CConstaterende datvoorschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Informatiebrief 72 Monitor inburgering 2023 (incl. bijlagen)

Gemeenteraad Voorschoten 12 december 2024, gemeente voorschotenBij agendapunt: Informatiebrieven van het College van B&W12.226 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

072 Informatiebrief Zaaknummer:

Z–24/087610

Documentnummer:

401331

Datum:

12 november 2024 verzonden 12 november 2024

Onderwerp:

Monitor Inburgering 2023

Portefeuillehouder:

Paul de Bruijn

Bijlage(n):

Bijlage 1: Monitor inburgering 2023 Bijlage 2: Oplegger Monitor inburgering 2023 Bijlage 3: Kwalitatieve monitoring inburgering Regioplan

Geachte raadsleden, Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de Monitor Inburgering 2023. Deze brief biedt een overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van de Wet inburgering 2021, de behaalde mijlpalen en de geplande stappen voor 2024. Gemeente Leidschendam-Voorburg voert voor ons deze taken uit. De Monitor Inburgering 2023 was reeds in april 2024 gereed. De redenen dat u nu pas wordt geïnformeerd zijn verschillend maar hebben onder andere te maken met de verwerkingstijd voor de reacties vanuit het college, de zomervakantie en de uitval c.q. vakanties van medewerkers waardoor de werkzaamheden overgedragen moesten worden. Achtergrond en Context De Wet inburgering 2021 is een nieuwe wet in Nederland die op 1 januari 2022 in werking is getreden, ter vervanging van de eerdere Wet inburgering 2013. Het doel van deze wet is om nieuwkomers beter te laten integreren in de Nederlandse samenleving en hen zo snel mogelijk aan werk te helpen. In het nieuwe stelsel moeten gemeenten onder andere zorgen voor een passend aanbod voor inburgeringsplichtigen met betrekking tot (taal)onderwijs, maatschappelijke begeleiding, Nederlandse waarden en normen, participatie en kennismaking met de Nederlandse

Gemeente Voorschoten Leidseweg 25 | Postbus 393, 2250 AJ Voorschoten | T 14071 | E gemeente@voorschoten.nl | www.voorschoten.nl BTW NL 00179762B01 | KvK 27381083 | IBAN NL43 BNGH 0285 0796 70 | BIC BNGHNL2G

arbeidsmarkt. Daarbij moet de gemeente de voortgang monitoren en handhaven indien de inburgeringsplichtige diens verplichtingen niet nakomt. De gemeente Voorschoten heeft, passend binnen de samenwerkingsovereenkomst, grotendeels de uitvoering rondom inburgering uitbesteed aan de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Huidige Situatie In 2022 en 2023 zijn in Voorschoten in totaal 58 statushouders gehuisvest. Daarvan zijn er 57 inburgeringsplichtig. Deze 57 statushouders zijn nu allen nog bezig in hun inburgeringstraject en stromen in 2025/2026 uit. Voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 zijn de volgende mijlpalen behaald: 16 februari 2021

: Vaststellen Beleidsplan Inburgering 2022-2025 door het college.

Oktober 2021

: Uitvoering Pilot Brugklas Inburgering.

Feb-dec 2022

: Overeenkomsten met Vluchtelingenwerk, Echt Nederlands en Foxtaal. : Raamovereenkomsten met de Haagse Hogeschool, Hogeschool Leiden, Universiteit Leiden (regionaal aanbesteed; Gemeente Den Haag is penvoerder). : Raamovereenkomsten ROC Mondriaan (regionaal aanbesteed gemeente Den Haag is penvoerder). : Gemeentelijk aanbod m.b.t. (taal)onderwijs, Maatschappelijke begeleiding, Participatieverklaringstraject (PVT) en kennismaking met de Nederlandse arbeidsmarkt gereed.

6 december 2022

: Verordening inburgering Voorschoten 2022.

Jan-nov 2023

: Voorbereiding Monitor Inburgering 2023 en ontwikkeling Startklas Inburgering.

September 2023

: Start Regisseur Inburgering Voorschoten.

December 2023-heden

: Versterking samenwerking met lokale welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties, taalhuizen en bibliotheken in het kader van inburgering.

Januari 2024

: Startklas Inburgering gestart (voortzetting van de Pilot Brugklas).

April 2024

: Monitor Inburgering 2023 gereed.

Door de gemeente Leidschendam-Voorburg worden verschillende onderdelen aan inburgeraars aangeboden. De gemeente Leidschendam-Voorburg, VluchtelingenWerk Nederland (VWN) en de taalscholen bieden elk een ander soort begeleiding voor inburgeraars aan. Door alle drie de organisaties wordt de inburgering in zijn volledigheid ondersteund door deze verdeling. De

Pagina 2 van 6

regisseur inburgering Voorschoten coördineert en ondersteunt het lokale inburgeringsprogramma, met een focus op bedrijven en instellingen in Voorschoten waar inburgeraars werkervaring kunnen opdoen. Daarnaast lost hij problemen op zodra deze zich voordoen en richt hij zich op het wegnemen van lokale obstakels of drempels. •

De gemeente Leidschendam-Voorburg biedt begeleiding aan in de vorm van hulp bij het vinden van werk, via de brede intake een inschatting maken van de dromen en ambities van de inburgeraar en via een leerbaarheidstoets een beoordeling maken van welk taalniveau iemand zal kunnen halen. Ook stelt de gemeente het Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. In dit PIP wordt op basis van de brede intake een plan gemaakt en worden afspraken gemaakt waaraan de inburgeraar moet voldoen om het inburgeringstraject succesvol te doorlopen. Daarnaast regisseert de gemeente het hele inburgeringstraject.

•

Vluchtelingenwerk Nederland (VWN) verzorgt maatschappelijke begeleiding aan de inburgeraars: inburgeraars hebben achttien maanden recht op deze begeleiding, en daarna kunnen zij nog twaalf maanden naar het spreekuur komen. Daarnaast voert VWN het Participatie-verklaringstraject (PVT) uit en levert de begeleiding op het financieel ontzorgen via de training Eurowijzer.

•

Taalscholen voeren het taaldeel van de begeleiding uit. Dit betekent dat ze de taallessen geven en voor veel praktische vragen van inburgeraars bereikbaar zijn, aangezien inburgeraars hier een aantal keer per week langskomen. Daarnaast is het doel van het taalonderwijs om de zelfredzaamheid van inburgeraars te bevorderen, waaronder het ontwikkelen van digitale vaardigheden en studievaardigheden (‘leren om te leren’).

Centraal in de begeleiding gedurende het inburgeringstraject staat maatwerk; elke inburgeraar heeft namelijk een andere achtergrond, wensen en behoeften. De Wet inburgering 2021 is een lerend stelsel. De implementatie van deze wet wordt door zowel de Rijksoverheid als de gemeente nauwlettend gevolgd en er wordt bijgestuurd waar nodig om te zorgen dat de doelen van betere en snellere integratie en participatie worden bereikt. Hierdoor is er continu ruimte voor bijsturing van de inburgeringsroutes. Analyse en Overwegingen De gemeente heeft gezorgd voor een passend inburgeringsaanbod, zoals de Wet inburgering 2021 dat voorschrijft. Bijzonder is om te melden dat de gemeente aan inburgeraars de Startklas Inburgering biedt. Dit is een 6-weken durend programma waarin de inburgeraar op een laagdrempelige manier kennismaakt met de gemeente en met diverse lokale voorzieningen.

Pagina 3 van 6

Tevens wordt de inburgeraar voorbereid op het inburgeringstraject. Daarnaast krijgt de inburgeraar informatie over zijn rechten en plichten. De Startklas wordt uitgevoerd in samenwerking met uitvoeringspartners, de bibliotheek en het Taalhuis. Uit de monitor Inburgering 2023 blijkt dat deelnemers en uitvoerders positief zijn over de begeleiding en het aanbod. Wat gaat er goed? -

De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft gezorgd voor een passend inburgeringsaanbod, zoals de Wet inburgering 2021 die voorschrijft. Bijzonder is om te melden dat de gemeente Leidschendam-Voorburg de Startklas Inburgering biedt. Dit is een 6-weken durend programma, waarbij de inburgeraar op laagdrempelige manier kennismaakt met de gemeente en met diverse lokale voorzieningen. De Startklas Inburgering wordt uitgevoerd in samenwerking met uitvoeringspartners, lokale welzijnsinstellingen, bibliotheken en taalhuizen.

