Notulen raadsvergadering 11 juli 2024 (get.)
Tekst van het document
Notulen raadsvergadering
NOTULEN van de vergadering van de raad van de gemeente Voorschoten, gehouden op 11 juli 2024 vanaf 17.00 uur. Voorzitter: mevrouw N. Stemerdink, burgemeester. Griffier: de heer B.J. Urban. Aanwezige leden: de heer mr. drs. C. Bremmer, mevrouw R.E. de Bruin-Van Alphen, de heren A. Deuzeman, W.J. van Duivendijk en G. van den Ende, mevrouw C.L. Ilić, mevrouw P.T.M. Kortekaas-Warmerdam, mevrouw J.G. van der Krogt, de heren P. 't Lam (later aanwezig), B. Lavrijsen en E.M.L.H. Maassen, mevrouw K.S. van Meenen, mevrouw E. Mieremet, de heer M.P.A. van Oostrum, mevrouw M.H.R. Persoon, de heren A.L.R. Posthuma en B.W. Reinke, mevrouw J.C. Schroot, mevrouw H.M. van der Wende, mevrouw P. Wijnen en mevrouw M.J.T. Zoun. Aanwezige wethouders: de heer P. de Bruijn, de heer C.J. van der Elst en de heer H.G. Schokker.
1.
Opening, mededelingen en vaststelling agenda
De voorzitter: Twee keer per jaar kan ik tegen u zeggen: goedemiddag. Vandaag is dat de eerste keer in dit jaar; in november hebben we de begroting. Ik open hierbij de raadsvergadering van 11 juli 2024. Ik heet u allen van harte welkom. Ik vraag me wel af wie deze mooie gelukspoppetjes aan onze microfoons heeft opgehangen. Mevrouw Mieremet, vertel! Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. Een gelukspoppetje wordt vaak gegeven als een symbolisch gebaar om iemand geluk te wensen, bijvoorbeeld bij een examen of een toets, voor een belangrijke gebeurtenis, bij een nieuwe fase in het leven, als troost en ook tijdens feestdagen of speciale gelegenheden. Het geven van een gelukspoppetje is een gebaar dat de ontvangers een positief gevoel kan geven en hen kan helpen geloven in een goede afloop van wat hun te wachten staat. Dat wensen wij eenieder. De voorzitter: Dus hoe deze avond ook verloopt, we vinden altijd rust in het gelukspoppetje, dat ons steun of vreugde geeft. We kijken aan het eind van de vergadering hoe het daarmee staat. Meneer Van Oostrum, wilt u reageren op het gelukspoppetje? U heeft er trouwens twee, zie ik.
Is dat ook iets symbolisch? De heer Van Oostrum (CDA): Was dat voor of na het lezen van de Kadernota? Mevrouw Mieremet (D66): Ik heb het gedaan omdat ik soms vind dat we elkaar, los van de inhoud, geluk moeten blijven schenken en geven en de verbinding moeten zoeken en dat een beetje vrolijkheid geen kwaad kan. De voorzitter: Dank u wel. Ongelofelijk leuk! (Geroffel op de tafels) We gaan er een mooie avond van maken. Er is geen bericht van verhindering ontvangen. Wel komt de heer 't Lam iets later, naar verwachting rond 20.30 uur. Mevrouw Ilić is onderweg, denk ik zomaar. Die zien we straks dus ook binnenzeilen. O, ik zie haar al lopen. U hoeft dus niks meer te zeggen, meneer Deuzeman. Ik zie dat het helemaal goed komt. Dit is de laatste vergadering voor het zomerreces. We snakken allemaal naar vakantie. Dus vanavond nog even de laatste loodjes. Het is ook een bijzondere vergadering, namelijk de Algemene Beschouwingen over de Kadernota. Ik omschrijf kort de gang van zaken. We behandelen eerst enkele reguliere punten, zoals de ingekomen stukken, de hamerstukken, de jaarrekening en als bespreekstuk de Voorjaarsnota. Daarna komen dus de Algemene Beschouwingen over de Kadernota. De gang van zaken heeft u kunnen lezen in het vrijdagbericht van de griffier. Voor de
Raadsvergadering 11 juli 2024
1
inwendige mens is zojuist iets lekkers rondgedeeld. U heeft kunnen kiezen tussen een brownie en een caramel shortbread. Die zijn gemaakt door de toppers van Gemiva aan de Zwaluwweg. Dus ook voor hen een applaus, want ze maken altijd heel lekkere dingen. (Geroffel op de tafels) Rond 19.00 uur gaan we met z'n allen gezellig Italiaans eten. We kijken dus hoe het vanavond loopt en wanneer er een punt is waarop we makkelijk kunnen schorsen. De spreektijden zijn vanavond 24 minuten per fractie en 44 minuten voor het college. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 2. 2.1. 2.2. 2.3.
Lijst van ingekomen stukken voor de gemeenteraad Brieven van instellingen of burgers; Informatiebrieven van het college van B en W Schriftelijke beantwoording van vragen uit de raad
De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Over informatiebrief 51 heb ik een opmerking en wellicht een ordevoorstel ineen, als me dat gegund is. Die hebben wij gekregen - zo interpreteren wij dat - naar aanleiding van motie 318 uit maart over het periodiek monitoren van de voortgang. Wij zouden deze brief graag agenderen, maar de eerstvolgende presidiumvergadering om dat te kunnen doen, is pas eind augustus. Dat zou betekenen dat de wethouder heel veel vertraging oploopt in de eventuele uitvoering hiervan, omdat er dan tot die tijd geen aanbesteding kan plaatsvinden. Ik zou daarom willen voorstellen om vanavond in een korte ingelaste presidiumvergadering het agendavoorstel te behandelen, zodat er duidelijkheid is voordat we met reces gaan. Dan zouden we ook andere agendapunten mee kunnen nemen die voorgesteld zijn. De voorzitter: Zijn de fracties akkoord met een korte ingelaste presidiumvergadering vanavond, waarin we dit ordevoorstel behandelen en ook twee andere ordevoorstellen die inmiddels al zijn aangemeld? Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Ik denk dat we dat tijdens het eten doen. Dan kan ik u gelijk bijpraten over een andere zaak, met nadere inkleuring, zoals ik al heb bericht. De heer Van Oostrum (CDA): Voorzitter. Ik weet niet of ik nu goed zit, maar wij willen graag informatiebrief 47 agenderen in de commissie Mens en Samenleving.
Of ben ik nu te vroeg? De voorzitter: Wat is het onderwerp? Want ik weet niet alles uit mijn hoofd. De heer Van Oostrum (CDA): De kostenstijging in de jeugdhulp. De voorzitter: Zullen we ook dit voorstel straks meenemen in het presidium? Ik zie dat de raad daarmee instemt. We gaan straks in het presidium dus vier voorstellen behandelen: twee gemailde voorstellen, raadsbrief 51 en raadsbrief 47 voor agendering in de commissie na de vakantie. Met inachtneming van het bovenstaande wordt besloten overeenkomstig de voorstellen tot afdoening. 3.
HAMERSTUKKEN
4.1.
Jaarrekening 2023 (raadsregistratienummer Z/24/085654/397031)
De voorzitter: De laatste aanpassingen op grond van de bevindingen van de accountant zijn in de boeken verwerkt. Het voorstel wordt zonder beraadslaging met algemene stemmen aangenomen; de heer 't Lam was nog niet aanwezig tijdens deze stemming. 5.
BESPREEKPUNTEN
6.
Voorjaarsnota 2024 (raadsregistratienummer Z/24/085892/400475)
Raadsvergadering 11 juli 2024
2
De voorzitter: Zoals ik al aangaf, handelen we eerst de Voorjaarsnota af voordat we naar de Algemene Beschouwingen bij de Kadernota gaan. In de Voorjaarsnota 2024 staat zowel financieel als inhoudelijk de voortgang tot en met maart 2024. Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter. Ik heb gevraagd om een bespreekpunt van dit voorstel te maken. De Voorjaarsnota laat zien dat we al een behoorlijk bedrag moeten bijleggen ten opzichte van de begroting voor 2024, zoals we die besproken hebben. Het gaat om € 1,1 miljoen. We maken ons er zorgen over dat dit nu al aan de hand is. We zien ook weer een grote stijging op de jeugdhulp. Dat is zorgwekkend. Gelukkig hebben we een prognose die we dan kunnen agenderen, maar ik vraag me af hoe het college denkt om te gaan met deze overschrijdingen en of wij dit jaar nog veel meer kunnen verwachten, want dit is natuurlijk geen goed begin. De heer Maassen (SP): Voorzitter. Ik heb eigenlijk meer een procedureel punt. Ik heb bij mijn Algemene Beschouwing drie amendementen voorbereid. Twee daarvan betreffen de Kadernota en één betreft de Voorjaarsnota. Het lijkt mij eigenlijk logisch om die in samenhang te kunnen behandelen, want het amendement op de Voorjaarsnota heeft ook een raakvlak met een van mijn amendementen op de Kadernota. Het lijkt mij logisch dat ik die alle drie indien op het moment dat ik mijn Algemene Beschouwing doe.
