelijke termijnen die de gemeente Voorschoten hanteert voor de aanvraag van schuldhulpverlening niet gehaald worden. Het leek ons heel verstandig om die wettelijke termijnen goed vast te leggen in dit plan. Dat is de reden waarom we amendement 325 indienen, mede namens GroenLinks en de SP. Het amendement luidt: "Amendement 325. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 3 april 2025, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/086751/435056, constaterende dat: a. b. c. d.

de Adviesraad Sociaal Domein Voorschoten (ASDV) heeft aangegeven dat de wettelijke doorlooptijden binnen de schuldhulpverlening in Voorschoten niet gehaald worden; momenteel de wettelijke termijn structureel wordt overschreden waardoor de Kredietbank niet tijdig wordt ingeschakeld, wat ertoe leidt dat inwoners langer dan wenselijk in onzekerheid blijven; volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) moet: o een intake bij de Kredietbank binnen 4 weken plaatsvinden; o een schuldhulptraject binnen 8 weken na aanmelding starten; er geen duidelijke garanties in het beleidsplan staan over hoe Voorschoten deze termijnen gaat naleven;

overwegende dat: e. f. g. h.

snellere schuldhulpverlening cruciaal is om problematische schulden niet verder te laten escaleren; gemeenten binnen de regio verschillende doorlooptijden hebben en hanteren, wat nadelig is of kan zijn voor inwoners van Voorschoten; urgente situaties, zoals dreigende uithuiszetting of afsluiting van nutsvoorzieningen, prioriteit moeten krijgen binnen schuldhulpverleningstrajecten; het hanteren van duidelijke normen in en bij de uitvoering van het beleidsplan zorgen voor een betere aansturing van uitvoeringspartners en zorgen dat Voorschoten voldoet aan wettelijke verplichtingen;

Besluit:

Raadsvergadering 3 april 2025

33

Om beslispunt 1 van het raadsvoorstel als volgt te wijzigen: 'Het beleidsplan Schuldhulpverlening 2025-2028 vast te stellen, met deze wijzigingen: 1.

2.

in de tabel op blz. 4-5 wordt de tekst 'We brengen de doorlooptijden van curatieve schuldhulpverlening terug zodat deze voldoen aan de wettelijke normen.' vervangen door: 'De doorlooptijden binnen de schuldhulpverlening worden teruggebracht tot de wettelijke normen: maximaal 4 weken voor intake bij de Kredietbank en maximaal 8 weken voor de start van een schuldhulptraject.'; op blz. 31 wordt aan het eind van de tekst onder de kop 'Kortere doorlooptijden bij curatie aan particulieren' toegevoegd: 'De doorlooptijden binnen de schuldhulpverlening worden expliciet teruggebracht tot de wettelijke normen: maximaal 4 weken voor intake bij de Kredietbank en maximaal 8 weken voor de start van een schuldhulptraject. Voor urgente gevallen, zoals dreigende uithuiszetting of afsluiting van nutsvoorzieningen, geldt dat zij absolute prioriteit krijgen en versneld worden afgehandeld.'"

Wat betreft de extra bijdrage aan schuldhulpverlening scharen wij ons helemaal achter motie 347, die GroenLinks straks zal toelichten. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Voor ons ligt een raadsvoorstel dat het huidige beleidsplan eigenlijk volledig volgt, wel met de ambitie dat meer inwoners van de gemeente duurzaam schuldenvrij zijn, maar ook met minder beschikbaar geld. Dat past eigenlijk niet. Het is wel fijn om te lezen dat er op papier ambitie is. Om die ambities te concretiseren, hebben we de twee ingediende amendementen graag medeondertekend. Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet, want het gebrek aan middelen is nog een punt van zorg. Met de aangekondigde bezuinigingen op preventie en op de succesvolle vroegsignalering lijken de ambities van het beleidsplan niet haalbaar. Om de wethouder te helpen stellen wij voor om de extra gelden die ten behoeve van schuldhulpverlening in de komende Meicirculaire verwacht worden, exclusief te gebruiken voor schuldhulpverlening c.q. vroegsignalering. Dat doen we middels motie 347, waarin we vragen om de toegekende extra gelden ten behoeve van schuldhulpverlening ook echt aan de schuldhulpverlening te besteden. Die motie dien ik bij dezen in. De motie, die mede wordt ingediend door de PvdA en D66, luidt: "Motie 347. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d.

3 april 2025, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: a. b. c. d. e.

schuldhulpverlening in Voorschoten te maken heeft met een budgetneutraal kader voor het beleid; de ambities in het voorliggende raadsvoorstel groot zijn; men wil meer mensen bereiken en begeleiden naar hulp; in de Meicirculaire van 2024 gemeenten (via het Gemeentefonds) vanaf 2024 structureel extra geld ontvangen voor betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden; een onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Nederlandse Arbeidsinspectie (2024) De weg naar een schone lei) laat zien dat gemeenten het vergroten van de capaciteit voor vroegsignalering als belangrijke verbetersuggestie binnen de schuldhulpverlening zien; binnenkort de Meicirculaire 2025 wordt gepubliceerd, waarin waarschijnlijk wordt aangekondigd dat er extra geld beschikbaar komt voor vroegsignalering;

overwegende dat: f.

het kabinet op basis van een onderzoek van de Nederlandse Arbeidsinspectie het voornemen heeft om structureel € 20 miljoen te reserveren om voort te bouwen op vroegsignalering; (https://open.overheid.nl/documenten/b93abca4-3f11-47c8-bf571fc7e4457fc7/file);

Raadsvergadering 3 april 2025

34

g.

het geld dat het Rijk beschikbaar stelt voor schuldhulpverlening/vroegsignalering, hier ook daadwerkelijk aan besteed moet worden;

van mening zijnde dat: h. i. j.

een budgetneutraal kader ook betekent dat indexatie niet plaatsvindt en er zodoende eigenlijk sprake is van een bezuiniging; grotere ambities en een verminderd budget elkaar tegenspreken; een stabiele samenleving in Voorschoten gebaat is bij voldoende investeringen in preventieve maatregelen in het sociaal domein;

verzoekt het college: 1. 2.

