CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland 2019-2020 (incl. aanb. email).pdf

Commissie Mens & Samenleving Voorschoten 14 januari 2021, gemeente voorschotenBij agendapunt: Jaarverslag bureau Leerplicht 2019-202019.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarverslag

Schooljaar 2019-2020

Regionaal Bureau Leerplicht September 2020

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Voorwoord en samenvatting

Voor u ligt het jaarverslag over schooljaar 2019/2020 van het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL). In dit jaarverslag rapporteren zij over de resultaten op het gebied van leerplicht, kwalificatieplicht en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie Voortijdig Schoolverlaten (RMC-functie). Het regionaal uitvoeren van deze taken heeft vele voordelen, zoals eenduidig beleid, hogere kwaliteit, efficiency, schaalvoordelen en makkelijk samenwerken met andere regionaal georganiseerde partners zoals scholen. Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs en moeten de kans krijgen zich te ontwikkelen om een positieve basis te leggen voor hun toekomst. Door zich te ontplooien en onderwijs te volgen, worden zij toegerust om deel te nemen aan de samenleving en vergroten zij de kans op een arbeidsplek die aansluit bij hun talenten en interesses. Medewerkers van het RBL zetten zich elke dag met hart en ziel in om thuiszitten tegen te gaan, schooluitval te voorkomen en jongeren te begeleiden naar een positieve, zelfstandige toekomst. Dit doen zij samen met jongeren, ouders, onderwijs, jeugdhulp en andere relevante partijen. Hierin is maatwerk essentieel. Elke jongere heeft zijn of haar eigen verhaal. De oplossing die voor de ene jongere passend is, is dat niet altijd voor de ander.

Natuurlijk is het RBL bij het behalen van deze doelen afhankelijk van de jongere zelf, ouders en netwerkpartners. Door de Corona-crisis is het schooljaar allerminst standaard geweest. Het RBL heeft wendbaar ingespeeld op de veranderende wensen van scholen en de maatschappij, door alle jongeren die ‘buiten beeld’ dreigden te raken op te sporen, als het moest door middel van straatbezoeken. De samenwerking tussen scholen, RBL en Jeugd- en Gezinsteams (JGT’s) hierin verliep voorspoedig. Het RBL is constant in ontwikkeling. Vanaf 2019-2020 is de werkwijze rondom thuiszitters geïntensiveerd. Hierdoor kunnen wij u in dit jaarverslag voor het eerst een compleet beeld van het aantal thuiszitters in uw gemeenten laten zien. Ook aan de ingezette pilots op het gebied van 18plus verzuim kunt u zien dat het RBL continu werkt aan ontwikkeling en verbetering, met als doel steeds meer jongeren uit onze regio een goede toekomst te bieden. In dit jaarverslag geeft het RBL inzicht in de belangrijkste cijfers en trends op het gebied van thuiszitters, voortijdig schoolverlaten en verzuim in uw gemeenten. Het doet mij deugd dat thuiszitters en VSV’ers elk jaar beter in beeld zijn bij het RBL en dat het stukje bij beetje vaker lukt om kinderen en jongeren terug naar school of een andere zinvolle dagbesteding te leiden – alhoewel de uitdagingen groot blijven.

Het dalende aantal verzuimmeldingen in het voortgezet onderwijs, het stijgende aantal trajecten en de dalende verzuimrecidive vind ik eveneens hoopvol. In het jaarverslag vindt u de duiding bij deze en andere ontwikkelingen en de voornemens en acties die het RBL eraan koppelt. Tevens zijn wij zo vrij u enkele adviezen mee te geven. Ik ga ervan uit dat dit jaarverslag u een goed inzicht geeft in de activiteiten van het RBL en de resultaten die hiermee bereikt zijn.

Fred van Trigt Lid Dagelijks Bestuur Holland Rijnland Portefeuillehouder voor het Regionaal Bureau Leerplicht

2

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Inhoudsopgave Voorwoord en samenvatting ........................................................................................................................................................ 2 Inleiding: missie van het RBL ...................................................................................................................................................... 4 Doelstelling 1 – Wij dragen bij aan het terugdringen van thuiszitten ............................................................................................ 5 1.1 – Inleiding en definities...................................................................................................................................................... 5 1.2 – Samenvatting: 508 kinderen in onze gemeenten zaten afgelopen schooljaar langer dan drie maanden thuis................. 6 1.3 – Thuiszitters mét een schoolinschrijving .......................................................................................................................... 8 1.3.1 – 146 op een school ingeschreven kinderen gingen langer dan 3 maanden helemaal niet naar school ..................... 8 1.3.2 – Veel thuiszitters met schoolinschrijving hebben wel zinvolle dagbesteding .............................................................

9 1.3.3 – Procesregie RBL lijkt voorzichtig vruchten af te werpen ........................................................................................ 10 1.3.4 – Preventie is essentieel bij tegengaan van thuiszitten ............................................................................................ 10 1.3.5 – Impact van Corona op langdurig verzuimers ......................................................................................................... 11 1.4 – Leerplichtige thuiszitters zonder schoolinschrijving....................................................................................................... 12 1.4.1 – Ruim de helft van langdurig absoluut verzuimers is afkomstig van mbo ................................................................ 12 1.4.2 – Iets minder langdurig absoluut verzuimers vanuit PO, VO, of zonder eerdere inschrijving .................................... 13 1.4.3 – Iets minder meldingen, relatief vaker (terug) naar school ...................................................................................... 16 1.5 – Thuiszitters zonder leerplicht ........................................................................................................................................

17 1.5.1 – 184 kinderen met een vrijstellingen 5 onder A....................................................................................................... 17 Doelstelling 2 – Wij dragen bij aan het tegengaan van VSV ...................................................................................................... 19 2.1 – VSV-aanpak gezamenlijk, in dit verslag focus op inzet RBL ......................................................................................... 19 2.2 – Grootste deel VSV’ers in beeld .................................................................................................................................... 20 2.2.1 – Aandeel bereikte nieuwe uitvallers door Corona licht gedaald, van 85 naar 79% .................................................. 20 2.2.2 – Meest genoemde oorzaak van uitval: verkeerde opleidingskeuze ......................................................................... 21 2.2.3 – Percentage bereikte oud-VSV’ers verder gestegen van 41% naar 53%, ondanks Corona .................................... 22 2.3 – Dagbesteding VSV’ers: merendeel is naar tevredenheid aan het werk ......................................................................... 23 2.3.1 – In alle gemeenten stijgt het aantal VSV’ers zonder werk .......................................................................................

23 2.4 – Meer begeleidingstrajecten door het RBL..................................................................................................................... 25 2.4.1 – Aantal begeleidingstrajecten gestegen ................................................................................................................. 25 2.4.2 – RBL helpt meer VSV’ers aan onderwijsplek of werk.............................................................................................. 27 2.5 – Alle Praktijk- en Speciaal onderwijsjongeren blijven in beeld ........................................................................................ 28 Doelstelling 3 – We dragen bij aan het terugdringen van verzuimrecidive.................................................................................. 29 3.1 – Inleiding – Rol RBL bij verzuim..................................................................................................................................... 29 3.2 – Sterke impact Corona op schoolverzuim ...................................................................................................................... 30 3.2.1 – Aantal verzuimmeldingen daalt door Corona ........................................................................................................

30 3.2.2 – Tijdens Corona-periode bereikt het RBL jongeren buiten beeld ............................................................................ 30 3.3 – Tot en met februari: minder verzuim op V(S)O, ruwweg evenveel op mbo ................................................................... 31 3.3.1 – Verschillen in verzuim tussen gemeenten ............................................................................................................. 31 3.3.2 – Verzuimrecidive daalt ........................................................................................................................................... 32 3.3.3 – Corona versterkt band RBL met PO...................................................................................................................... 33 3.3.4 – Voortgezet Onderwijs meldt flink minder verzuim .................................................................................................. 34 3.3.5 – MBO 18-min: meer verzuim gemeld, slechts een deel opgepakt ........................................................................... 36 3.3.6 – MBO 18-plus: Meer meldingen voor minder jongeren ...........................................................................................

