Informatiebrief 66 Groen in Voorschoten, uitgangspunten voor beleid en perspectief op handelen (incl cor bijl)
Tekst van het document
10
Hierbij valt op dat Noord-Hofland en Adegeest eruit springen wat betreft de totale hoeveelheid bomen per buurt. Dat is niet zo verwonderlijk want dit zijn ook onze grootste buurten. Maar als je dan vervolgens naar de boomdichtheid kijkt scoort Noord-Hofland redelijk en Adegeest gemiddeld. Dit in tegenstelling tot het centrum, onze kleinste buurt. Hier staan nog geen 500 bomen, maar wel in de hoogste dichtheid van het dorp met meer dan 30 stuks per ha. Dat is niet zo vreemd, want het groen in het centrum bestaat voornamelijk uit bomen.
leggen wanneer we welk uitgangspunt voor het bepalen van de herplant toepassen.
Bij beide berekeningen komt de Dobbewijk er als laagste uit. Hier is ook een duidelijke link te leggen met de gevoeligheid voor hittestress van deze buurt.
Onderzoek bomen(compensatie)fonds
Conclusie We hebben nu slechts 2% veteranen binnen ons bomenbestand. De leeftijdsopbouw van het bomenbestand moet dus evenwichtiger. Bij het aanplanten van nieuwe bomen moeten we kijken of er ruimte is om bomen aan te planten met een langere omlooptijd dan 40 jaar. Zo kunnen we het percentage volwassen en oude bomen in ons bomenbestand vergroten. Door bij de herplant van bomen niet alleen de monetaire waarde maar daarnaast ook het potentieel boomkroonvolume te gebruiken als basis voor het bepalen van de omvang van de herplant kunnen we beter gaan sturen op het behalen van deze bomennorm. Het is belangrijk om duidelijk vast te
De buurten met de laagste boomdichtheid zijn gevoelig voor hittestress. Gemeente Voorschoten heeft de doelstelling om meer bomen aan te planten. Als we gericht zoeken naar de mogelijkheden om meer bomen aan te planten in buurten met de laagste dichtheid per hectare, dan kunnen we meerdere doelen tegelijk bereiken.
Wij hebben onderzocht, indien herplant niet, of niet voor de volledige monetaire boomwaarde mogelijk is, wat dan nut of noodzaak kan zijn om deze in een bomen(compensatie)fonds te storten, zie bijlage 1. Conclusie vanuit het huidig kapbeleid en kapadvies: ➔
Ja, er is binnen het huidige kapbeleid volledige compensatie bij bomenkap mogelijk, waarbij een bomenfonds niet echt nodig is. Bij gemeentelijke bomen kan meer, maar niet volledig gecompenseerd worden. Het is de vraag of het, zonder volledige compensatie van gemeentelijke bomen, voldoende is om aan de huidige beleidsambities te voldoen. Maar door de boomwaardetaxatie van te kappen bomen als uitgangspunt voor herplant te hanteren, is compensatie ter plaatse, in de directe omgeving of elders in de gemeente beleidsmatig mogelijk. Een bomenfonds ia dan overbodig. 11
Figuur 4 Kaartbeeld met boom/ha/buurt Figuur 4 Kaartbeeld met bomen per buurt 12
Ecosysteemdiensten van een boom Sommige boomverzorgers menen dat de functie van een boom een uitdagend klim- en zaagobject is. Sommige boomtaxateurs vergelijken een boom met een auto (afschrijven direct ná aanschaf), landschapsarchitecten zien een boom vaak als groenelement voor begeleiding van een straat. Kortom, aan een boom worden vele functies toebedacht en ook vele functies níet toebedacht.5 Er zijn vele manieren waarop bomen bijdragen aan het aangenamer maken van de leefomgeving voor mens en dier. Bomen zijn onderdeel van een samenhangend geheel aan planten en dieren: een ecosysteem. De diensten die bomen direct en indirect leveren aan mensen worden ook wel ‘ecosysteemdiensten’ genoemd. Ecosysteemdiensten kunnen gaan over het verstrekken van een product, zoals bessen, noten en vruchten; over regulerende diensten van het ecosysteem, zoals stedelijke koeling; over culturele diensten, zoals recreatie; maar ook over andere diensten die hier mee samenhangen. De term
‘ecosysteemdienst’ kan dus breed geïnterpreteerd worden. In dit hoofdstuk zal kort worden ingegaan op de ecosysteemdiensten die bomen leveren aan de inwoners van Voorschoten. Er zal onderscheid worden gemaakt tussen de categorieën ecologisch, klimatologisch, maatschappelijk, economisch, esthetisch, en cultuurhistorisch.
Ecologisch De bijdrage die bomen leveren aan het dorpse ecosysteem is groot. De ecologische waarde van bomen reikt van hun wortels tot aan de top van hun boomkroon en zelfs nog verder. Eén van de diensten die bomen aan hun omgeving leveren is het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid. Bij de wortels komt suiker vrij wanneer fotosynthese plaatsvindt. Dit stimuleert verschillende schimmels en bacteriën. Bodemdiertjes leven van deze schimmels en bacteriën en samen zorgen zij voor een gezonde en losse bodem waar planten goed op kunnen groeien en waar water makkelijk kan infiltreren. Boven de grond zijn er ook verschillende dieren en planten die profiteren van bomen. Planten zoals mossen en korstmossen groeien op bomen. Dieren vinden er voedsel zoals noten en bessen. Ook vinden dieren er hun schuilplaatsen en ruimte om hun nest te bouwen. Bomen zijn erg belangrijk voor het ecosysteem in het dorp. Hoe meer bomen er staan, hoe makkelijker de dieren die hiervan profiteren zich kunnen verplaatsen doordat ze minder afstand
bron: kwartaalblad voor de kring praktiserende boomverzorgers, nr. 18 jaargang 2004 5
13
hoeven af te leggen tot een andere plek om te schuilen. Bomen dragen op deze manier bij aan een grotere algehele biodiversiteit van Voorschoten omdat het verschillende soorten meer ruimte geeft. De soorten die meer ruimte krijgen trekken op hun beurt weer andere soorten aan. Wanneer het aantal insecten toeneemt dienen zij bijvoorbeeld als eten voor dieren zoals egels en vogels.
De voordelen van de bomen in Voorschoten zijn ook merkbaar buiten het dorp. Naast dat bomen bijdragen aan een groenstructuur die breder is dan alleen Voorschoten en waar verschillende soorten in leven, leggen bomen ook CO2 vast. Door overmatige uitstoot is er een CO2 overschot in de lucht waardoor de aarde opwarmt. Door CO2 in bomen vast te leggen krijgt de natuur, waar voorheen een groot deel van de CO2 was opgeslagen, weer ruimte. Hoe gevarieerder het bomenbestand, hoe meer verschillende soorten hiervan kunnen profiteren. Ook zorgen verschillende soorten in het bomenbestand ervoor dat ziektes en plagen minder makkelijk kunnen overwaaien van de ene naar de andere boom en wordt het Voorschotense groen hierdoor in zijn geheel veerkrachtiger.
Klimatologisch Ons klimaat verandert. Door deze klimaatverandering zullen er tijdens de Nederlandse zomers vaker langdurig hete en droge periodes voorkomen. Het andere gevolg van de klimaatverandering
is dat er vaker periodes zullen voorkomen van hevige of langdurige regenval. Deze veranderingen brengen nadelige gevolgen met zich mee. Bomen helpen om deze negatieve gevolgen te beperken. Hete dagen kunnen zorgen voor lichamelijke klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, slecht slapen of duizeligheid. Er zijn twee manieren waarop bomen hitte kunnen beperken. Ten eerste zorgen bomen voor schaduw. In de schaduw is de gevoelstemperatuur lager dan in de zon. Zo kunnen bomenlanen ervoor zorgen dat men het hoofd koel houdt tijdens een wandeling naar het centrum en kunnen bomen in het park een verkoelende plek bieden om buiten te ontspannen.