Ik zou dus willen vragen om de stemming over de Voorjaarsnota pas bij de stemming over de Kadernota te doen, zodat dat amendement meegenomen kan worden bij die stemming. De voorzitter: Ik ken de amendementen niet. Ik kan dus lastig inschatten wat het handigst is. In principe worden amendementen en moties ingediend bij het agendapunt waar we het over hebben. Nogmaals, ik kan hier geen oordeel over hebben, omdat ik de inhoud niet ken, maar u kunt dat amendement indienen bij de Voorjaarsnota en de twee andere amendementen bij de Kadernota. De heer Maassen (SP): Dat kan wel, maar de hele motivatie voor het amendement zit in de Algemene Beschouwing. Dan moet ik nu al een deel van de tekst van mijn Algemene Beschouwing gaan uitspreken, terwijl beide amendementen te maken hebben met het gebruik van de reserve Sociaal domein. Alleen betreft één amendement de Voorjaarsnota en betreffen de andere twee amendementen de Kadernota. De voorzitter: Ik begrijp dat u een ordevoorstel doet. Gaat de raad ermee akkoord om de stemmingen over de Voorjaarsnota na de stemmingen over de Kadernota te doen? Ik denk dat dat prima kan en dat daar geen problemen mee zijn.
Ik kijk even naar de griffier: doe ik nu iets wat juridisch heel dom is? Een kleine, terechte suggestie van de griffier: we doen bij de stemmingen eerst de stemmingen over de Voorjaarsnota plus de amendementen die daar eventueel op worden ingediend en daarna de stemmingen over de Kadernota en de amendementen en moties die daarbij worden ingediend. Ik constateer dat de raad daarmee instemt. Ik stel voor dat we de eerste termijn wel afmaken, omdat een aantal fracties zich daarop hebben voorbereid. Dan kunt u straks logischerwijs in de eerste termijn over de Kadernota uw tekst daarop instellen. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Wij hebben ons in de commissie al vrij kritisch uitgelaten over met name de oplopende kosten, exact de zorgen die mevrouw Van Meenen uitsprak. Wij delen die zorgen en zouden ook graag het antwoord op de vraag horen, maar we zullen hier verder op terugkomen bij de Kadernota en de Algemene Beschouwingen. We hebben de intentie om akkoord te gaan met de Voorjaarsnota. Ik wil het hier dus voorlopig bij laten. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter. In de Voorjaarsnota vindt een aantal verschuivingen van budgetten plaats, terwijl de gemeentesecretaris verbetering had toegezegd. We zijn dus enigszins teleurgesteld.
In de beantwoording van de technische vragen in relatie tot de Kadernota en de bovenformatieve medewerkers, die een structurele lastenverhoging op de salarissen … De voorzitter: Mevrouw Kortekaas, een kleine ingreep, want u moet zich richten tot het college. U kunt zich niet richten tot een ambtenaar, welke functie hij of zij ook heeft. De vragen en de opmerkingen zijn gericht tot de verantwoordelijke portefeuillehouder. Mevrouw Kortekaas (CDA): Dat klopt; dit is ook tot de verantwoordelijke portefeuillehouder gericht. Ik sprak alleen de teleurstelling uit. Daarna ga ik terug naar u, voorzitter. Er is een lastenverhoging van € 500.000 voor salarissen. Op technische vragen naar aanleiding van de Kadernota wordt geantwoord dat de bovenformatieve medewerkers in 2023 als gevolg van
Raadsvergadering 11 juli 2024
3
openstaande vacatures op bestaande formatieplekken daarmee niet geleid hebben tot overschrijding van de salarislasten, maar dat de verwachting is dat deze situatie zich in 2024 en verder niet herhaalt en dat dus uitbreiding van het budget nodig is. Dat brengt ons tot de vraag waarom deze overschrijding van de begroting 2024 niet wordt meegenomen in de Voorjaarsnota of anders in de Najaarsnota. Dus waarom staat dit nu in de Kadernota? De voorzitter: In de Voorjaarsnota. Mevrouw Kortekaas (CDA): Nee, het staat in de Kadernota, onder A0. De voorzitter: Oké, maar we hebben het nu over de Voorjaarsnota. Helder. Mevrouw Kortekaas (CDA): Dat klopt. De vraag is naar aanleiding van de Voorjaarsnota. De voorzitter: Mooi, het wordt zo'n avond. Mevrouw Mieremet (D66): Voorzitter. In de commissie hebben we het hierover gehad en hebben we onze zorgen geuit. Ik ben net als GroenLinks heel benieuwd naar de antwoorden op de vragen van de VVD, maar we zijn van plan akkoord te gaan met deze Voorjaarsnota, omdat de punten ook bij ons in de bespreking van de Kadernota komen. Wethouder Van der Elst: Voorzitter. De ontwikkelingen rond het sociaal domein en in het bijzonder de jeugdzorg zijn echt een heel grote, zware molensteen om de nek van alle gemeenten in Nederland. Dat baart ons ook zorgen. We doen alles wat we kunnen om hier iets aan te doen.
Natuurlijk gaat het om cliënten die zorg nodig hebben. Het is een systeem dat leidt tot een continue worsteling. U heeft er recent nog een informatiebrief van collega Schokker over ontvangen. Ik kan u aankondigen dat er een voornemen is om eerdaags met de wethouders van Financiën en Sociaal domein in Holland Rijnland-verband bij elkaar te gaan zitten om te kijken wat we verder kunnen doen. Dit verhaal is niet af, maar tendeert naar iets wat slecht houdbaar is, zo niet niet-houdbaar. Mevrouw Kortekaas stelde een vraag over verschuiving van budgetten. Als ik het goed heb, doelt u op de € 500.000 van medewerkers die niet in de begroting stonden. In 2024 kon dit meelopen in programma 0. In die zin is dit dus geen aanleiding om verder iets anders te doen dan dit dekken door het budget uit programma 0. Samengevat: de zorgen over het sociaal domein en in het bijzonder de jeugdzorg worden gedeeld. De voorzitter: Zijn alle vragen en opmerkingen uit de eerste termijn van de raad voldoende behandeld? Dat is het geval. Er is behoefte aan een tweede termijn. Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter. Ik dank de wethouder hartelijk voor de beantwoording. Mevrouw Kortekaas (CDA): Voorzitter.
Wij willen graag meegeven dat de CDA-fractie niet op voorhand akkoord gaat met formatie-uitbreiding, zoals die ook nu plaats heeft gevonden, en dat we daar in de toekomst graag wat meer reflectie op zouden willen hebben. De voorzitter: Wil wethouder Van der Elst hier kort op reageren? Wethouder Van der Elst: Dat zal dan blijken. De voorzitter: Ik constateer dat ik de beraadslaging kan sluiten. We gaan nog niet over tot de stemming, want die doen wij straks. 7.
