Notulen Raadsvergadering 26 september 2024 (get.)
Tekst van het document
Notulen raadsvergadering
NOTULEN van de vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 26 september 2024 vanaf 20.00 uur. Voorzitter: mevrouw N. Stemerdink, burgemeester. Griffier: de heer B.J. Urban. Aanwezige leden: de heer mr. drs. C. Bremmer, mevrouw R.E. de Bruin-Van Alphen, de heren A. Deuzeman, W.J. van Duivendijk en G. van den Ende, mevrouw C.L. Ilić, mevrouw P.T.M. Kortekaas-Warmerdam, mevrouw J.G. van der Krogt, de heren P. 't Lam, B. Lavrijsen en E.M.L.H. Maassen, mevrouw K.S. van Meenen, mevrouw E. Mieremet, de heer M.P.A. van Oostrum, mevrouw M.H.R. Persoon, de heren A.L.R. Posthuma en B.W. Reinke, mevrouw J.C. Schroot, mevrouw H.M. van der Wende, mevrouw P. Wijnen en mevrouw M.J.T. Zoun. Aanwezige wethouders: de heer P. de Bruijn, de heer C.J. van der Elst en de heer H.G. Schokker.
1.
Opening, mededelingen en vaststelling agenda
De voorzitter: Ik open hierbij de vergadering van de gemeenteraad van Voorschoten van 26 september 2024. Voordat we met de agenda beginnen: u heeft allemaal een heerlijk biertje op uw bureau zien staan, Vrijheid. Het is een speciaal Voorschotens biertje, ontwikkeld voor de musical De prijs van de vrijheid, die over anderhalve week hier in de Kruispuntkerk wordt opgevoerd ter ere van Leidens Ontzet. Er zijn ook vele andere activiteiten, zoals de regionale fietsroute en de theatertour van onze eigen Erik Maassen. Er zijn dus heel veel mooie activiteiten. Het leek me leuk om dit vanavond aan u te geven, niet voor tijdens de vergadering maar voor erna. De heer Maassen (SP): Het mooie is hoe symbolisch dit is: aan het einde van de theatertour blijkt ook dat wij de wederopbouw van Voorschoten eigenlijk hebben weten te financieren dankzij een extra accijns op bier. Dit is dus heel toepasselijk. De voorzitter: Heel toepasselijk. Er zijn geen berichten van verhindering ontvangen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. De voorzitter: De spreektijden zijn 15 minuten per fractie en 28 minuten voor het college. 2.
Vaststellen raadsnotulen van 4 juli en 11 juli 2024
De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 3. 3.1. 3.2. 3.3.
Lijst van ingekomen stukken voor de gemeenteraad Brieven van instellingen of burgers; Informatiebrieven van het college van B en W Schriftelijke beantwoording van vragen uit de raad
De heer Bremmer (CDA): Voorzitter. Het is een beetje ongebruikelijk: ik heb geen opmerking over de wijze van aandoening, maar naar aanleiding van de brieven 2569 en 2570 wil ik het volgende opmerken. De voorzitter: Wat is het onderwerp? Want ik ken niet alle onderwerpen uit mijn hoofd. De heer Bremmer (CDA): Het onderwerp is Holland Rijnland. Wij zijn best weleens kritisch over gemeenschappelijke regelingen, maar we hebben deze week twee avonden heel goede bijeenkomsten gehad. Dat wil ik ook eens opmerken. Dat waren goede bijeenkomsten over de
Raadsvergadering 26 september 2024
1
warmtetransitie in het kader van de Leidse regio en in het kader van de actualisatie van de verordening die in oktober in de vergadering komt. Ik vond die heel goed voorbereid en erg empathisch ten opzichte van gemeenten. Laten we ook eens een keer de positieve kant waarderen. De voorzitter: Dank. De complimenten worden doorgeleid. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Naar aanleiding van de antwoorden op de schriftelijke vragen 369 over de veiligheid bij stations zouden wij graag willen verzoeken om dit punt in het presidium te bespreken voor agendering om dit in de raad verder met elkaar te bespreken. De voorzitter: Prima, het verzoek wordt doorgeleid naar het presidium. De heer Lavrijsen (VVD): Voorzitter. Er zijn verschillende bezwaarschriften binnengekomen rondom het project Segaar/Arsenaal. We hebben ook gezien dat een aantal van die bezwaarschriften zijn ingetrokken. Het is onze fractie niet helemaal duidelijk wat nu de stand van zaken is. Onze vraag aan het college is hoeveel bezwaarschriften er nu concreet bij de Raad van State liggen rondom dit project en welke gevolgen dit naar verwachting zal hebben voor de doorlooptijd van die projecten. De voorzitter: Ik zie dat wethouder Van der Elst deze vraag kan beantwoorden. Hij is de eerste die van het spreekgestoelte gebruik gaat maken. Wethouder Van der Elst: Voorzitter.
Dit is een test: kunt u me allemaal horen? Fijn! In antwoord op de vraag: er zijn zeventien bezwaren ingediend. Het waren er eerst meer, maar er zijn er een aantal ingetrokken. Vertraging? Ja. Dan moet je denken aan acht maanden, twaalf maanden, maar dat is een schatting. Er kan dus nog wel iets gebeuren, maar als de ontwikkelaar nu vol aan de slag gaat, loop je het risico dat je alles wat je doet, moet terugdraaien. Daar komt nu dus helaas wel een rem op te staan. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. Wij zouden graag brief 2566 van de provincie Zuid-Holland willen bespreken in de commissie Burger en Bestuur, als dat mogelijk is. De voorzitter: We zullen uw verzoek daartoe doorgeleiden naar het presidium. Met inachtneming van het bovenstaande wordt besloten overeenkomstig de voorstellen tot afdoening. 4.
Vragenuurtje en actuele bestuurlijke aangelegenheden
De voorzitter: Er is geen vragenuurtje. Er is wel een actuele bestuurlijke aangelegenheid. Ik vraag wethouder Schokker om de mededeling aan de raad te doen. Wethouder Schokker: Voorzitter. Ik wil graag de volgende mededeling doen. Het heeft de provincie Zuid-Holland behaagd om de gemeente Voorschoten een nieuwe kaart te sturen voor het zoekgebied naar windmolens. Dit verzoek maakt onderdeel uit van een zoektocht naar verruiming van het zoekgebied voor windmolens in de regio Holland Rijnland. Het gaat hoofdzakelijk om grote onderdelen van de groene zone ten westen van het station, dus van de Papelaan tot aan de grens van Wassenaar, die nu altijd buiten het zoekgebied heeft gevallen. We zijn hierdoor bijzonder verrast. We hebben het bericht op 20 september ontvangen en beraden ons nu op vervolgstappen. Zodra we meer informatie hebben, zullen we de raad uiteraard uitgebreider informeren, maar gelet op het belang van het onderwerp leek het het college verstandig u hierover direct te informeren. De heer Maassen (SP): Ik heb een procedurele vraag. Is de kaart met het nieuwe zoekgebied een besluit van het college van Gedeputeerde Staten of ligt er een besluit van Provinciale Staten onder? Wethouder Schokker: De kaart is nog niet definitief, maar het is de eerste fase om die definitief te maken. Dan zal die uiteindelijk door de provincie worden vastgesteld.
De heer Maassen (SP): Dan neem ik aan dat dat ongeveer in het komende halfjaar à driekwart jaar zal gebeuren.
Raadsvergadering 26 september 2024
2
Wethouder Schokker: Dat is correct. Dat moet in het voorjaar van 2025 zijn afgerond. De heer Lavrijsen (VVD): Mijn vraag is in hoeverre Voorschoten invloed heeft op het al dan niet definitief maken van de kaart met deze zoekgebieden. Kunnen wij daar als raad of als college invloed op hebben of zijn wij echt overgeleverd aan het Haagse? Wethouder Schokker: In de informatiebrief kom ik bij u terug op hoe het proces er precies uitziet. Het is wel zo dat de provincie dit vaststelt, maar we hebben hier natuurlijk wel het gesprek over. Mevrouw Kortekaas (CDA): Het is een verrassing, maar ik ben benieuwd of ook andere gemeenten in de omgeving verrast zijn door zo'n brief. Of is dat nog niet bekend? Wethouder Schokker: Dit geldt voor heel Holland Rijnland. Ik weet niet in detail hoe dit voor andere gemeenten is, maar ik kan me heel goed voorstellen dat ook andere gemeenten in Holland Rijnland te maken hebben met een dergelijke kwestie. Mevrouw Schroot (D66): Zou de wethouder in de komende informatiebrief ook aandacht willen besteden aan hoe de aansluiting gaat plaatsvinden? Want we hebben een overvol net. Ik zie niet zo goed hoe dat dan opgelost gaat worden. Wethouder Schokker: Ik denk dat het nu alleen gaat om deze mededeling. Er zijn natuurlijk consequenties. Die zullen we in de informatiebrief aanstippen. Ik wilde u dit meteen melden, want dit is belangrijk.