37 3.3.7 – 18-plus verzuimaanpak in ontwikkeling ................................................................................................................. 38

3

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Inleiding: missie van het RBL

Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. Door het volgen van onderwijs kunnen jeugdigen zich ontplooien en ontwikkelen. Door het behalen van een startkwalificatie voldoen zij aan het minimale niveau dat nodig is om een goede kans te maken op de arbeidsmarkt en mee te doen in de samenleving. De missie van het RBL is het waarborgen van het recht op onderwijs van 5- tot 23jarigen. Onze primaire inzet is dat alle jongeren tussen de 5 en 23 jaar die daartoe in staat zijn, onderwijs volgen tot zij een startkwalificatie hebben behaald. Wanneer dat op geen enkele manier haalbaar is, helpen we jongeren op andere manieren – richting werk, zorg of dagbesteding. Wanneer het recht op onderwijs in het gedrang komt, heeft het RBL bovendien een belangrijke signaalfunctie richting scholen en andere partners. De juridische kaders waarbinnen het Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland (RBL) opereert zijn de Leerplichtwet (voor minderjarigen) en de RMC-wetgeving (voor meerderjarigen): Leerplichtwet Alle kinderen in de leeftijd van 5 tot en met 15 jaar die in Nederland wonen, zijn leerplichtig. Zij moeten ingeschreven zijn op een school en onderwijs volgen op de school waar ze staan ingeschreven. De leerplicht duurt tot en met het einde van het schooljaar waarin het kind 16 jaar wordt.

Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht verlengd tot de dag dat de leerling een startkwalificatie heeft gehaald, of tot de dag waarop de leerling 18 jaar wordt. Een startkwalificatie is (minimaal) een vwodiploma, havo-diploma of een mbo-diploma op niveau 2 of hoger. RMC-wetgeving Naast de leerplichtwet voert het RBL de RMC-functie uit. Deze staat voor ‘Regionale Meld- en Coördinatiefunctie’ voortijdig schoolverlaten. Het betreft hier jongeren van 18 tot 23 jaar. Doel van de RMC-wetgeving is het scheppen van voorwaarden voor jongeren om de voor hen hoogst haalbare en meest passende onderwijs- en/of arbeidsmarktpositie te bereiken. De RMC-functie omvat drie taken: • Zorgdragen voor goede registratie van alle jongeren tussen 18 en 23 jaar die niet op school zitten en nog geen startkwalificatie behaald hebben. • In beeld brengen en begeleiden van jongeren die zijn uitgevallen, gericht op terugleiden naar school, werk of een combinatie daarvan. • Coördineren en initiëren van samenwerking tussen partijen die te maken hebben met deze jongeren en het onderhouden van dit netwerk. Leeswijzer In dit jaarverslag rapporteert het RBL over haar inzet in schooljaar 2019-2020. Het verslag is gestructureerd langs drie doelstellingen. We rapporteren hierbij over onze inzet en geven de belangrijkste trends in de regio en in uw gemeente weer. 1.

Wij dragen bij aan het terugdringen van thuiszitten 2. Wij dragen bij aan het tegengaan van voortijdig schoolverlaten (vsv) 3. Wij dragen bij aan het terugdringen van de verzuimrecidive (= terugkerend ongeoorloofd schoolverzuim) Het RBL kan deze doelstellingen niet alleen realiseren. Individuele gemeenten, scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden dragen deze verantwoordelijkheid gezamenlijk met het RBL. Vanzelfsprekend spelen ouders en kinderen zelf hier ook een grote rol, evenals Jeugd en Gezinsteams (JGT’s), de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en soms de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) of andere betrokken jeugdhulp-organisaties.

4

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Doelstelling 1 – Wij dragen bij aan het terugdringen van thuiszitten 1.1 – Inleiding en definities

Het RBL definieert ‘thuiszitters’ als ‘kinderen tussen de 5 en 18 jaar zonder startkwalificatie die langer dan drie maanden1 helemaal niet naar school gaan’. Deze groep thuiszitters bestaat uit een aantal deelgroepen. Het zijn kinderen… -

mét een schoolinschrijving, die 0% onderwijs volgen2 zónder schoolinschrijving (wel leerplichtig), met een laatste inschrijving op een PO, S(B)O of V(S)O-school, of zonder eerdere schoolinschrijving in Nederland zónder schoolinschrijving (wel leerplichtig), met een laatste inschrijving op het MBO zonder schoolinschrijving, met een leerplichtvrijstelling vanwege psychische of medische oorzaken (vrijstelling 5 onder a)

Vrijwel alle thuiszitters mét een schoolinschrijving zijn kinderen die langdurig ziek gemeld staan of om andere redenen als ‘geoorloofd afwezig’ worden gezien door de scholen waarop ze zitten. Met behulp van de goede samenwerking met scholen in de regio is in dit jaarverslag voor het eerst een vrij nauwkeurig beeld te presenteren over deze groep3. Het RBL kiest er bewust voor om ook kinderen met een vrijstelling ‘5 onder A’ tot de thuiszitters te rekenen. Het zijn kinderen die wel recht hebben op onderwijs, maar dit niet kunnen verwezenlijken. Door ze wel mee te tellen en in beeld te houden creëren wij bij onszelf en bij partners urgentie om ook voor deze kinderen te blijven zoeken naar mogelijkheden voor onderwijs, waar dat passend is 4. Daarbij bestaat er in de praktijk soms weinig verschil tussen de problematiek van jongeren met verschillende doelgroep-labels. Zo zitten er bij Cardea Dagopvang leerplichtige kinderen mét een schoolinschrijving, zonder schoolinschrijving én kinderen met een vrijstelling. Hun problematiek is echter vergelijkbaar. Op 6 maart 2019 bogen wethouders en onderwijsbestuurders zich over de ‘vertreknotitie’ tijdens een themasessie onderwijs-jeugdhulp op het gemeentehuis in Oegstgeest. In die notitie legden gemeenten en onderwijs een gezamenlijke visie neer voor de samenwerking onderwijs/jeugdhulp en het tegengaan van thuiszitten in de komende jaren.

Eén van de ambities is het intensiveren van de thuiszittersaanpak in de regio: (p5 vertreknotitie): ‘...hiertoe verbreden we de aanpak van thuiszitters (= langdurig ongeoorloofd verzuimers) naar risicoleerlingen (= langdurig geoorloofd verzuimers). Deze kinderen zitten namelijk ook thuis. We brengen deze groep beter in kaart.’ Het RBL ziet het als haar taak5 om in samenwerking met scholen, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden een helder totaalbeeld te creëren van alle kinderen die langdurig niet naar school gaan. Doel van de opdracht is tweeledig: op casusniveau borgen dat er meer regie is en zo meer voortgang bereiken, en op beleidsniveau sturingsinformatie genereren.

1 Deze grens van drie maanden wordt in het thuiszitterspact expliciet genoemd. Veel langdurig

verzuim dat korter is dan drie maanden betreft administratief, niet problematisch langdurig verzuim. 2 Langdurig geoorloofd verzuim wordt alleen geregistreerd voor het PO en VO. Op het MBO wordt dit (nog) niet gedeeld met het RBL. 3 Met het MBO zijn nog geen afspraken gemaakt om langdurig geoorloofd verzuim van 18minners structureel te registreren en te delen met het RBL Ook enkele VO-scholen in de Duin- en Bollenstreek leveren helaas geen gegevens aan. 4 Het aantal vrijstellingen 5 onder A is in het laatste decennium landelijk sterk opgelopen. Zie bijvoorbeeld http://www.autipassendonderwijsutrecht.nl/vrijstellingen5a. 5 Al voor de vertreknotitie heeft het PHO het RBL de opdracht gegeven om regie te borgen bij langdurig ongeoorloofd en geoorloofd verzuim. In het OOGO van de Leidse regio is de opdracht om alle kinderen in kaart te brengen in mei 2019 formeel gegeven aan het RBL. 5

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Het aantal thuiszitters is op twee manieren weer te geven. Enerzijds door te kijken naar het actuele aantal thuiszitters op een peildatum. Anderzijds door te kijken naar hoeveel kinderen er ergens in het afgelopen schooljaar thuis hebben gezeten. Het RBL kiest met ingang van dit jaarverslag voor de laatste invalshoek. Het doel is immers dat geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit, in welke periode van het schooljaar dan ook. Hierbij ligt de focus op kinderen in het PO, S(B)O of V(S)O. 6

1.2 – Samenvatting: 508 kinderen in onze gemeenten zaten afgelopen schooljaar langer dan drie maanden thuis.