Kadernota 2025 (raadsregistratienummer Z/24/086946/399079)
De voorzitter: Met de Kadernota geeft de raad uitgangspunten mee aan het college voor de begroting voor 2025 en de meerjarenraming. We doen gewoon een eerste en tweede termijn. In de eerste termijn kunnen de fracties de Algemene Beschouwingen geven. Er mag uiteraard worden geïnterrumpeerd; dat is logisch. De volgorde van de sprekers is: eerst de grootste oppositiefractie, dan de grootste coalitiefractie, daarna de een-na-grootste enzovoorts. U heeft het schema
Raadsvergadering 11 juli 2024
4
ontvangen. Daarmee is de volgorde: GroenLinks, VVD, D66, Voorschoten Lokaal, PvdA, CDA en dan SP. De heer Deuzeman (GroenLinks): Voorzitter. Vorige week donderdag kwam in Groot-Brittannië een einde aan veertien jaar bestuur door de Tories, een roerige tijd, die wij vooral associëren met Brexit, schandalen en een premier die een wedstrijd verloor van een krop sla. Het was een beetje een Britse tragikomedie in de traditie van Terry Gilliam, maar een Britse collega zei mij daarover: "Het voelt alsof mijn land in die tijd in een ontwikkelingsland is veranderd". Hij had het over de keiharde bezuinigingen op de lokale overheden sinds 2010. Het had daar tot een opbloeiende samenleving moeten leiden, maar bleek een recept voor een dramatische aftakeling. Provinciesteden zonder bibliotheek of buurthuizen. kraanwater dat op sommige plaatsen gewoon niet meer drinkbaar is, scholen waar een instortend betonnen dak stiekem een meevaller is omdat een schadevergoeding toch ook weer extra inkomsten geeft. Dat is hoe je een gemeenschap kapot bezuinigt. Hoewel onze Nederlandse situatie niet helemaal vergelijkbaar is, doet de Kadernota vermoeden dat dit toch ons voorland zou kunnen zijn. Dat zagen we aankomen, dus des te groter was onze teleurstelling dat het college eigenlijk nergens concreet maakt hoe het hiermee wil omgaan. We kregen een Kadernota zonder kaders.
Bij de begroting mag de raad kennelijk tekenen bij het kruisje, terwijl de Kadernota duidelijk maakt dat we tegen meerdere uitdagingen aan lopen. Allereerst de grote hoeveelheid investeringen. Dit college heeft veel plannen ontwikkeld. Veel daarvan is behartigenswaardig, maar het wilde niet altijd even goed tot uitvoering komen. Het leidde tot een lang investeringsoverzicht, waarbij we opmerkelijk genoeg het minst lijken te weten van de plannen die we binnenkort moeten uitvoeren. Voor plannen zonder uitwerking, zoals de gemeentelijke huisvesting, staan er alvast exacte bedragen, maar over het plan bij de Kruispuntkerk, dat onderhand toch zo'n beetje klaar zou moeten zijn, kan nog niets gezegd worden. Dit laat zien dat dit niet zozeer een planning is, maar meer een wensenlijst. Zolang Voorschoten worstelt met de uitvoering van plannen en de menskracht niet heeft, is het totaalbedrag wellicht niet onze grootste zorg. Wat onze fractie betreft besteden we vooral aandacht aan wat we op korte termijn gaan doen. Er is de afgelopen jaren te veel blijven liggen en het wordt tijd om het achterstallig onderhoud in te gaan lopen. Dat dit college probeert daarin slagen te maken, ziet en waardeert onze fractie. Met het vastgestelde sportaccommodatiebeleid ligt er een raamwerk om gestructureerd over onze investeringen te denken. Daar moeten we behoorlijke inhaalslagen maken.
De Centrumvisie geeft bouwstenen om het kloppend hart van ons dorp te behouden. We zijn blij dat hierin meer ruimte voor groen, wonen en voetgangers komt. Dat is belangrijk voor de leefbaarheid van ons dorp, maar ook voor de ondernemers in het centrum. Juist zij hebben dit nodig, want gratis parkeren blijkt geen manier om structurele leegstand te voorkomen en we moeten uitkijken dat we niet definitief terechtkomen in een neerwaartse spiraal. Die focus op wat we nu praktisch kunnen oppakken om het dorp vooruit te helpen is de reden waarom we moties 335 en 336 indienen. Ik zal in een volgende termijn nader daarop ingaan. Motie 335, die mede wordt ingediend door de PvdA, de SP en D66, luidt: "Motie 335. De raad van de gemeente Voorschoten. in vergadering bijeen d.d. 11 juli 2024, gehoord de beraadslaging, overwegende dat: a. b. c. d.
de gemeente Leiden in het kader van het lokale armoedebeleid overweegt om een Leidse Sleutelpas in te voeren (bron: https://www.leidschdagblad.nl/regio/leiden/invoeringsleutelpas-stap-dichterbij.-project-blijkt-haalbaar/15410481.html); de Leidse Sleutelpas kortingen geeft op bijvoorbeeld bibliotheek, museumbezoek, zwembaden en andere culturele en sportieve uitjes. Ook kunnen lokale bedrijven en instellingen korting verlenen op hun producten en diensten; bij aansluiting van Voorschoten bij de Leidse Sleutelpas Leidse voorzieningen en ondernemingen ontsloten kunnen worden voor Voorschotense inwoners en vice versa; de Sleutelpas een laagdrempelige manier kan zijn om mensen in armoede te bereiken;
Raadsvergadering 11 juli 2024
5
e. f.
aansluiten bij deze Leidse kortingspas past bij de voorgenomen nauwere samenwerking met Leiden op het gebied van werk en inkomen; aansluiting bij de Leidse Sleutelpas vermoedelijk de meest kansrijke en beste optie is om een Voorschotense Pas (zoals beschreven in het Progressief Akkoord 2022-2026) mogelijk te maken;
verzoekt het college om te onderzoeken of, hoe en wanneer de gemeente Voorschoten kan aansluiten bij de invoering van de Leidse Sleutelpas en hierover te rapporteren aan de raad, en gaat over tot de orde van de dag." Motie 336, die mede wordt ingediend door de VVD, de PvdA, de SP, D66, het CDA en Voorschoten Lokaal, luidt: "Motie 336. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 11 juli 2024, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: a. b. c.
in het Plan van aanpak Fietsveiligheid Voorschoten, vastgesteld op 11 juni 2020, wordt opgemerkt dat er bij de Leidseweg, bij de afslag Mozartlaan, sprake is van een knelpunt waar het vooral in de ochtendspits druk is; de aanpak van deze oversteek volgens voornoemd plan meegenomen zou worden bij onderhoudswerkzaamheden; de fietsveiligheid langs de Leidseweg volgens de Kadernota aandachtspunt is voor 2025;
overwegende dat: d.
de verkeersintensiteit op de afslag Mozartlaan door de ontsluiting van Beresteyn in de nabije toekomst toe zal nemen;
verzoekt het college: 1. 2. 3.
de geplande herinrichting van de afslag Leidseweg-Mozartlaan al in 2025 op te pakken; indien nodig de planning van andere werkzaamheden aan te passen; eventuele kosten hiervan mee te nemen in de meerjarenbegroting 2025-2028,
en gaat over tot de orde van de dag." Een tweede probleem betreft de tekorten op de korte termijn, al in 2025. Die waren er al na de Meicirculaire, maar informatiebrief 47 laat zien dat ze verder oplopen. Daarbij wordt in de informatiebrief direct gezegd dat dit "niet leidt tot bijstelling van de Kadernota 2024-2028". Dat is wat ons betreft juist het probleem: hoe kan het college drastisch oplopende tekorten rapporteren, de toegang tot jeugdzorg willen reorganiseren en hier dan nauwelijks iets over zeggen in de Kadernota? We verwachten echt geen oplossing voor landelijke problemen, maar we verwachten wel een visie. Collega Maassen stelde in de commissie terecht de vraag: hoe kan het nou dat de jeugdzorg steeds duurder wordt en toch slechter functioneert? Juist als linkse partij, die veel van de overheid verwacht, willen we geen genoegen nemen met inefficiënte en dure bureaucratie of accepteren dat dit de rest van onze begroting kannibaliseert. Dit is een belangrijke discussie om te voeren en deze Kadernota had daarvoor eigenlijk het moment moeten zijn. Dit alles speelt tegen een achtergrond van het ravijnjaar 2026, mede veroorzaakt door een herverdeling van kleinere gemeenten als de onze, die al relatief weinig kregen, naar steden en krimpgemeenten.