Zo is het in het leven: als je op een gegeven moment op kaartjes komt, heeft dat wel impact. Dat is de reden waarom ik dit bij u aankaart. Op de verdere consequenties voor het net et cetera zullen we, mocht dit zich eventueel voordoen, natuurlijk ingaan. Dat staat hier wel even buiten, maar we zullen dit meenemen. De voorzitter: Ik constateer dat dit voor nu voldoende is besproken. De wethouder heeft toegezegd op een zo kort mogelijke termijn met een raadsinformatiebrief over dit onderwerp te komen. 5. Hamerstukken: 5.1. Herstelverordening op de Eerste Wijzigingsverordening Huisvestingsverordening Voorschoten 2023 (raadsregistratienummer Z/24/083775/408106); 5.2. Zienswijze jaarrekening 2023 stichting Voorschotense Openbare School (VOS) (raadsregistratienummer Z/087217/504957); 5.3. Zienswijze op gewijzigde tekst Gemeenschappelijke Regeling Hecht (raadsregistratienummer Z/24/089718/409134) Deze voorstellen worden met algemene stemmen aangenomen. 5.4. Actualisatie regionale bedrijventerreinenstrategie (Economie-071) (raadsregistratienummer Z/19/031793/407841) De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen. De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Met het antwoord van het college op de vraag wat er gebeurt met de 0,7 hectare op het bedrijventerrein Dobbewijk, namelijk dat het gaat om intensivering, is dit wat ons betreft inderdaad een hamerstuk.
De heer Maassen (SP): Voorzitter. Wat de heer 't Lam namens GroenLinks heeft gezegd, geldt ook voor de SP: ook wij zien dit als een hamerstuk en zijn nu voor het stuk. Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. 5.5. Inwonersparticipatie: verordening en participatienota (raadsregistratienummer Z/23/082051/407496) Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen. 6.
BESPREEKPUNTEN
Raadsvergadering 26 september 2024
3
7. Dynamisch minimabeleid 2024 en verder (raadsregistratienummer Z/24/089198/407498) De voorzitter: De gemeente ondersteunt waar nodig inwoners die voor korte of langere tijd niet meer in staat zijn om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. De ondersteuning richt zich op het voorkomen van armoede en het realiseren van een stabiele financiële situatie voor de toekomst. In het minimabeleid is beschreven hoe de gemeente deze steun geeft. De raad wordt gevraagd om met het beleid in te stemmen. De heer Posthuma (PvdA): Voorzitter. Ik wil beginnen met een compliment aan de wethouder voor het inbrengen van dit stuk. Het is een goed geschreven, helder verwoorde notitie geworden. Ook in de beantwoording op onze technische vragen zie ik zorgvuldige reacties. Tevens zie ik perspectieven en goede intenties in het stuk staan. Als die allemaal gerealiseerd worden, ben ik een zeer tevreden mens. Bovendien is het goed dat het college extra opties voor ondersteuning meegeeft in dit stuk, zodat minimabeleid naar de wens van deze raad uitgebreid kan worden. Maar ik heb nog steeds zeer grote twijfels over dit nieuwe beleid. Het college heeft me er niet van overtuigd dat je met hetzelfde budget dit minimabeleid echt beter kan maken. Ik wil drie belangrijke opmerkingen maken over dit beleid. Eén: er zijn onvoldoende middelen vrijgemaakt, want het college wil graag budgettaire neutraliteit.
Na al die aanbevelingen van de lokale Rekenkamer kan ik me moeilijk voorstellen dat deze kwaliteitsimpuls zonder investeringen kan plaatsvinden. Dertien aanbevelingen zijn door de lokale Rekenkamer gedaan. Het merendeel van deze dertien aanbevelingen is overgenomen. Een kleine opsomming: eenvoudige regelingen die makkelijk vindbaar op de website staan, zo veel mogelijk maar één keer een aanvraag hoeven doen, heraanvragen vereenvoudigen en automatiseren, consulenten trainen, meer ruimte voor maatwerk, meer monitoring, meer contact buiten de deur; dit zijn allemaal maatregelen die om investeringen vragen. Het tweede punt: vereenvoudiging van de regels van dit minimabeleid leidt tot versobering van de regelingen. De gemeente wil namelijk met hetzelfde geld meer mensen bereiken. Voor bepaalde regelingen komen naast kinderen ook volwassenen in aanmerking. Dat betekent bij een aantal regelingen gewoon een homeopathische verdunning. Ik vind dit vooral problematisch voor gezinnen met kinderen, die er in deze plannen op achteruitgaan. Daar komt bij dat we op dit moment in Voorschoten nog te weinig inwoners bereiken, namelijk de helft, terwijl dat bij de andere gemeenten tussen 80% en 85% ligt. Probleem drie: uitvoeringsproblemen. Ik probeer me bij de uitvoering van beleid altijd te verplaatsen in de consulenten die het beleid namens het college mogen gaan uitvoeren.
Ze worden in de beleving van de Partij van de Arbeid met dit minimabeleid op pad gestuurd met een onmogelijke opdracht. Ze moeten meer mensen bereiken met hetzelfde of in bepaalde gevallen zelfs met minder geld. Wie mogen dan het beleid van dit college aan bewoners gaan uitleggen? Juist, natuurlijk niet de wethouder, maar de ambtenaren. Ik kan me niet voorstellen dat dit de klantenbinding ten goede komt. In Voorschoten zijn 920 huishoudens in een kwetsbare positie. Een van die kwetsbare huishoudens is dat van Petra, een bewoonster die eerder in mijn beschouwingen is langsgekomen. Ik spreek Petra nu en dan en vertel haar over de laatste ontwikkelingen. Ik heb haar gevraagd wat zij van deze plannenmakerij vindt. Petra heeft misschien minder geld maar haar hoofd doet het meer dan goed. Ze heeft hetzelfde soort bezwaren als ik, maar valt in het stuk vooral over het begrip "klant". Petra vindt zichzelf helemaal geen klant. Petra kan namelijk helemaal niet kiezen, zoals een echte klant dat wel kan. Verder vraagt zij mij: "Hoezo wordt niet aan mij gevraagd wat ik van het beleid vind? Jullie willen dat vragen aan maatschappelijke organisaties. Wat betuttelend! Vraagt dat gewoon aan mij! Dat gebeurt echter pas eind 2027. Dat is gek.
