Informatiebrief 72 Monitor inburgering 2023 (incl. bijlagen)
Tekst van het document
Een aantal voorbeelden hiervan zijn het taalcafé, werkgroepen bij scouting, klusgroepen of naaigroepen. Ook is er samenwerking gezocht met een vrijwilligerscentrum. Op deze plekken kunnen inburgeraars vervolgens het Nederlands buiten de taallessen oefenen. Regelmatig komt in de gesprekken naar voren dat niet alle activiteiten gericht op participatie goed aansluiten op de behoeften en mogelijkheden van inburgeraars. Koffieschenken in een buurthuis is voor een hoogopgeleide inburgeraar wel goed om het taalniveau te verhogen, maar sluit niet goed aan bij de wensen op de lange termijn. Volgens de gemeente is het daarom ook van belang om niet alleen te focussen op de ‘droombaan’, maar ook op een ‘broodbaan’. Ook wat betreft sport sluiten de wensen niet altijd aan bij de participatieplicht. Veel inburgeraars willen graag naar de sportschool voor fitness, terwijl een sportvereniging beter zou zijn wat betreft participatie en het oefenen van de taal. Via het PVT komen inburgeraars in aanraking met de rechten, plichten en waarden van de Nederlandse samenleving. Dit is dan ook voor belang bij het meedoen in de maatschappij. De uitvoering van het PVT heeft wat vertraging opgelopen. Dit betekent dat de meeste inburgeraars met wie we hebben gesproken de trainingen voor dit traject nog niet hebben gevolgd. Hier zal verder uitleg aan worden gegeven in hoofdstuk 3.
Naast ‘formeel’ participatiegedrag is er ten slotte ook ‘informeel’ participatiegedrag te observeren. Deze informele vorm van participatie is niet direct meetbaar, maar is desondanks een belangrijke graadmeter voor inburgering. Een voorbeeld hiervan is het contact tussen inburgeraars en hun buren. De meeste inburgeraars zeggen ook contacten te onderhouden met hun (Nederlandstalige) buren, en op die manier te participeren. De inburgeraars met wie is gesproken zeiden zich ook welkom te voelen in Nederland. Er vindt veel positief contact plaats tussen de inburgeraars en de Nederlanders met wie ze contact hebben. Zo zei een respondent dat ze regelmatig contact heeft met de buurman, die ook langskomt: Citaat: “Mijn buurman komt soms langs voor thee, en brengt me soms eten. Daar heb ik fijn contact mee.” Financieel en maatschappelijk zelfredzaam VWN en de gemeente hebben regelmatig contact over het punt financieel ontzorgen. Er wordt gesignaleerd dat inburgeraars soms moeite hebben met geldzaken. De (verplichte) training Eurowijzer die wordt aangeboden helpt inburgeraars wel hier meer grip op te krijgen. De acht maanden training die voor de Eurowijzer training staan, zijn niet altijd voldoende. Daarnaast heeft de Kredietbank eerder steken heeft laten vallen in de financiële ontzorging, zo zei een respondent van de gemeente.
De Kredietbank had de verdeling van gelden niet goed geregeld. Ook konden inburgeraars rood staan. In enkele gevallen kwam het geld te laat op de rekening, waardoor mensen hun eten en drinken moesten betalen van bijvoorbeeld huurgeld. Dezelfde respondent zei dat dit op dit moment beter lijkt te lopen. In het geval dat inburgeraars meer hulp willen krijgen, kunnen ze de Formulierenbrigade om hulp vragen. Dit is een steunpunt vanuit de gemeente dat inburgeraars helpt met het invullen van formulieren en met juridische kwesties. VWN merkt tevens op dat het indienen van aanvragen niet makkelijk verloopt. De aanvragen moeten via het DigiD-systeem ingevoerd worden. Bij vijftien minuten inactiviteit word je uitgelogd om zo de gevoelige informatie te kunnen beschermen. In de praktijk betekent dit dat mensen gedurende de aanvraag uit het systeem gegooid worden, waardoor ze hun aanvraag weer opnieuw moeten aflopen. Dat levert dusdanig veel frustratie op dat aanvragen voor de energietoeslag of uitkeringen blijven liggen. De inburgeraars met wie we hebben gesproken zien ook een aantal struikelblokken wat betreft financiële zelfredzaamheid. Voorbeelden hiervan zijn het lastig vinden van betaald werk, OV-reizen die niet altijd vergoed worden of de uitkering die lastig aan te vragen is.