We hopen nog steeds dat het teruggedraaid wordt, maar dit lijkt een van de weinige concrete zaken te zijn waar de nieuwe coalitie het wél over eens kon worden. Sterker nog, er kon nog wel een bezuiniging overheen, waarbij de gemeenten zich dan weer als zetbaas mogen laten gebruiken. Wat we hadden willen zien en wat ons beloofd was, was een visie op hoe we hiermee om moeten gaan. Het college laat het nu bij een makke aankondiging dat het met een sluitende begroting wil komen en dus in meerjarenperspectief zo'n twee miljoen aan bezuinigingen
Raadsvergadering 11 juli 2024
6
wil vinden. Op basis van deze Kadernota zonder kaders is moeilijk te beoordelen wat de perspectieven daarvoor precies zijn. Wellicht zijn er geloofwaardige bezuinigingen mogelijk op posten waar het geld nu niet effectief of geloofwaardig wordt uitgegeven. Dan vraag ik mij als raadslid wel af waarom het college daar nu pas achter komt. Wellicht kan er alsnog gekeken worden naar de inkomstenkant, maar we moeten reëel zijn over de toch al hoge lasten voor wonen in ons dorp. In beide gevallen was het goed geweest om daar nu een inhoudelijke discussie over te hebben, maar ook over de fundamentele vraag: waar liggen voor ons eigenlijk de grenzen van het acceptabele? Dat is een vraag die gemeenten door het land proberen te beantwoorden, maar die vereist dat we ons huiswerk gedaan hebben, precies het huiswerk dat in deze Kadernota dus ontbreekt. Dat vinden we echt kwalijk, maar het enige wat we nu kunnen vragen, is dat dit er op korte termijn alsnog komt. Zonder na te denken over die fundamentele vragen is het risico dat we uiteindelijk alleen weer komen met "moeilijke" maatregelen waarvoor politici "verantwoordelijkheid" moeten nemen: sluiten van voorzieningen, snijden in noodzakelijke investeringen of kaalslag in het sociaal beleid.
Dan wringen we allemaal onze handen en zeggen we dat we nu wel moeten kiezen voor het minste kwaad, maar zoals Hannah Arendt het verwoordde in Responsibility and Judgement: "De zwakte van dat argument is altijd geweest dat degenen die het minste kwaad kozen, zo snel vergeten dat ze kwaad gekozen hebben." Mevrouw Van Meenen (VVD): De heer Deuzeman gaf aan dat we eerst ons huiswerk moeten doen. Waar bestaat dat huiswerk volgens de heer Deuzeman uit? De heer Deuzeman (GroenLinks): Onder andere uit het overzicht dat ons in een vorige Kadernota is beloofd. Daarin zou worden aangegeven waar eventueel mogelijkheden voor bezuiniging zouden zitten, zodat we concreet konden spreken over wat we acceptabel vinden en wat we niet acceptabel vinden. Ik vind het erg spijtig dat we die discussie hier vanavond alleen op abstracte basis kunnen hebben, omdat we die cijfers niet gekregen hebben van het college. Dat was beter geweest, want ik ben bang dat we die discussie nu later bij de begroting moeten doen. Ik denk terug aan de periode van financieel toezicht in 2016. Destijds hoorde ik als commissielid dat de sluiting van het zwembad en het Cultureel Centrum een harde les moest zijn voor een spilzieke gemeente met verwende inwoners. Ik weet nog hoe kwaad ik was toen bleek dat Voorschoten juist relatief weinig uitgaf aan onze voorzieningen, terwijl onze inwoners juist duur uit waren.
Die paternalistische houding van de toezichthouder destijds moeten we nooit meer willen accepteren. Als wij zaken onverantwoord vinden, moeten we dat durven uitdragen. Hoe zou dat eruit kunnen zien? Natuurlijk, als het Rijk of de toezichthouder onze gemeente echt kapot zou willen maken, dan kunnen ze dat uiteindelijk. Maar we zijn niet alleen en we hoeven dit niet zomaar te laten gebeuren, bijvoorbeeld door te weigeren om de taken die het Rijk zonder voldoende middelen op ons afgeschoven heeft, te dekken met geld dat we elders nodig hebben en dit dan ook bewust als signaal zo aan te leveren bij de toezichthouder of door juist door te zetten met de investeringen waarvan we allemaal eigenlijk vinden dat ze keihard nodig zijn. Als het afknijpen van kleinere gemeenten zoals de onze wordt doorgezet, moeten we wat GroenLinks betreft op korte termijn serieus in gesprek gaan met Leiden over een fusie, niet alleen omdat we als onderdeel van een grotere gemeente meer middelen per inwoner krijgen, maar ook omdat het grote gemeenten beter lukt om ambtenaren aan te trekken. Dat is allemaal spannend en ongemakkelijk, maar dat is wat "verantwoordelijkheid nemen" voor ons betekent: durven kiezen voor je inwoners, ook als dat moeilijk is. In het noordwesten van Engeland ligt het stadje Preston, ongeveer zo groot als Leiden. Ook zij kregen te maken met opgelegde harde bezuinigingen.
Maar in plaats van daarmee klakkeloos akkoord te gaan, hebben ze alles op alles gezet om het stadje overeind te houden: door privatiseringen te weigeren, door zo veel mogelijk geld in de lokale economie te houden en door juist te investeren in een cultureel centrum dat volledig in publieke handen blijft. Het is bekend komen te staan als "het Prestonmodel". Misschien is het passender om dat gewoon "staan voor je inwoners" te noemen. Daar zouden we als Voorschoten wat ons betreft een voorbeeld aan moeten nemen. Dat zijn wij dit dorp verplicht, want als wij het niet doen, doet niemand het. Mevrouw Van Meenen (VVD): Voorzitter. Dank aan de heer Deuzeman voor zijn inspirerende betoog. Ik ben meer voor het laatstgenoemde Prestonmodel dan voor nadenken over aansluiting
Raadsvergadering 11 juli 2024
7
bij Leiden, zeg ik maar alvast, maar ik herken de lijn dat we zelf onze verantwoordelijkheid moeten nemen en keuzes moeten maken. De Kadernota laat zien dat het college de vurige wens heeft om nog in deze collegeperiode de nodige zaken te realiseren. Daarom heeft het een focus aangegeven op vier prioriteiten: woningbouw, de Kruispuntkerk en realisatie van de Fortgensschool, het sportaccommodatiebeleid ik ga ervan uit dat dat over het realiseren van de nodige accommodaties gaat - en hergebruik van het Ambachts- en Baljuwhuis. Ik ben het ook met de heer Deuzeman eens dat de kaders in de Kadernota nogal ontbreken, maar daar kan je natuurlijk op twee manieren naar kijken. Eén: het college geeft ons geen kaders waar we ja of nee tegen kunnen zeggen. Twee: we kunnen zelf aangeven welke kaders wij van belang vinden. Ik zal proberen om daarvoor een voorzet te geven waar wij hopelijk als raad met elkaar vanavond verder invulling aan kunnen geven en overeenstemming over kunnen bereiken. De ervaring leert dat het vaak lang duurt om zaken te realiseren. De raad wordt vaak verantwoordelijk gehouden voor het niet nemen van besluiten. In deze collegeperiode lijkt het er meer op dat het ons ontbreekt aan zaken waar we besluiten over kunnen nemen.
Daarmee doel ik op concrete zichtbare plannen: wanneer gaat de schop waar in de grond? Positiever geformuleerd: de afgelopen jaren zijn visies geformuleerd, is beleid aangepast en is er gewerkt aan de uitwerking van projecten; nu is het moment gekomen dat die projecten tot uitvoering moeten komen. De raad heeft eerder dit jaar gelukkig een besluit mogen nemen over de integrale herinrichting van Adegeest, een project waar wij en vermoedelijk ook onze inwoners met smart op zaten te wachten en dat het nodige moet gaan betekenen voor het dorp. Dit betekent wel dat er de komende vijf jaar wordt gewerkt aan de verbetering en vernieuwing van de riolering en daarbij aan de verdere inrichting van de wijk. Een miljoenenproject! Op ons aandringen is er na de Sportvisie ook een sportaccommodatiebeleid uitgewerkt, dat het nu mogelijk maakt om het onderhoud van de sportvoorzieningen voortvarend ter hand te nemen met een gelijk speelveld voor alle betrokken sportverenigingen. Dat betekent: als we er nu voor kiezen om een accommodatie aan te pakken, hoeven niet alle andere verenigingen zich af te vragen wanneer zij aan de beurt komen, want dat hebben we met elkaar vastgelegd. Daarnaast is de Centrumvisie uitgewerkt in een uitvoeringsplan. In deze Kadernota liggen ook de investeringen voor de openbare ruimte voor. We kunnen niet wachten tot de eerste uitvoering gaat starten.