Als ik een echte klant ben, zou je toch gelijk willen weten wat ik van bepaalde dienstverlening vind? Dan wil je toch juist scherp op de bal zitten en niet pas over drie jaar horen wat wij er allemaal van vinden?" Ik vind dat Petra daar gelijk in heeft. Je gaat toch niet drie jaar zitten wachten, zoals het college voorstelt? Je wilt toch vaker weten wat het effect is van het beleid dat je uitvoert, juist gezien de resultaten van al die onderzoeksrapporten en, mind you, de aankomende bezuinigingen? Het college stelt dat het met die maatschappelijke organisaties gaat praten, maar die hebben de afgelopen jaren ook behoorlijk wat signalen gemist. Ik begrijp niet dat je naar de tussenpersonen gaat, terwijl de
Raadsvergadering 26 september 2024
4
bronnen van dit alles, onze inwoners, direct voorhanden zijn. Ik pleit namens Petra dan ook voor een kleinschalige jaarlijkse peiling, zoals ook bij de Wmo heel gebruikelijk is en die gewoon buitengewoon goed functioneert. Ik dien daarom amendement 307 in, met als naam, bij gebrek aan beter, Klanttevredenheidsonderzoek. Geef bewoners daarbij een stem in het beleid. Daar moet je als professionele organisatie niet bang voor zijn; dat moet je juist omarmen. Ik ben blij dat een aantal partijen, GroenLinks en de SP, dit amendement met mij mede willen indienen. Het amendement luidt: "Amendement 307. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 26 september 2024, gezien het raadsvoorstel Z/24/089198/407498, constaterende dat: a.
het voorgestelde minimabeleid in 2027 een cliëntenervaringsonderzoek (blz.33) gaat doen;
overwegende dat: b. c.
op basis van de afgelopen jaar uit diverse rapporten (Lokale Rekenkamer, 2nd opiniononderzoek) en uit reacties van bewoners is gebleken dat het minimabeleid verre van optimaal functioneerde; het geluid van onze bewoners die gebruikmaakten of hebben gemaakt van het minimabeleid, onvoldoende tot de gemeente Voorschoten is gekomen;
voorts overwegende dat: d. e. f.
het verbeteren van het minimabeleid en het hanteren van het budgetneutraal voor de komende jaren een uitdaging voor de gemeente Voorschoten is; met de komst van het Ravijnjaar in 2025 nu financiële problemen in het verschiet liggen, waardoor zeer waarschijnlijk gaat bezuinigd worden op onderdelen van het sociale domein in Voorschoten; het daardoor van nog groter belang wordt om het minimabeleid goed te monitoren;
van mening dat: g.
het invoeren van een systematische, periodieke evaluatie van de diensten, ondersteuning en hulpverlening door middel van vragenlijstonderzoek bij bewoners die gebruikmaken van de minimaregelingen, van groot belang is om de ervaringen van onze bewoners en de ervaren kwaliteit van het beleid te kunnen monitoren. En nog belangrijker, dat bewoners die gebruikmaken van de regelingen hun stem tijdig kunnen laten horen;
Besluit: aan het conceptbesluit de volgende tekst toe te voegen: 'Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 incidenteel budget beschikbaar te stellen om jaarlijks een compact cliëntenervaringsonderzoek te doen, te dekken uit de concernreserve, dit te verwerken in de Voorjaarsnota 2025 en Kadernota 2026, waarbij het college bij de Kadernota 2028 een voorstel aan de gemeenteraad voorlegt of dit onderzoek in de toekomst structureel wordt'." Verder wil ik nog wat armslag geven aan onze consulenten en er zorg voor dragen dat zij meer autonomie krijgen in het geheel. Ik dien daarom amendement 308 in voor extra maatwerkbudget. Ook dat doe ik samen met een aantal andere partijen. Het amendement, dat mede wordt ingediend door GroenLinks, de SP en D66, luidt: "Amendement 308. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 26 september 2024, gezien het raadsvoorstel Z/24/089198/407498,
Raadsvergadering 26 september 2024
5
constaterende dat: a.
het college in zijn 'Dynamisch minimabeleid 2024 en verder' de keuze geeft voor een minimaatwerkbudget;
overwegende dat: b. c. d. e. f.
het mini-maatwerkbudget een klein en flexibel budget voor hulpverleners is om snel en direct kleine problemen van inwoners met een laag inkomen op te lossen; het mini-maatwerkbudget een bescheiden budget is dat bestaat uit relatief kleine bedragen die een groot verschil kunnen maken in het leven van de cliënt, zonder de vertragende complexiteit en bureaucratie van grotere financiële regelingen; dit budget zich specifiek richt op mensen die tussen wal en schip vallen en geen gebruik kunnen maken van reguliere voorzieningen, omdat deze te laat zijn of niet beschikbaar zijn; de hulp in natura wordt verleend, zodat die direct bij de cliënt terechtkomt zonder tussenkomst van schuldeisers; bewoners die via het mini-maatwerkbudget worden geholpen, snelle en effectieve ondersteuning ervaren, wat bijdraagt aan het verminderen van armoede en het bevorderen van zelfredzaamheid;
van mening dat: g.
een dergelijk budget zeer passend is voor het minimabeleid in Voorschoten;
Besluit: aan het conceptbesluit de volgende tekst toe te voegen: 'Een pilot mini-maatwerkbudget à € 30.000 per jaar toe te voegen voor de jaren 2025, 2026 en 2027, te dekken uit de concernreserve, en dit te verwerken in de Voorjaarsnota 2025 en Kadernota 2026, waarbij het college bij de Kadernota 2028 een voorstel aan de gemeenteraad voorlegt of dit onderzoek in de toekomst structureel wordt'." Tot slot: zoals gezegd komen er bezuinigingen aan op het sociaal domein. Juist in de preventieve sfeer heeft het college voorstellen gedaan die er echt keihard in hakken. Dat is een reden te meer om juist de vinger aan de pols te houden en in nood maatwerk toe te kunnen passen. Dat is echt nodig voor onze bewoners in Voorschoten. Als een beter minimabeleid geregeld is, zal ik ophouden met een lastige klant zijn. Dat is beloofd. Mevrouw De Bruin (VVD): Voorzitter. Ook de VVD is erg content met het voorliggende voorstel. In het eerste deel van het betoog van de heer van de Partij van de Arbeid dacht ik dat dat mijn spreektijd was, want ik heb hier ook staan dat we graag allereerst de wethouder en zijn ambtenaren willen complimenteren met het voorliggende stuk. Zoals ook in de commissie aangegeven, ligt er wat de VVD betreft een prima actualisering van het minimabeleid, dat nu "Dynamisch minimabeleid" heet.
Het had wat de VVD betreft ook een hamerstuk kunnen zijn, maar nu we het toch bespreken, noem ik een aantal punten. Het is voor de VVD een goede keuze om aan te sluiten op ontwikkelingen die vragen om een dynamische aanpak. Het blijft voor de VVD echt van belang dat iedereen zo veel mogelijk zelfredzaam is of wordt. In het voorstel wordt ook gesproken van het meer faciliteren van eigen regie en meer ruimte voor maatwerk. Dat juichen we van harte toe. In het voorstel worden ook keuzes gemaakt om het zo effectief mogelijk vorm te geven. Dat is niet altijd leuk, maar moet ook gebeuren om keuzes te maken om uiteindelijk het juiste te doen en zeker om het financieel behapbaar te maken. Dat ligt in dit voorstel voor. Hoewel het Rijk gaat over inkomensbeleid, kan juist die inwoners met dit minimabeleid ondersteuning geboden worden, zodat zij minder zorgen hebben om noodzakelijke uitgaven te kunnen doen en mee te doen in de samenleving. In het stuk wordt ook genoemd dat het minimabeleid een onderdeel is van de brede aanpak van de gemeente van hulpverlening, begeleiding en maatregelen die bijdragen aan het bestrijden van armoede en het vergroten van de financiële bestaanszekerheid.
Raadsvergadering 26 september 2024
6
Er zijn een aantal moties en amendementen ingediend of aangekondigd. Voor een deel waren zij voor ons nieuw en zijn zij in de commissie minder aan de orde geweest. We willen graag eerst de reactie van de wethouder daarop horen en komen hier in de tweede termijn op terug. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Het CDA heeft in de commissie al waardering uitgesproken voor het Dynamisch minimabeleid. Daar ga ik nog kort op in. We hebben waardering voor het proces. Ik verwijs naar de raadsbrief uit 2023 en de koersnotitie uit 2024. De Adviesraad geeft in zijn advies over de aanpak aan betrokken te zijn geweest bij diverse inputsessies en heeft in de eindfase allerlei aanvullende opmerkingen kunnen inbrengen die vervolgens zijn verwerkt in het uiteindelijke beleidsplan. Het is mooi om dat te constateren. Dit verdient een compliment aan het college. Op basis van zijn advies op bladzijde 2 spreekt de ASD zijn inhoudelijke steun uit voor het beleidsplan met de daarin opgenomen keuzes en voorstellen, zoals vereenvoudiging en bundeling van regelingen en de verbreding daarvan door uitbreiding van doelgroepen. Het CDA sluit zich hierbij aan en ondersteunt net als de ASD het goed leesbare beleidsplan.