ervoor zorg te dragen dat een eventuele bijdrage in de Meicirculaire ten behoeve van schuldhulpverlening/vroegsignalering bovenop het gereserveerde bedrag uit het raadsvoorstel Schuldhulpverlening 2025-2028 ter beschikking gesteld gaat worden; hierover te rapporteren in de P&C-cyclus,

en gaat over tot de orde van de dag." De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Het is al gezegd: we zetten met dit plan in op voortzetting van het huidige, vigerende beleid. Het doel is dat meer inwoners duurzaam schuldenvrij zijn. Dat steunen wij, zoals we in de commissie al hebben aangegeven. Het plan steunt op vier pijlers: preventie, vroegsignalering, curatie en nazorg. Die pijlers zijn op bladzijde 24 van het plan keurig uitgewerkt in subambities en acties. Dat ziet er allemaal netjes uit. Het budget sluit inderdaad aan op de begroting, maar in het voorstel staat ook dat we altijd kunnen bijramen of schuiven met budgetten indien het huidige budget niet volstaat; dat staat letterlijk in het programma. We gaan ook monitoren en bijsturen op basis van een door het college op te stellen monitoringsplan. Het plan heeft dus onze steun. We hebben nog wel een vraag over de vroegsignalering en de preventie. Die vinden we als CDA natuurlijk heel belangrijk, want voorkomen is beter dan genezen. We bieden ook proactief hulp aan. We hebben eerder aandacht gevraagd voor het maatwerkbudget in het armoedebeleidsplan. We willen de wethouder vragen hoe het precies met dat maatwerkbudget staat. Is daar al meer over bekend? De wethouder zou daar nog een keer naar kijken. Misschien kan hij daar nog iets over zeggen. Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter.

Het Beleidsplan Schuldhulpverlening spreekt de ambitie uit en benoemt ook concrete acties. Dat kunnen we vanuit D66 natuurlijk alleen maar toejuichen, maar zoals al in de commissie aangegeven maken wij ons een beetje zorgen, niet alleen vanwege de reactie van de Adviesraad Sociaal Domein, maar ook vanwege de budgetneutraliteit, want hierdoor wordt het toch afwachten of we al deze ambities, die zo mooi geformuleerd staan, en de acties echt kunnen gaan uitvoeren. Investeren in preventie loont; daar hebben we in de commissie ook over gesproken. Vandaar dat wij er belang aan hechten dat als er vanuit het Rijk extra middelen worden vrijgemaakt, deze daadwerkelijk aan dit taakveld worden besteed. Daarom hebben wij motie 347 samen met de PvdA en GroenLinks ingediend. Wat de amendementen 324 en 325 betreft: daar staan wij inhoudelijk positief tegenover, maar we wachten graag de reactie van de wethouder af. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Over dit beleidsplan kunnen we kort zijn. In de commissie hebben we al uitgebreid gesproken over het plan, een voortzetting van het huidige beleidsplan. We zijn blij dat zo efficiënt mogelijk is bekeken wat nodig is om het beleid rondom schuldhulpverlening voort te zetten. Ook met de inhoud van het plan zijn wij erg blij, bijvoorbeeld de twee pijlers gericht op preventie en vroegsignalering, want hier geldt echt: liever voorkomen dan genezen.

Op het moment dat het nodig is, moet de gemeente er zijn, zo snel en adequaat mogelijk. De doorlooptijden zijn wel een aandachtspunt. We hopen dat de wethouder dit zo spoedig en adequaat mogelijk oppakt. Het budget voor dit plan is al vastgesteld bij de begroting. Door dit zo veel mogelijk te investeren in voorkoming en vroegsignalering hopen we dat dat uiteindelijk rendeert. Er zijn inmiddels een aantal amendementen en een motie ingediend. Wat ons betreft was het plan voldoende en had het een hamerstuk kunnen zijn, maar we horen graag de appreciatie van de wethouder van de ingediende stukken en komen daar in de tweede termijn op terug.

Raadsvergadering 3 april 2025

35

Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal: Voorzitter. Zoals ik in de commissie al zei, sluit ik me gewoon aan bij de woorden van mevrouw De Bruin, met één kleine uitzondering. Dat betreft motie 347. Wij vinden die belangrijk, omdat die aangeeft dat er wellicht speciaal voor dit potje geld komt. Wij zijn daar als Voorschoten Lokaal natuurlijk groot voorstander van; u kunt zich allemaal nog herinneren dat we de hondenbelasting hebben afgeschaft, want dat geld ging ook niet naar de honden. Wij wachten dus graag de reactie van de wethouder op deze motie af. De voorzitter: Wethouder De Bruijn, wilt u ingaan op de vragen, de amendementen en de motie? Wethouder De Bruijn: Jazeker, voorzitter. Er is een vraag gesteld over het maatwerkbudget. Dat is niet iets wat per definitie in het beleidsplan terugkomt, maar ik heb inderdaad beloofd bij het minimabeleid actief op zoek te gaan naar een oplossing. Ik wilde daarmee komen bij de Kadernota, maar ik kan misschien een tipje van de sluier oplichten over waar we mee bezig zijn. We hebben op dit moment nog steeds de ton staan - de PvdA weet waar ik het over heb - om mensen even te helpen met noodmaatregelen.

Die gebruiken we op dit moment niet, omdat daar in het verleden natuurlijk alternatieven voor waren, maar ik ben aan het kijken of we die ton zouden kunnen gebruiken door die uit te smeren, bijvoorbeeld over vier of vijf jaar, en daarmee een maatwerkbudget in te stellen. Dat zou dan een pilot zijn voor die periode van vijf jaar, want we weten op dit moment nog niet wat voor structurele middelen we daarna hebben. Maar dat is iets wat ik graag zou willen voorstellen richting de Kadernota. Ik hoop dat de eerste indruk in ieder geval positief is. Ik wil graag reageren op de amendementen en de motie. Amendement 324 gaat over het aan de tabel op bladzijde 4 toevoegen van het reduceren van het percentage tot ten minste 5%. In de commissie heb ik gezegd dat we in het uitvoeringsplan al die streefdata willen zetten. Die 5% is een tussenstap; dat is niet het einddoel. Daarom zou ik willen voorstellen om dat toch juist in het uitvoeringsplan mee te nemen. Daarin komt alles op een rijtje te staan. Dat document is ook dynamisch: als we op een gegeven moment op een punt komen, kunnen we dat snel aanpassen. Mijn suggestie zou dus zijn om dit in het amendement wellicht aan te passen richting het uitvoeringsplan. Ik denk dat dat daar een betere plek voor is.