Onderweg naar deze uitvoering ligt er nu ook de Kadernota. Zoals gezegd is die vrij ruim van opzet. Met name de lijst met investeringen is vrijwel onmogelijk in de genoemde periode te realiseren, zoals de heer Deuzeman al aangaf, al was het maar omdat dit de schuldquote van Voorschoten bijzonder ongunstig beïnvloedt en omdat de organisatie absoluut niet de menskracht heeft om al deze investeringen uit te voeren, zelfs niet als alle vacatures worden ingevuld. De focus op speerpunten is dus goed maar moet nog veel scherper dan al in de Kadernota wordt gesteld. Bij woningbouw wordt aangegeven dat er extra capaciteit nodig is om ideeën en suggesties voor nieuwe ruimtelijke woningbouwplannen op een constructieve wijze te laten landen in de projectorganisatie. Dan worden er vijf projecten genoemd die nog vrijwel volledig in het ideeënstadium zitten. Als we echt zaken willen realiseren, zullen we ten hoogste één van deze ideeën kunnen oppakken en de rest van de inzet reserveren voor de realisatie van vrijwel uitgewerkte plannen. Daarom dienen we motie 333 in: Focus op inzet wonen. Daarbij roepen we het college op om de aandacht vooral uit te laten gaan naar het uitvoeren of in uitvoering brengen van plannen en niet naar het ophalen van nieuwe ideeën.
We roepen het college op om met de kennis vanuit de organisatie nog meer te focussen op een realistische verwachting over wat er in een jaar gerealiseerd kan worden en daarmee bij het maken van de begroting rekening te houden en zo nodig besparingen te definiëren. Let daarbij ook op de ontwikkeling van de kosten van de organisatie. De motie luidt: "Motie 333. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 11 juli 2024, gehoord de beraadslaging, constaterende dat:
Raadsvergadering 11 juli 2024
8
a. b. c.
het college vier speerpunten heeft benoemd voor 2025; woningbouw het eerste speerpunt is; capaciteitsuitbreiding noodzakelijk is om deze speerpunten te realiseren;
overwegende dat: a. b. c.
om echt zaken te realiseren focus nodig is; extra capaciteit los van de financiën niet zomaar voorhanden is; de gemeente spaarzaam met haar middelen moet omgaan;
van oordeel dat: a. b.
het college zich erop richt, zoals aangegeven onder D1 (blz. 18 Kadernota), dat ideeën en suggesties voor nieuwe ruimtelijke woningbouwplannen op een constructieve wijze moeten landen in de projectorganisatie; de grootste bottleneck niet ligt in het gebrek aan ideeën maar wel in het gebrek aan concreetheid van die ideeën;
roept het college op: 1. 2.
zich te beperken tot inzet voor woningbouwprojecten die welhaast in de realisatiefase zitten; de extra capaciteit van € 250.000 per jaar zoals aangegeven onder D1 daarom in de meerjarenbegroting naar beneden bij te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag." De heer Maassen (SP): Ik heb heel even gewacht, maar ik wil nog even reageren op de zojuist ingediende motie 333, de motie Focus op inzet wonen. De VVD vraagt in die motie om ons alleen in te zetten voor woonprojecten die bijna harde plannen, zo goed als harde plannen, zijn. Heb ik de motie zo goed gelezen, mevrouw Van Meenen? Mevrouw Van Meenen (VVD): Als u daarmee niet de connectie maakt met stenen, dan heeft u de motie goed gelezen. De heer Maassen (SP): Excuus, dit is planologentaal. "Een hard plan" betekent dat het plan bijna gerealiseerd of vastgesteld of bijna vastgesteld is. Dat is lastig, want we moeten niet alleen in 2024 bouwen en ook niet alleen in 2026, maar ook in 2030 en in 2033. Ook in 2040 zijn er nog woningen nodig. Wilt u dat die plannen voor woningen die over vijftien, tien of twintig jaar gerealiseerd moeten worden, nu niet gemaakt kunnen worden, zodat we over vijftien of twintig jaar weer een woningtekort hebben? Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik kan de heer Maassen geruststellen. Het gaat mij er niet om die plannen in het geheel niet te realiseren of om daar niet aan te werken, maar niet aan vijf tegelijk. Ik zou graag wat meer richting uitvoering van plannen gaan dan richting het genereren van nieuwe plannen. Dus jazeker, een kleine focus daarop. "Een kleine"? Een behoorlijke focus op uitvoering.
De heer Maassen (SP): Bij mijn weten heeft elke gemeente een regionale woondeal getekend met de regio en de provincie, waarin afspraken zijn gemaakt over woningbouwplannen op de korte, middellange en langere termijn. Is mevrouw Van Meenen dan van plan om die ondertekende afspraken met de provincie en het Rijk te breken? Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik zou het college in overweging willen geven om daar goede keuzes te maken. Het is eigenlijk precies wat de heer Deuzeman zojuist al aangaf: als wij als gemeente niet de capaciteit hebben omdat we niet de financiering krijgen die we nodig hebben, betekent dat dat wij keuzes moeten maken en daar verantwoordelijkheid voor moeten nemen. De voorzitter: Meneer Maassen, u mag nog één keer, want de eerste vraag was een afstemming over wat "harde plannen" betekent. Dit wordt dus uw derde en laatste interruptie.
Raadsvergadering 11 juli 2024
9
De heer Maassen (SP): Dank u wel, voorzitter; u bent genereus. Het probleem bij het maken van woningbouwplannen is op dit moment niet het geld. We kunnen heel veel gelden van provincie en Rijk krijgen. Het probleem is om mensen te vinden die dat kunnen uitvoeren. Er is dus wel degelijk een probleem, maar dat is niet het probleem dat u benoemt. Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik wil het voor de heer Maassen wel anders benoemen. Het gaat mij erom dat wij de schaarse middelen die we hebben, in dit geval de mensen - dat ben ik helemaal met de heer Maassen eens - niet inzetten op een heel breed palet aan activiteiten, maar dat we ons focussen op de dingen die we wel willen bereiken. Dat is wat ik aangeef. We roepen het college dus op om met de kennis vanuit de organisatie nog meer te focussen op een realistische verwachting over wat er in een jaar gerealiseerd kan worden en daarmee bij het maken van de begroting rekening te houden en zo de nodige besparingen te definiëren. Ik zou ook willen verzoeken om daarbij te letten op de kosten van de organisatie. Van 2023 naar 2024 zijn de kosten van de organisatie al met € 2 miljoen gestegen. Dat kan niet jaar op jaar door blijven gaan als die kosten niet gedekt worden door het Rijk. Aan de andere kant moet ik ook vermelden dat we in de jaarrekening hebben gezien dat we vorig jaar zo'n € 8 miljoen meer hebben uitgegeven dan we hadden begroot.
Een groot deel daarvan komt door extra kosten op het sociaal domein. Daar staan in dat geval gelukkig inkomsten vanuit het Rijk tegenover. Ik kan mij voorstellen dat die extra kosten op het sociaal domein ook effect hebben op de organisatie, want daar moet natuurlijk de nodige uitvoeringskracht tegenaan worden gezet. Gelukkig zijn de € 2 miljoen en de € 5 miljoen zeker gedekt door het Rijk, maar ik denk niet dat we daar ieder jaar op kunnen rekenen. De sleutel tot de besparingen is volgens de VVD vooral gelegen in niet te veel projecten tegelijk oppakken. Wat geldt voor de woningbouw, geldt ook voor de overige investeringsprojecten: geacht college, richt u op een realistische planning van alle investeringen. Het huidige overzicht met de enorme investeringen in de wijk Adegeest bevat daarnaast onder andere een nieuwe gemeentehuis, een sporthal, een nieuwe school, het opknappen van het centrum en de aanpak van de gemeentewerf, en dat alles in vier jaar tijd. We roepen het college op om de investeringen te prioriteren en te faseren, zodat het totaalbedrag aan investeringen behapbaar is voor de organisatie. Het extra inhuren om maar meer projecten te kunnen draaien is geen efficiënte oplossing. We dienen daarom motie 332 in, de motie Realistisch investeren, waarin we het college oproepen om deze fasering aan te brengen.