14
Betreffende maatschappelijk zelfredzaamheid zijn er meerdere punten te benoemen. De gemeente en VWN zien veel positieve factoren die de maatschappelijke zelfredzaamheid van de inburgeraars bevorderen. Inburgeraars weten hun weg te vinden in hun woongemeente. Bij de meeste vragen zijn inburgeraars ervan op de hoogte dat ze bij VWN of hun lokale taalschool de informatie kunnen krijgen die ze zoeken. Enkele dorpen in de gemeente zijn overzichtelijker ingericht, waardoor inburgeraars hier sneller weten waar ze bijvoorbeeld boodschappen kunnen doen. Ook vangen VWN en de gemeente weinig signalen op over grote problemen die door inburgeraars worden veroorzaakt in de wijken waar ze wonen. Een taalschool in de gemeente zag dat de inburgeraars een zekere mate van afhankelijkheid vertonen richting de gemeente. Voor veel vragen, ook relatief kleine, wordt dan al bij de gemeente of VWN aangeklopt. Dit was volgens de respondent een signaal dat de zelfredzaamheid van de groep niet erg aangemoedigd wordt. Daarnaast is zelfredzaamheid ook afhankelijk van het opleidingsniveau; hoogopgeleiden kunnen zich vaak beter redden en vinden eerder hun weg in de samenleving. Ten slotte wordt door uitvoerders gewezen op het belang van kleine successen.
Dat bijvoorbeeld een oudere inburgeraar, analfabeet, korte spraakberichten in het Nederlands naar zijn docent kan sturen wordt gezien als een mooi resultaat, of inburgeraars die gezamenlijk naar taalactiviteiten gaan van de welzijnsorganisatie, dat kan een enorme stap voor hen betekenen.
15
3. Conclusie en samenvatting
16
In dit laatste hoofdstuk starten we met de belangrijkste inzichten rondom de beleving van inburgeraars en de ervaren effecten. Daarnaast geven we een omschrijving van een aantal belangrijke randvoorwaarden die van belang zijn voor een goede uitvoering van de inburgering. We eindigen dit hoofdstuk met een aantal verbetermogelijkheden.
In het vorige hoofdstuk zijn we ingegaan op de beleving van inburgeraars met de ondersteuning vanuit het inburgeringstraject, en op de ervaren effecten. In deze paragraaf benoemen we de belangrijkste inzichten. In deze pararaaf staat dus het perspectief van de inburgeraars centraal. Beleving inburgeraars met begeleiding Over het algemeen waarderen de inburgeraars de begeleiding vanuit VWN en de gemeente Leidschendam-Voorburg. Ze zijn positief over de laagdrempelige wijze waarop ze contact kunnen opnemen met hun contactpersoon en ze hebben het gevoel dat ze goed geholpen worden (met name bij praktische vragen). Ook de taalschool wordt genoemd als belangrijke locatie waar de inburgeraars terechtkunnen met vragen. Er worden ook een aantal knelpunten genoemd. Zo weten niet alle inburgeraars met wie we hebben gesproken wie hun contactpersoon is. Sommige van hen kunnen terecht bij hun eigen informele netwerk wanneer ze vragen hebben (personen in hun omgeving die goed Nederlands spreken en hun weg kennen in de samenleving), maar dit geldt slechts voor een klein deel van de groep. Daarnaast wordt als knelpunt genoemd dat brieven en formulieren vanuit de gemeente in moeilijk Nederlands geschreven zijn.