508 kinderen onder de 18 jaar gingen vorig schooljaar een periode van drie maanden of langer niet naar school.7 Omdat het RBL pas sinds afgelopen schooljaar het langdurig geoorloofd verzuim van kinderen mét een schoolinschrijving goed in beeld heeft, is het lastig te zeggen of het totale aantal thuiszitters de afgelopen jaren is gestegen of gedaald.8 De groep leerplichtige thuiszitters zonder schoolinschrijving, afkomstig van het MBO, is als gevolg van administratieve oorzaken toegenomen. 9 De andere twee groepen bleven min of meer stabiel.

Vorig schooljaar gingen 508 kinderen een periode van drie maanden of langer niet naar school Aantal thuiszitters, per type 600 500 400 300 200 100 0

184 210

180

64 48 4 2017-2018

85 68 3 2018-2019

83 95 146 2019-2020

Geen leerplicht, geen schoolinschrijving (vrijstelling 5 onder A) Wel leerplicht, geen schoolinschrijving (geen laatste school of laatste school PO of VO) Wel leerplicht, geen schoolinschrijving (laatste school MBO of VAVO) Thuiszitters met schoolinschrijving

Advies aan gemeenten: Het afspreken van een concrete reductie-doelstelling in de OOGO’s creëert mogelijk nóg meer gezamenlijkheid en urgentie bij het terugdringen van het aantal thuiszitters.

6 Voor ‘thuiszitters’ vanuit het mbo is het drie maanden criterium niet goed bruikbaar, zie verder

hoofdstuk 1.4.1 7 Vanaf maart zaten logischerwijs (bijna) alle kinderen ‘thuis’ vanwege de sluiting van de scholen. Vanzelfsprekend worden deze kinderen hierin niet meegerekend. 8 Helaas is er op dit moment nog geen vergelijking te maken met andere gemeenten in Nederland. Vergelijkingswebsites zoals ‘waar staat je gemeente.nl’ bieden hier geen soelaas. Niet alleen zijn de data oud, ook hanteren gemeenten verschillende definities bij de opgave van hun cijfers. 9 In het mbo komt het vaak voor dat het RBL het absoluut verzuim gedoogt (zie ook 1.4.1). Voorheen sloten we in deze situaties het verzuim af met een zogenaamde ‘toestemming’. Dat doen we met ingang van afgelopen schooljaar bewust niet meer. Wel willen we de jongere graag blijven volgen en monitoren. Dit heeft als gevolg dat het aantal casussen waarbij de verzuimduur de drie maanden overstijgt, oploopt. 6

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Meeste thuiszitters wonen in Leiden, Katwijk en Noordwijk Langer dan 3 maanden niet naar school in 2019-2020 Zoeterwoude Voorschoten Teylingen Oegstgeest Noordwijk Lisse Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en Braassem Hillegom 0

20

40

60

80

100

120

140

Thuiszitters met schoolinschrijving Wel leerplicht, geen schoolinschrijving (laatste school MBO of VAVO) Wel leerplicht, geen schoolinschrijving (geen laatste school of laatste school PO of VO) Geen leerplicht, geen schoolinschrijving (vrijstelling 5 onder A)

Gelukkig ging 99,1% van de kinderen zonder startkwalificatie in de RBL-regio volledig – of deels – naar school. 0,9% van de kinderen zat vorig jaar minimaal drie maanden thuis. Afgezet tegen het aantal kinderen woonachtig in de gemeente, springt Zoeterwoude eruit. Dat daar veel thuiszitters wonen komt door Swetterhage, waar veel kinderen met een verstandelijke beperking, moeilijk verstaanbaar gedrag en psychiatrische problematiek wonen. Datzelfde geldt in mindere mate voor Noordwijk (de Zeester). In Oegstgeest was het aandeel thuiszitters beperkt. De verschillen tussen de overige gemeenten zijn relatief klein.

0,9% van de kinderen zit thuis Thuiszitters, als % van totaal aantal kinderen in de gemeente RBL regio Zoeterwoude Voorschoten Teylingen Oegstgeest Noordwijk Lisse Leiderdorp Leiden Katwijk Kaag en Braassem Hillegom 0,0%

0,9%

0,4%

0,8% 0,7% 0,9% 0,9% 0,8% 0,7% 0,5%

2,5%

0,7% 0,6%

1,0%

1,2%

1,5%

2,0%

2,5%

3,0%

Nu we alle thuiszitters voor het eerst redelijk goed in beeld hebben, is de volgende stap te onderzoeken wat ze nodig hebben om wél onderwijs te kunnen volgen. Onder welke voorwaarden zouden ze onderwijs kunnen volgen? Zijn er bepaalde ‘groepen’ te identificeren van thuiszitters die een soortgelijke vraag hebben? Naast hier goede kwantitatieve data over te verzamelen (registreren oorzaak, dagbesteding, etc.) overwegen we volgend schooljaar ook een kwalitatief onderzoek te starten om deze vragen te beantwoorden. Vanzelfsprekend worden uitkomsten met gemeenten en scholen besproken en eventuele vervolgstappen in gezamenlijkheid ontwikkeld. 7

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.3 – Thuiszitters mét een schoolinschrijving 1.3.1 – 146 op een school ingeschreven kinderen gingen langer dan 3 maanden helemaal niet naar school

Vanaf afgelopen schooljaar voert het RBL minimaal één keer per twee maanden met alle VO-scholen het gesprek over leerlingen die geen volledig onderwijs volgen. Ook alle PO-scholen is gevraagd om – wanneer het speelt – langdurig verzuimers10 te melden bij het RBL. Met die scholen wordt vervolgens ook regelmatig contact gezocht, bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse schoolbezoeken. In deze gesprekken wordt duidelijk wat de oorzaak is van het langdurig verzuim, wat de huidige dagbesteding is, hoeveel onderwijs het kind nog volgt, etc. Ook wordt expliciet stilgestaan bij de vraag of – en vanuit welke ketenpartner - de regie is belegd. Het is namelijk essentieel dat er een partij is die zich verantwoordelijk voelt voor de voortgang in de casus. Meestal is dat de school, maar vooral wanneer het kind al langer thuiszit, is dit de JGT’er of de hulpverlener. Ook de JGZ kan de regie hebben. Als RBL zien we er altijd op toe dat er regie is. Indien deze ontbreekt en de casus stagneert, pakken we deze rol zelf op. Op deze manier heeft het RBL vanaf dit schooljaar voor het eerst een robuuste registratie opgezet van langdurig verzuimers mét een schoolinschrijving.

Hieruit blijkt dat 146 op een school ingeschreven kinderen uit de 11 RBL-gemeenten in het afgelopen schooljaar langer dan drie maanden helemaal niet naar school gingen, of nog altijd niet gaan.11 Het grootste deel van hen is ingeschreven op een school voor voortgezet of voortgezet speciaal Onderwijs:

Niet naar school: meestal door psychische oorzaken Thuiszitters met schoolinschrijving, naar oorzaak en schooltype PRO VSO VWO HAVO VMBO S(B)O Basisonderwijs 0

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

Geen (overeenstemming over) passende onderwijsplek Kan nu geen onderwijs volgen: fysieke problemen Kan nu geen onderwijs volgen: psychische problemen Leerling wil niet naar school Wel overeenstemming maar wachtlijst passend onderw

De oorzaak van het thuiszitten ligt vrijwel altijd in psychische problematiek. Kinderen kampen bijvoorbeeld met internaliserende problematiek (angst, depressie, anorexia, autisme) of juist met externaliserende problematiek (ADHD, gedragsproblematiek), waardoor functioneren in een schoolsetting bemoeilijkt wordt. Ook hoogbegaafdheid/hoog-sensitiviteit kan een belangrijke oorzaak 10 Onder langdurig verzuimers vallen niet alleen thuiszitters (=geen onderwijs), maar ook kinderen die

langdurig slechts een deel van het onderwijs volgen. 11 Hiernaast waren er ook nog 64 kinderen die wel naar school gaan maar minder dan 50% van de onderwijstijd volgden. Deze kinderen worden niet als ‘thuiszitter’ geteld.