De heer Posthuma (PvdA): Kan de wethouder mij uitleggen waarom hij denkt dat het in het uitvoeringsplan beter tot zijn recht komt dan in het beleidsplan, waarin in mijn ogen juist de streefcijfers, de ambitie en de doelen staan geformuleerd? Wethouder De Bruijn: Ja, daar kan ik zeker antwoord op geven. Wij hebben in de beantwoording van de vraag van de ASDV, die aangaf strakkere streefgetallen in dat document te willen hebben, ook aangegeven dat we dat juist willen doen in dat uitvoeringsplan. We zouden dan een tussenstap inbrengen in het beleidsplan, dat statisch is en vaststaat voor de komende jaren totdat we weer een nieuw beleidsplan moeten opstellen. Onze ambitie gaat natuurlijk verder dan die 5%. Volgens mij is het dus veel handiger om in dat uitvoeringsplan de ambities voor de kortere termijn neer te zetten en die ook sneller weer aan te passen als we die streefdata hebben gehaald. Laat mij duidelijk zijn: ik ben absoluut niet tegen het percentage; dat lijkt mij juist een heel goed streven. De heer 't Lam (GroenLinks): Kan de wethouder dan de toezegging doen dat het gevraagde percentage ook gaat landen in dat uitvoeringsplan? Wethouder De Bruijn: Ja, die toezegging kan ik doen. Dat scheelt misschien ook aanpassing van het amendement. Als dat volstaat, wil ik dus de toezegging doen dat we dat meenemen in het uitvoeringsplan.

De voorzitter: Dan zullen wij dit in elk geval notuleren in het verslag van de raad. Wethouder De Bruijn: Ik ga door naar amendement 325. We hebben het in de commissie ook gehad over de verschillende doorlooptijden. Ik heb daarbij aangegeven dat we al in gesprek zijn met de Kredietbank om die doorlooptijden omlaag te brengen. Ik heb toen ook aangegeven dat het logisch is dat we ons aan de wettelijke termijnen houden. Die termijnen staan ook gewoon al in het stuk. Verder wordt in het amendement gevraagd om prioriteit bij urgente gevallen. Dat is eigenlijk iets wat we ook al doen. Met betrekking tot het risico van huisuitzetting hebben we het afgelopen jaar ook al het convenant ondertekend ter bescherming van mensen bij huisuitzetting. Nogmaals,

Raadsvergadering 3 april 2025

36

die termijnen willen wij ook omlaag brengen; daar ben ik het absoluut mee eens, maar volgens mij is het amendement wel overbodig, omdat wij dit eigenlijk al doen. Dan motie 347 over de extra bijdrage in de Meicirculaire. Ik hoop echt dat die extra bijdrage komt; die is zeer welkom. We weten dat alleen nog niet zeker. Ik kan alleen wel melden dat wat in de motie wordt gevraagd, een standaardprocedure is. Het is niet zoals bij de hondenbelasting. Als wij die extra middelen krijgen, gaan zij ook naar dit doel. Dat betekent eigenlijk dat ook de motie overbodig is. Dat betekent dus niet dat ik ertegen ben, maar ik wil haar wel ontraden omdat het gewoon extra tijd kost, ook van onze ambtelijke organisatie, als we het toch al doen. De heer 't Lam (GroenLinks): De gelden waar we het nu over hebben, zijn in de Meicirculaire niet geoormerkt. Die hoeven dus niet per se te landen op de plek waar ze zouden moeten landen. Deze motie beoogt om dat wél voor elkaar te krijgen. We hebben hier ook ervaring mee, want ook in 2024 is een behoorlijke som geld geland in, volgens mij, de toenmalige Meicirculaire. Volgens mij was dat twee keer zoveel als verwacht in 2025. Dat is niet geland bij schuldhulpverlening. Het is dus bepaald geen zekerheidje dat het gebeurt. Ik denk dat de motie daarom hard nodig is.

Wethouder De Bruijn: Zoals ik zei - ik heb dat ook dubbel gecheckt, ambtelijk bij ons intern - is het, als wij die middelen krijgen, wél de standaardprocedure dat het daarnaartoe gaat. Ik kan dat dus ook toezeggen, maar laten we alsjeblieft ook hopen dat die middelen komen. De voorzitter: Ook deze toezegging wordt genotuleerd in het verslag. De heer Posthuma (PvdA): Over amendement 325 over de verkorting en de wettelijke termijn zegt de wethouder: dat doen we eigenlijk al en het is eigenlijk overbodig. De Adviesraad Sociaal Domein zegt echter juist dat het probleem is dat we het dit jaar niet halen. U kunt dus wel zeggen dat we het aan het doen zijn, maar de uitkomst is dat we het niet aan het doen zijn. Dat is exact de reden waarom het in het beleidsplan moet komen te staan, zodat we het college op dat punt ter verantwoording kunnen roepen. Op dit moment gebeurt het niet, want u overschrijdt de termijnen. Wethouder De Bruijn: De termijnen worden wel degelijk ook genoemd in het beleidsplan en u kunt ons natuurlijk altijd ter verantwoording roepen als we ons niet aan wettelijke termijnen houden. Dus zoals ik al zei: het is ons doel om dat gewoon te doen zoals het moet. Daar hebben we eigenlijk geen extra amendement voor nodig. De heer Posthuma (PvdA): Daar hebben we juist wel een extra amendement voor nodig, omdat dit al jaar in, jaar uit niet gehaald wordt.

Wij vinden het belangrijk dat de gemeenteraad uitspreekt dat we dit gewoon gaan halen. Dan zit er dus niet alleen een inspanningsverplichting in voor het college, maar een resultaatverplichting. Dat is de reden waarom die wettelijke termijnen gewoon gehaald moeten worden. Het zou een beetje gek zijn als het college denkt: we zouden het misschien wel kunnen halen. Het is een wettelijke termijn en deze gemeenteraad wil extra benadrukken dat we dat gaan doen. Wethouder De Bruijn: Dat is geen vraag. De voorzitter: Volgens mij zijn alle vragen beantwoord. Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Heel kort, want ik heb in mijn interruptie al een groot deel van mijn tweede termijn vermeld. Ik heb nog een vraag aan de wethouder. Er worden totaalbedragen genoemd die waarschijnlijk in de Meicirculaire gaan landen. Ik heb snel berekend dat dat ongeveer € 25.000 voor Voorschoten zou betekenen. Ik weet niet of de wethouder een vergelijkbare berekening heeft gemaakt, maar ik ben wel benieuwd naar zijn bedrag. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Het is fijn dat de 5% gewoon in het uitvoeringsplan komt. Dan wordt het ook dynamisch. We vinden dat ook een logische plek in plaats van dat het statisch wordt in een beleidsplan. Dat vinden wij dus een fijne toezegging; dank u wel daarvoor.