Ervaren effecten We gaan in op de ervaren effecten op basis van de drie doelstellingen van de gemeente Leidschendam-Voorburg, namelijk: taalniveau, meedoen naar vermogen en zich verbonden voelen, en financieel en maatschappelijk zelfredzaam. Taalniveau Inburgeraars vinden het belangrijk om hun taal te verbeteren, om zo goed mogelijk te kunnen participeren in de samenleving. Er worden een aantal knelpunten genoemd die het verbeteren van de taalvaardigheid belemmeren: - Nederlands is een moeilijke taal om te leren (dit geldt met name voor analfabeten en inburgeraars die een ander taalsysteem gewend zijn). - Het ontbreken van zelfvertrouwen in het spreken van Nederlands door inburgeraars. - Veel inburgeraars willen de taal meer oefenen buiten de lessen (met name een taalmaatje en bijeenkomsten van het taalcafé worden hierbij als mogelijkheden genoemd), maar zeggen te weinig tijd hiervoor te hebben vanwege (vrijwilligers)werk, reistijd en het volgen van de taallessen en de zorg voor eenehc gezin. - Binnenshuis en in het sociale netwerk met name de moedertaal spreken. Meedoen naar vermogen en zich verbonden voelen Zoals hierboven ook genoemd hebben veel inburgeraars de intentie om daadwerkelijk te participeren in de samenleving. Voor inburgeraars in de B1-route is participatie middels betaald werk of een studie volgen het belangrijkste doel.
Volgens de inburgeraars ontbreekt echter vaak begeleiding richting passend en betaald werk. Ze ontvangen met name begeleiding richting vrijwilligerswerk, maar naarmate ze verder komen in hun inburgeringstraject (en meer Nederlands spreken) zouden ze zich graag verder ontwikkelen richting een passende baan. Een eerste mogelijke stap is dan vrijwilligerswerk dat hierop beter aansluit. De inburgeraars in de Z-route vinden het lastig om de vereiste 800 participatie-uren in te vullen. Ze zijn in hun dagelijkse leven met name bezig met de taallessen en (indien relevant) hun gezin. Naast de dagdelen taalonderwijs, halen en brengen van kinderen, en vaak ook het hebben van gezondheidsproblemen, is het lastig om aan de 800 uur te komen. Aanbieders vinden dat met name de eerste periode van de inburgering gericht zou moeten zijn op acclimatiseren en ‘landen’. De eisen rondom participatie zouden niet te snel ingezet moeten worden. Daarnaast moet bij het aanbod goed gekeken worden naar de wensen en interesses van de inburgeraars. Ten slotte is niet alleen ‘formeel participatiegedrag’
17
van belang (zoals deelname aan cursussen of vrijwilligerswerk), maar ook ‘informeel participatiegedrag’. Hieronder valt bijvoorbeeld het contact met buren. Dit gedrag is niet direct te meten, maar is wel een belangrijke indicator voor participatie. Financieel en maatschappelijk zelfredzaam De financiële ontzorging die wordt aangeboden lijkt zijn vruchten af te werpen. Inburgeraars lijken door deze ontzorging meer grip op hun geldzaken te krijgen. Wel lijkt de duur van de training Eurowijzer in sommige gevallen niet altijd voldoende. Daarnaast zeggen de inburgeraars dat ze regelmatig moeite hebben met het aanvragen van verschillende (financiële) regelingen, zoals toeslagen. Wat betreft maatschappelijke zelfredzaamheid zien we dat inburgeraars zich over het algemeen goed weten te redden. Met de meeste vragen weten ze goed waar ze terechtkunnen, met name VWN en de taalschool worden regelmatig als vraagbaak gebruikt. Ook onderling wordt informatie uitgewisseld. Zo werden tijdens een groepsgesprek tips gedeeld over waar men een taalmaatje kon vinden. Ten slotte is het volgens uitvoerders van belang om ook aandacht te hebben voor ‘kleine successen’; bijvoorbeeld dat een oudere inburgeraar, analfabeet, korte spraakberichten in het Nederlands naar zijn docent kan sturen. In deze paragraaf zijn de belangrijkste inzichten gebundeld vanuit het perspectief van de inburgeraars.
Gezien de opzet van het onderzoek en het beperkte aantal gesprekken, betreft dit geen volledig of representatief beeld. Om de opgehaalde indrukken aan te vullen en verder te verdiepen, zouden meer (individuele) gesprekken wenselijk zijn.