8

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

zijn dat kinderen niet mee kunnen in het klassikale onderwijs. Vanaf dit schooljaar zal het RBL de oorzaak ‘psychische problematiek’ verder onderverdelen, om op die manier nog meer grip te krijgen op de redenen van het thuiszitten. Soms zit een kind thuis, omdat de school van inschrijving niet passend is. Er is wel een andere passende school – bijvoorbeeld in het SO of VSO – maar daar is geen plek. Het kan ook voorkomen dat kinderen thuiszitten omdat er simpelweg geen passende onderwijsplek is. Het gebeurt bijvoorbeeld dat kinderen ook op het SO of VSO niet mee kunnen. Zij hebben baat bij nog meer persoonlijke aandacht, in een traject waar naast onderwijs ook zorg wordt geboden. Tot slot komt het in een enkel geval voor dat een schoolbestuur een bepaalde school passend vindt, maar ouders het daar niet mee eens zijn.

1.3.2 – Veel thuiszitters met schoolinschrijving hebben wel zinvolle dagbesteding

We spreken over ‘thuiszitters’ wanneer een kind helemaal geen onderwijs volgt. Dit roept wellicht een beeld op van kinderen die de hele dag thuis ‘op de bank zitten’. Veel thuiszitters met een schoolinschrijving hebben echter een zinvolle dagbesteding. Soms gaan kinderen uren of hele dagen naar een zorginstelling. Sommigen krijgen ‘thuisonderwijs’ van hun ouders, soms op basis van onlinepakketten, gefinancierd door de school. Waar scholen soms mee worstelen, is dat ze niet weten wat ze mogen verwachten van kinderen in een zorgtraject. Ze hebben behoefte aan een inschatting vande belastbaarheid van de kinderen. Hoeveel dagen of dagdelen zou een kind – realistisch gezien – naar school kunnen? De samenwerking met zorgpartners loopt hierbij nog niet altijd vlekkeloos. Wij ontvangen signalen van scholen dat zorginstellingen soms moeilijk te bereiken zijn, en zich bovendien terughoudend opstellen met het afgeven van een belastbaarheidsindicatie, ook vanwege privacyoverwegingen. Wat zou helpen, is dat het zorgplan en het ‘terug naar school’-plan (OPP) altijd worden geïntegreerd. Een klein aantal thuiszitters met een schoolinschrijving (zo’n 10%) krijgt geen passende zorg, omdat ze op een wachtlijst voor (jeugd-)hulp staan. Hiermee is het risico reëel dat de problematiek verergert en de afstand tot het onderwijs alleen maar toeneemt. 12 Uit eindevaluatie passend onderwijs13, blz.

67: “Volgens directeuren van samenwerkingsverbanden, schoolleiders, intern begeleiders, ondersteuningscoördinatoren en leraren, zijn er specifieke groepen leerlingen waarvoor het aanbod vaak nog te beperkt is: • Leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen of een combinatie van een lichte verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen • Hoogbegaafde leerlingen met gedrags- en/of communicatieproblemen en/of een stoornis in het autismespectrum • Leerlingen met (ernstige) psychiatrische problematiek en ondersteuning vanuit de jeugd-ggz, en leerlingen in crisisvoorzieningen Voor alle specifieke groepen leerlingen geldt dat het in het voortgezet onderwijs lastiger is om passend onderwijs te bieden dan in het primair onderwijs.”

12 Het is de vraag of wachtlijstproblematiek echt maar bij 10% van deze groep een rol speelt. Uit het

veld horen wij andere geluiden. Mogelijk dat veel van deze kinderen wel overbruggingszorg krijgen en daarom op een andere manier worden geregistreerd door onze consulenten. 13 Zie voor het hele rapport: https://evaluatiepassendonderwijs.nl/onderzoek/eindrapport-evaluatiepassend-onderwijs/ 9

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.3.3 – Procesregie RBL lijkt voorzichtig vruchten af te werpen

Eén van de redenen die maken dat thuiszitten soms lang duurt, is dat er geen duidelijke regiehouder is over het proces om terug te werken naar school. Daarom hebben gemeenten het RBL de opdracht verstrekt14 om de procesregie over een casus te nemen, wanneer er geen duidelijke regiehouder is en/of het proces stagneert. Het afgelopen schooljaar heeft het RBL de regie gevoerd in 16 casussen van thuiszitters mét een schoolinschrijving. In 5 van deze gevallen (30%) lukte het om de leerling terug te leiden naar school. Bij casussen waarin andere partijen de regie voeren lag dat aandeel op 11%.

Procesregie RBL: 5 van de 16 kinderen terug naar school Thuiszitters met een schoolinschrijving, naar status 100%

2 2 7 1 2

1

90%

Verzuim afgehandeld: verhuisd

80% 70% 60%

Verzuim afgehandeld: Vrijstelling

Verzuim afgehandeld: leeftijdsgrens bereikt

10 97

50%

Verzuim afgehandeld: Absoluut verzuim

40%

Risicoleerling afgehandeld: geen info school meer

30%

Proces staat open

20%

Verzuim afgehandeld: weer naar school

5

10% 0%

14 Regie ligt bij RBL

Regie ligt bij school, JGT of andere partij

Hallo Marie-Louise (consulent leerplicht), Met dank voor het gesprek van zojuist! E. noemde het al even en ik deel ook haar ervaringen ten aanzien van jouw inzet en regie en de veranderende rol van de ‘leerplichtambtenaar’. Fijn dat hij naar Kleen15 kan. Dan zien we hem vast nog een keer terug richting een vorm van onderwijs.

1.3.4 – Preventie is essentieel bij tegengaan van thuiszitten

Als kinderen thuis komen te zitten is de weg terug naar volledig onderwijs vaak een hele lastige. Nog geen 15% van de door ons geregistreerde thuiszitters met een schoolinschrijving hervatte het afgelopen schooljaar volledig onderwijs. Juist daarom is preventie van thuiszitten zo ontzettend belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld door: -

-

Snel doorverwijzen naar jeugdhulp bij beginnende problematiek: hiertoe is het van belang dat de lijnen tussen school en toegang (nu: JGT) kort zijn. Op scholen waar relatief veel ‘problematiek’ is, is de JGT’er idealiter één of meerdere dagdelen aanwezig. Ook is het type JGT’er afgestemd op het type problematiek op de school. Vroegtijdig hulp kunnen verlenen op de school zelf: Binnen de regio wordt al geëxperimenteerd met de inzet van beschikkingsvrije jeugdhulp op school: één of meerdere jeugdhulpprofessionals kunnen preventief hulp verlenen. Bijkomend voordeel is de kennisoverdracht van de jeugdhulpprofessional(s) richting de onderwijsteams.