-

De uitvoerders en aanbieders die we hebben gesproken zijn over het algemeen positief over de uitvoering onder de nieuwe inburgeringswet, aangezien er nu meer mogelijkheden zijn voor het volgen van inburgeraars.

-

We werken aan kortere lijnen tussen gemeente, VluchtelingenWerk Nederland en de taalscholen dragen hieraan bij. Eerder werden inburgeraars meer aan hun lot overgelaten, was het gevoel van aanbieders. Door nauwere monitoring kan ook eerder aan de bel getrokken worden wanneer er problemen optreden.

-

Er is er meer ruimte om maatwerk te organiseren, waardoor de inburgeringsactiviteiten beter aansluiten bij de wensen en behoeftes van inburgeraars.

-

Inburgeraars ervaren de persoonlijke begeleiding van de taalschool en/of VluchtelingenWerk Nederland als zeer positief.

-

De taalscholen zijn van hoge kwaliteit.

Wat kan er beter? -

Inburgeraars blijken niet altijd goed te weten op welke regelingen ze aanspraak kunnen maken. Daarnaast blijken de aanvraagformulieren in sommige gevallen ingewikkeld voor de groep. Inburgeraars kunnen hiervoor terecht bij verschillende organisaties, maar zijn vaak niet op de hoogte van hun bestaan. Het is dus belangrijk om de inburgeraars te informeren over deze mogelijkheden.

Pagina 4 van 6

-

Voor met name groepen die minder goed hun weg kunnen vinden in de samenleving is het belangrijk om fysieke presentaties te organiseren.

-

Er is regelmatig sprake van personeelstekorten op verschillende vlakken in het inburgeringstraject. In het begin was het team consulenten nog in opbouw. Dit kan uiteindelijk ook een nadelig effect hebben op de kwaliteit van het aanbod. Op dit moment is het uitvoeringsteam compleet.

-

De beschikbaarheid van kinderopvang en het vervoer van en naar leslocaties zijn belangrijke randvoorwaarden om deelname aan het inburgeringstraject te bevorderen. Beiden zijn soms knelpunten om deel te nemen aan inburgeringstrajecten.

-

Bij inburgeraars onder de B1 route is maatwerk relevant. Vaak zijn ze actief als vrijwilliger, wat ze waarderen omdat ze daar de Nederlandse taal kunnen leren, maar dit sluit niet altijd aan bij hun wensen op professioneel vlak. Inmiddels is de route naar werk ontwikkeld.

-

De gemeente heeft geen begeleidingstaak richting gezinsmigranten. Er wordt verwacht dat de groep over een zekere mate van zelfredzaamheid beschikt in het regelen van de eigen zaken. De gezinsmigranten zouden wel graag meer ondersteund willen worden door de gemeente. De gemeente ontwikkelt nu passende ondersteuning.

De gemeente onderzoekt wat ze met betrekking tot bovenstaande punten voor de groep kan betekenen. Op een aantal punten heeft reeds bijsturing plaatsgevonden. Conclusies De uitvoering van de Wet inburgering 2021 verloopt grotendeels volgens planning en past vooralsnog binnen het budget dat we vanuit het Rijk ontvangen via specifieke uitkeringen en uitvoeringsbudgetten. Wij zetten de huidige werkzaamheden voort en besteden extra aandacht aan de versterking van de samenwerking tussen gemeente en lokale organisaties om het inburgeringsaanbod in de gemeente te verbreden en te optimaliseren. We zetten een Trajectbegeleider in die nauw samenwerkt met de gemeentelijke consulent. Versterking van de lokale samenwerking en ontwikkeling van de functie Trajectbegeleider zijn nodig om uitstroom naar duurzame inburgering mogelijk te maken. Planning Q3/Q4 2024 : Versterking samenwerking lokale welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties, Bibliotheken en taalhuizen ten behoeve van inburgeraars. : Ontwikkeling taken en rollen casusregie in relatie tot procesregie Q3/Q4 2024 : Voorbereiding Monitor inburgering 2024

Pagina 5 van 6

In het tweede kwartaal van 2025 kunt u de Monitor Inburgering over de jaren 2023/2024 tegemoet zien. Hierin worden de eerste uitstroomresultaten na invoering van de Wet inburgering 2021 toegelicht. Het college vertrouwt erop dat u hiermee voldoende bent geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders,

E.A. van Wattingen, gemeentesecretaris

drs. N. Stemerdink, burgemeester

Deze brief is digitaal vastgesteld. Hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

Pagina 6 van 6

Monitor Inburgering Jaarrapportage 2023 voor inburgering (incl. inburgeraars uit gemeente Wassenaar en gemeente Voorschoten) Team OBI, maart 2024

Algemene indicatoren

Team OBI, maart 2024

2

Aantal inburgeraars Aantal inburgeraars

245

91

Aantal inburgeraars 2022

2023 Team OBI, maart 2024

3

Inburgeraars per gemeentecode Wassenaar

17

Voorschoten

13

Leidschendam-Voorburg

47

43

61

155

2022

2023 3/5/24

4

Type inburgeraars

Statushouders

Gezinsmigranten/overig

39

118

49

112

2022

2023 Team OBI, maart 2024

5

Type inburgeraars per gemeentecode 25 Statushouders

17

97

34 Gezinsmigranten/overig

35 110

wassenaar

voorschoten

leidschendam-voorburg Team OBI, maart 2024

6

Kenmerken inburgeraars: geslacht

Vrouw

Man

56

35

145

100

2022

2023 Team OBI, maart 2024

7

Kenmerken inburgeraars: leeftijd Inburgeraars per leeftijdsgroep 110

74

46 31 20

15 4 18 tot 27 jaar

16

14

27 tot 40 jaar

40 tot 50 jaar 2022

50 tot 55 jaar

6 55 jaar of ouder

2023 Team OBI, maart 2024

8

Kenmerken inburgeraars: nationaliteit Nationaliteit van inburgeraars, totaal 77

56

14

15

12

10

10

10

9

9

7

6

6

6

6

6

5

5

5

totaal Team OBI, maart 2024

9

Start brede intake Aantal inburgeraars met eerste gesprek 238

85

2022

2023 Team OBI, maart 2024

10

Start instroom inburgering Aantal inburgeraars met 1e beschikking

200

61

2022

2023 3/5/24

11

Doel 1 Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen in ontdekken hun talenten en vaardigheden

3/5/24

12

Aantal inburgeraars per leerroute Aantal inburgeraars met 1e beschikking in huidige leerroute

B1-route

45

O-route 3

Z-route

149

21

13

30

2022

2023 3/5/24

13

Doel 2 Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving

Team OBI, maart 2024

14

Deelname aan MAP-trainingen Aantal inburgeraars met startdatum MAP-training 146

62

2022

2023 Team OBI, maart 2024

15

Deelname aan activiteiten Totaal aantal inburgeraars per activiteit

8

7 Vrijwilligerswerk

Leerwerkplek

Team OBI, maart 2024

16

Kennis van Nederlandse normen en waarden Aantal inburgeraars met startdatum PVT-traject 79

31

2022

2023 Team OBI, maart 2024

17

Doel 3 Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam

Team OBI, maart 2024

18

Maatschappelijke begeleiding Aantal clienten met activiteit NWI Vluchtelingenwerk – Maatschappelijke begeleiding

96

31

2022

2023 Team OBI, maart 2024

19

Financiele ontzorging

33

Inburgeraars werden of worden financieel ontzorgd Duur minimale, gemiddelde en maximale duur financiele ontzorging in dagen

Minimale duur

Gemiddelde duur

180 58

217 166

556

Maximale duur

357

2022

2023

Team OBI, maart 2024

20

Uitgelicht: gezinsmigranten

Team OBI, maart 2024

21

Kenmerken gezinsmigranten: nationaliteit Nationaliteit van inburgeraars, totaal en totaal gezinsmigranten 77