De tweede manier waarop bomen bijdragen aan een koelere leefomgeving is door verdamping. Door verdamping van water uit de bladeren koelen de bladeren en de langsstromende lucht af. Op deze manieren beperkt groen de opwarming van de stad als geheel en draagt het bij aan een prettiger klimaat op straatniveau. Korte periodes van hevige regenval kunnen ervoor zorgen dat het water niet meer kan worden opgevangen door het rioleringsstelsel. Dit zal er in verschillende delen van Voorschoten voor zorgen dat straten vol komen te staan met water of dat het water huizen binnen kan stromen doordat het hoger komt dan de drempel van de 14
voordeur. Bomen zorgen er via hun wortels voor dat water makkelijker infiltreert in de grond doordat de wortels diep de grond in reiken. Daarnaast vangen de bladeren van bomen tijdelijk het water op waardoor het water niet (direct) op de grond valt en de rest van de openbare ruimte tijdelijk ontlast wordt. Ook zorgen bomen voor een schuilplaats tijdens buien. Bomen breken ook de wind, dit zorgt ervoor dat de overlast van hevige wind tijdens storm beperkt wordt en dat men geld kan besparen op de energierekening zoals verder is toegelicht onder het kopje ‘Economisch’.
Maatschappelijk In een gezonde leefomgeving horen bomen. Ze zorgen voor verkoeling tijdens hete dagen en beperken daarmee de lichamelijke klachten die het gevolg zijn van hittestress. Ook helpt een groene omgeving tegen stress en nodigen bomen uit om te bewegen. Bomen dragen ook bij aan de lichaamsbeweging doordat ze ervoor zorgen dat fiets- en voetgangersroutes veraangenaamd worden. Bij hevige wind breken ze die. Regenwater houden ze met hun kroon deels tegen. En tijdens hete dagen zorgen ze voor schaduw en koelte. Verder zuiveren bomen de lucht door het afvangen van fijnstof. Zuiverdere lucht is beter voor de longen. De gecombineerde voordelen van bomen voor de gezondheid zorgen tezamen voor een betere algehele gezondheid van de Voorschotenaren. Bewoners van groene wijken voelen zich gezonder en brengen minder vaak een bezoek aan de dokter. Bomen zorgen daarmee ook voor lagere zorgkosten.
In recreatie en sociale cohesie spelen bomen ook een belangrijke rol. Bomen in de openbare ruimte zorgen namelijk voor groene ontmoetingsplekken die de ruimte geven om tot rust te komen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Kinderen spelen bijvoorbeeld met bladeren, eikeltjes en kastanjes in de herfst. In de lente gaan wandelaars opzoek naar groene plekken om te genieten van de bloesems en in de zomer komen inwoners tot rust in de schaduw van een boom. Bomen laat men leren over de seizoenen en zorgt ervoor dat men zich ervan bewust blijft dat er ook andere dieren (zoals vogels) zijn die een onderdeel uitmaken van de natuur. In Voorschoten wordt in het onderwijs aandacht besteedt aan de natuur. Het behoudt van natuurlijke plekken met voldoende bomen, zoals de educatieve tuin, zorgt ervoor dat deze educatie toegankelijk blijft en maakt het tastbaar. Mensen ervaren een groene omgeving als aantrekkelijk en prettig. Ook hebben ze vaak een betere mentale gezondheid. Zo bevordert de aanwezigheid van groen herstel bij onder andere stress, depressie en angsten. Groen nodigt uit om te bewegen en sporten, waardoor gezond gedrag wordt gestimuleerd. Ook draagt groen bij aan het verminderen van schadelijke milieufactoren, zoals geluidsoverlast. In een omgeving die rijk is aan bomen ervaart men minder geluidsoverlast doordat de bomen kunnen dienen als 15
natuurlijke geluidsschermen. Verder dragen bomen bij aan verkeersveiligheid op verschillende manieren. Wanneer er bomen langs de weg staan zijn bochten makkelijk te herkennen en gaan mensen voorzichtiger rijden. Bomen die dicht langs wegen staan zorgen voor een poorteffect waardoor bestuurders beter opletten. Over het algemeen rijdt men voorzichtiger op een weg met bomen.
Economisch Bomen zorgen, zoals verder toegelicht wordt onder ‘maatschappelijk’, ‘klimatologisch’, en ‘esthetisch’, voor een aantrekkelijke groene leefomgeving waar gebruikers prettiger wonen. Investeerders hebben een voorkeur voor dit type locaties. Ook ligt de waarde van vastgoed in het groen hoger dan van soortgelijke gebouwen op een niet groene locatie. Op deze manieren draagt groen bij aan de Voorschotense economie. En is het van invloed op de waarde van vastgoed.
Een economisch voordeel dat bewoners direct raakt is dat bomen in de directe woonomgeving flink kunnen helpen bij het besparen van energie. In de winter breken bomen de koude wind die tegen het huis aan kan waaien. Hierdoor hoeft het huis minder opgewarmd te worden omdat de boom als een soort ‘natuurlijke isolatie’ het huis helpt tegen afkoelen. In de zomer zorgen bomen bij het huis juist voor schaduw. Dit zorgt ervoor dat het huis koel blijft en men de airco niet nodig heeft of minder gebruikt.
Tijdens de periode waarin bomen in leven zijn produceren zij eten voor mens en dier. Noten, bessen en andere vruchten kunnen aan bomen groeien en hebben economische waarde. Denk maar eens aan walnoten. Andere producten die bomen kunnen leveren zijn sappen, oliën of hars. Wanneer een boom wordt verwijderd, kan het hout als restproduct op verschillende manieren worden ingezet. Er kunnen houtsnippers van worden gemaakt voor bijvoorbeeld halfverharde wandelpaden. Een andere optie is het gebruik als bouwmateriaal, bijvoorbeeld spaanplaat. En van hout van dikke bomen kunnen meubels gemaakt worden.
Esthetisch Groen en bomen spelen een cruciale rol bij architectuur en stedenbouw. Ze creëren een gevoel van verbondenheid met de natuur en kunnen de schoonheid en visuele aantrekkingskracht van gebouwen en stedelijke omgevingen vergroten. Voorschoten wordt gezien als een groen dorp, bomen maken daar een belangrijk onderdeel van uit. Bomen bepalen het karakter van de straat. Zo zijn lindebomen een beeldbepalend onderdeel van de Voorstraat. Zorgen de hoge bomen aan de Laan van Duivenvoorde voor de illusie van een poort wanneer men op bezoek gaat bij kasteel Duivenvoorde. En dragen de bomen aan de singel van de Carel Fabritiuslaan bij aan het landelijke gevoel van het dorp. Bomen zorgen voor herkenning en veranderen de manier waarop de omgeving ervaren wordt. Ook zorgen bomen voor visuele afscherming tussen ruimtes om aan te geven waar grenzen van het perceel liggen, dit werd vroeger in het agrarisch landschap gebruikt
16
om aan te duiden welke gewassen waar groeiden. De bodemeigenschappen en kwaliteit zijn daar nauw mee verwant.
Bomen kennen allerlei verschillende groottes, vormen, bladeren, kleuren, texturen en vruchten. Door verschillende bomen op verschillende plekken toe te passen kan men zich makkelijker oriënteren. Ook dragen bomen bij aan de beleving van de seizoenen, dat zorgt voor bewustwording van de manier waarop de Nederlandse natuur elk jaar een cyclus doorloopt. Men associeert kale bomen bijvoorbeeld met winter, lente met bloesems, zomer met groene, volgroeide bomen en de herfst met het zoeken van eikels, kastanjes en andere noten tussen de felgekleurde herfstbladeren. Architecten maken om verschillende redenen bewuste keuzes voor het plaatsen van bepaalde boomsoorten in hun ruimtelijke context. Eén van de kenmerken die in overweging kan worden genomen is de boomgrootte. Kleine bomen kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat grote gebouwen groter lijken en andersom. Zo kunnen architecten visuele aspecten als grootte, kleur, textuur en vorm in balans brengen of uitvergroten met behulp van bomen.