Amendement 325 en motie 347 doen we al en zijn overbodig; dat is een duidelijk verhaal. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Wat amendement 324 betreft, hebben we de toezegging van de wethouder gehoord dat het in het uitvoeringsplan komt. Dat amendement zullen we daarom niet steunen. Amendement 325 staat al in het raadsvoorstel. Daarin staat ook letterlijk "acties om

Raadsvergadering 3 april 2025

37

de doorlooptijden terug te brengen, zodat die voldoen aan de wettelijke normen". Motie 347 is ook overbodig, want die loopt vooruit op mogelijke inkomsten uit de Meicirculaire. Daarnaast hebben we de wethouder net een toezegging horen doen: als die middelen in de Meicirculaire daaraan toegewezen worden, worden ze daar ook aan besteed. Dat is voor ons voldoende. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Ik kan me eigenlijk alleen maar aansluiten bij de woorden van mevrouw De Bruin. Ik had het niet zo mooi kunnen verwoorden, maar ik kom nog even terug op motie 347, omdat ik daarnaar vroeg. Wat ons betreft is de toezegging van de wethouder voldoende. Wij zullen in de gaten houden of het daar ook belandt. Dank u wel en extra dank aan de opstellers van de motie, die ons hierop hebben gewezen. De voorzitter: Er is nog één vraag gesteld aan de wethouder. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Wat betreft het bedrag waar de heer 't Lam aan refereert: het zou heel goed in die orde van grootte kunnen zijn, maar ik durf op dit moment echt nog niks te zeggen. Er is zoveel onzekerheid. Laten we hopen dat het dat is of eventueel wat meer. Verder kan ik ook nog niet in een glazen bol kijken. De voorzitter: Hiermee zijn alle vragen en opmerkingen beantwoord. Voordat we naar de stemmingen gaan, kijk ik naar de indieners van amendement 324.

Wenst u dat te handhaven? De heer 't Lam (GroenLinks): Ik verzoek u om een korte schorsing. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor vijf minuten, tot 23.19 uur. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Ik kijk naar de heer 't Lam, die de schorsing had aangevraagd. Wat zijn de uitkomsten van het beraad? De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Ik beperk me tot de motie die we hebben ingediend. We zijn tevreden met de toezegging van de wethouder en we trekken de motie in. De voorzitter: Motie 347 is ingetrokken en maakt geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. De heer Posthuma gaat in op een amendement. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik dank de wethouder voor de beantwoording en de toezegging die hij met betrekking tot amendement 324 heeft gedaan dat het in de uitvoeringsagenda zal komen. Amendement 325 willen we gewoon handhaven. De voorzitter: Ook amendement 324 maakt geen onderdeel meer uit van de beraadslaging. Alleen amendement 325 blijft dus staan. Is dat een juiste constatering? Ja, dat is het geval. Ik sluit de beraadslaging en we gaan over tot de stemmingen. Mevrouw Schroot heeft de vergadering verlaten. Dat betekent dat er 19 stemmen worden uitgebracht. In stemming komt amendement 325 van de PvdA, GroenLinks en de SP.

Het amendement wordt met een digitale stemming verworpen met 8 tegen 11 stemmen, waarbij de fracties van D66, GroenLinks, de PvdA en de SP ervoor hebben gestemd en de fracties van het CDA, Voorschoten Lokaal en de VVD ertegen hebben gestemd. In stemming komt het voorstel. Het voorstel wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 12. Overig 12a. Motie 346 van de PvdA, GroenLinks en de SP over inclusiviteit en solidariteit met de lhbtqi+-gemeenschap De voorzitter: Het woord is aan de heer Posthuma om de motie toe te lichten en in te dienen.

Raadsvergadering 3 april 2025

38

De heer Posthuma (GroenLinks): Voorzitter. We leven in zeer roerige tijden met allerlei internationale ontwikkelingen die ons enorm zorgen baren, ook voor bewoners van onze lhbtqigemeenschap. In Amerika zijn allerlei ontwikkelingen gaande die ook direct de belangen van Nederlandse bedrijven raken. Nederlandse bedrijven wordt nu zelfs gevraagd of ze een actief diversiteitsbeleid hebben en of ze daarvan willen afzien om in Amerika überhaupt handel te kunnen drijven. Dat raakt heel veel mensen, ook mensen die bij Nederlandse bedrijven werken die hier in Nederland zitten. Ik heb daar ook vaak gesprekken over gevoerd met mijn collega Rachèl van Hellemondt, die mij iedere keer heel goed duidelijk heeft gemaakt hoe ongelofelijk belangrijk het is dat, als je niet tot de grote meerderheid behoort maar tot een kleine meerderheid en als je onder druk staat, af en toe een klein signaaltje wordt gegeven in een samenleving en dat ook een gemeente als Voorschoten staat voor al haar inwoners. Dan kan het inderdaad soms helpen als er een klein signaaltje, een kleine ondersteuning, is waarmee wordt gezegd: je mag er zijn. Dat is de reden waarom wij samen met GroenLinks en de SP motie 346 indienen om de gemeente op te roepen om met een symbool te komen waaruit die solidariteit met deze gemeenschap blijkt. Dat kan in de vorm van een bankje zijn in regenboogkleuren. Het kunnen klinkers zijn.

Ik laat het graag aan de portefeuillehouder over om daar invulling aan te geven. We hopen daarmee onze solidariteit te ondersteunen; een klein gebaar in moeilijke tijden. De motie luidt: "Motie 346. De gemeenteraad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 3 april 2025, constaterende dat: a. b.

c. d. e.

er wereldwijd, en met name in de Verenigde Staten, een toenemende negatieve tendens is ten opzichte van de rechten en veiligheid van lhbtqi+-personen; het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken recent een negatief reisadvies heeft gegeven aan transgender personen met betrekking tot reizen naar de Verenigde Staten vanwege mogelijke discriminatie en onveilige situaties (zie: Nederland scherpt reisadvies naar de VS aan voor lhbti'ers); Nederlandse bedrijven die in de Verenigde Staten actief zijn, mogelijk te maken krijgen met een diversiteitsverbod (zie: Nederlandse bedrijven bereiden zich voor op diversiteitsverbod Trump); ook in Nederland signalen zijn dat de acceptatie van en veiligheid voor lhbtqi+-personen onder druk staan; de gemeente Voorschoten zich altijd heeft uitgesproken voor een inclusieve en veilige samenleving voor iedereen, ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit;

overwegende dat: f. g. h.