56

15 12

14 9 4

5

10 9

10

10

3

6

totaal

9 8

9 9

6 6

6 6

6 5

6 5

5 5

5 5

gezinsmigranten 3/5/24

22

Kenmerken gezinsmigranten: geslacht 108 Vrouw 201

53 Man 135

gezinsmirgant

totaal 3/5/24

23

Kenmerken gezinsmigranten: leeftijd Inburgeraars per leeftijdsgroep 156

89

82

51 33 25

22

18

7 18 tot 27 jaar

27 tot 40 jaar

40 tot 50 jaar totaal

50 tot 55 jaar

14

55 jaar of ouder

gezinsmigranten Team OBI, maart 2024

24

Monitor Inburgering 2023 Oplegger

Maart 2024 Kyra Gremmen & Mary van den Wijngaart Team OBI Gemeente Leidschendam-Voorburg

Oplegger Monitor Inburgering

maart 2024

Inleiding Deze oplegger beschrijft de belangrijkste resultaten van de Monitor Inburgering 2023. Deze monitor bestaat uit een kwantitatief deel met cijfers over aantallen inburgeraars en hun inburgeringstraject. Deze cijfers komen uit het registratiesysteem van de gemeente Leidschendam-Voorburg (februari, 2024). Daarnaast is er kwalitatieve informatie opgehaald over de ervaringen van inburgeraars met het inburgeringstraject door interviews te houden met inburgeraars en aanbieders. Voor een volledig overzicht van de resultaten van het kwantitatieve en het kwantitatieve deel van de monitor Inburgering verwijzen we u naar de bijlagen die behoren bij deze opleggen. Dit zijn: •

Kwalitatieve monitoring inburgering Leidschendam-Voorburg (Regioplan, 2024)

•

Monitor Inburgering. Jaarrapportage 2023 (OBI, 2024)

Voordat we de belangrijkste resultaten presenteren willen we benadrukken dat de inburgeraars nog aan het begin van hun inburgeringstraject staan. Wij kunnen op dit moment dan ook geen informatie bieden over behaalde effecten op taal, participatie en zelfredzaamheid. Wel kunnen we aangeven hoeveel inburgeraars zijn gestart met de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject. En de eerste ervaringen van inburgeraars en aanbieders met de uitvoering van het inburgeringstraject.

Algemeen In 2022 en 2023 waren er in totaal 336 inburgeraars; 91 in 2022 en 245 in 2023. Bijna de helft hiervan is statushouder (47%). Zo’n 60 procent is vrouw en de meeste inburgeraars zijn tussen de 27 en 40 jaar oud. De inburgeraars hebben veelal de Syrische (23%) of Turkse (17%) nationaliteit. Nagenoeg iedereen is gestart met de brede intake en heeft een eerste gesprek gehad. Ruim driekwart van de inburgeraars is ingestroomd in het inburgeringstraject. De instroom van inburgeraars heeft in het begin vertraging opgelopen door een onderbezetting bij de gemeente.

Doel 1 - Taal en talenten Eén van de doelen is dat inburgeraars hun hoogst haalbare taalniveau weten te behalen en dat zij hun talenten en vaardigheden kunnen ontdekken en ontwikkelen. Van de inburgeraars die zijn ingestroomd is 75 procent geplaatst in de B1-leerroute, 16 procent in de Z-leerroute en 7 procent in de O-leerroute. Uit de interviews met inburgeraars komt naar voren dat zij gemotiveerd zijn om de Nederlandse taal te leren. Ook al wordt deze als moeilijk ervaren. Zij volgen driemaal per week taalles. Een deel van de

1

Oplegger Monitor Inburgering

maart 2024

inburgeraars heeft behoefte aan meer mogelijkheden - zoals een taalmaatje - om de Nederlandse taal ook naast de taallessen te kunnen oefenen. Kleine successen zijn behaald zoals een oudere inburgeraar, analfabeet, die nu korte Nederlandse spraakberichten kan opnemen. En inburgeraars die samen taalactiviteiten volgen bij een welzijnsorganisatie. De geïnterviewde inburgeraars zijn te spreken over het taalonderwijs dat zij krijgen. Wel wordt aangegeven dat de overgang van taalniveau A2 naar B1 lastig is. Enkele factoren die deelname aan het taalonderwijs belemmeren zijn onder meer de afwezigheid van kinderopvang, hogere leeftijd en laag opleidingsniveau. Verder is er volgens de geïnterviewde aanbieders sprake van een goede samenwerking tussen gemeenten, Vluchtelingenwerk en taalscholen. Er is regelmatig overleg, de lijnen zijn kort en het contact is goed. Daarnaast zijn er meer mogelijkheden om maatwerk te leveren en om individuele inburgeraars te monitoren. Hoewel de samenwerking goed verloopt worden er enkele knelpunten ervaren in de uitvoering van het inburgeringstraject. Deze hebben betrekking op het participatieverklaringstraject (o.a. wachtlijst) en de grenzen die er zijn aan het leveren van maatwerk. Dit laatste doet zich onder meer voor bij inburgeraars met een beperking en bij inburgeraars die werken.

Doel 2 - Participatie en verbondenheid Een tweede doelstelling is dat inburgeraars naar vermogen meedoen aan activiteiten en zich sociaal verbonden voelen met de samenleving. Participatie Inburgeraars uit de B1-leerroute en Z-route volgen de training Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Met deze training maken zij kennis met en worden zij voorbereid op deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt. Van de inburgeraars uit de B1- en Z-route neemt bijna 90 procent deel aan de MAP-training. Er zijn nog geen inburgeraars die de training hebben afgerond. Op basis van de interviews kan worden vastgesteld dat inburgeraars die de B1-leerroute volgen behoefte hebben aan meer begeleiding bij het vinden van passend en betaald werk. Ook sluit het aanbod van vrijwilligerswerk niet altijd aan bij de wensen en behoeften van inburgeraars. Bovendien wordt het verplichte aantal van 800 participatie-uren in de Z-route als fors ervaren. Hieraan kan niet makkelijk worden voldaan omdat het aanbod aan participatie-activiteiten niet aansluit bij de competenties en wensen van inburgeraars volgens de geïnterviewden. Bovendien ervaren sommige inburgeraars weinig ruimte en energie om naast de taallessen nog deel te nemen aan participatieactiviteiten. Verbondenheid De inburgeraars die zijn geïnterviewd voelen zich doorgaans welkom. Veel van hen onderhouden een prettig contact met hun buren.

2

Oplegger Monitor Inburgering

maart 2024

Eén van de verplichte onderdelen van het inburgeringstraject is het participatieverklaringstraject (PVT). Via het PVT maken inburgeraars kennis met de rechten, plichten en waarden van de Nederlandse samenleving. De uitvoering van de PVT door Vluchtelingenwerk heeft in het begin vertraging opgelopen. Een derde van de inburgeraars is gestart met hun PVT. Niemand heeft het PVT afgerond. Inmiddels is er een wachtlijst om deel te nemen aan het PVT.

Doel 3 - Zelfredzaamheid Verder is het de bedoeling dat inburgeraars zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam zijn. Maatschappelijke zelfredzaamheid Eén aspect van maatschappelijk zelfredzaam zijn, betreft de mate waarin inburgeraars weten waar ze terecht kunnen met hun vragen en voor hulp. Uit de interviews blijkt dat inburgeraars doorgaans hun weg wel weten te vinden als zij vragen hebben. Zij doen dan veelal een beroep op Vluchtelingenwerk en/of hun taalschool. Het is echter niet altijd bekend voor welke regelingen zij in aanmerking komen en bij welke maatschappelijke organisaties zij hiervoor om hulp kunnen vragen. Daarnaast signaleert een aanbieder dat een intensieve begeleiding door de gemeente of Vluchtelingenwerk ten koste kan gaan van de zelfredzaamheid van inburgeraars. Ten aanzien van de begeleiding door de gemeente en/of Vluchtelingenwerk is niet altijd bekend bij inburgeraars wie hun contactpersoon is. Veelal door de vele personeelswisselingen. Daarnaast worden de OV-kosten van en naar het gemeentehuis niet vergoed. Als inburgeraars meerdere keren naar het gemeentehuis gaan met hun vragen dan wel formulieren kunnen deze kosten oplopen. Bovendien zijn de brieven en formulieren van de gemeente te ingewikkeld. Verder ontvangt 81 procent van de statushouders begin 2024 maatschappelijke begeleiding vanuit Vluchtelingenwerk.