In de gesprekken wordt een aantal randvoorwaarden genoemd die van belang zijn bij een succesvolle uitvoering van het inburgeringstraject: Kinderopvang Om inburgeraars met kinderen in staat te stellen deel te nemen aan de inburgering, is opvang voor kinderen noodzakelijk. Het organiseren (en financieren) van kinderopvang is dus een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle deelname. Uit ervaring blijkt dat als de opvang van kinderen niet geregeld is, dit vooral ten koste gaat van deelname van de vrouw. In de praktijk blijkt dat er vaak weinig plekken zijn in de kinderopvang en dat er sprake is van lange wachtlijsten. Daarnaast kunnen inburgeraars gebruikmaken van kinderopvangtoeslag, maar dit bedrag is niet altijd dekkend voor alle gemaakt kosten of inburgeraars zijn niet bekend met deze regeling. Om deelname aan de taallessen te stimuleren, zijn de lestijden van de taalschool aangepast op basisschooltijden. Wanneer er lessen voor de inburgering worden gegeven tijdens schooltijd is dat dus meestal geen probleem, maar lessen ná schooltijd zijn lastiger voor inburgeraars. Naast wachtlijsten voor kinderopvang (voor niet schoolgaande kinderen), wordt er ook gesproken over wachtlijsten voor basisscholen en de ISK. Dit kan deelname aan inburgeringslessen eveneens belemmeren. Vervoer Een andere voorwaarde voor deelname is de beschikking over vervoer naar de inburgeringslessen.
Er zou in principe voldoende aanbod moeten zijn op de verschillende taalniveaus in de verschillende gemeenten, zodat voor elke inburgeraar een taalschool relatief dichtbij is. In de praktijk is dit niet altijd het geval, vanwege het gebrek aan locaties en docenten. Dit leidt ertoe dat sommige inburgeraars een flinke reis moeten afleggen voor ze bij de bestemming aankomen. Dit geldt vooral voor inburgeraars vanuit Wassenaar en Voorschoten. Over het algemeen zijn inburgeraars wel bekend met het openbaar vervoer, maar zij noemen het knelpunt dat dit extra kosten met zich meebrengt. Volgens de meeste aanbieders is een reiskostenvergoeding een belangrijke randvoorwaarde voor succesvolle inburgering. Daarnaast zou het uitbreiden van het aanbod van taallocaties ook een oplossing zijn, zodat inburgeraars minder ver hoeven te reizen. Dit is op dit moment nog niet realistisch (vanwege het tekort aan zowel locaties als personeel). De taalschool vergoedt momenteel wel de reiskosten van de gemeentegrens tot aan de locatie van de taalschool in een andere gemeente. Aandacht voor relevante achtergrondkenmerken Ten slotte dient er tijdens de uitvoering ook rekening gehouden te worden met relevante achtergrondkenmerken van de inburgeraars. Deze worden beschreven in paragraaf 2.2.2. Met name leeftijd, gezingssituatie en opleidingsniveau zijn
18
hierbij relevant. Volgens uitvoerders zijn er op dit moment niet altijd voldoende mogelijkheden voor het differentiëren van het inburgeringsaanbod op basis van deze achtergrondkenmerken.
Sinds de Wi2021 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg de regie om nieuwkomers zo snel mogelijk mee te laten doen in de Nederlandse samenleving. De knelpunten die in dit rapport genoemd worden kunnen voor een deel gezien worden als opstartproblemen die gepaard gaan met de invoering van een nieuwe wet. In de gesprekken wordt dan ook erkend dat de gemeente nog lerende is in haar nieuwe rol. In deze afsluitende paragraaf benoemen we een aantal verbeterpunten die in de gesprekken aan de orde zijn gekomen. Toegankelijkheid en informatievoorziening Uit de gesprekken blijkt dat inburgeraars niet altijd goed weten op welke regelingen ze aanspraak kunnen maken. Daarnaast blijken de aanvraagformulieren in sommige gevallen ingewikkeld voor de groep. Inburgeraars kunnen hiervoor terecht bij verschillende organisaties, maar zijn vaak niet op de hoogte van hun bestaan. Het is dus belangrijk om de inburgeraars te informeren over deze mogelijkheden. Om de informatievoorziening verder te versterken wordt ook aangeraden om fysieke representatie te organiseren van de gemeente in Wassenaar en Voorschoten, zodat inburgeraars van die gemeenten op een laagdrempelige manier in contact kunnen komen met de gemeente. Dit is met name van belang voor groepen die minder goed hun weg kunnen vinden in de samenleving.