gemeenten een belangrijke voorbeeldfunctie hebben bij het bevorderen van inclusiviteit en het tegengaan van discriminatie; symbolische uitingen van solidariteit, zoals de regenboogvlag en andere zichtbare steunbetuigingen, bijdragen aan een gevoel van veiligheid en erkenning binnen de gemeenschap; een zichtbaar inclusief beleid bijdraagt aan een sociaal klimaat waarin iedereen zich welkom en geaccepteerd voelt;

roept het college op: 1. 2. 3.

te blijven inzetten op een actief en zichtbaar inclusief beleid ten aanzien van de lhbtqi+gemeenschap in Voorschoten; als symbool van inclusie en steun voor de lhbtqi+-gemeenschap dit zichtbaar maken in het centrum van Voorschoten, bijvoorbeeld door meerdere klinkers te voorzien van de regenboogkleuren of één van de bankjes van de regenboogkleuren te voorzien; de gemeenteraad binnen een redelijke termijn te informeren over de voortgang en uitvoering van dit initiatief,

en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Meneer Maassen, u heeft nog 50 seconden.

Raadsvergadering 3 april 2025

39

De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik zou me van harte willen aansluiten bij het betoog van de heer Posthuma. De SP heeft de motie ook medeondertekend. Ik zou daaraan willen toevoegen dat je merkt dat ook hier in Nederland dit soort blijken van acceptatie afnemen. De steun voor bijvoorbeeld Paarse Vrijdag op scholen is aan het afnemen. Dan is het juist bij uitstek het moment om wél met zo'n gebaar te komen en wél te zeggen: nu gaan we even een tandje bijzetten. Want het is niet vanzelfsprekend dat we iedereen steunen, ook als ze een andere seksuele oriëntatie hebben dan de meeste mensen. Het is tijd om daar iets aan te doen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Binnen onze fractie hebben we even getwijfeld wie hierover het woord zou voeren. Deze motie raakt me emotioneel en niet op een positieve manier. Ik ben biseksueel en ik wil niet anders worden behandeld. Ik wil niet buiten een gemeenschap worden gezet. Dat is alles wat deze motie doet. De voorzitter: Interruptie van de heer Maassen, in één seconde. De heer Maassen (SP): Als proud parent steun ik deze motie juist van harte. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Fijn dat u er anders over denkt, maar zo sta ik erin. Ik vind de overwegingen wat Amerika betreft gewoon veel te ver gaan. We hebben het hier over Voorschoten, niet over Amerika.

Ik snap dat de internationale politiek ook ons raakt, maar laten we het alsjeblieft lokaal houden. Daarvoor zitten we hier en we gaan de wereldproblematiek niet oplossen. Dit signaal helpt daar niet aan mee. Wat moet ik hier verder nog over zeggen? Het raakt mij persoonlijk. Ik wil er ook voor waken dat als we iets zouden neerzetten wat vervolgens wordt vernield … Als een bankje wordt vernield, spreken we van "vandalisme". Op het moment dat een bankje regenboogkleuren heeft, wordt er al heel snel gesproken van "homohaat", terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn. Ik wil er alsjeblieft voor waken dat we met z'n allen die kant opgaan. Daarom zullen wij hiertegen zijn. De heer Posthuma (PvdA): Ik vind het heel fijn dat u dit met ons deelt en dat u zich hierin ook zo kwetsbaar opstelt. Ik begrijp ook uw overweging hierin. Ik kan wel kort toelichten waarom wij Amerika hierin toch hebben meegenomen. Voorschoten is echt een expat community. Er wonen hier vrij veel internationale mensen, ook van veel internationale bedrijven. Dat zijn vaak ook mensen die bij Nederlandse bedrijven werken die vaak in Amerika zitten. We horen ook van mensen die daar werken dat ze daar heel veel problemen hebben. Ik begrijp uw overwegingen echt en ik heb er ook respect voor dat u hiertegen gaat stemmen. Ik weet nu ook waarom u dat doet, maar dat is de overweging die wij hierbij hebben.

De voorzitter: Wilt hierop reageren of niet? Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Nee. De voorzitter: Meneer Posthuma, uw tijd is op. Mevrouw Mieremet (D66): Dank voor de toelichting, want die is moedig. Tegelijkertijd wil ik pleiten voor de mensen voor wie dit wél een teken is dat ze zich welkom kunnen voelen. Dat is inderdaad niet voor iedereen zo; dat is ook zo, maar ik steun deze motie juist voor de mensen die hier wél kracht uit halen. Dat wilde ik toevoegen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Daar wil ik nog wel op reageren. Ik heb van tevoren nog een voorstel aan de Partij van de Arbeid gedaan. Dat iedereen zich hier welkom hoort te voelen, onderschrijf ik absoluut. Dan had de motie een andere strekking moeten hebben. Dan had het namelijk de regenboogvlag moeten zijn; dat is ook origineel. De regenboogvlag is niet een uithangbord van de lhbtqi+-gemeenschap. De regenboogvlag staat voor gelijkheid. Als we dat met z'n allen hier zouden uitstralen, dus als dat de strekking van de motie zou zijn, zou ik haar van harte ondersteunen, maar dat is niet wat hier staat. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb nog weinig tijd. Allereerst wil ik mijn waardering uitspreken voor de bijdrage van mevrouw Zoun. Zij stelt zich inderdaad kwetsbaar op en het is goed dat zij dat zegt. Toch wil ik ook aangeven waarom wij wel hierin mee zijn gegaan.

Ik kan het niet uit persoonlijke ervaring zeggen, maar ik heb dit wel gezien bij een collega van me.

Raadsvergadering 3 april 2025

40

We hadden op kantoor op een gegeven moment allemaal van die regenbooglintjes. Ik dacht: wat doet dat nou helemaal? Ik sprak een collega die echt geworsteld had met zijn seksuele identiteit. Hij zei: "Weet je wat het gekke is? Die lintjes hielpen wél." Het is een klein symbool, maar voor hem - dat zal niet voor iedereen zo zijn - was het een signaal dat hij er toch mee naar buiten kon komen, ook al worstelde hij ermee en ook al wist hij niet zeker of hij het kon zeggen of niet. Het was eigenlijk een soort kleine toestemming van mensen om er iets mee te doen. Zo zou ik dit willen interpreteren. Wat mij betreft moet Voorschoten, zoals u ook zegt, voor iedereen veilig zijn. In Voorschoten mag je zijn wie je bent. Wat ons betreft hoeft het niet meer te zijn dan dat: een klein gebaar waarmee we dit kunnen aangeven. Dat is wat ons betreft de inzet van deze motie. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Als u daar met die woorden voor pleit, zou ik u willen vragen om toch nog even te kijken naar de tekst die ik naar de heer Posthuma heb gestuurd, want dan pleit u voor gelijkheid en niet voor deze motie. De heer Deuzeman (GroenLinks): Als u het mij vergunt, gaat het voor ons vooral over de uitvoering en over het dictum. We willen een klein gebaar maken, met de nadruk op "iets kleins", waarmee we dit willen uitstralen. Ik heb nu ook niet de tijd om op de precieze overwegingen in te gaan.