14 PHO-Maatschappij juli 2018

15 Ter info: https://www.kleen4care.nl/

10

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Het RBL heeft gemeenten geadviseerd om meer gebruik te maken van data om deze twee ontwikkelingen te kunnen sturen. Door een koppeling te maken van jeugdhulp- (zowel PGB als in natura) en onderwijs-data is bijvoorbeeld meer te zeggen over welk type problematiek er op welke school speelt. Dit kan helpen te bepalen welke JGT en jeugdhulpinzet wenselijk is. Ook kunnen gemeenten monitoren of er een verband is tussen de inzet van beschikkingsvrije jeugdhulp op scholen en de ontwikkeling van de totale jeugdhulpvraag (en budget-uitnutting!) van kinderen op die scholen. Daarnaast is met de datakoppeling te monitoren of er een verband bestaat tussen de beschikkingsvrije inzet van jeugdhulp op scholen en het aantal thuiszitters op en afkomstig van die scholen. Adviezen aan gemeenten: - Faciliteer en gebruik een periodieke datakoppeling van onderwijs- en jeugdhulpdata, om zo te kunnen monitoren wat het effect is van ‘preventieve inzet van jeugdhulp op school’ op het aantal thuiszitters (en het jeugdhulpbudget) - Overweeg de fysieke aanwezigheid van JGT’ers voor één of meerdere dagdelen, op scholen waar relatief veel ‘problematiek’ is (ook regulier onderwijs). Stem hierbij het type JGT’er af op het type problematiek op die school (volgend uit de data-koppeling).

- Leg in de afspraken/contracten met zorgaanbieders vast dat ze in het zorgplan altijd integreren op welke manier wordt gewerkt aan teruggang naar school. Integreer dit zorgplan altijd met het ‘terug naar school’ plan (OPP). Leg ook vast dat ze op verzoek van scholen een inschatting maken van de belastbaarheid van het kind.

1.3.5 – Impact van Corona op langdurig verzuimers

Nadat in maart het besluit viel om de scholen te sluiten vanwege Covid19, hebben scholen in een kort tijdsbestek ‘onderwijs op afstand’ vormgegeven. Gelukkig hebben veel scholen hun ‘thuiszitters’ hierbij niet over het hoofd gezien. Op deze manier werd aan naar schatting 50 tot 70 kinderen, die vóór Corona niet of nauwelijks onderwijs volgden, nu digitaal onderwijs aangeboden 16. Dat is ontzettend mooi nieuws voor deze kinderen en hun ouders. Nu het fysieke onderwijs weer opstart is het risico aanwezig dat scholen een stap terug zullen doen met het aanbieden van het digitale onderwijs aan hun thuiszitters. Als RBL hebben we hoopvolle signalen ontvangen van scholen die hiermee door willen gaan. Maar daarnaast ontvangen we ook signalen dat scholen hiermee zullen stoppen. Ze hebben immers beperkte middelen. Het is van belang dat samenwerkingsverbanden, scholen en gemeenten samen borgen dat het onderwijs op afstand voor deze groep gecontinueerd wordt. Dit is voor deze kinderen een enorme kans om hun recht op onderwijs te kunnen verzilveren. Vanzelfsprekend is hierbij uiteindelijk het doel om in kleine stappen terug te werken naar fysiek onderwijs in de school. De verdere impact van Corona op het aantal thuiszitters is lastig in te schatten.

Wanneer scholen langer (MBO) of opnieuw (PO en VO) fysiek de deuren sluiten zou dat ertoe kunnen leiden dat kinderen uitvallen wanneer het digitale onderwijs voor hen niet vol te houden is. Aan de andere kant zullen kinderen met internaliserende problematiek wellicht juist baat hebben bij deze vorm van onderwijs, waarbij er minder prikkels zijn vanuit de fysieke klas.

16 De 50 tot 70 betreft een schatting van onze eigen consulenten, op basis van informatie van de

scholen. Met het digitale onderwijs werd het ‘thuiszitten’ in formele zin overigens niet beëindigd.

11

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.4 – Leerplichtige thuiszitters zonder schoolinschrijving

De groep thuiszitters zonder schoolinschrijving bestaat uit leerplichtige en niet leerplichtige kinderen. Wanneer leerplichtige kinderen geen schoolinschrijving hebben wordt dat ‘absoluut verzuim’ genoemd. De andere groep heeft een vrijstelling van de leerplicht vanwege psychische of medische belemmeringen (‘5 onder A’). Het landelijke thuiszitterspact geeft de opdracht mee om zoveel mogelijk te sturen op de duur van het absoluut verzuim17. Wanneer het gaat om jonge thuiszitters is snel terug naar school vrijwel altijd de beste optie. Bij deze groep18 volgen we het pact en sturen we op de duur van het thuiszitten. Bij exMBO studenten is snelle terugkeer naar school soms niet mogelijk of passend. Daarom stuurt het RBL bij deze groep niet op het verkorten van de duur van het absoluut verzuim. Dit lichten we in de volgende paragraaf verder toe.

1.4.1 – Ruim de helft van langdurig absoluut verzuimers is afkomstig van MBO

Afgelopen schooljaar hadden 178 leerplichtige kinderen een periode van drie maanden of langer geen schoolinschrijving. Hiervan waren er 95 afkomstig van het MBO. Als het gaat om jongeren die uitgevallen zijn van het MBO, is hen zo snel mogelijk terug de school in begeleiden meestal niet mogelijk. Het MBO heeft namelijk slechts een beperkt aantal instroommomenten. Maar belangrijker nog: het is meestal niet verstandig. Sommigen van deze jongeren kunnen wel terug naar school, maar hebben tijd nodig om met begeleiding tot een goede opleidingskeuze te komen, waarvoor ze wél gemotiveerd zijn. Voor andere jongeren is de schoolse setting van het MBO simpelweg geen optie. Zelfs de ene dag school bij een BBL-opleiding kan teveel zijn. Wat deze ex-MBO thuiszitters nodig hebben nadat ze zijn uitgevallen op school, is een succeservaring. Dat kan op een nieuwe opleiding zijn, maar het kan bijvoorbeeld ook door zich te ontwikkelen bij een werkgever19. Zolang er maar sprake is van ontwikkeling en stappen vooruit. Dit laatste is waar wij meer op willen gaan sturen en monitoren. Het ministerie van OCW onderschrijft deze analyse en heeft daarom een expliciet doel toegevoegd om uitgevallen jongeren te begeleiden naar werk, als onderwijs niet haalbaar is.

Alleen als jongeren onvoldoende ‘meewerken’ (bijvoorbeeld niet op afspraken verschijnen, hun baan kwijtraken en niet op zoek gaan naar ander werk, etc.), wijzen wij hen op de leerplichtwet en dat we in het uiterste geval de bevoegdheid hebben om op te treden. We sturen bij ex-MBO thuiszitters dus niet op het terugbrengen van de duur van het verzuim. De rest van dit hoofdstuk is daarom toegespitst op thuiszitters zonder schoolinschrijving zonder eerdere school óf met als laatste een school in het PO of V(S)O.

17 In het thuiszitterspact wordt drie maanden als criterium aangehouden.

18 Met laatste schoolinschrijving PO, VO of geen eerdere schoolinschrijving

19 Bijvoorbeeld via het Praktijkleren of Erkenning Verworven Competenties (EVC)

12

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.4.2 – Iets minder langdurig absoluut verzuimers vanuit PO, VO, of zonder eerdere inschrijving

Het afgelopen schooljaar waren er 83 leerplichtige thuiszitters met een laatste schoolinschrijving op het PO of VO, of zonder eerdere schoolinschrijving. Dit aantal is een fractie lager dan vorig jaar (85) en is hiermee vrij constant. In de ene gemeente steeg het aantal iets, de andere gemeente liet een daling zien. De verschillen tussen gemeenten hebben geen duidelijke oorzaak. Hierbij speelt mee dat de aantallen dusdanig klein zijn dat de factor toeval aanzienlijk is.

Leerplichtige kinderen, langer dan drie maanden zonder school Excl. ex-mbo, per gemeente 35 30 25 20 15 10 5 0

2017-2018

2018-2019

2019-2020

1.4.2.1 – Daling thuiszitters in het PO, stijging bij nieuwkomers in Nederland De meeste leerplichtige thuiszitters zonder inschrijving zaten voor het laatst op een VMBO of VSO school. Het aantal thuiszitters afkomstig vanuit het PO is het meest gedaald. We zagen een kleine stijging van het aantal thuiszitters die vanuit het buitenland naar Nederland zijn gekomen.