We hebben er vertrouwen in dat het dynamisch beleid gefaseerd wordt geïmplementeerd in overeenstemming met het mijlpalenoverzicht op bladzijde 33, inclusief het klanttevredenheidservaringsonderzoek in 2027. In de commissie hebben wij aandacht gevraagd voor de aanvullende communicatiemaatregelen in de menukaart. Wethouder De Bruijn heeft daarop aangegeven de communicatie-inzet via de geijkte kanalen te willen continueren en een aanvullend communicatiebudget niet nodig te hebben. Daarnaast heeft het CDA in de commissie aandacht gevraagd voor het maatwerkbudget, dat snel en direct een preventieve bijdrage kan leveren aan de oplossing van problemen van inwoners met een laag inkomen. De wethouder heeft daar positief op gereageerd en heeft aangegeven dat hij hier welwillend in staat, maar dat dat organisatorisch nog niet kan worden uitgevoerd en dat hij dit daarin meeneemt in het vervolgtraject. Kan de wethouder dit nog eens bevestigen? Tot slot, in aanvulling op wat mevrouw De Bruin heeft gezegd: wij zien de zienswijze van de wethouder over de amendementen en de moties graag tegemoet. Mevrouw Wijnen (D66): Voorzitter. Zoals gezegd spreken we vanavond weer over het Dynamisch minimabeleid. Gevoelsmatig is dit volgens mij de vierde keer, want de koersnotitie leek behoorlijk op dit document.
Natuurlijk ook namens ons complimenten: het is een gedegen document, waar veel ambitie uit spreekt. Het blijft natuurlijk jammer dat het beleid budgetneutraal uitgevoerd gaat worden; tenminste, dat is het voorstel. We willen toch nog benadrukken dat we dit jammer vinden. We hadden het wethouder De Bruijn maar natuurlijk vooral onze inwoners gegund dat dit anders was. Aan de andere kant hebben we ook een financiële opgave met elkaar; daar is D66 zich bewust van, maar wij zijn er niet van overtuigd dat besparen in het sociaal domein een goede keuze is. Naast een aantal moties en amendementen die we samen met GroenLinks, de PvdA en de SP indienen, hebben we vanuit D66 nog twee aandachtspunten. Een van de ambities waarover we in de commissie hebben gesproken, is namelijk dat het laagdrempeliger wordt om toegang te krijgen tot minimaregelingen. Deze laagdrempeligheid is in onze optiek lastiger te organiseren vanuit Leidschendam-Voorburg. Vandaar dat wij motie 337 indienen, waarin we de wethouder vragen om zich in te spannen om de consulenten werk & inkomen een aantal dagen of dagdelen, wat ook haalbaar is, vanuit Voorschoten te laten werken. Wij zijn van mening dat het naar Voorschoten halen van deze consulenten werk & inkomen voor inwoners reistijd scheelt én dat de consulenten daardoor meer zicht hebben op lokale wijken en op de organisaties en netwerken binnen onze gemeente.
Ook komt dit tegemoet aan de wens van het college om in 2025 een integrale toegang voor jeugdhulp, Wmo en werk & inkomen te gaan creëren. Vandaar die motie. De motie, die mede wordt ingediend door GroenLinks en de PvdA, luidt: "Motie 337. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 26-09-2024, constaterende dat: a.
de consulenten werk & inkomen in dienst zijn van de gemeente Leidschendam-Voorburg en vanuit het gemeentehuis aldaar werken voor de inwoners van Voorschoten;
Raadsvergadering 26 september 2024
7
b. c. d.
de consulenten werk & inkomen hierdoor minder zicht hebben op de lokale wijken, structuren en netwerken binnen de gemeente Voorschoten; dit niet bijdraagt aan het laagdrempelig organiseren van de toegang zoals wordt aangegeven in het Dynamisch minimabeleid; de consulenten werk & inkomen hierdoor geen onderdeel zijn van de integrale toegang die de gemeente Voorschoten per 1-1-2025 wenst te creëren;
overwegende dat: e. f. g.
het mogelijk is voor consulenten werk & inkomen om plaats- en tijdonafhankelijk te werken waardoor zij (een deel van) hun werk ook vanuit het gemeentehuis in Voorschoten of locatie van Voorschoten voor Elkaar kunnen uitvoeren; het (deels) verschuiven van de locatie van waaruit de dienstverlening m.b.t. werk & inkomen geboden wordt, hierdoor een kostenneutrale maatregel is; de dienstverlening hierdoor laagdrempeliger aangeboden wordt voor inwoners uit Voorschoten en het de samenwerking met Voorschotense organisaties en consulenten jeugd en Wmo bevordert;
verzoekt het college: 1. 2.
afspraken te maken met de gemeente Leidschendam-Voorburg om de consulenten werk & inkomen een aantal dagen/dagdelen per week vanuit Voorschoten te laten werken; hierbij uit te gaan van een ingangsdatum van 1-1-2025 of zo spoedig mogelijk hierna,
en gaat over tot de orde van de dag." In de laatste commissievergadering hebben we met elkaar een goede discussie gevoerd. Een van de punten die daarin onder andere door Voorschoten Lokaal naar voren werden gebracht, was de regeling voor chronisch zieken en gehandicapten. Daar hebben wij nog eens goed naar gekeken. We hebben amendement 306 opgesteld, dat we bij dezen willen indienen. Daarin pleiten we voor het terugdraaien van de afschaffing van deze regeling. Het betreft immers een hele kleine maar wel kwetsbare groep inwoners die al vaker gekort zijn. Een aantal jaren geleden is de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten en de compensatie eigen risico immers afgeschaft. In alle eerlijkheid verbaast het ons dat we vanmiddag om 15.45 uur een memo ontvingen met de afdoening van toezegging 421. In alle eerlijkheid: dat heb ik echt pas vlak voor deze vergadering kunnen lezen, nadat ik door een collega-raadslid daarop werd geattendeerd. In deze memo staat vrij essentiële informatie over de minimapolis, waarmee amendement 306 deels ondervangen wordt. Wij zijn echter van mening dat niet alle inwoners die nu in aanmerking komen voor de regeling, ook via de gemeentepolis verzekerd zijn of willen zijn.
Ik zeg ook alvast op voorhand dat wij bereid zijn om het amendement eventueel aan te passen, waardoor bijvoorbeeld mensen die niet verzekerd zijn via de gemeentepolis, nog wel deze tegemoetkoming kunnen krijgen. Omdat meerdere partijen in deze raad voorstander zijn van keuzevrijheid, ook in waar je verzekerd wil zijn, hopen wij natuurlijk van harte dat ons amendement door deze partijen gesteund wordt. Het amendement, dat mede wordt ingediend door GroenLinks, luidt: "Amendement 306. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 26-09-2024, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/089198/407498 Dynamisch minimabeleid 2024, constaterende dat: a. b.
in het Dynamisch minimabeleid 2024 op pagina 29 wordt voorgesteld om de regeling chronisch zieken en gehandicapten (ad € 7.500) af te schaffen; gesteld wordt dat het wegvallen van deze regeling wordt opgevangen via een uitbreiding van de gemeentepolis;
overwegende dat: c.
het een relatief kleine, maar wel kwetsbare groep Voorschotense inwoners betreft die gebruikmaakt van de regeling chronisch zieken en gehandicapten;
Raadsvergadering 26 september 2024
8
d. e.
het niet zeker is of deze inwoners zijn verzekerd via de gemeentepolis of dat dit voor henzelf of hun kind(eren) ook de best passende zorgverzekering is; de gemeentepolis een aantal kosten die nu wél via de regeling chronisch zieken en gehandicapten bekostigd kunnen worden (zoals de eigen bijdrage Wmo of WLZ) op voorhand uitsluit;
Besluit: Het beslispunt als volgt te wijzigen: Het beleidsplan 'Iedereen telt mee - Dynamisch minimabeleid 2024 en verder' vast te stellen, met uitzondering van het afschaffen van de regeling chronisch zieken en gehandicapten. En het college op te dragen waar van toepassing deze wijziging te verwerken in het beleidsplan 'Iedereen telt mee - Dynamisch minimabeleid 2024 en verder', en gaat over tot de orde van de dag." De heer 't Lam (GroenLinks): Voorzitter. Dank aan het college en de ambtenaren voor een zeer leesbaar minimabeleid. Wat GroenLinks betreft moet een minimabeleid gevoed worden door voldoende geld, een aanzet tot een samenhangende armoedebestrijding en rechtvaardige regelingen. Het nieuwe minimabeleid is in grote lijnen zeker niet verkeerd, maar mist deze essentiële punten. Het probleem is dus vooral dat het college en de coalitie te weinig geld ter beschikking stellen voor de minima in Voorschoten en dat de minimaregelingen vervolgens onevenwichtig worden aangepast. Dit leidt ertoe dat de minimaregelingen in Voorschoten versoberd worden en dat vooral kinderen hiervan de dupe zijn. Huishoudens met kinderen kunnen tot meer dan € 1.000 per jaar kwijtraken door het nieuwe minimabeleid. Dat is ook pijnlijk omdat in een recent onderzoek naar voren kwam dat ruim 25% van de basisschoolleerlingen gebukt gaat onder geldzorgen.