Ik denk dat we daar nu weinig aan kunnen doen, maar ik denk dat dit, als we dit hier zo uitspreken, wel degelijk dat effect kan hebben. Het hoeft elkaar wat mij betreft niet te bijten. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Het hoeft elkaar in die zijn niet te bijten, maar ik kan gewoon niet instemmen met de motie zoals die hier nu ligt. De voorzitter: Meneer Deuzeman, u bent al over uw spreektijd heen. U kunt hier kort op reageren met één zin, geen komma. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik kan daar respect voor hebben, mevrouw Zoun, maar ik hoop dat we wel met iets kunnen komen waar we allemaal blij van worden. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Ik heb in de interruptie bij mevrouw Zoun eigenlijk al redelijk verteld hoe wij hierin staan. Ik heb me vooral geconcentreerd op: roept het college op te blijven inzetten op actief en zichtbaar inclusief beleid en dit zichtbaar te maken in Voorschoten als symbool van inclusie en steun - dat kan heel klein - en de gemeenteraad te informeren over de voortgang en de uitvoering van dit initiatief. Daar staan wij achter. Dus bij dezen. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Ik wil mevrouw Zoun heel hartelijk danken voor haar inbreng. Wij delen uw mening dat wanneer wij iets vanuit de raad iets doen, de gelijkheid van alle mensen in Voorschoten bovenaan moet staan. Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter.

Vanuit de VVD kan ik aangeven dat we het vanzelfsprekend belangrijk vinden dat iedereen gelijkwaardig behandeld wordt. We vinden de aanleiding voor deze discussie niet passen bij onze rol als gemeenteraad van Voorschoten. Ook over de uitvoering die gevraagd wordt, een bankje dat dan gevandaliseerd kan worden, zijn wij niet enthousiast. Wij zijn dus tegen deze motie. Mevrouw Mieremet (D66): Ik snap de overweging, maar waarom vindt u het niet de rol van de raad? Kunt u daar iets meer over vertellen? Mevrouw Van Meenen (VVD): Wat ons betreft gaan we over Voorschoten, het beleid in Voorschoten en de zorgen in Voorschoten. De motie spreekt over wat er in Amerika gebeurt. Daar gaan wij niet over. Mevrouw Mieremet (D66): We gaan zeker niet over wat er in Amerika gebeurt, maar we zien wel de consequenties in Nederland. Het dictum, datgene waar we het college toe oproepen, gaat over wat er hier in Voorschoten gebeurt. Bent u het daar wel mee eens? Mevrouw Van Meenen (VVD): Wat ons betreft gaat het complete plaatje niet over Voorschoten. Dus nee, dat ben ik niet met u eens. De voorzitter: We gaan naar de reactie van het college op de motie.

Raadsvergadering 3 april 2025

41

Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik denk dat het vanuit het college vooral zaak is om te reageren op het dictum zoals dat er staat. Daar kunnen we vrij kort over zijn: dat is uitvoerbaar. Zaken zoals een bankje, klinkers et cetera zijn natuurlijk uitvoerbaar. Tegen die achtergrond willen wij deze motie dus aan u laten en oordeel raad geven. De voorzitter: Er is behoefte aan een tweede termijn. De heer Posthuma, de heer Maassen en de heer Deuzeman hebben geen spreektijd meer. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Ik wil iets vragen aan het CDA. U heeft eerder, volgens mij in 2022, uitgesproken dat u er alles aan zult doen om de lhbtqi-community zich welkom te laten voelen. Daar is een soort verslag van, kan ik me herinneren. Klopt dat? En wat is hier anders aan? Dat begrijp ik nog niet helemaal. Mevrouw Kortekaas (CDA): Er is niets veranderd aan ons standpunt over onze steun en de verdraagzaamheid die wij ook met elkaar willen uitdragen, maar het is zoals mevrouw Zoun aangaf: wanneer je iets neerzet wat een bepaalde vorm van vandalisme zou ondergaan, waarvan je niet kan zeggen dat dat vandalisme niet een ander doel kan hebben gehad, vinden wij dat heel treurig. Dat willen we de mensen in onze omgeving ook niet aandoen. Vandaar.

Mevrouw Mieremet (D66): Dat betekent eigenlijk dat je iets niet doet omdat je bang bent voor de consequentie, die dan erger zou zijn, misschien voor die personen, omdat je dan homohaat en vandalisme door elkaar haalt. Maar dan voldoe je niet aan je plicht om iets te doen voor iedereen, want dan durf je je dus eigenlijk niet uit te spreken. Snapt u mijn vraag? Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik snap de vraag, maar wij kiezen voor iets wat middels een vlag ook gewoon de gelijkheid van mensen uitdraagt. Wij vinden dat dat voldoende moet zijn. De voorzitter: Er is een ordevoorstel. Daar moet ik te allen tijde de ruimte voor geven. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik wil een moment schorsen, zodat we even kunnen overleggen om te zien of we de motie tekstueel kunnen aanpassen. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor vijf minuten. De vergadering wordt enige tijd geschorst. De voorzitter: Er is een compleet gewijzigde motie naar u gemaild. Het verzoek is om uw mail te openen en de motie te lezen. Ik kijk naar de spreektijden. Van de vier ondertekenaars heeft er nog één spreektijd over, namelijk mevrouw Mieremet van D66. Ik geef mevrouw Mieremet dus het woord, wellicht om namens de vier het woord te voeren. Is dat akkoord? De andere drie mogen nu immers niks meer zeggen. Vijftien seconden, mevrouw Mieremet; go for it. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter.