De geïnterviewde inburgeraars zijn te spreken over het contact met Vluchtelingenwerk. De organisatie en medewerkers zijn toegankelijk, laagdrempelig en benaderbaar. Financiële zelfredzaamheid Statushouders worden het eerste halfjaar financieel ontzorgt door de gemeente. Er zijn 31 statushouders die financieel ontzorgd worden dan wel werden. Dat is zo’n 20 procent van het totaalaantal statushouders over 2022 en 2023. Uit de interviews met aanbieders komt naar voren dat zij signaleren dat een deel van de inburgeraars moeite heeft met financiële zaken. De training Eurowijzer is niet voor iedereen voldoende om meer grip te krijgen op hun financiën. Enkele belemmeringen ten aanzien van de financiële zelfredzaamheid, zijn volgens inburgeraars en aanbieders onder meer het lastig vinden van betaald werk, geen kostenvergoeding OV en aanvragen van toeslagen en/of uitkeringen verloopt moeizaam.

3

Kwalitatieve <<Ondertitel>> monitoring inburgering 1

Kwalitatieve monitoring inburgering Leidschendam-Voorburg

EINDRAPPORT

Annemieke Mack Titus Scholten

Amsterdam, 22 maart 2024 Publicatienr. 23141

© 2024 Regioplan, in opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.

2

1

2

3

Inleiding .............................................................................................................................................................. 5 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................................... 5

1.2

Beleidsdoelen en aangeboden begeleiding ............................................................................................................ 5

1.3

Doel en vraagstelling .............................................................................................................................................. 6

1.4

Onderzoeksopzet .................................................................................................................................................... 7

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................................................................... 7

Ervaringen met begeleiding en ervaren effecten ................................................................................................. 9 2.1

Perspectief inburgeraars ........................................................................................................................................ 9

2.2

Perspectief aanbieders ......................................................................................................................................... 11

2.3

Succesfactoren en knelpunten .............................................................................................................................. 11

2.4

Ervaren effecten ................................................................................................................................................... 13

Conclusie en samenvatting ................................................................................................................................ 17 3.1

Beleving inburgeraars en ervaren effecten .......................................................................................................... 17

3.2

Randvoorwaarden voor uitvoering ....................................................................................................................... 18

3.3

Verbetermogelijkheden ........................................................................................................................................ 19

Bijlage 1 – Gesprekspunten aanbieders ...................................................................................................................... 22 Bijlage 2 – Gesprekspunten inburgeraars.................................................................................................................... 23

3

1. Inleiding

4

Per 1 januari 2022 is de Wet inburgering 2021 (Wi2021) in werking getreden. Deze nieuwe wet moet eraan bijdragen dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan deelnemen. Om dit doel te realiseren wordt de inburgering gepositioneerd als onderdeel van het brede sociale domein. Gemeenten krijgen de regie over de uitvoering van de inburgering. Gemeenten hebben in het nieuwe stelsel de wettelijke plicht om ervoor te zorgen dat inburgeringsplichtige asielmigranten tijdig een inburgeringsaanbod wordt gedaan. Voor gezins- en overige migranten moeten gemeenten zorgen voor een aanbod voor een PVT (Participatieverklaringstraject) en de MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie); deze migranten kopen zelf hun taalcursus in. Met het beleggen van de regierol bij de gemeenten wijkt de opzet van de nieuwe inburgering sterk af van het stelsel dat tussen 2013 en 2022 bestond. Binnen de Wi2021 zijn er drie leerroutes om in te burgeren:  De B1-route, gericht op taal en (vrijwilligers)werk. Het doel van deze route is dat inburgeringsplichtigen binnen maximaal drie jaar de Nederlandse taal leren op niveau B1. Tegelijkertijd kunnen zij meedoen in de samenleving door het uitvoeren van (vrijwilligers)werk.

 De onderwijsroute, waarin met name jongeren de Nederlandse taal leren op B1-niveau of hoger en tegelijkertijd worden voorbereid op het volgen van een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.  De zelfredzaamheidsroute, vooral gericht op inburgeringsplichtigen voor wie de andere routes te moeilijk worden geacht. Zij leren de Nederlandse taal op een lager niveau (A1) en voeren activiteiten uit gericht op participatie. De ‘inburgeringsreis’ die asielstatushouders doorlopen ziet er in de Wi2021 globaal als volgt uit1:

De gemeenten zijn nu bijna anderhalf jaar op weg met het uitvoeren van de inburgering. Gemeenten zijn voortvarend van start gegaan met de uitvoering, maar een aantal onderdelen is nog in ontwikkeling. Ook komen er geluiden naar voren van verschillende knelpunten waar gemeenten tegenaan lopen. Zo is het onderdeel participatie nog sterk in ontwikkeling, lijkt de leerbaarheidstoets niet alle inburgeraars naar de juiste route te begeleiden, zijn er signalen dat een grote groep inburgeraars te maken heeft met financiële problematiek en is de financiering van de onderwijsroute nog onduidelijk. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft een monitoringsplan opgesteld voor de Wi2021. De gemeente voert hiervoor zelf de kwantitatieve monitoring uit. Voor de monitoring is het van belang dat ook de ervaringen van inburgeraars en uitvoerders meegenomen worden. Voor dit kwalitatieve gedeelte van de monitoring heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg, in haar rol als centrumgemeente ook namens Wassenaar en Voorburg, aan Regioplan gevraagd om een onderzoek uit te voeren waarin het perspectief van de inburgeraars centraal staat.

Zoals te lezen is in het beleidsplan streeft de gemeente Leidschendam-Voorburg ernaar dat inburgeraars ‘zo volwaardig mogelijk mee kunnen doen aan de samenleving door zo snel mogelijk te participeren (het liefst via betaald werk) en het hoogst haalbare taalniveau (liefst minimaal B1) halen.’2 Er zijn hierbij drie beleidsdoelen geformuleerd: 1. Inburgeraars behalen hun hoogst haalbare taalniveau en ontwikkelen en ontdekken hun talenten en vaardigheden. 2. Inburgeraars doen naar vermogen mee aan activiteiten en voelen zich sociaal verbonden met de samenleving. 3. Inburgeraars zijn zo snel mogelijk financieel en maatschappelijk zelfredzaam. Anders dan bij de Wi2013 ligt bij de Wi2021 de regierol tijdens de inburgering bij gemeenten en niet bij inburgeraars zelf.

1 Gezinsmigranten volgen een andere route, zie ook de volgende paragraaf. 2 Beleidsplan inburgering 2022-2025 Leidschendam-Voorburg, blz. 7.

5

In de gemeente Leidschendam-Voorburg worden er verschillende onderdelen aan inburgeraars aangeboden. De gemeente, VluchtelingenWerk Nederland (VWN) en de taalscholen bieden elk een ander soort begeleiding voor inburgeraars aan. Door alle drie organisaties wordt de inburgering in zijn volledigheid ondersteund door deze verdeling. Asielmigranten onder de Wi2021 krijgen hierbij meer ondersteuning dan gezinsmigranten onder dezelfde wet. Wi2021-gezinsmigranten worden bijvoorbeeld wel in een leerroute geplaatst door de gemeente en de gemeente neemt de brede intake af, maar zij dienen zelf hun inburgeringscursus te vinden en hier zelf voor te betalen. Ook worden asielmigranten onder de Wi2021 financieel ontzorgd door de gemeente, dit om te voorkomen dat onzekerheid over de financiële positie afleidt van inburgeringsactiviteiten. Dit betekent dat voor asielmigranten het eerste halfjaar vanuit de bijstandsuitkering de huur, zorgverzekering en gas, water en licht betaald worden. Gezinsmigranten ontvangen deze begeleiding niet. Hieronder gaan we kort in op de betrokken partijen bij de inburgering in de gemeente Leidschendam-Voorburg en hun verantwoordelijkheden.