Om te voorkomen dat Voorschotense kinderen zo benadeeld worden door dit nieuwe minimabeleid, stellen wij voor om die financiële gevolgen te compenseren. Dat is voor ons absoluut noodzakelijk. Om die reden dien ik motie 339 in, de motie Kinderen ondervinden geen nadelen van minimabeleid. De motie, die mede wordt ingediend door de PvdA, de SP en D66, luidt: "Motie 339. De raad van de gemeente Voorschoten, in zijn vergadering bijeen d.d. 26 september 2024, gehoord de beraadslaging, gezien het raadsvoorstel nr. Z/24/089198/407498 Dynamisch minimabeleid 2024 constaterende dat: a. b. c. d. e.
het Dynamisch minimabeleid meer focus legt op het ondersteunen van volwassenen; de koersnotitie aangeeft dat er onverminderd ingezet wordt op de ondersteuning van kinderen gezien de gevolgen van armoede en uitsluiting op hun ontwikkeling en toekomst; diverse minimaregelingen aangepast en vereenvoudigd zijn; het budget van het (dynamische) minimabeleid bevroren wordt op het begrotingsniveau van 2024; het streven van het college is om meer huishoudens te bereiken met het nieuwe minimabeleid;
overwegende dat: f. g.
meer huishoudens bereiken bij een gelijkblijvend budget betekent dat er gemiddeld minder geld beschikbaar is per huishouden; de vereenvoudiging van sommige minimaregelingen tegelijkertijd ook een versobering van de betreffende regelingen betekent;
van mening dat: h.
de keuze voor focus op volwassenen in het nieuwe minimabeleid niet ten koste mag gaan van kinderen;
Raadsvergadering 26 september 2024
9
verzoekt het college ervoor zorg te dragen dat huishoudens met kinderen in Voorschoten geen financiële nadelen ondervinden van de invoering van het nieuwe dynamische minimabeleid en dat financieel te regelen in de begroting 2025, en gaat over tot de orde van de dag." De armoedeproblemen worden met dit minimabeleid niet verkleind. Er blijft een versnipperde aanpak doordat het beleid voor minima, kwijtschelding, schuldhulpverlening, gemeentepolis en de Stichting Leergeld apart opgepakt wordt. Dat moet natuurlijk veel meer één aanpak worden, zodat je een veel beter beeld krijgt van die problemen. Als klap op de vuurpijl is ook al aangekondigd dat dit college wil bezuinigen op de armoedeaanpak. Een voorbeeld van waar zo'n brede kijk op armoedebestrijding juist nodig is, is het voorkomen van schulden, bijvoorbeeld bij inburgeraars die we in het dorp hebben en die na hun aankomst al gelijk geconfronteerd worden met allerlei kosten, zonder dat de gelden waar zij recht op hebben, beschikbaar zijn. Nu komen diverse van die huishoudens in schulden terecht. Dat is iets wat de gemeente zou moeten voorkomen. Er ligt hier namelijk ook een wettelijke taak voor de gemeente. Om die reden dienen wij motie 338 in, de motie Inburgering zes maanden ondersteuning.
Hierin roepen wij het college op om de wettelijke taak die de gemeente Voorschoten heeft om inburgeraars de eerste zes maanden van hun verblijf in Voorschoten te ontzorgen, ook volledig uit te voeren. De motie, die mede wordt ingediend door de PvdA, de SP en D66, luidt: "Motie 338. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 26 september 2024, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: a. b. c.
per 1 januari 2022 de Wet inburgering is ingegaan, waarbij de gemeente voortaan de verantwoordelijkheid heeft voor de inburgering van statushouders; in de Wet inburgering is gesteld dat de gemeente de eerste zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, de statushouder dient te ontzorgen (artikel 56a). Dit houdt in dat de gemeente de vaste lasten van de inburgeringsplichtigen betaalt; de wettelijk verplichte ontzorging door de gemeente bestaat uit het betalen van de huur, de rekeningen voor gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering;
overwegende dat: d.
in de praktijk verschillende Voorschotense statushouders in de problemen zijn gekomen bij de betaling van o.a. huurkosten door te laat binnenkomende toegezegde gelden;
verzoekt het college: 1. 2.
ervoor zorg te dragen dat inburgeraars in ieder geval de eerste 6 maanden geen schulden oplopen voor de kosten van huur, zorg, gas, stroom en water; hierover te rapporteren in de P&C cyclus,
en gaat over tot de orde van de dag." Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. Over het minimabeleid is een hoop gezegd. Voorschoten Lokaal vindt het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn en dat zo min mogelijk mensen gebruik hoeven te maken van de minimaregelingen, want eerlijk gezegd is het geen vetpot. Dat is ook niet erg, want het moet wat ons betreft gezien worden als een vangnet, een tijdelijke voorziening waar iedereen in terecht kan komen. Omdat het tijdelijk is, is het ook logisch dat er regelmatig gecontroleerd wordt of iemand nog recht heeft op een regeling. In het nieuwe stuk is een goede balans gevonden, zodat overbodige bureaucratie achterwege kan blijven. Een ontwikkeling van de Voorschotenpas, waar eerder over gesproken is, hoeft wat ons betreft niet, want die valt ook niet onder iets tijdelijks; daar zou je een heel groot beleid voor gaan opzetten, terwijl minimaregelingen echt moeten worden gezien als iets tijdelijks. Een uitzondering op de tijdelijkheid betreft de chronisch zieken en gehandicapten. We hebben dan ook twijfels over
Raadsvergadering 26 september 2024
10
het schrappen van de bijzondere bijstand, want deze mensen hebben geen baanperspectief. Wij zijn dan ook blij met de motie van D66 en de tot onze verrassing laat ingekomen brief van de wethouder, die aangeeft dat een hoop van de bijzondere bijstand ondervangen wordt door de gemeentepolis. Aansluitend op wat mevrouw Wijnen van D66 zei, blijft de keuzevrijheid daarin weg en moeten mensen gebruikmaken van de gemeentepolis, want zeker de mensen die heel veel zorg nodig hebben, vinden het vaak bezwaarlijk om over te stappen naar een nieuwe zorgverzekering. En hoe ziet het er volgend jaar uit? Moet je blijven overstappen? Wij zijn dus benieuwd naar hoe de wethouder daarnaar kijkt en eventueel een aanpassing van het amendement. Motie 337 van D66 om een lokale consulent in Voorschoten te hebben, zien wij ook wel zitten, want naar onze mening kan je inderdaad veel beter hier zitten en hier gevoel krijgen met de gemeente: hoe is het met de Voorschotenaren en hoe staan zij hierin? Ik denk ook dat dit budgetneutraal kan, want daarin maakt het niet uit of iemand hier aan het werk is en hier een kantoor heeft of in Leidschendam-Voorburg. Hoewel de primaire zorg voor de kinderen bij de ouders ligt, vinden wij het belangrijk dat de gemeente ervoor zorg kan dragen dat de kinderen die nu onder de minimaregelingen vallen, niet verder naar beneden vallen.