Meeste thuiszitters zonder inschrijving zaten op VMBO of VSO school Langdurig absoluut verzuimers, naar laatste school van inschrijving, (excl. ex-mbo) 25 20 15 10

20

20

15

13 9 3

5

2

1

0

2017-2018

2018-2019

2019-2020

13

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.4.2.2 – Langdurig absoluut verzuim na verlaten ESB-Curium nu nog hoog Een groot deel van het absoluut verzuim is afkomstig van een beperkt aantal scholen in de regio. De ‘hofleverancier’ is ESB Curium, waar de Leo Kanner-groep het onderwijs verzorgt. Tot dit schooljaar werden kinderen uitgeschreven na het aflopen van de behandeling. Lange tijd was onduidelijk bij waar de zorgplicht vanuit de wet passend onderwijs nu eigenlijk ligt. Op het moment van schrijven van dit jaarverslag zijn onderwijsbesturen in de regio vergevorderd met het maken van regionale afspraken. Hiermee zou het als het goed is straks niet meer kunnen voorkomen dat kinderen waar ESB-Curium het advies ‘onderwijs(-zorg)’ meegeeft, vervolgens zonder schoolinschrijving komen te zitten. Hoewel hiermee allerminst geborgd is dat deze kinderen ook gelijk volledig onderwijs zullen gaan volgen20, valt toe te juichen schoolbesturen met de nieuwe afspraken zelf de handschoen oppakken.

Groot deel afkomstig van beperkt aantal scholen Scholen die meer dan 1 langdurig absoluut verzuimer 'voortbrachten' (excl. mbo) 20 18 16 14 12 10 8 6 4 2 0

18

4

4

3

2017-2018

3

2

2018-2019

2

2

2

2

2

2

2019-2020

Ook VO-scholen als het Da Vinci, Teylingen College en Wellantcollege brengen de laatste jaren een aantal langdurig absoluut verzuimers voort. Voor de wet mag een PO- of VO-school alléén uitschrijven als er aan de zorgplicht is voldaan, een verwijderingsprocedure is doorlopen en een andere school is gevonden die bereid is de leerling toe te laten. Scholen schrijven soms ook uit bij verhuizingen of wanneer diploma’s behaald zijn, zonder dat helemaal zeker is of er een nieuwe school van inschrijving is. Het RBL zal in de komende gesprekken met deze scholen dit thema daarom zeker opnieuw aansnijden. Advies aan gemeenten: Thuiszitten zonder schoolinschrijving na ESB-Curium kan ertoe leiden dat de vraag naar jeugdhulp toeneemt. Dat het onderwijs nu vergervorderd is met afspraken over de zorgplicht, is daarmee hoopvol. Voor gemeenten is het raadzaam te monitoren of deze afspraken na totstandkoming ook worden nageleefd. Ook zal in veel van deze gevallen ambulante jeugdhulp nodig blijven in een geïntegreerd plan tussen onderwijs en zorg om de leerling goed te laten ‘landen’ op de nieuwe school.

20 Helaas is het niet zo simpel dat – wanneer de schoolinschrijving na ESB Curium eenmaal geborgd

is – deze kinderen ook volledig onderwijs zullen volgen. De complexiteit van de problematiek van deze doelgroep is meestal hoog. Kinderen hebben vaak een combinatie van onderwijs en jeugdhulp nodig. 14

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.4.2.3 – Langdurig absoluut verzuim vaker gepaard met complexe problematiek Psychische en psychiatrische problematiek spelen steeds vaker een rol bij langdurig absoluut verzuim. Het aantal jongeren dat langer dan drie maanden geen schoolinschrijving heeft en zorg of jeugdhulp ontvangt, is het afgelopen jaar flink toegenomen. Dit hangt natuurlijk samen met de rol die ESBCurium speelt in het ontstaan van absoluut verzuim.

Meer thuiszitters in zorgtraject Leerplichtige thuiszitters zonder schoolinschrijving, naar geregistreerde oorzaak/status Wil niet terug naar school, geen werk/dagbesteding

3

Werk/andere zinvolle dagbesteding, MBO geen optie

11

School is passend, nog in orientatiefase opleiding

7

Reden (nog) niet bekend

2

Ouders / school oneens over passende onderwijsplek

3

Onderwijs in het buitenland, zonder vrijstelling

4

Kan tijdelijk niet naar school, zorgtraject

20

Kan tijdelijk niet naar school, wachtlst zorgtraj.

4

In afwachting van vrijstelling

3

Gaat naar school, dit moet nog verwerkt worden

3

Aangemeld op school, wacht op startmoment

10

(Mogelijk) verhuisd, nog geen uitschrijving GBA

13 0

2018-2019

5

10

15

20

25

2019-2020

Voor deze jongeren is de weg terug naar een schoolinschrijving vaak erg lastig. In theorie kunnen ouders absoluut verzuimers bij elke school schriftelijk aanmelden. Die school heeft immers zorgplicht en moet óf zelf inschrijven óf een ander passend aanbod doen. De praktijk is echter complexer. Deze kinderen en hun ouders hebben een succeservaring nodig in het onderwijs. Het ideale aanbod dat deze kinderen nodig hebben is meestal een combinatie van onderwijs en zorg, met veel persoonlijke aandacht. Soms met het accent op zorg en een klein beetje onderwijs, soms andersom. De problematiek is daarmee vaak vergelijkbaar met die van thuiszitters mét een schoolinschrijving.

15

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.4.3 – Iets minder meldingen, relatief vaker (terug) naar school

Naast de 83 absoluut verzuim ‘thuiszitters’ met een verzuimduur langer dan 3 maanden, behandelde het RBL 71 casussen waarin het absoluut verzuim minder dan drie maanden duurde, of achteraf geen absoluut verzuim bleek. In totaal werkten wij zo aan 154 casussen van absoluut verzuim, zo’n 30 minder dan vorig jaar.21 Positief is dat het aandeel absoluut verzuimers dat terug naar school gaat de afgelopen jaren licht stijgt. Inmiddels lukt dat in ruim één van de drie keer (35%), iets vaker dan in 2018/2019 (34%) en 2017-2018 (27%). Het aantal keer dat absoluut verzuim overging in een vrijstelling bleef, na een flinke daling in 20182019, opnieuw laag. Ook dat is een goede ontwikkeling. We proberen erop te sturen dat een vrijstelling alleen wordt afgegeven, indien het kind écht niet leerbaar is.22 In de volgende paragraaf meer over vrijstellingen 5 onder A.

Minder absoluut verzuim casussen...

...en iets vaker terug naar school

200 9

180 6 23

160 140

36 18

18 8

120

13

100 80

47

66

90%

14%

80%

30

70%

1 28

60% 50% 40%

62

45

20

2017-2018

54

2019-2020

Overig Stond eind van schooljaar nog open Toestemming

19%

19%

1%

11% 5%

10%

40%

25%

25%

34%

35%

2018-2019

2019-2020

27%

10% 0%

2018-2019

1%

5%

18%

7%

30% 20%

40

0

4%

2

39

60

100%

2017-2018

Overig Stond eind van schooljaar nog open Toestemming

18 geworden of niet langer kwalificatieplichtig

18 geworden of niet langer kwalificatieplichtig

vrijstelling gekregen

vrijstelling gekregen

weer naar school

weer naar school

21 Wederom excl. ex-mbo, en exclusief administratief absoluut verzuim vanwege verhuizingen.

22 Hierin zijn we overigens enigszins beperkt. De vrijstelling wordt afgegeven na een advies van een

onafhankelijk deskundige. Wat we doen, is alle stakeholders kritisch bevragen of er echt geen onderwijs mogelijk is. Ook zorgen we ervoor dat de onafhankelijk deskundigen handelen volgens actuele richtlijnen. Het speelveld rondom vrijstellingen is immers sterk in ontwikkeling. Zie bijvoorbeeld: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/30/kamerbrief-overvoortgang-onderwijs-zorg

16

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

1.5 – Thuiszitters zonder leerplicht 1.5.1 – 184 kinderen met een vrijstelling 5 onder A

Tot slot is er een groep kinderen die geen schoolinschrijving heeft, maar ook niet langer leerplichtig is. Ze hebben een vrijstelling op basis van artikel 5 onder A van de leerplichtwet. Vanwege psychische of medische redenen is schoolgang voor hen geen optie. Hun aantal is vorig jaar zeer licht gestegen, na een flinke daling het schooljaar daarvoor: in 2019-2020 waren er 184 kinderen die minstens drie maanden niet naar school gingen vanwege een vrijstelling 5 onder A.