De gemeente Leidschendam-Voorburg biedt begeleiding aan in de vorm van hulp met het vinden van werk, via de brede intake een inschatting maken van de dromen en ambities van de inburgeraar en via een leerbaarheidstoets een beoordeling maken van welk taalniveau iemand zou kunnen halen. Ook stelt de gemeente het Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. In deze PIP wordt op basis van de brede intake een plan gemaakt en worden afspraken gemaakt waaraan de inburgeraar moet voldoen om het inburgeringstraject succesvol af te leggen. Daarnaast regisseert de gemeente het hele inburgeringstraject. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft sinds 1 januari dit jaar de functies van consulent Werk Statushouders en consulent Inburgering met elkaar versmolten tot consulent Inburgering en Werk. Hierdoor is er voor inburgeraars één consulent het aanspreekpunt voor vragen omtrent deze kwesties. Op het moment worden de relevante medewerkers op deze kwesties ingewerkt. VWN verzorgt maatschappelijke begeleiding aan de inburgeraars: inburgeraars hebben achttien maanden recht op deze begeleiding, en daarna kunnen zij nog twaalf maanden naar het spreekuur komen. Daarnaast voert VWN het Participatieverklaringstraject (PVT) uit en levert de begeleiding op het financieel ontzorgen via de training Eurowijzer. Taalscholen voeren het taaldeel van de begeleiding uit.

Dit betekent dat ze de taallessen geven en voor veel praktische vragen van inburgeraars bereikbaar zijn, aangezien inburgeraars hier een aantal keer per week langskomen. Een voorbeeld hiervan is informatie over welke organisaties inburgeraars kunnen helpen met het invullen van officiële formulieren. Daarnaast is het doel van het taalonderwijs om de zelfredzaamheid van inburgeraars te bevorderen, waaronder het ontwikkelen van digitale vaardigheden en studievaardigheden (‘leren om te leren’). Centraal in de begeleiding gedurende het inburgeringstraject staat maatwerk; elke inburgeraar heeft namelijk een andere achtergrond, wensen, noden en behoeften. Zoals een respondent van een maatschappelijke organisatie aangeeft: Citaat: “We ontvangen mensen op kantoor, of ik kom bij mensen thuis. Alles met maatwerk, de een zie ik vaker dan de ander.” De gemeenten Wassenaar en Voorschoten hebben de gemeentelijke verantwoordelijkheid rondom inburgering uitbesteed aan de gemeente Leidschendam-Voorburg.

Het onderzoek biedt inzicht in de beleving van de inburgering onder de nieuwe Wet inburgering, het betreft hierbij de beleving van de dienstverlening en de effecten daarvan. Het perspectief van de inburgeraars staat centraal, maar ook het perspectief van aanbieders is meegenomen. Dit leidt tot de volgende onderzoeksvragen: 1. Hoe ervaren de cliënten de verschillende onderdelen van de dienstverlening (informatievoorziening, rol partnerorganisatie, rol gemeente Leidschendam-Voorburg), welke succesfactoren en knelpunten ervaren de inburgeraars? a. Hoe ervaren cliënten de kwaliteit van het aanbod? b. Combineren cliënten in de praktijk taal en (vrijwilligers)werk? c. Zijn voor de cliënten de benodigde randvoorwaarden aanwezig (bijvoorbeeld kinderopvang, vervoer, etc.)? 2. Hoe ervaren de aanbieders het werken binnen de Wi2021 en de opbrengsten hiervan? 3. Wat zijn verbetermogelijkheden in de dienstverlening (vanuit de gemeente Leidschendam-Voorburg)?

6

Afbakening Het onderzoek moet inzicht bieden in de ervaringen van inburgeraars in de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar met de ondersteuning die in opdracht van de gemeente wordt geboden in het kader van de nieuwe Wet inburgering. In de selectie is (door de gemeente) gestuurd op een spreiding in herkomstland, gender, leeftijd, asiel- versus gezinsmigranten en de verschillende leerroutes. Het voorgestelde onderzoek is een aanvulling op de door de gemeente uitgevoerde kwantitatieve monitoring. Daarmee biedt het geen volledig dekkend representatief beeld van de gehele groep inburgeraars, maar biedt het meerwaarde door de verdieping en illustratie ten opzichte van de kwantitatieve monitoring.

Voor deze kwalitatieve monitoring hebben wij met in totaal zeventien inburgeraars uit de verschillende routes gesproken. De gemeente was hierbij verantwoordelijk voor de werving en selectie van deelnemers, en er is rekening gehouden met spreiding wat betreft land van herkomst, leeftijd, gender en asiel- versus gezinsmigranten. De gesprekken met inburgeraars uit de Z-route en met gezinsmigranten zijn gevoerd met hulp van een tolk, het gesprek met inburgeraars uit de B1-route is grotendeels in het Engels gevoerd. Na afloop kregen deelnemers een vergoeding in de vorm van een tegoedbon. Wij hebben met inburgeraars uit de B1-route (7) en de Z-route (7) gesproken, en met gezinsmigranten (3). De inburgeraars uit de B1-route waren 1,5 tot 2 jaar in Nederland, de meeste van hen gingen richting B1 niveau of waren dit aan het afronden. Twee van de inburgeraars uit deze route waren hier 9 maanden. De inburgeraars uit de z-route zijn enkele maanden tot een jaar geleden in Nederland aangekomen. De gezinsmigranten woonden al een aantal jaar in Nederland. Van de totale groep waren er 6 mannen en 11 vrouwen. De gemiddelde leeftijd lag tussen de 40-50 jaar, waarvan een aantal respondenten (6) onder de 30 was. Herkomstlanden waren veelal Turkije, Afghanistan en Syrië (13 respondenten in totaal).

Daarnaast hebben we met zeven aanbieders gesproken. Binnen de gemeente Leidschendam-Voorschoten spraken we met een consulent inburgering en een kwaliteitsmedewerker inburgering. Daarnaast spraken we met een teamleider en een maatschappelijke begeleider van VluchtelingenWerk Nederland. Ten slotte hebben we gesproken met twee directeuren en één docent van de taalscholen in de gemeente. Wij hebben de respondenten vragen gesteld over hun ervaringen met de verschillende typen dienstverlening waar ze mee in aanraking komen, zowel van de gemeente Leidschendam-Voorburg en de maatschappelijke organisaties (VWN en de taalscholen) als de ervaren effecten van deze dienstverlening3. Vervolgens hebben wij de opbrengsten verwerkt in het rapport dat voor u ligt.

In hoofdstuk 2 worden de ervaringen met de begeleiding beschreven, zowel vanuit het perspectief van de inburgeraars als vanuit de aanbieders. We benoemen ook enkele succesfactoren en knelpunten, en gaan ten slotte ook in op de ervaren effecten van de begeleiding. In hoofdstuk 3 is de conclusie van onze monitoring opgenomen. In dit hoofdstuk gaan we in op de belangrijkste inzichten vanuit het perspectief van de inburgeraars. Ook komen enkele belangrijke randvoorwaarden aan bod, en we sluiten af met een aantal verbetermogelijkheden.

3 Zie de bijlagen voor de gesprekspunten.

7

2. Ervaringen met begeleiding en ervaren effecten

8

In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de begeleiding rondom inburgering die wordt aangeboden in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Vervolgens gaan we in op het perspectief van de aanbieders met de samenwerking en succesfactoren en knelpunten. Ten slotte gaan we in op de ervaren effecten van de begeleiding vanuit het perspectief van de inburgeraars.

In deze paragraaf beschrijven we het perspectief van de inburgeraars en gaan we in op hun ervaringen met de begeleiding. We gaan eerst in op de ervaringen rondom de begeleiding van de gemeente Leidschendam-Voorburg en VWN, en gaan vervolgens in op de ervaringen rondom de taallessen. Op een aantal punten is de informatie verrijkt met input uit de gesprekken met aanbieders.