Cultuurhistorisch Bomen kunnen een bijdrage leveren aan het zichtbaar maken van de geschiedenis van Voorschoten en het omliggende landschap. Dat noemen we de cultuurhistorische waarde. Deze waarde wordt
bepaald door de functie die op een bepaald moment in de tijd aan de boom is toegekend. Herdenkingsbomen hebben direct bij het aanplanten al een cultuurhistorische waarde. Verspreid over heel Nederland zijn bomen te vinden die geplant zijn om bijzondere gebeurtenissen te herdenken, zoals de kroning van onze koning. Een voorbeeld in Voorschoten is de Canadese populier op de Leidseweg 196 die waarschijnlijk tussen 1945 en 1950 is geplant als aandenken aan de Canadese bevrijders van de tweede wereldoorlog. Andere bomen zijn cultuurhistorisch waardevol doordat zij zichtbare sporen nalaten van de geschiedenis of de waarde die er vanuit de inwoners gehecht wordt aan één of meer bomen. Vroeger, toen er nog geen navigatiesystemen waren, gebruikten men bomen als oriëntatiepunt. Langs rivieren stonden bakenbomen. En om de locatie van een kapel of kruisbeeld te benadrukken plantte men er een kruis- of kapelboom naast. Ook worden tegenwoordig nog herkenbare bomen als herkenningspunt gebruikt. Bijvoorbeeld de Hollandse Linde op de rotonde tegenover het gemeentehuis. De bomencirkel rondom de Kruisvijver in Park Beresteyn is een voorbeeld van bomen die het aantrekkelijke uiterlijk van deze locatie in de tuin benadrukken. Ze hebben een belangrijke functie in het tuinontwerp van deze buitenplaats.
Aan de grote verscheidenheid van bomen in het Burgemeester Berkhoutpark wordt ook veel waarde gehecht door boom- en natuurliefhebbers. Er staan zoveel verschillende soorten dat je van het park zelfs een arboretum kunt maken. 17
In de afgelopen eeuwen veranderde de rol van bomen in het landschap. In de loop van de 19e eeuw ontwikkelden zich in Voorschoten boerderijen, landgoederen en huizen. De wegen die daar naartoe leidden waren vooral lanen. Beeldbepalende en cultuurhistorische lanen zijn bijvoorbeeld de Veurseweg en Leidseweg met haaks hierop de Papelaan die al zichtbaar zijn op kaarten van vóór 19006. Deze cultuurhistorische lanenstructuur is nog steeds te herkennen in Voorschoten.
Naast lanen hebben ook de houtwallen met bomen in het landschap cultuurhistorische waarde. Een houtwal is een aarden wal waar onder andere bomen op groeien. Houtwallen functioneerden onder andere als veekering of grens van een bevloeiingsweide. Deze wallen waren eeuwenlang van groot belang waardoor ze lang behouden zijn gebleven. De beplanting met bomen is vaak ouder. De bomen op houtwallen hebben hierdoor cultuurhistorische en genetische waarde. Het gaat vaak om een ander soort planten dan de planten in bossen. Bijvoorbeeld mispel of appelbomen. Houtwallen zijn onder andere te vinden aan het IJsbaanpad, de Vliet bij buitenplaats Bijdorp en bij Landgoed Duivenvoorde.
6
Bij landgoederen, boerderijen en kloosters waren vroeger veel boomgaarden te vinden, zo ook in Voorschoten. De meesten zijn inmiddels uit Voorschoten verdwenen. Maar bij Bijdorp en huize Berbice zijn de boomgaarden nog wel (deels) behouden gebleven. Tot slot is soms aan de snoeivorm van bomen te herkennen waarvoor zij vroeger gebruikt werden. Sommige van de snoeivormen die voortkomen uit oude gebruiken worden in Voorschoten aangehouden, hieronder volgt een opsomming van snoeivormen die nog steeds worden toegepast binnen Voorschoten: 1. Leilindes werden rond boerderijen en landhuizen aangeplant als natuurlijke zonwering voor schaduw en verkoeling. 2. Knotwilgen dienden als grensafscheiding en houtleveranciers. 3. Zuilbomen werden gebruikt als natuurlijke pilaren om accenten te leggen op bepaalde punten in de tuin. 4. Fruitbomen werden vooral aangeplant rond kloosters, kastelen en landgoederen. 5. Hakhoutpercelen werden vroeger aangelegd om met het hout huizen te verwarmen tijdens koude periodes. Door het behouden en versterken van cultuurhistorische houtopstanden zorgen we dat de ontstaansgeschiedenis van Voorschoten zichtbaar blijft.
bron: www.topotijdreis.nl
18
Wettelijke en beleidskaders Er zijn heel wat bestaande wettelijke en beleidskaders waar we rekening mee moeten houden met ons bomenbeleid. Dat varieert van het Burgerlijk Wetboek en de Algemene Plaatselijke Verordening tot en met de groenstructuurvisie en het klimaatadaptatiebeleid.
Burgerlijk Wetboek In het Burgerlijk Wetboek worden, onder meer, rechten en plichten omschreven van (grond) eigenaren en beheerders en van partijen die een overeenkomst of contract zijn aangegaan. Het Burgerlijk Wetboek heeft, door het benoemen van de ‘zorgplicht’, directe invloed op de omgang met veiligheidsrisico’s bij bomen en op de uitvoering van bij aannemers uitbestede werkzaamheden aan bomen. De zorgplicht leidt tot de verplichting van een boomeigenaar om een zorgvuldig beheer te voeren, dat de veiligheid van de (openbare) ruimte rond de bomen garandeert. In boek 5, artikel 42, zijn zaken vastgelegd rondom de erfgrens (‘burenrecht’) en het voorkomen van bomen op of nabij de erfgrens. In Voorschoten is dit verder aangescherpt in artikel 4.11, 10e lid van
de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Voor bomen is dit vastgesteld op 0,5 meter en voor heesters en heggen is dit nihil.
Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet vervangt 26 Nederlandse wetten en aanvullende regelgeving. Met de Omgevingswet is dit samengevoegd, vereenvoudigd en gemoderniseerd voor ruimtelijke projecten. De Omgevingswet werkt met een aantal kerninstrumenten: • • • •
Omgevingsvisie (Rijk, provincie, gemeente), Omgevingsplan (gemeente), Omgevingsprogramma’s (Rijk, provincie, waterschap, gemeente), Instructieregels, omgevingsverordening en waterschapsverordening (Rijk, provincie, waterschap).
Nationale omgevingsvisie In de nationale omgevingsvisie zijn vier prioriteiten benoemd waarin groen, en specifiek bomen, een belangrijke bijdrage kunnen leveren7: •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: vasthouden van water, klimaatbestendige inrichting, aanpassing energie-
Bron: Handreiking omgevingswet en bomen 2021 (Norminstituut bomen/ Bomenstichting 7
19
•
•
•
infrastructuur met aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel: duurzaam en circulair maken van onze economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Sterke en gezonde steden en regio’s: de nadruk ligt op klimaatbestendig en natuur- inclusief bouwen, waarbij grote open ruimten tussen steden hun groene karakter behouden en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad worden versterkt en aangesloten op groen buiten de stad. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: verbetering van de biodiversiteit wordt én als ecologische én als economische uitdaging benoemd.
Deze prioriteiten werken door in de programma’s, visies en plannen van provincies, waterschappen en gemeenten.
voor het kappen van bomen uit houtopstanden die bestaan uit rijen van 21 of meer bomen (exclusief wilgen en populieren) of het kappen van bomen uit houtopstanden groter dan 10 are (exclusief erf- en tuinbeplantingen). In de Omgevingswet is vastgelegd dat gemeenten een ‘bebouwingscontour houtkap’ moeten vastleggen in het omgevingsplan. Dit is vergelijkbaar met de voormalige komgrenzen Boswet/Wet Natuurbescherming. De gemeente Voorschoten heeft deze grenzen sinds 1974 nooit meer aangepast. En ze zijn nog niet formeel omgezet in de ‘bebouwingscontour houtkap’. Het is dus zaak om een ‘bebouwingscontour houtkap’ bestuurlijk vast te laten stellen om te voorkomen dat alle houtopstanden binnen de gemeente onder het Besluit Activiteiten Leefomgeving vallen. Deze grenzen worden vervolgens in het omgevingsplan opgenomen.
Besluit Activiteiten Leefomgeving – voorheen Wet Natuurbescherming 2017
Plantgezondheidswet, voorheen Plantenziektewet
Op 1 januari 2024 is ook de Wet Natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet. De voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Dat is een van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) die vallen onder de Omgevingswet.