Ten slotte weten niet alle inburgeraars wie hun contactpersonen zijn bij VWN en/of de gemeente. Dit is een aandachtspunt en zou verbeterd moeten worden, maar is gezien de personeelstekorten mogelijk niet realistisch voor de korte termijn. Versterken randvoorwaarden Om de deelname aan het inburgeringstraject te bevorderen, dient aan een aantal randvoorwaarden te zijn voldaan. Vooral het inrichten van kinderopvang en vervoer van en naar leslocaties lijken relevant. Wat betreft dit laatste zou de gemeente Leidschendam-Voorburg kunnen overwegen om de reiskosten van inburgeraars voor de inburgeringsactiviteiten te vergoeden (voor alle drie routes). Belang van maatwerk Daarnaast zou er tijdens de inburgering voldoende ruimte moeten zijn om aandacht te besteden aan relevante achtergrondkenmerken van de inburgeraars en hun wensen en behoeftes, en het uitbreiden van de mogelijkheden om de begeleiding hierop aan te passen (zie ook de vorige paragraaf). Maatwerk is daarnaast vooral bij inburgeraars onder de B1-route relevant. Met name de inburgeraars die al langer in Nederland zijn (1,5-2 jaar) en beter Nederlands spreken (richting B1-niveau) missen begeleiding richting passend en betaald werk. Vaak zijn ze actief als vrijwilliger, wat ze waarderen omdat ze daar de Nederlandse taal kunnen leren, maar dit sluit niet altijd aan bij hun wensen op professioneel vlak.
De financiële ontzorging (van de Kredietbank en de training Eurowijzer) wordt als betuttelend ervaren door een aantal hoogopgeleide inburgeraars. In de gesprekken is benoemd dat meer maatwerk hierbij belangrijk is, en bekeken moet worden of deze vorm van ontzorging voor iedereen noodzakelijk is. Gemeenten hebben sinds vorig jaar ook mogelijkheden gekregen om meer maatwerk toe te passen in de financiële ontzorging, waarbij gemeenten de ondersteuning kunnen aanpassen aan de individuele situatie. Begeleiding gezinsmigranten In de gesprekken is ook benoemd dat gezinsmigranten geen begeleiding ontvangen van de gemeente wat betreft bijvoorbeeld het aanvragen van een uitkeringen of toeslagen of het vinden van werk5. Er wordt verwacht dat de groep over een zekere mate van zelfredzaamheid beschikt in het regelen van de eigen zaken. De gezinsmigranten met wie we hebben gesproken zouden wel graag meer ondersteund worden door de gemeente. Mogelijk kan de gemeente bekijken wat ze hierin voor de groep kan betekenen.
5 Aangezien gezinsmigranten onder de groep ‘nuggers’ vallen, kunnen zij via werk.nl begeleiding aanvragen naar werk vanuit de gemeente. Dit betreft
echter beperkte begeleiding. In-housetrajecten zijn wel mogelijk.
19
Bewaken kwaliteit Op verschillende vlakken in het inburgeringstraject worden de gevolgen van personeelstekorten gevoeld. Een tekort aan personeel kan uiteindelijk ook een nadelig effect hebben op de kwaliteit van het aanbod. Hier is geen ‘quick fix’ voor te bedenken. Om de kwaliteit te bewaken, en om onderling met gemeenten best practices uit te wisselen is deelname aan Community of Practice Inburgering van Divosa aan te raden. Dit is een platform waar gemeenten ervaringen kunnen uitwisselen rondom de uitvoering van inburgering, door samen te zoeken naar oplossingen en van elkaar te leren. Daarnaast zouden ook verbanden met beleidsmakers en uitvoerders in andere steden versterkt kunnen worden.
20
Bijlagen
21
1 Introductie respondent en organisatie 2 Geboden begeleiding - Welke begeleiding bieden ze aan? Hoe ziet die begeleiding eruit? - Hoe verloopt de uitvoering in de praktijk van de verschillende onderdelen (alleen vragen naar relevante onderdelen, waar respondent begeleiding in biedt)? Intake Opstellen PIP Keuze taaltraject ... - Met welke partijen wordt hierbij samengewerkt? Wat is de ervaring met deze samenwerking? - Zijn er verschillen in begeleiding van verschillende typen inburgeraars (jongeren, vrouwen, analfabeten, gezinsversus asielmigranten, etc.)? 3 Ervaren effecten Welke ontwikkelingen ziet u bij inburgeraars wat betreft: Doel 1: taalniveau - Ontwikkelingen in taalniveau; - Combineren cliënten in de praktijk taal en (vrijwilligers)werk/gebruik van het Nederlands in het dagelijkse leven? Doel 2: meedoen naar vermogen en verbonden voelen - Participatie in de samenleving: activiteiten (bijvoorbeeld sport, activiteiten van WOEJ of Vluchtelingenwerk) en (vrijwilligers)werk; - Welke bijdragen hebben het PVT en de MAP training hierbij? Doel 3: financieel en maatschappelijk zelfredzaam - Kunnen inburgeraars zich redden in het dagelijkse leven; - Weten ze waar ze terecht kunnen met vragen.