Ervaringen met contact en informatievoorziening De begeleiding van inburgeraars is makkelijker in te richten nu de gemeente de regierol heeft gekregen. Inburgeraars weten zo makkelijker VWN te vinden. Over het algemeen wordt het contact met VWN gewaardeerd door de inburgeraars. Inburgeraars weten VWN altijd te vinden bij praktische vragen, zoals het regelen van een zorgverzekering of het betalen van rekeningen. Het contact is laagdrempelig georganiseerd door VWN. Inburgeraars kunnen de medewerkers van VWN een berichtje sturen met de vragen die ze hebben. Afhankelijk van de mate van zelfredzaamheid van inburgeraars willen mensen ook veel problemen zelf oplossen. Er wordt dan minder geleund op VWN, hoewel dit wel een optie is voor inburgeraars. Als inburgeraars een afspraak willen maken om iets te bespreken, is dat vaak mogelijk. Ook wordt het gewaardeerd dat het in sommige gevallen mogelijk is om in de eigen taal te spreken. Ze krijgen bijvoorbeeld ondersteuning rondom de kinderen (toelichting bij zwemlessen voor kinderen of over het schoolgeld), of over post van de gemeente en rondom de uitkering. Citaat: “Als ik niet snap hoe ik iets moet doen, helpt hij me.” Een andere inburgeraar vult aan: “We praten over hoe het gaat, waar ben je mee bezig, wat gaat goed of niet?” Knelpunten Niet alle inburgeraars weten wie hun contactpersonen bij VWN of gemeente zijn.

Hierdoor zijn inburgeraars wat vaker dan gewenst aangewezen op de eigen informele netwerken (zoals bij hun partner die beter Nederlands spreekt of bij mede-inburgeraars) om informatie over onderwijs, werk of taal te krijgen. Dit is een provisorische oplossing bij gebrek aan een contactpersoon waar ze terechtkunnen. Een respondent omschreef diens situatie als volgt: Citaat: “Het eerste jaar van mijn inburgering had ik elke week een afspraak. Maar nu niet meer. Mijn contactpersoon verandert ook de hele tijd, ik weet nu niet wie dat is. Ik heb in de afgelopen tijd twee keer bericht gekregen over een afspraak, maar dat is telkens afgezegd.” Het ontbreken van kennis over iemands contactpersoon wordt door aanbieders verklaard door het verloop van personeel, waardoor de vaste gezichten wisselen en nieuw personeel opnieuw contact moet leggen. Als mensen vragen hebben, weten ze vaak wel de juiste plek te vinden om de vragen te stellen (vaak is dit VWN), maar soms is dit onduidelijk. Met veel van hun vragen komen ze naar de taalschool, waar ze sowieso vaak zijn en wat dus een laagdrempelige locatie is om vragen te stellen. Omdat de gemeenten Wassenaar en Voorschoten de gemeentelijke verantwoordelijkheid rondom inburgering uitbesteed hebben, moeten inburgeraars uit deze twee gemeenten naar het gemeentehuis in Leidschendam komen voor bijvoorbeeld de PIP.

De OV-kosten worden echter niet vergoed door de gemeente. In het geval dat inburgeraars op sollicitatie komen, vergoedt de gemeente wel de reiskosten. Omdat inburgeraars soms meerdere keren naar het gemeentehuis moeten komen voor vragen of het inleveren van formulieren hangt hier voor hen ook een prijskaartje aan.

9

Daarnaast weten inburgeraars niet altijd welke regelingen ze aanspraak op kunnen doen en wat niet. Dat kan ervoor zorgen dat de aanvragen blijven liggen, terwijl een inburgeraar hier wel recht op zou hebben. In veel gevallen kunnen inburgeraars wel terecht bij maatschappelijke organisaties zoals het Sociaal Servicepunt of de Formulierenbrigade, die hen kunnen helpen bij deze zaken. Echter, kennis over deze organisaties was ook niet altijd aanwezig bij de inburgeraars. Ten slotte is benoemd dat brieven en (aanvraag)formulieren van de gemeente vaak in moeilijk Nederlands geschreven zijn, met veel juridische termen. Deze zijn moeilijk te begrijpen voor inburgeraars die de taal aan het leren zijn. Een enkeling kan hulp krijgen van de directe omgeving (bijvoorbeeld een partner of buurman die Nederlands spreken). Ook dit bemoeilijkt het aanvragen van regelingen waar zij mogelijk wel recht op hebben.

De uitvoering van de taallessen gaat over het algemeen zoals afgesproken. Driemaal per week krijgen inburgeraars op de locatie van hun taalschool les. In sommige gevallen moeten inburgeraars naar een ander dorp of andere stad om de taalles bij te wonen. Inburgeraars zijn tevreden over de docenten, de kwaliteit van de lessen en de locatie. De gemeente heeft korte lijnen met de taalscholen, waardoor mogelijke problemen snel kunnen worden opgevangen. Een voorbeeld hiervan is dat de gemeente signalen opving over een taalschool die moeite heeft met het ondersteunen mensen met (ernstige) fysieke of verstandelijke beperking. De locatie was niet voldoende geëquipeerd om deze mensen op de juiste manier te begeleiden. Dit is een kwestie waar de gemeente en de taalschool over in gesprek zijn. Ook wordt er vanuit deze taalschool veel gedaan om inburgeraars actief te helpen bij het verschaffen van informatie, bijvoorbeeld door het aanbieden van flyers op de taalschool, waarin wordt uitgelegd waar inburgeraars terechtkunnen met vragen over het aanvragen van uitkeringen. Knelpunten De B1-routers met wie we hebben gesproken zeiden dat de overgang van A2- naar B1-niveau als zwaar werd ervaren. De overgang van A2 naar B1 zou logischerwijs goed op elkaar moeten aansluiten. In de praktijk wordt dit in mindere mate ervaren. Dit wordt onder andere veroorzaakt door ander lesmateriaal.

Het boek dat voor A2 wordt gebruikt, wordt als beter beoordeeld dan dat voor B1. Dit was een grote reden waarom de verschillende taalniveaus volgens de respondenten niet goed op elkaar aansluiten. Het gebrek aan kinderopvang wordt ook als een knelpunt gezien. Inburgeraars met gezinnen komen minder vaak naar taallessen als ze daarnaast voor kinderen moeten zorgen. In sommige gevallen gaan kinderen al naar school, waardoor het mogelijk is om de roosters van de taallessen en het onderwijs van kinderen op elkaar af te stemmen. Ook wordt op één taalschool het probleem opgelost door zelf oppas tijdens de taallessen te regelen voor kinderen die nog niet naar school gaan. Niet elke locatie van de taalschool kan dit realiseren. Een respondent die werkzaam is bij VWN stelde dat wettelijk gezien ouders pas een beroep mogen doen op kinderopvang als beide ouders werkzaam zijn. Voor inburgeraars is deze eis, realistisch bekeken, niet haalbaar. Naast de taallessen (800 uur in drie jaar) en in het geval van de Z-routers de participatie-eis (idem) ervaren inburgeraars volgens deze respondent weinig ruimte om daarnaast een baan te vinden en te behouden. De gemeente Leidschendam-Voorburg biedt de mogelijkheid tot vergoeding van meerkosten waardoor men in inburgeringstraject geen kosten heeft voor kinderopvang.

De consulent dient de inburgeraar hierover bij de brede intake te informeren, en wanneer de inburgeraar daarom vraagt. Veel inburgeraars willen graag Nederlands oefenen buiten de lessen om. Voor sommige inburgeraars is hier onvoldoende tijd voor in hun dag. Een voorbeeld hiervan werd door een aantal respondenten uit de Z-route benoemd en onderschreven. Ze ervoeren namelijk te weinig tijd om alle verplichtingen, zowel uit de gemeente als persoonlijk voor hun gezin, te kunnen oppakken. Ze hadden hun handen al vol aan de verplichting om driemaal per week naar de taallessen te gaan (inclusief reistijd) en om hiernaast de zorg voor hun gezin te dragen. De inburgeraars in de B1-route hadden niet altijd voldoende ruimte om tijdens het vrijwilligerswerk Nederlands te spreken. Een respondent in de B1-route verwoordde dit als volgt: Citaat: “Ik ga nu naar de taalcursus en doe vrijwilligerswerk, bij de kringloopwinkel. Het is veel werk, druk. Ik kan er weinig praten.” Een taalschool in de gemeente stelde dat de begeleiding van de gemeente zeer dicht bij de inburgeraars is georganiseerd. Inburgeraars kunnen met vrijwel al hun vragen terecht bij een gemeentelijk consulent. Zoals in het beleidsplan Inburgering van de gemeente Leidschendam-Voorburg wordt beschreven is het hoofddoel van maatschappelijke begeleiding het realiseren van zelfredzaamheid van inburgeraars.