In de Plantgezondheidswet staat hoe in Nederland omgegaan moet worden met ziekten en plagen. Deze wetgeving is gebaseerd op de Plantgezondheidsverordening, EU-Verordening 2016/2031. In de bijlages van deze verordening staan details over gereguleerde organismen en eventuele eisen die daarvoor gelden.
Deze regelgeving heeft betrekking op bomen en bosschages in het buitengebied. Vergelijkbaar met de regelgeving uit de Natuurbeschermingswet geldt een meldplicht en een herplantplicht
Bossenstrategie In 2020 heeft het Rijk samen met alle provincies in Nederland de bossenstrategie vastgesteld. Het doel is het verbeteren van de 20
kwaliteit in bestaande bossen en de realisatie van 37.000 hectare extra bos in Nederland. Dit is een stijging van 10% meer bos dan voorheen.
De volgende extra regels zijn opgenomen in de provinciale verordening: •
De provincie Zuid-Holland heeft een belangrijke rol in deze strategie. In 2020 bestond namelijk slechts 3% van het landschap in ZuidHolland uit bos. Daarom is een Groeimodel Bos- en Bomenbeleid Zuid-Holland vastgesteld, inclusief een werkplan voor 2021-2022. Met als doel uitbreiding van bomen en bos en zo de natuur te versterken in onze drukbevolkte provincie. Voor onze gemeente liggen hiervoor vooral bij onze landgoederen kansen. Landgoed Duivenvoorde vormt een belangrijke schakel in het functioneren van een ecologische verbinding tussen het duingebied (Meijendel) en het veenweidegebied (Het Groene Hart). Nieuwe bospercelen kunnen als ‘stepping-stones’ functioneren, waardoor het ecologische netwerk vitaler wordt.
•
•
Verplichten van boscompensatie: wanneer er bos verdwijnt moet er vooraf verplicht een compensatieplan ingediend en goedgekeurd worden. Bos dat gekapt is buiten het NNN (Natuur Netwerk Nederland), mag niet meer binnen het NNN gecompenseerd worden. Hiermee wordt voorkomen dat het totale oppervlakte aan groengebied afneemt. Compensatie in recreatiegebieden (als de kap buiten deze gebieden heeft plaatsgevonden) is nog wel toegestaan. Alleen moet er dan een twee keer zo groot oppervlakte voor terug geplant worden. Extra bescherming voor A-locatie bossen, bosreservaten en groene houtopstanden van minimaal 1000m2 die voor 1850 zijn aangeplant.
3 pijlers staan in Zuid-Holland centraal: 1. Bescherming: Om de houtopstand in Zuid-Holland nog beter te beschermen zijn in de provinciale verordening extra regels opgenomen 2. Uitbreiding bos en bomen: Bomen en bossen zijn van iedereen. Daarom wordt de uitbreiding van bos en bomen gekoppeld aan provinciale opgaven, en meegenomen in lopende gebiedsprocessen en programma's. 3. Vitaliteit bestaande bossen en bomen: Naast dat we werken aan meer bos en bomen in Zuid-Holland, zorgen we ervoor dat bestaande bossen gezond zijn en blijven.
Op de website van Omgevingsdienst Haaglanden zijn alle provinciale regels over kappen en herplanten te vinden.
Algemene Plaatselijke Verordening 2020 (APV) In hoofdstuk 4, afdeling 3 wordt geregeld hoe de gemeente Voorschoten het bewaren van houtopstanden heeft geregeld. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op een door het college vastgestelde lijst met waardevolle bomen en houtopstanden (= lijst met beschermwaardige bomen) 21
Deze regels rond het vellen van houtopstanden zullen uiteindelijk in ons gemeentelijk omgevingsplan terecht moeten komen. Om de regelgeving voor bomen goed en locatie gebonden te borgen is het opnemen van bomen als zelfstandig element in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) van belang. Het DSO is de plek waar de regelgeving ontsloten wordt voor initiatiefnemers. Daar kunnen zij kijken welke regelgeving op een specifieke plek van toepassing is.
Beleid beoordeling kapaanvragen voor beschermwaardige bomen Deze richtlijn met de naam ‘Beleidsnotitie beoordeling kapaanvraag Voorschoten’ is op 6 december 2011 tegelijk met de beschermwaardige bomenlijst vastgesteld. Deze notitie geeft het beleid helder weer in welke situaties en om welke redenen een beschermwaardige boom gekapt mag worden en de wijze waarop gecompenseerd dient te worden in de vorm van een kapverplichting.
Beschermwaardige bomen (bron: groenstructuurvisie 2009)
De gemeente Voorschoten streeft naar een duurzame instandhouding en ontwikkeling van haar bomenbestand binnen de wettelijke kaders en de mogelijkheden van de gemeente als beheerder. Bomen leveren een belangrijke bijdrage aan de beeldkwaliteit en de kwaliteit van de leefomgeving van de inwoners. Zij zijn van waarde voor: • De economie, bijvoorbeeld doordat woningen en bedrijven met bomen in de omgeving meer waard zijn; • De ecologie en natuur, bijvoorbeeld doordat zij een leefomgeving bieden voor vogels en insecten en ook mensen meer met de natuur in contact brengen; • De beleving van de openbare ruimte, de cultuurhistorie en identiteit van de plek; • Het welzijn van mensen, bijvoorbeeld door hun luchtzuiverende werking, de invloed op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen en de schoonheidsbeleving. Voor duurzame instandhouding heeft de gemeente geïnventariseerd (Pius Floris, 2008) welke bomen en boomgroepen beschermwaardig
Voorschoten is een lommerrijke gemeente. Om het groene karakter nu en in de toekomst te waarborgen dient de juiste boom op de juiste plaats te staan. 22
zijn8. Het gaat daarbij om bijna 6300 gemeentelijke bomen en circa 1900 particuliere bomen. Over het algemeen zijn dit bomen ouder dan 50 jaar met een toekomstverwachting van nog minimaal 10 jaar. De bomen voldoen aan tenminste één van de volgende criteria: • • • •
Beeldbepalend, onvervangbaar, van belang voor de beleving Cultuurhistorisch waardevol Natuurwetenschappelijk waardevol, zeldzaam binnen gemeente Ecologisch waardevol
Landelijk register van monumentale bomen (Bomenstichting) In het Landelijk Register van Monumentale Bomen9 zijn bomen opgenomen die volgens de Bomenstichting van nationaal belang zijn. In veel gevallen gaat het om bomen met een hoge leeftijd gecombineerd met een bijzondere schoonheid of zeldzaamheidswaarde, of een beeldbepalende functie voor de omgeving. Het register bevat op dit moment zo'n kleine 15.000 objecten: solitaire bomen, lanen en boomgroepen.
8
https://www.voorschoten.nl/_flysystem/media/bijlage-3beschermwaardige-bomenlijst-gemeente-voorschoten-1.pdf & https://www.voorschoten.nl/_flysystem/media/bijlage-4-toevoegingenbeschermwaardige-bomenlijst-definitief.pdf
Monumentale bomen uit het landelijk register van monumentale bomen van de landelijke Bomenstichting hebben niet automatisch een beschermde status. Elke gemeente kan daar haar eigen keuze in maken. In Voorschoten zijn 93 bomen opgenomen in het landelijk register, waaronder 78 lindebomen aan de Voorstraat. Al deze bomen staan op onze lijst met beschermwaardige bomen.
Richtlijn beoordeling snoei en kap ‘niet beschermwaardige’ bomen Bomen die niet op de lijst met beschermwaardige bomen zijn opgenomen, kunnen zonder kapvergunning gekapt worden. De gemeente ontvangt jaarlijks heel wat verzoeken om een gemeentelijke, niet beschermwaardige boom (rigoureus) te snoeien of te kappen. Om deze verzoeken eenduidig en transparant te kunnen beoordelen, is de Richtlijn beoordeling snoei en kap ‘niet beschermwaardige’ bomen in 2013 vastgesteld.