We moeten voorkomen dat we hiermee veel meer kwaad aanrichten dan dat het goed doet. We zijn dus heel benieuwd naar de reactie van de wethouder op de motie van GroenLinks. Ik heb nog een vraag over de gemeentepolis en de ingestuurde brief: is het nu zo dat de mensen die gebruikmaken van de gemeentepolis, de eigen bijdrage van de Wlz en de Wmo vergoed krijgen plus de € 150 extra van de bijzondere bijstand of staat dat los van elkaar? De heer Maassen (SP): Voorzitter. Er is al veel gezegd. Het is een goed stuk. Daar zijn wij blij mee, maar tegelijkertijd hebben de mensen die gebruikmaken van de armoederegelingen niks aan een goed stuk. Daar moeten we het over hebben. De mensen die gebruikmaken van de armoederegelingen, hebben wel wat aan goed beleid, maar ze hebben niks aan goed beleid als dat betekent dat ze minder geld krijgen. Want je kan nog zo'n mooi beleidsstuk opschrijven dat zulke mooie doelen heeft, dat zo goed afrekenbaar is en dat zoveel nieuwe doelgroepen erbij betrekt, maar als je al dat nieuwe en betere beleid en die nieuwe doelgroepen met hetzelfde geld moet doen, krijgt iedereen dus minder. Dat is wat hier aan de hand is. Dat is waar de SP heel veel moeite mee heeft, want we hebben het hier over gezinnen die van € 100 per week moeten leven met kinderen. Het zijn vooral gezinnen met kinderen waarvoor de regelingen verslechterd worden.
Stel je voor dat je inderdaad van die € 100 per week moet leven, niet alleen voor je eten, maar ook je kleding en je shampoo en dan gaat er ook nog eens een keer een lamp stuk. Stel je voor dat je zo'n ouder bent die de kinderbijslag al drie maanden van tevoren gepland heeft om uit te geven omdat het dit jaar erg koud was in de winter en er dus extra stookkosten waren. Stel je voor dat je baalt dat de 20ste van de maand toevallig in een weekend valt, want dan duurt het twee of drie dagen langer voordat je toeslag wordt uitgekeerd. Dan moet je het dus twee of drie dagen langer met hetzelfde geld doen. Stel je voor dat je je zorgen maakt over het groeien van je kinderen, want dan moet je weer nieuwe kleren gaan kopen. Hier hebben we het over. Juist deze gezinnen krijgen nu, met deze nieuwe regeling, minder, niet omdat de regeling slecht is, maar omdat de wethouder door de drie coalitiepartijen met de onmogelijke opdracht is opgezadeld om beter beleid te maken voor hetzelfde geld. Daarom ondersteunen wij de verschillende moties en amendementen die door GroenLinks, de PvdA en D66 zijn ingediend, want we moeten dit beleid wel gaan doen, maar met meer geld. Anders maken we het niet beter voor de mensen, maar slechter. Dat is wat er nu voorligt.
Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Ik snap wat de heer Maassen zegt, maar ik vraag me af wat het college volgens de heer Maassen dan niet moet doen. De heer Maassen (SP): Wat het college niet moet doen, is bezuinigen. Tenminste, het college moet niet bezuinigen op de armoederegelingen. Ik begrijp het: u bent heel erg van de strakke financiën en zwarte cijfers onder de streep. Dat begrijp ik best tot op zekere hoogte, maar wij zijn als gemeente niet verplicht om altijd zwarte cijfers te schrijven. Wij mogen volgens de VNGrichtlijnen best één keer een klein beetje slechter uitkomen. Even voor de duidelijkheid: we hebben dit jaar als gemeente Voorschoten een ton over op de exploitatie, terwijl het toevoegen van alle extra maatregelen die in het keuzemenu van dit voorstel staan, € 40.000 kost. Laten we dat overschot op de begroting van dit jaar dan daarvoor gebruiken. Sorry, ik zei € 40.000; ik moet
Raadsvergadering 26 september 2024
11
zeggen dat ik er één vergat. Het is € 70.000, maar dat is nog steeds minder dan die ton die we dit jaar overhebben. Wat moeten we dus minder doen? Besparen. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Dank u wel voor het antwoord, maar dat is incidenteel. Ook dat is geen vooruitzicht voor deze mensen. Wij moeten inderdaad ook als overheid het goede voorbeeld geven. Dat is inderdaad: zwarte cijfers. De heer Maassen (SP): Inderdaad, we hebben dit jaar geld over en misschien moeten we volgend jaar een beetje schrapen om dit beleid goed voor elkaar te krijgen. Misschien zullen we één keer een beetje in de min staan en de andere keer weer niet. U weet ook, mevrouw Zoun, dat jaren vooruit begroten altijd op en neer gaat, maar ik heb liever dat wij als gemeente tegen de provincie moeten zeggen "we hebben dit jaar net even een ton te veel uitgegeven" dan dat we tegen die mensen moeten zeggen "je hebt dit jaar geen geld om kleren voor je kinderen te kopen, je hebt dit jaar geen geld voor iets extra's bij het kerstdiner, we hebben dit jaar voor jou geen geld om een hobby te betalen; als je iets extra's wil, ga je maar flessen verzamelen". Is dat het geluid dat u wil laten horen? Ik niet. De voorzitter: De derde en laatste interruptie. Mevrouw Zoun (Voorschoten Lokaal): Ik vraag me af: waarom dan flessen verzamelen en waarom niet gewoon werken? De voorzitter: Ook het derde en laatste antwoord.
De heer Maassen (SP): Dit is echt een hele makkelijke aanname die heel vaak aan de rechterkant van het politiek spectrum wordt gedaan, namelijk dat je, als je arm bent, geen werk hebt. Heel veel mensen in Nederland zijn helaas werkende armen. Zij werken wél; dat zijn hardwerkende Nederlanders - dat zouden de mensen aan de overkant van de tafel zeggen - maar zij verdienen daar zo weinig mee dat ze nog steeds onder de minimaregelingen vallen. Dát zijn de mensen die u nu eventjes aan de kant zet met: ach, die willen niet werken. Mensen willen over het algemeen wel werken, maar ze kunnen het niet, het gaat niet of ze doen het wel maar ze verdienen er niet genoeg mee. Die mensen moeten we ondersteunen. De voorzitter: Ik vraag de wethouder om in te gaan op de gestelde vragen en op de ingediende moties en amendementen. Wethouder De Bruijn: Voorzitter. Net als tijdens de commissievergadering neem ik de complimenten natuurlijk weer graag aan. Die geef ik ook meteen door naar achter. Ik wil nog even terugkomen op de memo, die u inderdaad vandaag heeft gekregen. Ik snap dat u, omdat het aan het eind van de middag was, misschien niet allemaal in de gelegenheid bent geweest om dat goed door te nemen. Uiteraard hebben we geprobeerd om het eerder te doen. Het is geen excuus, maar we hadden wat zieken.
Ik ben allang heel blij dat we toch een degelijk, goed antwoord hebben kunnen krijgen voor het begin van de raadsvergadering. Er zijn goede, interessante dingen gezegd. Volgens mij hebben we in de commissie ook al een interessant debat gehad. Ik denk dus dat ik, als ik nu de amendementen en de moties langsga, eigenlijk de meeste punten al aanraak. Ik begin bij amendement 307 van de PvdA, GroenLinks en de SP over het invoeren van een systematische periodieke evaluatie van de diensten; ik sla er dus eentje over, maar dat komt straks. Er wordt gevraagd om voor de jaren 2025, 2026 en 2027 een incidenteel budget beschikbaar te stellen om jaarlijks een compact cliëntenervaringsonderzoek te doen. We hebben dit ook besproken in de commissie. Op zich vind ik het goed dat er staat dat het gaat om een compact cliëntenervaringsonderzoek, maar ik heb in de commissie aangegeven, in dit geval aan uw collega, dat wij het op dit moment nog niet als zinvol zien om ieder jaar nu al een cliëntenervaringsonderzoek uit te voeren, omdat er de komende jaren nog heel veel veranderingen in komen. Daarentegen heb ik wel aangegeven dat we mee gaan doen met een pilot van de VNG, waarbij we direct met de doelgroep in gesprek gaan via een neutrale tussenpersoon; ze hebben dus niet direct de gemeente tegenover zich. Dat zou ik graag willen proberen.
Daar geloof ik eigenlijk veel meer in dan in een los interview, omdat we zien dat de respons daarvan vaak een stuk lager is. Uiteraard hebben we op dit moment ook geen dekking voor deze extra onderzoeken. Daarom zal ik dit amendement helaas moeten ontraden.