Wat ons, dus de VVD, betreft gaat de prioriteit uit naar het realiseren van het interieur van de Kruispuntkerk, zodat we het Cultureel Centrum vrij kunnen spelen en een start met de bouw van de Fortgensschool kunnen maken. Daarnaast vinden we dat het hoog tijd wordt om ons centrum aan te pakken, zodat onze economie verder kan bloeien; over het genereren van meer inkomsten gesproken! Kortom, wat de VVD betreft is het komend jaar een jaar van realiseren van oplossingen waar het dorp al zo lang op wacht. Aan de voorbereidingen hoeft het niet meer te liggen. De motie, die mede wordt ingediend door het CDA en Voorschoten Lokaal, luidt: "Motie 332. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d.11 juli 2024, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: a. b. c.
de investeringen opgenomen in hoofdstuk 6 van de Kadernota de jaarlijkse investeringskracht verre te boven gaan; de voorgespiegelde investeringen leiden tot een schuldquote van boven de 130%; de Kadernota 2025 na de daarop volgende raadsinformatiebrief 42 Meicirculaire Gemeentefonds 2024 een reëel structureel saldo laat zien met de volgende tekorten: € 555.000 in 2025, € 873.000 in 2026, € 1.608.000 in 2027 en € 2.064.000 in 2028;
overwegende dat: d. e.
de beelden uit de afgelopen jaarrekeningen het beeld laten zien dat de organisatie gemiddeld rond de € 6 miljoen per jaar kan investeren; om resultaten te kunnen boeken focus gewenst is;
Raadsvergadering 11 juli 2024
10
f.
de organisatie over onvoldoende menskracht beschikt om alle voorgenomen investeringen uit te voeren;
van oordeel dat: g. h. i.
het college gebaat is bij een duidelijke focus vanuit de raad om hen te ondersteunen om resultaten te boeken; investeringen opgenomen in de begroting haalbaar en realistisch moeten zijn; er diverse denkrichtingen verkend moeten worden voor het sluitend krijgen van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028;
roept het college op: 1. 2. 3.
het bedrag aan investeringen te beperken tot een bedrag dat de organisatie jaarlijks kan uitgeven; investeringen te faseren waar zij het jaarlijkse maximum overschrijden; de begroting en meerjarenraming sluitend te krijgen langs de volgende principes: a. ombuigen, waarbij de inzet is om met minder middelen nog steeds vergelijkbare doelen en effecten te bereiken; b. bezuinigingen, waarbij het verminderen van inzet vanuit de gemeente aan de orde is; c. temporiseren, waarbij activiteiten en bijbehorende middelen naar achter worden geschoven om de schaarse middelen beter te verdelen over de jaren en bijvoorbeeld na aflopende afschrijvingstermijnen van eerdere investeringen er weer ruimte komt in de begroting voor nieuwe lasten; d. de basisvoorzieningen zo veel mogelijk in stand te houden;
en gaat over tot de orde van de dag." De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik hoorde mevrouw Van Meenen heel mooie dingen zeggen over daadkracht. Daarbij kunnen we ons alleen maar aansluiten, maar ik hoorde haar ook dingen zeggen over de investeringsplanning. Daarover heb ik in mijn Algemene Beschouwing het een en ander gezegd. Ik hoor "faseren" en "prioriteren", maar is mevrouw Van Meenen het met mij eens dat deze planning heel veel wensdenken bevat? Zou het niet beter zijn om dat wensdenken voor nu gewoon in een lijst te zetten van dingen die we willen doen, die lijst schoon te vegen en alleen die dingen erin te zetten die we daadwerkelijk gaan oppakken? Zou dat de organisatie niet meer helderheid geven? Mevrouw Van Meenen (VVD): Dat ben ik helemaal met de heer Deuzeman eens. Deze lijst met investeringen is in mijn beleving vorig jaar opgenomen in de begroting om inzicht te krijgen in wat we allemaal willen doen. Die lijst is daar heel behulpzaam voor en laat nu ook keurig zien dat we eigenlijk veel te veel tegelijk willen doen. Dus ja, het verdient zeker aanbeveling om nu op te schonen tot wat we echt gaan doen. De heer Deuzeman (GroenLinks): Zouden mevrouw Van Meenen en haar fractie bereid zijn om een concreet voorstel daarvoor te steunen? Mevrouw Van Meenen (VVD): Dat ligt vanzelfsprekend aan het voorstel, maar we kunnen daar zeker over denken.
Mevrouw Schroot (D66): Voorzitter. De Kadernota en de Algemene Beschouwingen zijn hét moment om te reflecteren op jezelf en elkaar. De ambities hebben we in de eerste helft van deze coalitieperiode vastgesteld - sportaccommodaties, centrum, Kruispuntkerk - maar hoe gaan we die vastgestelde plannen realiseren? Die vraag hoorden we ook al bij GroenLinks en de VVD, en dat terwijl daarnaast ook de toenemende jeugd- en Wmo-vraagstukken, het achterstallige riool en het schrijnende woningtekort, net als in heel Nederland, om menskracht en geld schreeuwen. Bij de vaststelling van het coalitieakkoord wist iedereen van de aankomende financiële opgaven en de arbeidsmarktproblematiek. Het is geen verrassing. Deze Kadernota ademt een sfeer van watertrappelen om vandaag maar niet te verdrinken. Het water stijgt, de taken nemen toe en de tijd tikt door. We worstelen met onze blik gefixeerd op de
Raadsvergadering 11 juli 2024
11
rijksvuurtoren. Dit kost bakkenvol energie. Water in ogen hindert het zicht; mond, neus en oren lopen vol. Snakkend naar adem en vragend om begrip rekent het college op steun van de raad, omdat het zo goed kan watertrappelen. Het stellen én beantwoorden van de vraag hoe de situatie waarin we als gemeente twee jaar na de ontvlechting van de WODV zijn beland, uitpakt voor ons dorp - - dus hoe die zelfstandigheid uitpakt voor ons dorp - wordt omzeild in de jaarstukken. We zien groene vinkjes in de jaarrekening, maar we weten allemaal dat het beeld rooskleuriger oogt dan het is. Waar ligt de grens tot waar het nog verantwoord is om te zeggen dat we dit als gemeente allemaal zelf kunnen? Ook binnen D66 zijn de meningen verdeeld en is het toekomstbeeld niet uitgekristalliseerd. De rapporten die Leiderdorp heeft laten maken over fuseren geven bijvoorbeeld niet overtuigend aan dat die keuze een verbetering is. Maar die rapporten zijn opgesteld voordat de covidepidemie de veranderingen in onze samenleving versnelde. Wij vinden het tijd voor een update. Wij hebben als D66 deels ook begrip voor de situatie waarin we als gemeente beland zijn. De wereld is complex en volatiel, maar een watertrappelende toekomst willen wij niet. Bovendien hoef ik niet uit te leggen dat er een moment komt dat een hulpdienst over ons beslist wanneer we uitgeput zijn.
We vinden het hoog tijd om zelf de koers te bepalen wanneer en hoe we ons handelen aanpassen aan de gegeven omstandigheden, zodat we kiezen hoe en wanneer we de gedane beloften realiseren voor onze inwoners en zodat het ons niet overkomt. We moeten strategischer keuzes maken op een abstracter niveau dan de vier in de Kadernota genoemde prioriteiten in 2025. Hoe richten we de minste schade aan in ons dorp? Hoe en wanneer kunnen wij als raad invloed uitoefenen op de keuzes? Waarom liggen die keuzes nu niet voor in de raad? We nodigen raad en college uit om dit reces te gebruiken om een poosje te drijven, te reflecteren en zich te bezinnen op waar we mee bezig zijn en op wat we willen als dorp, als gemeenschap. Dat moeten we doen nu we nog niet uitgeput zijn van het watertrappelen. Bij het college proeven we daar ook iets van door het benoemen van de prioriteiten en er staat ook iets genoemd in het coalitieakkoord, maar de prioriteiten in deze Kadernota gaan eigenlijk over de techniek van het watertrappelen en de kleur van de zwemkleding en niet over de vraag of dit de beste strategie is voor 2025 en verder.