Bomen in de hoofdgroenstructuur10 De opbouw van het groen is gebaseerd op het onderliggende en omringende landschap. De hoofdgroenstructuur bestaat uit de volgende elementen:
9
https://www.bomenstichting.nl/monumentale-bomen/landelijk-registervan-monumentale-bomen.html 10
Bron: groenstructuurvisie gemeente Voorschoten, 2009
23
-
het landelijk gebied met polderlandschap, landgoederenzone en het parklandschap, de groene buffer tussen Adegeest/Krimwijk en Noord Hofland de waterstructuur en de groene zomen langs Voorschoten; de grote groengebieden: buitenplaatsen, parken, sportparken en begraafplaats en groenstroken van formaat; de groene lijnen: lommerrijke lanen, en de groene routes in de wijk en naar buiten.
De groene lijnen leveren een bijdrage aan het handhaven en versterken van het groene karakter van het dorp doordat zij verbindende schakels vormen tussen landgoederen, parken, groenzones en wijken. Zij zijn beeldbepalend voor het karakter van heel Voorschoten. Voor deze lijnen geldt een streefbeeld van laanbeplanting met meerdere bomenrijen van formaat die een weg met wandel- en fietspaden begeleidt. Voorbeelden zijn de Veurseweg/Leidseweg, Richard Wagnerlaan en Voorwatering, Thorbeckeweg, Wijngaardenlaan en de Papelaan West en de Starenburglaan. Hiermee is een eerste aanzet gegeven om te komen tot een indeling in boomklassen. Beschermwaardige bomen zouden onder klasse I, met een verhoogde status kunnen vallen. Laanbeplanting en andere lijnelementen uit de hoofdgroenstructuur onder klasse II en de overige laan- en parkbomen zijn dan klasse III. De bomen zonder een specifieke status, zoals kleine boomsoorten of bomen met een verkorte omlooptijd (<20 jaar) vormen dan klasse IV.
Dit zal verder uitgewerkt moeten worden in een bomenstructuurplan, waarbij we ook bomen op buurtniveau op waarde kunnen schatten. Zij spelen immers een belangrijke rol bij klimatologische, ecologische en maatschappelijke ecosysteemdiensten.
Klimaatadaptatiebeleid gemeente Voorschoten, 2023 Omdat de bij wordt gebruikt als indicator voor de biodiversiteit, heeft de gemeente het openbaar groen beoordeeld op bijvriendelijkheid. Bij nieuwe inrichtingsplannen met openbaar groen wordt de beplanting beoordeeld op bij-vriendelijkheid. Bij de beheeruitvoering wordt keurmerk Kleurkeur gehanteerd dat rekening houdt met bijen en biodiversiteit. In het kader van het bijenactieplan worden insect-vriendelijke inrichting- en beheermaatregelen uitgevoerd samen met de bijenambassadeurs. Bij het vervangen van openbaar groen wordt minimaal 50% bijvriendelijke bomen en beplanting aangebracht. Hierdoor neemt de biodiversiteit in Voorschoten met kleine stapjes toe. Het klimaatbeleid van Voorschoten heeft als doel dat Voorschoten leefbaar blijft, en daarom groener en klimaatrobuuster wordt. Om dit te bereiken zijn er zes kerndoelstellingen opgesteld: 1. Voorschoten is een prettige plek om te verblijven, ook bij hitteextremen 2. Er is beperkte schade door langdurige droogte 24
3. 4. 5. 6.
Er is beperkte hinder en schade bij hevige regenval Voorschoten is voorbereid op een overstroming Voorschoten wordt groener en blauwer Voorschoten heeft klimaatadaptatiebeleid met oog voor alle inwoners
‘Erfgoed loont, leeft, inspireert en verbindt’ (Kadernota 2012-2017, Structuurvisie Cultuurhistorie 2013-2028 & Erfgoedagenda 2022-2026 )
herkenbare, onderscheidende leefomgeving. Het erfgoed biedt een enorme inspiratiebron om ontwikkelingen te verankeren op en in de plaats waar ze gerealiseerd worden. Zo kunnen toevoegingen eigentijds zijn en toch een brug slaan naar hun omgeving en de geschiedenis daarvan. De identiteit van Voorschoten speelt op deze wijze een aanzienlijke rol bij ontwikkelingen. Het behouden van kwaliteiten die hun oorsprong in het verleden hebben, kan zo bijdragen aan de ruimtelijke en architectonische kwaliteit en eigenheid in het heden en in de toekomst. Cultuurhistorie wordt zo een kans en een inspiratiebron.
Het gemeentelijk monumentenbeleid heeft zich sinds 1988 geleidelijk ontwikkeld tot een integraal erfgoedbeleid, dat zich niet alleen richt op de gebouwde objecten, maar ook op archeologie, stedenbouw en het cultuurlandschap, inclusief het daarbij behorende 'groene’ erfgoed. In de visie van Voorschoten zijn haar cultuurhistorische kwaliteiten van wezenlijk belang voor de ruimtelijke en sociale identiteit en de herkenbaarheid van de gemeente Voorschoten. In het verleden wordt de basis gelegd voor de toekomst. Het doel van het erfgoedbeleid is om op een zorgvuldige en afgewogen wijze het cultuurhistorisch erfgoed in goede staat door te geven aan volgende generaties, zodat ook zij daar voor hun toekomst op kunnen voortbouwen en het kunnen blijven zien, beleven en ervaren.
Motto ‘behoud door ontwikkeling` De belangstelling voor cultuurhistorie en de eigen leefomgeving neemt toe. Er wordt veel waarde gehecht aan een aantrekkelijk en 25
Deel B Bomen bij projecten
26
Algemeen De stedelijke omgeving is continue in beweging en dat knelt wel eens met bomen, die statische maar levende objecten zijn. Waardevolle houtopstanden en ander groen worden met enige regelmaat door derden (ernstig) beschadigd of vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of andere leidingen en kabels. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld. Er is te laat of onvoldoende naar de gevolgen voor de bomen en het andere groen gekeken, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken.
In dit deel van het bomenbeleidsplan kijken we naar de verschillende fasen van ruimtelijke projecten. Per fase geven we aan hoe het belang van de bomen goed meegenomen kan worden in het werk. Op deze wijze willen we projectleiders en ontwikkelaars handvatten bieden voor toekomstbestendige bomen.
Vroegtijdige afstemming is noodzakelijk Veel problemen met bomen bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn terug te voeren naar het programma van eisen (pve) en de vervolguitwerking in het ontwerp. Daarom is het noodzakelijk om al in een heel vroeg stadium te kijken naar het groen. In het ontwerpstadium kunnen bouw- en plannen voor de openbare ruimte nog worden gewijzigd en aangepast aan aanwezige, te behouden beplantingen. Vroegtijdige afstemming voorkomt dure ontwerpaanpassingen en/of vertragingen bij de uitvoering. En het voorkomt onnodige bomenkap die in de nieuwe situatie een waardevolle functie kunnen vervullen.
Handboek Bomen toepassen In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) hebben wij als gemeente de uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte in Voorschoten beschreven. Voor bomen staan deze
27
uitgangspunten in Handboek Bomen van Norminstituut Bomen11. Dit handboek is een zorgvuldige bundeling van gestandaardiseerde en gevalideerde procedures, normen, kwaliteitseisen en resultaatverplichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Door dit Handboek bomen op te nemen in onze LIOR voldoen onze voorschriften met betrekking tot het werken rondom bomen altijd aan de laatste ontwikkelingen en inzichten op dit vakgebied. De normen en voorschriften vanuit het Handboek Bomen laten we als uitgangspunt gelden voor werken met en rondom bomen. In een werkomschrijving, contract of (RAW-)bestek moet altijd specifiek vermeld worden dat het Handboek Bomen van toepassing is. Tevens moet (in het kader van de prioritering) worden aangegeven dat het Handboek Bomen, bij tegenstrijdigheden, prevaleert.