Dat wordt dus lezen en luisteren tegelijk. Wij zijn blij met de samenwerking van heel veel partijen om samen te komen tot iets wat wij van belang achten voor Voorschoten. Ik denk dat gelijkheid hier het sleutelwoord is. Dank ook voor de inbreng van de anderen hiervoor. Doe mee! De gewijzigde motie, ingediend door de PvdA, GroenLinks, de SP en D66 luidt: "Motie 346. De gemeenteraad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen op 3 april 2025, constaterende dat: a. b.

in Nederland signalen zijn dat de acceptatie van en veiligheid voor alle mensen niet vanzelfsprekend is; de gemeente Voorschoten zich altijd heeft uitgesproken voor een inclusieve en veilige samenleving voor iedereen, ongeacht seksuele oriëntatie of genderidentiteit;

overwegende dat:

Raadsvergadering 3 april 2025

42

c. d. e.

gemeenten een belangrijke voorbeeldfunctie hebben bij het bevorderen van inclusiviteit en het tegengaan van discriminatie; symbolische uitingen van solidariteit, zoals de regenboogvlag en andere zichtbare steunbetuigingen, bijdragen aan een gevoel van veiligheid en erkenning binnen de gemeenschap; een zichtbaar inclusief beleid bijdraagt aan een sociaal klimaat waarin iedereen zich welkom en geaccepteerd voelt;

draagt het college op: 1. 2.

te blijven inzetten op een actief en zichtbaar inclusief beleid ten aanzien van alle inwoners van Voorschoten; als symbool voor inclusie en gelijkheid dit zichtbaar te maken in het centrum van Voorschoten, bijvoorbeeld door meerdere klinkers of een zebrapad te voorzien van de regenboogkleuren of één van de bankjes van de regenboogkleuren te voorzien,

en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Ik kijk rond. Ik doe bij uitzondering een kleine ronde om te kijken wie nog behoefte heeft om te reageren op de gewijzigde motie. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Dank jullie wel, collega's, dat jullie hebben geluisterd en daar iets mee gedaan hebben. Ik kan alleen maar mijn dankbaarheid uitspreken omdat jullie daarnaar gehandeld hebben. Niet alleen ik, maar wij als fractie vinden het belangrijk dat Voorschoten gelijkheid uitstraalt en dat wij iedereen welkom heten in Voorschoten, ongeacht je geaardheid of handicap. Voor ons is iedereen welkom. Wij willen deze motie daarom graag medeondertekenen. De voorzitter: Dan wordt uw naam namens Voorschoten Lokaal toegevoegd aan de motie. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Wij vinden de motie heel sympathiek. Wij zullen hierin wel meegaan, maar wij zullen haar niet ondertekenen. De voorzitter: De wethouder heeft geen behoefte om nog iets aan te vullen. Dan sluit ik de beraadslaging en gaan we over tot de stemming. In stemming komt de gewijzigde motie 346 van de PvdA, GroenLinks, de SP, D66 en Voorschoten Lokaal. De voorzitter: Ik geef behoefte tot het afleggen van stemverklaringen. Een stemverklaring behoort kort en bondig te zijn. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. We zijn blij dat we zo tot een consensusmotie hebben kunnen komen.

We zullen haar van harte steunen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. We zijn blij dat we het in gezamenlijkheid hebben kunnen doen. We hebben goed naar elkaar geluisterd en we zijn daarmee een stapje verder gekomen. De gewijzigde motie wordt met een digitale stemming aangenomen met 14 tegen 4 stemmen, waarbij de fractie van de VVD ertegen heeft gestemd en alle overige fracties ervoor hebben gestemd. De voorzitter: Er zijn achttien stemmen uitgebracht, want mevrouw Van der Wende is niet aanwezig in de raadzaal of in het gemeentehuis. 12b.

Motie 350 van het CDA over 100 jaar kermistraditie koesteren en doorgeven

Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Gelet op de tijd zal ik het heel kort houden. De tekst van de motie met de overwegingen spreekt voor zich. Op 23 april wordt het 100-jarig bestaan van de kermis in Voorschoten gevierd. Op 24 september 2022 is de kermiscultuur bijgeschreven in de

Raadsvergadering 3 april 2025

43

Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland. Het is erfgoed dat mensen koesteren en doorgeven. Voorschoten kent een aantal tradities die onlosmakelijk verbonden zijn met de kermistraditie: de Paardenmarkt, die ook behoort tot het immaterieel erfgoed, en Koningsdag. Daarom willen wij de motie graag indienen om het koesteren van onze tradities mogelijk te maken. De motie luidt: "Motie 350. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 3 april 2025, gehoord de beraadslaging, constaterende: a. b. c. d.

op 24 september 2022 is de Kermiscultuur bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland, erfgoed dat mensen koesteren en doorgeven; rondom de kermis zijn plaatselijk altijd rituelen die vaak al eeuwenoud zijn; Nederland heeft in 2012 het Immaterieel Erfgoedverdrag van UNESCO geratificeerd; woensdag 23 april wordt 100 jaar Kermis in Voorschoten gevierd;

overwegende: e. f. g. h.

i.

de gemeente en de organisatoren van de Paardendagen Voorschoten (Comité Paardenmarkt Voorschoten) en Koningsdag (Oranjeverenging Kon. Wilhelmina Voorschoten) dragen zorg voor de organisatie en opstelling van de kermis; de paardenmarkt met kermis komt voort uit de middeleeuwse jaarmarkt van Voorschoten; de Voorschotense Paardenmarkt is eveneens bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed; in het bovengenoemd raadsvoorstel onder 2.1 staat: Door verplaatsing van de sporthal komt er ruimte vrij voor andere ontwikkelingen in het centrumgebied De huidige locatie van sporthal De Vliethorst komt grotendeels vrij voor andere ontwikkelingen. Gecombineerd met het verplaatsen van de gemeentewerf biedt dit meer mogelijkheden voor het centrumgebied, zowel financieel als ruimtelijk; in het raadsvoorstel Centrumvisie van 6 juli 2024 onder Kanttekening - 1.1 vermeld staat dat de ontwikkelvisie 'niet in beton gegoten is' - 'Dat wil zeggen dat het gesprek over functies, locaties of zelfs ruimtelijke kaders altijd mogelijk moet blijven';

van oordeel dat: j.

de kermistraditie reeds vanaf de beginjaren deel uitmaakt van de Paardenmarkt en eveneens behoort tot Voorschotens immaterieel erfgoed; k. de kermiscultuur vindt bij voorkeur plaats in het hart van ons Voorschotens gemeenschap; l. de kermistraditie is onlosmakelijk verbonden met de Paardenmarktdagen en Koningsdag; m. de Paardenmarktdagen en Koningsdag, inclusief de kermisattractie, immateriële waarden zijn die het verdienen om te behouden en door te geven; roept het college op en spreekt uit dat: 1. 2.