Hoe belangrijk vinden inwoners het AB-huis eigenlijk wanneer ze zorg voor hun gehandicapt kind nodig hebben en hier al een jaar op wachten? Wat doet het met inwoners, ondernemers, sport en cultuur nu we eindelijk plannen hebben vastgesteld maar het volgende college mag zeggen dat we ze niet uit kunnen voeren vanwege een tekort aan betaalbare menskracht en de te lage uitkering uit het Gemeentefonds? Kun je watertrappelend het overzicht houden? Natuurlijk moeten we via de VNG "Help Voorschoten en vergelijkbare gemeenten, want we verdrinken!" roepen naar de rijksoverheid over de algehele uitkeringen en de taakverzwaring voor gemeenten. Daarnaast moeten we de krachten bundelen met andere nadeelgemeenten. Daarom dienen we motie 334 in, die het college oproept bezwaar te maken tegen het exceptionele financiële nadeel en daarbij juridische vervolgstappen te onderzoeken. Maar ondertussen behoudt ons gemeentebestuur de verantwoordelijkheid om watertrappelende inwoners te helpen en een eerlijk perspectief te bieden aan het maatschappelijk middenveld, ook indien bezwaar niet slaagt. De motie, die mede wordt ingediend door GroenLinks en de PvdA, luidt: "Motie 334. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 11 juli 2024, overwegende dat: a. b. c. d. e.
de herverdeling van het Gemeentefonds ons dorp buitengewoon hard raakt; de uitkering uit het Gemeentefonds voor Voorschoten in 2022 € 1.484 per inwoner was en in 2025 daalt tot € 1.446,50; voor de jaren 2026 en verder het Rijk de herverdeling nog niet bepaald heeft; Voorschoten voor de komende jaren rekening moet houden met het maximale herverdeeleffect van -€140 per inwoner, hetgeen circa 10% minder inkomsten uit het Gemeentefonds betekent ten opzichte van 2022; Voorschoten daarmee tot de top 10 behoort van gemeenten die het minste geld ontvangen uit het Gemeentefonds;
Raadsvergadering 11 juli 2024
12
f. g. h.
de dienstverlening aan onze inwoners daarmee zwaar wordt gehinderd en we genoodzaakt zijn om op termijn maatschappelijke voorzieningen te sluiten, minder zorg te bieden aan ouderen en jeugd, veiligheidstaken onvoldoende uit kunnen voeren, enzovoort; de leefbaarheid van ons heerlijke dorp daarmee onacceptabel wordt aangetast; los van politieke kleur het vertrouwen van inwoners in de overheid en politiek hier verder door wordt ondermijnd;
constaterende dat voornamelijk kleinere gemeenten nadeelgemeenten zijn en het voor hen onmogelijk is om als individuele gemeenten effectief voor het belang van hun inwoners op te komen; verzoekt het college: 1. 2.
samen met de andere nadeelgemeenten bezwaar aan te tekenen bij de verantwoordelijke ministeries tegen het exceptionele financiële nadeel als gevolg van de herverdeling van het Gemeentefonds; gezamenlijk met de nadeelgemeenten te onderzoeken welke vervolgstappen mogelijk zijn, waaronder eventuele juridische, om het nadeel tot acceptabele proporties terug te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag." De burgemeester beaamde in de commissie volmondig dat er meer structureel werk is dan onze organisatie aankan. Het vooruitzicht qua arbeidsmarkt stemt niet optimistisch. Wat Prinsjesdag ons gaat brengen is volstrekt onzeker, maar met alle financiële tegenvallers van het Rijk en het voornamelijk met zichzelf bezig zijn in de Tweede Kamer, zijn wij, tegen onze partijnatuur in, minder optimistisch over die reikende hand. Het kan echt nóg vervelender worden en wat doen we dan? Welke basale taken voeren we dan niet meer uit? De heer Deuzeman refereerde daar al aan. Zwembad, bieb en Cultureel Centrum sluiten en de vuilnis nog maar één keer per maand ophalen? De toekomst van mijn dorp en ons dorp zoals die in deze Kadernota voorligt, zal bestaan uit bezuinigen, uit nee zeggen, uit raadsbreed aangenomen plannen uitstellen of helemaal niet uitvoeren, maar hoe of wat is nog volstrekt onduidelijk. Dat komt doordat dit college niet helder aan de raad voorlegt wat de consequenties zijn van een zelfstandig Voorschoten, maar ook doordat de wethouders nog te weinig samenwerken in de Leidse regio. D66 is net als de coalitie voor een zelfstandig Voorschoten, maar niet tot de uiterste prijs. Wat en hoe de prijsgrens luidt en de pijngrens voelt en hoe een andere aanpak eruit kan zien, weten wij ook nog niet.
We waarderen de inspanning van de coalitie om met motie 332 wél een keuze voor te leggen voor onze toekomst. Daar zien we deels een overlap met onze visie. Temporiseren is bijvoorbeeld een goede keuze, maar wat blijft er van ons dorp over als we deze motie uitvoeren? Mevrouw Van Meenen (VVD): Ik ben benieuwd waarop de bewering is gebaseerd dat onze wethouders niet goed samenwerken in de regio. Mevrouw Schroot (D66): Ik was al voorbereid op deze vraag. Ze doen het op zich goed, maar het kan echt veel beter. Bijvoorbeeld op het gebied van toerisme, de buitendiensten of de afvalinzameling zouden we beter samen kunnen werken. Er zijn dus echt kansen waar het beter kan, ook op het punt van de woningbouw. Er zijn echt veel meer kansen dan wat we nu benutten. Mevrouw Van Meenen (VVD): Als we dit dan allemaal verbeteren, hoe ziet u de toekomst dan voor zich? Daar ben ik benieuwd naar. Mevrouw Schroot (D66): Daar ben ik natuurlijk ook reuzebenieuwd naar, maar als we zo doorgaan, zie ik de toekomst een beetje somber in. De enige manier om beter samen te gaan werken, is dus om het beter voor elkaar te krijgen voor onze inwoners. De voorzitter: Mevrouw Van Meenen, de derde en laatste interruptie. Mevrouw Van Meenen (VVD): Leidt dat dan wellicht tot een fusie met de gemeente Leiden, zoals GroenLinks die ook al heeft aangegeven?
Raadsvergadering 11 juli 2024
13
Mevrouw Schroot (D66): Ik heb daarover gezegd dat wij op zich voor een zelfstandig Voorschoten zijn, maar niet tot elke prijs. Wat ons betreft is fusie niet onbespreekbaar of een woord waar we heel erg omheen moeten lopen, maar we moeten wel goed onderzoeken of het nodig is om onze inwoners te kunnen leveren wat ze nodig hebben. De heer Deuzeman (GroenLinks): Ik heb niet gezegd dat wij per se moeten fuseren, maar wel dat we dat moeten gaan doen als onze gemeente steeds verder afgeknepen wordt. Zou dat ongeveer de vlag dekken voor de fractie van D66? Mevrouw Schroot (D66): Dank voor de interruptie, meneer Deuzeman. Dat is inderdaad de vlag die we dekken. We zitten niet vast aan één denkwijze of één oplossing. We moeten juist op zoek gaan naar die oplossing, naar wat het beste is voor onze inwoners. Mevrouw Kortekaas (CDA): Ik heb een vraag naar aanleiding van de eerder ingediende motie. Zij roept ons op om bezwaar te maken tegen de herverdeling van het Gemeentefonds, maar wilt u mij even uitleggen wat u ziet als de rol van de VNG in dezen? Mevrouw Schroot (D66): De VNG moet de belangen behartigen van zowel de nadeel- als de voordeelgemeenten. Ik weet dus niet hoeveel we daarvan kunnen verwachten.