Initiatieffase
noodzakelijk is om het initiatief in hoofdlijnen vorm te kunnen geven. In deze fase moet in ieder geval worden uitgezocht wat de bestaande beplanting inhoudt. Dat betekent concreet dat een inventarisatie van de bomen moet plaats vinden, waarbij niet alleen de huidige kwaliteit van de bomen en de benodigde boven- en ondergrondse groeiplaats, rekening houdend met de beoogde omlooptijd van de boom, worden bepaald, maar ook de beleidsstatus wordt vastgesteld. Daarbij wordt ook aangegeven welke bomen koste wat het kost ingepast moeten worden. We zijn inmiddels gewend om de bomen in deze fase te inventariseren. Maar de gegevens beperken zich vaak tot het vaststellen van de boomsoort, stamdiameter en huidige kwaliteit. Door hier ook de omlooptijd en beleidsstatus aan toe te voegen kan er een betere afweging gemaakt worden welke bomen binnen het projectgebied echt van belang zijn voor ons toekomstbestendig en robuust stadsbomennetwerk. Dat zijn de bomen die we willen inpassen. Daarnaast is het verstandig om de bomen op x- en ycoördinaten in te meten zodat de exacte locatie op de tekening aangegeven kan worden. Dit voorkomt verrassingen bij de verdere uitwerking van de plannen.
De beste fase om de boominventarisatie uit te voeren is tijdens de verkennings- of initiatieffase van de ruimtelijke ontwikkeling. Dan zijn de plannen namelijk nog niet vastomlijnd, maar worden wel kernbeslissingen genomen. En wordt nagegaan welke informatie
De beleidsstatus van bomen hebben we op dit moment nog niet voor alle bomen. We hebben wel bomen die in de hoofdgroenstructuur staan. En we hebben de beschermwaardige bomen. Maar voor de
Norminstituut Bomen is een onafhankelijke stichting met als doel het verbeteren van de kwaliteitszorg rond bomen. De doelstelling van het
Norminstituut Bomen en daarmee van het Handboek Bomen is het verbeteren en waarborgen van de kwaliteitszorg voor bomen in de openbare ruimte.
11
28
overige bomen hebben we dat nog niet bepaald. Dat hoort thuis in het nog op te stellen bomenbeleid met een bomenstructuurplan. Het bomenstructuurplan geeft sturing aan beslissingen over bomen onder andere bij ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt van bomen. Voor elke structuur worden beleidsmatige consequenties voor behoud, beheer en ontwikkeling weergegeven. Beschermwaardige bomen krijgen de hoogste bescherming, dan laanbeplantingen en andere lijnelementen in de hoofdstructuur, vervolgens laan- en parkbomen in de secundaire structuur en de kleine bomen of bomen met een verkorte omlooptijd in een nog lichtere beschermingsklasse enzovoorts. Op een kaartbeeld worden de structuren weergegeven.
Ontwerpfase Aan het begin van de ontwerpfase staat het plan min of meer vast, maar er is nog geen sprake van een definitief besluit. In deze fase worden de keuzes gemaakt ten behoeve van de uiteindelijke uitvoering. Het geplande werk is aan het eind van deze fase concreter uitgewerkt, meestal in de vorm van een bouwaanvraag. Deze fase leent zich bij uitstek voor integrale besluitvorming. Dat wil zeggen dat tegelijkertijd met de behandeling van de bouwaanvraag bekeken wordt of het noodzakelijk is bomen te verwijderen. Dit geldt natuurlijk voor bomen midden in een toekomstig bouwblok. Maar het bouwblok heeft ook invloed op bomen en beplanting die er vlakbij staan. En voor het bouwen van een pand is ook bouwruimte nodig. Deze moet zo ingericht worden dat dit zo min mogelijk ten koste gaat van bomen.
Dit is ook de fase dat een BoomEffectAnalyse (BEA) opgesteld moet worden. De eisen waaraan een BEA moet voldoen zijn opgenomen in het Handboek Bomen. De BEA maakt inzichtelijk welke alternatieven er mogelijk zijn om zoveel mogelijk bomen in te passen in het ontwerp. Daarbij wordt ook aangegeven welke maatregelen tijdens en na de realisatie van de ontwikkeling getroffen moeten worden om de in te passen bomen duurzaam in stand te kunnen houden. Op dit moment wordt een BEA vaak pas opgesteld wanneer er vanuit de groen beleids- of beheermedewerker om gevraagd wordt. De BEA moet een standaard stap voor projectleiders/ ontwikkelaars worden wanneer er binnen of nabij de projectgrenzen bomen staan. Op die manier wordt het ontwerp getoetst aan de haalbaarheid voor de bomen. En kan een afgewogen keuze gemaakt worden op welke wijze de bomen in te passen zijn of, in het uiterste geval, gecompenseerd kunnen worden.
Ontwerprichtlijnen om de juiste boom op de juiste plaats te krijgen Van nature groeien bomen in het bos of op de savanne. De meeste boomsoorten voelen zich het beste thuis in een bos, omgeven door andere bomen en met hun wortels in een bosbodem. Dit is hun natuurlijke groeiplaats. Maar de meeste mensen wonen niet in een bos. Zij wonen in een stad of dorp. In deze bebouwde omgeving planten mensen al eeuwen bomen en verwachten dat ze normaal zullen functioneren alsof ze in het bos staan. De 29
(groei)omstandigheden in het stedelijk gebied verschillen nogal van die in het bos. Bomen hebben daar moeite mee. Het kost daarom veel tijd, geld en moeite om bomen in de stad naar wens te laten functioneren.
Voorbereidings- en bestekfase Het is bij alle soorten groen belangrijk om bij de aanleg al rekening te houden met voldoende (ondergrondse en bovengrondse)
Veiligheid, vitaliteit en eisen ten aanzien van de beheersbaarheid hebben de hoogste prioriteit bij de inpassing van bomen in het stedelijke gebied. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. We maken een bewuste keuze hoe en waar we een nieuwe boom aanplanten, hoe lang we willen dat de boom kwalitatief goed kan groeien en welke boomsoort bij de bodemgesteldheid passend is. Op basis hiervan bepalen we welke groeiplaatsinrichting daarbij hoort en richten deze in op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen. Vanaf nu gebruiken we hiervoor de Boommonitor. Dit is een rekenprogramma van het Norminstituut Bomen waarin de richtlijnen uit het Handboek Bomen zijn verwerkt.. Dit programma gebruikt verschillende parameters, zoals de boomsoort en het type ondergrond, om te bepalen hoe de groeiplaats wordt ingericht. De omvang van de groeiplaats is ingedeeld in verschillende ambitieniveaus (optimaal, redelijk, marginaal) en afhankelijk van hoe lang de boom daar theoretisch kan groeien (beoogde omloop). Daarnaast moet al in de ontwerpfase rekening gehouden worden met de eisen van efficiënt groenbeheer en –onderhoud. De ontwerpen moeten naast de aanlegkosten ook getoetst worden op de onderhoudskosten.
Figuur 5 Boven- en ondergrondse groeiplaats (bron: Handboek Bomen) groeiruimte, de standplaats, voldoende voeding en de uiteindelijke grootte van het groen. Bij bomen verdient dit extra aandacht, omdat deze immers (afhankelijk van de soort) lang mee moeten kunnen gaan. En met name bomen zijn grote, belangrijke structuurdragers in de openbare ruimte, maar kunnen later ook hinder veroorzaken wanneer er bij de aanleg niet goed wordt nagedacht over bovenstaande aspecten. Dan wordt een boom als last ervaren omdat
30
Verplanten van bomen Als een boom niet in te passen is, in bijvoorbeeld een bouwproject, dan zal bekeken moeten worden of deze boom in aanmerking komt om verplant te worden. Technisch gezien is het mogelijk om zelfs bomen met een stamdiameter van 1,20 m te verplanten. Zijn gezondheid, ontwikkeling van het wortelstelsel, standplaats en vitaliteit bepalen in grote mate of de boom wel of niet succesvol verplant kan worden. Ook de nieuwe groeiplaats is van belang voor het slagen van de verplanting. Als deze grotendeels hetzelfde is als de oude groeiplaats is de kans op een succesvolle verplanting het grootst. Als de nieuwe groeiplaats een lagere pH-waarde of een hogere grondwaterstand heeft, geeft dit altijd problemen. Daarnaast is niet iedere boomsoort geschikt om te verplanten. Een boom met grove, gladde wortels levert eerder problemen op dan bomen met een fijn vertakt wortelstelsel. Zo kunnen lindes en platanen zich na 2 à 3 jaar weer aardig hersteld hebben en duurt dit bij essen vaak meer dan vijf jaar. Wilg en populier zijn in principe goed te verplanten, maar door de snelle groei geeft een jong exemplaar binnen een paar jaar hetzelfde effect als een grote verplante boom. Vanuit kostenoogpunt is het in die gevallen interessanter om een jonge boom neer te zetten, dan een oudere te verplanten. Met het verplanten van de bomen zijn we er nog niet.