de kermistraditie in Voorschoten een betekenisvol onderdeel is van ons immateriële erfgoed en daarmee haar plaats dient te behouden in ons dorp; bij ontwikkelplannen in en om het centrum van Voorschoten ruimtelijk rekening te houden met de kermis die tijdens Koningsdag en de Paardendagen gehouden wordt,

en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter. Het is natuurlijk mooi dat het CDA met deze motie komt. Als er één partij staat voor het koesteren van de tradities in het dorp, is dat het CDA. Wij maken ons wat zorgen over de uitwerking van de motie, want als je zegt dat de kermis in het centrum moet blijven, wat doe je dan met de ontwikkeling van het centrum? Daar zou ik graag nog het oordeel van de wethouder over horen. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Wij als lokale partij staan op zich ook voor de lokale tradities. We hebben dus een positieve grondhouding tegenover de motie. Ik ben

Raadsvergadering 3 april 2025

44

inderdaad ook benieuwd naar de reactie van de wethouder. Wat wordt er met "centrum" bedoeld? Kunnen we de kermis dan bijvoorbeeld ook op de straten kwijt, zoals dat in Leiden, Tilburg en andere grotere kermissen gebeurt? Wat voor effect heeft het inderdaad op de andere ruimtelijke ontwikkelingen die we hebben in het dorp? Ik ben benieuwd naar de input van de wethouder. De voorzitter: We gaan naar wethouder De Bruijn voor een reactie op de motie en de vragen vanuit de raad. U heeft nog 5 minuten en 39 seconden. Dat is best oké van het college vanavond. Wethouder De Bruijn: Zeer zeker, voorzitter. Ik denk dat de motie in ieder geval ontzettend sympathiek is. Ik ken de kermisondernemers natuurlijk ook. Het zijn twee verschillende, die al jaren bij ons de kermis exploiteren. Het zijn ook leuke mensen. Nogmaals, de motie is heel sympathiek. Ik kan me ook best voorstellen dat we ons als Voorschoten ervoor willen inzetten om de kermis te behouden. Zoals ook de VVD aangeeft, zou ik natuurlijk wel voorzichtig willen zijn als dit toekomstige ontwikkelingen in het centrum in de weg staat, want we weten nog niet precies wat we daar willen doen. Daarom is het misschien ook een klein beetje prematuur om al te kijken naar waar of hoe. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik hoor de wethouder verwijzen naar een bepaald gebied. In dictum 2 staat "bij ontwikkelplannen in en om het centrum".

Het is dus niet een specifiek gebied. Het is echt een groter geheel. Dat wil ik benadrukken. Wethouder De Bruijn: Dat heb ik ook gelezen; ik wilde mijn verhaal nog even afmaken. Als ik deze motie zodanig kan interpreteren dat we ons inzetten om ruimtelijk rekening te houden met de kermis in de toekomst, maar dat we geen 100%-garantie geven dat het ook in dezelfde vorm, dezelfde afmeting of dezelfde plek is, kan ik me prima vinden in de motie. De voorzitter: Ik kijk naar de indiener van de motie. Strookt de uitleg van de wethouder met uw intentie? Het is immers goed om dat vast te stellen, of niet. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik vind het een hele sympathieke uitleg. Ik wil de wethouder daarvoor bedanken. Dat is inderdaad wat wij bedoelen, want wij kunnen ook niet in een glazen bol kijken en zeggen wat de toekomst gaat brengen voor de kermis. Ook de economische situatie zal bepalend zijn. Het is dus allemaal vanuit de goede gedachte van behouden en koesteren. De voorzitter: Dank. Dan is de beantwoording hiermee afgerond. Zijn er nog fracties die iets willen zeggen in de tweede termijn? De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Dank aan de wethouder voor de positieve beantwoording. Ik denk dat het belangrijk is dat de evenementen die we hebben, zoals de Paardenmarkt en Koningsdag, zo veel mogelijk reuring met zich meebrengen.

Een lichtje schijnen op het feit dat de kermis er is, al 100 jaar, en dat die moet blijven, is dus heel goed. Wij zullen de motie dus zeker steunen. De voorzitter: Ik sluit de beraadslaging en we gaan over naar de stemming. Voor het verslag: mevrouw Van der Wende is weer aanwezig bij de vergadering, zodat er 19 stemmen uitgebracht zullen worden. In stemming komt motie 350 van het CDA. De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik heb goed gehoord wat de wethouder net zei, namelijk dat het een mogelijke stimulans is. Ik wil nog wel meegeven dat ook in bepaalde stukken van de Oranjevereniging staat dat al in 1904 de eerste kermis in Voorschoten was en dat het 100-jarig bestaan dus al plaatsgevonden heeft. De voorzitter: Een stemverklaring dient om even aan te geven of er voor of tegen zal worden gestemd. Dat heb ik niet gehoord. Bent u voor? De heer Posthuma (PvdA): Voor.

Raadsvergadering 3 april 2025

45

De heer Maassen (SP): Voorzitter. Als historicus had ik ook wat moeite met deze motie. De voorzitter: Kort en bondig, hè? De heer Maassen (SP): Zeker, maar hoe meer u mij onderbreekt, hoe langer het duurt. In de motie staat namelijk dat er sprake is van 100 jaar kermis, terwijl er ook wordt gezegd dat die al verbonden was aan de Paardenmarkt. De eerste Paardenmarkt is gedocumenteerd in 1206; dat is iets langer dan 100 jaar geleden. Desalniettemin zullen wij de motie steunen met de uitleg die de wethouder eraan gegeven heeft. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Iets korter: op basis van de uitleg van de wethouder kunnen wij akkoord gaan. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Op basis van de uitleg van de wethouder kunnen ook wij akkoord gaan. Het was wel leuk geweest als we de motie met z'n allen hadden kunnen indienen. Dus als u het de volgende keer wilt delen … Want dan is het helemaal iets gemeenschappelijks. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Ook vóór het behoud van erfgoed. Akkoord, mits dat niet belemmerend werkt voor de herontwikkeling van de locatie. De voorzitter: Dit is geen stemverklaring, meneer Van Oostrum. De heer Van Oostrum (CDA): O, zo heb ik het wel bedoeld. De voorzitter: Een stemverklaring is of u voor of tegen de door uw fractie ingediende motie bent. De heer Van Oostrum (CDA): Voor, met de uitleg die de wethouder eraan heeft gegeven.

De motie wordt met een digitale stemming aangenomen met algemene stemmen. 13.

Sluiting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=bf6b3ee1-2531-4951-a9dd-b04d478b4f9e