- Welke bijdragen hebben het financieel ontzorgen/de training Eurowijzer? 4 Uitvoering - Met welke kenmerken van inburgeraars moet rekening worden gehouden voor een succesvolle uitvoering (bijvoorbeeld opleidingsniveau, land van herkomst)? - Waar lopen cliënten tegenaan? (bijvoorbeeld kinderopvang/vervoer..) - Wat is in de praktijk veranderd sinds de vorige wet? 5 Succes- en knelpunten - Wat zou er nog beter kunnen in de uitvoering? Wat zijn verbeterpunten/knelpunten? - Wat gaat al goed? - Wat zijn randvoorwaarden/succesfactoren voor een succesvolle uitvoering van de verschillende onderdelen? 6 Afsluiting
22
Ontvangen begeleiding 1. Wie is uw contactpersoon van de gemeente? En van Vluchtelingenwerk? 2. Hoe vaak spreekt u met deze persoon en waarover? 3. Wat vindt u goed/fijn aan dit contact? Wat kan beter? 4. U volgt nu taallessen voor inburgering. Heeft/Volgt u nog andere cursussen gevolgd? Effecten van inburgering Doel 1: taalniveau 5. Wat vindt u van de taallessen? 6. Wat ging goed/wat kan beter? 7. Hoe goed spreekt u Nederlands? 8. Zou u dit willen verbeteren? 9. Hoe belangrijk vindt u het om goed Nederlands te spreken? 10. Wat heeft u daarvoor nodig? 11. Gebruikt u Nederlands ook buiten de taalcursus, waar (in het dagelijkse leven)? Bijvoorbeeld op (vrijwilligers)werk? 12. Merkt u dat uw taalles hierbij helpt? Doel 2: meedoen naar vermogen en verbonden voelen 13. Welke activiteiten doet u in het dagelijkse leven (bijvoorbeeld sport, activiteiten van WOEJ of Vluchtelingenwerk)? 14. Hoe heeft u het PVT ervaren? Wat heeft u geleerd van het PVT? 15. Wat ging goed/wat kan beter? 16. Heeft u (vrijwilligers)werk? 17. Hoe heeft u de MAP training ervaren? Wat vindt u van de MAP training? 18. Wat ging goed/wat kan beter? Doel 3: financieel en maatschappelijk zelfredzaam 19. Kunt u zich redden in het dagelijkse leven (wonen, gezondheid, werk, financiën)? 20. Weet u waar u naar toe kunt als u hier vragen over heeft? 21.
Wat zijn uw ervaringen met financieel ontzorgen? Wat vindt u van het financieel ontzorgen? 22. En de training Eurowijzer? Ervaringen van inburgeraars 23. Over het algemeen: wat leert u van de inburgering en hoe gebruikt u dit? Kunt u een voorbeeld geven? 24. Welk deel van de begeleiding (hulp) helpt u het meest? 25. Wat heeft u gemist? 26. Wat zou beter kunnen? Heeft u tips hoe de begeleiding beter kan? 27. Denk na over wat goed gaat en wat beter kan bij de hulp die je krijgt. Wat moeten we blijven doen? Wat moeten we veranderen? Hoe kan het beter? Knelpunten en succesfactoren [indien nog niet aan de orde gekomen in eerdere antwoorden] Denk aan de volgende punten: De gemeente moet goede informatie geven Soms hebben mensen geen auto of kunnen ze niet met de bus. De gemeente moet helpen met werk vinden/oppas voor kinderen/geldzorgen. De gemeente moet luisteren naar wat mensen willen. Afsluiting: bedanken, tegoedbonnen uitdelen. Bedankt voor het meedenken!
23
Regioplan Jollemanhof 18 1019 GW Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl
Regioplan
24