Bomen die zijn verplant hebben ook een aantal jaren nazorg nodig. Want het duurt even voordat ze voldoende wortelgroei op hun nieuwe plek hebben ontwikkeld. Daarom moeten ze bijvoorbeeld in droge periodes op tijd en voldoende water krijgen.
deze bijvoorbeeld wortelopdruk geeft, schaduw veroorzaakt of in rioleringen groeit. In het handboek bomen is uitgewerkt waar een groeiplaats aan moet voldoen op basis van de boomgrootte en de beoogde omlooptijd. Dit moet verwerkt worden in de aanlegtekeningen en de besteksbeschrijvingen, zodat het eindbeeld dat in de ontwerpfase is bedacht buiten daadwerkelijk gerealiseerd kan gaan worden. Wanneer blijkt dat de groeiplaats onvoldoende is om het eindbeeld en de beoogde omlooptijd te behalen, moeten we terug naar de tekentafel. We kijken dan naar een andere boomsoort die beter past, of minder bomen. Uitgangspunt is dat we het eindbeeld kunnen bereiken wat in de ontwerpfase geschetst is.
Realisatiefase Bomen kunnen op korte of lange termijn ernstig te lijden hebben onder werkzaamheden als graven, bouwen, ophogen, bronbemaling en het tijdelijk stallen van bouwmaterialen. Soms is pas vijf jaar na het voltooien van de bouwwerkzaamheden aan de boom te zien dat hij tijdens de werkzaamheden ernstig beschadigd is. Degenen die de bouw- en/of graafwerkzaamheden uitvoeren, zijn zich vaak niet bewust van de effecten die hun handelingen op bomen hebben. Om ze hiervan meer bewust te maken, moeten ze in de BEA al aangeven hoe de bomen binnen en nabij het bouwterrein beschermd zullen worden.
31
Het stellen van duidelijke richtlijnen en het toezicht hierop is van belang. We voorkomen kwaliteitsverlies door schade aan bomen, zowel bovengronds als ondergronds. Dit betekent niet dat er nabij bomen niet meer gewerkt of gebouwd kan worden of dat er nooit beperkt schade mag ontstaan. Dat zou een onrealistische doelstelling zijn. Maar werkzaamheden rond bomen horen op verantwoorde wijze uitgevoerd te worden. In het Handboek Bomen is een heel hoofdstuk aan werken rondom bomen gewijd. Daarin staan richtlijnen voor het verantwoord uitvoeren van werkzaamheden en bouwen nabij bomen. Een van die richtlijnen is bijvoorbeeld dat er niet zonder een goedgekeurd Werkplan Bomen (WPB) binnen de kwetsbare boomzone werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. En dat een ter zake deskundige als projectleider bomen moet worden aangewezen door de opdrachtnemer. Het ‘Werken rond bomen’ mag uitsluitend worden uitgevoerd door of moet ten minste (ter goedkeuring) zijn afgestemd met de ‘Projectleider bomen’.
Beheerfase Bomen zijn levende organismen en om ze na de realisatiefase duurzaam in stand te houden, hebben ze beheer nodig. Dit beheer is op te delen in een aantal elementen. Ten eerste heeft de gemeente als boomeigenaar een zorgplicht voor al haar bomen. Bij schade door bijvoorbeeld takval of omwaaien moet de gemeente aantonen dat zij al het mogelijke heeft gedaan
om de schade te voorkomen. Dit doet de gemeente door regulier onderhoud uit te voeren en periodiek (minimaal een keer per drie jaar) elke boom te controleren op gebreken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inspecties door middel van boom veiligheidscontrole (BVC). Er zijn daarbij verschillende aspecten die worden beoordeeld, zoals de aanwezigheid van ziektes en plagen, de algehele vitaliteit van de boom (zijn er zwammen op de stam aanwezig, zitten er holtes in de stam), is er dood hout in de kroon van de boom te vinden en hoe is de bladontwikkeling. Daarnaast wordt er ook een advies gegeven over de noodzaak van snoei voor de betreffende boom. Een gezonde boom wordt een keer per drie jaar geïnspecteerd. Bij attentiebomen is dat een keer per jaar. De inspectiegegevens worden vastgelegd in een beheersysteem en benodigde (onderhouds-)maatregelen worden uitgevoerd en geregistreerd. In het beheersysteem heeft elke individuele boom een eigen paspoort. Hier zijn specifieke gegevens over die boom in opgenomen, zoals: identiteitsnummer, boomsoort, standplaats, jaar van aanplant, conclusies van de BVC. We hebben nu nog geen informatie over kroongrootte en volume. Dit moeten we nog gaan opnemen om het boomkroonvolume te kunnen berekenen. Ten tweede willen we een gezond bomenbestand dat voldoende biodiversiteit heeft zodat het ziektes en plagen goed op kan vangen.
Hoe we hier in Nederland mee omgaan is vastgelegd in de Plantgezondheidswet (voorheen de Plantenziektewet) (zie ook Wettelijke en beleidskaders in deel A). Een aantal plantenziektes en plagen moeten actief bestreden worden. Of omdat zij schadelijk zijn 32
voor de volksgezondheid, zoals de eikenprocessierups, of voor de plantenhandel, zoals bacterievuur. Via de BVC wordt de gezondheid van de bomen in de gaten gehouden. Waar mogelijk proberen we de ziektes en plagen te bestrijden. De laatste decennia lijken er steeds meer ziekten bijgekomen. Dit vraagt om alertheid en flexibiliteit van onze beheerders. We gaan bij het beheren en beheersen van ongewenste populaties altijd uit van de biologie, leefwijze en populatie-ecologie van de doelorganismen. We proberen een natuurlijk evenwicht te creëren door het inzetten van natuurlijke vijanden. Voor de meest voorkomende ziekten, plagen en aantastingen is het handig om in een protocol vast te leggen hoe we met ze omgaan. Voor de iepziekte en de eikenprocessierups hebben we dit al uitgeschreven. Dit zal uitgebreid moeten worden met protocollen voor o.a. roetschorsziekte, essentaksterfziekte, watermerkziekte en kastanjebloedingsziekte, zodat de beheerders adequaat kunnen handelen wanneer een van deze ziekten of plagen zich voordoet. Ten derde houden de beheerders zich bezig met het begeleiden van de bomen in hun jeugd- en halfwasfase om ze met behulp van bijvoorbeeld opkronen en snoeien tot volwassen exemplaren uit te kunnen laten groeien. Ten vierde volgt het onderhouden van de volwassen bomen, waarbij gedacht moet worden aan dood hout verwijderen uit de kroon.
En tot slot hoort hier ook het vervangen van bomen bij die door bijvoorbeeld ziekte, beschadiging, uitdroging of hun ouderdom zijn overleden. Het dagelijks onderhoud voor de bomen is ondergebracht in het Beheerplan groen 2023-2026. De gemeente beschikt over een eigen buitendienst voor het onderhoud aan het groen. Zij zorgen voor een groot deel van het onderhoud in de gemeente. Het team is verdeeld in twee wijkploegen en een bos & bomenploeg. Er wordt planmatig gewerkt met beheertekeningen, snoeitekeningen en jaarplanningen. Er is daarbij structureel overleg met het team integraal beheer openbare ruimte (IBOR). Het hebben van een eigen buitendienst brengt flexibiliteit, kennis en kwaliteit met zich mee. Er is gemotiveerd personeel werkzaam en dit is terug te zien in de kwaliteit van de buitenruimte. Bij het onderhoud aan de bomen worden verschillende werkzaamheden ook uitgevoerd door groenaannemers zoals: aanplanten, verplanten, rooien en diverse snoeiwerkzaamheden. Bij het boombeheer wordt rekening gehouden met de natuur. De onderhoudsmaatregelen worden uitgevoerd op momenten dat ze het minste impact hebben voor de natuur. We laten het bladafval liggen waar het een meerwaarde heeft voor de natuur en geen onveilige situatie creëert. In plantvakken die voldoende groot zijn, maken we takkenrillen.