De respondent van deze taalschool signaleerde tegelijkertijd

10

dat de intensiviteit van deze begeleiding ten koste kan gaan van de zelfredzaamheid van inburgeraars. Wanneer inburgeraars met alle vragen terechtkunnen bij de gemeente, wordt er minder van hun zelfredzaamheid gevraagd. Inburgeraars lijken vrij snel aan te kloppen bij de gemeente met vragen en klachten. Een voorbeeld dat hierbij genoemd werd, waren klachten die de gemeente ontving van inburgeraars over een taalschool. De gemeente springt hier (volgens sommige respondenten) dan meteen op in, terwijl ook een houding van zelfredzaamheid wordt gevraagd van de inburgeraars.

In deze paragraaf beschrijven we de ervaringen van de aanbieders: we gaan zowel in op de ervaringen met de samenwerking als op een aantal belangrijke achtergrondkenmerken tijdens de uitvoering.

Als onderdeel van de ervaringen van aanbieders hebben we ook de ervaringen met de samenwerking besproken. De samenwerking tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg, taalscholen en VWN wordt door alle partijen als goed ervaren. Er zijn nauwe contacten tussen de partijen, onder andere via de kwaliteitsmedewerker Inburgering van de gemeente, waardoor ze elkaar goed kunnen vinden wanneer er knelpunten opdoemen. De gemeente krijgt eens in de zoveel tijd door de taalscholen een presentielijst van inburgeraars in de B1- en Z-route opgestuurd. Daarnaast informeren de taalscholen de gemeente ook over welke inburgeraars het taaltraject goed doorlopen, zodat deze opgeschaald kunnen worden. Ook zitten VWN en Foxtaal (één van de taalscholen in de gemeente Leidschendam-Voorburg) in hetzelfde gebouw, waardoor de lijnen tussen hen kort zijn. Tussen VWN en de gemeente is er elke zes weken een kwaliteitsoverleg. Op enkele vlakken wordt het wenselijk geacht dat er meer contact is. Een voorbeeld hiervan is om tussen maatschappelijke begeleidingsorganisaties en de gemeente meer informatie uit te wisselen over het participatietraject van inburgeraars. Mogelijke knelpunten/aandachtspunten kunnen zo tijdig in kaart worden gebracht. Op deze wijze kunnen zowel de maatschappelijke organisaties als de gemeente hun begeleiding goed aanpassen.

Een ander voorbeeld betreft het aanbod van participatieplekken in de gemeente. Als er meer contact is over de wensen en behoeften van inburgeraars en deze vergeleken worden met het huidige aanbod van participatieplekken kunnen deze beter op elkaar worden afgestemd.

Uitvoerders benoemen een aantal relevante achtergrond kenmerken van inburgeraars, waar rekening mee moet worden gehouden tijdens de uitvoering van het inburgeringstraject. Een belangrijk achtergrondkenmerk van inburgeraars dat meeweegt bij een succesvolle inburgering is de leeftijd. Wanneer een inburgeraar een relatief hoge leeftijd heeft, wordt het lastig om de taal nog op een functioneel niveau te krijgen. Oudere inburgeraars zouden zelf niet altijd het nut inzien van het leren van een nieuwe taal. Hierdoor neemt de kans af om het Nederlands op een spreekvaardig niveau te krijgen. Een ander belangrijk achtergrondkenmerk is iemands gezinssituatie. Wanneer inburgeraars thuis alleen de moedertaal spreken, is het lastiger Nederlands te leren. Gezinsmigranten met een Nederlandse partner leren juist eerder de taal. Ook ouders met schoolgaande kinderen voelen al snel de urgentie om Nederlands te spreken. Ten slotte kan het opleidingsniveau een rol spelen. Hoogopgeleide inburgeraars hebben vaak een sterkere motivatie om zich te blijven ontwikkelen en niet ‘stil te staan.’ In het geval van een hoog opleidingsniveau in het land van herkomst blijkt dat deze groep mensen minder hulpbehoevend zijn dan mensen met een laag opleidingsniveau.

Een voorbeeld is de groep hoogopgeleide Turkse mensen in de gemeente, die zowel in participatie als in de taalles een grote mate van zelfredzaamheid toont. Ook wordt een verschil tussen mannen en vrouwen waargenomen, zoals een aanbieder omschrijft: Citaat: “Je merkt het ook bij laagopgeleide vrouwen die meer thuisgehouden worden, die hebben andere problemen te overwinnen." De bovenstaande randvoorwaarden zijn uiteraard niet alleen van belang voor deelname aan de inburgering, maar ook voor participatie en (vrijwilligers)werk.

In zowel de gesprekken met uitvoerders als met inburgeraars werden een aantal succesfactoren en knelpunten benoemd in de uitvoering van de Wi2021.

11

Succesfactoren De uitvoerders en aanbieders die we hebben gesproken zijn over het algemeen positief over de uitvoering onder de nieuwe inburgeringswet, aangezien er nu meer mogelijkheden zijn voor het monitoren van inburgeraars. Als voorbeeld wordt het voortgangsgesprek genoemd. Ook de korte lijnen tussen gemeente, VWN en de taalscholen dragen hieraan bij. Eerder werden inburgeraars meer aan hun lot overgelaten, was het gevoel van aanbieders. Door nauwere monitoring kan ook eerder aan de bel getrokken worden wanneer er problemen optreden. Citaat: “We zitten er dicht bovenop, dat is erg goed.” En: “Je bent aan het zorgen dat mensen aan het inburgeren zijn, meer dan de oude wet. Heb het idee dat we nu dan ook beter bezig zijn.” Daarnaast is er meer ruimte om maatwerk te organiseren, waardoor de inburgeringsactiviteiten beter aansluiten bij de wensen en behoeftes van inburgeraars. De inburgeraars hebben in de gesprekken ook een aantal succesfactoren benoemd. Zo wordt de persoonlijke begeleiding van de taalschool en/of VWN als zeer positief ervaren. De inburgeraars voelen dat ze voor al hun vragen terechtkunnen bij VWN. Ook de nauwe contacten met de taaldocenten, en het gevoel ook bij de taalschool met veel vragen terecht te kunnen, werden hierbij genoemd. Een andere succesfactor is de hoge kwaliteit van de taalscholen.

Door vrijwel alle respondenten werd dit als zeer positief gezien. Knelpunten Daarnaast wordt in de gesprekken een aantal knelpunten benoemd in de uitvoering van het inburgeringstraject:  Het Plan Inburgering en Participatie (PIP) is in de gemeente wat later opgestart dan gebruikelijk. Dit kan worden verklaard door een onderbezetting bij de gemeente. Tijdens de overheveling van taken met de Wi2021 is vanuit het DUO een bulk aan inburgeraars overgedragen aan de gemeente. De administratieve lasten die dit met zich meebracht was veel werk voor de collega die dit toentertijd moest verwerken. Dit heeft voor een tijdelijke achterstand gezorgd die op dit moment weer is ingelopen. De huidige achterstand is door interne kwesties veroorzaakt, zoals uitval van personeel, wisseling van consulenten en de samensmelting van teams.  Het Participatieverklaringstraject (PVT) heeft ook wat uitstel in de uitvoering opgelopen. Het is VWN niet gelukt om deze tijdig aan te bieden, en er is momenteel sprake van een wachtlijst van personen die het PVT nog moeten uitvoeren. Daarnaast werken bij VWN veel vrijwilligers, die ook niet altijd alle hulpvragen kunnen oppakken. Inburgeraars noemen dit ook, dat zij in sommige gevallen door hun maatschappelijke begeleider worden doorverwezen naar een andere begeleider.