Raadsvergadering 26 september 2024
12
De heer Posthuma (PvdA): Op welke termijn zou die pilot gaan beginnen? Wethouder De Bruijn: Volgende week heb ik daar een vervolggesprek over. Ik verwacht dus dat we eind dit jaar, begin volgend jaar de contouren daarvoor opzetten. De bedoeling vanuit de VNG is volgend jaar. De heer Van Oostrum (CDA): Kunnen wij de effecten van beleid ook terugzien in reguliere voortgangsrapportages? Is dat ook een afdoende middel om effecten te kunnen meten? Wethouder De Bruijn: Zoals we het nu hebben opgeschreven in het minimabeleid, hebben we twee keer per jaar contact met die maatschappelijke organisaties, met de partners. Daar krijgen we natuurlijk signalen van door. We zitten constant met die groep partijen. Ik zei ook al eerder dat het een dynamisch minimabeleid is. Dat betekent niet dat we nog een jaar op onze stoel blijven zitten als wij bepaalde signalen krijgen dat een regeling niet goed uitpakt of niet goed werkt of dat mensen niet bereikt worden. Dan zou het natuurlijk niet "Dynamisch minimabeleid" heten. De voorzitter: Een vervolginterruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Ik heb de opmerking over de maatschappelijke organisaties goed gehoord, maar volgens mij sprak de wethouder al eerder met die maatschappelijke organisaties. De geluiden van de bewoners kwamen niet goed door bij die maatschappelijke organisaties.
Dat vind ik problematisch, vooral omdat we in de afgelopen periode het rapport van de lokale Rekenkamer hebben gekregen. Ook uit de second opinion die de gemeente LeidschendamVoorburg naderhand heeft uitgevoerd, bleek de situatie slecht te zijn. Eigenlijk werden de geluiden van de lokale Rekenkamer daardoor bevestigd. We hebben gezien - want ik heb daar technische vragen over gesteld, met dank voor de beantwoording daarvan - dat de kosten van een compact onderzoek heel erg mee blijken te vallen, vooral als je het met drie gemeenten deelt. Dat gaat over € 6.000 per jaar; dat zijn echt peanuts. Ik vind het dus een beetje gek dat u zegt dat u daar geen geld voor heeft. Het probleem is dat er gigantische problemen zijn vastgesteld in dat rapport van de lokale Rekenkamer. We hebben natuurlijk al de informatie over de bezuinigingen gekregen en we verwachten dat er ook in het sociaal domein stevige klappen gaan vallen. Dan kunt u toch niet zeggen dat u dat maar een beetje loslaat, dat u gaat kijken hoe het gaat en dat we over een paar jaar wel gaan kijken of het allemaal goed is gegaan? Daarmee ga ik ook heel erg met de heer Maassen mee. Ik wil nú weten hoe het gaat lopen. De komende jaren gaat er in het sociaal domein behoorlijk op in worden gehakt.
Door op deze manier te laat te kunnen reageren zijn we niet in staat om voor onze kwetsbare bewoners op een goede wijze te zorgen dat die geluiden van die bewoners op de juiste wijze binnenkomen. Daar heeft het de afgelopen jaren echt bijzonder hard aan gelegen. U noemt nu een pilot, maar u weet nog niet eens hoe u die pilot precies uit gaan voeren. Ik wil meer zekerheid hebben. Mijn vraag is dan: denkt u dat deze pilot u hierin voldoende zekerheid biedt? Wethouder De Bruijn: Ik heb deze pilot juist genoemd als alternatief, juist omdat die zich ook richt op de bewoners - we mogen eigenlijk geen "cliënten" meer zeggen - die dit betreft. Ik denk dat dit op dit moment een betere optie is. U geeft het zelf al aan: als wij dit soort onderzoeken willen doen, moeten we dat met drie gemeenten doen. Ik weet niet of we daarvoor de handen op elkaar krijgen en of ook de andere twee gemeenten dit willen. Dat lijkt mij op dit moment niet opportuun. Laten we kijken naar de optie die wél voor de hand ligt. En nogmaals, daar is geen dekking voor, maar dan verval ik een beetje in herhaling. De voorzitter: De derde en laatste interruptie van de heer Posthuma. De heer Posthuma (PvdA): Ik weet waarom de wethouder deze pilot graag wil, want die kost geen geld. Dat is de reden om dit op deze manier vorm te geven.
Het verbaast mij gewoon hogelijk dat er gelet op al die problemen die er de afgelopen periode geweest zijn, niet wordt doorgepakt en dat er niet adequaat wordt gekeken wat de ervaringen zijn van de personen die in deze situatie zitten. Als u dit beleid echt beter wilt maken, gaat u naar de collega-wethouders van die andere gemeenten en gaat u dat met hand en tand verdedigen. Wat u doet, is eigenlijk bij voorbaat al zeggen: ik heb daar helemaal geen zin in en ik zie daar helemaal geen noodzaak toe. Dat laat precies zien hoe hard u wil werken voor de bewoners in deze kwetsbare posities die in Voorschoten wonen.
Raadsvergadering 26 september 2024
13
De voorzitter: Heeft u nog een vraag, of niet? Oké. Wethouder, vervolg uw beantwoording. Wethouder De Bruijn: Dan ga ik een stapje terug naar amendement 306 over de regeling chronisch zieken. U heeft de memo ontvangen. Daarin staat het een en ander aan meer informatie. In het amendement wordt gevraagd het college op te dragen deze wijziging waar van toepassing te verwerken in het beleidsplan Iedereen telt mee. Dat is dus eigenlijk een uitzondering voor het afschaffen van de regeling chronisch zieken en gehandicapten. Ik zei het al in de commissie: we hebben met een reden gekeken of de regelingen die hierin zitten, ook ergens anders worden gedaan. Dat is in die gemeentepolis. Het klopt dat niet iedereen de gemeentepolis heeft, maar iedereen - tenminste, van deze doelgroep - kan daarvoor in aanmerking komen. Zoals ik ook in de commissie heb gezegd, blijft het op een gegeven moment een kwestie van keuzes maken. We hebben deze keuze gemaakt. Er is geen dekking voor om deze regeling toch erin te houden. Eigenlijk vanwege die reden moet ik dit amendement toch ontraden. Amendement 308 gaat over het maatwerkbudget à € 30.000. Het is geen geheim - ik heb het ook in de commissie gezegd - dat ik een groot voorstander zou zijn van een maatwerkbudget. Op dit moment is er echter ook geen dekking voor die € 30.000.
Ik denk niet dat het verstandig is om dit nu vanuit de concernreserve te trekken, maar belangrijker op dit moment is dat we zo'n maatwerkbudget niet bij de gemeente kunnen stallen. Dat moet je bij een externe partij doen, zoals Voorschoten voor Elkaar. Dat heeft ook te maken met verantwoording. U weet dat er momenteel nogal wat gesprekken met Voorschoten voor Elkaar gaande zijn, ook over wat voor taken we wel of niet doen. Dit is niet het moment om hun te vragen om het maatwerkbudget en die regeling nu op te pakken. Daarnaast zullen wij hierover eerst nog beleid moeten uitwerken. Ik heb wel gezegd, ook in de commissie, dat ik in de toekomst echt serieus wil kijken of dit op termijn wel gaat lukken. Ik wil ook kijken of het binnen de huidige middelen wel eventueel mogelijk is, maar dat is dus een toezegging die ik voor later doe. Door de zojuist door mij gegeven argumentatie moet ik op dit moment ook dit amendement ontraden. De heer Maassen (SP): Ik neem aan dat de wethouder voor voorbeelden ook heeft gekeken bij onze buurgemeente Leiden, waar dit systeem bestaat. Mijn vraag is of het in Leiden ook bij een andere partij is ondergebracht, want dat is in ieder geval niet de informatie die ik heb. Wethouder De Bruijn: Ik weet niet precies hoe het in Leiden is georganiseerd.