33
Overlast door bomen
Bomen en zonnepanelen
Vallende bladeren, vruchten of zaden zijn geen reden om een boom te verwijderen of snoeien. Hetzelfde geldt voor overlast door insecten in de bomen, inclusief honingdauw en roetdauw.12
We staan als gemeente voor een duurzaam en leefbaar dorp. Daar hoort de energietransitie en ook de vergroening bij. Een nieuwere ontwikkeling zoals het plaatsen van zonnepanelen krijgt geen voorkeur boven de aanwezigheid van bestaande bomen. Want kappen of snoeien gaat ten koste van de leefkwaliteit. Soms zorgt schaduw van gemeentelijke bomen ervoor dat zonnepanelen minder elektriciteit opwekken. Een beetje schaduw op de zonnepanelen hoeft niet erg te zijn. Zonnepanelen wekken ook in de schaduw nog elektriciteit op. Uiteraard minder dan zonder schaduw en de terugverdientijd wordt langer. Soms zijn er ook nog (technische) verbetermogelijkheden voor de opbrengst aanwezig. Daarom is schaduw voor de gemeente Voorschoten geen reden om de boom rigoureus te snoeien of te kappen.
Bomen en schaduw Een van de ecosysteemdiensten van bomen is schaduw geven. Er zijn bomen die zo’n dichte kroon hebben en zo groot worden dat de hoeveelheid schaduw als overmatig bestempeld kan worden. Dit is het geval als een tuin of balkon per dag (tussen 10.00 en 18.00 u) meer dan 3 uur geheel (100%) in de schaduw ligt in de periode tussen 21 april en 21 augustus.13 Hiervoor heeft TNO een norm voor bezonning14 opgesteld. Deze kan gebruikt worden om ter plaatste te kijken of dit nog acceptabel en proportioneel is. Alleen niet beschermwaardige bomen worden verwijderd of gesnoeid als ze overmatig veel schaduwoverlast geven.
bron: Richtlijn beoordeling snoei en kap ‘niet beschermwaardige’ bomen 2013 12
Alleen wanneer aangetoond kan worden dat de opbrengst van de zonnepanelen te veel last heeft van schaduw door de boom en wanneer dit belang groter is dan het belang om de boom te behouden, dan kan de gemeente overgaan tot het snoeien of kappen van de boom.
https://publications.tno.nl/publication/34627572/M4makC/2005-BBER0036.pdf 14
bron: Richtlijn beoordeling snoei en kap ‘niet beschermwaardige’ bomen 2013 13
34
Om het belang voor het behoud van de boom te kunnen bepalen wordt gekeken naar alle ecosysteemdiensten die de boom levert. Bij nieuwbouw wordt wel rekening gehouden met zonnepanelen.
Wortelopdruk Wanneer bij bomen wortelopdruk aan de verharding optreedt, wordt eerst gekeken of onder- en/of bovengrondse groeiplaatsverbetering een positief duurzaam effect heeft. Wanneer dat uiteindelijk niet het geval blijkt te zijn en er door de opdruk van wortels een te gevaarlijke situatie ontstaat zal de boom vervangen worden door een boomsoort die beter past bij de beschikbare groeiplaats op die locatie15.
Handhaving en toezicht De regelgeving met betrekking tot bomen is ondergebracht in hoofdstuk 4 van de APV. In Voorschoten zijn alleen bomen die door het college van burgemeester en wethouders als beschermwaardige houtopstand zijn aangewezen kapvergunningsplichtig.
Beleid beoordeling kapaanvragen voor beschermwaardige bomen Het is noodzakelijk om een besluit om een kapvergunning te verlenen of te weigeren te onderbouwen. Bovendien moet in vergelijkbare situaties een gelijk oordeel worden gegeven. Daarom volgen we bij de beoordeling van kapvergunningaanvragen de opgestelde beleidslijnen. In dit beleid zijn onder andere criteria opgenomen die de basis vormen van de weigeringsgronden uit de APV. De beleidslijn zorgt ervoor dat het belang van het behoud van de boom zorgvuldig afgewogen wordt tegen het belang van vellen. Op basis van de beleidslijn wordt bepaald of de vergunning geweigerd of verleend wordt en onder welke voorwaarden. Als het belang van vellen zwaarder weegt dan het belang van het behoud van de boom, wordt een kapvergunning verleend.
Richtlijn beoordeling snoei en kap ‘niet beschermwaardige’ bomen Bomen die niet op de lijst met beschermwaardige bomen zijn opgenomen, kunnen zonder kapvergunning gekapt worden. De bijdrage van deze bomen aan een gezonde leefomgeving is hiermee niet per definitie minder dan van een boom die wel op de lijst staat. De boom is bijvoorbeeld jonger of heeft minder cultuurhistorische waarde. De gemeente ontvangt jaarlijks heel wat verzoeken om een niet beschermwaardige boom (rigoureus) te snoeien of te kappen.
bron: Richtlijn beoordeling snoei en kap ‘niet beschermwaardige’ bomen 2013 15
35
Om deze verzoeken eenduidig en transparant te kunnen beoordelen, is deze richtlijn opgesteld.
Illegale kap Het zonder vergunning vellen of rigoureus snoeien (bijv. kandelaberen) van een kapvergunningplichtige boom is illegale kap. Maar ook het zonder vergunning ernstig beschadigen of ontsieren van een boom is strafbaar. Als illegale kap wordt geconstateerd, kan de gemeente aangifte doen van het strafbare feit. In de APV is opgenomen dat illegale kap of verminking van bomen als een economisch delict wordt gezien. Wanneer de dader bekend is, zal de gemeente de afweging maken of het claimen van de schade zinvol en gewenst is. Bij boomschade die als illegale kap wordt beschouwd, wordt de schadeclaim bepaald op basis van taxatie van de door de schade ontstane waardevermindering. In sommige gevallen van schade aan bomen langs de openbare weg is het mogelijk aanspraak te doen op het waarborgfonds. De buitengewone opsporingsambtenaren zien toe op de handhaving van de APV. Daarnaast kunnen er nog andere personen aangewezen worden voor dit toezicht. Hierbij valt te denken aan de toezichthouders openbare ruimte.
hierbij is, dat de kwaliteit en waarde van het groen dat verloren gaat, wordt gecompenseerd. Bij een kapvergunning is compensatie zinvol, als er bijvoorbeeld sprake is van beeldbepalend groen, groen dat onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur of op de lijst met beschermwaardige bomen staat. In deel A hebben we aangegeven dat herplant ook bepaald kan worden aan de hand van het potentieel boomkroonvolume dat de aan te planten boom kan gaan leveren. Door dit te vergelijken met het boomkroonvolume van de gevelde boom, kunnen we zorgen dat dit weer terug gaat komen in de directe omgeving van de gevelde boom. Deze berekening is eenvoudiger dan een boomwaardetaxatie. Als we bij herplant het boomkroonvolume van de gevelde boom in bepaalde gevallen als uitgangspunt willen hanteren, zullen de regels in de APV/ omgevingsplan aangepast moeten worden. De monetaire boomwaarde is met name van belang wanneer er schade aan een boom is gemaakt en we die schade willen verhalen op de dader. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanrijdschade.
Herplantverplichting Een herplantverplichting kan als sanctie worden opgelegd bij illegale kap. Maar het kan ook als bijzondere voorwaarde aan een kapvergunning worden verbonden. De monetaire boomwaarde, die verkregen is op basis van de boomwaardetaxatie, wordt gebruikt om de omvang van de herplantverplichting te bepalen. Uitgangspunt 36
Communicatie en participatie Goed gemeentelijk beleid wat voldoende gecommuniceerd wordt, zal een positieve invloed hebben op de houding van bewoners. Regelmatige voorlichting in de plaatselijke krant en/ of op de gemeentelijke website over zaken als onderhoudswerkzaamheden, iepziektebestrijding en veiligheidscontroles zorgt ervoor dat mensen het gevoel krijgen serieus genomen te worden. Door middel van interactieve beleidsvorming, waarbij burgers in een vroeg stadium werkelijk en herkenbaar invloed kunnen uitoefenen op de planvorming, kunnen we het vertrouwen winnen en onze plannen een breed draagvlak geven.