 Daarnaast loopt de taalschool die zich richt op de Z-route en gezinsmigranten tegen een lage instroom aan. Om maatwerk aan te kunnen bieden is er een bepaald aantal inburgeraars nodig om dit rendabel uit te voeren. Het wordt steeds lastiger om homogene groepen te realiseren, waardoor er momenteel meer gedifferentieerd moet worden in één klas.  Ten slotte zijn er grenzen aan maatwerk. Het blijkt niet altijd mogelijk te zijn om het taalonderwijs aan te sluiten bij bijvoorbeeld mensen met een psychische of mentale beperking (zoals terminaal zieken, slechtzienden, rolstoelgebruikers of mensen met epilepsie), terwijl taalscholen aangeven dat deze groep juist lijkt te groeien. Citaat: “Als er enkele mensen met een beperking in de klas zijn, dan is dat te doen. Maar nu is de groep dermate groot dat docenten aan de taks zitten in de klas. Wat voor hulpmiddelen kunnen ze krijgen?” Respondenten vragen zich af waarom deze groep geen ontheffing voor de inburgering heeft ontvangen. Argonaut 4 bekijkt vooral of de persoon leerbaar is, en wordt als gevolg niet ontheven, maar respondenten menen dat er ook naar de mate van leerbaarheid en mate van wenselijkheid moet worden gekeken.

Daarnaast maken het gelijktijdig werken én inburgeren het lastig om maatwerk te bieden – bijvoorbeeld wanneer een inburgeraar fulltime werkt en als gevolg daarvan uitstroomt uit de bijstand, maar geen lessen kan volgen buiten werktijden omdat het aanbod ontbreekt.

4 Argonaut is een landelijke arbodienst die door overheid is ingehuurd om medisch onderzoek uit te voeren.

12

In deze paragraaf gaan we in op de ervaren effecten onder inburgeraars met de ondersteuning. De ervaren effecten worden in deze paragraaf opgedeeld volgens de drie doelstellingen van de gemeente Leidschendam-Voorburg namelijk: taalniveau, meedoen naar vermogen en zich verbonden voelen, en financieel en maatschappelijk zelfredzaam. Taalniveau Inburgeraars zeiden tijdens de groepsgesprekken dat ze graag hun Nederlands willen verbeteren, voornamelijk met als doel een baan te vinden en om volledig mee te kunnen doen in de samenleving. Ze gebruiken zo vaak als mogelijk de Nederlandse taal, bijvoorbeeld met boodschappen doen en in het contact met buren. Wel vinden ze bijna allemaal dat Nederlands een erg moeilijke taal is om te leren. Dit geldt in het bijzonder voor analfabeten, en voor diegenen die een ander alfabet en taalsysteem gewend zijn. Een deel van hen zei ook niet altijd voldoende zelfvertrouwen te hebben om Nederlands met anderen te spreken. Door een aantal uitvoerende partijen en door inburgeraars zelf wordt gesignaleerd dat het lastig kan zijn om buiten de taallessen om Nederlands te praten. Veel van hen zijn op zoek naar een taalmaatje, maar in sommige gevallen hebben inburgeraars het hier te druk voor.

Een respondent beschreef de wens om de taal te willen leren maar hier geen ruimte voor te vinden in zijn dagelijks leven als volgt: Citaat: “School is goed, maar ik zou meer de taal willen oefenen. Ik zou wel een taalmaatje willen, maar heb daar geen tijd voor want ik heb een gezin.” Daarnaast spreken de inburgeraars binnenshuis meestal de moedertaal. Wanneer in één klas veel inburgeraars zitten uit hetzelfde herkomstland, is het daarnaast lastig te voorkomen dat de moedertaal tijdens de lessen onderling ook wordt gebruikt. Meedoen naar vermogen en zich verbonden voelen In het nieuwe Inburgeringsstelsel is het de bedoeling dat inburgeraars het leren van de Nederlandse taal combineren met het participeren in de Nederlandse samenleving, bijvoorbeeld door betaald werk of vrijwilligerswerk, of het oefenen van de taal met een taalmaatje. Veel inburgeraars zeggen op een bepaalde manier te willen participeren. We maken hieronder onderscheid tussen de B1-route en de Z-route. B1-route Voor de respondenten in de B1-route is het hebben van betaald werk of het volgen van een studie vaak de grootste wens. Ze zouden graag meer begeleiding willen bij het vinden van passend én betaald werk. Deze groep doorloopt vaak sneller het taalleertraject, waardoor er eerder zicht is op betaald werk.

De eerste stap die ze vaak zetten is het doen van vrijwilligerswerk, waar ze ook hun Nederlands in de praktijk kunnen oefenen. Inburgeraars in deze route weten wel vaak vrijwilligerswerk te vinden, zoals bij een kringloopwinkel, maar dit werk is onbetaald. De werkdruk op enkele vrijwilligersplekken is daarnaast dusdanig hoog dat er weinig tijd is om het Nederlands te oefenen, zoals een respondent zei: Citaat: “Het is veel werk, ik heb weinig kans om Nederlands te praten." Een andere respondent vindt dat het vrijwilligerswerk dat hij heeft niet goed aansluit bij zijn wensen. Hij zei graag te willen weten welk vrijwilligerswerk in de gemeente beschikbaar is dat beter aansluit bij zijn wens om ook in Nederland docent te zijn: Citaat: “Ik was docent, wil dat graag weer oppakken. Welk vrijwilligerswerk kan ik doen zodat ik ook in Nederland docent kan zijn? Ik weet dat niet, maar zou dat wel graag willen weten." Twee van de elf vrouwen die we hebben gesproken vinden ten slotte dat ze weinig begeleiding van de gemeente ontvangen richting de arbeidsmarkt, omdat ze een werkende man zouden hebben. Ze zouden echter graag zelf ook willen werken, zodat ze niet afhankelijk zijn van hun man.

Deze twee vrouwen deden vrijwilligerswerk, en ze hadden het gevoel dat ze daarom weinig begeleiding van de gemeente ontvingen richting een betaalde baan (ze waren immers al aan het participeren), terwijl ze dat wel graag wilden. Z-route De Z-routers ervaren dat het voor hen lastig is om de 800 participatie-uren in te vullen. Voor sommige inburgeraars in de Z-route gaat al hun tijd op aan naar de taallessen te gaan, het Nederlands proberen te gebruiken in het dagelijks leven

13

(tijdens boodschappen doen bijvoorbeeld), om vervolgens weer naar huis te gaan. Dit kost hun dusdanig veel energie dat daarbuiten weinig ruimte wordt gevoeld om te participeren en de Nederlandse taal te gebruiken buiten de taalles. Voor de Z-routers worden in het drie jaar durende inburgeringstraject naast de 800 uur taalles ook 800 participatie-uren gevraagd. Door zowel de inburgeraars in deze groep als de aanbieders wordt deze eis als fors beschouwd. Het is niet makkelijk om aan de 800 uur te voldoen gezien de voorzieningen in de gemeente. Een aantal respondenten vertelden ons dat er volgens hen wel voldoende aanbod lijkt te zijn, maar dat dit niet voor iedereen geschikt is. Individuele inburgeraars hebben namelijk verschillende wensen en behoeften. Voor de ene persoon zou een naaicursus goed kunnen aansluiten op diens wensen en vaardigheden, terwijl voor een ander werkzaamheden bij een voetbalvereniging beter zouden aansluiten. Dat de participatie-eis snel na afname van de PIP wordt ingezet is een mogelijk knelpunt voor het voldoen aan deze eis. Mogelijkheden voor participatie en het belang van maatwerk Werk kan van toegevoegde waarde zijn voor inburgeraars, omdat ze hier meer kansen krijgen om de taal te oefenen en contacten op te doen. De gemeente heeft verschillende participatieplekken georganiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Duivenvoorde&id=56a5c357-6c8f-47db-8dfe-36993944be1d