Aantal vrijstellingen 5 onder A relatief stabiel Vrijstellingen 5 onder A, langer dan 3 maanden in een schooljaar 250 210 200

180

184

2018-2019

2019-2020

150 100 50 0

2017-2018

Het RBL zet zich in om ook voor de groep kinderen met een vrijstelling het recht op onderwijs te verwezenlijken. Dat dit niet eenvoudig is, blijkt wel uit de stabiliteit van het aantal. Vrijwel al deze kinderen gaan dagelijks naar een instelling of wonen er. Ze hebben vaak een grote afstand tot het onderwijs. Ze hebben bijvoorbeeld een zware verstandelijke beperking of zijn zodanig autistisch, dat ze zelfs in een zeer kleine groep niet tot leren komen. De sprong naar formeel onderwijs, al is het in SO of VSO setting, is vaak bijzonder groot. Meestal is de wens er daarbij ook niet bij kind en/of ouders.

Ruim 90% van kinderen met vrijstelling 5 onder A gaat naar instelling Kinderen met vrijstelling 5 onder A, naar instelling 50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0

Geen instelling Overig Wintertuin Philadelphia 's Heeren Loo Kleine Wereld Zeester Cardea Swetterhage Walnoot Honingraat

17

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Soms is de ontwikkelbehoefte er echter wel. Wat deze kinderen dan nodig hebben, is dat er kleinschalig onderwijs wordt aangeboden óp de zorglocatie waar ze zitten. Dit vereist een gezamenlijke inzet van de betreffende zorglocatie en één of meerdere schoolbesturen – gefaciliteerd door hun samenwerkingsverbanden - die zich hard willen maken voor kinderen, óók als ze nog geen schoolinschrijving hebben. Initiatieven zoals ‘Innovatiedekkend Netwerk’ in het PO en ‘School zonder muren’ van de Leo Kanner Groep zijn in dit licht bijzonder hoopvol. Immers of er al dan geen passend aanbod is mag geen reden zijn voor het verstrekken van een vrijstelling. Ministers Slob en de Jonge hebben dit het afgelopen schooljaar nog eens helder uiteengezet in een brief aan de Kamer: ‘Een beroep op een vrijstelling van de leerplicht kan uitsluitend door ouders worden gedaan, en mag nooit het gevolg zijn van een gebrek aan een zo passend mogelijk onderwijsaanbod, maar alleen het onvermijdelijke resultaat van ernstige lichamelijke en psychische klachten.’23 Binnen het RBL zijn er vanaf dit schooljaar twee consulenten die zich meer gaan specialiseren op complexe casuïstiek bij kinderen zonder schoolinschrijving. Zij zullen de contacten gaan onderhouden met de meeste instellingen en de regie gaan voeren bij alle uitstaande vrijstellingen.

Ook gaan zij het problematische absoluut verzuim onder hun hoede nemen. Op die manier hopen we – wanneer de onderwijsbehoefte er is – ouders, kinderen en scholen nog meer dan we nu al doen te kunnen faciliteren in het verwezenlijken van die wens.

Beste Iwan (consulent leerplicht), Het gaat goed met M., na je laatste bezoek is M. behoorlijk vooruitgegaan, je had M. uitgedaagd van ‘ga nu eens kijken waar je echt blij van wordt‘, we zagen dat dat hem in beweging zette, wat als eerste daarop volgde was dat M. ons kwam vertellen dat hij had nagedacht over zijn leven, ik citeer; ‘Ik heb best wel een zwaar leven al gehad en ik ben pas 15’. Vervolgens heeft hij een prachtige tekening gemaakt met daarop ‘Do more of what makes you happy’, welke nu een prominente plek heeft gekregen in huis. Vervolgens kwam de beweging en heeft hij initiatief genomen over waar hij stage wil lopen, vol passie liet hij ons weten dat hij stage wil lopen bij H., hij straalde! Contact gezocht en hij is daar aangenomen voor stage, mag de hele week, maar M. gaat het rustig opbouwen. Een prachtige vooruitgang waar we intens blij en heel dankbaar voor zijn! We willen je bedanken voor wat voor ons legendarische woorden zijn geweest: “Ga nu eens kijken waar je echt blij van wordt” welke een wonderlijke uitwerking op M. hebben gehad, dank je Iwan!

Advies aan gemeenten: Mogelijk is het helpend om in de OOGO’s kaders af te spreken met het onderwijs over wat een kind minimaal moet kunnen om formeel ‘onderwijs’ te mogen ontvangen. Wat is bijvoorbeeld de minimale leerling-docent verhouding waarin een kind moet kunnen ‘functioneren’? Die duidelijkheid kan helpen om bepaalde kinderen uit de vrijstelling te krijgen en daarmee het aantal thuiszitters terug te dringen.

23 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/10/30/kamerbrief-over-voortgang-

onderwijs-zorg

18

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

Doelstelling 2 – Wij dragen bij aan het tegengaan van VSV 2.1 – VSV-aanpak gezamenlijk, in dit verslag focus op inzet RBL

Bij het tegengaan van voortijdig schoolverlaten (VSV) werken veel verschillende partijen en mensen samen. Jongeren zijn natuurlijk eerst zelf verantwoordelijk voor hun schoolloopbaan. Ook hun sociale netwerk is een belangrijke factor. Daarnaast hebben docenten, mentoren en begeleiders op school een heel belangrijke rol. Zij hebben dagelijks contact met hun studenten. Door hun inzet, aandacht en inspiratie voorkomen zij voortijdige schooluitval. Hier bovenop wordt in regionaal verband samengewerkt in het regionale VSV-programma. Het RBL heeft in 2020 een nieuw regionaal VSV-programma opgesteld, met input van docenten, begeleiders van scholen, gemeenten, (jeugd)hulporganisaties en jongeren. Met het programma werken veel verschillende partijen samen om met extra inzet jongeren toch hun diploma te laten halen. Dit programma gaat in januari 2021 van start. Gemeenten hebben in het najaar van 2019 besloten om - aanvullend op het regionale VSVprogramma - gezamenlijk een aantal VSV-projecten mogelijk te maken. Het doel hiervan is de uitval terug te dringen, met name bij jongeren in een kwetsbare positie. Het RBL beheert deze middelen en zorgt voor inhoudelijke afstemming tussen gemeenten, scholen, projectleiders en het PHOMaatschappij. Door de verzuimaanpak (zie hoofdstuk 3) en vroegtijdige gesprekken op school, probeert het RBL schooluitval te voorkomen.

Als jongeren toch willen of moeten stoppen met hun opleiding, helpen wij hen waar mogelijk naar een andere opleiding. Als een startkwalificatie niet haalbaar blijkt, begeleiden wij ze naar een zo passend mogelijk alternatief. Dit kan bijvoorbeeld werk zijn, maar ook hulpverlening of lokale projecten waar jongeren zich verder ontwikkelen. Gemeenten hebben op die manier ook een belangrijke rol bij voortijdig schoolverlaters. Cijfers over de ontwikkeling van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt jaarlijks door het RBL gerapporteerd in de VSV-analyse van maart. In dit jaarverslag rapporteren we over de inzet van het RBL op dit thema. Die inzet is er primair op gericht om zoveel mogelijk VSV’ers te bereiken en waar nodig een stap verder te helpen. In paragraaf 2.2 rapporteren we over hoeveel VSV’ers we bereiken, uitgesplitst naar ‘nieuwe’ en ‘oude’ VSV’ers. In paragraaf 2.3 rapporteren we over de dagbesteding en wat VSV’ers willen. Paragraaf 2.4 gaat in op de begeleiding die het RBL biedt. Tenslotte staan we in paragraaf 2.5 stil bij de ‘jongeren in een kwetsbare positie’. Dit zijn jongeren vanuit het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs met uitstroomrichting werk. Sinds 1 januari 2019 heeft het RBL een extra wettelijke verplichting als het gaat om het volgen van deze doelgroep.