Mevrouw Kortekaas (CDA): Dan wil ik graag van mevrouw Schroot horen welke capaciteit zij nodig denkt te hebben om dit allemaal te gaan doen, want wij zijn ons er allemaal van bewust dat we een tekort aan capaciteit hebben voor allerlei doeleinden en dat we daar heel goede keuzes in moeten maken. Vindt u dat dat uw keus rechtvaardigt? Mevrouw Schroot (D66): We zijn zelf bij de beslissing hoeveel capaciteit we daarvoor vrijmaken. Het gaat juist om het bundelen van die capaciteit, want als we allemaal niks doen, weten we zeker dat we het onderspit delven. D66 kiest ervoor om het VNG-advies te volgen: vooral bezuinigen op medebewindstaken, want dan gaat het Rijk het voelen: begrotingsjaar '25 wel sluitend en de meerjarenbegroting '26-'28 niet sluitend. Elke keuze doet pijn, maar houd oog voor wat we met alle gemeenten gezamenlijk willen bereiken, want Voorschoten is veel te klein voor een individuele koers. D66 wil investeren in cultuur, sport en het centrum, omdat we daarin de meeste autonomie hebben als gemeente. Dat zien we deels terug in de Kadernota, waarin helaas de middelen voor de Kruispuntkerk nog ontbreken. D66 ziet kansen. Samenwerking omdat we het zelfstandig niet redden, is geen nieuw onderwerp. De WODV was geen gelukkig huwelijk met Wassenaar. Nu zijn we weer zelfstandig en is de dienstverlening voor onze inwoners wederom te vaak onvoldoende.
Stichting Rijk voor onze inkoop is een goede stap vooruit, maar is nog niet genoeg. Leiden groeit enorm en heeft een gebrek aan voorzieningen. Wij hebben achterstallige voorzieningen waar Leidenaren ook gebruik van zouden kunnen maken. Ons zwembad ligt bijna op de grens; gebruik dus die mogelijke kans. Er liggen ook kansen - ze zijn klein, maar ze zijn er wel - om gebruik te maken van burgerkracht, bijvoorbeeld gepensioneerden die gemeentelijke taken kunnen uitvoeren, het onderhanden nemen van het Treubplein, waarvoor GroenLinks het voortouw heeft genomen, en de Lions met projecten zoals de educatieve tuin en de natuurspeelplek. Benut alle kansen op meer samenwerking. Scenario's voor onze toekomst hadden wij verwacht in deze Kadernota en we zijn niet de enigen. Wat ons betreft had dit debat daarover moeten gaan. Het is niet eenvoudig om als raad het debat vandaag zonder gedegen studies aan te zwengelen. Daarom dienen wij motie 329 in met de oproep om na het bestuurskrachtonderzoek te onderzoeken welke consequenties ten positieve en welke ten negatieve vastzitten aan het zelfstandig blijven van Voorschoten.
We hebben antwoorden nodig op vragen zoals: wat zijn onze wettelijke taken en voeren we die allemaal uit? Wat vinden wij onze kerntaken als gemeente en hoe kunnen wij die waarmaken? Welke ruimte zit er in het uitvoeren van wettelijke taken? Hoeveel mensen en hoeveel geld zouden we eigenlijk moeten hebben om dat te doen wat nodig is? Hoe kunnen we de diensten bieden die nodig zijn om als gemeenschap fijn te leven? Hoe kunnen we dit allemaal het beste organiseren? Wat voor gemeente willen wij zijn? Wanneer wil het college het debat over dit soort vragen voeren met ons, met alle gekozen vertegenwoordigers? De motie, die mede wordt ingediend door de SP, de PvdA en GroenLinks, luidt:
Raadsvergadering 11 juli 2024
14
"Motie 329. De raad van de gemeente Voorschoten, in vergadering bijeen d.d. 11 juli 2024, overwegende dat: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
er voor ons ambtelijk apparaat structureel meer werk is dan onze organisatie aankan; de dienstverlening aan onze inwoners te allen tijde geborgd moet zijn; in januari 2013 het samenwerkingsverband met Wassenaar, de WODV, is gestart met als beoogd effect: sterker, beter en goedkoper worden; minder kwetsbaarheid, betere dienstverlening en minder meerkosten; de WODV in 2022 is ontbonden omdat de samenwerking in de praktijk onvoldoende voldeed aan de verwachtingen van beide gemeenten; het sinds 2022 zelfstandige Voorschotense ambtelijke apparaat naast de structurele werkzaamheden ook de maatschappelijke opgaven als gevolg van de covidpandemie en (oorlogs)vluchtelingen opvangt en dit een groot beslag legt op de organisatie; separaat in toenemende mate sprake is van een krappe arbeidsmarkt, toename van (wettelijke) taken én ontoereikende financiële middelen uit het Gemeentefonds die dwingen tot bezuinigingen die meer kapot maken dan redelijkerwijs mag worden verwacht; de raad zijn waardering uitspreekt voor de inzet van alle betrokkenen, nu en in het verleden, om de uitdagingen om te komen tot de zelfstandige organisatie tot een goed resultaat te brengen; na het zomerreces het bestuurskrachtonderzoek op de thema's 1. Faciliteren lokale democratie, 2. Organisatiekracht; 3. Besliskracht van het gemeentebestuur en 4.
Regionale Samenwerking wordt gepresenteerd; de onder punt c genoemde wensen onverminderd van kracht zijn;
constaterende dat: j. k.
in de huidige begroting zowel voor 2024 als 2025 een bedrag staat voor bestuurskrachtonderzoek: € 80.000 voor 2024 en € 80.000 voor 2025; financiële middelen nodig zijn om het richtinggevend advies uit het bestuurskrachtonderzoek nader te concretiseren, opdat onze gemeente haar dienstverlening aan inwoners blijft borgen;
verzoekt het college in de begroting 2025 voldoende financiële middelen op te nemen om het richtinggevend advies uit het bestuurskrachtonderzoek nader te concretiseren, opdat onze gemeente haar dienstverlening aan inwoners structureel borgt, en gaat over tot de orde van de dag." Daarna komt nog een hele belangrijke stap, namelijk om onze inzichten met onze inwoners te bespreken en gezamenlijk conclusies te trekken. Participeren en communiceren lukt ons over het algemeen al steeds beter. Toen we onder financieel toezicht stonden, kon ons dorp moeilijke keuzes ook aan dankzij de samenspraak met onze samenleving onder leiding van oud-wethouder Binnendijk. Als raad moeten we breder luisteren dan naar de eigen achterban. De stille stem van inwoners weegt net zo zwaar als die van mensen met een uitgesproken mening. Om een mening te kunnen vormen hebben inwoners objectieve informatie nodig en niet alleen een luidruchtig emotioneel betoog, zoals bij het AB-huis is gebeurd, waardoor we nu met een last worstelen en het pand nog steeds niet wordt gebruikt. Een lang betoog samengevat in enkele zinnen: Het is tijd om met elkaar het gesprek te voeren over de bestuurlijke toekomst van ons dorp, op basis van feiten.
Wij hebben er vertrouwen in dat we door goed samen te werken dit gesprek goed kunnen voeren en we hopen op dezelfde positieve insteek van alle partijen, zowel hier aan tafel als in het dorp. De heer Van Duivendijk (Voorschoten Lokaal): Voorzitter. De behandeling van de Kadernota is zoals bekend een belangrijk moment in het politieke jaar. De Kadernota is een vertaling van de zaken die het college graag geregeld wil hebben met onze gemeentegelden. Zij is een opzet naar de begrotingsvaststelling later dit jaar; daar is al het een en ander over gezegd, in dit geval
Raadsvergadering 11 juli 2024
15
meestal in negatieve zin. Nu is dus het moment om te reflecteren op de strategische keuzes die het college wil maken, zodat we zonder al te veel verrassingen de begrotingsbehandeling in kunnen. Als ik het zo hoor, lijkt dit een utopie, maar we gaan het proberen. Via het landelijke nieuws krijgen wij bijna wekelijks mee dat de gemeentelijke financiën er slecht voor staan als gevolg van het groeiend aantal wettelijke taken die de gemeenten moeten uitvoeren en die in veel gevallen spreekwoordelijk over de schutting zijn gegooid met te weinig financiële middelen in een krappe arbeidsmarkt. Een aantal amendementen en moties van vanavond zoomen hier heel terecht op in. In het licht van deze situatie zien wij als beeld van de afgelopen jaren dat het aandeel wettelijke taken ten opzichte van de niet-wettelijke taken enorm groeit. Zoals het woord "wettelijk" al aangeeft, zijn dit taken die wij als gemeente moeten uitvoeren. Dat moet met een ambtelijke organisatie die onder spanning staat vanwege de eerdergenoemde krappe arbeidsmarkt en die tevens midden in een herstructurering zit vanwege de ontvlechting met Wassenaar. Om te voorkomen dat het college de niet-wettelijke taken uit het oog verliest heeft het heel verstandig een aantal speerpunten geformuleerd die zorgen dat er focus blijft op zaken die de inwoners direct aangaan.