Over het algemeen wordt het bij een andere partij ondergebracht, omdat dat een stuk meer flexibiliteit met zich meebrengt. Als we het vanuit de gemeente doen, betekent dat dat de wachttijden toch langer worden en dat je uiteindelijk niet het effect behaalt dat je wilt behalen. De heer Maassen (SP): Is de wethouder dan bereid om zich te laten informeren over hoe het in Leiden georganiseerd is en om daar eventueel ook nog goede ideeën vandaan te halen? Wethouder De Bruijn: Ja, daar ben ik zeker toe bereid. Ik gaf zojuist ook aan dat ik echt wel interesse heb in die maatwerkvoorziening en dat ik ook voor de toekomst, dus voor de wat langere termijn, wil kijken wat daar mogelijk is. Daar past dit volgens mij ook in. De heer Van Oostrum (CDA): Wij vinden het bijzonder prettig om te horen dat u daar ontvankelijk voor bent, maar dat u op een later moment nog wil kijken of dit implementeerbaar is. Ik zie in het mijlpalenplan staan dat een eventuele start van de invoering van het maatwerkbudget zou kunnen plaatsvinden in 2025. Is 2025 volgens u een realistische, haalbare datum? Wethouder De Bruijn: Op dit moment niet, omdat er geen budget voor is én vanwege de zojuist door mij genoemde reden. Dan zie ik dat als heel erg krap. Motie 337 gaat over de consulenten werk & inkomen in Voorschoten. Dit punt wordt ook genoemd op pagina 20 van het minimabeleid zelf.
U weet dat ik ook daarvan een groot voorstander ben. Het is wel wat complexer dan alleen eventjes mensen hier neerzetten. Het betekent dat we werkplekken moeten aanpassen, dat er andere verbindingen met systemen in LeidschendamVoorburg gemaakt moeten worden en dat we een keuze moeten maken in het soort consulenten, want we hebben hier nogal veel verschillende smaken neer moeten zetten. Hoe gaan we dat organiseren? Ook hiervoor is op dit moment nog geen budget, maar in het minimabeleid hebben we wel staan dat wij die gesprekken zijn gestart, dat ik doorga met die gesprekken en dat ik uiteindelijk bij u terugkom met wat een logische oplossing is en wat ook eventueel een
Raadsvergadering 26 september 2024
14
mogelijkheid zou zijn. Ik wil u dus vragen om mij daarin de ruimte te geven. Nogmaals, puur de in de motie genoemde invoeringsdatum leidt ertoe dat ik de motie toch moet ontraden, omdat ik denk dat ik dat niet ga redden. Mevrouw Wijnen (D66): Zou het helpen als er "in 2025" staat? Zou u de motie dan niet meer ontraden? Wethouder De Bruijn: Ik zei zojuist dat we heel graag die afspraken willen maken, maar als je het laatste punt schrapt of er "2025" van maakt, staat er: afspraken te maken dat er sowieso consulenten werk & inkomen een aantal dagdelen per week hier komen. Het punt is dat we eerst moeten kijken hoe dit mogelijk is en welke kosten dit met zich meebrengt. Daar hebben we het al eerder over gehad, niet zozeer over de kostenneutraliteit, maar wel over het feit dat we de komende jaren niet heel veel middelen te besteden hebben. Als we het doen, moeten we het dus echt heel slim en efficiënt doen. Daarom heb ik even tijd nodig om tot een zo slim mogelijke oplossing te komen. Ik zeg daar eerlijk bij dat ik niet kan garanderen dat het ons gaat lukken, ook al wil ik dat wel. Mevrouw Wijnen (D66): Dank in ieder geval voor de toelichting. Ik ben er nog niet van overtuigd dat het per se heel veel kosten met zich meebrengt. De meeste ambtenaren kunnen gewoon plaats- en tijdonafhankelijk werken.
Ik vraag in de motie niet om een volledig toegeruste "Leidschendam-Voorburgproof" werkplek met verbinding met de server. Volgens mij kunnen heel veel werkzaamheden in een aantal uren wel degelijk hier op locatie worden gedaan, waarna er desnoods in de middag weer wordt "ingeklopt" op de locatie in Leidschendam-Voorburg, waar het wel kan. Ik wil dus nog vragen of u al gegevens heeft waardoor u nu al op voorhand zegt dat het geld kost, want dat heb ik in uw betoog tot nu toe nog niet kunnen ontdekken. Wethouder De Bruijn: Het is extra dienstverlening. Dat betekent dat we daar extra voor moeten betalen. Dat is op zich logisch. Nogmaals, wij moeten daar heel goed naar kijken, want ik ben het wel met u eens dat er heus wel wat mogelijk moet zijn, maar het punt is: hoe gaan we dat doen en hoe licht of hoe zwaar kunnen we dat opzetten? We moeten, ook met ervaringen elders, even kijken hoe dat gaat, maar daar heb ik echt even de tijd en de ruimte voor nodig. Motie 338 gaat over ervoor zorgdragen dat inburgeraars in ieder geval de eerste zes maanden geen schulden oplopen en hierover rapporteren in de P&C-cyclus. Ik heb in de commissie, waar we natuurlijk de inspreker hadden, al aangegeven dat we daarover in gesprek zijn.
Het moge duidelijk zijn dat het niet onze insteek is om deze doelgroep met schulden op te zadelen, maar zoals het nu verwoord staat, is het op dit moment echt te vroeg om positief te adviseren over deze motie, want we zijn nog in gesprek. Laat ik het zo zeggen: we moeten nog wat stenen boven water halen, ook met de Kredietbank. De insteek is natuurlijk nooit dat mensen met schulden komen te zitten. De heer 't Lam (GroenLinks): De motie spreekt ook van een wettelijke plicht die de gemeente heeft. Eigenlijk zou ik deze motie dus niet moeten indienen, want het is een wettelijke plicht van de gemeente. Is de wethouder daar niet gevoelig voor? Wethouder De Bruijn: Wij houden ons natuurlijk altijd aan de wet en we houden ons altijd aan onze plicht, maar we moeten wel zorgen dat zaken goed georganiseerd zijn en we moeten wel de ruimte krijgen om daar goed het gesprek over te voeren, want we zien nu met VluchtelingenWerk dat er wel degelijk een regeling is bij de Kredietbank, maar dat de medewerkers, in dit geval van VluchtelingenWerk, aangegeven dat zij dit geen goede regeling vinden en dat zij het lastig vinden om daarmee te werken. Zolang dat er is … Zij moeten wel de instrumenten gebruiken die wij daarvoor hebben. Dat betekent dat we dat eerst uit de weg moeten helpen en samen richting een goede oplossing moeten gaan.
De heer 't Lam (GroenLinks): Betekent dit dat er bij de groep statushouders waar we het over hebben, in de eerste zes maanden van hun verblijf hier geen schuldenvraagstuk ligt? Want nogmaals, dat zou niet moeten voorkomen. Wat is de taak van de gemeente om dat te voorkomen? Wethouder De Bruijn: Volgens mij geef ik dat aan. Wij hebben daar dus een regeling voor, onder andere met de Kredietbank. Het is aan ons als gemeente om dat samen - dus niet alleen - met VluchtelingenWerk, dat voor ons ook de begeleiding doet en een groot gedeelte van die
Raadsvergadering 26 september 2024
15
dienstverlening oppakt, op een goede manier te organiseren en in te kleden. Dat is precies waar we op dit moment mee bezig zijn, maar ik merk wel dat de regelingen die we hebben, soms niet goed worden ingezet of lastig gevonden worden. Daar zullen we met elkaar naar moeten kijken: hoe kunnen we dat aan de ene kant eenvoudiger en beter inzetbaar maken voor VluchtelingenWerk, maar hoe kunnen we er ook voor zorgen dat zij die regelingen echt gebruiken? Nogmaals, het moge duidelijk zijn dat het niet handig is om deze mensen met een schuld te laten starten. Dat lijkt me duidelijk. De heer Maassen (SP): Ik hoor de wethouder eigenlijk op allerlei mogelijke manieren uitleggen hoe hij ervoor gaat zorgen dat inburgeraars in ieder geval in de eerste zes maanden geen schulden oplopen door de kosten van huur, zorg, gas, stroom en water. Dat is precies het dictum van de motie. Dus als de wethouder op deze manier bezig is met op wat voor manier dan ook - door te praten met VluchtelingenWerk, door te praten met de Kredietbank of door de regelingen nog eens onder de loep te nemen - zorgen dat dit niet meer gaat gebeuren, voert hij deze motie toch gewoon uit? Mijn vraag aan de wethouder is dus waarom hij deze motie ontraadt als zij hem eigenlijk een steun in de rug geeft in het werk dat hij aan het doen is.