19

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

2.2 – Grootste deel VSV’ers in beeld

We trachten zoveel mogelijk jongeren al vóór uitval te bereiken. Als dat niet lukt, dan in ieder geval snel erna. Ook blijven wij contact houden met jongeren die al in vorige schooljaren uitgevallen zijn, de zogenaamde ‘oud-VSV’ers’. Het doel van het contact is tweeledig: 1. Het belangrijkste is dat we begeleiding aanbieden. Dit houdt in dat onze ‘consulenten voortijdig schoolverlaten’ samen met het netwerk van de jongere op zoek gaan naar mogelijkheden die voor deze jongere passend zijn. Dit kan terugkeer naar onderwijs zijn, maar dat hoeft niet per se. Soms is werk of hulpverlening logischer. 2. ‘Bijvangst’ is dat we informatie ophalen over waarom jongeren zijn uitgevallen en wat hun huidige dagbesteding is. Deze informatie kan waardevol zijn voor scholen en gemeenten. Een VSV’er die via de app benaderd is: “Ik zou inderdaad binnenkort naar school willen als dat mogelijk zou kunnen zijn.. ik weet nu alleen niet hoe of wat, daarom ben ik super blij dat u mij een appje stuurt. Hopelijk dat dat mij wat zekerheid geeft met bepaalde keuzes maken”

2.2.1 – Aandeel bereikte nieuwe uitvallers door Corona licht gedaald, van 86 naar 80% Wij definiëren nieuwe uitvallers als ‘jongeren boven de 18 die ergens in het afgelopen schooljaar zijn uitgevallen en minimaal een maand als uitvaller bij ons bekend zijn geweest 24. We bereikten zo’n 80% van deze doelgroep, een fractie minder dan in schooljaar 2018-2019.

Dit jaar iets minder nieuwe uitvallers bereikt Aandeel nieuwe uitvallers bereikt 100% 86%

90% 80%

80%

77%

70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

2017-2018

2018-2019

2019-2020

24 Wij rapporteren op het aantal bereikte uitvallers. Dit is wat anders dan voortijdig schoolverlaters. Alle jongeren

die stoppen met hun opleiding, zijn een uitvaller. Alleen jongeren die na 1 oktober van het opvolgende schooljaar nog steeds niet ingeschreven zijn op een opleiding, zijn voortijdig schoolverlater. De opgave voor het RBL is om te zorgen dat uitvallers weer starten met een opleiding, zodat zij geen voortijdig schoolverlater worden.

20

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

De lichte daling komt door de impact van Corona. In het licht van de Corona-maatregelen vond het RBL het in de periode maart tot mei niet passend om op huisbezoek te gaan. Hierdoor hebben we in deze periode niet alle jongeren kunnen bereiken. Vanaf juni zijn we weer gestart met ‘straatbezoeken’25. Sindsdien laat het aandeel bereikte jongeren weer een stijgende trend zien. Het RBL wil het komende schooljaar gerichter inzetten op uitvallers die nog geen nieuwe schoolaanmelding hebben. Dit willen wij doen door een overstapmodule MBO-MBO van Intergrip te gebruiken. Hiermee kunnen we zien of een jongere in het aanmeldproces zit van een MBO-instelling. Als jongeren willen overstappen naar een andere opleiding en een aanmelding hebben gedaan, is de noodzaak om contact te leggen kleiner. Hierdoor kunnen we meer tijd vrijmaken voor jongeren die nog geen schoolaanmelding hebben en dus een potentiële VSV’er zijn.

2.2.2 – Meest genoemde oorzaak van uitval: verkeerde opleidingskeuze

Aan alle jongeren die stoppen met hun opleiding wordt door onze consulent gevraagd wat de reden hiervan is. Op basis van eerdere ervaringen heeft het RBL dit geclassificeerd in vijf hoofdoorzaken van uitval. Het RBL constateert dat dit jaar de meeste jongeren stoppen met hun opleiding omdat zij een verkeerde opleidingskeuze hebben gemaakt. Veel van de jongeren die een verkeerde opleiding kiezen, stromen gelukkig het volgende schooljaar weer in op een andere opleiding. Bij veel jongeren die niet doorstromen naar een andere opleiding, spelen persoonlijke of psychische klachten een rol. Er is vrijwel nooit één oorzaak. Bij veel uitvallers zorgt een combinatie van oorzaken dat ze uitvallen. De kwaliteit van de inhoud van de opleiding of de begeleiding wordt ook regelmatig genoemd als oorzaak. Wanneer bepaalde scholen, locaties, onderwijsclusters of opleidingen ‘hoog scoren’ op deze oorzaak, geven wij dat signaal natuurlijk terug aan hen. Op deze feedback kunnen zij dan acteren.

Verkeerde opleidingskeuze belangrijkste oorzaak uitval Antwoord van bereikte jongeren bij stoppen met de opleiding Verkeerde opleidingskeuze

38%

Medische/psychische/persoonlijke problemen

26%

Wil werken

15%

Kwaliteit inhoud onderwijs / begeleiding

11%

Studie te moeilijk en/of NSA

11% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

De reden van uitval houdt verband met het onderwijsniveau. Medische, psychische en persoonlijke problemen speelt relatief vaker bij uitvallers afkomstig van het VMBO, VSO, Entree en het Vavo. Jongeren van MBO niveau 2 vallen relatief vaak uit omdat ze liever willen werken en jongeren van MBO niveau 3 en 4 omdat ze een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt.

25 Gesprekken vinden hierbij i.v.m. Corona niet binnen plaats, maar voor de deur.

21

Jaarverslag Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, 2019-2020

2.2.3 – Percentage bereikte oud-VSV’ers verder gestegen van 43% naar 58%, ondanks Corona Bij het terugdringen van voortijdig schoolverlaten gaat het niet alleen om nieuw uitgevallen jongeren, maar ook om jongeren die al voor dit schooljaar uitvielen (oud-VSV’ers). Hierbij focussen we primair op de jongeren die te weinig verdienen om zelfstandig in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Deze groep bereiken we door te bellen, appen of door op huisbezoek te gaan. Het doel is dat we minimaal één keer per jaar contact hebben. Bij jongeren die een uitkering ontvangen heeft de woongemeente van de jongere de regie.

Dit schooljaar is het aandeel bereikte oud-VSV’ers in de primaire doelgroep verder gestegen. Dit komt door een intensivering van ons huisbezoekenteam, waardoor we sneller en vaker langs kunnen gaan. Dit effect weegt zwaarder dan het effect van de ‘Corona-pauze’, zoals in 2.1.1 beschreven. Wat ook helpt is dat we van meer jongeren contactgegevens hebben, waardoor we gemakkelijker vervolgcontact via de app of bellen kunnen leggen. Bij alle huisbezoeken die niet slagen, doen we een kaartje in de brievenbus met uitleg over wat het RBL voor een jongere kan betekenen. Hierdoor heeft elke jongere de mogelijkheid contact op te nemen. Na een half jaar brengen we opnieuw een bezoek aan huis. Vanuit het Rijk wordt voor alle VSV’ers een prioritering meegegeven op basis van het inkomen. Hierbij krijgen de jongeren met een inkomen onder de 300 euro per maand prioriteit. Het RBL vindt deze grens te laag omdat jongeren die bijvoorbeeld 500 euro per maand verdienen, nog niet zelfstandig kunnen functioneren in de maatschappij. Daarom bezoekt het RBL het komende schooljaar ook de jongeren die meer dan 300 maar minder dan 900 euro bruto per maand verdienen. De jongeren die meer verdienen, sturen we alleen een brief. Hierin geven we aan hulp te kunnen bieden bij een mogelijke terugkeer naar school en wijzen we ook op ontwikkelmogelijkheden tijdens het werk van de jongere..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=dde53865-a9dc-462e-9c96-fcefb52f2f04